Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 74, item 16

16 Wadden

Aan de orde is het VAO Wadden (AO d.d. 24/03). 

De voorzitter:

Als eerste is het woord aan de heer Smaling van de SP. Ook hiervoor geldt een spreektijd van twee minuten, inclusief het indienen van eventuele moties. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Voor de goede orde: ik denk dat er iemand is uitgevallen. Het lijkt nu of we er een x-aantal aangevraagd hebben. Dat is niet zo, maar dat maakt ook allemaal geen donder uit. 

Voorzitter. De eerste motie gaat over het Eems Dollard-gebied. Daarvoor is een mooi programma opgesteld door de minister, maar er is nog een financieel gat. Ik wil de minister aansporen om dat gat in de richting van de begroting 2017 gezamenlijk met de provincie te dichten. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat Rijk en regio tot overeenstemming zijn gekomen over een meerjarig adaptief programma Eems-Dollard; 

van mening dat hiermee recht wordt gedaan aan de hoogstnoodzakelijke ecologische opknapbeurt van dit kwetsbare gebied; 

verzoekt de regering, met de provincie Groningen in de aanloop naar de begroting 2017 het gat van ongeveer 10 miljoen euro in de begroting van het programma te dichten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 126 (29684). 

De heer Smaling (SP):

De tweede motie gaat over de essentie van het Waddengebied. We hebben het vaker over win-winsituaties en het ontwikkelen, benutten, beschermen, enzovoorts. Dat kan gewoon niet allemaal samen. Vandaar dat ik de volgende motie indien. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het Waddengebied niet alleen een UNESCO-werelderfgoedgebied is, maar ook een geomorfologisch en ecologisch juweel van de bovenste plank, zowel onder water als boven water, dat het gebied ons ook nog getijdenenergie gaat opleveren en vele bezoekers buitengewoon gelukkig maakt; 

van mening dat in dit gebied economische activiteiten plaatsvinden die schade berokkenen aan al dit moois, waaronder wellicht de voorgenomen lozing van afvalwater door de NAM; 

overwegende dat het economische gewin voor de één vaak gecompenseerd wordt door de kosten van ecologische herstelprogramma's; 

spreekt uit dat bij afwegingen over het Waddengebied het behoud van de natuurlijke schoonheid en de ecologische kwaliteit altijd voorop dient te staan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smaling en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 127 (29684). 

De heer Smaling (SP):

Ik ben zeer blij dat Lutz Jacobi de motie mede heeft ondertekend omdat ik haar hoog acht. Overigens acht ik alle collega's even hoog. 

De voorzitter:

Ja, dat was nog net op tijd. 

Het woord is aan Aukje de Vries. Ik noem haar voornaam niet uit populaire overwegingen, maar omdat wij meerdere personen met de naam De Vries in huis hebben en zelfs meerdere personen die A. de Vries heten. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Voorzitter. Ik heb een tweetal moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de veerdienst Holwerd-Ameland te kampen heeft met frequente vertragingen; 

overwegende dat er momenteel een open planproces plaatsvindt om voor deze problematiek op korte en lange termijn oplossingen te vinden; 

spreekt uit, afhankelijk van de uitkomsten van het open planproces, eventueel mee te willen werken aan een wijziging van de dienstregeling en ruimte te willen bieden in de Structuurvisie Waddenzee voor een aanpassing van de vaargeul en optimalisatie van het vaargeulonderhoud, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 128 (29684). 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Dan heb ik nog een motie over het nachtelijk snelvaren. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat snelvaren tussen zonsondergang en zonsopgang nu verboden is; 

overwegende dat watertaxidiensten voor eilandbewoners en bezoekers van groot belang zijn, aanvullend op de reguliere veerdiensten, voor de bereikbaarheid, met name ook voor spoedeisende situaties en voor schoolvervoer, ook als het donker is; 

