Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202135830-X nr. 1

Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 830 X Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Defensie 2020

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE

Ontvangen 19 mei 2021

Vergaderjaar 2020–2021

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 11.190,453

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 308,393

A. ALGEMEEN

1 AANBIEDING VAN HET JAARVERSLAG EN VERZOEK TOT DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Defensie (X) over het jaar 2020 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Defensie decharge te verlenen over het in het jaar 2020 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2020;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2020 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2020, alsmede over de saldibalans over 2020 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van DefensieA.Th.B. Bijleveld-Schouten

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2 LEESWIJZER JAARVERSLAG

Opzet jaarverslag

In het jaarverslag 2020 wordt verantwoording afgelegd over de gerealiseerde uitgaven ten opzichte van de begroting 2020 (Kamerstuk 35 300 X). Het jaarverslag bestaat uit een deel algemeen (inclusief de aanbieding en het verzoek tot dechargeverlening en de leeswijzer), het beleidsverslag (inclusief de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf), de jaarrekening (inclusief departementale verantwoordingsstaat, samenvattende verantwoordingsstaat agentschap, jaarverantwoording agentschap per 31 december 2020, saldibalans en WNT-verantwoording 2020) en een aantal bijlagen. Het focusonderwerp voor de verantwoording van het Rijk in het Financieel jaarverslag Rijk 2020 is de "toepassing van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016". Hierbij is specifieke aandacht voor de wijze waarop departementen in het jaarverslag invulling geven aan artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet 2016 bij significante beleidsvoorstellen in het jaar 2020.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2021 en de Regeling agentschappen. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Beleidsprioriteiten

De kern van het jaarverslag wordt gevormd door het beleidsverslag (deel B). In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma’s een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. In de beleidsprioriteiten wordt (waar van toepassing) teruggekomen op de landenspecifieke aanbevelingen zoals verwoord in de begroting.

Beleidsartikelen

Bij de beleidsartikelen zijn algemene doelstellingen geformuleerd en de financiële gevolgen van de beleidsmatige verschillen (grensbedrag van € 5 miljoen voor de artikelen 1, 2, 4, 5 en € 10 miljoen voor de artikelen 3, 6, 7 en 8) worden per defensieonderdeel toegelicht bij de tabellen «budgettaire gevolgen van beleid». Voor technische mutaties worden de grensbedragen verdubbeld. Daarnaast kunnen waar nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader zijn toegelicht. Informatie over de inzetbaarheid en gereedheid van een krijgsmacht betreft operationeel gevoelige informatie. Potentiële tegenstanders zijn actief op zoek naar dergelijke informatie en kunnen er misbruik van maken, enige terughoudendheid is derhalve geboden. Het voorgaande mag echter geen belemmering vormen voor de informatiepositie van de Eerste en Tweede Kamer. Om die reden is de gevoelige informatie over inzetbaarheid en gereedheid gebundeld in een vertrouwelijke rapportage die tegelijkertijd met het jaarverslag aan de Kamer zal worden aangeboden. De in de inzetbaarheidsrapportage opgenomen niet-financiële informatie maakt onverminderd deel uit van het verantwoordingsproces conform de Comptabiliteitswet 2016.

In beleidsartikel 1 Inzet wordt de inzet van de krijgsmacht verantwoord. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan crisisbeheersingsoperaties, contributies aan common funded NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en Koninkrijkstaken en overige inzet. Het artikel bevat ook een overzicht van de structurele inzet die in andere beleidsartikelen is verantwoord, bijvoorbeeld door de Koninklijke Marechaussee, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en de Kustwachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van respectievelijk de Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1 Inzet. In beleidsartikel 6 zijn de investeringen verantwoord voor de krijgsmacht, te weten investeringen in materieel, infrastructuur en IT. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van afstoting van materieel en infrastructuur bij dit beleidsartikel verantwoord. In de beleidsartikelen 7 Defensie Materieel Organisatie en 8 Defensie Ondersteuningscommando zijn de uitgaven en verplichtingen verantwoord voor de ondersteunende en dienstverlenende defensieorganisaties.

Niet-beleidsartikelen

In de niet-beleidsartikelen worden de financiële gevolgen van de opmerkelijke verschillen (grensbedragen zijn € 2 miljoen voor artikel 9 en € 10 miljoen voor artikel 10) per niet-beleidsartikel toegelicht. Daarnaast zijn indien nodig (los van de grensbedragen) opmerkelijke verschillen nader toegelicht. Verschillen in niet-beleidsartikel 11 Geheim worden aan de president van de Algemene Rekenkamer toegelicht. Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld wordt altijd toegelicht.

In het niet-beleidsartikel 9 Algemeen worden de niet specifiek aan een defensieonderdeel toe te wijzen programma-uitgaven opgenomen. In het niet-beleidsartikel 10 Apparaat Kerndepartement worden de uitgaven ten behoeve van het centrale apparaat van Defensie verantwoord. Hieronder vallen de uitgaven voor de Bestuursstaf, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en pensioenen en uitkeringen, wachtgelden, inactiviteitswedden en Sociaal Beleidskader (SBK)-uitkeringen. Ten slotte worden in het niet-beleidsartikel 11 Geheim de geheime uitgaven en in het niet-beleidsartikel 12 de verantwoording voor Nog onverdeeld opgenomen.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

De bedrijfsvoeringsparagraaf bestaat uit drie paragrafen, namelijk een uitzonderingsrapportage, een paragraaf over rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen en een paragraaf over belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering.

Jaarrekening

In dit hoofdstuk zijn de verantwoordingsstaat en de saldibalans van het Ministerie van Defensie opgenomen. Daarnaast is de verantwoording van het agentschap Paresto opgenomen. Ten slotte is de rapportage over de Wet Normering Topinkomens opgenomen als onderdeel van de jaarrekening.

Bijlagen

Als bijlagen zijn opgenomen een overzicht met toezichtrelaties van rechtspersonen met een wettelijke taak en zelfstandige bestuursorganen (bijlage 1), een overzicht met afgerond evaluatie- en overig onderzoek (bijlage 2), een overzicht van inhuur externen (bijlage 3), een overzicht van integriteitsmeldingen (bijlage 4), een rapportage burgerbrieven (bijlage 5), een overzicht meldingen bedrijfsveiligheid (bijlage 6), een overzicht van COVID-19 steunmaatregelen (bijlage 7), een overzicht van het focusonderwerp Financieel jaarverslag Rijk (bijlage 8) en ten slotte een lijst met afkortingen (bijlage 9).

Groeiparagraaf

Voor het opstellen van het departementaal jaarverslag gelden de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) van de Minister van Financiën. Als gevolg van wijzigingen in deze voorschriften en door ontwikkelingen bij Defensie zijn een tweetal veranderingen in dit jaarverslag doorgevoerd ten opzichte van het jaarverslag 2019. Allereerst is in de KPI-tabel van het beleidsverslag de KPI inzetbaarheid niet meer opgenomen. Deze KPI is opgenomen in een vertrouwelijke inzetbaarheidsrapportage die separaat aan beide Kamers wordt aangeboden. Ten tweede zijn in de RBV 2021 een aantal wijzigingen doorgevoerd die voornamelijk betrekking hebben op de te gebruiken modellen en daarin opgenomen formats, gevraagde toelichtingen, in te vullen tabellen en dergelijke.

Open data

Bij de totstandkoming van dit jaarverslag is gebruik gemaakt van open data, bijvoorbeeld voor de budgettaire tabellen. De aangeleverde opendatabestanden zijn geen onderwerp van accountantscontrole.

B. BELEIDSVERSLAG

Inleiding: stappen gezet

Het jaar 2020 zal herinnerd worden als het jaar dat in het teken stond van COVID-19. De verwachting vooraf was dat 2020 onder meer in het teken zou staan van 75 jaar vrijheid. De viering die ons zou herinneren aan het belang van vrijheid ging niet door, maar desalniettemin voelden we het belang van vrijheid. Want door COVID-19 is duidelijk geworden hoe kwetsbaar de vrijheid kan zijn, ook zonder oorlogsdreiging. Defensie heeft in 2020 aangetoond dat het altijd klaarstaat. Onze mensen worden daarom dag en nacht getraind en ingezet. Om te beschermen wat ons dierbaar is. Het medisch personeel springt bij, militair personeel staat stand-by voor teststraten en vaccineren en onze planners helpen bij de patiëntenspreiding. Niet alleen in Nederland is bijstand geleverd aan civiele autoriteiten in verband met COVID-19, maar ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Defensie liet zich opnieuw zien als onmisbare partner in de samenleving. Naast deze inzet is het reguliere werk van Defensie doorgegaan. Op dagelijkse basis staan onze mensen gereed voor bijvoorbeeld de Quick Reaction Alert (QRA), de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) en beveiliging door de Koninklijke Marechaussee. In het buitenland zijn we onder andere actief voor de Enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen en in Irak en Afghanistan alwaar we met bondgenoten en partners de invloed van IS en andere extremisten tegengaan. COVID-19 heeft invloed gehad op het doorgaan van oefeningen, maar ook hierbij toont zich het improvisatievermogen van onze organisatie. Zo kon de oefening Zebra Sword in het buitenland niet doorgaan, maar is die in Nederland georganiseerd. Voor werving en opleidingen zijn aanpassingen gedaan zodat deze toch zo veel als mogelijk konden doorgaan. Naast alle positieve kanten van inzet, zien we soms ook de verdrietige kant van het werk, zoals het verlies van twee dierbare collega’s door een noodlottig ongeval met een NH-90 boordhelikopter boven de Caribische Zee.

Er zijn de afgelopen jaren belangrijke eerste stappen gezet na decennia van bezuinigingen. Er is gewerkt aan het herstel van vertrouwen door betere arbeidsvoorwaarden, meer aandacht voor fysieke en sociale veiligheid en door achterstallig onderhoud op het gebied van voorraden, vastgoed en IT stapsgewijs aan te pakken. De operationele gevechtsondersteuning en andere ondersteuning is versterkt, met als uiteindelijk doel dat de krijgsmacht beter kan oefenen en trainen, beter inzetbaar is en missies langer kan volhouden. Er is aanzienlijk geïnvesteerd in de modernisering van de krijgsmacht, onder andere met de meer dan honderd projecten van het investeringsprogramma uit de Defensienota. Het reservistenbestand is met ruim twintig procent gegroeid; reservisten worden ook veel vaker ingezet en dragen in belangrijke mate bij aan onze veiligheid. Het laat zien dat de samenleving zich betrokken voelt bij Defensie en wil bijdragen. Op het gebied van investeringen in het materieel zijn besluiten genomen over bijvoorbeeld de vervanging van de onderzeebootcapaciteit, van de M-fregatten, van de Fennek en van de gevechtsuitrusting. Dit heeft grote betekenis voor het inlopen van de achterstand in de slagkracht en inzetbaarheid van de krijgsmacht. Al deze belangrijke stappen zijn gezet met het vizier op de toekomst: Defensie herstelt niet terug naar de oude situatie, maar richt zich op modernisering en vernieuwing om zo de huidige en toekomstige dreigingen het hoofd te kunnen bieden.

Transparantie is hierbij voor Defensie van groot belang. De Defensievisie onderstreept dit nogmaals, allereerst door transparant aan te geven wat er nodig is voor de organisatie, maar ook door transparantie een inrichtingsprincipe te maken van de organisatie. In al het werk en de bedrijfsvoering van Defensie is hier aandacht voor. Zo zijn en in de jaarverslagen van Defensie de meldingen over bedrijfsveiligheid opgenomen. In 2021 worden de jaarverslagen van alle interne toezichthouders openbaar. Daarnaast is er al een nieuwe procedure afgesproken met de Tweede Kamer over hoe we informatie verstrekken wanneer er mogelijk burgerslachtoffers zijn te betreuren als gevolg van ons optreden. Transparantie geldt ook voor toekomstige opgaves voor de organisatie. Met het onder andere het Plan van Aanpak Energietransitie, inventarisaties op IT-gebied en het Strategisch Vastgoedplan (SVP) hebben we duidelijk gemaakt wat er nodig is voor de organisatie. Daarnaast draagt het Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF) bij aan de voorspelbaarheid en toekomstbestendigheid van de Defensiebegroting. Defensie heeft met betrekking tot transparantie een speciale positie, omdat Defensie met informatie werkt die niet altijd openbaar mag worden. Maar Defensie streeft naar meer transparantie, omdat het publiek afleggen van verantwoording belangrijk is gezien de publieke taken.

De verbeteringen worden gezien door de organisatie en daarbuiten. Zowel de tevredenheid als de motivatie van medewerkers nam in 2020 toe ten opzichte van 2019. Daarnaast steeg de waardering van de samenleving voor de competenties van Defensie van een 6,1 in 2017 naar een 7,0 in 2020. De meest prangende problemen zijn aangepakt, maar zoals in het begin van deze kabinetsperiode is benoemd in de Defensienota, zijn de investeringen slechts een eerste stap. De gevolgen van decennia aan bezuinigingen kunnen niet in één kabinetsperiode worden afgewend. Met de huidige inrichting en staat van de defensieorganisatie is de organisatie echter niet adequaat toegerust voor toekomstige (en ook sommige huidige) dreigingen. Er zijn lange lijnen naar de toekomst nodig om te zorgen dat Defensie zijn grondwettelijke taak kan blijven uitvoeren. Op 15 oktober 2020 is de Defensievisie 2035 gepresenteerd, waarin de volgende stappen beschreven zijn. Defensie is met de Defensievisie transparanter dan ooit over wat nodig is voor de organisatie en wat het betekent een goede bondgenoot en partner te zijn, die verantwoordelijkheid neemt en ook rekent op steun van anderen als het erop aankomt. Als we alles zo goed mogelijk inrichten dan is er structureel € 13 miljard tot € 17 miljard extra nodig. Het is op dit moment duidelijk dat niet alles kan en niet alles tegelijk kan. Keuzes en fasering zijn dus noodzakelijk. Deze keuzes zijn aan een volgend kabinet.

Figuur 3 Groeipaden op basis van Defensievisie 2035

Iedere dag wordt ons Koninkrijk bedreigd, zichtbaar en onzichtbaar. Het is de taak van Defensie om het Koninkrijk te beschermen en om een bijdrage te leveren aan de bescherming van het bondgenootschappelijk grondgebied. Nederland is de 5e economie van de EU, maar staat onderaan lijst van defensie-uitgaven binnen de NAVO. Ook internationaal wordt dat gezien, en niet begrepen. De NAVO vraagt dan ook om stappen, teneinde tekortkomingen bij het invullen van de toegewezen capaciteitendoelstellingen te adresseren. De NAVO uit grote zorgen over toekomstige ontwikkeling van het Nederlandse defensiebudget (Kamerbrief 28676, nr. 347). Naast de NAVO is ook de EU van belang. Voor de veiligheid van Europa en daarmee voor het hele Koninkrijk. Gelet op de veranderende veiligheidssituatie is het noodzakelijk dat Europa meer verantwoordelijkheid kan nemen voor de eigen veiligheid. Europa moet zelfstandiger kunnen optreden wanneer de Europese belangen in het geding zijn. Daarmee versterken we ook de NAVO.

Volgende kabinetten zullen zich ook buigen over eventuele vervolgstappen. De Defensievisie 2035 ondersteunt bij het stellen van de beleidsprioriteiten in het spanningsveld tussen behoeften en budget. Langjarig politiek commitment is nodig om veranderingen bij Defensie te realiseren. En ondertussen gaan we met de visie als richtsnoer aan de slag in de laatste periode van dit kabinet – het is het nieuwe profiel van de defensieorganisatie. Defensie moet een slimme, technologisch hoogwaardige organisatie zijn met een groot vermogen om zich aan te passen aan situaties. Defensie moet kunnen handelen op basis van de beste informatie. Dat is nodig omdat wereldwijd fysieke en digitale dreigingen de komende jaren alleen maar toenemen en het grijze gebied tussen oorlog en vrede steeds groter wordt. Wat er van Defensie op basis van de grondwettelijke taak wordt gevraagd en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn, moet weer in balans komen.

Afgelopen jaar was eens te meer te merken en te voelen dat veiligheid geen luxe is en zeker niet vanzelfsprekend. Nederland moet klaar zijn voor een onzekere toekomst, als voorwaarde voor vrijheid, welvaart en democratie.

Financiële ontwikkelingenCOVID-19 heeft in 2020 duidelijke operationele gevolgen gehad voor Defensie. Het is daarmee niet verassend dat de pandemie de financiële ontwikkelingen bij Defensie heeft beïnvloed. Defensie heeft bij de Najaarsnota incidenteel € 60 miljoen aan extra middelen gekregen. Deze middelen zijn gebruikt voor onder andere de inzet van de Zr.Ms. Karel Doorman, het Nationaal Crisis Centrum (NCC), compensatie voor lagere ontvangsten van zorgkosten en het aanschaffen van beschermingsmiddelen. Ondanks de beperkingen van COVID-19, gaat de taakuitvoering van Defensie onverminderd door. Het gevolg hiervan is dat de verschillende budgetten zoals geprognosticeerd, volgens plan gerealiseerd zijn. Ondanks COVID-19 was er een lichte over-realisatie in de exploitatie, net als vorige jaren. De onder-realisatie in de investeringen bleef, ondanks dat de markt onvoorspelbaarder werd, zeer beperkt. De afgelopen jaren stegen de geplande investeringsverplichtingen van Defensie significant, wat laat zien dat Defensie qua verwerving op stoom komt na jarenlange bezuinigingen.

Figuur 4 Aangegane verplichtingen en IQ

Defensie maakt zich klaar voor de toekomst: in 2020 was de investeringsquote van Defensie 24,6% van de totale begroting en het vijfjaarsgemiddelde kwam voor het eerst boven de 20% uit. Daarmee voldoen we volgens de Nederlandse berekeningswijze aan de gestelde NAVO-eis van 20%.

Figuur 5 Ontwikkeling gemiddeld bbp percentage 2018-2024 Europese bondgenoten

Wat is de prijs van veiligheid, wat hebben we ervoor over?Wanneer de focus verschuift naar de relatieve uitgaven voor Defensie, is er minder reden tot optimisme. Het percentage defensie-uitgaven als percentage van het BBP steeg weliswaar van 1,33% in 2019 naar 1,41% in 2020, maar deze stijging is zo goed als in zijn geheel te wijten aan de neerwaartse BBP-ontwikkeling door COVID-19. Dit kwam niet alleen door neerwaartse economische ontwikkelingen in Europa, maar ook doordat partnerlanden fors investeerden in Defensie, zoals bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. Maar ook kleinere Europese landen zoals Kroatië, Albanië en Tsjechië willen in 2024 op 2% uitkomen. Het Europese gemiddelde stijgt naar verwachting van 1,76% in 2021 naar 1,92% in 2024. Nederland raakt hierdoor verder achterop. Om toe te groeien naar het Europees gemiddelde in 2024 betekent dit omgerekend een toename van de begroting van ruim € 4 miljard structureel. De EU en de NAVO verwachten meer van Nederland als het gaat om een fair share.

3 Beleidsprioriteiten

3.1 Operationele gereedheid

Operationele gereedheid bestaat uit drie elementen: personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. De personele gereedheid is de mate waarin het personeel van een eenheid beschikbaar en geschikt is voor het uitvoeren van de opgedragen opdracht. Om het herstel van de gereedheid te kunnen accommoderen, is de formatie in 2020 uitgebreid met ongeveer 600 VTE, en ruim 6000 VTE in de gehele kabinetsperiode. De totale personele vulling bleef in 2020 met 85,9% nagenoeg gelijk. Met name de militaire personele vulling was zorgelijk en bleef 79%. De knelpunten in de onderbouw en specialistische functies, bijvoorbeeld technische en medische functies, bleven onveranderd. De Personeelsrapportage bevat meer en gedetailleerde informatie over de personele vulling.

Behalve voldoende kwantitatieve vulling is ook de kwalitatieve personele vulling van belang voor het verbeteren van de gereedheid. In 2020 is het programma ‘Kwaliteit in Beeld’ gestart. Dit programma moet zorgen voor verbeterd inzicht in de kwalitatieve personele gereedheid en voor inzicht in de specifieke kennis en vaardigheden van ons personeel. Daarnaast zijn we in 2020 ook gestart met het verbeteren van de besturing van instroom en de opleidingen, zodat we in de toekomst gerichter functies kunnen vullen die de gereedheid verhogen. Verder stonden door de COVID-19 maatregelen de benodigde initiële en functionele opleidingen onder druk. Om de druk op de opleidingscapaciteit te verlichten, nam Defensie maatregelen als: verlenging functieduur, opleidingsverkorting, afstandsonderwijs, uitbesteding aan civiele opleidingsinstanties, beter aansluiten op eerder verworven competenties, just-in-time opleiden, optimalisatie van het vraag- en aanbodmanagement van opleidingen en tijdelijke onttrekking van militaire instructeurs uit de operationele onderdelen ten gunste van de opleidingseenheden.

Kwantitatieve en kwalitatieve militaire personele vulling werkt, naast de invloed op de personele gereedheid en veiligheid, sterk door in de materiële gereedheid, geoefendheid en daarmee in de algehele operationele gereedheid. De huidige militaire personele vulling zorgt daarbij steeds vaker voor het ontbreken van een of enkele functionarissen die cruciaal zijn voor de inzetbaarheid van de volledige eenheid. Een voorbeeld hiervan was de keuze voor de inzet van Zr.Ms. De Ruyter als onderdeel van European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz (EMASoH). Het gevolg hiervan was dat er geen fregat geleverd kon worden aan de Standing Maritime Group 1 en ook niet voor de Towed Array-pool die zich voornamelijk richt op de onderzeebootbestrijding. Een ander voorbeeld was dat de EMASoH-missie alleen kon worden ondersteund door een NH-90 uit de Standing NATO Maritime Group (SNMG) te onttrekken.

De materiële gereedheid is de mate waarin het materieel van een eenheid beschikbaar en geschikt is voor het uitvoeren van de opdracht. Het Plan van Aanpak ‘Verbeteren Materiële Gereedheid’ heeft tot een dusdanige verbetering van de beschikbaarheid van reservedelen geleid, dat de Algemene Rekenkamer de onvolkomenheid op logistieke reservedelen kon opheffen. Echter, de onbalans tussen de capaciteit in de materieel logistieke keten en de aanwezige werklast bestaat nog steeds. Naast het vullingsprobleem van technisch en logistiek personeel, vragen verouderde wapensystemen om meer onderhoud. Ook zijn nieuwe wapensystemen technologisch steeds complexer, hetgeen hogere eisen aan de kennis en ervaring van het toch al schaarse technische en logistieke personeel stelt. Met de in 2020 beperkt toegewezen financiële middelen voor herstel van de onbalans in de materieel logistieke keten is een grote verbetering van de materiële gereedheid niet realistisch.

Hoewel veel projecten nog in uitvoering zijn, is er in 2020 ook gemoderniseerd en is nieuw materieel in gebruik genomen. Voorbeelden hiervan zijn brugleggende tanks, de Chinook–F helikopter, de gemoderniseerde Patriot-fire unit en de midlife update Zr.Ms. Pelikaan. Ook zijn de eerste drie Apache-helikopters naar de VS verscheept voor een remanufacture en is de modernisering voor het Fennek-voertuigenpark bekrachtigd. De directe impact van COVID-19 op de materiële gereedheid was over het algemeen beperkt in 2020, omdat de vraag ook duidelijk lager was. Wel heeft uitbesteed groot onderhoud bij en levering van producten door de industrie in sommige gevallen vertraging opgelopen.

Geoefendheid, als derde component van operationele gereedheid, is de mate waarin een (organieke of samengestelde) eenheid de taken heeft beoefend en daarvoor voldoende niveau van beheersing van de taken heeft getoond. Meerdere buitenlandse oefeningen zijn door COVID-19 afgeschaald of verplaatst naar Nederland om toch zoveel mogelijk te kunnen oefenen. Zo is de landmachtoefening Zebra Sword in aangepaste vorm in Nederland in plaats van in Duitsland uitgevoerd en heeft een eskaderreis van de marine «dichtbij huis» plaatsgevonden. Ondanks de beperkingen is er dus wel geoefend, maar met name in Nederland en in kleinere verbanden. Grote internationale oefeningen en oefeningen benodigd voor het optreden in het hoger geweldspectrum konden in 2020 als gevolg van COVID-19 niet doorgaan of zijn ingekort. Voorbeelden hiervan zijn de oefeningen Cold Response en Frisian Flag. Succes was er voor het Nederlandse Special Operations Command (NLD SOCOM) dat zich tijdens de oefening Steadfast Jupiter voor het eerst certificeerde als Composite Special Operations Component Command (C-SOCC). Dit hoofdkwartier stuurt Special Operations Forces (SOF) in internationaal verband aan en wordt gevormd door België, Denemarken en Nederland. In 2021 stuurt dit hoofdkwartier de SOF-inzet van de NATO Response Force (NRF21) aan.

De krijgsmacht zou militair vermogen voor de eerste hoofdtaak moeten kunnen leveren, echter de operationele gereedheid voor robuust optreden tegen een gelijkwaardige tegenstander in een hoog geweldsspectrum loopt achter. Beperkingen hierin hebben betrekking op: langdurig, gelijktijdige inzet en in hogere dreigingsscenario’s. Verder stijgen de internationale eisen sneller dan onze verbeterslagen. Meer gedetailleerde informatie hierover staat in de Inzetbaarheidsrapportage geheel 2020.

De civiele behoefte aan militaire capaciteiten is in de loop der tijd gewijzigd. Daarom loopt gezamenlijk met het ministerie van Justitie en Veiligheid een herijking van de gegarandeerde capaciteiten voor de derde hoofdtaak. Op dit moment gelden voor de gegarandeerde capaciteiten nog de bestuurlijke afspraken uit 2006. De laatste jaren is wel duidelijk geworden dat bij nationale crisissituaties er altijd een beroep is op defensiecapaciteiten. De maatschappelijke perceptie is dat defensie deze steunaanvragen makkelijk kan honoreren. Echter, de staat van de huidige defensieorganisatie zorgt ervoor dat defensie niet meer is toegerust om aan deze steunaanvragen te voldoen, zonder dat daarbij de gecommitteerde (inter)nationale verplichtingen of de eigen gereedstellingsactiviteiten direct moeten worden beperkt of zelfs moeten worden geannuleerd.

Er is veel in Defensie geïnvesteerd en de modernisering krijgt inmiddels vorm. Nieuwe capaciteiten vergen echter geruime tijd om op norm gereedheid te komen en de achterblijvende personele vulling vertraagt het herstel. Daarnaast liepen in sommige gevallen door COVID-19 uitbesteed groot onderhoud en levering van producten door de industrie vertraging op. Verder is in de afgelopen jaren duidelijk geworden hoe groot de behoefte aan herstel van voorraden, reservedelen, vastgoed en IT is. Vooralsnog blijft extra geld nodig voor het verbeteren van de personele gereedheid (bijvoorbeeld personeel in de materieel-logistieke keten), materiële gereedheid (bijvoorbeeld voortzettingsvermogen) en geoefendheid.

3.2 Inzet

Eerste hoofdtaak, beschermen van het eigen grondgebied en dat van bondgenoten:

  • Defensie leverde permanente bijdragen in NAVO-verband waaronder de bijdrage aan de Enhanced Forward Presence (eFP) inzet in Litouwen.

  • Defensie leverde binnen alle operationele domeinen een bijdrage aan de snelle interventiecapaciteit van de NAVO. Voor de enhanced NATO Response Force (eNRF) betrof dit onder meer een amfibische taakgroep voor de NATO Maritime Group, F-16’s en een bataljon infanterie inclusief gevechts- en logistieke ondersteuning. Voor het NATO Readiness Initiative zijn een fregat en mijnenjager aangeboden. Door deze bijdragen droeg Nederland bij aan geloofwaardige collectieve afschrikking en verdediging binnen NAVO.

  • Nederland nam in 2020 samen met Duitsland deel aan de EU Battle Group.

  • Twee F-16’s staan klaar voor de Quick Reaction Alert (QRA) om het luchtruim van Nederland, België en Luxemburg te beschermen.

  • Voor de bescherming van het Koninkrijk, alsook in het kader van de uitvoering van de tweede en derde hoofdtaak, was Defensie permanent met militaire middelen aanwezig in het Caribisch gebied.

Tweede hoofdtaak, bevorderen van de (internationale) rechtsorde en stabiliteit:

  • Defensie leverde in 2020 een bijdrage aan de NAVO-Resolute Support missie in Afghanistan en aan de anti-ISIS coalitie en bredere veiligheidsinzet in Irak.

  • Het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. De Ruyter werd in de eerste helft van 2020 ingezet voor een Europese missie in de Straat van Hormuz.

  • Defensie continueerde de bijdragen aan verschillende missies in het Midden-Oosten zoals UNDOF, UNTSO, UNIFIL en USSC en leverde Defensie onder andere een kleinschalige bijdrage aan de EU maritieme operaties Atalanta en Irini en de twee missies in Mali (EU Trainingsmissie Mali en MINUSMA).

Derde hoofdtaak, het ondersteunen van civiele autoriteiten en het leveren van bijstand bij rampen en crises:

  • Evenals voorgaande jaren waren in 2020 militairen dagelijks actief voor de derde hoofdtaak. Voorbeelden van deze inzet zijn de verleende militaire bijstand voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, inzet van zoek -en observatieteams en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

  • Defensie ondersteunde in 2020 de civiele autoriteiten op grote schaal in het kader van het beteugelen van de COVID-19-uitbraak in zowel Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk. In 2020 heeft Defensie samen met de ministeries van Justitie en Veiligheid en Financiën stappen gezet in het Brede Offensief Tegen de Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC). Koninklijke Marechaussee (KMar), CLAS, CZMCARIB/KW CARIB en DCC hebben substantiële incidentele (€ 9 miljoen) en structurele (€ 21,4 miljoen) middelen toebedeeld gekregen om het BOTOC te intensiveren.

Transparantiebeleid burgerslachtoffersOp het gebied van transparantiebeleid inzake burgerslachtoffers is in de brief van 24 maart 2020 (Kamerstuk 27925, nr. 707) en 30 juni 2020 (Kamerstuk 27925, nr. 725) aangegeven dat er stappen gezet worden in het kader van een verdere aanscherping, mede naar aanleiding van een aantal moties en toezeggingen. Deze stappen zien onder andere op het aanscherpen van de interne meldingsprocedure van het ministerie van Defensie. Ook is het aantal missies, locaties, type doel en wapeninzet in de eerste inzetperiode (2014-2016) van de luchtcampagne in de strijd tegen ISIS met terugwerkende kracht openbaar gemaakt. Daarnaast zal Defensie, onder voorwaarden, voortaan duidelijkheid geven als door derden (bijvoorbeeld door media en/of ngo’s) wordt gevraagd naar Nederlandse betrokkenheid bij wapeninzet in de anti-ISIS coalitie gedurende de inzetperiode, waarbij een vermoeden bestaat van burgerslachtoffers. Op 13 oktober 2020 hebben Defensie en de Tweede Kamer een nieuwe procedure vastgesteld die ziet op het informeren van de Kamer wanneer Defensie onderzoek start naar een vermoeden van burgerslachtoffers (Kamerstuk 27925, nr. 723, 727 en 746). Ook is geborgd dat het OM onverwijld geïnformeerd wordt indien er door het ministerie van Defensie een onderzoek wordt gestart. Ten slotte voert het ministerie sinds eind 2020 een structureel gesprek met een aantal organisaties over mogelijkheden voor verdere aanscherping van het transparantiebeleid inzake burgerslachtoffers in bredere zin.

