Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 56, item 3

3 Vrouwen naar de top

Aan de orde is het VAO Vrouwen naar de top en voortgangsrapportage emancipatiebeleid (AO d.d. 10/02). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van harte welkom. Ik wijs de leden erop dat de spreektijd twee minuten is, inclusief het indienen van moties. 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de minister hartelijk voor de toezegging om in april of maart, in ieder geval zo snel mogelijk, te komen met een actieplan om waarden en normen te beschermen en verder te brengen. Daar zie ik naar uit. Eén toezegging is, althans bij mij, een beetje vaag gebleven. Dat betreft de toezegging naar aanleiding van ons verzoek om een reactie te sturen op het door Transgender Netwerk Nederland aangeboden actieplan. Ik vraag de minister of zij daarop kan reageren. 

Ik dien twee moties in. Het old boys network schuift elkaar nog steeds de topfuncties toe. Dit fenomeen is anno 2016 gewoon een achterlijk fenomeen; laat ik dat maar gewoon zeggen. Ik houd vast aan een initiatiefwetsvoorstel voor een vrouwenquotum als aan het eind van het jaar uiteindelijk blijkt dat het inderdaad nog steeds niet opschiet. Dan kunnen we dat snel daarna behandelen. De eerste motie gaat over meer vrouwen in de top. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat versnelling in het bereiken van het wettelijk streefcijfer is geboden; 

constaterende dat daartoe gedegen inzicht in de voortgang van het bereiken van het wettelijk streefcijfer nodig is; 

constaterende dat inzicht nodig is in verschillen tussen bedrijven: welke doen het goed (de goede voorbeelden) en bij welke bedrijven blijft voortgang nog uit?; 

constaterende dat de regering de reikwijdte van het streefcijfer wil uitbreiden naar de publieke sector; 

constaterende dat in jaarverslagen terug te vinden is of zou moeten zijn of en welke inspanningen bedrijven verrichten; 

verzoekt de regering om onderzoek te doen naar de voortgang van het bereiken van het wettelijk streefcijfer bij bedrijven, waarbij ingegaan wordt op: 

  • -de feitelijke stijging van het aandeel vrouwen in de top van zowel de bedrijven onder de Wet bestuur en toezicht als de publieke sector; 

  • -het aandeel bedrijven dat voortgang boekt en de aard van hun aanpak; 

  • -het aandeel bedrijven waar voortgang uitblijft; 

  • -een analyse van de jaarverslagen op het punt van diversiteit; 

verzoekt de regering, dit onderzoek uiterlijk najaar 2016 aan de Tweede Kamer aan te bieden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Yücel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 231 (30420). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de acceptatie van de lhbt'ers, vrouwen en andersgelovigen onder een groep asielzoekers in opvanglocaties niet altijd aansluit bij de Nederlandse normen en waarden; 

constaterende dat dit tot bedreigende situaties en gevoelens van onveiligheid kan leiden door het gebrek aan acceptatie door een groep asielzoekers, vaak van conservatief-religieuze oorsprong; 

van mening dat dit een onacceptabele situatie is en dat iedereen zich in de asielopvang veilig en beschermd moet voelen; 

verzoekt de regering, bedreigingen en uitingen van intolerantie aan te pakken en er te allen tijde voor te zorgen dat dergelijke klachten in vertrouwen met COA-medewerkers gedeeld kunnen worden; 

verzoekt de regering, hierbij ook in te zetten op een aangescherpte klachtenprocedure en verbeterde informatievoorziening in relatie tot hun rechten en plichten en correcte afhandeling van klachten, meldingen van bedreiging of gevoelens van onveiligheid, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Yücel. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 232 (30420). 

