Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 51, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, aanstaande dinsdag ook te stemmen over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken over de subsidiariteitstoets inzake het EU-voorstel voor een richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (33831, nr. 2) en over de aangehouden moties-Graus (26991, nrs. 380 en 381).

Ik stel voorts voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren:

2793-130; 30597-416; 30597-392; 30597-394; 2014Z00849; 2014Z00968; 2014Z00894; 2014Z00780; 29477-267; 2014Z00653; 2014Z00360; 33168-15; 30486-8; 32793-131; 32793-115; 30234-87; 32793-99; 32793-109; 32793-108; 32793-107; 30234-91; 29323-87; 32793-103; 32793-114; 32793-102; 31568-101; 33400-XVI-142; 32647-19; 31036-7; 33750-XVI-4; 32647-16; 32647-15; 32299-21; 30597-362; 33750-XVI-82; 33750-XVI-81; 29538-150; 2014Z00075; 2014Z00083; 2013Z25117; 2013Z24408; 2013Z24366; 2013Z24350; 2013Z24917; 33109-14; 2013Z13125; 33684-72; 33077-8; 30597-366; 29689-476; 31568-132; 29689-420; 29248-245; 33077-6; 29689-472; 25268-78; 29689-381; 33077-9; 29689-429; 32620-63; 29247-175; 29689-477; 29689-415; 29689-482; 33077-4; 33435-12; 31839-317; 29538-151; 30597-390; 30597-380; 32820-100; 2014Z01202; 33630-3; 33630-1; 33630-2; 31288-346; 32040-22; 2013Z24823; 29362-226; 33400-VIII-168; 32820-93; 33400-VIII-141; 29362-217; 33750-VIII-82; 33400-VIII-166; 33750-VIII-10; 33400-VIII-31; 2013Z13743; 31288-361; 2013Z25336; 2013Z25302; 2013Z24933; 2014Z00686; 2014Z00284; 33426-43; 33750-VIII-83; 33400-VIII-132; 33640-VIII-3; 27923-166; 31293-168; 31524-164; 31289-139; 32827-44; 33000-VIII-171; 27923-140; 31293-98; 32820-42; 32500-VIII-135; 31293-67; 32123-VIII-112; 32123-VIII-103; 32123-VIII-102; 31700-VIII-129; 31700-VIII-63; 31288-43; 31497-112; 31293-188; 31288-350; 31777-27; 2013Z24186; 31288-347; 31288-352; 31288-351; 33717-5; 2013Z24114; 31497-111; 31497-113; 31497-109; 2013Z21115; 31497-110; 2014Z01251; 30977-78; 33596-4; 33750-VII-43; 33750-VII-41; 30977-76; 33545-4; 2013Z25436; 27581-48; 33440-(R1990)-13; 2013Z25332; 17050-459; 28481-8; 33750-VII-40; 33750-VII-37; 2013Z24772; 28750-56; 33750-B-7; 2013Z24159; 24827-18; 28481-22; 2013Z23901; 33750-VII-38; 22054-237; 22054-233; 22054-228; 22054-238; 2014Z01900; 22054-229; 22054-231; 22054-227; 33750-XVII-53; 32623-116; 32623-118; 33625-37; 33400-V-154; 33625-33; 26485-166; 29237-156; 33750-XVII-6; 33750-XVII-52; 33625-3; 22054-234; 22054-235; 2014Z01977; 21501-02-1324; 21501-02-1321; 21501-02-1322; 33750-V-50; 22112-1778; 33400-V-140; 33783-5; 33783-6; 22831-95; 32623-124; 23530-101; 30952-134; 26150-135; 2014Z00490; 2014Z00114; 26049-77; 2013Z25211; 33805-V-4; 31490-138; 29521-214; 29521-222; 29521-225; 32623-110; 32623-114; 32623-121; 32623-123; 21501-02-1317; 21501-02-1316; 30952-58; 32710-V-1; 30952-57; 2011Z09665; 21501-02-989; 26234-100; 31792-V-6; 31250-72; 21501-04-103; 21501-20-406; 32123-V-60; 31703-1; 31700-V-74; 32123-V-66; 30952-133; 2013Z24167; 2013Z23023; 22054-222; 33750-X-37; 30806-14; 30806-13; 30806-11; 30806-17; 30806-16; 31460-28; 30139-124; 30139-114; 30139-120; 30139-116; 30139-122; 30139-117; 2013Z09393; 30139-115; 30139-119; 30139-113; 2013Z24357; 2013Z12360; 33750-X-39; 32623-122; 32678-26; 33750-X-38; 2013Z22118; 33763-29; 33763-28; 33750-X-13; 30139-123; 33750-X-12; 29924-102; 2013Z21512; 33763-3; 33763-7; 33750-X-10; 33400-X-97; 33750-X-8; 2013Z18615; 33400-X-90; 33400-X-93; 33750-X-9; 33763-5; 33400-X-92; 31125-19; 32733-145; 32733-148; 33763-8; 33763-10; 33763-1; 33763-9; 33750-X-6; 32706-58; 2014Z00817; 2014Z00147; 2014Z00243; 2014Z00146; 2014Z00393; 2014Z00148; 27830-122; 27830-121; 29521-223; 29521-221; 29521-212; 33763-32; 28676-189; 2013Z24030; 27925-488; 30139-121; 27925-485; 33750-X-32; 25928-56; 26488-326; 33805-X-3; 2013Z18284; 31460-38; 21501-28-105; 22054-236; 33763-27; 27830-120; 27830-113; 25928-55; 33400-X-96; 32733-147; 32733-143; 22054-232; 27830-114; 27830-119; 27830-117; 21109-214; 21501-20-822; 2014Z00152; 21501-20-811; 21501-02-1296; 21501-02-1292; 21501-02-1293; 21501-20-808; 21501-20-820; 21501-20-821; 21501-20-815; 33529-27; 33529-29; 33529-24; 24095-360; 24095-357; 27561-41; 24095-358; 24095-359; 24095-356; 24095-354; 26643-300; 24095-362; 21501-33-453; 32637-97; 33750-XIII-109; 32637-106; 32637-115; 32637-100; 32637-98; 28807-160; 29683-170; 29683-169; 28286-648; 28286-640; 29683-172; 28807-159; 29683-167; 27622-147; 29683-165; 29683-168; 29683-175; 26991-388; 28807-163; 28807-162; 29683-173; 32620-95; 30536-129; 33666-2; 21501-33-455; 22112-1757; 32637-101; 33322-49; 30825-209; 32615-10; 21501-08-470; 26991-361; 22112-1633; 31389-129; 31389-130; 22112-1634; 32615-9; 21501-33-427; 21501-33-428; 2013Z12327; 27622-146; 30826-31; 31532-116; 33400-XIII-141; 30196-194; 21501-33-345; 21501-31-312; 33576-3; 29502-76; 22112-1251; 30825-118; 29659-117; 33037-41; 31510-48; 32637-29; 31532-115; 22112-1262; 21501-08-461; 26407-84; 22112-1263; 31532-111; 32627-12; 21501-30-272; 30862-43; 22112-1243; 29675-49; 22112-1239; 29246-17; 21501-33-340; 22112-1195; 31700-XIV-5; 31200-D-11; 2012Z06226; 31412-8; 22343-214; 21501-30-224; 26407-85; 21501-33-332; 28385-114; 21501-30-226; 21501-33-327; 22112-1387; 28141-9; 33744-5; 2010Z03643; 31532-120; 31532-118; 26991-387; 26991-384; 26991-373; 28625-168; 26991-390; 26991-370; 28625-169; 28625-170; 31532-119; 31935-12; 28165-174; 2014Z01639; 33803-7; 32847-113; 2014Z01452; 33672-8; 28165-165; 28165-166; 28165-170; 28165-169; 33741-3; 33489-14; 27863-52; 22112-1705; 22112-1703.