overwegende dat er discussie is over de uitgangspunten en aannames in het onderzoeksrapport over nachtelijk snelvaren, zoals over typen watertaxi's, technische specificaties, motorvermogen, et cetera, en er geen overleg heeft plaatsgevonden met de betrokken partijen; 

constaterende dat nu voor iedere activiteit of bedrijf opnieuw separaat een beoordeling zou moeten worden gemaakt, en dit veel administratieve rompslomp en kosten met zich meebrengt; 

verzoekt de regering om hierover in overleg te treden met de betrokken partijen in de regio, zoals Waddengemeenten en watertaxibedrijven; 

verzoekt de regering tevens, nogmaals kritisch te kijken naar het uitgevoerde onderzoek, inclusief de daaruit voortvloeiende conclusie; 

verzoekt de regering voorts, te komen met een werkbare oplossing en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Aukje de Vries, Van Helvert en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 129 (29684). 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Ik heb nog een korte vraag aan de minister. In het algemeen overleg is nog gesproken over de mogelijkheid om eens goed te kijken naar de inspraak, het overleg en de klachtenafhandeling. De minister heeft toegezegd dat zij daar voor de veerdiensten nog eens naar zal kijken. Wij zijn benieuwd of de minister daar ook een termijn bij kan aangeven. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Voorzitter. Er is al veel gezegd over de Waddenveren, het werelderfgoed en de watertaxi's. Ik vraag nog aandacht voor het hand-aan-de-kraanprincipe in de Waddenzee. Dat is aan de orde bij veel vergunningen voor gas- en zoutwinning. Ik dien daarover de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het hand-aan-de-kraanprincipe voor gas- en zoutwinning in de Waddenzee in het leven is geroepen om te borgen dat gaswinning geen schade aan natuur door bodemdaling kan aanrichten; 

overwegende dat er grote twijfels leven over de effectiviteit van het hand-aan-de-kraanprincipe, onder andere vanwege de stijging van de zeespiegel; 

verzoekt de regering, in overleg met stakeholders te komen tot een verbetering van de bestaande instrumenten om schade aan natuur als gevolg van gas- en zoutwinning te voorkomen, en daarbij te bezien of aanscherping van de mate van toegestane bodemdaling wenselijk is en de Kamer hierover nog dit jaar te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi, Smaling, Van Tongeren en Koşer Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 130 (29864). 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Deze motie is mede ingediend door het lid Smaling, die ik nog veel hoger acht dan mezelf, mevrouw Van Tongeren en mevrouw Koşer Kaya. Ik wil hierbij graag nog even het punt maken dat wij ons realiseren dat de minister hier niet alleen over gaat. Ook minister Kamp en staatssecretaris Van Dam van EZ gaan hierover. Wij zijn bereid om deze motie aan te houden, met het verzoek aan de minister om hier met haar twee collega's een schriftelijke reactie op te geven. 

De voorzitter:

Mocht die motie worden aangehouden dan wel ingetrokken, dan hoor ik dat later vanzelf. 

Het woord is aan de heer Van Helvert. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter. In verband met de tijd begin ik meteen met het voorlezen van de moties. Ik heb er drie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de rijksoverheid met concessies bepaalt wie de veerdiensten naar de Waddeneilanden mag verzorgen; 

overwegende dat het logischer zou zijn indien provincies dergelijke concessies zouden verlenen aangezien zij reeds de ov-concessies op en naar de eilanden verzorgen; 

overwegende dat het wenselijk is de bevoegdheid om concessies te verlenen zo dicht mogelijk bij de gebruikers te leggen; 

verzoekt de regering om spoedig te onderzoeken of en hoe de concessieverlening van de veerdiensten naar de Waddeneilanden overgelaten kan worden aan de betrokken provincies, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert en Aukje de Vries. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 131 (29684). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de gemeentebesturen van de Waddeneilanden geen rechtstreeks overleg hebben over de veerverbindingen met Rijk en concessiehouder; 

verzoekt de regering om de gemeentebesturen van de betrokken Waddeneilanden de mogelijkheid te bieden om rechtstreeks te overleggen over de veerverbindingen met het Rijk en de concessiehouder, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Helvert en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 132 (29684). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de openheid van de door de UNESCO aangewezen Waddenzee niet gebaat is met windturbines; 

verzoekt de regering om erop toe te zien dat de bouw van windturbines wordt tegengegaan in de Waddenzee, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Helvert. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 133 (29684). 