Mag ik u voor een volgende keer suggereren om in het begin minder lang te spreken als u meerdere moties hebt? 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik heb een vraag over het tweede verzoek in de motie. Mevrouw Yücel was zo aardig om de motie al aan mij te geven. Ik kan dat verzoek dus voorlezen: "verzoekt de regering, hierbij ook in te zetten op een aangescherpte klachtenprocedure en verbeterde informatievoorziening". Kan mevrouw Yücel mij aangeven wat zij precies met dit verzoek bedoelt? Wat verwacht zij van de regering? 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Ik verwacht van het kabinet dat de klachtenprocedure helder en consequent is en voorziet in het niet tolereren van bedreigingen en discriminatie, zodat daar direct op geacteerd wordt. Dat verwacht ik van het kabinet. 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Mevrouw Yücel heeft die vraag ook in het algemeen overleg gesteld. De minister heeft geantwoord dat die zaken op orde zijn en dat zij niet inziet dat het anders kan. Wat vraagt mevrouw Yücel nog meer dan nu al wordt gedaan? 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Ik heb inderdaad begrepen dat het kabinet daarop inzet. Met deze motie onderstreep ik het belang van een betere uitvoering van het beleid en vraag ik daar aandacht voor. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik heb ook een vraag over de tweede motie. De PvdA is van mening dat vluchtelingen vertrouwelijk moeten kunnen praten met medewerkers van het COA. Bedoelt mevrouw Yücel daarmee dat het onafhankelijke vertrouwenspersonen moeten zijn, zoals de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman hebben gezegd? 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Vertrouwenspersonen moeten altijd onafhankelijk zijn. Dat is ook mogelijk binnen de organisatie van het COA. Zo is het bijvoorbeeld ook op scholen georganiseerd. In het onderwijs kennen wij dat immers ook. Op een school wordt een personeelslid aangewezen als vertrouwenspersoon. Op die manier zie ik het ook voor me bij het COA. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Het is natuurlijk een andere situatie als je je klachten moet uiten bij iemand die je beoordeelt en je volgt. Daarom vraag ik nogmaals of mevrouw Yücel het met de fractie van D66 eens is dat een vertrouwenspersoon onafhankelijk moet zijn en dat het een specifieke functionaris moet zijn die daarop is toegerust en getraind. 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Natuurlijk moet zo'n onafhankelijk vertrouwenspersoon binnen het COA zijn toegerust op de functie en taken die hij of zij zal uitoefenen. Het COA krijgt van het kabinet mee — maar is dat overigens ook zelf van mening — dat de Nederlandse normen en waarden niet onderhandelbaar zijn. Direct bij binnenkomst moet zo snel mogelijk duidelijk worden gemaakt dat wij een aantal spelregels hebben en moet worden gewezen op onze verworvenheden. Die zijn ononderhandelbaar. Dat moeten de medewerkers uitdragen en zij willen dat ook doen. Ik dring erop aan dat dit in de uitvoering overal heel consequent tot uitdrukking komt. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat mannen en vrouwen volgens de Nederlandse wetgeving gelijk moeten worden behandeld; 

overwegende dat de overheid hier een voorbeeldfunctie in heeft; 

overwegende dat onder andere bij het Korps Mariniers geen vrouwen worden toegelaten; 

verzoekt de regering, te zorgen dat alle functies van de rijksoverheid uiterlijk 1 januari 2017 ook opengesteld zijn voor vrouwen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman en Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 233 (30420). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Nederlandse Staat geheel of gedeeltelijke aandeelhouder is van staatsdeelnemingen; 

constaterende dat slechts 17% van de raden van bestuur van deze staatsdeelnemingen uit vrouwen bestaat; 

van mening dat de Nederlandse Staat een voorbeeldfunctie zou moeten vervullen met het behalen van het streefcijfer van 30% vrouwen in de top; 

verzoekt de regering om bij het aanstellen van nieuwe leden in de raad van bestuur van een staatsdeelneming de voorkeur te geven aan vrouwen tot het percentage van minimaal 30% vrouwen bij de staatsdeelneming is behaald, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman en Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 234 (30420). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de database van topvrouwen.nl is opgezet om vrouwelijke bestuurders aan te trekken om het "old boys network" te doorbreken; 

constaterende dat er voor de aanmelding voor de database een "endorsement" door een commissaris van de top 200-bedrijven in Nederland vereist is; 

overwegende dat commissarissen van de top 200-bedrijven in Nederland vaak onderdeel zijn van het "old boys network"; 

verzoekt de regering om de "endorsement" te verwijderen als criterium bij de aanmelding voor de topvrouwen.nl-database, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voortman en Grashoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 235 (30420). 

"Endorsement"? Moet dat? Hebben we daar niks anders voor? 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

"Aanbeveling" zou ook kunnen, maar dit staat letterlijk in de criteria van Topvrouwen.nl. 

