Voorzitter. De overwegingen van mijn motie zijn duidelijk, die ik hierbij
indien.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering versterking van de Nederlandse militaire
aanwezigheid in het zuiden van Afghanistan onder ISAF III nodig acht omdat
de veiligheidssituatie verslechtert;
constaterende dat Nederlandse artillerie, vliegtuigen en helikopters actief
betrokken zijn bij NAVO-gevechtshandelingen in het zuiden en oosten van Afghanistan;
constaterende dat Nederlandse troepen betrokken zijn bij harde confrontaties
in de provincie Uruzgan, waar zij schouder aan schouder vechten met Amerikaanse,
Australische en Afghaanse troepen;
constaterende dat tienduizenden mensen als gevolg van de gevechten ontheemd
zijn geraakt;
constaterende dat er sprake is van een significante verslechtering van
de veiligheidssituatie;
van mening dat de Afghaanse bevolking teleurgesteld en gedesillusioneerd
is door het uitblijven van een substantiële verbetering in hun veiligheid
en levenssituatie sinds de val van de Taliban en door de NAVO-aanvallen van
het afgelopen halfjaar in het zuiden steeds vijandiger staat tegenover de
aanwezigheid van NAVO-militairen;
voorts van mening dat daarmee de doelstelling van de missie, het brengen
van stabiliteit en wederopbouw, onhaalbaar lijkt en de aanwezigheid van NAVO-militairen
in het zuiden eerder bijdraagt aan het probleem dan aan een oplossing;
verzoekt de regering, deelname aan ISAF III te heroverwegen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karimi en Van Bommel. Naar mij
blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 238(27925).