Ten slotte stel ik voor, toe te voegen aan de agenda het VAO Fusies en voorzieningenplanning po en vo, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 5 februari, met als eerste spreker de heer Van Meenen van D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Ojik, van GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Voorzitter. Dinsdag bleek bij de regeling dat drie oppositiepartijen met wekenlange voorkennis over de wijzigingen van de Wet werk en bijstand en de Participatiewet geen steun verleenden aan een verzoek van de rest van de oppositie, die die voorkennis niet had, om voldoende extra tijd om het debat goed te kunnen voeren. Dat riep bij mij de vraag op of maandag bij het nieuwe afgesloten akkoord tussen deze drie partijen en de coalitie behalve over inhoudelijke aanpassingen misschien ook over het tempo van de parlementaire behandeling afspraken waren gemaakt. Dat roept weer de vraag op wat ons eigenlijk allemaal nog te wachten staat. Onder het kabinet-Rutte I stond er tenminste nog een gedoogakkoord op papier. Nu ontbreekt een dergelijk houvast.

Daarom vraag ik de minister-president om een volgende week te ontvangen brief waarin hij in elk geval op de volgende vragen ingaat. Over welke onderwerpen wordt overlegd tussen de coalitie en de drie gedoogpartijen en waarover is toekomstig overleg gepland? Gaat het alleen om kwesties die gevolgen hebben voor de begroting? Zo ja, zullen die consequenties dan zo tijdig met de Kamer worden gedeeld dat er nog ruimte is om over alternatieven te spreken? Staan er ook minder materiële kwesties op de agenda? Zo ja, welke zijn dat dan? Tot slot: worden er ook afspraken gemaakt over de manier waarop en het tempo waarin gewijzigde kabinetsvoorstellen in het parlement worden behandeld?

