Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 50, item 4

4 Investeringsagenda Belastingdienst

Aan de orde is het VAO Investeringsagenda Belastingdienst (AO d.d. 2/2). 

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van Financiën van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer Bashir van de SP-fractie. De spreektijd is twee minuten, inclusief het indienen van moties. 

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Vorige week donderdag hebben we een algemeen overleg gehad van half tien in de ochtend tot half zes in de middag. Ik heb begrepen dat de commissie Financiën nog nooit zo'n lang overleg heeft gehad. Het was een pijnlijk algemeen overleg. Urenlang werd er gedebatteerd over cruciale stukken van de raad van bestuur van de Belastingdienst. Stukken die de staatssecretaris ook nog eens weigerde te lezen, tot het laatste moment. Toen realiseerde de staatssecretaris zich blijkbaar dat hij de staatssecretaris is die over de Belastingdienst gaat en toch de stukken moet lezen. 

Ondertussen loopt de Belastingdienst leeg. Over het opvullen van vacatures heb ik al eerder een motie ingediend. Die zal ik aangepast in stemming brengen. Om de leegloop te doen verminderen dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Commissie onderzoek Belastingdienst schrijft dat de continuïteit van "vitale processen" van de Belastingdienst in gevaar is gekomen door het vertrek van duizenden medewerkers met "risico's voor de inning van belastingen"; 

overwegende dat gekwalificeerd personeel massaal de dienst verlaat; 

verzoekt de regering om met out-of-the-boxvoorstellen mensen die van plan zijn te vertrekken maar die eigenlijk hard nodig zijn, te behouden voor de Belastingdienst, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 335 (31066). 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik weet dat we het hierover hebben gehad in het AO. Ik heb ook een oproep gedaan, een soort morele oproep aan deze mensen om de Belastingdienst niet gelijk in de steek te laten maar nog wat langer door te werken, met het oog op de continuïteit. Moet ik deze motie nu zo begrijpen dat de heer Bashir er een voorstander van is om de mensen die vertrekken alsnog, via een omweg, als externen in te huren voor de Belastingdienst? Valt dat ook onder het dictum? 

De heer Bashir (SP):

Nee, het gaat niet om extern maar om intern. Dat staat ook in de motie: om ze te behouden voor de Belastingdienst. Ik heb het heel breed geformuleerd. Ik ben geen voorstander van externe inhuur, dus wil ik dat ze intern worden ingehuurd. Ik heb het breed geformuleerd met het idee dat de staatssecretaris echt alles uit de kast moet halen om ervoor te zorgen dat mensen behouden blijven. Dat kan in een andere, betere functie zijn, of misschien iets financieels. De staatssecretaris is aan zet. Hij moet nagaan hoe dat moet, binnen de kaders van redelijkheid. Het is eerder fout gegaan en die €75.000 is veel te veel. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Als iemand vertrekt met een vertrekbonus en vervolgens weer terug wordt ingehuurd als externe, blijft hij ook behouden voor de Belastingdienst, maar dan als externe. Ik wilde even duidelijk weten of dat ook onder die motie viel. 

De voorzitter:

En deze punten zijn niet in het algemeen overleg aan de orde geweest? 

De heer Bashir (SP):

Jawel, voorzitter. Extern is niet de bedoeling. We willen ze behouden voor de Belastingdienst, intern dus. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Ik wil graag enige opheldering om de motie goed te kunnen interpreteren en mijn fractie van een goed stemadvies te voorzien. In het algemeen overleg heeft de heer Bashir aangegeven dat hij vond dat het mogelijk moest zijn dat mensen die al een vertrekregeling hadden gekregen, een deel van het bedrag mochten houden als ze bleven. Verstaat u dat ook onder "out of the box", of valt dat daar niet onder? 

De heer Bashir (SP):

Ik heb de motie juist bewust heel breed geformuleerd. Ik geef de staatssecretaris mee dat hij aan echt alles moet denken, maar dan wel binnen redelijkheid. Het moet wel uit te leggen zijn aan het land en aan de andere medewerkers van de Belastingdienst. Als mensen het volledige bedrag van de vertrekregeling mogen behouden als ze bij de Belastingdienst blijven werken, valt dat niet uit te leggen. Er zal vast wel iets creatiefs te bedenken zijn waardoor mensen die weggaan, hoewel ze het eigenlijk leuk vinden om bij de Belastingdienst te werken, behouden kunnen blijven voor de Belastingdienst. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Om het even duidelijk vast te stellen: mensen hebben nu gewoon recht op de afspraken die ze hebben gemaakt. De heer Bashir en ik kunnen die afspraken onwenselijk en onverstandig vinden, maar zij zijn er wel. Ik begrijp de inbreng van de heer Bashir wel zo — daar ging het in het AO ook even over — dat op geen enkele wijze druk op mensen wordt uitgeoefend omdat iets wat zij met hun baas hebben afgesproken, niet moreel zou zijn. Ik hoop dat de heer Bashir dat niet voorstelt. 

