Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035470-X nr. 1

35 470 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2019

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X)

Aangeboden 20 mei 2020

Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten verdeeld over de beleidsartikelen en de niet-beleidsartikelen

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 10.719.469

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 10.719.469

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 406.415

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 406.415

Inhoudsopgave

A.

ALGEMEEN

4

       
 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

4

 

2.

Leeswijzer

7

         

B.

BELEIDSVERSLAG

10

 

3.

Beleidsprioriteiten

12

 

4.

Beleidsartikelen

28

   

4.1

Beleidsartikel 1 Inzet

28

   

4.2

Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

35

   

4.3

Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

38

   

4.4

Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

42

   

4.5

Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

45

   

4.6

Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

50

   

4.7

Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

58

   

4.8

Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

61

 

5.

Niet-beleidsartikelen

64

   

5.1

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

64

   

5.2

Niet-beleidsartikel 10 Apparaat kerndepartement

65

   

5.3

Niet-beleidsartikel 11 Geheim

67

   

5.4

Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld

68

 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

69

         

C.

JAARREKENING

80

 

7.

Departementale verantwoordingsstaat

80

 

8.

Samenvattende verantwoordingsstaat agentschap

81

 

9.

Jaarverantwoording agentschap per 31 december 2019

82

 

10.

Saldibalans

89

 

11.

WNT-verantwoording 2019 Ministerie van Defensie

99

         

D.

BIJLAGEN

130

 

Bijlage 1: Toezichtrelaties rwt's en zbo's

130

 

Bijlage 2: Afgerond evaluatie en overig onderzoek

132

 

Bijlage 3: Inhuur Externen

137

 

Bijlage 4: Integriteitsmeldingen

138

 

Bijlage 5: Rapportage burgerbrieven

140

 

Bijlage 6: Overzicht meldingen bedrijfsveiligheid

142

 

Bijlage 7: Lijst met afkortingen

145

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Defensie (X) over het jaar 2019 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2019 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2019;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2019 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2019, alsmede over de saldibalans over 2019 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER JAARVERSLAG

Opzet jaarverslag

In het jaarverslag 2019 wordt verantwoording afgelegd over de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van de begroting 2019 (Kamerstuk 35 000 X). Het jaarverslag bestaat uit een deel algemeen (incl. de aanbieding en het verzoek tot dechargeverlening en de leeswijzer), het beleidsverslag (incl. de beleidsprioriteiten, de (niet-) beleidsartikelen, de bedrijfsvoeringsparagraaf), de jaarrekening (incl. departementale verantwoordingsstaat, samenvattende verantwoordingsstaat agentschap, jaarverantwoording agentschap per 31 december 2019, saldibalans en WNT-verantwoording 2019 Ministerie van Defensie) en een aantal bijlagen. Het focusonderwerp voor de verantwoording van het Rijk in het Financieel Jaarverslag Rijk over 2019 is hoe onderuitputting en plafondonderschrijdingen zich verhouden tot de ramings- en begrotingssystematiek. Daarbij zal ook aandacht zijn voor de grootste over- en onderschrijdingen in 2019 en eerdere jaren (KST31865151).

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Beleidsprioriteiten

De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag (deel B). In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt (waar van toepassing) teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

Beleidsartikelen

Bij de beleidsartikelen zijn algemene doelstellingen geformuleerd en de financiële gevolgen van de beleidsmatige verschillen (grensbedrag van € 5 miljoen voor artikel 1, 2, 4, 5, 7 en € 10 miljoen voor de artikelen 3, 6, 8) worden per defensieonderdeel toegelicht bij de tabellen «Budgettaire gevolgen van beleid». Voor technische mutaties worden de grensbedragen verdubbeld. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht.

Informatie over de inzetbaarheid en gereedheid van een krijgsmacht is operationeel gevoelig. Potentiële tegenstanders zijn actief op zoek naar dergelijke informatie en kunnen er misbruik van maken. Enige terughoudendheid is dus geboden. Dit mag echter geen belemmering vormen voor de informatiepositie van de Eerste en Tweede Kamer. Om die reden is de gevoelige informatie over inzetbaarheid en gereedheid gebundeld in een vertrouwelijke rapportage die tegelijkertijd met het jaarverslag aan de Kamer zal worden aangeboden. De in de inzetbaarheidsrapportages opgenomen niet-financiële informatie maakt onverminderd deel uit van het verantwoordingsproces conform de Comptabiliteitswet.

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet voor de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en Koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten.

In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord voor Zeestrijdkrachten, Landstrijdkrachten, Luchtstrijdkrachten, Marechaussee en de inzet waartoe zij gemandateerd zijn, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

In beleidsartikel 6 zijn de investeringen verantwoord voor de krijgsmacht, te weten investeringen in materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van afstoting van materieel en infrastructuur bij dit beleidsartikel verantwoord.

In de beleidsartikelen 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie en 8 Defensie Ondersteuningscommando zijn de uitgaven en verplichtingen verantwoord voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In de niet-beleidsartikelen worden de financiële gevolgen van de opmerkelijke verschillen (grensbedrag van € 2 miljoen voor artikel 9, van € 10 miljoen voor artikel 10) per niet-beleidsartikel toegelicht. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht. Verschillen in niet-beleidsartikel 11 Geheim worden aan de president van de Algemene Rekenkamer toegelicht. Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld wordt altijd toegelicht.

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie verantwoord. Hieronder vallen de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en pensioenen en uitkeringen, wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen. Ten slotte worden in het niet-beleidsartikel 11 Geheim de geheime uitgaven en in het niet-beleidsartikel 12 de verantwoording voor Nog onverdeeld opgenomen.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit drie paragrafen, een uitzonderingsrapportage, rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

Jaarrekening

In dit hoofdstuk zijn opgenomen de verantwoordingsstaat en de saldibalans van het Ministerie van Defensie. Ook is de verantwoording van het agentschap opgenomen. Tenslotte is de rapportage over de Wet Normering Topinkomens opgenomen als onderdeel van de Jaarrekening.

Bijlagen

Als bijlagen zijn opgenomen een overzicht met toezichtrelaties en zbo’s en rwt’s (bijlage 1), een overzicht met afgerond evaluatie- en overig onderzoek (bijlage 2), een overzicht van inhuur externen (bijlage 3), een overzicht van integriteitsmeldingen (bijlage 4), een rapportage burgerbrieven (bijlage 5), een overzicht meldingen bedrijfsveiligheid 2019 (bijlage 6) en een lijst met afkortingen (bijlage 7).

Groeiparagraaf

Voor het opstellen van het departementaal jaarverslag gelden de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) van de Minister van Financiën. Als gevolg van wijzigingen in deze voorschriften en door ontwikkelingen bij Defensie zijn de volgende veranderingen doorgevoerd ten opzichte van het jaarverslag 2018:

  • In het beleidsverslag zijn de volgende veranderingen opgenomen:

    • Een KPI-tabel wordt ingevoegd naar aanleiding van Kamerstuk 35 000-X-136;

    • Een energierapportage is toegevoegd naar aanleiding van de Reactie op initiatiefnota van het lid Belhaj (D66) «Defensie Energiestrategie: beleid en bijdrage aan de energietransitie» (Kamerbrief 05-04-2018);

  • De zogenaamde opdrachtenmatrix (voorheen doelstellingenmatrix) wordt niet meer bij de artikelen weergegeven. De opdrachtenmatrix staat namelijk ook in de begroting en de realisatie wordt weergegeven in de vertrouwelijke inzetbaarheidsrapportage;

  • Niet beleidsartikel Centraal apparaat is veranderd in Apparaat Kerndepartement;

  • Niet beleidsartikel Geheime uitgaven is veranderd in Geheim;

  • Niet beleidsartikel Nominaal en onvoorzien is veranderd in Nog onverdeeld;

  • De bijlage Overzicht Budget Internationale Veiligheid (BIV) is komen te vervallen. Met de eerste suppletoire begroting van 2018 zijn de BIV-budgetten van het Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS; € 30 miljoen), Buitenlandse Zaken (BZ; € 30 miljoen) en Defensie (€ 59,5 miljoen) structureel ontvlochten en overgeheveld naar de desbetreffende begrotingen en begrotingsonderdelen. Deze uitgaven van BHOS, BZ en Defensie zijn daarmee in de verantwoordingscyclus als zodanig verantwoord;

  • In de RBV2020 zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd die doorwerken in het jaarverslag op het gebied van:

    • de Bedrijfsvoeringsparagraaf;

    • de Saldibalans;

    • de Jaarverantwoording van het baten- en lastenagentschap;

    • de bijlage zbo’s rwt’s;

    • de bijlage externe inhuur.

Details zijn terug te vinden onder wijzigingen RBV 2020.

B. BELEIDSVERSLAG

Inleiding

Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Dat is onze missie. Onze mensen worden daarom dag en nacht getraind en ingezet om ons veilig te houden, over onze vrijheid te waken en onze belangen te beschermen.

2019 en 2020 staan in het teken van 75 jaar vrijheid. Sinds de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog is onze vrijheid steeds vanzelfsprekender geworden. Het is daarom van belang om verhalen van eerdere generaties tot ons te nemen en ons te blijven beseffen hoe waardevol en dierbaar die vrijheid is: dat het níet vanzelfsprekend is. Zo is Defensie in 2019 opnieuw vaak ingezet: ver weg in het Caribisch deel van ons Koninkrijk om de zee veilig te houden, op missie in onder andere Irak en Mali, maar ook dicht bij huis om de drukke vliegvelden, havens, ons luchtruim en andere vitale infrastructuur te beschermen en mogelijke explosieven onschadelijk te maken. En uiteraard staat Defensie op ieder mogelijk moment van de dag klaar om razendsnel in te grijpen bij terreurdreigingen of aanslagen, bij kapingen en andere levensbedreigende situaties. Bovendien staan diverse eenheden het hele jaar door klaar als er onverwachts om onze hulp in binnen- of buitenland wordt gevraagd.

Niet alleen vond in 2019 de aftrap plaats van de viering van 75 jaar vrijheid. We vierden ook dat er 75 jaar vrouwen bij Defensie werken. Met de oprichting van het Vrouwenkorps Koninklijke Nederlands-Indisch Leger, het Vrouwen Hulpkorps van de Koninklijke Landmacht en de Marine Vrouwenafdeling in 1944 gingen de eerste vrouwen aan de slag bij de krijgsmacht. Sinds de jaren 90 komen vrouwen in aanmerking voor bijna alle functies binnen de krijgsmacht. Ze worden bataljonscommandant, commandant op een schip of vlieger. Ook treden ze toe tot de infanterie. Vanaf het voorjaar van 2019 versterken vrouwen – middels een pilot – de onderzeedienst, de enige eenheid waar nog alleen mannen dienden. Inmiddels is de succesvolle pilot omgezet in beleid en staan alle functies bij Defensie open voor vrouwen.

Er was nog meer te vieren in 2019: de NAVO bestaat 70 jaar. We werken met veel partners samen in de bescherming van onze veiligheid, vrijheid en belangen. Om die reden zijn we in 1949 lid van de NAVO geworden. Al 70 jaar kiezen de bondgenoten van de NAVO ervoor om de samen voor veiligheid te zorgen. Die veiligheidsparaplu – van voornamelijk de VS – heeft Europa in staat gesteld om onze welvaart en manier van leven op te bouwen. Want nog altijd is de kans op succesvolle politieke en economische diplomatie groter als je ook een stok achter de deur hebt.

Samen met onze bondgenoten staan we sterker om onze belangen te verdedigen in de verslechterde veiligheidssituatie. Voor onze veiligheid, zeker ook in de toekomst, zijn een geloofwaardig NAVO-bondgenootschap en een solide EU essentieel. Dat betekent dat we elkaars belangen beschermen: wat voor Nederland belangrijk is, is ook voor bijvoorbeeld Noorwegen of Spanje belangrijk én andersom. Onze veiligheid is dan ook niet gegarandeerd als we niet zelf een betrouwbare en geloofwaardige partner en bondgenoot kunnen zijn. De ruggengraat daarvoor is het naleven van de afspraken die gezamenlijk zijn gemaakt. Net als bij alle andere clubs verwachten leden commitment van elkaar en een bijdrage aan de algehele organisatie. Momenteel komt Nederland de gemaakte afspraken binnen de NAVO en de EU niet volledig na als het gaat om onze bijdrage en de benodigde capaciteiten. De uitgaven aan Defensie als percentage van het bbp is zelfs onder het Europees gemiddelde. Ook op het gebied van inzet en gereedheid wordt meer van Nederland verwacht.

Dit werd tijdens de Leaders meeting in december jl. nog eens benadrukt: alle landen moeten hun fair share leveren – dat is waar het bondgenootschap op rust. Zolang er landen zijn, zoals Nederland, die dit niet doen, moeten andere landen een onevenredige bijdrage op zich nemen, zoals de VS. Onze bondgenoten besteedden hier ook aandacht aan tijdens de afname van ons NAVO-examen afgelopen januari. Nederland werd aangesproken op de NAVO-targets die we wel hebben geaccepteerd, maar niet waarmaken.

3. BELEIDSPRIORITEITEN

In een wereld die constant in beweging is en waarin dreigingen toenemen, complexer én diverser worden, moet Defensie betekenisvol blijven optreden, samen met haar partners. De NAVO vindt dit terecht belangrijk en Nederland ook. Daarom heeft het kabinet, bovenop de intensivering uit het regeerakkoord, met de voorjaarsnota in mei 2019 extra geld uitgetrokken om een start te maken met de uitvoering van de prioriteiten uit het nationaal plan voor de NAVO (Kamerstuk 28 676 nr. 308). Dit resulteerde in:

  • De aanschaf van 9 extra F-35’s;

  • Investeringen in de ondersteuning en inzetbaarheid van onze special forces;

  • Investeringen in het cyber- en informatiedomein door het versterken van onze IT-infrastructuur;

  • Investeringen in ons personeel en de arbeidsvoorwaarden.

We zijn er dan nog niet. Maar we zetten stappen vooruit, zoals we ook in 2019 opnieuw hebben gedaan. Zo is er sinds de Defensienota bijvoorbeeld het volgende bereikt:

  • We hebben dagelijks zo’n 10.000 militairen ingezet of stand-by staan voor inzet;

  • Er is inmiddels bijna overal draadloos internet, en alle medewerkers krijgen een mobiel device ter beschikking;

  • Militairen krijgen nieuwe uitrusting; er wordt gewerkt aan een keuzeconcept voor gevechtslaarzen;

  • Nieuw materieel stroomt in, waaronder transportvoertuigen en de eerste F-35 jachtvliegtuigen. De MALE UAV is aangeschaft, de Apache helikopters worden gemoderniseerd, de fregatten, onderzeeboten en mijnenjagers worden vervangen. De investeringsquote is opnieuw gestegen;

  • Aangaande vastgoed is het F-35 kantoor- en lesgebouw op vliegbasis Leeuwarden opgeleverd, is de NATO Communication and Information Agency nieuwbouw opgeleverd en is het Gezondheidscentrum in Stroe vernieuwd;

  • Het wetsvoorstel voor het materieelbegrotingsfonds is naar de Kamer gestuurd en moet leiden tot betere schokbestendigheid en flexibiliteit voor de lange termijn, waardoor de focus komt te liggen op doelen en effecten;

  • Er zijn in het kader van de adaptieve krijgsmacht nieuwe samenwerkingsvormen met verschillende partners aangegaan;

  • De start van de zogeheten «proeftuinen» voor een nieuw personeelsmodel;

  • De uitvoering van het plan van aanpak «Een veilige Defensie organisatie» ter verbetering van de sociale en fysieke veiligheid binnen Defensie.

Ondertussen zijn we in 2019 ook begonnen met de voorbereidingen voor de Defensievisie. In de Defensienota 2018 werd deze herijking, die verder vooruit kijkt dan de Defensienota, al aangekondigd. Bij het aantreden van dit kabinet stond ons werk bijna volledig in het teken van het herstel van de organisatie; maatregelen moesten in gang worden gezet om de organisatie weer op de rit te krijgen. Dat gaat nog steeds door, en zal de komende jaren ook nog essentieel zijn. We moeten herstellen, moderniseren en groeien. Steeds moeten we een balans daar in vinden. In de Defensievisie kijken we 15 jaar vooruit om daar een realistisch tijdpad voor te creëren en om richting te geven aan de organisatie – een richting die langer meegaat dan één kabinetsperiode. Dat is belangrijk omdat de dreigingen zich snel ontwikkelen en de wereld onvoorspelbaarder wordt.

1. Verbeteren operationele gereedheid

Met de investeringen moderniseert de krijgsmacht en krijgt personeel de beschikking over nieuw materieel. Tegelijkertijd hebben zich in 2019 binnen de essentiële randvoorwaarden (personeel, reservedelen, voorraden) problemen voor gedaan. Defensie heeft steeds keuzes moeten maken bij de besteding van het budget, waardoor het niet alle probleemgebieden voor herstel heeft kunnen adresseren. Het vraagt bovendien tijd voordat de effecten van de genomen maatregelen zichtbaar worden. In het afgelopen jaar bleef er spanning bestaan op de inzetbaarheidsdoelen.

Defensie moet eerlijke en realistische grenzen blijven aangeven en keuzes maken, ook in internationaal verband, zodat Defensie waar kan maken wat wordt toegezegd. Dit is van belang voor het vertrouwen, zowel binnen als buiten onze organisatie. We moeten nu te veel voorbehouden maken bij onze internationale verplichtingen. De internationale verplichtingen blijven hoog, ondanks dat het aantal militairen dat is ingezet in het buitenland relatief laag was.

Defensie gaat door met het programma adaptieve krijgsmacht en onderzoekt hoe dit concept kan bijdragen aan een verder herstel en aan de noodzakelijke vernieuwing van de krijgsmacht. Om de robuustheid en wendbaarheid van Defensie te vergroten zijn het afgelopen jaar diverse partnerschappen aangegaan met het bedrijfsleven. Zo is het Maritime Capacity Initiative gestart, een samenwerkingsverband tussen Defensie en industrie om te komen tot adaptieve oplossingen voor onder meer strategisch transport en beschikbaar en opgeleid personeel. Ook de groei van het reservistenbestand in 2019 van 5.466 tot 6.060 reservisten en hiermee de groei van een half miljoen besteedde werkuren tot in totaal 2,5 miljoen werkuren (+28%) geeft nader invulling aan de flexibele schil van de krijgsmacht. De reservistenuitgaven zijn gegroeid van € 43,8 miljoen in 2018 naar € 64,2 miljoen (+47%) in 2019, wat de sterk groeiende behoefte aan reservisteninzet markeert. In de P-rapportage wordt uitgebreider ingegaan op de stand van zaken van de Adaptieve Krijgsmacht.

Personeel

Op personeelsgebied was het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord een belangrijke stap. Ook zijn verschillende projecten in het kader van het plan van aanpak «Behoud en Werving» opgestart en is geïnvesteerd in een veilige werkomgeving. Deze maatregelen leveren al enkele resultaten op. Zo boekt Defensie ondanks een krappe arbeidsmarkt steeds betere instroomresultaten. Daardoor is sprake van een kwantitatieve groei van het personeelsbestand in 2019 1.106 burgers en 328 militairen. Vanwege de formatiegroei en de hoge uitstroom is de vullingsgraad bij militair personeel echter gedaald. Dit laat zich voelen in een toename van het aantal vacante functies bij de manschappen en onderbouw (onder)officieren functies. Ook is duidelijk dat de werving op schaarse categorieën (o.a. IT, medisch en technisch personeel) nog achterblijft. Het tekort aan personeel in de materieel logistieke keten (verwervers en onderhoudspersoneel) heeft effect op de materiële gereedheid.

Ook de kwalitatieve vulling vormt een knelpunt. Het aantal opgeleide en ervaren militairen dat de organisatie verlaat blijft hoog. Gevolg hiervan is dat het zittend personeel veel tijd kwijt is aan het begeleiden en inwerken van nieuw personeel. Daarnaast staat door een tekort aan gekwalificeerd personeel de geoefendheid en daarmee de operationele gereedheid bij eenheden onder druk.

Materieel

De investeringsquote is flink toegenomen en komt in 2019 uit op 23,9%. Nieuw en gemoderniseerd materieel is ingestroomd met als voorbeelden 8 F-35’s, het levensduur verlengend onderhoud aan de Patriot-systemen, de ingebruikname van de NH-90 Full Mission Flight Trainer, nieuwe brug-leggende Leopard tanks en nieuw materieel voor de eenheden in het Caribisch gebied zoals de nieuwe Anaconda terreinwagens.

In 2019 is verder gewerkt aan de uitvoering van het plan van aanpak «Verbeteren Materiële Gereedheid». Het plan is doorontwikkeld met de focus op het doorlichten van (bestaande) contracten voor repareerbare reserveonderdelen van reeds in gebruik zijnde wapensystemen. Waar nodig worden deze herzien, of alsnog afgesloten, om de levertijden van repareerbare reserveonderdelen te verkorten en daarmee de materiële gereedheid te verbeteren.

De beschikbaarheid van reservedelen is verbeterd en begint op de werkvloer merkbaar te worden. Daarnaast zijn meer instandhoudingsanalyses afgerond wat leidt tot een verbeterd inzicht in knelpunten. Ondanks deze inspanningen is de materiële gereedheid eind 2019 licht gedaald. Het tekort aan (kwantitatief en gekwalificeerd) personeel is hiervoor één van de belangrijkste redenen. Maar ook is de benodigde infrastructuur en de kwaliteit van de data in SAP nog niet volledig op orde.

Defensie werkt aan het weer op niveau brengen van de voorraden voor de tweede hoofdtaak. Terwijl diverse grote projecten voor bijvoorbeeld munitie en kleding en persoonlijke uitrusting (KPU) op stoom komen, zijn gelijktijdig de in het verleden opgelopen achterstanden in diverse assortimenten nog niet opgelost. Door tegenvallende kosten (o.a. duurder geworden infrastructuur en prijsstijgingen) en oplopende behoeftes aan KPU (meer reservisten, hogere kwaliteitseisen) waren ook hier keuzes binnen het budget noodzakelijk. Om de grootste problemen in KPU en munitie aan te pakken heeft in 2019 een incidentele suppletie van budgetten plaatsgevonden en is dat ook voorzien voor 2020 en 2021.

Geoefendheid

In 2019 is door deelname aan verschillende oefeningen door CZSK, CLAS, CLSK en de KMar verder gewerkt aan het herstel van de geoefendheid. In de eerste helft van 2019 is in het kader van de enhanced NATO Response Force deelgenomen aan de alarmerings- en ontplooiingsoefening Noble Jump. De oefening Joint Project Optic Windmill is door de krijgsmacht georganiseerd en betrof de grootste Europese Joint Air & Missile Defence oefening voor zowel het tactische als het operationele niveau. Daarnaast is deelgenomen aan Joint Warrior, onder andere om de amfibische geoefendheid te verbeteren. Met de deelname aan deze en andere grote internationale oefeningen heeft Defensie gewerkt aan het verder verbeteren van de operationele gereedheid voor de eerste hoofdtaak en heeft de krijgsmacht zich voorbereid op mogelijke inzetten van Snel Inzetbare Capaciteiten (SIC), de enhanced NATO Response Force en de Amphibious Task Group 2020.

Tijdens oefeningen als Port Defender in Rotterdam heeft Defensie, samen met civiele hulpdiensten en andere overheidsorganisaties, het beveiligen van de vitale nationale maritieme infrastructuur beoefend en de nationale samenwerking verbeterd.

2. Inzet in 2019

Eerste hoofdtaak, beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten:

  • Permanente bijdragen in NAVO-verband waaronder de bijdrage aan de Enhanced Forward Presence van de NAVO in Litouwen en bijdragen op zee (de standing NATO Maritime Groups).

  • Voor de bescherming van het Koninkrijk was Defensie permanent met militaire middelen aanwezig in het Caribisch gebied.

Tweede hoofdtaak, bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit:

  • Defensie leverde in 2019 een bijdrage aan de VN-missie MINUSMA in Mali en continueerde de bijdragen aan de NAVO-Resolute Support missie in Afghanistan en aan de anti-ISIS coalitie en bredere veiligheidsinzet Irak.

  • Daarnaast continueerde Defensie de bijdragen aan verschillende missies in het Midden-Oosten zoals UNTSO en UNIFIL.

