Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 100 X Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Defensie 2021

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE

Ontvangen 18 mei 2022

Vergaderjaar 2021–2022

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 12.094,802

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 166,534

A. ALGEMEEN

1 AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Defensie (X) over het jaar 2021 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2021 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2021;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2021 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2021, alsmede over de saldibalans over 2021 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van DefensieK.H. Ollongren

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2 LEESWIJZER JAARVERSLAG

Opzet jaarverslag

In het jaarverslag 2021 wordt verantwoording afgelegd over de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van de begroting 2021 (Kamerstuk 35 570 X). Het jaarverslag bestaat uit een deel algemeen (inclusief de aanbieding en het verzoek tot dechargeverlening en de leeswijzer), het beleidsverslag (inclusief de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf), de jaarrekening (inclusief departementale verantwoordingsstaat, samenvattende verantwoordingsstaat agentschap, jaarverantwoording agentschap per 31 december 2021, saldibalans en WNT-verantwoording 2021) en een aantal bijlagen. Het focusonderwerp voor de verantwoording van het Rijk in het Financieel jaarverslag Rijk 2021 is ‘Financiële wendbaarheid van uitvoeringsorganisaties’, hetgeen op het Ministerie van Defensie niet van toepassing is daar Defensie bedoelde uitvoeringsorganisaties niet in haar geledingen kent.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2022 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Beleidsprioriteiten

De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag (deel B). In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt ervoor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt (waar van toepassing) teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

Beleidsartikelen

Bij de beleidsartikelen zijn algemene doelstellingen geformuleerd en de financiële gevolgen van de beleidsmatige verschillen (grensbedrag van € 5 miljoen voor de artikelen 1, 2, 4 en 5 en € 10 miljoen voor de artikelen 3, 6, 7 en 8) worden per defensieonderdeel toegelicht bij de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid». Voor technische mutaties worden de grensbedragen verdubbeld. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht. Informatie over de inzetbaarheid en gereedheid van een krijgsmacht betreft operationeel gevoelige informatie. Potentiële tegenstanders zijn actief op zoek naar dergelijke informatie en kunnen er misbruik van maken, enige terughoudendheid is derhalve geboden. Het voorgaande mag echter geen belemmering vormen voor de informatiepositie van de Eerste en Tweede Kamer. Om die reden is de gevoelige informatie over inzetbaarheid en gereedheid gebundeld in een vertrouwelijke rapportage die tegelijkertijd met het jaarverslag aan de Kamer zal worden aangeboden. De in de inzetbaarheidsrapportage opgenomen niet-financiële informatie maakt onverminderd deel uit van het verantwoordingsproces conform de Comptabiliteitswet 2016.

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en Koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van respectievelijk de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1 Inzet. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen verantwoord voor de krijgsmacht, te weten investeringen in materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van afstoting van materieel en infrastructuur bij dit beleidsartikel verantwoord. Door de introductie van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) zijn de middelen uit beleidsartikel 6 alsmede de instandhoudingsuitgaven uit andere artikelen overgeheveld naar het DMF, in het jaarverslag DMF wordt op genoemde investeringen uitgebreid ingegaan. In de beleidsartikelen 7 Defensie Materieel Organisatie en 8 Defensie Ondersteuningscommando zijn de uitgaven en verplichtingen verantwoord voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In de niet-beleidsartikelen worden de financiële gevolgen van de opmerkelijke verschillen (grensbedragen zijn € 2 miljoen voor artikel 9 en € 10 miljoen voor artikel 10) per niet-beleidsartikel toegelicht. Daarnaast zijn indien nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader toegelicht. Verschillen in niet-beleidsartikel 11 Geheim worden aan de president van de Algemene Rekenkamer toegelicht. Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld en niet-beleidsartikel 13 Bijdrage aan DMF worden altijd toegelicht.

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie verantwoord. Hieronder vallen de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en pensioenen en uitkeringen, wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen. Ten slotte worden in het niet-beleidsartikel 11 Geheim de geheime uitgaven, in het niet-beleidsartikel 12 de verantwoording voor Nog onverdeeld opgenomen en in het niet-beleidsartikel 13 de Bijdrage aan DMF.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit drie paragrafen, namelijk een uitzonderingsrapportage, een paragraaf over rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en een paragraaf over belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

Jaarrekening

In dit hoofdstuk zijn de verantwoordingsstaat en de saldibalans van het Ministerie van Defensie opgenomen. Daarnaast is de verantwoording van het agentschap Paresto opgenomen. Ten slotte is de rapportage over de Wet Normering Topinkomens opgenomen als onderdeel van de jaarrekening.

Bijlagen

Als bijlagen zijn opgenomen een overzicht met toezichtrelaties van rechtspersonen met een wettelijke taak en zelfstandige bestuursorganen (bijlage 1), een overzicht met afgerond evaluatie- en overig onderzoek (bijlage 2), een overzicht van inhuur externen (bijlage 3), een overzicht van integriteitsmeldingen (bijlage 4), een rapportage burgerbrieven (bijlage 5), een overzicht meldingen bedrijfsveiligheid (bijlage 6), een overzicht van COVID-19 steunmaatregelen (bijlage 7) en ten slotte een lijst met afkortingen (bijlage 8).

Groeiparagraaf

Voor het opstellen van het departementaal jaarverslag gelden de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) van de Minister van Financiën. Als gevolg van wijzigingen in deze voorschriften zijn een aantal veranderingen in dit jaarverslag doorgevoerd ten opzichte van het jaarverslag 2020. Deze wijzigingen hebben voornamelijk betrekking op de te gebruiken modellen en daarin opgenomen formats, gevraagde toelichtingen, in te vullen tabellen en dergelijke.

Open data

Bij de totstandkoming van dit jaarverslag is gebruik gemaakt van open data, bijvoorbeeld voor de budgettaire tabellen. De aangeleverde opendatabestanden zijn geen onderwerp van accountantscontrole.

B. BELEIDSVERSLAG

Inleiding: 'Zicht op herstel'

De krijgsmacht is er voor de bescherming van het Koninkrijk. Een organisatie die beschikt over unieke middelen. Gevechtsvliegtuigen, helikopters, schepen en boten, wapens en voertuigen in allerlei vormen, een militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst, maar vooral een organisatie gevormd door ruim 68.000 mensen waarvan 41.000 beroepsmilitairen die bereid zijn om als het er echt op aan komt persoonlijk risico te lopen of het hoogste offer te brengen voor het Koninkrijk der Nederlanden. Samen met de reservisten en hun civiele collega’s vormen deze militairen de defensieorganisatie.

Afgelopen jaar stond in het teken van de evacuatie uit Afghanistan en toegenomen geopolitieke spanningen. Defensie heeft in de zomer met personeel en middelen bijgedragen aan de evacuatie van personen uit Afghanistan naar Nederland. Daarnaast werden militairen en materieel ingezet in Litouwen bij de enhanced Forward Presence (eFP), in Albanië bij het blussen van bosbranden en op missies in Irak, Mali en andere landen. Het Nederlandse fregat Zr.Ms. Evertsen maakte ruim zeven maanden lang onderdeel uit van de eerste operationele inzet van de Britse Carrier Strike Group (CSG) rond vliegkampschip HMS Queen Elizabeth. Het Nederlandse fregat werd onder meer ingezet in de Zwarte Zee en de Indo-Pacifische regio. Ook stonden onze mensen in 2021 gereed voor uiteenlopende taken in het binnenland bij bijvoorbeeld de hulp tijdens de watersnood in Limburg, bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD), de Quick Reaction Alert (QRA) en het bewaken en beveiligen bij de Koninklijke Marechaussee. Defensie toonde aan dat ze kan worden ingezet voor vrede, veiligheid en de internationale rechtsorde, waar ook ter wereld.

Het jaar 2021 stond net als 2020 in het teken van de strijd tegen en het leven met de COVID-19 pandemie. COVID-19 had direct invloed op onze inzet. Zo bood Defensie de Nederlandse autoriteiten hulp bij de bestrijding van COVID-19. Het medisch personeel sprong bij en het militair personeel hielp met vaccineren. Niet alleen in Nederland is bijstand geleverd aan civiele autoriteiten in verband met COVID-19, maar ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Defensie liet zich daarmee opnieuw zien als onmisbare partner in de samenleving. De COVID-19 uitbraak heeft daarnaast invloed op de de uitvoering en processen van de organisatie. Meer informatie over de invloed van COVID-19 op de realisatie van bijvoorbeeld de investeringsplanning is te vinden in het ‘Materieelverslag’ dat is bijgevoegd bij de verantwoording over het DMF.

In 2021 werd € 300 miljoen op structurele basis vrijgemaakt voor herstel van Defensie via de motie-Hermans (Kamerstuk 35 925, nr. 13). Bovendien werd eind 2021 het Coalitieakkoord gepresenteerd waarin op structurele basis € 3 miljard wordt geïnvesteerd in Defensie. Hierdoor kan Defensie de komende jaren belangrijke stappen zetten richting herstel en modernisering van de organisatie. Het handelingsperspectief wordt door het kabinet gepresenteerd in de Defensienota, waarin het Coalitieakkoord wordt vertaald naar doelstellingen en maatregelen.

Financiële ontwikkelingen Met de presentatie van het Coalitieakkoord van het kabinet Rutte-IV zijn er structureel extra middelen aan de begroting van Defensie toegevoegd. Deze extra toegekende middelen geven Defensie de mogelijkheid verder te bouwen aan de organisatie en aan de invulling van haar kerntaken. Het begrotingsjaar 2021 valt enerzijds te bezien als een jaar waarin door ontbrekende financiële middelen noodzakelijke maatregelen zijn getroffen zoals het stilleggen van schepen en anderzijds als een jaar waarin door extra budget perspectief is op een betere balans tussen behoeften en middelen.

Het werk van Defensie ging in 2021 onverminderd door. De exploitatiebudgetten op de defensiebegroting zijn zodoende nagenoeg volgens de raming gerealiseerd. Het uitblijven van een arbeidsvoorwaardenakkoord met de bonden – en daarmee het doorschuiven van het daarvoor gereserveerde arbeidsvoorwaardenbudget – zorgt voor een onderrealisatie op de totale begroting. Voor het DMF is het beeld anders. Vertragingen in de investeringen – mede het gevolg van de COVID-19 pandemie – zorgen voor een onderrealisatie van het geraamde investeringsbudget.

COVID-19 had in 2021 duidelijke operationele en financiële gevolgen voor Defensie. Defensie heeft in 2021 in totaal € 49,3 miljoen uitgegeven aan maatregelen die zijn gerelateerd aan de pandemie. Dit budget is bij de eerste en tweede suppletoire begroting toegevoegd aan de defensiebegroting. Dit budget is onder andere ingezet voor het aanpassen van oefeningen om aan COVID-19 regels te voldoen.

De investeringsverplichtingen nemen jaar op jaar gestaag toe, de investeringsquote (de totale investeringsuitgaven afgezet tegen de totale uitgaven) toont eveneens een stijgende lijn. In 2021 was de investeringsquote 24,9% van de totale begroting en het vijfjaarsgemiddelde kwam voor het tweede jaar op rij boven de 20% uit. Daarmee voldoen we volgens de Nederlandse berekeningswijze aan de gestelde NAVO-eis van 20%. Defensie heeft in 2021 een incidentele suppletoire begroting ingediend voor zowel de defensiebegroting als voor het DMF om de hoger dan geraamde verplichtingen te verwerken op betreffende begrotingen. Zie voor een nadere toelichting hierop de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Figuur 3 Aangegane verplichtingen en IQ:

In 2021 gaf Nederland 1,36 % bbp uit aan Defensie. Met de ontwerpbegroting 2022 zijn extra middelen ter beschikking gesteld die invloed hebben op het bbp-percentage. Daarnaast zorgt het in 2021 gepresenteerde coalitieakkoord dat het Nederlandse bbp-percentage in 2024 richting het Europees gemiddelde stijgt.

Figuur 4 Ontwikkeling gemiddeld bbp percentage 2018-2024 Europese bondgenoten:

3 Beleidsprioriteiten

3.1 Operationele gereedheid

De operationele gereedheid stond in 2021 onder druk door knelpunten in de drie gereedheidsaspecten: een lage personele gereedheid, een laag blijvende materiële gereedheid en een lage mate van geoefendheid. Onderstaande paragrafen geven een korte toelichting op deze drie gereedheidsaspecten en de invloed van investeringen en inzetvoorraden op de operationele gereedheid. Meer gedetailleerde informatie over de gereedheid en inzetbaarheid van de krijgsmacht is opgenomen in de Inzetbaarheidsrapportage 2021.

Personele gereedheid

Personele gereedheid is de mate waarin het personeel van een eenheid beschikbaar en geschikt is voor het uitvoeren van de opgedragen opdracht. Kwantitatieve en kwalitatieve beperkingen resulteerden in 2021 in onvoldoende personele gereedheid. Er kwamen weliswaar meer mensen binnen dan er vertrokken, maar per saldo blijft de realisatie van de in- en uitstroom achter bij de behoefte aan militairen. Ondanks de wervingsinspanningen en een stijging van de instroom met 8,1%, bleven de knelpunten bij de manschappen, in de onderbouw onderofficieren en officieren, en bij schaars technisch, IT- en medisch personeel. De Personeelsrapportage 2021 bevat meer gedetailleerde informatie over de kwantitatieve personele vulling.

Voor het kwalitatieve aspect van personele gereedheid zijn initiële en functionele opleidingen aangemerkt als essentiële processen. Daardoor konden deze ondanks COVID-19 wel doorgaan, maar met beperkingen, zoals minder leerlingen per klas. Dit leidde tijdelijk tot uitgestelde opkomsten. Mede hierdoor was het niet mogelijk om voldoende mensen op te leiden en bleef de druk op de opleidingscapaciteit hoog. Nieuw ingestroomd personeel kon niet op korte termijn het verlies aan expertise en vakkennis van uitstromende militairen vervangen.

Om de personele gereedheid te kunnen verbeteren, verlegde Defensie vanaf medio 2021 de focus van het kwantitatief ‘vullen’ van formatieplaatsen naar het kwalitatief verbeteren van de personele gereedheid met voldoende geschikte en beschikbare mensen. Deze sturing op personele gereedheid is integraal onderdeel van de HR-transitie die in de komende jaren plaatsvindt.

Materiële gereedheid

Materiële gereedheid is de mate waarin het materieel van een eenheid beschikbaar en geschikt is voor het uitvoeren van de opdracht. De materiële gereedheid bleef ook in 2021 onder de norm door een structureel tekort in het instandhoudingsbudget en door een tekort aan technisch en logistiek personeel. Naast dit personele kwantitatieve vullingsprobleem, vragen verouderde wapensystemen om meer onderhoud. Ook zijn nieuwe wapensystemen technologisch steeds complexer, hetgeen hogere eisen stelt aan de kennis, opleiding en ervaring van het schaarse technische en logistieke personeel. Deze oorzaken zorgden in 2021 voor een laag blijvende materiële gereedheid en beïnvloedden daarmee de algehele operationele gereedheid negatief.

Met de middelen uit het Coalitieakkoord en de motie-Hermans (Kamerstuk 35 925 nr. 13 van 23 september 2021) krijgt Defensie vanaf 2022 extra financiële ruimte om de onderhoudsachterstanden te verkleinen. Dit zal de aankomende kabinetsperiode een positief effect laten zien op de materiele gereedheid. Ondanks de gevolgen van wereldwijde schaarste aan grondstoffen en transportcapaciteit, lukte het in 2021 om een groot aantal vernieuwingen te realiseren. De effecten van de investeringen in materieel hebben tijd nodig en zijn mede afhankelijk van het beschikbaar komen van kwantitatief en kwantitatief voldoende personele capaciteit. Substantieel herstel van de materiële gereedheid zal daarom niet direct waarneembaar zijn.

Een kanttekening bij de materiele gereedheid in 2021 is dat door COVID-19 minder is geoefend dan voorzien. Hierdoor is de onbalans in de materieel logistieke keten minder zichtbaar dan wanneer de oefeningen conform planning zouden zijn uitgevoerd en er een groter beroep zou zijn gedaan op materieel.

Geoefendheid

Geoefendheid is de mate waarin een eenheid de taken heeft beoefend en daarvoor voldoende niveau van beheersing van de taken heeft getoond. De mate van geoefendheid van de krijgsmacht is met name negatief beïnvloed door een lage personele en materiële gereedheid. Wel kon er gaandeweg 2021 door versoepeling van de COVID-maatregelen al meer geoefend worden, maar oefenen vond met name nog plaats in Nederland of op de lagere niveaus. Daardoor vertaalden deze extra oefenmogelijkheden zich nog niet in een hogere geoefendheid en operationele gereedheid. Deelname aan oefeningen op grotere schaal, op de hogere geweldniveaus en in grotere verbanden zijn noodzakelijk om de geoefendheid voor de eerste hoofdtaak te verbeteren. In Nederland zijn de oefenruimte en de milieu- en geluidsnormen te gelimiteerd voor dergelijke grootschalige oefeningen benodigd voor het samengesteld optreden in het hogere geweldspectrum. Er blijft aandacht nodig voor het behouden van ‘gebruiksruimte’ voor oefeningen in Nederland, zowel in het fysieke domein als in het virtuele informatiedomein. Verlies van ruimte vormt een risico voor de gereedstelling.

Investeringen

Nederland voldeed met de gerealiseerde investeringsquote van 24% aan de NAVO-investeringsnorm van minimaal 20% van de defensie-uitgaven. Hoewel veel projecten nog in uitvoering zijn, werden in 2021 de eerste resultaten van deze extra investeringen zichtbaar. In het materieelverslag bij het Defensie Materieelbegrotingsfonds (DMF) wordt dit nader toegelicht.

De extra investeringen uit het kabinet Rutte III kwamen vooral ten goede aan nieuwe capaciteiten, personeel en voorraden en ‘ondersteuning van de krijgsmacht’. Ze zijn dus in mindere mate beschikbaar gekomen voor de reeds in gebruik zijnde (wapen)systemen.

Inzetvoorraden

Defensie heeft de afgelopen kabinetsperiode stappen gezet om de inzetvoorraden te vergroten: voor munitie en de andere operationele assortimenten worden de voorraadtekorten ingelopen. Financiering is beschikbaar om in de jaren t/m 2025 de inzetvoorraad op norm te brengen voor een inzet in het kader van de Tweede Hoofdtaak (Kamerstuk 28 830 nr. 268 van 22 oktober 2018). Inzetbepalende voorraden waren in 2021 nog niet toereikend om operaties voor langere tijd vol te houden. Het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht kende daarom in 2021 nog beperkingen. Ook eenheden die volledig op de gereedheidsnorm waren, zijn daardoor toch beperkt qua inzetbaarheid voor langere duur.

Totaalbeeld

Met een forse investeringsquote van 24% wordt de materiële gereedheid verder op orde gebracht en blijft Defensie ook in de toekomst beschikken over kwalitatief goed materieel. De personele gereedheid en geoefendheid blijven echter nog achter. In 2021 zijn verschillende capaciteiten of eenheden stilgezet of konden niet meer voldoen aan de generieke opdrachten voor de hoofdtaken. Knelpunten in personele gereedheid, een lage materiële gereedheid en lagere geoefendheid, leidden in 2021 tot beperkingen van de inzetbaarheid bij gelijktijdige inzet, in het voortzettingsvermogen en bij het optreden in hogere dreigingsscenario’s.

Dankzij de extra middelen voor de defensiebegroting is het mogelijk de krijgsmacht de komende jaren te versterken. Het extra geld zullen we primair inzetten om te herstellen (bijvoorbeeld van de arbeidsvoorwaarden en het loongebouw) en te vernieuwen. Het directe effect van investeringen op de operationele gereedheid blijft complex. Wanneer wordt geïnvesteerd in de gereed bestaat de mogelijkheid dat een knelpunt dat niet of niet volledig kan worden opgelost beperkingen oplevert waardoor de gereedheid in de rapportages weinig of niet zichtbaar stijgt. Daarnaast is inherent aan de aard van nieuw defensiematerieel dat levertijden vaak lang zijn en dat het lang duurt voordat de betreffende eenheden opgeleid en getraind zijn. Het effect van investeringen op de gereedheid manifesteert zich daarom pas na enkele jaren.

3.2 Inzet

In 2021 heeft Defensie capaciteitsinzet geleverd om de drie hoofdtaken uit te voeren. Hieronder staat per hoofdtaak onderverdeeld welke inzet is gepleegd.

Eerste hoofdtaak: Beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten.

  • Defensie leverde permanente bijdragen in NAVO-verband waaronder de bijdrage aan de enhanced Forward Presence (eFP) inzet in Litouwen.

  • Daarnaast leverde Defensie binnen alle operationele domeinen een bijdrage aan de snelle interventiecapaciteit van de NAVO. Zo leverde Defensie onder meer 190 eenheden voor de Composite Special Operations Component Command van de VJTF en voerde het commando van de Standing NATO Maritime Counter Measures Group I. Door deze bijdragen droeg Nederland bij aan geloofwaardige collectieve afschrikking en verdediging binnen NAVO.

  • Twee F-16’s stonden klaar voor de Quick Reaction Alert (QRA) om het luchtruim van Nederland, België en Luxemburg te beschermen.

  • Voor de bescherming van het Koninkrijk, alsook in het kader van de uitvoering van de tweede en derde hoofdtaak, was Defensie permanent met militaire middelen aanwezig in het Caribisch gebied.

Tweede hoofdtaak: Bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit.

  • Defensie leverde in 2021 een bijdrage aan de anti-ISIS coalitie en bredere veiligheidsinzet in Irak. In de eerste helft van 2021 leverde Nederland een bijdrage aan de NAVO-Resolute Support missie in Afghanistan.

  • In de zomer van 2021 heeft Defensie met personeel en middelen bijgedragen aan de evacuatie van personen uit Afghanistan naar Nederland.

  • Vanaf 15 november 2021 draagt Nederland voor een periode van zes maanden bij met een C-130 vliegtuig inclusief bemanning en ondersteunend personeel aan de VN-missie MINUSMA in Mali.

  • Daarnaast continueerde Defensie de bijdragen aan verschillende missies in het Midden-Oosten zoals UNDOF, UNTSO, UNIFIL en USSC en leverde Defensie onder andere een kleinschalige bijdrage aan de EU maritieme operaties Atalanta en Irini en EU Liaison and Planning Cell (EULPC) in Tunis. Daarnaast leverde Defensie stafcapaciteit aan de twee missies in Mali (EU Trainingsmissie Mali en MINUSMA).

  • Ten slotte maakte het Nederlandse fregat Zr.Ms. Evertsen ruim zeven maanden lang onderdeel uit van de eerste operationele inzet van de Britse Carrier Strike Group (CSG) rond vliegkampschip Queen Elizabeth. In dit kader werd het Nederlandse fregat onder meer ingezet in de Zwarte Zee en de Indo-Pacifische regio. De inzet van Zr.Ms. Evertsen bood Nederland een unieke mogelijkheid in een internationaal verband, en samen met andere partnerlanden, te oefenen. Ook zijn tijdens de reis de diplomatieke, veiligheids-, en economische banden met landen in deze belangrijke regio aangehaald.

Derde hoofdtaak: Het ondersteunen van civiele autoriteiten en het leveren van bijstand bij rampen en crises.

  • Evenals voorgaande jaren waren in 2021 militairen dagelijks actief voor de derde hoofdtaak. Voorbeelden van deze inzet zijn de verleende militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, inzet van zoek -en observatieteams en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

  • In de maand juli heeft Defensie intensief ondersteund bij de overstromingen in Zuid-Limburg.

  • Defensie heeft gedurende de maand augustus met een Chinook helikopter bijgedragen aan het blussen van de bosbranden in Albanië.

  • Defensie heeft een intensieve bijdrage vanaf zee geleverd aan Haïti dat was getroffen door een zware aardbeving.

  • Daarnaast ondersteunde Defensie in 2021 de civiele autoriteiten op grote schaal in het kader van het bestrijden van de COVID-19-uitbraak in zowel Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zowel inzet in de ziekenhuizen, verpleeginstellingen als intensieve ondersteuning van de vaccinatie boostercampagne hebben in 2021 plaats gevonden.

  • In 2021 heeft Defensie samen met de ministeries van JenV en Financiën stappen gezet in het Brede Offensief Tegen de Ondermijnende Criminaliteit op het gebied van bewaken en beveiligen vanuit de Koninklijke Marechaussee, als partner in het Multidisciplinaire Interventieteam (MIT) en bij het onderscheppen van drugstransporten in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • Defensie heeft bijgedragen aan het ondersteunen van de opvang van evacués vanuit Afghanistan met capaciteit van de KMar en met het beschikbaar stellen van militaire locaties.

3.3 Mensen

Personeelsagenda

HR-model

Op 28 mei 2021 is de Kamer geïnformeerd over de inhoud van het nieuwe HR-model Defensie en de HR-transitie (35570-X, nr. 91), die naar verwachting zal duren tot en met 2025. 2021 was een overgangsjaar, waarin de inhoudelijke uitwerking van het HR-model en de HR-transitie voldoende zijn voorbereid. In de periode tot en met 2025 worden de verschillende elementen van het HR-model stapsgewijs en in samenwerking met de defensieonderdelen concreet gemaakt en ingevoerd. Waar het HR-model gaat over de rechtspositie van het personeel, zoals een nieuw loongebouw en aanstellings- en contractvormen, moet overeenstemming worden bereikt met de centrale van overheidspersoneel. In 2021 heeft geen formeel overleg met de centrales kunnen plaatsvinden. Defensie hoopt in 2022 tot overeenstemming te komen met de centrales om het HR-model en de HR-transitie volgens plan te kunnen uitwerken, testen en invoeren.

Personeelszorg

Het programma militaire gezondheidszorg (MGZ) 2020 is afgerond. De ambities zijn behaald. MGZ 2020 heeft randvoorwaarden gerealiseerd waarmee de kwaliteit van de militair geneeskundige zorg- en dienstverlening structureel wordt verbeterd, bewaakt en beheerst. Er zijn duidelijke normen voor de kwaliteit van gezondheidszorg voor militairen binnen en buiten Nederland opgesteld, de inzetbaarheid van de operationeel geneeskundige keten is verbeterd en er zijn (certificeerbare) kwaliteitsmanagementsystemen voor de MGZ ingevoerd. Daarnaast werkte Defensie aan de verbetering van de medische informatievoorziening van de militaire gezondheidszorg in Nederland. Die wordt zo veel als mogelijk volgens de civiele standaarden ingericht. Er is een digitaal patiëntendossier voor de geïntegreerde gezondheidszorg geïmplementeerd, dat zowel in Nederland als op oefening of missie kan worden gebruikt. Ook heeft in 2021 een ketendoorlichting van de MGZ plaatsgevonden, die aan de basis staat voor verbeteringen in de keten in 2022.

Als het gaat om de zorg voor veteranen is per 1 januari 2021 het Nederlands Veteraneninstituut tot stand gekomen uit een fusie van meerdere organisaties. Door organisaties onder één bestuur en één subsidiestroom te brengen, kan beter uitvoering worden gegeven aan het veteranenbeleid. De uitgaven voor het NFE stijgen doordat meer (en ook jongere) veteranen een beroep op compensatie vanuit het fonds doen en door de gewijzigde te hanteren rekenrente. In 2021 heeft het kabinet incidenteel € 30 miljoen beschikbaar gesteld om gestegen uitgaven op te vangen en daarnaast heeft het kabinet voor de jaren 2022 en verder € 20 miljoen structureel beschikbaar gesteld. In 2021 is daarnaast verder gewerkt aan de herziening van het uitkeringen- en voorzieningenstelsel voor veteranen. Het zal nog zeker tot 2023 duren voordat dit is gerealiseerd.

In december 2020 is het rapport ‘Focus op Dutchbat-III’ gepresenteerd. In 2021 is invulling gegeven aan de aanbevelingen. Met een collectief gebaar is tegemoet gekomen aan het ervaren gebrek aan erkenning en waardering vanuit Defensie. In lijn met de aanbevelingen is onder meer een geldbedrag van € 5.000 (belastingvrij) toegekend. Dit bedrag is inmiddels aan vrijwel alle rechthebbenden uitgekeerd. De uitvoering van de terugkeerreizen wordt uitgewerkt. Eind november zijn alle Dutchbat-III-veteranen geïnformeerd over de stand van zaken over de terugkeerreis en het voornemen voor een reünie bijeenkomst in het voorjaar van 2022. Tot slot is door het kabinet extra geld vrijgemaakt voor het nationaalfonds ereschulden.

Arbeidsvoorwaarden

Het arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 liep af op 31 december 2020. Op 23 december 2020 zijn de onderhandelingen voor een nieuw akkoord echter stukgelopen en hebben de centrales het overleg voor onbepaalde tijd opgeschort. De gesprekken zijn in 2021 na het zomerreces voortgezet. Dat heeft ertoe geleid dat door sociale partners een maximaal haalbare uitkomst is vastgesteld binnen de beschikbare arbeidsvoorwaardenruimte, die door de centrales van overheidspersoneel is voorgelegd aan de achterban. Op 2 december bleek dat de arbeidsvoorwaardengesprekken niet hebben geleid tot een arbeidsvoorwaardenakkoord voor 2021. Het streven is om zo snel mogelijk de gesprekken over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord weer op te starten. Defensie heeft er als werkgever eigenstandig voor gekozen om de aflopende toelage loongebouw tot eind 2022 te verlengen. Hierdoor is het personeel dat deze toelage ontvangt niet de dupe geworden van het achterwege blijven van een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord.

Veiligheid bij Defensie

In 2021 lijkt sprake van een positieve ontwikkeling op het gebied van ervaren ongewenst gedrag. Verder is de meldingsbereidheid om een onveilige situatie te bespreken hoog. Negentig procent van de defensiemedewerkers voelt zich veilig genoeg om onveilige situaties te bespreken binnen het team of met hun leidinggevende. Ruim twee derde van de defensiemedewerkers heeft er vertrouwen in dat een melding professioneel wordt behandeld. Deze positieve ontwikkelingen zijn onder andere bevestigd door de Arbeidsinspectie NL naar aanleiding van herinspecties bij de defensieonderdelen. In bijlage 6 bij het jaarverslag Defensie is een overzicht van meldingen over bedrijfsveiligheid in 2021 opgenomen.

Agenda voor Veiligheid

Een goed ontwikkeld veiligheidsbewustzijn is voor iedereen in de defensieorganisatie essentieel. Dat zorgt ervoor dat veiligheid een integraal onderdeel wordt van het dagelijkse werk. Om de fysieke en sociale veiligheid te versterken, is in 2018 het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ (kamerstuk 34 919, nr. 4) en het plan ‘Versterking van de sociale veiligheid’ (kamerstuk 35 000 X, nr. 75) in uitvoering genomen. Het plan richtte zich met structureel 25 miljoen euro budget jaarlijks op de tone at the top, op het versterken van de veiligheidsorganisaties en op het stimuleren van melden en leren. Met beide plannen is een basis gelegd, maar doorontwikkeling was en is noodzakelijk om tot verhoging van de veiligheid te komen. Daarom is in 2021 de Agenda voor Veiligheid vastgesteld, met maatwerk voor de verschillende defensieonderdelen.

Bij de aanbieding van het derde en laatste jaarrapport van de Visitatiecommissie Defensie & Veiligheid op 21 juni 2021 heeft Defensie aangegeven zich nadrukkelijk te richten op het uitvoeren van de plannen uit de Agenda voor Veiligheid (kamerstuk 34 919, nr. 81). Naar aanleiding van het rapport van de Visitatiecommissie is een inventarisatie gemaakt van de actuele veiligheidsrisico’s van Defensie. Het inzicht in deze risico’s en de grip die de organisatie daarop heeft, gaven een beeld van de huidige stand van veiligheid binnen Defensie. Zo worden vanaf 2022 de veiligheidsorganisaties van de defensieonderdelen verder versterkt, zodat commandanten lager in de organisatie hier vaker een beroep op kunnen doen. Ook wordt specifieke kennis op bijvoorbeeld het gebied van kunstmatige optische straling en veiligheidsaudits vergroot binnen Defensie. Het verhogen van de fysieke en sociale veiligheid vraagt echter meer en kan daarom niet los worden gezien van andere herstelmaatregelen voor onder andere personeel, materieel en vastgoed.

Sociale veiligheid en integriteit

Naast de (her)inspectie van Arbeidsinspectie NL op acht locaties bij diverse defensieonderdelen, stond in 2021 de opdracht om het integriteitsbeleid te herzien centraal. De focus lag hierbij op de mening van de medewerker. In december 2021 heeft het Veiligheidscomité ingestemd met integriteitsbeleid voor Defensie. Ondersteund met een communicatieplan gericht op de specifieke doelgroepen zal het beleid verder worden uitgerold. De speerpunten van het integriteitsbeleid zijn in lijn met de vijf sporen van het plan versterking sociale veiligheid: opleiding, leiderschap, meld- en registratiesysteem, personeelsbeleid en cultuur.

Op deze sporen is in 2021 reeds uitvoering gegeven door onder andere aan het opnemen van sociale veiligheid in de relevante opleidingscurricula, diverse opleidingen en workshops voor teams en leidinggevenden, het versterken van (na)zorg bij meldingen, de evaluatie van het Meldpunt Integriteit Defensie en de positionering van de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) en het introduceren van een digitaal meldformulier. Verder is ter ondersteuning van de leidinggevende geïnvesteerd in de kwaliteit van vertrouwenspersonen en integriteitsadviseurs. Ter versterking van de veilige werkomgeving (cultuur) zijn er op diverse plekken binnen alle defensieonderdelen interventies gedaan onder de noemer ‘just culture’ actieonderzoek.

Integraal risicomanagement

Het toepassen van integraal risicomanagement is voor Defensie van belang - zeker voor veiligheid. In 2021 zijn stappen gezet in het integraal risicomanagement door de toepassing van integraal risicomanagement voor heel Defensie. Voor Defensie betekent dit een wezenlijke sprong vooruit in het managen van veiligheid. Voorbeelden hiervan zijn dat in 2021 defensieonderdelen zijn gaan werken met een uniforme integrale risicomatrix, de CDS een eenduidige risico-escalatieprocedure heeft vastgesteld en DOSCO/NLDA-opleidingen en -trainingen over integraal risicomanagement heeft ontwikkeld en verzorgd.

Gezondheidsmonitoring

Structurele Gezondheidsmonitoring helpt om verbanden tussen werkomstandigheden en gezondheidsaandoeningen vast te stellen om zo tijdig preventieve maatregelen te nemen ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van het personeel. Bij gezondheidsmonitoring gaat het altijd om groepen medewerkers. Het gaat nooit om de gegevens van een enkele persoon. De resultaten van het onderzoek zijn volledig anoniem. Defensie handelt daarmee volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

De wettelijke grondslag voor Structurele Gezondheidsmonitoring, spoor I is omschreven in de Data Protection Impact Assessment (DPIA). Om de wettelijke grondslag nog steviger te verankeren voor Gezondheidsmonitoring spoor I, is gestart met het expliciteren van de wettelijke grondslag via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Dit ter bestendiging van het toekomstig gebruik van pseudo-anonieme gegevens voor gezondheidsmonitoring. De concept AMvB is in ontwikkeling en wordt begin 2022 verwacht.

Gevaarlijke stoffen

In 2021 voltooide het RIVM het derde en laatste deelonderzoek naar het werken met chroom-6 op alle defensielocaties. Verder werd in juni 2021 de gewijzigde Uitkeringsregeling chroom-6 van kracht voor alle (oud-) medewerkers en hun nabestaanden. Een adviescommissie onder voorzitterschap van professor Heerma van Voss is gevraagd advies uit te brengen over drie vragen met betrekking tot de Uitkeringsregeling. De eindrapportage van de commissie, met reactie op de drie vragen, zal naar verwachting in de eerste helft van 2022 gereed zijn.

In 2021 zijn de laatste maatregelen uit het plan van aanpak Beheersing Chroom-6 (Kamerstuk 35 000 X, nr. 70) gerealiseerd zodat veilig met chroom-6 kan worden gewerkt; de vervanging van de spuitcabines bij de Luchtmacht staat gepland voor 2022 en de nieuwbouw voor Leusden volgt later. In 2021 zijn negen incidenten met chroom-6 gemeld, waarvoor maatregelen zijn genomen. De meldingen worden gepubliceerd op defensie.nl. Inmiddels is de aanpak verbreed naar andere gevaarlijke stoffen, met prioriteit voor kankerverwekkende en mutagene stoffen. Het beleid kenmerkt zich door de zogenoemde S-T-O-P-strategie: zo veel als mogelijk vindt Substitutie van stoffen plaatsen, worden Technische maatregelen genomen zoals betere afzuiging en geschikt gereedschap. Daarvoor is 1 miljoen euro extra budget vrijgemaakt. Organisatorische maatregelen zijn bijvoorbeeld voorlichting door onder andere e-learnings. Tot slot zijn voldoende Persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar. De Arbeidsinspectie NL houdt toezicht op dit onderwerp en heeft gemeld dat de meeste overtredingen zijn weggenomen.

Voor de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn in 2021 drie (interne) publicaties met regelgeving geactualiseerd en vastgesteld. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn de aanbevelingen van de Inspectie Veiligheid Defensie omgezet in concrete verbeteringen voor opleidingen, de rol van de veiligheidsadviseur en de oprichting van een Defensie Luchtvracht Expeditie. De Arbeidsinspectie NL heeft ook in 2021 gecontroleerd op de opslag van munitie en geen noemenswaardige tekortkomingen geconstateerd.

Conform een toezegging door de minister aan de Kamer in april 2019 is het Insitute for Risk Assessment Sciences (IRAS) gevraagd een aanvullende literatuurstudie te verrichten om meer duidelijkheid te krijgen over een mogelijke relatie tussen gezondheidsklachten en de uitstoot van burn pits. Het is van belang dat Defensie in de toekomst over meer data kan beschikken over blootstellingen tijdens missies en deze meer kan relateren aan mogelijke gezondheidsrisico’s en eventuele gezondheidsklachten. Daarom heeft Defensie in 2021 apparatuur in gebruik genomen waarmee continu de luchtkwaliteit kan worden gemonitord in missiegebieden.

Tevens heeft Defensie het rekenmodel Military Exposure Assessment Tool (MEAT) verder doorontwikkeld. MEAT brengt meetgegevens en modelschattingen aan werk- en milieugerelateerde blootstelling in een (mogelijk) missiegebied samen. Defensie blijft de wetenschappelijke ontwikkelingen en literatuur over burn pits nauwlettend volgen, net als de ontwikkelingen bij onze internationale partners.

Toezichthouders en commissies

In de brief behorende bij het jaarrapport 2021 van de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid (Kamerstuk 34 919 nr. 81) is toegezegd om vanaf 2021 de veiligheidsparagraaf in het Jaarverslag Defensie verder uit te bereiden, onder andere met de opvolging van de aanbevelingen van toezichthouders.

Het Toezichtberaad van Defensie bestaat uit de Inspecteur-generaal Veiligheid Defensie (IVD), de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg (IMG), het Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen (KMCGS), de Militaire Luchtvaart Autoriteit (MLA), de Beveiligingsautoriteit (BA) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG). De Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) is toehoorder van dit beraad. In 2021 hebben de toezichthouders voor het eerst een gezamenlijk jaarbericht opgesteld, op basis van hun aparte jaarverslagen. Deze stukken zijn op 19 mei 2021 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 35 570 X, nr. 87). Daarnaast heeft Defensie in 2021 vijf onderzoeksrapporten van de IVD ontvangen (vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, blikseminslag Ossendrecht, zelfbeschieting F-16 Vliehors, NH90-helikopterongeval in de Caribisch gebied en Dingo-ongeval Afghanistan) en aan de Kamer gestuurd, voorzien van een beleidsreactie. Via zogeheten interne opdrachtnota’s zet Defensie opvolging van de toegezegde maatregelen in gang. Om voortgang en sturing op de voorgenomen maatregelen te bespoedigen, is er een driehoeksoverleg tussen beleid (DGB), uitvoering (CDS) en toezicht (IVD). In de bijlage bij dit verslag vindt u een overzicht van de opvolging van aan de Kamer toegezegde maatregelen naar aanleiding van aanbevelingen van de OvV en de IVD. In de bijlage bij dit verslag vindt u een overzicht van de opvolging van aan de Kamer toegezegde maatregelen naar aanleiding van aanbevelingen van de OvV en de IVD.

