Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 74, pagina 6341-6343

Aan de orde is de behandeling van:

het verslag van een algemeen overleg over handhaving en gegaste containers (22343, nr. 243).

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Poppe (SP):

Voorzitter. Ik dank de voorzitter voor deze nieuwe kans. Bij het algemeen overleg was niet deze bewindsvrouw aanwezig, maar haar ambtsvoorganger. Ik veronderstel dat de minister het verslag van het AO wel gelezen heeft, want dan kan ik de motie voorlezen en snapt de minister onmiddellijk waar die over gaat.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat:

  • - bij het uitvoeren van de motie-Poppe/Boelhouwer (22343, nr. 196) het aantal gegaste containers aanmerkelijk lager lag dan hetgeen op basis van eerder onderzoek mocht worden verwacht;

  • - de meeste containers daarvan alsnog met een "tijdelijke gasvrijverklaring" zijn doorgelaten;

overwegende dat:

  • - in containers gebruikte giftige stoffen, als bestrijdingsmiddelen, een risico vormen voor werknemers en consumenten;

  • - bij het onderzoek van het RIVM en de VROM-Inspectie in 2005 een percentage van 21 van de gecontroleerde containers giftige bestrijdingsmiddelen opleverde;

van mening dat:

  • - de Kamer met het aanvaarden van de motie de bedoeling had, en de minister deze bedoeling heeft overgenomen, om een "schokgolf" richting exporteurs van containers te veroorzaken, met doel toepassing van giftige stoffen te stoppen;

  • - de uitvoering van de motie derhalve gericht moet zijn op een zo groot mogelijke "pakkans";

verzoekt de regering:

  • - een selectiemethode toe te passen waardoor de pakkans zo groot mogelijk wordt;

  • - containers niet vrij te geven voordat er sprake is van een definitieve gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Poppe en Boelhouwer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 244(22343).

Minister Huizinga-Heringa:

Voorzitter. Ik ga graag in op het dictum van de motie die de heren Poppe en Boelhouwer hebben ingediend. Daarin wordt de regering verzocht, een selectiemethode toe te passen waardoor de pakkans zo groot mogelijk wordt. Dat is wat gebeurt. Bij de 1000 containers wordt een zodanige selectiemethode toegepast dat wij inderdaad denken dat de pakkans zo groot mogelijk is. Desondanks is, zoals de heer Poppe ook zei, het aantal containers met te veel gas dat gevonden is lager dan eerdere cijfers uit 2005 aangeven. Dat aantal containers is lager dan in voorgaande jaren. Het RIVM doet een onderzoek om te kijken wat de verklaring zou kunnen zijn van dat verschil in aantallen gegaste containers. Daarop kan ik natuurlijk moeilijk vooruitlopen, behalve dan dat u niet de mogelijkheid moet onderschatten dat mensen die containers importeren door alle aandacht die er zo langzamerhand voor gegaste containers is daarop ook zelf veel alerter zijn en met degenen die de containers toesturen afspreken dat zij geen gegaste containers willen en eisen dat daar beter op gelet wordt. Dat zou een verklaring kunnen zijn en het zou een mooie verklaring zijn, want dat zou betekenen dat het onderwerp waarover de heer Poppe zich heel druk heeft gemaakt ook inderdaad tot resultaat heeft dat er minder gegaste containers worden verscheept en aankomen. Maar nogmaals, het RIVM zoekt dit uit. Ik meen dat het rapport daarover eind juni beschikbaar komt. Wat hier wordt gevraagd in de motie gebeurt dus al.

