6 Reikwijdte en detailniveau planMER Schaliegas

Aan de orde is het VSO Vaststelling Notitie reikwijdte en detailniveau planMER Schaliegas (33952, nr. 13). 

De voorzitter:

Ik geef in dit VSO als eerste het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Met betrekking tot de vraag of wij wel of niet zouden moeten overgaan tot schaliegaswinning en of wij daarnaar onderzoek moeten doen, is er veel veranderd in de afgelopen tijd. De Kamer heeft inmiddels gezegd: een moratorium op die opsporingen zolang dit kabinet zit. Dan ligt het ook voor de hand om de opsporingsvergunningen die zijn afgegeven niet in de lucht te laten hangen en ook duidelijkheid te geven aan de desbetreffende bedrijven. Ik had daarover eerder een motie ingediend. Ik heb begrepen dat de vergunningen, in elk geval in één geval, al verlopen zijn en dat de minister zelf zich ook afvraagt: moet ik dat verlengen of hoe heet dat; is dit nu een gedoogconstructie? Ik zou graag als eerste een herbeoordeling door de minister willen van mijn ingediende en toen aangehouden motie. Ik overhandig die even aan de bode, zodat de minister weet over welke motie het gaat. 

Wij hebben hier een VSO over de planMER en de structuurvisie die daaruit zou kunnen voortvloeien. Daarover heb ik een nieuwe motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering voornemens is om direct na het afronden van de planMER Schaliegas een structuurvisie op te stellen; 

overwegende dat een structuurvisie geen onderzoek meer is, maar een beleidsvoornemen; 

verzoekt de regering, na het afronden van de planMER Schaliegas een nieuw besluitmoment in te bouwen en niet direct over te gaan tot het opstellen van een structuurvisie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 14 (33952). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan de tweede en laatste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de inspraakronde van de Notitie reikwijdte en detailniveau voor de planMER Schaliegas duizenden zienswijzen heeft opgeleverd, en de Commissie voor de m.e.r. hierover een advies heeft opgesteld; 

constaterende dat doordat er geen vernieuwde versie van de NRD is opgesteld, en de concept-NRD en de reactienota van de minister gezamenlijk als nieuwe NRD gelden, het onduidelijk is in hoeverre het advies van de Commissie voor de m.e.r. en de diverse zienswijzen nu wel en niet worden meegenomen bij het opstellen van de planMER; 

gelet op het belang om onderzoek naar schaliegaswinning zorgvuldig uit te voeren; 

verzoekt de regering, een nieuwe Notitie reikwijdte en detailniveau voor de planMER Schaliegas te maken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 15 (33952). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Het CDA wil graag van het kabinet weten hoe de aangenomen motie van Samsom en Van Ojik wordt uitgevoerd. Vallen proefboringen ook onder het moratorium volgens het kabinet? Het CDA heeft grote vraagtekens bij de winning van schaliegas en vraagt zich af of dat schoon, veilig en met draagvlak kan. Onze drinkwatervoorziening mag in geen geval in gevaar komen. 

Schaliegas mag daarnaast de overgang naar een duurzame energievoorziening niet belemmeren. Het CDA sluit niet uit dat er in de toekomst ooit nog innovaties worden gedaan, waardoor de winning van schaliegas op termijn veilig en schoon zou kunnen plaatsvinden. Maar zelfs als dat zo is, is het voor het CDA van belang dat er voldoende draagvlak is onder de bevolking. Wij moeten richting toekomstige generaties voorkomen dat er jaren na de winning nog problemen opduiken, zoals nu in Limburg bijvoorbeeld met de steenkoolwinning het geval is. 

In de planMER Schaliegas heeft de CDA-fractie vragen gesteld over wat er gebeurt met het afvalwater. Ook tijdens ons bezoek aan de VS bleek dat dit een van de grootste zorgpunten is en dat dit daar nog verder wordt onderzocht. De uitkomsten in de VS volgen pas in 2016. 

Voor Twente is de zorg rondom afvalwater nu heel actueel. Prof. Reijnders van de Universiteit van Amsterdam beweert dat er door het transport van het afvalwater naar en de opslag ervan in lege gasvelden in Twente aardbevingen, bodemverzakkingen en bodemverontreinigingen zouden kunnen voorkomen. Deelt de minister deze conclusies? Hoe groot is het risico van lekkages tijdens het transport volgens de minister? Worden bij de vergunningverlening voldoende voorwaarden gesteld om de veiligheid te garanderen? Zijn de mogelijke schadelijke effecten van de toegevoegde stoffen aan het gebruikte water bij de winning van olie op korte en lange termijn goed in beeld? In hoeverre wordt het geïnjecteerde afvalwater gemonitord? Zijn er risico's dat water uit de diepe ondergrond in ons oppervlakte- en grondwater terechtkomt? Kan de minister een overzicht geven van de verschillen tussen de vergunningverlening in de Verenigde Staten en Nederland op dit gebied? In hoeverre lopen de inwoners van Twente risico? 

De voorzitter:

Mevrouw Van Tongeren, ik wil geen heel debat voeren. Ik vind het prima als u één vraag stelt, maar we gaan niet uitgebreid debatteren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Het CDA was bij het overleg waarin de minister toezeggingen op de vragen van GroenLinks over dit dossier heeft gedaan. Wij krijgen er dus al een heleboel informatie over. Wil het CDA daar samen met GroenLinks op wachten, of moeten er nu, vooruitlopend op die beantwoording al een antwoord op deze vragen komen? 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Wij hebben, zoals aangegeven tijdens dat debat, eerder schriftelijke vragen over de planMER Schaliegas en met name het afvalwater in de Tweede Kamer ingediend. De zorg van GroenLinks deelt het CDA dus absoluut, mede naar aanleiding van het bezoek dat wij gezamenlijk aan de Verenigde Staten hebben gebracht. Over het afvalwater is inderdaad een toezegging gedaan, maar ik benadruk hier dat de omgang daarmee zeer cruciaal is in het kader van de eventuele toekomstige omgang met schaliegas in dit land. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. De ChristenUnie was, is en blijft tegen schaliegas. Aangezien de Kamer een nieuwe motie heeft aangenomen, dien ik de volgende motie in. Volgens mij is onderzoek naar schaliegas en het opstellen van een structuurvisie namelijk niet meer aan de orde. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er geen noodzaak is tot het boren naar en winnen van schaliegas in Nederland; 

verzoekt de regering om de voorbereidingen voor de Structuurvisie Schaliegas en onderzoek naar schaliegaswinning te beëindigen en om het bespaarde budget te investeren in onderzoek naar innovatieve, hernieuwbare energie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Van Tongeren en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 16 (33952). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mijn volgende motie luidt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat boringvrije zones door de provincie worden aangewezen om bewoond gebied, natuurgebieden en waterwingebieden te beschermen; 

