Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 9, item 6

6 Stemmingen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 29 juni 2012 te Tegucigalpa tot stand gekomen Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds (Trb. 2012, 163) (33467) en het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 26 juni 2012 te Brussel tot stand gekomen Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds (Trb. 2012, 178) (33591),

en over:

  • - de motie-Ganzevoort c.s. over de erkenning en handhaving van fundamentele vrijheden en mensenrechten (33467, letter D).

(Zie vergadering van 12 november 2013.)

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat de heer Ganzevoort het woord wenst voordat wij gaan stemmen.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Voorzitter. Wij maken er vandaag een groepsactie van. Ook ik verzoek om een korte derde termijn in verband met het wijzigen van een motie.

De voorzitter:

Ik stel vast dat de Kamer hiermee kan instemmen.

De beraadslaging wordt heropend.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Voorzitter. Dank voor de ruimte hiervoor. Het gaat om de formulering van mijn motie op letter D. De minister heeft vorige week gezegd dat zij op twee punten wat moeite had met de formulering en verzocht mij om de motie aan te passen. Dat hebben wij uiteraard serieus genomen. In overleg met de minister hebben wij de motie aangepast op die twee punten. Wij hebben "doorslaggevend" vervangen door "essentiële onderdelen". Dat zou meer in overeenstemming zijn met de Europese formuleringen. Daarnaast hebben wij "economische overeenkomsten" veranderd in de preciezere term "internationale handelsverdragen en bijbehorende politieke akkoorden". De huidige formulering is tot stand gekomen in overleg met de minister. Ik leg mijn gewijzigde motie graag voor aan de Kamer.

Motie

De voorzitter: De motie-Ganzevoort c.s. (33467, letter D) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in het regeringsbeleid internationale handelsrelaties een belangrijke hefboom zijn ter verbetering van fundamentele vrijheden en mensenrechten;

overwegende dat deze handelsrelaties vooral in multilaterale verdragen gestalte krijgen;

overwegende dat deze verdragen een belangrijk middel kunnen zijn om fundamentele rechten te borgen;

roept de regering op, zich er in internationale verbanden voor in te zetten dat de erkenning van fundamentele vrijheden en mensenrechten en de opname van handhavingsmechanismen daarvoor essentiële onderdelen zijn bij de totstandkoming van internationale handelsverdragen en bijbehorende politieke akkoorden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter E, was letter D (33467/33591).

Het woord is aan de heer Bröcker.

De heer Bröcker (VVD):

Voorzitter. Ik heb net na de kroketten kennisgenomen van deze gewijzigde motie. Mijn fractie was tegen de oorspronkelijke tekst van de motie. Ik denk dat deze aanpassingen op zich prima zijn, maar wij hebben toch behoefte om haar volgende week even kort in de fractie te bespreken. Ik verzoek of de stemming hierover kan worden uitgesteld.

De voorzitter:

Voor ik de leden de vraag voorleg of zij met dit verzoek instemmen, geef ik de staatssecretaris het woord voor een reactie namens de regering op deze gewijzigde motie.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft mij laten weten dat het kabinet deze motie, na de wijziging ervan zoals die zojuist is voorgelezen, beschouwt als ondersteuning van beleid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Zijn de leden akkoord met uitstel van de stemming over de motie tot volgende week?

De heer Marcel de Graaff (PVV):

Mijn fractie gaat niet akkoord met uitstel van de stemming over deze gewijzigde motie.

De voorzitter:

De PVV-fractie gaat niet akkoord. Desalniettemin stel ik voor, volgende week over deze gewijzigde motie te stemmen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Wij kunnen nu gaan stemmen. Als eerste wordt het wetsvoorstel op nr. 33467 in stemming gebracht. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf. Er kan bij deze gelegenheid een stemverklaring afgelegd worden over beide wetsvoorstellen.

De heer Elzinga (SP):

Voorzitter. Vorige week hebben wij over de ratificatie van twee verdragen gesproken. Veel van de discussie ging over schendingen van mensenrechten in diverse landen in Midden-Amerika, en met name in Colombia. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking riep de Kamer op, de ratificaties te steunen omdat de verdragen een extra instrument bieden om mensenrechten te bespreken. Ook zou het bijdragen aan groei, en dus banen en daarmee aan armoedebestrijding. Bovendien toonde de huidige regering van Colombia de politieke wil om de mensenrechten te verbeteren, aldus de minister.

Ik gaf vorige week al aan dat het nog niet ratificeren van verdragen juist een goed drukmiddel is om mensenrechten op de agenda te houden. Alle drie de woordvoerders in het debat zouden deze week gebruiken om voor- en nadelen nog eens te wegen. Ik heb die week gebruikt om belanghebbenden in Colombia om raad te vragen. Ik kreeg een uitgebreid en helder advies aan onze senaat om niet in te stemmen retour, ondertekend door meer dan 60 maatschappelijke organisaties, waaronder de belangrijkste vakcentrale, bonden, boerenorganisaties, mensenrechtenorganisaties, organisaties van inheemse bevolkingsgroepen, milieuorganisaties, ontwikkelingsorganisaties, studentenorganisaties, vrouwenorganisaties en nog zo wat. Afgelopen weken zijn er opnieuw vertegenwoordigers van deze organisaties vermoord in Colombia. De teller voor 2013 staat inmiddels op 17 vermoorde vakbondsleiders en 52 vermoorde mensenrechtenactivisten.

De politieke wil die de minister ziet, is een papieren werkelijkheid. De feitelijke situatie verergert eerder dan dat zij verbetert. Naar de overtuiging van de SP-fractie is dit niet het moment om dat te belonen met een handelsverdrag.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Voorzitter. Wij hadden vorige week een zeer belangrijk en goed debat over de verhouding tussen handel en mensenrechten en dergelijk aanpalend beleid. Het was duidelijk dat de intenties van de minister en van de sprekers in deze Kamer niet verschilden, namelijk om niet alleen maar vrijhandelsakkoorden te creëren, maar juist ook mogelijkheden te scheppen om arbeidsnormen, milieunormen en mensenrechten veilig te stellen. De grote vraag is of dat hiermee gaat lukken. Is het glas halfvol of is het glas halfleeg? Met die gedeelde intenties blijkt het toch mogelijk om net tot een verschillende afweging te komen. Het risico bestaat dat deze verdragen, die op zichzelf een aantal goede termen hebben, te weinig opleveren wat betreft mensenrechten, fundamentele vrijheden en dergelijke. Die zorg is voor ons te groot om op dit moment te kunnen instemmen.

In stemming komt wetsvoorstel 33467.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA, de ChristenUnie, de SGP, D66, de 50PLUS en het CDA voor hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de OSF, de PvdD, de SP, GroenLinks en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt wetsvoorstel 33591.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, de PvdA, het CDA, de ChristenUnie, de SGP, D66 en 50PLUS voor het wetsvoorstel hebben gestemd en de aanwezige leden van de fracties van de OSF, de PvdD, de SP, GroenLinks en de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.