Versterking veiligheidsbewustzijn

Veilig werken en een veilige werkomgeving waren altijd al belangrijke speerpunten van Defensie, maar sinds 2018 vormen zij kernwaarden voor Defensie. Dit vraagt continu aandacht. Daarom zijn de opleidingen voor nieuw instromend personeel aangepast, zodat deze kernwaarde wordt onderwezen. Ook het kunnen toepassen van risicomanagement en het belang van het melden van voorvallen is opgenomen in de syllabi. Door loopbaanopleidingen zoals de Middelbare Defensie Vorming voor leidinggevenden en commandanten en specifieke cursussen en workshops worden zij getraind voor hun rol voor veiligheid en integriteit. Bovendien dragen zij nadrukkelijk bij aan het melden van risico’s en onveilige situaties en stimuleren ze het bespreekbaar maken van vraagstukken.

3.4 Middelen

Investeringen in nieuw materieel

De investeringen van afgelopen jaren hebben in 2021 tot uitlevering van nieuw materieel geleid, waaronder de nieuwe Chinook transporthelikopters. Om ook in de toekomst concrete vernieuwing en verbetering van materieel te waarborgen, is Defensie in 2021 tientallen nieuwe projecten gestart, zowel voor levering van nieuw materieel als voor projecten die de technische en operationele levensduur van wapensystemen verlengen.

Voorraden

Defensie heeft in de vorige kabinetsperiode stappen gezet om de inzetvoorraden te vergroten, uiteenlopend van munitie tot en met operationele infrastructuur. Gestaag worden de voorraadtekorten ingelopen. 

De beleidsmatige uitgangspunten van het Beleidskader Inzetvoorraden (BKI) uit 2009 zijn primair gericht op de tweede hoofdtaak: internationale missies. De benodigde financiering om de voorraden voor deze tweede hoofdtaak op norm te brengen is beschikbaar. Voor de verdere doorgroei van de inzetvoorraden naar een niveau dat past bij de eigen en bondgenootschappelijke verdediging - de eerste hoofdtaak van de krijgsmacht - ontbraken de benodigde financiële middelen (Kamerstuk 28 830 nr. 268 van 22 oktober 2018). Daarom wordt het Beleidskader Inzetvoorraden herzien.

IT

De wereld digitaliseert in snel tempo. De context waarin Defensie opereert is hierop geen uitzondering. Informatietechnologie (IT) is noodzakelijk voor alle hoofdwapensystemen en inmiddels zelf ook verworden tot wapensysteem. Daarnaast treden wapensystemen in toenemende mate toe tot de digitale wereld. Vaak vergt dit extra IT-capaciteit in de vorm van mensen en middelen. Om adequaat te kunnen inspelen op IT-ontwikkelingen, en het mogelijk maken van informatiegestuurd optreden (IGO), is een digitaliseringsslag van Defensie cruciaal. Zonder goede informatievoorziening is effectieve inzet van wapensystemen onmogelijk. In 2021 zijn daarom verdere stappen gezet in het kader van deze digitale transformatie.

Met het rapport Defensie Duurzaam Digitaal (DDD, Kamerstuk 31 125, nr. 118 van 27 mei 2021) heeft Defensie inzichtelijk gemaakt waar de tekorten en uitdagingen voor de gebieden exploitatie, investeringen en personeel zich binnen het I&T-domein bevinden. Defensie is in 2021 ook begonnen met de uitwerking van de maatregelen uit DDD die geen financiële consequenties hebben. DDD liet verder zien dat Defensie blijvend en duurzaam in IT moet blijven investeren om militair relevant te blijven. De meest urgente problematiek in de IT-instandhouding heeft Defensie op kunnen vangen met extra middelen uit de motie-Hermans. Met de extra middelen uit het Coalitieakkoord zijn in 2022 in de Defensienota verdere integrale keuzes gemaakt.

Defensie startte in 2021 met de vervanging van een groot deel van de IT-infrastructuur met Grensverleggende IT (GrIT). Daarnaast werkte Defensie verder aan de verbetering van connectiviteit en interoperabiliteit in het operationele domein middels programma’s als Foxtrot/TEN, VOSS en Federated Mission Networking (FMN), naast andere projecten om invulling te geven aan het Informatie Gestuurd Optreden. Ook begon Defensie in 2021 met de voorbereidingen voor de migratie naar een nieuw materieel-logistiek en financieel informatievoorzieningssysteem (ERP M&F), definieerde Defensie uitgangspunten en startte het een vooronderzoek voor de IT die nodig is ten behoeve van een nieuw HR-model en werkte Defensie aan een verbetering van de governance binnen het I&T-domein, in het bijzonder door de installatie van de Stuurgroep Digitale Transformatie en de invoering van een CIO-stelsel, waarvoor decentrale (kwartiermakend) CIO’s zijn aangesteld. Tot slot zette Defensie stappen op strategisch vlak op de gebieden data en cyber, onder meer door routekaarten en strategische visies op te stellen.

Vastgoed

Het vastgoed van Defensie is cruciaal voor het functioneren van de Krijgsmacht, omdat het essentieel is voor de invulling van de primaire processen gereedstelling en inzet, efficiente ondersteunende bedrijfsvoeringsprocessen en het welzijn van defensiepersoneel. Defensie heeft de ambitie om de vastgoedportefeuille toekomstvast, doelmatig, duurzaam, compliant en structureel betaalbaar in te richten en te beheren. Om dit te bewerkstelligen maakt Defensie gebruik van bestaande structuren en systemen en vinden er ontwikkelingen en verbeteringen plaats.

In 2021 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Vastgoed Defensie (IBO) afgerond. Het IBO bevestigt dat het defensievastgoed onvoldoende op orde is. Eén van de knelpunten is de disbalans tussen de omvang van de vastgoedportefeuille en het budget wat voor vastgoed beschikbaar is. Om te komen tot een portefeuille die toekomstvast, doelmatig, duurzaam, compliant en structureel betaalbaar is, is grootschalig ingrijpen noodzakelijk. Daarnaast zet Defensie in op verdere doorontwikkeling van het vastgoedmanagement.

Visie op vastgoed

Bij het inzetten van de transitie naar een portefeuille die toekomstvast, doelmatig, duurzaam, compliant en structureel betaalbaar is en die op de juiste wijze wordt aangestuurd, zijn de huidige budgetten voor investeringen in vastgoed en het onderhoud van de portefeuille onvoldoende. Mede doordat regelmatig urgente niet geplande instandhoudingsmaatregelen aan het vastgoed noodzakelijk zijn om de bedrijfsvoering op defensielocaties zeker te stellen. De kosten van deze maatregelen verdringen andere uitgaven, zoals het uitvoeren van onderhoud en de investeringen in het structureel op orde brengen van het vastgoed.

Onderdeel van de stappen die worden gezet is het ontwikkelen van een portefeuillevisie waarin recente ontwikkelingen in het vastgoed én defensiebrede ontwikkelingen zoals de Defensievisie 2035 worden meegenomen.

Ernstige onvolkomenheid vastgoedmanagement

Bij het Verantwoordingsonderzoek 2020 van de Algemene Rekenkamer (AR) is vastgoed beoordeeld als een ernstige onvolkomenheid. Hierbij spelen het inzicht in de staat van het vastgoed en de aansturing en processen van vastgoedmanagement een belangrijke rol. Naast de ernstige onvolkomenheid heeft de AR geconstateerd dat de financiële dekking van het onderhoud en de revitalisering met prioriteit moeten worden opgepakt en dat er aan de norm voor brandveilig gebruik van gebouwen moet worden voldaan.

Informatievoorziening

In december 2021 heeft het Rijksvastgoedbedrijf de opdracht voor het ontwikkelen van een Rijksbreed onderhoudsmanagementsysteem (OMS) definitief gegund en de verwachting is dat begin 2022 met de implementatie begonnen kan worden. Dit systeem zal ook de kwaliteit van de informatievoorziening aan Defensie geleidelijk verbeteren. Om de periode tot volledige ingebruikname van het OMS te overbruggen maakt Defensie gebruik van interim-oplossingen.

Als reactie op de IBO Vastgoed is gewerkt aan het moderniseren van vastgoednormen en is er in 2021 een Taskforce in het leven geroepen die gebruik en bezetting van defensievastgoed onderzoekt. Tot slot is eind 2021 de vijfjaarlijkse kwaliteitsmeting afgerond, waaruit een gedifferentieerd beeld ontstaat van de mate waarin de portefeuille voldoet aan de onderhoudsnorm van Defensie.

3.5 Manieren

Samenwerking

NAVO

In 2021 heeft het bondgenootschap verder gewerkt aan NAVO2030, het proces om zeker te stellen dat de NAVO militair sterk blijft, politiek sterker wordt en een meer mondiale benadering kiest. De agenda voor de uitwerking van dit proces is vastgesteld op de NAVO-Top van Brussel 2021 (Kamerstuk 28676, nr. 372). Daarnaast is onder meer de versterking van de bondgenootschappelijke afschrikking en verdediging, inclusief relevante concepten en onderliggende plannen voortgezet (Kamerstuk 28676, nrs. 356, 371 en 376). Op het gebied van inzet werd in 2021 besloten tot beëindiging van de NAVO-missie in Afghanistan, en heeft Nederland besloten het mandaat voor de enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen te verlengen en uit te breiden (Kamerstuk 29521, nr. 435). Verder is in juni 2021 luitenant-admiraal Rob Bauer begonnen als voorzitter van het NAVO Militair Comité, voor een functieduur van drie jaar.

EU

In 2021 vond de strategische dialoog plaats over het EU Strategisch Kompas plaats en op 9 november werd een eerste conceptversie van het Strategisch Kompas door de EU Hoge Vertegenwoordiger gepresenteerd (Kamerstuk 2021Z23184) en op 15 november tijdens de Raad Buitenlandse Zaken besproken. Nederland speelde hierin een actieve rol, onder meer door het presenteren van een reeks non-papers over diverse deelonderwerpen1. Aan de Kamer ging een uitgebreide kabinetsappreciatie van het Strategisch Kompas toe (Kamerstuk 21501-28-229)2. Een andere belangrijke ontwikkeling in 2021 waar Nederland een leidende rol in speelde was de toetreding van de VS, Canada en Noorwegen tot het Permanent Structured Co-operation (PESCO) (EU) project over militaire mobiliteit (Kamerstuk 21501-28 nr. 220). In het najaar van 2021 werd de Europese Vredesfaciliteit voor het eerst ingezet en keurde de Raad de eerste steunmaatregelen aan diverse landen goed (o.a. Kamerstuk 21501-02 nr. 2262, Kamerstuk 21501-28 nrs. 219 en 223). Ook werden in 2021 de voorbereidingen getroffen voor de start van het Europese Defensiefonds (EDF), waaruit in 2022 voor het eerst bedragen aan EDF-projecten toegewezen zullen gaan worden (Kamerstuk 21501-28 nr. 225). Vanuit het European Defence Industrial Development Programme (EDIDP), een van de voorlopers van het EDF, is in 2021 financiering toegekend aan meerdere projectvoorstellen met Nederlandse betrokkenheid (Kamerstuk 21501-28 nr. 225 ). Daarnaast werden in november jl. 14 nieuwe PESCO-projecten aangenomen door de lidstaten, waarmee het totale aantal PESCO-projecten nu op 60 staat (Kamerstuk 21501-28 nr. 228). Tot slot stelden de lidstaten op 16 november jl. een mandaat vast voor het Europees Defensie Agentschap om onderhandelingen met de VS te voeren over een administrative arrangement tussen de VS en het EDA (Kamerstuk 21501-28 nr. 228), en werd door de VS en de EU besloten om een gestructureerde veiligheids- en defensiedialoog op te starten.

Andere multilaterale fora

De samenwerking in de Northern Group, het European Intervention Initiative (EI2) en de Joint Expeditionary Force (JEF) is in 2021 voortgezet. De ministers van de JEF-landen tekenden op 30 juni 2021 een richtinggevend document, de JEF Policy Direction, als politiek mandaat voor verdere ontwikkeling en bredere inzetbaarheid van dit verband. Tijdens de JEF-oefening Joint Protector in september 2021 werd besluitvorming en commandovoering voor inzet in hybride situaties beoefend.

Internationale partners

De samenwerking met strategische partners en andere partnerlanden is in 2021 verder versterkt. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

  • Toetreding van België tot de Nederlands-Luxemburgse samenwerking op het gebied van Short Range Tactical Unmanned Aircraft System (SRTUAS).

  • In december hebben België, Luxemburg en Nederland een Herzien Memorandum of Understanding tussen België, Luxemburg en Nederland aangaande het Benelux Arms Control Agency getekend.

  • Ondertekening aanvullende Technical Arrangement tussen Luxemburg en Nederland aangaande samenwerking binnen de Multinational Multi-Role Tanker Transport Unit (Multinational RTT Unit).

  • DNN Memorandum of Understanding ondertekend met Denemarken en Noorwegen voor F-35 samenwerking.

  • Ondertekening door Duitse en Nederlandse ministers van Defensie van Letter of Intent (LOI) over het Helicopter Training Centre (IHTC) in Bückeburg. Hiermee versterken Nederland en Duitsland de samenwerking op het gebied van helikopteropleidingen.

  • Kiellegging eerste mijnenbestrijdingsvaartuig (gezamenlijke aanschaf met België).

  • Gezamenlijke verklaring met Duitsland over uitbreiding van de materieelsamenwerking en versterking van de defensie-industriesamenwerking, ondertekend door de staatssecretaris.

  • Besluit tot oprichting van een Duits-Nederlands Office for Military Mobility in Ulm, Duitsland.

  • Fighter Weapons Instructor Training (FWIT) met F-35, F-16, C-130, Intell, Patriot en gevechtsleiding samen met België, Noorwegen, Duitsland en Verenigde Staten vanaf vliegbasis Leeuwarden.

  • Intentieverklaring met Frankrijk over verdieping van de landmachtsamenwerking.

  • Verlenging verdrag tussen Frankrijk en het Koninkrijk der Nederlanden inzake ondersteuning bij noodhulp op Sint Maarten en samenwerking in de COVID-19-crisis.

  • Ondertekening Status of Forces Agreement met Frankrijk op het gebied van defensiesamenwerking in de Caribische regio.

  • Hernieuwde intentieverklaring met Noorwegen ter versterking van de bilaterale defensiesamenwerking, ondertekend door de minister voorafgaand aan het Staatsbezoek aan Noorwegen.

  • Geïntegreerde deelname van Nederland met Zr.Ms. Evertsen aan de Britse Carrier Strike Group ’21 heeft een impuls gegeven aan de bilaterale defensiesamenwerking met het VK.

  • Ondertekening door de Commandanten van Strijdkrachten van de UK-NL Maritime Roadmap voor verdere versterking van de maritieme samenwerking.

  • Uitbreiding van de samenwerking met de Verenigde Staten op het gebied van innovatie en nieuwe technologie, middels Nederlandse toetreding tot het AI Partnership for Defense, en in space door de lancering van de Nederlandse BRIK-II satelliet.

  • Verlenging van het verdrag met de VS over gebruik van faciliteiten in de Caribische delen van het Koninkrijk ten behoeve van drugsbestrijding en voortgezette samenwerking met de US Coast Guard, met meerdere grote drugsvangsten als resultaat.

  • Intentieverklaring over hernieuwing van de defensiesamenwerking met Suriname, ondertekend door de minister tijdens een werkbezoek ter plaatse.

Nationale samenwerking

Defensie heeft in 2021 samen met Politie, Openbaar Ministerie, Douane, Belastingdienst, FIOD en lokale overheden stappen gezet in het brede offensief tegen ondermijnende criminaliteit. Naast deelname aan het ‘multidisciplinaire interventieteam’, werd (en wordt) geïnvesteerd in bewaken en beveiligen door eenheden van de KMar, de aanpak van drugscriminaliteit in het Caribisch gebied en in keteneffecten, zoals voor de EOD en advanced search-capaciteit van de Koninklijke Landmacht.

De commissie Bos heeft in 2021 zijn adviesrapport ‘toekomstbestendig stelsel bewaken en beveiligen’ gepresenteerd. In dit rapport wordt onder andere geadviseerd om het stelsel te versterken door betere informatievoorziening, samenwerking tussen politie en Defensie/KMar door gebruik te maken van innovatieve manieren en middelen en door eenheden te versterken. Defensie, en met name de KMar, is betrokken bij de uitwerking van de adviezen.

Naast de structurele taken die Defensie uitvoert in het nationale domein heeft Defensie ook bijstand en ondersteuning geleverd aan de civiele autoriteiten. Met aanzienlijke capaciteiten heeft Defensie het afgelopen jaar bijgesprongen om de civiele autoriteiten te ondersteunen als gevolg van de COVID-19 crisis, zowel in Nederland als in het Caribische deel van het Koninkrijk. Zo leverde onder andere de KMar bijstand in het kader van het handhaven van de openbare orde en werd breed door Defensie ondersteund met plannings- en coördinatie capaciteit ten aanzien van patiëntenspreiding, medische ondersteuning en op het gebied van infrastructuur.

Tot slot heeft Defensie ook bijgedragen aan het ondersteunen van de opvang van evacués vanuit Afghanistan met capaciteit van de KMar en met het beschikbaar stellen van militaire locaties.

Kustwacht

De Kustwacht Caribisch gebied heeft in 2021 een belangrijke bijdrage geleverd aan de bestrijding van ondermijnende criminaliteit. CZMCarib, KMar en Kustwacht Caribisch gebied hebben dit onderstreept door met name het onderscheppen van drugstransporten en het bestrijden van mensensmokkel en –handel.

Grensbewaking

Het Europese grensagentschap Frontex werkt aan het opzetten van een vaste capaciteit ter ondersteuning van lidstaten op gebied van het bestrijden van ongewenste migratie. Als één van de deelnemende organisaties levert Defensie, en met name de KMar, hiervoor personeel en middelen.

Defensie/KMar heeft, samen met andere stakeholders, in 2021 stappen gezet om de EU-Verordeningen Entry Exit System en European Travel Information and Authorisation System te implementeren. Deze verordeningen zullen het EU-grensproces versterken en digitaliseren.

Aanpassing Politiewet 2012

In 2021 is gewerkt aan voorbereiding van de wijziging van de Politiewet 2012. Deze wet wordt aangepast om bijstand aan de Koninklijke Marechaussee (KMar) mogelijk te maken en de hoog risico beveiligingstaak op te nemen in de taken van de KMar. Defensie kan hierdoor bijstand leveren aan de KMar. De wijziging van de Politiewet maakt uiteindelijk de procedure sneller. Naar verwachting wordt de aanpassing van de Politiewet 2012 in het eerste kwartaal van 2022 gerealiseerd.

Conflictpreventie

Binnen Defensie is in 2021 verder vorm gegeven aan het conflictpreventiebeleid. Omdat voorkomen nauw samenhangt met vooruitzien, is het afgelopen jaar verder gewerkt aan het versterken van het anticiperend vermogen van de organisatie (‘strategic foresight’). Dit maakt het mogelijk om de activiteiten van Defensie meer op preventie te richten. Ook is vanuit Defensie bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van early warning & early action (EWEA) in interdepartementaal verband. Samen met Buitenlandse Zaken is het initiatief genomen om met een aanzienlijke groep lidstaten een non-paper over het versterken van de EWEA-capaciteit binnen de Europese Unie aan te leveren als input voor het Strategisch Kompas. Daarnaast is in diverse opleidingstrajecten binnen Defensie aandacht besteed aan het belang van conflictpreventie en de specifieke bijdrage van de krijgsmacht daaraan. Samen met Buitenlandse Zaken werd een verdiepende conferentie georganiseerd over security sector reform. Hervorming van de veiligheidssector kan immers een belangrijke rol spelen bij het voorkomen van conflict, mits dit op de juiste manier gebeurt.

Informatiegestuurd optreden en cyber

In 2021 heeft Defensie verder gewerkt aan een verdieping in de vorm van een beleidsvisie van wat informatiegestuurd optreden (IGO) voor de defensieorganisatie betekent. IGO is van alle tijden. Echter, door technologische ontwikkelingen en een in toenemende mate complexer wordend dreigingsbeeld moet Defensie beter inspelen op de tijden waarin we leven. De Defensievisie 2035 ging hier al uitgebreid op in. IGO is in feite een transitievraagstuk voor de gehele organisatie aangaande organiseren en optreden, waarbij het zoveel en zo breed als nodig, rechtmatig, veilig en verantwoord delen en gebruiken van relevante informatie de uitgangspunten zijn. Goed en verantwoordelijk gebruik van data science en kunstmatige intelligentie is hier onderdeel van. IGO vormt daarmee de basis voor de toekomstige defensieorganisatie, zowel voor inzet als bedrijfsvoering.

Defensie heeft de investeringen in het cyberdomein conform planning vooral gebruikt voor het versterken van haar inlichtingenpositie, haar digitale slagkracht en cybersecurity. Deze inlichtingenpositie, van zowel de MIVD als de AIVD, heeft internationale organisaties, (inter)nationale partners en andere departementen in staat gesteld hun weerbaarheid te verhogen door tijdig passende maatregelen te treffen. Diepgravend inlichtingenonderzoek heeft bijgedragen aan politieke en diplomatieke attributie om zo kwaadaardige cyberactiviteiten in het daglicht te zetten. Deze attributie draagt bij aan het verhogen van de kosten van dergelijke actoren wat de weerbaarheid van Nederland in het geheel weer versterkt.

Het versterken van personele cybercapaciteit gaat hand in hand met het voortdurend tegen het licht houden en verbeteren van het concept van de cyber mission teams, samengesteld door personeel van het Defensie Cyber Commando (DCC) en de MIVD. Op deze manier heeft het DCC zijn gereedheid kunnen verhogen en intensief samengewerkt met de cyberafdelingen van de inlichtingendiensten. Hiermee zijn zowel de inlichtingenposities als de digitale slagkracht verbeterd. Voorts heeft Defensie samen met interdepartementale partners, NAVO- en EU-bondgenoten gewerkt aan de ontwikkeling van gezamenlijke responskaders en inzetmogelijkheden waaronder het beschikbaar stellen van cybercapaciteiten om te kunnen reageren op statelijke dreigingen. Daarnaast heeft Defensie meegedaan aan (inter)nationale cyberoefeningen om partners beter te leren kennen, om procedures te oefenen en om de gereedheid te verhogen.

Omdat steeds meer sensoren en (wapen)systemen met elkaar verbonden zijn, heeft Defensie op het gebied van cybersecurity grote stappen gezet om deze verbindingen te beveiligen en veilig te houden. Defensie is een interessant doelwit van een breed scala aan hackers en daarom is het Defensie Cyber Security Centrum 24/7 bezig om Defensiesystemen te beveiligen. In het nationale domein hebben partners enkele malen een beroep gedaan op de cyberexpertise van Defensie via het Nationaal Respons Netwerk onder leiding van het Nationaal Cyber Security Centrum. Internationaal heeft Defensie experts gereedgesteld om Europese partners bij te staan via het PESCO Cyber Rapid Response Team. Op deze manier draagt Defensie, op verzoek, bij aan de cybersecurity van (inter)nationale partners.

Adaptieve krijgsmacht

Met het programma adaptieve krijgsmacht vergroot Defensie de flexibiliteit en inzetgereedheid van de krijgsmacht door samenwerking met partners in de samenleving. In 2021 zijn positieve stappen gezet op het gebied van slimme personele samenwerking met partners. Zo kon gekwalificeerd personeel dat als gevolg van COVID-19 werd ontslagen in bijvoorbeeld de maritieme sector, op tijdelijke basis de krijgsmacht komen versterken. Hiermee kan Defensie achterstanden inlopen, helpen we bedrijven met kennisbehoud en wordt bespaard op uitkeringen. Vanwege de positieve ervaringen worden dergelijke samenwerkingen uitgebreid. Dit past in de vierde schil van het nieuwe HR-model en is een voorbeeld van vernieuwend werken binnen het publiek-private domein. Dergelijke civiel-militaire samenwerking is voor Defensie onontbeerlijk om nieuwe kennis op te doen of schaarste op te vangen.

In 2021 zijn ook verschillende initiatieven gericht op jongeren gegroeid. Defensity College bestond in november 2021 vijf jaar en is inmiddels een gestaag groeiend werkstudentenprogramma. In 2021 is de doorontwikkeling van dit programma ter hand genomen, met onder andere een nieuw programma voor hbo-studenten.

Kennis en Innovatie

Investeringen in defensieonderzoek, technologieontwikkeling en de innovatiecentra van Defensie kennen een permanent karakter. Wetenschap en technologie blijven zich ontwikkelen. Dat geldt ook voor de dreigingen waaraan de krijgsmacht het hoofd moet bieden. Met de investeringen in defensieonderzoek blijft Defensie verzekerd van een gedegen defensiespecifieke kennisbasis. Zo bouwt het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum kennis op voor de instandhouding van militaire airframes, subsystemen en voortstuwingssystemen. Daarbij ligt de focus op nieuwe technologieën.

Bij technologieontwikkeling werkt Defensie nauw samen met Nederlandse bedrijven. Dat gebeurt onder meer op het terrein van nieuwe materialen en innovaties die de kans op detectie van toekomstige onderzeeboten reduceren. Met de opgebouwde kennis wordt rechtstreeks bijgedragen aan capaciteitenontwikkeling; dat noemen we kennisgebruik. Zo wordt bij TNO opgebouwde kennis over lasercommunicatie ingebouwd in een in 2023 te lanceren satelliet.

De innovatiecentra van de dienstonderdelen hebben in 2021 opnieuw diverse activiteiten ontplooid om sneller en innovatiever te innoveren. Daarin neemt de samenwerking met het bedrijfsleven (primair MKB en startups) een centrale plaats in. Met behulp van partnerschappen en samenwerkingen wordt op de markt verkrijgbare civiele technologie toepasbaar gemaakt voor defensiegebruik.

In 2021 zijn de uitgaven aan onderzoek, technologieontwikkeling en kennisgebruik (ter ondersteuning van investeringsprojecten) circa € 150 miljoen, hetgeen resulteert in een bijbehorende KPI van 1,28 %.

Duurzaamheid

Defensie heeft met de uitvoering van haar taken impact op het milieu en de omgeving. Op onze kazernes verbruiken we gas en elektriciteit voor vastgoed. Vliegen, varen en rijden met ons materieel gaat gepaard met gebruik van voornamelijk fossiele brandstoffen.

Defensie heeft daarom belang bij een duurzame en omgevingsbewuste krijgsmacht, die rekening houdt met klimaatverandering en anticipeert op de energietransitie. Vanuit het programma energietransitie Defensie zijn de energiedoelstellingen uit de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019–2022 (DEOS, Kamerstuk 33763, nr. 152) uitgewerkt in het Plan van aanpak energietransitie Defensie (Kamerstuk 34919, nr. 74). Met de uitvoering van dit plan neemt Defensie de energiedoelen van Defensie explicieter op in de bedrijfsvoering en verankert de energiedoelen in de verwervingsprocessen. Hiervoor treft Defensie maatregelen op basis van de uitgangspunten: ‘biggest bang for the buck’; operationele meerwaarde, een rendabele business case en innovatie als aanjager voor energietransitie. In dat kader neemt Defensie deel aan de volgende twee voorstellen die zijn ingediend voor het Nationale Groeifonds.

  • Maritiem Masterplan voor een slimme en emissieloze maritieme sector. Bij selectie door het Nationale groeifonds krijgt Defensie 45 mln. euro om als launching custumor de nieuwe hulpvaartuigen van de marine te verduurzamen.

  • Duurzame MaterialenNL. Hierbij gaat het onder meer om de oprichting van een kennis- en innovatiecentrum, gericht op drie materiaalsectoren: energiematerialen, constructieve materialen en circulaire palstics. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en TNO.

In 2021 zijn onderzoeken uitgevoerd om inzicht in de ‘ecologische voetafdruk’ van Defensie te krijgen en is aansluiting gezocht met de omgeving. Enkele voorbeelden zijn de Green & Social Deal Amersfoort, Leusden en Soest en de ondertekening van het Convenant waterstof in mobiliteit provincie Utrecht. Ook heeft Defensie inmiddels interdepartementaal op alle niveaus de samenwerking geintensiveerd en neemt zoveel als mogelijk deel aan de rijksbrede verduurzamingsprogramma’s zoals Zon op Rijksdaken. Dat heeft er onder andere in geresulteerd dat Defensie tussen 2022 en 2024 92 miljoen kan aanwenden voor zonnepanelen en verduurzaming van het vastgoed. De vermeden energiekosten die deze verduurzamingsprojecten opleveren, gebuikt Defensie ook weer voor projecten die de CO2-uitstoot van Defensie helpen verminderen.

Voor het geven van richting aan de verduurzaming van het materieel is een Roadmap Energietransitie Operationeel Materieel opgesteld in samenwerking met stakeholders binnen en buiten Defensie.

De overige twee DEOS-speerpunten ‘circulaire economie’ en ‘omgeving’ zijn uitgewerkt in meer specifieke doelstellingen en maatregelen voor de periode 2019-2022 en opgenomen in actieplannen. Over de resultaten en het energieverbruik wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf gerapporteerd.

Omgeving

In 2021 hebben wij geïnvesteerd in onze relaties met andere overheden, zoals provincies en gemeenten, en met omwonenden. Wij zijn gestart met het ontwikkelen van een omgevingsbureau dat samen met het RVB meer voelsprieten in de samenleving uit te steken. Ook is gestart met het formuleren van participatiebeleid.

Voor het verbeteren van het beheer van onze vergunningen hebben we een taskforce ingericht die de komende jaren tot doel heeft de vergunningssituatie van Defensie te actualiseren. Daarbij werken we nauw samen met onze bevoegde gezagen, Inspectie Leefomgeving en Transport en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

We hebben in 2021 veel aandacht besteed aan het effect van de stikstofproblematiek op Defensie. Het project referentiewaarden levert ons kennis op over hoe om te gaan met de uitdagingen rondom de beperkingen van stikstof. In het interdepartementale overleg hebben we onze bijzondere positie in relatie tot de wettelijke regels nadrukkelijk naar voren gebracht. Daarnaast zijn we gestart met het formuleren van de ruimtelijke impact van Defensie in de toekomst.

Tot slot

Defensie heeft in 2021 veel bereikt: Het afgelopen jaar was een jaar waarin Defensie ondanks beperkingen in de gereedheid in binnen- en buitenland zichtbaar was. Bovendien was 2021 was vooral het jaar waarin volop handelingsperspectief werd geboden voor herstel en modernisering van de krijsmacht via de vrijgekomen middelen uit de motie-Hermans en het Coalitieakkoord.

Figuur 5 KPI-tabel

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 1 Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Geheel artikel?

Vindplaats onderzoek

1

Inzet

  

x

    

nee

Klik hier

2

Koninklijke Marine

 

x

     

nee

Klik hier

3

Koninklijke Landmacht

  

x

    

nee

Klik hier

3

Koninklijke Landmacht

    

x

  

nee

Klik hier

4

Koninklijke Luchtmacht

    

x

  

nee

Klik hier

5

Koninklijke Marechaussee1

         

6

Investeringen

      

x

nee

Klik hier

7

Defensie Materieel Organisatie

      

x

nee

Klik hier

8

Defensie Ondersteuningscommando

x

      

nee

Klik hier

9

Algemeen

         

10

Apparaat Kerndepartement

         

11

Geheim

         

12

Nog onverdeeld

         
X Noot
1

De minister van Defensie heeft toegezegd (Kamerstuk 31 516, nr. 31) de Tweede Kamer in 2021 de beleidsdoorlichting Informatiegestuurd Optreden bij de Koninklijke Marechaussee (IGO KMar) toe te sturen. Deze beleidsdoorlichting heeft helaas, mede als gevolg van de COVID-19 crisis, vertraging opgelopen. De planning van de beleidsdoorlichting is gewijzigd en de uitkomsten worden in 2022 aan de Kamer toegestuurd. De Kamer is hier op 9 september 2021 over geïnformeerd (Kamerstuk 31516, nr. 33).

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek». Voor het meest recente overzicht van de programmering van onderzoeken en evaluaties, klik op deze link.

Overzicht risicoregelingen

Per 31 december 2021 bestaat er een openstaande garantie. Deze betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2021 heeft geen uitkering plaatsgevonden. 

Openbaarheidsparagraaf

Actieve openbaarmaking

De beleidslijn voor de nieuwe werkwijze omtrent beslisnota’s is geïmplementeerd en Defensie is gereed voor opschaling naar volgende categorieën. Er is een projectplan Wet Open Overheid (WOO) opgesteld. Defensie bereidt zich ook voor op aansluiting op Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI), het Rijksbrede publicatieportaal voor de Wet Open Overheid (WOO). Tot de resultaten tot nu toe behoren het opzetten van een projectorganisatie voor Defensie, aansluiting bij interdepartementaal overleg WOO, aansluiting op centrale BZK-programmaorganisatie KOOP/PLOOI en start met participatie in Rijksbrede PLOOI-werkgroepen techniek en implementatie. De uitwerking van het Defensie-projectplan aansluiting PLOOI is in afwachting van richtlijnen en kaders vanuit het centrale BZK/PLOOI programma. Het Defensie-projectplan PLOOI gaat voorzien in inbedding verantwoordelijkheden, opzetten beheersorganisatie naast realisatie technische voorzieningen en (gewenste) koppeling met het nieuwe te introduceren Defensie Document Management Systeem (DMS).

Passieve openbaarmaking

In Q3 2021 is een pilot gestart voor het gebruik van laksoftware bij de directie Communicatie. Dit komt snelheid en efficiëntie bij het behandelen van WOB-verzoeken ten goede. Defensie neemt de software af als dienst van shared-service organisatie Doc-Direkt (ministerie van BZK). Defensie loopt nu voor op de Rijksbrede aanbesteding van WOB-tooling.

Verbetering van de informatiehuishouding

De deelprojecten onder het project Informatiehuishouding op Orde (onderdeel Defensie Open op Orde) worden klaar gemaakt voor de implementatiefase, met het opstellen van projectkaarten.

Er is een pilot uitgevoerd voor het uitlezen van de telefoons van de oud- ministers en staatssecretarissen. Om dit proces in de toekomst te ondersteunen is een uitgebreide procesbeschrijving en Q&A ontwikkeld.

Het project Webarchivering is gerealiseerd. Zoals aangekondigd in het programmaplan is Defensie per 31 december 2021 aangesloten op de Rijksbrede voorziening voor websitearchivering.

Voor Missiearchieven en specialistisch zoeken wordt momenteel een pilot gedraaid, omtrent de missie Afghanistan. Uiteindelijk moet er een permanente dienst voor komen. Er is een archiefteam opgericht vanuit de Afdeling Evaluaties (AEVAL), bestaande uit vijf oud-militairen. Er is gekozen om de bestaande missiearchieven te ontsluiten met moderne hardware en intelligente zoek-software. Inmiddels wordt de infrastructuur voor dergelijke software ingericht.

4 Beleidsartikelen

4.1 Beleidsartikel 1 Inzet

A. Algemene doelstelling

Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Die opdracht is een afgeleide van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Grondwet. Deze leidt tot drie hoofdtaken:

  • 1. Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • 2. Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.

  • 3. Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Alle drie de hoofdtaken vergen meer inzet vanwege de toegenomen instabiliteit in de wereld. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenoot-schappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Beleidsartikel 1 Inzet biedt een overzicht van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan onder andere crisisbeheersingsoperaties, contributies aan gezamenlijk gefinancierde NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van de marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

C. Beleidsconclusies

Internationale inzet

Nederlandse militairen zijn in 2021 wederom breed ingezet voor vrede en veiligheid. In 2021 zijn 3268 militairen uitgezonden geweest.

Nederland heeft, in lijn met de afspraken uit de NATO Russia Founding Act uit 1997, deelgenomen aan de Multinational Battlegroup enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen. eFP bestaat op dit moment uit circa 4500 militairen, verdeeld over een viertal multinationale battlegroups. Nederland vormt momenteel een battlegroup samen met framework nation Duitsland, België, Noorwegen en Tsjechië. Duitsland levert hierbij de commandant van de multinationale battlegroup en Nederland de plaatsvervangend commandant. De Nederlandse bijdrage aan eFP roteert ieder half jaar. De bijdrage wordt bepaald op basis van de benodigde capaciteit in de multinationale battlegroup en de in Nederland beschikbare capaciteit. Nederland zet hierbij in op het leveren van de inzet die er in het kader van het National Defence Plan Litouwen wordt gevraagd: een manoeuvre-element van compagniesgrootte. In 2021 heeft Nederland ongeveer 700 militairen aan eFP geleverd. In de eerste helft van 2021 leverde Nederland een manoeuvre-eenheid, bestaande uit een gemotoriseerde compagnie. Daarnaast werd met circa vijfentwintig staffunctionarissen bijgedragen aan de multinationale battlegroup en aan het nationaal stafelement. In de tweede helft van 2021 bestond de Nederlandse bijdrage aan de multinationale battlegroup uit het Nederlandse deel van de Duits-Nederlandse tankeenheid, oftewel een eskadron van het 414e Pantserbataljon. Nederland leverde tevens ongeveer tien militairen binnen de bataljonsstaf. Daarnaast leverde Nederland rond de vijfentwintig staffunctionarissen in de multinationale battlegroup en in het nationaal stafelement.

Na een succesvolle bijdrage is eind oktober 2021 de inzet van de Force Protection eenheid, ter beveiliging van Belgische F-16 jachtvliegtuigen in Jordanië, beëindigd. Daarnaast voorzag Nederland met een Target Support Cell (TSC) en een Processing Exploitation and Dissemination (PED tot 1 april 2021) capaciteit in een behoefte binnen het inlichtingen- en doelontwikkelingsproces van de Anti-ISIS coalitie. In Irak wordt de militaire bijdrage binnen de missies Operation Inherent Resolve en Nato Mission Iraq gecontinueerd en wordt met de inzet van de Force Protection Compagnie, ter beveiliging en bewaking van Erbil Air Base, een substantiële bijdrage geleverd. Ook de bijdrage in het Combined Air Operation Center te Qatar wordt gecontinueerd.

In 2021 heeft Nederland tot juli met ongeveer 900 militairen een bijdrage geleverd aan Resolute Support, de NAVO-missie in Afghanistan. Na de uitvoering van een succesvolle redeployment eindigde de bijdrage met de uitvoering van de evacuatieoperatie onder meer vanuit Islamabad, Pakistan.

Vanaf november 2021 levert Nederland voor de duur van een half jaar een bijdrage aan MINUSMA met een C-130 transportvliegtuig en een ondersteunend detachement van ongeveer 90 personen. Voorts leverde Nederland in 2021 een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA), European Union Training Mission (EUTM) Mali, European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz (EMASOH), European Union Liaison and Planning Cell (EULPC) in Tunis, European Union Naval Force Mediterranean (EUNAVFOR MED) IRINI in Rome, European Union Naval Force Mediterranean (EUNAVFOR MED) ATALANTA in Rota, UN Disengagement Observer Force (UNDOF), United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL), United States Security Coordinator (USSC), United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) en Combined Maritime Force (CMF) in Bahrain.

Van 22 mei t/m 5 december heeft Zr. Ms. Evertsen (EVTN) 6,5 maanden onderdeel uitgemaakt van de UK Carrier Strike Group (CSG) met de HMS Queen Elizabeth (QNLZ) als middelpunt. De CSG is via de Noord Atlantische Oceaan, Middellandse Zee, Zwarte Zee, Rode Zee, Indische Oceaan en de Zuid-Chinese Zee naar de verste bestemming Japan gevaren. Begin oktober is de CSG aangevangen aan haar terugreis. De periode in de Zwarte Zee (13 juni t/m 2 juli) en de noordwaartse (26 t/m 30 juli) en zuidwaartse (4 t/m 9 oktober) passages door de Zuid Chinese Zee zijn aangemerkt geweest als inzet. In totaal heeft de EVTN 43.220 nautische mijlen afgelegd; hebben 202 personen meegevaren; zijn er 12 havenbezoeken afgelegd en is er geoefend/geopereerd met 19 landen.

Nederland heeft op verzoek van de NAVO ten behoeve van operatie ALLIED SOLACE een Dental Care Unit ingezet. Operatie ALLIED SOLACE is een NAVO-operatie om Afghaanse evacuees die voor de NAVO hebben gewerkt onder te brengen op enkele locaties in Europa, waaronder Kosovo. De inzet heeft plaatsgevonden van 24 augustus tot 19 november en het detachement heeft meer dan 500 behandelingen uitgevoerd.

Figuur 6

Nationale inzet

Daarnaast zijn in 2021 Nederlandse militairen wederom breed ingezet ten behoeve van nationale inzet. Het totaal aantal mensdagen in 2021 bedroeg ruim 42.000. Hiervan waren ruim 10.000 mensdagen voor reguliere bijstandsoperaties, ruim 32.000 mensdagen voor het leveren van ondersteuning voor de COVID-19 crisis in Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk. Daarnaast zijn bijna 2.000 mensdagen ingezet voor Host Nation Support (HNS)-operaties.