overwegende dat strategische grondwatervoorraden voor de drinkwatervoorziening in de Structuurvisie Ondergrond (STRONG) worden aangewezen; 

verzoekt de regering om boringvrije zones die door provincies zijn aangewezen en strategische grondwatervoorraden vooraf uit te zonderen van schaliegaswinning over de volledige diepte, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Van Tongeren en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 17 (33952). 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het moge duidelijk zijn dat ik heel erg hoop dat de eerste motie van mijn fractie wordt aangenomen, want dan is de tweede motie overbodig. Ik ben er niet helemaal gerust op, vandaar dat ik beide moties heb ingediend. Tot slot geef ik aan dat ik in een groot debat zit over de hervormingen van de zorg. Er zit een medewerker achter in de zaal. Ik verlaat deze vergadering om terug te gaan naar het zorgdebat. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien meteen de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat aardbevingen schade kunnen veroorzaken aan zowel actieve als verlaten boorputten voor olie- en gaswinning en dat hierdoor milieuschade kan ontstaan; 

verzoekt de regering, vergunninghouders te verplichten om na een aardbeving alle putten in de buurt van het epicentrum van de aardbeving te inspecteren op integriteit, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 18 (33952). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat niet alle informatie van het Staatstoezicht op de Mijnen openbaar is en dat transparantie goed is voor het vertrouwen van de burger in de overheid; 

verzoekt de regering, alle niet-bedrijfsgevoelige informatie van het SodM openbaar te maken en binnen vier weken te ontsluiten via de website, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 19 (33952). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in Nederland afvalwater van mijnbouwactiviteiten diep onder de grond wordt gepompt omdat het te vuil is om op het oppervlaktewater te lozen en te duur is om te zuiveren; 

overwegende dat hierbij een risico bestaat op grondwaterverontreiniging en aardbevingen; 

overwegende dat de minister in het kader van de Structuurvisie Schaliegas stelt dat als hergebruik van "retourwater" niet mogelijk is, het gezuiverd moet worden tot een kwaliteit waarop het geloosd mag worden; 

verzoekt de regering, bij het afgeven van nieuwe vergunningen onder de Mijnbouwwet de voorwaarde te stellen dat afvalwater gezuiverd moet worden tot een kwaliteit waarop het geloosd mag worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Tongeren en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 20 (33952). 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Als afsluiting wil ik nog zeggen dat GroenLinks vanaf het begin heeft gezegd dat zeker in Nederland de laatste resten fossiel niet uit de aarde moeten worden gehaald en dat schaliegas en ander onconventioneel gas daar zeker onder vallen. We moeten veel zuiniger omgaan met de bestaande voorraad in Groningen. Het opvolgen van het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen is daarbij voor GroenLinks van het grootste belang. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. De SP wil complimenten uitdelen aan alle partijen die zienswijzen hebben ingediend op het dossier schaliegas. Dat is toch een mooi democratisch instrument. Het niveau van de zienswijzen lag over het algemeen erg hoog en ze waren diepgravend. Dat is een goede zaak. Ik meen dat we in juni een debat hebben gevoerd over schaliegas, waarbij de posities wel ongeveer duidelijk zijn geworden. Ik denk niet dat er heel veel verschil is tussen toen en nu, met uitzondering van het klimaatdebat dat we vorige week hadden en dat toch wel tot een nieuwe realiteit heeft geleid door het aannemen van de motie van de heren Samsom en Van Ojik. 

Ik heb twee moties. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat schaliegaswinning in Nederland geen serieuze optie meer is; 

verzoekt de regering, vanwege dit feit ook geen proefboringen te laten plaatsvinden en vergunningen dienaangaande niet te verlengen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 21 (33952). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de winning van schaliegas in de nabije toekomst niet aan de orde is; 

overwegende dat de urgentie van het onderzoek naar schaliegaswinning en het opstellen van een milieu-effectrapportage en een Structuurvisie Schaliegas daarmee sterk verminderd is; 

overwegende dat onderzoek naar kansrijke vormen van opwekking en benutting van duurzame energie de hoogste prioriteit heeft; 

verzoekt de regering, de route richting Structuurvisie Schaliegas af te sluiten en uitgespaarde middelen in te zetten voor een versnelde omschakeling naar duurzaam energiegebruik, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smaling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 22 (33952). 

De heer Smaling (SP):

Rest mij nog te zeggen dat de SP de minister zal steunen in zijn goede en duidelijke pogingen, het energieakkoord tot een goed einde te brengen. Met de moties hebben we op dit punt een duidelijk standpunt verwoord. 

De heer Klein (Klein):

Voorzitter. Het bezoek aan de Verenigde Staten heeft mij geleerd dat je zorgvuldig moet zijn en dat je beter moet gaan kijken. Het geeft aan dat wij daarover duidelijkheid moeten geven aan de burgers. Vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat door het aannemen van de motie-Samsom/Van Ojik op stuk nr. 50 (31795) deze kabinetsperiode geen besluit tot het verlenen van een vergunning om te boren naar schaliegas genomen zal worden; 

overwegende dat de bevolking in de mogelijk betrokken schaliegaswingebieden in Nederland duidelijkheid willen hebben of er een kans bestaat dat een volgend kabinet wel vergunningen kan afgeven; 

verzoekt de regering, alle voorbereidende onderzoeken uit te voeren in deze kabinetsperiode; 

verzoekt de regering tevens om, als de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven, de betreffende gebieden duidelijkheid te geven dat er geen schaliegaswinning zal plaatsvinden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klein. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 23 (33952). 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ook D66 wil graag van de minister weten hoe hij de motie-Samsom/Van Ojik gaat uitvoeren en wat er wel en niet bij hoort. Wij zijn er nog steeds niet zeker van dat er geen risico's voor ons grondwater zouden kunnen ontstaan bij de uitvoering van die motie. Daarom dien ik een drietal moties in die er in ieder geval op gericht zijn om risico's voor ons grondwater en drinkwater uit te sluiten. Wellicht zijn de moties overbodig na het besluit van de minister over het uitvoeren van de motie, maar voor de zekerheid dien ik ze toch alvast in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het huidige Waarborgfonds mijnbouwschade niet kan worden ingezet om eventuele schade aan de grondwaterkwaliteit te herstellen; 

overwegende dat een schadefonds noodzakelijk is om schade aan de grondwaterkwaliteit, ook op de lange termijn van 100 jaar, te kunnen financieren; 