3.3 Mensen

In 2020 zijn verdere stappen gezet om Defensie een organisatie te laten zijn waarbij mensen met trots willen en blijven werken. Er is hard gewerkt aan het verdere herstel van het vertrouwen van onze mensen in de organisatie. Betere arbeidsvoorwaarden, meer aandacht voor fysieke en sociale veiligheid, en het aanpakken van achterstallig onderhoud op het gebied van voorraden, vastgoed en IT hebben zich in 2020 uitbetaald in een toegenomen medewerkerstevredenheid. Bij de werkbeleving is sprake van een significante verbetering van de motivatie, de tevredenheid en het vertrouwen in de toekomst. Deze positieve trend werd ingezet na de totstandkoming van het arbeidsvoorwaardenakkoord 2018-2020 in 2019 en deze heeft zich in 2020 doorgezet. Het gevolg is een forse daling van de uitstroom van militair personeel ten opzichte van voorgaande jaren.

Nadat in deze kabinetsperiode twee grote hervormingen zijn gerealiseerd, namelijk de nieuwe diensteinderegeling en een nieuw pensioenstelsel voor militairen, is in 2020 gewerkt aan de laatste twee hervormingen die met elkaar samenhangen: het personeelsmodel en het loongebouw. Elementen van het nieuwe personeelsbeleid zijn in de praktijk getest in proeftuinen.

Personeelsmodel/Behoud en wervingDefensie heeft in 2020 verder gewerkt aan het inhoudelijk en procesmatig uitwerken en voorbereiden van het personeelsbeleid: de implementatie van een nieuw en toekomstbestendig personeelsmodel dat met ingang van 2021 stapsgewijs zal worden ingevoerd en het huidige Flexibel Personeelssysteem (FPS) zal opvolgen, met een daarbij passend bezoldigingsmodel. De doelstelling van het nieuwe personeelsmodel is een aantrekkelijker werkgever te zijn en de gereedheid en inzetbaarheid van de krijgsmacht structureel te verhogen. Behoud en werving zullen in dit model structureel verbeteren door het invoeren van meer aanstellings- en contractvormen, wat meer maatwerk mogelijk maakt, door strategische personeelsplanning en door te gaan werven, selecteren en ontwikkelen op grond van talenten en competenties.

Het personeelsmodel moet ervoor zorgen dat Defensie op de korte en lange termijn over voldoende en gekwalificeerd personeel kan beschikken. Het sluit niet alleen aan bij de ambities van de Defensievisie 2035, maar is daarvoor randvoorwaardelijk. Het gaat om een omvangrijk en complex project dat enige jaren zal vergen. U bent hierover nader geïnformeerd in de Kamerbrief (2021Z03221) naar aanleiding van de motie Kerstens c.s. (35 570 X, nr. 50) over een masterplan om het personeelstekort bij Defensie tegen te gaan.

Belangrijk voor de uitwerking van het personeelsmodel in het afgelopen jaar waren de «proeftuinen», waarin op kleine schaal en in een testomgeving in de praktijk is geëxperimenteerd met een betere balans tussen in-, door- en uitstroom van personeel. De proeftuinen hebben ondanks de COVID-19-beperkingen onder andere door digitale werving (bijvoorbeeld Onderzeedienst Live) en netwerkcontacten gezorgd voor significant meer belangstellenden en sollicitanten voor de regionaal uit te voeren selectie en keuring. Daarnaast is het regionaal selecteren en keuren succesvol in de praktijk gebracht, zijn er gerichte initiatieven ontplooid voor regionale invulling van de Algemene Militaire Opleiding (AMO) en is er een gezamenlijke AMO van aspirant-luchtverdedigers van CLAS en CLSK van start gegaan bij het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando. De geleerde lessen in de proeftuinen worden gebruikt bij de verdere ontwikkeling en implementatie van het HR-model.

Een andere positieve ontwikkeling is de groei van het reservistenbestand in deze kabinetsperiode met 24%. Defensie beschikte op 1 januari 2021 over ruim 6.300 reservisten. Als gevolg van de beperkte selectie- en keuringscapaciteit door COVID-19 is de werving van reservisten is in 2020 achtergebleven ten opzichte van 2019. De inzet van reservisten helpt om op een flexibele manier het probleem van openstaande vacatures op te vangen. Ook zijn er vernieuwende vormen van samenwerking met het bedrijfsleven afgesproken en afspraken gemaakt over het delen van kennis en personeel. Met ingang van oktober 2020 hebben naast de 17-jarige mannen ook voor het eerst 17-jarige vrouwen de dienstplichtbrief ontvangen. Bij deze brief wordt, conform de toezegging aan Uw Kamer, een informatieve flyer toegevoegd over de mogelijkheden die er zijn om bij Defensie te werken, als militair, als burgermedewerker en als reservist.

COVID-19 heeft in 2020 effect gehad op de personele vulling en de personele gereedheid en dat zal ook in 2021 zo zijn. Vanaf de zomer 2020 zijn de opgelopen achterstanden bij de werving van militair personeel als gevolg van COVID-19 grotendeels ingelopen; het aantal aanstelbare militairen is licht gedaald van 3.500 in 2019 naar 3.400 in 2020. Alleen bij de landmacht was sprake van een stijging van het aantal aanstelbare militairen van 1.664 in 2019 naar 1.783 in 2020.

Door COVID-19 zijn er ook kansen voor Defensie om personeel uit relevante sectoren al dan niet tijdelijk naar Defensie te halen. Veel sectoren en bedrijven zitten in economisch zwaar weer en proberen medewerkers tijdelijk elders werkgelegenheid te bieden. Daarom heeft Defensie een loket geopend waar bedrijven die willen samenwerken, onder andere op het gebied van personeel, zich kunnen melden.

PersoneelszorgVoor de zorg en waardering die veteranen verdienen op basis van hun bewezen diensten houdt Defensie doorlopend aandacht. In 2020 is hard gewerkt aan een mijlpaal die per 1 januari 2021 heeft geresulteerd in de start van het nieuwe Nederlands Veteraneninstituut (NVI). Deze organisatie heeft het uitvoeren van het veteranenbeleid als taak en is ontstaan door de samenvoeging van zes kleinere organisaties, te weten: het Veteraneninstituut, de Basis, de Nederlandse Veteranendag, het programmabureau van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen, de nuldelijns-ondersteuning van het Veteranenplatform en de zorgcoördinatie van de Algemene Pensioen Groep (APG). Hiermee is er nu een herkenbare en duidelijke besturingsstructuur, die effectiever en efficiënter aansluit op de uitvoering van de Veteranenwet en het daaruit voortvloeiende beleid.

De Invictus Games die in mei 2020 in Nederland zouden plaatsvinden zijn helaas niet doorgegaan vanwege COVID-19, en helaas is het ook in 2021 niet mogelijk gebleken deze alsnog door te laten gaan. Het is de bedoeling om in 2022 de Invictus Games alsnog in Nederland te organiseren. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit de beleidsevaluatie veteranenbeleid is verder gewerkt aan een modern stelsel van uitkeringen en compensatiemaatregelen dat is gericht op betere ondersteuning van de gewonde veteraan bij de re-integratie en maatschappelijke participatie, en in 2023 klaar moet zijn. Als het gaat om reservisten is de verdere harmonisatie van de rechtspositie met de beroepsmilitair meegenomen in de uitwerking van nieuwe en flexibele aanstellings- en contractvormen. Ook is verder gewerkt aan het vereenvoudigen van de inzet van de reservist door het wegnemen van barrières bij de externe werkgevers.

Diversiteit en inclusiviteit houden onverminderd de aandacht. Het aandeel vrouwen bij Defensie neemt toe, van 13.9% begin 2017 tot 15,2% in 2020. Het aantal vrouwelijke militairen is in die periode gegroeid van 9,5% naar 10,7%. Bij de topfunctionarissen zijn vrouwen bezig met een opmars. Het aantal vrouwelijke topfunctionarissen in een burgerfunctie is in een jaar gestegen van 12 naar 20. Er zijn drie vrouwelijke vlag- of opperofficieren. In juli 2019 is de eerste vrouwelijke vlagofficier bij de marine benoemd. Op 1 oktober 2020 is een vrouwelijke luchtmachtmilitair bevorderd tot generaal-majoor.

BeloningIn de afgelopen kabinetsperiode zijn de arbeidsvoorwaarden aanzienlijk verbeterd, wat onder meer resulteerde in een hoger salaris, hogere toelagen, een loopbaanbudget van 4000 euro voor burgerpersoneel, en een vaste aanstelling voor personeel in FPS-fase 2. Ook is het AOW-gat volledig gecompenseerd. Er zijn bovendien twee majeure hervormingen voor militairen gerealiseerd: de nieuwe diensteinderegeling, en de overgang van het eindloonstelsel naar een middelloonstelsel. De derde grote wijziging is het realiseren van een herzien bezoldigingssysteem met een vereenvoudigd stelsel van toelagen als onderdeel van een nieuw personeelsmodel. De afspraak tussen de sociale partners was dat per 1 juli 2020 in te voeren. Helaas is het niet gelukt hierover tijdig overeenstemming te bereiken. Wel is een eerste stap gezet met de tijdelijke tabel loongebouw. Ook is het niet gelukt afspraken te maken over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord, dat per 1 januari 2021 in had moeten gaan. Op 23 december 2020 zijn deze onderhandelingen stukgelopen en hebben de centrales het overleg voor onbepaalde tijd opgeschort.

Het nieuwe bezoldigingssysteem moet qua uitgangspunten en doelstelling nauwgezet aansluiting vinden bij het nieuwe personeelsmodel. Het jaar 2021 zal dan ook in het teken staan van het gezamenlijk uitwerken van de visie en kaders om tot invulling van en overeenstemming te komen over de fundamentele inrichtingskeuzes voor het bezoldigingsmodel, in lijn met het personeelsmodel. Een paritaire commissie is begin 2021 gestart met een onderzoek naar het functiewaarderingssysteem, dat een solide en inzichtelijke basis moet bieden voor het loongebouw van militairen. De commissie rapporteert voor 1 juni 2021.

De COVID-19-crisis heeft ook op arbeidsvoorwaardelijk gebied de aandacht gevraagd. Waar defensiepersoneel in de maatschappij is ingezet om bij te dragen aan het bestrijden van het virus, heeft Defensie gezorgd voor passende vergoedingen, die aansluiten bij de Rijksbrede regelingen. Voor thuiswerkend defensiepersoneel is een interim-regeling getroffen voor de benodigde arbo-middelen.

Een veilige werkomgeving bij DefensieIn het kader van een veilige werkomgeving bij Defensie zijn in 2020 diverse beleidsaanpassingen in voorbereiding verder uitgewerkt:

  • Inmiddels zijn 36 van de 40 maatregelen uit het Plan van Aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ (ook wel het Plan van Aanpak Veiligheid genoemd) gerealiseerd. De laatste maatregelen worden in 2021 voltooid. De ADR is begin 2021 gestart met de evaluatie van het Plan van Aanpak Veiligheid. Deze is naar verwachting medio 2021 gereed.

  • De Agenda voor Veiligheid geldt als doorontwikkeling van het Plan van Aanpak Veiligheid en heeft als doel de voorwaarden voor het veilig werken in de organisatie te herstellen via vijf aandachtsgebieden: deskundigheid op de werkplek gegarandeerd; zeggenschap commandanten op niveau; balans tussen uitvoering en ondersteuning hersteld; werk- en leefomgeving op norm en risicomanagement ingevoerd. Elk defensieonderdeel heeft een specifiek plan gemaakt om bovengenoemde voorwaarden te verbeteren.

  • Met de invoering van Integraal Risicomanagement wil Defensie afwegingen en besluiten over risico’s in samenhang maken en zo gewogen prioriteiten stellen. Risicomanagement vormt naast beleid, borging en bewustzijn een basiscomponent van het veiligheidsmanagementsysteem. In 2020 zijn kennistafelsessies gehouden met alle defensieonderdelen om tot eenduidige risicomanagementinstrumenten te komen. Het Safety Institute van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) adviseert bij dit veranderproces voor veiligheid. Het NLR helpt bij het stellen van functionele eisen aan de IV/IT voor Integraal Risicomanagement (met focus op veiligheid).

  • De invoering van Structurele Gezondheidsmonitoring beslaat meerdere jaren fasegewijs en helpt om verbanden tussen werkomstandigheden en gezondheidsaandoeningen vast te stellen om zo tijdig preventieve maatregelen te nemen ter bescherming van de gezondheid en de veiligheid van het personeel. In 2020 zijn de data privacy impact analyse voltooid en de juridische grondslag geïnventariseerd met betrekking tot het ontsluiten van medische- en plaatsingsgegevens (eerste spoor). Het tweede spoor betreft historisch onderzoek waarbij wordt onderzocht hoe het verloop van de gezondheid van militairen is in relatie tot missies en reguliere bedrijfsvoering vanaf de jaren ‘90. Het derde spoor is de invoering van structurele gezondheidsmonitoring.

  • Het plan van aanpak ‘versterking van de sociale veiligheid binnen Defensie’ heeft in 2020 naast de reeds ingezette wijzigingen met betrekking tot versterking van de COID geleid tot het uitbrengen van infographics voor een meld- en klachtenprocedure, het inzetten van het actieonderzoek ‘versterken sociaal veilige cultuur’ en het ontwikkelen van toolkits die in 2021 worden uitgebouwd. De defensieonderdelen hebben, ondersteund door expertisecentra zoals het Expertise Centrum Leiderschap Defensie (ECLD) en de Centrale Organisatie Integriteit Defensie, het afgelopen jaar in hun opleidingen meer aandacht gegeven aan sociale veiligheid. Met het oog op de onafhankelijkheid is het Meldpunt Integriteit Defensie (MID) bemenst door een externe organisatie en is de COID direct onder de SG gepositioneerd. De ingezette koers met het plan van aanpak sociale veiligheid is, op het meld- en registratiesysteem en langer op functie na, grotendeels gerealiseerd maar vraagt blijvende aandacht. Door de komende jaren te investeren in het versterken van integriteitsmanagement en het herzien van het integriteitsstelsel worden waarborgen gerealiseerd om de ingezette koers op het gebied van sociale veiligheid voort te zetten.

Higher-risk ketensHet versterken van de higher-risk ketens c.q. processen (waaronder werken onder extreme temperaturen, het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht, het schieten, het duiken, de munitieketen en het gebruik van gevaarlijke stoffen zoals chroom 6) heeft het afgelopen jaar extra aandacht gekregen. Dat heeft onder meer geresulteerd in het publiceren van het ‘Handboek hitteletsel’. Rondom het hoog risico proces ‘Schieten’ met Klein Kaliber Wapens (KKW Schieten) zijn alle beleids- en uitvoeringsdocumenten met elkaar in lijn gebracht en gepubliceerd. Ook is een nieuw en vereenvoudigd ‘paars’ Functiehuis KKW ontwikkeld met 14 in plaats van 43 functionaliteiten. Op basis hiervan wordt de kennisrol centraal geborgd met een op te richten Joint Kenniscentrum KKW en de toezichtrol met een Joint Kwaliteitsbewaker. Ten aanzien van het hoog risico proces ‘Duiken’ heeft de Koninklijke Marine financiering voor 12 functies verzorgd in het kader van het verbeteren van Wapensysteem Management. De planning is om deze in 2021 te vullen. Daarnaast is de Instructie Werken onder Druk ontwikkeld, gecommuniceerd en gepubliceerd op het duikportaal van de Defensie Duik School. Verder zijn een risicoanalyse en veiligheidsplan aan operatieorders van duiken toegevoegd. Nog niet alles is echter gerealiseerd, alle maatregelen die Defensie heeft genomen om het proces te verbeteren, zullen in 2022 zijn voltooid.

Chroom-6 en risicobeheersing gevaarlijke stoffenOp 6 april 2020 heeft de Tweede Kamer de beleidsreactie ontvangen op het RIVM-onderzoek naar de gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling aan de stof hexamethyleen di-isocyanaat (HDI) uit Chemical Agent Resitant Coating (CARC) op de Prepositioned Organizational Materiel Storage (POMS)-locaties (Kamerstuk 35 300 X, nr. 63). Het laatste RIVM-onderzoek naar chroom-6 op de andere defensielocaties wordt in 2021 verwacht. Daarnaast zijn het afgelopen jaar de resterende maatregelen uit het plan van aanpak ‘Beheersing chroom-6’ volgens plan gerealiseerd. Zo is de IT voor blootstellingsgegevens en voor blootstellingsregistratie ontwikkeld, worden werkplaatsen planmatig gereinigd en is begonnen met het uitvoeren van audits. Dit alles zorgt ervoor dat er veiliger kan worden gewerkt met gevaarlijke stoffen. De infrastructurele maatregelen worden in de komende periode gerealiseerd. In de periodieke voortgangsrapportages op www.defensie.nl wordt meer gedetailleerd ingegaan op de maatregelen.

Visitatiecommissie Defensie & Veiligheid Op 1 februari 2021 is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de wijze waarop een vervolg zal worden gegeven aan de werkzaamheden van de Visitatiecommissie Defensie & Veiligheid nadat haar opdracht tot een einde is gekomen in 2021 (Kamerstuk 34919, nr. 76). In deze brief werden de kaders geschetst waarbinnen een vervolg zal worden gegeven aan de werkzaamheden van de commissie na het verschijnen van het laatste jaarrapport. Hierbij stonden drie elementen centraal: het versterken van de auditcapaciteit, de rol van de Inspectie Veiligheid Defensie en het vergroten van de transparantie over veiligheid. Wat betreft dit laatste punt zal in het jaarverslag van Defensie over 2021 de veiligheidsparagraaf worden uitgebreid, onder andere met de opvolging van aanbevelingen van inspecties en toezichthouders op het gebied van veiligheid.

3.4 Middelen

InvesterenHet investeringsprogramma is duidelijk zichtbaar in de aanzienlijke stijging van het aantal projecten in uitvoering: in het Defensie Projectenoverzicht van 2020 waren dat er 108, tegen 89 in 2018. Dit is ook te zien in de stijging van de investeringsquote. De voorspelbaarheid en schokbestendigheid van de materieelbegroting is verbeterd door het instellen van een Defensiematerieelbegrotingsfonds. De informatievoorziening is verbeterd door de meer integrale overzichten van materieel-, vastgoed- en IT-projecten in het Defensie Projectenoverzicht en de bijbehorende DPO-afwijkingsrapportage.

Momenteel zijn veel projecten in uitvoering hetgeen veel vergt van de «voorzien-in keten». Er is hard gewerkt en flink wat bereikt. Toch blijft er nog heel veel werk te verzetten en moeten steeds pijnlijke keuzes worden gemaakt binnen het beschikbare investeringsbudget voor zowel vastgoed, IT als materieel. Dit stelt ons voor uitdagingen binnen de materieel-, vastgoed- en IT-investeringen. De opgave van Defensie om te herstellen, te moderniseren en te versterken laat geen vrije ruimte binnen het budget. Dit is een proces van lange adem.

In 2020 zijn we met vijftien nieuwe DMP-projecten gestart, zoals de aanvulling van de inzetvoorraad Patriot PAC-3 raketten ten behoeve van de tweede hoofdtaak van Defensie (internationale missies), de vervanging van hulpvaartuigen en de Medium Range Air Defence interceptiecapaciteit. Andere projecten bestonden al langer en zijn naar een volgende fase overgegaan, zoals de vervanging van de Onderzeebootcapaciteit waar inmiddels de D-fase is begonnen. Over de start en de faseovergang van DMP-projecten zijn in 2020 vele DMP-brieven aan de Tweede Kamer verzonden.

Ook zijn er diverse contracten voor levering van materieel afgesloten, zoals voor de Midlife Update van de Fennek, voor het Combat Support Ship, voor de 127mm-kanons van de LC-fregatten en voor nieuwe militaire dieselquad-voertuigen. Bijzonder vermeldenswaardig is het contract voor het programma Grensverleggende IT dat na lange voorbereiding aan het eind van 2020 is gesloten. Daarmee is een belangrijke stap gezet om de IT-infrastructuur van Defensie hoogwaardig, betrouwbaar en toekomstbestendig te maken. In het verlengde van deze belangrijke eerste stap is in 2020 begonnen met de beloofde inventarisaties van de financiële exploitatie, investeringen en personeelsschaarste op het gebied van IT.

Bij defensiematerieel en vastgoed zijn de levertijden vaak lang. Toch hebben de geleverde inspanningen en investeringen in middelen in de afgelopen periode ook tot concrete resultaten geleid. Zo zijn in 2020 nieuwe brugleggende tanks geleverd, werden meer en meer nieuwe vrachtauto’s in gebruik genomen, is het aantal F-35’s in Nederland gegroeid tot zeven en zijn de eerste nieuwe Chinook-F helikopters ingestroomd. Ook zijn inmiddels de eerste militairen voorzien van een nieuwe helm.

In 2020 werd Nederland geconfronteerd met COVID-19, hetgeen ook voor investeringsprojecten consequenties had. Door bijvoorbeeld reisbeperkingen van personeel ondervinden projecten hinder. Hoewel in 2020 de vertraging kon worden beperkt, is de verwachting dat de effecten in 2021 toenemen. Door de aanhoudende strenge maatregelen tellen kleine vertragingen op en deze werken nog een lange tijd door in de hele keten van projecten. Niettemin zet Defensie alles op alles om investeringsprojecten snel en goed te realiseren en te blijven werken aan het herstellen en moderniseren. Daarom zal Defensie ook in 2021 weer een flink aantal brieven aan de Kamers versturen waarin projecten worden aangekondigd of waarin faseovergangen worden gemeld.

VoorradenNa een tijd waarin de voorraden zeer beperkt waren, heeft Defensie de afgelopen periode geïnvesteerd om de voorraden voor de tweede hoofdtaak weer op het vereiste niveau te brengen en zo te kunnen voldoen aan de inzetbaarheidsdoelstellingen uit de Defensienota 2018. In 2018 en 2019 zijn de voorraden operationele rantsoenen, brand- en bedrijfsstoffen en de geneeskundige verbruiksvoorraden voor de Snel Inzetbare Capaciteiten aangevuld. De aanvulling van munitievoorraden voor lopende en voorziene missies is eind 2020 gerealiseerd. Verder zijn er stappen gezet om de kapitale munitievoorraden aan te vullen. We zijn er nog niet. Het aanvullen van voorraden voor de tweede hoofdtaak en voorraden voor opleiding en training kost tijd (en geld). In 2021 start het project ‘aanvulling inzetvoorraad reservedelen’ om de inzetvoorraad wapensysteemgebonden artikelen verder aan te vullen voor de tweede hoofdtaak. De reeds aanwezige voorraad reservedelen wordt daarmee verder aangevuld voor missies en operaties.

Tegelijkertijd groeit het belang van de eerste hoofdtaak. Voor de eerste hoofdtaak heeft Defensie momenteel onvoldoende voorraden. In het kader van de eerste hoofdtaak (Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk) wordt het Beleidskader Inzetvoorraden geactualiseerd en worden nieuwe normen vastgesteld. Dit gebeurt mede op basis van de eisen die de NAVO aan ons stelt op het gebied van strategische voorraden. In de Defensievisie 2035 is inzichtelijk gemaakt welke stappen Defensie zou moeten zetten om de voorraden voor de eerste hoofdtaak aan te vullen en zijn deze stappen op hoofdlijnen financieel gekwalificeerd, inclusief tweede en derde orde effecten. Het is aan een volgend kabinet om te besluiten over de eventuele groei naar grotere voorraden voor de eerste hoofdtaak.

CyberDe afgelopen jaren is het belang van het cyberdomein fors toegenomen. Om focus aan te brengen in de cyberambities van Defensie heeft het ministerie in 2018 de Defensie Cyber Strategie opgesteld. Door het beschikbare budget zijn niet alle ambities uit deze Strategie waargemaakt. Er zijn op een flink aantal onderwerpen eerste stappen gezet zodat Defensie enerzijds intern een doorontwikkeling kon doormaken binnen het cyberdomein. Extern heeft Defensie zich ontwikkeld tot een betrouwbare partner voor andere (Rijksoverheid)partijen.

De interne doorontwikkeling heeft geleid tot het een forse uitbreiding van het aantal cyberreservisten waar de gehele krijgsmacht een beroep op kan doen. Daarnaast zijn het Defensie Cyber Commando (DCC) en de MIVD verder gegaan met de ontwikkeling van de gezamenlijke Cyber Missie Teams. Om te kunnen blijven innoveren en minder afhankelijk te zijn van marktpartijen is een kwartiermaker voor de Cyber Innovation Hub aangenomen. Hier kunnen departementen, bedrijven en onderzoeksinstellingen samen werken aan innovaties. Tenslotte is in het kader van transparantie in dit groeiende domein een apart hoofdstuk Cyber toegevoegd aan de begroting 2020 (net als in 2019).

Extern heeft Defensie zich het afgelopen jaar steeds meer ontwikkeld tot structurele en betrouwbare partner voor andere partijen. Zo heeft Defensie het convenant Nationaal Respons Netwerk getekend om wederzijdse assistentie bij nationale crises mogelijk te maken. In EU-verband is Nederland een trekker in het Permanent Structured Cooperation (PESCO)-initiatief Rapid Response Teams. Samen met andere EU-landen wordt op deze manier kennis en expertise uitgewisseld en wordt er samen opgetrokken om te kunnen reageren op incidenten in de deelnemende landen. Onder coördinatie van het Nationaal Cyber Security Centrum is Defensie bij steeds meer Information and Analysis Centres aangesloten om vroegtijdig cyberinformatie te kunnen delen. Tenslotte is de MIVD aangesloten bij de Cyber Intel/Info Cell (CIIC) waarmee de dienst gerubriceerde informatie kan delen zodat andere deelnemers zorgvuldigere afwegingen kunnen maken.

VastgoedMet het strategisch vastgoedplan (2019, Kamerstuk 33763, nr. 151 ) is opdracht gegeven inzicht te geven om het vastgoed van Defensie op een adequaat peil te brengen en in de tussentijd zijn er ook veel inspanningen verricht voor het op orde krijgen van de portefeuille, wat een majeure opgave is. Er is onder andere onderzoek gedaan naar handelingsperspectieven om het verschil tussen beschikbaar en benodigd budget te kunnen verkleinen. Daarnaast is in 2020 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar het vastgoed van Defensie gestart. Hierin wordt onderzocht wat de meest doelmatige set aan maatregelen is om het vastgoed van Defensie op orde te krijgen. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2021 over de uitkomsten geïnformeerd. Om te voorkomen dat de staat van het vastgoed verder achteruit gaat, is voor de korte termijn aanvullend budget beschikbaar gesteld, dat ten laste gaat van diverse materieel investeringsprojecten. Dit aanvullende budget wordt ingezet voor het verbeteren van de kwaliteit van het vastgoed en op het herstel van storingen en defecten. Er zijn diverse programma’s opgestart om meer inzicht in de staat van ons vastgoed te krijgen om zo de juiste ingrepen op de juiste plaatsen te kunnen doen. Het verkleinen van het verschil tussen beschikbaar en benodigd budget is een zeer omvangrijke opgave waarvoor langjarig commitment nodig is. Wij stellen vast dat er inmiddels veel stappen in de goede richting gezet zijn, er is echter sprake van een traject dat tijd vergt waardoor verbeteringen en resultaten de komende jaren stapsgewijs zichtbaar zullen worden.

In 2020 is begonnen met het verbeteren van de kwaliteit van de legeringskamers, is in Ermelo een geneeskundig centrum opgeleverd en een tandheelkundig centrum in Badhoevedorp. Verder is geïnvesteerd in (interim) keukens in Assen, Doorn en Schaarsbergen. Daarnaast is in 2020 de portefeuille brede voorbereiding van de objectgerichte revitalisering van het Defensie vastgoed verder uitgebreid en zijn grote stappen gezet zoals de goedkeuring van de revitalisering van de Bernhardkazerne in Amersfoort. Voor de verhuizing van de Mariniers en MARSOF is in 2020 gewerkt aan de herbelegging van Kamp Nieuw Milligen. Hierover bent u met de A-brief van 20 januari 2021 (Kamerstuk 27830, nr. 328) geïnformeerd. Op het gebied van individuele nieuwbouwprojecten is in 2020 de realisatie van bijvoorbeeld de schietfaciliteiten voor de Special Forces, de motoren onderhoudsfaciliteit op Woensdrecht en het Tech Center Land voor het Commando Landstrijdkrachten verder voorbereidt.

Duurzaamheid Defensie heeft met de uitvoering van haar taken impact op het milieu en de omgeving. Op onze kazernes verbruiken we gas en elektriciteit voor vastgoed. Vliegen, varen en rijden met ons materieel gaat onvermijdelijk gepaard verbruik van voornamelijk fossiele brandstof.

Defensie heeft daarom belang bij een duurzame en omgevingsbewuste krijgsmacht die rekening houdt met klimaatverandering en anticipeert op de energietransitie. Vanuit het programma energietransitie Defensie zijn de energiedoelstellingen uit de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019–2022 (Kamerstuk 33763, nr. 152) uitgewerkt in het Plan van aanpak energietransitie Defensie (Kamerstuk 34919, nr. 74). Dit plan beoogt de verduurzaming van Defensie explicieter in de reguliere bedrijfsvoering op te nemen en in de verwervingsprocessen te verankeren. Hiervoor treffen we de komende jaren maatregelen op basis van de uitgangspunten: ‘biggest bang for the buck’; operationele meerwaarde, een rendabele business case en innovatie als aanjager voor energietransitie. Zoals onder andere een experimentele toepassing van de onderwaterspoiler op Zr.Ms. Zeeland.

De overige twee DEOS-speerpunten ‘circulaire economie’ en ‘omgeving’ zijn uitgewerkt in meer specifieke doelstellingen en maatregelen voor de periode 2019-2022 en opgenomen in actieplannen. Over de resultaten en het energieverbruik wordt in de bedrijfsvoeringsparagraaf gerapporteerd.

Programma LuchtruimherzieningSamen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en Maastricht Upper Air Control Centre (MUAC) werkt Defensie aan een nieuwe, toekomstbestendige en adaptieve indeling van het Nederlandse luchtruim. De Luchtruimherziening is gericht op het bereiken van drie samenhangende doelen: verruiming van de militaire missie effectiviteit en de civiele capaciteit, efficiënter gebruik en beheer van het luchtruim en beperking van klimaateffect en hinder in de omgeving. In 2020 is er gewerkt aan het opstellen van de ontwerp-Voorkeursbeslissing (ontwerp-VKB). De ontwerp-VKB bevat een conceptueel plan voor de hoofdstructuur van het toekomstig Nederlandse luchtruim en een nieuw operationeel concept voor de afhandeling van het verkeer. De ontwerp-VKB wordt onderbouwd door een onafhankelijk opgestelde milieueffectrapportage (MER) in de vorm van een plan-MER. De ontwerp-VKB is in januari 2021 gepubliceerd en opengesteld voor zienswijzen. Daarnaast is in de zomer van 2020 gestart met een gezamenlijke haalbaarheidsstudie met Duitsland naar een grensoverschrijdend militair oefengebied. In november is de samenwerking met Duitsland bestuurlijk bekrachtigd met een Joint Declaration of Intent.

