Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 32, item 10

10 Armoede-en schuldenbeleid

Aan de orde is het VAO Armoede-en schuldenbeleid (AO d.d. 27/11).

De heer Kuzu (PvdA):

Voorzitter. Onlangs werden we geconfronteerd met het bericht dat er ongeveer 400.000 kinderen in armoede leven. Deze regering steekt 100 miljoen euro extra in het bestrijden van armoede. De middelen zijn er. Wij vragen ons af of er nog instrumenten zijn. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat iedereen mee moet kunnen doen in onze maatschappij, in het bijzonder kinderen;

verzoekt de regering om in kaart te brengen welke instrumenten en partners gemeenten ter beschikking hebben bij de bestrijding van armoede onder kinderen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 271 (24515).

De heer Kuzu (PvdA):

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg hebben wij het ook gehad over de private schuldbemiddeling. In die zin is er een Algemene Maatregel van Bestuur ter consultatie het veld ingestuurd. Wij hebben een aantal punten die nog niet in die Algemene Maatregel van Bestuur zijn verwerkt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aanbieden van schuldhulpverlening tegen betaling op grond van de artikelen 47, 48 en 49 van de Wet op het consumentenkrediet niet is toegestaan;

overwegende dat het ministerie van Economische Zaken een AMvB in voorbereiding heeft die private partijen onder voorwaarden in staat stelt schuldbemiddeling tegen betaling aan te bieden;

van mening dat het aanbieden van schuldbemiddeling tegen betaling slechts onder de volgende strikte voorwaarden kan worden toegestaan:

  • -de vergoeding is gemaximeerd;

  • -de aanbieders moeten gecertificeerd zijn, de Belastingdienst/Holland-Midden controleert dit vooraf;

  • -de private schuldhulpverlening mag de integrale schuldhulpverlening van gemeenten niet dwarsbomen;

verzoekt de regering, de AMvB op grond van artikel 48, lid 2, van de Wet op het Consumentenkrediet alvorens tot definitieve besluitvorming over te gaan naar de Kamer te zenden en daar te bespreken, met inachtneming van de grootste bezwaren uit het veld zoals de maximale vergoeding en het niet dwarsbomen van de integrale gemeentelijke schuldhulpverlening,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu en Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 272 (24515).

Mevrouw Karabulut (SP):

Mag ik uit deze motie opmaken dat de PvdA-fractie op zich geen tegenstander is van privatisering van de schuldhulpbemiddeling, maar daaraan voorwaarden stelt, terwijl zij de incassobranche wel publiek wil maken?

De heer Kuzu (PvdA):

Wij zeggen niet dat we de incassobranche publiek willen maken, we willen die branche wettelijk reguleren. Private schuldhulpverlening is een bestaand fenomeen. Wij zeggen: reguleren die handel.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik wil twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat eerdere initiatieven om tot een systeem te komen voor het vroegtijdig signaleren van schulden op privacyproblemen zijn gestrand;

overwegende dat de staatssecretaris als alternatief nu de mogelijkheid onderzoekt om het BKR uit te breiden zodat een vindplaats voor schulden ontstaat;

van mening dat er vroegtijdig duidelijkheid moet ontstaan over de privacyaspecten van dit voorstel;

verzoekt de regering om met het College bescherming persoonsgegevens (CBP) alsmede het BKR en betrokken partijen te overleggen over de privacyaspecten van het voorstel om duidelijkheid te krijgen over eventuele belemmeringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 273 (24515).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten alleen bepalingen bevat over de hoogte van de te berekenen incassokosten, maar dat er geen relatie wordt gelegd met de kwaliteit van de incassohandeling;

overwegende dat mensen door een gebrek aan kwaliteit en hoge kosten bij incasso's onnodig dieper in de schulden raken;

van mening dat de kwaliteit en de berekende kosten bij incasso's in verhouding tot elkaar moeten staan om oplopende schulden te voorkomen;

van mening dat bijvoorbeeld het uitsluiten van buitengerechtelijke kosten voor standaardaanmaningen of het omschrijven van buitengerechtelijke handelingen die voor een aparte vergoeding in aanmerking komen hieraan kunnen bijdragen;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de genoemde maatregelen kunnen worden opgenomen in de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten en hiertoe in het voorjaar met concrete voorstellen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Schouten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 274 (24515).