verzoekt de regering, de bestedingsdoeleinden van het mijnbouwfonds te verbreden, zodat financieel gewaarborgd is dat schade aan de grondwaterkwaliteit altijd kan worden hersteld; 

verzoekt de regering tevens, aan het verlenen van een vergunning voor het boren naar schaliegas een bijdrage aan het mijnbouwfonds tot voorwaarde te stellen, en een voorstel te ontwikkelen voor de hoogte van die bijdrage; 

verzoekt de regering voorts, daarbij duidelijk aan te geven dat deze bijdragen niet in de plaats komen van de aansprakelijkheid van bedrijven, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 24 (33952). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de motie op stuk nr. 11 (33952) van het lid Jan Vos c.s. met het verzoek aan de regering om onaanvaardbare risico's ten aanzien van het grondwater uit te sluiten, is aangenomen; 

overwegende dat monitoring van de grondwaterkwaliteit nu is geregeld voor het ondiepe grondwater, maar dat monitoring van het diepe grondwater nog altijd niet is geborgd; 

overwegende dat het rapport van Witteveen+Bos aangeeft dat monitoring en aanvullende boorgasmetingen nodig zijn om risico's van gasdoorslag naar watervoerende lagen te beheersen; 

overwegende dat je de stoffen waar je niet op test, ook niet zult vinden; 

verzoekt de regering, een monitoringsprogramma voor het diepe grondwater verplicht te stellen; 

verzoekt de regering tevens, een monitoringsprotocol op te stellen, waarin in ieder geval gewaarborgd is dat 

  • -er altijd gemonitord wordt op de stoffen die gebruikt worden in de fracking vloeistof, inclusief een tijdige actualisatie van de lijst van die stoffen bij wijziging ervan; 

  • -er op de boorlocaties wordt bijgehouden welke stoffen met de vloeistof omhoogkomen, en dat ook op die stoffen structureel de doorsijpeling naar het diepe en ondiepe grondwater gemonitord wordt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 25 (33952). 

Uw spreektijd is op. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik zal het heel snel doen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er zorgen zijn over de potentiële risico's van schaliegaswinning voor de kwaliteit van het grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwatervoorziening; 

overwegende dat drinkwaterbedrijven veel knowhow hebben op het gebied van bescherming van de drinkwaterbronnen; 

verzoekt de regering, in de wetgeving een verplicht advies van de drinkwaterbedrijven op te nemen, waarvan slechts beredeneerd kan worden afgeweken; 

verzoekt de regering tevens, daarbij te verzekeren dat zowel het advies als de reactie tijdig openbaar toegankelijk is, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 26 (33952). 

Daarmee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de Kamer. Ik ga niet schorsen, maar we wachten heel even tot de minister de beschikking heeft over alle moties. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Als er over schaliegas gesproken wordt, lijkt het wel of dat een of ander giftig gas is, dat op een duivelse manier naar boven wordt gehaald en dat alleen maar grote ellende voor de hele samenleving met zich meebrengt. Maar eigenlijk is het gewoon aardgas, en aardgas zit in steen. Je hebt iets poreuzer steen. Als het gas daaruit komt, noemen we het aardgas. Je hebt ook vaster steen. Als het gas daaruit komt, noemen we het schaliegas. Dat is het verschil. Ik heb schaliegas nooit groter willen maken dan het is. Ik heb vanaf het begin heel goed gezien dat er haken en ogen zitten aan schaliegaswinning. Ik heb ook een neutrale opvatting over schaliegas, omdat ik eerst weleens even wil zien wat er precies aan de hand is rondom schaliegas, waar we allemaal rekening mee moeten houden en of we er wel aan moeten beginnen. Ik heb het nooit groter willen maken dan het is, maar ik heb ook geen zin om het kleiner te maken dan het is. 

In mijn dossiers staat dat er aanwijzingen zijn dat er in de Nederlandse bodem schaliegas zit waarmee we voor een periode van vijf, tien en misschien twaalf jaar ons jaarlijkse verbruik zouden kunnen afdekken. Dat betekent dat alle 8 miljoen huishoudens in Nederland die nu gebruikmaken van gas, kunnen worden afgedekt. Dat geldt ook voor het koken op aardgas en voor 60% van onze elektriciteitsproductie, die via gas wordt gewonnen. Dat zou allemaal vijf, tien of misschien zelfs twaalf jaar lang uit dat schaliegas gehaald kunnen worden. De waarde van dat schaliegas, dus de netto-opbrengst voor de Staat, zou een bedrag kunnen betreffen tussen 12 miljard en 42 miljard euro. 

Als je over zulke dingen praat, lijkt het mij logisch en verstandig om eerst eens te onderzoeken wat er precies aan de hand is voordat je daarover beslissingen neemt en uitspraken doet. Met die onderzoeken ben ik nu bezig. Dat zijn verschillende onderzoeken. Ik ben bezig met een onderzoek met een MER, waarbij alle mogelijke milieueffecten worden uitgezocht en beschreven. Ik ben bezig met een onderzoek waarin bekeken wordt of schaliegas een rol zou kunnen spelen in de energietransitie waar we mee bezig zijn, dus de overgang naar duurzame energie. Wat komt daar allemaal bij kijken? Ook ben ik bezig met een onderzoek waarin wordt bekeken wat de eventuele rol van schaliegas zou kunnen zijn in een langetermijnstrategie voor aardgas. En ik ben bezig met een onderzoek naar schone technieken om schaliegas uit de bodem te halen. Het lijkt mij heel logisch om, als je dat onderzoek begonnen bent en daarvoor opdrachten gegeven hebt nadat er een discussie is geweest met de Kamer, dat onderzoek eerst af te maken voordat je daarover allerlei uitspraken doet. 

Er is mij gevraagd wat ik van de motie-Samsom/Van Ojik vind. In die motie staat dat er in deze kabinetsperiode geen winning van schaliegas meer moet zijn. Dat is zo. Dat zal ook niet gebeuren, want we zijn nu bezig met die onderzoeken en we gaan pas in de tweede helft van het jaar 2015 bekijken of we verdergaan met een structuurvisie. Vervolgens komt er dan een moment waarop een besluit moet worden genomen over eventuele proefboringen. Pas daarna komt de winning eventueel aan de orde. Die winning is dus zo ver weg; die gebeurt zeker niet in deze kabinetsperiode. Die proefboringen lijken me echt iets waarover je moet beslissen wanneer je het onderzoek hebt afgerond. Dat zijn we toch verplicht aan de burgers van Nederland? Als we praten over twaalf tot vijftien keer het gebruik van aardgas en een bedrag van 12 miljard tot 42 miljard euro, moeten we ons goed voorbereiden voor we daarover beslissen. Die onderzoeken heb ik om ons goed voor te bereiden. Dat is voor mij van belang, voor de Kamer, hoop ik, en, schat ik in, ook voor de Nederlandse burgers. Daarom ben ik er een voorstander van om die onderzoeken netjes af te ronden en daarna te bekijken wat we gaan doen. 