LuchthavenbesluitenVoor de luchthaven Gilze-Rijen is in 2020 een aantal maatregelen en voornemens gepresenteerd die een gedragen luchthavenbesluit dichterbij moeten brengen. De Kamer is hierover geïnformeerd in een brief van 21 april 2020 (Kamerstuk 31 936, nr. 738). Op 8 september 2020 is de Informatienota naar aanleiding van zienswijzen over MER en ontwerp-luchthavenbesluit Gilze-Rijen gepresenteerd. Deze Informatienota geeft antwoord op een groot aantal vragen die zijn gesteld in de zienswijzen ontvangen in reactie op de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Deze informatienota is aan alle indieners van zienswijzen en aan de Commissie voor Overleg en Voorlichting Milieu Gilze-Rijen gestuurd en openbaar gemaakt op de website van Defensie.

Om tot een gedragen luchthavenbesluit voor Gilze-Rijen te komen is in 2020 besloten voorrang te geven aan het luchthavenbesluit De Peel. De luchthavenbesluit De Peel en Gilze-Rijen worden daarom niet parallel, maar volgtijdelijk voorbereid Hierdoor is meer tijd nodig voor de totstandkoming van deze luchthavenbesluiten. Daarom is op 10 december 2020 het wetsvoorstel «Verlenging van de termijn gedurende welke aanwijzingen krachtens de Luchtvaartwet van militaire luchtvaartterreinen hun geldigheid behouden en invoering van een jaarlijkse rapportageplicht» bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstuk 35 674, nr. 2).

Gezien de stikstofproblematiek in De Peel en de nabijheid van een aantal Natura 2000-gebieden is met het oog op de voorgenomen activering van de vliegbasis De Peel een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist. Dit is een noodzakelijke eerste stap in de voorbereiding van het luchthavenbesluit. Daarnaast wordt in 2021 gewerkt aan de Reactienota, waarin antwoord wordt gegeven op de ingediende zienswijzen en adviezen.

Ook in de voorbereiding van het luchthavenbesluit voor de vliegbasis Woensdrecht speelt stikstof een belangrijke rol. Ook hier geldt dat eerst voor alle voorgenomen activiteiten een aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming moet zijn ingediend, voordat het luchthavenbesluit kan worden afgemaakt. Voor een groot deel van de activiteiten is dat al gebeurd, maar een aantal voorziene nieuwe activiteiten is nog niet vergund. Tegen deze eerdere Wnb-vergunningen voor de vliegbasis Woensdrecht, de eerste uit 2012 voor de herinrichting van de vliegbasis en de tweede uit 2018, voor de motorenwerkplaats en de testcell voor de motor van de F-35, zijn beroepsschriften ingediend. Naar verwachting zal de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de eerste helft van 2021 hierover uitspraak doen. Deze uitspraak is van belang om de juiste insteek van de derde vergunningaanvraag te kiezen. Als ook deze vergunning is aangevraagd, kan de voorbereidingsprocedure voor het luchthavenbesluit worden voortgezet, te beginnen met de actualisering van de reeds uitgevoerde MER.

3.5 Manieren

Vereenvoudiging regelgeving en processenMede in het kader van de beoogde wendbaarheid en het verminderen van bureaucratie zijn de activiteiten voortgezet om regelgeving en processen te vereenvoudigen. De regeling Zelfstandige Kleine Aankopen (ZKA) biedt commandanten de mogelijkheid om snel in kleine behoeften te voorzien. Besloten is deze regeling structureel in te voeren. In 2019 is als pilot een vergelijkbare regeling gestart voor kleine aanpassingen aan infrastructuur. Deze pilot zal in 2021 worden geëvalueerd.

Op het gebied van regelgeving is in 2020 een defensiebrede inventarisatie gestart om alle interne regelgeving te voorzien van metadata om de vindbaarheid van regelgeving en de beheersbaarheid via het centrale defensie publicatieportaal te verbeteren. Deze aanpassing van het publicatieportaal is naar verwachting in het tweede kwartaal 2021 gereed. Bij vereenvoudiging van regelgeving gaat het ook om het schrappen of actualiseren van regels die achterhaald zijn. Daar is blijvende aandacht voor nodig om regelgeving actueel te kunnen houden.

Daarnaast zijn we in 2020 verder gegaan met het vereenvoudigen van defensiebrede processen op basis van hinderervaringen vanuit de defensieonderdelen, waarbij we ook beoordelen of bevoegdheden kunnen worden gemandateerd naar lagere niveaus in de defensieorganisatie en overbodige processtappen worden geschrapt. Dit heeft onder meer geleid tot het project om het huidige behoeftestellingsproces (Aanvraag tot Behoeftestelling (ATB) defensiebreed te vereenvoudigen en te digitaliseren. Het ontwerp hiervoor is in samenwerking met alle defensieonderdelen in 2020 uitgewerkt en een digitaal prototype is met positieve resultaten getest. De defensiebrede uitrol, ondersteund door DOSCO en DMO/JIVC is voorzien in het tweede kwartaal van 2021.

Een ander voorbeeld van het vereenvoudigen en versnellen van met name administratieve processen is de inzet van Robotic Process Automation (RPA). Bij de toepassing van RPA worden virtuele, softwarematige robots ingezet die binnen bestaande (combinaties van) applicaties routinematige processen kunnen uitvoeren. Het proces verloopt hierdoor sneller en de door RPA ondersteunde medewerkers zijn minder tijd kwijt aan routinematig werk. Inmiddels worden er binnen Defensie nu al ruim 60 software-robots ingezet.

Defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF)In 2020 hebben de Tweede en Eerste Kamer ingestemd met het geamendeerde wetsvoorstel dat de basis vormt voor het defensiematerieelbegrotingsfonds (DMF). Naar aanleiding van het aangenomen amendement Voordewind (Kamerstuk 35280, nr. 15) is het oorspronkelijke artikel 1 (Materieel) opgesplitst in artikelen voor defensiebreed materieel, maritiem materieel, land materieel en lucht materieel. Deze opsplitsing kan het budgetrecht van de Kamer verder versterken.

Op Prinsjesdag 2020 is de ontwerpbegroting van het DMF voor het jaar 2021 (Kamerstukken 35 570 K, nrs. 1-2) aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. De begroting 2021 van het DMF is de eerste officiële begroting van het DMF. Daarmee wordt invulling gegeven aan de in het Regeerakkoord aangekondigde vergroting van de voorspelbaarheid en schokbestendigheid van de defensiematerieelbegroting. Om de verstorende werking van valutaschommelingen op de defensiebegroting op te lossen, heeft het kabinet de afspraak gemaakt dat mee- en tegenvallers als gevolg van valutaontwikkelingen voortaan als niet-plafondrelevante mutaties worden verwerkt. Deze komen daardoor direct ten gunste of ten laste van het EMU-saldo. In het jaar 2022 en daarna zal over de begroting van het DMF een separaat jaarverslag worden aangeboden.

SamenwerkingIn 2020 is de samenwerking met partners binnen het Koninkrijk en daarbuiten en binnen internationale organisaties verder toegenomen.

Civiel-militaire samenwerkingDe civiel-militaire samenwerking in Nederland is in 2020 verder versterkt, onder meer door deelname aan het Brede Offensief Tegen de Ondermijnende Criminaliteit (BOTOC), het investeren in militaire mobiliteit en het oprichten van het Territoriaal Operatiecentrum (TOC). Daarnaast staan we kort voor de realisatie van de ‘Intensivering in het kader van de Landenpakketten’ in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waarbij Defensie (met name de KMar) een prominente rol speelt.

NAVODefensieplanning van de NAVO is een continue proces om de snel veranderende veiligheidsomgeving ten allen tijde het hoofd te kunnen bieden. In 2020 werkte de NAVO in het kader van het zogeheten NATO Warfighting Capstone Concept’ (NWCC) aan concepten die beschrijven hoe afschrikking en de verdediging van het NAVO-het verdragsgebied er over 20 jaar uit dient te zien. Deze concepten worden in 2021 afgerond. Op politiek-strategisch niveau vroeg de SG NAVO een groep van 10 onafhankelijke experts uit diverse landen een rapport te schrijven met aanbevelingen om de NAVO te versterken in het kader van het Forward Looking Reflection Process (of: NAVO 2030). De Nederlandse CEO van PostNL was één van de experts van de reflectiegroep. Het rapport van dit toekomstgerichte denkproces werd eind november 2020 aan de SG NAVO aangeboden.

EUIn het najaar van 2020 werd een akkoord bereikt over het Raadsbesluit dat deelname door derde landen aan PESCO-projecten mogelijk maakt. Ook werd een akkoord bereikt over de Europese Vredesfaciliteit (EPF), die voorziet o.a. in ruimere gezamenlijke financieringsmogelijkheden van de kosten van EU-missies en operaties en in steun voor vredesoperaties van derde landen en organisaties (o.a. Afrikaanse Unie) en capaciteitsopbouw van statelijke actoren inzake veiligheid en defensie.

In 2020 werd tevens een akkoord bereikt over het EU meerjarig financieel kader (MFK) 2021 ‒ 2027. Onder het MFK is o.a. € 7,953 miljard beschikbaar gesteld voor het Europees Defensiefonds, waarvan de vaststelling van het eerste werkprogramma wordt voorzien in mei 2021. Voorts is eind 2020 het eerste Coordinated Annual Review on Defence (CARD)-rapport aangenomen. Het rapport biedt een overzicht van de belangrijkste trends in het EU Defensielandschap op het gebied van o.a. defensie-uitgaven, planning en mogelijkheden voor samenwerking. Tot slot heeft de strategische evaluatie van PESCO plaatsgevonden, waarmee de eerste fase van PESCO (2017–2020) is geëvalueerd en richting wordt gegeven aan de tweede fase van PESCO (2021–2025).

Andere multilaterale foraNederland maakt zich sterk voor samenwerking in multilaterale fora, waaronder de Northern Group, het European Intervention Initiative (EI2) en de Joint Expeditionary Force (JEF). Ondanks COVID-19 waren de deelnemende landen op verschillende niveaus in staat om virtueel bijeen te blijven komen. Met name binnen EI2 is veel aandacht besteed aan de bestrijding van de COVID-19 pandemie, en de rol van Defensie daarin, en zijn er bijeenkomsten georganiseerd om daarover van gedachten te wisselen en informatie te delen.

Internationale partnersOndanks het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, blijven het Verenigd Koninkrijk en Nederland op defensiegebied nauw samenwerken. Daarnaast is ook de samenwerking met andere internationale partners in 2020 verder ontwikkeld, enkele voorbeelden:

  • Force protection van een Belgisch F-16-detachement dat vanaf oktober 2020 in Jordanië wordt ingezet in de strijd tegen ISIS in Irak en Noordoost Syrië.

  • Gezamenlijke aanschaf nieuwe mijnenbestrijdingscapaciteit en nieuwe fregatten met België.

  • Certificering van het Composite Special Operations Component Command (CSOCC) (Nederland, België en Denemarken). Deze snel inzetbare capaciteiten staan gedurende geheel 2021 gereed voor inzet op verzoek van de NAVO.

  • Samenwerking met Duitsland voor de gezamenlijke vervanging van de Nederlandse Luchtverdedigings- en Commandofregatten en de Duitse F124 Sachsen-fregatten en de ontwikkeling van een nieuw type antitankwapen en verwerving van materieel voor elektronische oorlogsvoering.

  • Coördinatie van Franse, Britse en Nederlandse nationale inspanning gedurende de eerste golf van COVID-19 in het Caribisch gebied. Op het Franse eiland Martinique was daartoe een militair coördinatiepunt ingericht, waar Defensie onderdeel van uitmaakte.

  • De Joint Arctic Training (koudweertraining) van het Nederlandse Korps Mariniers in Noord-Noorwegen, waarbij sinds januari 2020 vanaf de locatie Skjold wordt getraind. Ook de Joint Mountain Training vindt sinds 2020 wederom in Noorwegen plaats.

  • Het Raamverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika op het gebied van defensieaangelegenheden dat in juli 2018 werd getekend, is (na ratificatie in het afgelopen jaar) op 1 november 2020 in werking getreden.

Vernieuwend samenwerkenDefensie heeft in 2020 met partners ingezet op het vergroten van de flexibiliteit en de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Zo zijn met diverse werkgevers uitwisselingen gestart die Defensie extra specialistische capaciteit opleveren. Bijvoorbeeld bij de genie zijn de eerste reservisten rechtstreeks aangesteld vanuit de bouwsector. En de 13e Lichte brigade en de provincie Limburg doen een pilot rondom de BOA-opleiding.

Defensity College had in 2020 ongeveer 200 studenten in het programma. De belangstelling voor dit programma onder universitaire studenten is het afgelopen jaar toegenomen. In 2020 heeft Defensity College een uitbreiding naar hbo’s voorbereid, die 2021 van start kan gaan. Afgelopen jaar is alvast een pilot gedaan tussen de genie en de Hogeschool Utrecht, die heeft geresulteerd in de aanname van zes reservisten of werkstudenten.

Daarnaast is samengewerkt met het bedrijfsleven om gekwalificeerd personeel over te nemen dat momenteel wordt ontslagen door de COVID-19-crisis. Samen zijn eind 2020 de eerste matches gemaakt met de maritieme sector, wat ertoe leidt dat in 2021 de eerste mensen beschikbaar zijn. Partners uit de maritieme sector hebben Defensie daarnaast professioneel en onder hoge tijdsdruk ondersteund bij de berging van de NH-90 in het Caribisch gebied.

Met energiebedrijven, ministeries, het Rijksvastgoedbedrijf, lokale overheden en investeerders is in 2020 begonnen met de uitwerking van regionale business cases en green deals voor de verduurzaming en renovatie van een aantal kazernes. Deze uitwerking loopt nog door in het eerste kwartaal van 2021, waarbij ook inverdienmogelijkheden door opwekkings- of opslagmogelijkheden vanaf defensieterreinen worden onderzocht.

ConflictpreventieHet in 2019 opgerichte Team Conflictpreventie heeft zich in 2020 onder andere bezig gehouden met de doorontwikkeling van een proces dat Defensie (beter) in staat moet stellen om strategisch vooruit te kijken. Dit maakt het mogelijk om de activiteiten van Defensie meer op preventie te richten. Daarnaast heeft het team bijgedragen aan verschillende opleidingstrajecten en producten ontwikkeld om de kennis over conflictpreventie binnen Defensie te vergroten. Ook zijn er studies uitgevoerd op het gebied van security sector reform en conflictsensitiviteit. Het team heeft ook bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van early warning & early action in interdepartementaal verband.

Hybride dreigingenDe Counter Hybrid Unit (CHU) is als adviseur en deelnemer aangehaakt bij een experiment van de 13e Lichte brigade in de vorm van een Tactical Information Manoeuvre Team (TIMT). Het TIMT experimenteert met experts op het gebied van understand en influence in de cognitieve en virtuele dimensie samen met een ‘klassieke’ infanterie-eenheid om het tactisch landoptreden in het moderne gevechtsveld in een hybride scenario te onderzoeken. Dit experiment wordt in 2021 voortgezet.

Kennis en innovatieIn 2020 heeft Defensie geïnvesteerd in onderzoek, technologieontwikkeling en innovatie. Dat is nodig om voor te blijven op mogelijke tegenstanders en onze medewerkers te beschermen en toe te rusten. De in 2020 geactualiseerde Strategische Kennis- en Innovatie Agenda (SKIA) berust op deze uitgangspunten. De SKIA legt accenten op onderzoek naar nieuwe technologieën, verduurzaming en arbeidsextensivering, het borgen van kort-cyclisch innoveren en versterkte samenwerking met onze kennis- en innovatiepartners.

De vernieuwing en de versterking van het defensieonderzoek bij MARIN, NLR en TNO is in 2020 doorgegaan, onder andere met onderzoek naar energie wapens, elektronische oorlogvoering en gebruik van de ruimte. In het kader van het Missiegedreven Topsectoren en Innovatiebeleid (Kennis en Innovatie Agenda Veiligheid) is Defensie begonnen met de voorbereiding van defensiegerelateerd onderzoek bij universiteiten. Defensie is in 2020 toegetreden tot de Nederlandse AI Coalitie, om optimaal aan te sluiten bij de AI-ontwikkelingen in het civiele domein. In NAVO-verband draagt Defensie sinds 2020 bij aan onderzoek ten behoeve van de NAVO Emerging & Disruptive Technologies Roadmap (2019), onder meer naar de dreiging van hypersone wapens. In het licht van de oprichting van het Europees Defensiefonds (2021) hebben Defensie, EZK, kennisinstellingen en bedrijven specifieke aandachtsgebieden geformuleerd, onder meer op het terrein van maritieme innovatie, sensoren, cyber en autonome systemen. Ook is een begin gemaakt met het voorzien in de noodzakelijke middelen voor cofinanciering, met een voorziening op de MinEZK-begroting.

Defensie heeft in 2020 geïnvesteerd in kort-cyclisch innoveren, via het stimuleren, experimenteren en opschalen van innovaties. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en andere innovators, zoals universiteiten en regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Deze samenwerking heeft eind 2020 een belangrijke impuls gekregen met de oprichting van de Task Force Kort-Cyclisch Innoveren, met deelname van CLAS, FME en diverse koepelorganisaties.

In 2020 zijn de uitgaven aan onderzoek, technologieontwikkeling en kennisgebruik (ter ondersteuning van investeringsprojecten) gestegen. Dat resulteert in een hoger EDA-percentage en bijbehorende KPI van 1,4%.

Figuur 6 KPI-tabel

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 1 Realisatie beleidsdoorlichtingen

Artikel

Naam artikel

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Geheel artikel?

1

Inzet

x

      

nee

1

Inzet

   

x

   

nee

2

Koninklijke Marine

  

x

    

nee

3

Koninklijke Landmacht

   

x

   

nee

3

Koninklijke Landmacht

     

x

 

nee

4

Koninklijke Luchtmacht

     

x

 

nee

5

Koninklijke Marechaussee

        

6

Investeringen

        

7

Defensie Materieel Organisatie

        

8

Defensie Ondersteuningscommando

 

x

     

nee

9

Algemeen

        

10

Apparaat Kerndepartement

        

11

Geheim

        

12

Nog onverdeeld

        

Overzicht risicoregelingen

Per 31 december 2020 bestaan er twee openstaande garanties. De eerste betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2020 heeft geen uitkering plaatsgevonden. De tweede betreft een garantstelling aan de stichting Power Of Freedom. Deze stichting organiseert de Invictus Games. Met de garantstelling ondersteunt Defensie de Stichting financieel met een bijdrage van maximaal € 4.000, waar de Stichting een beroep op kan doen in geval van een dreigend cashflow probleem bij de afwikkeling van de financiën van de Invictus Games. Het evenement is in 2020 vanwege COVID-19 niet doorgegaan en verplaatst naar 2022. In 2020 heeft geen uitkering plaatsgevonden.

4 Beleidsartikelen

4.1 Beleidsartikel 1 Inzet

A. Algemene doelstelling

Defensie beschermt wat ons dierbaar is. Die opdracht is een afgeleide van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en de Grondwet. Deze leidt tot drie hoofdtaken:

  • 1. Bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • 2. Bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.

  • 3. Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Alle drie de hoofdtaken vergen meer inzet vanwege de toegenomen instabiliteit in de wereld. Om deze taken te kunnen uitvoeren stelt Defensie militaire eenheden gereed die daarvoor kunnen worden ingezet.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen en daadwerkelijk inzetten van eenheden om de veiligheid van het eigen en bondgenoot-schappelijk grondgebied te handhaven. Verder is de Minister in samenwerking met bondgenoten verantwoordelijk voor de uitvoering van bijdragen aan missies voor conflictpreventie, crisisbeheersing en vredesopbouw, zowel in Europa als daarbuiten. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt daarmee bij aan de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. De eenheden kunnen ook worden ingezet ten behoeve van nationale taken en het verlenen van (internationale) noodhulp.

Beleidsartikel 1 Inzet biedt een overzicht van de gehele inzet van de krijgsmacht. Dit betreft de bijdragen van Defensie aan onder andere crisisbeheersingsoperaties, contributies aan gezamenlijk gefinancierde NAVO- en EU-operaties, inzet voor nationale en koninkrijkstaken en overige inzet. In Beleidsartikel 1 is de verantwoording opgenomen van de additionele uitgaven voor inzet onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten. In de beleidsartikelen 2 tot en met 5 wordt de taakuitvoering verantwoord van de marine, landmacht, luchtmacht, marechaussee en de aan hen gemandateerde inzet, voor zover deze niet valt onder artikel 1.

C. Beleidsconclusies

Nederlandse militairen zijn in 2020 wederom breed ingezet voor vrede en veiligheid. In 2020 zijn 2.946 militairen uitgezonden geweest. Nederland heeft voor de vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid ongeveer 900 militairen geleverd aan de multinationale battlegroup onder leiding van Duitsland in Litouwen. In de strijd tegen ISIS stelde Nederland in 2020 ongeveer 400 militairen beschikbaar, zowel voor de training als Advise & Assist van Iraakse strijdkrachten inclusief de Koerdische Peshmerga. Ook is eind 2020 gestart met de bijdrage van een Force Protection eenheid ter beveiliging van Belgische F-16 jachtvliegtuigen in Jordanië. Daarnaast voorzag Nederland met een Target Support Cell (TSC) en een Processing Exploitation and Dissemination (PED) capaciteit in een behoefte binnen het inlichtingen- en doelontwikkelingsproces van de Anti-ISIS coalitie en de Resolute Support missie. In 2020 heeft Nederland met ongeveer 900 militairen een bijdrage geleverd aan Resolute Support, de NAVO-missie in Afghanistan. De bijdrage met een met Duitsland samenwerkend team van Special Operations Forces (SOF) adviseurs en ondersteunende troepen ten behoeve van de training, advisering en begeleiding van Afghan Special Security Forces (ASSF) is eind 2020 afgebouwd naar monitoring van een Afghaanse National Mission Unit te weten de ATF 888. De samenstelling van het DEU/NLD SOF-team is daarmee verminderd naar 5 NLD en 2 DEU militairen. Eind 2020 is de Nederlandse bijdrage aan Resolute Support met een aanvullend Force Protection peloton uitgebreid. Ook leverde Nederland in 2020 een bijdrage aan de missie EMASOH in Dubai. De bijdrage met het Nederlandse fregat Zr.Ms. De Ruyter liep van 18 februari tot 8 juni 2020. De bijdrage met enkele stafofficieren in het hoofdkwartier van EMASOH is gecontinueerd. Voorts leverde Nederland in 2020 een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten, waaronder United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali (MINUSMA), European Union Training Mission (EUTM) Mali, European Union Liaison and Planning Cell (EULPC) in Tunis, European Union Naval Force Mediterranean (EUNAVFOR MED) IRINI in Rome, European Union Naval Force Mediterranean (EUNAVFOR MED) ATALANTA in Rota, UN Disengagement Observer Force (UNDOF), United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL), United States Security Coordinator (USSC), United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) en Combined Maritime Force (CMF) in Bahrain.

Figuur 7

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 1 Inzet (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

739.915

136.386

220.811

149.074

109.841

171.298

‒ 61.457

        

Uitgaven

277.213

198.791

232.001

167.502

153.751

195.247

‒ 41.496

Waarvan juridisch verplicht

    

71%

15%

 

Opdrachten

277.213

198.791

232.001

167.502

153.751

195.247

‒ 41.496

- Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

275.226

197.553

226.651

163.128

127.381

187.882

‒ 60.501

- Financiering nationale inzet krijgsmacht

1.787

1.238

1.669

1.415

20.198

3.252

16.946

- Overige inzet

200

 

3.681

2.959

6.172

4.113

2.059

        

Programma-ontvangsten

55.395

20.569

36.119

11.140

6.638

2.907

3.731

- Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

55.346

20.569

34.614

10.371

6.173

1.407

4.766

- Overige inzet

49

0

1.505

769

465

1.500

‒ 1.035

Toelichting algemeen

In artikel 1 Inzet worden alleen uitgaven voor inzet begroot en verantwoord mits:

  • 1. deze uitgaven additioneel zijn. Dit betekent dat vormen van inzet budgettair niet in dit artikel zichtbaar zijn indien geen sprake is van aanvullende uitgaven ten opzichte van de uitgaven voor gereedstelling en instandhouding binnen de artikelen van de operationele commando’s (bijvoorbeeld de inzet van helikopters voor Search and Rescue) of indien deze worden verrekend met tweeden of derden (bijvoorbeeld noodhulp die wordt verrekend met het Ministerie van Buitenlandse Zaken).

  • 2. deze inzet onder directe verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten wordt uitgevoerd. Verschillende vormen van inzet zijn gemandateerd aan de operationele commando’s, zoals de inzet voor de Kustwacht, en worden daarom bij die artikelen begroot en verantwoord.

Om het geïntegreerde karakter te borgen wordt besluitvorming over het Budget Internationale Veiligheid interdepartementaal voorbereid en uitgevoerd.

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen is € 61,5 miljoen lager ten opzichte van de vastgestelde begroting. Dit komt met name doordat de vrije ruimte/ voorziening BIV/HGIS niet volledig is aangewend voor het aangaan van nieuwe missies of verlenging van bestaande missies.

Toelichting crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS)

Uitgaven

Tabel 3 Crisisbeheersingsoperaties (BIV/HGIS) Bedragen x € 1.000
     

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2016

2017

2018

2019

2020

2020

 

Uitgaven missies

       

AFGHANISTAN

18.271

14.636

17.968

39.498

24.533

24.000

533

STRIJD TEGEN ISIS (ATF ME & CBMI)

110.152

39.077

86.935

6.474

1.874

0

1.874

Veiligheidsinzet in IRAK

   

11.827

8.365

0

8.365

NMI

   

268

239

0

239

MINUSMA

80.174

66.388

47.804

27.340

5.417

15.500

‒ 10.083

eFP

 

20.329

24.991

37.212

27.540

30.000

‒ 2.460

MISSIES ALGEMEEN

8.618

11.110

10.550

3.314

5.477

9.000

‒ 3.523

Uitgaven contributies

26.254

27.979

28.391

23.601

28.015

35.500

‒ 7.485

Personeelszorg

    

6.611

 

6.611

EUCAP SAHEL NIGER

   

161

77

1.200

‒ 1.123

EULEX

320

82

36

4

0

175

‒ 175

EU ATALANTA

9.403

4.901

2.798

186

79

 

79

EUTM MALI

81

72

20

173

200

500

‒ 300

EU NAVFOR MED

1.943

860

280

185

15

 

15

EMASOH

    

10.057

 

10.057

UNTSO

633

877

963

838

661

900

‒ 239

UNMISS

1.029

453

581

362

9

 

9

UNDOF

203

159

160

183

226

160

66

UNIFIL

 

55

199

147

73

175

‒ 102

NS2AU

70

82

63

108

49

 

49

CMF

241

260

277

244

276

260

16

NLTC

226

73

67

64

55

250

‒ 195

FSE MIRAGE

856

1.076

1.495

2.429

1.308

 

1.308

Snelle Inzetbare Capaciteiten (SIC)

  

849

7.727

5.921

4.461

1.460

USSC

   

459

303

 

303

Beëindigde missies

16.752

9.084

2.223

326

   

Totale uitgaven aan missies

275.226

197.553

226.651

163.128

127.381

122.081

5.300

Gereserveerde bijdrages

       

Voorziening Rapid Responce Pool tbv FRONTEX

     

1.800

 

Voorziening HGIS

     

64.001

 

Totale budget CBO/BIV

     

187.882

 

In bovenstaande tabel wordt bij de stand begroting 2020 weergegeven hoeveel budget begroot was en gerealiseerd is per missie. Hieronder worden de verschillen groter dan € 5 miljoen per missie toegelicht.

Veiligheidsinzet in Irak

Besluitvorming over de deelname aan de veiligheidsinzet in Irak heeft plaatsgevonden nadat de Ontwerpbegroting was vastgesteld (Kamerstuk 27 925 nr. 612 d.d. 18 oktober 2019).

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission (MINUSMA)

De redeployment van een deel van het materieel via Dakar (Senegal) naar Nederland is afgerond. De rest van het materieel staat gereed voor verplaatsing. In 2020 zou het materieel van GAO (Mali) naar Dakar verplaatst worden, maar door de uitbraak van COVID-19 werd opnieuw de verplaatsing van het materiaal uitgesteld. Eind 2020 is een deel van het materieel weer gereed gemaakt voor verplaatsing van GAO (Mali) naar Dakar. Verwacht wordt dat het materieel in 2021 in Nederland is gearriveerd. De in 2020 geraamde transport- en herstelkosten zijn derhalve niet gerealiseerd.

European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz (EMASOH-Agénor)

Besluitvorming over de deelname aan de missie EMASOH heeft plaatsgevonden nadat de Ontwerpbegroting 2020 was vastgesteld (Kamerstuk 29 521, nr. 398 d.d. 15 januari 2020). De uiteindelijke inzetduur was één maand korter dan geraamd.

Personeelszorg

In 2020 is besloten om de additionele uitgaven van personeelszorg, direct te relateren aan de uitzending, separaat in de begroting op te nemen. Het gaat hier om missieoverschrijdende uitgaven zoals bij thuisfrontactiviteiten, adaptie, e-welfare, en medailleuitreikingen.

Contributies

De bijdrage die door het SAC C-17 programma is afgeroepen, is zo’n € 7,5 miljoen lager dan in de MOU-afspraken is vastgelegd, voornamelijk als gevolg van gewijzigde betalingsafspraken.

Ontvangsten

In 2020 is voor HGIS € 6,2 miljoen ontvangen. Dit is € 4,8 miljoen meer dan initieel geraamd. Met name de ontvangsten van de Verenigde Naties (VN) voor de missie MINUSMA kennen een grillig betalingspatroon. De VN-ontvangsten bedroegen in 2020 ruim € 1,4 miljoen.

Toelichting Nationale Inzet

Tabel 4 Daadwerkelijke inzetten 2020 in aantallen

Soort inzet

Prognose

Realisatie

Explosieven opruiming

2200

2185

Explosieven opruiming Noordzee

30

60

Duikassistentie

15

4

Strafrechtelijke handhaving rechtsorde

10

63

Onderschepping luchtruim QRA

13

1

Handhaving openbare orde en veiligheid

40

19

Wet Veiligheidsregio

50

22

Militaire Steunverlening in het openbaar belang

20

7

Bijstand Caribische Gebied

43

14

Host Nation Support

2

   

COVID ‒ 19

  

Militaire steunverlening in het openbaar belang

107

Bijstand Caribisch gebied

7

Structurele nationale taken

Defensie voert structurele taken uit ten behoeve van civiele overheden. De financiële middelen van deze taken zijn opgenomen in de verschillende begrotingsartikelen van Defensie. Deze taken zijn vastgelegd in wet- of regelgeving, inclusief ministeriële besluiten, convenanten of arrangementen. Onder deze taken vallen de taken van de KMar, de Kustwacht in Nederland en het Caribisch gebied, luchtruimbewaking, de Bijzondere Bijstandseenheden en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

Militaire bijstand en steunverlening (Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht)

Defensie verleent militaire bijstand (MB) voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid (HOOV) en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (SHRO). Deze bijstand wordt zowel door de KMar geleverd als door andere eenheden van Defensie. Daarnaast wordt bijstand verleend in geval van een ramp of crisis, of de vrees voor het ontstaan daarvan (Wet Veiligheidsregio). Verder kan een civiele autoriteit/Minister een beroep doen op militaire steunverlening in het openbaar belang (MSOB). Ook in het Caribische deel van het Koninkrijk worden door Defensie soortgelijke vormen van militaire bijstand en steunverlening verleend.