Derde hoofdtaak, leveren van bijstand bij rampen en crises:

  • Evenals voorgaande jaren waren in 2019 militairen dagelijks actief voor de derde hoofdtaak. Voorbeelden van deze inzet zijn verleende militaire bijstand (MB) voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, wachtversterking Brunssum, zoek -en observatieteams, inzet van blushelikopters en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

  • Daarnaast leverde Defensie noodhulp aan de Bahama’s na het passeren van orkaan Dorian.

3. Mensen

Met de publicatie van de Defensienota in 2018 zijn vier meerjarige programma’s gestart om Defensie als een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever te positioneren. In 2019 zijn de volgende resultaten geboekt.

Programma arbeidsvoorwaarden

In de zomer van 2019 zijn Defensie en de bonden een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord met een looptijd tot eind 2020 overeengekomen met als belangrijkste resultaten:

  • Een loonstijging van 6,3% en een verhoging van de eindejaarsuitkering naar van 6,4% naar 8,33%; Twee eenmalige uitkeringen van € 300;

  • Een nieuwe evenwichtige pensioenregeling voor militairen; Afspraken over de aanpassing van het loongebouw voor militairen;

  • Eerder zekerheid voor onderofficieren en officieren in FPS2 over een vaste aanstelling;

  • Ondersteuning voor soldaten en korporaals om zich te kwalificeren voor onderofficiers- en officiersopleidingen;

  • Mobiliteitsbevorderende maatregelen voor burgerpersoneel:

    • Loopbaanbudget van € 4.000

    • Loopbaanbegeleiding

    • Welkom terug-regeling

    • Instroompool zonder arbeidsplaatsnummer

    • Pilot huisvesting;

  • Verbetering van buitenlandvoorzieningen;

  • Tijdelijke toelage loontabel voor de rangen luitenant en lager;

  • Toelage onregelmatige dienst (TOD) militairen stijgt met 100%;

  • Verhoging toelage werken ZZF, 8 uur bruto uurloon of 8 uur vrije tijd per etmaal;

  • Vaartoelage gaat eerst omhoog naar niveau oefentoelage en beide stijgen met 20%;

  • Verschuivingstoelage verhoogd van € 27,35 naar € 50 per verschoven dienst;

  • Levensfasebewust personeelsbeleid:

    • Verruiming tegemoetkoming in de extra kosten voor zorgtaken thuis tijdens uitzending en inzet vanaf 7 dagen

    • Verruiming nieuwe regeling geboorteverlof, vijf weken voor 75% doorbetaald.

Defensie heeft in 2019 de in 2014 bij alle militairen ingehouden VUT-equivalente premie terugbetaald. Door het beëindigen van de inhouding VUT-equivalente premie bij militairen viel ook een deel van de WUL-compensatie weg. Defensie heeft dit met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2014 hersteld.

Programma personeelsmodel

In 2019 is gestart met zogeheten «proeftuinen» voor een nieuw personeelsmodel op vliegbasis Volkel (eenheid 640 squadron), legerplaats Oirschot (eenheid 414 CBRN Compagnie), legerplaats Vredepeel DGLC (domein luchtverdediging) en binnen de militaire gezondheidszorg (MGZ). De doelstelling van het nieuwe personeelsmodel is Defensie te kunnen laten beschikken over de juiste medewerkers in de juiste aantallen en gereed voor inzet. Het creëert ook de opvolger van het huidige Flexibel Personeelssysteem (FPS) met de bijbehorende nieuwe regelgeving. Het nieuwe personeelsmodel wordt momenteel in de praktijk getest. De proeftuinen dragen bij aan de beleidsvorming over een nieuw personeelsmodel dat beter aansluit op de wensen van ons personeel en op demografische ontwikkelingen. In 2019 zijn met de proeftuinen de volgende resultaten bereikt:

  • Meer personele bevoegdheden zijn belegd bij lagere lijncommandanten. Zij hebben deze bevoegdheden gebruikt om maatwerk te verlenen bij decentraal/regionaal werven, selecteren, keuren en aanstellen van personeel; versnelling en innovatie van de inname van personeel; talent- en loopbaanontwikkeling. Dit is mogelijk gemaakt dankzij een verbetering van hun informatiepositie op personeelsgebied (HR-analytics);

  • De initiële opleiding van militairen (AMO) wordt ook regionaal en in eigen beheer verzorgd en sluit direct aan op het traject van werven tot aanstellen;

  • Samenwerking met Regionale Opleidingscentra met als doel het verkorten van civiele MBO-2/3 opleidingen, onder meer door vrijstellingen, om nieuwe medewerkers sneller aan de slag te krijgen bij hun eenheid;

  • Nieuwe aanstellingsvormen voor nieuw en zittend personeel zijn beproefd, bijvoorbeeld een aanstelling als deeltijd militair en tijdelijke aanstellingen met een werkgarantie binnen of buiten Defensie na afloop van de afgesproken contractduur. Met werkgevers in de regio zijn afspraken gemaakt over het in de toekomst overnemen van militairen met een tijdelijke aanstelling.

Na de evaluatie van de proeftuinen volgt een besluit over de Defensiebrede invoering van een nieuw personeelsmodel.

Programma Behoud en Werving

Met dit programma nemen we maatregelen die een bijdrage leveren aan behoud en werving van personeel. Het werven en behouden van personeel bij Defensie is een continu proces. Met de Defensienota van 2018 zijn ongeveer 3.000 nieuwe functies gecreëerd. Hierdoor kan Defensie als organisatie groeien. Om deze groei mogelijk te maken hebben we ons in 2019 onder meer gericht op:

  • Het verder differentiëren van het keurings- en wervingstraject en de aanname- en vooropleidingseisen

    Zo heeft de marine een taskforce Technische Dienst en Mariniers opgericht die ondersteunt bij de werving van deze twee lastig te werven personeelscategorieën. Ook hebben we afgelopen jaar goede resultaten geboekt met de instroom van herintreders; zo zijn er ruim 350 herintreders aangesteld. Verder loopt er een pilot waarbij cyberreservisten niet hoeven te voldoen aan alle basis militaire eisen maar wel als militair kunnen worden ingezet, zonder te worden uitgezonden. Daarnaast is met de centrales voor overheidspersoneel overeenstemming bereikt over het verhogen van de maximumleeftijd bij aanstelling in een fase-1-contract, met uitzondering van de categorieën soldaat, marechaussee en korporaal.

  • Meer regionale werving en loopbaanontwikkeling

    De landmacht heeft afgelopen jaar het regionale wervingsproject Bison recruit in Havelte gehad. De luchtmacht heeft verschillende regionale wervingsactiviteiten uitgevoerd, zoals In-House dagen, NK-skills heroes en contacten met Regionale Opleidingscentra. De nadruk bij deze regionale wervingsactiviteiten ligt op het zoeken van kandidaten in knelpuntcategorieën.

  • Afspraken met andere overheidsorganisaties en het bedrijfsleven om samen garant te staan voor de opleiding en loopbaan van (potentiële) medewerkers en daarmee meer werkzekerheid te bieden

    In de publieke sector heeft Defensie met name de samenwerking opgezocht met diverse partijen uit de veiligheidssector zoals de Politie, de Douane en de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). In de private sector is de door Defensie geïnitieerde Human Resource (HR)-community inmiddels uitgegroeid tot zo’n 50 aangesloten organisaties. Met zeven van deze organisaties heeft Defensie een samenwerkingsovereenkomst getekend om te gaan experimenteren met het uitwisselen van personeel.

  • Het verder aanpassen en vereenvoudigen van regelgeving op personeelsgebied

    In een pilot bij het Defensie Ondersteunings Commando (DOSCO) hebben we kritisch gekeken naar de regeling die ziet op het slechts kunnen aanstellen van militairen op een militaire functie. We blijven kritisch kijken naar de inhoud van de functies in plaats van alleen het type functionaris. Daar waar mogelijk plaatsen we burgermedewerkers op functies waar voorheen alleen militairen voor in aanmerking kwamen. In 2019 waren gemiddeld circa 150 burgermedewerkers op militaire functies werkzaam.

Programma personeelszorg

In 2019 is wederom hard gewerkt om de zorg voor het personeel te verbeteren. Uit diverse rapporten, onder andere de jaarverslagen van de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg, blijkt dat er tekortkomingen zijn in de wijze waarop Defensie gezondheidszorg verleent. Verschillende projecten zijn in 2019 gestart om deze tekortkomingen aan te pakken:

  • Het programma Smart Band Aid heeft als doel een goed functionerende, betrouwbare en duurzame informatievoorziening voor de militaire gezondheidszorg te realiseren;

  • Het programma MGZ 2020 heeft als doel de randvoorwaarden te scheppen om de kwaliteit van militaire geneeskundige zorg en dienstverlening te bewaken en beheersen (Kamerstuk 35 300-X-14). Binnen dit programma zijn acht projecten gestart. Er zijn eerste resultaten geboekt in de toerusting van een kwaliteitsmanagementsysteem voor de militaire gezondheidszorg. Ook zijn stappen gezet om de feitelijke geneeskundige inzet te normeren. Het gaat dan om het vaststellen van wat de militair-operationele zorgtaken kwalitatief behelzen en om het uitwerken van daartoe benodigde kwaliteit bij zorgpersoneel en middelen. Zeven van de acht projecten verlopen volgens planning. Alleen het project Opleiden, Trainen en Certificeren heeft vertraging opgelopen vanwege de complexiteit van de governance binnen de MGZ en de omvang van het project. Het initiële plan van aanpak wordt herzien. Naar verwachting kan het project binnen de looptijd van het programma MGZ 2020 worden afgerond.

Er is een start gemaakt met de uitvoering van de laatste twee hoofdaanbevelingen uit de beleidsevaluatie Veteranenbeleid 2011–2016, te weten:

  • het project Governance waarbij de uitvoering en financiering van het veteranenbeleid eenvoudiger en slagvaardiger worden georganiseerd;

  • de ontwikkeling en vormgeving van een modern stelsel van uitkeringen en voorzieningen voor de gewonde veteraan, gericht op re-integratie en maatschappelijke participatie.

Verder is het onafhankelijk onderzoek naar de behoefte van Dutchbat-III veteranen van start gegaan. Dit onderzoek zal tot medio 2020 duren.

Om de duurzame gezondheid en inzetbaarheid (DGI) van Defensiepersoneel te bevorderen hebben 426 defensiemedewerkers in 2019 een coaching-traject door een lifestylecoach gevolgd. De coaching richt zich op gedragsverandering. Daarnaast wordt meer aandacht gegeven aan duurzame gezondheid en inzetbaarheid in diverse opleidingen.

Een veilige werkomgeving

De beschikbaarheid van juiste persoonlijke uitrusting en materieel, volledig uitgeruste werkplaatsen, vastgoed dat aan de veiligheidseisen voldoet en voldoende opleidingscapaciteit zijn voorwaardelijk voor een veilige werk- en leefomgeving. De huidige status van het vastgoed en de tekorten in materieel en personeel staan op gespannen voet met deze randvoorwaarden. Naast deze randvoorwaarden zijn gedrag en veiligheidsbewustzijn essentieel voor een professionele taakuitvoering. Veiligheid is in 2019 nadrukkelijker op de agenda gekomen. Hierdoor wordt beoogd gedrag en houding positief te beïnvloeden als onderdeel van een langduriger cultuurtraject.

Tezamen met de defensieonderdelen zijn in 2019 vijf thema’s benoemd waar we ons de komende jaren op concentreren. We noemen dit de Agenda voor Veiligheid. Deze agenda wordt in 2020 door ieder defensieonderdeel vertaald in een eigen plan van aanpak waarin de volgende thema’s centraal staan:

  • 1. Het realiseren van een veiligheidsmanagementsysteem;

  • 2. Deskundigheid op de werkplek;

  • 3. Zelfbeschikkingsmacht commandanten;

  • 4. Balans tussen gevechtskracht en ondersteuning;

  • 5. Werk- en leefomgeving op norm.

Daarnaast is in 2019 verder gewerkt aan het realiseren van de maatregelen uit het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie». Voor het treffen van maatregelen moest ruimte gezocht worden binnen de bestaande middelen. Er is geïnvesteerd in het op sterkte brengen van de veiligheidsorganisatie. Nog niet bij alle defensieonderdelen is deze gewenste versterking gereed vanwege het te doorlopen reorganisatietraject. Verder worden er bij diverse Defensieonderdelen periodieke veiligheidsrondes gemaakt door commandanten, met als doel het luisteren naar medewerkers en het bespreken van (sociale) veiligheid. In opleidingen wordt meer aandacht besteed aan risicomanagement en sociale en fysieke veiligheid. Ook zijn in 2019 veiligheidsfunctionarissen opgenomen bij de grotere missies in Irak en Afghanistan.

Integraal Risicomanagement – te beginnen bij veiligheid – is binnen Defensie als besturingsprincipe omarmd. In 2019 is de borging hiervan in de bedrijfsvoering gestart. Hierbij zijn kleine ontwikkelstappen gestimuleerd om te leren van de praktijk en best practices te evalueren met inachtneming van het eigene van de defensieonderdelen. De implementatie van bijbehorende defensiebrede IT-ondersteuning (onder andere verbetering van het huidige meldingssysteem) heeft meer tijd nodig dan gepland om met meer precisie de functionele behoeftes te kunnen vaststellen. Diverse technieken van risicomanagement waaronder risico inventarisaties en evaluaties (RI&E’s) en vormen van operationeel risk management worden inmiddels toegepast, verbeterd, beoefend en ontwikkeld in alle situaties waarin Defensie actief is: vorming en opleiding, niet operationele werkzaamheden, training en operationele inzet. De verwerking in opleidingen van noodzakelijke kennis en de vertaling hiervan naar de praktijk van de defensieonderdelen is in 2019 gestart.

Sociale Veiligheid

Naar aanleiding van de uitkomstens van de commissie Sociaal Veilige Werkomgeving Defensie (commissie-Giebels) is het plan van aanpak versterking sociale veiligheid in samenspraak met de defensieonderdelen in 2019 opgesteld en vastgesteld. De verbetering van de sociale veiligheid sluit als deelplan aan op het plan «Een veilige defensieorganisatie». Daarnaast is defensiebreed de gedragscode ingevoerd en is een toolbox samengesteld om deze gedragscode bespreekbaar te maken binnen de eenheden.

Bij de defensieonderdelen zijn ook eigen plannen en projecten opgezet zoals bijvoorbeeld de theatervoorstelling «Vuurdoop» van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Om de noodzakelijke cultuurverandering te bewerkstelligen heeft het CLAS dit toneelstuk aan alle medewerkers laten zien en heeft nagesprekken gehouden. Een ander voorbeeld is de uitvoering van het actieplan sociale veiligheid bij de Defensie Materieel Organisatie (DMO) in combinatie met het cultuurprogramma NEN Veiligheidsladder. Tijdens roadshows kijken medewerkers samen met acteurs actief naar de huidige veiligheidssituatie op de werkplek en maken deelnemers gedragsafspraken.

Er is in de bijlagen een overzicht opgenomen van de aantallen en typen integriteitsmeldingen.

Hoewel er in de organisatie breed aandacht is voor sociale veiligheid, is het duurzaam inbedden hiervan een proces dat tijd kost en stapsgewijs verloopt. Er zijn nog diverse stappen te zetten; een aantal activiteiten hebben vertraging opgelopen, zoals het verwerken van het onderwerp veiligheid in de opleidingen, het opzetten van de soft-skills training voor leidinggevenden en het verbeteren van het selectieprotocol. De brede rapportage over de werknemerstevredenheid wordt later uitgebracht (in 2020), om genoeg data te kunnen meenemen. Tevens moet worden gezorgd voor middelen voor het voortzetten van cultuurtrajecten en communicatie over zaken die vernieuwd of aangepast zijn. De aanpassing van het meld -en registratiesysteem is ten opzichte van de planning (oktober 2019 gereed) sterk vertraagd. De interim oplossing voldeed niet aan de gestelde eisen. De realisatie van de structurele oplossing, een nieuw systeem dat geïntegreerd is met het risicomanagementsysteem, zal mogelijk een tijdpad van meerdere jaren beslaan.

Leren van voorvallen: fysieke Veiligheid

De Inspectie Veiligheid Defensie heeft in 2019 haar eerste rapport uitgebracht: Schietterrein Het Markiezaat. Uit het rapport bleek dat de beschikbare informatie over Klein Kaliber Wapen schietinrichtingen niet op een plek beschikbaar was voor de gebruikers. Eind 2019 is deze informatie centraal beschikbaar gesteld en vinden alle medewerkers hier de actuele stand van zaken. Verder is er in 2019 voor het eerst een gezamenlijk schietbeleid tot stand gekomen, waaraan alle defensieonderdelen hebben bijgedragen. Dit zal de beheersing van schietveiligheid bij Defensie ten goede komen. Daarnaast is voor de missie in Litouwen gebruik gemaakt van beschermingsmiddelen bij het ontladen van voertuigen vanaf een schip naar aanleiding van een melding voorval. Ook heeft de luchtmacht een e-learning chroom-6 ontwikkeld en ingevoerd, die inmiddels defensiebreed wordt gebruikt.

Er is in de bijlagen, conform toezegging aan de Tweede Kamer, een overzicht opgenomen van het aantal en het type meldingen van voorvallen op het gebied van bedrijfsveiligheid. In 2019 zijn in totaal 4.765 bedrijfsveiligheidsmeldingen1 gedaan. Deze meldingen volgen de meerjarige trend van een toenemend aantal meldingen. In samenhang bezien met de aantallen meldingen van de (zwaardere) voorvalcategorieën 3 (gelijkblijvende trend) en 4 (licht dalende trend)2 lijken de cijfers te duiden op een stijging van de meldingsbereidheid. Het verhogen van de meldingsbereidheid en de kwaliteit van de meldingen maken onderdeel uit van het plan van aanpak «Een veilige defensieorganisatie».

Gezondheidsmonitoring

Gezondheidsmonitoring kan helpen om verbanden tussen werkomstandigheden en gezondheidsaandoeningen vast te stellen en om te kunnen handelen als daar noodzaak toe is. De invoering zal meerdere jaren beslaan en is over 3 fasen verdeeld. De verschillende fasen zien op het inregelen (ontsluiten medische en plaatsingsgegevens), historisch onderzoek en uiteindelijk het structureel monitoren (en analyseren) van de gezondheid en veiligheid van het defensiepersoneel. In 2019 is de eerste stap gezet, om gezondheidsmonitoring mogelijk te maken. De komende jaren zal worden bezien in welk tempo gezondheidsmonitoring kan worden ingevoerd.

Chroom-6 en gevaarlijke stoffen

Veel van de 2019 geplande maatregelen uit het defensiebrede plan van aanpak «Beheersing chroom-6» zijn volgens schema uitgevoerd, dan wel in uitvoering. Thans geldt dat voor drie maatregelen de opgave groter is dan bij het opstellen van het plan van aanpak was voorzien. Het blijkt een enorme inspanning te onderzoeken welk materieel in de Defensieorganisatie chroom-6 bevat, waardoor drie maanden vertraging is opgetreden. Ten tweede bleek bij de aanbesteding van de nieuwe spuitcabines dat nauwelijks leveranciers wilden inschrijven en dat nadere uitwerking van de eisen nodig was. Dit leidt tot een latere realisatie van de spuitcabines dan voorzien. Tenslotte is het uitvoeren van de nadere inventarisatie van de zogenoemde carcinogene, mutagene en reproductietoxische (CMR)-stoffen, gezien het grote aantal stoffen en bewerkingen, een enorme opgave. Dit ondanks dat extra menskracht hiervoor is toebedeeld. De Inspectie SZW handhaaft op deze inventarisatie. Dit laat onverlet dat Defensie zich inspant om de gestelde deadlines van het plan van aanpak te halen. De overige maatregelen liggen op schema. De voortgangsrapportage wordt twee keer per jaar geactualiseerd en gepubliceerd op de website www.defensie.nl, waar ook de chroom-6 gerelateerde meldingen worden gepubliceerd. Defensie onderzoekt welke chroom-6-houdende stoffen en materialen kunnen worden vervangen door minder schadelijke alternatieven en bij de aanschaf van nieuwe middelen wordt – binnen de wettelijke kaders – geëist dat deze geen chroom-6 bevatten. De maatregelen voor chroom-6 worden inmiddels zo veel als mogelijk verbreed naar de overige gevaarlijke stoffen.

4. Middelen

Investeren in nieuw materieel en vastgoed

Het verschijnen van de Defensienota 2018 vormde het startsein voor een omvangrijk investeringsprogramma. Een groot deel daarvan is inmiddels in gang gezet, dit blijkt uit de investeringsquote van 23,9% in 2019. Dit investeringsprogramma is tevens duidelijk zichtbaar in de aanzienlijke stijging van de aangegane verplichtingen bij de investeringen, namelijk ruim € 459 miljoen meer dan in 2018.

Omdat verplichtingen niet direct tot uitgaven leiden, is € 300 miljoen met een kasschuif doorgeschoven naar 2022. Deze middelen blijven nodig voor de vervanging en vernieuwing van ons materieel, met deze kasschuif sluit het kasbudget beter aan bij de investeringsplanning.

In 2019 is het Materieel Projecten Overzicht omgevormd tot een Defensie Projecten Overzicht dat jaarlijks in september verschijnt en informatie geeft over investeringsprojecten in materieel, vastgoed en IT. In mei 2019 verscheen voor het eerst de bijbehorende afwijkingsrapportage waarin afwijkingen ten opzichte van de het voorgaande Defensie Projecten Overzicht worden weergegeven. Defensie heeft in 2019 onder andere de volgende resultaten bereikt:

Verwerving

  • contract voor levering van Multi Missie Radar (MMR) systemen;

  • contract voor levering van containerhefmiddelen;

  • raamcontract voor levering van klein kaliber wapens, reservedelen en gereedschappen;

  • bestelling brandstofcontainers;

  • bestelling van 9 extra F-35 jachtvliegtuigen;

  • bestelling modernisering 11 Apache helikopters;

  • raamcontract en bestelling metaaldetectors;

  • bestelling en aanschaf onderhoud van 12kN-voertuigen;

  • bestelling modernisering Leopard 2-Bergingstanks Buffel;

  • bestelling aanvullende levering Load Carriage & Protection (LCP) systemen;

Ontvangen materieel

  • Metal Shark Interceptor patrouilleboten in het Caribisch gebied;

  • Anaconda terreinwagens;

  • gemoderniseerde PC-7 lesvliegtuigen;

  • nieuwe SMART-L aan Zr.Ms. De Zeven Provinciën;

  • volledig geautomatiseerd bandencontrolesysteem;

  • Rigid Hull Inflatable Boats (RHIB’s);

  • de eerste van een serie zware transportvoertuigen;

  • de eerste twee F-35 jachtvliegtuigen in Nederland in opmaat naar de transitie van F-16- naar de F-35-vloot per 2024;

  • SIRT training pistolen;

  • Scania-lesvoertuigen;

Verstuurde kamerbrieven

  • vervanging Gulfstream IV (A-brief);

  • vervanging brandweervoertuigen (A-brief);

  • modernisering van Cougar helikopters (A-brief);

  • vervanging van de drijvende brugslagcapaciteit (A-brief);

  • vervanging van de zwaarste typen vrachtauto’s (A-brief);

  • vervanging van de Walrusklasse onderzeeboten door bemande onderzeeboten (B-brief);

  • verwerving van de mijnenbestrijdingscapaciteit samen met België (D-brief);

  • verwerving van een nieuw bevoorradingsschip (Combat Support Ship) (D-brief).

Cyber, IT en informatiegestuurd optreden

De Defensie Cyber Strategie is in 2019 verder uitgevoerd. De implementatie van de uit de Defensie Cyber Strategie voortvloeiende actielijnen is gestart. In personele en in materiële zin groeide Defensie om een grotere rol te kunnen vervullen bij de digitale bescherming van het Koninkrijk en het bondgenootschap. Ook de investeringen in offensieve cybercapaciteiten en inlichtingen zijn verder uitgevoerd. De cyberinvesteringen zijn als pilot opgenomen in de Operatie Inzicht in Kwaliteit van het Ministerie van Financiën.

Bij de Koninklijke Marechaussee is de Passenger Information Unit sinds medio 2019 operationeel. Door het beter gebruiken van beschikbare informatie kan terrorisme en ernstige criminaliteit worden voorkomen. Hiermee voldoet Nederland aan de EU-richtlijnen.