De eerste motie is de aangehouden motie-Ouwehand op stuk nr. 215 waarin de regering verzocht wordt om de opsporingsvergunningen in te trekken. Die opsporingsvergunningen zijn ooit verleend op grond van de geldende wetgeving. Die kan ik niet zomaar intrekken. Er zijn gronden in de wet op basis waarvan intrekking aan de orde kan zijn, maar ik geloof niet dat die gronden mij nu de gelegenheid bieden om deze in te trekken. Als ik het toch zou doen, ontstaat er een situatie met juridische haken en ogen en mogelijke effecten. Dan kom je terecht in een sfeer die op dit moment niet constructief is. Daarom heb ik tegen de bedrijven die die vergunningen hebben gezegd: we gaan het bevriezen, we doen er helemaal niets mee; we gaan de onderzoeken doen en praten met de Kamer over wat we vinden en willen, waarna ik zal beslissen of vergunningen ingetrokken worden en of andere vergunningen verder in behandeling worden genomen of niet. Het lijkt me veel beter dat op zo'n moment te doen dan daar nu uitspraken over te doen. Die motie van mevrouw Ouwehand ontraad ik dus ook deze keer. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Allereerst wil ik de minister complimenteren dat hij zijn scheikunde, of aardwetenschappen, heeft opgefrist. Hij heeft ons nog even verteld wat schaliegas precies is. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Mijn vraag is hoe het staat met de opsporingsvergunningen. Ik hoor de minister goed. Hij zegt: we gaan eerst het onderzoek doen. Dat zijn we ook verplicht aan de burgers in ons land. Daarna beslissen we of we gaan proefboren of niet. De vraag is wat er dan in de tussentijd boven de markt blijft hangen met die opsporingsvergunningen die zijn afgegeven. Toen ik de motie indiende, was er al discussie over de vraag of de betreffende bedrijven wel aan de voorwaarden voldeden om die vergunning te behouden. Daarover verschillen de minister en ik nog steeds van mening en ik wil graag een analyse op dat punt. De volgende vraag is wat de status van die vergunningen is. Ik heb begrepen dat een van de twee al is verlopen en dat de minister een soort van verlenging heeft geregeld. Hoe zit dat? De andere verloopt over een halfjaar. Hoe gaat de minister daarmee om? 

Minister Kamp:

Ik heb het bevroren en dat betekent dat ik verlengingstermijnen ook niet laat aflopen. Dat zou niet reëel zijn voor die bedrijven. Die bedrijven hebben op grond van de Mijnbouwwet, artikel 21, lid 1, een aanvraag ingediend. Vervolgens moet ik daarover beslissen. Ik heb tegen die bedrijven gezegd: laten we dat niet gaan doen. Sommige aanvragen liggen er, andere zijn al verstrekt. Ik heb tegen de twee bedrijven waar het om gaat, Quadrilla en Hexagon, gezegd: laten we dat allemaal bevriezen. We laten dus geen termijnen verlopen, we maken geen gebruik van vergunningen; we doen helemaal niets. We gaan ons eerst concentreren op dat onderzoek. Die bedrijven hebben daarmee ingestemd. Dat betekent dus dat er gedurende die hele periode geen enkele wijziging optreedt in de positie van die vergunningen of aanvragen. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zou toch graag van de minister willen weten of het laten verlopen van de vergunningen, want dat is in elk geval een optie, tot de mogelijkheden behoort. Gelet op het moratorium dat de Kamer wil, lijkt me dat ook wel fair. Ziet de minister dan problemen om een nieuwe vergunning af te geven als uiteindelijk toch het besluit valt om over te gaan tot opsporing en proefboringen? En ik wil graag van de minister weten wat "bevriezen" juridisch betekent. Is dat een nieuw instrument dat wordt geïntroduceerd? Excuus voor de vele vragen, maar hier moet wel helderheid over komen. 

De voorzitter:

Dit was wel de laatste vraag op dit punt, mevrouw Ouwehand. 

Minister Kamp:

Ik ben niet bereid om aanvragen of termijnen te laten verlopen. Ik geef uitvoering aan de door de Kamer gecreëerde realiteit, en die realiteit is dat de Kamer geen proefboringen en boringen wil, maar eerst onderzoek. Daarna kijken we wat er gaat gebeuren. Ik heb tegen de bedrijven, die voor een deel over vergunningen beschikten en voor een deel aanvragen hadden gedaan, gezegd dat we alles laten liggen zoals het ligt. "Bevriezen", noem ik dat. Dan gaan we recht doen aan wat wij, ik en de Kamer, in gang hebben gezet, namelijk de onderzoeken. Pas als dat afgerond is, komt de politieke besluitvorming en gaan we bekijken wat we verder doen met die vergunningen. Ik denk dat dat een heel redelijke manier is van omgaan met de huidige situatie. De politieke besluitvorming staat voor mij voorop. Wat er aan regels omheen is, is bedoeld om de politieke besluitvorming recht te doen. Ik probeer dat nu op een, denk ik, zorgvuldige manier te doen. Ik heb daar ook de medewerking van de bedrijven voor gekregen en die wil ik graag vasthouden. Dat was de eerste, aangehouden motie van mevrouw Ouwehand. 

In de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 14 staat dat er na het afronden van de planMER schaliegas een nieuw besluitmoment moet komen en dat we niet direct een structuurvisie moeten gaan opstellen. Natuurlijk ga ik niet direct een structuurvisie opstellen. Als die vier onderzoeken die ik net heb genoemd, zijn afgerond, ga ik dat allemaal in beeld brengen en trek ik mijn eigen conclusies. Dat presenteer ik dan aan de Kamer. De Kamer kan daar dan over spreken. Vervolgens zal ik kijken of we die structuurvisie gaan opstellen. Maar ik ga zeker niet zomaar automatisch met de structuurvisie door. Wat mij betreft gaan we de politieke besluitvorming, die is geweest en die moet komen, op een zorgvuldige manier doen. De motie van mevrouw Ouwehand is dus overbodig, omdat het al de werkelijkheid is. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn dat de minister de motie eigenlijk omarmt, maar dit was tot nu toe nog niet duidelijk uit zijn plannen. Ik zou het dus aardiger vinden als hij zegt: dit is een goed idee, oordeel Kamer. 