Tabel 5 Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht (FNIK) (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2020

2020

 

Uitgaven FNIK

   

- militaire bijstand en steunverlening regulier aanvragen

2.729

3.252

‒ 523

- militaire bijstand en steunverlening ihkv COVID-19 in NL

2.662

 

2.662

- harde bijstand en steunverlening ihkv COVID-19 in Caribische Gebied

9.850

 

9.850

- ARBO middelen thuiswerken ivm COVID-19

4.957

 

4.957

Totaal

20.198

3.252

16.946

COVID-19

Sinds maart 2020 ondersteunt Defensie het ministerie van VWS bij de bestrijding van de COVID-19 pandemie in de vorm van medische ondersteuning, staf- en planningscapaciteit voor diverse zorginstellingen en ondersteuning bij opzet en bemensing van teststraten. Tevens zijn diverse voedselbanken geholpen bij de distributie van levensmiddelen.

Vanaf eind april tot begin juli 2020 heeft Zr.Ms. Karel Doorman ondersteuning geleverd in het Caribisch gebied. Vanaf oktober levert Defensie grootschalige ondersteuning aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht ten behoeve van bovenregionale zorg.

Voor de COVID-19 gerelateerde inzetten is in 2020 een bedrag van € 18 miljoen aan artikel 1 Inzet (FNIK) toegevoegd. Dit bedrag maakt deel uit van de € 63 miljoen die het Kabinet beschikbaar heeft gesteld voor de inzet van Defensie in de strijd tegen COVID-19.

Host Nation Support (HNS)

HNS (gastlandsteun) is de militaire ondersteuning die door Nederland wordt geleverd aan bondgenootschappelijke eenheden en NAVO-organisaties die verblijven op of zich verplaatsen over Nederlands grondgebied. Dit is een nationale verplichting die ten grondslag ligt aan de NAVO en in verschillende MOU’s is vastgelegd.

Vanaf eind april tot begin juli 2020 heeft Defensie bijgedragen aan de redeployment van een Amerikaanse Combat Air Brigade vanuit Duitsland via Vliegbasis Eindhoven en Rotterdam terug naar de thuisbasis in de Verenigde Staten. Hierbij zijn 76 helikopters, 1.800 voertuigen en containers door de lucht en over de weg verplaatst.

Enkele voorbeelden van nationale taken en inzetten die Defensie in 2020 gedurende het hele jaar heeft uitgevoerd zijn:

  • 1. In 2020 is verder invulling gegeven aan de gezamenlijke operationele voorbereidingen ten behoeve van inzet in het kader van terrorisme in Nederland (KMar/Defensie en Nationale Politie). De eerste batch (200 man) en één compagnie van het Bataljon Bewaken - Beveiligen staat op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) op 6 uur notice to move (NTM). In 2020 is Defensie begonnen met het opleiden en certificeren van de infanteriepelotons die voor deze taak gereed worden gesteld. Gedurende het hele jaar hebben zoek- en observatieteams van Defensie regelmatig het civiele gezag ondersteund bij strafrechtelijke zaken of het handhaven van de openbare orde en veiligheid in diverse veiligheidsregio’s.

  • 2. Gedurende de droogteperiode (maart-september) heeft Defensie een blushelikopter op notice to move staan. Deze bluscapaciteit is samen met genie- en bergingstanks ingezet bij twee grote heidebranden in de omgeving van Deurne en Roermond om de brandweer te ondersteunen. Hierbij zijn 132 vlieguren gemaakt. De additionele uitgaven bedroegen ruim € 1,3 miljoen.

  • 3. Defensie heeft in 2020 op verzoek van burgemeesters op diverse locaties de Nationale Politie ondersteund teneinde de vrije doorgang van hulpverleners te garanderen tijdens de boerenprotesten. Voor deze (mobiele) blokkades is gebruik gemaakt van verzwaarde militaire transportmiddelen.

  • 4. In het Caribische gebied heeft Defensie onder andere ondersteuning geleverd aan het Korps Politie Curaçao (KPC) bij het bewaken en beveiligen van vitale objecten/te beschermen belangen en het beteugelen van woelingen gedurende de onlusten op Curaçao.

  • 5. In het kader van HNS hebben de DO'n sinds januari 2015 doorlopend wachtversterking geleverd aan het Allied Joint Force Command (JFC) in Brunssum. In mei 2020 is deze taak door de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO) overgenomen.

Aantal mensdagen

Het totaal aantal mensdagen in 2020 ten behoeve van nationale inzet bedroeg ruim 53.000. Hiervan waren ruim 15.300 mensdagen voor reguliere bijstandsoperaties, ruim 35.500 mensdagen voor het leveren van ondersteuning voor de COVID-19 crisis in Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk (exclusief de inzet van de Zr.Ms. Karel Doorman) en bijna 2.200 mensdagen voor HNS-operaties.

4.2 Beleidsartikel 2 Koninklijke Marine

A. Algemene doelstelling

De marine levert operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit (zowel vloot als mariniers) ter verdediging van de nationale territoriale wateren en ter bescherming van de koopvaardij, en helpt bij crisisbeheer-singsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De marine kan zelfstandig operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee en buitenlandse bondgenoten.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

C. Beleidsconclusies

Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken zijn conform onderstaand overzicht de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de marine gereedgesteld. In 2020 heeft de marine deelgenomen aan verschillende grote en kleine operaties, waarmee een bijdrage is geleverd aan alle hoofdtaken van Defensie. Aan het begin van het jaar is door de impact van COVID-19 een groot aantal (internationale) activiteiten komen te vervallen of vroegtijdig beëindigd. De geplande inzet heeft onveranderd doorgang gevonden en daarnaast zijn waar mogelijk vervangende activiteiten ontplooid.

Het Joint Support Ship Zr.Ms. Karel Doorman heeft, inclusief mariniers en twee Cougar helikopters, in het Caribische gebied bijstand verleend voor COVID-19. Het luchtverdedigings- en commandofregat (LCF) Zr.Ms. De Ruyter heeft vier maanden deelgenomen aan de missie EMASOH rondom de Straat van Hormuz. Vanwege de beperkte materiële beschikbaarheid was het in 2020 hierdoor niet mogelijk om deel te nemen aan de Standing NATO Maritime Groep (NRF-bijdrage). Zr.Ms. Zeeland en Zr.Ms. Groningen zijn missie specifiek achtereenvolgens ingezet als stationsschepen in het Caribisch gebied. Helaas werd Defensie hierbij ook getroffen door tragisch nieuws. Op 19 juli 2020 is de NH-90 boordhelikopter van Zr.Ms. Groningen na een kustwachtpatrouille nabij Aruba te water geraakt. Bij dit fatale ongeluk zijn twee collega’s omgekomen.

In 2020 hebben twee mijnenbestrijdingsvaartuigen deelgenomen aan de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1, waarbij tientallen explosieven zijn geruimd in zowel de Noordzee als de Oostzee. Structurele deelname van Nederlandse eenheden aan deze NAVO-verbanden onderstrepen de internationale solidariteit en bevorderen en bestendigen de interoperabiliteit. In 2020 heeft de marine tien Vessel Protection Detachments (VPD) ingezet en 58 vaardagen gemaakt voor operatie Beneficial Cooperation (mijnenbestrijding op en rond de Noordzee).

In het Caribisch gebied is buiten de genoemde inzet van Zr.Ms. Karel Doorman nog 21 keer bijstand verleend aan civiel gezag waarvan zeven keer in het kader van COVID-19. De steunverlening in het kader van COVID-19 binnen Nederland liep op tot 5.461 mensdagen waarbij de inzet van medisch personeel (DGO) niet is meegerekend. Het betreft dan onder andere de bezetting van een COVID-19 teststraat.

De amfibische taakgroep, bestaande uit de Netherlands Maritime Force, Zr.Ms. Johan de Witt, Zr.Ms. Rotterdam, de duik- en demonteergroep en marinierseenheden aangevuld met Belgische para-commando’s en een compagnie van het Duitse Seebattalion, maakte in 2020 deel uit van de NATO Initial Follow On Forces Group Maritime (IFFG-M).

Ondanks de invloed van COVID-19 en besmettingen bij eenheden is er geoefend. Diverse oefeningen zijn opnieuw ingepland en enkele internationale oefeningen zijn komen te vervallen. Tijdens de ingelaste reizen om de bemanning en wapensystemen op te werken, heeft een aantal eenheden hun basisgereedheid bestendigd. Door met meerdere schepen in een verband te oefenen is in korte tijd een hogere oefenwaarde gehaald. Er is ook deelgenomen aan de internationale oefeningen, ook ten behoeve van de Amfibische Taak Groep cyclus. Alternatieve invulling van trainingen binnen Nederland hebben geleid tot certificering van eenheden van het Korps Mariniers. Een LCF heeft beperkt deel kunnen nemen aan de oefeningen met de Franse Strikegroup rondom het vliegdekschip FS Charles de Gaulle. Twee fregatten en twee onderzeeboten hebben kortdurend deelgenomen aan een Noorse taakgroep welke in het teken stond van de Nederlandse onderzeebootcommandanten opleiding. Het LCF Zr.Ms. Evertsen is geïntegreerd in het gereedstellingstraject van de UK Carrier Strike Group ’21 rondom het Britse vliegdekschip HMS Queen Elizabeth. Marinierseenheden hebben de Joint Arctic Training uitgevoerd. Geplande trainingen van specialistische eenheden in zowel het binnen- als buitenland zijn als gevolg van COVID-19 veelal geschrapt. Zr.Ms. Johan de Witt is als drijvend vliegveld ingezet zodat, ondanks het sluiten van de Engelse basis RNAS Culdrose, samen met de luchtmacht drie NH-90 helikopters konden worden gereedgesteld. Ondanks alle inspanningen om een alternatief oefenprogramma op te stellen met inachtneming van de COVID-19 maatregelen, is de geoefendheid van de marine terug gelopen.

De personele bezettingsgraad is in 2020 niet verder gedaald. Militaire functies zijn met 1% beter bezet, maar dit gaat niet op voor schaarste categorieën. Er bestaan nog steeds significante tekorten in operationele en technische functies wat consequenties heeft voor de gereedstelling en inzetbaarheid. Daardoor is het noodzakelijk om sommige eenheden met een gereduceerde bemanning en dus lagere gereedheid in te zetten (forces of lower readiness).

Op materieel gebied heeft herverdeling van middelen weliswaar geleid tot een stabilisering van de materiële gereedheid. Echter capaciteitsproblemen in combinatie met veroudering van de vloot en wielvoertuigen, zetten lopende en toekomstige instandhoudingsprogramma’s onder druk. Dit resulteert in uitloop en vertragingen en een verminderde beschikbaarheid van materieel, waardoor het regelmatig noodzakelijk was het gereedstellingsprogramma te aan te passen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 Koninklijke Marine (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

720.181

805.852

916.861

977.958

1.108.335

925.904

182.431

        

Uitgaven

743.972

794.409

867.185

948.942

985.977

925.904

60.073

Waarvan juridisch verplicht

    

112%

77%

 
        

Opdrachten

138.630

163.386

198.921

219.702

235.889

196.006

39.883

- gereedstelling

34.556

34.425

29.911

30.038

33.208

31.479

1.729

- instandhouding materieel

104.074

128.961

169.010

189.664

202.681

164.527

38.154

Personele uitgaven

545.381

564.118

592.657

692.094

724.614

701.294

23.320

- waarvan eigen personeel

539.659

556.965

585.868

637.195

677.897

666.220

11.677

- waarvan externe inhuur

5.722

7.153

6.789

10.112

13.541

770

12.771

- waarvan overige personele exploitatie1

   

44.787

33.176

34.304

‒ 1.128

Materiële uitgaven

59.961

66.905

75.607

37.146

25.474

28.604

‒ 3.130

- waarvan instandhouding IT

1.837

2.327

1.019

840

1.211

1.364

‒ 153

- waarvan instandhouding infrastructuur

4.582

3.891

8.622

7.093

3.859

392

3.467

- waarvan overige materiële exploitatie1

51.603

58.348

63.913

29.213

20.404

26.848

‒ 6.444

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

1.939

2.339

2.053

    
        

Apparaatsontvangsten

15.841

18.101

22.369

60.599

28.090

20.396

7.694

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Het betreft hier het aangegane contract voor de luchtverkenningscapaciteit voor het bedrag van € 146 miljoen. Daartegenover staat dat het contract van de kustwacht Nederland met de rijksrederij voor de inhuur van schepen in 2021, in tegenstelling tot de verwachting, niet in 2020 is aangegaan (€ 16 miljoen).

Uitgaven

Bij de uitgaven is per saldo € 60 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is er op gereedstelling meer gerealiseerd. De voornaamste oorzaak is de gebruikelijke interdepartementale overboeking van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de betalingen aan de Rijksrederij door de Kustwacht Nederland voor betonningstaken en noodsleephulp.

Instandhouding

Binnen de categorie instandhouding hebben er gedurende het jaar diverse ophogingen plaatsgevonden welke geleid hebben tot hogere uitgaven. Onder andere als gevolg van eindejaarsmarge 2019 (€ 6,6 miljoen), Hogere btw ontvangsten (€ 7,9 miljoen), diverse herschikkingen binnen de marine ten behoeve van de vermindering op het tekort op instandhouding (€ 8,5 miljoen) en een aantal overige mutaties (€ 5,6 miljoen). Ook de onderrealisatie elders in de begroting is ingezet voor bestedingen aan het instandhoudingsproces.

Groene Draeck

De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden verantwoord bij het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. Naar aanleiding van het second opinion onderzoek (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 X, nr. 110) en de motie Van der Burg (Kamerstukken II, 2015–2016, 34 300 I, nr. 6) heeft de Minister-president, mede namens de Minister van Defensie, in de brief van 2 juni 2016 gemeld dat het jaarlijks onderhoudsbudget naar € 87.000 euro is bijgesteld. Daarbij is aangegeven dat de daadwerkelijke uitgaven ook bij Defensie over de jaren heen fluctueren. De kosten van het totale onderhoud in 2020 zijn uiteindelijk uitgekomen op € 106.000. Deze kosten passen binnen het totale onderhoudsbudget van € 435.000 voor de periode 2016 t/m 2020.

Personele uitgaven

Binnen personele uitgaven is per saldo € 23,5 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De oorzaak ligt met name bij extra uitgaven aan pensioenpremies uit artikel 10 (€ 20,6 miljoen), hogere werkgeverlasten (€ 2,4 miljoen) en de arbeidsvoorwaarden (€ 18,4 miljoen). Daarentegen is minder uitgegeven (€ 17,9 miljoen) door de gevolgen van COVID-19 op activiteit gebonden toelagen, opleidingen, dienstreizen, overige persoonsgebonden uitgaven en is er budget beschikbaar gesteld voor de instandhoudingsproblematiek.

Materiële uitgaven

Het budget voor overige materiële exploitatie is met € 6,5 miljoen niet gerealiseerd door met name de bijdrage door de marine (€ 5,5 miljoen) aan een defensiebrede herschikking. Daarnaast hebben er interne herschikkingen binnen het artikel plaatsgevonden.

Ontvangsten

In 2020 heeft een extra btw-ontvangst van € 7,9 miljoen over het jaar 2019 plaatsgevonden als gevolg van de doorwerking van hogere btw-ontvangsten uit dat jaar.

4.3 Beleidsartikel 3 Koninklijke Landmacht

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Landmacht draagt op de grond bij aan vrede, vrijheid en veiligheid in Nederland en daarbuiten. De landmacht doet dit met professionele en goed getrainde militairen. Zij gaan door waar anderen moeten stoppen. Onder de zwaarste omstandigheden voeren zij gevechtsoperaties uit, bieden humanitaire hulp, ondersteunen bij rampen of ondersteunen dagelijks de civiele autoriteiten in Nederland.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden. De landmacht is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken.

C. Beleidsconclusies

OpdrachtenDe processen van inzet, gereedstelling voor missies en stand-by-opdrachten, inclusief de voorbereiding en uitvoering van de nieuwe missie in Irak, zijn in 2020 uitgevoerd, ondanks de uitdagingen van beperkende COVID-19-maatregelen, de lage vullingsgraad en de materiële tekorten en het effect hiervan op de geoefendheid. Binnen de missies in Afghanistan en Irak zijn door COVID-19 wijzigingen opgetreden zoals het tijdelijk terug laten keren van personeel naar Nederland. De landmacht bijdrage in het buitenland was gemiddeld ruim 500 militairen. De landmacht leverde en levert voor de missie in Afghanistan tijdelijk een extra Force Protection peloton op verzoek van Framework Nation Duitsland en heeft sinds september een eenheid gereed staan voor redeployment. Sinds november 2020 levert de landmacht een beveiligingspeloton ter ondersteuning van de Belgische Luchtmacht in Jordanië. De transitie van de trainings-mentoring-missie in Irak naar een Force Protection missie en een strategisch operationele adviseringsmissie is voorbereid in 2020 en kan daardoor begin 2021 aanvangen. Door COVID-19 zijn alle overige ‘non-mission essential’ gereedstellingsactiviteiten beperkt. Ondanks deze beperkingen is er wel geoefend, maar met name in Nederland en in kleinere verbanden. Door het wegvallen of inkorten van (internationale) oefeningen voor het optreden in het hoger geweldsspectrum loopt de operationele gereedheid op dit gebied achter.

Eerste slag SOF Ground Enablers (GE) ten behoeve van KCTMet het beschikbaar gestelde budget voor de prioriteit SOF GE uit het Nationaal Plan beschikt de landmacht over initiële ondersteunende capaciteit (eerste slag dedicated SOF Support) om zogenaamde niet-voorziene operaties te kunnen uitvoeren. De organisatie van het Korps Commando Troepen (KCT) wordt over de volle breedte (materieel, infrastructuur, etc.) uitgebreid met dedicated SOF GE, die deels worden gegroepeerd binnen de nieuw te vormen SOF Support compagnie (omvorming Staf, Staf- en Verzorgingscompagnie) en deels worden ingebed bij bestaande sub-eenheden van het KCT. De SOF GE uitbreiding bestaat uit de volgende disciplines:

  • Special Operations Combat Control Team groep;

  • Special Operations Intelligence Cell;

  • Special Operations Explosieven Opruimings Dienst groep;

  • Special Operations Genie groep;

  • Multi-Purpose Combat Dog;

  • Medical Treatment Facility Role 1;

  • Bevoorrading, Herstel en Transport;

  • Opleiding & Training;

  • SOF Support compagnie;

  • Staf KCT;

  • Communicatie- en Informatiesystemen & Command en Control.

Daarnaast investeert de landmacht vanuit SOF GE in de realisatie van een dedicated Special Operations Surgical Team. De voorbereidingen daarvoor zijn begonnen in 2020 en in 2021 is de implementatie fase van het reorganisatie traject1 voorzien.

Vernieuwend SamenwerkenDe landmacht draagt met militairen, reservisten en burgers stevig bij aan de nationale respons op COVID-19. Het inmiddels operationele Territoriaal Operatiecentrum (TOC) heeft met COVID-19 direct in 2020 zijn vuurdoop gehad en vele inzetten gepland, gecoördineerd en aangestuurd in nauw overleg met civiele crisispartners. Ervaringen uit de eerste golf zijn toegepast en de samenwerking met het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) en het Landelijk Operationeel Team Corona (LOT-C) verlopen goed. Het TOC en de vele operationele capaciteiten van de landmacht blijven operationeel voor de ondersteuning van en coördinatie met civiele autoriteiten. De steunverlening beïnvloedt wel de gereedstellingsactiviteiten. Schaarse capaciteit, zoals geneeskundig personeel, kan maar op één plek tegelijk ingezet worden. De samenwerking bood en biedt daarnaast een goede basis om een meer permanente vorm van aansluiting te vinden voor interdepartementale crisisaansturing.

In de binationale samenwerking met Duitsland zijn weer stappen gezet in 2020. Naast het feit dat de landmacht met onze belangrijkste strategische partner Duitsland stand-by staan voor de Very High Readiness Joint Task Force (VJTF), bereidt 43 Gemechaniseerde Brigade samen met 1 Panzer Division de binationale missie eFP 2021-2 voor. Het binationale 414 Tankbataljon zal hiervoor de basis vormen. De landmacht continueert het vergroten van interoperabiliteit met het Duitse leger in het kader van het Project GRIFFIN. Daarbij is de gemeenschappelijke ontwikkeling van een binationaal Strategic Communications (StratCom) Plan een belangrijk middel binnen de twee landmachten, maar ook extern. Hierdoor wordt de doelstelling «bereiken van interoperabiliteit» beter ondersteund.

Invoeren nieuwe operationele vrachtwagensDe landmacht is als coördinerend defensieonderdeel voor het programma Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) verantwoordelijk voor de uitstroom van de huidige vloot en de instroom van de nieuwe vloot aan DVOW-middelen. Een van de DVOW-projecten betreft nieuwe operationele vrachtwagens en de bijbehorende opbouwen. Het gaat om complete systemen die vervolgens door tussenkomst van de landmacht bij alle betreffende defensieonderdelen instromen. Deze instroom dient verantwoord te verlopen, met name waar het veiligheidsaspecten betreft.

Sinds 2018 zijn de randvoorwaarden voor een goed beheerste instroom van de nieuwe DVOW-2-systemen en de daarmee gepaard gaande uitstroom van de huidige systemen - defensiebreed - verder uitgewerkt. Denk hierbij aan de implementatie van prestatiecontracten om de samenwerking met de industrie te implementeren en het plannen van opleidingen. De nieuwe systemen zijn in vergelijking met de huidige vloot vaak technisch hoogwaardig. Daarnaast dienen de verschillende systemen te worden geïntegreerd. Zoals onder andere containers en de integratie van Command, Control, Communication, Computers & Intelligence (C4I) systemen. Het testen van deze C4I in combinatie met de overige nieuwe systemen dient eveneens integraal plaats te vinden.

De onderlinge afhankelijkheid van de nieuwe systemen en het succesvol afronden van de integratietesten voorafgaand aan de instroom bij de eenheden is groot. Dit heeft in 2020 geleid tot een veel geringere instroom dan initieel beoogd. Hierdoor moet veelvuldig langer gebruik worden gemaakt van de huidige vloot met meer onderhoud en een lagere materiele gereedheid tot gevolg.

Verbeterd Operationeel Systeem Soldaat (VOSS)De levering van enkele duizenden smart vests voor te voet optredende militairen is vertraagd. De belangrijkste reden hiervoor is dat producten niet voldeden aan de door Defensie gestelde kwaliteitseisen, voornamelijk op het gebied van encryptie. Voor de vrijgave van de communicatie- en informatiemodule heeft de Beveiligingsautoriteit aanvullende eisen gesteld, waardoor de soldaat- en voertuigsystemen moeten worden aangepast. Als gevolg hiervan zijn het ontwerp en het contract gewijzigd. Daarnaast heeft de leverancier als gevolg van COVID-19 vertragingen in het productieproces opgelopen. Het noodzakelijke proces van inmeten voor de nieuwe gevechtsuitrusting is opgestart in 2020 en loopt door in 2021. Het is de verwachting dat in 2021 de eerste uitrusting geleverd gaat worden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 3 Koninklijke Landmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

1.284.664

1.336.389

1.417.516

1.571.278

1.576.567

1.520.832

55.735

        

Uitgaven

1.218.579

1.282.344

1.337.845

1.497.067

1.594.098

1.520.832

73.266

Waarvan juridisch verplicht

    

99%

80%

 
        

Opdrachten

170.753

201.348

197.620

241.455

345.409

272.441

72.968

- gereedstelling

52.260

53.456

57.527

61.578

46.560

74.297

‒ 27.737

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

10.842

5.768

5.924

    

- instandhouding materieel

118.493

147.892

140.093

179.877

298.849

198.144

100.705

Personele uitgaven

941.055

954.840

989.070

1.151.310

1.225.482

1.228.896

‒ 3.414

- waarvan eigen personeel

936.887

950.928

980.398

1.069.948

1.159.863

1.171.766

‒ 11.903

- waarvan externe inhuur

4.168

3.912

8.672

12.662

13.238

2.926

10.312

- waarvan overige personele exploitatie1

   

68.700

52.381

54.204

‒ 1.823

Materiële uitgaven

106.771

126.156

151.155

104.302

23.207

19.495

3.712

- waarvan instandhouding infrastructuur

    

701

1.374

‒ 673

- waarvan overige materiële exploitatie1

103.856

123.149

148.981

104.302

22.504

18.121

4.383

- waarvan instandhouding IT

    

2

 

2

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

2.915

3.007

2.174

    
        

Apparaatsontvangsten

5.769

8.016

5.063

13.380

8.662

10.375

‒ 1.713

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn voor de landmacht € 55,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere verplichtingen bij instandhouding materieel van € 91,6 miljoen (bv. € 34,4 miljoen voor infanteriegevechtsvoertuigen (IGV)2, € 19,8 miljoen voor klein kaliber wapens (KKW), € 13,5 miljoen voor inrichting werkplaats en diverse kleinere verplichtingen). Daarnaast is voor € 32,7 miljoen minder verplicht dan begroot voor gereedstelling als gevolg van COVID-19.

Uitgaven

De uitgaven bij de landmacht zijn € 73,3 miljoen hoger ten opzichte van de begroting. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht.

Opdrachten

GereedstellingDe uitgaven bij gereedstelling zijn € 27,7 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste oorzaak ligt in verminderde oefeninspanningen als gevolg van COVID-19. Daarnaast speelt de lagere vulling van personeel een rol.

InstandhoudingDoor een grotere behoefte aan landgebonden materieel zijn de uitgaven bij instandhouding € 100,7 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door meeruitgaven voor het onderhoud en reservedelen (het verhogen van voorraadniveau's) van de IGV (€ 31,1 miljoen) en klein kaliber wapens (€ 19,2 miljoen). Daarnaast is er een hogere realisatie van langlopende defensiebrede behoeftestellingen in het assortiment «Werkplaatsinrichtingen» (€ 14,1 miljoen) na het realiseren van de raamovereenkomst medio 2020.

Personele uitgaven

Waarvan eigen personeelDe realisatie van de personele uitgaven is € 11,9 miljoen lager uitgevallen. Dit komt voort uit de ondervulling bij militairen (€ 51,4 miljoen) en de verminderde uitgaven aan oefentoelage door ondervulling en COVID-19 (€ 33,5 miljoen). Daar tegenover staan hogere uitgaven door het afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord van 30 juli 2019 (€ 33,9 miljoen), hogere uitgaven bij burgerpersoneel (o.a. militairen die nadienen vanwege de ondervulling (€ 30,6 miljoen)) en toelagen aan militair personeel (o.a. bindingspremies (€ 19,4 miljoen)). Waarvan externe inhuurHet budget externe inhuur staat meerjarig op ongeveer € 3 miljoen. Bij de 1e suppletoire wet is € 11,4 miljoen toegevoegd uit de onderrealisatie bij personeel en bij de 2e suppletoire wet weer vermindert € 1 miljoen. De hogere realisatie op externe inhuur van € 10,3 miljoen komt voort uit het alternatief invullen van vacatures en wordt gefinancieerd uit de ondervulling bij militairen.

Ontvangsten

Geen bijzonderheden.

4.4 Beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Luchtmacht is een modern en technologisch krijgsmachtdeel dat wereldwijd actief is. De luchtmacht ondersteunt bestrijding van internationale onrust en biedt hulp bij rampen. In Nederland zorgt ze voor veiligheid vanuit de lucht door onder andere bewaking en verdediging van het luchtruim. Hiervoor beschikt het krijgsmachtdeel over hooggekwalificeerd personeel, vliegtuigen, helikopters en andere wapensystemen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en de samenstelling van de luchtmacht en van de mate van gereedheid van de luchtmacht. De luchtmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van de lucht- en grondgebonden capaciteit van de krijgsmacht. De luchtmacht is inzetbaar voor zowel expeditionaire taken als (inter)nationale taken.

C. Beleidsconclusies

In 2020 heeft de Koninklijke Luchtmacht een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. Zo zijn de Target Support Cell en de Processing Exploitation Dissemination (PED) capaciteit ingezet in het kader van de Resolute Support Mission Afghanistan en Operation Inherent Resolve in de strijd tegen ISIS om bij te dragen aan een zorgvuldig doelontwikkelingsproces voor de coalitie. Daarnaast heeft een NH-90 aan boord van het fregat Zr. Ms. De Ruyter deelgenomen aan operatie Agenor in de Straat van Hormuz. Ook zijn twee Cougar-transporthelikopters in het Caribische gebied ingezet voor medisch transport en medische evacuaties. Daarnaast heeft de transportvloot diverse missiegebieden logistiek ondersteund en is met de Chinook en Cougar transporthelikopters een bijdrage geleverd aan de nationale steunverlening (NATOPS) ten behoeve van Fire Bucket Operations (het inzetten van militaire helikopters voor bluswerkzaamheden). Tevens heeft de luchtmacht, afwisselend met België, met F-16 jachtvliegtuigen de Benelux-landen beschermd tegen civiele en militaire vliegtuigen waarvan een dreiging uitgaat.

Gedurende 2020 heeft de luchtmacht F-16 jachtvliegtuigen aangeboden ten behoeve van de Very High Readiness Joint Task Force Air, deze zogenoemde flitsmacht is het snelst inzetbare deel van de NAVO snelle interventiemacht. Ook heeft een team 24 uur per dag, 7 dagen per week paraat gestaan om medische evacuaties uit te voeren, de Strategic Aeromedical Evacuation. Vanaf medio 2020 heeft de luchtmacht met Apaches, Chinooks en een C-130 gereed gestaan voor de door Duitsland geleide EU Battle Group.

Gedurende 2020 heeft een NH-90 het stationsschip in het Caribische gebied ondersteund. Op 19 juli 2020 heeft hierbij een tragisch ongeval plaatsgevonden waarbij de NH-90 boordhelikopter in zee is neergestort en twee collega's om het leven zijn gekomen.

