Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 81, item 6

6 Vragenuur: Vragen De Rouwe

Vragen van het lid De Rouwe aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij afwezigheid van de minister van Infrastructuur en Milieu, over het bericht "Geen alcoholslot voor beroepschauffeurs".

De voorzitter:

Als laatste vragensteller is het woord aan de heer De Rouwe van het CDA.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter. Jaarlijks sterven er in ons land helaas volstrekt onnodig vele honderden mensen in het verkeer. Daarbovenop raken bijna 20.000 mensen zeer ernstig gewond. Bij een kwart van deze verkeersdoden is alcohol in het spel. Dit aantal moet wat het CDA betreft naar beneden. Juist de harde kern, de zware drinkers, gaat maar niet naar beneden. Het CDA staat voor een keiharde aanpak van deze groep die willens en wetens risico nemen voor zichzelf en anderen. Mensen die meerdere keren gepakt worden of met een hoog alcoholpromillage gepakt worden, moeten dan ook een alcoholslot in hun auto hebben. Hiervoor zijn wat ons betreft geen excuses. Het CDA is dan ook zeer verbaasd over het NOS-bericht van deze week dat vrachtwagenchauffeurs ineens wel uitgezonderd worden. Hun rijbewijs blijft geldig en zij krijgen ook geen alcoholslot in hun privéauto. Daarmee is hun straf kennelijk lichter dan die van gewone automobilisten. Dat is de wereld op zijn kop. Daarom de volgende vragen.

Klopt dit bericht überhaupt? Wat is de ingangsdatum van dit kennelijk absurde besluit? Zo ja, wat zijn hiervoor de precieze argumenten? Op welk moment is de Kamer hierover geïnformeerd?

Kent het kabinet de zeer recente uitspraak van uitgerekend de Raad van State die oordeelt dat een alcoholslot een geschikt instrument is, ook voor vrachtwagenchauffeurs? En dat dit niet onevenredig zwaar is, zoals eerder lagere rechtbanken ten onrechte hebben geoordeeld?

Ten slotte voor dit moment: deelt het kabinet de opvatting van het CDA dat van nota bene beroepschauffeurs juist een bijzondere verantwoordelijkheid mag worden gevraagd als het gaat om alcohol in het verkeer, in werktijd maar ook daarbuiten? Deelt het kabinet de opvatting dat er dan ook geen enkel excuus is voor alcohol in het verkeer, ook of juist zelfs als het je beroep is om elke dag met zware grote combinaties op onze Nederlandse wegen te rijden.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Staatssecretaris Mansveld:

Voorzitter. Ik dank de heer De Rouwe voor deze vragen. Er is inderdaad totaal geen excuus voor alcohol in het verkeer. Die mening deel ik met de Kamer en de Kamer met mij. Ik denk dat niemand daarover twijfelt.

De situatie is als volgt. De Raad van State heeft de uitspraak gedaan dat het disproportioneel is om het rijbewijs van vrachtwagenchauffeurs en buschauffeurs af te nemen. Na de uitspraak van de Raad van State had ik of eigenlijk de minister, want ik neem haar waar, twee mogelijkheden. De eerste was doorgaan op de oude voet. Dat kon echter niet, want dat is strijdig met de uitspraak van de Raad van State. De tweede mogelijkheid is een tijdelijke oplossing. De kleine groep van vrachtwagenchauffeurs die voor hun beroep afhankelijk zijn van hun rijbewijs krijgen ofwel een educatieve maatregel of een onderzoek om te bepalen of alsnog het rijbewijs ingetrokken moet worden.

Het doel is om de wet zodanig aan te passen dat er niet alleen een alcoholslot in personenauto's kan worden ingebouwd, maar ook om dit in een vrachtwagen of een bus te doen. Dat is nu technisch mogelijk en dat is ook wat wij nastreven. Wij willen de wet voor 1 januari 2016 zo gewijzigd hebben dat dit ook gaat gebeuren.

De Kamer is hier afgelopen januari bij brief over geïnformeerd door de minister. Wij volgen dus de uitspraak van de Raad van State en lossen het op deze manier op.

De heer De Rouwe (CDA):

Voorzitter. Of er is een spraakverwarring of de gegevens kloppen volstrekt niet. Ik heb het bericht voor mij dat het CBR een alcoholslotprogramma mag opleggen aan vrachtwagenchauffeurs. Dit betreft een uitspraak van de Raad van State waarin gekeken is of het wel of niet disproportioneel is om deze categorie een alcoholslotprogramma op te leggen. De Raad van State is daar kraakhelder over. Het mag en het is een nuttig instrument, volgens de Raad. Daarmee verwerpt hij de eerdere uitspraken van lagere rechtbanken. Kennelijk is hier onduidelijkheid over. Ik zou heel graag duidelijkheid willen hebben. Ik wil graag weten op welke uitspraak het kabinet zich baseert.

