3 Klimaat en energie

Aan de orde is het VAO Klimaat en energie (AO d.d. 21/02).

De voorzitter:

We beginnen vandaag met een debat over het verslag van het algemeen overleg Klimaat en energie van 21 februari. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom en geef als eerste het woord aan de heer Kops namens de PVV.

De heer Kops (PVV):

Dank u wel, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering onmiddellijk te stoppen met elke vorm van klimaatbeleid — waaronder de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie, de opslag duurzame energie, alle windmolenplannen/-projecten en alle andere duurzaamheidsellende — en de energierekening van huishoudens te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 289 (32813).

De heer Kops (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Het woord is aan de heer Sienot namens D66. Hij wil nog even wachten en gunt graag het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik weet waar de heer Sienot op wacht, dus ik geef hem straks alle tijd om daarover te spreken.

Ik heb zelf twee vragen en één motie. Eén vraag gaat over een aangenomen motie van mij met steun van anderen, ingediend tijdens de behandeling van de begroting van Economische Zaken, over het waterzijdig inregelen van verwarmingsinstallaties. Ik begrijp dat er gesprekken zijn van de sector met het ministerie. Kan de minister iets vertellen over de voortgang bij de uitvoering van die motie en het proces dat daarbij wordt gevolgd?

Dan heb ik nog één korte opmerking over aquathermie, waarover we hebben gesproken in het algemeen overleg. De minister gaf aan dat hij gaat werken aan ruimte in de SDE. Ik vroeg me af of hij ook wil kijken naar de beschikbare innovatiebudgetten. Is daar ook nog een mogelijkheid om de ontwikkeling van nieuwe aquathermietechnologie wat extra te stimuleren?

Dan heb ik een motie over een onderwerp waarover ik vragen heb gesteld. Toen kwam de minister er even niet aan toe in tweede termijn. Het ging over de afsluitboete. Mensen willen vrijwillig van gas af, maar moeten soms honderden euro's betalen om die afsluiting gerealiseerd te krijgen.

Ik heb er de volgende motie over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het afsluiten van de gasaansluiting honderden euro's kost voor de huiseigenaar;

overwegende dat voorlopers in de energietransitie zo min mogelijk nadelen moeten hebben bij het gasvrij maken van hun woning en de kosten hiervan eerlijk verdeeld moeten worden;

verzoekt de regering voor de korte termijn een variant uit te werken waarbij de kosten van het afsluiten van de gasaansluiting 50/50 worden verdeeld over de huiseigenaar en de netbeheerder, waarbij de netbeheerder dit mag verrekenen in het vastrecht;

verzoekt de regering tevens in de tussentijd na te denken over een goede, toekomstbestendige regeling voor de lange termijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 290 (32813).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank je wel. Dan kijk ik naar de heer Sienot. Hij geeft aan dat hij gereed is. Dan geef ik hem graag het woord. Hij spreekt namens D66.

De heer Sienot (D66):

Dat is buitengewoon fideel, meneer de voorzitter. Mijn verontschuldigingen. Er is keihard gewerkt, en soms krijg je het niet helemaal in de juiste tijd gepropt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op sommige locaties in Nederland grote windmolens niet realiseerbaar zijn, terwijl kleine windmolens daar wel te realiseren zijn;

overwegende dat het voor het draagvlak en de bevordering van particuliere participatie in projecten zoals "de buurtmolen" goed is als de onrendabele top van een kleinere windmolen ook in aanmerking kan komen voor de subsidie duurzame energie;

overwegende dat qua kosteneffectiviteit kleinere windmolens het beter doen dan andere vormen van hernieuwbare energie (niet zijnde grote windmolens);

verzoekt de regering om het PBL te laten onderzoeken of in de najaarsronde via een aparte categorie in de SDE+ kleinere windmolens gesubsidieerd kunnen worden waar door landelijk beleid restricties gelden, en indien dit het geval blijkt in de najaarsronde 2019 een aparte categorie voor dergelijke molens aan de SDE+ toe te voegen — het PBL onderzoekt daarbij of deze locaties objectief af te bakenen zijn en het bijbehorende basisbedrag concurrerend is ten opzichte van andere duurzame technieken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot, Van der Lee en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 291 (32813).