Ook de luchtmacht is in 2020 geconfronteerd met de wereldwijde impact van de COVID-19 pandemie. Naast de zorg voor het welzijn van het luchtmachtpersoneel is daar waar mogelijk ook invulling gegeven aan hulpverzoeken in de strijd tegen COVID-19. Zo heeft de luchtmacht met medisch personeel ondersteuning verleend, is een mobiel stralingslaboratorium geleverd en is de NH-90 ingezet om het patiëntenvervoer van de Waddeneilanden over te nemen. Tevens is Vliegbasis Woensdrecht beschikbaar gesteld om vliegtuigen van civiele maatschappijen te stallen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 4 Koninklijke Luchtmacht (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

812.993

657.334

890.455

967.155

887.150

847.316

39.834

        

Uitgaven

704.647

745.213

771.677

873.248

927.222

847.316

79.906

Waarvan juridisch verplicht

    

96%

83%

 
        

Opdrachten

197.095

217.963

230.498

278.859

286.446

262.141

24.305

- gereedstelling

10.504

12.693

18.005

21.231

18.553

18.618

‒ 65

- waarvan bijdrage aan SSO Paresto

499

482

539

    

- instandhouding materieel

186.591

205.270

212.493

257.628

267.893

243.523

24.370

Personele uitgaven

415.062

420.972

436.161

538.723

608.607

563.898

44.709

- waarvan eigen personeel

408.174

417.212

432.225

479.371

513.865

473.101

40.764

- waarvan externe inhuur

6.888

3.760

3.936

5.997

7.649

 

7.649

- waarvan overige personele exploitatie1

   

53.355

87.093

90.797

‒ 3.704

Materiële uitgaven

92.490

106.278

105.018

55.666

32.169

21.277

10.892

- waarvan instandhouding infrastructuur

    

1.938

355

1.583

- waarvan overige materiële exploitatie1

89.903

104.247

102.933

55.666

21.342

16.016

5.326

- waarvan instandhouding IT

    

8.889

4.906

3.983

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

2.587

2.031

2.085

    
        

Apparaatsontvangsten

12.492

12.876

20.425

13.799

10.452

12.032

‒ 1.580

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

Voor dit artikel worden mutaties met een grootte van € 5,0 miljoen of meer toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 39,8 miljoen hoger dan begroot met name als gevolg van de hogere verplichtingen voor eigen personeel.

Uitgaven

OpdrachtenDe realisatie voor instandhouding materieel is € 24,4 miljoen hoger dan begroot hoewel begin 2020 het budget naar beneden is bijgesteld als gevolg van de eindejaarsmarge 2019 (- € 8,5 miljoen), invulling MVOK (Maatregelen Versterking Ondersteuning Krijgsmacht) door extra helikopter vlieguren in VS in plaats van in Nederland (- € 2,2 miljoen, waarbij realisatie plaatsvindt vanuit de personele uitgaven), herprioritering binnen de luchtmachtbegroting naar gereedstelling (- € 2,9 miljoen) en materiële uitgaven (- € 4,0 miljoen).

Als onderdeel van de delta-exploitatie in het DLP is € 17 miljoen overgeheveld vanuit investeringen naar de instandhouding van de F-35 en de vervanging van de mini UAV (Unmanned Aerial Vehicle). In verband met hogere uitgaven bij de Cougar is € 10 miljoen overgeboekt vanuit het instandhoudingsbudget in 2021 naar 2020. Daarnaast is € 5,5 miljoen vanuit DMO bijgedragen aan de instandhouding van de F-35 en Patriot missiles en is € 4,3 miljoen aan prijsbijstelling aan het betreffende budget toegevoegd. Ten slotte is de luchtmacht vanuit artikel 12 Nog Onverdeeld gecompenseerd voor de kosten van de berging van de verongelukte NH-90 (€ 4 miljoen).

Personele uitgavenDe realisatie voor personele uitgaven is € 44,7 miljoen hoger dan begroot. De uitgaven voor eigen personeel zijn toegenomen door meeruitgaven voor de pensioenpremies (€ 17,4 miljoen) als gevolg van de decentrale pensioenpremieafdracht. Ook compensatie voor de hogere uitgaven als gevolg van het arbeidvoorwaardenakkoord, die vooral bestaan uit de salarisverhoging per 1 juli 2020 en de verhoging van de eindejaarsuitkering (€ 13,5 miljoen), zorgen voor een deel van de overrealisatie. Daarnaast neemt de overrealisatie toe door een herschikking binnen de begroting voor internationale functies die voorheen onder DOSCO vielen (€ 7,4 miljoen), verlenging van Toelage Tijdelijk Loonhuis (€ 2,6 miljoen) en een herschikking binnen de begroting als gevolg van het openhouden van de locatie Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen (€ 1,5 miljoen) waardoor de personele uitgaven hoger uitvielen.

Ook is er per saldo € 6,0 miljoen meer uitgegeven aan eigen personeel als gevolg van overdrachten vanuit andere Defensieonderdelen voor bijvoorbeeld de doorontwikkeling van de Materieellogistieke (Matlog) organisatie, Defensity College en Vaktechnische Opleidingen (VTO) en de verlenging van de «Proeftuin alternatieve aanstellingsvormen» op Volkel en is er budget ontvlochten voor kleine projecten, waarbij de uitvoering bij andere defensie- onderdelen ligt, zoals Migratie Munitie. Uit het budget eigen personeel heeft een overheveling plaatsgevonden naar externe inhuur (- € 7,6 miljoen). De realisatie bij externe inhuur is hoger dan begroot voor het bedrag van € 7,6 miljoen. Extern personeel wordt betaald uit de ondervulling van het eigen personeel. Met deze uitgave wordt gedurende het jaar al rekening gehouden.

Materiële uitgavenDe realisatie voor overige materiële exploitatie uitgaven is € 5,3 miljoen hoger dan begroot. Ten behoeve van de juiste administratieve vastlegging van contracten met NLR (Netherlands Aerospace Centre) en TNO (Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek) binnen de materiële uitgaven is het budget gestegen (€ 3,2 miljoen vanuit gereedstelling en € 1,2 miljoen vanuit investeringen ten behoeve van de delta-exploitatie F-35). Daarnaast is de realisatie van de contributie Multi Role Tanker Transport (MRTT) € 0,8 miljoen hoger dan initieel begroot, doordat CLSK het brandstofdeel in de factuur heeft betaald wat normaliter bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBBB) ligt.

4.5 Beleidsartikel 5 Koninklijke Marechaussee

A. Algemene doelstelling

De Koninklijke Marechaussee waakt over de veiligheid van Nederland en het Caribisch gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden. Wereldwijd wordt de marechaussee ingezet op plaatsen van strategisch belang. Van koninklijke paleizen tot aan de buitengrenzen van Europa. Van luchthavens in Nederland en het Caribisch gebied tot oorlogs- en crisisgebieden overal ter wereld. De marechaussee heeft 3 hoofdtaken:

  • Grenspolitietaak;

  • Bewaken en beveiligen;

  • Internationale en militaire politietaken.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is beheersverantwoordelijk en verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang, samenstelling en de vereiste mate van gereedheid van de marechaussee. De uitvoering is opgedragen aan de Commandant marechaussee. Het gezag over de marechaussee berust bij meerdere ministeries. Afhankelijk van de betreffende taak zijn dat de ministeries van Justitie en Veiligheid (inclusief het Directoraat-Generaal Migratie, het Openbaar Ministerie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid), Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie. In artikel 4 lid 1 van de Politiewet 2012 zijn aan de marechaussee de volgende politietaken opgedragen:a) Het waken over de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;b) De uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten en internationale militaire hoofdkwartieren en de personen behorende tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren; c) De uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Minister Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen en de beveiliging van de burgerluchtvaart; d) De verlening van bijstand en de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit; e) De uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen en op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President; f) De uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister voor Immigratie en Asiel aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde; g) De bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten; h) Het in opdracht van Onze Minister Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. verrichten van beveiligingswerkzaamheden.

De Militaire Politiezorgtaak (art 4 lid 1 b PW) wordt zowel nationaal als internationaal en tijdens missies, oefeningen en andere inzet uitgevoerd. Door de uitvoering van deze taken levert de marechaussee een continue bijdrage aan de veiligheid van de Staat en de integriteit van de Krijgsmacht.

C. Beleidsconclusies

De marechaussee heeft in 2020 een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van Defensie. Ondanks de uitdagingen die de COVID-19-maatregelen met zich meebrachten, heeft de marechaussee uitvoering kunnen geven aan de aan haar opgedragen taken. Wel heeft de verminderde inzet ervoor gezorgd dat de marechaussee meer focus heeft gelegd op de gereedstelling Landelijke Bijstand Organisatie (LBO), Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) aan de Zuidgrens, Opleiden en trainen, zowel digitaal als fysiek en extra werkzaamheden op Schiphol gerelateerd aan de COVID-19-regelingen, zoals de naleving van het inreisverbod, de geliefdenregelingen en handhaving van de noodverordeningen.

Grenspolitietaak

Het grensproces is volgens de Schengengrenscode uitgevoerd. Er zijn geen noemenswaardige knelpunten in de uitvoering geweest. De COVID-19 restricties hebben met name in het domein lucht en maritiem voor een scherpe teruggang van de werkzaamheden gezorgd. Deze capaciteit is deels ingezet op de activiteiten aan de landsgrenzen (MTV), waar de inzet is gericht op het ontmoedigen van grensoverschrijdend verkeer.

Bewaken en beveiligen

De verhuizing van waardegoederen van De Nederlandsche Bank is binnen de geplande tijd en zonder incidenten afgerond. De Hoog Risico Beveiliging (HRB) heeft na de afronding van de eerste TBP (te bewaken persoon) een tweede TBP in uitvoering genomen. Hiervoor zijn in 2020 incidentele middelen voor materieel toegewezen. De capaciteit benodigd voor deze inzet is gehaald vanuit de bestaande capaciteit, door gebruik te maken van een dynamisch in plaats van een statisch beveiligingsconcept. Het dynamisch beveiligingsconcept (Beveiligen op Maat) is besproken met de veiligheidspartners en inmiddels wordt in Rotterdam en Zoetermeer conform dit conceptconcept gewerkt. Alle taken zijn uitgevoerd volgens het geldende beveiligingsconcept waarbij geen noemenswaardige incidenten hebben plaatsgevonden.

(Inter)nationale en Militaire Politie (Zorg)taken (MPZ)

Voor MPZ geldt onverminderd dat de marechaussee een bijdrage levert aan de integriteit van de krijgsmacht. De COVID-19 maatregelen hebben invloed op het werkaanbod in de MPZ. Er vonden minder activiteiten op de kazernes plaats, hetgeen gevolgen heeft voor de inzet en de achterblijvende groei. Hierdoor heeft het herstelplan MPZ vertraging opgelopen. Na de versoepeling van de maatregelen in de zomer kwam het niveau van de inzet weer op het niveau van voor de COVID-19 maatregelen. Dat inzetniveau heeft de marechaussee tot het eind van 2020 aangehouden.

Internationale inzet

De marechaussee voldoet in 2020 weer aan de operationele gereedheid (OG)-norm van 153 vte ten behoeve van expeditionaire taken. Hoewel de marechaussee geen Crowd Riot Control (CRC) peloton gereed heeft staan, kan zij de CRC-capaciteit leveren wanneer daar om wordt gevraagd. Deze capaciteit wordt gefaciliteerd vanuit de huidige twee Bijstandseenheden (BE) eskadrons. De Close Protection Teams waren in 2020 onverminderd beschikbaar.

Grenzen en veiligheid

Op het gebied van grenzen en veiligheid speelt een aantal ontwikkelingen als gevolg van nieuwe EU wetgeving inzake een Europees In- en Uitreis-systeem (EES), een Europees Informatie- en Reisautorisatiesysteem (ETIAS), wijzigingen in het Schengen Informatiesysteem (SIS), de voorstellen voor aanpassing van EURODAC, het Visum Informatiesysteem (EUVIS), het Europees Strafrechtelijk Informatiesysteem (ECRIS) en inzake de interoperabiliteit tussen deze systemen, die op termijn consequenties hebben voor alle betrokken partijen, waaronder de marechaussee. De werkzaamheden ten behoeve van de implementatie van de EU-verordeningen zijn gestart.

Versterking grensbewaking

Met de toegewezen middelen heeft de marechaussee een bijdrage gedaan aan het project Seamless Flow en geïnvesteerd in de capaciteit die benodigd is naar aanleiding van de Brexit en ten behoeve van versterking en digitalisering van het grensproces .

Frontex

De Europese grensbewakingsorganisatie Frontex heeft gewerkt aan het opzetten van een vaste capaciteit ter ondersteuning van lidstaten op gebied van migratie. Per 1 januari 2021 start het Standing Corps zodat de marechaussee voldoet aan de verplichtingen.

Multidisciplinair Interventie Team (MIT)

Ten behoeve van het «breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit» (BOTOC) is het MIT opgericht door Politie, OM, FIOD, marechaussee, Douane, Belastingdienst en Defensie. Voor deelname aan, en ondersteuning van het MIT heeft de marechaussee in de Najaarsnota 2019 de incidentele middelen voor 2020 toegewezen gekregen.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 5 Koninklijke Marechaussee (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

349.505

379.524

410.732

459.737

481.437

436.668

44.769

        

Uitgaven

351.732

371.318

410.737

460.387

482.825

436.668

46.157

Waarvan juridisch verplicht

    

100%

86%

 
        

Opdrachten

4.989

6.252

4.907

5.051

6.377

6.724

‒ 347

- gereedstelling

4.989

6.215

4.905

4.974

5.167

6.724

‒ 1.557

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

671

465

     

- instandhouding materieel

 

37

2

77

1.210

 

1.210

Personele uitgaven

311.615

328.681

361.209

440.314

462.232

412.460

49.772

- waarvan eigen personeel

310.510

324.889

351.521

398.462

435.912

393.985

41.927

- waarvan externe inhuur

1.105

3.792

9.688

14.296

6.484

 

6.484

- waarvan overige personele exploitatie1

   

27.556

19.836

18.475

1.361

Materiële uitgaven

35.128

36.385

44.621

15.022

14.216

17.484

‒ 3.268

- waarvan instandhouding infrastructuur

    

533

 

533

- waarvan overige materiële exploitatie1

34.125

35.137

43.371

15.022

13.480

17.484

‒ 4.004

- waarvan instandhouding IT

    

203

 

203

- waarvan bijdragen aan SSO Paresto

1.003

1.248

1.250

    
        

Apparaatsontvangsten

7.430

7.548

14.529

12.478

8.463

4.576

3.887

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De gerealiseerde verplichtingen zijn € 44,8 miljoen hoger dan begroot. Dit betreffen voornamelijk de hogere personele uitgaven in 2020 zoals hieronder wordt toegelicht.

Uitgaven

Binnen de personele uitgaven zijn de uitgaven voor eigen personeel € 41,9 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit wordt voornamelijk verklaard door een interne herschikking van de pensioenpremies van de bestuursstaf naar de marechaussee (€ 14,8 miljoen), de CAO salarisverhoging per 1 juli (€ 5,6 miljoen), de CAO verhoging eindejaarsuitkering (€ 5,7 miljoen) en het Convenant Beveiliging Ambassades in hoog risico gebieden met het Ministerie van Buitenlandse Zaken (€ 12 miljoen). Binnen de personele uitgaven zijn in het kader van de personele onderrealisatie gelden uit het budget voor eigen personeel vrijgemaakt en aangewend ten behoeve van externe inhuur.

4.6 Beleidsartikel 6 Investeringen

A. Algemene doelstelling

Defensie voorziet in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen en zij verkoopt, indien aan de orde, groot materieel en infrastructuur.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor het tijdig voorzien in nieuw materieel, infrastructuur en IT-middelen alsmede de afstoting van overtollig groot materieel en infrastructuur. Tot de investeringen worden gerekend alle planbehoeften met een meerjarig karakter. Dit omvat ook de bijdragen aan de NAVO voor het doen van investeringen en wetenschappelijk onderzoek. Tot de investeringen worden ook bijdragen gerekend aan de instandhouding, die direct samenhangen met de betreffende investering.

C. Beleidsconclusies

Investeringsquote

Defensie streeft er naar op termijn meerjarig gemiddeld ten minste 20% van het uitgavenbudget te besteden aan investeringen, waarbij schommelingen over de jaren elkaar uitmiddelen. Dit is conform de NAVO-richtlijn. Sinds 2015 stuurt Defensie op een meerjarig gemiddelde investeringsquote. Deze gemiddelde investeringsquote3 (2016–2020) is dit jaar uitgekomen op 20,2% (dit was 18,2% over 2015–2019); de investeringsquote over alleen 2020 is 24,6% (2019: 23,9%).

Figuur 8 Investeringsquote

In 2020 heeft Defensie € 2.716 miljoen geïnvesteerd in onder andere de verwerving van de F-35 (€ 808 miljoen), infrastructuur (€ 274 miljoen), IT (€ 235 miljoen) en de vervanging en modernisering van de Chinook (€ 268 miljoen). Dit is € 216,0 miljoen meer dan in 2019. De afgelopen jaren is bij de uitgaven een stijgende lijn zichtbaar en dat resulteert in een stijgende investeringsquote. Door de ongelimiteerde eindejaarsmarge op het investeringsartikel kan niet gerealiseerd investeringsbudget worden meegenomen naar het volgend jaar.

F-35-programma

In 2020 is het F-35-programma verder uitgerold door de levering van vijf toestellen. Met peildatum 31 december 2020 is het aantal toestellen in Nederland nu zeven. Daarnaast heeft Defensie zich verbonden aan de levering van negen additionele toestellen.

Onderzeeboten

In 2020 is de B-brief voor de verwerving van vier onderzeeboten met de Tweede Kamer besproken en is de voorbereiding voor de verwerving (D-fase) gestart.

Grensverleggende IT (GRIT)

De vernieuwing van de IT is vormgegeven in het programma Grensverleggende IT (GrIT). Dit programma is herzien in 2020. Op 2 november 2020 heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over het positieve advies van het Adviescollege ICT met betrekking tot de aanpassingen in het programma. Op 30 december 2020 is het contract voor dit project getekend.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 6 Investeringen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

2.558.598

2.129.841

3.799.130

4.266.773

2.755.819

3.255.860

‒ 500.041

Opdrachten

2.472.445

2.052.017

3.693.634

4.161.635

2.662.718

3.185.857

‒ 523.139

Investeringen materieel

1.452.071

1.732.810

3.186.241

3.695.843

2.102.408

2.621.457

‒ 519.049

Investeringen infrastructuur

924.264

190.522

197.911

242.801

252.066

248.006

4.060

Investeringen IT

96.110

128.685

309.482

222.991

308.244

316.394

‒ 8.150

Begrotingsreserve

    

0

0

0

Bekostiging

57.058

59.727

81.971

80.774

66.001

37.311

28.690

Bijdrage aan internationale organisaties

29.095

18.097

23.525

24.364

27.100

32.692

‒ 5.592

        

Uitgaven

1.304.491

1.441.839

1.736.955

2.523.053

2.716.440

2.864.661

‒ 148.221

Waarvan juridisch verplicht

    

101%

75%

 

Opdrachten

1.210.223

1.364.611

1.643.037

2.426.235

2.641.111

2.794.658

‒ 153.547

Investeringen materieel

900.886

1.040.082

1.112.677

1.920.516

2.128.195

2.191.803

‒ 63.608

Investeringen infrastructuur

197.858

212.451

258.273

283.898

275.764

286.461

‒ 10.697

Investeringen IT

111.479

112.078

272.087

221.821

237.152

316.394

‒ 79.242

Begrotingsreserve

    

0

0

0

Reserve valutaschommelingen

    

0

0

0

Bekostiging

61.078

56.860

67.133

72.534

46.876

37.311

9.565

Bijdrage grote onderzoeksfaciliteiten

    

3.737

2.400

1.337

Technologieontwikkeling

    

35.599

26.511

9.088

Kennisgebruik

    

3.459

3.400

59

Kort-cyclische innovatie

    

4.081

5.000

‒ 919

Bijdrage aan internationale organisaties

33.190

20.368

26.785

24.284

28.453

32.692

‒ 4.239

Investeringen infrastructuur NAVO

33.190

20.368

26.785

24.284

28.453

32.692

‒ 4.239

        

Programma ontvangsten

143.242

154.679

234.122

110.797

66.513

75.228

‒ 8.715

- Verkoopopbrengsten strategisch materieel

99.534

101.920

126.714

72.691

36.602

34.958

1.644

- Overige ontvangsten materieel

 

21.302

51.671

26.140

22.054

30.700

‒ 8.646

- Verkoopopbrengsten strategisch infrastructuur

37.771

17.603

39.371

4.291

3.901

5.050

‒ 1.149

- Overige ontvangsten infrastructuur

 

12.023

10.785

4.578

1.458

1.220

238

- Ontvangsten internationale organisaties

5.937

1.831

5.581

3.097

2.498

3.300

‒ 802

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Investeringen materieelDe realisatie van het verplichtingenbudget investeringen materieel is € 519,1 miljoen lager dan begroot. De grootste oorzaak hiervan is de vertraging van de verplichting voor het project MLU Infanterie Gevechtsvoertuig (CV90) inclusief CE-pakket (€ 662,3 miljoen). Voor het project Combat Support Ship is in 2020 € 297,0 miljoen meer verplicht dan begroot. Ten opzichte van de D-brief (19 december 2019) is het projectvolume niet toegenomen. Het betreft hier het afsluiten van een contract dat initieel gepland was in het najaar 2019.

Het huidige projectvolume voor het project MLU Fennek is € 447,3 miljoen. Dit is lager dan het bedrag dat in de begroting 2020 was opgenomen (€ 600 miljoen). Op dit project is in 2020 366,6 miljoen verplicht. Ten opzichte van de begroting betekent dit een onderrealisatie van € 233,4 miljoen. Het resterende projectvolume is € 80,7 miljoen, hiervan wordt € 43,8 miljoen in 2021 verplicht. € 36,9 miljoen is gereserveerd voor exploitatiekosten en wordt in 2021 overgeheveld naar de landmacht. Daarnaast is voor de aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen ten behoeve van COVID-19 maatregelen een bedrag van € 5,0 miljoen verplicht.

Investeringen ITDe realisatie van het verplichtingenbudget is € 8,2 miljoen lager dan begroot. De belangrijkste verklaring is enerzijds de toevoeging van € 111,6 miljoen vanuit de eindejaarsmarge 2019. Anderzijds heeft tijdens het uitvoeringsjaar een herschikking van € 144,7 miljoen van investeringen IT naar investeringen materieel plaatsgevonden. De herschikking van middelen vanuit investeringen IT naar investeringen materieel wordt in 2021 weer teruggedraaid, waardoor de middelen terugvloeien naar de IT portefeuille.

Contractering Grensverleggende IT (GrIT)

Zoals bovenvermeld onder de beleidsconclusies heeft op 30 december 2020 de contractondertekening voor dit project plaatsgehad. Het betreft hier de overkoepelende samenwerkingsovereenkomst en een eerste tweetal uitvoeringsovereenkomsten met betrekking tot overkoepelende activiteiten om het project op te kunnen starten. De samenwerkings¬overeenkomst heeft een looptijd van 10 jaar plus verlengopties, maar biedt juridisch de ruimte om tussentijds discretionair door Defensie te worden opgezegd. In dit project wordt - mede gezien de lange looptijd en snelheid waarmee IT-ontwikkelingen plaatshebben - gewerkt op een agile-wijze en is (mede in opvolging van adviezen van het AcICT) alles erop gericht om gedurende de projectuitvoering zo flexibel mogelijk te kunnen bijsturen. Bij de contractvorming is er daarbij passend voor gekozen om zowel de overkoepelende projectactiviteiten als de op te leveren IT-producten en -diensten op te knippen in blokken, waarop kort voor de geplande definitieve gunning en opstart nog toetsen zoals door het AcICT kunnen worden uitgevoerd. De totale projectwaarde is daarmee flexibel maar kan oplopen tot > € 1 miljard. De uitvoeringsovereenkomsten voor de overkoepelende activiteiten zijn opgeknipt in kleinere perioden zodat deze naar aanleiding van de projectdrukte tussentijds kunnen worden op- of afgeschaald en/of in tempo worden aangepast. De totale projectwaarde van de overkoepelende activiteiten kan oplopen > € 100 miljoen; op 30 december 2020 was hiervan alleen de periode voor de projectopstart nog gegund. Gezien het innovatieve karakter en de unieke juridische flexibiliteit van dit contract heeft overleg plaatsgehad met het Ministerie van Financiën over de juiste wijze van financieel verantwoorden daarvan in dit jaarverslag. Het verplichtingenbegrip uit de CW 2016 is hiervoor op dit moment niet eenduidig en biedt interpretatieruimte, waarvan in de toekomst zal worden bezien of en hoe deze nog nader moet worden ingevuld. Wij hebben voor het eerste tweetal uitvoeringsovereenkomsten het verplichtingenbedrag verantwoord voor de eerste contractperiode en niet voor de gehele looptijd.

BekostigingIn 2020 is voor bekostiging ruim € 28,7 miljoen meer verplicht dan oorspronkelijk begroot. Dit heeft onder andere te maken met het aangaan van diverse meerjarige contracten voor kennis en innovatieprojecten (€ 12,4 miljoen) en het aangaan van een meerjarig contract voor het marin 7 oceans simulator centrum (€ 8,3 miljoen).

Bijdrage aan internationale organisatiesIn de realisatie zijn geen afwijkingen groter dan 10 miljoen opgetreden.

Uitgaven

Investeringen materieel In het Defensieprojectenoverzicht (DPO) worden alle DMP-plichtige investeringsprojecten met een financiële omvang van meer dan € 25 miljoen toegelicht. In dit beleidsartikel worden alle projecten opgenomen met een financiële omvang van meer dan € 100 miljoen conform de begroting 2020. De projecten met een afwijking van meer dan € 10,0 miljoen ten opzichte van de begroting 2020 worden toegelicht. De realisatie van het uitgavenbudget investeringen materieel is € 63,6 miljoen lager dan begroot.

Tabel 11 Projecten in realisatie zeestrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

Vervanging Mijnenbestrijdingscapaciteit

922,4

21,2

28,0

18,9

‒ 9,1

ESSM Block 2: Verwerving & Integratie

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Combat Support Ship (CSS)

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Vervanging MK46 Lightweight Torpedo

223,0

4,6

9,6

4,9

‒ 4,7

Verbetering MK48 Torpedo

191,5

116,7

17,6

‒ 17,6

Instandhoudingsprogramma Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF)

185,0

104,0

35,6

30,8

‒ 4,8

Maritime Ballistic Missile Defence (MBMD)

143,7

117,8

12,0

9,2

‒ 2,8

Vervanging Harpoon Missile (surface-to-surface missile)

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Vervanging 127 mm kanon Luchtverdedigings- en Commandofregatten

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Softkill Torpedo Defensiesysteem

100–250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verbetering MK48  TorpedoDe realisatie is € 17,6 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De MK48 systemen worden in serie vervaardigd en de leveringen zijn sterk vertraagd. De productie en de levering van modificatiekits is achtergebleven bij de planning.

Tabel 12 Projecten in realisatie landstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) productie

821,4

791,3

20,2

0,4

‒ 19,8

Midlife Update Fennek

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Midlife Update Infanterie Gevechtsvoertuig (CV90) incl. CE-pakket

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

C-RAM/Class 1 UAV detectiecapaciteit

166,2

35,9

39,7

36,2

‒ 3,5

Verlenging levensduur Patriot

148,1

28,8

16,7

14,0

‒ 2,7

Vervanging brugleggende tank

101,0

31,1

34,9

27,9

‒ 7,0

Counter Improvised Explosive Devices (C-IED)

101,0

18,7

13,5

5,4

‒ 8,1

Army Ground Based Air Defence System (AGBADS)

100-250 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Groot Pantserwielvoertuig (GPW, Boxer) productie De realisatie is € 19,8 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Het ondertekenen van een contract voor nachtzichtapparatuur, een onderdeel van het project GPW Boxer, stond gepland voor het eerste kwartaal van 2020. Dit contract is vertraagd en eind 2020 afgesloten, waardoor leveringen en betalingen vanuit dit contract in 2021 en verder plaatsvinden.

Tabel 13 Projecten in realisatie luchtstrijdkrachten (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

Verwerving F-35

4.766,5

2.055,7

709,7

807,9

98,2

NH-90

1.204,6

1.075,7

51,0

4,5

‒ 46,5

Vervanging en Modernisering (V&M) Chinook

997,3

352,5

377,5

268,1

‒ 109,4

Apache Remanufacture

892,5

18,9

8,0

15,0

7,0

Verwerving Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle (MALE UAV)

384,7

49,6

44,3

29,6

‒ 14,7

Verwerving strategisch luchttransport en AAR (Multi Role Tanker Transport (MRTT))

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

F-35: Verwerving middellange tot lange afstandsraket

123,9

0,9

1,6

0,5

‒ 1,1

AH-64D Block II upgrade

122,6

73,5

17,8

6,4

‒ 11,4

Verwerving F-35

De realisatie is € 98,2 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Ten opzichte van de schatting uit de begroting 2020 heeft facturatie in een sneller tempo plaatsgevonden. Daarnaast is sinds het vaststellen van de ontwerpbegroting het project uitgebreid van 37 naar 46 toestellen. Over de gedetailleerde voortgang van het project verwerving F-35 wordt het parlement separaat geïnformeerd met de jaarlijkse voortgangsrapportage.

NH-90

De realisatie is € 46,5 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit project wordt uitgevoerd in een internationaal samenwerkingsverband, waarin de totstandkoming van grotere gezamenlijke contracten vanuit industriezijde de voorkeur krijgt boven contracten met individuele landen. Hierdoor zijn voor Nederland enkele voor 2020 geplande contracten en betalingen niet gerealiseerd. Het betreft vooral deelprojecten die naar aanleiding van de herijkingsnota «verbeteren capaciteiten NH-90 voor operaties in het landdomein» worden uitgevoerd. Vanwege de focus op het maritieme domein heeft de budgettaire herfasering vooralsnog geen gevolgen voor de operationele inzet van de toestellen.

Chinook vervanging en modernisering

De realisatie is € 109,4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De werkzaamheden zijn in 2020 conform (operationele) planning uitgevoerd. De lagere realisatie is veroorzaakt door een achterstand in de administratieve verwerking van FMS-betalingen bij de Amerikaanse overheid. Hierdoor zijn betalingen achtergebleven ten opzichte van de planning. Onderdeel van dit project is het trainen van Nederlands personeel. Als gevolg van inreisbeperkingen door COVID-19 is een aantal trainingen uitgesteld. De verwachting is dat de achterstanden in betalingen en trainingen in 2021 worden ingelopen.

MALE UAV

De realisatie is € 14,7 miljoen lager uitgevallen dan begroot. De lagere realisatie is enerzijds veroorzaakt door een achterstand in de administratieve verwerking van FMS-betalingen bij de Amerikaanse overheid. Anderzijds voorzag de begroting in levering van ground support equipment en certificering in 2020. Inmiddels is duidelijk geworden dat deze zaken verschuiven naar latere jaren, waardoor de realisatie lager is dan begroot.

AH-64D Block II Upgrade De realisatie is € 11,4 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Een voor de upgrade benodigd sensorsysteem is aangeschaft in 2020. De installatie van dit systeem is uitgesteld, waardoor voor deze FMS in 2020 minder is betaald dan gepland. De verwachting is dat dit systeem begin 2022 wordt geïnstalleerd, waarna de betaling volgt.