Minister Kamp:

Nee, het kan echt niet zo zijn dat ik onderzoek ga doen — vier onderzoeken gedurende bijna een jaar — en vervolgens met oogkleppen op meteen in een structuurvisie doorga. Ik weet helemaal niet of ik in een structuurvisie doorga. Ik weet alleen maar dat ik onderzoek doe, dat ik er neutraal tegenover sta, en dat ik aan de hand van de resultaten van het onderzoek wil gaan kijken of we een structuurvisie zullen opstellen. Dus de suggestie dat ik dat anders zou doen, is niet terecht. Daarom ontraad ik de motie. 

In de motie op stuk nr. 15 van mevrouw Ouwehand wordt gezegd dat ik een nieuwe notitie reikwijdte en detailniveau voor de planMER moet maken. Dat ben ik niet van plan, omdat we de procedure hebben gevolgd zoals de procedure gevolgd moet worden. Er komt eerst zo'n notitie. Dan wordt er op gereageerd. Vervolgens wordt er gereageerd op de reacties. Daarna wordt doorgegaan volgens de wettelijke procedure om uiteindelijk tot een planMER te komen. Ik wil dat gewoon vasthouden, vandaar dat ik deze motie ontraad. 

Ik kom aan bij de motie op stuk nr. 16, maar voordat ik daarop inga, ga ik eerst naar mevrouw Mulder van het CDA. Die heeft ook gevraagd wat ik met de motie van de leden Van Ojik en Samsom doe. Daar heb ik al op geantwoord. Ze heeft vragen gesteld over het injecteren van afvalwater in Twente, zoals zij dat noemt. Ik zie niet direct het verband met het onderwerp dat nu aan de orde is. Ze vraagt mij ook of ik op een opvatting van een professor wil reageren. De Kamer heeft al vragen gesteld over dit onderwerp. Het lijkt me nuttig om dat geheel, ook aan de hand van de vragen van mevrouw Mulder, in beeld te brengen en de Kamer daarover te informeren. Dan kunnen we over dat onderwerp een keer apart van gedachten wisselen. 

Dan heeft mevrouw Dik-Faber, die helaas niet kon blijven, de motie op stuk nr. 16 ingediend waarin ze vraagt om het onderzoek naar schaliegaswinning te beëindigen. Ik zou dat zeer onzorgvuldig vinden. Eerst brengen we onderzoek op gang, dan zijn we er druk mee bezig, en dan gaan we het weer beëindigen. Omdat het onderzoek bovendien ook van grote, maatschappelijke relevantie is, moet ik de motie ontraden. 

Mevrouw Dik-Faber heeft de regering gevraagd in de motie op stuk nr. 17 om boringvrije zones en strategische grondwatervoorraden vooraf uit te zonderen. Ik wil vooraf helemaal niks uitzonderen. Ik wil de planMER en andere onderzoeken gaan instellen. Op grond daarvan wil ik kijken wat er wel of niet kan. Ik ga niet van tevoren al zeggen wat er moet gebeuren, terwijl het onderzoek nog bezig is. Dus deze motie ontraad ik. 

Mevrouw Tongeren zegt in de motie op stuk nr. 18 dat alle putten in de buurt van het epicentrum van een aardbeving geïnspecteerd moeten worden op integriteit. Ik heb totaal geen angst dat degene die verantwoordelijk is voor de aardgaswinning, de NAM, niet zo verstandig zou zijn om adequaat te reageren als er iets gebeurt. Natuurlijk doet men dat en natuurlijk moet men dat ook doen. Dat hoort bij de zorgvuldigheid die van het bedrijf verwacht mag worden en waar ook de wetgever regels voor heeft gesteld. Die extra aansporing is niet nodig. Wat er na een aardbeving moet gebeuren, zal ook gebeuren. Deze motie ontraad ik. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zegt de minister dus dat dit in Nederland al in alle gevallen gebeurt? Wordt er goed gekeken naar oude putten, waterinjectieputten en gaswinningsputten rond het epicentrum van een aardbeving? 

Minister Kamp:

Ik zeg dat het bedrijf dat aardgas wint, professioneel handelt. Het doet wat er gedaan moet worden, omdat het dat zelf wil en omdat de wetgever het wenst. De zorgvuldigheid die nodig is met betrekking tot aardgaswinning en putten, is er. Wat moet gebeuren na een calamiteit, gebeurt. Ik heb daar geen enkele twijfel over. Het is dus niet nodig dat als Kamer nog eens apart uit te spreken. Daarom ontraad ik deze motie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Is het dan mogelijk dat die bedrijven of het SodM de rapporten van de inspecties die ze blijkbaar na een aardbeving uitvoeren, op hun site zetten, eventueel alleen het gedeelte dat niet bedrijfsgevoelig is? Wij hebben nagezocht hoe dit zit, onder andere in Groningen, maar ook in Twente. Een heleboel van die rapporten zijn niet te vinden: niet of er gemonitord wordt, niet of er gecontroleerd is en ook niet of er schade gevonden is. De minister heeft vertrouwen in deze bedrijven, maar bij de burgers moet er nog wel aan dat vertrouwen gewerkt worden. Is het daarom mogelijk dat deze rapporten in elk geval openbaar toegankelijk worden? 

Minister Kamp:

Ik weet niet of het vertrouwen van de burgers vergroot wordt door van alles en nog wat openbaar en toegankelijk te maken. Iedereen weet dat de NAM een zeer professionele organisatie is, waar heel veel techniek achter zit, ook vanwege de deelnemende bedrijven. Iedereen weet ook dat wij onze mijnbouwvoorschriften heel goed hebben uitgewerkt en hebben vastgelegd. Daar is wat mij betreft geen reden voor twijfel en ook geen reden om van alles en nog wat, meer dan nu, openbaar te maken. Ik heb daar echt geen behoefte aan. Ik kan de Kamer dit slechts ontraden. 