Overige inzet

In 2021 is een vergelijkbaar aantal Vessel Protection Detachments (VPD's) uitgevoerd als in de pre-COVID-19 jaren 2018 en 2019. In 2021 zijn in totaal 19 VPD's uitgevoerd.

Noodhulp

Defensie heeft op verzoek van het Ministerie van Buitenlandse Zaken noodhulp verleend aan Albanië bij de bestrijding van bosbranden met 2 helikopters. De inzet heeft plaatsgevonden van 4 augustus 2021 t/m 2 september 2021, inclusief de transit-tijd naar en van Albanië. Het detachement heeft vanaf 7 augustus iedere dag blusoperaties uitgevoerd. Er zijn 76 brandblusmissies gevlogen en 493 waterdrops gemaakt. Op 26 augustus begon het uiteindelijk dermate te regenen waardoor de bosbranden afnamen en de helikopter-blusoperaties konden worden gestaakt. In totaal zijn er voor deze inzet met de Chinook 241,8 vlieguren gevlogen (inclusief 67,4 vlieguren voor deployment en redeployment van/naar Nederland).

Defensie heeft met de inzet van Zr. Ms. Holland, een geëmbarkeerde taakeenheid en 11 liaisons noodhulp verleend naar aanleiding van de aardbeving in Haïti die plaatsvond op 14 augustus 2021. Deze noodhulp in Haïti is verleend in de periode van 19 augustus 2021 t/m 3 september 2021. Zr. Ms. Holland is ingezet ter ondersteuning bij het transport van humanitaire medewerkers en goederen. De NH-90 helikopter aan boord heeft in deze periode 32,4 vlieguren in 12 vluchten gemaakt. Deze vluchten zijn gemaakt voor het oppikken van Subject Matter Experts, het uitvoeren van verkenningen en het vervoeren van hulpgoederen. De liaisons zorgden voor een verbeterde situational awareness and understandig en concrete taken voor Zr. Ms. Holland en de geëmbarkeerde taakeenheid.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

136.386

220.811

149.074

109.841

137.128

179.626

‒ 42.498

        

Uitgaven

198.791

232.001

167.502

153.751

165.233

207.375

‒ 42.142

        

Opdrachten

198.791

232.001

167.502

153.751

165.233

207.375

‒ 42.142

- Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

197.553

226.651

163.128

127.381

149.442

199.882

‒ 50.440

- Financiering nationale inzet krijgsmacht

1.238

1.669

1.415

20.198

5.376

3.308

2.068

- Overige inzet

 

3.681

2.959

6.172

10.414

4.185

6.229

        

Programma-ontvangsten

20.569

36.119

11.140

6.638

6.739

2.907

3.832

- Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

20.569

34.614

10.371

6.173

5.476

1.407

4.069

- Financiering nationale inzet krijgsmacht

    

363

 

363

- Overige inzet

0

1.505

769

465

900

1.500

‒ 600

Toelichting algemeen

In artikel 1 Inzet worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord mits:

  • 1. deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet in dit artikel zichtbaar zijn indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • 2. deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.

Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen is € 42,5 miljoen lager ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit komt met name doordat de vrije ruimte/ voorziening BIV/HGIS niet volledig is aangewend voor het aangaan van nieuwe missies of verlenging van bestaande missies.

Toelichting crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

Uitgaven

Tabel 3 Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS) Bedragen x € 1.000
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2017

2018

2019

2020

2021

2021

 

Uitgaven missies

       

AFGHANISTAN

14.636

17.968

39.498

24.533

16.588

24.000

‒ 7.412

NEO AFGHANISTAN

    

9.392

 

9.392

STRIJD TEGEN ISIS (ATF ME & CBMI)

39.077

86.935

6.474

1.874

3.425

100

3.325

Veiligheidsinzet in IRAK (CBMI & KAR)

  

11.827

8.365

15.083

14.800

283

NMI

  

268

239

317

1.000

‒ 683

MINUSMA

66.388

47.804

27.340

5.417

9.328

1.500

7.828

eFP

20.329

24.991

37.212

27.540

44.129

30.000

14.129

MISSIES ALGEMEEN

11.110

10.550

3.314

5.477

4.579

4.500

79

Contributies

27.979

28.391

23.601

28.015

28.731

35.500

‒ 6.769

Personeelszorg

   

6.611

748

10.400

‒ 9.652

EUCAP SAHEL NIGER

  

161

77

 

1.200

‒ 1.200

EULEX

82

36

4

0

   

EU ATALANTA

4.901

2.798

186

79

43

200

‒ 157

EUTM MALI

72

20

173

200

420

500

‒ 80

EU NAVFOR MED

860

280

185

15

24

 

24

EMASOH

   

10.057

417

 

417

UNTSO

877

963

838

661

502

900

‒ 398

UNDOF

159

160

183

226

57

80

‒ 23

UNIFIL

55

199

147

73

63

90

‒ 27

ALLIED SOLACE (Kosovo)

    

26

 

26

NS2AU

82

63

108

49

8

 

8

CMF

260

277

244

276

249

260

‒ 11

Compensatie Hawija

    

3.484

 

3.484

International Committee of the Red Cross (ICRC).

    

3.000

 

3.000

NLTC

73

67

64

55

36

250

‒ 214

FSE MIRAGE

1.076

1.495

2.429

1.308

1.688

 

1.688

OP FORTIS (Carrier Strike Group)

    

1.404

 

1.404

Partnership for Actions in West Afrika (PAWA)

    

102

 

102

Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)

 

849

7.727

5.921

5.073

4.461

612

Task Force Takuba

    

184

 

184

USSC

  

459

303

343

300

43

Beëindigde missies

9.537

2.803

688

9

   

Totale uitgaven aan missies

197.553

226.651

163.128

127.381

149.442

130.041

19.401

Gereserveerde bijdrages

       

Voorziening Rapid Responce Pool tbv FRONTEX

     

1.800

 

Reservering Srebrenica arrest

     

5.000

 

Voorziening HGIS

     

63.041

 

In bovenstaande tabel wordt bij de stand begroting 2021 weergegeven hoeveel budget begroot was en gerealiseerd is per missie. Hieronder worden de verschillen groter dan € 5 miljoen per missie toegelicht.

Afghanistan

Door de onverwacht snelle opmars van de Taliban is de deelname aan de missie Resolute Support vroegtijdig beëindigd. Dit heeft voor deze missie uiteindelijk geleid tot een onderrealisatie van ruim € 7,4 miljoen. De daarop volgende Non-combattant Evacuation Operation (NEO) -operatie, waarbij zoveel mogelijk mensen naar Nederland zijn geëvacueerd, heeft in 2021 zo’n € 9,4 miljoen gekost.

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission (MINUSMA)

Het laatste materieel dat in 2019 terug zou komen is in 2021 eindelijk in Nederland aangekomen. Daarmee is de voorgaande bijdrage aan MINUSMA financieel zo goed als afgerond (op resetkosten van het ingezette materieel en verrekeningen met Duitsland na). In 2021 is het C-130 detachement gestart om in transportcapaciteit voor MINUSMA te voorzien. Deze inzet loopt door tot en met mei 2022. Daarnaast levert Nederland vanaf januari 2022 de Force Commander MINUSMA met een persoonlijke staf. De opstart van deze bijdrage was in 2021. Zowel de bijdrage van het C-130 detachement als de Force Commander hebben er toe geleid dat de realisatie hoger is dan het initieel geraamde budget.

Enhanced Forward Presence (eFP)

In 2021 zijn enkele achterstallige verrekeningen geboekt. Dit betreft het herstel van wapensystemen met kenteken (periode 2018 t/m 2020) en munitieverstrekkingen (periode Q3 2019 t/m Q3 2021). Hierdoor is de realisatie hoger dan het initieel geraamde budget.

Contributies

De post contributies omvat de Nederlandse contributiebijdragen aan NAVO, Alliance Operations and Missions (AOM), EU, European Peace Facilty (EPF), voorheen ATHENA, en het internationale samenwerkingsverband Strategic Airlift Capability (SAC) C-17. De contributiebijdragen aan AOM en SAC C-17 waren respectievelijk € 1,9 miljoen en € 6,5 miljoen lager dan de meerjarige raming. De contributiebijdrage aan EPF was daarentegen € 1,6 miljoen hoger.

Personeelszorg

Als gevolg van de COVID-beperkingen in 2021 hebben geplande thuisfrontactiviteiten, adaptaties en medaille-uitreikingen nauwelijks doorgang kunnen vinden. Medaille-uitreikingen die in 2021 niet hebben plaatsgevonden, worden naar 2022 verplaatst zodat de waardering voor het personeel alsnog kan plaatsvinden. Het annuleren van de personeelszorgactiviteiten heeft ertoe geleid dat het begrote budget niet is gerealiseerd.

Reservering Srebrenica arrest

In 2021 is voor de civielrechterlijke regeling Srebrenica een bedrag van € 19,5 miljoen overgeboekt naar het niet beleidsartikel 9 Algemeen en voor het jaar 2022 een bedrag van € 15,0 miljoen.

Duchtbat-III

In 2021 heeft Defensie invulling gegeven aan aanbeveling 7 van het rapport «Focus op Dutchbat-III» van de commissie Borstlap door uitbetaling van een symbolisch bedrag ter erkenning en waardering van de Dutchbat-III veteranen. Hiervoor is een bedrag van € 6,976 miljoen overgeboekt naar het niet-beleidsartikel 9 Algemeen van de Bestuursstaf.

Ontvangsten

In 2021 is voor Crisisbeheersingsoperaties (HGIS) € 5,5 miljoen ontvangen, waarvan € 4,1 miljoen meer is ontvangen dan meerjarig geraamd. De ontvangsten zijn onder andere afkomstig van de missies MINUSMA € 1,2 miljoen (VN ontvangsten), Resolute Support € 1,6 miljoen (terugbetaling Real Life Support van het NATO Support en Procurement Agency) en terugontvangen contributiebijdragen uit voorgaande jaren van AOM € 0,7 miljoen, ePF € 1,1 miljoen en SAC C-17 € 0,5 miljoen.

Toelichting Nationale Inzet

Structurele nationale taken

Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, convenanten of arrangementen. Onder deze taken vallen de taken van de KMar, de Kustwacht in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

Tabel 4 Daadwerkelijke inzetten 2021 in aantallen

Soort inzet

Prognose

Realisatie

Explosieven opruiming

2000

2291

Explosieven opruiming Noordzee

35

69

Duikassistentie

20

4

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

115

44

Onderschepping luchtruim QRA

15

0

Handhaving openbare orde en veiligheid

0

36

Wet Veiligheidsregio

50

12

Militaire Steunverlening in het openbaar belang

30

7

Bijstand Caribische Gebied

50

25

Host Nation Support

  

COVID ‒ 19

  

Militaire steunverlening in het openbaar belang

15

Bijstand Caribisch gebied

4

Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht)

Defensie verleent militaire bijstand (MB) voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid (HOOV) en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (SHRO). Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan (Wet Veiligheidsregio). Verder kan een civiele autoriteit/Minister een beroep doen op militaire steunverlening in het openbaar belang (MSOB). Ook in het Caribische deel van het Koninkrijk worden door Defensie soortgelijke vormen van militaire bijstand en steunverlening verleend.

Tabel 5 Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2021

2021

 

Uitgaven FNIK

   

- militaire bijstand en steunverlening regulier aanvragen

1.245

3.308

‒ 2.063

- militaire steunverlening (Nood)opvanglocaties

2.476

 

2.476

- militaire bijstand en steunverlening ihkv COVID-19

1.654

 

1.654

Totaal

5.376

3.308

2.068

Enkele voorbeelden van nationale taken en inzetten die Defensie in 2021 gedurende het hele jaar heeft uitgevoerd zijn:

  • 1. De ondersteuning van ME-pelotons van KMar aan de civiele autoriteiten ten behoeve van het beteugelen van de avondklokrellen.

  • 2. De ondersteuning met personeel en materieel van de Landmacht bij de hoogwatercrisis in de Veiligheidsregio’s Zuid-Limburg en Limburg-Noord.

  • 3. Het tijdelijk faciliteren van diverse (noodopvang)locaties van Defensie voor opvang van asielzoekers, waaronder de evacués uit Afghanistan, op verzoek van het COA.

  • 4. Het beschikbaar stellen van opslagcapiteit voor verongelukte luchtvaartuigen en enkele wrakstukken op diverse vliegbases van de Luchtmacht behoeve van opvolgend (technisch) onderzoek door de Nationale Politie (dienst luchtvaarttoezicht) en de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV).

  • 5. Het ondersteunen van onder andere de politie met luchtobservatiecapaciteit (UAS).

COVID-19

Ook in 2021 ondersteunt Defensie het ministerie van VWS bij de bestrijding van de COVID-19 pandemie in de vorm van grootschalige ondersteuning aan het Universitair Medisch Centrum (UMCU) in Utrecht ten behoeve van bovenregionale zorg, in de Veiligheidsregio's met personele ondersteuning in de (snel)test- en vaccinatiestraten en ondersteuning in de vorm van medische ondersteuning, staf- en planningscapaciteit aan diverse zorg- en verpleeg instellingen en aan andere overheidsinstanties. In het Caribisch Gebied heeft Defensie onder andere het Korps Politie Curaçao ondersteund bij het handhaven van de avondklok. Daarnaast heeft Defensie op verzoek van het ministerie van VWS ondersteuning geleverd in de vorm van personeel en materieel (medicinale zuurstofcontainers) en vervolgens op stand-by gehouden ten behoeve van de medische keten in Suriname.

In totaal is er voor ruim 32.000 mensdagen ondersteuning geleverd voor de COVID-19 crisis in Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk. Voor de COVID-19 gerelateerde inzetten is in 2021 een bedrag van € 5,5 miljoen aan artikel 1 Inzet (FNIK) toegevoegd. Dit bedrag maakt deel uit van de € 63 miljoen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld voor de inzet van Defensie in de strijd tegen COVID-19.

Host Nation Support (HNS)

HNS (gastlandsteun) is de militaire ondersteuning die door Nederland wordt geleverd aan bondgenootschappelijke eenheden en NAVO-organisaties die verblijven op of zich verplaatsen over Nederlands grondgebied. Dit is een nationale verplichting die ten grondslag ligt aan de NAVO en in verschillende MOU’s is vastgelegd.

In het afgelopen jaar hebben er twee grote Amerikaanse doorvoeroperaties plaatsgevonden via de havens van Vlissingen en Rotterdam en de vliegbases Eindhoven, Gilze-Rijen en Woensdrecht.

4.2 Beleidsartikel 2 Koninklijke Marine

A. Algemene doelstelling

De marine levert operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit (zowel vloot als mariniers) ter verdediging van de nationale territoriale wateren en ter bescherming van de koopvaardij, en helpt bij crisisbeheer-singsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De marine kan zelfstandig operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee en buitenlandse bondgenoten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de marine gereed gesteld.

C. Beleidsconclusies

De Marine heeft in 2021 deelgenomen aan verschillende grote en kleine operaties, waarmee een bijdrage is geleverd aan alle hoofdtaken van Defensie. De consequenties van de COVID-19 pandemie waren in 2021 ten opzichte van 2020 beperkt. Veel geplande oefeningen konden in aangepaste vorm en omvang toch doorgang vinden. Daarbij moet worden opgemerkt dat het gewenste gereedstellingsniveau niet in alle gevallen is bereikt door besmettingen en het niet beschikbaar zijn van (internationale) oefenfaciliteiten. Personeelsgebrek en diverse technische storingen hebben de gereedstelling verder beperkt.

Er is naast de inzet van medisch personeel (DGO) opnieuw algemene militaire steun verleend aan de GGD ter van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. In december 2021 hebben bijvoorbeeld diverse bemanningen meegeprikt op GGD-priklocaties tijdens de booster-campagne. En CZMCARIB heeft, voornamelijk ter handhaving van de avondklok, in 2021 meer dan 2.000 dagen bijstand verleend aan de lokale politiekorpsen.

Door technische problemen was er gedurende de eerste vier en een halve maand van 2021 geen stationsschip in het Caribisch gebied beschikbaar. Succesvolle inzet van Oceangoing Patrol Vessel Zr. Ms. Holland in de rest van het jaar, in combinatie met de boord NH-90 heeft in 2021 een record van 11.700 kilo onderschepte drugs opgeleverd.

Gedurende het gehele jaar heeft een mijnenjager deelgenomen aan de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 waaraan het CZSK gedurende de eerste helft van 2021 ook de stafcapaciteit heeft geleverd. Met de ruiming van tientallen explosieven zijn de Noord- en Oostzee veiliger gemaakt. Naast de inzet in Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 zijn ook 61 vaardagen gemaakt voor Operatie Beneficial Cooperation (mijnenbestrijding op en rond de Noordzee). Er zijn in 2021 19 Vessel protection Detachments (VPD) ingezet. In de tweede helft van 2021 heeft een fregat deelgenomen aan de Standing NATO Maritime Group 1 en gedurende 2021 zijn een fregat en een mijnenjager gereedgesteld voor het NATO Readiness Initiative.

COVID-19 heeft ook in 2021 nog voor aanzienlijke beperkingen in het oefen- en vaarprogramma gezorgd. Initieel zijn alleen oefeningen binnen 24 uur afstand van de Nederlandse gezondheidszorg uitgevoerd. Het ging hier om de hoogst nodige oefeningen om te snel verloop van geoefendheid te voorkomen. Na vaccinatie van bemanningen is weer meer mogelijk geworden.

Zr.Ms. Evertsen heeft voor een periode van 197 dagen deel uitgemaakt van een Britse Carrier Strike Group naar Japan en terug. In deze periode is een positieve impuls gegeven aan het opereren in internationaal verband, op grote afstand van Nederland.

13 Raiding Squadron is ruim vijf maanden ingezet geweest voor Operation Inherent Resolve (Erbil, Irak). En na de verwoestende passage van orkaan Grace over Haïti zijn Zr. Ms. Holland, 32 Raiding Squadron en de Compagnie in de West succesvol ingezet om de eerste nood te helpen ledigen. Bij terugtrekking van de internationale gemeenschap uit Afganistan is NLMarsof ingezet als onderdeel van de evacuatie-operatie.

De personele bezettingsgraad van het CZSK is in 2021 met 2 procent toegenomen. Er is echter nog steeds sprake van vergrijzing binnen het bestand burgerpersoneel, en er bestaan grote tekorten binnen de schaarstecategorieën van militaire functies. Hierdoor waren diverse operationele eenheden niet volledig bemand. Vanwege de personeelstekorten en tekorten op het instandhoudingsbudget zijn in 2021 een fregat, een amfibisch transportschip, ene patrouillevaartuig en een mijnenjager uit de vaart geweest.

Grote storingen aan platform-, wapen- en sensorsystemen van de LC-fregatten en zeer fragiele voorstuwing van de Patrouilleschepen leggen grote druk op het onderhoudsbedrijf en beperken de inzetbaarheid van schepen. Ook de verouderde wielvoertuigen en het tekort aan (onderwater) connectoren voor amfibische operaties hebben er regelmatig voor gezorgd dat het gereedstellingsprogramma moest worden aangepast.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 Koninklijke Marine (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

805.852

916.861

977.958

1.108.335

1.027.350

797.314

230.036

        

Uitgaven

794.409

867.185

948.942

985.977

826.569

797.314

29.255

        

Opdrachten

163.386

198.921

219.702

235.889

44.266

35.473

8.793

- Gereedstelling

34.425

29.911

30.038

33.208

44.266

35.473

8.793

- Instandhouding materieel

128.961

169.010

189.664

202.681

   

Personele uitgaven

564.118

592.657

692.094

692.094

766.079

757.762

8.317

- Eigen personeel

556.965

585.868

637.195

677.897

720.472

720.948

‒ 476

- Externe inhuur

7.153

6.789

10.112

13.541

10.395

1.853

8.542

- Overige personele exploitatie1

  

44.787

33.176

35.212

34.961

251

Materiële uitgaven

66.905

75.607

37.146

25.474

16.224

4.079

12.145

- instandhouding IT

2.327

1.019

840

1.211

   

-Instandhouding infrastructuur

3.891

8.622

7.093

3.859

   

- Overige materiële exploitatie1

58.348

63.913

29.213

20.404

16.224

4.079

12.145

- Bijdragen aan SSO Paresto

2.339

2.053

     
        

Apparaatsontvangsten

18.101

22.369

60.599

28.090

17.682

10.796

6.886

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn er per saldo voor een bedrag van € 230,0 miljoen meer verplichtingen aangegaan. De hogere verplichtingen zijn met name het gevolg van het afsluiten van een nieuw tienjarig contract voor de inzet van een Search and Rescue (SAR) helikopter ten behoeve van de Kustwacht Nederland (€ 191,5 miljoen). Daarnaast is een interim onderhoudscontract afgesloten voor de instandhouding van de Dorniers ten behoeve van de Kustwacht Nederland (€ 4,3 miljoen). Het interimcontract was noodzakelijk om de tijd tussen het aflopen van het oude onderhoudscontract en de ingangsdatum voor het nieuw, in 2020, afgesloten contract voor de luchtverkenningscapaciteit te overbruggen. Het resterende deel is grotendeels te verklaren vanuit de uitgaven (€ 29,3 miljoen) en een groot aantal aangegane kleine verplichtingen, waaronder opleidingen en inhuur, waarvan de uitgaven in latere jaren vallen (€ 4,9 miljoen).

Uitgaven

Gereedstelling

Binnen gereedstelling is per saldo € 8,8 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De hogere uitgaven zijn kustwachtgerelateerd en met name het gevolg van uitbreiding van de noodsleephulp op de Noordzee om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen (€ 6,5 miljoen) en door het verschil tussen de structurele bijdrage van I&W en de door de Rijksrederij in rekening gebrachte tarieven voor inhuur van schepen (€ 3,2 miljoen). Zowel voor de uitbreiding als voor de hogere tarieven is extra budget ontvangen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daartegenover staat dat twee projecten van Kustwacht Nederland (Bouw davit op Guardian en Maritime single window) niet tot realisatie zijn gekomen en doorschuiven naar 2022.

Personele uitgaven

Binnen personele uitgaven is in 2021 per saldo € 8,3 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De oorzaak ligt bij de extra uitgaven voor inhuur (€ 8,5 miljoen). De inhuur betreft naast uitzendkrachten ook de inhuur voor bedrijfsvoerings- en IT adviseurs. Binnen de Marine is sprake van ondervulling in het personeelsbestand. Met de inhuur wordt noodzakelijk personeel ingehuurd teneinde stagnatie in de uitvoering van de taken vande Marine zoveel mogelijk te voorkomen. De extra inhuur is gefinancierd uit de ontvangen loonbijstelling die als gevolg van de ondervulling niet benodigd was voor het budget ten behoeve van het eigen personeel.

Materiële uitgaven

Binnen materiële uitgaven is in 2021 per saldo € 12,1 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De ontwerpbegroting bevat een bijdrage van € 11 miljoen aan onder andere DMO voor de aanschaf van munitie. Deze bijdrage is met de herschikking uit personele uitgaven gefinancierd.

Groene Draeck

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden verantwoord op de begroting van het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. De gemiddelde onderhoudskosten voor het Rijk zijn ook voor de huidige vijfjaarsperiode (2021 t/m 2025) begroot op € 87.000 per jaar. De daadwerkelijke uitgaven fluctueren over de jaren heen.

Het benodigde meerjarige groot onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst Koninklijk Huis (DKH) door een specialistische werf uitgevoerd. Tot het maximum van het voor de huidige vijfjaarsperiode (2021 t/m 2025) beschikbaar gestelde budget van € 435.000 (5 maal € 87.000) kunnen de kosten hiervan worden gefactureerd. De in 2021 gemaakte kosten voor het in uitvoering zijnde meerjarige onderhoud van de Groene Draeck zijn € 226.275. Van het totaal beschikbare onderhoudsbudget tot en met 2025 resteert daarom nog € 208.725. Eventuele meerkosten boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.

Ontvangsten

In 2021 is er € 6,9 miljoen meer ontvangen dan in de ontwerpbegroting is opgenomen. Dit wordt veroorzaakt door achterstallige in rekening gebrachte personele uitgaven voor onder andere het onderhoud van Portugese schepen en een hogere bijdrage van de landen aan Kustwacht Caribisch gebied (inlopen achterstand) over voorgaande jaren.

4.3 Beleidsartikel 3 Koninklijke Landmacht

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Landmacht draagt op de grond bij aan vrede, vrijheid en veiligheid in Nederland en daarbuiten. De landmacht doet dit met professionele en goed getrainde militairen. Zij gaan door waar anderen moeten stoppen. Onder de zwaarste omstandigheden voeren zij gevechtsoperaties uit, bieden humanitaire hulp, ondersteunen bij rampen of ondersteunen dagelijks de civiele autoriteiten in Nederland.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

C. Beleidsconclusies

Opdrachten De processen van inzet en gereedstelling voor missies en stand-by-opdrachten, inclusief de voorbereiding en uitvoering van de verscheidende missies, zijn in 2021 uitgevoerd. De inzet omvat de missie in Irak, begin 2021 in Afghanistan, inzet in het Caribisch gebied en de enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen, waarbij Nederland sinds lange tijd weer tanks heeft ingezet.

Naast deze missies heeft de landmacht met kleinere aantallen mensen bijgedragen aan missies in Afrika (MINUSMA, EUTM en TAKUBA in Mali, GPOI in Burkina Faso en EULPLC Tunis in Libië) en in het Midden Oosten (UNTSO, UNDOF, USSC, UNIFIL in Libanon en op de Golan en FPME en OIR in Jordanie, Qatar en Koeweit). Een bijzondere inzet was de evacuatieoperatie in Afghanistan waaraan de landmacht een significante bijdrage heeft geleverd. Dit betrof niet alleen de operatie zelf met de Special Forces in Kabul maar ook de opvang van de evacués in Nederland en ondersteuning bij Buitenlandse zaken.

Nationale inzetDe landmacht is in 2021 veelvuldig ingezet ter ondersteuning van het bestrijden van de COVID-19-crisis. Rond de zomerperiode was de vraag naar ondersteuning beperkt. In het laatste kwartaal was er veelvuldige inzet van geneeskundig personeel en ondersteuning bij test- en vaccinatie straten. Een bijzondere inzet in dit kader was de steun met zuurstofvoorziening in het zwaar getroffen Suriname. Verder is in Nederland steun geleverd door de EODD, is bijgedragen aan de openbare orde en veiligheid, is de doorstroom van Amerikaanse troepen door Nederland ondersteund en is in de zomer veel steun geleverd aan het bestrijden van de watersnood in Limburg.

GereedstellingDe COVID-19-maatregelen en andere uitdagingen, zoals een lage vullingsgraad en de materiële tekorten, hebben effect gehad op de geoefendheid. Door COVID-19 zijn alle overige 'non-mission essential’ gereedstellingsactiviteiten beperkt. Ondanks deze beperkingen is er wel geoefend, maar met name in Nederland en in kleinere verbanden. Door het wegvallen of inkorten van (internationale) oefeningen voor het optreden in het hoger geweldsspectrum loopt de operationele gereedheid op dit gebied achter.

In de zomer kwam er weer groei in deze activiteiten en daarmee ook zicht op het inhalen van achterstanden. Door het wederom oplaaien van COVID-19 is dit weer ingedaald, maar door de eerder opgedane ervaring is dit minder ernstig. Het is gelukt de eenheden die vanaf 2022 gereed moeten staan voor NAVO-inzet (eNRF) gereed te stellen met de kanttekening dat de geneeskundige capaciteit achterloopt door de ondersteuning in het bestrijden van de crisis ten gevolge van COVID-19.

Evenementen Veel grote evenementen zoals de Vierdaagse van Nijmegen zijn in 2021 als gevolg van COVID-19-maatregelen niet doorgegaan of in aangepaste vorm doorgegaan, zoals Prinsjesdag.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 Koninklijke Landmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

1.336.389

1.417.516

1.571.278

1.576.567

1.402.621

1.383.777

18.844

        

Uitgaven

1.282.344

1.337.845

1.497.067

1.594.098

1.368.103

1.383.777

‒ 15.674

        

Opdrachten

201.348

197.620

241.455

345.409

51.491

78.047

‒ 26.556

- Gereedstelling

53.456

57.527

61.578

45.560

51.491

78.047

‒ 26.556

- Bijdragen aan SSO Paresto

5.768

5.924

     

- Instandhouding materieel

147.892

140.093

179.877

298.849

   

Personele uitgaven

954.840

989.070

1.151.310

1.225.482

1.291.079

1.281.567

9.512

- Eigen personeel

950.928

980.398

1.069.948

1.159.863

1.223.200

1.221.614

1.586

- Externe inhuur

3.912

8.672

12.662

13.238

10.864

3.485

7.379

- Overige personele exploitatie1

  

68.700

52.381

57.015

56.468

547

Materiële uitgaven

126.156

151.155

104.302

23.207

25.532

24.163

1.369

- Instandhouding infrastructuur

   

701

   

- Overige materiële exploitatie1

123.149

148.981

104.302

22.504

25.532

24.163

1.369

- Instandhouding IT1

   

2

   

- Bijdragen aan SSO Paresto

3.007

2.174

     
        

Apparaatsontvangsten

8.016

5.063

13.380

13.380

5.967

10.375

‒ 4.408

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn voor de landmacht € 18,8 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere verplichtingen bij externe inhuur en opleidingen (€ 14,6 miljoen).

Uitgaven

De uitgaven bij de landmacht zijn € 15,7 miljoen lager ten opzichte van de begroting. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.

Opdrachten

De uitgaven bij gereedstelling zijn € 26,6 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak ligt in verminderde oefeninspanningen als gevolg van COVID-19. Daarnaast speelt de lagere vulling van personeel een rol.

Ontvangsten

Noemenswaardig is de verlaging van het budgettaire kader van de ontvangsten met € 2,5 miljoen. Het budget is gemuteerd naar de ontvangsten van beleidsartikel 3 Land materieel van het DMF (K).

4.4 Beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Luchtmacht is een modern en technologisch krijgsmachtdeel dat wereldwijd actief is. De luchtmacht ondersteunt bestrijding van internationale onrust en biedt hulp bij rampen. In Nederland zorgt ze voor veiligheid vanuit de lucht door onder andere bewaking en verdediging van het luchtruim. Hiervoor beschikt het krijgsmachtdeel over hooggekwalificeerd personeel, vliegtuigen, helikopters en andere wapensystemen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtmacht en van de mate van gereedheid van de luchtmacht. De luchtmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtmacht is inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als (inter)nationale taken.

C. Beleidsconclusies

In 2021 heeft de luchtmacht een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. In het kader van Nationale Operaties (NATOPS) is ondersteuning geleverd aan 101st Combat Aviation Brigade (CAB) door het installeren van een Support Base op de vliegbasis Eindhoven en een Tijdelijk Militair Terrein op de Waalhaven in Rotterdam. Tevens heeft het Defensie Helikopter Commando geholpen bij het blussen van een grote brand in Den Bosch en in een natuurgebied nabij Zundert. De luchtmacht heeft daarnaast een aantal internationale kortstondige spoedoperaties succesvol ondersteund en uitgevoerd. Te weten de deployment van een detachement met Chinooks naar Albanië ten behoeve van Fire Bucket Operations (het inzetten van militaire helikopters voor bluswerkzaamheden), de deployment van een C-130 detachement en de KDC-10 ten behoeve van de evacuatie uit Afghanistan en ten slotte de inzet van de NH90 aan boord van de Zr.Ms. Holland in het kader van Humanitarian Assistance and Disaster Relieve (HADR) bij Haïti. Onder leiding van de Directie Operaties (DOPS) is de C-130 langdurig ingezet voor de VN-missie MINUSMA in Mali (november 2021 tot mei 2022). Om CZMCARIB te ondersteunen, zijn de voorbereidingen gestart voor deployment van een detachement MQ-9 naar Curaçao begin 2022. Tevens heeft de luchtmacht, afwisselend met de Belgische luchtmacht, met F-16 jachtvliegtuigen de Benelux-landen beschermd tegen civiele en militaire vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat.

De Processing Exploration Dissemination (PED) Cell heeft op 31 maart 2021 haar bijdrage aan Operation Inherent Resolve (OIR) in Irak en de Resolute Support Mission (RSM) in Afghanistan succesvol afgesloten. De missies zijn waardevol geweest voor de ervaring van het personeel. De Target Support Cell (TSC) heeft ondersteuning geleverd aan OIR en NAVO (Gradual Response Plans). Het mandaat voor OIR loopt tot eind december 2021.

Daarnaast heeft de luchtmacht de CubeSat-nanosatelliet BRIK II in een baan om de aarde gebracht. Defensie betreedt hiermee het ruimtedomein. De lancering is een eerste test om het potentieel van nanosatellieten voor militair en civiel gebruik aan te tonen.

De luchtmacht is ook in 2021 geconfronteerd met de wereldwijde impact van de COVID-19 pandemie. Naast de zorg voor het welzijn van het luchtmachtpersoneel is daar waar mogelijk invulling gegeven aan hulpverzoeken in de strijd tegen COVID‑19. Zo heeft de luchtmacht met medisch personeel ondersteuning verleend in ziekenhuizen. De vliegbasis Woensdrecht is voor civiele partners beschikbaar gesteld om vliegtuigen van civiele maatschappijen te stallen. Door COVID-19 is de geoefendheid in 2021 grotendeels beneden de norm gebleven, vanwege het niet doorgaan van grote oefeningen in het buitenland. Gestaag herstel van de impact hiervan op de operationele gereedheid wordt in de loop van 2022 verwacht.

Nederland is met het F-35 squadron officieel Initial Operational Capable (IOC) verklaard. Dat betekent dat Defensie in staat is om kortstondig een eenheid van vier F-35’s met personeel en materieel waar ook ter wereld in te zetten. De Apachevloot wordt gemoderniseerd middels het remanufacture programma, wat loopt tot 2025. De Chinook vloot is in 2021 gemoderniseerd en gedeeltelijk vervangen, maar een Militair Typecertificaat blijft vooralsnog uit. Dit belemmert de volwaardige gereedstelling van de Chinook. Verwachting is dat IOC status in 2022 daardoor onder druk komt te staan.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

657.334

890.455

967.155

887.150

610.042

664.006

‒ 53.964

        

Uitgaven

745.213

771.677

873.248

927.222

701.884

664.284

37.600

        

Opdrachten

217.963

230.498

278.859

286.446

19.970

23.525

‒ 3.555

- Gereedstelling

12.693

18.005

21.231

18.553

19.970

23.525

‒ 3.555

- Bijdragen aan SSO Paresto

482

539

     

- Instandhouding materieel

205.270

212.493

257.628

267.893

   

Personele uitgaven

420.972

436.161

538.723

608.607

661.033

623.152

37.881

- Eigen personeel

417.212

432.225

479.371

513.865

534.128

525.043

9.085

- Externe inhuur

3.760

3.936

5.997

7.649

6.659

 

6.659

- Overige personele exploitatie1

  

53.355

87.093

120.246

98.109

22.137

Materiële uitgaven

106.278

105.018

55.666

32.169

20.880

17.607

3.273

-Instandhouding infrastructuur

   

1.938

   

- Overige materiële exploitatie1

104.247

102.933

55.666

21.342

20.880

17.607

3.273

- instandhouding IT

   

8.889

   

- Bijdragen aan SSO Paresto

2.031

2.085

     
        

Apparaatsontvangsten

12.876

20.425

13.799

10.452

14.486

12.032

2.454

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 54,0 miljoen lager dan begroot. Dit is deels het gevolg van het overboeken van de verplichtingen en uitgaven voor helikopters die gestationeerd staan op Fort Hood van de overige personele exploitatie naar de instandhouding van het lucht materieel (€ 33,4 miljoen). De initiële verplichting was in een gezamenlijk Foreign Military Sale (FMS) contract opgenomen en wordt nu verantwoord op juiste artikelonderdeel binnen het DMF. Daarnaast waren de bestaande verplichtingen ten behoeve van vliegeropleidingen voldoende om de behoefte van 2021 af te dekken (€ 26,9 miljoen) en zijn er minder verplichtingen aangegaan voor vliegeropleidingen (€ 8,7 miljoen), omdat door COVID-19 de opleidingscapaciteit beperkt was en een aantal opleidingsplaatsen is doorgeschoven naar latere jaren. Binnen het budget voor eigen personeel heeft een overrealisatie plaatsgevonden (€ 9,1 miljoen) als gevolg van Cao-afspraken, aanvullende verplichtingen als gevolg van aanvullende personele opdrachten (bijvoorbeeld Defensity College) en meer verplichtingen in relatie tot 1 Air Traffic Management (ATM). Ten slotte was er, met name als gevolg van schaars technisch personeel op de arbeidsmarkt, de noodzaak extern personeel in te huren (€ 6,5 miljoen).

Uitgaven

Personele uitgaven De realisatie van het budget voor personele uitgaven is € 37,9 miljoen hoger dan begroot. De uitgaven voor het eigen personeel zijn met € 9,1 miljoen toegenomen met name door meeruitgaven voor de verlenging van Tijdelijke Toelage Loongebouw (€ 5,9 miljoen), meeruitgaven als gevolg van verhoogde pensioenpremies en sociale lasten (€ 3,9 miljoen) en de decentrale pensioenpremieafdracht (€ 2,9 miljoen) en meeruitgaven voor premies ten behoeve van 1 Air Traffic Control (€ 2,1 miljoen). Daarnaast is het budget voor eigen personeel begin 2021 als gevolg van overrealisatie in 2020 verlaagd (-€ 3,5 miljoen). En zowel de overgang naar pensioenen op basis van middelloonregeling als de impact van COVID-19 op de realisatie van het cafetariamodel hebben een korting van € 1,2 miljoen op het budget tot gevolg gehad.

De uitgaven voor externe inhuur zijn € 6,7 miljoen hoger dan het oorspronkelijke budget. Extern personeel wordt betaald uit de ondervulling van het eigen personeel. Met name technisch personeel is schaars binnen en buiten de organisatie waardoor externe inhuur noodzakelijk is. Binnen het budget voor overige personele exploitatie heeft een overrealisatie plaatsgevonden van € 22,1 miljoen. Deze overrealisatie wordt met name veroorzaakt door meeruitgaven voor opleidingen (€ 23,5 miljoen). Het opleidingenbudget is in 2021 gestegen door verschillende redenen, waaronder een onderrealisatie op het betreffende budget in 2020 welke naar 2021 is doorgeschoven (€ 3,4 miljoen) en toegekende prijsbijstelling (€ 1,9 miljoen). De ontstane ruimte is gebruikt voor betalingen van helikoptervliegeropleidingen in de Verenigde Staten. Daarnaast zijn op het gebied van FMS voorschotbetalingen voor initiële vliegeropleidingen gedaan (€ 19,7 miljoen). Deze voorschotbetalingen zijn onderdeel van de Special Billing Arrangement die voor alle Nederlandse FMS-contracten gelden.

4.5 Beleidsartikel 5 Koninklijke Marechaussee

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee waakt over de veiligheid van Nederland en het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden. Wereldwijd wordt de marechaussee ingezet op plaatsen van strategisch belang. Van koninklijke paleizen tot aan de buitengrenzen van Europa. Van luchthavens in Nederland en het Caribisch gebied tot oorlogs- en crisisgebieden overal ter wereld. De marechaussee heeft 3 hoofdtaken:

  • Grenspolitietaak;

  • Bewaken en beveiligen;

  • Internationale en militaire politietaken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de marechaussee. De uitvoering is opgedragen aan de Commandant marechaussee. Het gezag over de marechaussee berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Justitie en Veiligheid (inclusief het Directoraat-Generaal Migratie, het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie. In artikel 4 lid 1 van de Politiewet 2012 zijn aan de marechaussee de volgende politietaken opgedragen:a) Het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;b) De uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten en internationale militaire hoofdkwartieren en de personen behorende tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren; c) De uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Minister Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen en de beveiliging van de burgerluchtvaart; d) De verlening van bijstand en de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit; e) De uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen en op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President; f) De uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister voor Immigratie en Asiel aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde; g) De bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten; h) Het in opdracht van Onze Minister Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. verrichten van beveiligingswerkzaamheden.

De Militaire Politiezorgtaak (art 4 lid 1 b PW) wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies, oefeningen en andere inzet uitgevoerd. Door de uitvoering van deze taken levert de marechaussee een continue bijdrage aan de veiligheid van de Staat en de integriteit van de Krijgsmacht.

C. Beleidsconclusies

De marechaussee heeft in 2021 een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. Ondanks de uitdagingen die de COVID-19-maatregelen met zich meebrachten, heeft de marechaussee uitvoering kunnen geven aan de aan haar opgedragen taken.