De voorzitter:

Dan laten we het gaan. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik voeg eraan toe dat er nog allerlei andere criteria zijn op basis waarvan bekeken wordt of iemand wordt toegelaten tot de database. Dit specifieke criterium is dus niet nodig. Ik moet helaas naar een AO, maar mijn medewerker zal het debat volgen. Er wordt goed meegekeken, voor het geval ik naar aanleiding van de beantwoording van de minister moties wil aanpassen, intrekken of aanhouden. 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg is veel gesproken over vrouwen die een topbaan ambiëren in het bedrijfsleven en over de positie van mensen met een andere seksuele gerichtheid. De basis van onze eigen normen en waarden, inclusief de verworvenheden van 150 jaar emancipatie, staat onder druk. Dat is niet alleen mijn observatie, dat stelt de minister zelf in haar brief over het emancipatiebeleid. Het wordt ook geïllustreerd door het rapport "2 werelden, 2 werkelijkheden: een verslag over gevoelige maatschappelijke kwesties in de school" dat is opgesteld in opdracht van de minister. Dit gaat over emancipatieproblemen in het onderwijs. De VVD maakt zich grote zorgen en daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de verworvenheden van de emancipatie, zoals het recht voor vrouwen om te studeren, het recht om te blijven werken na je huwelijk, het recht om zonder toestemming van je partner te scheiden, het recht om uit je kerk te stappen en het recht op bescherming door de overheid als je man je in elkaar slaat, in toenemende mate onder druk staan; 

van mening dat het onderdeel is van het emancipatiebeleid om verworvenheden actief te benoemen en te verdedigen; 

van mening dat de minister in haar eigen brief over de voortgang van het emancipatiebeleid stelt dat met de huidige migratiestromen de urgentie om onze collectieve normen en waarden uit te dragen groter is dan ooit; 

verzoekt de regering, voor 1 mei van dit jaar te komen met een plan waarin ze de wijze waarop ze onze normen en waarden uitdraagt, omzet in concrete actiepunten, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Miltenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 236 (30420). 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Het kabinet heeft hierop een heel duidelijke toezegging gedaan. De minister was er in het AO over emancipatie van vorige week heel duidelijk over. Is dit dan een motie voor de bühne? 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik heb de motie ingediend, omdat er buiten het AO onduidelijkheid bestond over de toezegging. Velen gingen ervan uit dat de toezegging alleen maar de positie betrof van mensen met een andere seksuele gerichtheid. De voorzitter wil niet dat ik hen "lhbt'ers" noem. Ik wil zeker stellen dat het over de hele reikwijdte van het emancipatiebeleid gaat en over al deze onderwerpen. Het was mij onduidelijk en daarom heb ik deze motie ingediend. Ik ben heel benieuwd wat de minister erop te zeggen heeft. Die onduidelijkheid moet echt verdwijnen. 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Nogmaals, het kabinet was glashelder in het debat. Mevrouw Van Miltenburg heeft ook bij dit debat gezeten. Na het debat heb ik begrepen dat het ook buiten deze Kamer voor de vele mensen die het debat hebben gevolgd glashelder was. Dus nogmaals mijn vraag: is dit een motie voor de bühne? 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

In De Telegraaf stond dat de toezegging alleen maar lhbt'ers betrof. Veel mensen hebben dit gelezen. Dat hoop ik in ieder geval, want het ging over dit AO. Er was dus zeker onduidelijkheid over. Daarom heb ik deze motie ingediend. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Allereerst heb ik een vraag aan de minister. Op verzoek van het ministerie zijn in 2014 en 2015 twee onderzoeken uitgevoerd over de aandacht die in docentenopleidingen wordt besteed aan seksuele diversiteit. Het beeld is niet positief. Wat doet de minister met de aanbevelingen uit deze rapporten? 

Daarnaast wil ik de volgende twee moties indienen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er verschillende gedocumenteerde gevallen zijn van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender asielzoekers die op de (nood)opvanglocaties te maken krijgen met pesterijen en bedreigingen; 

overwegende dat het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale ombudsman concluderen dat er op sommige (nood)opvanglocaties voor asielzoekers onvoldoende waarborgen zijn dat asielzoekers toegang hebben tot een effectief rechtsmiddel; 

van mening dat er specifieke onafhankelijke vertrouwenspersonen en klachtenfunctionarissen aangesteld moeten worden op de (nood)opvanglocaties voor asielzoekers; 