Mevrouw Van Tongeren vraagt in de motie op stuk nr. 19 om alle informatie van het SodM openbaar te maken. Ze heeft er nog onder geschreven dat het om alle niet-bedrijfsgevoelige informatie gaat. Er zijn regels betreffende de openbaarheid en die worden gevolgd. Ik weet niet wie er beter van wordt als alles wat bij het SodM niet-bedrijfsgevoelig is, maar openbaar gemaakt wordt. Het SodM heeft een eigen verantwoordelijkheid. De openbaarheidsregels moeten nageleefd worden. Het SodM moet zijn werk goed doen en mij van goede adviezen voorzien. Dat is allemaal op een nauwkeurige manier geregeld. Daar wil ik het bij laten. Ik wil het SodM na dit debat geen opdracht geven om alle niet-bedrijfsgevoelige informatie in een keer openbaar te maken. Ik zie het voordeel daar niet van. De motie op stuk nr. 19 ontraad ik. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Bij een heleboel andere inspecties is dat erg gebruikelijk. Zo is het voor zowel burgers als Tweede Kamerleden mogelijk om te controleren. Ik heb meer dan een jaar geleden vragen gesteld, onder andere over de waterinjectie bij Borgsweer. De minister heeft toen een toezegging gedaan om bepaalde stukken op de site van het SodM openbaar te maken. Die stukken staan daar nog steeds niet op. Dat helpt de lokale bevolking en politiek niet, maar ook de Kamer niet in haar mogelijkheid om de minister te controleren. Daarom doe ik dit verzoek. Als de termijn van vier weken te kort is of als er een selectie moet komen, kan ik me dat voorstellen. Het is een onafhankelijke inspectie, in het belang van heel Nederland. 

De voorzitter:

Uw vraag is helder. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Andere inspecties publiceren hun stukken op die manier. Zou het SodM dit ook niet moeten doen? 

Minister Kamp:

Ik blijf bij mijn advies. Mevrouw Van Tongeren zegt dat ik haar een toezegging heb gedaan die ik niet ben nagekomen. Ik zal uitzoeken wat die toezegging precies is geweest en wat daarmee is gebeurd. Ik zal de Kamer daar ook apart over informeren. 

In de motie op stuk nr. 20 van mevrouw Van Tongeren en mevrouw Dik-Faber wordt gezegd dat afvalwater gezuiverd moet worden tot een kwaliteit waarop het geloosd mag worden. In grote lijnen gaat het over een activiteit waarbij water uit de diepe bodem naar boven komt. De praktijk is nu dat datzelfde water weer naar dezelfde diepe bodem teruggaat. Mevrouw Van Tongeren zegt dat we dat niet moeten doen en dat we die kringloop niet moeten willen hebben. Zij wil dat water zuiveren voordat het terug in de bodem gaat. Daar zie ik het nut niet van in, zeker niet om dat nu zomaar als Kamer uit te spreken. Ik denk dat daar heel veel consequenties aan verbonden zijn. De eerste logica ligt voor mij ook niet voor de hand. Ik vind het logischer om wat je eruit haalt op dezelfde plek en in dezelfde staat weer terug te brengen. Dat lijkt mij logischer dan deze Kamermotie. Daarom ontraad ik de motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 20. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Dit is een misverstand. Dit is niet wat mevrouw Van Tongeren stelt. Dit is wat de minister stelt in zijn beantwoording van de vragen van de Kamer. Ik wijs op het tweede overwegende: "overwegende dat de minister in het kader van de structuurvisie schaliegas stelt dat als hergebruik van 'retourwater' niet mogelijk is, het gezuiverd moet worden tot een kwaliteit waarop het geloosd mag worden." Ik ben het overigens met hem eens dat je het water eerst zo vaak mogelijk moet gebruiken. Maar goed, dit zijn dus de woorden van de minister. Daarom vraag ik inderdaad om ervoor te zorgen dat deze woorden hardgemaakt worden. Dat dit moet, is dus niet de veronderstelling van mevrouw Van Tongeren, maar van de minister zelf. 

Minister Kamp:

Voor mijn eigen veronderstellingen heb ik geen moties nodig. Het gaat niet om water dat je uit de diepe bodem haalt en weer terugbrengt. Het gaat om water dat je niet terug wilt brengen, maar op een andere manier wilt hergebruiken. Dan moet je het eerst zuiveren. Dat lijkt mij allemaal nogal logisch. Het lijkt mij niet verstandig om daar zomaar weer even een Kameruitspraak over te doen. Mevrouw Van Tongeren zegt dat dit bij het afgeven van nieuwe vergunningen onder de Mijnbouwwet als voorwaarde moet worden gesteld. Ik denk dat we met het afgeven van vergunningen onder de Mijnbouwwet zorgvuldig om moeten gaan. Als er een probleem is, moet eerst blijken dat het een probleem is en daarna moeten we proberen er een oplossing voor te vinden. Ik zie in dit debat over schaliegaswinning niet meteen een reden om in algemene zin extra bepalingen over afvalwater in de Mijnbouwwet op te nemen. Om die reden ontraad ik de motie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

In de voorbeeldwinning van de minister staat niets opgenomen over eventuele injectie van afvalwater. Er staat alleen in dat het water afgevoerd en gezuiverd gaat worden. De minister moet dus of iets doen in de geest van deze motie of zijn voorbeeldwinning aanpassen met afvalwaterinjectie. Wij hebben tijdens ons werkbezoek in Amerika geleerd dat het niet gaat om een paar zwembaden vol, maar om 500 grote tankauto's per dag. In de opstelling voor de proefboring die de minister beschreven heeft in dit plan, wordt daar helemaal geen aandacht aan besteed. Of het water moet van het niveau zijn dat je het kunt lozen, of de proefopstelling moet worden aangevuld met een injectielocatie en alle infrastructuur die daarvoor nodig is, plus monitoring. 

Minister Kamp:

Ik weet niet of die 500 tankwagens met afvalwater er überhaupt komen. Ik weet alleen dat we met onderzoek bezig zijn en dat we nog niet eens proefboringen hebben gedaan. Boringen zijn in deze kabinetsperiode al helemaal niet aan de orde. Als dat onderzoek is gedaan, zullen we eens kijken of er proefboringen komen. Als er die proefboringen er komen, zijn daar weer allerlei dingen aan verbonden waarover we wat mij betreft dan gaan beslissen. Dat doen we dan op basis van het onderzoek dat wordt gedaan. Alle relevante dingen die milieu-effecten hebben, worden in een van de vier onderzoeken onderzocht. Daarnaast hebben we nog drie andere onderzoeken. Ik denk dat het veel beter is om deze onderzoeken af te wachten alvorens weer nieuwe eisen en nieuwe voorwaarden te stellen. Ik vind dat meer dan voorbarig; vandaar dat ik de motie ontraad. 

De heer Smaling vraagt in zijn motie op stuk nr. 21 om geen proefboringen te laten plaatsvinden en vergunningen niet te verlengen. Ik heb al gezegd hoe ik daarover denk. De andere, vergelijkbare motie heb ik al ontraden. Dat doe ik ook met deze. 

De heer Smaling zegt dat de route richting de structuurvisie schaliegas moet worden afgesloten. Dat ben ik niet van plan. Ik ben gewoon van plan om de onderzoeken te doen en daarna te bekijken of we een structuurvisie opstellen. De motie van de heer Smaling op stuk nr. 22 ontraad ik dus. 