In 2019 is een derde BIT-toets uitgevoerd op de aanbesteding voor het project Grensverleggende IT (GrIT). De resultaten hiervan hebben in 2019 geleid tot een heroverweging GrIT en het uitwerken van een tweetal scenario’s. Van de scenario’s gaat er één uit van het accommoderen van de aanbevelingen van het BIT binnen de huidige aanpak van de aanbesteding. In het tweede scenario wordt gekozen voor een geheel andere aanpak van het programma en meerdere nieuwe aanbestedingen, waarbij Defensie samen met meerdere marktpartijen langs de lijnen van lifecycle-management en meer geleidelijk de nieuwe IT-infrastructuur realiseert.

Vastgoed

Op 4 juli 2019 is het Strategisch Vastgoedplan (SVP) aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk 33 763, nr. 151). Als uitwerking van het SVP is in 2019 gestart met het opstellen van revitaliseringsplannen voor alle strategische objecten. Om die strategische objecten op het juiste onderhoudsniveau te brengen is een enorme structurele inhaalslag vereist. Op basis van de (financiële) mogelijkheden wordt bezien hoe de vastgoedproblematiek wordt aangepakt. Hierbij staan centraal de kernbegrippen: toekomstvast, duurzaam, compliant en structureel betaalbaar.

Daarnaast worden kleinere objecten aangepakt, onder meer in de lopende projecten Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid en Aanpassing vastgoed Defensie. In 2019 is goede voortgang gemaakt met de aanpak van de brandveiligheid van legeringsgebouwen en de aanpak van keukens, met name met het oog op hygiëne en voedselveiligheid.

Defensie realiseert jaarlijks honderden grote en kleinere bouwactiviteiten, dit zijn activiteiten die nodig zijn voor de operationele bedrijfsvoering van Defensie, die cruciaal zijn om de invoer van nieuw vervangend materieel mogelijk te maken, die van belang zijn voor personele/sociale veiligheid, of voor de beveiliging van Defensielocaties.

Defensielocaties zijn in het algemeen in of direct naast de stikstofgevoelige natuurgebieden gelegen, waardoor met bouwactiviteiten al snel tegen de stikstofproblematiek wordt aangelopen. In het programma aanpak stikstof waren activiteiten van Defensie opgenomen als prioritair, wat inhield dat voor deze activiteiten stikstofruimte was gereserveerd, waardoor op voorhand zekerheid bestond over het kunnen verkrijgen van een vergunning voor de stikstofdepositie die hiermee gepaard gaat. Deze reservering en zekerheid is weggevallen door de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 over het programma aanpak stikstof. Hoewel het kabinet landelijk stikstofmaatregelen neemt voor activiteiten van maatschappelijk belang en is aangekondigd dat Defensieprojecten hierbij met prioriteit worden opgepakt, zullen deze maatregelen niet voldoende, niet tijdig of niet op alle locaties oplossingen genereren voor knelpunten die Defensie de komende tijd moet oplossen. Voor bouwactiviteiten zal Defensie dus ook zelf oplossingen moeten genereren, wat leidt tot mogelijke vertraging in de planning en/of stijgende kosten voor die activiteiten.

5. Manieren

Samenwerken

In 2019 is de samenwerking met strategische partners en binnen internationale organisaties verder toegenomen. Enkele voorbeelden hiervan:

  • Ondertekening van Declaration of Intent met Duitsland om de nauwe Defensiesamenwerking te verdiepen en verbreden;

  • Met het MoU Tactical Edge Networking maken we met Duitsland een begin met vergaande digitale integratie van onze eenheden;

  • Goede operationele samenwerking met Frankrijk en Duitsland bij het verlenen van militaire noodhulp aan de Bahama’s;

  • Verkenning van nauwere samenwerking met Frankrijk in het maritieme en landdomein;

  • Nederlandse, Duitse en Noorse eenheden stonden gezamenlijk stand-by voor de NATO Very high readiness Joint Task Force (VJTF);

  • Samenwerking met het Verenigd Koninkrijk voor de amfibische taakgroep van de NATO Response Force;

  • Intensievere samenwerking met de Verenigde Staten met betrekking tot het ruimtedomein, waaronder het delen van informatie uit de ruimte;

  • In 2019 hebben de NAVO-bondgenoten, zoals afgesproken tijdens de Top in Brussel in 2018, eenheden aangewezen voor NATO Readiness Initiative (NRI). Dit houdt in dat de NAVO-landen vanaf 2020 gezamenlijk binnen dertig dagen, dertig gemechaniseerde bataljons, dertig squadrons gevechtsvliegtuigen en dertig oorlogsschepen naar een artikel 5-situatie of een crisis moeten kunnen sturen;

  • In het Composite Special Operations Component Command (CSOCC) is in 2019 intensief samengewerkt door NLD Special Operations Command (SOCOM) met de internationale partners DNK en BEL om zich voor te bereiden op de certificering van het CSOCC in 2020 voor de NRF21 taak;

  • Binnen de Europese Unie heeft Nederland zich in 2019 ingespannen voor goede samenwerking met derde landen in het kader van de Permanent gestructureerde samenwerking (PESCO);

  • Ook heeft Nederland als lead nation voor het PESCO-project Militaire Mobiliteit het goede voorbeeld gegeven door voor het eind van 2019 afgesproken resultaten te behalen.

Kennis en innovatie

Defensie innoveert om nieuwe dreigingen het hoofd te bieden en om de krijgsmacht en de Defensieorganisatie van de juiste middelen en ondersteuning te kunnen blijven voorzien. In dat kader en in het kader van de Defensie Cyber Strategie zijn in 2019 extra investeringen gedaan in onderzoek op het terrein van cyber, informatiegestuurd optreden, slagkracht in het land, lucht- en zeedomein en nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, robotica, 3-D printing en bio- en nanotechnologie. Ook zijn de experimenten met onbemande systemen voortgezet en uitgebreid.

In 2019 is begonnen met de implementatie van de Defensie Innovatiestrategie (Kamerstuk 34 919, nr 28). De innovatiecentra van defensie hebben hierbij het voortouw. Zij hebben vele initiatieven ondernomen, onder meer op het terrein van nieuwe toepassingen voor opleiding & training, human performance, extended reality, duurzaamheid, materialen, sensoren, mobiliteit, space, drones, cyber en sociale innovatie.

De Minister van Defensie heeft in het kader van het missie gedreven topsectoren en innovatiebeleid van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het Kennis en Innovatie Convenant (KIC) getekend. Inzet van dit beleid is de intensivering van publiek-private samenwerking, gericht op het verzilveren van economische kansen van maatschappelijke uitdagingen. In het geval van Defensie en Ministerie van Justitie en Veiligheid gaat het om de implementatie van de Kennis- en Innovatie Agenda Veiligheid, met gezamenlijke innovatieve projecten als beoogde uitkomst. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met bedrijven, kennisinstellingen en topsectoren.

In 2019 heeft Defensie zich gecommitteerd aan twee belangrijke initiatieven die zijn gericht op nieuwe en disruptieve technologieën. Nationaal gaat het om het Strategisch Actieplan voor Artificial Intelligence (AI). In NAVO-verband is tijdens de Leadership Meeting in Londen een Roadmap voor Emerging & Disruptive Technologies overeengekomen. Op 1 oktober 2019 is het Special Operations Warfare Centre (SOWC) opgericht. Namens Commandant NLD SOCOM is SOWC de centrale kennisautoriteit en het innovatiecentrum op het gebied van Special Operations Forces voor Commandant der Strijdkrachten.

Ondanks deze inspanningen voldoet Defensie nog niet aan de EDA-norm die stelt dat een toekomstvaste defensieorganisatie 2% van de begroting aan kennis en innovatie moet uitgeven.

Duurzaamheid en Energietransitie

Als onderdeel van de Nederlandse samenleving is Defensie zich bewust van de impact van haar activiteiten op de leefomgeving. Duurzaamheid is daarom een aspect waarmee we in toenemende mate rekening houden. Anderzijds is Defensie afhankelijk van energie zoals fossiele brandstof voor haar inzet, gereedstelling en de ondersteunende activiteiten. Over het brandstofverbruik wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf gerapporteerd. De activiteiten van Defensie gaan onvermijdelijk gepaard met een zekere mate van hinder voor de omgeving bijvoorbeeld door het geluid van schietactiviteiten en vliegen. Defensie neemt waar mogelijk maatregelen om overlast tot een minimum te beperken.

Met de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019–2022 (Kamerstuk 33 763 nr. 152) heeft Defensie in 2019 een aanzet gegeven voor een duurzame en omgevingsbewuste krijgsmacht.

Voor de energiedoelstelling is in 2019 het programma Energietransitie gestart. Dit programma heeft afgelopen jaar interdepartementale samenwerking opgezet op energie en duurzaamheidsvlak en er wordt aansluiting gezocht bij de rijksbreed beschikbaar gestelde middelen voor het realiseren van klimaatdoelen.

KPI

* Niet opgenomen in KPI tabel over 2018

1 Eind 2019 voldeed ongeveer 67% van de capaciteiten aan de norm, kan volgens planning aan de gereedheidsnorm voldoen of is ingezet. In de inzetbaarheidsrapportage over 2018 was dit percentage nog 85%. De daling laat zien dat, onder andere door het personeelsgebrek, de capaciteiten langzamer herstellen dan gepland. Hierdoor is het hersteltraject van een aantal capaciteiten, die in 2019 op norm behoorden te komen, niet gehaald. Doordat nog niet aan te geven is wanneer de personele vulling verbetert, is een nieuw tijdspad van herstel niet te geven. Deze capaciteiten worden daarom nu als niet op norm geduid, wat leidt tot het grote verschil met het percentage over 2018. Dit grote verschil impliceert daarmee niet een grote terugval in gereedheid.

2 Dalende trend veroorzaakt door groei van de formatie, de absolute instroom vs. uitstroom is voor het eerst sinds 2006 positief

3 Stijgende trend is deels veroorzaakt door de plaatsing van burgers op militaire functies

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Geheel artikel?

1

Inzet

 

x

         

nee

1

Inzet

       

x

   

nee

2

Taakuitvoering zeestrijdkrachten

     

x

     

nee

3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

       

x

   

nee

3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

           

x

nee

4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

x

           

nee

4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

           

x

nee

5

Taakuitvoering marechaussee

x

           

nee

6

Investeringen krijgsmacht

               

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

               

8

Defensie Ondersteuningscommando

x

           

nee

8

Defensie Ondersteuningscommando

   

x

       

nee

9

Algemeen

               

10

Apparaat Kerndepartement

               

11

Geheim

               

12

Nog onverdeeld

               

De beleidsdoorlichtingen betreffen elke keer maar een onderdeel van het artikel. Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie de bijlage 2 «evaluatie en overig onderzoek».

Overzicht van risicoregelingen

Per 31 december 2019 zijn er twee openstaande garanties.

De eerste betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2019 zijn er geen aanspraken geweest.

De tweede betreft de stichting Power Of Freedom organiseert de Invictus Games 2020. Met de garantstelling aan de Stichting Power of Freedom ondersteunt Defensie de Stichting financieel met een bijdrage van maximaal € 4 miljoen, waar de stichting in de jaren 2019 en 2020 een beroep op kan doen in geval van een dreigend cashflow probleem doordat betaling van de door de Stichting aangegane verplichtingen ten behoeve van de organisatie niet synchroon loopt met de via sponsoring verkregen of te verkrijgen middelen. In 2019 heeft geen uitkering plaatsgevonden.

4. BELEIDSARTIKELEN

4.1 Beleidsartikel 1 Inzet

Algemene doelstelling

De krijgsmacht is er voor de verdediging en bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede voor de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde. Tevens ondersteunt de krijgsmacht civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Onder Beleidsartikel 1 Inzet wordt een overzicht geboden van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan o.a. crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel is in de alinea Toelichting op Nationale inzet daartoe uitgebreid met één niet-financieel overzicht Daadwerkelijke inzet 2019 in aantallen voor de structurele inzet voor nationale- en koninkrijkstaken, bijvoorbeeld door de KMar, de Explosieven OpruimingsDienst Defensie (EODD) en de Kustwachten. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van de Zeestrijdkrachten, Landstrijdkrachten, Luchtstrijdkrachten, de Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

Beleidsconclusies

Nederlandse militairen zijn in 2019 wederom breed ingezet voor vrede en veiligheid. Gedurende het jaar waren gemiddeld 780 militairen op uitzending. In 2019 zijn 2.135 militairen uitgezonden geweest. Nederland heeft voor de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid ongeveer 675 militairen geleverd aan de multinationale battlegroup onder leiding van Duitsland in Litouwen. In de strijd tegen ISIS stelde Nederland in 2019 ongeveer 475 militairen beschikbaar, zowel voor de training als Advise & Assist van Iraakse strijdkrachten inclusief de Koerdische Peshmerga. Ook was er sinds januari 2018 een Nederlands chirurgisch team ontplooid in een ziekenhuis geleid door de Verenigde Staten in West-Irak. Deze bijdrage is medio januari 2019 beëindigd. Daarnaast voorzag Nederland met een Target Support Cell (TSC) en een Processing Exploitation and Dissemination (PED) capaciteit in een behoefte binnen het doelontwikkelingsproces dat vooraf gaat aan luchtaanvallen van de Anti-ISIS coalitie. In de United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA) heeft Nederland een bijdrage geleverd met ongeveer 250 militairen. Deze bijdrage is per 1 mei 2019 beëindigd. Nederland is met twee tot drie stafofficieren in de missie actief gebleven. Daarnaast heeft Nederland met twee militairen een Duitse eenheid in Mali ondersteund. In 2019 heeft Nederland met 480 militairen een bijdrage geleverd aan Resolute Support, de NAVO-missie in Afghanistan. Dit betreft een met Duitsland samenwerkend team van SOF-adviseurs en ondersteunende troepen ten behoeve van de training, advisering en begeleiding van Afghan Special Security Forces (ASSF). Voorts leverde Nederland in 2019 een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder UN Disengagement Observer Force (UNDOF), European Union Training Mission (EUTM) Mali, United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL), United States Security Coordinator (USSC), United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) en Combined Maritime Force (CMF) Bahrain.

Overzicht missies

Overzicht missies

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid Artikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

268.240

739.915

136.386

220.811

149.074

171.739

– 22.665

               

Uitgaven

272.617

277.213

198.791

232.001

167.502

199.488

– 31.986

Waarvan juridisch verplicht

       

89%

13%

 

Programma uitgaven

272.617

277.213

198.791

232.001

167.502

199.488

– 31.986

Opdracht Inzet

272.617

277.213

198.791

232.001

167.502

199.488

– 31.986

– Crisisbeheersingsoperaties / Verdeelartikel BIV (HGIS)

267.491

275.226

197.553

226.651

163.128

188.482

– 25.354

– Financiering nationale inzet krijgsmacht

2.109

1.787

1.238

1.669

1.415

3.206

– 1.791

– Overige inzet

3.017

200

 

3.681

2.959

7.800

– 4.841

               

Programma-ontvangsten

35.300

55.395

20.569

36.119

11.140

6.707

4.433

– Crisisbeheersingsoperaties (HGIS)

35.212

55.346

20.569

34.614

10.371

1.407

8.964

– Overige inzet

88

49

0

1.505

769

5.300

– 4.531

Toelichting algemeen

In artikel 1 worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord:

  • (1) Voor zover deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet zichtbaar zijn in dit artikel indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • (2) Voor zover deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.

  • (3) Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid (BIV) interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.

Toelichting op de financiële instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen zijn € 22,7 miljoen lager ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit komt met name doordat de vrije ruimte/voorziening BIV/HGIS niet volledig is aangewend voor het aangaan van de nieuwe missies of verlenging van bestaande missies.

Uitgaven

Toelichting crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS) Bedragen x € 1.000
 

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

 

Uitgaven missies

             

AFGHANISTAN

21.347

18.271

14.636

17.968

39.498

29.000

10.498

STRIJD TEGEN ISIS (ATF ME & CBMI)

103.931

110.152

39.077

86.935

6.474

10.120

– 3.646

Inzet IRAK

       

11.827

14.510

– 2.683

NMI

       

268

 

268

MINUSMA

78.943

80.174

66.388

47.804

27.340

48.000

– 20.660

eFP

   

20.329

24.991

37.212

22.000

15.212

MISSIES ALGEMEEN

5.309

8.618

11.110

10.550

3.314

9.000

– 5.686

Uitgaven contributies

31.372

26.254

27.979

28.391

23.601

33.000

– 9.399

EUCAP SAHEL NIGER

       

161

1.200

– 1.039

EULEX

289

320

82

36

4

350

– 346

EU ATALANTA

12.557

9.403

4.901

2.798

186

 

186

EUTM SOMALIE

686

837

634

383

5

 

5

EUTM MALI

73

81

72

20

173

 

173

EU NAVFOR MED

36

1.943

860

280

185

 

185

EUCAP SAHEL MALI

6

17

0

 

2

 

2

UNTSO

591

633

877

963

838

600

238

UNMISS

1.820

1.029

453

581

362

200

162

UNDOF

120

203

159

160

183

 

183

UNIFIL

   

55

199

147

 

147

UNODC

   

14

144

16

 

16

NS2AU

74

70

82

63

108

 

108

OP SEA GUARDIAN

     

1.683

304

 

304

CMF

352

241

260

277

244

250

– 6

NLTC

54

226

73

67

64

250

– 186

FSE MIRAGE

 

856

1.076

1.495

2.429

 

2.429

Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)

     

849

7.727

 

7.727

USSC

       

459

 

459

EUBAM LIBIË

   

50

13

     

Beëindigde missies

9.929

15.898

8.386

       

Totale uitgaven aan missies

267.491

275.226

197.553

226.651

163.128

168.480

– 5.352

Gereserveerde bijdrages

             

Voorzienig Rapid Response Pool tbv FRONTEX

         

1.800

 

Voorziening HGIS

         

18.202

 

Totale budget CBO/BIV

         

188.482

 

In bovenstaande tabel wordt bij de stand begroting 2019 weergegeven hoeveel budget begroot was per missie. Hieronder worden de verschillen groter dan € 5 miljoen per missie toegelicht.

Resolute Support (Afghanistan)

Door de intensivering van de samenwerking van het Special Operations Advisory Team (SOAT) met het Duitse SOAT is gestart met de bouw van een nieuw kamp voor het SOAT. Daarnaast zijn zes gepantserde voertuigen aangeschaft die benodigd zijn voor het optreden van het SOAT bij de begeleiding van de Afghaanse 888-eenheid. Beide uitgaven waren niet begroot.

MINUSMA (Mali)

De redeployment van een deel van het materieel via Dakar (Senegal) naar Nederland is afgerond. De rest van het materieel staat gereed voor verplaatsing. In verband met de aanslag op een konvooi met Nederlands materieel eind augustus 2019 en de algemene veiligheidssituatie liggen verplaatsingen naar Dakar stil. De hiervoor in 2019 geraamde transport- en herstelkosten zijn derhalve niet gerealiseerd.

Enhanced Forward Presence (eFP, Litouwen)

Doordat de infrastructuur van de munitieopslag niet aan de eisen voldeed (te hoge luchtvochtigheid) is een hoeveelheid munitie niet meer bruikbaar (totaal ongeveer € 25 miljoen) en moet deze worden vernietigd. De verrekening hiervan vindt plaats gedurende de kasjaren 2019 – 2021, waarvan het aandeel 2019 is gerealiseerd. Daarnaast zijn de kosten voor eWelfare hoger dan vooraf werd ingeschat en is extra kleding ingekocht (winterpakketten en multicam).

Missies algemeen

Voor geheime uitgaven van de MIVD in relatie tot missies is in 2019 € 7,9 miljoen naar Artikel 11 Geheim overgeheveld. Realisatie heeft derhalve niet op Artikel 1 plaatsgevonden.

Contributies

De bijdrage die door het SAC C-17 programma is afgeroepen, is zo’n € 11 miljoen lager dan in de MOU-afspraken is vastgelegd, voornamelijk als gevolg van gewijzigde betalingsafspraken. De contributie aan de NAVO was zo’n € 1 miljoen lager dan initieel geraamd. De aan de EU bij te dragen contributie is met € 2 miljoen verhoogd.

Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)

De uitgaven voor de inhuur van gegarandeerde transportcapaciteit3 voor de VJTF waren initieel niet specifiek toegelicht in de begroting.

Toelichting op ontvangsten

In 2019 is voor HGIS € 10,4 miljoen ontvangen. Dit is € 9 miljoen meer dan initieel geraamd. Met name de ontvangsten van de Verenigde Naties (VN) voor de missie MINUSMA kennen een grillig betalingspatroon. In 2019 is een bedrag van € 7,2 miljoen van de VN ontvangen.

Toelichting op Nationale inzet

Tabel Daadwerkelijke inzet 2019 in aantallen

Daadwerkelijke inzet 2019 in aantallen

Betreft

Prognose

Realisatie

Explosieven opruiming

aantal inzetten

1.960

1.882

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

aantal aanvragen

55

83

Handhaving openbare orde en veiligheid

aantal aanvragen

21

34

Wet Veiligheidsregio

aantal aanvragen

50

22

Militaire Steunverlening in het openbaar belang

aantal aanvragen

15

18

Bijstand Caribisch Gebied

aantal aanvragen

43

19

Host Nation Support

Aantal inzetten

5

Structurele nationale taken

Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, convenanten of arrangementen. Onder deze taken vallen de taken van de KMar, de Kustwacht in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de EODD.

Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht, FNIK)

Defensie verleent militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan (Wet Veiligheidsregio). Verder kan een civiele autoriteit/Minister een beroep doen op militaire steunverlening in het openbaar belang (MSOB). In 2019 is het aantal Host Nation Support aanvragen met 3 toegenomen ten opzichte van 2018.

Voorbeelden van nationale taken die Defensie in 2019 gedurende het hele jaar heeft uitgevoerd zijn:

  • De notice to move (NTM) van batch 1 (200 man) en één compagnie van het Bataljon Bewaken – Beveiligen is op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) respectievelijk van 8 en 48 uur verkort naar 6 uur NTM. In 2019 is verder invulling gegeven aan de gezamenlijke operationele voorbereidingen (KMar-Defensie en Nationale Politie).

  • De Krijgsmacht heeft gedurende 2019 doorlopend wachtversterking geleverd in Brunssum. Deze inzet zal nog tot medio 2020 doorlopen.

  • Zoek- en observatieteams van Defensie hebben regelmatig het civiele gezag ondersteund.

  • Gedurende de droogteperiode (maart-september) heeft Defensie op verzoek (met enige frequentie) een blushelikopter stand-by gesteld. Deze is 10 maal ingezet.

  • Andere opvallende inzetten betroffen de verkeersveiligheid tijdens de boerenprotesten in Den Haag, noodhulpverlening op de Bahama’s en het ingrijpen bij het (per ongeluk) geactiveerde kapingsalarm op Schiphol.

Host Nation Support

Host Nation Support (HNS) is de militaire ondersteuning die door Nederland wordt geleverd aan bondgenootschappelijke eenheden en NAVO-organisaties die verblijven op of zich verplaatsen over Nederlands grondgebied. Dit is een nationale verplichting die ten grondslag ligt aan de NAVO en in verschillende MOU’s is vastgelegd.

Van eind januari tot begin maart 2019 heeft Defensie bijgedragen aan de redeployment van een Amerikaanse eenheid van brigadegrootte vanuit Duitsland via de haven van Rotterdam en vanuit Vliegbasis Eindhoven terug naar de thuisbasis in de Verenigde Staten. Hierbij zijn zo’n 46 helikopters en honderden voertuigen en containers door de lucht en over de weg verplaatst. Tussen eind september en begin november 2019 zijn nog eens twee eenheden van brigadegrootte over Nederlands grondgebied en door het Nederlands luchtruim verplaatst. De eenheden zijn via de haven van Rotterdam en Vliegbasis Eindhoven terug naar de thuisbasis in de Verenigde Staten gegaan. Op het zelfde moment vond er een deployment plaats via de haven van Vlissingen. De verplaatsingen zijn door de lucht, over de weg, via het spoor en voor de eerste maal ook met binnenvaartschepen uitgevoerd. Hierbij zijn zo’n 5.000 militairen, 138 helikopters, 85 tanks en honderden andere voertuigen en uitrustingsstukken doorgevoerd. Met behulp van de NCTV zijn gezamenlijk coördinerende vergaderingen belegd en is de afstemming en informatievoorziening naar de relevante instanties (interdepartementaal) opgestart. Tevens is gebruik gemaakt van het netwerk van de betrokken veiligheidsregio’s. Het totaal aantal mensdagen in 2019 t.b.v. de Nationale Inzet bedroeg 13.238 mensdagen, waarvan 5.318 mensdagen t.b.v. de Host Nation Support operaties.