Tabel 14 Projecten in realisatie defensiebreed (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW)

1.000 ‒ 2.500 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Munitie t.b.v. aanvulling inzetvoorraden

113,2

95,7

11,5

2,5

‒ 9,0

Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)

261,7

109,4

80,0

25,9

‒ 54,1

Defensie Operationeel Kledingsysteem (DOKS)

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Verwerving Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem (DBBS)

225,1

30,3

80,4

4,0

‒ 76,4

Militaire Satelliet Communicatie lange termijn defensiebreed (MILSATCOM)

133,1

126,0

0,5

0,3

‒ 0,2

Verbeterd operationeel soldaat systeem (VOSS)De realisatie is € 54,1 miljoen lager uitgevallen dan begroot. Dit is een gevolg van vertraagde leveringen aan Defensie. De belangrijkste reden voor de vertraging is dat producten niet voldeden aan de door Defensie gestelde kwaliteitseisen, voornamelijk op het gebied van encryptie. Voor de vrijgave van de communicatie- en informatiemodule heeft de Beveiligingsautoriteit aanvullende eisen gesteld, waardoor de soldaat- en voertuigsystemen moeten worden aangepast. Als gevolg hiervan zijn het ontwerp en het contract gewijzigd. Daarnaast heeft de leverancier als gevolg van COVID-19 vertragingen in het productieproces opgelopen, waardoor artikelen later geleverd worden.

Verwerving Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem (DBBS)Voor het project DBBS is € 76,4 miljoen minder uitgegeven dan begroot. De leverancier heeft verdere vertraging opgelopen met de ontwikkeling en implementatie van de multi-site versie van de kern van het DBBS-systeem. Dit betekent dat mijlpalen later worden opgeleverd dan oorspronkelijk gepland waardoor de uitgaven ook later gerealiseerd zullen worden.

Tabel 15 Investeringen Infrastructuur Projecten in uitvoering (bedragen x € 1 miljoen)

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

DBFMO Kromhoutkazerne

623,9

136,5

33,1

33,1

0

Aanpassingen vastgoed agv wijziging regelgeving

304,6

44,3

22,1

13,7

‒ 8,4

Bouwtechnische verbeteringen brandveiligheid

131,9

102,7

21,7

21,2

‒ 0,5

DBFMO Nationaal Militair Museum

105

20,4

5,4

5,4

0

In de realisatie van projecten zijn geen afwijkingen groter dan 10 miljoen opgetreden.

Investeringen infrastructuurOp investeringen infrastructuur is de realisatie € 10,7 miljoen lager dan begroot. De voorbereiding van het project Legering Defensiebreed kon deels niet tijdig worden afgerond, waardoor in 2020 minder is uitgegeven dan gepland.

Investeringen ITOp investeringen IT is de realisatie € 79,2 miljoen lager dan begroot. De reden hiervoor is dat er minder projecten zijn uitgevoerd dan in de begroting opgenomen. Enerzijds is een aantal projecten nog niet in opdracht gegeven, anderzijds wordt dit veroorzaakt door een beperkte beschikbaarheid van gespecialiseerd personeel.

Tabel 16 Projecten in realisatie Voorzien in IT (bedragen x € 1 miljoen

Omschrijving project

Projectvolume (begroting 2020)

Gerealiseerde uitgaven t/m 2019

Verwachte uitgaven in 2020

Gerealiseerde uitgaven in 2020

Verschil uitgaven 2020

GrIT

250–1.000 miljoen

Commercieel vertrouwelijk

Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling (CODEMO)De CODEMO-regeling is een aansprekend instrument dat vooral wordt ingezet voor innovatieve ontwikkeling van defensiespecifieke producten met het midden- en kleinbedrijf (MKB). Defensie neemt, van goedgekeurde projectvoorstellen, maximaal 50 procent van de ontwikkelingskosten voor haar rekening. Eventuele opbrengsten voor Defensie in de vorm van royalty’s over de verkoop van de ontwikkelde producten zijn beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingsvoorstellen. Defensie heeft € 10,0 miljoen beschikbaar gesteld voor de CODEMO-regeling. Vanuit de oude CODEMA-regeling, de voorloper van de CODEMO-regeling, zijn € 3,3 miljoen royalty’s toegevoegd, resulterend in een totaalbudget van € 13,3 miljoen.

In 2020 is één nieuw projectvoorstel ingediend en stond er nog één voorstel uit 2019 in behandeling. Hiervan is één voorstel goedgekeurd voor een financieringspercentage van 25%. Er zijn drie projecten formeel afgerond. Dit maakt dat ultimo 2020 vijf projecten in uitvoering zijn en inmiddels voor een totaalbedrag van € 10,7 miljoen aan voorstellen is goedgekeurd.

Tabel 17 CODEMO

Ingediende voorstellen

91

Gehonoreerde voorstellen

27

Afgewezen voorstellen

64

Voorstellen in behandeling

0

Afgeronde voorstellen

22

4.7 Beleidsartikel 7 Defensie Materieel Organisatie

A. Algemene doelstelling

De Defensie Materieel Organisatie (DMO) zorgt voor de verwerving van modern, robuust en kwalitatief hoogwaardig en inzetbaar materieel en de beschikbaarstelling van IT-middelen, brandstof, munitie en kleding en uitrusting aan de defensieonderdelen.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de aanschaf en de instandhouding van materieel en de afstoting van overtollig materieel van de krijgsmacht.

C. Beleidsconclusies

In 2020 heeft DMO door het leveren van IT-middelen, brandstof, munitie, kleding en uitrusting een bijdrage geleverd aan de hoofdtaken van de krijgsmacht en daarmee aan de inzetbaarheidsdoelstellingen van Defensie. De leverbetrouwbaarheid van de ketenlogistieke bedrijven is stabiel en op norm.

Gevolgen van COVID-19

De financiële gevolgen van de COVID-19 maatregelen zijn in 2020 voor DMO beperkt gebleven. Een groot aantal oefeningen, waaronder Frisian Flag, is geannuleerd. Mede als gevolg hiervan is minder kerosine uitgeleverd door het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffenbedrijf (DBBB). Daarnaast is het effect van COVID-19 voor DMO zichtbaar door een onderrealisatie op de uitgaven voor overige personele exploitatie.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 18 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 7 Defensie Materieel Organisatie (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

759.247

959.296

1.170.733

1.156.092

985.425

1.013.939

‒ 28.514

        

Uitgaven

806.441

816.269

919.071

1.071.290

1.120.073

1.020.608

99.465

Waarvan juridisch verplicht

    

88%

71%

 
        

Opdrachten

335.058

318.730

334.300

368.569

389.265

381.701

7.564

- gereedstelling

225.397

221.912

221.543

269.291

93.939

141.085

‒ 47.146

- instandhouding materieel

109.661

96.818

112.757

99.278

295.326

240.616

54.710

Personele uitgaven

182.900

191.248

213.900

408.366

431.648

394.229

37.419

- waarvan eigen personeel

169.395

177.778

192.812

332.005

369.436

342.863

26.573

- waarvan externe inhuur

13.505

13.470

21.088

56.717

49.220

34.334

14.886

- waarvan overige personele exploitatie1

   

19.644

12.992

17.032

‒ 4.040

Materiële uitgaven

288.483

306.291

370.871

294.355

299.160

244.678

54.482

- waarvan instandhouding infrastructuur

    

385

231

 

- waarvan instandhouding IT

31.688

52.971

107.198

220.525

287.796

230.825

56.971

- waarvan IT door SSO DMO OPS

193.481

198.180

205.645

    

- waarvan exploitatie door SSO Paresto

405

437

268

    

- waarvan overige materiële exploitatie1

62.909

54.703

57.760

73.830

10.979

13.622

‒ 2.643

        

Apparaatsontvangsten

29.867

30.204

46.359

80.177

45.419

50.074

‒ 4.655

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen is € 28,5 miljoen lager dan begroot.

De verplichtingenrealisatie bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffenbedrijf (DBBB) is € 23,6 miljoen lager dan begroot. Dit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de gunstige dollarkoers en lage olieprijs.

De verplichtingenrealisatie bij het Defensie Munitie Bedrijf (DMUNB) is € 19,2 miljoen lager dan begroot. Dit komt doordat in 2019 een aantal verplichtingen met een totaal volume van € 76,9 miljoen, dat gepland stond om in latere jaren aan te gaan, versneld is aangegaan.

De verplichtingenrealisatie bij instandhouding IT is € 50,8 miljoen hoger dan begroot. Dit heeft een directe relatie met de hogere kasrealisatie. De verplichtingenrealisatie wordt met name veroorzaakt doordat meer bestellingen zijn geplaatst dan begroot, waarbij de prijzen hoger zijn dan begroot. Dit heeft geleid tot een hogere verplichtingenrealisatie op onderhoud generieke IT-middelen (€ 16,8 miljoen), verplichtingen voor licenties (€ 20,1 miljoen) en tablets en telefoons (€ 15,7 miljoen).

Uitgaven

Opdrachten

De realisatie van de gereedstelling is € 47,1 miljoen lager dan begroot. Deze onderrealisatie is volledig veroorzaakt doordat voor brandstof € 47,1 miljoen minder is uitgegeven dan begroot. Dit is voor het grootste deel het gevolg van de lage olieprijs en de gunstige dollarkoers; het energieverbruik van Defensie (de optelsom van brandstof, elektriciteit en gas) blijkt 6 % hoger te zijn dan in 2019. De behoefte aan kerosine bleek lager omdat - als gevolg van COVID-19 - verschillende oefeningen geannuleerd moesten worden, waaronder Frisian Flag. De behoefte aan scheepsbrandstof bleek als gevolg van de extra vaardagen van Zr.Ms. Karel Doorman hoger.

De realisatie van instandhouding materieel is € 54,7 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door hogere uitgaven voor instandhouding van maritieme systemen (€ 3,3 miljoen), kleding en uitrusting (€ 11,5 miljoen) en munitie (€ 27,0 miljoen). In de tweede suppletoire begroting werd nog uitgegaan van vertraagde munitieleveringen als gevolg van de crisis. Echter, een aanzienlijk deel werd toch in 2020 ontvangen.

Personele uitgaven

De realisatie van de personele uitgaven is € 37,4 miljoen hoger dan begroot. De overrealisatie op salarisuitgaven eigen personeel van € 26,6 miljoen is een gevolg van het feit dat DMO meer gevuld is dan waarmee budgettair rekening is gehouden. De overrealisatie op inhuur van € 14,9 miljoen komt door het inhuren van personeel met specialistische kennis die in onvoldoende mate in de organisatie aanwezig is, zoals SAP-expertise. De onderrealisatie van € 4,0 miljoen op overige personele exploitatie is een gevolg van de COVID-19 maatregelen, waardoor personeel minder dienstreizen heeft gemaakt.

Materiële uitgaven

De realisatie van de IT-uitgaven is € 56,9 miljoen hoger dan begroot. Defensie wordt geconfronteerd met hogere IT uitgaven en dit is een gevolg van drie ontwikkelingen: de groeiende behoefte aan IT-middelen van de defensieonderdelen, het toegenomen belang van IT-middelen (als gevolg van COVID-19) voor operationele- en vredesbedrijfsvoering en prijsstijgingen in de IT-sector.

4.8 Beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

A. Algemene doelstelling

Het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO) ondersteunt de krijgsmacht in haar taken. Het DOSCO doet dit door te zorgen voor personele diensten, opleidingen, huisvesting, vastgoed, catering, beveiliging, bewaking, facilitaire zaken, gezondheidszorg, logistiek en transport. Het DOSCO voorziet zelf in die ondersteuning en koopt een deel van de producten en diensten in bij organisaties buiten het Ministerie van Defensie.

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening binnen Defensie waaraan het DOSCO een bijdrage levert.

C. Beleidsconclusies

COVID-19 heeft veel impact op onze samenleving en ook op het werk van Defensie en de ondersteuning door het DOSCO. Niet alleen werd thuiswerken in 2020 de norm voor velen, ook het werk en de dienstverlening op de kazernes veranderde. Ondanks deze veranderingen heeft het DOSCO het grootste deel van haar dienstverlening kunnen leveren met oog voor onze ‘klanten’ en met aandacht voor de veiligheid van onze medewerkers. De Defensie Gezondheidszorg Organisatie (DGO) en breder de Militaire Gezondheidszorg (MGZ) heeft in 2020 daar waar mogelijk de civiele gezondheidszorg tijdens de COVID-19 crisis zowel met personeel als materieel ondersteund.

In 2020 waren er geen significante beleidswijzigingen ten opzichte van de begroting 2019. Wel is verder ingezet op:

  • het weer op orde krijgen van de vastgoedportefeuille, in samenwerking met het RVB, waarvoor een inhaalslag nodig is met een aanpak op de korte en lange termijn (Kamerstuk 33 763, nr. 151 over het strategisch vastgoedplan). In 2020 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor instandhouding vanuit de investeringen. Hiermee is een begin gemaakt met het oppakken van de achterstand in onderhoud van het vastgoed van Defensie. In 2020 is het IBO Vastgoed gestart, hierin wordt onderzocht wat de meest doelmatige set aan maatregelen is om het vastgoed van Defensie op orde te krijgen. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2021 over de uitkomsten geïnformeerd.

  • modernisering van (medische) infrastructuur, waaronder ingebruikname nieuwbouw gezondheidscentrum Ermelo, tandheelkundig centrum Badhoevedorp en de start van de verbouwing van gezondheidscentra Den Helder en Amersfoort. De modernisering van de medische infrastructuur is in gang gezet. De nieuwbouw in Ermelo is gereed, net zoals het tandheelkundig centrum in Badhoevedorp. Ook de verbouwing van het gezondheidscentrum in Den Helder is gestart en de medische IT-structuur wordt verbeterd met de inrichting van Delight.

  • investeringen in en met het oog op het verbeteren van de inzetbaarheid, het welzijn van het personeel door het aanbieden van sportprogramma’s, lifestylecoaches en het promoten van gezonde voeding. Hiermee is in 2020 voortvarend van start gegaan. DOSCO heeft de defensieonderdelen ondersteund bij de inzet van de lifestylecoaches. De COVID-19 crisis heeft echter wel voor een lager tempo gezorgd.

  • innovatieve oplossingen, bijvoorbeeld op het gebied van werving, selectie en keuring, opleidingen, re-integratie, transport en het opzetten van gezondheidsmonitoring. In 2020 heeft DOSCO bijgedragen aan innovatieve oplossingen en proeftuinen op het gebied van werving, selectie, keuren en re-integratie. Op het gebied van opleiden is mede door de COVID-19 crisis versnelling gekomen in de ontwikkeling van onderwijs op afstand en andere onderwijs innovaties.

Naast alle veranderde omstandigheden door COVID-19 ontstonden in deze crisis ook mooie initiatieven, zoals het versneld invoeren van afstandsonderwijs en het online werken op afstand.

D. Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 8 Defensie Ondersteuningscommando (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

886.300

1.245.160

1.296.628

1.401.191

1.541.365

1.335.147

206.218

        

Uitgaven

1.127.552

1.223.267

1.315.775

1.393.756

1.531.401

1.335.147

196.254

Waarvan juridisch verplicht

    

101%

53%

 
        

Opdrachten

188

190

166

133

11.737

 

11.737

- gereedstelling

187

190

166

133

76

 

76

- instandhouding materieel

1

   

11.661

 

11.661

Inkomensoverdrachten

  

43.392

34.444

67.626

37.465

30.161

Nationaal Fonds Ereschuld

  

43.392

34.444

67.174

37.465

29.709

Reservering Schadevergoedingen Chroom 6 Defensie

    

452

  

Personele uitgaven

512.085

543.248

579.465

771.503

774.498

746.130

28.368

- waarvan eigen personeel

475.462

510.000

540.789

581.098

604.573

593.251

11.322

- waarvan externe inhuur

24.559

21.158

26.107

26.031

27.498

3.178

24.320

- waarvan overige personele exploitatie1

   

150.599

128.562

137.209

‒ 8.647

- waarvan overig, attachés

12.064

12.090

12.569

13.774

13.865

12.492

1.373

Materiële uitgaven

615.279

679.829

692.752

587.676

677.540

551.552

125.988

- waarvan bijdrage agentschap RVB (huisvesting en infrastructuur)

228.185

256.916

263.593

    

- waarvan instandhouding infrastructuur

115.191

109.976

103.321

413.376

434.153

254.536

179.617

- waarvan overige materiële exploitatie1

236.126

278.343

286.337

168.563

238.698

287.796

‒ 49.098

- waarvan SSO Paresto

29.463

29.550

33.590

    

- waarvan instandhouding IT

    

28

 

28

- waarvan overig, attachés

6.314

5.044

5.911

5.737

4.661

9.220

‒ 4.559

        

Apparaatsontvangsten

63.665

85.812

89.243

89.784

90.346

81.355

8.991

X Noot
1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

E. Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

In 2020 is voor een bedrag van € 206,2 miljoen meer aan verplichtingen aangegaan dan begroot. Het betreft enerzijds een toename als gevolg van de hogere uitgaven en anderzijds betreft het verplichtingen die in 2020 zijn of worden aangegaan maar betrekking hebben op activiteiten die in 2021 en latere jaren worden uitgevoerd. Het betreffen onder meer verplichtingen voor instandhouding van vastgoed (€ 153,3 miljoen inclusief versnellingsopties van € 135 miljoen), uitkeringen aan veteranen (€ 29,7 miljoen), kosten voor het inrichten en verhuizen (€ 6,4 miljoen) en schoonmaakkosten (€ 5,4 miljoen).

Uitgaven

Opdrachten Het budget voor instandhouding materieel laat een overschrijding zien van € 11,7 miljoen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een administratieve herschikking in 2020. Een budget van € 8,8 miljoen voor onderhoud van niet-operationele voertuigen en opdrachten in het kader van dienstverlenende activiteiten op het gebied van transport, is overgeheveld vanuit het budget voor overige materiële exploitatie naar het budget voor instandhouding materieel.

Inkomensoverdrachten De realisatie voor Nationaal Fonds Ereschuld is € 29,7 miljoen hoger dan begroot. Aan het budget voor het Nationaal Fonds Ereschuld is in 2020 € 20,8 miljoen toegevoegd. Dit komt onder andere door een defensiebrede herprioritering (€ 12,6 miljoen) en een interne herschikking van het Nationaal Fonds Ereschuld vanwege een rechterlijke uitspraak over de te hanteren rekenrente, waardoor het budget voor schadevergoedingen dat niet in 2019 is uitgekeerd, in 2020 weer aan het budget is toegevoegd (€ 8,2 miljoen). In de laatste maanden van 2020 zijn onverwacht meer en hogere uitkeringen aan veteranen toegekend waardoor er sprake is van een overrealisatie.

Personele uitgaven De realisatie van personele uitgaven is per saldo € 28,4 miljoen hoger dan begroot. Dit is onder andere het gevolg van de overheveling van de pensioenpremies van € 12,8 miljoen vanuit artikel 10 als gevolg van de decentrale pensioenpremieafdracht. Het budget voor eigen personeel is verder door het arbeidsvoorwaardenakkoord verhoogd. Het arbeidsvoorwaardenakkoord bestaat met name uit de salarisverhoging per 1 juli (€ 8,7 miljoen) en de verhoging van de eindejaarsuitkering (€ 9,8 miljoen). In 2020 is ook de structurele verhoging van de stagevergoeding verwerkt, formatie «No Regretlocaties» (vastgoedlocaties die initieel afgestoten zouden worden, maar alsnog aangehouden worden) is structureel toegevoegd en er is een zorgbonus uitgekeerd (totaal € 7,8 miljoen). Naast toevoeging van budget heeft een herschikking plaatsgevonden van niet-strategische internationale functies van DOSCO naar andere defensieonderdelen (€ 15,5 miljoen) en een herschikking van € 22,1 miljoen van het budget voor eigen personeel naar het budget voor externe inhuur waardoor hier meer uitgegeven is dan oorspronkelijk begroot was. De overschrijding op het budget voor externe inhuur is gefinancierd vanuit de vrijval door vacatures binnen de formatie.

Materiële uitgaven De realisatie voor materiële uitgaven is per saldo € 126,0 miljoen hoger dan begroot. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een kasschuif vanuit de investeringen naar de instandhouding van het vastgoed (€ 135 miljoen). Dit betreft extra vastgoeduitgaven op de defensielocaties in verband met achterstanden in het onderhoud. Daarbij steeg tevens het uitgavenbudget als gevolg van hogere ontvangsten voor medegebruik van vastgoed (€ 6 miljoen). Daarnaast heeft een overheveling van budget voor overige materiële exploitatie naar het budget voor instandhouding materieel plaatsgevonden voor het onderhoud van niet-operationele voertuigen en opdrachten in het kader van dienstverlenende activiteiten op het gebied van transport (€ 8,8 miljoen).

5 Niet-beleidsartikelen

5 5.1 Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

Algemeen

In dit artikel worden de departementsbrede programma-uitgaven begroot. Het betreft subsidies, bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken, bijdragen aan internationale organisaties, opdrachten, bekostiging, inkomensoverdrachten en overige materiële exploitatie.

Budgettaire gevolgen
Tabel 20 Budgettaire gevolgen artikel 9 Algemeen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

89.615

82.955

90.693

103.992

142.947

159.397

‒ 16.450

        

Uitgaven

107.028

85.193

89.598

93.786

150.596

159.397

‒ 8.801

        

Subsidies

29.732

30.741

31.545

30.978

36.898

30.329

6.569

- subsidies

29.732

30.741

31.545

30.978

36.898

30.329

6.569

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

    

46.172

44.506

1.666

- kennisopbouw TNO via EZK

    

43.430

42.183

1.247

- kennisopbouw NLR via EZK

    

534

517

17

- kennisopbouw MARIN via EZK

    

1.900

1.500

400

- overige bijdragen

    

308

306

2

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

56.675

36.479

46.198

47.319

53.037

58.993

‒ 5.956

- bijdrage aan de NAVO

    

48.818

43.571

5.247

- bijdrage aan internationale samenwerking

    

4.219

4.579

‒ 360

- overige bijdragen

    

0

10.843

‒ 10.843

Opdrachten

   

9.826

9.139

11.390

‒ 2.251

- opdrachten beleid

    

4.249

4.019

230

- opdrachten milieu beleid

    

2.447

2.000

447

- overige opdrachten

    

2.443

5.371

‒ 2.928

Bekostiging

   

4.448

4.518

3.579

939

bekostiging diverse instellingen

    

4.518

3.579

939

Inkomensoverdrachten

   

1.215

832

10.600

‒ 9.768

- Reservering Regeling Uitkering chroom 6 Defensie

   

1.215

332

10.600

‒ 10.268

- Civielrechtelijke regeling Srebrenica 2020

    

500

 

500

Overige uitgaven

20.621

17.973

11.855

    
        

Programma ontvangsten

   

893

1.594

0

1.594

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 2,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen zijn € 16,5 miljoen lager dan initieel begroot. De oorzaak van dit verschil kan grotendeels verklaard worden door de bijdrage aan de Very High Readiness Joint Task Force en de lagere realisatie op Chroom 6 uitkeringen.

Subsidies

Bij het vaststellen van de ontwerpbegroting was de veronderstelling dat 2020 vooral in het teken van 75 jaar bevrijding zou staan. Door de COVID-19 pandemie zijn er uitgaven gedaan maar hebben deze activiteiten geen doorgang gevonden, hetgeen tot meerlasten heeft geleid. De defensiemusea moesten sluiten, activiteiten in het kader van 75 jaar vrijheid werden afgelast of op een alternatieve manier uitgevoerd en de Invictus Games zijn vooralsnog doorgeschoven naar 2021. Hierdoor is de realisatie op subsidies € 6,6 miljoen hoger is dan de vastgestelde begroting.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De lagere realisatie op (inter)nationale organisatie van € 6,0 miljoen heeft twee hoofdoorzaken. Voor de Very High Readiness Joint Task Force wordt jaarlijks € 10,0 miljoen overgeheveld naar andere defensieonderdelen en komt niet tot realisatie op dit artikel. Door een verhoogde contributie aan de NAVO wordt € 5,2 miljoen meer uitgaven gerealiseerd op het NAVO-budget.

Opdrachten

De realisatie op opdrachten valt € 2,3 miljoen lager uit dan initieel is begroot. Deze onderrealisatie komt voornamelijk doordat de activiteiten van de Personeelsagenda gerealiseerd worden in de gehele organisatie waardoor jaarlijks het budget herverdeeld wordt naar andere defensieonderdelen.

Inkomensoverdrachten

De realisatie van de uitkeringen voor Chroom 6 kent een ander uitgavenpatrooon dan verwacht, waardoor de budgetten in eerdere jaren niet tot realisatie zijn gekomen. Dit komt bijvoorbeeld door onderzoeken van RIVM die vertraagd zijn. Voor het jaar 2020 is er € 10,3 miljoen minder gerealiseerd. De verwachting is dat de budgetten tot realisatie komen, maar dan wel in latere jaren.

5.2 Niet-beleidsartikel 10 Apparaat kerndepartement

Algemeen

Inzet is de kerntaak van Defensie. De Bestuursstaf (BS) geeft hier namens de Minister sturing aan door het formuleren van het defensiebeleid, het toewijzen van middelen aan alle defensieonderdelen, het toezicht houden op de besteding daarvan, het opstellen van kaders voor de defensiebrede bedrijfsvoering en het bijdragen aan militaire pensioenen en uitkeringen.

Budgettaire gevolgen
Tabel 21 Budgettaire gevolgen van artikel 10 Apparaat Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

1.595.748

1.572.559

1.737.653

1.682.781

1.522.823

1.635.828

‒ 113.005

        

Uitgaven

1.594.826

1.572.368

1.728.881

1.675.816

1.517.171

1.635.828

‒ 118.657

        

Personele uitgaven

1.580.523

1.556.940

1.707.908

1.660.335

1.497.054

1.605.512

‒ 108.458

- waarvan eigen personeel

126.849

137.422

160.203

198.776

229.650

234.676

‒ 5.026

- waarvan externe inhuur

3.731

3.932

3.844

7.986

9.192

3.143

6.049

- waarvan overige personele exploitatie(1)

   

14.705

11.238

11.215

23

- waarvan uitkeringen (pensioenen en wachtgelden)

1.449.943

1.415.586

1.543.861

1.438.868

1.246.974

1.356.478

‒ 109.504

Materiële uitgaven

14.303

15.428

20.973

15.481

20.117

30.316

‒ 10.199

- waarvan overige materiële exploitatie (1)

13.749

14.924

20.426

15.481

19.512

30.316

‒ 10.804

- waarvan instandhouding IT

    

605

 

605

- waarvan bijdrage aan SSO Paresto

554

504

547

    
        

Totaal ontvangsten

39.017

39.784

196.186

13.362

42.212

7.674

34.538

Toelichting op de instrumenten

De posten met een verschil groter dan € 10,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

De verplichtingen zijn € 113,0 miljoen lager dan initieel begroot. De oorzaak van dit verschil kan verklaard worden door een onderrealisatie op pensioenen en uitkeringen alsmede een onderrealisatie op materiële uitgaven in verband met COVID-19.

Vanuit artikel 10, artikel 11 en ontvangsten is in 2020 € 20,5 miljoen bijgedragen aan de provincie Zeeland. Deze bijdrage bestond uit diverse kleine bedragen die beschikbaar waren mede als gevolg van de verminderde activiteiten door COVID-19.

Personele uitgaven

De realisatie op de personele uitgaven valt € 108,5 miljoen lager uit dan initieel begroot. Deze lagere realisatie komt voornamelijk doordat de defensieonderdelen vanaf 2020 zelf pensioenpremies afdragen en hierdoor de realisatie niet bij de Bestuursstaf plaatsvindt. Dit betreft € 98 miljoen.

Materiële uitgaven

De realisatie op de materiele uitgaven valt € 10,2 miljoen lager uit dan initieel begroot, wat veroorzaakt is doordat diverse activiteiten tot minder uitgaven leiden als gevolg van COVID-19.

Totaal ontvangsten

De ontvangsten zijn met € 34,5 miljoen toegenomen, grotendeels als gevolg van niet-begrote kapitaalaflossing door het ABP, deze ontvangsten zijn direct overgedragen aan het Ministerie van Financiën.

5.3 Niet-beleidsartikel 11 Geheim

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Geheim op basis van artikel 2.8 van de Comptabili-teitswet 2016 kent geen artikelonderdelen. Dit niet-beleidsartikel is bestemd voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via toedeling aan een expliciet beleidsartikel niet in het belang van de Staat is.

Budgettaire gevolgen
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van artikel 11 Geheim (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

5.939

7.874

7.155

14.617

10.891

9.895

996

Uitgaven

5.939

7.874

7.155

14.617

10.891

9.895

996

Ontvangsten

       
Toelichting op de instrumenten

De geheime uitgaven worden jaarlijks gecontroleerd door het college van de Algemene Rekenkamer.

5.4 Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld

Algemeen

Het niet-beleidsartikel Nog onverdeeld bestaat uit verplichtingen, uitgaven en ontvangsten. Uitgaven worden onderverdeeld naar loonbijstelling, prijsbijstelling, onvoorzien en een eventuele taakstelling (negatief bedrag).

Budgettaire gevolgen
Tabel 23 Budgettaire gevolgen van artikel 12 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2016

2017

2018

2019

2020

2020

2020

Verplichtingen

     

83.575

‒ 83.575

Uitgaven

     

83.575

‒ 83.575

Loonbijstelling

       

Loonbijstelling

       

- waarvan programma

       

- waarvan apparaat

       

Prijsbijstelling

       

- waarvan programma

       

- waarvan apparaat

       

Nog onverdeeld

     

83.575

‒ 83.575

Ontvangsten

       
Toelichting op de instrumenten

«Niet-beleidsartikel 12 Nog onverdeeld» is een voorziening, waarop geen realisatie plaats vindt van verplichtingen en uitgaven. Met de eerste en tweede suppletoire begroting is het budgetbedrag volledig uitgedeeld naar de defensieonderdelen.

6 Bedrijfsvoeringsparagraaf

6.1 Uitzonderingsrapportage

Deze paragraaf bevat een uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderdelen:

  • 1. 1. Rechtmatigheid inclusief tekortkomingen misbruik en oneigenlijk gebruik

Er hebben zich geen overschrijdingen van de rapporteringstoleranties voorgedaan.

In juni 2020 heeft de Koninklijke Marechaussee (KMar) een rapport uitgebracht over een drietal onderzoeken op het gebied van integriteitsschendingen met een financieel belang. Over één van de drie onderzoeken, bij het Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf (DBBB), is in het jaarverslag 2019 reeds gerapporteerd. Uit het rapport van de KMar over de drie onderzoeken blijkt dat tussen mei 2016 en december 2019 in totaal circa € 700.000 ten laste van het defensiebudget is betaald zonder dat daar geldige bestelorders en/of leveringen tegenover stonden. Het betreffen zowel facturen onder de grens van € 2.000 waarvoor beperkte verificatie geldt als facturen boven de € 2.000. De KMar heeft de onderzoeken overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Eén van de onderzoeken is inmiddels strafrechtelijk afgehandeld, de andere twee onderzoeken zijn nog in behandeling. Intern Defensie zijn op basis van het rapport van de KMar aanvullende preventieve maatregelen getroffen. Zo wordt er door het Financieel Administratie- en Beheerkantoor (FABK) een extra controle op nieuwe crediteuren uitgevoerd. Daarnaast zijn twee zaken in behandeling waarvan één zich afspeelde in 2016 en één in 2019. Naar het zich nu laat aanzien hebben deze twee dossiers een beperkte financiële omvang. Betreffende twee zaken liggen ter beoordeling voor bij de rechter. In de eerste helft van 2021 wordt een uitspraak verwacht. Over 2020 hebben we verder geen signalen van integriteitsschendingen met een financieel belang ontvangen.