In januari zijn wij geïnformeerd. Het bericht van de NOS is van deze week. Daarin is sprake van wijzigingen per 24 april. Klopt dit bericht nu wel of niet?

Staatssecretaris Mansveld:

De disproportionaliteit zat in het feit dat het rijbewijs ingetrokken kon worden. Dat is als disproportioneel aangemerkt. Ik ben het volledig eens met de heer De Rouwe dat er een alcoholslot moet komen in bus en vrachtwagen. Dat gaat ook gebeuren. Die wet wordt voorbereid en zal op 1 januari 2016 ingaan. Tot die tijd is sprake van een overgangsregeling zodat we niet in de disproportionaliteit terechtkomen waarover de Raad van State spreekt. Volgens mijn informatie is dat inderdaad op 24 april ingegaan en is de Kamer hierover geïnformeerd. Ik zal dat voor de heer De Rouwe checken en namens de minister schriftelijk berichten over de details.

De heer De Rouwe (CDA):

De Kamer is in januari geïnformeerd maar niet over het besluit waarover de NOS deze week bericht, namelijk dat per 24 april kennelijk een uitzondering wordt gemaakt voor vrachtwagenchauffeurs. Zij mogen kennelijk gewoon in hun privéauto doorrijden zonder een alcoholslot, zij krijgen slechts een cursus en zij kunnen ook doorrijden in hun vrachtwagen. Hierover bestaat kennelijk zeer grote onduidelijkheid. Het bericht van de NOS klopt niet, de staatssecretaris heeft de feiten niet op een rij of ik heb de feiten niet op een rij; laten we dat maar in het midden houden. In elk geval moet voor donderdag een brief komen naar de Kamer over deze grote onduidelijkheid. Zo niet, dan vraag ik een debat aan. Ik vind het namelijk zeer onverkwikkelijk en onhelder wat de staatssecretaris nu beweert, zeker in het licht van de brief die we voor ons hebben liggen van de Raad van State van 30 januari en het bericht van de NOS. Een en ander loopt op zijn zachtst gezegd zeer uiteen. Duidelijkheid is gewenst. De vraag is of die onduidelijkheid voor donderdag kan worden weggenomen. Ik vind het anders zeker nodig om hiervoor de Kamer bijeen te roepen zodat hierover verder gesproken kan worden.

Staatssecretaris Mansveld:

De heer De Rouwe suggereert dat hij niet geïnformeerd is. In haar brief geeft de minister echter heel nadrukkelijk aan dat zij er de voorkeur aan geeft om een startonderbreker voor vrachtwagens en bussen deel uit te laten maken van het alcoholslotprogramma. Dat staat in een brief van 28 januari. Zij geeft aan dat zij hierover met partijen in gesprek gaat en dat het wetsvoorstel naar verwachting in de zomer van 2014 aan de Raad van State voor advies wordt voorgelegd. Ik snap dan ook niet waar de onduidelijkheid ligt, maar ik zal ervoor zorgen dat de feiten nog eens schriftelijk op een rijtje worden gezet als de heer De Rouwe daaraan behoefte heeft.

De voorzitter:

Als die brief voor donderdag 12.00 uur hier kan zijn, dan is dat nog op tijd voor de regeling van werkzaamheden.

Staatssecretaris Mansveld:

Dat lijkt mij geen enkel probleem.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. De heer De Rouwe snijdt een belangrijk punt aan. De staatssecretaris heeft aangegeven donderdag met meer informatie daarover te komen. Ik vraag haar om aan te geven wat er gebeurt in de interimsituatie. We zitten in een situatie waarin wetgeving is voorgenomen. De Raad van State zegt dat de huidige maatregelen disproportioneel zijn. Wat gebeurt er in de tussentijd met de chauffeurs die toch over de scheef gaan?

Staatssecretaris Mansveld:

Dat gaat in percentages om 1,3‰; dat is bekend. Voor de kleine groep vrachtwagenchauffeurs die afhankelijk is van een rijbewijs voor hun beroep, zal ofwel een educatieve maatregel getroffen worden ofwel een onderzoek gedaan worden om te bepalen of het rijbewijs alsnog ingetrokken moet worden. Dat intrekken van het rijbewijs was namelijk het disproportionele stuk. We hebben dus tot 1 januari 2016 met een overgangssituatie te maken. Toen de wet in elkaar werd gezet, was het technisch nog niet mogelijk om dat in te bouwen. Nu kan dat wel en is daartoe besloten door de minister. Zij heeft dat op 28 januari laten blijken. Dit zijn de tussenoplossingen tot 1 januari 2016 waarbij het rijbewijs wel kan worden ingetrokken maar er eerst naar gekeken wordt.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw komst naar de Kamer. U bent straks weer uitgenodigd voor een debatje. Dan zien wij u terug.