De heer Sienot (D66):

We vliegen door.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor huishoudens een warmtenet een comfortabel en duurzaam alternatief kan zijn als vervanging van verwarming middels gas;

constaterende dat het kabinet heeft gekozen om de gasprijs omhoog te brengen;

constaterende dat door de huidige koppeling tussen de gasprijs en de maximumwarmteprijs met de stijging van de gasprijs ook de prijs van warmte in veel gevallen stijgt;

overwegende dat er reeds een onderzoek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van de motie-Dik-Faber c.s. (34723, nr. 29);

constaterende dat er uit dit onderzoek geen duidelijke "winnaar" als alternatief voor de gasreferentie is gevonden;

overwegende dat er naast de referentie aan de gasprijs ook andere reguleringsmethodes voor warmtenetten tot de mogelijkheden kunnen behoren zoals een koppeling aan de stroomprijs of kiezen voor een gemiddelde warmteprijs;

verzoekt de regering om een nader onderzoek uit te voeren naar de impact van geschikte alternatieven voor vaststelling van de warmtetarieven — ten opzichte van de huidige koppeling met de gasprijs — op de warmteprijzen voor kleinverbruikers, en hier de Kamer voor de behandeling van de Warmtewet 2.0 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot, Agnes Mulder, Dik-Faber en Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 292 (32813).

De heer Sienot (D66):

Mijn laatste motie.

De voorzitter:

Nee, u bent door de spreektijd heen. Ik heb u niet opgedragen om heel lange moties te maken.

De heer Sienot (D66):

Nee, dat klopt.

De voorzitter:

Dus: het spijt me. Dank je wel. Het woord is aan de heer Van Raan namens de Partij voor de Dieren. Ik zie al dat er een collegiaal gebaar wordt gemaakt.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter. Wij hebben onze tijd besteed aan biomassa. Daarvan is de constatering dat er veel te weinig is en wat er is, is niet duurzaam genoeg. De minister sluit niet uit dat wij daarin gelijk hebben, maar tegelijkertijd gokt hij er wel op dat het niet zo is. In die zin hebben wij geconstateerd dat we in twee verschillende continenten en misschien wel op twee verschillende werelden leven wat de beschikbaarheid van biomassa betreft. Daarom twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat EASAC, de Europese koepel van wetenschapsacademies waarin ook de Nederlandse KNAW is vertegenwoordigd, in 2017 erkenning eiste voor de "lange tijdschaal waarop houtige biomassa teruggroeit";

constaterende dat 190 boswetenschappers in 2018 een gezamenlijke brief opstelden aan Europese bestuurders waarin ze stelden dat houtige biomassa helemaal niet koolstofneutraal is, maar op de korte termijn zelfs slechter voor het klimaat dan fossiele brandstoffen;

spreekt uit dat het stoken van houtige biomassa, in ieder geval op korte termijn, geen effectieve klimaatmaatregel is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 293 (32813).

De heer Van Raan (PvdD):

En dan nog een volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meerdere sectoren voor hun klimaatdoelen een uitvlucht zien in de grootschalige inzet van biomassa;

constaterende dat het nog onbekend is hoeveel duurzame biomassa er beschikbaar is;

constaterende dat er geen overeenstemming is over wat duurzame biomassa is en dat huidige duurzaamheidskaders onvoldoende omvattend zijn;

constaterende dat nog niet bepaald is wat het eerlijke aandeel is waar Nederland recht op heeft ten opzichte van andere landen;

overwegende het risico dat biomassa sterk overvraagd wordt;

overwegende het belang van transparantie rond regeringsbesluiten met betrekking tot biomassa;

verzoekt de regering om de Kamer regelmatig te informeren over de afwegingen en beslissingen die zij maken rondom vraag en aanbod van biomassa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 294 (32813).