Ik kom bij het tweede deel van het dictum, waarin wordt gevraagd om containers niet vrij te geven voordat er sprake is van een definitieve gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen. Een definitieve gasvrijverklaring wordt eigenlijk nooit gegeven en kan ook niet worden gegeven. Op het moment dat de container gasvrij is, wordt een gasvrijverklaring afgegeven, maar op het moment dat de container weer dicht gaat en een aantal dagen bijvoorbeeld in de zon staat, is het nooit zeker dat er niet toch weer gasontwikkeling heeft plaatsgevonden. Vandaar dat een definitieve gasvrijverklaring eigenlijk niet wordt gegeven. De uitvoering van de motie is zodanig opgepakt dat niet de VROM-Inspectie zelf die containers gaat ontgassen, maar het bedrijf waarvoor de containers bedoeld waren opdracht krijgt om ervoor te zorgen dat de containers gasvrij zijn. Vervolgens gaat de VROM-Inspectie dan nog wel eens steekproefsgewijs kijken of dat inderdaad goed gebeurt. Ik zie aan de manier waarop de heer Poppe naar de interruptiemicrofoon loopt dat hij het hier vast en zeker niet mee eens is, maar ook van het tweede deel van dit dictum denk ik dat dit door ons wordt uitgevoerd naar de geest van wat hier bedoeld is.

De heer Poppe (SP):

Wat het eerste deel van het dictum over de selectiemethode betreft, noem ik 500 containers die zijn bekeken door de Douane en 150 door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Beide zijn niet direct gericht op het zoeken naar verwacht gebruik van bestrijdingsmiddelen. In die 150 containers van de Inspectie Verkeer en Waterstaat vind je nooit iets, dus daarom vragen wij in de motie om die methode die de grootste pakkans biedt. Wat het tweede deel van het dictum betreft, het gaat over een gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen. De minister heeft natuurlijk gelijk als zij zegt dat elke werknemer altijd voorzichtig moet zijn voordat hij de container opendoet en dat daar een protocol voor is, maar bestrijdingsmiddelen zoals 1,2-dichloorethaan, bromides en fosfine ontstaan niet door opwarming. Daar kan dus wel een gasvrijverklaring voor komen. Bestrijdingsmiddelenverbindingen mogen er niet meer in zitten. Tijdens het transport naar het achterland zullen deze niet opnieuw ontstaan; daar heb je een chemische fabriek voor nodig. Vandaar dat in de motie staat "gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen". Deze bestrijdingsmiddelen zitten er niet meer in. Verder moet je altijd uitkijken, maar dat weet elke werknemer en werkgever. Of men zich eraan houdt, is een tweede.

Minister Huizinga-Heringa:

Ik kan de Kamer zeggen dat de Arbeidsinspectie ook sommige containers die aan de kant gezet zijn volgt om te kijken hoe het protocol gevolgd wordt bij het openen van de container. Hierbij is sprake van een belangrijke vooruitgang van naar ik meen 15% in 2008 en 40% in 2009. Er is dus sprake van een vooruitgang ten aanzien van de wijze waarop werknemers omgaan met het openen van de container. Dit is mooi nieuws dat ik de Kamer wilde meegeven, maar dat terzijde. De heer Poppe zegt: er moet een gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen komen. Eerlijk gezegd ben ik op dit moment niet op de hoogte van het bestaan van verschillende gasvrijverklaringen. Ik dacht dat er alleen een tijdelijke gasvrijverklaring was en dat in het midden gelaten wordt welke gassen het betreft. Dat er ook een gasvrijverklaring van specifiek bestrijdingsmiddelen bestaat, heb ik op dit moment niet helder. Als de motie daarover gaat, kan ik mij voorstellen dat de inspectie in geval van containers waarin gas is aangetroffen de bedrijven hierop aanspreekt. Als er een gasvrijverklaring van bestrijdingsmiddelen afgegeven kan worden, moet men die ook afgeven. Dus een tijdelijke gasvrijverklaring in het algemeen en een definitieve voor bestrijdingsmiddelen. Dat kan ik erbij opnemen. Ik denk dat dit een kleine toevoeging is aan het bestaande beleid.

In het eerste deel van de motie zeggen de indieners dat containers nu niet geselecteerd worden met een zo groot mogelijke pakkans. Volgens mijn informatie gebeurt dat echter bepaald wel. Ladingen waarbij de kans groot is dat er een gegaste container bij zit, worden aan de kant gezet en daar wordt niet de hand mee gelicht.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Poppe.

De heer Poppe (SP):

Wat de selectiemethode betreft van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, die 150, daar wordt nooit wat in aangetroffen. Daar zitten geen bestrijdingsmiddelen in, maar verpakte chemicaliën. Men kijkt of er lekken zijn geweest. Dat is iets anders.