De voorzitter:

Dan zijn wij nu wel gekomen aan het eind van de inbreng van de zijde van de Kamer. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik begin met de motie op stuk nr. 126 van de heer Smaling en mevrouw Dik-Faber, waarin ik word verzocht om met de provincie Groningen een gat van ongeveer 10 miljoen euro in de begroting van een programma te dichten. Ik ben eigenlijk gewend om financiële moties in de vorm van amendementen te krijgen ten tijde van de begrotingsbehandeling, maar goed. Ik ontraad deze motie. In het AO Wadden heb ik uitvoerig stilgestaan bij bijdragen van het Rijk, van I en M en van EZ voor Eems-Dollard. Daaruit blijkt dat wij al zeer betrokken zijn bij Eems-Dollard. In het BO MIRT Noord-Nederland hebben we afgesproken om een meerjarig adaptief programma op te stellen. Dat is er nog niet. De uitwerking hiervan vindt de komende maanden plaats en onderdeel daarvan is prioritering en financiering van de eventuele maatregelen. Daarover zal ik de Kamer voor de zomer informeren. Belangrijk is dat we eerst duidelijk moeten hebben om welke maatregelen het gaat en vervolgens zullen we met de regio bekijken hoe deze maatregelen te financieren. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 127 van het lid Smaling tezamen met zijn zeer gewaardeerde collega Jacobi. Ik heb de liefde tussen die twee zien ontluiken tijdens dit debat. Helaas moet ik deze motie ontraden, maar misschien hebben ze genoeg aan elkaar. De reden is dat bij afwegingen over het benutten en beschermen van het Waddengebied de ecologische kwaliteit wordt geborgd door vigerende wet- en regelgeving. Dat geldt randvoorwaardelijk en is van meer gewicht dan geldelijk gewin. Ik ontraad dus de motie. 

Ik kom bij de motie op stuk nr. 128 van mevrouw Aukje de Vries en mevrouw Jacobi. 

De heer Smaling (SP):

Ik vind dat toch wel jammer, want dit is gewoon een heel vrolijke motie en deze minister denkt toch altijd in win-winsituaties! Soms is dat gewoon wat moeilijker. Wij hebben het bij de Omgevingswetbehandeling langdurig daarover gehad. Toen zijn we een heel eind tot elkaar gekomen, dus omarm nu gewoon deze motie, minister, over een deel van dit land dat zo mooi is en waar zo veel mensen van houden. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik herken altijd de vrolijke noot die de heer Smaling probeert in te brengen tijdens debatten. Ook ik vind het Waddengebied een prachtig gebied dat het beschermen waard is, maar ik probeer aan te geven dat het al beschermd wordt door vigerende wet- en regelgeving. Er is rondom het Waddengebied ook een uitgebreide discussie geweest over de precaire verhouding tussen economie en ecologie. Dan zou ik, nadat daar jaren over gediscussieerd is in deze Kamer, nu in één keer zeggen: nou ja, uiteindelijk staat het behoud van natuurschoon en van ecologische kwaliteit altijd voorop ten opzichte van economisch activiteiten? Ik kan daar niet mee akkoord gaan. Daarover is hier in het verleden uitgebreid gesproken. Daarom ontraad ik ook die motie. Tegelijkertijd geef ik de heer Smaling de geruststelling dat die bijzondere schoonheid echt al beschermd wordt door de vigerende wet- en regelgeving. 