De voorzitter:

De minister schrijft altijd alles mee, zo blijkt.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank je wel. Mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter. Van mijn kant geen lange moties. Volgende week zullen we een debat hebben over het klimaatakkoord. Dan spreken we elkaar dus opnieuw. Voorafgaand aan dat debat zou ik graag een aantal vragen willen stellen in deze anderhalve minuut. Die vragen gaan over het publieke belang. Volgens mij is de klimaatcrisis maar ook de hoge energierekening die mensen niet meer kunnen betalen een collectief probleem. Nu hoor ik het kabinet ineens steeds meer spreken over het publieke belang. Ik vind dat erg goed, maar er werd gesproken over het publieke belang bij het kopen van aandelen KLM, een vervuilende sector. Ik vroeg me af of er niet ook een groot, collectief en publiek belang is bij het oplossen van de klimaatcrisis. Daarvoor wil ik specifiek vragen naar Eneco. Eneco is ons laatste, grote publieke energiebedrijf. De andere twee, Essent en Nuon, zijn verpatst, geprivatiseerd. Van die grote drie is het publieke bedrijf het meest duurzaam. Toen Essent en Nuon werden verkocht, zijn 4.400 arbeidsplaatsen verloren gegaan. Mijn vraag aan de minister is daarom of hij bereid is ook het publieke belang van Eneco te zien — de minister moet immers akkoord geven voor de verkoop — en ook daar een publiek belang in te nemen. Er zijn nu al initiatieven van onderop om een deel van Eneco publiek te maken. Is de minister bereid om verder te gaan en te zeggen: als Staat nemen we hier ook een aandeel in?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Wellicht is het een punt van orde, maar ik vroeg me af of het gebruikelijk is dat er compleet nieuwe onderwerpen bij een VAO worden aangestipt.

De voorzitter:

Ik was niet bij het algemeen overleg aanwezig. Ik zie dat het gaat over klimaat en energie. Eh ...

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, ik wil daar wel antwoord op geven. Mijn eerste termijn tijdens het AO had ik opgesplitst in twee onderwerpen. Het eerste was rechtvaardigheid en het tweede was collectiviteit. Ik heb in mijn eerste termijn — de minister zal dat beamen — heel veel vragen gesteld of dit een collectief probleem is en of we niet juist moeten zoeken naar publieke oplossingen. Eneco hebben wij veel genoemd. Ik vind dat een juist debat en ik vind dat horen bij het klimaatvraagstuk: hoe lossen we het probleem op? Het gaat er dus niet alleen om wat het probleem is, maar ook hoe we het oplossen. Wat de SP betreft moet dat collectief, democratisch en rechtvaardig zijn. Vandaar dat ik het niet alleen in het AO maar ook in het VAO aan de orde wilde stellen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter, het was een vraag aan u. Dit is een compleet nieuw onderwerp. Ik snap de creativiteit van de SP; dat is ook prima. Ik wil hier alleen aangestipt hebben dat het over andere zaken is gegaan en dat het mij bevreemdt dat we er hier compleet nieuwe onderwerpen in fietsen.

De voorzitter:

Ik laat het aan de minister om antwoord te geven.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dat is gewoon niet juist. Wij hebben dit onderwerp in de eerste termijn aan de orde gesteld, dus zou ik niet weten waarom ik niet in een VAO over klimaat en energie mag beginnen over een energiebedrijf. Daarnaast is er ook wat veranderd, aangezien het kabinet aandelen KLM heeft gekocht. Waarom zou je dan niet verder nadenken over Eneco?

De heer Öztürk (DENK):

Ik vind het een terechte vraag van de SP en ook een heel actuele. Ik snap dus niet dat een VVD-Kamerlid op moet komen voor een VVD-minister om deze een beetje uit de wind te houden. Sorry dat ik het zeg, maar ik vind dat een beetje belachelijk. Ik denk dat de minister mans genoeg is om daar antwoord op te geven. Mevrouw Beckerman, komt u ook met een motie om de minister te vragen daar waar nodig aandelen te kopen? Want daar heeft het kabinet best wel goeie ervaringen mee. We hebben een begrotingsoverschot. Misschien dat wij Eneco-aandelen kunnen kopen om te kijken of wij de energielasten omlaag kunnen brengen.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dat vind ik een goede suggestie. Ik ben nu door mijn tijd heen, dus ik kan die motie nu niet meer indienen. Maar ik wacht uiteraard even de antwoorden af; dat is netjes. Volgende week hebben we een debat over het klimaatakkoord en wij zijn al aan het nadenken over een motie. Wellicht kunnen we daar in de wandelgangen nog even over verder praten, want volgens mij is het echt belangrijk dat we ervoor zorgen dat Eneco van ons blijft.

