Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 61, item 9

9 Telecommunicatie

Aan de orde is het VAO Telecommunicatie (AO d.d. 15/02).

De voorzitter:

Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, die bij ons is voor het bijwonen van vier VAO's en een debat, dus we zijn wel even zoet met u. Ik hoop dat u goed zit. Wij starten met het VAO Telecommunicatie, met zes deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is mevrouw Van den Berg van de fractie van het CDA. Zij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd. Het woord is aan haar.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter. Ik zou twee moties willen indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland in Europa koploper is op het gebied van connectiviteit en dat moet blijven door in de pas te blijven met andere landen bij het beschikbaar stellen van frequenties voor 5G;

overwegende dat de beschikbaarheid van het hoogwaardige en zeer snelle 5G van cruciaal belang is voor onze telecommunicatie, economie en maatschappelijke uitdagingen;

overwegende dat de motie-Weverling c.s. (21501-33, nr. 677) is aangenomen;

constaterende dat het huidige gebruik van de 3,5 GHz-band beperkingen geeft voor het landelijk beschikbaar stellen van deze band voor mobiele communicatie, waarbij het van belang is dat er een goede oplossing komt op het gebied van 5G en de inlichtingendiensten met goede afstemming tussen EZK, Defensie en BZK;

verzoekt de regering om uiterlijk in het zomerreces van de Kamer in 2018 de Kamer te informeren over oplossingsmogelijkheden voor het landelijk beschikbaar stellen van de 3,5 GHz-band voor mobiele communicatie, en uiterlijk eind dit jaar een besluit te nemen over de toekomst van de 3,5 GHz-band,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 427 (24095).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering op dit moment de ambitie heeft dat iedereen in 2025 kan beschikken over tenminste 100 Mbps, conform de Europese ambitie;

overwegende dat Nederlandse huishoudens nu al in circa 91% van de gevallen de beschikking hebben over een dergelijke snelle vaste verbinding;

overwegende dat het van belang is dat Nederland bij de koplopers van Europa blijft behoren, waarbij Nederland een goede uitgangspositie heeft om deze ambitie eerder dan 2025 te behalen;

verzoekt de regering om haar ambitie te verhogen door als Nederland de ambitie te gaan hanteren dat in 2023 iedereen kan beschikken over ten minste 100 Mbps,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 428 (24095).

Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Weverling van de fractie van de VVD.

De heer Weverling (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de staatssecretaris voor de duidelijke brief die zij naar aanleiding van het gevoerde AO naar de Kamer heeft gestuurd. Deze was verhelderend. De staatssecretaris geeft aan dat ze op termijn komt met wetgeving aangaande het overstappen van consumenten. Is dat wat de staatssecretaris betreft de enige weg die zin heeft of kan er bijvoorbeeld ook met marktpartijen gesproken worden over zelfregulering?

In het AO hebben wij gesproken over slamming. Voor de consumentenmarkt is al een schriftelijkheidsvereiste ingevoerd om slamming tegen te gaan. Voor de kleinzakelijke markt is deze er nog niet. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ondernemers op de kleinzakelijke markt die gebruikmaken van telecomdiensten met regelmaat last hebben van slamming;

overwegende dat op de consumentenmarkt in het verleden maatregelen zijn genomen om slamming tegen te gaan door middel van een schriftelijkheidsvereiste;

overwegende dat de Autoriteit Consument & Markt in 2016 heeft geadviseerd een wettelijke invoering van het schriftelijkheidsvereiste voor de kleinzakelijke markt mogelijk te maken;

verzoekt de regering het schriftelijkheidsvereiste bij overstappen voor kleinzakelijke ondernemers wettelijk mogelijk te maken om daarmee slamming tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Weverling en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 429 (24095).

De heer Weverling (VVD):

Dan nog een laatste punt, voorzitter. Op 27 februari kondigde de ACM haar conceptbesluit met betrekking tot het openstellen van de kabel aan. Kan de staatssecretaris toelichten hoe het te volgen proces precies in elkaar steekt en wanneer er sprake is van een definitief besluit? Heeft de Kamer op een gegeven moment ook nog inspraak in dit proces? Is het mogelijk de Kamer op de hoogte te houden van de vorderingen in het proces en de daarbij behorende standpunten van de verschillende stakeholders?