Grenspolitietaak

Het grensproces is volgens de Schengengrenscode uitgevoerd. Er zijn geen noemenswaardige knelpunten in de uitvoering geweest. Ondanks het verminderde vliegverkeer zijn er verhoudingsgewijs meer balies open geweest om te voorkomen dat de hallen bij de paspoortcontrole te vol waren om de RIVM-richtlijnen in acht te nemen. Door een verminderd aanbod is de inzet op MTV lager geweest dan gepland. Hierdoor zijn de resultaten ook achtergebleven ten opzichte van de prognoses. De activiteiten hebben echter plaatsgevonden volgens de daarvoor geldende concepten. De ongebruikte MTV-capaciteit is ingezet als strategische reserve en voor de uitvoering van extra taken zoals het Intake en Registratieproces (I&R) naar aanleiding van de verhoogde instroom van migranten door de evacuatie van Afghanen en de controles in de grensstreek op quarantaineplichtverklaringen en COVID-19-bewijzen.

Bewaken en beveiligen

Alle taken zijn uitgevoerd volgens de geldende beveiligingsconcepten en hierbij hebben zich geen vermeldenswaardige incidenten voorgedaan. Bij objectbeveiliging, Gewapende Beveiliging Burgerluchtvaart (GBB), opsporing en intelligence was slechts in beperkte mate sprake van een terugval in werkaanbod als gevolg van COVID-19. Inmiddels is de inzet bij veel taken minimaal op het niveau van voor maart 2020. De toenemende dreigingen en de gebeurtenissen rondom de moord op Peter R. de Vries hebben gezorgd voor een toename van opdrachten Te Beveiligen Personen (TBP) en persoonsbeveiliging door de BSB. In 2021 is uitvoering gegeven aan diverse bijstandsverzoeken op het gebied van persoonsbeveiliging.

(Inter)nationale en militaire politie(zorg)taken (MPZ)

Voor MPZ geldt onverminderd dat de marechaussee een bijdrage levert aan de integriteit van de krijgsmacht. De opvang van de evacués op militaire opvanglocaties heeft ook gevolgen voor de MPZ. De politiezorgtaak op militair terrein ligt primair bij de KMar. Lokaal is geprobeerd afspraken met de politie te maken om de gevolgen van de extra inzet te dempen. Tot nu toe is daar nog geen overeenstemming over bereikt en dient de KMar de extra belasting alleen op te lossen. Het voor een langere termijn uitvoeren van de politiezorgtaak ten behoeve van de opgevangen vluchtelingen op militaire locaties is een taak die verdringingseffecten oplevert voor de uitvoering van de overige politietaken van de KMar.

Internationale inzet

De marechaussee heeft in 2021 voldaan aan de operationele gereedheid (OG)-norm van 153 vte ten behoeve van expeditionaire taken. Hoewel de marechaussee geen Crowd Riot Control (CRC) peloton gereed heeft staan, kan zij de CRC-capaciteit leveren wanneer daar om wordt gevraagd. Deze capaciteit wordt gefaciliteerd vanuit de huidige Bijstandseenheden (BE) pelotons. De Close Protection Teams waren in 2021 onverminderd beschikbaar.

Frontex

De Europese grensbewakingsorganisatie Frontex heeft gewerkt aan het opzetten van een vaste capaciteit ter ondersteuning van lidstaten op gebied van migratie. De consequenties hiervan zijn inzichtelijk gemaakt en verder uitgewerkt zodat de uitvoering per 1 januari 2021 voldeed aan de verplichtingen. In 2017 is de ambitie uitgesproken om vijf Seconded National Experts voor Frontex in te zetten.

Eurostar

De treinverbinding van Eurostar tussen het vaste land van Europa en het Verenigd Koninkrijk rijdt sinds de COVID-19 pandemie met een onregelmatig aantal treinen. De dienstregeling is afhankelijk van de maatregelen die elke lidstaat individueel neemt ter bestrijding van de pandemie. Sinds oktober 2021 zijn er twee treinverbindingen per dag. Operationeel gezien, afgezien van de regelmatige roosterwijzigingen, loopt het proces rond Eurostar zonder problemen.

Ondermijning

Het kabinet Rutte III heeft op basis van de najaarsnota 2021 ten behoeve van de intensivering van de aanpak voor ondermijning extra financiële beschikbare middelen (incidenteel en structureel) ter beschikking gesteld. De KMar heeft samen met de Nationale Politie een voorstel uitgewerkt voor de invulling en verdeling van de toe te kennen middelen ten einde te komen tot een capaciteitsimpuls voor de hoog risico beveiliging. Eind januari vindt besluitvorming plaats over de verdeling.

HRB

In 2021 heeft de HRB bijstand geleverd aan de vijf Nederlandse gemeenten Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Zoetermeer en Delft. Het wetstraject voor het opnemen van de «Bewaken & Beveiligen» taak van de HRB in de Politiewet is nog niet afgerond. In 2021 is ingestemd met het verlengingsverzoek voor het leveren van bijstand tot en met 30 juni 2022.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

379.524

410.732

459.737

481.437

501.167

463.056

38.111

        

Uitgaven

371.318

410.737

460.387

482.825

501.802

463.056

38.746

        

Opdrachten

6.252

4.907

5.051

6.377

4.474

6.842

‒ 2.368

- Gereedstelling

6.215

4.905

4.974

5.167

4.474

6.842

‒ 2.368

- Bijdragen aan SSO Paresto

465

      

- Instandhouding materieel

37

2

77

1.210

  

0

Personele uitgaven

328.681

361.209

440.314

462.232

484.265

445.369

38.896

- Eigen personeel

324.889

351.521

398.462

435.912

451.984

427.381

24.603

- Externe inhuur

3.792

9.688

14.296

6.484

7.518

 

7.518

- Overige personele exploitatie1

  

27.556

19.836

24.763

17.988

6.775

Materiële uitgaven

36.385

44.621

15.022

14.216

13.063

10.845

2.218

-Instandhouding infrastructuur

   

533

  

0

- Overige materiële exploitatie1

35.137

43.371

15.022

13.480

13.063

10.845

2.218

- instandhouding IT

   

203

  

0

- Bijdragen aan SSO Paresto

1.248

1.250

     
        

Apparaatsontvangsten

7.548

14.529

12.478

8.463

8.199

4.376

3.823

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 38,1 miljoen hoger dan begroot. Dit betreffen voornamelijk de hogere personele uitgaven (€ 32,5 miljoen) in 2021 zoals hieronder wordt toegelicht. De resterende afwijking van € 5,6 miljoen komt voort uit een aantal kleinere verplichtingen die eerder zijn aangegaan dan verwacht.

Uitgaven

Binnen de personele uitgaven zijn de uitgaven voor eigen personeel € 24,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door interdepartementale budgetoverhevelingen waaronder het Convenant Beveiliging Ambassades in Hoog Risico Gebieden (€ 12,1 miljoen BUZA), Breed Offensief tegen georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC) (€ 3,3 miljoen J&V) en Bijdrage 3e tranche Liquiditeitssteun Carib (€ 2,4 miljoen BZK). Verder is er € 2,0 miljoen (NCTV) gevorderd ten behoeve van de hoog risico beveiliging van De Nederlandse Bank. Daarnaast is de Tijdelijke Toelage Loongebouw verlengd (€ 6,0 miljoen). Tot slot zijn er verschillende herschikkingen geweest binnen Defensie met een omvang van -/- € 1,2 miljoen.

Binnen de Externe Inhuur zijn de uitgaven € 7,5 miljoen hoger ten opzichte van de Ontwerpbegroting. Dit wordt voornamelijk verklaard door de verhoogde inzet van inhuurcapaciteit voor het Project Grenzen en Veiligheid (€ 2,5 miljoen) en de inhuur van IT-specialisten en uitzendkrachten (€ 5,0 miljoen) ter ondersteuning van diverse IT-projecten.

Binnen de overige personele uitgaven zijn de uitgaven € 6,7 miljoen hoger dan begroot. Het grootste deel hiervan heeft betrekking op opleidingen (€ 5,8 miljoen). Dit wordt onder andere verklaard door hogere uitgaven als gevolg van de groei van de organisatie door de projecten Grenzen en Veiligheid en BOTOC (MIT en B&B) ad. € 4,4 miljoen en een correctiefactuur over 2020 ter hoogte van € 1,4 miljoen met betrekking tot opleidingen die worden afgenomen bij de Politieacademie.

4.6 Beleidsartikel 6 Investeringen

A. Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen alsmede de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

C. Beleidsconclusies

In het jaarverslag 2021 van het Defensiematerieelbegrotingsfonds zal verantwoording worden afgelegd over de investeringen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6 Investeringen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

2.129.841

3.799.130

4.266.773

2.755.819

  

0

Opdrachten

2.052.017

3.693.634

4.161.635

2.662.718

  

0

Investeringen materieel

1.732.810

3.186.241

3.695.843

2.102.408

  

0

Investeringen infrastructuur

190.522

197.911

242.801

252.066

  

0

Investeringen IT

128.685

309.482

222.991

308.244

  

0

Begrotingsreserve

   

0

  

0

Bekostiging

59.727

81.971

80.774

66.001

  

0

Bijdrage aan internationale organisaties

18.097

23.525

24.364

27.100

  

0

        

Uitgaven

1.441.839

1.736.955

2.523.053

2.716.440

  

0

        

Opdrachten

1.364.611

1.643.037

2.426.235

2.641.111

  

0

Investeringen materieel

1.040.082

1.112.677

1.920.516

2.128.195

  

0

Investeringen infrastructuur

212.451

258.273

283.898

275.764

  

0

Investeringen IT

112.078

272.087

221.821

237.152

  

0

Begrotingsreserve

   

0

  

0

Reserve valutaschommelingen

   

0

  

0

Bekostiging

56.860

67.133

72.534

46.876

  

0

Bijdrage grote onderzoeksfaciliteiten

   

3.737

  

0

Technologieontwikkeling

   

35.599

  

0

Kennisgebruik

   

3.459

  

0

Kort-cyclische innovatie

   

4.081

  

0

Bijdrage aan internationale organisaties

20.368

26.785

24.284

28.453

  

0

Investeringen infrastructuur NAVO

20.368

26.785

24.284

28.453

  

0

        

Programma ontvangsten

154.679

234.122

110.797

66.513

  

0

- Verkoopopbrengsten strategisch materieel

101.920

126.714

72.691

36.602

  

0

- Overige ontvangsten materieel

21.302

51.671

26.140

22.054

  

0

- Verkoopopbrengsten strategisch infrastructuur

17.603

39.371

4.291

3.901

  

0

- Overige ontvangsten infrastructuur

12.023

10.785

4.578

1.458

  

0

- Ontvangsten internationale organisaties

1.831

5.581

3.097

2.498

  

0

E. Toelichting op de instrumenten

De middelen uit beleidsartikel 6 investeringen zijn per 2021 overgeheveld naar het Defensiematerieelbegrotingsfonds en worden verantwoord in het jaarverslag 2021 van het DMF.

4.7 Beleidsartikel 7 Defensie Materieel Organisatie

A. Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en persoonlijke uitrusting aan de defensieonderdelen. De instandhoudingsbegroting van materiele verplichtingen en uitgaven worden vanaf 2021 verantwoord in het DMF.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

C. Beleidsconclusies

In 2021 heeft DMO door het leveren van brand- en bedrijfsstoffen een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van Defensie. De leverbetrouwbaarheid van het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffenbedrijf (DBBB) is stabiel en op norm.

Gevolgen van COVID-19

De financiële gevolgen van de COVID-19-maatregelen zijn in 2021 voor DMO beperkt gebleven. Een groot aantal oefeningen, waaronder Frisian Flag, is geannuleerd. Mede als gevolg hiervan is minder kerosine uitgeleverd door het DBBB.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7 Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

959.296

1.170.733

1.156.092

985.425

538.835

597.449

‒ 58.614

        

Uitgaven

816.269

919.071

1.071.290

1.120.073

558.831

597.449

‒ 38.618

        

Opdrachten

318.730

334.300

368.569

389.265

103.947

142.187

‒ 38.240

- gereedstelling

221.912

221.543

269.291

93.939

103.947

142.187

‒ 38.240

- instandhouding materieel

96.818

112.757

99.278

295.326

   

Personele uitgaven

191.248

213.900

408.366

431.648

443.263

438.972

4.291

- Eigen personeel

177.778

192.812

332.005

369.436

391.361

385.037

6.324

- Externe inhuur

13.470

21.088

56.717

49.220

36.662

35.346

1.316

- Overige personele exploitatie1

  

19.644

12.992

15.240

18.589

‒ 3.349

Materiële uitgaven

306.291

370.871

294.355

299.160

11.620

16.290

‒ 4.670

- Instandhouding infrastructuur

   

385

   

- Instandhouding IT

52.971

107.198

220.525

287.796

   

- IT door SSO DMO OPS

198.180

205.645

     

- Exploitatie door SSO Paresto

437

268

     

-Overige materiële exploitatie1

54.703

57.760

73.830

10.979

11.620

16.290

‒ 4.670

        

Apparaatsontvangsten

30.204

46.359

80.177

45.419

18.829

43.405

‒ 24.576

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen is € 58,6 miljoen lager dan begroot. De oorzaak hiervan is de onderrealisatie van € 40,3 miljoen bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffenbedrijf (DBBB). Er werd aan het begin van 2021 door COVID-19 al rekening gehouden met een lagere behoefte aan brandstof en deze behoefte is in de loop van het jaar verder neerwaarts bijgesteld. Er is minder brandstof verstrekt doordat grote oefeningen, waaronder Frisian Flag, niet zijn doorgegaan waardoor minder brandstof besteld hoefde te worden. Bijgevolg zijn minder verplichtingen aangegaan. Bij externe Inhuur is € 15,6 miljoen minder verplicht dan begroot. DMO streeft ernaar om langere inhuur waar mogelijk om te zetten in vaste formatie. In een aantal gevallen is dit sneller verlopen dan gepland. Het resterende deel is € 2,7 miljoen minder verplicht dan begrooten betreft relatief kleine afwijkingen bij diverse budgetten.

Uitgaven

Opdrachten

De realisatie van de gereedstelling is € 38,2 miljoen lager dan begroot. Deze onderrealisatie is grotendeels veroorzaakt doordat in 2021 minder brandstof is verbruikt waardoor de voorraad minder hoefde te worden aangevuld. Er zijn dus minder bestellingen geplaatst met bijgevolg minder leveringen. Defensie heeft een gelimiteerde opslagcapaciteit voor brandstof. Een belangrijke oefening die niet is doorgegaan is Frisian Flag. Bij deze multinationale oefening wordt intensief geoefend met straaljagers. Normaliter levert Defensie de brandstof aan de partners en genereert daarmee ontvangsten, deze zijn in 2021 derhalve niet gerealiseerd.

Personele uitgaven

De overrealisatie op salarisuitgaven eigen personeel van € 6,3 miljoen is een gevolg van het feit dat DMO meer gevuld is dan waarmee budgettair rekening is gehouden en extra uitgaven voor o.a. Tijdelijke Toelage loongebouw (€ 0,16 miljoen).

Apparaatsontvangsten

De realisatie op de apparaatsontvangsten is € 25 miljoen minder dan begroot. Een deel van de onderrealisatie wordt verklaard doordat minder brandstof is verstrekt aan partners (zie voorgaande). Het overgrote deel van het tekort wordt verklaard doordat de ontvangstenbegroting en het budget van de DMO structureel niet op elkaar aansluit. Dit is in het verleden aangetoond middels een intern onderzoek. In het uitvoeringsjaar worden de begroting en het budget op elkaar aangesloten.

4.8 Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

A. Algemene doelstelling

Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) ondersteunt de krijgsmacht in haar taken. Het DOSCO doet dit door te zorgen voor personele diensten, opleidingen, huisvesting, vastgoed, catering, beveiliging, bewaking, facilitaire zaken, gezondheidszorg, logistiek en transport. Het DOSCO voorziet zelf in die ondersteuning en koopt een deel van de producten en diensten in bij organisaties buiten het Ministerie van Defensie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het DOSCO een bijdrage levert.

C. Beleidsconclusies

COVID-19 had ook in 2021 veel impact op onze samenleving, op Defensie en de ondersteuning door het DOSCO. Het DOSCO heeft ondanks alle beperkingen de krijgsmacht toch maximaal kunnen ondersteunen.

Het DOSCO heeft diverse COVID-19-maatregelen toegepast en ondersteund, waaronder het organiseren en faciliteren van quarantaine en isolatie van defensiepersoneel en personeel van Buitenlandse Zaken. Daarnaast heeft het DOSCO het interne COVID-19-vaccinatieprogramma uitgevoerd. Voor de ondersteuning aan de civiele gezondheidszorg heeft het DOSCO gezondheidspersoneel geleverd en heeft het militairen opgeleid om civiel ingezet te worden.

Naast de ondersteuning in het kader van de COVID-19-crisis heeft het DOSCO op defensielocaties facilitaire (inclusief catering) en infrastructurele ondersteuning geleverd aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) ten behoeve van de crisisopvang van evacuees uit Afghanistan en overige asielzoekers. Van de reguliere operationele ondersteuning zijn met name de redeployment en de evacuatie uit Afghanistan en de Host Nation Support-operaties in het oog springend.

Ook is in 2021 een chartercontract getekend voor gegarandeerde beschikking over een zogeheten Roll-on-Roll-off schip voor een periode van tien jaar voor strategisch zeetransport als bijdrage aan het terugdringen van het tekort aan strategische transportcapaciteit. Hiermee kunnen voertuigen en containers vervoerd worden ter ondersteuning van oefeningen en ten behoeve van militaire inzet, waarmee defensie aan haar internationale verplichtingen kan voldoen.

De uitgaven aan de instandhouding van infrastructuur zijn verplaatst naar het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF).

Afgelopen jaar zijn er veel meer en ook hogere uitkeringen vanuit het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE) gedaan dan verwacht. In de toelichting op de uitgaven wordt hier nader op ingegaan.

Daarnaast is ook ingezet op onderwijsvernieuwing voor officieren op basis van de Defensievisie 2035. Onderwijsvernieuwing beslaat hierbij verbetering van het bestaande onderwijs en onderwijsinnovatie van werkwijzen, processen en (technologische) middelen. Tevens is gewerkt aan een vernieuwd vormingsconcept. De basis daarvoor is gelegen in ‘de Toetssteen Kameraadschap’.

Ten slotte heeft het DOSCO in 2021 belangrijke stappen gezet om de defensiebrede ondersteuning te moderniseren, door het proces van robotisering en intelligente automatisering op te schalen en te versnellen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

1.245.160

1.296.628

1.401.191

1.541.365

1.238.835

1.150.195

88.640

        

Uitgaven

1.223.267

1.315.775

1.393.756

1.531.401

1.214.400

1.150.195

64.205

        

Opdrachten

190

166

133

11.737

152

 

152

- gereedstelling

190

166

133

76

152

 

152

- instandhouding materieel

   

11.661

  

0

Inkomensoverdrachten

 

43.392

34.444

67.626

86.664

60.769

25.895

Nationaal Fonds Ereschuld

 

43.392

34.444

67.174

85.922

57.069

28.853

Reservering Schadevergoedingen Chroom 6 Defensie

   

452

742

3.700

‒ 2.958

Personele uitgaven

543.248

579.465

771.503

774.498

857.609

808.400

49.209

- Eigen personeel

510.000

540.789

581.098

604.573

617.054

637.108

‒ 20.054

- Externe inhuur

21.158

26.107

26.031

27.498

22.006

2.865

19.141

- Overige personele exploitatie1

  

150.599

128.562

203.830

154.732

49.098

- Overig, attachés

12.090

12.569

13.774

13.865

14.719

13.695

1.024

Materiële uitgaven

679.829

692.752

587.676

677.540

269.975

281.026

‒ 11.051

- Bijdrage agentschap RVB (huisvesting en infrastructuur)

256.916

263.593

     

- Instandhouding infrastructuur

109.976

103.321

413.376

434.153

   

- Overige materiële exploitatie1

278.343

286.337

168.563

238.698

266.685

273.742

‒ 7.057

- SSO Paresto

29.550

33.590

     

- Instandhouding IT

   

28

   

- Overig, attachés

5.044

5.911

5.737

4.661

3.290

7.284

‒ 3.994

        

Apparaatsontvangsten

85.812

89.243

89.784

90.346

58.178

68.478

‒ 10.300

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

In 2021 is voor een bedrag van € 88,6 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Het betreft met name verplichtingen die in 2021 zijn aangegaan en die in dat jaar tot uitgaven hebben geleid. Anderzijds betreft het verplichtingen die in 2021 zijn aangegaan, maar die betrekking hebben op activiteiten die later worden uitgevoerd. Ook is sprake van verplichtingen die samenhangen met de naheffingsaanslag van € 57,3 miljoen die de Belastingdienst heeft opgelegd met betrekking tot de werkkostenregeling (WKR) en met het Nationaal Fonds Ereschuld (NFE) (€ 28,9 miljoen).

Uitgaven

Inkomensoverdrachten De realisatie voor het NFE is per saldo € 28,9 miljoen hoger dan begroot. De uitgaven voor het NFE stijgen doordat meer (en ook jongere) veteranen een beroep op compensatie vanuit het fonds doen en door de gewijzigde te hanteren rekenrente. In 2021 is in totaal € 57,5 miljoen aan budget toegevoegd, bestaande uit de voor 2021 door het kabinet incidenteel beschikbaar gestelde € 30 miljoen om gestegen uitgaven op te vangen en een interne herschikking van € 27,5 miljoen die mogelijk was als gevolg van lagere uitgaven veroorzaakt door COVID-19. Daarnaast is wegens overrealisatie in 2020 aan de start van 2021 € 17 miljoen minder budget beschikbaar dan aanvankelijk begroot. Van het totaal beschikbare budget in 2021 is € 11,1 miljoen niet uitgegeven, dit deel zal worden toegevoegd aan het budget voor 2022.

Personele uitgaven De realisatie voor personele uitgaven is per saldo € 49,2 miljoen hoger dan begroot. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt binnen het budget voor de overige personele exploitatie door een onverwachte naheffing van de Belastingdienst van € 57,3 miljoen met betrekking tot de werkkostenregeling (WKR) over de periode vanaf 2016.

Op het budget voor eigen personeel is sprake van een onderrealisatie van € 20,1 miljoen ten opzichte van de ontwerpbegroting. Enerzijds is voor externe inhuur meer uitgegeven dan oorspronkelijk begroot (€ 19,1 miljoen) om de ondersteuning door DOSCO (met name medisch personeel, bewaking en inkoop) uit te kunnen voeren. Extern personeel wordt betaald uit de ondervulling van het eigen personeel. Daarnaast is door een lager dan verwachte vulling van militair personeel vanuit de onderrealisatie een herschikking verwerkt binnen het NFE (€ 18 miljoen). Anderzijds is het budget voor eigen personeel in 2021 verhoogd door overhevelingen vanuit andere defensieonderdelen (€ 7,8 miljoen), aanpassing pensioen- en sociale lasten (€ 5,2 miljoen), verhoging stagevergoeding (€ 2,3 miljoen) en uitdeling Tijdelijke Toelage Loongebouw (€ 1,6 miljoen).

Materiële uitgaven De realisatie voor de materiële uitgaven is per saldo € 11,1 miljoen lager dan begroot. Op het budget voor overige materiële exploitatie is € 7,1 miljoen minder uitgegeven, bestaande uit meerdere kleine posten. Het budget «overig, attachés» valt € 4 miljoen lager uit, voornamelijk doordat er net als in 2020 als gevolg van COVID-19, minder dienstreizen en minder overige kosten zijn gemaakt.

Ontvangsten

De ontvangsten vallen € 10,3 miljoen lager uit de begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een ontvangst van de zorgverzekeraar die in 2021 verwacht werd, maar eind 2020 al ontvangen is (€ 11 miljoen). Het budget voor 2021 is met dit bedrag verlaagd.

5 Niet-beleidsartikelen

5 5.1 Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Algemeen

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies, bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, bijdragen aan internationale organisaties, opdrachten, bekostiging, inkomensoverdrachten en overige materiële exploitatie.

Budgettaire gevolgen
Tabel 13 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

82.955

90.693

103.992

142.947

172.023

162.600

9.423

        

Uitgaven

85.193

89.598

93.786

150.596

172.522

162.600

9.922

        

Subsidies

30.741

31.545

30.978

36.898

39.444

31.529

7.915

- subsidies

30.741

31.545

30.978

36.898

39.444

31.529

7.915

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

   

46.172

46.853

46.192

661

- kennisopbouw TNO via EZK

   

43.430

44.179

43.621

558

- kennisopbouw NLR via EZK

   

534

600

534

66

- kennisopbouw MARIN via EZK

   

1.900

2.000

1.726

274

- overige bijdragen

   

308

74

311

‒ 237

Opdrachten

  

9.826

9.139

11.101

12.080

‒ 979

- opdrachten beleid

   

4.249

5.867

8.531

‒ 2.664

- opdrachten milieu beleid

   

2.447

2.816

2.033

783

- overige opdrachten

   

2.443

2.418

1.516

902

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

36.479

46.198

47.319

53.037

56.328

68.983

‒ 12.655

- bijdrage aan de NAVO

   

48.818

51.194

53.194

‒ 2.000

- bijdrage aan internationale samenwerking

   

4.219

5.134

5.228

‒ 94

- overige bijdragen

   

0

0

10.561

‒ 10.561

Bekostiging

  

4.448

4.518

4.147

3.816

331

bekostiging diverse instellingen

   

4.518

4.147

3.816

331

Inkomensoverdrachten

  

1.215

832

14.048

 

14.048

- Overige bijdragen

    

6.783

 

6.783

- Reservering Regeling Uitkering chroom 6 Defensie

  

1.215

332

3.323

 

3.323

- Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

   

500

3.943

 

3.943

Schadevergoeding

    

600

 

600

- Civielrechtelijke Regeling Hawija

    

600

 

600

Overige uitgaven

17.973

11.855

     
        

Programma ontvangsten

  

893

1.594

2.052

 

2.052

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 2,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen zijn € 9,4 miljoen hoger dan initieel begroot. Dit wordt grotendeels verklaard door de oprichting en vervolgens de uitbreiding van de werkzaamheden van het Nederlandse Veteraneninstituut (NLVI), waardoor de verplichtingen hoger uitkomen dan de stand in de ontwerpbegroting. Het verplichtingenbudget is gedurende 2021 hierop aangepast.

Uitgaven

Subsidies

De realisatie komt € 7,9 miljoen hoger uit ten opzichte van de ontwerpbegroting. Dit is het gevolg van de oprichting van het Nederlandse Veteraneninstituut (NLVI) was er € 1,9 miljoen meer subsidie benodigd. Daarnaast is € 5,7 miljoen extra gerealiseerd voor de uitbreiding van werkzaamheden van het NLVI naar aanleiding van de fusie op gebied van zorgcoördinatie en CAO-harmonisatie. Het overige deel van de hogere realisatie van € 0,3 miljoen is de som van loon- en prijsbijstelling en vrijval van budget voor incidentele subsidies, waar vooral vanwege COVID-19 in 2021 geen aanspraak op is gedaan.

Opdrachten

De realisatie van beleidsopdrachten valt € 2,7 miljoen lager uit dan begroot. Dit komt doordat verschillende activiteiten zijn vertraagd, zoals het contract progress dat via BZK loopt voor de onderzoeken bij het Clingendael Instituut en het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en diverse budgetoverhevelingen binnen Defensie voor de HR-transitie (proeftuinen).

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De lagere realisatie op (inter)nationale organisatie van € 12,6 miljoen is het gevolg van de jaarlijkse overheveling van het budget voor de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Gedurende het jaar wordt budget naar andere defensieonderdelen overgeheveld en komt derhalve niet tot realisatie op dit artikel. Voor het jaar 2021 was dit € 10,6 miljoen. Verder is door een verhoging van de uitgaven voor het nakomen van internationale afspraken binnen de NAVO en de Europese Unie (EU) € 2,0 miljoen minder gerealiseerd op het NAVO-Budget.

Inkomensoverdrachten

De realisatie van inkomensoverdrachten is € 14,0 miljoen hoger dan de stand ontwerpbegroting. In 2021 is de uitvoering van de civielrechtelijke schadevergoedingsregeling voor de nabestaanden van Srebrenica, naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad, gestart. In 2021 is het eerste deel van de in totaal beschikbare € 35 miljoen uitgekeerd, zijnde € 3,9 miljoen. De regeling loopt door tot in 2023 en was niet begroot in de ontwerpbegroting. Daarnaast is voor de tegemoetkoming voor Dutchbat III in 2021 € 6,8 miljoen gerealiseerd en deze was ook niet begroot in de ontwerpbegroting. Tot slot is de realisatie van de uitkeringen voor Chroom 6 € 3,3 miljoen hoger dan begroot door een ander uitgavenpatroon dan verwacht. De vertraagde uitgaven van 2020 zijn in 2021 deels tot uitkering gekomen. De verwachting is dat de budgetten tot realisatie komen, maar dan wel in latere jaren.

Hawija

In 2021 is € 0,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het onderzoek Hawija door de commissie Sorgdrager.

Ontvangsten

Op dit artikel is € 2,1 miljoen meer ontvangen als gevolg van niet geraamde ontvangsten. Dit is de uitkomst van de nacalculatie door de NAVO van het Nederlandse aandeel in de afgelopen jaren.

5.2 Niet-beleidsartikel 10 Apparaat kerndepartement

Algemeen

Inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan, het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering en het bijdragen aan militaire pensioenen en uitkeringen.

Budgettaire gevolgen
Tabel 14 Budgettaire gevolgen van artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

1.572.559

1.737.653

1.682.781

1.522.823

1.537.856

1.627.606

‒ 89.750

        

Uitgaven

1.572.368

1.728.881

1.675.816

1.517.171

1.529.925

1.627.606

‒ 97.681

        

Personele uitgaven

1.556.940

1.707.908

1.660.335

1.497.054

1.507.128

1.590.473

‒ 83.345

- Eigen personeel

137.422

160.203

198.776

229.650

257.115

271.493

‒ 14.378

- Externe inhuur

3.932

3.844

7.986

9.192

10.205

970

9.235

- Overige personele exploitatie1

  

14.705

11.238

12.990

14.341

‒ 1.351

- Uitkeringen (pensioenen en wachtgelden)

1.415.586

1.543.861

1.438.868

1.246.974

1.226.819

1.303.669

‒ 76.850

Materiële uitgaven

15.428

20.973

15.481

20.117

22.797

37.133

‒ 14.336

- Overige materiële exploitatie (1)

14.924

20.426

15.481

19.512

22.797

37.133

‒ 14.336

- Instandhouding IT

   

605

  

0

- Bijdragen aan SSO Paresto

504

547

     
        

Totaal ontvangsten

39.784

196.186

13.362

42.212

34.397

7.728

26.669

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen zijn € 89,8 miljoen lager dan begroot. De oorzaak van dit verschil wordt voornamelijk verklaard door lagere uitgaven op pensioenen en uitkeringen ter hoogte van circa € 76,9 miljoen.

Uitgaven

Personele uitgaven

Per saldo is voor personele uitgaven € 83,3 miljoen minder gerealiseerd dan begroot.

Eigen personeel en externe inhuurOp het formatiebudget is € 14,4 miljoen minder gerealiseerd als gevolg van niet gevulde functies. Daarnaast is de realisatie externe inhuur € 9,2 miljoen hoger dan begroot. De overschrijding op het budget voor externe inhuur is gefinancierd vanuit de vrijval door vacatures binnen de formatie.

Pensioenen en uitkeringenDeze post is € 76,9 miljoen lager dan begroot door een optelling van meerdere factoren. Allereerst door een afname van het budget uitkeringen met € 32 miljoen als gevolg van de drempelvrijstelling op de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) in het Pensioenakkoord. Daarnaast is als gevolg van een ander kasritme van uitkeringen € 22,0 miljoen aan budget naar latere jaren geschoven, waardoor de realisatie lager was in 2021. Verder is € 6 miljoen overgeheveld naar de subsidie van het Nederlands Veteraneninstituut (NLVI) voor zorgcoördinatie en is € 17 miljoen gemuteerd op diverse uitkeringen.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn € 14,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt door meerdere projecten waar de realisaties bij andere ministeries terecht zijn gekomen en waar Defensie ook budget naar heeft overgeheveld. Het betrof BZK voor bedrijfsvoeringkosten ter hoogte van € 3,7 miljoen en dataorganisatie ter hoogte van € 1,5 miljoen. Daarnaast een bijdrage aan het project Luchtruimherziening ter hoogte van € 1,0 miljoen van I&W en verder diverse andere werkzaamheden van in totaal € 3,0 miljoen. Daarnaast is het budget Life Cycle Cost (LCC) ter hoogte van € 1,3 miljoen, een project binnen Defensie om inzicht te verkrijgen in de levensduurkosten van de activa, overgeheveld naar en gerealiseerd op het DMF. De resterende middelen, € 3,4 miljoen, zijn niet besteed doordat diverse activiteiten tot minder uitgaven leidden, mede als gevolg van COVID-19.

Ontvangsten

Per saldo is er € 26,7 miljoen meer aan ontvangsten gerealiseerd op dit artikel dan begroot. Dit is voornamelijk te verklaren door het ontvangen van € 25,8 miljoen in 2021 aan aflossing van de laatste lening van het financieringsarrangement ABP voor de overgang naar kapitaaldekking van de pensioenuitkeringen. Dit is reeds bij de 2e suppletoire verwerkt.

5.3 Niet-beleidsartikel 11 Geheim

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Geheim op basis van artikel 2.8 van de Comptabili-teitswet 2016 kent geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.

Budgettaire gevolgen
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van artikel 11 Geheim (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

7.874

7.155

14.617

10.891

14.724

15.068

‒ 344

Uitgaven

7.874

7.155

14.617

10.891

14.724

15.068

‒ 344

Ontvangsten

       
Toelichting op de instrumenten

De geheime uitgaven worden jaarlijks gecontroleerd door het college van de Algemene Rekenkamer.

5.4 Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld bestaat uit verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbijstelling, prijsbijstelling, onvoorzien en een eventuele taakstelling (negatief bedrag).

Budgettaire gevolgen
Tabel 16 Budgettaire gevolgen van artikel 12 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

     

51.629

‒ 51.629

Uitgaven

     

51.629

‒ 51.629

Loonbijstelling

       

Loonbijstelling

       

- waarvan programma

       

- waarvan apparaat

       

Prijsbijstelling

       

- waarvan programma

       

- waarvan apparaat

       

Nog onverdeeld

     

51.629

‒ 51.629

Ontvangsten

       
Toelichting op de instrumenten

«Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld» is een voorziening, waarop geen realisatie plaatsvindt van verplichtingen en uitgaven. Met de eerste en tweede suppletoire begroting is het budgetbedrag volledig uitgedeeld naar de defensieonderdelen.

5.4 Niet-beleidsartikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds

Algemeen

Op dit artikel worden de bijdragen aan het Defensiematerieelbegrotingsfonds verantwoord.

Budgettaire gevolgen
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van artikel 13 Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

Omschrijving

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

0

0

0

0

5.040.806

8.448.390

‒ 3.407.584

Uitgaven

0

0

0

0

5.040.806

4.511.343

529.463

Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds

0

0

0

0

5.040.806

4.511.343

529.463

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de instrumenten

Het betreft hier de bijdrage vanuit de begroting hoofdstuk X Defensie aan hoofdstuk K Defensiematerieelbegrotingsfonds ten behoeve van uitgaven die op het fonds worden verantwoord. Met de overgang naar het DMF zijn initieel het geraamde verplichtingenbudget van € 8,4 miljard respectievelijk € 4,5 miljard van de ontwerpbegroting op dit artikel verwerkt. Maar voor dit bijdrage artikel geldt het kas = verplichting principe. Met de slotwet is het verplichtingenbudget bijgesteld naar het niveau van de kasbetalingen. De toename van het kasbudget met € 529,5 miljoen is het gevolg van de prijsbijstelling DMF (€ 105 miljoen), het toevoegen van de eindejaarsmarge (€ 166,5 miljoen), de intensivering voor de digitale veiligheid (€ 45 miljoen), bijdrage door andere departementen (€ 8,4 miljoen) en COVID-19 meeruitgaven van € 32,8 miljoen. De overige bijstellingen hebben betrekking op de instandhoudingsbudgetten materieel en vastgoed alsmede neerwaartse bijstellingen als gevolg van valutaverschillen en kasschuiven voor de tijdelijke toelage loongebouw.

6 Bedrijfsvoeringsparagraaf

6.1 Uitzonderingsrapportage

Deze paragraaf bevat een uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen:

1. Rechtmatigheid

Er hebben zich geen overschrijdingen van de rapporteringstoleranties op de artikelen van de Defensiebegroting voorgedaan.

Overschrijding verplichtingenbudgetten

Tot 2021 had Defensie één investeringsartikel. Met de invoering van het DMF in 2021 zijn de investeringen over meerdere kleinere artikelen verdeeld. Hierdoor vallen versnellingen en vertragingen van investeringen niet meer tegen elkaar weg en moeten deze tempoverschillen worden verwerkt in suppletoire begrotingen en voor instemming aan de Kamer worden voorgelegd. Eind december bleek dat de realisatie van aangegane verplichtingen bij een aantal artikelen het toegekende verplichtingenbudget te boven ging. Aangezien de verplichtingen waarvoor in de incidentele suppletoire begrotingen toestemming werd gevraagd al eerder waren aangegaan, heeft dit geleid tot formele onrechtmatigheden. Daarnaast zijn een aantal verplichtingen niet juist of tijdig vastgelegd.

Inkoop Europese aanbesteding

Van de aangegane verplichtingen in 2021 is voor in totaal € 40 miljoen aangemerkt als (Europese) aanbestedingsfouten. De geconstateerde aanbestedingsfouten betreffen het niet juist toepassen van de aanbestedingsregels door het niet tijdig signaleren dat een Europese aanbestedingsprocedure had moeten worden gestart, het continueren van afroepen onder onrechtmatige overeenkomsten en het substantieel overschrijden van de geraamde waarde van de overeenkomsten die uit de oorspronkelijke aanbestedingsstukken daaraan konden worden toegekend. In acht gevallen is gebruik gemaakt van de escalatieprocedure met een totaalvolume van ongeveer € 11 miljoen. In die procedure wordt expliciet vooraf afgewogen of sprake is van een onontkoombare noodzaak tot aanbesteding van een overheidsopdracht of verlenging van een overeenkomst om op basis van die grond eventueel af te wijken van de (Europese) aanbestedingsregelgeving. Het totaal aantal dossiers waarvoor de escalatieprocedure is ingeroepen is over beiden begrotingen elf stuks en is ten opzichte van 2020 stabiel.

Van de € 40 miljoen is Defensie in 2021 voor een totaalbedrag van €13 miljoen onrechtmatige verplichtingen aangegaan voor inkopen onder categoriemanagement. Het ministerie van IenW is categoriemanager op een aantal rijksbrede raamovereenkomsten (Interim Management & Organisatieadvies, Inkoopadvies, Auditdiensten en Financiële Adviesdiensten) waarvoor sedert 2020 sprake is van onrechtmatige overbruggingsovereenkomsten. De raamovereenkomst Financiële adviesdiensten is in december 2020 gereedgekomen en heeft tot een rechtmatig contract geleid. De her-aanbestedingen voor de overige drie raamovereenkomsten zijn vertraagd. Het gaat daarbij om: Interim Management & Organisatieadvies, Inkoopadvies en Auditdiensten. Het ministerie van IenW heeft dit toegelicht in de bedrijfsvoeringsparagraaf in haar jaarverslag. Het door IenW afsluiten van rechtmatige rijksbrede raamovereenkomsten heeft onvoorziene vertraging opgelopen, waardoor genoemde overbruggingscontracten over geheel 2021 nog van kracht zijn gebleven.

In 2021 zijn de inhuurovereenkomsten die onder het Dynamisch Aankoopsysteem (DAS) ICT Inhuur tot stand zijn gebracht verder afgebouwd Nochtans is in 2021 van de € 40 miljoen voor een bedrag van € 11 miljoen aan inhuurovereenkomsten onder de DAS verlengd. Deze verlengingen dienen als onrechtmatig te worden beschouwd omdat in 2019 een DAS voor inhuur (zoals het DAS ICT-inhuur van Defensie) waarbij een interview een onderdeel uitmaakte van de gunningcriteria onrechtmatig was bevonden. Na het eerste kwartaal van 2022 zullen alle inhuurovereenkomsten van het DAS ICT-inhuur zijn beëindigd.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

In 2021 heeft Defensie op diverse gebieden gewerkt aan de borging van de totstandkoming van niet-financiële informatie. Met name is gewerkt aan de opzet van processen, de beschrijving van definities en afspraken voor de verplichte NFI-onderdelen in de jaarverslagen. Het beschrijven van de opzet zorgt voor een structureel kader voor betrouwbare totstandkoming van NFI-resultaten. In 2021 is als tekortkoming naar voren gekomen dat de opzet niet altijd (volledig) vastgelegd is en/of actualisatie behoeft. Dit speelt onder andere bij; meldingen van incidenten, personele vulling, energieverbruik, doelmatigheidsindicatoren PARESTO, FNIK, integriteitsmeldingen en burgerbrieven. Het gaat dan over verouderde aanwijzingen, berekenwijzen die niet (volledig) zijn vastgelegd, afspraken over aanleveren van gegevens die ontoereikend zijn of ontbrekende waarborgen voor de kwaliteit van de gegevens.

