Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend
tijdens het debat over de inzet van speciale eenheden, te weten:
- de motie-Van Velzen over periodieke en gebundelde informatie (29200
X, nr. 86);
- de motie-Karimi over criteria voor informatie
aan de Kamer (29200 X, nr. 87);
- de motie-Karimi
over toetreding van de minister van Justitie tot de kerngroep (29200
X, nr. 88).
(Zie vergadering van 17 juni 2004.)
De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Karimi.
Mevrouw Karimi (GroenLinks):
Voorzitter. Op 17 juni hebben wij gedebatteerd over de inzet van
speciale eenheden bij operaties in het buitenland. Ik heb bij die gelegenheid
twee moties ingediend voor verbetering van de justitiële en democratische
controle bij speciale operaties. Ik trek mijn motie (29200-X. nr. 88) in omdat
wij tevreden zijn met de antwoorden van de minister van Justitie.
Om de volgende redenen houd ik mijn motie (29200-X, nr. 87) aan. Tijdens
het debat bleek dat, de regering indien zij besluit de Kamer niet openbaar
te informeren over de inzet van speciale eenheden, in overleg met de voorzitter
beslist welke leden van de Kamer op welk moment vertrouwelijk worden ingelicht.
Daar zit een zekere mate van willekeur in en daarom heb ik deze motie ingediend.
Uit de reactie van de regering is echter gebleken dat de zij de bal bij de
Kamer legt.
De voorzitter:
Ik verzoek u, iets bondiger te formuleren.
Mevrouw Karimi (GroenLinks):
Dat zal ik doen. De regering wil meewerken aan het op een andere manier
informeren van de Kamer. Mijn fractie heeft vandaag een brief naar het Presidium
gestuurd met het verzoek om een procedurele uitwerking te geven aan de betere
informatievoorziening van de Kamer bij de inzet van speciale eenheden. Ik
houd mijn motie aan tot die besluitvorming is afgerond.
De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Karimi stel ik voor, haar motie (29200-X, nr. 87)
van de agenda af te voeren.
De voorzitter:
Aangezien de motie-Karimi (29200-X, nr. 88) is ingetrokken, maakt zij
geen onderwerp van behandeling meer uit.
In stemming komt de motie-Van Velzen (29200-X, nr. 86).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat
zij is verworpen.