De voorzitter:

Dank je wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Agnes Mulder namens het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

In één keer drie moties, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het grote belang dat er op de korte en lange termijn oplossingen gevonden worden voor het beter benutten van het elektriciteitsnet, zodat meer duurzame-energieprojecten hierop aangesloten kunnen worden;

overwegende dat deze problemen voor de lange termijn waarschijnlijk een wetswijziging vergen, onder andere om planning en verzwaring van netten beter op elkaar aan te laten sluiten;

verzoekt de regering om voor de korte termijn samen met betrokken partijen, waaronder netbeheerders, decentrale overheden en initiatiefnemers voor grootschalige duurzame-energieprojecten, oplossingen te zoeken voor die gebieden waar er sprake is van een capaciteitstekort, bijvoorbeeld door te kijken of in deze gebieden experimenten of pilots mogelijk zijn waarbij wordt gekeken naar de redundantie-eis en de mogelijkheden van het voorkomen van piekbelasting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Dik-Faber, Yeşilgöz-Zegerius en Sienot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 295 (32813).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de uitvoeringsagenda van het energieakkoord in maart 2017 reeds stond dat de besluitvorming over de ontwikkelfaciliteit voor lokale energiecoöperaties afgerond zou worden;

overwegende dat ondanks herhaaldelijk aandringen van de Kamer dit fonds voor de aanloopkosten van energiecoöperaties er nog steeds niet is;

overwegende dat er hiervoor door dit kabinet rijksmiddelen beschikbaar zijn gemaakt, maar dat het maar blijft hangen in constructieve gesprekken;

verzoekt de regering met de gereserveerde rijksmiddelen, en de provincies die al meedoen, het fonds in ieder geval vanaf 1 mei open te stellen voor aanvragen als er perspectief is op een bijdrage van provincies van ten minste 5 miljoen euro startkapitaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 296 (32813).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat steeds meer zonnevelden gerealiseerd worden in Nederland;

constaterende dat bij de realisatie van deze zonnevelden tegen knelpunten zoals een gebrekkige netcapaciteit aangelopen wordt;

constaterende dat het publiek tenderen van windparken op zee zeer succesvol is gebleken;

overwegende dat het tenderen van zonnevelden op gronden in eigendom van de rijksoverheid verschillende voordelen kan hebben, zoals beter concurrerende prijzen en voorspelbaarheid van de netcapaciteit;

overwegende dat zonnevelden steeds rendabeler worden en interessant zijn voor energieopwekking, zeker in combinatie met andere functies van de grond;

verzoekt de regering om een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden om zonnevelden publiek te tenderen op rijksgronden en -gebouwen met inachtneming van de zonneladder, en daar de Kamer over te informeren voor het zomerreces,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Sienot en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 297 (32813).

Ik denk dat mevrouw Mulder in de toekomst nog weleens bij een veiling kan gaan werken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dat lijkt me een geweldig vak.

Voorzitter. Dank aan de minister voor al zijn inzet op dit ingewikkelde dossier, want dat is het dossier energie en klimaat en dat is ook het geval met Groningen. Dank aan de minister.

De voorzitter:

Dank je wel. Ik geef het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Dank u wel, voorzitter. Heel veel mensen hebben moeite met de €334 extra energiebelasting. Naar aanleiding daarvan hebben wij twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het CBS in februari bekendmaakte dat de gemiddelde energierekening in 2019 €334 hoger zou liggen dan in 2018, in plaats van de €108 die het kabinet eerder had voorgespiegeld;

overwegende dat minister Wiebes aangaf dat een hogere energierekening van €334 leidt tot €334 minder koopkracht;

overwegende dat het torenhoge bedrag van €334 bijna even hoog is als het eigen risico in de zorg;

overwegende dat deze ontwikkeling het draagvlak voor het klimaatakkoord en de energietransitie onderuithaalt;

overwegende dat de Autoriteit Consument & Markt op grond van artikel 95b van de Elektriciteitswet en artikel 44 van de Gaswet een maximumtarief kan instellen bij onredelijke tarieven;

spreekt uit dat de Autoriteit Consument & Markt verzocht wordt om onderzoek te doen of sprake is van onredelijke tarieven, en indien dit het geval is, een maximumtarief in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 298 (32813).