Gereedheidsinformatie

In 2021 zijn om de kwaliteit van het rapportageproces over de operationele gereedheid te bevorderen verschillende verbeteringen doorgevoerd. Deze verbeteringen betroffen met name het inzicht en de herleidbaarheid. Zo is het project Kwaliteit in Beeld, gericht op verbetering van inzicht in de Individuele Personele Gereedheid, eind 2021 geïmplementeerd en ingebed in de bedrijfsvoering. Verder vond sinds begin 2021 de rapportage operationele gereedheid plaats op basis van een herziene opdrachtenmatrix en herziene kleurcodering in het Digitaal Dashboard Operationele Gereedheid (DDOG). De herziene opdrachtenmatrix verbeterde het inzicht in de samenhang door een meer volledige clustering van inzetbare eenheden die samen een capaciteit vormen. De nieuwe kleurcodering ondersteunde daarin met een betere visuele indicatie van de gereedheid. Dat komt door de directe koppeling van de kleur met de mate waarin voldaan is aan de generieke opdrachten voor de hoofdtaken. Het DDOG verbetert de navolgbaarheid van de gereedheidsinformatie. Het gebruik van uniforme definities zal bijdragen aan een betrouwbare rapportage. Het project bevindt zich momenteel nog in de uitvoeringsfase. Ook droeg het bij aan een minder foutgevoelig en arbeidsintensief rapportageproces, omdat fact based informatie vanuit defensiebronsystemen over de drie gereedheidsindicatoren (personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid) de basis vormde voor het opstellen van de appreciatie van een commandant over de mate van gereedheid een capaciteit of eenheid.

3. Begrotings-, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Begrotingsbeheer / Financieel beheer

Defensie neemt aanvullende maatregelen om de sturing en het beheer van de verplichtingen te verbeteren, ook met het oog op het aanvullende budget dat met het regeerakkoord wordt toegevoegd aan de Defensiebegrotingen. Als eerste verbeteractie wordt de sturing op de verplichtingen versterkt door werk te maken van een beter onderbouwde verplichtingenraming in de ontwerpbegroting. Bij de managementrapportages en voortgangsgesprekken zullen de begrote verplichtingen, de actuele verplichtingenstanden en de in het betreffende jaar nog te verwachte verplichtingen nadrukkelijk worden betrokken. De tweede verbeteractie is het treffen van maatregelen om de juiste en tijdige vastlegging van verplichtingen te bevorderen. Deze verbetermaatregelen kennen een overlap met de maatregelen gericht op het oplossen van de bevinding van de ADR over de getrouwe vastlegging van verplichtingen in het auditrapport over 2020. Naar aanleiding van deze bevinding is in 2021 een ketenbrede dialoogsessie georganiseerd met inkopers en controllers van de defensieonderdelen. De dialoogsessie heeft tot waardevolle inzichten geleid qua knelpunten, uitdagingen en mogelijke oorzaken. Op basis van deze analyse en veelvuldige ketenbrede afstemming is een plan van aanpak met verbeteracties opgesteld die in 2022 tot gerichte kwaliteitsverbeteringen van de verplichtingenadminstratie moeten leiden. 

Naast de actualisering van de aanwijzingen 002 FEZ taken, 003 Voorafgaand Toezicht en 004 Belastingen is 2021 een handreiking prestatieverklaringen opgesteld. Deze handreiking behandelt de relevante onderbouwing van een prestatieverklaring, benodigde controles, digitale archivering van bewijsstukken in SAP en het noodzakelijke overleg voorafgaand aan contractering om vast te stellen hoe de geleverde prestatie kan worden vastgesteld. De handreiking is een belangrijk middel ter oplossing van de bevinding van de Auditdienst Rijk (ADR) voor de toegankelijkheid van de bewijsvoering voor geleverde diensten en goederen. De toepasbaarheid, werking en bekendheid van de handreiking zal in 2022 worden geëvalueerd.

Naar aanleiding van de bevinding in het Auditrapport 2020 dat Defensie voor de overige voorschotten niet altijd gemotiveerd kon aangeven of voorschotten die al enkele jaren openstaan terecht nog niet waren verrekend, zijn ook in 2021 halfjaarlijkse analyses uitgevoerd. Door deze halfjaarlijkse analyses heeft Defensie nu een beter inzicht in de openstaande voorschotten en kan actie worden ondernomen op de voorschotten die niet terecht open staan. Voor de niet terecht openstaande voorschotten worden verrekendossiers opgesteld, zodat deze voorschotten kunnen worden verrekend. Deze werkwijze is en blijft ingebed in de reguliere bedrijfsvoering.

Om de verstorende werking van valutaschommelingen op de Defensiebegroting tegen te gaan, hebben het ministerie van Defensie en het ministerie van Financiën in 2020 de afspraak gemaakt dat mee- en tegenvallers als gevolg van valutaontwikkelingen niet langer als niet-plafondrelevante mutaties worden verwerkt, maar dat deze direct ten gunste of ten laste van het EMU-saldo komen. In 2021 is deze valuta afspraak verder uitgewerkt. Deze uitwerking heeft ertoe geleid dat Defensie per 1 april 2021 is gestopt met het afsluiten van nieuwe valutatermijncontracten en dat het Agentschap der Generale Thesaurie (AGT) van het ministerie van Financiën nu voorziet in aanschaf van dollars voor Defensie. Daarnaast is medio 2021 besloten om de valuta afspraak uit te breiden met de instandhoudingsuitgaven, waarvan vaststaat dat die in vreemde valuta worden betaald. De valuta afspraak zorgt ervoor dat het DMF minder gevoelig is voor valutaschommelingen.

Er zijn in 2021 geen meldingen gedaan van integriteitsincidenten (inclusief fraude) met significante financiële gevolgen voor het Rijk. Er is wel een aantal meldingen geweest van diefstal van kasgeld, maar deze hadden een beperkte financiële omvang (totaal circa € 5.200). Op deze meldingen is actie ondernomen en is, indien dit noodzakelijk bleek, aangifte gedaan bij de Koninklijke Marechaussee. In 2021 is ook gebleken dat het raamwerk van administratieve organisatie en interne beheersmaatregelen, dat is ingericht om fraudegevallen tegen te gaan, werkt. Zo is een poging tot identiteitsfraude door het Financieel Administratie en Beheer Kantoor (FABK) vroegtijdig onderkend waardoor er geen schade voor Defensie is opgelopen.

Frauderisico’s maken integraal onderdeel uit van de risicoanalyse waarop het raamwerk van administratieve organisatie en interne beheersmaatregelen van de bedrijfsprocessen is ingericht. Vanaf 2022 zal Defensie bezien of aanvullende maatregelen als gevolg van de frauderichtlijn van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants nodig zijn.

Materiële bedrijfsvoering

In 2021 heeft Defensie gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van het materieelbeheer. Het proces rondom het afdoen van telverschillen is geactualiseerd, er is tevens gewerkt aan het digitaliseren van de MKM, zodat het materieelbeheer in de toekomst digitaal en datagedreven gemonitord kan worden. Er zijn ook meer analyses op de uitkomsten van de checklisten gedaan en er is een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd.

De kwaliteit van het materieelbeheer wordt gevolgd via de monitor kwaliteit materieelbeheer, waarvoor de defensieonderdelen zelf checklisten invullen. De norm hierbij is dat bij minimaal 80% van de eenheden op het derde niveau (eenheden van de defensieonderdelen), de kwaliteit van het beheer van alle materieelsoorten en opslagvormen minimaal 80% scoort. Over 2021 is voor de categorie Niet-gevoelig Materieel – Inventaris (79%) niet voldaan aan deze norm.

Oorzaken voor het niet voldoen liggen in het niet of onvoldoende uitvoeren van voorgeschreven beheermaatregelen zoals tellingen en afdoen van telverschillen en het afdoen hiervan in SAP. Ook blijkt dat niet bij alle opslaglocaties wordt voldaan aan de infrastructurele eisen.

Bevindingen uit controles moeten worden opgenomen en gemonitord via de verbeterplannen van de defensieonderdelen en worden centraal besproken. Gebleken is dat er verbetering mogelijk is in het SMART formuleren van verbeterpunten.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

Defensie kent een stabiele en specifieke subsidieportefeuille. Op grond van de Regeling Vaststelling Aanwijzingen voor subsidieverstrekking van 2012 is ieder departement verplicht om een (intern) overzicht bij te houden van misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) bij subsidieverstrekking. Als toevoeging hierop sluit Defensie aan bij de centrale interdepartementale verwijsindex om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies tegen te gaan. Door middel van deze interdepartementale verwijsindex kan informatie over misbruik en oneigenlijk gebruik sinds 2020 tussen departementen worden uitgewisseld. Dit gebeurt op aanvraag en met inachtneming van relevante privacywetgeving.

Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer

Onvolkomenheid (de)centraal voorraadbeheer munitie

De Algemene Rekenkamer (AR) heeft aan Defensie vier jaar op rij een onvolkomenheid op munitiebeheer gegeven. In de jaren 2017, 2018 zijn op centraal niveau en vanaf 2019 ook op decentraal niveau onder meer afwijkingen geconstateerd op het gebied van de administratie van de voorraden bij de defensieonderdelen. In 2020 zag de AR weliswaar lichte verbetering in de administratie van de centrale en decentrale voorraad munitie maar ook een tekortkoming bij de marine in Den Helder. De onvolkomenheid bleef bestaan en er werden vier aanbevelingen gedaan:

  • 1. Om de maatregelen uit het verbeterplan van de marine door te voeren en van afgeronde verbeteracties na te gaan of die in de praktijk worden gebracht;

  • 2. Om de munitiebeheerders van de centrale en decentrale voorraden volgens de regels te laten handelen en volgens de geldende procedures en instructies te laten werken;

  • 3. Om de tekortkomingen uit de self assessments van de Monitor Kwaliteit Materieelbeheer (MKM) te analyseren, hierop gerichte beheersmaatregelen te treffen en zelf de kwaliteit van de MKM te toetsen;

  • 4. Om voor alle krijgsmachtonderdelen tezamen een eindverantwoordelijke voor de munitieketen te benoemen.

De marine heeft in 2021 verbetermaatregelen genomen die na een eerste afloopcontrole door de ADR als voldoende zijn beoordeeld.

Om de munitiebeheerders van de centrale en decentrale voorraden conform de regelgeving te laten handelen en volgens de vigerende procedures en instructies te laten werken zijn in 2021 diverse trajecten verder opgepakt en/of gestart. Begin 2021 werd een door de ADR in opdracht van Defensie uitgevoerd onderzoek naar oorzaken waarom tellingen niet goed worden uitgevoerd uitgebracht. Hieruit bleek dat het om een breed scala aan oorzaken ging die ook een relatie hadden met het advies van de AR. Oorzaken varieerden van onbekendheid met de instructies en procedures en onduidelijkheid in regelgeving, personele capaciteit en lacunes in deskundigheid (kennis van SAP, productkennis en ervaring) en aandacht voor het materieelbeheer bij commandanten. Deze worden in breder verband opgepakt. Voor specifiek het munitiedomein zijn bij de overgang van de administratie van munitie naar SAP beheerderstrainingen gegeven, is de begeleiding van munitiebeheerders geïntensiveerd, zijn er meer tussentijdse en eindcontroles uitgevoerd en zijn procedures (mandatering) verbeterd. Via presentaties in diverse overleggen op staf niveau is inmiddels al aandacht gevraagd voor het materieelbeheer. Dit zal in 2022 verder voortgezet worden.

De defensieonderdelen is gevraagd om twee keer per jaar over de uitkomsten van de MKM te analyseren en hierover te rapporteren. Overigens betreft de MKM het hele materieelveld en is daarmee breder dan alleen het munitieveld. Jaarlijks dient op 1 september minimaal de helft van de checklisten MKM ingevuld te zijn en aan het eind van het jaar alle checklisten. Dat zijn de momenten waarop analyses kunnen worden uitgevoerd op de uitkomsten. De analyses moeten inzicht geven in de aard en omvang van knelpunten, wat er door het defensieonderdeel zelf opgepakt wordt en wat er eventueel vanuit Den Haag opgepakt moet worden omdat er sprake is van knelpunten in beleid of in de inrichting van de processen of anderszins. Om de analyses te vereenvoudigen is in 2021 gestart met een digitaliseringsproject om de kwaliteit van het materieelbeheer (near) realtime te volgen. De eerste resultaten hiervan worden in het najaar 2022 verwacht.

Aan de wens van de AR om een eindverantwoordelijke voor de munitieketen te noemen is eerder aangegeven dat dit geschiedt conform de topstructuur van Defensie. Daarbij wordt een duidelijker onderscheid in de verantwoordelijkheden voor enerzijds beleid en anderzijds voor de (aansturing van de) uitvoering gemaakt. Alle bovenstaande activiteiten worden daarom actief gemonitord en afgestemd in een driehoeksoverleg tussen de DG Beleid, de Monitor Munitiedomein (Defensiestaf) en het Defensie Munitiebedrijf.

Onvolkomenheid Inkoopbeheer

In 2021 zijn de instrumenten en randvoorwaarden om de resterende beheersmaatregelen voor het inkoopbeheer te implementeren in de systemen en bedrijfsvoering gerealiseerd. Het betreft de beheersmaatregelen uitvoeren van spendanalyses die achteraf inzicht in de rechtmatigheid en doelmatigheid van verrichte inkopen geven en het als Defensie zelf de juistheid en de volledigheid van het contractenregister toetsen. De inrichting en uitrol van de maatregelen vindt in 2022 verder zijn beslag.

Onvolkomenheid Vastgoedmanagement

In het Verantwoordingsonderzoek 2020 is een ernstige onvolkomenheid geconstateerd met betrekking tot het inzicht en overzicht in de totale vastgoedportefeuille in combinatie met tekortkomingen in de processen van vastgoedmanagement. Los van de ernstige onvolkomenheid heeft de AR geconstateerd dat de financiële dekking van het onderhoud en de revitalisering met prioriteit moeten worden opgepakt en dat er aan de norm voor brandveilig gebruik van gebouwen moet worden voldaan.

In 2021 is het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Vastgoed Defensie (IBO) gepubliceerd. Eerder ontwikkelde handelingsperspectieven zijn ingebracht in dit IBO. Het IBO bevestigt dat het defensievastgoed onvoldoende op orde is. Eén van de knelpunten is de disbalans tussen de omvang van de vastgoedportefeuille en het beschikbare budget. Om te komen tot een doelmatige, toekomstvaste, duurzame, compliant en structureel betaalbare vastgoedportefeuille is grootschalig ingrijpen noodzakelijk. Vanuit deze achtergrond stuurt Defensie aan op een reductie van 35-40% in exploitatiekosten van de vastgoedportefeuille. Daarnaast zet Defensie in op verdere doorontwikkeling van het vastgoedmanagement.

Visie op vastgoed Bij het inzetten van deze transitie naar een structurele en goed gemanagede portefeuille blijkt de huidige vastgoed investeringsbegroting daarvoor onvoldoende te zijn. Dit doordat regelmatig urgente niet geplande instandhoudingsmaatregelen aan het vastgoed noodzakelijk zijn om de bedrijfsvoering op defensielocaties zeker te stellen. De kosten van deze maatregelen verdringen andere uitgaven, zoals investeringen in het structureel op orde brengen van het vastgoed.

Op 26 maart 2021 is vanwege de topprioriteit van deze uitdaging besloten om de besturing vorm te geven in een aparte programmastructuur. Vanaf dat moment zijn maandelijkse stuurgroepen onder voorzitterschap van de SG gehouden. In de stuurgroep van 21 juni is een interne verkenning van Defensie naar de mogelijkheden om de portefeuille te concentreren, te verduurzamen en te vernieuwen goedgekeurd.

Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van een portefeuillevisie, waarbij verder wordt gebouwd op het Strategisch Vastgoedplan uit 2019 en waarin recente ontwikkelingen in het vastgoed én Defensiebrede ontwikkelingen zoals de Defensievisie 2035 worden meegenomen. Er is daarnaast gestart met het door ontwikkelen van een model om de financiële consequenties van keuzes in de portefeuille door te rekenen.

Besturen bij Defensie en sturen op vastgoed Begin februari 2021 is het nieuwe besturingsmodel bij Defensie (BBD) vastgesteld. Dit is in 2021 deels geïmplementeerd en wordt in 2022 verder geïmplementeerd. Binnen dit implementatietraject is er een apart spoor voor vastgoed ingericht. Binnen dit spoor wordt intern Defensie gewerkt aan gedrag & werkwijze, organisatie & overlegstructuren, hoofdprocessen, sturingsinformatie (KPI’s), mandaten en vaardigheden.

Defensie en het RVB hebben op basis van de eerdere evaluatie van het opdrachtgeversconvenant (afgerond in 2020) in 2021 gewerkt aan verdere verbetering van de opdrachtgever-opdrachtnemer relatie. Dit heeft geleid tot samenwerking eerder in de vastgoedketen met als voorbeelden het aansluiten van het RVB bij Defensie overleggen en betrokkenheid van het RVB bij het opstellen van projectvoorstellen. Verder zijn op alle niveaus in de organisaties aanpassingen in de overlegstructuur doorgevoerd. Tot slot is het proces om te komen tot de jaaropdracht aangepast. Als gevolg hiervan is de jaaropdracht meer een gezamenlijk product geworden.

Informatievoorziening In december 2021 heeft het Rijksvastgoedbedrijf de opdracht voor het ontwikkelen van een Rijksbreed onderhoudsmanagementsysteem (OMS) definitief gegund en de verwachting is dat begin 2022 met de implementatie begonnen kan worden. Dit systeem zal ook de kwaliteit van de informatievoorziening aan Defensie geleidelijk verbeteren.

Om de periode tot volledige implementatie van het OMS te overbruggen maakt Defensie gebruik van diverse interim-oplossingen. Defensie leunt hierbij zowel op informatie van het Rijksvastgoedbedrijf als op eigen informatie.

Tevens is er naar aanleiding van het Strategisch Vastgoedplan 2019 gewerkt aan het moderniseren van normen en is er in 2021 een Taskforce in het leven geroepen die gebruik en bezetting van defensievastgoed onderzoekt. Tot slot is eind 2021 de vijfjaarlijkse kwaliteitsmeting afgerond.

Naleving brandveilig gebruik Met betrekking tot brandveiligheid is de ‘Aanwijzing Brandveilig gebruik’ in maart 2021 vastgesteld en verspreid onder de defensieonderdelen. In november 2021 is de tweede herziene versie als CDS-instructie gepubliceerd. Commandanten zijn verzocht toe te zien op naleving van deze instructie en hierover te rapporteren conform de bestaande rapportagemethodiek. In de Aanwijzing Business Control Defensie zal een rapportageparagraaf over naleving van de instructie worden opgenomen.

Tot slot zijn specifiek voor de opvolging van de constateringen van de Algemene Rekenkamer een projectleider en -secretaris aangesteld. Onder hun leiding werkt een team van vastgoedexperts van Defensie en het RVB, aangevuld met externe ondersteuning, aan het doorontwikkelen van vastgoedmanagement. Dit team is in 2021 gestart en zal haar werkzaamheden in 2022 voortzetten.

Met ingang van september 2021 wordt halfjaarlijks aan de Tweede Kamer gerapporteerd in de vorm van een stand van zakenbrief met betrekking tot defensievastgoed. In 2022 wordt bij de publicatie van het jaarverslag 2021 de volgende stand van zakenbrief aan de Kamer gepresenteerd.

Onvolkomenheid Autorisatiebeheer

In 2021 is verder gewerkt aan maatregelen om de onvolkomenheid autorisatiebeheer weg te werken voor het materieel-logistieke domein. De activiteiten uit het plan van aanpak worden stapsgewijs gerealiseerd. Het aantal functiescheidingsconflicten is op een vergelijkbaar niveau als vorig jaar. Personele ondervulling is hiervan een belangrijke oorzaak. Aanpassing van de huidige autorisatieopzet vindt beperkt plaats, ingezet wordt op een geactualiseerde autorisatieopzet in verband met de transitie naar SAP4/HANA.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voortgang opgeloste onvolkomenheid IT-beheer

De onvolkomenheid GRIT is opgelost met de ondertekening van het contract op 30 december 2020. Conform de toezegging van de staatsecretaris van Defensie zal er door de ADR in 2022 een vraaggestuurd onderzoek plaatsvinden op de beheersing van GrIT.

Een algemeen aandachtspunt betreft monitoring, patchmanagement en wijzigingenbeheer en personele capaciteit. Hieraan wordt blijvend aandacht besteedt door o.a. projectmatig de patchlevels op een juist niveau te brengen, maar ook door implementatie van maatregelen uit het rapport Defensie Duurzaam Digitaal gericht op het oplossen van personele tekorten.

Risico’s Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD)

In navolging van aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de risico’s in de bedrijfsvoering van de MIVD. De geconstateerde risico’s zijn de verankering van de Wet Inlichtingen en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017), personele vulling, IT en huisvesting.

De verankering van de Wiv 2017 in de werkprocessen blijft een speerpunt van de dienst en zal naar verwachting nog meerjarig inspanning vereisen, vooral wegens de IT-achterstand bij de dienst. Er wordt gewerkt aan een voorstel tot wijziging van de Wiv 2017 waarin de aanbevelingen van de evaluatiecommissie Jones-Bos, als ook de bevindingen van het in 2021 gepubliceerde rapport Slagkracht van de AR worden meegenomen in het wijzigingsvoorstel. De MIVD en de AIVD voeren een uitvoeringstoets uit op deze nieuwe wet, waarmee de impact op het werk van de diensten en de capaciteit voor succesvolle implementatie in kaart wordt gebracht. Rechtmatige gegevensverwerving en verwerking is een topprioriteit voor de MIVD. Ondanks de voortgang blijven de uitdagingen groot. Vanaf 2022 breidt de MIVD de capaciteit voor versteviging van deze keten, waaronder compliance- en riskmanagement, verder uit.

De formatie en de personele vulling van de MIVD namen ook in 2021 toe. Ingezet wordt op behoud en verdere vulling, waarbij kwaliteit het uitgangspunt is. Moderne IT en informatiebeveiliging zijn voor de MIVD van vitaal belang. De MIVD werkt stapsgewijs en meerjarig naar het einddoel: het genereren van toekomstbestendig vermogen om dreigingen in een hoogtechnologische omgeving te kunnen onderkennen en pareren, terwijl voldaan kan worden aan de hoge eisen op het gebied van Wiv, compliance en verantwoording. Vanuit de motie-Hermans heeft de dienst een intensivering van 15 miljoen structureel vanaf 2022 e.v. ontvangen om een stap te maken in het wegwerken van IT achterstanden. Met betrekking tot de huisvesting wordt geïnvesteerd in het accommoderen van de groei en het verbeteren van de bestaande infrastructuur. Daarnaast zijn afgelopen periode de mogelijkheden onderzocht voor huisvesting van beide diensten op twee locaties, waarbij versterking van de samenwerking tussen beide diensten leidend is.

6.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

1. Grote lopende ICT-projecten

In 2021 zijn er vijf nieuwe projecten gepubliceerd op het Rijks ICT-dashboard. In 2022 zullen er twee nieuwe projecten gepubliceerd worden over het jaar 2021. Afgelopen jaar is er één toets van het Adviescollege ICT-toetsing geweest. Het programma GrIT is opnieuw getoetst. Over het rapportage jaar 2020 zijn in 2021 negen projecten gepubliceerd. Over uitvoeringsrisico's en privacyrisico's van deze projecten wordt gerapporteerd in afzonderlijke rapportages aan de Tweede Kamer.

2. Gebruik open standaarden en open source software

Het beleid inzake open standaarden en open source-software wordt zoveel mogelijk gevolgd.

3. Betaalgedrag

Bij Defensie is sprake van een gecompliceerde keten van aanvragen van een bestelling tot en met betaling met veel koppelvlakken tussen inkoop, logistiek en financiën. Defensie heeft over 2021 94,0% van de facturen tijdig betaald. Dat is ruim hoger dan de harde norm van 90%, maar iets lager dan de streefnorm waarbij 95% van alle facturen binnen 30 dagen na ontvangst van de factuur moeten zijn betaald. Het percentage over 2021 is aanzienlijk hoger dan de score van 89,6% over het begrotingsjaar 2020. De hoofdoorzaken die hebben bijgedragen aan de sterke stijging zijn:

  • Een betere monitoring door defensieonderdelen met behulp van de «Monitor Logistieke Facturen» waarin alle geblokkeerde facturen met reden zichtbaar zijn. Een aantal defensieonderdelen heeft robotisering ingezet om de verantwoordelijke medewerkers via een mail op een benodigde actie te wijzen;

  • Functionarissen in de keten van behoeftestelling tot betaling weten steeds beter wat er van hun wordt verwacht, mede door uitleg en advies van FABK aan spelers werkzaam in een eerdere fase van de keten;

  • Incidenten worden in toenemende mate door FABK en meerdere ketenspelers structureel opgelost zoals afstemming met de leverancier over verkeerd aangeleverde facturen.

Voor 2022 verwacht Defensie de norm betaalgedrag te kunnen vasthouden door een verdere toename van het percentage E-facturen, dat in 2021 inclusief het agentschap Paresto uitkomt op 62,0% (inclusief het agentschap Paresto) en verdere stappen op het vlak van robotisering waarvoor diverse testfases in 2021 hebben plaatsgevonden.

4. Audit Comité

Er heeft in 2021 geen evaluatie van het Audit Comité plaatsgevonden.

5. Departementale checks and balances

Om de inzet en kwaliteit van het instrument subsidie te bewaken en te verbeteren conform de Regeling defensiesubsidies, beoordeelt de betreffende directie in hoeverre de gesubsidieerde activiteit bijdraagt aan haar beleidsdoelstellingen. Ook is er sprake van een toets op doelmatigheid en rechtmatigheid door de verantwoordelijke control organisatie. Uniformiteit in de totale subsidie portefeuille van Defensie en aansluiting bij wet- en regelgeving, waaronder het Uniform Subsidiekader (USK) en het raamwerk uitvoering subsidies (RUS), vormen hierbij de te toetsen elementen. Dit leidt tot een afgestemde risicoanalyse inclusief specifieke beheersmaatregelen die de basis vormt voor het al dan niet positief adviseren aan de uitvoerende autoriteit. Binnen de subsidieportefeuille wordt nadrukkelijk toegezien op naleving van de vijfjaarlijkse evaluaties conform Awb art. 4.24. In dit kader is in 2021 de evaluatie van het Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen afgerond. Onderwerp van onderzoek zijn de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, de doelmatigheid en de vraag of subsidie het juiste instrument is om het defensiebeleid uit te voeren. Voor 2022 staan de evaluaties van negen subsidies gepland.

6. Normenkader Financieel Beheer

Er hebben in 2021 geen wijzigingen plaatsgevonden.

7. Beheer NGF-projecten

Niet van toepassing voor Defensie.

8. Bedrijfsvoeringsrisico’s en/of problemen als gevolg van COVID-19

Om een veilige werkomgeving voor werknemers te kunnen garanderen, hebben er sinds het begin van de COVID-19 pandemie grote veranderingen plaatsgevonden binnen de bedrijfsvoering van Defensie en daarmee ook grote gevolgen gehad.

Om de ontwikkelingen rondom de pandemie dagelijks te volgen, richtlijnen op te stellen, adviezen en antwoorden op vragen te kunnen geven, moesten experts worden vrijgemaakt van hun reguliere werkzaamheden. Nu COVID-19 blijvend blijkt te zijn en andere pandemieën te verwachten zijn, zal een oplossing hiervoor gevonden moeten worden in de vorm van dedicated capaciteit waar deze taken belegd kunnen worden.

Thuiswerken is voor een gedeelte van de defensiemedewerkers een structureel onderdeel geworden van de werkweek. De ICT-infrastructuur moest worden aangepast om digitaal werken op een grotere schaal te faciliteren. Defensie beschikte hiervoor al over goedgekeurde middelen voor de ondersteuning van thuiswerken met departementaal vertrouwelijk (DepV) gerubriceerde informatie, maar heeft dit snel opgeschaald (met name via gebruik van de Telestick). Met een tijdelijke goedkeuring van de Beveiligingsautoriteit wordt Teams gebruikt voor video-vergaderen (VTC), en kan hiermee ook DepV audio en video worden gedeeld. Documenten moeten nog steeds worden gedeeld middels MULAN. Voor interdepartementale afstemming kan gebruik worden gemaakt van een externe applicatie (WEBEX). De nieuwe manier van werken vraagt, meer nog dan vroeger, een hoog niveau van cyber-/informatiebeveiligingsbewustzijn bij alle medewerkers op alle niveaus. Het heeft niet geleid tot incidenten afgelopen jaar.

Thuiswerken heeft het afgelopen jaar geen tot weinig aantoonbare invloed gehad op de continuïteit van de bedrijfsvoering. Thuiswerken bood de mogelijkheid tot een betere werk/privébalans, efficiëntere tijdsindeling en minder reisbewegingen, maar kende ook negatieve psychosociale gevolgen voor defensiepersoneel, zoals eenzaamheid, en in sommige gevallen een verhoogde werkdruk. 2e en 3e orde effecten van toenemend thuiswerken (nog meer beeldschermwerk, ook door Teams vergaderen, effect op ogen door nog meer beeldschermwerk, zithouding, combinatie met partner en kinderen etc.) zijn nog niet bekend en zullen in kaart gebracht moeten worden. Ook ‘ziek zijn’ lijkt minder gerapporteerd te worden, waarbij het de vraag is of er daadwerkelijk minder zieken zijn of dat men het niet meldt.

Voor het overgrote deel van de krijgsmacht is op afstand werken geen optie, omdat men geen kantoor werk doet en/of werkt met gerubriceerd materiaal. Er zijn gedurende het jaar diverse maatregelen getroffen om het werken binnen de veranderende COVID-maatregelen toch mogelijk te maken. Facilitaire dienstverleners gaven aan dit onder controle te hebben en uit intern onderzoek bleek dat in 2021 60% van de werknemers zich op hun standplaats aan de richtlijnen kon houden. Activiteiten gerelateerd aan gereedstelling en inzet zijn vrijgesteld van een deel van de COVID-maatregelen. Op basis van een risicoanalyse beoordeelt de commandant samen met de medisch adviseur wat de passende mitigerende maatregelen zijn in deze specifieke situaties.

6.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

1. Defensie Open op orde

Het Programma Defensie Open op Orde (DOO) is een directe opvolging van de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag. Het programma implementeert de Rijksbrede maatregelen bij Defensie, met de focus op informatiehuishouding en transparantie. Het programma kent een duidelijke link met de Defensievisie 2035 (transparant en zichtbaar zijn, bereiken van een gezaghebbende informatiepositie).

Met het op orde krijgen van de informatiehuishouding bij Defensie wordt informatie gestuurd werken (IGW) mogelijk, als ruggengraat voor informatie gestuurd optreden (IGO). Het programma draagt bij aan een beter informatiebeeld, zowel in de bedrijfsvoering als bij operaties. Ook deel van DOO is informatieverstrekking: het actief, passief en vrijwillig openbaar maken van informatie over activiteiten en besluitvorming bij Defensie (compliance met de Wet Open Overheid). Uiteraard is informatie die om veiligheidsredenen niet verstrekt kan worden hiervan uitgesloten.

Het jaar 2021 stond in het teken van de start met het programma: er werd een programmaplan opgesteld, met activiteiten en investeringen voor de periode 2021-2026. Eerste concrete resultaten waren onder meer het realiseren van web-archivering (Defensie internetsites) en faciliteren van een digitale oplossing om WOB-verzoeken efficiënter te kunnen behandelen. Daarnaast vond de start plaats van een pilot, om het actief openbaar maken van documenten bij de Landmacht te verkennen.

2. Elektronisch patientendossier

Defensie heeft op 25 juni 2021 een nieuw elektronisch patiënten dossier (EPD) voor haar eerstelijnsgezondheidszorg in gebruik genomen. Tegelijk met de invoering van dit nieuwe EPD heeft de eerstelijnsgezondheidszorg ook een groot deel van de zorgprocessen overeenkomstig de civiele eerste lijnsgezondheidszorg ingericht.

Met het nieuwe EPD en de hierop aangepaste werkwijze heeft Defensie een belangrijke voorwaarde voor verbetering van de militaire gezondheidszorg gerealiseerd. Relevante zorgprocessen zijn vernieuwd, de zorgverleners worden beter ondersteund, patiënten hebben toegang tot een portaal waarin ze onder andere hun dossier in kunnen zien, de gegevensuitwisseling met het Centraal Militair Hospitaal (CMH) en civiele zorgverleners is verbeterd en er wordt voldaan aan wet- en regelgeving.

Defensie verwacht daarmee beter te kunnen voldoen aan haar zorgverantwoordelijkheden, een betere zorgkwaliteit te kunnen gaan leveren en beter voorbereid te zijn op de diverse ontwikkelingen in de reguliere en operationele zorg. Met dit nieuwe EPD is een belangrijke aanbeveling van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) opgevolgd (Kamerstuk 35 300 X, nr. 67).

Dit is het resultaat van het project DELIGHT waarin meerdere onderdelen van Defensie met externe dienstverleners nauw en constructief hebben samengewerkt. Het nieuwe EPD is een bewezen standaard toepassing uit de civiele eerstelijnszorg, die voor Defensie is ingericht. Enkele voor Defensie specifieke functionaliteiten zijn apart buiten de standaard toepassing gerealiseerd.

Het project DELIGHT maakt onderdeel uit van het vernieuwingsprogramma Smart Band-Aid waarin Defensie de informatievoorziening van zowel de reguliere als de operationele gezondheidszorg verbetert en voorbereidt op de toekomst.

3. Energietransitie

In het notaoverleg energietransitie (Kamerstuk 34 895, nr. 8) is toegezegd de realisatie van doelstellingen op het gebied van energietransitie te rapporteren, waarover voor het eerst in het Jaarverslag Ministerie van Defensie 2019 (Kamerstuk 35 470 X, nr. 1) is gerapporteerd.

In 2020 is het Plan van aanpak energietransitie Defensie (Kamerstuk 34 919, nr. 74) aangeboden. Dit plan is gevraagd tijdens het overleg over de initiatiefnota van het lid Belhaj (Kamerstuk 34 895, nr. 8) en is toegezegd in de Defensie Energie en Omgevingsstrategie 2019-2022 (DEOS) (Kamerstuk 33 763, nr. 152).

Conform het plan van aanpak is in 2021 gewerkt aan het inzicht krijgen in verduurzamingsmogelijkheden binnen Defensie. Er zijn studies uitgevoerd zoals het in kaart brengen van onze CO2-footprint en is een roadmap voor verdere verduurzaming van operationeel materieel opgesteld.

Tevens zijn de exogene financieringsmogelijkheden onderzocht en is aansluiting gezocht op klimaatgelden. Bij de rijksbrede besluitvorming over de Begroting 2022 zijn additionele financiële middelen vrijgemaakt voor het plaatsen van zonnepanelen op Defensievastgoed en specifieke verduurzamingsmaatregelen zoals het uitbreiden van het bestaande warmtenet binnen het vastgoedcluster Den Helder, aansluiting op een nog te realiseren warmtenet, het verbeteren van energiemanagement voor het vastgoed en het vervangen van oude verwarmingssytemen voor nieuwe duurzamere varianten (minimaal HR, waar mogelijk hybride).

Net als in 2020 is ook in 2021 biobrandstof voor rijdend materieel structureel ingezet (20%). Aansluitend zijn voorbereidingen getroffen om in 2022 structureel 10% biobrandstof te gebruiken bij het varend materieel. Op dit moment worden de opties onderzocht om vanaf 2025 biobrandstoffen in te zetten voor vliegend materieel.

Voor ons vastgoed ontwikkelen we nieuwe energieplannen als onderdeel van het ingezette revitaliseringprogramma vastgoed Defensie. Zoals bij de Bernhardkazerne, waar de energieplannen in samenwerking met de omgeving worden uitgewerkt voor de uitvoering vanaf 2022. Ook zijn pilots opgesteld voor het versneld verduurzamen van ons vastgoed.

In 2021 zijn de randvoorwaarden zoals stroomvoorzieningen onderzocht voor het kunnen vervangen van 400-500 dienstvoertuigen door nul-emissie voertuigen. Hiermee leveren we een eerste bijdrage aan de klimaatakkoord doelstelling voor een nul-emissie wagenpark van de Rijksoverheid.

In 2021 zijn voorbereidingen getroffen om in 2022 een pilot uit te voeren met vijftien waterstofpersonenauto’s. Bij de energierapportage over 2022 zal dan ook het waterstofverbruik als nieuwe energiebron worden toegevoegd.

In de DEOS is een overzicht van energieverbruik toegezegd vanaf rapportagejaar 2019 (nulmeting). Met onderstaande rapportage geven we hieraan invulling. De geïnventariseerde en geanalyseerde energiegegevens betreffen zowel de brandstoffen voor vliegen, varen en rijden van defensiematerieel als elektriciteit en gas voor het vastgoed op kazernes, haven- en luchtvaartterreinen en de hierbij gepaard gaande activiteiten.

Meet- en monitorproces

Om analyses te kunnen maken en gerichte maatregelen te kunnen treffen om het energieverbruik te verminderen werkt Defensie aan verbeteren van het meet- en monitoringsproces. Gelet op de omvang van de defensieorganisatie en diversiteit en geografische spreiding van defensieactiviteiten is het meten, analyseren en rapporteren van energieverbruik een complex vraagstuk. Zo moet voor het verzamelen van de brandstofgegevens geput worden uit verschillende bestanden. Dit omdat brandstof uit verschillende aanvoerlijnen wordt afgenomen, zowel binnen Nederland als in het buitenland. Niet al deze bestanden zijn geschikt voor data-analyse. Waar nodig worden aannames gedaan en met kengetallen gerekend. De gegevens over elektriciteit en gas zijn per defensieobject (kazerne, luchtvaart- of haventerrein) goed inzichtelijk. Verbruik op gebouwniveau en eventueel procesgebonden verbruik in bijvoorbeeld werkplaatsen is slechts beperkt inzichtelijk.

In 2022 zullen stappen worden gezet om dit monitoringsproces verder te verbeteren zodat analyses van brandstofverbruik gerichter en eenvoudiger kunnen plaatsvinden. Daarbij wordt gewerkt aan een groeipad om in de toekomst op wapensysteemniveau het energieverbruik actueel te kunnen monitoren.

Verbruik

Het totale energieverbruik van roerende en onroerende goederen van Defensie in 2021 is gelijk aan 7.098 terajoule. Dit is vergelijkbaar met het totale energieverbruik van de stad Delft. De totale directe CO2-emissie door het verbruik van brandstoffen (inclusief gas) is 0,375 megaton. In onderstaande figuren is de verdeling over roerende en onroerende goederen en voor de roerende goederen per brandstofsoort gegeven.

Het totale energieverbruik is met ruim 8% gedaald ten opzichte van de rapportage in 2020. Deze daling is grotendeels toe te schrijven aan de daling van het brandstofgebruik van roerende goederen.

Onroerende goederen

Via het vastgoed is het afgelopen jaar 3.047 terajoule verbruikt aan gas en elektriciteit. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,279 megaton. Defensie koopt echter 100% groene stroom in van Europese oorsprong, waarmee de uitstoot van het defensievastgoed op het conto komt van het aardgasverbruik. Dit is 0,099 megaton en is daarmee gestegen ten opzichte van 2020. Wanneer wordt gekeken naar correctie door middel van graaddagen is het gasverbruik gedaald met 1,3%. Deze daling in gasverbruik is grotendeels toe te schrijven aan de daling van gasverbruik in Den Helder.

In 2021 is met zon en windenergie ongeveer 40 terajoule in eigen beheer duurzaam opgewekt. Dit is 3% van ons totale elektriciteitsverbruik, hetgeen een daling is ten opzichte van 2020. De belangrijkste reden hiervoor is dat door blikseminslag een windmolen een aantal maanden buiten werking moest worden gesteld. De levering van groen gas in 2021 is helaas vanwege langere contractvoorbereiding van het Rijksvastgoedbedrijf uitgesteld naar 2022. De CO2-emissie van vastgoed van Defensie gaat met de levering van groen gas in de komende jaren dalen.

De aangekochte hoeveelheid elektriciteit is in 2021 met 5,6% gestegen. Deze stijging is deels toe te schrijven aan een verminderde levering van windenergie.

