Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 december 2011
In mijn brief van 23 mei 20111 heb ik u geïnformeerd over de uitkomsten van de Gateway Review die heeft plaatsgevonden op het project NL-Alert. De afgelopen
periode is uitgebreid getest met dit nieuwe waarschuwings- en alarmeringssysteem en op basis van de gegevens die dat heeft
opgeleverd heb ik besloten om NL-Alert in 2012 landelijk in te voeren. Het testrapport treft u als bijlage aan bij deze brief.2
NL-Alert is de afgelopen maanden getest in en met medewerking van de veiligheidsregio’s Haaglanden, Twente en Rotterdam-Rijnmond.
De testen waren gericht op de technische werking, de beleving bij burgers en het bezien op welke wijze het past binnen de
besturing en mandatering van de veiligheidsregio’s. Tevens is meegenomen of NL-Alert op termijn het sirenestelsel zou kunnen
vervangen. Daarnaast zijn een aantal onderzoeken uitgevoerd naar onder andere de beveiliging.
De technische werking is getest door berichten te verzenden op een testkanaal en de ontvangst daarvan te controleren op verschillende
typen telefoons. Geconstateerd is dat de techniek achter NL-Alert werkt en goed wordt ontvangen op telefoons op het 2G netwerk
(GSM telefoons). De dienstverlening op het 3G netwerk (smartphones) moet echter nog worden verbeterd. Deze verbeteringen zullen
naar verwachting nog voor de invoering van NL-Alert zijn doorgevoerd. Ook aan de kant van de toestellen zelf wordt nog gewerkt
om het bereik te vergroten. Diverse leveranciers hebben aangegeven NL-Alert te zullen ondersteunen en steeds meer toestellen
worden standaard geactiveerd voor NL-Alert.
Uit het belevingsonderzoek (bevolkingsenquête en testpanels) blijkt dat de Nederlandse bevolking positief staat tegenover
NL-Alert als nieuw alarmeringsinstrument. Burgers noemen het een groot voordeel dat zij concrete informatie ontvangen waardoor
zij beter en sneller kunnen inschatten welk gevaar dreigt. Tevens wordt het middel als passend ervaren in de huidige levensstijl
en het daarbij horende mediagebruik. Een meerderheid is bereid moeite te doen om telefooninstellingen aan te passen, zodat
men berichten kan ontvangen.
In de drie veiligheidsregio’s zijn testen gehouden waarbij met medewerkers van deze regio’s onder meer is gekeken hoe de aansturing
en inzet in de veiligheidsregio’s vorm kan krijgen. De testen hebben belangrijke aandachtspunten opgeleverd die bij de introductie
van NL-Alert van belang zijn voor zowel de professionals als de burgers. Volgens de deelnemers van de testen heeft NL-Alert
toegevoegde waarde, onder de voorwaarde dat het snel ingezet kan worden. Het beleggen van bevoegdheden op de juiste niveaus
om dit mogelijk te maken, is dan ook een aandachtspunt.
Naast de resultaten op deze drie sporen is bekeken of NL-Alert op termijn het sirenestelsel kan vervangen. De verwachting
op basis van de testen is dat dit mogelijk zal zijn. De groep mensen met toegang tot NL-Alert zal de komende jaren steeds
groter worden. Bovendien is de inschatting dat een NL-Alert bericht meer effect zal hebben, omdat zowel de reden van de alarmering
alsook een passend handelingsperspectief kan worden gecommuniceerd.
De uitkomsten van deze testfase geven mij de overtuiging dat NL-Alert een waardevolle toevoeging is aan de bestaande middelen
van crisiscommunicatie. Bovendien is NL-Alert beheersbaar in te voeren in alle veiligheidsregio’s in Nederland. Om die reden
heb ik besloten over te gaan tot uitrol van NL-Alert. Het Veiligheidsberaad heeft toegezegd medewerking te verlenen aan het
besluit om daadwerkelijk de implementatie van NL-Alert te realiseren.
Volgens planning zal NL-Alert eind 2012 door alle veiligheidsregio’s ingezet kunnen worden. De ontwikkelkosten van NL-Alert
alsmede de te verwachte exploitatiekosten vanaf 2013 komen voor rekening van mijn ministerie.
Mijn voornemen is om NL-Alert eerst in de drie testregio’s in te voeren en in gebruik te laten nemen voor de zomer 2012. Dit
omdat zij al bekend zijn met de mogelijkheden en werkwijze van het systeem. Dit wordt ondersteund door regionale communicatie.
Daarna wordt NL-Alert ingevoerd in de overige regio’s. Deze regio’s kunnen NL-Alert inzetten vanaf medio november 2012. De
landelijke invoering zal worden ondersteund door een massamediale communicatiecampagne waarbij burgers op de hoogte worden
gebracht van de toepassing van NL-Alert.
De aandachtspunten uit de testfase zullen in de uitrolfase worden geadresseerd. De belangrijkste punten zullen worden opgelost
alvorens de veiligheidsregio’s NL-Alert daadwerkelijk kunnen inzetten. In mijn eerder genoemde brief heb ik u er al op gewezen
dat NL-Alert innovatief van karakter is. Er zijn wereldwijd nauwelijks ervaringsgegevens voor een systeem als NL-Alert. Nederland
is hiermee voorloper en kan op dit moment beperkt leren van ervaringen van anderen. De Verenigde Staten van Amerika zullen
begin volgend jaar ook met deze dienst werken en daarmee zal samenwerking worden gezocht.
Ik zie NL-Alert als een waardevolle aanvulling op de bestaande instrumenten van alarmering. NL-Alert zal echter nog wel enkele
jaren nodig hebben om zich te ontwikkelen tot een volwassen dienst. De implementatie van NL-Alert zal de verdere doorontwikkeling
van de dienstverlening ondersteunen.
De minister van Veiligheid en Justitie,
I. W. Opstelten