4.2 Beleidsartikel 2 Taakuitvoering zeestrijdkrachten

Algemene doelstelling

De zeestrijdkrachten leveren operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit, zowel vloot als mariniers, voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de zeestrijdkrachten alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. Het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De zeestrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

Beleidsconclusies

In 2019 heeft het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) deelgenomen aan verschillende grote en kleine operaties, waarmee een bijdrage is geleverd aan alle hoofdtaken van Defensie. Zo is met een Multi Purpose-fregat en een Luchtverdedigings- en Commandofregat een bijdrage geleverd aan de Standing NATO Maritime Group 1, waarover een Nederlandse staf het commando heeft gevoerd in de eerste helft van het jaar. Twee mijnenbestrijdingsvaartuigen hebben deelgenomen aan de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1, waarbij tientallen explosieven zijn geruimd in zowel de Noord- als de Oostzee. Structurele deelname van Nederlandse eenheden aan deze NAVO-verbanden onderstrepen de internationale solidariteit en bevorderen en bestendigen de interoperabiliteit. In het Caribisch Gebied is de inzet van een wisselbemanning voor het patrouilleschip van start gegaan. De successen die geboekt zijn bij de bestrijding van drugstransporten tonen het belang aan van een doorlopende aanwezigheid in het gebied. Speciale eenheden van het Korps Mariniers zijn ingezet in zowel Afghanistan als Irak om een bijdrage te leveren aan de verdere stabilisering van het land door lokale militaire eenheden te trainen. Ondersteuning van civiele autoriteiten heeft onder andere plaatsgevonden bij de zoektocht naar de containers van de MSC Zoë boven de Waddeneilanden, de zoektocht naar de gezonken Urker kotter UK-165 en de veelvuldige inzet voor justitiële ondersteuning of hulpverlening, zoals tijdens de aanslag in Utrecht op 18 maart 2019. Na passage van orkaan Dorian heeft een Nederlandse taakgroep, samengesteld uit diverse defensie-eenheden, alsmede Duitse en Franse eenheden, noodhulp verleend op de Bahama eilanden.

Een belangrijk deel van de gereedstelling heeft zich gericht op de Amfibische Taakgroep onder Nederlands commando, die Defensie beschikbaar stelt aan de NAVO in 2020. Diverse gereedstellingsactiviteiten, waaronder de wintertraining, de jungletraining en de oefening Joint Warrior, zijn hiervoor uitgevoerd. Daarnaast is er aanhoudende aandacht geweest voor training in het hoogste deel van het geweldsspectrum, waaronder onderzeebootbestrijding en luchtverdediging. Door de lage personele vulling is de personele gereedheid niet toegenomen wat gevolgen heeft voor de geoefendheid en de operationele gereedheid. Ondanks diverse maatregelen die gericht zijn op het aanpassen van de bedrijfsvoering en het terugdringen van boven planmatige uitstroom en vroegtijdige uitval uit initiële opleidingen, is de aanwas van nieuw militair personeel onvoldoende. In combinatie met de formatiegroei door investeringen uit de Defensienota is hierdoor de militaire vulling van het CZSK verder afgenomen in 2019 (details zijn terug te vinden in de personeelsrapportage). Op materieel vlak heeft toekenning van extra middelen weliswaar geresulteerd in een betere beschikbaarheid van reservedelen en munitie, maar capaciteitsproblemen zetten lopende en toekomstige instandhoudingsprogramma’s onder druk, wat resulteert in uitloop en vertragingen. Hierdoor was het regelmatig noodzakelijk het gereedstellingsprogramma te aan te passen.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

790.537

720.181

805.852

916.861

977.958

842.097

135.861

               

Totaal Uitgaven

744.365

743.972

794.409

867.185

948.942

842.097

106.845

Waarvan juridisch verplicht

       

103%

75%

 

Programma-uitgaven

135.172

138.630

163.386

198.921

219.702

173.191

46.511

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando ZSK

135.172

138.630

163.386

198.921

219.702

173.191

46.511

Gereedstelling

36.346

34.556

34.425

29.911

30.038

30.644

– 606

Instandhouding

98.826

104.074

128.961

169.010

189.664

142.547

47.117

               

Apparaatsuitgaven

609.193

605.342

631.023

668.264

729.240

668.906

60.334

Personele uitgaven

543.656

545.381

564.118

592.657

692.094

630.314

61.780

– waarvan eigen personeel

538.651

539.659

556.965

585.868

637.195

596.426

40.769

– waarvan externe inhuur

5.005

5.722

7.153

6.789

10.112

1.841

8.271

– waarvan overige personele exploitatie1

       

44.787

32.047

12.740

Materiële uitgaven

65.537

59.961

66.905

75.607

37.146

38.592

– 1.446

– waarvan IT

2.488

1.837

2.327

1.019

840

1.264

– 424

– waarvan huisvesting en infra

4.360

4.582

3.891

8.622

7.093

5.232

1.861

– waarvan overige materiële exploitatie1

56.516

51.603

58.348

63.913

29.213

32.096

– 2.883

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

2.173

1.939

2.339

2.053

     
               

Apparaatsontvangsten

14.387

15.841

18.101

22.369

60.599

20.429

40.170

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Door CZSK is in 2019 voor een bedrag van € 135,9 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan in de begroting 2019 was voorzien. Het grootste deel hiervan wordt verklaard door de hogere uitgaven van € 106,8 miljoen. € 29,3 miljoen wordt verklaard door het Provincial Airlines Limited (ofwel PAL Airlines, een Canadese luchtvaartmaatschappij) contract van KWCARIB voor de inhuur van vliegtuigen en een contract met de Rijksrederij voor de inhuur van schepen voor kustwacht Nederland.

Uitgaven

Instandhouding

Binnen de programma-uitgaven is bij de categorie instandhouding € 47,1 miljoen meer gerealiseerd dan oorspronkelijk begroot. Het overgrote deel van de hogere realisatie wordt veroorzaakt door een aantal projecten die duurder uitvielen dan begroot en een hoog aantal storingen als gevolg van de verouderende vloot. Verder is er een extra onderwaterdrone ten behoeve van de mijnenjacht aangekocht, waarvoor de uitgaven in 2020 werden verwacht.

Groene Draeck

De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck betreffen met name personele kosten en worden daarom onder dit instrument begroot. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300-I, nr. 6) heeft de Minister-President, mede namens de Minister van Defensie, in de brief van 2 juni 2016 gemeld dat het jaarlijks onderhoudsbudget naar 87.000 euro is bijgesteld. Daarbij is aangegeven dat de daadwerkelijke uitgaven ook bij Defensie over de jaren heen fluctueren. De kosten van het totale onderhoud in 2019 zijn uiteindelijk uitgekomen op € 81.978.

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven zijn € 61,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Hierdoor heeft er een herschikking van budget heeft plaatsgevonden, omdat de personeelskosten hoger zijn dan de ontwerpbegroting (€ 40,7 miljoen). Daarnaast is budget herschikt voor inhuur in verband met de onderbezetting op formatie. Dit betrof € 8,3 miljoen. Verder is € 12,7 miljoen meer uitgegeven aan overige personele exploitatie vanwege persoonsgebonden budgetten. Dit wordt veroorzaakt door invoering van het wisselbemanningsconcept4 (meer dienstreizen), meer bindings- en behoud maatregelen en rechtspositionele zaken die niet in de vastgestelde begroting zaten.

Ontvangsten

Binnen de ontvangsten is € 60,6 miljoen gerealiseerd. Dit is € 40,2 miljoen meer dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door € 19 miljoen aan btw ontvangsten over de jaren 2015 t/m 2018. Directie Materiële Instandhouding (DMI) heeft in 2019 meer werkzaamheden kunnen factureren en dit heeft geresulteerd in € 1,6 miljoen meerontvangsten. Verder is het financieel saldo (€ 14,7 miljoen) van een beëindigd internationaal samenwerkingsverband ten gunste van de ontvangsten geboekt. KWCARIB heeft € 4,1 miljoen meer ontvangen dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat landen de facturen uit 2017 en 2018 in 2019 hebben betaald.

4.3 Beleidsartikel 3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De landstrijdkrachten leveren operationeel gerede grondgebonden expeditionaire capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landstrijdkrachten alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. Het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de eenheden. De landstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

Beleidsconclusies

Evenals voorgaande jaren leverde CLAS in 2019 diverse bijdragen aan de drie hoofdtaken. Naast bijdragen aan Operation Inherent Resolve in Irak en Resolute Support in Afghanistan in het kader van hoofdtaak 2, leverde het CLAS de capaciteit voor de Compagnie in de West en compagnieën voor de NAVO-aanwezigheid aan de oostgrens met enhanced Forward Presence. Medio 2019 is de Nederlandse bijdrage aan de MINUSMA missie in Mali beëindigd en een deel van de redeployment is afgerond. Aan hoofdtaak 1 leverde CLAS verder diverse bijdragen door middel van bondgenootschappelijke gereedheid in de stand by fase van de NAVO Very High Readiness Joint Task Force (VJTF) en middels eFP. Voor hoofdtaak 3, nationale operaties, werden tevens dagelijks diverse (niche) capaciteiten gereed gesteld en ingezet voor bijstand en steunverleningstaken.

De grote hoeveelheid aan opdrachten, met bijbehorende ondersteunende ketens, en de Single Service Management taak van het CLAS stonden op gespannen voet met de inzetbaarheidsdoelen in de Defensienota. Een aantal van de opdrachten voor 2019 (onder andere afbouw en redeployment van MINUSMA, nationale inzet en steunverleningen) droegen niet bij aan het herstel van de operationele gereedheid (OG). Bovendien is de personele en materiële gereedheid nagenoeg ongewijzigd gebleven in 2019, wat consequenties heeft gehad voor de geoefendheid voor hoofdtaak 1. De balans opmakend bleek eind 2019 dat diverse capaciteiten en eenheden een weg te gaan hebben voor ze OG kunnen worden volgens de norm. Dit ondanks de focus op herstel van de OG (met name voor hoofdtaak 1) in 2019.

Door de combinatie van de lage personele vulling en het aantal uitgevoerde inzetten in het kader van hoofdtaak 2 is de geoefendheid van het CLAS niet of beperkt toegenomen in 2019. De toename die er wel is komt onder ander voort uit de inzet in het kader van enhanced Forward Presence. Deze inzet draagt door de oefenmogelijkheden bij aan de gereedheid, waardoor de deelnemende eenheden na hun inzet een hogere geoefendheid hebben. Ook de oefeningen European Falcon, ter voorbereiding op de stand by bijdrage aan de multinationale European Battlegroup in de tweede helft van 2020, en de oefening Tobruq Legacy van de grondgebonden luchtverdediging hebben positief bijgedragen aan de beperkt toegenomen geoefendheid.

Ook in 2019 blijkt dat CLAS grote moeite heeft om het personeel te behouden en was met name de uitstroom in de onderofficiersrangen en bij technisch en specialistisch personeel (zoals medisch personeel en de specialisatie Communicatie- en Informatiesystemen) groot. Dit drukt, net als de inzet, op de operationele gereedheid van operationele eenheden, omdat nieuw en onervaren personeel geworven en opgeleid moet worden. Daarnaast neemt de formatie toe door investeringen uit de Defensienota en dit heeft een verder negatief effect op de vullingsgraad (details zijn terug te vinden in de personeelsrapportage). Het CLAS heeft daarom de capaciteit voor opleidingen en trainingen versterkt ten koste van oefenen en herstel van de operationele gereedheid voor hoofdtaak 1. De materiële gereedheid steeg in 2019 beperkt als gevolg van inzet en beperkingen in personele gereedheid.

In het kader van het versterken van de ondersteuning zijn drie maatregelen in uitvoering genomen. Ten eerste is gestart met het project Versterken van luchtverdedigingscapaciteit. Dit project moet leiden tot een dedicated Man Portable Air Defence (MANPAD) peloton voor de grondgebonden luchtverdedigingscapaciteit voor de (zeer) korte afstand (Very Short Range Air Defence (VSHORAD) dat naar verwachting in 2020 zal worden opgericht. De tweede gestarte maatregel is het Versterken van de Role 15 en Role 26 capaciteit dat bijdraagt aan het herstellen van het Operationeel Gezondheidszorg Systeem. De versterking van Role 1 vindt plaats bij de manoeuvre-brigades. Het versterken van de Role 2 Medical Treatment Facilities (hospitaalfunctie) van 400 Geneeskundig bataljon7 wordt gefaseerd ingevoerd. Na afronding van dit project beschikt het CLAS over de geneeskundige capaciteit om het optreden van manoeuvre-brigades en de overige eenheden van het CLAS te kunnen ondersteunen. De verwachte realisatie van de maatregel voor Role 1 wordt niet voor medio 2021 verwacht. Role 2 staat gepland voor eind 2020. De derde maatregel is het Versterken grondgebonden vuursteuncapaciteit en behelst de (her)oprichting van een 4e vuursteunbatterij (Pantserhouwitser). Daarnaast zijn in 2019 alle pantserhouwitsers (zes stuks) uit de verkoop gehaald en weer in het bestand opgenomen.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

1.146.024

1.284.664

1.336.389

1.417.516

1.571.278

1.427.287

143.991

               

Uitgaven

1.221.224

1.218.579

1.282.344

1.337.845

1.497.067

1.427.287

69.780

Waarvan juridisch verplicht

       

105%

82%

 

Programma-uitgaven

158.682

170.753

201.348

197.620

241.455

227.387

14.068

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LAS

158.682

170.753

201.348

197.620

241.455

227.387

14.068

Gereedstelling

50.989

52.260

53.456

57.527

61.578

77.294

– 15.716

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

13.944

10.842

5.768

5.924

     

Instandhouding

107.693

118.493

147.892

140.093

179.877

150.093

29.784

               

Apparaatsuitgaven

1.062.542

1.047.826

1.080.996

1.140.225

1.255.612

1.199.900

55.712

Personele uitgaven

971.074

941.055

954.840

989.070

1.151.310

1.130.223

21.087

– waarvan eigen personeel

966.462

936.887

950.928

980.398

1.069.948

1.077.771

– 7.823

– waarvan externe inhuur

4.612

4.168

3.912

8.672

12.662

2.204

10.458

– waarvan overige personele exploitatie1

       

68.700

50.248

18.452

Materiële uitgaven

91.468

106.771

126.156

151.155

104.302

69.677

34.625

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

2.448

2.915

3.007

2.174

     

– waarvan overige materiële exploitatie1

89.020

103.856

123.149

148.981

104.302

69.677

34.625

               

Apparaatsontvangsten

13.672

5.769

8.016

5.063

13.380

6.432

6.948

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 144,0 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door € 72,8 miljoen voor onderhoud aan Scania WLS (wissellaadsysteem). Daarnaast is er voor € 39,6 miljoen meer verplicht dan begroot voor overige materiële exploitatie. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door verplichtingen die zijn aangegaan voor goederen en diensten die niet aan wapensystemen zijn verbonden. Verder is er voor € 31,6 miljoen meer verplicht dan begroot voor instandhouding van de wapensystemen zoals infanteriegevechtsvoertuigen, operationele wielvoertuigen en klein kaliber wapens.

Uitgaven

De uitgaven bij het CLAS zijn € 69,8 miljoen hoger ten opzichte van de begroting. De extra uitgaven worden veroorzaakt door zowel hogere programma-uitgaven (€ 14,1 miljoen) en hogere apparaatsuitgaven (€ 55,7 miljoen). De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.

Programma-uitgaven

Gereedstelling

De uitgaven bij gereedstelling zijn € 15,7 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak ligt in verminderde oefeninspanningen als gevolg van de achtergebleven personele vulling. Daarnaast heeft het CLAS de capaciteiten van opleidingen en training versterkt ten behoeve van de instroom van nieuw personeel. Dit ging ten kosten van de capaciteit voor oefenen en herstel.

Instandhouding

De uitgaven bij instandhouding zijn € 29,8 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door met name meeruitgaven voor het onderhoud van de infanteriegevechtsvoertuigen, klein kaliber wapens en de inhaalslag als gevolg van het langdurig interen op voorraden.

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De realisatie van de personele uitgaven is gestegen met € 21,1 miljoen ten opzichte van de begroting. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Voor «overige personele exploitatie» is € 18,5 miljoen meer uitgegeven. Dit betreft voornamelijk meeruitgaven voor opleidingen (€ 11,5 miljoen) en persoonsgebonden uitgaven (€ 5,5 miljoen). Daarnaast is meer uitgegeven voor externe inhuur (€ 10,5 miljoen).

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven zijn € 34,6 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door meeruitgaven die zijn gedaan voor goederen en diensten die niet aan wapensystemen zijn verbonden zoals werkplaats- en magazijninrichting (€ 9,9 miljoen), brandbestrijdings- en BHV-artikelen (€ 8,2 miljoen) en herlaadbare batterijen (€ 4,5 miljoen).

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

4.4 Beleidsartikel 4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Algemene doelstelling

De luchtstrijdkrachten leveren lucht- en grondgebonden capaciteit voor nationale en internationale operaties.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtstrijdkrachten en van de mate van gereedheid van de luchtstrijdkrachten.

Het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtstrijdkrachten zijn inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als nationale taken.

Beleidsconclusies

In 2019 heeft het CLSK een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken Defensie. Zo zijn in het kader van Operation Inherent Resolve de Target Support Cell en de Processing Exploitation Dissemination (PED)capaciteit ingezet in de strijd tegen ISIS om bij te dragen aan een zorgvuldig doelontwikkelingsproces voor de coalitie. Medio 2019 is de inzet van de PEDcapaciteit uitgebreid met de ondersteuning van de Resolute Support Mission Afghanistan. Verder is met de Cougar transporthelikopter en de KDC-10 transportvliegtuig (tevens voor bijtanken in de lucht) bijgedragen aan de steunverlening op de Bahama’s na de passage van orkaan Dorian. Daarnaast heeft de transportvloot diverse missiegebieden logistiek ondersteund en is met de Chinook en Cougar transporthelikopters een bijdrage geleverd aan de nationale steunverlening (NATOPS) ten behoeve van Fire Bucket Operations (het inzetten van militaire helikopters voor bluswerkzaamheden). Tevens heeft het CLSK, afwisselend met België, met F-16 jachtvliegtuigen de Benelux-landen beschermd tegen civiele en militaire vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat.

Gedurende 2019 heeft het CLSK F-16 jachtvliegtuigen, een KDC-10 transportvliegtuig en een C-130 transportvliegtuig aangeboden ten behoeve van de Very High Readiness Joint Task Force Air, deze zogenoemde flitsmacht is het snelst inzetbare deel van de NAVO snelle interventiemacht. Ook heeft een team 24 uur per dag, 7 dagen per week paraat gestaan om medische evacuaties uit te voeren, de Strategic Aeromedical Evacuation.

In het Caribische deel van het Koninkrijk ondersteunden transporthelikopters van de Luchtmacht kustwacht- en drugsbestrijdingsoperaties en leverden zij militaire bijstand. De NH-90 helikopter heeft als helikopter aan boord van een schip deelgenomen aan de Standing NATO Maritime Group (SNMG), een permanente maritieme reactiemacht van de NAVO.

Wel daalt de vullingsgraad bij CLSK, doordat vanuit investeringen uit de Defensienota het aantal nieuwe functies harder groeit dan dat ze gevuld kunnen worden bij de huidige krappe arbeidsmarkt (details zijn terug te vinden in de personeelsrapportage).

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

801.969

812.993

657.334

890.455

967.155

799.984

167.171

               

Uitgaven

711.856

704.647

745.213

771.677

873.248

799.984

73.264

Waarvan juridisch verplicht

       

111%

72%

 

Programmauitgaven

167.717

197.095

217.963

230.498

278.859

258.651

20.208

Opdracht Gereedstelling en instandhouding Commando LSK

167.717

197.095

217.963

230.498

278.859

258.651

20.208

Gereedstelling1

7.727

10.504

12.693

18.005

21.231

18.884

2.347

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

217

499

482

539

     

Instandhouding

159.990

186.591

205.270

212.493

257.628

239.767

17.861

               

Apparaatsuitgaven

544.139

507.552

527.250

541.179

594.389

541.333

53.056

Personele uitgaven

415.536

415.062

420.972

436.161

538.723

470.447

68.276

– waarvan eigen personeel

409.168

408.174

417.212

432.225

479.371

435.022

44.349

– waarvan externe inhuur

6.368

6.888

3.760

3.936

5.997

 

5.997

– waarvan overige personele exploitatie

       

53.355

35.425

17.930

Materiële uitgaven

128.603

92.490

106.278

105.018

55.666

70.886

– 15.220

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

2.701

2.587

2.031

2.085

     

– waarvan overige materiële exploitatie

125.902

89.903

104.247

102.933

55.666

70.886

– 15.220

               

Apparaatsontvangsten

14.037

12.492

12.876

20.425

13.799

12.043

1.756

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

CLSK is voor € 167,2 miljoen meer verplichtingen aangegaan dan begroot. Het grootste deel hiervan wordt verklaard door hogere verplichtingen voor instandhouding (€ 143 miljoen), waaronder de instandhoudingscontracten voor de luchtwapensystemen, het onderhoudscontract van de cougar en duurdere onderhoudscontracten omdat meer onderhoud nodig is voor verouderde wapensystemen. Daarnaast zijn de aangegane verplichtingen hoger (€ 73 miljoen) als gevolg van de hogere uitgaven voor personeel.

Uitgaven

Programmauitgaven

Instandhouding

De realisatie voor instandhouding is € 17,9 hoger dan begroot. De hogere verplichtingen op instandhouding resulteerde in 2019 ook in hogere uitgaven.

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De personele uitgaven zijn € 68,3 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Hierdoor heeft er een herschikking van budget heeft plaatsgevonden, omdat de personeelskosten hoger zijn dan de ontwerpbegroting (€ 29,5 miljoen), daarnaast de VUT/WUL compensatie (€ 10,8 miljoen) en ontwikkeling van de pensioenlasten (€ 1,7 miljoen). Binnen de personele uitgaven heeft herschikking van budget plaatsgevonden ten behoeve van de inhuur van personeel (€ 5,9 miljoen) en de overige personele exploitatie.

De toename van de uitgaven voor overige personele exploitatie (€ 17,9 miljoen) is voornamelijk ontstaan door meer uitgaven op persoonsgebonden budgetten, onder meer dienstreizen voor opleidingen en trainingen in het buitenland die samenhangen met de introductie van nieuwe wapensystemen bij CLSK.

Ook heeft een technische herschikking van de uitgaven voor helikoptervliegeropleidingen plaatsgevonden, omdat deze in 2019 niet langer belast worden binnen de overige materiële exploitatie (€ 4,0 miljoen) maar in de overige personele exploitatie.

Materiële uitgaven

De uitgaven voor overige materiële exploitatie zijn € 15,3 miljoen lager dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door achterblijvende facturatie van vliegeropleidingen vanuit de Verenigde Staten (€ 10 miljoen) en de technische herschikking van de helikoptervliegeropleidingen (€ 4,0 miljoen) naar de personele exploitatie.

4.5 Beleidsartikel 5 Taakuitvoering marechaussee

Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee (KMar) voert politietaken uit op grond van de Politiewet 2012 (PW). Daarnaast voert de KMar Defensietaken uit in opdracht van de Minister van Defensie.

Rol en verantwoordelijkheid

Het gezag over de KMar berust bij meerdere gezagsdragers. Voor de Defensietaken is dat de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Defensie en voor de in de PW aan de KMar opgedragen politietaken zijn dat de in artikel 14 van die wet opgedragen gezagsdragers. De Secretaris-Generaal is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de KMar. De uitvoering is opgedragen aan de Commandant KMar.

In artikel 4 lid 1 van de Politiewet 2012 zijn aan de KMar de volgende politietaken opgedragen:

  • a. het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;

  • b. de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten en internationale militaire hoofdkwartieren en de personen behorende tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren;

  • c. de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Minister en Onze Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen en de beveiliging van de burgerluchtvaart;

  • d. de verlening van bijstand en de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit;

  • e. de uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen en op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President;

  • f. de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister voor Immigratie en Asiel aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;

  • g. de bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;

  • h. het in opdracht van Onze Minister8 en Onze Minister van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. verrichten van beveiligingswerkzaamheden.