De heer Smaling (SP):

Ik ken de minister als een man met een plan, die heel doelgericht is. Dat siert hem ook. Er zijn momenten waarop de regering het volk bij de hand moet nemen, maar er zijn ook momenten waarop het volk de regering bij de hand moet nemen. Ik denk dat er nu zo'n omslagpunt is, doordat de motie dinsdag is aangenomen. Ik snap dat het niet makkelijk is voor de minister om mentaal die kentering te maken, maar ik denk toch dat dat moet. Mijn vraag is of hij in zijn hoofd die omslag al heeft gemaakt. Ik merk namelijk dat dat niet zo is. 

Minister Kamp:

Nee, die omslag heb ik niet gemaakt. De ene keer sta ik in de Kamer en hoor ik dat Noordpoololie niet mag. De andere keer hoor ik dat we niet afhankelijk moeten zijn van gas uit Rusland. Dan hoor ik weer over de aardbevingsproblematiek van het aardgas in Groningen. Vervolgens is er de kernenergie, waarover een groot deel van de Kamer opvattingen heeft die negatief zijn. Nu worden er weer enkele tientallen moties ingediend over schaliegas. Wat ik ook weet, is dat de burgers in Nederland heel graag willen dat hun huizen verwarmd blijven, dat ze kunnen blijven koken en dat er elektriciteit blijft. Als er 12 tot 42 miljard in de grond zit, waarvoor je geen belasting hoeft te betalen en die je kunt krijgen omdat je iets uit de grond haalt, willen die burgers ook graag dat daar in ieder geval over nagedacht wordt en er onderzoek naar wordt gedaan. Als ik nu al, terwijl het onderzoek loopt, bij voorbaat de route richting de Structuurvisie afsluit, en ik daarmee ook de richting eventuele schaliegaswinning helemaal afsluit, denk ik niet dat ik in het belang van de burgers bezig ben. Daarom ontraad ik de motie. 

De heer Smaling (SP):

De minister schetst wel een beetje het argameddon. Is het armageddon of argameddon? Dat weet ik nooit. Ik zie de toekomst van onze energie niet zo somber als onze minister. Er leiden zeer veel wegen naar Rome. We hebben miljarden gestoken in het redden van banken en Griekenland en zo, en we zijn hier nog steeds. In die zin deel ik de heel ernstige zorg van de minister niet. Het is prima om de bestaande contracten af te maken met de instituten die nu onderzoek doen, dat is duidelijk. Maar ik zou hem willen oproepen om daarna echt af te gaan remmen, gezien de situatie in de Kamer nu en al die schaliegasvrije gemeenten, provincies enzovoorts. Ongeacht of hij nou die moties ontraadt of omarmt, zou ik hem nogmaals willen zeggen dat de omslag in het denken echt moet gaan gebeuren. 

Minister Kamp:

Tegen de stroom van "we zijn tegen windmolens op land bij ons in de buurt, tegen windmolens op zee als we ze kunnen zien, tegen schaliegas, tegen kernenergie, we willen dat de aardgaswinning in Groningen stopt vanwege de aardbevingen, we willen geen noordpoololie, we willen geen gas uit Rusland" in, kom ik toch op voor de burgers in Nederland. Zij willen wel heel graag hun huis warm hebben, zij willen koken en zij willen graag dat er stroom uit de stopcontacten komt. Voor hen kom ik op. Ik vind daarom dat we er zorgvuldig over moeten besluiten. Dat wil ik bij al die onderwerpen, ook bij schaliegas. Daarom zeg ik in het belang van de Nederlandse burgers: laten we dit soort uitspraken niet doen, maar laten we eerst het onderzoek afronden en dan bekijken wat verantwoord en wat niet verantwoord is. Ik sta daar open en neutraal in. Ik ga geen dingen doen waarmee ik de Kamer voor de voeten loop of waarmee ik het onderzoek dwarsboom. Ik doe het onderzoek, en als de uitkomsten er zijn, leg ik die aan de Kamer voor. Aan de hand daarvan kunnen we tot conclusies komen. Dat lijkt mij verstandig. 

De motie op stuk nr. 24 van mevrouw Van Veldhoven ... 

De voorzitter:

Eerst is er nog de motie op stuk nr. 23 van de heer Klein. 

Minister Kamp:

Herstel. In de motie op stuk nr. 23 vraagt de heer Klein om alle voorbereidende onderzoeken uit te voeren in deze kabinetsperiode. Dat is de bedoeling. Ik heb al aangegeven dat wij die onderzoeken medio 2015 denken af te ronden. Deze kabinetsperiode duurt tot maart 2017. Ik denk dus dat het ruimschoots zal gebeuren. Ook wordt in de motie gevraagd om, als de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven, de desbetreffende gebieden duidelijkheid te geven. Dat zal natuurlijk gebeuren. Met respect voor de heer Klein, die niet uitblinkt in het indienen van overbodige moties, zeg ik in dit geval: de onderzoeken worden afgerond en we communiceren de zaak natuurlijk goed naar de gebieden, afhankelijk van de besluitvorming in de Kamer. Deze motie van de heer Klein wil ik daarom ontraden. 

In haar motie op stuk nr. 24 vraagt mevrouw Van Veldhoven de regering om voor het verlenen van een vergunning voor het boren naar schaliegas een bijdrage aan het mijnbouwfonds als voorwaarde te stellen. Maar ik ben helemaal niet toe aan een vergunning voor het boren naar schaliegas. Ik ben nu bezig met onderzoek. Ik weet niet of wij de stap naar proefboringen zetten en ik weet niet of wij de stap naar boren naar schaliegas zetten. Ik vind het niet goed om nu al over de laatste stap, waarvan ik helemaal niet weet of die wordt gezet, uitspraken te doen en daarvoor voorwaarden vast te leggen. Deze motie ontraad ik dus ook. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is toch wel goed gebruik dat je de randvoorwaarden helder met elkaar bediscussieert voor je een besluit neemt? Dit is een van de randvoorwaarden die wat mij betreft ook voor een proefboring zou moeten gelden. Daarvoor heeft de minister de vergunningen inmiddels bevroren. Ik zou overigens graag een brief krijgen over wat de verschillende juridische opties waren. Als de minister daartoe niet bereid is, zou ik daarover graag een technische briefing krijgen. De minister heeft dus bevroren vergunningen voor een proefboring, waarop het wat mij betreft al van toepassing zou moeten zijn. Ik wil de minister dus toch vragen om het in overweging te nemen. 