De heer Öztürk (DENK):

De laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het torenhoge bedrag van €334 bijna even hoog is als het eigen risico in de zorg;

overwegende dat deze ontwikkeling het draagvlak voor het klimaatakkoord en de energietransitie onderuithaalt;

verzoekt het kabinet de koopkrachtschade zo spoedig mogelijk te repareren, door bij de Voorjaarsnota of uiterlijk op Prinsjesdag met voorstellen te komen om de opslag duurzame energie met €226 te verlagen, dan wel de heffingsvrije voet van de energiebelasting met €226 te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 299 (32813).

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. We zijn vrijdag, zaterdag en zondag op campagne geweest. Wat je hoort, is dat er weinig draagvlak is op het moment dat mensen niet weten wat de energiebelasting zal zijn. Ik denk dat het goed is dat we op korte termijn mensen duidelijk aangeven hoe hoog de energiebelasting zal zijn. Daarom diende ik deze moties in.

De voorzitter:

Dank je wel. Het woord is aan mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD. Zij ziet af van een bijdrage. Dan is er alle ruimte voor de heer Moorlag namens de Partij van de Arbeid.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter, voor de geboden ruimte. Drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sportverenigingen, ondernemers en boerenbedrijven worden gefrustreerd in het plaatsen van zonnepanelen op daken, doordat er in regio's onvoldoende netcapaciteit is;

van mening dat dit het draagvlak voor de energietransitie aantast en haaks staat op de Kamerbreed onderschreven wens om zonne-energie zo veel mogelijk op te wekken op daken en onbenutte gronden op bedrijventerreinen en langs infrastructuur;

verzoekt de regering op krachtige wijze de knelpunten op het elektriciteitsnet aan te pakken en daar waar nodig wet- en regelgeving aan te passen zodat projecten voor zonnepanelen op daken voorrang krijgen op grootschalige projecten op agrarische gronden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 300 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de tarieven voor warmtenetten aan de aardgasprijs zijn gekoppeld en de prijs van aardgas is verhoogd;

van mening dat, aangezien zij geen aardgas afnemen, er sprake is van een voor de gebruikers van warmtenetten onbillijke prijsprikkel om van het aardgas af te gaan;

verzoekt de regering om op zo kort mogelijke termijn de tariefsystematiek voor warmtenetten aan te passen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 301 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

De laatste motie, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat waterstof als energiedrager en grondstof een cruciale rol heeft in de energietransitie en dat de productie van waterstof een schaalsprong behoeft;

overwegende dat het bedrijfsleven en de overheden in Noord-Nederland daarvoor een breed gedragen en kansvol plan hebben ontwikkeld;

verzoekt de regering de samenwerking met de initiatiefnemers te zoeken en dit plan met de bijbehorende investeringsagenda krachtig te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 302 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ten slotte. De minister heeft tijdens het algemeen overleg warme woorden gesproken over een tweetal onderwerpen: over de aansluiting van zonne-initiatieven van verenigingen en kleine bedrijven en over de warmtenetten. Maar deze moties beogen om de minister niet alleen een minister te laten zijn van goede, schone voornemens, maar ook van krachtige en concrete maatregelen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. U hebt allemaal zulke lange moties ingediend dat de minister een paar minuten nodig heeft voor de voorbereiding van zijn antwoord.

De vergadering wordt van 10.37 uur tot 10.45 uur geschorst.

De voorzitter:

Wij wachten nog op de minister, die nog niet aanwezig is.

Ik heet de minister welkom en ik vraag de minister ook om zich aan de orde van de vergadering te houden. Ik geef hem het woord.

Minister Wiebes:

O jé, dan is er vast een verplichting of een verbod waar ik mij ...

De voorzitter:

U bent te laat.

Minister Wiebes:

O, ik ben te laat. Oké.

Ik wilde eerst even de vragen beantwoorden en dan kom ik op de moties. De heer Van der Lee heeft gevraagd naar de vorderingen op het terrein van het waterzijdig inregelen. Daarbij gaat het natuurlijk om het opnemen van het waterzijdig inrichten in de Erkende Maatregelen Lijst. Daar wordt naar gekeken. Er moet dus worden gekeken of het zich binnen vijf jaar terugverdient, maar er zijn ook verschillende gevallen in verschillende bedrijfstakken en verschillende toepassingen. Er wordt nu dus per bedrijfstak gekeken of dat aan de orde is. Ik denk daar hopelijk voor de zomer helderheid over te kunnen geven.