Voor de duidelijkheid: GroenLinks is niet tegen het afsluiten van akkoorden tussen de coalitie en de oppositie. We praten zelf ook regelmatig met het kabinet om te zien of we de plannen uit het regeerakkoord beter kunnen maken, maar maximale openheid is essentieel om in de Kamer een zinvol debat mogelijk te maken. Vandaar dit verzoek.

De voorzitter:

U vroeg een brief voor volgende week. Wanneer wilt u de brief? Volgende week vrijdag?

De heer Van Ojik (GroenLinks):

In de loop van volgende week. Laten we zeggen: woensdag.

De heer Slob (ChristenUnie):

Steun voor dit verzoek. Ook ik ben benieuwd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor dit verzoek. In het algemeen is er altijd een wat ongemakkelijke situatie door de verschillende informatieposities. Coalitiepartijen weten vaak meer dan oppositiepartijen. Ik zou in de brief ook heel graag zien hoe het kabinet de gesprekken voor zich ziet met niet-coalitiepartijen die het kabinet nodig heeft voor een akkoord. Het zou mooi zijn als de minister-president overtuigend kan aangeven dat hij een verschil in informatiepositie tussen de partijen in de Kamer ongewenst vindt en hoe hij dat zal proberen te voorkomen.

De voorzitter:

Steun voor de brief, met een aanvulling.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Steun voor het verzoek van de heer Van Ojik.

De heer Van der Staaij (SGP):

De heer Van Ojik heeft zojuist bekendgemaakt dat GroenLinks over verschillende onderwerpen met het kabinet in gesprek is. Dat wist ik nog niet en ik weet niet over welke onderwerpen dat allemaal gaat. Als daar meer openheid over kan komen en als daarover een brief naar de Kamer kan komen, horen we dat graag. Ik steun dus het verzoek, maar ik vat het verzoek wel ruim op.

De heer Klein (50PLUS):

Structurele achterkamertjespolitiek moeten we niet hebben. Ik steun dus het verzoek van de heer Van Ojik.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik dank de heer Van Ojik voor de terechte opmerking dat er niet, zoals bij vorige kabinetten, sprake is van een formele gedoogconstructie. Het is goed dat hij dat onderscheid nog eens onderstreept. Verder lijkt zo'n brief mij prima, met de door de heer Van der Staaij genoemde aanvulling.

De heer Roemer (SP):

Hoewel ik bang ben dat het een prachtig, poëtisch stuk zal worden waarmee we na lezing tot aan het eind nog geen bal zullen zijn opgeschoten, steun ik toch dit verzoek.

De heer Van Dam (PvdA):

Als de heer Van Ojik graag zo'n brief wil, dan hebben wij daar geen bezwaar tegen.

Mevrouw Van Ark (VVD):

Ik sluit mij daarbij aan.

De voorzitter:

Mijnheer Van Ojik, u hebt brede steun voor uw verzoek. Er is ook een aanvullend verzoek aan u gedaan. Daar is de regeling eigenlijk niet voor, dus u moet zelf maar bedenken hoe u daarmee omgaat. Ik zal het stenogram van het gedeelte van de vergadering dat het verzoek aan de regering betreft, doorgeleiden naar de regering.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Als u het mij toestaat, mevrouw de voorzitter, zeg ik aan het adres van collega Van der Staaij dat ik aan mijn verzoek ook zeer uitdrukkelijk de vraag aan de minister-president wil toevoegen om niet alleen te rapporteren over gesprekken met de drie gedoogpartijen maar ook over bijvoorbeeld gesprekken met mijn partij. Dat lijkt me prima en ook zeer gewenst in het kader van de transparantie.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. In Nederland vallen jaarlijks 3.000 doden door beroepsziekten en 50.000 mensen per jaar worden ziek door hun werk. Gisteren bleek uit een uitzending van Altijd Wat dat mensen die door hun werk ziek worden, nergens terechtkunnen. Dat is heel ernstig, zeker gezien de feiten. Daarom verzoek ik om een debat met de minister van Sociale Zaken.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor een debat met de minister van Sociale Zaken over mensen die ziek zijn als gevolg van hun werk.

Mevrouw Tanamal (PvdA):

Het onderwerp "beroepsziekten" vinden we heel belangrijk. Dat neemt niet weg dat we recentelijk, naar ik meen vorige week, nog hebben gesproken over een aantal zaken die daarmee te maken hebben. Wij zien graag een brief van de minister en in het eerstvolgende AO waarin het gaat over ziekten willen we dit dan graag aan de orde stellen. Geen steun dus voor een debat. We willen het wel opnemen in het AO.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het probleem is natuurlijk dat we niet weten wanneer dat debat plaatsvindt. GroenLinks steunt dit verzoek wel. Mocht mevrouw Karabulut uiteindelijk besluiten om in plaats van dit verzoek om een debat een algemeen overleg aan te vragen, dan vindt ze GroenLinks ook aan haar zijde.