Inkoop/Europese aanbesteding

Voor 2020 zijn in totaal 26 inkoopdossiers (waarvan twaalf escalatiedossiers) aangemerkt als (Europese) aanbestedingsfouten met een totale opdrachtwaarde van afgerond € 157 miljoen inclusief BTW. De geconstateerde aanbestedingsfouten betreffen het niet juist toepassen van de aanbestedingsregels door bijvoorbeeld het niet naleven van het gelijkheidsbeginsel, afroepen van reeds verlopen overeenkomsten en het substantieel overschrijden van de geraamde waarde van de overeenkomsten die uit de oorspronkelijke aanbestedingsstukken daaraan konden worden toegekend. In twaalf gevallen is gebruik gemaakt van de escalatieprocedure met een totaalvolume van ongeveer € 13 miljoen. In die procedure wordt expliciet vooraf afgewogen of sprake is van een onontkoombare noodzaak tot aanbesteding van een overheidsopdracht of verlenging van een overeenkomst om op basis van die grond eventueel af te wijken van de (Europese) aanbestedingsregelgeving. Het aantal dossiers waarvoor de escalatieprocedure is ingeroepen is ten opzichte van 2019 afgenomen.

2. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Rapportage over de operationele gereedheid vindt plaats op basis van de rapportages over de drie gereedheidsindicatoren: personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. Informatie over de gereedheid van eenheden en de details over de realisatie van de operationele gereedheid zijn onder meer opgenomen in opdrachtenmatrix. De appreciaties van operationele commandanten geven de benodigde context bij de drie gereedheidsindicatoren.

De totstandkoming van de niet-financiële informatie was in 2020 wederom arbeidsintensief, mede als gevolg door een beperkte aansluiting tussen rapportages van eenheden en de uiteindelijke rapportage over inzetbare capaciteiten. Daarom zijn de eerder gestarte initiatieven om de kwaliteit van informatie te verbeteren en verder te automatiseren in 2020 voortgezet. Twee voorbeelden hiervan zijn: het project Kwaliteit in Beeld en het Digitaal Dashboard Operationele Gereedheid. Implementatie van Kwaliteit in Beeld vindt conform planning in 2021 plaats en is gericht op het verbeteren van inzicht in de Individuele Personele Gereedheid. Het Digitaal Dashboard Operationele Gereedheid is al gebruikt om de inzetbaarheidsrapportage geheel 2020 op te stellen. In navolging hiervan zullen vanaf 2021 alle rapportages op de opdrachtenmatrix standaard via dit dashboard verlopen. De weergave van fact based informatie maakt het opstellen van appreciaties door commandanten eenvoudiger en minder arbeidsintensief. Met het Digitaal Dashboard Operationele Gereedheid volgt Defensie ook de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer op. Het dashboard verbetert de herleidbaarheid over de status operationele gereedheid van capaciteiten, inzetbare eenheden en componenten. Verder maakt het dashboard het rapportageproces minder foutgevoelig en biedt het een verbeterde basis voor uniforme definities.

De rapportage op de opdrachtenmatrix gebruikt ook een nieuwe kleurcodering om aan te geven in welke mate Defensie erin slaagt de generieke gereedstelling voor de hoofdtaken waar te maken. De herziene opdrachtenmatrix is vanaf 2021 gereed voor gebruik in de rapportagecyclus van Defensie.

3. Begrotings-, financieel en materieelbeheer

Begrotingsbeheer / Financieel beheer

In 2020 is gewerkt aan een verdere verbetering van het financieel beheer.

Gedurende 2020 zijn extra interne controles ontwikkeld voor de verbetering van het verplichtingenbeheer. Dit stelt FABK in staat om periodiek de kwaliteit van de openstaande verplichtingen in de financiële administratie te analyseren. Na een jaar volgt een evaluatie. Bevindingen over de kwaliteit van de verplichtingen worden gecommuniceerd met de defensieonderdelen als daar aanleiding voor is; de meeste bevindingen hebben namelijk betrekking op de uitvoering van de werkzaamheden van FABK zelf. Ook is een beslisboom opgesteld die dient als hulpmiddel bij het kiezen van de juiste ordersoort bij de vastlegging van verplichtingen in de financiële administratie.

Voor de openstaande overige voorschotten is in 2020 een gezamenlijke inhaalslag gemaakt met de verrekening en/of afboeking van voorschotten. Conform het advies van de Audit Dienst Rijk (ADR) is voor de toekomst is afgesproken de controllers en FABK halfjaarlijks de stand van openstaande overige voorschotten op juistheid zullen beoordelen. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de structurele verbetering van het beheer van de overige voorschotten.

Materieelbeheer

Ondanks COVID-19 zijn de defensieonderdelen er goed in geslaagd de controles op het materieelbeheer aan de hand van checklisten uit te voeren. De norm voor het materieelbeheer bij Defensie is dat bij minimaal 80% van de eenheden op het derde niveau, de kwaliteit van het beheer van alle materieelsoorten en opslagvormen minimaal 80% scoort. Over 2020 is voor de volgende categorieën materieel/opslagvormen niet voldaan aan deze norm:

  • Niet-gevoelig materieel – centrale voorraad (75%)

  • Niet-gevoelig materieel – inventaris (75%)

  • Munitie – decentrale voorraad (78%)

  • Opiumwetartikelen – inventaris (50%)

Oorzaken voor het niet voldoen aan de norm liggen in het niet of in onvoldoende mate uitvoeren van voorgeschreven beheermaatregelen, zoals tellingen en afdoen van telverschillen en administratieve knelpunten rond de migratie naar en gebruik van ERP M&F. Daarnaast blijken het personele (kwantitatieve en kwalitatieve) capaciteitstekort en wisselingen van functie tijdens meetmomenten knelpunten. Deze worden mede door COVID-19 veroorzaakt, dan wel verergerd. Van de vier genoemde categorieën scoorde alleen niet-gevoelig materieel-inventaris in 2019 ook al onder de norm. Bevindingen uit controles moeten worden opgenomen en gemonitord via de verbeterplannen van de defensieonderdelen en worden centraal besproken.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Defensiebrede toprisico’s

In 2020 is een aanvang gemaakt met het herijken van het defensiebreed strategisch risicomanagement. Hierbij zijn de toprisico’s intern tegen het licht gehouden en zijn de volgende risicogebieden benoemd:

  • Besturing van de organisatie;

  • Basis op orde;

  • Publieke perceptie en draagvlak in de samenleving;

  • Financiële toekomstbestendigheid.

Deze aandachtsgebieden helpen focus te geven bij de aansturing van de organisatie. De specifieke onderwerpen en voortgang van genomen beheersmaatregelen aangaande deze aandachtsgebieden worden onder andere besproken in het Audit Comité.

Risico’s Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD)

In navolging van aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer (AR) wordt ingegaan op de risico’s in de bedrijfsvoering van de MIVD. De geconstateerde risico’s zijn de implementatie van de Wet op de inlichtingen - en veiligheidsdiensten (Wiv) 2017, personele vulling, IT en huisvesting.

De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) stelde in zijn vierde en afsluitende voortgangsrapportage dat de diensten grote stappen hebben gemaakt bij de implementatie van de Wiv 2017, maar dat het traject nog niet is afgerond. De verankering van de Wiv 2017 in de werkprocessen blijft een speerpunt van de dienst en zal naar verwachting nog meerjarig inspanning vereisen, vooral wegens de IT-achterstand bij de dienst. Hierbij worden de aanbevelingen van de CTIVD stelselmatig meegenomen. De rapporten van de Evaluatiecommissie Wiv 2017 en van de AR naar de impact van de uitvoering van de Wiv 2017 op de slagkracht van de diensten worden in 2021 verwacht.

De formatie en de personele vulling van de MIVD namen ook in 2020 toe. Ingezet wordt op behoud en verdere vulling, waarbij kwaliteit het uitgangspunt is. Moderne IT is voor de MIVD van vitaal belang. De MIVD werkt stapsgewijs en meerjarig naar het einddoel: een multidisciplinair en datagedreven inlichtingenproces ondersteund door een kwalitatief hoogwaardig, compliant en robuust informatiedomein (IV/IT) en meer verandervermogen. Met betrekking tot de huisvesting is in 2020 geïnvesteerd in het verbeteren van de bestaande infrastructuur, hetgeen in 2021 doorloopt. De MIVD en de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) hebben ook in 2020 hun samenwerking verder geïntensiveerd. Beide diensten verkennen hierbij onder andere de mogelijkheden tot samenwerking op het gebied van huisvesting.

Onvolkomenheden Algemene Rekenkamer

Autorisatiebeheer

Het verbeteren van autorisatiebeheer is een reguliere activiteit, maar tegelijkertijd een proces van lange adem. Hoewel ongewenst zijn functiescheidingsconflicten soms onvermijdelijk door de personele ondervulling in de organisatie en reorganisaties. Om die reden is ingezet op het weloverwogen omgaan met functiescheidingsconflicten en het treffen van risicobeperkende maatregelen indien een functiescheidingsconflict onvermijdelijk is. In 2020 is conform het plan van aanpak autorisatiebeheer gewerkt aan aanvullende maatregelen om de onvolkomenheid weg te werken en borging van de structurele activiteit te versterken. Zo zijn onder andere de autorisatiematrices in het materieellogistieke domein grotendeels gepubliceerd, beoordeeld en vastgesteld en is de conflictsignalering aangescherpt. De bevinding op het gebied van het personeelsdomein die de ADR in 2019 had is opgelost.

Inkoopbeheer

In de afgelopen jaren heeft Defensie invulling gegeven aan het (verder) ontwikkelen en implementeren van de key-controls inkoopbeheer. Deze lijn is eveneens in 2020 doorgezet waarbij wij constateren dat dit onze aandacht blijft vergen. Het inrichten en uitvoeren van spend-analyses is hierbij een aandachtspunt waarbij een belangrijke randvoorwaarde de blijvende beschikbaarheid over IT-capaciteit voor het ontwikkelen van specifiek hiervoor ingerichte tooling is. Het werken met de tool en het maken van spend analyses wordt in de loop van 2021 op projectmatige wijze bij de defensieonderdelen en hun gebruikers uitgerold. In 2020 zijn verbeterermaatregelen op het gebied van het beheer van de inkooptool gerealiseerd en in 2021 zal daaraan nog de nodige aandacht worden besteed voor het verder verbeteren ervan.

(De)Centraal voorraadbeheer munitie

De Algemene Rekenkamer (AR) heeft in 2019 naar aanleiding van de onvolkomenheid op het gebied van de administratie van centrale en decentrale een drietal aanbevelingen gedaan die door Defensie in 2020 zijn opgepakt.

Van de vier nog openstaande verbetermaatregelen uit het verbeterplan van het Munitiebedrijf is het aanpassen van regelgeving en het afdoen van langdurig openstaande ASN’s (Advanced Shipment Notices) afgerond. Het zorgdragen voor personele capaciteit (beleidsvoornemen van de reorganisatie is getekend) en het strikt toepassen van regelgeving lopen nog.

Verbeteringen die in 2020 zijn gedaan om munitiebeheerders van (de)centrale voorraden conform regelgeving en procedures te laten handelen betreffen onder meer de trainingen en ondersteuning die geboden werden bij de migratie van munitie van het Warehouse Management Systeem (WMS) naar SAP. Verder is de begeleiding en het instrueren van munitiebeheerders geïntensiveerd en worden meer tussentijdse en eindcontroles gedaan. Procedures worden strikter toegepast en bevindingenlijsten opgemaakt en ondersteund met werkorders.

Tot slot is de instructie voor voorraadaanpassingen structureel verbeterd.. Het strikt toepassen van regelgeving is bij het Munitiebedrijf ondergebracht in het Safety Culture Program. De continuïteit van het Safety Culture Program stond in 2020 onder druk als gevolg van COVID-19. Met name grotere bijeenkomsten (>10) waren lastig te organiseren waardoor het programma is vertraagd. Tot slot zijn zowel bij het Munitiebedrijf als bij de defensieonderdelen self-assesments opgenomen in de jaarkalenders. De defensieonderdelen analyseren en bespreken twee keer per jaar gezamenlijk de resultaten. Defensieonderdeel overstijgende problematiek wordt onder de aandacht gebracht bij de dossierhouders.

Voor zowel centrale als decentrale munitie geldt dat er veel acties lopen waarbij afhankelijkheden zijn met de voortgang op (onderdelen) van andere programma’s Het zijn trajecten die tijd en capaciteit kosten en die niet op korte termijn resultaat opleveren. UIt resultaten van de controles van de ADR is naar voren gekomen dat het beheer van de decentrale munitievoorraden zich enigzins lijkt te verbeteren.

Versterken vastgoedmanagement

In 2020 is een plan van aanpak opgesteld met actiepunten om te werken aan het versterken van het vastgoedmanagement. Deze worden nu verder uitgewerkt of zijn al in uitvoering. Er is onder andere gewerkt aan de verdere verbetering van de governance, die rekening houdt met de veranderingen in de topstructuur van Defensie, de hoofdprocessen beschrijft en taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden toedeelt aan de verschillende niveaus van vastgoedmanagement. Er zijn verbeteringen aangebracht, op alle niveaus, in de overlegstructuur tussen Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). De relatie en afspraken tussen Defensie en het RVB zijn geëvalueerd en deze worden verder uitgewerkt in een update van de Nadere Uitwerking Opdrachtgeversconvenant Defensie die in medio 2021 gereed moet zijn. Er is een inventarisatie uitgevoerd naar de informatiebehoefte van Defensie en er zijn KPI’n opgesteld die een betere sturing op de portefeuille mogelijk moet maken. Het RVB is gestart met de aanbesteding voor een onderhoudsmanagementsysteem, zodat er een accuraat inzicht ontstaat in de staat van het vastgoed van Defensie. Gunning staat gepland op eind 2021. De implementatie zal stapsgewijs plaatsvinden en de afronding zal nog wel enkele jaren duren. In 2020 zijn twee processen gestart om de balans te realiseren tussen het beschikbare vastgoedbudget en het aanwezige c.q. benodigde vastgoed. Binnen Defensie wordt hiervoor een aantal handelingsperspectieven verder uitgewerkt (gereed medio 2021) en er is in 2020 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) naar het vastgoed van Defensie gestart. Uw Kamer wordt in het voorjaar van 2021 over de uitkomsten geïnformeerd. De richtlijn ‘Brandveilig gebruik’ is in 2020 opgesteld en is in januari 2021 vastgesteld en van kracht verklaard. Ondanks het vaststellen van de richtlijn verdient de naleving extra aandacht.

IT-beheer

Het programma GrIT is opnieuw getoetst door het Adviescollege ICT (voorheen Bureau IT-toetsing) en de AcICT-toets is met een positief advies aangeboden aan Defensie en de Kamer. Begin november 2020 is de businesscase aan de Kamer toegezonden. Het contract is vervolgens op 30 december 2020 getekend.

Een algemeen aandachtspunt betreft monitoring, patchmanagement en wijzigingenbeheer en personele capaciteit.. Deze blijven aandacht krijgen van Defensie ten behoeve van betrouwbare bronadministraties voor de jaarverantwoording.

6.2 Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

1. Misbruik en oneigenlijk gebruik

Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O)-risico’s en ontwikkelingen betreffende het M&O-beleid Defensie sluiten zich aan bij de centrale verwijsindex om misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies tegen te gaan. Daarbij moet worden opgemerkt dat Defensie een stabiele en specifieke subsidieportefeuille kent. De index is een aanvulling op de reeds bestaande departementale M&O-registratie binnen Defensie. Tevens sluit Defensie zich aan bij het in 2020 geactualiseerde interdepartementale Raamwerk Uitvoering Subsidies (RUS). Hier is afgesproken drie uitvoeringsvarianten te hanteren. Naarmate het subsidiebedrag en de complexiteit hoger wordt, is de verantwoordingsplicht van de subsidieontvanger ook hoger.

2. Grote lopende ICT-projecten

In 2020 zijn er geen nieuwe projecten gepubliceerd op het Rijks ICT-dashboard. In 2021 zullen er wel vijf nieuwe projecten gepubliceerd worden over het jaar 2020. Afgelopen jaar is er één Adviescollege ICT-toets (voorheen Bureau ICT-toets) geweest. Het programma GrIT is opnieuw getoetst.

3. Gebruik open standaarden en open source software

Er is in 2020 niet afgeweken van het voorschrift.

4. Betaalgedrag

Defensie heeft over 2020 89,4% van de facturen tijdig betaald. Dat is lager dan de streefnorm waarbij 95% van alle facturen binnen 30 dagen na ontvangst van de factuur moeten zijn betaald. In 2019 was dit 90,5%. De oorzaak van het lagere percentage voor geheel 2020 ligt in de eerste drie maanden van vorig jaar. Toen schommelde het betaalgedrag rond de 80%. Oorzaak hiervan was de hogere voorraad aan te betalen facturen die al langer dan 30 dagen openstonden bij de jaarovergang van 2019 naar 2020.

Met de nadelige gevolgen van COVID-19 voor het bedrijfsleven is intern FABK besloten om extra capaciteit vrij te maken voor het betalen van inkoopfacturen. Daarnaast is veel aandacht besteed aan het wegwerken van de voorraad facturen > 30 dagen. Het betalen van deze categorie facturen heeft wel negatief effect gehad op het percentage tijdig betaalde facturen. Vanaf april 2020 is de betaalstand boven de 90% gekomen. Tussen mei en december 2020 heeft de betaalstand tussen de 91% en 95% geschommeld. Met deze betaalstanden heeft Defensie niet meer de 80% van het eerste kwartaal kunnen compenseren tot een uiteindelijke betaalstand boven de norm van 95%.

Er zijn verschillende oorzaken voor het niet behalen van de streefnorm van 95% door Defensie. De belangrijkste oorzaak blijft de gecompliceerde keten (van het aanvragen van een bestellling tot betaling) met de vele koppelvlakken tussen inkoop, logistiek en financiën; er is een prestatieverbetering van de gehele keten nodig om het betaalgedrag te verbeteren. De gehele keten kampt echter met een personele ondervulling, ook het FABK. In 2020 is extra aandacht gevraagd binnen de keten voor het betaalproces. Prioritering van dossiers, capaciteitsmanagement inclusief de inzet van inhuurkrachten hebben geleid tot een beter betaalgedrag in de tweede helft van het jaar. Daarnaast wordt er gewerkt aan een handreiking prestatieverklaringen. De handreiking prestatieverklaringen moet de keten handvatten bieden voor het treffen van effectievere beheersmaatregelen voor de juiste en tijdige verstrekking van prestatieverklaringen en (digitale) archivering van bewijsstukken.

De ontwikkelingen binnen FABK zoals het stimuleren van E-facturatie hebben in 2020 bijgedragen aan een beter betaalgedrag na de eerste drie maanden. Het gebruik van E-facturatie is in 2020 iets gestegen ten opzichte van 2019. Defensie voert gesprekken met leveranciers om het gebruik van E-facturatie te stimuleren. De facturen van leveranciers buiten Europa maken geen onderdeel uit van dit proces. De afdeling inkoop is betrokken bij het project E-facturatie voor het verder bevorderen van het gebruik van E-facturatie.

In 2020 zijn verschillende testen uitgevoerd binnen het domein van robotisering. Deze zijn over het algemeen succesvol verlopen en het is de verwachting dat in 2021 verdere stappen op gebied van robotisering worden uitgerold. Dit zal ook ten goede komen aan het betaalgedrag, omdat de inzet van robotisering enerzijds leidt tot een verbetering van de kwaliteit van de registratie, maar anderzijds ook sneller facturen kunnen worden geregistreerd.

5. Audit Comité

Het Audit Comité (AC) is het adviesorgaan van de SG met betrekking tot audit- en bedrijfsvoeringsaangelegenheden. Het AC is in 2020 zes keer bij elkaar gekomen. Vanwege de COVID-19 pandemie hebben de bijeenkomsten van het AC vanaf maart digitaal plaatsgevonden. De voornaamste agendapunten betroffen de auditprogrammering en de aanpak van de aandachtspunten die door de ADR en AR zijn geconstateerd, het programma GrIT, de Defensievisie 2035 en de evaluatie van het AC. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat de leden de wens hebben uitgesproken zich meer te willen richten op beleidsmatige onderwerpen die de sturing en risico’s van de organisatie raken, naast de kerntaken die zich met name richten op verantwoordingsdocumenten. Zo kan nog meer van de (ervarings)kennis van de externe leden gebruik gemaakt worden, ter advisering aan de Bestuursraad van Defensie.

6. Departementale checks and balances

Binnen de subsidieportefeuille nadrukkelijk toegezien op naleving van de vijfjaarlijkse evaluaties conform Awb art. 4.24. In dit kader is in 2020 gestart met de evaluatie van het Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen. Onderwerp van onderzoek zijn de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie, de doelmatigheid en de vraag of subsidie het juiste instrument is om het defensiebeleid uit te voeren.

7. Normenkader Financieel Beheer

Er hebben in 2020 geen wijzigingen plaatsgevonden.

8. Bedrijfsvoeringsrisico’s en/of problemen als gevolg van COVID-19

De gevolgen van de COVID-19 crisis hebben op grote schaal tot aanpassingen geleid in de bedrijfsvoering en deden een enorm beroep op het adaptief vermogen. De bedrijfsvoering moest flink worden bijgestuurd om een veilige werkomgeving te kunnen garanderen.

De COVID-19 pandemie veroorzaakte een sterke toename van het aantal mensen dat moest thuiswerken. Defensie beschikte al over goedgekeurde middelen voor de ondersteuning van thuiswerken met departementaal vertrouwelijk (DepV) gerubriceerde informatie, maar moest en heeft dit snel opgeschaald (met name de ondersteuning van de Telestick). De mogelijkheden voor videovergaderen (VTC) waren beperkt. Hierdoor ontstond al snel wildgroei in alternatieven die alleen geschikt zijn voor ongerubriceerde en ongevoelige informatie. Inmiddels is er een specifieke Teamsoplossing voor Defensie met een tijdelijke goedkeuring van de Beveiligingsautoriteit voor het delen van DepV audio en video. Documenten moeten nog steeds gedeeld worden via MULAN. Voor interdepartementale afstemming kan gebruik worden gemaakt van een externe applicatie.

Een aanzienlijk deel van de krijgsmacht doet echter geen kantoorwerk en/of werkt met gerubriceerd materiaal, waardoor op afstand werken geen oplossing was. Voor defensiepersoneel dat toch op locatie moest werken zijn diverse maatregelen getroffen om het werken binnen de COVID-19 maatregelen mogelijk te maken. De nieuwe manier van werken vraagt, meer nog dan vroeger, een hoog niveau van cyber-/informatiebeveiligingsbewustzijn bij alle medewerkers op alle niveaus. Dit blijkt niet bij iedereen in voldoende mate aanwezig; met communicatie is hierop ingespeeld.

Daarnaast is gebleken dat initiatieven die intern worden ingebracht met het doel om snel te reageren op COVID-19, zoals meer apps en anomaliedetectie bij thuiswerken niet snel genoeg gerealiseerd konden worden, omdat alles via de geldende procedures moest verlopen. In crisissituaties is dat niet wenselijk.

Ondanks dat het beleid rond tijd- en plaatsonafhankelijk werken (hybride werken) nog in ontwikkeling was, konden medewerkers van Defensie in 2020 al, naast de reeds beschikbare telestick, de meest noodzakelijke voorzieningen (los beeldscherm, bureaustoel, muis en toetsenbord) aanschaffen en de kostenhiervan declareren. Inmiddels zijn ruim 12.000 declaraties voor ARBO-middelen ingediend.

Uit een onderzoek van de afdeling Trends Onderzoek en Statistiek (TOS), afgenomen in augustus 2020, bleek dat bij ruim de helft van de werknemers hun effectiviteit tijdens de COVID-19 periode is verslechterd of dat zij onder de huidige omstandigheden hun werk minder goed kunnen uitvoeren. In totaal gaat het met één op de vijf medewerkers fysiek minder goed dan voor de COVID-19 periode. En één op de vier medewerkers geeft aan zich geestelijk minder goed te voelen dan voorheen. In bijna de helft van de gevallen gaat dit samen: één op de tien voelt zich zowel fysiek als geestelijk minder gezond dan voorheen. Leidinggevende binnen Defensie worden opgeroepen om deze werknemers te ondersteunen en begeleiden. Maar niet op iedereen heeft de COVID-19 periode een negatieve impact. Eén op de vier medewerkers ervaart geen verschil, en één op de zes medewerkers ervaart een verbeterde gezondheid en/of effectiviteit in het werk.

6.3 Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

1. Topstructuur en nieuw besturingsmodel Defensie

Defensie heeft per 1 oktober 2020 een nieuwe topstructuur ingevoerd, op basis van een Definitief Reorganisatie Plan (DRP). Een van de uitgangspunten van de nieuwe topstructuur betreft een duidelijkere scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. Dit vertaalt zich in een duidelijke belegging van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden en checks & balances in de organisatie. Voorgaande heeft geleid tot een nieuw Algemeen Organisatiebesluit Defensie (AOD) en een nieuw intern besturingsmodel in de aanwijzing besturen bij Defensie (BBD).

2. Digitale dashboards

In 2020 zijn meerdere dashboards verder ontwikkeld, waaronder die voor de Operationele Gereedheid. De indicatoren op deze dashboards worden geautomatiseerd, snel en eenduidig gevoed met gegevens uit de bronsystemen. Met de indicatoren kan er snel gestuurd worden en verantwoording worden afgelegd. Om betekenis te kunnen geven aan de indicatoren blijven appreciaties van leidinggevenden en specialisten nodig. Op deze wijze dragen de digitale dashboards bij aan een meer fact-based bedrijfsvoering bij Defensie.

3. Energietransitie

In het afgelopen jaar is het Plan van aanpak energietransitie Defensie (Kamerstuk 34 919, nr. 74) aangeboden. Dit plan is gevraagd tijdens het overleg over de initiatiefnota van het lid Belhaj (Kamerstuk 34 895, nr. 8) en is toegezegd in de Defensie Energie en Omgevingsstrategie 2019-2022 (DEOS) (Kamerstuk 33 763, nr. 152).

Conform het Plan van aanpak is gestart met het structureel inzetten van biobrandstof voor rijdend materieel. Aansluitend treffen we voorbereidingen om in 2022 structureel biobrandstof te gebruiken bij het varend materieel.

Voor ons vastgoed ontwikkelen we nieuwe energieplannen als onderdeel van het ingezette revitaliseringprogramma vastgoed Defensie. Zoals bij de Bernhardkazerne, waar de energieplannen in samenwerking met de omgeving worden uitgewerkt voor de uitvoering vanaf 2022. Ook zijn pilots opgesteld voor het versneld verduurzamen van ons vastgoed.

Verder is in 2020 het besluit genomen om in de komende jaren een eerste deel dienstvoertuigen te vervangen door elektrische auto's. Tevens worden in 2021 studies uitgevoerd zoals het in kaart brengen van onze CO2-footprint en een roadmap voor verdere verduurzaming van ons operationeel materieel.

In de DEOS is een overzicht van ons energieverbruik toegezegd vanaf rapportagejaar 2019 (nulmeting). Met onderstaande rapportage geven we hieraan invulling. De geïnventariseerde en geanalyseerde energiegegevens betreffen zowel de brandstoffen voor vliegen, varen en rijden van defensiematerieel als elektriciteit en gas voor het vastgoed op de defensieobjecten zoals kazernes, haven- en luchtvaartterreinen en de activiteiten die hierin plaatsvinden.

Meet- en monitorproces

Gelet op de omvang van de defensieorganisatie en diversiteit en geografische spreiding van defensieactiviteiten is het meten, analyseren en rapporteren van energieverbruik een complex vraagstuk. Zo moet voor het verzamelen van de brandstofgegevens geput worden uit verschillende bestanden aangezien brandstof uit verschillende aanvoerlijnen wordt afgenomen. Niet al deze bestanden zijn geschikt voor data-analyse. Waar nodig worden aannames gedaan en met kengetallen gerekend.

Verbruik

Het totale energieverbruik van roerende en onroerende goederen van Defensie in 2020 is gelijk aan 7.736 Terajoule en de totale directe CO2-emissie door het verbruik van brandstoffen en gas is 0,425 Megaton. In onderstaande figuren is de verdeling over roerende (vooral brandstof) en onroerende (vooral elektriciteit en gas) goederen en voor de roerende goederen per brandstofsoort gegeven.

Het totale energieverbruik, bestaande uit brandstof, elektriciteit en gas is met 6% toegenomen ten opzichte van de rapportage in 2019. Deze per saldo stijging wordt voornamelijk veroorzaakt doordat:

  • de meetmethode van de brandstofgegevens is verbeterd waardoor het verbruik in 2020 hoger bleek dan volgens de meetmethode in 2019;

  • de Zr.Ms. Karel Doorman, die vorig jaar in onderhoud was, dit jaar meer vaardagen heeft gemaakt.

  • de behoefte aan kerosine lager bleek omdat als gevolg van COVID-19 oefeningen geannuleerd werden, waaronder Frisian Flag.

Onroerende goederen

Via het vastgoed is het afgelopen jaar 2.791 Terajoule verbruikt aan gas en elektriciteit. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,260 Megaton. Defensie koopt echter 100% groene stroom in van Europese oorsprong, waarmee de uitstoot van de Defensie vastgoed op het conto komt van het aardgasverbruik. Dit is 0,088 Megaton en is daarmee vrijwel gelijk gebleven aan vorig jaar.

In 2020 is met zon en windenergie ongeveer 70 Terajoule in eigen beheer duurzaam opgewekt. Dit is 6% van ons elektriciteitsverbruik. De levering van groen gas in 2020 is helaas vanwege langere contractvoorbereiding door het Rijksvastgoedbedrijf, uitgesteld naar 2021. De CO2-emissie van vastgoed van Defensie gaat met de levering van groen gas in de komende jaren dalen.

Roerende goederen

Defensie heeft in 2020 wereldwijd totaal ca. 132 miljoen liter brandstof verbruikt voor vliegend, varend en rijdend materieel. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,337 Megaton.

