Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend
bij het debat over de beloning van de raad van bestuur van Essent,
- te weten:
- de motie-Irrgang c.s. over een beloningscode voor
energiebedrijven die voor meer dan de helft in handen zijn van publieke aandeelhouders
(30111, nr. 7).
(Zie vergadering van 21 maart 2006.)
De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.
De heer Bakker (D66):
Voorzitter. Ik wil twee kanttekeningen plaatsen bij deze motie. Allereerst
spreekt de motie over de totstandkoming van beloningscodes. Daaruit zou je
kunnen afleiden dat een wettelijke normering niet meer nodig geacht wordt.
Dat zou ik namens de fractie van D66 willen weerspreken.
Voorts wordt er een analogie gelegd tussen bedrijven die door belastingen
en premies gefinancierd worden en bedrijven die in handen zijn van overheden
als aandeelhouders. Ik geloof dat die analogie in een aantal opzichten niet
helemaal opgaat. Het leek mij verstandig om ook dit hier op te merken.
Dit laat onverlet dat het steeds meer gemeengoed wordt om de eigen inkomens
op te schroeven in deze sectoren. Dit neemt zulke onverzadigbare vormen aan
dat een krachtig signaal tegen die praktijk niet gemist kan worden. Daarom
zal mijn fractie voor deze motie stemmen.
In stemming komt de motie-Irrgang c.s. (30111, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, D66, de ChristenUnie, de LPF en de Groep Nawijn voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen. Dit zou een uitslag van 75/75
betekenen. Wij moeten derhalve hoofdelijk stemmen.
Vóór stemmen de leden: Blom, Boelhouwer, Van Bommel, Bos,
Van den Brink, Bussemaker, Crone, Van Dam, Depla, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem,
Dittrich, Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Eijsink, Van
Gent, Gerkens, Halsema, Van der Ham, Hamer, Heemskerk, Van Heemst, Herben,
Hermans, Van Heteren, Huizinga-Heringa, Irrgang, Jungbluth, Kalsbeek, Kant,
Karimi, Koenders, Koşer Kaya, Kraneveldt, Kruijsen, Van der Laan, Lambrechts,
Leerdam, Marijnissen, Meijer, Nawijn, Noorman-den Uyl, Roefs, Rouvoet, Samsom,
Slob, Smeets, Straub, Stuurman, Tichelaar, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten,
Varela, Vendrik, Verbeet, Verdaas, Vergeer, Klaas de Vries, De Wit, Wolfsen,
Albayrak, Arib, Van As, Azough en Bakker.
Tegen stemmen de leden: Van Bochove, Brinkel, Buijs, Van de Camp, Çörüz,
Dezentjé Hamming, Van Dijk, Van Egerschot, Eski, Ferrier, Van Fessem,
Van Haersma Buma, Haverkamp, Hessels, Van Hijum, Hirsi Ali, Hofstra, Ten Hoopen,
Jager, Joldersma, Jonker, Knops, Koomen, Koopmans, Kortenhorst,
De Krom, Lenards, Van Lith, Luchtenveld, Mastwijk, Van Miltenburg, Mosterd,
De Nerée tot Babberich, Nijs, Van Oerle-van der Horst, Omtzigt, Oplaat, Örgü,
Ormel, Van der Sande, Van Schijndel, Schippers, Schreijer-Pierik, Smilde,
Snijder-Hazelhoff, Spies, Van der Staaij, Sterk, Szabó, Veenendaal,
Verburg, Verhagen, Vietsch, Visser, Van der Vlies, Bibi de Vries, Jan de Vries,
Van Vroonhoven-Kok, Weekers, Weisglas, Wilders, Van Winsen, Aasted Madsen-van
Stiphout, Algra, Aptroot, Atsma, Van Baalen, Balemans, Van Beek en Blok.
De voorzitter:
Ik constateer dat 70 leden zich voor en 70 leden zich tegen deze motie
verklaren.
Aangezien de stemmen staken en de vergadering niet voltallig is, zal ingevolge
het tweede lid van artikel 72 van het Reglement van Orde in een volgende vergadering
een nieuwe stemming moeten plaatsvinden.
Ik stel voor, deze stemming te doen houden op dinsdag aanstaande.