Roerende goederen

Defensie heeft in 2021 wereldwijd in totaal circa 103,7 miljoen liter brandstof verbruikt voor rijdend, varend en vliegend materieel. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,36 megaton, hetgeen resulteert in een daling van 18% ten opzichte van vorig jaar.

Het brandstofverbruik van het rijdend materieel is nagenoeg gelijk gebleven. Vooral het gebruik van brandstof voor het varend en vliegend materieel is gedaald. Voor varend materieel is de oorzaak te vinden in het feit dat Zr. Ms. Karel Doorman, Zr. Ms. Johan de Witt en Zr. Ms. Rotterdam in 2021 ten opzichte van 2020 substantieel minder vaardagen hadden. Het brandstofverbruik van deze schepen is vanwege hun omvang van grote invloed op het totale brandstofverbruik van varend materieel. Voor vliegend materieel is een daling van ruim 20% toe te schrijven aan een minder hoge operationele inzet in 2021.

Figuur 7 Verbruik 2021 roerend/onroerend goed (%)

Figuur 8 Verbruik 2021 roerend per brandstofsoort (%)

C. JAARREKENING

7 7 Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 18 Departementale verantwoordingsstaat 2021 van het Ministerie van Defensie (X)1 (Bedragen x € 1.000)
  

(1)

  

(2)

  

(3)=(2)-(1)

 

Artikel Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en

     

vastgestelde begroting

 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

          

TOTAAL

15.540.716

11.631.696

160.097

12.221.391

12.094.802

166.534

‒ 3.319.325

463.106

6.437

          

Beleidsartikelen

5.235.423

5.263.450

152.369

5.455.982

5.336.825

130.083

220.559

73.375

‒ 22.286

          

1. Inzet

179.626

207.375

2.907

137.128

165.233

6.739

‒ 42.498

‒ 42.142

3.832

2. Koninklijke Marine

797.314

797.314

10.796

1.027.350

826.570

17.682

230.036

29.256

6.886

3. Koninklijke Landmacht

1.383.777

1.383.777

10.375

1.402.622

1.368.103

5.968

18.845

‒ 15.674

‒ 4.407

4. Koninklijke Luchtmacht

664.006

664.284

12.032

610.043

701.884

14.487

‒ 53.963

37.600

2.455

5. Koninklijke Marechaussee

463.056

463.056

4.376

501.168

501.803

8.199

38.112

38.747

3.823

7. Defensie Materieel Organisatie

597.449

597.449

43.405

538.836

558.831

18.830

‒ 58.613

‒ 38.618

‒ 24.575

8. Defensie Ondersteuningscommando

1.150.195

1.150.195

68.478

1.238.835

1.214.401

58.178

88.640

64.206

‒ 10.300

          

Niet-beleidsartikelen

10.305.293

6.368.246

7.728

6.765.409

6.757.977

36.451

‒ 3.539.884

389.731

28.723

          

9. Algemeen

162.600

162.600

0

172.023

172.522

2.053

9.423

9.922

2.053

10. Apparaat Kerndepartement

1.627.606

1.627.606

7.728

1.537.856

1.529.925

34.398

‒ 89.750

‒ 97.681

26.670

11. Geheim

15.068

15.068

0

14.724

14.724

0

‒ 344

‒ 344

0

12. Nog onverdeeld

51.629

51.629

0

0

0

0

‒ 51.629

‒ 51.629

0

13. Bijdrage aan Defensiematerieelbegrotingsfonds

8.448.390

4.511.343

0

5.040.806

5.040.806

0

‒ 3.407.584

529.463

0

X Noot
1

Een nadere toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is te vinden in het beleidsverslag onder ‘Financiële ontwikkelingen’.

8 Samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastenagentschap

Tabel 19 Samenvattende verantwoordingsstaat 2021 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)
  

(1) vastgesteldebegroting

 

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie t-1

Baten-lastendienst Paresto

      

Totale baten

 

75.176

 

66.470

‒ 8.706

57.706

Totale lasten

 

75.176

 

63.414

‒ 11.762

58.086

Saldo van baten en lasten

 

 

3.056

3.056

‒ 380

Totaal kapitaalontvangsten

 

 

4.352

Totaal kapitaaluitgaven

 

 

1.237

1.237

80

9 Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap Paresto per 31 december 2021

Tabel 20 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Paresto 2021 (bedragen x € 1.000)12
 

Vastgestelde begroting (1)3

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie t-1 (4)

Baten

    

- Omzet

75.176

65.520

‒ 9.656

56.740

waarvan omzet moederdepartement

56.728

51.120

‒ 5.608

45.609

waarvan omzet overige departementen

495

1.796

1.301

249

waarvan omzet derden

17.953

12.604

‒ 5.349

10.882

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

950

950

966

Totaal baten

75.176

66.470

‒ 8.706

57.706

     

Lasten

    

Apparaatskosten

75.120

61.944

‒ 13.177

58.391

- Personele kosten

49.387

42.024

‒ 7.364

41.032

waarvan eigen personeel

41.128

39.367

‒ 1.761

38.447

waarvan inhuur externen

7.560

2.213

‒ 5.347

2.277

waarvan overige personele kosten

699

444

‒ 255

308

- Materiële kosten

25.733

19.920

‒ 5.813

16.841

waarvan apparaat ICT

0

218

218

395

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

1.000

244

‒ 756

613

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

56

95

39

82

- Materieel

56

95

39

82

waarvan apparaat ICT

10

0

‒ 10

3

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

46

95

49

79

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

1.375

1.375

131

waarvan dotaties voorzieningen

0

1.355

1.355

0

waarvan bijzondere lasten

0

20

20

131

Totaal lasten

75.176

63.414

‒ 11.762

58.086

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

3.056

3.056

‒ 380

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

3.056

3.056

‒ 380

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

X Noot
2

Voor inzicht en leesbaarheid zijn de vergelijkende cijfers voor omzet moeder en bijzondere baten anders gerubriceerd

X Noot
3

Stand inclusief amendementen, moties, NvW en ISB

Toelichting op de staat van baten en lasten

De totale baten bestaan uit omzet en bijzondere baten. De omzet is onder te verdelen in een drietal categorieën: moederdepartement, overige departementen en derden en bedraagt € 65,5 miljoen. De bijzondere baten zijn € 1,0 miljoen.

Omzet moederdepartement De omzet moederdepartement bedraagt € 51,1 miljoen en is direct gerelateerd aan de geleverde producten en diensten.

Tabel 21 Omzet moederdepartement (bedragen in miljoenen euro's)

Omzet moederdepartement

51,1

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

51,1

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

Omzet bedrijfsvoering (verkopen) Dit betreft de gehele omzet welke verkregen is uit de in rekening gebrachte verkopen voor verrichte leveranties en diensten.

Tabel 22 Omzet verkopen naar productgroep (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting

Realisatie 2021

Omzet regulier

 

29.938

22.951

Omzet niet regulier

 

13.394

10.094

Omzet aanneemsom

 

1.077

Totaal omzet verkopen

 

43.332

34.122

De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in de volgende productgroepen:

  • De omzet regulier betreft onder andere de verkopen in de bedrijfsrestaurants en kantines op locaties;

  • De omzet niet-regulier is omzet van onder andere evenementen, vergaderingen, diners en recepties die op locaties worden gehouden;

  • De omzet aanneemsom heeft betrekking op de factuur van het Koninklijk Huis en de bijdrage ten behoeve van het Militair Revalidatiecentrum.

Als gevolg van COVID-19 is zowel de reguliere als niet-reguliere omzet lager dan begroot. Dat komt door lagere gastenaantallen, omdat er op locaties sprake was van verplicht thuiswerken. Daarnaast zijn evenementen niet doorgegaan en hebben er minder oefeningen plaatsgevonden.

Aanneemsom

De aanneemsom betreft de vergoeding die Paresto ontvangt voor de personele en materiële inzet op de locaties conform dienstverleningsafspraken met de opdrachtgever.

Rentebaten

In 2021 is er vanwege een lage rentestand geen deposito uitgezet en tevens geen rente ontvangen op de lopende rekening-courant met het Ministerie van Financiën.

Bijzondere baten

In 2021 is de definitieve aanslag van de suppleties omzetbelasting 2018 en 2019 ontvangen vanuit de Belastingdienst. Uit deze suppleties is € 0,6 miljoen ontvangen. Daarnaast is er vanwege contractuele afspraken met terugwerkende kracht betalingskorting ontvangen.

Tabel 23 Personele kosten (bedragen in miljoenen euro's)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

(bedragen x € 1)

Vte'n

Prijs per Vte

Vte'n

Prijs per Vte

     

Militair personeel

58

€ 64.485

72

€ 64.762

Burgerpersoneel

669

€ 56.934

639

€ 57.179

     

Inhuur en uitzendkrachten

104

€ 72.692

32

€ 70.025

Totaal/Gemiddeld

831

€ 59.431

742

€ 58.463

Personele kosten

Door Paresto is ook in 2021 op de personele kosten en inhuurkosten gestuurd. Inhuur vond uitsluitend plaats na goedkeuring van de directie, tijdelijke contracten zijn niet standaard verlengd en vacatures werden niet standaard ingevuld. Dit verklaart waarom zowel de post voor het eigen personeel als voor het inhuurpersoneel lager uitvalt dan begroot.

Materiële kosten

De post materiële kosten bestaat voornamelijk uit ingrediëntskosten (€ 19,5 miljoen). De producentenbonus is lager dan gebruikelijk vanwege een lagere omzet als gevolg van COVID-19.

Afschrijvingskosten

In 2021 is er voor € 81 duizend afgeschreven op bedrijfskleding.

Dotatie voorziening

In 2021 is er een voorziening getroffen van € 1,4 miljoen ten behoeve van personele kosten die Paresto met terugwerkende kracht verwacht over 2021. De voorziening is gebaseerd op het laatst bekende loonvoorstel van de werkgever en de huidige formatie.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten hebben betrekking op facturen van leveranciers/lasten van voorgaand boekjaar.

ResultaatbestemmingHet resultaat over 2021 bedraagt € 3,1 miljoen. Het resultaat wordt conform de vigerende regelgeving verrekend met het eigen vermogen.

Tabel 24 Balans per 31 december 2021 (bedragen x € 1.000)1
 

Balans 31-12-2021

Balans 31-12-2020

Activa

  

Vaste activa

  

Materiële vaste activa

292

281

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan installaties en inventarissen

116

24

waarvan projecten in uitvoering

0

0

waarvan overige materiële vaste activa

176

257

Immateriële vaste activa

0

0

Vlottende activa

  

Voorraden en onderhanden projecten

529

482

Debiteuren

239

1.188

Overige vorderingen en overlopende activa

1.525

1.908

Liquide middelen

12.700

12.799

Totaal activa:

15.285

16.658

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

Exploitatiereserve

2.628

4.139

Onverdeeld resultaat

3.056

‒ 380

Voorzieningen

1.355

0

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

0

0

Crediteuren

386

5.351

Belastingen en premies sociale lasten

83

61

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden en overlopende passiva

7.777

7.488

Totaal passiva

15.285

16.658

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

Toelichting op de balans

Vaste activa

Materiële vaste activa

In 2021 is er voor € 91 duizend geïnvesteerd in soepuitgiftestations en voor € 81 duizend afgeschreven op bedrijfskleding.

Voorraden

De op de balans opgenomen voorraden betreffen de voorraden op de locaties van Paresto.

Debiteuren

De debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen op het moederdepartement (€ 0,1 miljoen), rijks onderdeel (€ 0,01 miljoen) en derden (€ 0,1 miljoen). Door de financiële administratie is afgelopen jaar ingezet op procesverbeteringen, waardoor de achterstanden grotendeels zijn weggewerkt. Dit verklaart de afname in de post ‘debiteuren’. Bij de post ‘debiteuren’ wordt rekening gehouden met het vermoedelijk oninbare deel. Dit bedrag is bepaald op € 26 duizend.

Overige vorderingen en overlopende activa

Deze post is nader te specificeren in nog te ontvangen van het moederdepartement (€ 0,8 miljoen) en derden (€ 0,7 miljoen).

De post ‘nog te factureren’ bestaat grotendeels uit banqueting- en maatwerkactiviteiten die na de kassluiting in december hebben plaatsgevonden. Procesverbeteringen op de financiële administratie hebben ervoor gezorgd dat het saldo verder is afgenomen.

Liquide middelen

De post liquide middelen omvat vooral de gelden in rekening-courant bij het Ministerie van Financiën (€ 12,7 miljoen).

Passiva

Eigen vermogen

In 2021 heeft er afdracht van € 1,1 miljoen aan het moederdepartement plaatsgevonden. De grens voor het eigen vermogen 2021 is € 3,2 miljoen (maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaar). Met een eigenvermogenspositie van € 5,7 miljoen, vindt er in 2022 een afdracht van € 2,5 miljoen plaats aan het moederdepartement.

Dotatie voorzieningen

In 2021 is er een voorziening getroffen van € 1,4 miljoen ten behoeve van personele kosten die Paresto met terugwerkende kracht verwacht over 2021. De voorziening is gebaseerd op het laatst bekende loonvoorstel van de werkgever en de huidige formatie.

Leningen

Alle door Paresto opgenomen gelden bij het Ministerie van Financiën (leningen) zijn volledig afgelost.

Crediteuren

Het crediteurensaldo bestaat uit schulden aan derden. De salariskosten van november zijn aan het moederdepartement betaald, wat de afname van de post ‘crediteuren’ verklaart.

Belastingen en premies sociale lasten

De belastingen en premies sociale lasten hebben betrekking op de Btw-aangifte van december.

Overige schulden en overlopende passiva

Het saldo overige verplichtingen en overlopende passiva bestaat uit moederdepartement (€ 4,2 miljoen) en derden (€ 3,6 miljoen). De overige schulden bestaan met name uit de salarissen van december.

De vakantieverplichtingen aan het personeel bestaan uit € 2,3 miljoen te betalen aan vakantiedagen en € 1,1 miljoen te betalen aan vakantiegelden.

Tabel 25 Kasstroomoverzicht over 2021 (bedragen x € 1.000)1
   

(1) vastgestelde begroting

 

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2021 + stand deposito rekeningen

6.813

 

12.775

5.962

       

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

  

75.176

 

67.773

‒ 7.403

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

  

‒ 75.176

 

‒ 66.618

8.558

2. Totaal operationele kasstroom

  

 

1.155

1.155

       

Totaal investeringen (-/-)

  

 

‒ 106

‒ 106

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

  

 

0

3. Totaal investeringskasstroom

  

 

‒ 106

‒ 106

       

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

  

 

‒ 1.131

‒ 1.131

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

  

 

0

Aflossingen op leningen (-/-)

  

 

0

Beroep op leenfaciliteit (+)

  

 

0

4. Totaal financieringskasstroom

  

 

‒ 1.131

‒ 1.131

       

Rekening-courant RHB 31 december 2021 + standdepositorekeningen (=1+2+3+4), de maximaleroodstand is 0,5 miljoen €.

6.813

 

12.694

5.881

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode.

Kasstroom uit operationele activiteiten

De kasstroom uit operationele activiteiten bestaat uit de kasstroom bedrijfsactiviteiten, de mutatie in het werkkapitaal en de ontvangen dan wel betaalde interest. De post ‘ontvangsten operationele kasstroom’ is lager dan begroot als gevolg van het verplicht thuiswerken, het niet doorgaan van evenementen en een daling van het aantal oefeningen als uitvloeisel van de COVID-19-crisis. Als gevolg van de lagere omzet zijn er ook minder uitgaven gedaan.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

In 2021 is er voor € 91 duizend geïnvesteerd in soepuitgiftestations.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

In 2021 is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit. In 2021 heeft er een afdracht van € 1,1 miljoen aan het moederdepartement plaatsgevonden.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2021

De omzet bij Paresto bestaat uit verkopen van ingekochte producten. Er is geen sprake van productie en hierdoor dus geen kostprijs per product. De gekozen indeling in een specifiek deel en een generiek deel vloeit voort uit de aard van de dienstverlening door Paresto. Gestuurd wordt op de brutomarge van de locaties. Hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.

Tabel 26 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2021
 

Realisatie

   

Vastgestelde begroting

 

2018

2019

2020

2021

2021

Generiek deel

     
      

Totaal omzet verkopen

34.650

37.378

26.695

34.122

43.332

VTE-totaal

767

805

726

742

831

- waarvan in eigen dienst

659

695

697

710

727

- waarvan inhuur

108

110

29

32

104

      

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 2,2%

‒ 2,6%

‒ 0,7%

4,6%

0,0%

      

Specifiek deel

     
      

Aantal locaties

76

76

76

76

76

Productiviteit per medewerker (omzet per Vte)

45.177

46.433

35.400

45.987

52.131

% Ziekteverzuim

8,5%

7,3%

8,0%

7,8%

8,0%

% Bruto marge locaties

34,8%

32,5%

40,7%

43,0%

42,5%

Het overgrote deel van de kosten van Paresto (ruim 90 procent) bestaat uit personeels- en ingrediënstkosten. De doelmatigheid komt met name tot uitdrukking in twee belangrijke graadmeters, de productiviteit per medewerker en het percentage brutomarge (totale omzet verminderd met inkoopkosten ten opzichte van de totale omzet).

In 2021 zijn de gevolgen van COVID-19 nog steeds zichtbaar. De gastenaantallen zijn lager als gevolg van het thuiswerken, daarnaast zijn veel oefeningen doorgegaan omdat er verantwoorde alternatieven zijn bedacht. De relatief hoge niet-reguliere omzet wordt verklaard door dienstverlening aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Door te sturen op de inzet van personeel, zijn met name de inhuurkosten lager uitgevallen. De omzet per VTE is hierdoor op het niveau van 2019. Ondanks COVID-19 laat het ziekteverzuim een daling zien en de bruto marge - mede door een hogere afzet - een stijging.

10 Saldibalans

Tabel 27 Saldibalans per 31 december 2021 van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2021

 

31-12-2020

 

Passiva

31-12-2021

 

31-12-2020

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

12.094.798

 

11.190.446

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

166.530

 

308.387

3

Liquide middelen

60.555

 

57.461

     

4

Rekening-courant RHB1

   

4a

Rekening-courant RHB

11.776.578

 

10.772.966

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

   

5a

Begrotingsreserves

   

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

73.721

 

125.363

7

Schulden buiten begrotingsverband

285.967

 

291.918

8

Kas-transverschillen

        

Subtotaal intra-compatabel

12.229.073

 

11.373.271

Subtotaal intra-comptabel

12.229.073

 

11.373.271

          

Extra-comptabele posten

       

9

Openstaande rechten

   

9a

Tegenrekening openstaande rechten

   

10

Vorderingen

79.533

 

163.507

10a

Tegenrekening vorderingen

79.533

 

163.507

11a

Tegenrekening schulden

  

25.555

11

Schulden

  

25.555

12

Voorschotten

1.555.994

 

3.554.234

12a

Tegenrekening voorschotten

1.555.994

 

3.554.234

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

  

4.000

13

Garantieverplichtingen

  

4.000

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

1.282.129

 

11.496.025

14

Andere verplichtingen

1.282.129

 

11.496.025

15

Deelnemingen

   

15a

Tegenrekening deelnemingen

   

Subtotaal extra-comptabel

2.917.655

 

15.243.321

Subtotaal extra-comptabel

2.917.655

 

15.243.321

          

Totaal

15.146.728

 

26.616.591

Totaal

15.146.728

 

26.616.591

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som van de onderdelen.

In 2021 worden de meeste balansposten tegen de koers van 31 december 2021 verantwoord. Uitgezonderd zijn een aantal voorschotten en verplichtingen waarvoor de CEP-koers van maart 2021 is gebruikt en posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

Intra-comptabele posten

ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en – ontvangsten ten gunste van de begroting

Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en – ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondings-systematiek is er een verschil met de verantwoordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.

ad 3. Liquide middelen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 60.555 en bestaat uit de volgende saldi:

Tabel 28 Saldo liquide middelen (bedragen x € 1.000)

Liquide Middelen

 

Kas

€ 11.959

Bank

€ 48.596

Totaal

€ 60.555

ad 4 en 4a) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2020 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 73.721

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

Een bedrag van € 21.715 betreft het saldo van wat op een derdenrekening staat en door de belastingdienst fiscaal wordt beoordeeld en bedragen waarvan nog niet duidelijk was aan welk budget binnen Defensie ze moesten worden toegerekend. In het bedrag dat door belastingdienst wordt beoordeeld valt onder andere een bedrag van € 13.625 aan te veel betaalde btw voor de F-35 in de jaren 2015 tot en met 2019. Na afloop van ADR onderzoek wordt duidelijk of defensie dit bedrag van de belastingdienst retour ontvangt. Daarnaast is er een bedrag van € 5.622 met betrekking tot de F35 waarvan nog niet bekend is waar dit precies aan moet worden toegerekend vanwege ontbrekende informatie op de leveringsdocumenten.

Vorderingen groter dan € 2.000 die zijn betaald in 2020 en eerder, en nog niet in 2021 werden terugontvangen.

Vanuit de samenwerking met Duitsland tijdens MINUSMA staat er nog een bedrag open van € 2.780. Duitsland heeft de uitstaande facturen nog niet betaald. Er zijn pogingen gedaan via de Nederlandse Liaison Officier in het Duitse hoofdkwartier om dit vlot te trekken en ook is contact opgenomen met de Duitse financiële organisatie. Dit heeft beide nog niet tot uitbetaling geleid. Het is op dit moment onduidelijk wanneer het bedrag zal worden ontvangen.

ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 285.967. Dit bedrag bestaat grotendeels uit af te dragen loonheffing en sociale lasten voor € 104.060 en daarnaast voor € 160.052 uit vooruit ontvangen gelden van derden voor nog te maken uitgaven. Het restant van € 21.855 betreft gelden die door Defensie worden aangehouden voor derden.

Extra-comptabele posten

ad 9. Openstaande rechten

Het saldo op de saldibalans is nihil. Voor zover aanwezig zijn deze posten opgenomen onder het bedrag van extra-comptabele vorderingen. Er wordt hiervoor geen aparte administratie gevoerd.

ad 10. Vorderingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 79.533

De beginstand 2021 is als volgt opgebouwd:

Tabel 29 Conversie vorderingen naar DMF

Eindstand per 31/12/2020

€ 163.507

Conversie naar DMF

€ ‒ 91.698

Beginstand per 01/01/2021

€ 71.809

Tabel 30 Verdeling vorderingen naar categorie (bedragen x € 1.000)

Aard van de vordering

Bedrag

Personeel

€ 6.820

Medische bedrijven

€ 37.742

Diversen

€ 23.989

Buitenlandse mogendheden

€ 7.314

Koninklijke Schelde Groep lening

€ 3.668

Saldo vorderingen 31-12-2021

€ 79.533

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

De vordering, ingesteld in 2004, op de Koninklijke Schelde Groep B.V. (KSG) van nominaal € 20.420, betreft een aan de KSG verstrekt krediet ter gedeeltelijke financiering van de investeringen voor herinrichting en verhuizing in verband met een nieuwe bouwplaats voor marine activiteiten op de locatie Sloegebied te Vlissingen. Begin 2018 is met de KSG een herzien aflossingsschema afgesproken met de laatste termijnbetaling in 2024. Het openstaande vorderingenbedrag op 31 december 2021 bedroeg € 3.668.

Een bedrag van € 12.113 betreft een ingestelde vordering op Fa. Mercedes. Dit betreft een boete die door Defensie is ingesteld na ontbinding van het contract levering voor het 12 kN Air Assault Voertuig. De vordering is ingesteld op 18 november 2021. Het is nog onbekend wanneer dit bedrag wordt ontvangen.

Een bedrag van € 19.227 betreft een vordering op de Belgische zeemacht voor de vervanging van de M-fregatten. De vordering is ingesteld op 8 februari 2021 en het bedrag is op 3 januari 2022 ontvangen.

Verdeling vorderingen naar opeisbaarheid

De verdeling van de vorderingen naar opeisbaarheid is hieronder in een tabel weergegeven.

Tabel 31 Verdeling vorderingen naar opeisbaarheid (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbaar

€ 29.002

Op termijn opeisbaar

€ 50.531

Geconditioneerd

€ -

Totaal

€ 79.533

Vorderingen groter dan € 2.000 die in 2020 buiten invordering zijn gesteld

Er zijn geen vorderingen groter dan € 2.000 buiten invordering gesteld.

ad 11. Schulden

Het saldo op de saldibalans is nihil.

ad 12. Voorschotten

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 1.555.994.

De beginstand 2021 is als volgt opgebouwd:

Tabel 32 Conversie voorschotten naar DMF

Jaar van ontstaan

Eindstand per 31-12-2020

Conversie naar DMF

Beginstand per 01-01-2021

≤2017

€ 531.049

€ ‒ 508.341

€ 22.708

2018

€ 203.722

€ ‒ 172.801

€ 30.921

2019

€ 676.960

€ ‒ 547.684

€ 129.276

2020

€ 2.142.503

€ ‒ 795.978

€ 1.346.525

Totaal

€ 3.554.234

€ ‒ 2.024.804

€ 1.529.430

Alle voorschotten van voor 2008 staan tegen de maandkoers van december 2007 gewaardeerd en de voorschotten vanaf 2008 zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verstrekking geldende maandkoers of de CEP-koers van maart 2021. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onder-staande tabel.

Tabel 33 Verdeling voorschotten naar ouderdom (bedragen x € 1.000)

Jaar van ontstaan

Beginstand per 01-01-2021

Nieuwe voorschotten

Afgerekende voorschotten

Eindstand per 31-12-2021

≤2017

€ 22.708

 

€ 5.198

€ 17.510

2018

€ 30.921

 

€ 20.922

€ 9.999

2019

€ 129.276

 

€ 81.791

€ 47.485

2020

€ 1.346.525

 

€ 1.262.165

€ 84.360

2021

 

€ 1.408.501

€ 11.861

€ 1.396.640

Totaal

€ 1.529.430

€ 1.408.501

€ 1.381.937

€ 1.555.994

Als criterium voor de toelichting van voorschotten geldt een grensbedrag van € 100.000.

Voor de declaraties van het ABP met betrekking tot de post-actieven is in 2021 een bedrag van € 1.160.165. betaald. De bedragen zijn in de financiële verantwoording 2021 als extra-comptabele voorschotten opgenomen.

ad 13. Garantieverplichtingen

Het saldo op de saldibalans is nihil.

Per 31 december 2021 één garantie open. Dit betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2021 heeft geen uitkering plaatsgevonden.

ad 14. Andere verplichtingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 1.282.129.

De meeste verplichtingen staan in de administratie tegen de maandkoers. Reeds ingevoerde bestellingen en verplichtingen worden maandelijks geherwaardeerd tegen de dan geldende koers. Uitgezonderd zijn een aantal verplichtingen waarvoor de CEP-koers van maart 2021 is gebruikt en posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

De beginstand 2021 is als volgt opgebouwd:

Tabel 34 Conversie verplichtingen naar DMF

Eindstand per 31/12/2020

€ 11.496.025

Conversie naar DMF

€ ‒ 10.422.001

Beginstand per 01/01/2021

€ 1.074.024

Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen van oude verplichtingen.

Tabel 35 Andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen 01/01/2021

€ 1.074.024

Aangegane andere verplichtingen in verslagjaar

€ 12.465.623

Subtotaal

€ 13.539.647

Tot betaling gekomen in verslagjaar

€ 12.257.518

Openstaande andere verplichtingen per 31/12/2021

€ 1.282.129

Als criterium voor de toelichting van openstaande verplichtingen geldt een grensbedrag van € 100.000

De Kustwacht Nederland beschikt voor de uitvoering van luchtverkenningstaken en voor Search en Rescue (SAR) over 2 Dorniers en SAR helikopters. Zowel de Dorniers als de helikopters zijn aan het eind van hun levensduur. Ter vervanging van zowel de Dorniers als de helikopters is ervoor gekozen om leasecontracten af te sluiten in plaats van eigen toestellen aan te schaffen. In 2020 is voor de vervanging van de huidige Dorniers een leasecontract afgesloten voor de inzet van 2 DASH-8 vliegtuigen met de firma PAL/Jet-Support voor een periode van 10 jaar. Totale contractwaarde bedraagt € 146.373. Aanvangsdatum van het contract is gepland per 1 juli 2022. Aangezien het nieuwe contract voor de inzet van de DASH-8 toestellen naar verwachting pas in juli ingaan is in 2021 een interimcontract afgesloten ter overbrugging van de periode februari tot juli 2022. Dit contract is afgesloten met General Atomics AeroTec Systems Gmbh, omvang van de verplichting is € 4.866. In 2021 is voor de vervanging van de huidige SAR helikopters een leasecontract afgesloten met Bristow Helicopters LTD. Het gaat om en 10 jarig full service contract voor de inzet van SAR helikopters t.b.v. de Kustwacht Nederland. Totale waarde van het contract is € 191.480. Looptijd van het contract is 10 jaar, geplande startdatum is 1 juli 2022.

Het saldo van de openstaande verplichtingen bedraagt € 312.434 miljoen, waarvan € 311.799 miljoen betrekking heeft op het Nederland deel van het Strategic Airlift Capability (SAC) programma van de NAVO. Nederland participeert in een multinationaal samenwerkingsverband van twaalf landen. Hierbij wordt gevlogen met drie Boeing C-17 Globemasters van de NATO Airlift Management Agency (NAMA) naar diverse missies. In 2021 is vooral gevlogen naar/van Afghanistan (Resolute Support) en naar/van Irak (Capacity Building Mission Iraq). De betalingen en leveringen staan gepland tot en met 2033.

ad 15. Deelnemingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt nihil.

11 WNT-verantwoording 2021

De Wet Normering Topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2021 € 209.000.

Tabel 36 Bezoldiging van topfunctionarissen in euro's 20211

Naam instelling

Naam top-functionaris

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2020)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Totale bezoldiging in 2021 (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum

Motivering (indien overschrijding)

MINDEF

BAUER

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN /

  

1,00

nee

176.766,59

16.519,23

193.285,82

209.000,00

 
  

CHAIRMAN MILITARY COMITE PER 31 MEI 2021

  

(1,00)

 

(174.162,55)

(15.981,72)

(190.144,27)

 

MINDEF

BOOTS

PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

22-02-2021

 

1,00

nee

141.971,54

14.162,41

156.133,95

179.224,66

 
           

MINDEF

EICHELSHEIM

PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN /

  

1,00

nee

202.968,84

16.517,43

219.486,27

209.000,00

2

  

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN PER 5 APRIL 2021

  

(1,00)

 

(182.831,31)

(15.921,94)

(198.753,25)

 

MINDEF

KRAMER

COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN

 

30-09-2021

1,00

nee

146.645,45

12.396,06

159.041,51

156.320,55

3

     

(1,00)

 

(162.522,50)

(15.918,33)

(178.440,83)

 

MINDEF

LAAN, VAN DER

HOOFD PMV-NAVO

  

1,00

nee

158.388,01

16.515,68

174.903,69

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(156.003,00)

(15.923,68)

(171.926,68)

 

MINDEF

LEIJTENS

COMMANDANT KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

  

1,00

nee

176.424,01

16.517,42

192.941,43

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(171.705,03)

(15.921,94)

(187.626,97)

 

MINDEF

LUYT

COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

184.570,71

16.519,17

201.089,88

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(183.858,48)

(15.920,19)

(199.778,67)

 

MINDEF

SPRANG, VAN

INSPECTEUR GENERAAL DER STRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

164.701,21

16.517,42

181.218,63

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(164.082,85)

(15.921,94)

(180.004,79)

 

MINDEF

TAS

COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN

30-08-2021

 

1,00

nee

51.440,92

5.545,79

56.986,71

71.002,74

 
           

MINDEF

VERBEEK

COMMANDANT DEFENSIE ONDERSTEUNINGSCOMMANDO

  

1,00

nee

164.803,95

16.515,68

181.319,63

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(162.656,46)

(15.923,69)

(178.580,15)

 

MINDEF

WAARD, DE

DIRECTEUR DEFENSIE MATERIEEL ORGANISATIE

  

1,00

nee

168.764,35

16.519,17

185.283,52

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(162.469,56)

(15.920,19)

(178.389,75)

 

MINDEF

WIJNEN

COMMANDANT DER LANDSTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

164.701,21

16.515,68

181.216,89

209.000,00

 
     

(1,00)

 

(167.843,21)

(15.985,28)

(183.828,49)

 
X Noot
1

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2021 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden.

X Noot
2

Totale overschrijding van € 10.486,27. Conform artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2021 kan de opbouw van het vakantiegeld en de eindejaarsuitkering over 2020 toegerekend worden aan de bezoldiging over 2020. In totaal is € 7.802,17 toerekenbaar aan 2020. In 2020 is voldoende ruimte om dit aan de bezoldiging toe te rekenen door een deel van de opbouw van 2019 aan de bezoldiging van 2019 toe te rekenen. In 2019 is hier voldoende ruimte voor. Het betreft daarmee een door de WNT toegestane overschrijding. Het restant (€ 2.684,10) van de overschrijding is in februari 2022 teruggevorderd.

X Noot
3

Totale overschrijding van € 2.720,96. Conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2021 wordt de afkoopsom (€ 16,701,24) van vakantiedagen niet tot de bezoldiging gerekend, omdat de topfunctionaris ze redelijkerwijs, aantoonbaar niet heeft op kunnen nemen binnen de vervaltermijn. Betrokkene heeft op grond van zijn functie niet voldoende mogelijkheid gehad zijn verlof aan te wenden. Het betreft daarmee een door de WNT toegestane overschrijding.

Tabel 37 Bezoldiging van niet-topfunctionarissen in euro's 20211

Naam instelling

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2020)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Totale bezoldiging in 2021 (+ tussen haakjes bedrag in 2020)

Individueel toepasselijk drempelbedrag

Motivering

MINDEF

STRATEGISCH ADVISEUR A

  

1,00

263.521,57

16.520,94

280.042,51

209.000,00

2

    

(1,00)

(210.615,89)

(15.918,42)

(226.534,31)

 

MINDEF

PLAATSVERVANGEND DIRECTEUR DOPS

  

1,00

202.148,52

16.522,69

218.671,21

209.000,00

3

    

(1,00)

(163.801,94)

(15.916,67)

(179.718,61)

 
X Noot
1

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er nog vier andere functionarissen die in 2021 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen maar die op basis van artikel 1.5a WNT niet gerapporteerd hoeven te worden.

X Noot
2

Betrokkene heeft rang van kolonel en is werkzaam als Board member in Brussel. Doordat de functie op generaal niveau is ingeschaald, ontvangt betrokkene een bijzondere tegemoetkoming. Hierdoor ontstaat een overschrijding van de gemaximeerde norm.

X Noot
3

Diensttijd gratificatie, zonder gratificatie geen overschrijding.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen

Tabel 38 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van het Ministerie van Defensie (Bedragen x € 1.000)

SZVK

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

€ 1-

€ -

€ -

€ -

 

Bijzonderheden

     
      

SWOON

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

€ 14.800,00

€ 17.277,00

€ -

€ -

 

Bijzonderheden

     
      

SKD

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

€ 16.550,00

€ 16.902,00

€ -

€ -

nee

Bijzonderheden

     
      

NLVi

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

€ 12.816,00

€ 21.783,00

€ -

€ -

Ja

Bijzonderheden

Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) is op 1 januari 2021 gefuseerd met stichting de Basis, Stichting Veteraneninstituut (SVi) en stichting Nederlandse Veteranendag (NLVD). Tevens zijn daarbij zorgcoördinatie van het APG, de BOE LZV en de «nuldelijnsondersteuning» van het Veteranenplatform onderdeel geworden van het NLVI. Het verschil tussen begroot en realisatie is te verklaren door: loon- en prijsbijstellingen van € 0,7 miljoen, € 1,9 miljoen ten behoeve van het oprichten van de Nederlands Veteraneninstituut, € 0,6 miljoen voor uitbreiding van het onderzoeksbudget & een overheveling van € 5,7 miljoen voor de uitbreiding van werkzaamheden van Stichting NLVI n.a.v. fusie op gebied van zorg coördinatie en LZV-keten, loongevolgen CAO harmonisatie.

X Noot
1

De Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) is namens het ministerie van Defensie belast met de uitvoering van de ministeriële regeling Ziektekostenverzekering militairen. De activiteiten van de SZVK richten zich uitsluitend op militairen in actieve dienst aangezien deze niet vallen onder de werking van de Zorgverzekeringswet (ZVW). De SZVK ontvangt geen financiële bijdragen van Defensie om haar taken uit te voeren, maar verkrijgt haar inkomsten uit ziektekostenpremies die Defensie afdraagt. Daarnaast vergoedt Defensie een deel van de kosten van de schadelast die als gevolg van vliegen, inzet, varen en oefenen (VIVO-schade) kan optreden en die niet ten laste van de verzekering wordt gebracht en voor rekening van Defensie als werkgever komt. Naar huidig inzicht kwalificeert deze betaling van de VIVO-schadevergoeding zich niet als een bijdrage van het moederdepartement aan een RWT.

De Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) ziet in het kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek toe op het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en onderzoek op de Nederlandse Defensie Academie. De stichting verzorgt de wetenschappelijke bachelor- en masterprogramma’s als onderdeel van de officiersopleiding, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat zij opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt ze wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de wetenschappelijke opleidingen.

De Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) draagt zorg voor het beheren van de museale collectie van Defensie (Nationaal Militair Museum (NMM), Mariniersmuseum, Marinemuseum en Museum der Marechaussee). Zij stelt zich daarnaast ten doel de bezoekers aan de hand van een uiteenlopend activiteitenaanbod, met vaste en tijdelijke exposities, inzicht te laten verwerven in de betekenis van de krijgsmacht voor onze samenleving in heden, verleden en toekomst.

Het Nederlands Veteraneninstituut (NLVi) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak. Het NLVI is op 1 januari 2021 ontstaan dankzij het samengaan van zes organisaties of organisatiedelen te weten: stichting het Veteraneninstituut, stichting De Basis, stichting Nederlandse Veteranendag (NLVD), het programmabureau Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), de zorgcoördinatie van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) en de coördinatie van de nuldelijnsondersteuning van het Veteranenplatform (VP). Dit heeft tot doel meer duidelijkheid te scheppen voor de veteraan en andere partijen en moet leiden tot een doeltreffende en doelmatige uitvoering van activiteiten op het gebied van erkenning, waardering en zorg.

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Deze bijlage biedt een overzicht van evaluaties en onderzoeken die in de periode 2018-2021 bij Defensie zijn uitgevoerd. Conform de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften sluit deze bijlage aan op de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) uit de begroting 2021. Dit betekent dat de thema’s uit deze bijlage corresponderen met de thema’s van de SEA. Tevens wordt onderstaand de status aangegeven van elk onderzoek uit de SEA waarvan het geplande afrondingsjaar 2021 betreft.

Voor de volledigheid zijn de in 2021 afgeronde onderzoeken van de interne toezichthouders ook aan het overzicht toegevoegd. Verder zijn in deze bijlage de afgeronde evaluaties en onderzoeken opgenomen die reeds in de jaarverslagen 2020, 2019 en 2018 staan.

Tabel 39 Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Evaluatie

Soort onderzoek

Voltooid in

Toelichting

Hyperlink

Operaties

    

MINUSMA

Ex-post (missie)evaluatie

2022

De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA werd op 1 mei 2019 beëindigd. De eindevaluatie van de Nederlandse bijdrage aan MINUSMA wordt door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) uitgevoerd. Naar verwachting wordt deze eindevaluatie in de eerste helft van 2022 (i.p.v. 2021) naar de Kamer toegestuurd.

Download de onderzoeksopzet hier

EMASoH

Ex-post (missie)evaluatie

2021

Van eind januari tot eind juni 2020 heeft Nederland deelgenomen aan de European-Led Mission Awareness Strait of Hormuz (EMASoH). Deze deelname is door een onafhankelijke partij (The Hague Centre for Strategic Studies) geëvalueerd.

Download het rapport hier

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2018

Tussentijdse evaluatie

2019

Tussentijdse evaluatie van lopende missies en operaties waaraan Nederlandse militaire eenheden in 2018 hebben deelgenomen, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken. De evaluatie beschrijft voor zover mogelijk in welke mate de inzet van Nederlandse militaire eenheden, individuele militairen en civiele functionarissen heeft bijgedragen aan de realisatie van de missie(sub)doelstellingen.

Download de rapportage hier

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2017

Tussentijdse evaluatie

2018

Tussentijdse evaluatie van lopende missies en operaties waaraan Nederlandse militaire eenheden in 2017 hebben deelgenomen, opgesteld onder verantwoordelijkheid van de ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken. Deze evaluatie voorziet in de verantwoording van de inzet van zowel militaire eenheden als de inzet van individuele militaire en civiele functionarissen in het kader van missies met een civiel en militair component.