De voorzitter:

Dan gaan wij heel prozaïsch naar de motie op stuk nr. 128. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De motie op stuk nr. 128 is van mevrouw Aukje de Vries en mevrouw Jacobi en vraagt om het aanpassen van de concessie ten behoeve van een wijziging van de dienstregeling. Zij vraagt ook om ruimte in de Structuurvisie Waddenzee voor een aanpassing van de vaargeul en volgens mij ook om aanpassing van de vergunning voor een aanpassing in het baggerregime. Het is complex. Ik ontraad de motie. Een deel ervan wil ik aannemen, maar volgens mij is het ook weer een ingewikkelde constructie als ik delen van een motie aanneem. Ik ontraad dus de motie en dan zal ik u zeggen over welk deel ervan ik positief ben. 

Voor een aanpassing van de dienstregeling is geen wijziging van de concessie noodzakelijk. Wijziging van de dienstregeling geschiedt op initiatief van de concessiehouder, in overleg met de gemeente Ameland, de provincie Friesland en het Consumentenplatform. Een eventuele wijziging komt aan de orde in het open planproces, als mogelijk onderdeel van de oplossing voor de vertragingen. 

Met betrekking tot de aanpassing van de vergunning voor een wijziging van het baggerregime is het niet mogelijk om voorafgaand aan de uitkomst en besluitvorming over het open planproces een toezegging te doen over de vergunningverlening, waartoe bovendien EZ bevoegd is. Ik kan dit niet in het open planproces uitwerken, maar ik wil wel in kaart brengen wat ervoor nodig is als de resultaten van het planproces daartoe aanleiding geven. Ik wil dus eerst de resultaten van het open planproces afwachten. Als er gekozen wordt voor het afsnijden van meerdere bochten, zal er ook een aanlegtraject moeten worden gestart. Dat is niet in het huidige openplanproces te vangen, maar daarvoor is er het MIRT. 

Het derde deel gaat over de aanpassing van de vaargeul. Indien noodzakelijk wordt de Structuurvisie Waddenzee aangepast. Ik zal dus in ieder geval met dat deel akkoord gaan, maar dat heb ik in de commissiebehandeling al gezegd. In het algeheel ontraad ik de motie, maar ik heb gezegd over welk onderdeel ik positief ben. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 129 van mevrouw Aukje de Vries, de heer Van Helvert en mevrouw Jacobi. In deze motie wordt mij gevraagd het snelvaren te bekijken. Ik kan deze motie overnemen. Ik heb begrepen dat het vandaag de verjaardag is van de heer Van Helvert, dus dat zal hij fijn vinden. Maar ook mevrouw De Vries en mevrouw Jacobi, wier handtekening er ook onder staat, zullen hier blij mee zijn. Gefeliciteerd overigens, mijnheer Van Helvert. De mogelijkheid bestaat nu voor watertaxi's om overdag snel te varen. Voor 's nachts snelvaren zijn effecten op natuur en milieu niet uit te sluiten. Het onderzoek is bekend. Om die reden is een passende beoordeling noodzakelijk, zodat het bevoegd gezag hierover een besluit kan nemen. De verantwoordelijkheid is belegd bij de provincies. We hadden er even een discussie over in de commissie, maar er is gebleken dat er voor scholieren tot nu toe geen uitzondering is gemaakt. Voor de vaarroute van Ameland blijkt dit met name in de winter een issue te zijn. Het betreft speciaal onderwijs en op haalbare wijze moet aan de schoolplicht worden voldaan. Dat is een maatschappelijk belang. Het geldt mogelijk ook voor andere eilanden. Ik wil dus voor het scholierenvervoer nagaan hoe groot dit probleem is en in overleg gaan met de provincies, het ministerie van EZ en belanghebbenden, om samen de situatie gedetailleerd te inventariseren en na te gaan of een uitbreiding van het snelvaren in de winter voor deze groep een passende oplossing is. Ik neem de motie dus over, voorzitter. 