verzoekt de regering, ervoor te zorgen dat er op elke (nood)opvanglocatie voor asielzoekers dergelijke specifieke, gespecialiseerde, onafhankelijke vertrouwenspersonen en klachtenfunctionarissen aanwezig zijn met wie bewoners in vertrouwelijkheid hun klachten en zorgen kunnen bespreken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp, Pia Dijkstra en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 237 (30420). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er verschillende gedocumenteerde gevallen zijn van asielzoekers die op de (nood)opvanglocaties te maken krijgen met discriminatoire pesterijen en bedreigingen; 

overwegende dat de regering heeft gesteld dat het "in echte acute noodsituaties" natuurlijk denkbaar is dat lhbt-asielzoekers en andere kwetsbare groepen apart en veilig worden opgevangen; 

verzoekt de regering, daadwerkelijk invulling te geven aan deze mogelijkheid van aparte, veilige opvang voor lhbt'ers en andere kwetsbare groepen, wanneer blijkt dat hun veiligheid niet gegarandeerd kan worden, en over deze invulling de Kamer te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp, Pia Dijkstra en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 238 (30420). 

De heer Jasper van Dijk ziet af van het woord. Mij is gebleken dat de minister niet meteen kan antwoorden. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Bussemaker:

Voorzitter. Ik begin met de vraag van mevrouw Yücel van de PvdA over het transgendernetwerk. Het klopt dat ik heb toegezegd dat de Kamer daarover aan het eind van het jaar een rapport krijgt. Dat rapport wordt door het SCP opgesteld. 

Mevrouw Yücel heeft voorts twee moties ingediend. De motie op stuk nr. 231 gaat over topvrouwen. De regering wordt in deze motie verzocht om uiterlijk najaar 2016 een onderzoek aan de Tweede Kamer aan te bieden. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. We hebben hierover uitgebreid gesproken tijdens het algemeen overleg. Ik zie deze motie als een aanscherping van de toezegging die ik daar heb gedaan, in het bijzonder als ik kijk naar de aandachtspunten die in de motie zijn genoemd. Ik snap de zorg van mevrouw Yücel. Ook ik wil goed in de gaten houden welke vorderingen er worden gemaakt. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer. 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Er komt nog een wet om de komende drie jaar de streefcijfers na te gaan. Worden deze punten dan in die wet opgenomen? Of wordt de evaluatie daarin opgenomen? Hoe ziet de minister dat voor zich? Het lijkt mij wel wat snel om al aan het einde van het jaar te evalueren, terwijl we de wet hier nog niet eens hebben behandeld. 

Minister Bussemaker:

De wet bepaalt dat we de 30%-norm, die al in de wet stond maar die 1 januari jongstleden afliep, verlengen tot 2020. Los daarvan heb ik aangegeven dat ik wil weten welke vorderingen we maken met de andere genomen initiatieven. Aan het einde van dit jaar wil ik de tussenbalans opmaken. Wat mij betreft is het dus geen definitieve balans, maar is het een moment om te kijken of de activiteiten uit 2015 en 2016 verbeteringen laten zien, zodat we ook een beetje een idee hebben van waar we richting 2020 op koersen. 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Kunt u aangeven wanneer de wet naar de Kamer komt? 

Minister Bussemaker:

De wet ligt bij de Raad van State. Zodra die ons bericht, komt de wet zo spoedig mogelijk naar de Kamer. Ik hoop dat dit binnen enkele weken gebeurt, maar dat ligt niet in mijn handen. 

In de motie op stuk nr. 232 van mevrouw Yücel wordt de regering verzocht in te zetten op een aangescherpte klachtenprocedure en een verbeterde informatievoorziening in relatie tot de rechten en plichten bij COA-voorzieningen en de asielopvang. Ik wil de indiener vragen om deze motie aan te houden. Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 237 van mevrouw Bergkamp c.s. die over hetzelfde thema gaat. Laat helder zijn dat de veiligheid in opvangvoorzieningen gegarandeerd moet zijn. Laat ook helder zijn dat het COA aandacht heeft voor de veiligheid en rechten van kwetsbare groepen in de opvang en dat het geen beledigende en discriminerende uitingen tolereert. Ook asielzoekers die anderen discrimineren, bijvoorbeeld op grond van seksuele oriëntatie of genderidentiteit, worden daarop aangesproken. Bewoners, asielzoekers, ontvangen informatie over wat de omgangsvormen zijn en over de wijze waarop wij ervan uitgaan dat zij onderling met elkaar omgaan. 