De heer Van der Lee vraagt om in innovatiegelden extra ruimte te maken voor aquathermie. De vraag is natuurlijk: extra ten opzichte van wat? Er is binnen de innovatiegelden, zoals de DEI-regeling, ruimte voor projecten in aquathermie. Er is niet een apart potje. We moeten ook geen dingen in potjes doen, maar er is gewoon ruimte voor. Er is ook contact met concrete aquathermieprojecten en met partijen die daarmee bezig zijn.

De belangrijkste vraag van mevrouw Beckerman was volgens mij of de klimaatopgave een publiek belang is. Dat wil ik hier ronduit bevestigen: de klimaatopgave is een publiek belang. Hoe je daar ook over denkt — zelfs als je ertegen bent, zoals de heer Kops — je moet toch erkennen dat het inherent om een publiek belang gaat, wat je daar verder ook van vindt. Punt. Dat is helder. Dat betekent niet — zelfs bijna nooit — dat we elk publiek belang najagen door het overnemen van ondernemingen. De klimaatopgave wordt niet het beste gediend door één partij die goed presteert, over te nemen maar juist door te zorgen dat iedereen goed gaat presteren en door generiek beleid te voeren. Dat is wat we met het klimaatakkoord beogen te doen.

Ik ga nu naar de moties. De motie op stuk nr. 289 moet ik ontraden, maar wel met het compliment dat de heer Kops in elk geval zeer consistent is. Dat is ook helderheid.

Ook met betrekking tot de motie op stuk nr. 290 wil ik een soort compliment geven, misschien aan de Kamer als geheel. De afsluitkosten zijn een dilemma. Iedereen is dat ook gaan zien door de discussie. We hebben dat met elkaar uitgewisseld. Iedereen ziet dat het onredelijk voelt als je het bij de een neerlegt en dat het ook onredelijk is als je het bij de ander neerlegt. Ik waardeer het dat de heer Van der Lee die kramp onderkent en met een compromisvoorstel komt waar ik niet tegen kan zijn, gezien het feit dat het kiezen is tussen twee kwaden. In die nuance waardeer ik zijn motie en geef ik die oordeel Kamer. Zo zie je dat je in een debat met elkaar verder komt.

Eerlijk gezegd geldt dezelfde constatering, dus dat je in een debat met elkaar nader tot verstandige voorstellen komt, voor de motie op stuk nr. 291. Onder de voorwaarde die we eerder hebben besproken, zou je wel degelijk moeten onderzoeken of daar ruimte voor is. Ook die motie laat ik dus oordeel Kamer.

Ook in de motie op stuk nr. 292 van de heer Sienot over het onderzoeken van een alternatief voor de gasreferentie wordt erkend dat het ingewikkeld is en dat er nog niet een duidelijke winnaar is, maar dat we door verder onderzoek wel dichter bij de waarheid kunnen komen. Ook die motie laat ik dus graag oordeel Kamer.

De heer Van Raan probeert de Kamer tot een uitspraak te verleiden, maar daar ga ik niet over. Ik houd gepaste afstand tot deze vijfde motie, die op stuk nr. 293.

In de zesde motie vraagt hij om de Kamer regelmatig te informeren over vraag en aanbod van biomassa. Ik fronste wat; de constateringen waren allemaal ferm. Maar de oproep lijkt mij toch verstandig. Onderdeel van een eventueel definitief klimaatakkoord zou dus ook zijn dat het PBL wordt gevraagd om jaarlijks inzicht te bieden in vraag en aanbod. Bovendien komt er ook nog een duurzaamheidskader van het kabinet. Ook dat is een moment om aan deze motie gevolg te geven. Ik laat het oordeel over deze motie op stuk nr. 294 dus aan de Kamer.

Dan de zevende, van mevrouw Mulder c.s., op stuk nr. 295. Deze is in lijn met de discussie, maar ook die is hier in al haar nuance samengevat: verschillende mogelijkheden, kijken wat er allemaal kan. Ook dat laat ik graag aan het oordeel van de Kamer, met dank voor alle verstandige nuances in de motie.

Dan de ontwikkelfaciliteit. We hebben natuurlijk toezeggingen van provincies nodig om daarmee te kunnen starten. Maar deze motie zegt: als daar perspectief op is, begin dan in hemelsnaam. Dat is eigenlijk de oproep. Ook dat vind ik een verstandige oproep. Ik laat het oordeel over deze motie op stuk nr. 296 aan de Kamer.