De voorzitter:

Dat was geen vraag. 

De heer Bashir (SP):

Waar mensen recht op hebben, daar hebben zij recht op. Dat kunnen wij die mensen niet afnemen, maar de afspraak is dat mensen die gebruik willen maken van de vertrekregeling, dan ook echt weg moeten gaan bij de Belastingdienst. Zij mogen ook niet meer terugkomen, ook niet als externe. Ik kan mij voorstellen dat heel veel mensen die bij de Belastingdienst weggaan, het eigenlijk leuk vinden om te blijven. Dan kun je bekijken of je met elkaar zodanige afspraken kunt maken dat zij toch binnen redelijke marges bij de Belastingdienst kunnen blijven op basis van een goed voorstel van de staatssecretaris. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Daar staan we weer, om te praten over de Belastingdienst. Morgen hebben we hier ook een plenair debat over de Belastingdienst. Mijn eerste vraag aan de staatssecretaris is wanneer we de antwoorden krijgen, want het is moeilijk om dat debat voor te bereiden zonder de antwoorden op de vele vragen die we hebben gesteld. 

Wat het AO van vorige week betreft: allereerst complimenten aan de Commissie onderzoek Belastingdienst, die een gedegen product heeft afgeleverd. Achter één ding heeft zij de vinger niet gekregen, zoals de heren Joustra en Borstlap zelf hebben aangegeven: hoe heeft het zover kunnen komen dat een van-werk-naar-werkregeling ineens is verworden tot een genereuze VUT-regeling? Vandaar mijn eerste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het zowel voor de Commissie onderzoek Belastingdienst als voor de staatssecretaris een volstrekt mysterie is hoe de van-werk-naar-werkregeling opeens is omgekat tot een generieke en zeer genereuze vertrekregeling; 

overwegende dat deze regeling tot stand is gekomen zonder medeweten en zonder instemming van de staatssecretaris; 

verzoekt de regering, nader onderzoek te doen naar deze mysterieuze transformatie van de vertrekregeling, waardoor nu zelfs de continuïteit van de Belastingdienst in gevaar dreigt te komen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 336 (31066). 

De heer Van Weyenberg (D66):

Ik zeg eerlijk dat ik deze motie een beetje ingewikkeld vind. Wij delen de verbijstering. De onafhankelijke commissie noemt dit zelfs "onbegrijpelijk", maar zij schrijft ook dat zij echt niets heeft kunnen vinden en dat zij daarom nader onderzoek eigenlijk niet nuttig vindt. Ik deel de frustratie van de heer Van Dijck dus volstrekt, maar ik ben terughoudend om weer heel veel euro's uit te gaan geven aan een onderzoek waarvan onderzoekers zelf zeggen: hoe gek het ook is, we kunnen niets meer vinden. Welke aanwijzingen heeft de heer Van Dijck dat dit nog iets oplevert? Als daar aanwijzingen voor zijn, ben ik daar natuurlijk altijd voor. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Zoals ik in het algemeen overleg al aangaf, is er vanaf 15 november gesproken over een nieuwe regeling. De staatssecretaris was daar pas na 15 januari van op de hoogte. Ik wil graag een nader onderzoek. Dan moet je met betrokkenen spreken. Ik weet dat de commissie alleen naar stukken heeft gekeken, maar ik wil dus nader onderzoek. Misschien komt daar niets uit, maar ik vind het onacceptabel dat wij als Kamer in onze controlerende rol laten gebeuren dat van 15 oktober tot 15 januari een regeling in de steigers wordt gezet, dat onomkeerbare handtekeningen worden gezet en dat de staatssecretaris kennelijk nergens van wist. De vakbonden hebben er nota bene voor gewaarschuwd dat dit weleens een regeling zou kunnen zijn waar de verkeerde mensen op zouden inschrijven, waardoor de continuïteit van de belastinginning in gevaar zou kunnen komen. Voor mij als controleur van deze regering is het onacceptabel dat we dit gewoon laten passeren. Daarom wil ik nader onderzoek. 