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Wat de laatste motie betreft, begrijp ik dat de staatssecretaris nog met staatssecretaris Teeven hierover overleg heeft. Ik hoop dat ze dat daarbij aan de orde kan stellen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over de verrekening van toeslagschuld met andere toeslagen door de Belastingdienst. Daardoor krijgen mensen hogere schulden. Wij willen dat voorkomen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een toeslagschuld door de Belastingdienst verrekend mag worden met andere toeslagen;

overwegende dat voor mensen die in armoede leven de toeslagen hard nodig zijn om te voorzien in basisbehoeften;

overwegende dat het verrekenen van de ene toeslag met de andere toeslag ervoor kan zorgen dat de beslagvrije voet niet nageleefd wordt;

verzoekt de regering, de regels aan te passen opdat de Belastingdienst niet meer een toeslagschuld kan verrekenen met een andere toeslag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 275 (24515).

Mevrouw Karabulut (SP):

De tweede motie gaat over mensen met een zorgverzekering die een betalingsachterstand hebben. Zij worden na zes maanden aangemeld en krijgen vervolgens een fikse boete van 30%. Daardoor ontstaat een neerwaartse spiraal. Ik zou graag willen dat die middelen worden gebruikt om de schulden af te lossen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ruim 300.000 mensen zijn aangemeld bij het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) vanwege een betalingsachterstand bij hun zorgverzekeraar;

constaterende dat mensen die zijn aangemeld bij het CVZ een boete van 30% opgelegd krijgen;

overwegende dat mensen die zijn aangemeld bij het CVZ in veel gevallen wel willen, maar niet kunnen betalen en door de boete nog meer schulden opbouwen;

verzoekt de regering, de bronheffing zo te wijzigen dat de boete van 30% gebruikt wordt om de betalingsachterstand van verzekerden bij zorgverzekeraars af te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 276 (24515).

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan de termijn van de Kamer. De staatssecretaris heeft aangegeven dat zij direct kan overgaan tot de reactie op de ingediende moties. Zullen wij heel even wachten tot zij alle moties heeft? Het zijn er zes.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. Ik heb zitten meeschrijven. De motie op stuk nr. 271 gaat over het maken van een lijst van instrumenten die gemeenten en partners van gemeenten ter beschikking hebben bij de bestrijding van armoede onder kinderen. Dat lijkt mij een goed idee. Het is handig als gemeenten weten met welke partners ze in conclaaf kunnen gaan. Ik heb hier niets op tegen. Ik laat het oordeel aan de Kamer.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 272. Daarin wordt voorgesteld om de private schuldbemiddeling in de wet te verankeren. Daar wordt een AMvB op geslagen. Collega Kamp heeft dit onder zijn hoede. Het gaat hier namelijk om de Wet op het consumentenkrediet. Ik heb begrepen dat hij volgaarne met de indiener van de motie — of misschien indieners, want er staan twee namen onder de motie — hierover zou willen doorpraten. Ik stel voor om dat gesprek af te wachten. Ik stel daarom ook aan de indieners voor om de motie aan te houden en hoor wel of men dat wel of geen goed idee vindt. Ik kom op de motie op stuk nr. 273.

Mevrouw Karabulut (SP):

Begrijp ik het goed dat minister Kamp na een mogelijk gesprek met wat Kamerleden — ik kijk even de indieners aan en die weten, geloof ik, van niets — een brief stuurt? Ik begrijp het oordeel van de staatssecretaris niet helemaal. Ik zie dat in ieder geval mevrouw Schouten niets afweet van een gesprek met de minister van Economische Zaken.

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik heb van de collega van Economische Zaken begrepen dat hij graag in gesprek wil gaan over deze AMvB. Ik ga er dan ook van uit dat dit zal geschieden.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik wil graag weten wat er gebeurt op dit vlak. Het is een belangrijk onderwerp. Kunnen wij dan, even los van wat de indieners willen — ik geloof dat ze zelf naar de interruptiemicrofoon komen — afspreken dat wij een brief krijgen van de minister van Economische Zaken over zijn ideeën?

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik laat dit aan de indieners over. Het lijkt mij wijs dat de indieners nu even zelf aangeven hoe zij hiermee om willen gaan. Het lijkt mij geen gek idee — tenminste, ik zou zelf zo te werk gaan — dat de minister met de indieners een goed gesprek voert.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik snap de vraag van de collega wel. Wij gaan als Kamerleden immers eigenlijk nooit een-op-een in gesprek met ministers, behalve in heel bijzondere omstandigheden. Ik stel voor dat wij dit met zijn allen doen, als Kamer dus. Het lijkt mij heel verstandig dat wij eerst een brief ontvangen. Dat neemt niet weg dat ik heel graag een kopje koffie drink met de minister van Economische Zaken, maar dat terzijde.