De voorzitter:

De heer Graus heeft een vraag voor u, meneer Weverling.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter, van mensen die meeluisteren krijg ik heel vaak te horen dat zij het vakjargon niet kennen. Misschien kan meneer Weverling even uitleggen wat slamming is. Het betekent dat een telefoonaanbieder niet zomaar een abonnement mag overnemen. Het is netjes om dat uit te leggen, want mensen thuis willen het wel graag volgen.

De voorzitter:

Effe in één zin als het kan.

De heer Weverling (VVD):

De staatssecretaris zal het straks ook nog wel vertellen, maar slamming is dat je zomaar kan worden overgenomen door een andere provider, zonder dat je je er eigenlijk bewust van bent dat je ja hebt gezegd. Je moet dus een handtekening zetten en dat is het schriftelijkheidsvereiste.

De voorzitter:

Het lijkt me helder. Meneer Graus snapt het ook.

De heer Graus (PVV):

Meneer de voorzitter, ik …

De voorzitter:

Ja, u snapt het! Het woord is aan de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

Dank u wel, meneer de voorzitter. 5G is op dit moment volgens mij hét onderwerp van de meeste telecomdebatten en dat is terecht, want 5G komt eraan en Nederland kan het zich niet permitteren om daarin niet voorop te lopen. Op dit moment zijn wij nu eenmaal, misschien samen met Estland, het best verbonden land van Europa en onze economie drijft daarop.

Wij kijken met veel belangstelling uit naar Groningen, een van de plekken waar geëxperimenteerd gaat worden met 5G-toepassingen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om drones die over boerderijen vliegen om te kijken waar je er precies nog wat extra water bij moet doen om de gewassen goed te kunnen laten groeien. Op die manier kun je optimaal gebruikmaken van dat soort grondstoffen. Een ander voorbeeld is de zelfrijdende auto die gaat beginnen met een openbaarvervoersservice, juist in Groningen. Wij dienen de volgende motie in omdat wij ons zorgen maken over de haalbaarheid van die experimenten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de 3,5 GHz-band de belangrijkste band is voor het lanceren van het 5G-netwerk;

overwegende dat experimenten op de 3,5 GHz-band cruciaal zijn om techniek te kunnen doorontwikkelen en in te kunnen spelen op de toekomstige mogelijkheden en toepassingen van het 5G-netwerk in Nederland;

overwegende dat het project 5Groningen tevergeefs een verzoek heeft ingediend om te mogen experimenteren op deze band;

constaterende dat door het huidige beleid er boven de lijn Amsterdam-Zwolle tot 2023 geen gebruik mag worden gemaakt van de 3,5 GHz-band;

constaterende dat in het regeerakkoord de ambitie is opgenomen om digitaal de Europese koploper te worden;

verzoekt de regering nog dit jaar het spectrumbeleid aan te passen zodat het project 5Groningen toegang krijgt om te experimenteren met mobiele communicatie op de 3,5 GHz-band,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Weverling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 430 (24095).

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van der Lee van de fractie van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. We hebben over veel onderwerpen gesproken. Er staat ook veel op het spel, maar we wachten nog op uitspraken van mededingingsautoriteiten, brieven over nota's en de inrichting van de veilingen die straks zullen worden gehouden. 5G omarmen we allemaal, maar we moeten toch echt even wachten op die stappen om te weten waar we aan toe zijn.

Ik heb op een ander punt nog een motie. Dit is geen resultaatsverplichting, maar een verzoek om een bepaalde inspanning te doen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het voor consumenten in de praktijk vaak lastig is om over te stappen van telecombundels vanwege verschillende looptijden van contracten;

verzoekt de regering er in Europees verband op aan te dringen de juridische ruimte te scheppen zodat het mogelijk wordt deze looptijden gelijk te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 431 (24095).

Zal ik een paar minuutjes schorsen opdat de staatssecretaris even de moties kan lezen? Ik zie dat de staatssecretaris wil dat ik dat doe.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Keijzer:

Dank u, voorzitter. Volgens mij is er een vijftal moties ingediend ...

De voorzitter:

Ja.

Staatssecretaris Keijzer:

En er waren twee vragen, volgens mij. De heer Weverling vroeg aan mij of bij het voorbereiden van wetgeving ten aanzien van het overstappen ook nog nagedacht kan worden over zelfregulering. Ja, dat kan zeker, maar daar zitten wel beperkingen aan. Dat blijkt uit onderzoek van de sector zelf. Daarom hebben we geconcludeerd dat wetgeving noodzakelijk is. Maar als het met zelfregulering kan, of als het daardoor versterkt wordt, is dat natuurlijk altijd goed.