Minister Huizinga-Heringa:

Dat kan toch ook?

De heer Poppe (SP):

De motie-Poppe/Boelhouwer gaat over bewust toegediende bestrijdingsmiddelen in containers voordat ze verzonden worden; daar hebben wij het over. Dat komt niet in de IVW-selectie voor. Ik wil dat de minister eens goed kijkt naar de beste pakkans. Wat de definitieve gasvrijverklaring voor bestrijdingsmiddelen betreft, de minister heeft nu een toezegging gedaan, als ik het goed hoor. Wij willen hiermee zeggen dat het middel dat is aangetroffen bij de eerste selectie er gewoon uit moet en er niet meer in mag zitten, ook niet meer in het materiaal dat in de container zit, bijvoorbeeld meubelen met foambekleding of kindermatrassen waar het gas ingetrokken is. Dan kan het ook niet meer vrijkomen bij vervoer in het achterland. Ik wil dus zeggen dat de middelen die aangetroffen zijn en die bewust zijn toegediend in het land van verzending, niet meer mogen voorkomen. Dat is een definitieve gasvrijverklaring van het aangetroffen bestrijdingsmiddel.

Minister Huizinga-Heringa:

Ik ga nu toch aarzelen. Tot nu toe heb ik altijd begrepen dat er geen definitieve gasvrijverklaring afgegeven wordt, juist vanwege wat de heer Poppe nu zegt, namelijk dat de bestrijdingsmiddelen ergens ingetrokken kunnen zijn en dat er weliswaar geen gas meer gemeten wordt maar gassen toch weer vrij kunnen komen uit het materiaal waar ze ingetrokken zijn zodra de container dichtgaat en enige tijd in de zon staat. Dat is de reden dat een gasvrijverklaring nooit definitief is, maar tijdelijk; voor een paar dagen.

De heer Poppe (SP):

Voorzitter ...

Minister Huizinga-Heringa:

Wij gaan nu weer in een kringetje ronddraaien. U zegt: voor bestrijdingsmiddelen kan wel een definitieve gasvrijverklaring afgegeven worden. Tegelijkertijd zegt u dat wel voorkomen moet worden dat die gassen nog vrijkomen. Dan kom ik weer uit bij mijn verhaal.

Voorzitter, mag ik u een voorstel doen? Ik wil er met deze informatie van de heer Poppe graag nog eens naar kijken. Ik zal daarna schriftelijk op de motie reageren.

De voorzitter:

Houdt u uw motie aan, totdat u het antwoord ontvangen heeft, mijnheer Poppe?

De heer Poppe (SP):

Ik zal de motie dan moeten aanhouden. Maar het antwoord moet wel snel komen, anders ben ik er straks niet meer.

Minister Huizinga-Heringa:

Ik zal heel snel antwoorden.

De heer Poppe (SP):

Ik heb een toevoeging die misschien van belang is voor wat de minister nog wenst te laten onderzoeken. In de eerste motie staat dat er geen gas in mag zitten, ook niet in de producten. Het bestrijdingsmiddel wordt opgenomen door vetten en in foams. Dat moet ook gecontroleerd worden. In de eerste motie staat dat als een container niet ontgast kan worden van de bestrijdingsmiddelen, dus als deze middelen niet uit de foams kunnen worden verwijderd, zelfs de inhoud vernietigd moet worden. Als je de twee moties naast elkaar legt, is de conclusie dat het bestrijdingsmiddel niet meer in de container mag zitten. Dat wordt bedoeld met de definitieve vrijverklaring van dat bestrijdingsmiddel.

Minister Huizinga-Heringa:

Ik ga graag schriftelijk op de motie in. Dan krijgt de heer Poppe precies alle informatie die hij wenst.

De heer Poppe (SP):

Ik houd de motie aan, maar ik vraag wel of het briefje snel kan worden gestuurd.

De voorzitter:

Dat was duidelijk, ja.

Op verzoek van de heer Poppe stel ik voor, zijn motie (22343, nr. 244) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt van 15.26 uur tot 15.30 uur geschorst.