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Van Weyenberg, kort graag. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het ingewikkelde is dat de commissie zelf ook na al die interviews — die heeft zij immers gehouden met al deze mensen — daar gewoon niet achter is gekomen. Hoe onbevredigend dat ook is, als we dat dan nog een keer vragen, gaat dat geen ander antwoord opleveren. Dat is mijn worsteling. Natuurlijk moet de staatssecretaris bevestigen dat er verder geen enkel stuk informatie of wat dan ook is dat wij nog niet kennen. Het lijkt mij goed als hij dat hier bevestigt, maar ik worstel wel met het feit dat onderzoekers zeggen dat met een duur onderzoek wel euro's zouden worden uitgegeven maar dat daarmee geen antwoorden zouden worden gevonden. 

De heer Bashir (SP):

Ik heb tijdens het algemeen overleg ook gepleit voor nader onderzoek, maar dat moet dan natuurlijk wel resultaat opleveren. Ik vraag me af of dit nu het geval zal zijn, want in de motie wordt niet gevraagd om verhoor van betrokkenen onder ede. Als dit wel zou gebeuren, zou er een nieuwe weg worden ingeslagen. Nu dit niet wordt gedaan, vraag ik me af of je dan wel extra aanknopingspunten hebt. Of is het de bedoeling van de motie dat betrokkenen onder ede worden gehoord? 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik weet niet meer dan dat de commissie heeft laten weten dat zij daar de vinger niet achter kreeg. Ik heb echter niet de indruk dat de commissie echt heeft ingezoomd op de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Ik vind dit mysterie van een regeling van werk naar werk die uit het niets wordt omgekat — ik gebruik dat woord niet voor niets — tot een genereuze VUT-regeling, onacceptabel, met name omdat heel Nederland straks tot 67 jaar moet doorwerken terwijl de ambtenaren van de Belastingdienst alsnog een VUT-regeling krijgen. Ik wil een nader onderzoek. Als daaruit blijkt dat een onderzoek onder ede noodzakelijk is, kunnen wij daar altijd nog om vragen. Vooralsnog zoom ik echter in op de periode van 15 november tot 15 januari. 

Ik heb nog een motie over de rekrutering. De ambitie van de staatssecretaris om dit jaar 1.268 mensen in dienst te nemen, is nogal hoog. Daarom de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat als gevolg van een goudgerande vertrekregeling een leegloop bij de Belastingdienst dreigt; 

overwegende dat de Commissie onderzoek Belastingdienst waarschuwt dat de continuïteit van de belastinginning door deze reorganisatie in gevaar dreigt te komen; 

constaterende dat de Belastingdienst voor dit jaar 1.268 mensen wil werven, van wie 500 voor kritieke functies; 

verzoekt de regering, met spoed een rekruteringsplan op te stellen voor 2017 en dit plan binnen een maand naar de Kamer te sturen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 337 (31066). 

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. Dit VAO komt na een dik onderzoeksrapport, schriftelijke antwoorden op honderden Kamervragen en een algemeen overleg van acht uur over een slecht doordachte vertrekregeling bij de Belastingdienst. Het is een verhaal over verspilling van belastinggeld en over maatregelen die het kabinet zal nemen om de Belastingdienst weer op de rails te krijgen. 

De commissie-Joustra/Borstlap heeft haar verbazing uitgesproken over het feit dat de top van de Belastingdienst op eigen houtje en zonder medeweten van de politieke leiding en de Tweede Kamer zulke ingrijpende beslissingen kon nemen. Afgezien daarvan maakt het gedegen rapport wel duidelijk hoe kan worden verklaard dat die vertrekregeling zo uit de hand is gelopen. Aan de ene kant drongen de bonden aan op een zo ruim en vrijwillig mogelijke vertrekregeling, ook voor de douane en de FIOD (Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst). Aan de andere kant wilde de ambtelijke leiding van de Belastingdienst graag de doorstroming op gang brengen; men was zelfs bevreesd dat zich onvoldoende medewerkers zouden aanmelden. Dat bleek onterecht en daarmee werd nog eens onderstreept hoe groot de afstand is tussen de ambtelijke leiding en de werkvloer. 