De voorzitter:

Ik wilde gaan kijken of er bezwaar was, maar ik begrijp dat er eerst een inhoudelijke vraag is. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

De minister geeft een bepaalde interpretatie van de motie die alleen naar schoolvervoer neigt. De vraag is echter breder. Ik vind dat de motie niet zo smal geïnterpreteerd moet worden. Als de minister het houdt bij de smalle interpretatie, wil ik de motie toch graag in stemming laten brengen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het schoolvervoer wordt specifiek in de motie genoemd. Dat is de reden waarom ik dat zelf ook specifiek noem. Ik denk dat de Kamer de motie dan maar in stemming moet brengen. Ik heb al gezegd dat ik concreet naar dit specifieke probleem wil kijken. Als er andere specifieke problemen zijn, of misschien op dit gebied verwacht worden, kan ik daar misschien ook breder naar kijken. Maar ik ben er geen voorstander van om dit in algemene zin weer voor alles te gaan doen. Als het voor alles zou gelden, zou ik een ander advies geven. 

De voorzitter:

En dat advies is dus oordeel Kamer. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

De voorzitter:

Dan komt de motie dus in stemming. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik kom nu bij de vraag van mevrouw De Vries. Zij vroeg hoe ik verbetering wil brengen in de inspraak in het overleg. Zij vroeg althans of ik wil bekijken hoe het nu geregeld is en hoe daarin verbetering aan te brengen is. Dit wordt jaarlijks besproken met de medeoverheden en de consumentenorganisaties. Ik heb aangegeven dat ik haar wens zal overbrengen aan de staatssecretaris. Zij wordt daarover geïnformeerd voor het zomerreces. 

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 130. Die gaat over het hand-aan-de-kraanprincipe voor de Waddenzee. Die motie is ingediend en meteen aangehouden, voordat ik überhaupt een antwoord heb gegeven. De motie is van mevrouw Jacobi, de heer Smaling, mevrouw Van Tongeren en mevrouw Koşer Kaya. Mevrouw Jacobi zei dat dit onderwerp niet alleen bij mij viel, maar ook bij mijn collega van EZ. De verantwoordelijkheid voor de toepassing van het hand-aan-de-kraanprincipe ligt echter volledig bij de minister en de staatssecretaris van EZ, vanuit hun rol als bevoegd gezag, op grond van de Mijnbouwwet en de Natuurbeschermingswet 1998. De verantwoordelijkheid ligt daar dus volledig en ik heb er niets over te zeggen. 

Zoals ook bij brief aan de Kamer is gemeld in december 2014, is de praktijk vanaf 2007 juist dat het systeem van meegroeivermogen, gebruiksruimte en hand-aan-de-kraan goed is ingeregeld en naar tevredenheid werkt. De jaarlijkse rapportages van de Auditcommissie gaswinning onder de Waddenzee wijzen dit uit, evenals de talrijke onderliggende meet- en monitoringsresultaten. Ik vind het prima om het hand-aan-de-kraansysteem nog eens nader uiteen te zetten in een brief van de minister en de staatssecretaris van EZ, maar ik ontraad de motie zoals die hier nu staat opgeschreven. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Omdat het zo'n goede motie is, heeft mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie haar ook ondertekend. Ik neem aan dat de minister namens het kabinet spreekt. Zij is de minister van de Wadden. Het hand-aan-de-kraanprincipe speelt ook vanwege de zeespiegelstijging. Ik vind dat deze minister daar niet alleen verantwoordelijk voor is, maar zij draagt wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik heb gevraagd om dit instrumentarium door te lichten. De Waddenvereniging en derden maken zich zorgen over dit principe. Zij vragen zich af of het wel deugdelijk is. Het is belangrijk voor de Wadden. Daarom verzoek ik deze drie leden van het kabinet om dit door te lichten. 