De Militaire Politiezorgtaak (art 4 lid 1 b PW) wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies, oefeningen en andere inzet uitgevoerd. Door de uitvoering van deze taken levert de KMar een continue bijdrage aan de veiligheid van de Staat en de integriteit van de Krijgsmacht.

Beleidsconclusies

De KMar heeft in 2019 een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. Dankzij de personele groei en de ondersteuning vanuit inhuur van externe organisaties heeft de KMar uitvoering kunnen geven aan haar opgedragen politietaken voor andere ministeries.

Nationale inzet

Bewaken en beveiligen

De KMar heeft alle te beveiligen objecten beveiligd conform het geldende beveiligingsconcept. Daarbij zijn geen vermeldenswaardige incidenten waargenomen.

In november is tevens het startsein gegeven om de eerste Hoog Risico Beveiligers (HRB) op te leiden tot persoonsbewakers. Hiermee ontwikkelt de HRB zich door en kan zij, naast objectbewaking, ook voorzien in persoonsbewaking.

Grenspolitietaak

Het luchthaven grensproces is volgens de Schengengrenscode uitgevoerd, maar steunverlening vanuit de flexibele schil uit het taakveld bewaken en beveiligen blijft noodzakelijk. Het maritieme grensproces is Schengenconform uitgevoerd. Er zijn geen noemenswaardige knelpunten in de uitvoering geweest.

Inzet voor het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) is in de tweede helft van 2019 toegenomen als gevolg van de afbouw van de steunverleningen aan de Schengenbuitengrenzen.

Eind november is door de Staatsecretaris de Ministeriele Regeling «Adaptief aan de Grens (AADG)» getekend. Hiermee is het mogelijk om burgers op flexibele basis in te zetten in de eerstelijns grensbewaking. Dit is belangrijke stap in het flexibeler kunnen inzetten van personeel.

Op 10 december 2019 heeft Nederland een akkoord bereikt met Duitsland om te gaan werken met collectieve Dublin-overdrachten. De impact op de KMar volgt uit de ketenafspraken die nog worden gemaakt. Op 10 januari 2020 treedt de overeenkomst in werking.

(Inter)nationale en militaire politie (zorg) taken

Realisatie van het vastgestelde herstelplan MPZ verloopt volgens schema. Samenwerkingsafspraken tussen brigadecommandanten (BC) KMar en de Eerst Aanwezend Commandant op de 10 prio-locaties zijn opgesteld. De politietaak op Schiphol en andere aangewezen luchthavens verloopt zonder noemenswaardige bijzonderheden. Specifieke aandacht ligt bij het onderwerp ondermijning.

Internationale inzet

De KMar voldoet in 2020 weer aan de operationele gereedheid (OG)-norm van 153 vte ten behoeve van expeditionaire taken. De datum voor gereedstelling van het CRC-peloton is in overleg met de CDS verplaatst naar eind 2020 als gevolg van operationele prioritering. De Close Protection Teams waren in 2019 onverminderd beschikbaar.

Brexit

Zoals bekend is het Verenigd Koninkrijk (VK) formeel uit de Europese Unie (EU) vertrokken maar is er een overgangsperiode voor de regelgeving afgesproken. In 2019 is een aanvang gemaakt met het treffen van infrastructurele voorzieningen op met name de maritieme grensdoorlaatposten om de gevolgen van Brexit (door verlenging tijdsduur grenspassages omdat VK-onderdanen de EU-status verliezen) te kunnen beheersen.

Luchthaven en maritieme behoeftestelling 2e batch

Dankzij de verdere intensivering van de grensbewakingstaak door de KMar, waarvoor in totaal € 43,4 miljoen structureel per jaar ter beschikking is gesteld, is verlichting van de druk op de organisatie bereikt. De organieke formatie van de KMar is conform planning uitgebreid. Voor zover personele vulling (nog) niet heeft kunnen plaatsvinden, is extern personeel ingehuurd of voor grenstaken (waaronder personeel van de Dienst Justitiële Inrichting) of voor andere (met name bewakings)taken, waardoor vrijgekomen KMar-personeel «aan de grens» kan worden ingezet. Daarnaast zijn persoonsgebonden materiële middelen aangeschaft (zoals reguliere transportmiddelen, portofoons en kogelwerende vesten) en zijn daar waar nodig (kleine) infrastructurele voorzieningen verworven (waaronder aanvullende parkeerplaatsen voor KMar-medewerkers op Rotterdam The Hague Airport).

EU-verordeningen Grenzen en Veiligheid

De nieuwe EU-verordeningen betreffen de invoering van een Europees in- en uitreisregistratiesysteem (Entry Exit System, EES) en een informatie- en reisautorisatiesysteem (European Travel Information and Authorization System, ETIAS) alsmede de uitbreiding en onderlinge integratie van diverse al bestaande informatiesystemen, waaronder het Schengeninformatiesysteem (SIS), de voorstellen voor aanpassing van EURODAC, het Visum Informatiesysteem en de interoperabiliteit tussen deze systemen. Samen met de betrokken ketenpartners zijn onder regie van het Programma Grenzen en Veiligheid de consequenties van de invoering van bovengenoemde EU-verordeningen in kaart gebracht.

Eurostar

Met name doordat het Vierlandenverdrag nog niet is getekend, is de dienstregeling waarmee Eurostar het bestaande treintraject tussen Londen en Brussel zal verlengen naar Rotterdam en Amsterdam, vertraagd tot eind maart 2020.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

336.732

349.505

379.524

410.732

459.737

405.344

54.393

               

Uitgaven

337.157

351.732

371.318

410.737

460.387

405.344

55.043

Waarvan juridisch verplicht

       

100%

93%

 

Programmauitgaven

1.747

4.989

6.252

4.907

5.051

6.628

– 1.577

Opdracht Inzet KMAR

1.747

4.989

6.252

4.907

5.051

6.628

– 1.577

Gereedstelling

1.747

4.989

6.215

4.905

4.974

6.628

– 1.654

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

642

671

465

       

Instandhouding

   

37

2

77

 

77

               

Apparaatsuitgaven

335.410

346.743

365.066

405.830

455.336

398.716

56.620

personele uitgaven

301.665

311.615

328.681

361.209

440.314

385.090

55.224

– waarvan eigen personeel

301.478

310.510

324.889

351.521

398.462

366.457

32.005

– waarvan externe inhuur

187

1.105

3.792

9.688

14.296

863

13.433

– waarvan overige personele exploitatie1

       

27.556

17.770

9.786

materiële uitgaven

33.745

35.128

36.385

44.621

15.022

13.626

1.396

– waarvan bijdragen aan SSO Paresto

878

1.003

1.248

1.250

     

– waarvan overige materiële exploitatie1

32.867

34.125

35.137

43.371

15.022

13.626

1.396

               

Apparaatsontvangsten

5.540

7.430

7.548

14.529

12.478

4.587

7.891

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 54,4 miljoen hoger dan begroot. Dit betreffen de hogere personele uitgaven in 2019.

Uitgaven

Binnen de personele uitgaven zijn de uitgaven voor eigen personeel € 32,0 miljoen hoger uitgevallen dan begroot door ontwikkelingen die niet in de oorspronkelijke begroting zijn opgenomen. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Hierdoor heeft er een herschikking van budget heeft plaatsgevonden, omdat de personeelskosten hoger zijn dan de ontwerpbegroting (€ 24,4 miljoen), daarnaast de beveiliging van ambassades in hoog risico gebieden op basis van een convenant met het Ministerie van Buitenlandse Zaken (€ 11,3 miljoen) en de compensatie in het kader van VUT / WUL (€ 8,5 miljoen). Binnen de personele uitgaven zijn in het kader van de personele onderrealisatie gelden uit het budget voor eigen personeel vrijgemaakt en aangewend ten behoeve van externe inhuur (€ 14,3 miljoen).

De hogere uitgaven voor de overige personele exploitatie worden onder meer veroorzaakt door externe legering van KMar-leerlingen en -personeel en door diverse maatregelingen in het kader van het behoud van personeel, zoals de verruiming van de tegemoetkoming voor cursus- en opleidingskosten ter stimulering van de persoonlijke ontwikkeling van de medewerkers.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten zijn met name het gevolg van niet geraamde ontvangsten van De Nederlandsche Bank voor bewakings- en beveiligingsdiensten (€ 3,8 miljoen) en van het Ministerie van JenV voor het opleiden en trainen van politiepersoneel in het kader van uitzendingen (€ 1,1 miljoen).Tenslotte zijn als correctie betalingen door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uit 2017–2018 ten gunste van de ontvangsten 2019 zijn verantwoord. Het gaat hier om aanvullende observatiecapaciteit door de KMar aan de AIVD (€ 2,8 miljoen).

4.6 Beleidsartikel 6 Investeringen krijgsmacht

Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen alsmede de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

Beleidsconclusies

In 2019 heeft Defensie € 2,5 miljard geïnvesteerd in onder andere de verwerving van de F-35 (€ 835,3 miljoen), infrastructuur (€ 283,9 miljoen), IT (€ 221,8 miljoen) en de vervanging en modernisering van de Chinook (€ 273,8 miljoen). Dit is € 786,1 miljoen meer dan in 2018. De afgelopen jaren is bij zowel de uitgaven als de verplichtingen een stijgende lijn zichtbaar. Door de ongelimiteerde eindejaarsmarge op het investeringsartikel kan niet gerealiseerd investeringsbudget worden meegenomen naar het volgend jaar.

Defensie streeft er naar op termijn meerjarig gemiddeld ten minste 20% van het uitgavenbudget te besteden aan investeringen, waarbij schommelingen over de jaren elkaar uitmiddelen. Dit is conform de NAVO-richtlijn. Sinds 2015 stuurt Defensie op een meerjarig gemiddelde investeringsquote9. Deze gemiddelde investeringsquote (2015–2019) is dit jaar hoger uitgekomen dan vorig jaar op 18,2% (dit was 15,3% over 2014–2018); de investeringsquote over alleen 2019 is 23,9% (2018: 18,9%). Door een realisatie van onder de 20% in de jaren 2015 t/m 2017 voldoet de meerjarige gemiddelde investeringsquote nog niet aan de norm.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art 6 Investeringen Krijgsmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

2.162.332

2.558.598

2.129.841

3.799.130

4.266.773

5.115.563

– 848.790

Opdracht Voorzien in nieuw materieel

1.716.112

1.452.071

1.732.810

3.186.241

3.695.843

4.447.178

– 751.335

Opdracht Voorzien in infrastructuur

182.395

924.264

190.522

197.911

242.801

226.249

16.552

Opdracht Voorzien in IT

176.527

96.110

128.685

309.482

222.991

332.230

– 109.239

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek

62.386

57.058

59.727

81.971

80.774

75.236

5.538

Bijdrage aan de NAVO

24.912

29.095

18.097

23.525

24.364

31.770

– 7.406

Reservering valutaschommelingen

         

2.900

– 2.900

               

Uitgaven

1.101.504

1.304.491

1.441.839

1.736.955

2.523.053

2.839.964

– 316.911

Waarvan juridisch verplicht

       

169%

65%

 

Programmauitgaven

1.101.504

1.304.491

1.441.839

1.736.955

2.523.053

2.839.964

– 316.911

Opdracht Voorzien in nieuw materieel (1, 2, 3)

689.851

900.886

1.040.082

1.112.677

1.920.516

2.133.671

– 213.155

Opdracht Voorzien in infrastructuur (1, 3)

197.960

197.858

212.451

258.273

283.898

264.157

19.741

Opdracht Voorzien in IT (1, 2, 3)

120.722

111.479

112.078

272.087

221.821

332.230

– 110.409

Bekostiging Wetenschappelijk onderzoek (3)

61.612

61.078

56.860

67.133

72.534

75.236

– 2.702

Bijdrage aan de NAVO (1)

31.359

33.190

20.368

26.785

24.284

31.770

– 7.486

Reservering valutaschommelingen

         

2.900

– 2.900

               

Programmaontvangsten

222.796

143.242

154.679

234.122

110.797

123.056

– 12.259

– waarvan verkoopopbrengsten groot materieel (strategisch)

193.414

99.534

101.920

126.714

72.691

73.886

– 1.195

– waarvan overige ontvangsten materieel

   

21.302

51.671

26.140

33.700

– 7.560

– waarvan verkoopopbrengsten infrastructuur (strategisch)

11.667

37.771

17.603

39.371

4.291

10.050

– 5.759

– waarvan overige ontvangsten infrastructuur

   

12.023

10.785

4.578

2.120

2.458

– waarvan overige ontvangsten IT,WOO en NAVO

17.715

5.937

1.831

5.581

3.097

3.300

– 203

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Opdracht voorzien in nieuw materieel

De realisatie van het verplichtingenbudget opdracht voorzien in nieuw materieel is € 751,3 miljoen lager dan begroot. Bij met name het Combat Support Ship, de Midlife Update Fennek, Vervanging 127mm kanon Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF) en Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS) is minder verplicht dan verwacht door vertraging in het aanbestedingstraject, met name door langere verwervingsvoorbereiding en vertraging in het offertetraject. Voor de MALE UAV is de geraamde verplichting in de tweede helft van 2018 al verplicht in plaats van in 2019.

Opdracht voorzien in infrastructuur

De verplichtingen voor voorzien in infrastructuur zijn € 16,5 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name doordat contracten eerder zijn afgesloten dan verwacht. Dat betreft onder andere contracten voor het programma Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid en het programma Aanpassingen vastgoed als gevolg van wijziging regelgeving.

Opdracht voorzien in IT

De realisatie van dit verplichtingenbudget is € 109,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt met name doordat voor GrIT (project in planning) in 2019 geen grote verplichting is aangegaan. Over de voortgang van dit project wordt het parlement separaat geïnformeerd.

Uitgaven

Voorzien in nieuw materieel

In dit jaarverslag wordt een toelichting gegeven op de projecten die een afwijking van meer dan € 10,0 miljoen kennen ten opzichte van de vermelding in de begroting 2019. In het Defensieprojectenoverzicht, dat ook op Verantwoordingsdag wordt aangeboden, worden significante afwijkingen voor alle projecten boven € 25 miljoen toegelicht sinds het vorige Defensieprojectenoverzicht.

Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

182,6

78,1

37,5

25,9

– 11,6

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

143,5

115,7

11

2,1

– 8,9

Verbetering MK48 torpedo

147,4

74,2

15,3

42,5

27,2

Vervanging maritiem Surface-to-surface missile)

100–250

Commercieel vertrouwelijk

Vervanging MK46 Lightweight torpedo

100–250

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Softkill Torpedo Defensiesysteem

100–250

Commercieel vertrouwelijk

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

De realisatie is € 11,6 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De technische realisatie van een aantal milestones van met name de lopende contracten Modernisation LCF Mission Management (MLMM) en Combat Management System (CMS) zijn vertraagd. De gekoppelde (deel)betalingen, vastgelegd in de overeengekomen aflever- en betaalschema van de betreffende contracten, zijn hierdoor doorgeschoven van 2019 naar 2020.

Verbetering MK48 torpedo

De realisatie is € 27,2 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Voor dit project zijn Foreign Military Sales (FMS) contracten aangegaan met de Amerikaanse overheid. Defensie kan beperkt invloed uitoefenen op het FMS-betaalritme. In 2019 is meer uitgegeven op FMS betaalverzoeken dan in de raming was opgenomen.

Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

100–250

Commercieel vertrouwelijk

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) productie

806,3

789,0

12,6

2,3

– 10,3

Verlenging levensduur Patriot

100,1

12,7

11,3

16,1

4,8

C-RAM- en CLASS 1-UAV -detectiecapaciteit

100–250

Commercieel vertrouwelijk

Midlife Update Fennek

250–1.000

Commercieel vertrouwelijk

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer), productie

De realisatie is € 10,3 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Door vertraging in het offertetraject voor de nachtzichtmiddelen is hiervoor geen verplichting aangegaan, waardoor de betaling doorschuift naar 2020.

Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

Verwerving F-35

4.863,2

1220,4

487,9

835,3

347,4

Chinook Vervanging & Modernisering

989,4

78,7

205,6

273,8

68,2

Apache Remanufacture

901,4

13,6

4

5,3

1,3

Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV)

404,8

3

37,5

46,6

9,1

AH-64D Block II upgrade

121,2

66,9

11,6

6,6

– 5

F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket

118,5

0,6

4,7

0,3

– 4,4

Vervanging strategisch luchttransport en AAR (MRTT)

250–1.000

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving F-35

De kasrealisatie voor het project Verwerving F-35 is in 2019 uitgekomen op € 835,3 miljoen. Dit is aanzienlijk hoger dan de raming van € 487,9 miljoen die medio 2018 was opgenomen in de begroting 2019. Ten opzichte van de schatting uit de ontwerpbegroting 2019 heeft de facturatie in een sneller tempo plaatsgevonden dan eerder werd aangenomen. Reden hiervoor is dat de contracten voor het merendeel van de toestellen pas in een relatief laat stadium zijn getekend, waardoor betaalschema’s laat bekend werden en hierdoor het te betalen bedrag voor 2019 te laag was geraamd. De levering van de toestellen in 2019 heeft wel volgens planning plaatsgevonden.

Chinook Vervanging & Modernisering

De realisatie is € 68,2 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Voor dit project zijn Foreign Military Sales (FMS) contracten aangegaan met de Amerikaanse overheid. In 2019 is meer uitgegeven op FMS betaalverzoeken dan in de raming was opgenomen.

Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

NH-90

1.201,70

1.065,1

26,4

10,6

– 15,8

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

405,5

82,8

44,1

26,6

– 17,5

Verwerving Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem (DBBS)

221,8

27,8

43,2

2,5

– 40,7

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

132,6

124,8

3,8

1,2

– 2,6

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

114

51,6

19,5

44,1

24,6

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

1.000 – 2.500

Commercieel vertrouwelijk

Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS)

250–1.000

Commercieel vertrouwelijk

NH-90

Op het project NH-90 is € 15,8 miljoen minder uitgegeven dan verwacht. Als gevolg van de soms moeizame harmonisatie in het internationale samenwerkingsverband, zijn enkele voor 2019 geplande contracten en betalingen niet gerealiseerd. Het betreft vooral deelprojecten die naar aanleiding van de herijkingsnota (verbeteren capaciteiten NH-90 voor operaties in het landdomein) worden uitgevoerd. Vanwege de focus op het maritieme domein heeft de budgettaire herfasering vooralsnog geen gevolgen voor de operationele inzet van de toestellen.

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

De realisatie is € 17,5 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit komt met name door twee belangrijke deelcontracten: Smart Vest en E-lighter. De contractvorming voor het Smart Vest heeft vertraging opgelopen waardoor € 8 miljoen minder is gerealiseerd. De realisatie op het deelcontract E-lighter is € 4,9 miljoen lager uitgevallen als gevolg van vertraging in de doorontwikkeling binnen het huidige contract.

DBBS

Voor het project DBBS is € 40,7 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De leverancier heeft verdere vertraging opgelopen met de ontwikkeling en implementatie van de multi-site versie van de kern van het DBBS-systeem. Dit betekent dat mijlpalen later worden opgeleverd dan oorspronkelijk gepland en dat de uitgaven later zullen plaatsvinden.

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

De realisatie is € 24,6 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit betreft twee grote leveringen die in 2018 geraamd stonden, maar door vertraging pas in 2019 zijn uitgeleverd en betaald.

Investeringskosten Verwerving F-35

In de ontwerpbegroting 2019 werd een raming van € 4.876,2 miljoen (incl. risicoreservering van € 120,8 miljoen) voor het totale project vermeld. Inmiddels is in de Jaarrapportage F-35 van september 2019 een nieuwe raming van € 4.651,5 miljoen (incl. risicoreservering van € 77 miljoen) afgegeven. Vanaf de Jaarrapportage F-35 van september jl. wordt de delta exploitatie niet langer onder het investeringsbudget verantwoord.

Voorzien in infrastructuur

Investeringen Infrastructuur Projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

DBFMO Kromhoutkazerne

624

103,7

32,8

32,8

0

Aanpassingen vastgoed Defensie

299,2

24,8

20,3

19,5

– 0,8

DBFMO Nationaal Militair Museum

136,2

15,3

5,1

5,1

0

Bouwtechnische verbetermaatregelen brandveiligheid

130,4

59,2

38,6

43,5

4,9

In de realisatie zijn geen afwijkingen groter dan € 10 miljoen opgetreden.

Voorzien in IT

Projecten in realisatie Voorzien in IT (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2019)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2018

Verwachte uitgaven in 2019

Gerealiseerde uitgaven in 2019

Verschil uitgaven 2019

ERP M/F/P Fase 2

125,1

71

18,3

26,9

8,6

In de realisatie zijn geen afwijkingen groter dan € 10 miljoen opgetreden.

Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO)

De CODEMO-regeling is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve productontwikkeling met het midden- en kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingsvoorstellen. Defensie heeft € 10,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling. Vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, zijn € 3,3 miljoen royalty’s toegevoegd, resulterend in een totaalbudget van € 13,3 miljoen.

CODEMO

Ingediende voorstellen

90

Gehonoreerde voorstellen

26

Afgewezen voorstellen

63

Voorstellen in behandeling

1

Afgeronde voorstellen

19

In 2019 is 1 nieuw projectvoorstel ingediend. Ultimo 2019 zijn 7 projecten in uitvoering en 1 projectvoorstel in behandeling. Inmiddels is een bedrag van € 10,3 miljoen aan projectvoorstellen goedgekeurd.

Verkoopopbrengsten Groot Materieel

Geen bijzonderheden.

Overige ontvangsten materieel

In 2019 is € 7,6 miljoen minder aan overige ontvangsten materieel gerealiseerd dan begroot. Op de inruil van civiele dienstauto’s is € 13,8 miljoen minder ontvangen dan geraamd. De ramingen waren eerder al naar aanleiding van de herijking business case civiele dienstauto’s neerwaarts bijgesteld zoals gemeld in de Najaarsnota 2018. Daartegenover staan hogere ontvangsten voor de F-35. Door de bijdrage in de ontwikkeling van de F-35 wordt een percentage ontvangen bij afname door andere landen. Deze ontvangst was in 2019 € 5,8 miljoen meer dan begroot.

4.7 Beleidsartikel 7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

Beleidsconclusies

In 2019 heeft de DMO een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van Defensie. Zo zijn de meest voorkomende IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen ter beschikking gesteld.

Per 1 januari 2019 zijn het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) en het Joint Informatie Voorziening Commando (JIVC) samengevoegd tot één bedrijf met de naam JIVC. In de eerste helft van 2019 zijn de laatste stappen van de formele afhandeling van de opheffing van het baten-lastenagentschap DTO geëffectueerd, met als afsluiting het overboeken van het restant eigen vermogen naar de apparaatsontvangsten van dit beleidsartikel. De agentschapsbijlage voor DTO is niet meer opgenomen in dit jaarverslag.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art 7 Ondersteuning door Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

830.487

759.247

959.296

1.170.733

1.156.092

932.220

223.872

               

Uitgaven

758.507

806.441

816.269

919.071

1.071.290

932.220

139.070

Waarvan juridisch verplicht

       

108%

52%

 

Programmauitgaven

304.662

335.058

318.730

334.300

368.569

386.696

– 18.127

Opdracht Logistieke ondersteuning

304.662

335.058

318.730

334.300

368.569

386.696

– 18.127

– waarvan gereedstelling

222.537

225.397

221.912

221.543

269.291

282.103

– 12.812

– waarvan instandhouding

82.125

109.661

96.818

112.757

99.278

104.593

– 5.315

               

Apparaatsuitgaven

453.845

471.383

497.539

584.771

702.721

545.524

157.197

personele uitgaven

189.754

182.900

191.248

213.900

408.366

357.098

51.268

– waarvan eigen personeel

167.815

169.395

177.778

192.812

332.005

312.707

19.298

– waarvan externe inhuur

21.939

13.505

13.470

21.088

56.717

31.384

25.333

– waarvan overige personele exploitatie1

       

19.644

13.007

6.637

materiële uitgaven

264.091

288.483

306.291

370.871

294.355

188.426

105.929

– waarvan IT

25.706

31.688

52.971

107.198

220.525

132.554

87.971

– waarvan IT door SSO DMO OPS

172.048

193.481

198.180

205.645

     

– waarvan exploitatie door SSO Paresto

414

405

437

268

     

– waarvan overige materiële exploitatie1

65.923

62.909

54.703

57.760

73.830

55.872

17.958

               

Apparaatsontvangsten

44.077

29.867

30.204

46.359

80.177

32.406

47.771

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

In 2019 is voor een bedrag van € 223,9 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Het betreft met name een toename als gevolg van de hogere uitgaven (€ 139,1 miljoen). Daarnaast betreft het verplichtingen die in 2019 zijn aangegaan maar betrekking hebben op activiteiten die in 2020 e.v. worden uitgevoerd. Met name voor munitie is voor een bedrag van € 76,9 miljoen meer verplicht voor leveringen die plaatsvinden vanaf 2020.

