Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 20, item 6

6 Algemene Financiële Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Financiële Beschouwingen,

en de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2018.

De voorzitter:

Voordat ik de minister het woord geef, wil de heer Van Rooijen een punt van orde maken.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ja, voorzitter. Wij zouden graag de minister-president bij het debat hebben en wij willen daar een hoofdelijke stemming over.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. We kunnen ook doorschieten. Volgens mij komt zo meteen die informatie en gaan we die bekijken. Als er dan aanleiding is voor een debat met de minister-president, wat ik niet uitsluit, kunnen we dat besluiten, maar we hebben net een stemming gehad over doorgaan of niet doorgaan. De meerderheid van de Kamer heeft gezegd: we beginnen met het debat. Volgens mij moeten we daar niet nog een keer een hoofdelijke stemming overheen gaan doen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. De minister is ondertussen duidelijk geworden dat er een verschil is tussen de Eerste Kamer en de Tweede Kamer, maar we moeten onszelf ook wel serieus nemen. We hebben gisteren uitvoerig het woord gevoerd en elkaar ook uitvoerig inhoudelijk bevraagd, zonder één keer te schorsen of wat dan ook. Laten we de minister nu de gelegenheid geven om gewoon zijn verhaal te doen. Als er op enig moment onduidelijkheid is, kunnen we allerlei procedurele voorstellen doen. Ik hecht er toch wel aan om gewoon nu het debat te beginnen.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij wat zowel mevrouw Leijten als de heer Dijkgraaf zegt. Overigens zei de heer Van Rooijen in het vorige debatje achter deze microfoon nog dat hij wilde beginnen. Dus ik begrijp het ook niet helemaal meer.

De heer Snels (GroenLinks):

Laten we kijken welke informatie de minister van Financiën nu op korte termijn naar de Kamer stuurt. Dan kunnen we het debat beginnen. Dan kan er later altijd nog aanleiding zijn om een verzoek te doen om de premier bij het debat te roepen.

De heer Bruins (ChristenUnie):

Voorzitter. We hebben gestemd. We gaan beginnen. Dat lijkt me de juiste optie op dit moment.

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Ik ben ook democraat: als je de stemming verliest, kun je beginnen. Ik hecht er wel aan dat die brief er voor de lunch is en dat dat niet te lang duurt, zodat we tijdig die informatie hebben. Dat bleek zojuist nog niet uit de antwoorden van de minister. Dat is wel belangrijk, want ik begin niet aan een tweede termijn voordat die informatie er is.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Ik vind het op zich wel een goed idee, want deze minister was niet bij de onderhandelingen en we hebben het nu over een kwestie die tijdens de onderhandelingen heeft plaatsgevonden. Op zich snap ik het verzoek dus.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter. Ik houd aan het verzoek vast, exact om de reden die zojuist werd genoemd. Het antwoord van de minister was zodanig dat hij zei: ik weet het ook niet; ik ben er niet bij betrokken geweest. Hij was niet bij het debat van vorige week. We moeten dat nu dus echt met de premier doorzetten. Anders kan de Kamer haar werk niet doen. Er is nog een terugvalpositie, voorzitter: het blok "dividendbelasting" uitstellen tot ...

De voorzitter:

Nee, nee, nee. We gaan niet over de inhoud praten. Het gaat nu om een voorstel van de heer Van Rooijen om niet te beginnen voordat de minister-president erbij is. Dat is het voorstel van de heer Van Rooijen en hij vraagt om een hoofdelijke stemming. Dan gaan we dus gewoon hoofdelijk stemmen.

De heer Van Rooijen wil nog een opmerking maken.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Zoals ik al aangaf: ik had een aanvulling willen doen met een terugvalpositie, die inhoudt dat we het debat over de dividendbelasting pas houden als de premier er is. Dan hoeft de hoofdelijke stemming nu niet plaats te vinden, want die kan dan plaatsvinden voordat dat debat over de dividendbelasting zou plaatsvinden.

De voorzitter:

Dit is dus een nieuw voorstel. Kunt u het kort en krachtig formuleren?

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Het debat kan dus gewoon beginnen. Het blok "dividendbelasting" wordt eruit gehaald en dat wordt behandeld indien en zodra de minister-president erbij is. Of daarover nog een hoofdelijke stemming nodig is, zal moeten blijken. Dat zien we dan wel, maar dat wordt uitgesteld totdat de minister-president er is.

De voorzitter:

Ook hiervoor moet een meerderheid in de Kamer te vinden zijn.

De heer Snels (GroenLinks):

Het zou mijn voorkeur hebben dat we eerst wachten op de brief van de minister van Financiën. Dan krijgen we feitelijke informatie. Dan kunnen we als Kamer altijd nog kijken of de minister-president erbij moet zijn.

De voorzitter:

Dat voorstel is weggestemd.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De Financiële Beschouwingen hebben we met de minister van Financiën. Later kan er altijd een voorstel gedaan worden. Ik vind dit niks. Of we doen het hele debat of we doen het niet. Als de heer Van Rooijen persisteert, dan wordt het gewoon een hoofdelijke stemming.

Mevrouw Leijten (SP):

Dat het laatste nog niet is gezegd over het afschaffen van de dividendbelasting is nu wel duidelijk. We wachten de brief af. Wat mij betreft gaan we zeker met de minister-president erbij discussiëren, maar die hoeft wat ons betreft niet nu bij het debat aan te schuiven.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dat was ook wat ik zei. Het dividendbelastingblok uitstellen is dus mijn voorstel.

De voorzitter:

Er is geen meerderheid voor uw voorstel.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dan vraag ik een hoofdelijke stemming aan.

De voorzitter:

Oké, dan gaan we hoofdelijk stemmen.