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik kijk nog even naar de heer Kuzu.

De heer Kuzu (PvdA):

Het is goed minister Kamp om een brief hierover te vragen. Dat neemt niet weg dat het volgens mij ieder Kamerlid vrijstaat om een gesprek te voeren met een bewindspersoon over een thema dat hij of zij belangrijk vindt.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft u gevraagd of u bereid bent om de motie aan te houden. Bent u bereid om dat te doen? Anders moet er toch een oordeel komen.

De heer Kuzu (PvdA):

Met inachtneming van de mededeling dat de minister gevraagd wordt om de Kamer hierover een brief te sturen, ben ik bereid om de motie aan te houden.

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik zal mijn collega van EZ vragen of hij een brief wil sturen. Zo gaat dat dan.

De voorzitter:

Als u zo'n open antwoord geeft, moet ik u toch vragen om een oordeel uit te spreken over de motie.

Staatssecretaris Klijnsma:

Anders moet ik de motie ontraden. Als de motie wordt aangehouden, ben ik niet te beroerd om de collega van Economische Zaken te vragen om een brief te sturen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Kuzu stel ik voor, zijn motie (24515, nr. 272) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik was gebleven bij de motie op stuk nr. 273 over het College bescherming persoonsgegevens en het feit dat het BKR met allerlei betrokken partijen aan het overleggen is. Ik ben sowieso van plan om het CBP, het BKR en andere betrokken partijen aan tafel te noden, opdat wij niet in dezelfde valkuilen trappen als bij het LIS. Deze motie is dus ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel over aan de Kamer.

In haar motie op stuk nr. 274 vraagt mevrouw Schouten om een onderzoek. Dit is inderdaad iets wat collega Teeven bij uitstek onder zijn hoede heeft. Ik zal dit met hem opnemen, maar ik kan mij voorstellen dat wij kunnen onderzoeken of en, zo ja, hoe de genoemde maatregelen kunnen worden opgenomen. Als ik de motie zo mag lezen, kan ik het oordeel daarover aan de Kamer laten, maar als wij er eigenlijk al van uitgaan dat de maatregelen sowieso aan het papier worden toevertrouwd, moet ik haar ontraden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik wil natuurlijk geen dingen vragen die niet kunnen, maar het gaat erom dat hier daadwerkelijk een probleem ligt en dat daaraan tot nu toe niets gebeurd is. Als dit betekent dat hiernaar serieus wordt gekeken met de intentie om dit soort praktijken te verminderen, dan mag de staatssecretaris de motie inderdaad zo lezen. Als de staatssecretaris echter nog een veel grotere slag om de arm wil houden en nog moet bedenken wat zij hiermee überhaupt wil, dan twijfel ik een beetje.

Staatssecretaris Klijnsma:

Mevrouw Schouten begrijpt heel goed dat ik dit ook met collega Teeven dien af te stemmen. Ik vind het zelf een goed idee om te onderzoeken of de genoemde maatregelen inderdaad in de wet verankerd kunnen worden. Ik zal dan natuurlijk ook bekijken hoe je dat kunt doen. Als wij het dus op die manier kunnen inkleden, ga ik hiermee graag samen met collega Teeven aan de slag.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Prima.

De voorzitter:

Dat betekent dat de zin als volgt is veranderd: "verzoekt de regering te onderzoeken of en, zo ja, hoe deze genoemde maatregelen kunnen worden opgenomen (…)".

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Moet ik dat erbij schrijven?

De voorzitter:

Nee, ik heb dit nu tijdens het debat gezegd. Daarmee maakt de gewijzigde tekst deel uit van de beraadslaging.

Staatssecretaris Klijnsma:

Nog even voor de goede orde: dit is natuurlijk iets wat primair bij collega Teeven ligt. Ik ga daar echter met een enthousiaste blik op af. Ik weet zeker dat wij daar in gezamenlijkheid uit komen.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 275. In die motie wordt de regering verzocht om de regels aan te passen, opdat de Belastingdienst niet meer een toeslagschuld kan verrekenen met een andere toeslag. Dat hoort echt bij Financiën. Ik voer hier bijna voor alle collega's het woord! Ik kan hierop niet verder ingaan. Ik kan natuurlijk niet zeggen dat je het niveau van de beslagvrije voet moet handhaven en ik kan niet zeggen welke toeslag je met wat moet verrekenen. Ik moet deze motie dus ontraden. Ik stel de indiener voor om deze motie in te dienen in de context van een debat over de belastingen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik begrijp het punt van de staatssecretaris. De staatssecretaris gaat natuurlijk wel over mensen met problematische schulden en over een belangrijk onderwerp als het respecteren van de beslagvrije voet. Ik constateer hierbij een probleem waardoor mensen niet uit de schulden geraken. Volgens mij deelt de staatssecretaris de mening dat dit een probleem is. Dat ligt inderdaad primair bij de minister van Financiën, maar het gevolg ervan komt op het bordje van de staatssecretaris van Sociale Zaken terecht. Kunnen wij afspreken dat ik deze motie aanhoud en dat de staatssecretaris dit punt bespreekt met de minister van Financiën en daarop terugkomt, bijvoorbeeld wanneer zij de visie op de rijksincasso presenteert?

Staatssecretaris Klijnsma:

Ik vind dat een goed idee, omdat wij natuurlijk sowieso willen dat de beslagvrije voet gewaarborgd wordt, ook door de overheid. Wat betreft de incassoaangelegenheden gaan we met de fiscus en de collega van V en J aan de slag. Het is aan een stuk door een integrale kabinetsaangelegenheid. In die context wil ik samen met de collega van Financiën bezien of er iets gedaan kan worden. Ook als er niets gedaan kan worden, zal ik dat melden.

De voorzitter:

De staatssecretaris zegt een brief op dit punt toe.

Mevrouw Karabulut (SP):

Dan houd ik mijn motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Karabulut stel ik voor, haar motie (24515, nr. 275) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Klijnsma:

Voorzitter. In de motie-Karabulut op stuk nr. 276 wordt de regering verzocht, de premieverhoging van 30% te gebruiken als aflossing. Dan zou elke incentive wegvallen om de bronheffing te waarborgen. Daarom moet ik deze motie ontraden.

Mevrouw Karabulut (SP):

De staatssecretaris ontraadt de motie. Op welke manier moeten we dan de problemen oplossen die ontstaan door de hoge boetes? Daar ligt immers een probleem. De gemeente Rotterdam heeft daar een manier voor gevonden. Daarover is veel rumoer ontstaan. Maar de kosten zijn gewoon te hoog. Vervolgens krijgen mensen een boete. Als je die zou gebruiken voor het aflossen van de schuld, komen we dichter bij de oplossing. De staatssecretaris ziet dat echter niet zitten. Wat doet zij dan wel? Het is namelijk een heel groot probleem voor mensen met schulden.

Staatssecretaris Klijnsma:

Dit is in ieder geval niet het voertuig om de oplossing te vinden. Boetes worden opgelegd als mensen te laat betalen. Je kunt die boetes niet opleggen om ze vervolgens kwijt te schelden. Dat is een heel bijzondere situatie. Ik moet deze motie echt ontraden. Mevrouw Karabulut vraagt mij daarnaast wat ik doe met mensen die echt in de schulden terecht zijn gekomen en daardoor hun zaken niet op orde kunnen houden. Daarvoor hebben we de schuldhulpverlening. Daar moet ik naar verwijzen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Het antwoord klopt op twee punten niet. Ik heb niet gezegd dat de schuld moet worden kwijtgescholden. Integendeel. Ik heb gezegd dat dit gaat om mensen die niet kunnen betalen. Het gaat niet om de mensen die niet willen, maar om degenen die niet kunnen betalen. Zij krijgen boven op de hoge zorgkosten een fikse boete van 30%, waardoor de schuld alleen maar oploopt. Ik zeg niet dat de schuld moet worden kwijtgescholden, maar zeg dat we dit bedrag in ieder geval moeten gebruiken om de openstaande schuld af te lossen, zodat de mensen dichter bij nul komen in plaats van verder in de min. Ik begrijp dat de staatssecretaris van Sociale Zaken zegt dat we die mensen wel zien verschijnen bij de schuldhulpverlening.

Staatssecretaris Klijnsma:

Even voor de helderheid, ik zeg dat voor alle mensen geldt dat zij een boete krijgen als zij hun premie niet betalen. Je moet daarbij gelijke monniken, gelijke kappen willen hanteren. Als mevrouw Karabulut graag zou zien dat de boetes ingezet kunnen worden om betalingsachterstanden van verzekerden af te lossen, is dat eigenlijk een soort U-bocht. Laat het helder zijn dat ik daar niet voor ben. Ik ontraad daarom deze motie.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties vinden morgenmiddag plaats.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Arib