In het licht van recente gebeurtenissen, denk aan Keulen en ook aan de lange wachttijden in de noodopvang, is het COA zich ervan bewust dat de informatievoorziening en de wijze van verstrekking, meer dan ooit, op effectiviteit moeten worden getoetst. Daarom organiseert het COA, samen met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie die hierin vanzelfsprekend de leiding heeft, op 1 mei met het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een studiemiddag. Daarbij zullen partijen, waaronder het COC en de Stichting Gave die de belangen van Christenen behartigt, aanwezig zijn. Dan zal worden bekeken wat er nog meer nodig is. Ook zal worden bezien wat het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens en dat van de Ombudsman in dit specifieke geval behelzen en welke acties daaruit volgen. 

Voorts zal de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de Kamer in maart een brief sturen over de maatregelen die hij voornemens is te nemen ten aanzien van de veiligheid. Ook de incidentenregistratie speelt daarbij een rol. Het lijkt me wenselijk dat daarin ook deze thematiek en de resultaten van de conferentie op 1 mei worden meegenomen. Ik zou de indieners dus willen vragen om de moties aan te houden. Het betreft de motie op stuk nr. 232 van mevrouw Yücel en de motie op stuk nr. 237 van de leden Bergkamp, Pia Dijkstra en Sjoerdsma. Ik heb overigens al aangegeven dat aparte vertrouwenspersonen, wat het kabinet betreft, niet wenselijk zijn. 

De voorzitter:

Deze vlammende oproep gehoord hebbende, geef ik het woord aan mevrouw Yücel. 

Mevrouw Yücel (PvdA):

Die komt bij mij althans behoorlijk overtuigend over. Ik heb alle begrip voor het verzoek om dat even af te wachten. Ik wil deze motie dus ook aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Yücel stel ik voor, haar motie (30420, nr. 232) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik wil de minister daarover nog een vraag stellen. De Nationale ombudsman, de Kinderombudsman en het College voor de Rechten van de Mens hebben duidelijk uitgesproken dat er op dit moment onvoldoende onafhankelijke vertrouwenspersonen zijn. De minister vraagt om te wachten op een studiemiddag. Eerlijk gezegd snap ik niet dat dit voor de problemen gaat die op dit moment spelen. Waarom moeten we wachten op een studiemiddag als de Nationale ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens eigenlijk al aan de bel hebben getrokken? 

Minister Bussemaker:

Omdat de Nationale ombudsman en het College voor de Rechten van de Mens dit land niet regeren. Wij nemen hun zorgen wel zeer serieus en er zijn nog andere zorgen die in een integraal kader bekeken moeten worden. Dat is precies de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. De datum van 1 maart is al snel. We zetten er echt vaart achter. Nogmaals, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zal de Kamer in maart nader berichten. 

De voorzitter:

Mevrouw Bergkamp, houdt u de motie aan? 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik heb nog een vraag. Ik ga in conclaaf met mijn collega's over wat wij hiervan vinden. 

De voorzitter:

Als u daar nu geen uitsluitsel over geeft, wat uiteraard uw goed recht is, dan moet ik de minister vragen wat haar uiteindelijke oordeel over de motie is. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dat klopt helemaal. Ik heb nog een vraag aan de minister. Moeten wij dan wachten tot maart of tot mei? De minister geeft het advies om de motie aan te houden. Dan is het ook wel relevant om te weten hoelang wij die motie dan zouden moeten aanhouden. 

Minister Bussemaker:

Mijn advies is om de motie tot maart aan te houden. Dan stuurt collega Dijkhoff de Kamer een brief. Dat laat onverlet dat wij zullen optreden als zich ongewenste situaties voordoen. Dat heb ik net al aangeven. Voor het kabinet is klip-en-klaar dat iedereen zich heeft te houden aan de grondrechten in Nederland, dat iedereen gelijkwaardig moet worden behandeld en dat gevoelens van onveiligheid op grond van onder andere homoseksualiteit of genderidentiteit daar niet bij passen. 

Ik heb nog een antwoord op de andere vraag. Als de motie niet wordt aangehouden, dan ontraad ik haar. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dank u wel. Nu lijkt het net alsof ik gevoelig ben voor dreigementen, maar dat is niet het geval. Ik ben blij dat de minister aangeeft dat we in ieder geval voor maart duidelijkheid krijgen. 

Minister Bussemaker:

In maart. 