De fiscale boete, de RVU-heffing, was meteen al in beeld, namelijk in augustus 2015, maar de omvang van die fiscale boete werd schromelijk onderschat. Dit blijkt ook uit het "memo-onder-de-arm" van 23 november. 

De commissie-Joustra/Borstlap heeft alle stukken gezien inclusief de e-mailberichten. Aanvullend onderzoek zal, zoals de commissie ook stelt, geen nieuwe inzichten opleveren. Wij zullen daarom moties over aanvullend onderzoek niet steunen. Het is nu zaak om alle energie te richten op de maatregelen die worden uitgevoerd om de Belastingdienst weer op het rechte spoor te brengen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter. We hadden inderdaad wederom een "pijnlijk" debat met de staatssecretaris, zoals de heer Bashir het net noemde, over de aansturing van de totstandkoming van de vertrekregeling. De staatssecretaris wist daar maandenlang niks van; hij heeft dat expliciet bevestigd. De commissie kon overigens ook niets vinden wat erop wees dat hij het wist, maar dat maakt het er natuurlijk niet minder ontluisterend op. Er werd onderhandeld over regelingen die helemaal niet de bedoeling waren en de Belastingdienst legt nu RVU-heffingen op aan de Belastingdienst. Verder is er een nieuw dieptepunt in dit debat: alhoewel de staatssecretaris in november zei dat er een gedetailleerd wervingsplan was met het doel voldoende nieuwe medewerkers te werven om de continuïteit en het functioneren van de Belastingdienst veilig te stellen, moest hij toegeven dat er van zo'n wervingsplan helemaal geen sprake was. 

Daarmee ligt er een heel grote opgave voor deze staatssecretaris, om weer in control te komen en om dat in praktijk te brengen. Dat dient niet te gebeuren door één groot parafencircus in te voeren bij de Belastingdienst, maar wel door veel meer te sturen op de hoofdlijnen van de Investeringenagenda, van de vernieuwingsslag, om er zo voor te zorgen dat wij geen herhalingen van dit soort drama's krijgen. 

Ja, de blik moet naar voren. Ik vond de informatie over het wervingsplan buitengewoon zorglijk. Ik dien daarom toch de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de staatssecretaris van Financiën in november 2016 meldde dat er een heel gedetailleerd rekruteringsplan lag om nieuwe medewerkers te werven; 

constaterende dat dit rekruteringsplan niet blijkt te bestaan; 

overwegende dat het werven van nieuwe medewerkers cruciaal is voor de continuïteit van de processen bij de Belastingdienst; 

overwegende dat de staatssecretaris nu alsnog een rekruteringsplan gaat opstellen en dit plan spoedig nodig is; 

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk en uiterlijk voor 1 april 2017 het gedetailleerde rekruteringsplan alsnog op te stellen en hierover de Kamer te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 338 (31066). 

De heer Van Weyenberg (D66):

Tot slot vraag ook ik waar de antwoorden blijven op de vragen naar aanleiding van de uitzending van ZEMBLA. De Kamer had gevraagd of zij die gisteren kon ontvangen opdat zij het debat van morgen goed kan voorbereiden. 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. De Kamer heeft vorige week een uitgebreid debat gevoerd dat meer dan acht uur heeft geduurd. Ik maak zelf het staartje van dat debat mee omdat de heer Omtzigt door verplichtingen die te maken hebben met de brexit hier niet aanwezig kan zijn. 

Tijdens het debat heeft de staatssecretaris een tijdlijn geschetst, maar bij enkele zaken is daarbij toch nog sprake van een soort zwart gat. Het gaat daarbij met name om de periode tussen 1 en 21 november 2015. Ik dien daarom de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de vertrekregeling er totaal anders uit zag dan de staatssecretaris voor ogen had en in zijn woorden "besteld had"; 

constaterende dat de totale kosten van deze regeling meer dan 600 miljoen euro bedragen, 400 miljoen euro hoger dan geraamd; 

constaterende dat de verkeerde medewerkers gebruikgemaakt hebben van de vertrekregeling, zodat bijna 1.000 medewerkers onmiddellijk vervangen moeten worden en op andere posten er nog medewerkers moeten afvloeien; 

verzoekt de regering, opdracht te geven voor een onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming rond de vertrekregeling tussen 1 en 21 november 2015, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 339 (31066). 