Uitgaven

Programma uitgaven

De realisatie van de gereedstelling is € 12,8 miljoen lager dan begroot. Voor brandstof is € 33,0 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De oorzaak hiervan is met name de stabiliserende olieprijs en de goedkopere dollar en afgeleide effecten zoals een lagere btw-afdracht. Bij munitie is voor € 10,5 miljoen meer gerealiseerd door aankoop van extra munitie om te kunnen voldoen aan de geactualiseerde verbruiksnormen.

De realisatie van de instandhouding is € 5,3 miljoen lager dan begroot. Dit komt met name door lagere uitgaven voor de instandhouding van de grondgebonden wapensystemen (€ 3,7 miljoen).

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

De realisatie van de personele uitgaven is € 51,3 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. De combinatie arbeidsvoorwaardenverbetering en hogere vulling leidt tot toename van € 19,3 miljoen. Daarnaast is € 25,3 miljoen extra uitgegeven aan externe inhuur van specialistische capaciteit. Ook is € 6,6 miljoen meer uitgegeven aan overige personele exploitatie, met name door hogere uitgaven voor woon-werkverkeer.

Materiële uitgaven

De realisatie van de IT uitgaven is € 88,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door de uitgaven voor de defensiebrede uitrol van de mobile devices (€ 26,0 miljoen). Verder was er een grotere afname van goederen en diensten (door autonome groei), onder meer door uitbreiding van werkplekdiensten en datacenterdiensten. Daarnaast is sprake van behoorlijke prijsstijgingen in de onderhoudscontracten van met name softwareleveranciers.

Verder is € 18,0 miljoen meer uitgegeven aan overige materiële exploitatie. Dit komt met name door meeruitgaven van € 17,0 miljoen voor kleding en uitrusting.

Ontvangsten

In 2019 is voor een bedrag van € 47,8 miljoen meer ontvangen. Door de afhandeling van het opheffen van DTO per 1 januari 2019 zijn extra apparaatsontvangsten gerealiseerd. In 2019 is het eigen vermogen per ultimo 2018 (€ 25,6 miljoen) in gedeelten ontvangen. Daarnaast is € 22,0 miljoen meer ontvangen als gevolg van werken voor tweeden en derden. Deze diensten werden in het verleden afgenomen bij het agentschap. Deze diensten worden nog steeds afgenomen, maar de betaling ervan loopt nu via de DMO-begroting.

4.8 Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

Algemene doelstelling

Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) voorziet in een doelmatige en doeltreffende ondersteuning van de krijgsmacht. Het DOSCO draagt zorg voor de levering van ondersteunende diensten aan de krijgsmacht. Een groot deel van de ondersteuning levert het DOSCO zelf, een deel van de ondersteuning wordt geleverd door organisaties buiten het Ministerie van Defensie. Het DOSCO is daarbij de verbindende schakel tussen vraag en aanbod.

De ondersteuning van het DOSCO is ingedeeld in drie categorieën, te weten normgestuurd (vast, zoals vastgoed, gezondheidszorg), capaciteitgestuurd (semi-flexibel, zoals opleidingen) en budgetgestuurd (flexibel, zoals transport en media). De drie categorieën zijn nader onderverdeeld in achttien dienstenclusters.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het DOSCO een bijdrage levert.

Beleidsconclusies

Het DOSCO ondersteunt altijd en overal waar de krijgsmacht wordt ingezet. In 2019 heeft het DOSCO de gevraagde ondersteuning grotendeels volgens afspraak kunnen leveren.

Met het project «Behoud & Werving» is extra budget ingezet op het behouden van gekwalificeerd personeel en het verhogen van de instroom van nieuw personeel. Er zijn maatregelen in gang gezet voor het versterken van de in- & doorstroomketen, het intensiveren van de samenwerking met externe partners, het verder ontwikkelen van de regelgeving en het vergroten van de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever. Voorbeelden van deze maatregelen zijn het intensiveren van de arbeidsmarktcommunicatie, het ondersteunen van Defensity College en het verbreden van de aanstellingseisen. De maatregelen hebben effect. Zo is de realisatie van de werving en selectie van militairen uitgekomen op 3.505. Dat is weliswaar lager dan in 2018 (3.772), maar nog steeds een stijging ten opzichte van 2016 (2.908) en 2017 (3.162). Gedetailleerde informatie hierover is zichtbaar in de personeelsrapportage.

De budgettoevoeging ten behoeve van het internationaal functiebestand is ten goede gekomen aan een groei van de formatie met als doel de internationale samenwerking te bevorderen.

Voor het verminderen van het achterstallig onderhoud is in 2018, 2019 en 2020 per jaar € 25,0 miljoen toegevoegd. Hiermee is een deel van de gebreken en problemen verholpen. Er bestaat nog wel een aanzienlijke onderhoudsachterstand Verder zijn op het gebied van vastgoed, vanwege de groei van de krijgsmacht, eerdere afstotingsbesluiten teruggedraaid. Hierdoor is de DOSCO ondersteuning op deze locaties gecontinueerd.

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

1.078.400

886.300

1.245.160

1.296.628

1.401.191

1.279.776

121.415

               

Uitgaven

1.051.112

1.127.552

1.223.267

1.315.775

1.393.756

1.279.776

113.980

Waarvan juridisch verplicht

       

101%

50%

 

Programmauitgaven

204

188

190

166

133

 

133

Opdracht Dienstverlenende eenheden

204

188

190

166

133

 

133

– waarvan gereedstelling

198

187

190

166

133

 

133

– waarvan instandhouding

6

1

         
               

Apparaatsuitgaven

1.050.908

1.127.364

1.223.077

1.315.609

1.393.623

1.279.776

113.847

personele uitgaven

465.998

512.085

543.248

579.465

771.503

705.328

66.175

– waarvan eigen personeel

436.045

475.462

510.000

540.789

581.098

564.034

17.064

– waarvan externe inhuur

18.157

24.559

21.158

26.107

26.031

2.678

23.353

– waarvan overige personele exploitatie1

       

150.599

127.578

23.021

– waarvan overig, attachés

11.796

12.064

12.090

12.569

13.774

11.0382

2.736

materiële uitgaven

584.910

615.279

679.829

692.752

587.676

537.942

49.734

– waarvan bijdrage agentschap RVB (huisvesting en infrastructuur)

220.607

228.185

256.916

263.593

     

– waarvan huisvesting en infrastructuur

134.615

115.191

109.976

103.321

413.376

336.671

76.705

– waarvan overige materiële exploitatie1

189.880

236.126

278.343

286.337

168.563

194.353

– 25.790

– waarvan SSO Paresto

31.706

29.463

29.550

33.590

     

– waarvan overig, attachés

8.102

6.314

5.044

5.911

5.737

6.918

– 1.181

Nationaal fonds ereschulden

     

43.392

34.444

36.506

– 2.062

               

Apparaatsontvangsten

56.903

63.665

85.812

89.243

89.784

80.988

8.796

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

X Noot
2

Door afrondingsverschillen wijkt het HGIS jaarverslag € 2 duizend af van het Defensiejaarverslag.

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht per financieel instrument.

Verplichtingen

In 2019 is voor een bedrag van € 121,4 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Het betreft enerzijds een toename als gevolg van de hogere uitgaven en anderzijds betreft het verplichtingen die in 2019 zijn of worden aangegaan maar betrekking hebben op activiteiten die in 2020 en latere jaren worden uitgevoerd. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij het bijstellen van de verplichtingen voor huisvesting en infrastructuur en voor materiële en personele exploitatie. Het betreffen onder meer verplichtingen voor het huren van vastgoed, het uitvoeren van onderhoud aan vastgoed, opleidingen, vervoer en personeel gerelateerde diensten.

Uitgaven

Personele uitgaven

De realisatie van personele uitgaven is € 66,2 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord op 30 juli 2019. Met dit akkoord heeft Defensie een flinke stap gezet in het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van het personeel. Hierdoor heeft er een herschikking van budget heeft plaatsgevonden, omdat de personeelskosten hoger zijn dan de ontwerpbegroting (€ 28,9 miljoen), € 9,2 miljoen meeruitgaven voor de Defensiebrede VUT/WUL-compensatie en € 5,9 miljoen meeruitgaven voor de overgang van ROC-instructeurs van de Koninklijke Militaire School naar DOSCO bij de opleidingen Veiligheid en Vakmanschap. Voor de overgang van ROC-instructeurs is budget ontvangen van het CLAS.

Materiële uitgaven

De realisatie voor materiële uitgaven is per saldo € 13,2 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de realisatie voor huisvesting en infrastructuur € 76,7 miljoen hoger is dan begroot, (gefinancierd door onder meer een incidentele herschikking tussen exploitatie en investeringen van € 20,0 miljoen en de toevoeging van € 17,0 miljoen) voor meeruitgaven ten behoeve van het verminderen van achterstallig onderhoud aan vastgoed en het verbeteren van de legering. Daarnaast is € 5,8 miljoen meer uit gegeven voor het project Behoud & Werving. De realisatie voor overige materiële exploitatie is € 25,7 miljoen lager dan begroot. Dat komt doordat dit budget voor een bedrag van € 10,2 miljoen is ingezet om de hogere prijsstijgingen in de huidige vastgoedmarkt op te vangen.

Ontvangsten

In 2019 is per saldo voor een bedrag van € 8,8 miljoen meer ontvangen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat € 7,0 miljoen meer is ontvangen voor ingebruikgevingen10 en € 2,0 miljoen aan zorgkosten die vergoed zijn door zorgverzekeraars.

5. NIET-BELEIDSARTIKELEN

5.1 Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Algemene doelstelling

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies, bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, bijdragen aan internationale organisaties, opdrachten, bekostiging, inkomensoverdrachten en overige materiële exploitatie.

Budgettaire gevolgen

Tabel budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

103.254

89.615

82.955

90.693

103.992

105.779

– 1.787

               

Uitgaven

84.447

107.028

85.193

89.598

93.786

105.779

– 11.993

               

Programma-uitgaven

84.447

107.028

85.193

89.598

93.786

105.779

– 11.993

Subsidies en bijdragen

31.495

29.732

30.741

31.545

30.978

30.980

– 2

Bijdrage NAVO en internationale samenwerking

22.085

56.675

36.479

46.198

47.319

57.143

– 9.824

Opdrachten

       

9.826

13.656

– 3.830

Bekostiging

       

4.448

4.000

448

Inkomensoverdrachten – Reservering Regeling Uitkering chroom 6 Defensie

       

1.215

 

1.215

Overige uitgaven

30.867

20.621

17.973

11.855

     

Programma ontvangsten

       

893

 

893

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 2,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Uitgaven

Bijdrage Navo en internationale samenwerking

VJTF – De geplande € 10 miljoen van VJTF leidt niet tot realisatie op dit artikel maar is verdeeld naar de overige defensieonderdelen.

Opdrachten

De realisatie van Opdrachten is per saldo € 3,8 miljoen lager dan initieel begroot en wordt grotendeels veroorzaakt doordat de begrote garantiestelling Invictus Games van € 4,0 niet benodigd was in 2019.

Inkomensoverdrachten

Voor de uitgaven aan schadevergoedingen Chroom-6 is met de 1e suppletoire begroting totaal € 18,2 miljoen toegevoegd, verdeeld in € 7,6 miljoen voor 2019 en € 10,6 miljoen voor 2020. Van de € 7,6 miljoen zijn in 2019 slecht voor € 1,2 miljoen aan schadevergoedingen ingediend en uitbetaald met als gevolg dat het resterende deel doorschuift naar 2020.

5.2 Niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement

Algemene doelstelling

Inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan, het opstellen van kaders voor de Defensiebrede bedrijfsvoering en het bijdragen aan militaire pensioenen en uitkeringen.

Op dit artikel zijn alle verplichtingen, personele en materiële uitgaven en ontvangsten van de BS inclusief de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) weergegeven. Tevens zijn in dit artikel de defensiebrede uitgaven ondergebracht voor pensioenen en uitkeringen (waarvan een deel «niet relevant» dat betrekking heeft op de lening voor de kapitaaldekking van de militaire ouderdomspensioenen), wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen. Daarnaast staan in dit artikel de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van Paresto.

Budgettaire gevolgen

A. Apparaatsuitgaven Kerndepartement Budgettaire gevolgen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

1.529.741

1.595.748

1.572.559

1.737.653

1.682.781

1.626.034

56.747

               

Uitgaven

1.527.669

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.675.816

1.626.034

49.782

               

Apparaatsuitgaven

1.527.669

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.675.816

1.626.034

49.782

personele uitgaven

1.513.893

1.580.523

1.556.940

1.707.908

1.660.335

1.601.300

59.035

– waarvan eigen personeel

121.123

126.849

137.422

160.203

198.776

209.379

– 10.603

– waarvan externe inhuur

3.128

3.731

3.932

3.844

7.986

30

7.956

– waarvan overige personele exploitatie1

       

14.705

8.957

5.748

– waarvan uitkeringen

1.389.642

1.449.943

1.415.586

1.543.861

1.438.868

1.382.934

55.934

materiële uitgaven

13.776

14.303

15.428

20.973

15.481

24.734

– 9.253

– waarvan overige materiële exploitatie1

13.193

13.749

14.924

20.426

15.481

24.734

– 9.253

– waarvan bijdrage aan SSO Paresto

583

554

504

547

     
               

Totaal ontvangsten

28.255

39.017

39.784

196.186

13.362

25.045

– 11.683

X Noot
1

in 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen zijn € 56,7 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Deze verhoging is met name het gevolg van de hogere personele uitgaven door het nieuwe arbeidsvoorwaardenakkoord en het meer aangaan van verplichtingen voor inhuur.

Uitgaven

Apparaatsuitgaven

Per saldo zijn de apparaatsuitgaven € 49,8 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Deze verhoging wordt veroorzaakt door de bereikte arbeidsvoorwaarden waardoor de begroting € 78 miljoen is opgehoogd en diverse defensiebrede herschikkingen met als gevolg een verlaging van het budget met € 34 miljoen.

Ontvangsten

De realisatie van de ontvangsten is € 11,8 miljoen lager dan de vastgestelde begroting door het minder dan verwacht ontvangen van personele ontvangsten waaronder teruggave pensioenen en overige uitkeringen.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak.
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie

5.583.706

5.701.036

5.897.319

6.384.759

6.806.737

6.223.683

583.054

Kerndepartement

1.527.669

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.675.816

1.626.034

49.782

Taakuitvoering Commando Zeestrijdkrachten

609.193

605.342

631.023

668.264

729.240

668.906

60.334

Taakuitvoering Commando Landstrijdkrachten

1.062.542

1.047.826

1.080.996

1.140.225

1.255.612

1.199.900

55.712

Taakuitvoering Commando Luchtstrijdkrachten

544.139

507.552

527.250

541.179

594.389

541.333

53.056

Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

335.410

346.743

365.066

405.830

455.336

398.716

56.620

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

453.845

471.383

497.539

584.771

702.721

545.524

157.197

Defensie Ondersteuningscommando

1.050.908

1.127.364

1.223.077

1.315.609

1.393.623

1.243.270

150.353

Totaal apparaatskosten agentschappen

72.847

70.292

61.124

65.786

71.028

66.376

4.652

Paresto

72.847

70.292

61.124

65.786

71.028

66.376

4.652

Toelichting op de instrumenten

De apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de operationele commando’s en de ondersteunende organisaties omvatten de personele en materiële uitgaven. In het overzichtstabel «budgettaire gevolgen van het beleid» zijn de apparaatsuitgaven gerepresenteerd bij het desbetreffende beleidsartikel en de verschillen zijn daar ook nader toegelicht.

5.3 Niet-beleidsartikel 11 Geheim

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Geheim kent op basis van artikel 2.8 van de Comptabiliteitswet 2016 geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.

Budgettaire gevolgen

Tabel budgettaire gevolgen artikel 11 Geheim (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

5.385

5.939

7.874

7.155

14.617

7.586

7.031

Uitgaven

5.385

5.939

7.874

7.155

14.617

7.586

7.031

Ontvangsten

             

De geheime uitgaven worden jaarlijks gecontroleerd door het college van de Algemene Rekenkamer.

5.4 Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld op basis van artikel 2.7 van de Comptabiliteitswet 2016 bestaat uit de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbijstelling, prijsbijstelling en Nominaal en onvoorzien.

Budgettaire gevolgen

Tabel budgettaire gevolgen artikel 12 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000).
 

Realisatie

vastgestelde begroting

Verschil

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

         

11.494

– 11.494

Uitgaven

         

11.494

– 11.494

Loonbijstelling

             

Loonbijstelling

             

– waarvan programma

             

– waarvan apparaat

             

Prijsbijstelling

             

– waarvan programma

             

– waarvan apparaat

             

Onvoorzien

             

Ontvangsten

             

Toelichting op de financiële instrumenten

Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld is een voorziening, waarop geen realisatie plaats vindt van verplichtingen en uitgaven. Met de eerste en tweede suppletoire begroting is het budgetbedrag volledig uitgedeeld naar de defensieonderdelen.

6 BEDRIJFSVOERINGSPARAGRAAF

Paragraaf 1 – uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen:

1.1 Rechtmatigheid incl. tekortkomingen misbruik en oneigenlijk gebruik

De verantwoording in het departementale jaarverslag is in overeenstemming met de begrotingswetten, de Europese regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en in ministeriële regelingen opgenomen bepalingen. Voor de bepaling van fouten en onzekerheden is de rijksbrede normering toegepast. Er hebben zich geen overschrijdingen van toleranties voorgedaan.

In 2019 heeft zich een tekortkoming op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik voorgedaan. Uit een interne analyse is gebleken dat tussen juni 2018 en augustus 2019 in totaal circa € 150.000 ten laste van het budget van het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBBB) is betaald zonder dat daar geldige bestelorders en leveringen tegenover stonden. Het betreffen enkele tientallen facturen onder de grens van € 2.000 voor beperkte verificatie. De Koninklijke Marechaussee (KMar) voert in opdracht van de Officier van Justitie het strafrechtelijke vooronderzoek uit. Intern Defensie zijn vooruitlopend op de onderzoeksuitkomsten aanvullende preventieve maatregelen getroffen. Zo zijn intern Financieel Administratie- en Beheerkantoor (FABK) de processen met betrekking tot het vastleggen van crediteurenstamgegevens en de controle op inkoopfacturen onder de verificatiegrens van € 2.000 aangescherpt.

1.2 Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De totstandkoming van de niet-financiële informatie verliep ordelijk en is grotendeels controleerbaar. Het proces blijft arbeidsintensief. Er lopen diverse initiatieven om de kwaliteit van de informatie te verbeteren, onder andere door meer gestructureerd vooruit te kijken, verder te automatiseren, de onderliggende data te verrijken, de informatie makkelijker en breder toegankelijk te maken en de koppeling tussen financiële en niet-financiële informatie te verbeteren.

Informatie over de gereedheid van de eenheden en details over de realisatie van de operationele gereedheid is opgenomen in de vertrouwelijke bijlage bij de inzetbaarheidsrapportage. De verantwoording is gebaseerd op de capaciteiten en inzetbare eenheden van de defensieonderdelen. Een capaciteit en/of inzetbare eenheid wordt als volledig operationeel gereed aangemerkt als deze alle organieke taken kan uitvoeren in de meest voorzienbare dreigingsscenario’s.

Als basis voor de rapportage over operationele gereedheid dienen de rapportages van de gereedheidsindicatoren personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. De assessments van de operationele commandanten geven de noodzakelijke duiding en context bij die indicatoren.

1.3 Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Begrotingsbeheer / Financieel beheer

Verwerving/Europese aanbesteding

Voor 2019 zijn in totaal 33 dossiers (waarvan 29 escalatiedossiers) aangemerkt als (Europese) aanbestedingsfouten met een totale opdrachtwaarde van € 56,1 miljoen inclusief btw. De aangetroffen aanbestedingsfouten betreffen het niet juist toepassen van de aanbestedingsregels door bijvoorbeeld het niet naleven van het gelijkheidsbeginsel, splitsen van opdrachten en het substantieel overschrijden van de geraamde waarde van de overeenkomsten die uit de oorspronkelijke aanbestedingsstukken daaraan konden worden toegekend.

In 29 gevallen is gebruik gemaakt van de escalatieprocedure met een totaalvolume van ca. € 55 miljoen. In die procedure wordt expliciet vooraf afgewogen of sprake is van een onontkoombare noodzaak tot aanbesteding van een overheidsopdracht of verlenging van een overeenkomst om op basis van die grond eventueel af te wijken van de (Europese) aanbestedingsregelgeving. Het aantal dossiers waarvoor de escalatieprocedure is ingeroepen is ten opzichte van 2018 toegenomen. Om die reden zal in 2020 aan de hand van enkele dossiers worden onderzocht wat betrokkenen kunnen leren van het doorlopen voorzien-in proces. Daarnaast is de interne regelgeving over de escalatieprocedure op punten verduidelijkt en geactualiseerd. Het gebruik van de escalatieprocedure heeft de aandacht van de Defensietop.

Het FABK heeft in het vierde kwartaal van 2019 het reeds bestaande instrumentarium voor de controle van de vastgelegde verplichtingen in ERP M&F uitgebreid. Dit stelt FABK in staat om periodiek de kwaliteit van het openstaande verplichtingenbestand te analyseren. Het instrument is na een proefperiode aangescherpt, waarmee het instrument naast een Control Self Assessment voor de vrijgegeven verplichtingen ook een beeld geeft van de kwaliteit van de vastlegging van overige bestedingsmarkeringen. Met de tooling wordt onder andere extra inzicht verkregen in financiële (over)realisatie van contracten, vroegtijdige uitputting van contracten en de administratieve discipline van vastlegging.

Het instrument wordt vanaf Q1 2020 ter beschikking gesteld aan de defensieonderdelen, waarmee een (veelal) maandelijks beeld ontstaat van de kwaliteit van vastlegging, mogelijke risico’s en effecten van genomen maatregelen. Het instrument kan na aanleiding van de ervaringen bijgesteld worden en beoogt een waardevolle aanvulling te worden op het verplichtingenbeheer.

Materieelbeheer

De norm voor het materieelbeheer bij Defensie is dat bij minimaal 80% van de eenheden op het derde niveau de kwaliteit van het beheer van alle materieelsoorten en opslagvormen minimaal 80% scoort. Over 2019 is voor de volgende categorieën materieel/opslagvormen niet voldaan aan de norm:

  • Niet-gevoelig materieel – inventaris

  • Crypto Controlled items – centrale voorraad

Oorzaken voor het niet voldoen aan de norm liggen in het niet of onvoldoende uitvoeren van voorgeschreven beheermaatregelen zoals tellingen en afdoen van telverschillen en administratieve knelpunten rond de migratie naar en gebruik van ERP M&F. Ook blijkt het personele (kwantitatieve en kwalitatieve) capaciteitstekort en wisselingen van functie tijdens meetmomenten een knelpunt. Bevindingen uit controles moeten worden opgenomen en gemonitord via de verbeterplannen van de defensieonderdelen en centraal besproken.

Door genomen maatregelen zijn de uitkomsten van de monitor Kwaliteit Materieelbeheer (MKM) geconsolideerd op een gelijk niveau als in 2018.

1.4 Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Overige belangrijke risico’s bedrijfsvoering

De strategische toprisico’s in 2019 waren:

  • 1. onvoldoende personele vulling,

  • 2. onvoldoende wendbaarheid/slagvaardigheid (adaptief),

  • 3. bedrijfsvoering onvoldoende op orde/in control.

De maatregelen die op basis van deze risico’s zijn genomen, komen terug in de Personeelsagenda en in het programma Adaptieve Krijgsmacht. Daarnaast zijn, om de bedrijfsvoering op orde te brengen, in 2019 diverse maatregelen uitgevoerd. Deze maatregelen zijn onder meer voortgekomen uit de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk en de onvolkomenheden van de Algemene Rekenkamer over de bedrijfsvoering.