Dan heeft mevrouw Mulder een motie over de tenders zon. Dat is opmerkelijk, want ook dat moet in discussie zijn gekomen. Het was oorspronkelijk een onderwerp van de heer Sienot, waar hij zich zorgen over maakte. Zo zie je ook hier weer dat we door de discussie dichter bij elkaar komen. Ik vind dit een verstandige oproep. Dat pilotprogramma voor hernieuwbare energie doet precies dit. Ik laat het oordeel over deze motie op stuk nr. 297 graag aan de Kamer.

In nummer tien, de motie op stuk nr. 298, wordt de Kamer tot een uitspraak verleid. Daar ga ik niet over. Ik zeg wel even dat dit toezicht nou precies een kerntaak is van de ACM, maar dat de ACM overigens onafhankelijk is. Ik laat deze uitspraak verder geheel en zonder oordeel over aan de Kamer; daar meng ik mij verder niet in.

De heer Öztürk zegt in de motie op stuk nr. 299 koopkrachtschade zo spoedig mogelijk te willen repareren. We weten allemaal dat er verwarring is ontstaan over de energierekening. Vervelend. Niet alleen is er te lang vastgehouden aan die ramingen, maar ook kan het per persoon verschillen. De meer recente ramingen laten zien dat er op dit moment gelukkig geen koopkrachtschade is. Wel markeer ik even dat we ons bij ommekomst van de doorrekeningen van het klimaatakkoord natuurlijk opnieuw over de inkomenseffecten moeten buigen, want dan is er een klimaatakkoord dat daarbovenop komt en moeten we zien of de eventuele gevolgen van het klimaatakkoord redelijk en draaglijk zijn. Op dat moment richten we ons dus opnieuw op de inkomenseffecten, maar nu is de koopkrachtschade gelukkig uitgebleven en moet ik deze motie ontraden.

Dan vraagt de heer Moorlag de regering om op krachtige wijze de knelpunten aan te pakken. Dat wil ik graag omarmen, maar de concrete maatregel die hij voorstelt, komt nou precies niet neer op het krachtig aanpakken van de knelpunten, maar op het herverdelen van een capaciteitstekort, namelijk het voorrang geven aan de een boven de ander. Dat moet ik ontraden, waarbij ik hem toezeg dat ik vol gemotiveerd ben om juist de knelpunten aan te pakken, op velerlei manieren. Mevrouw Mulder heeft daar een aantal wegen voor genoemd in haar motie. De motie op stuk nr. 300 moet ik in deze vorm dus ontraden.

De voorzitter:

De heer Moorlag heeft hier nog een vraag over.

De heer Moorlag (PvdA):

Ja, voorzitter. De minister sprak eerder over nuance. Volgens mij zit er in deze motie ook nuance, want de motie spreekt over "daar waar nodig". Dus als het niet nodig is en de problemen via een andere weg opgelost kunnen worden ... Met die nuance zou ik de minister willen vragen om zijn standpunt te heroverwegen.

Minister Wiebes:

Dat doe ik niet. Dat krachtig knelpunten aanpakken is mij uit het hart gegrepen, maar naar een voorrangsregel wijzen die ons mogelijk niet helpt in het klimaatakkoord en in de verduurzaming, die verkeerd zou kunnen uitpakken, dat zou ik zo algemeen niet willen doen. Het kan zijn dat in specifieke situaties dit soort keuzes moeten worden gemaakt, maar ik ben er geen voorstander van om dit generiek te doen. Overigens ondersteun ik graag de wens van de heer Moorlag om de knelpunten krachtig aan te pakken.

De voorzitter:

De heer Moorlag, ten slotte en kort.

De heer Moorlag (PvdA):

Juist omdat er zo veel nuance van de Kamer komt, vind ik het jammer dat de minister deze motie geen oordeel Kamer wil geven.

Minister Wiebes:

Maar dan heeft de heer Moorlag toch in elk geval mijn toezegging dat het kabinet op krachtige wijze de knelpunten op het elektriciteitsnet wil aanpakken.