Ik kom bij nog een andere vraag van de heer Weverling. Die ging over het voorgenomen besluit van de ACM om toegang te geven tot de kabel. Op 27 februari is dit ontwerpbesluit gepubliceerd. De ACM consulteert dit ontwerpbesluit momenteel en belanghebbenden hebben zes weken de tijd om een zienswijze in te dienen op de ontwerpmarktanalyse van de ACM. Daarna zal het voorgelegd worden aan de Europese Commissie. De ACM streeft ernaar om dit besluit in werking te laten treden in de zomer van 2018. Daarna is beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven nog mogelijk.

De Kamer heeft geen inspraak op dit besluit; daar vroeg de heer Weverling ook naar. De ACM is een onafhankelijke autoriteit; vanuit de politiek is geen sturing mogelijk. Dit is Europeesrechtelijk bepaald en ook verankerd in de desbetreffende wet. Ik zal de Kamer nader over de voortgang informeren in het AO Telecomraad.

Dan kom ik bij de eerste motie van mevrouw Van den Berg, de motie op stuk nr. 427, waarin zij de regering verzoekt om uiterlijk in het zomerreces de Kamer te informeren over oplossingsmogelijkheden voor het landelijk beschikbaar stellen van de 3,5 GHz-band en uiterlijk eind dit jaar een besluit te nemen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. In het AO Telecom heb ik al aangegeven dat ik voor het zomerreces de Kamer zal informeren over de oplossingsmogelijkheden. De motie draagt hieraan bij.

Ik kom bij de tweede motie van mevrouw Van den Berg, de motie op stuk nr. 428, waarin zij de regering verzoekt om de ambitie te verhogen door in Nederland de ambitie te gaan hanteren dat in 2023 iedereen kan beschikken over ten minste 100 Mbps. Ik ben bezig met een actieplan digitale connectiviteit. Daarin wil ik, ook omdat daar van meerdere kanten in de Kamer al voor gepleit is, de ambitie verhogen, ook naar de 100 Mbps, maar ik ben nog even precies aan het kijken wat daar het goede jaartal voor is. Daarom wil ik aan mevrouw Van den Berg vragen om deze motie aan te houden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Van den Berg om te zien of zij dat doet. Als ze dat niet doet, wil ik toch een oordeel van u hebben.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Dat is goed, voorzitter.

De voorzitter:

Wat is goed? U houdt de motie aan?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Het is goed dat de motie wordt aangehouden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar motie (24095, nr. 428) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Het zou wel fijn zijn als wij een indicatie zouden kunnen krijgen van wanneer wij de motie dan weer aan de orde zouden kunnen stellen.

Staatssecretaris Keijzer:

De bedoeling is om het actieplan voor de zomer naar de Kamer te sturen.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 429, de motie-Weverling/Paternotte over het schriftelijkheidsvereiste bij overstappen voor kleine zakelijke ondernemers. Het oordeel over deze motie laat ik aan de Kamer. Als maatregel voor de korte termijn om slamming tegen te gaan, wordt gewerkt aan een beleidsregel nummerportabiliteit. Ik zal met de ACM monitoren of de klachten over slamming afnemen. Als deze beleidsregel onvoldoende effect heeft, zal ik maatregelen nemen. In dat geval zal ik dit meenemen in het wetsvoorstel inzake overstappen dat ik sowieso in voorbereiding heb. Het streven is om in de loop van dit jaar een internetconsultatie te starten. Invoering van het schriftelijkheidsvereiste is een mogelijke maatregel, uiteraard mits dit effectief is op de zakelijke markt en niet slechts zorgt voor het verplaatsen van het probleem. Met deze interpretatie laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Ik kom bij de motie-Paternotte/Weverling op stuk nr. 430, waarin aan de regering wordt gevraagd om nog dit jaar het spectrumbeleid aan te passen zodat het project 5Groningen toegang krijgt om te experimenteren met mobiele communicatie op de 3,5 GHz-band. Ik ontraad deze motie. Bij de beschikbaarstelling van de 3,5 GHz-band is het gebruik door de inlichtingendiensten voor het vergaren van inlichtingen in het kader van de nationale veiligheid van belang. Op dit moment geldt een beperking van de uitrol van 5G-netwerken boven de lijn Amsterdam-Zwolle, ter voorkoming van storing op de interceptie van satellietcommunicatie. Ook bij het toestaan van experimenten moet met die beperking rekening gehouden worden. Uit metingen die door het Agentschap Telecom zijn verricht, is gebleken dat onder alle omstandigheden ontoelaatbare storing optreedt op de satellietinterceptie. Daarmee is deze motie onverantwoord te noemen en daarom ontraad ik haar.