Risico’s MIVD

In navolging van aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer wordt ingegaan op de risico’s in de bedrijfsvoering van de MIVD. De geconstateerde risico’s zijn de implementatie van de Wiv 2017, personele vulling, IT en huisvesting.

De implementatie van de Wiv 2017 heeft de hoogste prioriteit van de dienst en zal naar verwachting nog een meerjarige inspanning vereisen. Hierbij worden de aanbevelingen van de CTIVD meegenomen. De MIVD was in 2019 niet volledig gevuld. Ingezet wordt op verdere vulling, waarbij kwaliteit van nieuw personeel en het behoud van huidig personeel het uitgangspunt is. De IT is het wapensysteem van de MIVD. De MIVD werkt stapsgewijs en meerjarig richting het einddoel: een multidisciplinair en data-gedreven inlichtingenplatform, een hoogwaardig, compliant en robuust informatiedomein en meer verandervermogen. Met betrekking tot de huisvesting wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de bestaande infrastructuur. Daarnaast werken de MIVD en AIVD samen aan gezamenlijke huisvesting.

Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer

Logistieke keten reservedelen

Ondanks de aanhoudende inspanning om de materiële gereedheid (MG) te verbeteren, is deze in 2019 niet toegenomen en is voor de meeste wapensystemen onder de norm gebleven. Van de verbetermaatregelen uit het plan van aanpak verbeterde materiële gereedheid (PvA VMG 4.1) zijn er volgens plan 29 van de 39 afgerond. Er zijn ook meer instandhoudingsanalyses afgerond, wat leidt tot een verbeterd inzicht in knelpunten in de logistieke en systeemketen en availability killers (zoals kritieke reserveonderdelen) die de MG (nadelig) beïnvloeden. Desondanks leiden positieve effecten van verbetermaatregelen nog niet (direct) tot een duidelijk zichtbare en structurele stijging van de MG. De verbeteracties op personele capaciteit (kwalitatief en kwantitatief), reserveonderdelen, verbeteren bedrijfsvoering op IT-gebied, infrastructuur en SAP-datakwaliteit kunnen maar deels worden uitgevoerd door gebrek aan financiële middelen. Door deze veelvoud van factoren en de onderlinge invloed die de activiteiten op elkaar en daarmee op de MG hebben, is de verbetering van de MG een traject van lange adem.

De leverbetrouwbaarheid (LB) en voorraadbeschikbaarheid (VB) is onderverdeeld in fast-moving en reguliere reserveonderdelen. De LB en VB van de fast-moving reserveonderdelen blijft goed. De LB van de reguliere reserveonderdelen blijft stijgen waardoor er minder vaak wordt misgegrepen. De VB van de reguliere reserveonderdelen daalt bij de CZSK en CLAS. Dit wordt onder andere veroorzaakt door reguliere reserveonderdelen van oude wapensystemen die in toenemende mate moeilijk of niet meer leverbaar zijn. In sommige gevallen dienen productielijnen opnieuw te worden opgestart. Komend half jaar wordt de oorzaak van de daling verder onderzocht en gerapporteerd.

IT-Beheer

De genomen interim-maatregelen om de continuïteit van de bestaande IT te waarborgen, tot de oplevering van en de transitie naar de nieuwe IT hebben effect. Er waren in 2019 zelden grote verstoringen in de IT. Uit onderzoek van Deloitte naar de status van de IT-infrastructuur in 2018 blijkt dat de continuïteit van de IT zonder aanvullende maatregelen gegarandeerd is tot 2022. Voor specifieke IT, zoals TITAAN, zijn maatregelen geïnitieerd om de technische levensduur te verlengen. De aanbesteding van de nieuwe IT-infrastructuur in het programma GrIT heeft vertraging opgelopen. Het Bureau ICT Toetsing (BIT) concludeerde in het meest recente onderzoek dat de risico’s van GrIT nog steeds groot zijn. Naar aanleiding hiervan heeft Defensie besloten tot een heroverweging GrIT. Hierbij zijn twee hoofdscenario’s uitgewerkt: een hoofdscenario lopende aanbesteding en een hoofdscenario nieuwe aanbestedingen. Voordat tot de beoogde gunning wordt overgaan, wordt de business case toegezonden aan de Kamer.

Informatiebeveiliging

Naar aanleiding van het onderzoek over 2017 heeft de Algemene Rekenkamer aanbevolen om de centrale sturing op de informatiebeveiliging te verbeteren. Dat hield in dat de ontbrekende sturingsmaatregelen alsnog moesten worden getroffen en dat de dossiervorming op orde moest komen. Hiertoe is een kwaliteitssysteem-IT ingericht met daarin de stuur- en rapportagelijnen.

In 2018 en 2019 is gewerkt aan de vervolmaking van de BIR-dossiers11 van de kritieke systemen en te komen tot een accreditatie. Het vervolmaken was complex omdat het grote systemen betreft.

In 2019 is verder gewerkt aan het vervolmaken van de dossiers en het toetsen van de accreditatieaanvragen. Alle 14 kritieke systemen hebben een accreditatie (volledig of IATO)12 ontvangen. Bij het toetsen van systemen zijn echter nieuwe verbeterpunten naar voren gekomen. Hiervoor is een verbeterplan opgesteld dat intern Defensie wordt gemonitord. Daarmee wordt een impuls gegeven aan het continu verbeteren van de systemen en is het instrument van een IATO gebruikt om de voortgang van deze verbeteringen te monitoren.

Inkoopbeheer

In 2018 zijn de verbetermaatregelen voor het inkoopbeheer (contractenregister, aanbestedingskalender, spend analyse en het inrichten van de key control objectieve leverancierskeuze voor aanbestedingen onder de Europese drempelwaarde) in opzet getroffen.

Het jaar 2019 stond in het teken van het werkend hebben van deze verbetermaatregelen. In zijn algemeenheid zijn de verbetermaatregelen geïmplementeerd en rest nog, naar aanleiding van opgedane ervaringen, de nodige verfijning in de uitvoering. Het betreft bijvoorbeeld het explicieter vastleggen van acties uit besprekingen of appreciaties van analyses die voortvloeien uit de toepassing van de key controls.

Het implementeren van de verbetermaatregelen rond de spend analyse vergt nog aandacht, omdat in de loop van 2019 is gebleken dat de gewenste voortgang niet werd bereikt. Er bestaan wel spend overzichten en analyses, maar die beantwoorden in onvoldoende mate aan de verbetermaatregelen en de key control. Om de oorzaak hiervan te achterhalen is in november 2019 een zogenaamde dialoogsessie gehouden met vertegenwoordigers van de verschillende actoren van de voorzien-in keten (met name vraag- en aanbodmanagement, assortimentsmanagement, inkoop en F&C). Geconstateerd is onder andere dat, wil de uitvoering van de spend analyse beantwoorden aan de key control, alle actoren van de voorzien-in keten bij de spend analyse betrokken moeten zijn en vanuit de eigen rol hieraan een bijdrage moeten leveren. Deze constatering leidt tot een bijstelling van de eerder geformuleerde verbetermaatregelen. In 2020 zal het als keten uitvoeren en bespreken van de spend analyse en het vastleggen van vervolgacties zijn beslag krijgen. De aanbevelingen rond de inkooptool zijn ter harte genomen. Door Defensie en de leverancier van de tool hebben in 2019 een aantal beheer- en beveiligingsmaatregelen getroffen die deels in 2019 zijn gerealiseerd en deels in 2020 nog de aandacht vergen.

Centraal voorraadbeheer munitie

Over de afgelopen twee jaar heeft de Algemene Rekenkamer (AR) een onvolkomenheid gegeven op het gebied van het administratief munitiebeheer bij het Defensie Munitiebedrijf (DmunB). De AR heeft in 2019 aanbevolen ervoor te zorgen de verbeterpunten uit het verbeterplan zo snel mogelijk uit te voeren en in te bedden in de organisatie; om de voorgeschreven regels en procedures voor het voorraadbeheer strikt toe te passen; en te analyseren wat het openhouden van de opslaglocatie Ruinen betekent voor de personele capaciteit van het munitiebedrijf en de kwaliteit van het toezicht door beheerders.

Het op orde brengen van de centrale voorraad munitie betrof met name de afhandeling van verschillen tussen de administratieve en fysieke voorraad. De oorzaken van de voorraadafwijkingen zijn grondig geanalyseerd en met de ondertekening van de vermissingsrapporten door PD-DMO is de administratie op orde gebracht.

Het uitvoeren van de resterende acties uit het verbeterplan betreft het aanpassen van regelgeving op het gebied van periodieke inspecties/onderzoek en merkingen. In 2019 is het handboek HB 9–200 herschreven en begin 2019 gepubliceerd als instructie.

Het handboek is gepubliceerd onder de naam: I-MUN 9–200 Instructie Kwaliteitsbewaking van Munitie. Daarnaast is de MP 40–40 over het merken van munitie en bijbehorende verpakkingen herschreven. Deze instructie zal in het eerste kwartaal van 2020 worden gepubliceerd.

Naar aanleiding van het onderzoek van de Auditdienst Rijk van eind 2018 waaruit bleek dat niet altijd de voorgeschreven procedures en veiligheidsvoorschriften werden nageleefd, heeft het DMunB in 2019 een verbeterplan uitgevoerd, waarbij onder meer medewerkers via het opgestarte Safety Culture programma worden getraind in het volgen van de procedures en de veiligheidsvoorschriften.

In januari 2020 is er een afloopcontrole gehouden op de bevindingen die eind 2018 zijn geconstateerd. De meeste bevindingen zijn opgelost, echter een drietal zaken vraagt nog aandacht. Dit betreft het afdoen van langdurig openstaande ASN’s (Administratief Serie Nummer/ Advanced Shipment Notice), de verschillen in de telling en de rechtmatigheid van voorraadaanpassingen.

De langdurige openstaande ASN’s waarvoor het DmunB verantwoordelijk is, zijn opgelost of worden op korte termijn opgelost. De overige ASN’s, waarbij de verantwoordelijkheid ligt buiten DmunB worden ook opgelost; daar waar er te weinig voortgang wordt geboekt, zal dit worden geëscaleerd.

Voor wat betreft de telling gaat het met name om een verschil tussen de administratief en fysieke voorraad met betrekking tot kapitale munitie.

De volgende verbeteracties zijn onder andere genomen om dit probleem op te lossen:

  • Intensieve begeleiding van de munitiebeheerders;

  • Strikte naleving regelgeving m.b.t. telling middels controles;

  • Opstellen bevindingenlijst, analyse bevindingen en scheiding administratieve en fysieke verschillen;

Er is een drietal onrechtmatige voorraadaanpassingen geconstateerd tijdens een steekproef. Het proces verkavelen, waardoor voorraad verschil is ontstaan, is per direct stilgelegd tot een sluitende procedure is vastgesteld en opgenomen in het desbetreffende voorschrift

Vastgoedmanagement

In het Verantwoordingsonderzoek 2018 heeft de Algemene Rekenkamer een onvolkomenheid gegeven voor Vastgoedmanagement. De kern van de onvolkomenheid zit op het gebrek aan inzicht in het onderhoud, onvoldoende vastgoedsturing, het vastgoed voldoet niet aan de wettelijke en operationele eisen, met gevolgen voor mensen en materieel. Ten behoeve van het verbeteren van de sturing van het vastgoed heeft Defensie de knelpunten in de huidige vastgoed governance inzichtelijk gemaakt. Aan de hand daarvan is een nieuwe governance opgesteld die tezamen met de doorlichting van de vastgoedketen in 2020 moet leiden tot een nieuwe governance structuur. Vooruitlopend daarop is het tactisch niveau versterkt conform aanbeveling van de AR en is de samenwerking en het overleg tussen Defensie en het RVB op alle niveaus beter ingericht. Het inzicht in het onderhoud is verbeterd door middel van een (interim) applicatie die inzicht geeft in de stand van de keuringen, het houden van intensieve schouwen op diverse clusters/objecten en door informatie te verzamelen voor een thematische aanpak van legering, keukens, geneeskundige centra en brandveiligheid. Verder is veel inspanning geleverd om het aantal wettelijke keuringen te verhogen: eind 2019 voldoet gemiddeld meer dan 90% van de typen installaties aan de wettelijke keuringsnorm.

Paragraaf 2 – Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

2.1 Misbruik en oneigenlijk gebruik

In 2019 is in samenwerking met de departementen een centrale verwijsindex ontwikkeld met als doel misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies te voorkomen. Deze index is opgesteld conform de Algemene verordening gegevensbescherming. Medio 2019 is deze index actief in gebruik genomen. Daarbij moet worden opgemerkt dat Defensie een stabiele specifieke subsidieportefeuille kent en de bijdrage en uitvraag bij de centrale verwijzingsindex minimaal zal zijn. De index is een aanvulling op de reeds bestaande departementale M&O-registratie betreffende subsidies. Binnen Defensie is het al aanwezige M&O-register verder geoperationaliseerd en nader uitgewerkt. Tevens is in 2019 gestart met het herijken van het interdepartementale Raamwerk Uitvoering Subsidies (RUS) en wordt op basis van de praktijkervaringen een geüpdate versie opgesteld.

2.2 Grote lopende IT-projecten

Jaarlijks rapporteert Defensie via het Rijks ICT-dashboard aan het Rijk over alle projecten met een IT-component van ten minste € 5 miljoen. De Tweede Kamer wordt over IT-projecten ten behoeve van wapensystemen geïnformeerd volgens het Defensie Projecten Overzicht. Nieuwe projecten met een IT-component van meer dan € 5 miljoen worden eveneens aangeboden aan het Bureau IT-toetsing voor een zogenaamde BIT-toets.

In 2019 zijn er geen nieuwe projecten gepubliceerd op het Rijks ICT-dashboard. Er kwamen hiervoor geen nieuwe projecten in aanmerking. Afgelopen jaar is er 1 BIT toets geweest. Het programma GrIT is opnieuw getoetst (zie IT-beheer).

2.3 Gebruik open standaarden en open source software

Er is in 2019 niet afgeweken van het voorschrift.

2.4 Betaalgedrag

Defensie heeft over 2019 90,5 procent van de facturen tijdig betaald en dat is lager dan de streefnorm, waarbij 95 procent van alle facturen binnen 30 dagen na datum van ontvangst van de factuur moeten zijn betaald. Het percentage over 2019 is een verbetering ten opzichte van 2018, toen was het percentage tijdig betaald 87,6 procent. Er zijn verschillende oorzaken voor het niet behalen van de norm percentage tijdig betaald. Zo is sprake van een gecompliceerde keten door de vele koppelvlakken en een groot aantal lopende zaken en verander/verbetertrajecten die aandacht vergen. De personele ondervulling doet zich voor in de gehele keten, ook bij het FABK. Prioritering van dossiers, capaciteitsmanagement inclusief de inzet van inhuurkrachten geeft enige verlichting. De implementatie van E-facturatie leidt tot automatisering van handmatige werkzaamheden bij de factuurinname. Voor de langere termijn wordt bezien of robotisering het betaalproces verder kan helpen stroomlijnen.

2.5 Audit Comité

Het Audit Comité is het adviesorgaan van de SG met betrekking tot audit- en bedrijfsvoeringsaangelegenheden. Het Audit Comité Defensie is in 2019 zes keer bij elkaar gekomen. De voornaamste agendapunten betroffen de fysieke en sociale veiligheid binnen Defensie, de personele vulling, het programma GrIT, het strategisch vastgoedplan, de auditplanning en de aanpak van de aandachtspunten die door de ADR en AR zijn geconstateerd. In 2019 is de samenstelling van het Audit Comité aangepast. Hierdoor is er een betere verhouding ontstaan tussen interne en externe leden. Het aantal interne leden is verlaagd en het aantal externe leden is verhoogd.

2.6 Departementale Checks and balances

Om de inzet en kwaliteit van het instrument subsidie te bewaken en te verbeteren conform de regeling Defensiesubsidies, beoordeelt de betreffende beleidsdirectie in hoeverre de subsidie bijdraagt aan de beleidsdoelen. Ook is er sprake van een toets op doelmatigheid en rechtmatigheid door de verantwoordelijke control organisatie. Uniformiteit binnen de totale subsidie portefeuille van Defensie en aansluiting bij wet- en regelgeving, waaronder het Uniform Subsidiekader (USK), vormen hierbij tevens te toetsen elementen. Dit leidt tot een afgestemde risicoanalyse inclusief specifieke beheersmaatregelen die de basis vormt voor het al dan niet positief adviseren aan de beschikkende autoriteit. Ook wordt binnen de subsidie-portefeuille nadrukkelijk toegezien op naleving van de vijfjaarlijkse evaluaties conform Awb art. 4.24. In dit kader is in 2019 gestart met de evaluatie van de Defensiesubsidie Stichting Koninklijke Defensiemusea. Onderwerp van onderzoek zijn de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, de doelmatigheid en de vraag of subsidie het juiste instrument is om het Defensiebeleid uit te voeren. Afronding van de evaluatie is medio 2020 voorzien.

2.7 Normenkader financieel beheer

Er hebben in 2019 geen wijzigingen plaatsgevonden.

Paragraaf 3 – Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

3.1 Verbeteringen en vernieuwingen

Vernieuwing IT

In 2019 is de IT strategie 2019 – 2024 (Naar een informatiegestuurde, technologisch hoogwaardige en toekomstbestendige krijgsmacht) uitgebracht. In deze IT-strategie wordt de Defensienota verder geconcretiseerd. De IT-strategie is vertaald naar een uitvoeringsplan waarmee de doelen, mijlpalen en resultaten concreet in tijd zijn weggezet. Beperkende factor is het gebrek aan financiële middelen binnen de IT-band.

Toelagen en declaraties

Voor de processen toelagen en declaraties is het beheer en de rechtmatigheid van de personele uitgaven verbeterd in 2019. Dit heeft ertoe geleid dat de bevinding van de ADR, zoals gerapporteerd in het Auditrapport over 2018, is opgelost.

Vereenvoudiging regelgeving en processen

Mede in het kader van de beoogde wendbaarheid en het verminderen van bureaucratie zijn de activiteiten voortgezet om regelgeving en processen te vereenvoudigen. Vaak is een combinatie van beide aspecten nodig om concrete veranderingen te kunnen realiseren. De regeling Zelfstandige Kleine Aankopen (ZKA) biedt commandanten de mogelijkheid om snel in kleine behoeften te voorzien. In 2019 is een vergelijkbare regeling ingevoerd voor kleine aanpassingen aan infrastructuur. Op het gebied van regelgeving gaat het ook om het schrappen van regels die achterhaald zijn en om het waar mogelijk eenvoudiger maken van bestaande en nieuwe regels. Daarnaast analyseren we processen op mogelijkheden van vereenvoudiging, waarbij we ook beoordelen of bevoegdheden kunnen worden gemandateerd naar lagere niveaus in de defensieorganisatie. Dit heeft onder meer geleid tot de start van een project om het behoeftestellingsproces Defensiebreed te vereenvoudigen.

3.2 Topstructuur en nieuw besturingsmodel defensie

Met een werkorganisatie is begin 2019 de nieuwe Topstructuur in werking getreden, met een duidelijke scheiding in de bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van beleid, uitvoering en toezicht. De inrichting van het nieuwe Directoraat Generaal Beleid is uitgewerkt en opgenomen in het concept Voorlopig Reorganisatie Plan (cVRP) voor de nieuwe Topstructuur.

Parallel hieraan wordt een nieuw besturingsmodel voor Defensie uitgewerkt, waarbij de eerste ervaringen met de nieuwe Topstructuur worden meegenomen. In de eerste helft van 2020 zullen de personele, IT- en bedrijfsvoeringsketens worden doorgelicht op de huidige belegging van taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de verdeling van personele capaciteit; dit in relatie tot de topstructuur en het besturingsmodel. Het streven is een nieuwe aanwijzing Besturen bij Defensie medio 2020 op te leveren.

3.3 Energietransitie

In het notaoverleg energietransitie (Kamerstuk 34 895, nr. 8) is toegezegd de realisatie van doelstellingen op het gebied van de energietransitie te rapporteren. Het opstellen van het concrete plan van aanpak, zoals gevraagd tijdens het overleg over de initiatiefnota van het lid Belhaj van 10 september 2018 (Kamerstuk 34 895, nr. 8), kost echter meer tijd dan verwacht. Het programmateam heeft in 2019 vooral gewerkt aan het verzamelen van gegevens over het energiegebruik en de energietransitie bij Defensie.

Op basis van de verzamelde gegevens werkt het team een concreet en in de tijd haalbaar pakket aan verduurzamingsmaatregelen uit. In het plan van aanpak wordt tevens de aansluiting gezocht met het Klimaatakkoord van 28 juni 2019. We werken samen met andere departementen aan een beter inzicht op welke terreinen we het meeste bijdragen aan de klimaatdoelstelling en stemmen onze maatregelen daarop af waar mogelijk. U ontvangt het plan van aanpak zodra het gereed is. Vervolgens is in de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019–2022 (Kamerstuk 33 763 nr. 152) een overzicht van brandstofgegevens bij Defensie toegezegd te beginnen bij het Defensie Jaarverslag 2019 (nulmeting). Met onderstaande rapportage wordt hieraan invulling gegeven.

De geïnventariseerde en geanalyseerde energiegegevens betreffen zowel de brandstoffen voor vliegen, varen en rijden van defensiematerieel als elektriciteit en gas voor het vastgoed op de defensieobjecten zoals kazernes, haven- en luchtvaartterreinen en de activiteiten die hierin plaatsvinden.

Meet- en monitorproces

Defensie werkt eraan om in de komende jaren een beter inzicht in het energieverbruik te krijgen. Dit is van belang om analyses te kunnen maken en gerichte maatregelen te kunnen treffen om het energieverbruik te verminderen. Hiervoor wordt met ondersteuning van een extern adviesbureau stapsgewijs een gestructureerd meet- en monitorsysteem opgebouwd en de organisatie ingericht voor cyclisch analyseren en evalueren van de energiegegevens. We betrekken hierbij de ervaringen en inzichten van overige departementen.

Gelet op de omvang van de defensieorganisatie en diversiteit en geografische spreiding van defensieactiviteiten is het meten, analyseren en rapporteren van energieverbruik een complex vraagstuk. Zo moet voor het verzamelen van de brandstofgegevens geput worden uit verschillende bestanden aangezien brandstof uit verschillende aanvoerlijnen wordt afgenomen. Niet al deze bestanden zijn geschikt voor data-analyse. Daarom zijn waar nodig aannames gedaan en met kengetallen gerekend. De gegevens over elektriciteit en gas zijn per defensieobject (kazerne, luchtvaart- of haventerrein) goed inzichtelijk. Verbruik op gebouwniveau en eventueel proces gebonden verbruik in bijvoorbeeld werkplaatsen is echter nog zeer beperkt inzichtelijk.

Nulmeting

Het totale energieverbruik van roerende en onroerende goederen van Defensie in 2019 is gelijk aan 7.298 Terajoule en de totale CO2-emissie door het verbruik van brandstoffen (inclusief gas) is 0,40 Megaton.

In onderstaande figuren is de verdeling over roerende en onroerende goederen en voor de roerende goederen per brandstofsoort gegeven.

Onroerende goederen

Via het vastgoed is het afgelopen jaar 2.979 Terajoule verbruikt aan gas en stroom. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,28 Megaton. Defensie koopt echter 100% groene stroom in van Europese oorsprong, waarmee de uitstoot van de Defensie vastgoed op het conto komt van het aardgasverbruik, dit is 0,09 Megaton. Het Rijksvastgoedbedrijf bereidt een contract voor de levering van groen gas voor in 2020, waarmee de verwachting is dat de CO2-emissie van Defensie vastgoed in de komende jaren verder zal dalen.

Roerende goederen

Defensie heeft in 2019 wereldwijd totaal ca. 120 miljoen liter brandstof verbruikt voor vliegen, varen, rijden en kampementen. Dit staat gelijk aan een CO2 emissie van 0,31 Megaton.

