Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend
bij het debat over het waddenzeebeleid, te weten:
- de motie-Samsom c.s. over het niet verlenen van vergunningen voor gaswinningen
of nieuwe proefboringen (29684, nr. 7);
- de motie-Samsom c.s. over het niet koppelen van de voeding van het Waddenfonds
aan de winning van Waddengas (29684, nr. 8);
- de motie-Samsom over een onderzoek naar de haalbaarheid van CO2-injectie
(29684, nr. 9);
- de motie-Duyvendak c.s. over
de verdeling van de gelden in het Waddenfonds (29684, nr. 10);
- de motie-Van Velzen c.s. over de storting van 1,3 mld euro
in het Waddenfonds (29684, nr. 11);
- de motie-Van
Velzen/Duyvendak over het niet toestaan van militaire oefeningen op de Vliehors
(29684, nr. 12);
- de motie-Van der Ham c.s.
over storting van 800 mln euro in het Waddenfonds (29684, nr.
13);
- de motie-Slob c.s. over volstorting van het Waddenfonds
binnen tien jaar na instelling ervan (29684, nr. 14);
- de motie-Van der Staaij c.s. over een nieuwe structuur op hoofdlijnen (29684, nr. 15);
- de motie-Snijder-Hazelhoff/Atsma
over het herstel van het kwelderareaal en de bestrijding van exoten en van
binnendijkse verzilting (29684, nr. 16);
- de motie-Snijder-Hazelhoff c.s. over besteding van middelen uit het Waddenfonds
voor projecten van gemeenten in Noord-Friesland en Zeeland (29684,
nr. 17);
- de motie-Atsma over gerichte economische ontwikkeling
(29684, nr. 18);
- de motie-Atsma over hoge
prioriteit voor het project Energy Valley (29684, nr. 19).
(Zie vergadering van 16 november 2004.)
De voorzitter:
De motie-Snijder-Hazelhoff c.s. (29684, nr.17) is in die zin gewijzigd
dat zij thans luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat na het beëindigen van de kokkelvisserij in de Waddenzee
de werkgelegenheid in de schelpdiersector, met name in Zeeland en in het noorden
van Friesland, zwaar onder druk komt te staan;
overwegende dat gemeenten maximale ruimte moeten krijgen om randvoorwaarden
te scheppen voor vervangende werkgelegenheid, zoals kennisontwikkeling en
herstructurering van bedrijventerreinen;
van mening dat door de opgelegde uitkoop van de kokkelsector de rijksoverheid
hierin een verantwoordelijkheid heeft;
van mening dat getracht dient te worden dat werkgelegenheid tot een maximum
dient te worden behouden;
verzoekt de regering, middelen vanuit het Waddenzeefonds beschikbaar te
stellen voor nader te ontwikkelen projecten van de gemeenten in het noorden
van Friesland en Zeeland, die geconfronteerd worden met een grote aanslag
op de werkgelegenheid,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze gewijzigde motie is voorgesteld door de leden Snijder-Hazelhoff,
Atsma en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 23 (29684).
De motie is rondgedeeld. Ik zie dat iedereen ermee akkoord gaat dat wij
daar nu over stemmen.
De heer Samsom trekt zijn motie op stuk nr. 9 in en houdt zijn motie op
stuk nr. 8 aan. De heer Duyvendak houdt zijn motie op stuk nr. 10 aan.
In stemming komt de motie-Samsom c.s. (29684, nr. 7).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA en de Groep Lazrak voor deze motie hebben gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Velzen c.s. (29684, nr. 11).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA en de Groep Lazrak voor deze motie hebben gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Velzen/Duyvendak (29684, nr. 12).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van
de SP, GroenLinks, de PvdA en de Groep Lazrak voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Ham c.s. (29684, nr. 13).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, de Groep Lazrak, de Groep Wilders, D66, de ChristenUnie, de SGP en
het CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Slob c.s. (29684, nr. 14).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
de PvdA, de Groep Lazrak, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van der Staaij c.s. (29684, nr. 15).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van de LPF tegen deze
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Snijder-Hazelhoff/Atsma (29684, nr. 16).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de Groep
Wilders, de ChristenUnie, de SGP, het CDA en de LPF voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Snijder-Hazelhoff c.s. (29684, nr.
23).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de Groep
Wilders, het CDA, de ChristenUnie, de SGP en de LPF voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Atsma (29684, nr. 18).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de Groep
Wilders, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Atsma (29684, nr. 19).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA,
de ChristenUnie, de Groep Lazrak, de Groep Wilders, de VVD, D66, het CDA en
de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is aangenomen.