De voorzitter:

Voor 31 maart. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dan houd ik de motie aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Bergkamp stel ik voor, haar motie (30420, nr. 237) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Bussemaker:

Ik kom te spreken over de motie van de leden Voortman en Grashoff op stuk nr. 233 over defensie. Ik ontraad deze motie. Ik heb in het algemeen overleg al gezegd dat dit echt een integrale afweging is die de collega van Defensie moet maken. Ik weet dat zij een groot voorstander is van gelijke behandeling en dat zij ook haar uiterste best doet om zo veel mogelijk functies open te stellen. Zij heeft onlangs aangekondigd dat dat ook voor de militaire dienstplicht gaat gelden. Er kunnen echter situaties zijn, denk aan het Korps Mariniers of aan onderzeeërs, waarin een geoorloofd onderscheid plaatsvindt, althans volgens de Commissie Gelijke Behandeling. Het lijkt mij goed als de Kamer dit debat ook op de een of andere manier met de collega Van Defensie voortzet. Ik ontraad de motie dus in deze vorm. 

In de motie op stuk nr. 234 van de leden Voortman en Grashoff wordt de regering verzocht om bij het aanstellen van nieuwe leden voor de raad van een bestuur van een staatsdeelneming de voorkeur te geven aan vrouwen tot het percentage van minimaal 30 is gehaald. Ik ontraad ook deze motie. Dit ligt met name op het terrein van collega Dijsselbloem van Financiën. Ik weet dat hij hier de afgelopen jaren zeer voortvarend mee bezig is geweest. Dat heeft ook tot resultaat geleid. Het gemiddelde percentage vrouwen in een raad van commissarissen is gestegen tot 28. Dat is dus nagenoeg 30%. Ik erken dat er bij de raden van bestuur nog verbetering mogelijk is. Daar is het percentage 17. Maar vergeleken met het particuliere bedrijfsleven zijn hier zeer forse stappen gezet. Ik weet uit gesprekken die ik met mijn collega van Financiën heb dat hij hier zeer aan gecommitteerd is. Deze motie is wat mij betreft dus overbodig en ik ontraad haar. 

In de motie-Voortman/Grashoff op stuk nr. 235 wordt de regering verzocht om endorsement te verwijderen als criterium bij de aanmelding voor de Topvrouwen.nl-database. Ook die motie ontraad ik. Indertijd hebben we bedacht dat endorsement echt cruciaal is als je een lijst van vrouwen wilt hebben waarover geen discussie is. Zijn ze — sta me toe nog één Engels woord te gebruiken — board ready, dan moeten zittende commissarissen dat bevestigen. Vervolgens heb ik na intensieve debatten met de Kamer afgesproken dat we de database meer op afstand zetten. Mijn bemoeienis is daar überhaupt niet meer direct mee. Ik ontraad deze motie dus. 

In de motie-Van Miltenburg op stuk nr. 236 wordt de regering verzocht om voor 1 mei te komen met een plan waarin de wijze staat waarop onze normen en waarden worden uitgedragen en om dit om te zetten in concrete actiepunten. Ik ben het heel erg met mevrouw Van Miltenburg eens. Toch leidt dat ertoe dat ik deze motie ontraad, omdat ik haar echt overbodig vind. Ik ben volgens mij heel, heel erg duidelijk geweest over mijn opvattingen hierover, zowel in mijn brief als in mijn publieke optredens als in het algemeen overleg. De verworvenheden die we met elkaar in lange tijd, en soms met pijn en moeite, hebben opgebouwd, verdienen het zeer om beschermd te worden. Dat moeten we met z'n allen doen. Dat betekent dat we op moeten staan. Dat betekent dat we moeten tegenspreken. Dat betekent ook dat we de middelen die we hebben moeten gebruiken. Die middelen zijn soms van juridische aard, soms van politieke aard en soms van morele aard. Nogmaals, ik ben daar zeer, zeer toe gemotiveerd. Maar ik vind het geen goed idee om nu weer met een nieuw plan te komen over de manier waarop we dat gaan doen, terwijl er al heel veel acties in de brief zijn aangekondigd, die ik eigenlijk ook gewoon wil uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan ongelijke beloning. Daarover heeft de Kamer net de informatie over het onderzoek bij hogescholen gekregen. Ik heb hernieuwde aandacht gevraagd voor seksueel geweld. Ik zal er allemaal mee bezig blijven. Dat alles gezegd hebbende, ontraad ik deze motie. 