De voorzitter:

Ik begrijp het niet. De minister heeft de motie net ontraden. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ja, maar ik vraag om een schriftelijke reactie, om een brief van die drie personen. Dan houd ik de motie aan. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nogmaals, wij spreken altijd namens de regering. Als ik hier altijd namens de collega van Onderwijs of de collega van Financiën antwoorden moet geven omdat ik deel uitmaak van het kabinet, wordt het wel heel erg lastig om een goed inhoudelijk debat te voeren. Ik geef aan dat de verantwoordelijkheid volledig ligt bij de minister en de staatssecretaris van EZ en dat het ook wettelijk zo geregeld is. Zij zijn bereid om een brief te sturen om het systeem nog eens uiteen te zetten. Zij hebben mij echter ook verzocht om deze motie te ontraden. Ik vind het heel vriendelijk dat mevrouw Jacobi mij allerlei activiteiten en verantwoordelijkheden toedicht, maar in dit geval moet ik de motie ontraden. Ik adviseer om deze motie op de juiste plek in te dienen. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Ik heb begrepen dat de motie ontraden wordt. Dat is duidelijk en dan houd ik haar aan. Ik heb om een schriftelijke reactie gevraagd van de minister van EZ, de staatssecretaris van EZ en deze minister. Dit betreft de Wadden, de Natuurbeschermingswet en de Mijnbouwwet. Ik begrijp dat wij die brief krijgen. Ik zie deze graag tegemoet. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Van de minister en van de staatssecretaris van EZ. 

Mevrouw Jacobi (PvdA):

En van de minister voor de Wadden. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nee, ik ben daar heel helder over geweest. 

De voorzitter:

Ik wil geen misverstanden hierover. De brief wordt in de visie van de minister van Infrastructuur en Milieu verschaft door de minister en de staatssecretaris van Economische Zaken. Nietemin houdt mevrouw Jacobi de motie aan. 

De voorzitter:

De motie-Jacobi c.s. (29864, nr. 130) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Jacobi, Smaling, Van Tongeren, Koşer Kaya en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 134, was nr. 130 (29864). 

Op verzoek van mevrouw Jacobi stel ik voor, haar gewijzigde motie (29864, nr. 134, was nr. 130) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De voorzitter:

Wellicht wil mevrouw Jacobi de motie nog wijzigen. Misschien wil zij dan van "stakeholders" "belanghebbenden" maken. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik krijg nu aangepaste moties overhandigd die ik volgens mij al behandeld heb. Daar kijk ik aan het eind van mijn betoog naar. 

In de motie op stuk nr. 131 wordt de regering gevraagd om spoedig te onderzoeken of en, zo ja, hoe de concessieverlening van de veerdiensten naar de Waddeneilanden wordt overgelaten aan de betrokken provincies. Ik kan deze motie van de heer Van Helvert en mevrouw De Vries overnemen. Men is daarover op dit moment met de provincies in gesprek. 

De voorzitter:

De motie-Van Helvert/Aukje de Vries (29684, nr. 131) is overgenomen. 

Ik constateer dat daartegen geen bezwaar is. De motie maakt geen afzonderlijk onderdeel van beraadslaging meer uit en komt niet in stemming. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

In de motie op stuk nr. 132 wordt de regering gevraagd om het gemeentebestuur van de betrokken Waddeneilanden de mogelijkheid te bieden om rechtstreeks over de veerverbinding te overleggen met het Rijk en de concessiehouder. Ik neem aan dat deze motie ook samenhangt met de motie op stuk nr. 131. Als de concessieverlening overgaat naar de provincies hoeft het overleg met het Rijk niet plaats te vinden. Dat lijkt mij lastig, want dan zit je op de verkeerde plek. Voor de situatie zoals wij die nu kennen, kan ik instemmen met de motie. 

De voorzitter:

Is dat overnemen? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja. 