De heer Ronnes (CDA):

Ik constateer dat deze motie enigszins te vergelijken is met de motie die is ingediend door de heer Van Dijck van de PVV. Ik ben graag bereid om na het debat samen met hem te bekijken of wij daar misschien één motie van kunnen maken. 

De voorzitter:

De laatste motie wordt gekopieerd en rondgedeeld. Wilt u een schorsing van enkele ogenblikken, staatssecretaris? 

Staatssecretaris Wiebes:

Ja. 

De voorzitter:

Dan schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

De voorzitter:

Ik geef de staatssecretaris het woord. 

Staatssecretaris Wiebes:

Voorzitter. In een debat van zoveel uur komen natuurlijk ook de onderwerpen van de moties langs. Ik kan nu dus wel kort blijven. 

Ik kom op de motie-Bashir op stuk nr. 335. Ter geruststelling van de heer Bashir zeg ik dat het grootste deel van de vertrekkers natuurlijk pas vanaf 2018 of nog veel later vertrekt. Mensen vertrekken dus niet meteen. In het voortraject zijn er veel meer aanmeldingen geweest dan er uiteindelijk mensen vertrekken. Meer dan 2.000 mensen hebben ervan afgezien. Tegen die achtergrond en tegen de achtergrond van het feit dat dit nu een juridisch bindend geheel is, waar mensen zeer uitvoerig over hebben nagedacht, moet ik de motie ontraden. 

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, een korte vraag. 

De heer Bashir (SP):

Ik vind het echt onbegrijpelijk. In de motie wordt gevraagd om na te denken over nieuwe ideeën om mensen toch vast te houden. Dan heb ik het juist over die mensen die nodig zijn bij de Belastingdienst. Het kost uiteraard even tijd en moeite, maar dit is veel beter dan dat we straks een Belastingdienst hebben zonder mensen op cruciale posten, waardoor de inning van belasting in gevaar komt. 

Staatssecretaris Wiebes:

In het voortraject hebben de dienst en de desbetreffende medewerkers heel uitgebreid nagedacht. In sommige gevallen is er ook buiten de box gedacht. Nu zijn we op een punt gekomen dat mensen een weloverwogen beslissing hebben genomen. Ze hebben er recht op om daar zekerheid aan te ontlenen. Ik heb er in het debat het een en ander over gezegd. Ik waardeer overigens dat de heer Bashir oproept tot out-of-the-boxvoorstellen. Daar heeft de Belastingdienst er meer van nodig, maar in dit geval ontraad ik de motie. 

De heer Van Dijck roept in zijn motie op stuk nr. 336 op tot een nader onderzoek, evenals de heer Ronnes dat doet in zijn motie op stuk nr. 339. Het oordeel van de commissie is heel duidelijk, namelijk dat meer onderzoek de conclusies niet zal veranderen. Er is heel breed gekeken, niet alleen naar stukken. Het gaat bovendien niet om het vinden van schuldigen maar om het blootleggen van oorzaken. Ik denk dat we rond de tafel, in die acht uur, hebben gedeeld dat er heel wat wordt gezien in die oorzaken en dat de Belastingdienst de tijd moet krijgen om aan de toekomst te werken. Daarom ontraad ik deze motie. 

De voorzitter:

U hebt het nu over de motie van de heer Van Dijck, maar ik wil er ook graag de motie-Ronnes/Omtzigt bij betrekken, omdat deze moties veel op elkaar lijken. 

Staatssecretaris Wiebes:

Zeker. Ik ontraad beide moties. Ik heb ook gerefereerd aan de motie van de heer Ronnes. 

De voorzitter:

Helder. 

Staatssecretaris Wiebes:

Desondanks zie ik dat de heer Van Weyenberg er een vraag over heeft. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Zeker. Ik wil een goede afweging kunnen voorleggen aan mijn fractie. Kan de staatssecretaris garanderen dat alle stukken van alle mensen die hierover hebben gesproken of geschreven, alle mails en dus ook de informatie uit de periode 1 tot 21 november volledig boven tafel zijn gehaald? Kan de staatssecretaris garanderen dat de commissie al deze informatie heeft kunnen inzien? 