Download de rapportage hier

Nationale taken

    

Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK)

Ex-durante evaluatie

2020

Vierjaarlijkse evaluatie van het FNIK-convenant waarbij wordt gekeken naar de inhoud, het functioneren, de uitvoering en het beschikbare budget.

 

IGO KMar

Beleidsdoorlichting

2022

In 2008 is de KMar gestart met het programma Informatiegestuurd Optreden (IGO KMar). In deze beleidsdoorlichting wordt onderzocht of de beoogde effecten zijn bereikt en waar ruimte is voor verbetering. De beleidsdoorlichting heeft, mede als gevolg van COVID-19, vertraging opgelopen. Hier is de Kamer op 8 september 2021 over geïnformeerd (Kamerstuk 31 516, nr. 33). De planning van de beleidsdoorlichting is aangepast en de uitkomsten worden in 2022 (i.p.v. 2021) aan de Kamer toegestuurd.

Download de Kamerbrief hier

Subsidies

    

Nationaal Comité Herdenking Capitulatie Wageningen 1945

Periodieke subsidie-evaluatie

2021

Conform de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) art 4.24 is Defensie verplicht subsidies elke vijf jaar te evalueren. In 2020 is daarom de subsidie aan het NCHC geëvalueerd.

 

Stichting Koninklijke Defensiemusea

Periodieke subsidie-evaluatie

2019

Conform de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) art 4.24 is Defensie verplicht subsidies elke vijf jaar te evalueren. In 2019 is daarom de subsidie aan de Stichting Koninklijke Defensiemusea geëvalueerd.

 

Toezicht

    

Inzetgereed op missie

Voorvalonderzoek

2021

Onderzoek van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) naar een voorval met een Duits pantservoertuig, de Dingo, op 15 maart 2019 In Mazar-i-Sharif, Afghanistan. De inspectie heeft onderzoek gedaan naar de directe en achterliggende oorzaken van het voorval.

Download het rapport hier

Luchtvaartongeval NH-90

Voorvalonderzoek

2021

Onderzoek van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) naar de crash van een maritieme helikopter NH-90 op 19 juli 2020 in zee nabij Aruba. De inspectie heeft onderzoek gedaan naar de directe en achterliggende oorzaken van het voorval.

Download het rapport hier

Veilig over land en door de lucht

Themaonderzoek

2021

Naar aanleiding van diverse voorvallen tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft de Commandant Luchtstrijdkrachten in 2017 een intern onderzoek laten uitvoeren. Op basis van dit onderzoek heeft hij maatregelen aangekondigd om het vervoer van gevaarlijke stoffen veiliger te maken. De Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) heeft onderzocht in hoeverre deze maatregelen zijn uitgevoerd en waar verbeteringen mogelijk zijn. .

Download het rapport hier

Risico’s onderkend?

Voorvalonderzoek

2021

Onderzoek van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) naar een blikseminslag op oefenterrein Ossendrecht op 19 juni 2019. De inspectie heeft onderzoek gedaan naar de directe en achterliggende oorzaken van het voorval.

Download het rapport hier

Veiligheid in de lucht

Voorvalonderzoek

2021

Onderzoek van de Inspectie Veiligheid Defensie (IVD) naar een zelfbeschieting van een F-16 boven de Vliehors. De inspectie heeft onderzoek gedaan naar de directe en achterliggende oorzaken van het voorval en de mogelijke risico's voor de vlieger en het personeel op de Vliehors, in het bijzonder de controletoren die in het doelengebied staat.

Download het rapport hier

Naleving AVG - Land Information Manoeuvre Centre (LIMC)

Complianceonderzoek

2021

Onderzoek van de Functionaris Gegevensbescherming (FG) over de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) door het experimentele Land Information Manoeuvre Centre (LIMC).

Download het rapport hier

Kansen door COVID-19

Themaonderzoek

2021

Defensiebreed onderzoek van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) naar de positieve effecten van COVID-19.

Download het rapport hier

Overig

    

COTS/MOTS

Beleidsdoorlichting

2021

In deze beleidsdoorlichting is onderzocht in hoeverre het COTS/MOTS-beleid bijdraagt aan een betere voorspelbaarheid en beheersbaarheid van materieelprojecten op de aspecten tijd en geld.

Download het rapport hier

Toekomstvast - goedbeheerd

IBO

2021

Interdepartementaal beleidsonderzoek naar een toekomstbestendige vastgoedportefeuille voor Defensie.

Download het rapport hier

Initiatief Cybersecurity

Ex-durante/ex-post evaluatie

2021

Dit initiatief was aangedragen i.h.k.v. de Operatie Inzicht in Kwaliteit (OIIK) en was gericht op het opdoen van ervaring bij het opzetten van een monitor om output en outcome te meten. Deze operatie is formeel afgerond met de vierde voortgangsrapportage van de OIIK.

Download de rapportage hier

Omvorming 13de Gemechaniseerde brigade

Beleidsdoorlichting

2019

In deze beleidsdoorlichting is onderzocht of het beleid uit 2013, om de 13e Gemechaniseerde Brigade om te vormen tot een lichtere gemotoriseerde brigade, doeltreffend en doelmatig is geweest.

Download het rapport hier

Vorming Joint Defensie Helikopter Commando

Beleidsdoorlichting

2019

In deze beleidsdoorlichting is onderzocht in hoeverre de vorming van het Defensie Helikopter Commando (DHC) in de onderzoeksperiode heeft geleid tot het beoogde doeltreffender en doelmatiger beheer van de helikoptervloot van de krijgsmacht.

Download het rapport hier

Onderzeebootcapaciteit

KBA

2018

Conform het Defensie Materieel Proces (DMP), is voor de vervanging van onderzeeboten in de B-fase een aantal onderzoeken ten aanzien van vier kandidaat-werven uitgevoerd. Zo heeft een kosten-batenanalyse (KBA) plaatsgevonden, waarbij verschillende vervangingsopties zijn vergeleken. De kamer is hierover op 13 december 2019 geïnformeerd (Kamerstuk 34 225, nr. 24).

Download de Kamerbrief hier

Zoals in de Regeling Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) vermeld, zullen de verslagjaren 2021, 2022 en 2023 als overgangsperiode naar de SEA gelden.

In de defensiebegroting van 2021 is een eerste opzet van de SEA opgenomen. Om deze opzet te verbeteren, heeft Defensie het afgelopen jaar de thematische indeling van de SEA herzien. Het resultaat is een nieuwe SEA-indeling die uit drie hoofdthema’s bestaat: (1) Inzetbaarheid, (2) Adaptief en informatiegestuurd en (3) Betrouwbare partner en werkgever. In het jaarverslag 2022 worden de uitgevoerde evaluaties en onderzoeken conform deze nieuw thema-indeling in kaart gebracht.

Op www.rijksfinancien.nl is een interactieve versie van de SEA te vinden.

Klik hier om de Defensiebegroting 2021 te downloaden, met in hoofdstuk 2.4 «Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen» de SEA waarop deze bijlage betrekking heeft.

Klik hier om de Defensiebegroting 2022 te downloaden, met in hoofdstuk 2.4 «Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen» de actuele programmering van onderzoeken en evaluaties.

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 40 Inhuur externen (bedragen x € 1.000)

1. Interim-management

2.091

 

2. Organisatie- en formatieadvies

2.604

 

3. Beleidsadvies

2.374

 

4. Communicatieadvisering

732

 

Beleidsgevoelig

 

7.801

5. Juridisch advies

549

 

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

160.640

 

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

973

 

(Beleids)ondersteunend

 

162.163

8. Uitzendkrachten (formatie en piek)

59.836

 

Ondersteuning bedrijfsvoering

 

59.836

Totaal uitgaven inhuur externen

 

229.799

In 2021 geeft het Ministerie van Defensie € 105 miljoen uit aan externe inhuur binnen de apparaatsuitgaven. De inhuur binnen de investeringsprojecten en overige projecten bedraagt € 122 miljoen (programma uitgaven). De kosten van inhuur door de batenlastendienst Paresto bedragen € 2,2 miljoen. De personele uitgaven inclusief de mindering van de uitgaven van de pensioenen en kosten plaatsing in het buitenland) komen uit op € 4,703 miljard. De totale uitgaven voor externe inhuur zijn lager dan vorig jaar (-€21 miljoen), voornamelijk in de beleidsondersteunende functies.

Het inhuurpercentage van Defensie, conform de Rijksbrede berekeningswijze, komt uit op 4,9% procent. Dit percentage is 0,8% lager dan vorig jaar. Dit kan verklaard worden door de eerder genoemde daling van de inhuur. Deze wordt versterkt door een stijging van de personele uitgaven (met € 300 miljoen) ten opzichte van vorig jaar.

Tabel 41 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten 2021

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief

Geen

Toelichting

 

Bijlage 4: Integriteitsmeldingen

Per 4 november 2021 is de eerste stap gezet om de registratiesystematiek te verbeteren en invulling te geven aan de toezeggingen die gedaan zijn naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Giebels. Het maken van een melding van ongewenst gedrag of een integriteitsschending gaat nu eenvoudiger via een webformulier of via het Meldpunt Integriteit Defensie. De drempel om een integriteitsschending te melden is minder hoog. Ook is de privacy van melders en betrokkenen beter geborgd.

De overgang naar een nieuwe registratiesystematiek heeft tot gevolg dat de meldingen in 2021 middels verschillende systemen zijn vastgelegd. Doordat er verschillen zitten in de wijze van registeren, is een vergelijking tussen de verschillende periodes lastig. Daarom is gekozen om de meldingen in de periodes voor en na de invoering van de nieuwe registratiesystematiek apart weer te geven.

In 2021 zijn tot 4 november (einddatum voornoemde registratie) 337 (vermoedens van) integriteitsschendingen gemeld via MVV (Melding Voorvallen) en BPS (Bedrijf Processen Systeem). In de periode van 4 november tot 31 december zijn via het nieuwe registratiesysteem 34 meldingen vastgelegd.

Tabel 42 Type (vermeende) Integriteitsschendingen 2021

Type (vermeende) integriteitsschendingen

MVV en BPS t/m 3 nov.

Webformulier en MID vanaf 4 nov.

   

Financiële schendingen

24

4

Misbruik positie, bevoegdheden en belangenverstrengeling

14

0

Lekken en misbruik van informatie

16

0

Misbruik van geweldsbevoegdheid

0

0

Ongewenste omgangsvormen

81

11

Misdragingen in de privésfeer

77

6

Oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen

81

0

Overschrijding interne regels

44

11

Overige

2

Totaal

337

34

De drie meest voorkomende geregistreerde typen van (vermoedelijke) integriteitsschendingen zijn ongewenste omgangsvormen, oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen en misdragingen in de privésfeer. Meldingen over ongewenste omgangsvormen betreffen vooral verbale intimidatie, seksuele intimidatie, agressie en kwaadspreken. Meldingen over het oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen gaan voornamelijk over het voor ander gebruik dan bedoeld inzetten van dienstmiddelen en faciliteiten. Meldingen over (vermeende) misdragingen in de privésfeer gaan voornamelijk over het plegen van strafbare feiten in de vrije tijd van medewerkers.

Integriteitsonderzoeken Het bevorderen van integriteit vereist dat vermoedens van integriteitsschendingen zorgvuldig worden opgepakt. Een integriteitsonderzoek biedt de mogelijkheid om te leren van een voorval en maatregelen te nemen om waar mogelijk herhaling te voorkomen. Indien nodig kan een onderzoek ook leiden tot rechtspositionele maatregelen.

Per 1 januari 2020 is de SG-aanwijzing 989 ‘Protocol Interne Onderzoeken Defensie’ gewijzigd omdat het vorige protocol in de praktijk als onduidelijk en knellend werd ervaren. Eén van de wijzigingen is dat de COID commandanten adviseert over het wel of niet instellen van een integriteitsonderzoek3. Een andere wijziging is dat de COID nu eindverantwoordelijk is voor alle integriteitsonderzoeken die bij Defensie worden uitgevoerd (met uitzondering van deze binnen de KMar).

Niet ieder vermoeden van een integriteitsschending leidt tot een formeel integriteitsonderzoek. Commandanten hebben meerdere opties om met (vermoedens van) integriteitsschendingen om te gaan. Proportionaliteit en subsidiariteit spelen een grote rol bij het wel of niet opstarten van een onderzoek, waarbij de voorkeur in beginsel uitgaat naar minder ingrijpende maatregelen dan een onderzoek. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de-escalerende gesprekken of een functioneringstraject.

In 2021 zijn er bij de COID 11 integriteitsonderzoeken gestart. Bij één aanvraag tot een integriteitsonderzoek is tijdens de weging gebleken dat er minder ingrijpende middelen waren om tot een mogelijke oplossing van de situatie te komen.

Bij de KMar4 zijn er in 2021 72 rechtspositionele onderzoeken gestart, en er zijn 113 rechtspositionele trajecten aangaande integriteit afgerond. Hieronder bevinden zich trajecten die al in 2020 zijn gestart. In 98 van deze trajecten is er geconcludeerd dat er daadwerkelijk sprake was van een integriteitsschending.

Maatregelen De volgende maatregelen zijn in 2021 naar aanleiding van rechtspositionele trajecten en formele integriteitsonderzoeken5 genomen:

• 18 ambtenaren zijn ontslagen;

• 33 keer is een ambtsbericht opgemaakt of is de ambtenaar berispt;

• 1 keer heeft verplaatsing plaatsgevonden;

• 62 keer is een andere maatregel genomen6.

Sommige uitgevoerde integriteitsonderzoeken hebben tot meerdere maatregelen geleid. Nog niet in alle integriteitsdossiers die in 2021 hebben gespeeld is er besloten of er (rechtspositionele) maatregelen volgen. Daarnaast kan een integriteitsonderzoek zich ook richten op cultuuronderzoek. In dat geval worden er ook geen rechtspositionele maatregelen genomen. Dit soort onderzoek is namelijk gericht op het leren van hetgeen is voorgevallen en het beleidsmatig verbeteren van de organisatie.

Jaarverslag Integriteit Defensie Het Jaarverslag Integriteit Defensie 2021 geeft meer duiding en inzicht in de integriteitsontwikkelingen binnen Defensie.

Bijlage 5: Rapportage burgerbrieven

Tabel 43 Bezwaarschriften

Aantal verslagjaar (nieuw)

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Bedrag betaalde dwangsommen

32

9

28,1%

2

(€) 1.442,-

Tabel 44 Klachten

Aantal verslagjaar

Aantallen afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

435

371

85,3%

Tabel 45 Wob-verzoeken

Aantal verslagjaar

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Bedrag betaalde dwangsommen

102

69

67,6%

7

(€) 0

Tabel 46 Wiv-verzoeken

Aantal verslagjaar

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Bedrag betaalde dwangsommen

30

29

96,7%

0

(€) 0

Tabel 47 Rijksoverheid - e-mailberichten en telefonie

Aantal ontvangen via rijksoverheid in verslagjaar

  

Aantal doorgestuurd naar Defensie

Percentage doorgestuurd naar Defensie

6.123

1.436

23,5%

Toelichting

Het aantal gerapporteerde klachten over 2021 betreffen de klachten van burgers in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (39), de klachten over gedragingen van ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee bij de uitvoering van hun in de Politiewet 2012 omschreven taken (395) en de klachten binnengekomen bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit (1). Het totaal aantal klachten is aanzienlijk toegenomen ten opzichte van 2020.

In 2021 is het totaal aantal Wob-verzoeken en Wiv-verzoeken licht afgenomen. Het aantal ontvangen bezwaarschriften is nagenoeg hetzelfde gebleven als in 2020. In 2021 is een tweetal bezwaarzaken behandeld waarbij informatie werd opgevraagd over de vergoeding die stafadjudanten hebben gekregen vanwege hun functie. Daarnaast is een bezwaarschrift behandeld dat gericht was tegen een besluit over enkele beleidsstukken die zijn opgevraagd over diverse onderwerpen. Ook is bezwaar gemaakt tegen het (deels) verstrekken van informatie uit een aanbestedingsprocedure. Tot slot is in een zaak informatie opgevraagd uit een persoonlijk dossier bij de Commissie Langlopende Zaken Defensie en de IGK.

Naast de bovengenoemde categorieën heeft het Ministerie van Defensie in 2021 tevens 195 overige burgerbrieven ontvangen. Dat is een lichte afname ten opzichte van 2020.

Bijlage 6: Veiligheid

Meldingen bedrijfsveiligheid

In 2018 is aan de Tweede Kamer toegezegd voortaan in het jaarverslag Defensie een overzicht op te nemen van het aantal en het type meldingen van voorvallen in de MULAN applicatie PeopleSoft Melden Voorval (PSMV). Over het jaar 2021 zijn er in totaal 2172 meldingen7 bedrijfsveiligheid en bijzondere gebeurtenissen gedaan in deze applicatie. Van deze meldingen, door medewerkers, zijn er 2160 bedrijfsveiligheidsmeldingen gedaan en zijn er 2990 onderwerpen aangevinkt in applicatie. In onderstaande tabel staan de meldingen, zoals deze zijn ingediend door de medewerkers van Defensie en geordend naar onderwerp.

De getallen in onderstaande tabel geven weer in welke gevallen de melder voor het onderwerp heeft gekozen (één melding kan dus meerdere onderwerpen bevatten. Over het gehele jaar 2021 is er ten opzichte van 2020 een daling van ruim 42 procent te zien. Het vermoeden is dat wellicht de COVID-19 maatregelen, waaronder de lockdowns hebben geleid tot minder oefenen en mogelijk ook tot minder meldingen.

Voor fysieke veiligheid worden vijf soorten ernstcategorieën onderscheiden te weten: onveilige situaties, incidenten en ongevallen, waarmee de ernst van het letsel of de schade kan worden vermeld (‘categorie’, waarbij categorie 0 de minst ernstige categorie is en categorie 4 zeer ernstige incidenten en ongevallen betreft).

Het CLSK is medio 2021 gestart met het melden van bedrijfsveiligheidsmeldingen (ernstcategorie 0, 1 en 2) in het ‘Safety Reporting System (SRS)’ waardoor er minder meldingen zijn aangemaakt in PSMV. Deze cijfers zijn (nog) niet meegenomen in het overzicht van dit jaarverslag vanwege software problematiek waardoor er geen uitwisseling van data mogelijk was. Dit probleem wordt medio 2022 opgelost. In het jaarverslag Defensie 2022 wordt dit wel weer meegenomen.

Tabel 48 Overzicht meldingen bedrijfsveiligheid

Onderwerp1

Onveilige situaties2, incidenten3 en ongevallen4 gerelateerd aan:

Totaal

Categorie5

   

0

1

2

3

4

Arbeidsmiddelen of

het omgaan met gereedschappen, machines en installaties

240

106

111

21

2

 

Asbest

een (mogelijke) blootstelling aan asbest in gebouwen, materieel of p (oefen)terreinen

8

8

    

Biologische gevaren

een (potentiele) blootstelling aan biologische gevaren en besmetting door derden. Denk aan door dieren overdraagbare ziekten zoals ziekte van Lyme (tekenbeten), vectoren, besmetting door dierlijke resten en tetanus.

71

59

7

4

1

 

Brandveiligheid

daadwerkelijke brand, (potentiele) brand onveilige gebeurtenissen, incl. situaties met brandmeldingen

129

84

38

5

2

 

Duiken

duikarbeid en overige arbeid onder overdruk.

16

12

3

1

  

Elektrische veiligheid

het in aanraking (kunnen) komen met (hoog) spanning in gebouwen, wapensystemen en installaties en bij

84

46

31

4

3

 

Infra/installaties

gebouwen, infra gebonden installaties (kranen, steiger, slagbomen, roldeuren etc.) en (oefen) terreinen.

319

159

116

31

11

2

Kleding of uitrusting

kleding en (persoonsgebonden) uitrusting.

54

28

15

7

3

1

Koude/hitte/klimaat

klimatologische omstandigheden (door weer/klimaat, maar ook door gebouw of werkplek), die (kunnen) leiden tot onderkoeling, hitteletsel, blikseminslag of verminderd presteren.

74

43

14

14

2

1

Laser aanstraling

ongewenste aanstraling van luchtvaartuigen met lasers.

2

2

    

Geluid

(mogelijke) gehoorschade. Hieronder vallen ook schades veroorzaakt door geluid aan bestaande infra en of het milieu

53

17

17

18

1

 

Gevaarlijke stoffen

de opslag/overslag van en het werken met gevaarlijke stoffen (incl. onbedoelde blootstellingen).

247

164

63

16

2

2

Grondgebonden wapens

het omgaan met grondgebonden wapensystemen (diverse wiel/rups/pantservoertuigen, geleide wapens etc.).

15

7

5

2

1

 

Luchtvaart gerelateerd

grond- en vliegbewegingen en bij het onderhoud van luchtvaartuigen. Hieronder vallen ook runway incursions, FOD (foreign object damage) en de omgang met UAV’s.

257

224

26

3

3

1

Munitie

het omgaan met munitie en springstoffen (incl. ongewenste werking, verkeerde opslag en onjuiste uitlevering) al dan niet in relatie tot het wapen(systeem.).

84

62

18

4

  

Scheepvaart gebonden

de maritieme systemen, het varen met schepen en het onderhoud daaraan

81

42

26

12

 

1

Sport/fysieke training

het beoefenen van sport en fysieke training tijdens diensturen, incl. incidenten door lichamelijke inspanningen. (v.b. initiële basis trainingen en militaire zelfverdediging)

154

20

77

52

5

 

Straling

het omgaan met stralingsbronnen (zowel optisch, ioniserend als niet-ioniserend) zoals zenders, radioactieve bronnen en lasers.

8

5

2

1

  

Valschermspringen

valscherm-/parachutespringen

2

1

1

   

Vervoer

verkeer en vervoer, incl. intern transport op defensielocaties

379

115

237

23

3

1

Voedsel/waterveiligheid

het voorzien in/bereiden/nuttigen/bewaren van voedsel en drinkwater.

28

19

8

1

  

Wapens

het omgaan met wapens zoals (ongewild) afvuren van schoten (in ontlaadbak), een ongewenste werking van een wapen/storingen.

99

65

28

6

  

Werken op hoogte

het werken op hoogte (op gebouwen, wapensystemen, op klimtorens, touw- en hindernisbanen en tijdens fast-ropen, abseilen etc.

42

23

12

5

2

 

Overige fysiek

de fysieke gesteldheid van defensiepersoneel of ingehuurde werknemers. Hieronder vallen onwel wordingen en opnames in het ziekenhuis als gevolg van aandoeningen/incidenten/ongevallen tijdens het uitoefenen van de dienst.

231

81

90

41

11

8

Overige

die niet onder een van de overige onderwerpen kan worden vastgelegd m.u.v. Overige-Fysiek.

313

154

117

35

5

2

Overlijden buiten diensttijd

Defensie medewerkers die buiten dienstverband of diensturen overlijden.

3

     

Overlijden in diensttijd

Defensie medewerkers die gedurende diensttijd overlijden als gevolg van een natuurlijke oorzaak

2

     
X Noot
1

Een melding van één voorval kan meerdere onderwerpen betreffen.

X Noot
2

Een situatie die zou kunnen leiden tot een incident of ongeval.

X Noot
3

Een gebeurtenis die het potentieel heeft (fataal) letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu te veroorzaken.

X Noot
4

Een gebeurtenis die (fataal) letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt.

X Noot
5

De ernstcategorie is afhankelijk van het persoonlijk letsel of schade aan materieel of milieu. Bij een cat 0 is er geen letsel of schade, ernstcategorie 1 licht letsel (geen ziekte verzuim) of schade (tot 50 k-euro) en ernstcategorie 4 zwaar letsel (ziekenhuisopname langer dan 24 uur) of schade (meer dan 250 k-euro).

Opvolging van toezeggingen naar aanleiding van aanbevelingen van toezichthouders

In een brief aan de Kamer van 1 februari 2021 over het vervolg werkzaamheden van de Visitatiecommissie Defensie & Veiligheid (Kamerstuk 34 919 nr. 76) is toegezegd dat Defensie de transparante communicatie over veiligheid voort zal zetten en verder zal vergroten. Zo maakt zij met ingang van dit jaar alle jaarverslagen van haar interne toezichthouders openbaar. Ook wordt de veiligheidsparagraaf in het jaarverslag van Defensie uitgebreid, onder andere met opvolging van de aanbevelingen van inspecties en toezichthouders. Deze toezegging is bevestigd in een brief aan de Kamer van 21 juni 2021 «Aanbieden jaarrapport 2021 van de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid» (Kamerstuk 34 919 nr. 81), en tijdens het commissiedebat Veiligheid en Integriteit op 16 februari 2022.

In deze bijlage vindt u de toezeggingen aan de Kamer naar aanleiding van aanbevelingen van de OvV en de IVD, inclusief de voortgang van de uitvoering. Een aantal toezeggingen was al eerder gemeld als afgedaan. Daarnaast is er een aantal toezeggingen die zijn uitgevoerd en die we in dit overzicht formeel afdoen. Deze toezeggingen zullen niet terugkeren in toekomstige overzichten. Over openstaande toezeggingen wordt u jaarlijks geïnformeerd in het jaarverslag.

Tabel 49 Opvolging toegezegde maatregelen naar aanleiding van aanbevelingen Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) en Inspectie Veiligheid Defensie (IVD)
 

Toezegging

Af

Voortgang

 

OVV-rapport Mortierongeval Mali, Kamerstuk 34 775 X Nr. 7 van 28 september 2017

  

1

Defensie neemt deze aanbeveling over. Dit betekent dat Defensie de acute medische zorg voor militaire missies gaat verbeteren.

Nee

Het normenkader voor medische gezondheidszorg tijdens inzet is in concept gereed en heeft interne afstemming ondergaan en is daarna is daarna voorgelegd aan de centrale medezeggenschapscommissie (CMC) voor een formele adviesaanvraag. Nadat de CMC, eventueel met bijstellingen, heeft ingestemd met het normenkader wordt dit bekrachtigd. De Kamer wordt daarna geïnformeerd over de inhoudelijke aspecten ervan.

2

Defensie gaat over op een nieuw type 60 mm mortiergranaten. Nadat het typeclassificatieproces is doorlopen wordt de verwerving voltooid.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover nog niet eerder geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

3

De ADR is verzocht een onderzoek in te stellen naar het functioneren van de munitieketen.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 34 775 X nr. 128.

4

Direct na het uitkomen van het OvV-rapport zijn de nog in voorraad zijnde 60 mm granaten van de betreffende granaten geblokkeerd. De gehele voorraad 60 mm mortiergranaten zal worden vernietigd.

Nee

Het gebruik van de betreffende 60mm granaten is geblokkeerd en er is een vervoersverbod ingesteld om risico's van ongewenste detonatie te voorkomen. Hiermee bestaat een veilige situatie waarin de granaten zijn opgeslagen. Voor het demilitariseren heeft defensie een ontmantelingsmethode ontwikkeld. De arbeidsinspectie heeft die methode beoordeeld en vindt de risico's te groot om deze toe te passen. In overleg met de arbeidsinspectie onderzoekt Defensie de mogelijkheid om de granaten op of in de directe nabijheid van de opslaglocatie door gecontroleerde detonatie te vernietigen. Vanwege onderzoek en ruimtelijke ordeningsaspecten kan op dit moment nog geen indicatie worden gegeven wanneer met de ruiming kan worden aangevangen.

5

Defensie neemt deel aan het MSIAC, een veiligheidsinformatie- en analysecentrum. Deelname bevordert de vroegtijdige signalering van kwetsbaarheden bij munitie.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 354 775 X nr. 7.

6

Defensie neemt deze aanbeveling over. Dit betekent dat Defensie de acute medische zorg voor militaire missies gaat verbeteren.

Nee

Het normenkader is in concept gereed en heeft interne afstemming ondergaan en is daarna is daarna voorgelegd aan de CMC voor een formele adviesaanvraag. Nadat de CMC, eventueel met bijstellingen, heeft ingestemd met het normenkader wordt dit bekrachtigd. De Kamer wordt daarna geïnformeerd over de inhoudelijke aspecten ervan.

7

Defensie, de Defensie Materieel Organisatie (DMO) in het bijzonder, stelt extra personeel aan ten behoeve van typeclassificatie en de inspectie van munitieopslaglocaties.

Nee

Defensie heeft een programma opgestart om de munitieketen te verbeteren. U bent hierover geïnformeerd via Kamerstuk 27 830 nr. 337 van 21 mei 2021.

8

In het licht van het OvV-rapport zal de wijze waarop medische inspecties worden uitgevoerd kritisch tegen het licht worden gehouden en waar nodig verder worden aangescherpt.

Ja

Het normenkader voor medische gezondheidszorg tijdens inzet is in concept gereed en heeft interne afstemming ondergaan en is daarna is daarna voorgelegd aan de centrale medezeggenschapscommissie (CMC) voor een formele adviesaanvraag. Nadat de CMC, eventueel met bijstellingen, heeft ingestemd met het normenkader wordt dit bekrachtigd. De Kamer wordt daarna geïnformeerd over de inhoudelijke aspecten ervan.

9

De Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen (MCGS) en het Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen (KMCGS) intensiveren de inspecties van munitieopslagplaatsen in missiegebieden. Resultaten van alle vormen van munitie-inspecties (door de MCGS en het KMCGS, maar ook door de munitie-technische ondersteuning van het Defensie Munitiebedrijf) worden voortaan zowel aan de commandant in het missiegebied als aan de Commandant der Strijdkrachten gerapporteerd.

Ja

Bij aanvang van een missie wordt MCGS benaderd door DOPS om munitieopslagplaatsen te beoordelen. U bent hierover nog niet eerder geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

10

Bij het plannen van missies, waaraan Nederlandse militairen deelnemen, is een functionerende medische keten een van de randvoorwaarden voor inzet.

Ja

Deze toezegging is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 34 775 X nr. 7.

 

OVV-rapport Veilig oefenen, lessen uit schietongeval Ossendrecht, Kamerstuk 34775 X nr. 16 van 20 juni 2017

  

11

Het KCT krijgt een eigen schiethuis, met een 360 graden schietbaan, dat voldoet aan de geldende veiligheidseisen en waar tactische schietoefeningen met scherpe munitie kunnen worden uitgevoerd. De Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen moet het definitieve ontwerp goedkeuren en zal het schiethuis na opleveringen certificeren.

Nee

Deze toegezegde maatregel is in uitvoering, maar nog niet geïmplementeerd. De voortgang wordt gemeld in het Defensie Projectenoverzicht. Nadat nieuwe schiethuizen in gebruik zijn genomen, wordt de Kamer hiervan op de hoogte gesteld.

12

Defensie heeft verschillende maatregelen genomen: de keuring van schietbanen door MCGS, bijscholing van instructeurs, actualisering van het Verbijzonderd Schietbeleid KCT (2017), controle van opleidingen, het veiligheidsmanagement en verscherpt toezicht op schietoefeningen van het KCT.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 29 668 nr. 53 van 15 april 2020.

13

Het verbeteren van het veiligheidsmanagement vraagt niet alleen om structurele veranderingen, maar nadrukkelijk ook om een gedrags- en cultuurverandering. Dit geldt voor iedereen bij Defensie, van hoog tot laag. En het betekent ook dat er voortdurende aandacht voor veiligheid nodig is van alle leidinggevenden. De zorg voor veiligheid moet een onderdeel worden van het DNA van Defensie. Deze gedrags- en cultuurverandering vergt tijd en vooral volharding. We realiseren ons dat we hiermee onmiddellijk moeten beginnen (Kamerstuk 34 775 X, nr. 75)

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. De afgelopen jaren is de veiligheidscultuur bij Defensie door verschillende commissies onderzocht zoals de Commissie van der Veer en Giebels. Naar aanleiding van deze onderzoeken zijn verschillende verbetermaatregelen doorgevoerd te beginnen bij het Plan van Aanpak voor een veiligere defensieorganisatie dat getoetst is door de Visitatiecommissie Defensie en Veiligheid. Ook nadat de visitatiecommissie haar werk heeft voltooid blijft de veiligheidscultuur continue onze aandacht houden. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 34 919, nr. 81.

 

OVV-rapport Draadaanvaring Apache-helikopter tijdens nachtvliegen, Kamerstuk 34 775 X, nr. 140 van 6 september 2018 en Kamerstuk 35 000 X, nr. 100 van 21 februari 2019

  

14

Er bestaan sensoren die mogelijk in de behoefte voorzien om hoogspanningsleidingen beter te kunnen waarnemen; al is de technologie op dit vlak nog niet helemaal uitontwikkeld. Defensie zal de toepassing van dergelijke systemen samen met de industrie onderzoeken. Defensie is inmiddels in onderhandeling met een civiele partij voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie die eind 2019 beschikbaar moet zijn.

Ja

Deze toegezegde maatregel is uitgevoerd, het onderzoek heeft uitgewezen dat het plaatsen van een actief waarschuwingssysteem om hoogspanningsleidingen beter te kunnen opmerken vooralsnog niet mogelijk is. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 35 570 X, nr. 69.

15

In de komende jaren worden stapsgewijs meer hoogwaardige simulatoren aangeschaft voor zowel Apache- als Chinookhelikopters. Deze nieuwe simulatoren worden aan reeds bestaande simulatoren gekoppeld om een tactische omgeving te kunnen simuleren. Het gaat om hoogwaardige technologie die verder ontwikkeld moet worden. De planning is dat de eerste simulatoren voor de Chinook in 2020 en 2021 instromen, voor de apache is dit 2022 en 2023. Hoewel deze simulatoren een waardevolle aanvulling bieden op het trainingsprogramma, moet de huidige balans met live vliegen in stand gehouden worden voor een professionele gereedstelling.

Nee

Deze toegezegde maatregel is in uitvoering. De eerste geavanceerde missie simulator voor de Chinook is in gebruik genomen. De tweede zal naar verwachting in 2023 in gebruik kunnen worden gesteld. De simulatoren voor de Apache zijn door onder meer COVID-19 en het wereldwijde chip-tekort vertraagd. Naar verwachting kunnen deze ook in 2023 in gebruik worden genomen. Via het Defensie Projectenoverzicht wordt u over de voortgang op de hoogte gehouden. De koppeling van alle simulatoren vindt naar verwachting niet voor 2024 plaats.

16

Het goed functioneren van het kaartsysteem hangt af van meerdere factoren. Er zijn 3 maatregelen genomen. 1) Herstel van eerdere bezuinigingen op personeel met kaartexpertise. Hiertoe worden uiterlijk in Q2 2019 2 functies gecreëerd. 2) Softwareapplicaties voor missievoorbereiding worden vervangen. Dit traject is in 2023 afgerond. 3) Printers en overige hardware voor missionplanning systemen vervangen, uitrol in Q2 2019 voltooid.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstukken 35570-X, nr. 69 en 29668, nr. 36 van 18 december 2020.

 

IVD-rapport Het Markiezaat, Kamerstuk 35500 X nr. 7 van 14 oktober 2019

  

17

De benodigde informatie om veilig te schieten met klein kaliber wapens (KKW) wordt eenvoudig toegankelijk gemaakt voor alle gebruikers op één centrale locatie. In de toekomst wordt een op te richten centraal (Joint) kenniscentrum verantwoordelijk voor het ontsluiten van de benodigde informatie.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 35300-X nr. 69 van 20 mei 2020.

18

De huidige versie van de MP 40-30 is in 2010 gepubliceerd. Eerder informeerden wij u dat de MP 40-30 in het tweede kwartaal van dit jaar gereed zou zijn (Kamerstuk 35 000 X, nr. 81). De schietinstructie voor speciale eenheden – waaronder het aanpassen van de regels voor CQB-schietinrichtingen – hebben we eerder dit jaar ingevoerd. Dit wordt verwerkt in de MP 40-30. Daarnaast zijn we bezig met het harmoniseren van het schietbeleid tussen de verschillende krijgsmachtdelen. Dit moet zorgvuldig gebeuren en dat kost tijd. Dit maakt dat de MP 40-30 op een later moment dan voorzien wordt vastgesteld. Dit voorschrift wordt ook gepubliceerd op een eenvoudig vindbare centrale locatie.

Nee

Deze maatregel heeft een doorlopend karakter. Defensie heeft een nieuwe MP40-30 in mei 2020 vastgesteld. Daarnaast is er een defensiebrede regiegroep ingesteld die periodiek bekijkt of verdere aanpassingen in de MP 40-30 noodzakelijk zijn. Deze regiegroep werkt ook aan harmonisering van het schietbeleid tussen de verschillende krijgsmachtonderdelen. U wordt via deze bijlage bij het jaarverslag jaarlijks op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.

 

IVD-rapport 'Veilig Oefenen?'. Onderzoek naar een zwaar verkeersongeval in het oefengebied Bergen-Hohne, Kamerstuk 35 300 X nr. 56 van 5 februari 2020

  

19

Het opleidingsbeleid is erop gericht meer ruimte te geven aan de integratie met de eenheid en gerichte ervaringsopbouw in de praktijk. Bijkomend effect is dat schaarse capaciteit effecient kan worden ingezet. Desondanks zullen wij beoordelen of het opleidingsbeleid (BGO) nadelige effecten heeft. Indien nodig zullen aanpassingen worden doorgevoerd. Om inzicht te genereren in de vaardigheden en ervaring van het personeel loopt Kwaliteit in Beeld. Dit project heeft tot doel centraal overzicht te geven in de benodigde kwaliteit per functie en snel geschikt personeel te kunnen vinden.

Nee

Het programma Kwaliteit in Beeld (inmiddels Kwaliteit individuele Personele Gereedheid genoemd) is in uitvoering, maar nog niet zo ver gereed dat overzicht en sturing mogelijk is. Ongeacht daarvan dienen commandanten altijd te beoordelen of het individu, het team of de eenheid voldoende competent is een opdracht uit te voeren zoals beoogd met integraal risicomanagement. Naar aanleiding van dit IVD-rapport heeft Defensie opdracht gegeven aan de commandanten om de samenhang tussen opleiding, training en oefening beter te structureren en te verankeren. Eventuele knelpunten verwerkt Defensie in het opleidingsbeleid. Dit is een traject dat langere tijd duurt en waarover ik u later zal informeren.

20

Voor het identificeren van risico’s maken commandanten gebruik van een risico- inventarisatie en –evaluatie (RI&E), risico analyse operationeel (RAO), of de last minute risk assessment (LMRA). Hierbij worden ze ondersteund door de veiligheidsorganisatie; deze wordt stapsgewijs gerepareerd en geprofessionaliseerd, in 2020 en verder. De commandant wordt op korte termijn hulp geboden bij omgaan met risico’s door begeleiding binnen krijgsmachtsonderdelen zoals veiligheidsdagen en sessies met en door commandanten van verschillende niveaus. Defensiebreed wordt een periodiek rapportagesystematiek geïmplementeerd waar de KPI’s beschikbaarheid en opleidingspercentage zijn opgenomen.

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd in Kamerstuk 34 919, nr. 81.

 

IVD-rapport Shallow Water Black-out als onbekend risico, Kamerstuk 35570 X nr. 11 van 12 oktober 2020

  

21

In de defensievoorschriften en instructieaanwijzingen voor zwemoefeningen zullen wij explicieter aandacht besteden aan de risico’s van hyperventileren en Shallow Water Black-out.

Ja

Daar waar dit van toepassing is, is deze toegezegde maatregel geïmplementeerd. U bent hierover nog niet eerder geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

22

Wij nemen alle zwemgerelateerde risico’s, waaronder Shallow Water Black-out, defensiebreed op in de RI&E’s waar zwemoefeningen aan de orde zijn. Een zwemoefening of daaraan gerelateerde veiligheidsmaatregelen worden aangepast indien de RI&E daar aanleiding toe geeft.

Nee

Deze toegezegde maatregel is in uitvoering. Verpleegkundig personeel wordt inmiddels onderwezen over deze risico's. Instructeurs wijzen cursisten op gevaren van hyperventileren en Shallow Water Black-out. Het proces om risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) te herzien loopt. Zodra dit is afgerond wordt deze maatregel afgedaan.

23

Deelnemers aan zwemoefeningen met onderwaterelementen wordt verboden opzettelijk te hyperventileren, via de defensievoorschriften en instructieaanwijzingen.

Ja

Daar waar dit van toepassing is, is deze toegezegde maatregel geïmplementeerd. U bent hierover nog niet eerder geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

24

Wij zien erop toe dat verplegend personeel opgeleid wordt op de verbijzondering ‘bij drenkelingen’ op de reguliere ‘Basic Life Support’. Dit onderdeel voegt Defensie toe aan de lessen ‘Basic Life Support’ binnen de opleiding tot Algemeen Militair Verpleegkundige (AMV). Tevens zal het onderdeel opgenomen worden in het retentieonderwijs voor AMV.