Verbruik 2019 roerend/onroerend goed (%)

Verbruik 2019 roerend/onroerend goed (%)

Verbruik 2019 roerend per brandstofsoort

Verbruik 2019 roerend per brandstofsoort

C. JAARREKENING

7. DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT

Departementale verantwoordingsstaat 2019 van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Artikel Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en

vastgestelde begroting

 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

TOTAAL

12.724.903

10.477.053

311.693

12.750.654

10.719.469

406.415

25.751

242.416

94.722

                   

Beleidsartikelen

10.974.010

8.726.160

286.648

10.949.263

8.935.249

392.159

– 24.747

209.089

105.511

                   

1. Inzet

171.739

199.488

6.707

149.075

167.502

11.141

– 22.664

– 31.986

4.434

2. Taakuitvoering zeestrijdkrachten

842.097

842.097

20.429

977.958

948.942

60.600

135.861

106.845

40.171

3. Taakuitvoering landstrijdkrachten

1.427.287

1.427.287

6.432

1.571.278

1.497.068

13.380

143.991

69.781

6.948

4. Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

799.984

799.984

12.043

967.156

873.248

13.800

167.172

73.264

1.757

5. Taakuitvoering koninklijke marechaussee

405.344

405.344

4.587

459.738

460.388

12.478

54.394

55.044

7.891

6. Investeringen krijgsmacht

5.115.563

2.839.964

123.056

4.266.773

2.523.054

110.797

– 848.790

– 316.910

– 12.259

7. Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieelorganisatie

932.220

932.220

32.406

1.156.093

1.071.291

80.178

223.873

139.071

47.772

8. Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Ondersteuningscommando

1.279.776

1.279.776

80.988

1.401.192

1.393.756

89.785

121.416

113.980

8.797

                   

Niet-beleidsartikelen

1.750.893

1.750.893

25.045

1.801.391

1.784.220

14.256

50.498

33.327

– 10.789

                   

9. Algemeen

105.779

105.779

 

103.992

93.786

894

– 1.787

– 11.993

894

10. Apparaat Kerndepartement

1.626.034

1.626.034

25.045

1.682.782

1.675.817

13.362

56.748

49.783

– 11.683

11. Geheim

7.586

7.586

 

14.617

14.617

 

7.031

7.031

 

12. Nog onverdeeld

11.494

11.494

       

– 11.494

– 11.494

 

8. SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT AGENTSCHAP PARESTO

Samenvattende verantwoordingsstaat 2019 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)
 

1

2

3=2–1

 
 

Omschrijving

Oorspronkelijke vastgestelde begroting 2019

Realisatie 2019

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2018

1

Baten-lastenagentschap Paresto

     
 

Totale baten

66.376

69.258

2.882

64.378

 

Totale lasten

66.376

71.027

4.651

65.786

 

Saldo van baten en lasten

0

– 1.769

– 1.769

– 1.408

           
 

Totale kapitaaluitgaven

235

– 66

– 301

382

 

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

De Regeling agentschappen en de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2020 laten enige ruimte voor interpretatie ten aanzien van de vraag wat als omzet van een baten-lastenagentschap kan of dient te worden aangemerkt. In bepaalde gevallen is hieraan daarom via de begrotingswet nadere invulling gegeven. Bij de herziening van de Regeling agentschappen in 2020 zullen verduidelijkingen worden aangebracht, zodat voortaan alleen bedragen die een directe relatie hebben met geleverde producten/diensten als omzet kunnen worden verantwoord en het niet meer nodig is in de begrotingswet nadere duiding te geven aan het begrip omzet. Om dit over 2020 mogelijk te maken, zullen door de regering voorstellen worden ingediend om de inmiddels door de Staten-Generaal goedgekeurde begrotingen bij suppletoire wet aan te passen in lijn met deze voorgenomen herziening van de Regeling agentschappen. Om ook over 2019 een transparant beeld te geven, is in de toelichting bij de jaarrekening van elk agentschap een nadere specificatie opgenomen van de gerealiseerde omzet, waaruit aard en omvang duidelijk blijken.

9. JAARVERANTWOORDING AGENTSCHAP PER 31 DECEMBER 2019

Staat van baten en lasten van het agentschap Paresto (Bedragen x € 1.000)

(bedragen x € 1.000)

       
 

(1) vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)–(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie t-1

BATEN

       

Omzet

       

– waarvan omzet moederdepartement

48.999

50.059

1.060

47.104

– waarvan omzet overige departementen

400

406

6

471

– waarvan omzet derden

16.077

17.303

1.226

15.718

Vrijval voorzieningen

Bijzondere baten

900

1.490

590

1.086

Rentebaten

         

Totaal baten

66.376

69.258

2.882

64.378

         

LASTEN

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

42.173

44.449

2.276

41.097

Waarvan eigen personeel

36.688

37.047

359

33.606

Waarvan inhuur externen

5.100

6.900

1.800

7.035

Waarvan overige personele kosten

385

502

117

456

– Materiële kosten

23.964

26.445

2.481

24.527

waarvan apparaat ICT

425

695

270

449

waarvan bijdrage aan SSO's

1.125

0

– 1.125

826

waarvan overige materiële kosten

400

1.015

615

931

Afschrijvingskosten

       

– Materieel

235

78

– 157

23

waarvan apparaat ICT

110

3

– 107

9

– Immaterieel

Dotaties voorzieningen

Overige kosten

       

Bijzondere lasten

55

55

138

Rentelasten

4

– 4

         

Totaal lasten

66.376

71.027

4.651

65.786

         

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

– 1.769

– 1.769

– 1.408

Agentschapsdeel Vpb-lasten

Saldo van baten en lasten

– 1.769

– 1.769

– 1.408

Toelichting op de staat van baten en lasten

De totale omzet vanuit het moederdepartement, overige departementen en derden bestaat uit twee delen: de omzet bedrijfsvoering (verkopen) € 37,4 miljoen en de omzet werkgeversbijdrage € 30,4 miljoen.

Omzet moederdepartement (Bedragen in miljoenen euro's)

Omzet moederdepartement

50,1

– Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

20,5

– Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

29,6

Het moederdepartement heeft een bijdrage aan het agentschap verstrekt ter grootte van € 29,6 miljoen voor de kosten van de basisproducten en -diensten die deels door Defensie gesubsidieerd worden via de werkgeversbijdrage.

Omzet bedrijfsvoering (verkopen)

Dit betreft in het boekjaar de door Paresto in rekening gebrachte opbrengst verkopen voor verrichte leveranties en diensten.

Omzet verkopen naar productgroep

Vastgestelde

begroting

Realisatie 2019

(bedragen x € 1.000)

   

Omzet regulier

26.100

26.319

Omzet niet regulier

9.406

11.059

Totaal omzet verkopen

35.506

37.378

De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in de volgende productgroepen:

  • De omzet regulier betreft onder andere de verkopen in de bedrijfsrestaurants en kantines op locaties;

  • De omzet niet-regulier is omzet van onder andere evenementen, vergaderingen, diners en recepties die op locaties worden gehouden.

Omzet werkgeversbijdrage

De omzet werkgeversbijdrage (€ 30,4 miljoen) betreft de vergoeding die Paresto ontvangt voor de personele en materiële inzet op de locaties. Deze is hoger dan begroot door diverse loonbijstellingen vanwege het arbeidsvoorwaardenakkoord.

Rentebaten

In 2019 is er vanwege een lage rentestand geen deposito uitgezet en tevens geen rente ontvangen op de lopende rekening courant met het Ministerie van Financiën.

Bijzondere baten

De bijzondere baten betreffen voornamelijk betalingskortingen en producentenbonussen conform de contractuele afspraken en de suppletie van de belastingdienst over 2015 en 2016.

Personele kosten
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

(bedragen x € 1)

Vte'n

Prijs per Vte

Vte'n

Prijs per Vte

Militair personeel

77

€ 55.869

78

€ 58.871

Burgerpersoneel

646

€ 50.716

617

€ 53.441

         

Inhuur en uitzendkrachten

80

€ 63.900

110

€ 65.586

Totaal/Gemiddeld

803

€ 52.520

805

€ 55.209

Vanwege schaarste op de arbeidsmarkt blijft de vulling van vast personeel achter op de begroting. De gemiddelde loonsom van zowel vast personeel als inhuur is hoger dan begroot vanwege het arbeidsvoorwaardenakkoord. Daarnaast is er sprake van een hogere verlofschuld, waardoor de personele kosten hoger zijn dan begroot.

Materiële kosten

De post materiële kosten bestaat voornamelijk uit ingrediëntkosten (€ 24,7 miljoen) en is hoger dan begroot door een hogere omzet en problemen rondom de keukeninfra (achterstallig onderhoud). Hierdoor is er in een aantal gevallen sprake van calamiteitencatering en is de verspilling hoger.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten op het totaal van activa bedragen 78 duizend euro.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten hebben betrekking op facturen van leveranciers/lasten van voorgaand boekjaar.

Resultaatbestemming

Het resultaat over 2019 bedraagt –/– € 1,769 miljoen. Het resultaat wordt conform de vigerende regelgeving verrekend met het eigen vermogen. Dit is niet voor het gehele resultaat mogelijk, omdat het eigen vermogen niet toereikend is. Het restant, € 0,212 miljoen, dient aangezuiverd te worden vanuit het moederdepartement.

Balans per 31 december 2019

(bedragen x € 1.000)

31 december 2019

 

31 december 2018

Activa

     

Vaste activa

     

Immateriële activa

 

Materiële vaste activa

     

waarvan grond en gebouwen

 

waarvan installaties en inventarissen

36

 

162

waarvan projecten in uitvoering

 

waarvan overige materiële vaste activa

246

 

264

Vlottende activa

     

Voorraden en onderhanden projecten

582

 

567

Debiteuren

3.698

 

927

Overige vorderingen en overlopende activa

3.705

 

4.258

Liquide middelen

5.720

 

10.342

Totaal activa

13.987

 

16.520

       

Passiva

     

Eigen vermogen

     

Exploitatiereserve

1.557

 

2.965

Onverdeeld resultaat

– 1.769

 

– 1.408

Voorzieningen

 

Langlopende schulden

     

Leningen bij het Ministerie van Financiën

 

Kortlopende schulden

     

Crediteuren

6.608

 

6.922

Belastingen en premies sociale lasten

68

 

137

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

 

Overige verplichtingen en overlopende passiva

7.523

 

7.905

Totaal passiva

13.987

 

16.520

Toelichting op de balans

Activa

Materiële vaste activa

In 2019 is er voor 53 duizend euro geïnvesteerd en 119 duizend euro te laste van het resultaat geboekt.

Voorraden

De op de balans opgenomen voorraden betreffen de voorraden op de locaties van Paresto.

Debiteuren

De debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen op het moederdepartement (€ 3,0 miljoen) en derden (€ 0,7 miljoen). De post debiteuren is gestegen ten opzichte van vorig jaar. Eind 2019 is een batch met facturen niet automatisch van Exact naar SAP gegaan. Dit heeft als gevolg dat de facturen niet zijn betaald en de post debiteuren hoger uitvalt en de liquide middelen hierdoor lager uitvallen. Het effect hiervan is circa 2,3 miljoen euro.

Overige vorderingen en overlopende activa

Deze post is nader te specificeren in nog te ontvangen van het moederdepartement (€ 2,4 miljoen) en derden (€ 1,3 miljoen).

Liquide middelen

De post liquide middelen omvat vooral de gelden in rekening courant bij het Ministerie van Financiën (€ 5,7 miljoen). De afname in liquide middelen wordt met name veroorzaakt door een onjuiste verwerking van een batch facturen en het negatieve resultaat.

Passiva

Eigen vermogen

In 2019 heeft er geen uitkering aan het moederdepartement plaats gevonden. De grens voor het eigen vermogen 2019 is 3,2 miljoen euro (maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaar). Gezien het negatieve eigen vermogen moet er in 2020 een aanzuivering van het eigen vermogen plaatsvinden van 0,2 miljoen euro vanuit het moederdepartement.

Leningen

Alle door Paresto opgenomen gelden bij het Ministerie van Financiën (leningen) zijn volledig afgelost.

Crediteuren

Het crediteurensaldo bestaat uit schulden op het moederdepartement (€ 4,8 miljoen) en derden (€ 1,8 miljoen).

Belastingen en premies sociale lasten

De belastingen en premies sociale lasten hebben betrekking op de btw aangifte van december.

Overige verplichtingen en overlopende passiva

Het saldo overige verplichtingen en overlopende passiva bestaat voornamelijk uit moederdepartement (€ 4,2 miljoen) en derden (€ 3,3 miljoen).

De vakantieverplichtingen aan het personeel bestaan uit € 1,7 miljoen te betalen aan vakantiedagen en € 1,0 miljoen te betalen aan vakantiegelden. De stijging is mede te verklaren door een toenemend aantal vte’n bij Paresto. De overige schulden bestaan met name uit de salarissen van december.

Kasstroomoverzicht

(bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)–(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2019 + stand deposito rekeningen

12.997

10.280

– 2.717

       

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

235

663

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

– 5.319

2. Totaal operationele kasstroom

235

– 4.656

– 4.891

       

Totaal investeringen (–/–)

66

66

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

3. Totaal investeringskasstroom

66

66

       

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

Aflossingen op leningen (–/–)

– 235

235

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

4. Totaal financieringskasstroom

– 235

235

       

Rekening-courant RHB 31 december 2019 + stand

depositorekeningen (=1+2+3+4), de maximale

roodstand is 0,5 miljoen €.

12.997

5.690

– 7.307

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode.

Eind 2018 is de definitie van crediteuren en overlopende passiva gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. De begroting 2019 was toen al vastgesteld. Dit heeft als gevolg, dat zowel de operationele ontvangsten als uitgaven buiten proportioneel hoog zijn.

Kasstroom uit operationele activiteiten

De kasstroom uit operationele activiteiten bestaat uit de kasstroom bedrijfsactiviteiten, de mutatie in het werkkapitaal en de ontvangen dan wel betaalde interest. De operationele kasstroom is lager dan begroot vanwege een hogere debiteurenstand en het negatieve resultaat.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

In 2019 is er voor 53 duizend euro geïnvesteerd en 119 duizend euro ten laste van het resultaat geboekt.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

In 2019 heeft er geen uitkering aan het moederdepartement plaats gevonden en is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2019

De omzet bij Paresto bestaat uit verkopen van ingekochte producten. Er is geen sprake van productie en hierdoor dus geen kostprijs per product. De gekozen indeling in een specifiek deel en een generiek deel vloeit voort uit de aard van de dienstverlening door Paresto. Gestuurd wordt op de brutomarge van de locaties. Hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.

 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2016

2017

2018

2019

2019

Generiek deel

         
           

Totaal omzet verkopen (x € 1.000)

44.278

33.927

34.650

37.378

35.506

           

vte-totaal (excl. externe inhuur)

774

746

767

805

803

– waarvan in eigen dienst

678

656

659

695

723

– waarvan inhuur

96

90

108

110

80

           

Saldo van baten en lasten (%)

1,1%

– 1,1%

– 2,2%

– 2,6%

0,0%

           

Specifiek deel

         
           

Aantal locaties

76

76

76

76

76

           

Productiviteit per medewerker (omzet per vte)

57.200

45.479

45.177

46.433

44.233

           

% Ziekteverzuim

7,3%

7,8%

8,5%

7,3%

8,0%

           

% Bruto marge locaties

38,9%

37,7%

34,8%

32,5%

38,0%

Het overgrote deel van de kosten van Paresto (ruim 90 procent) bestaat uit personeels- en ingrediëntkosten. De doelmatigheid komt met name tot uitdrukking in twee belangrijke graadmeters, de productiviteit per medewerker en het percentage bruto marge (inkoop ten opzichte van de omzet).

De productiviteit per medewerker is licht gestegen ten opzichte van 2018, dit vindt onder andere zijn oorzaak in een lager ziekteverzuim en een stijging van de omzet. Ultimo 2018 is het langdurig verzuim gestabiliseerd, waardoor het ziekteverzuim in 2019 is afgenomen met 1,2 procentpunt. De inhuur is toegenomen in zowel prijs (arbeidsvoorwaardenakkoord) als hoeveelheid (arbeidsschaarste).

De daling van de bruto marge met 2,3 procentpunt wordt voor een groot deel veroorzaakt door problemen rondom verouderde keukeninfra en ICT. Daarnaast droeg het preventief sluiten en/of omleggen van enkele keukens voor flinke verhoging van de post calamiteiten.

Beide graadmeters dragen bij aan een netto resultaat van –/– € 1,8 miljoen. Om het negatieve resultaat in de toekomst te beperken, zal Paresto inzetten op het aannemen van vast personeel en het daarmee terugbrengen van inhuur en het vervangen van infra en ICT.

10. SALDIBALANS

Toelichting behorende bij de saldibalans van het Ministerie van Defensie per 31 december 2019 (alle bedragen x € 1.000)

Activa

Passiva

   

31-12-2019

31-12-2018

   

31-12-2019

31-12-2018

 

Intra-comptabele posten

           

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

10.719.464

 

9.416.881

 

2)

Ontvangsten ten

gunste van de

begroting

406.410

664.415

3)

Liquide middelen

48.751

74.173

       

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

   

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboek-

houding

10.188.582

8.601.808

5)

Rekening-courant

RHB Begrotingsreserve

   

5a)

Begrotingsreserves

   

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

57.103

51.287

7)

Schulden buiten begrotingsverband

230.325

276.118

8)

Kas-transverschillen

           

Subtotaal intra-comptabel

10.825.316

9.542.340

Subtotaal intra-comptabel

10.825.316

9.542.340

 

Extra-comptabele posten

           

9)

Openstaande rechten

   

9a)

Tegenrekening

openstaande

rechten

   

10)

Vorderingen

207.983

246.170

10a)

Tegenrekening

vorderingen

207.983

246.170

11a)

Tegenrekening

schulden

58.358

58.351

11)

Schulden

58.358

58.351

12)

Voorschotten

3.138.853

2.901.707

12a)

Tegenrekening voorschotten

3.138.853

2.901.707

13a)

Tegenrekening

garantieverplichtingen

4.000

 

13)

Garantieverplichtingen

4.000

 

14a)

Tegenrekening

andere verplichtingen

11.570.592

9.522.648

14)

Andere

verplichtingen

11.570.592

9.522.648

15)

Deelnemingen

   

15a)

Tegenrekening

deelnemingen

   

Subtotaal extra-comptabel

14.979.785

12.728.874

Subtotaal extra-comptabel

14.979.785

12.728.874

Overall Totaal

25.805.101

22.271.214

Overall Totaal

25.805.101

22.271.214

Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som van de onderdelen.

In 2019 worden alle balansposten tegen de koers van 31 december 2019 verantwoord. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

Intra-comptabele posten

ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en – ontvangsten ten gunste van de begroting.

Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en – ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondingssystematiek is er een verschil met de verantwoordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.

ad 3. Liquide middelen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 48.751 en bestaat uit de volgende saldi:

Kas

12.367

Bank

36.384

Totaal

48.751

ad 4 en 4a) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2019 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 57.103.

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

Een vordering van € 16.864 betreft een voorschot op een derdenrekening voor het onderhoud van de Portugese M-fregatten dat door Defensie wordt uitgevoerd. Deze voorschotten zijn gebaseerd op een te verwachtte cashflow die Defensie Materieel en Organisatie (DMO) voor het project verwacht te gaan maken. De cashflow wordt door DMO gemaakt en gecommuniceerd met de Portugese controller. Hierin neemt DMO alle contracten en kosten mee. Facturen van de uitgevoerde werkzaamheden bij DMO en DMI gaan van de derdenrekening af. De vordering is ingesteld op 28 november 2019 en het bedrag is ontvangen op 2 januari 2020.

ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 230.325. Dit bedrag bestaat grotendeels uit af te dragen loonheffing en sociale lasten voor € 105.272 en daarnaast voor € 93.802 uit vooruit ontvangen gelden van derden voor nog te maken uitgaven. Het restant van € 31.251 betreft gelden die door Defensie worden aangehouden voor derden.

Extra-comptabele posten

ad 9. Openstaande rechten

Het saldo op de saldibalans is nihil. Voor zover aanwezig zijn deze posten opgenomen onder het bedrag van extra-comptabele vorderingen. Er wordt hiervoor geen aparte administratie gevoerd.

ad 10. Vorderingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 207.983.

Aard van de vordering

Bedrag

Personeel

6.820

Baten-lastendiensten Defensie

8.321

Medische bedrijven

7.940

Diversen

23.724

Buitenlandse mogendheden

4.888

Koninklijke Schelde Groep lening

4.418

Bijdrage Provincie Noord-Brabant

7.000

Verkoop overtollige goederen

86.535

Leningsconstructie ABP

58.339

Saldo vorderingen 31-12-2019

207.983

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

In verband met gesloten contracten met betrekking tot de verkoop van strategische goederen aan buitenlandse overheden heeft Defensie in de periode 2019 tot en met 2026 via Domeinen Roerende Zaken (directie van het Ministerie van Financiën) nog een bedrag van € 86.535 tegoed.

De vordering, ingesteld in 2004, op de Koninklijke Schelde Groep B.V. (KSG) van nominaal € 20.420, betreft een aan de KSG verstrekt krediet ter gedeeltelijke financiering van de investeringen voor herinrichting en verhuizing in verband met een nieuwe bouwplaats voor marine activiteiten op de locatie Sloegebied te Vlissingen. Begin 2018 is met de KSG een herzien aflossingsschema afgesproken met de laatste termijnbetaling in 2024. Het openstaande vorderingenbedrag op 31 december 2019 bedroeg € 4.418.

Een vordering van € 22.000 betreft een toegezegde bijdrage van de Provincie Noord-Brabant voor de bouw en inrichting van een onderhoudsfaciliteit voor F-35 motoren. Met de provincie is afgesproken dat deze bijdrage in vijf tranches wordt betaald, waarbij de eerste betaling van € 5.000 in 2018 plaats heeft gevonden. In 2019 heeft een betaling van € 10.000 plaatsgevonden, waarmee het openstaande vorderingsbedrag op 31 december 2019 € 7.000 bedroeg. Per 1 december 2020 wordt de laatste tranche voldaan. De toegezegde bijdrage kan via de exploitatie van de onderhoudsfaciliteit in latere jaren naar de provincie terugvloeien, waarbij rendement en risico zullen worden gedeeld tussen de investeringspartijen.

In de vorderingen is een bedrag van € 58.339 opgenomen voor de totale vordering (leningen) van Defensie aan het ABP. Als gevolg van de vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel is sinds 2001 het militair pensioen bij het ABP ondergebracht (Kamerstuk 26 686, nr. 5 d.d. 13 juli 2000). Omdat het bedrag dat wordt opgebouwd uit de pensioenpremies nog niet toereikend is om te voldoen aan de militaire pensioenverplichting, bestaat er een schuld (premietekort) van Defensie aan het ABP. Met instemming van het Ministerie van Financiën verstrekt Defensie daarom leningen aan het ABP; het ABP lost deze leningen inclusief rente na 10 jaar af aan Defensie. Deze constructie wordt toegepast totdat het voordeel vanuit de lagere pensioenuitkeringen voldoende is om de schuld plus rente aan het ABP af te lossen. De huidige prognose is dat in 2018 de laatste lening nodig is ontvangen en dat de laatste aflossing in 2022 plaatsvindt. In 2019 zijn geen leningen afgelost of verstrekt.

Verdeling vorderingen naar opeisbaarheid

De verdeling van de vorderingen naar opeisbaarheid is hieronder in een tabel weergegeven.

Opeisbaarheid

Direct opeisbaar

48.905

Op termijn opeisbaar

159.078

Geconditioneerd

Totaal

207.983

Vorderingen groter dan € 2.000 die in 2019 buiten invordering zijn gesteld

Er zijn geen vorderingen groter dan € 2.000 buiten invordering gesteld.

ad 11. Schulden

ABP-overgang kapitaaldekkingsstelsel militaire pensioenen

Voortaan zijn de schulden van Defensie bij het ABP voor de overgang op een kapitaaldekkingsstelsel voor militaire pensioenen opgenomen in de saldibalans. Zie hiervoor de toelichting bij de vorderingen. De totale schuld is gelijk aan de vordering en bedraagt € 58.339.

ad 12. Voorschotten

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 3.138.853.

Alle voorschotten van voor 2008 staan tegen de maandkoers van december 2007 gewaardeerd en de voorschotten vanaf 2008 zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verstrekking geldende maandkoers. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onderstaande tabel.

Jaar van ontstaan

Beginstand per 01-01-2019

Nieuwe voorschotten

Afgerekende voorschotten

Eindstand per 31-12-2019

≤2015

386.837

 

91.951

294.886

2016

168.389

 

46.720

121.669

2017

458.450

 

190.318

268.132

2018

1.888.031

 

1.555.231