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Nu ik het antwoord van de minister hoor, ben ik des te blijer dat ik deze motie heb ingediend, omdat ik het in het debat juist breder heb willen trekken dan wat er in de brief over het emancipatiebeleid staat. Het gaat niet alleen om de gelijke beloning. Het gaat ook over seksueel geweld. Daar heeft de minister aandacht voor. Natuurlijk zijn ook topvrouwen van belang, maar daar steekt de minister al heel veel energie in. Het gaat juist ook om de dingen die we misschien zo gewoon zijn gaan vinden dat we vergeten zijn om ze te beschermen. In mijn overweging heb ik er een aantal van opgenoemd, maar er zijn er natuurlijk veel meer te benoemen. Ik meende gehoord te hebben dat de minister zei: ik moet het inderdaad wat breder gaan oppakken. In De Telegraaf las ik de volgende dag dat zij hadden gehoord dat het alleen over lhbt'ers gaat en nu gaat de minister weer terug naar de beperkte dingen die ze al heeft opgenomen. Ik wil echt dat ze breder kijkt en de hele emancipatie en alles wat we daarmee tot nu toe bereikt hebben duidelijker gaat verwoorden en ook gaat uitdragen. Dat is gewoon nodig. Dat zegt ze zelf ook in haar eigen brief. 

Minister Bussemaker:

Volgens mij zijn we het echt met elkaar eens. Ik heb een paar voorbeelden genoemd, maar ik kan moeiteloos doorgaan als de voorzitter mij dat toestaat. 

De voorzitter:

Dat gaan we niet doen, want we lopen al uit de tijd. 

Minister Bussemaker:

Laat mij dan twee voorbeelden noemen. Ik heb de Kamer een onderzoek toegestuurd over gelijke kansen voor jongens en meisjes in het onderwijs. Daarbij is de vraag: is het nu een meisjessucces of een jongensprobleem aan het worden? We constateren daar namelijk tot op het hoogste wetenschappelijke niveau dat we meer vrouwelijke dan mannelijke talenten hebben. De vraag is alleen wat er daarna met ze gebeurt. Ik heb de Kamer ook uitgebreid geïnformeerd over economische zelfstandigheid, over het recht om te blijven werken na je huwelijk, om dat ook volwaardig te doen, met kansen om je verder te ontwikkelen en met een goede beloning. Nogmaals, ik ben zeer gemotiveerd om daar werk van te maken. Als mevrouw Van Miltenburg concrete suggesties heeft over waar nog te weinig aandacht voor is, dan hoor ik die graag. Maar een algemeen actieplan is naar mijn idee echt overbodig. 

De voorzitter:

We gaan naar de motie-Bergkamp c.s. op stuk nr. 238. We gaan niet het debat heropenen. 

Minister Bussemaker:

Ik kom te spreken over de motie-Bergkamp c.s. op stuk nr. 238, waarin wordt gevraagd om daadwerkelijk invulling te geven aan de mogelijkheid van aparte, veilige opvang voor lhbt'ers en andere kwetsbare groepen. Die motie ontraad ik. De leden kennen het standpunt van het kabinet. Categorale opvang is niet aan de orde. Geweld moet in alle gevallen bestreden worden. De daders moeten worden aangepakt. In voorkomende gevallen kan een slachtoffer, als hij of zij dat wenst, worden overgeplaatst. Als er echt sprake is van een crisissituatie, dan wordt de procedure gehanteerd zoals bij crisisplaatsing van vrouwen in een blijf-van-mijn-lijfhuis. Een dergelijke situatie heeft zich tot nu toe in relatie tot lhbt-bewoners niet voorgedaan. Voor zover het specifiek gaat over de asielopvang, hecht ik eraan de integrale verantwoordelijkheid van mijn collega van V en J te benadrukken. Ik heb geen enkele reden om mij zorgen te maken over zijn inzet op dit terrein. 

De voorzitter:

Mevrouw Bergkamp, houdt u het bij een toelichting op de motie, want we komen echt in tijdproblemen. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik word echt heel erg treurig van wat de minister zegt. Zij is als coördinerend bewindspersoon verantwoordelijk voor emancipatie. Er zijn voldoende signalen dat kwetsbare groepen, waaronder lhbt'ers, zich niet veilig voelen in de opvang. Nu zegt deze minister: alleen wanneer er sprake is van een uiterste situatie, is crisisopvang mogelijk. Ik ben daar heel erg teleurgesteld over. Ik vraag de minister alsnog wat zij kan betekenen voor mensen die zich op dit moment niet veilig voelen in de opvang. Dat wil ik horen in plaats van een standaardriedeltje … 

De voorzitter:

Uw vraag is duidelijk. 