De motie op stuk nr. 301 van de heer Moorlag verzoekt de regering op zo kort mogelijke termijn de tariefsystematiek voor warmtenetten aan te passen. Daar zijn we natuurlijk mee bezig in het kader van de Warmtewet II. Ik neig te zeggen dat ik deze motie oordeel Kamer kan geven. Dan moet ik er wel bij vermelden dat de "zo kort mogelijke termijn" een intensief traject is, waarbij we in 2020 zullen terugkomen met een voorstel om die tariefsystematiek aan te passen. Maar als de heer Moorlag die tijdstermijn en zijn formulering met elkaar kan verenigen, laat ik deze motie oordeel Kamer.

Ook bij de motie op nr. 302 moet ik een nuance plaatsen. Ik ben enthousiast over de rol van waterstof in de energietransitie. Ik ben er ook buitengewoon enthousiast over om dat zo veel mogelijk in het noorden tot wasdom te laten komen en om alle kansen te creëren om het noorden van Nederland opnieuw de energierol te geven, maar dan nieuwe stijl. Die krachtige ondersteuning wil ik dus graag toezeggen. Dat betekent niet dat ik mij achter elk rondvliegend voorstel van iedere partij moet scharen, want dat kan soms niet, of is soms evident contraproductief of onredelijk. Maar daar waar het kan, daar waar het past in de agenda, weet de heer Moorlag dat mijn hart naar het noorden leunt en dat deze krachtige ondersteuning in die context oordeel Kamer kan krijgen.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de snelle beantwoording. Mevrouw Mulder heeft ten slotte nog een vraag voor u.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is een verduidelijkende vraag over de motie van collega Van der Lee over de gasaansluiting en die 50/50-verdeling van de kosten. Ik hoop dat de minister dan ook met de netbeheerders in gesprek gaat om het totale bedrag van de kosten te verlagen. Anders gaan we de kosten alleen maar verdelen. Ik hoop wel dat die beweging er ook in zit. Misschien kan de minister daar duidelijkheid over geven.

Minister Wiebes:

Maar dat is natuurlijk iets wat buiten deze motie sowieso al een rol speelt. We zijn bezig met het uitfaseren van het ene energiesysteem en het infaseren van het andere. Dan moet je altijd heel goed kijken hoe je omgaat met de kosten van het oude, zodat die niet gaan drukken op het nieuwe. Dat is een uitdaging die we sowieso hebben. Ik bevestig graag aan mevrouw Mulder dat dat de grootste aandacht heeft, maar dat staat los van deze motie. Hierin gaat het om een andere verdeling. Het punt van mevrouw Mulder is eigenlijk een groter punt, dat voor iedere gebruiker van de huidige netten van belang is. Dat verdient de allergrootste aandacht.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Om even heel helder te zijn op dit punt. De een gaat van het gas af en kan dat eerder doen dan de ander, omdat hij in een bepaalde wijk woont waar men al van het gas af gaat. Dat geldt niet voor die ander. Die gaat daardoor meer betalen, omdat de netbeheerder de kosten uiteindelijk weer gaat verdelen. Mijn punt is dat die kosten dan zo laag mogelijk moeten zijn. Anders komt degene die wat minder snel van het gas af kan in de problemen.

Minister Wiebes:

Dit is precies ons dilemma. Uiteraard wil iedereen de kosten zo laag mogelijk hebben. Dat is een permanente opdracht voor de netbeheerders. Maar hierbij gaat het echt over een herverdeling, binnen het kader van zo laag mogelijke kosten. Die herverdeling is altijd voor iemand vervelend. Dat is het dilemma. Daarom zeg ik oordeel Kamer. Het is niet zo dat ik dit propageer, maar ik begrijp de motie. Ik vind het echt aan de volksvertegenwoordiging om hier een keuze in te maken, omdat alle keuzes in zekere mate onaangenaam zijn. Dit vind ik een zaak voor de volksvertegenwoordiging. Ik wacht het oordeel van deze Kamer af.

De voorzitter:

Nu krijgen we een hele discussie over de motie. Ik ga de heer Van der Lee als allerlaatste één keer een vraag laten stellen, want we lopen al uit de tijd.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik wil alleen maar aan de minister vragen of hij wil bevestigen dat in de motie staat dat dit een tijdelijke oplossing is, op weg naar een langetermijnregeling. Want zeker als we het grootschalig gaan doen, moet het anders worden opgelost.

Minister Wiebes:

Ja, daar roept de motie ook toe op, en die heb ik oordeel Kamer gegeven.

De voorzitter:

Dan wil ik de minister hartelijk danken.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven