Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 50, item 6

6 Wegverkeer en verkeersveiligheid

Aan de orde is het VAO Wegverkeer en verkeersveiligheid (AO d.d. 18/01). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Veiligheid en Justitie van harte welkom. Hij komt de reeds aanwezige minister van Infrastructuur en Milieu helpen bij de beantwoording. Ik geef als eerste het woord aan de heer Ronnes namens de fractie van het CDA. De spreektijd is twee minuten, inclusief het indienen van eventuele korte en bondige moties. 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Bij het AO over dit onderwerp was mijn collega Martijn van Helvert de woordvoerder, maar helaas kan hij deze morgen hier niet aanwezig zijn. Daarom breng ik de volgende motie in namens hem en mijzelf. De motie gaat over de N36, waarover uitgebreid gediscussieerd is. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat Rijkswaterstaat in 2018 groot onderhoud gaat doen aan de N36 en dat dat een geschikt moment is om het profiel van de weg uit oogpunt van verkeersveiligheid aan te passen door het verbeteren van de uitwijkmogelijkheden, de belijning en middengeleiding; 

overwegende dat de reeds geplande en uitgevoerde maatregelen zullen leiden tot een substantiële vermindering van het aantal verkeersongevallen; 

voorts overwegende dat op de N36 een proefproject gedaan zal worden in het kader van gedragsbeïnvloeding om de verkeersveiligheid verder te verbeteren; 

verzoekt de regering, bij het onderhoud aan de N36 in 2018 het profiel van die weg beperkt te verbreden zodat de verkeersveiligheid nog verder kan toenemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 550 (29398). 

De heer Hoogland (PvdA):

Voorzitter. Ik zal hier iets doen wat wellicht ongebruikelijk is. Ik heb een geboortekaartje bij me van mijn zoon. Hij is geboren op 23 januari jongstleden. Zijn naam is Moos Anas. Hij heet Moos omdat wij dat een mooie naam vinden en omdat die naam refereert aan mijn familiegeschiedenis. Hij heet Anas omdat Anas de clown van Aleppo was, die met gevaar voor zijn eigen leven ontheemde kinderen zonder vader en moeder opving in de kelders van die stad. Omdat hij op 2 december bij een bombardement om het leven is gekomen, wilden wij zijn naam in deze vorm laten voortleven. Deze kaart wil ik graag aanbieden aan u, voorzitter. 

Ik wil nog iets vertellen. Het moeilijkste wat er in het leven is, is een kind opvoeden, maar dat ga ik wel proberen. Dat gaan we doen door af en toe erop te wijzen hoe het moet, vervolgens te corrigeren en, als het echt nodig is, te straffen. Dat is de link met het VAO van vandaag. We hebben het hier namelijk over het onderwerp verkeersveiligheid. In Nederland geven we mensen die te hard rijden een boete, nog een keer een boete, nog een keer een boete en nog een keer een boete. Daarom stelde ik anderhalf jaar geleden voor om het anders te doen. Laten we mensen in eerste instantie een waarschuwing geven zodat ze weten: ik heb iets verkeerd gedaan. Dan pas moeten ze een boete krijgen. Als ze het dan nog een keer doen, moeten ze een hogere boete krijgen. 

Ik heb lang gepleit voor de invoering van een progressief boetestelsel. Het onderzoek daarnaar is helaas nog niet afgerond in deze periode, maar ik hoop, en dat is dan een van de laatste dingen die ik hier kan meegeven, dat we alsnog overgaan tot zo'n systeem. Ik weet dat de rapporten over de invoering daarvan ongeveer in mei naar de Kamer zullen komen. Ik hoop dat dan het besluit kan worden genomen om mensen in Nederland eerst iets te leren en dan pas te straffen, net zoals ik dat in het vervolg thuis zal doen. 

De voorzitter:

U ging langs het randje van de orde, maar de manier waarop u dat deed, vond ik zo sympathiek dat ik het allemaal heb laten gebeuren. Hartelijk dank voor het kaartje. 

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. Na zo'n mooi verhaal over de naamgeving van zijn zoontje — gefeliciteerd aan de heer Hoogland — is het een beetje raar om over te gaan naar de N36 en een verbreding van 50 centimeter. Dat klinkt dan zo plat. 

De voorzitter:

En toch doen we dat! 

Mevrouw Visser (VVD):

Ja, dat ga ik dus toch maar even doen met de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er diverse maatregelen in het kader van de verkeersveiligheid aan de N36 worden uitgevoerd in 2017 en 2018 en dat er groot onderhoud gepland staat voor 2018; 

constaterende dat er op de begroting van I en M voor 2017 extra geld is gereserveerd voor verkeersveiligheid middels het programma Meer Veilig; 

overwegende dat onduidelijk is of een verbreding van 50 centimeter van de N36 een belangrijke bijdrage levert aan de verkeersveiligheid en dat deze verbreding gecombineerd zou kunnen worden met het voorziene groot onderhoud in 2018 aan deze weg, waardoor de kosten beperkt kunnen blijven; 

verzoekt de regering om nader te onderzoeken of een dergelijke verbreding bijdraagt aan de verkeersveiligheid, inclusief de kosten, en daarmee past in de doelstellingen van het programma Meer Veilig; 

verzoekt de regering tevens, maximaal 5 miljoen hiervoor te reserveren, mits het inderdaad een doelmatige investering voor verkeersveiligheid blijkt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 551 (29398). 

Mevrouw Visser (VVD):

Dan kom ik toe aan het punt waarvoor minister Blok is aangeschoven. Daarover heb ik een motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de minister van V en J bij het opstellen van de nieuwe Veiligheidsagenda verkeersveiligheid als landelijke prioriteitsstelling zal agenderen en dat dit van groot belang is voor de verbetering van de verkeersveiligheid; 

constaterende dat er nog te weinig gemeenten zijn waar verkeersveiligheid is opgenomen in de veiligheidsplannen waardoor het niet op de agenda staat van de regionale driehoeken, terwijl 61% van alle verkeersdoden op gemeentelijke wegen valt; 

constaterende dat de politie aangeeft dat gemeenten hun weginrichting moeten aanpassen voordat er wordt overgegaan tot handhaving; 

van mening dat hiermee een kip-of-eidiscussie ontstaat, terwijl de verkeersveiligheid van groot maatschappelijk belang is; 

verzoekt de regering om samen met de gemeenten, OM en politie te kijken wat er qua afspraken over veilige weginrichting en handhavingsplannen nodig is om de verkeersveiligheid te verbeteren, en de Kamer voor de zomer te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Visser. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 552 (29398). 

Mevrouw Visser (VVD):

Er lopen diverse onderzoeken naar ... 

De voorzitter:

U moet afronden. 

Mevrouw Visser (VVD):

... een progressief boetestelsel, maar er loopt ook een WODC-onderzoek naar de strafmaat. Daarover hebben we het gisteren in het vragenuurtje gehad. Punt blijft de samenloop van bestuurs- en strafrecht. Wil de minister het voorkomen van die samenloop meenemen in dat onderzoek? We voorkomen dan namelijk discussies over het alcoholslotprogramma en de recidiveregeling, dingen die nu niet goed gaan in de uitvoering, omdat die samenloop er is. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. We hebben in ons recente algemeen overleg onze verbazing uitgesproken over mensen die bewust kiezen voor asociaal rijgedrag, wat leidt tot veel verdriet en ellende in onze samenleving. Vandaag zijn we bijeen om een aantal moties in te dienen om het kabinet te stimuleren om ook in de komende maanden het een en ander te doen. Daartoe dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in de met algemene stemmen aangenomen motie-Belhaj c.s. (29398, nr. 509) wordt gevraagd om een plan van aanpak voor een sluitende registratie van de plaats en de oorzaak dan wel oorzaken van verkeersongevallen; 

constaterende dat de minister van l en M in haar brief van 19 september 2016 (29398, nr. 528) aangeeft samen met alle partners te bezien welke verbeteringen in de informatieketen mogelijk zijn, met als doel één loket met alle informatie over verkeersongevallen; 

overwegende dat uit een recente proef van VeiligheidNL in het Medisch Centrum Leeuwarden blijkt dat 80% van de slachtoffers die op de spoedeisende hulp werden behandeld naar aanleiding van een ongeval, niet voorkomt in de politieregistratie; 

verzoekt de regering, de Kamer voor het zomerreces te informeren over de termijnen waarop de verbeteringen geïnventariseerd en gerealiseerd zullen zijn; 

verzoekt de regering tevens, interdepartementaal inzichtelijk te maken welke relevante databronnen beschikbaar zijn, en om deze te gebruiken om de informatie over verkeersongevallen te verbeteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 553 (29398). 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Ik vond het aanloopje van de heer Hoogland leuk. Het was wat anders dan wat we hier altijd aan dingen met elkaar uitwisselen. 

Ik heb geen motie, maar wel een vraag aan de minister van I en M. De SP heeft in het algemeen overleg begrepen dat zij voornemens is, de veiligheid van het rijkswegennet in kaart te brengen. Zij maakt daarbij gebruik van een methodiek die door Rijkswaterstaat is ontwikkeld, VIND geheten. Normaal wordt binnen Europa gebruikgemaakt van het European Road Assessment Programme. Wat is het verschil? In welke periode wordt het onderzoek naar het rijkswegennet afgerond? Wanneer wordt de Tweede Kamer hierover geïnformeerd? Als het allemaal te ingewikkeld is om dat hier mondeling toe te lichten, mag dat ook schriftelijk gebeuren. 

De voorzitter:

Hiermee zijn we gekomen aan het eind van de termijn van de Kamer. Omdat meerdere ministers betrokken zijn bij de beantwoording schors ik de vergadering vijf minuten. 

De vergadering wordt van 12.37 uur tot 12.42 uur geschorst. 

De voorzitter:

De ministers zijn eruit. Ik geef als het eerste het woord aan de minister van Infrastructuur en Milieu. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het kostte even tijd om de nieuwe minister van Veiligheid en Justitie te overtuigen. Hij zat op een heel andere lijn, maar we zijn eruit. 

Voorzitter. Ik zal ingaan op de moties die volledig op mijn terrein liggen. De motie-Ronnes/Van Helvert op stuk nr. 550 gaat over de N36. De motie-Visser op stuk nr. 551 gaat daar ook over. Ik zal apart op de moties ingaan, maar ze ook in samenhang behandelen. In het debat heb ik al aangegeven dat we met het programma Meer Veilig zo'n 5,6 miljoen beschikbaar hebben gesteld voor maatregelen om de verkeersveiligheid op de N36 te verbeteren. Dat is voor ons van groot belang omdat er veel ongevallen op die weg plaatsvinden. Recentelijk nog. Ik heb de Kamer eerder al geïnformeerd over wat ik allemaal doe om de verkeersveiligheid op de N36 te verbeteren, zoals het aanbrengen van rammelstroken — dat is echt een Nederlands woord — en het verlengen van de in- en uitvoegstroken. Die maatregelen zijn voor een deel al uitgevoerd, maar worden in 2017 en 2018 verder gepland. Dat zal leiden tot een forse verbetering van de verkeersveiligheid. Ik ben ook bereid om een beperkte verbreding te onderzoeken op doelmatigheid. Daar gaat de motie-Visser over. Ik wil echter niet bij voorbaat al zeggen dat we bij het groot onderhoud meteen overgaan tot een verbreding. Ik vind namelijk dat al onze opgaves doelmatig moeten zijn. 

Ik ontraad de motie van de heren Ronnes en Van Helvert, maar, u raadt het al: ik zal de motie van mevrouw Visser overnemen, omdat ik mij met de inhoud daarvan kan verenigen en de motie als extra steuntje in de rug zie. Ik zal onderzoek doen en de reservering die genoemd is daarvoor in het achterhoofd houden. Als uit het onderzoek komt, dat het doelmatig is, zal ik dat opnieuw aan de Kamer voorleggen. Zo gaat dat in een net proces. 

De voorzitter:

Het overnemen van een motie kan krachtens artikel 66 van ons Reglement van Orde alleen als daartegen geen bezwaar bestaat van een van de leden. Ik zie dat dat het geval is. 

De motie-Visser (29398, nr. 551) is overgenomen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De minister van Veiligheid en Justitie zal ingaan op de motie-Visser op stuk nr. 552. 

In de motie-Belhaj op stuk nr. 553 wordt de regering verzocht om de Kamer informatie te geven over een verbetering van het registratiesysteem en interdepartementaal inzichtelijk te maken hoe het staat met de databronnen en de verbetering daarvan. Ik heb heel veel in gang gezet om de informatie over ongevallen te verbeteren. Ik ben bezig met ambulancegegevens, die meer inzicht kunnen geven in bijvoorbeeld eenzijdige fietsongevallen. Ik ben verder in overleg met partijen om te bezien of het onderzoek in Friesland informatie oplevert die nog toegevoegde waarde heeft voor de verkeersveiligheid. Ongevalsdata, waaraan gerefereerd wordt in de motie, geven helaas maar zeer beperkt inzicht in de oorzaak van ongevallen en leveren dus ook onvoldoende handvatten voor beleid. Maar ik snap de wens om een 100% dichte politieregistratie te hebben. Echter, als er een ongeval plaatsvindt en je gewonden of doden van zo'n plek des onheils wilt afvoeren, ga je niet kijken of zo'n persoon net zat te appen en dat misschien de oorzaak was. Je bent dan gewoon met andere dingen bezig. Dat maakt het lastig voor de politie. 

Daarom heb ik ook ingezet op de risicogestuurde aanpak, waarover ik de Kamer ook heb geïnformeerd in mijn brief. Ik laat diepteonderzoeken doen die inzicht bieden in de oorzaak van ongevallen. Ik kan nog een aantal voorbeelden geven, maar dat doe ik nu niet omwille van de tijd. Ik beschouw de motie als ondersteuning van beleid, maar "voor het zomerreces" is te vroeg. Gegevens aanleveren kan wel in de tweede helft van 2017. Ik kijk even naar mevrouw Belhaj. 

De voorzitter:

"De tweede helft van 2017" is een rekbaar begrip. Kunt u dat iets specificeren? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Aangezien ik zelf dan waarschijnlijk andere dingen aan het doen ben in mijn leven, kijk ik eventjes … 

De voorzitter:

Dan kunt u des te makkelijker toezeggen, toch? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Laten we zeggen: in de eerste helft van de tweede helft van 2017. 

De voorzitter:

Mevrouw Belhaj, het onderhandelen is begonnen. Zegt u het maar. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het moet er wel zijn. Ik ga niet iets aanleveren als … 

De voorzitter:

Nee, nee, het is een beetje een grapje. 

Mevrouw Belhaj (D66):

De tweede helft van de eerste helft van het jaar? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nee, de eerste helft van de tweede helft van 2017, zei ik. Dat is september … 

De voorzitter:

Voor 1 oktober. 

Mevrouw Belhaj (D66):

"Voor 1 oktober" klinkt een beetje laat. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het is simpel, als we niet eerder kunnen leveren, moet ik de motie ontraden. Niet omdat ik het niet eens ben met de inhoud van uw verhaal, want is dat zeer sympathiek. Er moet echter natuurlijk wel geleverd kunnen worden. 

Mevrouw Belhaj (D66):

Wat een goed argument! 1 oktober klinkt ineens prachtig. 

De voorzitter:

Dan zou ik u adviseren, mevrouw Belhaj, om de motie te wijzigen en de nieuwe uiterste datum — ik had bijna "deadline" gezegd — op te nemen in uw motie. Dan weet u wat het advies van de minister op de te wijzigen motie is. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dank u wel voor dit voorstel. Wij zullen alles op alles zetten om het tijdig te leveren. 

Ik heb nog een vraag liggen van de heer Smaling over de verschillen tussen VIND (Verkeersveiligheidsindicator), het systeem van Rijkswaterstaat, en EuroRAP. Dat is een vrij technisch verhaal. In het AO ben ik er al op ingegaan. Ik zou daarover graag een brief schrijven, want ik als dat allemaal hier ga vertellen, is waarschijnlijk alleen de heer Smaling nog gekluisterd aan mijn verhaal. Ik zal de Kamer die brief op korte termijn sturen. Ik denk dat die binnen twee weken bij de Kamer kan liggen, inclusief de termijn waar de heer Smaling om vroeg. 

De voorzitter:

Ik zie de heer Smaling instemmend knikken. Dank u wel. Het woord is nu aan de minister van Veiligheid en Justitie voor een reactie op de motie op stuk nr. 552. 

Minister Blok:

Ja, voorzitter, en over vragen die zijn gesteld. De heer Ronnes had geen vraag, maar ik vind het leuk om hem hier ook weer tegen te komen. Het is altijd goed om oude bekenden te zien. 

De heer Hoogland wil ik natuurlijk feliciteren met de geboorte van Moos. Ik wil hem ook sterkte wensen. Ik ben blij getroffen door zijn ambitie om Moos tot een brave wereldburger op te voeden, maar mijn ervaring leert dat pappa de eerste paar jaar wel een held is, maar dat ze daarna wel iets terug gaan zeggen. De heer Hoogland hoopt dan wel dat het progressieve boetestelsel is ingevoerd. Mijn voorganger heeft daar al een onderzoek naar gestart. Voor de zomer zal ik de uitslag met de Kamer delen. Op grond daarvan kunnen we bekijken of verdere stappen mogelijk zijn. 

Mevrouw Visser heeft een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht om samen met gemeenten, Openbaar Ministerie en politie na te gaan wat er qua afspraken over veilige weginrichting en handhavingsplannen nodig is om de verkeersveiligheid te verbeteren en de Kamer daarover te informeren. Naar aanleiding van het ibo verkeershandhaving hebben de collega van I en M en ik, dat wil zeggen mijn voorganger, beloofd om elke twee jaar een verkeersveiligheidsplan op te stellen. Voor de zomer zal het eerste uw kant op komen. In dat verkeersveiligheidsplan wordt de samenhang tussen de weginrichting, de handhaving en de publiciteit die daarover nodig is, inderdaad in kaart gebracht. We zullen natuurlijk ook nauw overleggen met de gemeenten, het Openbaar Ministerie en politie, omdat die in de lokale driehoek invulling moeten geven aan de verkeershandhaving. Dat is de kern van de motie van mevrouw Visser. Vanuit die optiek kan ik het oordeel over deze motie overlaten aan de Kamer. 

Mevrouw Visser vroeg of het kabinet verder onderzoek kan doen naar de samenloop van het bestuursrecht en het strafrecht en naar de manier waarop we misstanden in het verkeer het effectiefst kunnen aanpakken. Mevrouw Visser vroeg ook om dit mee te nemen in het nog lopende WODC-onderzoek, waar we het gisteren in het vragenuur over hadden. Dat WODC-onderzoek is al gevorderd. Ik had de indruk dat mevrouw Visser en ik het er gisteren ernstig met elkaar over eens waren dat we daar haast mee hebben. Het daaraan toevoegen van dit onderdeel zou tot vertraging leiden. Dat lijkt mij dus ongewenst. Omdat wij toch al een follow-up geven aan het ibo, wil ik wel graag toezeggen dat we in het kader daarvan specifiek ingaan op de samenloop of eventueel de spanning tussen het bestuursrecht en het strafrecht. Dat wordt dan echter na de zomer. Dan hoeven we dat WODC-onderzoek en eventueel de daaruit voortkomende wetgeving niet te vertragen. 

De vraag van mevrouw Belhaj was al beantwoord door collega Schultz. 

Mevrouw Visser (VVD):

Ik wil het WODC-onderzoek absoluut niet vertragen. Gisteren heb ik in het vragenuur aangegeven dat het ons erom gaat dat we kunnen handhaven. Wij hebben hier debatten gehad over het alcoholslotprogramma en wij hebben in het algemeen overleg uitvoerig gesproken over de uitvoerbaarheid van de recidiveregeling op het punt van het in beslag kunnen nemen van het rijbewijs. Als de minister dit niet in het WODC-onderzoek meeneemt maar hier wel apart op zal ingaan, vind ik dat een prima toezegging, als we dit maar zo snel mogelijk kunnen betrekken bij het debat over het ibo inzake verkeershandhaving. 

Minister Blok:

Ja. 

De voorzitter:

Betekent dit niets voor de motie, mevrouw Visser? Laat u die staan en trekt u die niet in? Dat wil ik even verifiëren. 

Mevrouw Visser (VVD):

Dat klopt. 

De voorzitter:

De minister van Infrastructuur en Milieu wil nog iets zeggen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is niet echt de gewoonte, maar er werd zojuist gezegd dat er tweejaarlijks verkeersveiligheidsplannen komen. Het gaat echter om verkeersveiligheidshandhavingsplannen. Er is ook een algemeen verkeersveiligheidsplan. Dat zeg ik omdat de minister van Veiligheid en Justitie net nieuw is op het punt van dit onderwerp. Voordat we het weten, gaan die twee dingen door elkaar lopen. Dit zeg ik dus voor het verslag. 

De voorzitter:

Dat is helder, voor het verslag. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de ministers namens de collega's hartelijk voor de beantwoording. Ik stel voor, aanstaande dinsdag te stemmen over de ingediende moties. 

De vergadering wordt van 12.53 uur tot 13.01 uur geschorst.