Minister Kamp:

Ik ga ook over proefboringen geen uitspraken doen. Dat zou de discussie vertroebelen. Dan krijgen de mensen het idee dat wij hier toch alweer zitten te vertellen hoe wij wel of niet precies die proefboringen willen gaan doen. Ik weet niet of ik proefboringen wil gaan doen. Ik doe onderzoeken en ga daarna bekijken of wij aan proefboringen toekomen. Pas dan zou ik dit soort zaken willen gaan bespreken. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is van tweeën één. Als de minister nu besluit dat hij geen proefboringen gaat doen, trek ik de motie in. Als de minister de mogelijkheid tot het doen van proefboringen nog altijd openhoudt, moeten wij er met elkaar voor zorgen dat wij de kaders helder hebben. En dan is dit het moment, nu wij nog geen besluit hebben genomen, om die kaders op te stellen. Daar hoort deze motie bij. 

Minister Kamp:

Ik laat het graag aan mevrouw Van Veldhoven over of zij de motie al dan niet intrekt. Ik vind het absoluut voorbarig om nu te zeggen dat er een bijdrage aan het Waarborgfonds mijnbouwschade moet komen als er een vergunning voor het boren naar schaliegas wordt verleend. Ik weet niet of wij vergunningen voor het boren naar schaliegas gaan verlenen. Op het moment dat wij denken dat dat zou kunnen gaan gebeuren, kunnen wij bekijken welke bepalingen allemaal van toepassing zijn en of het wenselijk is om aanvullende bepalingen op te stellen. Door daar nu al over te praten, doen wij geen recht aan de situatie waar wij in zitten. Die situatie is wat mij betreft dat wij neutraal staan ten opzichte van schaliegas, dat wij onderzoek doen en dat wij aan de hand van de resultaten van dat onderzoek tot conclusies komen. 

In de motie op stuk nr. 25 van mevrouw Van Veldhoven staat dat er altijd gemonitord moet worden op de stoffen die gebruikt worden in de frackingvloeistof. Fracking is aan de orde bij het boren naar schaliegas. Ik ben niet toe aan het boren naar schaliegas. Ik wil over het gebruik van frackingvloeistof nu dus geen uitspraken doen. Ik ontraad ook de Kamer om daar uitspraken over te doen. Ik vind het niet wenselijk om de discussie te vertroebelen en een verkeerd beeld te geven van onze intentie. Onze intentie is wat mij betreft: eerst onderzoek en daarna conclusies. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De minister en ik komen terug op hetzelfde punt. Hij gaf daarnet een kleine opening en ik wil bekijken of wij nader tot elkaar kunnen komen. Kan de minister de Kamer beloven dat wij, wanneer hij zijn onderzoeken heeft afgerond, voordat hij een besluit neemt over het ontdooien of niet ontdooien, over het verlenen of niet verlenen van enige vergunning, een apart debat zullen voeren over de randvoorwaarden die op dat moment gesteld zouden moeten worden aan datgene wat de minister voornemens is om te doen? Als wij dat vooraf met elkaar kunnen afspreken, ben ik bereid om moties aan te houden tot dat moment. In principe is dat de zuivere volgorde, maar wij moeten zeker met elkaar die randvoorwaarden vaststellen voordat er hier een vergunning verleend of ontdooid wordt. 

Minister Kamp:

Het ontdooien van vergunningen? Ik weet op welke manier mevrouw Van Veldhoven het wil formuleren, maar ik hoop dat zij begrijpt dat ik door alles bij het oude te laten en op geen enkele manier op het debat in de Kamer naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek vooruit te lopen en dus alles wat er speelt rond vergunningen en aanvragen stil te leggen — de bedrijven hebben dat geaccepteerd — recht heb gedaan aan mijn plicht om ervoor te zorgen dat de Kamer in vrijheid tot conclusies kan komen. Ik hoop dat mevrouw Van Veldhoven haar uitspraak over ontdooien niet op negatieve wijze heeft bedoeld. Als mevrouw Van Veldhoven zegt dat zij over dit onderwerp een apart debat wil voeren, lijkt mij dat niet nodig. Als de onderzoeken afgerond zijn, als ik tot conclusies kan komen en die aan de Kamer kan voorleggen, dan zal ik alle relevante aspecten daarbij betrekken, ook de aspecten die door mevrouw Van Veldhoven naar voren zijn gebracht. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dat is een lang antwoord, maar ik begrijp eruit dat er nog een moment komt waarop wij met elkaar de randvoorwaarden kunnen vaststellen, inclusief de randvoorwaarden die in deze motie worden genoemd, voordat de minister een definitief besluit neemt om een proef- of winningsboring toe te staan. Als de minister daar ja op kan zeggen, zal ik de moties aanhouden. 

Minister Kamp:

Er komt weer een iets langer antwoord. In plaats van het ja dat mevrouw Van Veldhoven graag wil horen, zeg ik dat ik niet op die proefboringen vooruit wil lopen. Ik wil niks rondom die proefboringen nu al gaan uitspreken, omdat daarmee de suggestie wordt gewekt dat wij staan te trappelen om proefboringen te verrichten. Nee, dat doen wij niet. Wij zijn bezig met onderzoek en aan de hand van de resultaten daarvan gaan wij bekijken of wij überhaupt proefboringen willen doen en zo ja, op welke manier dat verantwoord zou kunnen, ook verantwoord planologisch ingepast. Ik wil daar gewoon niet op vooruitlopen. Dat geldt voor een aantal andere moties en dat geldt ook voor deze motie. 

De voorzitter:

Gaat u verder met de motie op stuk nr. 26. 

Minister Kamp:

Daarmee kom ik dan meteen bij de laatste motie. Het is de motie op stuk nr. 26 waarin de regering wordt verzocht om een verplicht advies van de drinkwaterbedrijven op te nemen, waarvan slechts beredeneerd kan worden afgeweken. Dat was ik niet van plan. Ik denk dat de drinkwaterbedrijven bijzonder serieus worden genomen. Hun deskundigheid en de belangen waarvoor zij staan, zijn opgenomen in alle regels, bepalingen en wetten die op dit gebied relevant zijn. Als wij met nieuwe dingen komen, gaan wij hen natuurlijk formeel en informeel erbij betrekken. Dat zullen wij nu ook doen. Verplichte adviezen waarvan we slechts beredeneerd kunnen afwijken, is geen verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De motie op stuk nr. 26 van mevrouw Van Veldhoven ontraad ik om die reden. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor enkele minuten, zodat de stemmingsbel geluid kan worden en mensen de gelegenheid hebben om naar de Kamer te komen om te stemmen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Naar boven