De voorzitter:

Eén vraag van de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):

De staatssecretaris zegt dat onder alle gevallen interferentie plaatsvindt. Nu zijn er landen in Europa die wél een divers gebruik hebben van de 3,5 GHz-band voor meerdere doeleinden, waarin de combinatie van satellietinterceptie, Sigint en gewoon regulier gebruik zit. Zou de staatssecretaris dit dus wellicht nader kunnen laten toelichten door het Agentschap Telecom? We willen hier natuurlijk niet een motie aangenomen hebben die voor enorme problemen zorgt, maar de suggestie bestaat dat het wel zou kunnen.

Staatssecretaris Keijzer:

Uit metingen die door het Agentschap Telecom zijn verricht naar aanleiding van een aanvraag voor een experimentenvergunning voor de pilot 5Groningen in de 3,5 GHz-band, is gewoon gebleken dat onder alle omstandigheden ontoelaatbare storing optreedt. Daarom kan niet wat in deze motie wordt gevraagd.

De voorzitter:

Dan de vijfde motie.

Staatssecretaris Keijzer:

Dan kom ik bij de motie-Van der Lee, op stuk nr. 431. Deze verzoekt de regering er in Europees verband op aan te dringen om juridische ruimte te scheppen zodat het mogelijk wordt om de looptijden van verschillende bundels gelijk te trekken. In de brief van 6 maart ben ik daar al uitgebreid op ingegaan. Het gelijktrekken van de looptijden van alle diensten in een bundel is niet opgenomen in het voorstel van de Europese Commissie. Het Europees Parlement en de Raad hebben in oktober vorig jaar hun positie hierover bepaald, waarbij wijzigingen en aanvullingen zijn voorgesteld. Daarin zit het punt van het gelijktrekken van de looptijden niet. Voor het hoofdstuk over de rechten van eindgebruikers geldt in het nieuwe telecomkader een maximumharmonisatie. Dat wil zeggen dat lidstaten voor onderwerpen die in de richtlijn zijn geregeld, zoals het onderwerp van de bundels, geen afwijkende regels mogen introduceren. Voor het overige staat nog in de brief van 6 maart opgenomen waarom dit ook nadelig kan zijn voor mensen die op verschillende manieren contracten hebben afgesloten voor telediensten.

De voorzitter:

En uw eindoordeel?

Staatssecretaris Keijzer:

Ontraden.

De voorzitter:

Ontraden. Eén vraag van de heer Paternotte, hoewel het zijn motie niet is.

De heer Paternotte (D66):

Dat klopt, voorzitter. Mijn interruptie gaat nog even over de motie op stuk nr. 430.

De voorzitter:

Nee, die hebben we al gehad.

De heer Paternotte (D66):

Ik wil u aankondigen dat ik die motie wil aanhouden. Aangezien we binnenkort een plenair debat hebben met onder meer de minister van Defensie over exact dit onderwerp, zal ik haar dan deze vragen stellen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of het mogelijk is om haar preadvies, het oordeel, over deze motie ook nog op papier naar ons toe te zenden.

Staatssecretaris Keijzer:

Als de heer Paternotte daar behoefte aan heeft, ben ik daar natuurlijk altijd toe bereid, hoewel er ook een woordelijk verslag wordt gemaakt van dit debat. Het is overigens ook een onderwerp dat de minister van BZK aangaat; ik geef het de heer Paternotte maar mee.

De voorzitter:

We hebben de Dienst Verslag en Redactie, die allemaal opschrijft wat de minister gezegd heeft. Dan kunnen we het allemaal teruglezen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Paternotte stel ik voor zijn motie (24095, nr. 430) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Aanstaande dinsdag stemmen wij over de moties.

Ik ga in één vloeiende beweging door met het volgende VAO.