Minister Bussemaker:

Ik heb bij het algemeen overleg al laten weten wat ik voor hen kan betekenen. Ik kan zeer intensief overleg plegen met degenen die precies weten waar de problemen zitten. Dat kunnen mensen van het COA zijn, maar ook mensen van het COC, zeg ik er zeer nadrukkelijk bij. Daar hebben we intensief contact mee. Ik kan ervoor zorgen dat lokale en regionale netwerken worden gestimuleerd. Ik heb reeds toegezegd dat ik daarmee aan de slag ga. Daarbij gaat het over de opvang in de asielzoekerscentra en daarbuiten. Dan heb ik het bijvoorbeeld over buddy's voor lhbt'ers in de asielopvang. Men dient te weten waar men terechtkan. Dat kan ik allemaal stimuleren. Ik kan ook het gesprek met gemeenten aangaan. We hebben hier eerder een discussie over gevoerd, waarbij het ook ging over de contacten die ik heb met de regenbooggemeenten, waar veel asielzoekerscentra zitten die ook lhbt'ers opvangen. Ik kan eveneens aan het COA vragen om aandacht te hebben voor andere manieren en maatwerk om met onveilige situaties om te gaan. Dat doen we allemaal. Als er nog iets mist, dan hoor ik dat graag. Maar ik vind het onwenselijk om bij voorbaat mensen op te vangen in een safehouse of in een aparte veilige crisisopvang. Wij zijn immers van mening, zoals ik net tegen mevrouw Van Miltenburg heb gezegd, dat het voor iedereen die in Nederland woont, ook voor nieuwkomers, helder moet zijn hoe wij met elkaar omgaan. Wij willen tegelijkertijd uitdragen dat gelijke behandeling van mannen en vrouwen en gelijke waardering van seksuele geaardheid, van welke soort dan ook, cruciale elementen zijn. 

De voorzitter:

Mevrouw Bergkamp, we gaan niet het debat heropenen. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ik mag een tweede interruptie plegen. Dat mag volgens mij altijd, ook al … 

De voorzitter:

Dat is zeker niet het geval. De voorzitter bepaalt of interrupties worden toegestaan. Ik sta u nu toe om nog één interruptie te plegen, maar houd het alstublieft kort. 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dank u wel, voorzitter. De minister geeft aan dat ik heb gezegd dat er bij voorbaat aparte, veilige opvang moet zijn, maar dat heb ik niet gezegd. Ik vind dat er op het moment dat iemand onveilig is, moet worden gekeken naar aparte opvang. Ik heb dus niet gezegd "bij voorbaat". Ik zeg dus niet dat er bij voorbaat allemaal safehouses moeten zijn. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de minister? 

Mevrouw Bergkamp (D66):

Is zij het met mij eens dat, als mensen niet veilig zijn in de opvang, ze dan moeten worden overgeplaatst naar een andere afdeling of naar een andere opvanglocatie? Ook de minister van Veiligheid en Justitie heeft dat aangegeven. 

Minister Bussemaker:

Dan is de motie overbodig, want dit heb ik al omstandig bij het algemeen overleg uitgelegd. Dat heb ik zojuist ook nog herhaald. Als er echt sprake is van een acute onveilige situatie, dan heeft het de voorkeur dat de dader wordt overgeplaatst of opgepakt. Voor mijn part kan hij, als daar reden voor is, ook worden uitgezet. Maar als het slachtoffer aangeeft dat hij of zij liever overgeplaatst wil worden, dan is dat mogelijk. Dat kan een acute crisissituatie zijn waarbij iemand naar een andere locatie moet worden overgebracht. 

De voorzitter:

Wat is uw definitieve advies? 

Minister Bussemaker:

Dat ik de motie met deze interpretatie overbodig vind en dus ontraad. 

Dan nog een opmerking over de lerarenopleidingen. Er is een werkgroep met professionals ingesteld. Er is tevens sprake van een richtlijn voor een competentieprofiel sociale veiligheid, een heel belangrijk thema bij de lerarenopleidingen. Ik zeg toe dat ik de Kamer hierover in maart schriftelijk verder informeer. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden en voor haar komst maar de Kamer. 

Ik stel voor, na het reces te stemmen. 

Daartoe wordt besloten.