De voorzitter:

Is daartegen bezwaar? 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ook hier geldt dat onze woordvoerder op deze onderwerpen er niet is. Ik hoor dit omdat ik net kom binnengelopen voor het volgende onderwerp. 

De voorzitter:

U wilt dus een stemming? U wilt de motie kunnen beoordelen op een later moment. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ja, dat geldt eigenlijk voor de motie op stuk nr. 131, maar daarbij was ik dus te laat. Laten we het dan in ieder geval voor deze motie doen. Het zegt ook wel iets over het systeem. Misschien is dat toch iets om nog eens te beoordelen. 

De voorzitter:

Er waren voor- en tegenstanders van het systeem. Zo gaan die dingen hier. De motie op stuk nr. 132 komt in stemming. Mevrouw de minister, uw concrete advies nu zij in stemming komt, is oordeel Kamer, neem ik aan? 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja, dat is oordeel Kamer. In de motie op stuk nr. 133 wordt de regering gevraagd erop toe te zien dat de bouw van windturbines in de Waddenzee wordt tegengegaan. Ik kan deze motie overnemen, omdat de bouw van windturbines in de Waddenzee op dit moment niet is toegestaan op basis van de bestaande regelgeving. 

De voorzitter:

De minister geeft aan de motie op stuk nr. 133 te willen overnemen. Bestaat daartegen bezwaar bij een van de leden? Dat is niet het geval. 

De motie-Van Helvert (29684, nr. 133) is overgenomen en maakt geen afzonderlijk onderwerp meer uit van de beraadslagingen. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik heb hier nog een motie waarop staat dat zij is aangepast. Het gaat om de motie op stuk nr. 128. Ik weet niet of zij ook werkelijk aangepast is. Ik heb hier nu twee versies. 

De voorzitter:

Het lijkt erop dat u nu de juiste versie van de motie op stuk nr. 128 voor u hebt en dat de eerdere versie er een was die officieel niet bestaat. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Oké, dat is bijzonder. Dan hoop ik maar dat dit de juiste versie is. Ik lees hem nog maar een keer helemaal voor, want dat is volgens mij het veiligst. De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de veerdienst Holwerd-Ameland te kampen heeft met frequente vertragingen; overwegende dat er momenteel een open planproces plaatsvindt om voor deze problematiek op korte en lange termijn oplossingen te vinden; spreekt uit, afhankelijk van de uitkomsten van het open planproces, eventueel mee te willen werken aan een wijziging van de dienstregeling en ruimte te willen bieden in de Structuurvisie Waddenzee voor een aanpassing van de vaargeul en optimalisatie van het vaargeulonderhoud, en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Dat is de motie die hier ingediend is. 

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Als het past binnen de uitkomsten van het open planproces, dan kan ik ruimte bieden aan de voorstellen zoals ze er zijn en kan ik de motie overnemen. 

De voorzitter:

Er wordt alsnog voorgesteld om de motie op stuk nr. 128 over te nemen. Ik kijk even rond of een van de leden daartegen bezwaar heeft. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ook hiervoor geldt dat ik graag mijn collega de gelegenheid geef om de motie te beoordelen. 

De voorzitter:

De motie komt dus wel in stemming. 

De heer Van Helvert (CDA):

Voorzitter, ik wil vragen of u de coulance wilt hebben om ook de motie op stuk nr. 131 nog in stemming te brengen, ook omdat we in het nieuwe systeem werken en mevrouw Van Veldhoven er net iets te laat achter kwam. Dan weten we de volgende keer hoe we het moeten doen. 

De voorzitter:

Dat verzoek lijkt me niet onredelijk. Dan stel ik bij dezen vast dat er alsnog bezwaar is tegen het overnemen van de motie op stuk nr. 131. De motie komt alsnog in stemming. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

We zullen aanstaande dinsdag stemmen over de ingediende moties. Ik dank de minister. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.