Ja

Binnen de reguliere opleiding Basic Life Support zijn de aanvullende leerdoelen over drenkelingen opgenomen. U bent hier nog niet eerder over geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

25

Wij onderzoeken de mogelijkheid instructeurs aanwezig bij zwemoefeningen bij te scholen in ‘Basic Life Support bij drenkelingen’, zodat toereikende kennis over zorg aan drenkelingen altijd geborgd zal zijn tijdens zwemoefeningen waar dit relevant is op basis van de RI&E.

Nee

De maatregel over de instructeurs is nog in uitvoering en nog niet bij alle defensieonderdelen doorgevoerd. Wij verwachten u later te kunnen informeren over de voortgang.

 

IVD-rapport Vervoer gevaarlijke stoffen, Kamerstuk 35570 X, nr. 78 van 1 december 2020

  

26

De Taskforce Logistiek versterkt de ketenregie door knelpunten integraal in samenhang aan te pakken. De Taskforce Logistiek start met een focus op het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht en over de weg. Na beproeving van de pilots breidt het regieteam de reikwijdte uit naar het vervoer van gevaarlijke stoffen in het algemeen.

Nee

Defensie heeft de ketenregie versterkt door het inrichten van een periodiek regie-overleg om kort-cyclisch knelpunten in samenhang te analyseren, te zoeken naar grondoorzaken en verbeteringen door te voeren. Dit betreft onder andere de aanbevelingen van de IVD zoals opleidingscapaciteit, deskundigheid uitvoerenden, de positie van de veiligheidsadviseurs en de opvolging van jaarverslagen. U wordt later dit jaar nader over de resultaten geïnformeerd.

27

De Taskforce Logistiek krijgt de opdracht de positie, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de veiligheidsadviseur te laten harmoniseren voor alle defensieonderdelen en te bezien hoe de functie van veiligheidsadviseur versterkt moet worden.

Nee

Defensie heeft een aanvullend onderzoek naar onderliggende oorzaken uitgevoerd, om daarmee beter de maatregelen te kunnen uitwerken. De positie, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de veiligheidsadviseurs worden vastgelegd in een formeel document. Hierin wordt ook vastgelegd wat de bevoegdheden van de veiligheidsadviseurs zijn en op welke manier de aandachtspunten die zij rapporteren dienen te worden opgepakt. U wordt later dit jaar nader over deze maatregelen geïnformeerd.

28

De veiligheidsadviseur rapporteert schriftelijk veiligheidsknelpunten (periodiek), waarbij wij deze rapportages een meer bindend karakter geven. Indien de commandant het advies niet opvolgt legt hij hierover verantwoording af. Knelpunten die niet kunnen worden opgelost door het defensieonderdeel zelf, worden meteen via het regieoverleg geëscaleerd.

Nee

Er wordt vastgelegd wat de bevoegdheden van de veiligheidsadviseurs zijn en op welke manier de aandachtspunten die zij rapporteren dienen te worden opgepakt. U wordt later dit jaar nader over deze maatregelen geïnformeerd.

29

Defensie beziet of het niveau van de lagere onderdelen versterkt kan worden met een adviserende veiligheidsfunctionaris. De Taskforce Logistiek monitort de ontwikkelingen en stuurt waar nodig bij.

Nee

Defensie heeft een aanvullend onderzoek naar onderliggende oorzaken uitgevoerd, om daarmee beter de maatregelen te kunnen uitwerken. De positie, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de veiligheidsadviseurs worden vastgelegd in een formeel document. Hierin wordt ook vastgelegd wat de bevoegdheden van de veiligheidsadviseurs zijn en op welke manier de aandachtspunten die zij rapporteren dienen te worden opgepakt. U wordt later dit jaar nader over deze maatregelen geïnformeerd.

30

Het Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen (KMCGS) maakt vanaf 2021 de jaarverslagen die zij opleveren openbaar. Defensie biedt deze aan op de derde woensdag in mei (verantwoordingsdag).

Ja

Deze toegezegde maatregel is geïmplementeerd. U bent hierover geïnformeerd via Kamerstuk 35 570X, nr. 78.

31

Voor het identificeren van risico’s maken commandanten gebruik van een risico- inventarisatie en –evaluatie (RI&E), risico analyse operationeel (RAO), of de last minute risk assessment (LMRA). Hierbij worden ze ondersteund door de veiligheidsorganisatie;

Nee

Defensie werkt aan het vastleggen van de vereiste kwalificaties en daarvoor benodigde opleidingen of cursussen. Daarmee moet deelname beter worden geprioriteerd, zodat eerst de juiste medewerkers worden opgeleid. Om (tijdelijk) het opleidingsaanbod te verhogen, werkt Defensie aan het inhuren van externe opleidingscapaciteit, die echter schaars is voor met name het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht.

32

Een voorstel van Defensie om ervaring te behouden door het personeel werkzaam binnen het veiligheidsdomein, waaronder het vervoer van gevaarlijke stoffen, langer op functie te houden zal in het overleg met de vakbonden worden besproken.

Nee

Defensie heeft een voorstel met functies binnen het veiligheidsdomein waarop personeel langer kan worden geplaatst voorgelegd aan de centrales. Vanwege het opgeschorte overleg van centrales en Defensie is dit voorstel nog niet besproken.

33

Defensie onderzoekt in het kader van het nieuwe personeelsmodel de mogelijkheid om loopbaansporen binnen het veiligheidsdomein in te richten.

Nee

Deze maatregel wordt uitgevoerd binnen de bredere ontwikkelingen op personeelsgebied. Over die ontwikkelingen wordt u separaat geïnformeerd. Pas als op dat gebied concrete stappen zijn gezet, kan deze maatregel worden afgedaan.

34

Een communicatiecampagne wordt opgezet om in de reguliere bedrijfsvoering binnen Nederland brede bewustwording en basiskennis over het juist verzenden van gevaarlijke stoffen te vergroten.

Nee

Door commandanten en veiligheidsadviseurs wordt inmiddels extra aandacht gevraagd voor het juist aanbieden van vracht en voor het juist vervoeren daarvan. Een bredere informatiecampagne volgt in een later stadium.

35

De CDS draagt er zorg voor dat de Helpdesk voor Vervoer van Gevaarlijke Stoffen van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie opnieuw onder de aandacht wordt gebracht op de werkvloer.

Nee

Als eerste aanzet voor een betere bekendheid is de helpdesk voor Vervoer van Gevaarlijke Stoffen van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie als lid opgenomen in het regieoverleg over het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierdoor is de helpdesk beter betrokken bij de vraagstukken die het regieoverleg behandelt en kan daardoor kan daardoor beter ondersteunen bij de beantwoording van vragen die worden gesteld. Een bredere informatiecampagne waarin de helpdesk breed onder de aandacht wordt gebracht volgt in een later stadium.

36

Defensie voert op de Vliegbasis Eindhoven fase 2 van de Defensie Luchtvracht Expeditie (DLE) ‘het ondersteunen van alle defensieonderdelen om aan de ervaringseisen van de CDS te kunnen voldoen’ in.

Nee

Defensie heeft in de doorontwikkeling van de Agenda voor Veiligheid 16 miljoen euro vrijgemaakt waarmee onder meer de benodigde aanvullende formatieplaatsen voor DLE fase 2 worden bekostigd. Daarnaast is incidenteel budget vrijgemaakt voor mobiele scanners en aanpassing van infrastructuur. U wordt nader geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering.

37

De Directeur Operaties draagt er zorg voor dat er bij de incidentele transporten uit missie- en oefengebieden in het buitenland via retourvluchten mobiele teams vanuit Nederland worden ingezet om ter plaatse vracht verzendgereed te maken, indien de juiste expertise niet in het gebied aanwezig is.

Ja

Indien in de missiegebieden niet voldoende kennis en ervaring aanwezig is om luchtvracht veilig en conform eisen terug naar Nederland te sturen, zet Defensie de Mission Support Teams (MST) in van CLSK. Deze teams worden door DOPS aangevraagd en ad-hoc samengesteld. De samenstelling van een team hangt af van de benodigde expertise. Hierbij wordt deze maatregel afgedaan.

38

De Taskforce Logistiek zal bekijken of in aanvulling op het bovenstaande meer nodig is om de afzender adequaat te ondersteunen.

Nee

Defensie heeft geconstateerd dat er behoefte is aan mobiele scanapparatuur. Het project om hierin te voorzien is in uitvoering. U wordt ter zijner tijd nader geïnformeerd over de voortgang ervan. Daarnaast is geconstateerd dat bij vervoer van munitie, aanvullend op de Mission Support teams, ook de inzet van Munitie Technische Ondersteuning benodigd is. Directeur Operaties draagt er zorg voor dat deze expertise in voorkomend geval wordt toegevoegd aan de Mission Support Teams.

39

Het CLSK volgt twee van de drie nog onvoltooide maatregelen uit het onderzoeksrapport «voorvallen tijdens het vervoer van gevaarlijke stoffen» niet één-op-één op maar heeft een aangepaste aanpak. De C-LSK bewaakt de voortgang van de aangepaste aanpak en rapporteert hierover via de Taskforce Logistiek aan de CDS.

Ja

De eerste van de twee niet opgevolgde maatregelen betrof het opleiden van onderdeelsmanagement en direct leidinggevenden betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Inmiddels is voor deze doelgroep een op maat gemaakte cursus ontwikkeld en gegeven. De tweede van de twee niet opgevolgde maatregelen betrof het opnemen van bedrijfsveiligheid als vast onderwerp in ieder werkoverleg en het toezien op de uitvoering daarvan. Het Commando Luchtstrijdkrachten heeft via de commandantenlijn aangegeven dat bedrijfsveiligheid een belangrijk punt is dat regulier moet terugkomen in werkoverleg. Uiteraard leent niet ieder werkoverleg zich voor het verplicht adresseren van bedrijfsveiligheid. Aandacht voor de uitvoering wordt gegeven in commandantenoverleggen en safety walks. Hierbij wordt deze toegezegde maatregel afgedaan.

 

IVD-rapport Risico's onderkend? (blikseminslag), Kamerstukken 35570 X Nr. 81 van 13 januari 2021

  

40

De instructies die toezien op veiligheid in opleidingen en de calamiteitenplannen worden opnieuw onder de aandacht gebracht (voorafgaan aan de voltooiing van de herziening van de Aanwijzing ‘SG-007’, die gepland staat voor Q4 2021).

Nee

Defensie geeft per defensieonderdeel aandacht aan instructies die toezien op veiligheid in opleidingen en de calamiteitenplannen. Zodra de SG-007 herzien is, wordt deze maatregel afgedaan.

41

Na de herziening van de Aanwijzing ‘SG-007’ – gepland voor 2021 – wordt de onderliggende documentatie hiermee in lijn gebracht. Lagere regelgeving wordt daardoor in 2022 aangepast.

Nee

Regelgeving is altijd in beweging omdat wetgeving, organisatie en omstandigheden voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn. Feitelijk is deze maatregel daarom een doorlopende maatregel. Omdat de overkoepelende regelgeving in de vorm van de aanwijzing van de secretaris-generaal 007 Veiligheid-Gezondheid-Milieu Defensie nog niet gereed is, kan de onderliggende regelgeving hiermee nu nog niet in lijn worden gebracht. De prognose is dat de aanwijzing medio 2022 gereed is.

42

Er zal opnieuw defensiebreed onder de aandacht worden gebracht dat ‘Buitenklimaat en weer’ een risicocategorie betreft die moet worden meegenomen in de RI&E bij buitenactiviteiten.

Ja

De commandanten van de defensieonderdelen hebben van de CDS de opdracht gekregen om te benadrukken dat ‘Buitenklimaat en weer’ een risicocategorie betreft die moet worden meegenomen in de risicoanalyses voor buitenactiviteiten. U bent hier nog niet eerder over geïnformeerd. De toegezegde maatregel wordt hierbij afgedaan.

43

Commandanten zullen toezien op het volledig en juist vastleggen van risico’s in de RI&E en de uitvoer van de daaruit volgende beheersmaatregelen.

Nee

RI&E’s worden conform arbo-wetgeving periodiek getoetst door het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG). Dit is een structureel doorlopend proces. Daarnaast hebben de commandanten van de defensieonderdelen van de CDS de opdracht gekregen toe te zien op de uitvoer van beheersmaatregelen voortkomend uit RI&E’s.

 

IVD-rapport "Veiligheid in de lucht". Zelfbeschieting F-16 Vliehors, Kamerstuk 35570 X, nr. 93 van 25 mei 2021

  

44

Defensie heeft voor de veiligheid van medewerkers in de controletoren besloten om niet de controletoren, maar de doelen en de aanvliegroute hiernaartoe te verplaatsen. Op deze manier verandert de ligging van het doelengebied ten opzichte van de huidige controletoren. Daardoor wordt het risico op beschieting van de toren verkleind. Hierna is de Koninklijke Luchtmacht gestart met het project om de doelen en de aanvliegroute hiernaartoe te verplaatsen. De verwachting is dat, als alles goed verloopt, de verplaatsing van de oefendoelen in 2023 is gerealiseerd. Na het verplaatsen van de doelen evalueert de Commandant Luchtstrijdkrachten integraal alle restrisico’s van de nieuwe situatie. Na deze evaluatie wordt vastgesteld of verplaatsing van de controletoren nog noodzakelijk is.

Nee

De aanvliegroute naar de Vliehors is inmiddels aangepast, waarmee de eerste veiligheidverhogende maatregel is getroffen. Het project voor het verplaatsen van de doelen is in uitvoering. Voor het verplaatsen van de doelen zijn diverse vergunningen benodigd. Tegen de verleende omgevingsvergunning loopt op dit moment een hoger beroep. Defensie verwacht nog steeds dat het verplaatsen van de doelen in 2023 gerealiseerd zal zijn.

45

De Koninklijke Luchtmacht geeft op twee sporen aandacht aan standaardisatie van de communicatie in de luchtvaart. Enerzijds door dit onderwerp onderdeel te laten zijn van supervisie via de commandanten (top down), anderzijds door extra aandacht aan dit onderwerp te besteden in de reguliere Crew Resource Management training die ieder bemanningslid van een militair luchtvaartuig volgt (bottom up).

Ja

De maatregelen zijn geïmplementeerd. De standaardcommunicatie is onderwerp van iedere debrief. Daarnaast maakt dit onderwerp nu deel uit van de Crew Recourse Management trainingen. Hierbij wordt deze maatregel afgedaan.

46

Defensie zal haar werkwijze aanscherpen om zeker te stellen dat de Commandant der Strijdkrachten de beschikking heeft over alle meldingen, zonder dat er afbreuk gedaan wordt aan de vereisten van het veiligheidsmanagementsysteem van de Koninklijke Luchtmacht. Defensie stelt in samenspraak met de IVD een regeling op voor informatievoorziening.

Nee

Het melden van voorvallen is binnen Defensie geregeld in een aanwijzing van de secretaris-generaal, genaamd 'Melden voorvallen'. Het huidige defensiebrede systeem is voor een aantal toepassingen echter te beperkt, waardoor naast het defensiebrede systeem ook nog andere systemen in gebruik zijn. Met een addendum op de genoemde SG-aanwijzing wordt geregeld dat alle relevante meldingen uit decentrale systemen worden doorgerapporteerd naar de Commandant der Strijdkrachten. Op die wijze heeft deze een integraal overzicht heeft over alle meldingen en is daar de informatie beschikbaar voor onderzoek door de IVD. De aanpassing op de genoemde aanwijzing staat op het punt uitgegeven te worden.

 

IVD rapport Luchtvaartongeval NH-90 Aruba, Kamerstuk 35925 X, nr. 48 van 2 december 2021

  

47

De medische hulpverlening moet tijdens een missie voldoen aan de gestelde normen om de kwaliteit te waarborgen. Een nieuw normenkader voor de planning van operationele gezondheidszorg zit op dit moment in de laatste afstemmingsfase. In dit normenkader wordt onderscheid gemaakt tussen inzet, oefenen en andere militaire activiteiten, waarbij duidelijk wordt gesteld welke normen in welke situatie gelden. De trainingen en opleidingen van het personeel worden hierop aangepast.

Nee

Het normenkader is in concept gereed en heeft interne afstemming ondergaan en is daarna voorgelegd aan de centrale medezeggenschapscommissie (CMC) voor een formele adviesaanvraag. Nadat de CMC, eventueel met bijstellingen, heeft ingestemd met het normenkader wordt dit bekrachtigd. De Kamer wordt daarna geïnformeerd over de inhoudelijke aspecten ervan.

48

Deze aanbeveling wordt deels overgenomen. Gezien de zelfredzaamheid van de helikopterbemanning en de grote risico’s die een reddingsactie uit een (deels) gezonken helikopter met zich mee brengen, is het helpen / bijstaan van de helikopterbemanning het maximale wat de zwemmers van de Marine mogen en kunnen doen. Deze risicoafweging is na het ongeval opnieuw gemaakt, maar de uitkomst is hetzelfde gebleven. Wel wordt de aanbeveling van de IVD opgevolgd om de zwemmers zo goed mogelijk toe te rusten op het assisteren van de helikopterbemanning. Hiertoe wordt de opleiding uitgebreid.

Nee

Deze maatregel is nog niet uitgevoerd. Voor de opleidingen geldt dat de Koninklijke Marine onderzoekt welke elementen terug moeten komen in de opleidingen.

49

In de beleidsreactie wordt aangegeven dat deze beoordeling onderdeel uitmaakt van de standaard opwerksystematiek. In deze systematiek wordt in zes niveaus de complexiteit opgebouwd waar na een laatste beoordeling het schip inzetgereed wordt verklaard. Het rollenplan wordt in elke fase behandeld en beoordeeld, waarbij conflicterende rollen niet altijd te voorkomen zijn. Dit is een consequentie vanuit het zo efficiënt mogelijk opereren. In dat geval maakt de commandant een afweging, waarbij hij de risico’s afweegt. Defensie zal de aanbeveling opvolgen door de rollenplannen en het proces waarbij deze tot stand komen en beoordeeld worden tegen het licht te houden. Daarbij is expliciet aandacht voor de mate waarin crisis- en conflictsituaties hierbij terugkomen.

Nee

De Koninklijke Marine implementeert deze maatregel momenteel.

50

In de beleidsreactie wordt benadrukt dat de bemanning op het moment van het ongeval volledig voldeed aan de gestelde normen. Wel zijn er sinds het ongeval verbeteringen doorgevoerd, zo krijgt elke aankomend gezagvoerder een coach toegewezen die begeleiding biedt in de individuele leerlijn. Deze coach is een vlieger met een achtergrond als instructeur of trainer. De coach vliegt soms mee en voert gesprekken, waarbij de aandacht ligt bij de besluitvorming van de aankomend gezagvoerder. Ook wordt bijgehouden hoeveel uur een piloot daadwerkelijk pilot flying is geweest en hoeveel uur pilot non flying, dit is relevant voor luchtvaartuigen die (soms) met een bemanning vliegen die uit meerdere vliegers bestaat. Over twee jaar zal worden onderzocht of deze verbeteringen de gewenste impuls hebben gegeven aan de ervaringsopbouw van de vliegers. Na het versturen van de beleidsreactie zal de opdracht hiervoor vanuit de DGB gegeven worden. De resultaten van het onderzoek worden gerapporteerd aan de Directie Veiligheid, die zorg draagt voor de communicatie aan de IVD.

Nee

Defensie heeft deze maatregel deels uitgevoerd. Zo zijn coaches zijn toegewezen en wordt het aantal uren als pilot flying en pilot non flying bijgehouden. Het toegezegde onderzoek zal in 2024 starten. Na afronding wordt de Kamer geïnformeerd.

51

Verbetermaatregelen om dit te bewerkstelligen zijn al doorgevoerd. Zo zijn de gebruikte materialen tijdens training en opleiding gelijk getrokken met de operatie en is de frequentie van de oefeningen verhoogd. Daarnaast is er een periodiek overleg ingevoerd tussen de SERE school en de operationele eenheden om te zorgen dat de training actueel blijft. De volgende stap is dit inrichten voor andere types helikopters. Hiervoor wordt na het versturen van de beleidsreactie opdracht gegeven vanuit de DGB.

Nee

Deze maatregels is deels uitgevoerd. Voor de NH90 wordt tijdens trainingen dezelfde uitrusting gebruikt als tijdens operaties. Voor andere typen helikopters geldt dat de uitrusting voor training nog niet volledig is aangepast. Voor alle helikoptertypes geldt vooralsnog een uitzondering voor het gebruiken van operationele vliegerhelm. Voordat daarover wordt besloten, wordt onderzocht of dit voor het realisme van de trainingen noodzakelijk is omdat de kosten zeer hoog zijn. In periodieke gesprekken tussen de school en de eenheid wordt geborgd dat trainingen actueel blijven ook indien er operationele zaken (uitrusting, werkwijzen etc.) wijzigen. Daarbij wordt ook besproken welke verdere verbeteringen kunnen worden doorgevoerd om het realisme van de training verder te bevorderen. Ook de door de IVD geconstateerde tekortkoming bij de crew survival packs wordt opgelost. Inmiddels zijn 39 van de 43 Crew Survival Pack's gemodificeerd. Alle 43 zijn uiterlijk Q1 2022 aangepast.

 

IVD rapport Inzetgereed op Missie (Dingo Afghanistan), Kamerstuk 35925 X, nr. 50 van 16 december 2021

  

52

Ik draag de CDS op het inzetgereedheidsproces zo veel mogelijk plaats te laten vinden met de middelen waarmee de toekomstige inzet uitgevoerd wordt. Wanneer dit niet mogelijk is, ziet de CDS erop toe dat formerende eenheden onverminderd voldoen aan geldende kwaliteitsstandaarden binnen het inzetgereedheidsproces. Eenheden leggen vast hoe dit zeker is gesteld en binnen welke randvoorwaarden dit gebeurt. De Directie Operaties (DOPS) houdt in het inzetgebied toezicht op de uitvoering hiervan. Dit gebeurt via de Senior National Representative (SNR).

Nee

De Commandant der Strijdkrachten hanteert het uitgangspunt dat eenheden zo veel mogelijk met organieke middelen worden ingezet. Daarnaast vindt het inzetgereedheidsproces zo veel mogelijk plaats met de middelen waarmee de toekomstige inzet wordt uitgevoerd. De wijze waarop de eisen aan het trainingsniveau worden bepaald, vastgelegd en hoe het toezicht wordt uitgevoerd, is onderwerp van studie in een hiervoor speciaal ingestelde projectgroep die de betreffende processen gaat (her)ontwerpen en implementeren.

53

Ik draag de CDS op dat het inzetgereedheidsproces altijd wordt voltooid met een toetsing.

Nee

De wijze waarop de toetsing aan de gereedstellingseisen plaatsvindt is onderwerp van studie in een hiervoor speciaal ingestelde projectgroep die de betreffende processen gaat (her)ontwerpen en implementeren.

54

Er moeten minimum eisen gesteld worden aan het trainingsniveau, de DOPS moet hierop toezicht houden. Het stellen van minimum eisen en de wijze van toezicht laat ik aanpassen in de instructies over inzetgereedheid.

Nee

De wijze waarop het vereiste trainingsniveau wordt bepaald, vastgelegd en hoe het toezicht hierop wordt uitgevoerd, is onderwerp van studie in een hiervoor speciaal ingestelde projectgroep die de processen gaat (her)ontwerpen en implementeren.

55

Wanneer een deel van de inzetgereedheidstraining in het uitzendgebied moet plaatsvinden, wordt de eenheid voortaan inzetgereed verklaard onder bepaalde condities. De DOPS geeft vervolgens een specifieke opdracht tot gereedstelling, waarin staat hoe de condities worden ingevuld. De eenheid wordt alsnog op het vereiste niveau gebracht en uiteindelijk inzetgereed verklaard. Toezicht op het proces vindt plaats via de SNR. Als blijkt dat de randvoorwaarden of condities niet voldoende worden ingevuld, meldt de SNR dit onverwijld aan de DOPS in Nederland.

Nee

Het onder condities inzetgereed verklaren wordt door de Koninklijke Landmacht gehanteerd. De herontwerpen van de processen voor het uiteindelijk volledig inzetgereed verklaren wordt bestudeerd in een speciaal hiervoor ingestelde projectgroep. In de tussenliggende periode wordt de training in het uitzendgebied behandeld als mitigerende maatregel op het vastgestelde risico en wordt dit behandeld volgens het risicomanagementproces van de DOPS.

56

Defensie zal de inrichting van het risicomanagementproces en het toezicht op de kwaliteit en de uitvoering van de maatregelen evalueren en verbeteren.

Nee

Het verbeteren van het risicomanagementproces voor het gereedstellen van eenheden voor inzet is een van de taken van de hiertoe ingestelde projectgroep.

57

Defensie verbetert het proces van leren en evalueren. De DOPS zal vroegtijdig in het inzetgereedheidsproces de SNR bekend maken met het lessons learned-proces tijdens inzet. Daarnaast maakt de DOPS ook de ondercommandanten van de SNR vroegtijdig bekend met het proces van leren en evalueren. De DOPS stelt de SNR en de ondercommandanten actief op de hoogte van de uitkomsten van het appreciatieproces van de DOPS betreffende alle ingediende observaties, en van eventuele vervolgacties.

Nee

Het verbeteren van de processen van het lessons learned-proces is onderwerp voor de hierboven genoemde hiertoe ingestelde projectgroep. De terugkoppeling omtrent de gereedmelding is reeds verbeterd, maar wordt nog verder geëvalueerd.

58

De uit het lessons learned-proces voortvloeiende signalen of risico’s worden overgebracht naar, en behandeld volgens het risicomanagementproces.

Ja

Het overbrengen van de uit het lessons-learned proces voortvloeiende signalen of risico's naar het risicomanagementproces, is inmiddels geïmplementeerd en geborgd in de bedrijfsvoering. Deze maatregel wordt hierbij afgedaan.

59

Ik draag de CDS op om het belang van het dragen van de veiligheidsgordel, en de daarbij behorende regelgeving, expliciet onder de aandacht te brengen tijdens het inzetgereedheidsproces.

Ja

De DOPS brengt het belang van het dragen van de veiligheidsgordel en de daarbij behorende regelgeving inmiddels onder de aandacht van de commandant. De DOPS doet dit tijdens het inbriefen voorafgaand aan de inzet. Deze maatregel wordt hierbij afgedaan.

60

Ik draag de CDS op om commandanten er opnieuw op te wijzen dat het eventueel gebruikmaken van de bestaande uitzondering op het moeten dragen van een gordel, het resultaat is van een zorgvuldige situationele afweging van de beoogde operationele meerwaarde ten opzichte van de risico’s van een dergelijk besluit.

Nee

Defensie stelt richtlijnen op die commandanten kunnen gebruiken bij het maken van de situationele afweging. Zodra de richtlijnen zijn vastgesteld en het proces van maken van afwegingen en vastleggen van de uitkomsten ervan is ingeregeld, wordt de Kamer hierover geïnformeerd.

61

Ik heb met de KMar afgesproken tijdens oefeningen en in inzetgebieden waar mogelijk preventief bij te dragen aan de juiste toepassing van de regelgeving rondom het gebruik van veiligheidsgordels.

Ja

De Koninklijke Marechaussee zal tijdens oefeningen en bij inzet actief bijdragen aan de juiste toepassing van de regelgeving omtrent het gebruik van veiligheidsgordels. Hierbij wordt deze maatregel afgedaan.

Bijlage 7: COVID-19 steunmaatregelen

Tabel 50 Overzicht COVID-19 steunmaatregelen

Nr

Defensieonderdeel

Bestemd voor:

Uitdeling [in mln. euro]

Realisatie 2021 [in mln. euro]

Relevante Kamerstukken

1

Inzet

 

5,0

1,7

1e suppletoire begroting

2

Koninklijke Marine

Quarantaine kosten en thuiswerkmiddelen

3,0

3,0

2e suppletoire begroting

3

Koninklijke Landmacht

Aangepaste veldlegering bij oefeningen

8,9

8,9

1e suppletoire begroting

3

Koninklijke Landmacht DMF

Tenten en tijdelijke infrastructuur en aanpassing van oefeningen

19,8

19,8

1e suppletoire begroting

4

Koninklijke Luchtmacht

Vliegbasis en thuiswerkmiddelen

1,1

1,1

2e suppletoire begroting

5

Koninklijke Marechaussee

 

 

7

DMO

Gehele proces van aanschaf mondmaskers

7,4

7,4

2e suppletoire begroting

8

DOSCO

Dit betreft de kosten van DGO voor het testen, de inzet van personeel DGO, thuiswerkmiddelen en schoonmaakkosten

5,6

5,6

2e suppletoire begroting

9

Bestuursstaf/Algemeen

Incidentele nood- en steunmaatregelen COVID-19 (werkgarantie)

1,8

1,8

2e suppletoire begroting

10

Kerndepartement

 

 
   

52,6

49,3

 

Toelichting

Algemeen

In 2021 is er € 52,6 miljoen toegewezen voor reeds uitgegeven en verwachte COVID-19 kosten. Hiervan is € 49,3 miljoen gerealiseerd. Daarnaast is er € 9 miljoen doorgeschoven om uitgegeven te worden in 2022. Voor het DMF is € 4,5 miljoen doorgeschoven naar 2022. Middelen die niet zijn uitgegeven worden teruggegeven aan het Ministerie van Financiën. De meeruitgaven door COVID-19 worden gecorrigeerd door minderuitgaven waarbij de oorzaak ook bij COVID-19 ligt. Een voorbeeld van minder uitgaven is vermindering van dienstreizen door COVID-19.

2. Koninklijke Marine

De COVID-19 meeruitgaven zijn IT-middelen voor het thuiswerken (€ 1,1 miljoen), de quarantainevergoedingen (€ 1,4 miljoen) en gereedstellingsuitgaven betreffende quarantaine-accommodaties (€ 1,9 miljoen). Voor een deel is dit binnen het eigen beleidsartikel gecompenseerd door de besparing als gevolg van lagere uitgaven voor dienstreizen, evenementen, representatie en geschenken.

3. Koninklijke Landmacht

Als direct gevolg van de COVID-19 pandemie konden veldoefeningen van de Koninklijke Landmacht niet op normale wijze doorgang vinden. De aanpassingen die nodig waren inclusief de aanschaf van extra materiaal vormen het grootste gedeelte van de toegekende compensatie middelen.

4. Koninklijke Luchtmacht

De COVID-19 uitgaven betreffen onder andere kosten voor het herstellen van de gereedheid van Vliegbasis Volkel (€ 0,52 miljoen), middelen voor thuiswerken (€ 0,46 miljoen) en quarantaine oefenkosten (€ 0,15 miljoen). De meeruitgaven worden voor een deel bekostigd uit de besparingen door minder dienstreizen (- € 1,3 miljoen). Daarnaast is er nog sprake van lagere ontvangsten als gevolg van minder bezoekende buitenlandse eenheden die hadden bijgedragen in de brandstoftoelage.

5. DMO

De kosten die direct door COVID-19 voor DMO zijn veroorzaakt zijn voornamelijk kosten rondom het proces van de aanschaf van mondmaskers.

6. DOSCO

De COVID-19 gerelateerde kosten voor DOSCO komen voornamelijk uit DGO. Het zijn kosten voor het testen, de inzet van personeel DGO, thuiswerkmiddelen en schoonmaakkosten.

7. Bestuursstaf

De bestuursstaf heeft voor COVID-19 bijstand geleverd aan verwante organisaties die moeite hadden personeel vast te houden tijdens de pandemie. Hierom zijn vanuit de bestuursstaf steunmiddelen gegeven aan verschillende actoren.

Bijlage 8: Lijst met afkortingen

Tabel 51 Lijst met afkortingen

Afkorting

Betekenis

ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AC

Auditcomité

ADR

Auditdienst Rijk

AEVAL

Afdeling Evaluatie

AIVD

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

AMAR

Algemeen Militair Ambtenarenreglement

AMV

Algemeen Militair Verpleegkundige

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

AOM

Alliance Operations and Missions

AR

Algemene Rekenkamer

ATM

Air Traffic Management

AVG

Algemene Verordening Gegevensbescherming

B&B

Besturing en Bedrijfsvoering

BA

Beveiligingsautoriteit

BBD

Besturen bij Defensie

BBP

Bruto Binnenlands Product

BE

Bijstandseenheden

BGO

Beroeps Gericht Opleiden

BIT

Bureau ICT Toetsing

BIV

Budget Internationale Veiligheid

BKI

Beleidskader Inzetvoorraden

BOTOC

Breed Offensief tegen Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit

BPS

Bedrijfsprocessen Systeem

BS

Bestuursstaf

BSB

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

BTW

Belasting Toegevoegde Waarde

BUZA

Ministerie van Buitenlandse Zaken

BZ

Ministerie van Buitenlandse Zaken

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CAB

Combat Aviation Brigade

CDS

Commandant der Strijdkrachten

CEAG

Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid

CIO

Chief Information Officer

CLAS

Commando Landstrijdkrachten

CLSK

Commando Luchtstrijdkrachten

CMC

Centrale Medezeggenschapscommissie

CMF

Combined Maritime Force

COA

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers

COID

Centrale Organisatie Integriteit Defensie

CQB

Close Quarter Battle

CRC

Crowd Riot Control

CSG

Carrier Strike Group

CZMCARIB

Commandant der Zeemacht Caribisch gebied

CZSK

Commando Zeestrijdkrachten

DBBB

Defensie Brand- en Bedrijfsstoffenbedrijf

DCC

Defensie Cyber Commando

DDD

Rapport Defensie Duurzaam Digitaal

DDOG

Digitaal Dashboard Operationele Gereedheid

DEOS

Defensie Energie Omgeving Strategie

DGB

Directoraat-Generaal Beleid

DGO

Defensie Geneeskundige Organisatie

DGO

Defensie Gezondsheidszorg Organisatie

DKH

Dienst Koninklijk Huis

DLE

Defensie Luchtvaart Expeditie

DMF

Defensiematerieelbegrotingsfonds

DMO

Defensie Materieel Organisatie

DMS

Document Management System

DOO

Defensie Open op Orde

DOPS

Directie Operaties

DOSCO

Defensie Ondersteuningscommando

DPIA

Data Protection Impact Assessment

EDA

European Defence Agency

EDF

Europees Defensiefonds

EDIDP

European Defence Industrial Development Programme

eFP

Enhanced Forward Presence

EI2

European Intervention Initiative

EMASOH

European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz

eNRF

Enhanced Nato Response Force

EOD

Explosieve Opruimingsdienst

EU

Europese Unie

EULPC

European Union Liaison and Planning Cell

EUNAVFOR MED

European Union Naval Force Mediterranean

EUTM

European Union Training Mission

EVTN

Zr. Ms. Evertsen (schip)

EWEA

Early Warning Early Action

FG

Functionaris Gegevensbescherming

FIOD

Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst

FMN

Federated Mission Networking

FMS

Foreign Military Sales

FNIK

Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht

FPME

Forward Presence Middle East

FWIT

Fighter Weapons Instructor Training

GBB

Gewapende Beveiliging Burgerluchtvaart

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GPOI

Global Peace Operations Initiative

GrIT

Grensverleggende Informatietechnologie

HADR

Humanitarian Assistance and Disaster Relieve

HCSS

The Hague Centre for Strategic Studies

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HNS

Host Nation Support

HOOV

Handhaving Openbare Orde en Veiligheid

HR

Human Resources

HRB

Hoog Risico Beveiliging

I&R

Intake en Registratieproces

I&W

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

IGK

Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

IGO

Informatiegestuurd Optreden

IGW

Informatiegestuurd Werken

IMG

Inspecteur Militaire Gezondheidszorg

IOC

Initial Operational Capable

IRAS

Institute for Risk Assessment Sciences

IT

Informatietechnologie

IVD

Inspecteur-generaal Veiligheid Defensie

JEF

Joint Expeditionary Force

JenV

Ministerie van Justitie en Veiligheid

KCT

Korps Commando Troepen

KKW

Klein Kaliber Wapens

KMar

Koninklijke Marechaussee

KMCGS

Korps Militaire Controleurs Gevaarlijke Stoffen

KOOP

Kennis- en exploitatiecentrum voor Officiële Overheids Publicaties

KPI

Key Performace Indicator

KSG

Koninklijke Schelde Groep

LMRA

Last Minute Risk Assessment

LOI

Letter of Intent

LZV

Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen

M&O

Misbruik en Oneigenlijk gebruik

MB

Militaire Bijstand

MCGS

Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen

MEAT

Military Exposure Assessment Tool

MGZ

Militaire Gezondsheidszorg

MINUSMA

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali

MIT

Multidisciplinair Interventieteam

MIVD

Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

MKB

Midden- en Kleinbedrijf

MKM

Monitor Kwaliteit Materieelbeheer

MLA

Militaire Luchtvaart Autoriteit

MLU

Midlife Update

MOU

Memorandum of Understanding

MPZ

Militaire Politiezorg

MSIAC

Munitions Safety Information Analysis Centre

MSOB

Militaire Steunverlening in het Openbaar Belang

MST

Mission Support Teams

MTV

Mobiel Toezicht Veiligheid

MVV

Melding Voorvallen

NAMA

NATO Airlift Management Agency

NATOPS

Nationale Operaties

NAVO

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

NCTV

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

NEO-operatie

Non-combattant Evacuation Operation

NFE

Nationaal Fonds Ereschuld

NLDA

Nederlandse Defensie Academie

NLVD

Stichting Nederlandse Veteranendag

NLVi

Nederlands Veteraneninstituut

NMM

Nationaal Militair Museum

OG

Operationele Gereedheid

OIR

Operation Inherent Resolve

OMS

Onderhoudsmanagementsysteem

OvV

Onderzoeksraad voor Veiligheid

PED

Processing Exploration Dissemination

PESCO

Permanent Structured Co-operation (EU)

PLOOI

Platform Open Overheid Informatie

PSMV

PeopleSoft Melden Voorval

QNLZ

Queen Elizabeth (Schip)

QRA

Quick Reaction Alert

RAO

Risico Analyse Operationeel

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RI&E

Risico- Inventarisatie en -Evaluatie

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RSM

Resolute Support Mission

RTT

Role Transport Tanker

RVB

Rijksvastgoedbedrijf

RWT

Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

SAC

Strategic Airlift Capability

SAP

Naam van bedrijfssoftware

SAR

Search and Rescue

SBK

Sociaal Beleidskader

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SG

Secretaris-generaal

SHRO

Strafrechtelijke Handhaving van Rechtsorde

SKD

Stichting Koninklijke Defensiemusea

SNR

Senior National Representative

SRS

Safety Reporting System

SRTUAS

Short Range Tactical Unmanned Aircraft System

SWOON

Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA

SZVK

Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht

TBP

Te Beveiligen Personen

TNO

Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (organisatie)

TSC

Target Support Cell

UMCU

Universitair Medisch Centrum Utrecht

UNDOF

United Nations Disengagement Observer Force

UNIFIL

United Nations Interim Force

UNTSO

United Nations Truce Supervision Organization

USK

Uniform Subsidiekader

USSC

United States Security Coordinator

VJTF

Very High Readiness Joint Task Force

VP

Veteranen Platform

VPD

Vessel Protection Detachment

VTC

Video Teleconferencing

VTE

Voltijdsequivalent

VWS

Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport

Wiv

Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

WKR

Werkkosten Regeling

WNT

Wet Normering Topinkomens

WOB

Wet Openbaarheid van Bestuur

WOO

Wet Open Overheid


X Noot
1

Non-papers over militaire mobiliteit en de EU (Kamerstuknummer 21501-28-220), EU-NAVO samenwerking (Kamerstuknummer 28676-368), (EWEA), hybride dreigingen (Kamerstuknummer 21501-02-2378) en economische veiligheid (Kamerstuknummer 21501-02-2414)

X Noot
2

Zie ook Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 6 mei 2021, Kamerstuknummer 21501-28-220, Informele Raad Buitenlandse Zaken Defensie d.d. 28 mei 2021, Kamerstuknummer 21501-28-222

X Noot
3

Een weging is de beoordeling of een vermoeden van een integriteitsschending voldoende concreet is en een intern onderzoek rechtvaardigt.

X Noot
4

Het personeel van de KMar werkt vanuit de politiewet en heeft daardoor een ander beoordelingskader rondom integriteit dan de andere defensieonderdelen. Daarom wordt de KMar hier apart genoemd.

X Noot
5

Interne integriteitsonderzoeken gestart conform de SG aanwijzing 989, met betrokkenheid van de COID.

X Noot
6

Bij andere maatregel kan gedacht worden aan iemand die voor de eerste keer een licht vergrijp heeft begaan, waarbij betrokkene een waarschuwing krijgt of wordt aangesproken zonder dat dit een rechtspositioneel besluit is.

X Noot
7

Een melding van één voorval kan meerdere onderwerpen betreffen.

Naar boven