Mevrouw Schut-Welkzijn (VVD):

Wel steun voor een brief, als mevrouw Karabulut daartoe verzoekt, maar niet voor een debat.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik mag hopen dat dit een permanent aandachtspunt is. Daarom kan het na een nieuwe brief heel goed worden meegenomen in een eerstvolgend AO.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, u hebt niet de steun van een meerderheid voor het houden van een debat.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik kan niet wachten totdat er ooit een debat wordt gepland. Het is prima dat er een brief komt, maar ik zet dit verzoek graag om in een verzoek om een dertigledendebat.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal het dertigledendebat toevoegen aan de lijst. Ik zal mij inspannen om het zo snel mogelijk in te plannen. De spreektijd is drie minuten per fractie.

Het woord is aan mevrouw Ypma van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Ypma (PvdA):

Voorzitter. In Trouw staat vandaag dat het bij het Steunpunt Passend Onderwijs klachten regent van ouders die worden doorverwezen naar het speciaal onderwijs voor hun kinderen. De bedoeling van passend onderwijs is juist dat elke school verplicht is om een passende plek te vinden binnen het samenwerkingsverband, zodat ieder kind kansen krijgt. De Partij van de Arbeid wil daarom dat scholen nu al werk maken van de invoering van passend onderwijs en niet wachten totdat het wettelijk verplicht wordt. Scholen hebben nu al de zorgplicht en mogen leerlingen niet dwingen om naar het speciaal onderwijs te gaan. Daarom willen we graag dat de staatssecretaris voorkomt dat kinderen die zich nu aanmelden, worden doorverwezen. We willen dat scholen worden gewezen op hun verantwoordelijkheden en dat ze maatregelen nemen naar aanleiding van deze signalen. We vragen graag een debat hierover aan, voorafgegaan door een brief.

De voorzitter:

Verzocht wordt om steun voor het houden van een debat over het passend onderwijs.

De heer Jasper van Dijk (SP):

De problemen rond passend onderwijs zijn groot. Mijn fractie heeft dat ook altijd benadrukt. We hebben er in december een uitgebreid debat over gevoerd. Ik vind het dus wel wat opmerkelijk dat mevrouw Ypma hier nu staat voor een nieuw debat, maar ik grijp de kans aan om opnieuw hierover te spreken. Ik steun haar dus.

De heer Rog (CDA):

Vandaag werd bekend dat hetgeen waarvoor wij gewaarschuwd hebben, inderdaad gebeurt. Wat dat betreft steunt het CDA het verzoek van mevrouw Ypma om een debat.

De heer Beertema (PVV):

De PVV heeft dezelfde zorg. Wij steunen dus het verzoek om een brief en een debat.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Steun namens D66.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ook steun van GroenLinks.

De voorzitter:

Mevrouw Ypma, u hebt de steun van de meerderheid voor het houden van een debat. Er is ook een verzoek om een aanvullende brief. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal proberen het debat zo snel mogelijk in te plannen, met vier minuten spreektijd per fractie.

Mevrouw Ypma (PvdA):

Dank u vriendelijk.

De voorzitter:

Ik wil het woord geven aan de heer Schouw … O, hij is van plek veranderd! Mijnheer Schouw, ga uw gang.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter, het was zalig. Eventjes zalig, maar ik ben blij dat ik weer terug ben!

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om een rappel te doen aan diverse bewindslieden in dit kabinet. De heer Sjoerdsma en ik hebben vragen gesteld over — jawel! — inlichtingen verzamelen in Sotsji, met het verzoek om die vandaag voor 12.00 uur te beantwoorden. Wij hebben niets meer vernomen van de bewindslieden. We zouden dus willen verzoeken om alsnog iets te laten weten voor de stemmingen vandaag. Ik zou dat plezierig vinden.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er een extra regeling van werkzaamheden moet komen als de brief er niet is. Ja, ik probeer maar vast iets aan de planning te doen.

De heer Schouw (D66):

Ik werkte wel ergens naartoe, maar het hoeft voor mij niet. Laat ik vandaag eens makkelijk zijn. Als het op de een of andere manier niet lukt om de vragen te beantwoorden, hoor ik dat ook graag, maar dan wel vóór de stemmingen.

De voorzitter:

Dat is goed. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Daarmee is er een eind gekomen aan de regeling van werkzaamheden.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij verzocht om de schorsing iets langer te laten duren. Ik heb haar beloofd dat te doen en schors de vergadering tot 14.00 uur.

De vergadering wordt van 13.29 uur tot 14.00 uur geschorst.