Staatssecretaris Wiebes:

De heer Van Weyenberg weet natuurlijk dat ik onmogelijk ja kan antwoorden op deze vraag, want een mens weet niet wat hij niet weet. Ik heb het onderzoek niet uitgevoerd, sterker nog, ik heb enige afstand bewaard tot het onderzoek. Ik had dat ook zeker niet anders moeten doen, want ik ben ook onderwerp geweest van het onderzoek. Ik kan nooit weten wat er nog is wat ik niet weet en wat de Kamer niet weet. Ik weet dat de commissie de vrije hand heeft gekregen en toegang heeft gekregen tot alle denkbare stukken en personen. De commissie is zelf tot het oordeel gekomen dat ze niet tot andere conclusies was gekomen als ze meer informatie had gehad. Een verdere garantie kan ik natuurlijk niet geven. Dat weet de heer Van Weyenberg ook wel. 

De voorzitter:

Dit punt is ook voldoende gewisseld in het algemeen overleg, mijnheer Van Weyenberg. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Zeker, voorzitter. Het gaat nu echter om het trekken van politieke conclusies. Zo precies hebben we dit nog niet uitgediscussieerd. Ik begrijp dus dat de staatssecretaris geen eigen zoektocht heeft gedaan en dat hij ook niet wil onderzoeken of echt alle informatie boven tafel is. Ik ben het met de staatssecretaris eens dat het niet gaat om het aanwijzen van schuldigen, maar het gaat er wel om dat we precies weten wat er is misgegaan. 

Staatssecretaris Wiebes:

Het gaat over het blootleggen van de oorzaken. Die zijn uitvoerig blootgelegd. Ik heb echt nog steeds de intentie om afstand te houden tot dat onderzoek, want mensen moeten zich niet met een onderzoek gaan bemoeien waar ze zelf ook in voorkomen. Dus ik kan die garantie niet geven. Ik kan wel de garantie geven dat de commissie toegang heeft gekregen tot al deze dingen. Zij komt daarbij zelf tot de conclusie dat de conclusies niet veranderen als er meer gegevens boven tafel komen. Ik hoop dat dit voldoende is voor de heer Van Weyenberg om tot zijn politieke conclusies te komen. Hij stelt een relevante maar wel onbeantwoordbare vraag. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 337 van de heer Van Dijck en de motie op stuk nr. 338 van de heer Van Weyenberg, die beide gaan over de werving. Ik heb al toegezegd dat ik in april wil komen met niet alleen informatie over de rekrutering in termen van de plannen maar ook al met de eerste resultaten met betrekking tot de instroom, de belangstelling en de sfeer op de arbeidsmarkt en over hoe het ons lukt. Dat heb ik toegezegd en daar wilde ik aan vasthouden. Het verzoek in de motie van de heer Van Dijck om met spoed een rekruteringsplan op te stellen, deel ik, hoewel ik mij wel van een aantal overwegingen in die motie distantieer. Overigens haal ik het niet om dat plan binnen een maand naar de Kamer te sturen, waarom wel wordt gevraagd in die motie. Het woord "april" in het dictum van de motie van de heer Van Weyenberg valt bij mij op zich wel in goede aarde, maar dat geldt dan weer niet voor het cijfer 1 dat ervoor staat. Mocht de heer Van Weyenberg die 1 eruit halen en vervangen door het woordje "in" zodat er komt te staan "in april", dan laat ik de motie aan het oordeel van de Kamer. Eenzelfde overweging geef ik mee aan de heer Van Dijck om het dictum van zijn motie als zodanig te veranderen. Dat is in ieder geval de termijn waarbinnen ik dit wil doen. 

De heer Van Weyenberg (D66):

De staatssecretaris zegt dat hij in april eerste ervaringen wil delen. Dan is het toch niet zo raar dat dat plan er tussen nu en zeven weken moet liggen? Hoe kun je anders eerste ervaringen delen? Ik voel eigenlijk wel mee met de heer Van Dijck: een maand. Ik snap dat dingen ingewikkeld zijn en dat het zorgvuldig moet. Ik vind het een heel redelijk verzoek en ik handhaaf dat. 

Staatssecretaris Wiebes:

Dan ontraad ik beide moties. Overigens onderschrijf ik dat we heel hard met die rekrutering aan de gang gaan. Dat is wel waar het om gaat. 

Ten slotte nog de vraag wanneer de antwoorden komen. Die komen in de eerste helft van de middag. Ze komen echt zo snel mogelijk, maar het was nogal een pakket. Er wordt hard aan gewerkt en het is binnenkort af. Het komt naar u toe. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen. 

De vergadering wordt van 11.44 uur tot 12.00 uur geschorst. 

Voorzitter: Elias