Figuur 9 Verbruik 2020 roerend/onroerend goed (%)

Figuur 10 Verbruik 2020 roerend per brandstofsoort (%)

C. JAARREKENING

7 7 Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 24 Departementale verantwoordingsstaat 2020 van het Ministerie van Defensie (X)1 (Bedragen x € 1.000)

Artikel Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en

     

vastgestelde begroting

 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

          

TOTAAL

11.395.659

11.035.078

264.617

11.122.608

11.190.453

308.393

‒ 273.051

155.375

43.776

          

Beleidsartikelen

9.506.964

9.146.383

256.943

9.445.945

9.511.793

264.586

‒ 61.019

365.410

7.643

          

1. Inzet

171.298

195.247

2.907

109.842

153.752

6.639

‒ 61.456

‒ 41.495

3.732

2. Koninklijke Marine

925.904

925.904

20.396

1.108.336

985.978

28.090

182.432

60.074

7.694

3. Koninklijke Landmacht

1.520.832

1.520.832

10.375

1.576.567

1.594.099

8.662

55.735

73.267

‒ 1.713

4. Koninklijke Luchtmacht

847.316

847.316

12.032

887.150

927.222

10.453

39.834

79.906

‒ 1.579

5. Koninklijke Marechaussee

436.668

436.668

4.576

481.438

482.825

8.463

44.770

46.157

3.887

6. Investeringen

3.255.860

2.864.661

75.228

2.755.820

2.716.440

66.513

‒ 500.040

‒ 148.221

‒ 8.715

7. Defensie Materieel Organisatie

1.013.939

1.020.608

50.074

985.426

1.120.075

45.420

‒ 28.513

99.467

‒ 4.654

8. Defensie Ondersteuningscommando

1.335.147

1.335.147

81.355

1.541.366

1.531.402

90.346

206.219

196.255

8.991

          

Niet-beleidsartikelen

1.888.695

1.888.695

7.674

1.676.663

1.678.660

43.807

‒ 212.032

‒ 210.035

36.133

          

9. Algemeen

159.397

159.397

0

142.948

150.597

1.594

‒ 16.449

‒ 8.800

1.594

10. Apparaat Kerndepartement

1.635.828

1.635.828

7.674

1.522.824

1.517.172

42.213

‒ 113.004

‒ 118.656

34.539

11. Geheim

9.895

9.895

0

10.891

10.891

0

996

996

0

12. Nog onverdeeld

83.575

83.575

0

0

0

0

‒ 83.575

‒ 83.575

0

X Noot
1

Een nadere toelichting op de departementale verantwoordingsstaat is te vinden in het beleidsverslag onder ‘Financiële ontwikkelingen’.

8 Samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastenagentschap

Tabel 25 Samenvattende verantwoordingsstaat 2020 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting1

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie t-1

Totale baten

69.927

58.224

‒ 11.703

69.258

Totale lasten

69.927

58.604

‒ 11.323

71.027

Saldo van baten en lasten

0

‒ 380

‒ 380

‒ 1.769

     

Totale kapitaaluitgaven

0

80

80

287

Totale kapitaalontvangsten

0

4.352

4.352

0

X Noot
1

Stand inclusief amendementen, moties, NvW en ISB

9 Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap Paresto per 31 december 2020

Tabel 26 Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Paresto 2020 (bedragen x € 1.000)1
 

Vastgestelde begroting (1)2

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie t-1 (4)

Baten

    

- Omzet

69.027

26.695

‒ 42.332

38.175

waarvan omzet moederdepartement

52.652

15.564

‒ 37.088

20.466

waarvan omzet overige departementen

480

249

‒ 231

406

waarvan omzet derden

15.895

10.882

‒ 5.013

17.303

Rentebaten

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

900

31.529

30.629

31.083

Totaal baten

69.927

58.224

‒ 11.703

69.258

     

Lasten

    

Apparaatskosten

69.862

58.391

‒ 11.471

70.894

- Personele kosten

46.203

41.032

‒ 5.171

44.449

waarvan eigen personeel

40.281

38.447

‒ 1.834

37.047

waarvan inhuur externen

5.100

2.277

‒ 2.823

6.900

waarvan overige personele kosten

822

308

‒ 514

502

- Materiële kosten

23.659

17.359

‒ 6.299

26.445

waarvan apparaat ICT

0

395

395

695

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

0

0

waarvan overige materiële kosten

750

613

‒ 137

1.015

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

66

82

16

78

- Materieel

66

82

16

78

waarvan apparaat ICT

10

3

‒ 7

3

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

56

79

23

75

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

131

131

55

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

131

131

55

Totaal lasten

69.927

58.604

‒ 11.323

71.027

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 380

‒ 380

‒ 1.769

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 380

‒ 380

‒ 1.769

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

X Noot
2

Stand inclusief amendementen, moties, NvW en ISB

In 2020 is conform de RBV besloten dat de bijdrage van het moederdepartement om het agentschap te ondersteunen als gevolg van het maximeren van tarieven als bijzondere baat te verantwoorden. Daarom is de werkgeversbijdrage, welke toe te rekenen is aan het moederdepartement, als bijzondere baat verantwoord. Om te kunnen vergelijken met het voorgaande jaar is de realisatie van 2019 ook conform deze regelgeving gepresenteerd.

Toelichting op de staat van baten en lasten

De totale baten bestaan uit omzet en bijzondere baten. De omzet is onder te verdelen in een drietal categorieën: moederdepartement, overige departementen en derden en bedraagt € 26,7 miljoen. De bijzondere baten bestaan voor € 30,0 miljoen uit de werkgeversbijdrage die door het moederdepartement wordt verstrekt.

Omzet moederdepartement

Tabel 27 Omzet moederdepartement (bedragen in miljoenen euro's)

Omzet moederdepartement

15,6

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

15,6

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

Omzet bedrijfsvoering (verkopen) Dit betreft in het boekjaar de door Paresto in rekening gebrachte opbrengst verkopen voor verrichte leveranties en diensten.

Tabel 28 Omzet verkopen naar productgroep (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2020

Realisatie 2020

Omzet regulier

27.469

18.447

Omzet niet regulier

9.142

7.252

Omzet werkgeversbijdrage

979

995

Totaal omzet verkopen

37.590

26.695

De omzet bedrijfsvoering is onder te verdelen in de volgende productgroepen:

  • De omzet regulier betreft onder andere de verkopen in de bedrijfsrestaurants en kantines op locaties;

  • De omzet niet-regulier is omzet van onder andere evenementen, vergaderingen, diners en recepties die op locaties worden gehouden;

  • De omzet werkgeversbijdrage heeft betrekking op de factuur van het Koninklijk Huis en de bijdrage ten behoeve van het Militair Revalidatiecentrum.

Zowel de reguliere als niet-reguliere omzet is lager dan begroot. Door de COVID-19-crisis was er sprake van verplicht thuiswerken, zijn evenementen niet doorgegaan en hebben minder oefeningen plaatsgevonden.

Werkgeversbijdrage

De werkgeversbijdrage betreft de vergoeding die Paresto ontvangt voor de personele en materiële inzet op de locaties. Deze is hoger dan begroot door loonbijstellingen vanwege het arbeidsvoorwaardenakkoord uit 2019. De effecten van dit arbeidsvoorwaardenakkoord zijn niet in de begroting opgenomen, omdat het akkoord is bereikt na het opstellen van de begroting. De werkgeversbijdrage is verantwoord onder de bijzondere baten als gevolg van een aanpassing in de RBV.

Rentebaten

In 2020 is er vanwege een lage rentestand geen deposito uitgezet en tevens geen rente ontvangen op de lopende rekening courant met het Ministerie van Financiën.

Bijzondere baten

Als gevolg van een aanpassing van de RBV 2021 is de werkgeversbijdrage van het moederdepartement verantwoord als bijzondere baat. De overige bijzondere baten betreffen voornamelijk de producentenbonussen conform de contractuele afspraken en de suppletie van de belastingdienst over 2017. De bijzondere baten zijn niet afhankelijk van de omzet van betreffende jaar. Daardoor is het mogelijk dat de bijzondere baten hoger zijn dan begroot, terwijl de totale omzet lager is.

Tabel 29 Personele kosten (bedragen in miljoenen euro's)

Personele kosten

    
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

 

Vte'n

Prijs per Vte

Vte'n

Prijs per Vte

Militair personeel

55

€ 62.207

67

€ 62.666

Burgerpersoneel

692

€ 54.422

630

€ 54.823

     

Inhuur en uitzendkrachten

69

€ 74.375

29

€ 79.520

Totaal/Gemiddeld

816

€ 56.623

726

€ 56.521

Personele kosten

Door Paresto is fors op de personele en inhuurkosten gestuurd na uitbraak van het COVID-19 virus. Inhuur vond enkel plaats na goedkeuring van de directie, tijdelijke contracten zijn niet standaard verlengd en vacatureruimte werd niet standaard gevuld. Dit verklaart waarom zowel het eigen personeel als inhuurpersoneel lager uitvalt dan begroot. De gemiddelde loonsom van vast personeel en inhuur is hoger dan begroot vanwege het arbeidsvoorwaardenakkoord. Daarnaast is door COVID-19 minder direct personeel ingehuurd, maar liep de inhuur van indirect personeel grotendeels door. Indirect personeel is veelal duurder dan direct personeel, waardoor de gemiddelde loonsom per VTE hoger is dan begroot.

Materiële kosten

De post materiële kosten bestaat voornamelijk uit ingrediëntskosten (€ 16,4 miljoen).

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten op het totaal van activa bedragen € 82.000.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten hebben betrekking op facturen van leveranciers/lasten van voorgaand boekjaar.

ResultaatbestemmingHet resultaat over 2020 bedraagt -/- € 0,380 miljoen. Het resultaat wordt conform de vigerende regelgeving verrekend met het eigen vermogen.

Tabel 30 Balans per 31 december 2020 (bedragen x € 1.000)1
 

Balans 31-12-2020

Balans 31-12-2019

Activa

  

Vaste activa

  

Materiële vaste activa

281

282

waarvan grond en gebouwen

waarvan installaties en inventarissen

24

36

waarvan projecten in uitvoering

waarvan overige materiële vaste activa

257

246

Immateriële vaste activa

Vlottende activa

  

Voorraden en onderhanden projecten

482

582

Debiteuren

1.188

3.698

Overige vorderingen en overlopende activa

1.908

3.705

Liquide middelen

12.799

5.720

Totaal activa:

16.658

13.987

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

Exploitatiereserve

4.139

1.557

Onverdeeld resultaat

‒ 380

‒ 1.769

Voorzieningen

Langlopende schulden

Leningen bij het Ministerie van Financiën

Kortlopende schulden

Crediteuren

5.351

6.608

Belastingen en premies sociale lasten

61

68

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

Overige schulden en overlopende passiva

7.488

7.523

Totaal passiva

16.658

13.987

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

Toelichting op de balans

Vaste activa

Materiële vaste activa

In 2020 is er voor € 80.000 geïnvesteerd en voor € 82.000 afgeschreven.

Voorraden

De op de balans opgenomen voorraden betreffen de voorraden op de locaties van Paresto.

Debiteuren

De debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen op het moederdepartement (€ 1,0 miljoen) en derden (€ 0,2 miljoen). De stand debiteuren is gedaald ten opzichte van 2019. Eind 2019 was er een achterstand met factureren. Dit had als gevolg dat de facturen niet zijn betaald, de post debiteuren hoger uitviel en de liquide middelen hierdoor lager uitvielen. Het effect hiervan was circa € 2,3 miljoen. Deze achterstand is in 2020 weggewerkt, waardoor het saldo is gedaald naar € 1,2 miljoen. Bij de post ‘debiteuren’ wordt rekening gehouden met het vermoedelijk oninbare deel. Dit bedrag is bepaald op € 0,2 miljoen.

Overige vorderingen en overlopende activa

Deze post is nader te specificeren in nog te ontvangen van het moederdepartement (€ 1,2 miljoen) en derden (€ 0,7 miljoen).

Vanwege COVID-19 hebben eindejaarsactiviteiten niet plaatsgevonden, wat een deel van de afname in de overige vorderingen en overlopende activa verklaart. Daarnaast heeft de professionaliseringsslag op de financiële administratie ervoor gezorgd dat de achterstanden grotendeels zijn weggewerkt.

Liquide middelen

De post liquide middelen omvat vooral de gelden in rekening-courant bij het Ministerie van Financiën (€ 12,8 miljoen). De toename van liquide middelen wordt veroorzaakt door een afname in de post debiteuren en een kapitaalstorting van het moederdepartement.

Passiva

Eigen vermogen

In 2020 heeft er een kapitaalstorting van € 4,1 miljoen door het moederdepartement plaatsgevonden. Daarnaast heeft er een aanzuivering van het negatief eigen vermogen van € 0,2 miljoen plaatsgevonden. De grens voor het eigen vermogen 2020 is € 2,6 miljoen (maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen 3 jaar). In 2021 zal er € 1,1 miljoen euro afgedragen worden aan het moederdepartement. Op basis van de nieuwe regelgeving omtrent de omzetverantwoording valt het maximale eigen vermogen lager uit dan verwacht.

Leningen

Alle door Paresto opgenomen gelden bij het Ministerie van Financiën (leningen) zijn volledig afgelost.

Crediteuren

Het crediteurensaldo bestaat uit schulden op het moederdepartement (€ 4,9 miljoen) en derden (€ 0,5 miljoen). Dit is een daling van € 1,3 miljoen ten opzichte van 2019. De daling wordt veroorzaakt door COVID-19. Er is door een lagere omzet minder afgenomen bij leveranciers, wat leidt tot een lagere crediteurenstand.

Belastingen en premies sociale lasten

De belastingen en premies sociale lasten hebben betrekking op de BTW-aangifte van december.

Overige schulden en overlopende passiva

Het saldo overige verplichtingen en overlopende passiva bestaat voornamelijk uit moederdepartement (€ 4,1 miljoen) en derden (€ 3,4 miljoen). De overige schulden bestaan met name uit de salarissen van december.

De vakantieverplichtingen aan het personeel bestaan uit € 2,1 miljoen te betalen aan vakantiedagen en € 1,1 miljoen te betalen aan vakantiegelden.

Tabel 31 Kasstroomoverzicht over 2020 (bedragen x € 1.000)1
 

(1) Vastgestelde begroting2

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Rekening-courant RHB 1 januari 2020 + stand depositorekeningen

12.997

5.690

‒ 7.307

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

69.927

62.637

‒ 7.290

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 69.927

‒ 59.822

10.105

Totaal operationele kasstroom

0

2.815

2.816

Totaal investeringen (-/-)

0

‒ 80

‒ 80

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

‒ 80

Totaal investeringskasstroom

0

‒ 80

‒ 80

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

4.352

4352

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

0

4.352

4.352

Rekening-courant RHB 31 december 2020 + stand depositorekeningen  (=1+2+3+4), de maximale roodstand is 0,5 miljoen €.

12.997

12.775

‒ 221

X Noot
1

Door afrondingsverschillen kan er een verschil ontstaan in de optelling.

X Noot
2

Stand inclusief amendementen, moties, NvW en ISB

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode.

Kasstroom uit operationele activiteiten

De kasstroom uit operationele activiteiten bestaat uit de kasstroom bedrijfsactiviteiten, de mutatie in het werkkapitaal en de ontvangen dan wel betaalde interest. De ontvangsten operationele kasstroom is lager dan begroot. Het verplicht thuiswerken en het niet doorgaan van evenementen en minder oefeningen door de COVID-19-crisis is hier de oorzaak van. Als gevolg van de lagere omzet zijn er ook minder uitgaven gedaan.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

In 2020 is er voor de aanschaf van kleding € 80.000 geïnvesteerd en is voor € 82.000 afgeschreven.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

In 2020 is er geen beroep gedaan op de leenfaciliteit. In 2020 heeft er een kapitaalstorting van € 4,1 miljoen door het moederdepartement plaatsgevonden. Daarnaast heeft er een aanzuivering van het negatief eigen vermogen van € 0,2 miljoen plaatsgevonden.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2020

De omzet bij Paresto bestaat uit verkopen van ingekochte producten. Er is geen sprake van productie en hierdoor dus geen kostprijs per product. De gekozen indeling in een specifiek deel en een generiek deel vloeit voort uit de aard van de dienstverlening door Paresto. Gestuurd wordt op de brutomarge van de locaties. Hiermee samenhangende indicatoren zijn daarom als specifiek benoemd.

Tabel 32 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2020
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2017

2018

2019

2020

2020

Totaal omzet verkopen (x € 1.000)

33.927

34.650

37.378

26.695

37.254

VTE-totaal (excl. externe inhuur)

746

767

805

726

816

- waarvan in eigen dienst

656

659

695

697

747

- waarvan inhuur

90

108

110

29

69

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 1,1%

‒ 2,2%

‒ 2,6%

‒ 0,7%

0,0%

Specifiek deel

     

Aantal locaties

76

76

76

76

76

Productiviteit per medewerker (omzet per Vte)

45.479

45.177

46.433

35.400

45.656

% Ziekteverzuim

7,8%

8,5%

7,3%

8,0%

8,0%

% Bruto marge locaties

37,7%

34,8%

32,5%

35,5%

37,5%

Het overgrote deel van de kosten van Paresto (ruim 90 procent) bestaat uit personeels- en ingrediëntkosten. De doelmatigheid komt met name tot uitdrukking in twee belangrijke graadmeters, de productiviteit per medewerker en het percentage brutomarge (totale omzet verminderd met inkoopkosten ten opzichte van de totale omzet).

Na maart 2020 zijn veel oefeningen en evenementen niet doorgegaan door COVID-19. Ook is het gastenaantal afgenomen door het thuiswerken. Beide hebben tot gevolg dat de omzet lager is uitgevallen. Door flink te sturen op de inzet van personeel, zijn met name de inhuurkosten fors lager uitgevallen. Dit resulteert in een omzet per VTE van € 35.400. Het ziekteverzuim laat ondanks COVID-19 slechts een lichte stijging zien. De prijsaanpassing die in 2020 is doorgevoerd, zorgt ten opzichte van voorgaande jaren voor een hogere brutomarge.

10 Saldibalans

Tabel 33 Saldibalans per 31 december 2020 van het Ministerie van Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2020

 

31-12-2019

 

Passiva

31-12-2020

 

31-12-2019

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

11.190.446

 

10.719.464

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

308.387

 

406.410

3

Liquide middelen

57.461

 

48.751

     

4

Rekening-courant RHB1

   

4a

Rekening-courant RHB

10.772.966

 

10.188.582

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

   

5a

Begrotingsreserves

   

6

Vorderingen buiten begrotingsverband

125.363

 

57.103

7

Schulden buiten begrotingsverband

291.918

 

230.325

8

Kas-transverschillen

        

Subtotaal intra-compatabel

11.373.271

 

10.825.316

Subtotaal intra-comptabel

11.373.271

 

10.825.316

          

Extra-comptabele posten

       

9

Openstaande rechten

   

9a

Tegenrekening openstaande rechten

   

10

Vorderingen

163.507

 

207.983

10a

Tegenrekening vorderingen

163.507

 

207.983

11a

Tegenrekening schulden

25.555

 

58.358

11

Schulden

25.555

 

58.358

12

Voorschotten

3.554.234

 

3.138.853

12a

Tegenrekening voorschotten

3.554.234

 

3.138.853

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

4.000

 

4.000

13

Garantieverplichtingen

4.000

 

4.000

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

11.496.025

 

11.570.592

14

Andere verplichtingen

11.496.025

 

11.570.592

15

Deelnemingen

   

15a

Tegenrekening deelnemingen

   

Subtotaal extra-comptabel

15.243.321

 

14.979.785

Subtotaal extra-comptabel

15.243.321

 

14.979.785

          

Totaal

26.616.591

 

25.805.101

Totaal

26.616.591

 

25.805.101

X Noot
1

Rijkshoofdboekhouding

Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som van de onderdelen.

In 2020 worden alle balansposten tegen de koers van 31 december 2020 verantwoord. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

Intra-comptabele posten

ad 1 en 2 Uitgaven ten laste en – ontvangsten ten gunste van de begroting

Onder de posten uitgaven en ontvangsten zijn de per saldo gerealiseerde uitgaven en – ontvangsten opgenomen. De bedragen komen overeen met de bedragen uit de verantwoordingsstaat. Door een andere afrondings-systematiek is er een verschil met de verantwoordingsstaat waar per artikel naar boven wordt afgerond.

ad 3. Liquide middelen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 57.461 en bestaat uit de volgende saldi:

Tabel 34 Saldo liquide middelen (bedragen x € 1.000)

Kas

€ 12.485

Bank

€ 44.976

Totaal

€ 57.461

ad 4 en 4a) Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Deze post geeft per saldo de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. Het bedrag is per 31 december 2020 in overeenstemming met de opgave van de Rijkshoofdboekhouding.

ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 125.363

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

Een bedrag van € 56.696 betreft het saldo van wat op een derdenrekening staat en wat Defensie terugverwacht van de belastingdienst en bedragen waarvan nog niet duidelijk was aan welk budget binnen Defensie ze moesten worden toegerekend. In het bedrag wat Defensie terugverwacht van de belastingdienst vallen onder andere een bedrag van € 39.201 voor dubbel betaalde btw in november en een bedrag van € 13.625 aan te veel betaalde btw voor de F-35 in de jaren 2015 tot en met 2019. Defensie verwacht deze bedragen in 2021 retour te ontvangen van de belastingdienst.

Vorderingen groter dan € 2.000 die zijn betaald in 2019 en eerder, en nog niet in 2020 werden terugontvangen.

Een bedrag van € 2.779 stond nog open als onderdeel van een vastgoed project met USAG BENELUX. Vanwege moeilijkheden bij het omzetten van de betaling van Dollars naar Euro's duurde het langer dan verwacht voordat het bedrag werd terug ontvangen. Het bedrag is op 26 februari 2021 terug ontvangen.

Vanuit de samenwerking met Duitsland tijdens MINUSMA staat er nog een bedrag open van € 2.780. Duitsland heeft de uitstaande facturen nog niet betaald. Er zijn pogingen gedaan via de Nederlandse Liaison Officier in het Duitse hoofdkwartier om dit vlot te trekken en ook is contact opgenomen met de Duitse financiële organisatie. Dit heeft beide nog niet tot uitbetaling geleid. Het is op dit moment onduidelijk wanneer het bedrag zal worden ontvangen.

ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 291.918. Dit bedrag bestaat grotendeels uit af te dragen loonheffing en sociale lasten voor € 99.197 en daarnaast voor € 165.008 uit vooruit ontvangen gelden van derden voor nog te maken uitgaven. Het restant van € 27.713 betreft gelden die door Defensie worden aangehouden voor derden.

Extra-comptabele posten

ad 9. Openstaande rechten

Het saldo op de saldibalans is nihil. Voor zover aanwezig zijn deze posten opgenomen onder het bedrag van extra-comptabele vorderingen. Er wordt hiervoor geen aparte administratie gevoerd.

ad 10. Vorderingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 163.507

Tabel 35 Verdeling vorderingen naar categorie (bedragen x € 1.000)

Aard van de vordering

Bedrag

Personeel

€ 6.748

Baten-lastendiensten Defensie

€ 21

Medische bedrijven

€ 16.056

Diversen

€ 22.606

Buitenlandse mogendheden

€ 5.667

Koninklijke Schelde Groep lening

€ 3.668

Verkoop overtollige goederen

€ 83.196

Leningsconstructie ABP

€ 25.545

Saldo vorderingen 31-12-2020

€ 163.507

Als criterium voor de toelichting van vorderingen geldt een grensbedrag van € 10.000.

In verband met gesloten contracten met betrekking tot de verkoop van strategische goederen aan buitenlandse overheden heeft Defensie in de periode 2020 tot en met 2026 via Domeinen Roerende Zaken (directie van het Ministerie van Financiën) nog een bedrag van € 83.196 tegoed.

In de vorderingen is een bedrag van € 25.545 opgenomen voor de totale vordering (leningen) van Defensie aan het ABP. Als gevolg van de vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel is sinds 2001 het militair pensioen bij het ABP ondergebracht (Kamerstuk 26 686, nr. 5 d.d. 13 juli 2000). Omdat het bedrag dat wordt opgebouwd uit de pensioenpremies nog niet toereikend is om te voldoen aan de militaire pensioenverplichting, bestaat er een schuld (premietekort) van Defensie aan het ABP. Met instemming van het Ministerie van Financiën verstrekt Defensie daarom leningen aan het ABP; het ABP lost deze leningen inclusief rente na 10 jaar af aan Defensie. Deze constructie wordt toegepast totdat het voordeel vanuit de lagere pensioenuitkeringen voldoende is om de schuld plus rente aan het ABP af te lossen. De huidige prognose is dat in 2018 de laatste lening nodig is ontvangen en dat de laatste aflossing in 2021 plaatsvindt. In 2020 is € 32.793 afgelost en zijn geen nieuwe leningen verstrekt.

De vordering, ingesteld in 2004, op de Koninklijke Schelde Groep B.V. (KSG) van nominaal € 20.420, betreft een aan de KSG verstrekt krediet ter gedeeltelijke financiering van de investeringen voor herinrichting en verhuizing in verband met een nieuwe bouwplaats voor marine activiteiten op de locatie Sloegebied te Vlissingen. Begin 2018 is met de KSG een herzien aflossingsschema afgesproken met de laatste termijnbetaling in 2024. Het openstaande vorderingenbedrag op 31 december 2020 bedroeg € 3.668.

Verdeling vorderingen naar opeisbaarheid

De verdeling van de vorderingen naar opeisbaarheid is hieronder in een tabel weergegeven.

Tabel 36 Verdeling vorderingen naar opeisbaarheid (bedragen x € 1.000)

Direct opeisbaar

€ 44.889

Op termijn opeisbaar

€ 118.618

Geconditioneerd

€ -

Totaal

€ 163.507

Vorderingen groter dan € 2.000 die in 2020 buiten invordering zijn gesteld

Er zijn geen vorderingen groter dan € 2.000 buiten invordering gesteld.

ad 11. Schulden

ABP-overgang kapitaaldekkingsstelsel militaire pensioenen

De schulden van Defensie bij het ABP voor de overgang op een kapitaaldekkingsstelsel voor militaire pensioenen zijn opgenomen in de saldibalans. Zie hiervoor de toelichting bij de vorderingen. De totale schuld bij het ABP is gelijk aan de vordering en bedraagt € 25.545.

ad 12. Voorschotten

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 3.554.234.

Alle voorschotten van voor 2008 staan tegen de maandkoers van december 2007 gewaardeerd en de voorschotten vanaf 2008 zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verstrekking geldende maandkoers. Uitgezonderd zijn de posten die met valutatermijncontracten zijn afgedekt, deze zijn opgenomen tegen de betreffende valutatermijnkoers.

De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onder-staande tabel.

Tabel 37 Verdeling voorschotten naar ouderdom (bedragen x € 1.000)

Jaar van ontstaan

Beginstand per 01-01-2020

Nieuwe voorschotten

Afgerekende voorschotten

Eindstand per 31-12-2020

≤2016

€ 416.555

 

€ 115.087

€ 301.468

2017

€ 268.132

 

€ 38.551

€ 229.581

2018

€ 332.800

 

€ 129.078

€ 203.722

2019

€ 2.121.366

 

€ 1.444.406

€ 676.960

2020

 

€ 2.225.198

€ 82.695

€ 2.142.503

Totaal

€ 3.138.853

€ 2.225.198

€ 1.809.817

€ 3.554.234

Als criterium voor de toelichting van voorschotten geldt een grensbedrag van € 100.000.

Voor de declaraties van het ABP met betrekking tot de post-actieven is in 2020 een bedrag van € 1.179.653. betaald. De bedragen zijn in de financiële verantwoording 2020 als extra-comptabele voorschotten opgenomen.

Voor het project Verwerving F-35 staan er voorschotten open van in totaal € 100.055. Hiervan valt € 64.786 onder de noemer van voortgezette verwervingsvoorbereiding F-35. Dit bedrag is opgebouwd uit twee delen, namelijk een voorschot betreffende het Production, Sustainment & Follow-on Development Memorandum of Understanding (PSFD MoU) en voor overige zaken. Met het PSFD MoU uit 2006 streven Nederland, de Verenigde Staten en de zeven andere partnerlanden naar een doeltreffende en doelmatige samenwerking op het gebied van de productie, instandhouding en doorontwikkeling van de F-35. Dit MoU heeft een geldigheidsduur van 45 jaar en bevat afspraken over het management van het F-35 programma en over de financiële, contractuele en industriële aspecten.

Een voorschot van € 138.284 betreft het multi-role tank- en transportvliegtuigen (MRTT) programma. Het gaat hierbij om betalingen aan NSPA. Afboekingen van het voorschot gebeuren op basis van de cost-share verdeling zoals is opgenomen in de Memorandum of Understanding (MoU). Doordat België, Duitsland, Noorwegen en Tsjechië later zijn toegetreden tot het project, heeft Nederland meer betaald dan de overeengekomen verdeelsleutel. België, Duitsland, Noorwegen en Tsjechië betalen de komende jaren meer, totdat het verschil ingelopen is.

Voor het project Chinook Vervanging & Modernisering staat een voorschot open van € 533.742. Dit voorschot bestaat uit meerdere voorschotbetalingen aan de Amerikaanse overheid (US-Army) op Foreign Military Sales cases (FMS). Deze voorschotbetalingen zijn onderdeel van de Special Billing Arrangement die voor alle Nederlandse FMS contracten gelden en waarvoor maandelijks een betaalverzoek (Special Bill) aan Defensie wordt gericht. Voor het Chinook project zijn de bedragen in de Special Bill gebaseerd op de door US-Army afgegeven Disbursement Projection. De uiteindelijke verrekening vindt plaats aan de hand van zowel Billing Statements als Delivery Listings met daarin de centraal geboekte kosten. Nu de levering van alle nieuwe Chinooks heeft plaatsgevonden en de verplaatsing naar Nederland in 2021 wordt afgerond, moet dit voorschotbedrag steeds verder afnemen.

Het voorschot van € 103.815 betreft vooruitbetalingen conform de special billing arrangement op de FMS case voor de vervanging van de MK 48 torpedo door een nieuw type. De bedragen zijn betaald aan de Amerikaanse overheid voor de aanschaf van nieuwe systemen. De productie van deze systemen is vertraagd gestart, waar de voorschotbetalingen toch hebben plaats gevonden. Dit voorschot wordt in 2021 afgebouwd.

ad 13. Garantieverplichtingen

Het saldo op de saldibalans is € 4.000.

Per 31 december 2020 bestaan er twee openstaande garanties. De eerste betreft een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van personeel. De looptijd is onbepaald en er is geen gegarandeerd bedrag vastgesteld. De overeenkomst regelt de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel de belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemen. In 2020 heeft geen uitkering plaatsgevonden.

De tweede betreft een garantstelling aan de stichting Power Of Freedom. Deze stichting organiseert de Invictus Games. Met de garantstelling ondersteunt Defensie de Stichting financieel met een bijdrage van maximaal € 4.000, waar de Stichting een beroep op kan doen in geval van een dreigend cashflow probleem bij de afwikkeling van de financiën van de Invictus Games. Het evenement is in 2020 vanwege COVID-19 niet doorgegaan en verplaatst naar 2022. In 2020 heeft geen uitkering plaatsgevonden.

ad 14. Andere verplichtingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt € 11.496.025. Met uitzondering van de termijncontracten staan alle verplichtingen in de administratie tegen de maandkoers. Reeds ingevoerde bestellingen en verplichtingen worden maandelijks geherwaardeerd tegen de dan geldende koers. De met termijncontracten afgedekte verplichtingen zijn opgenomen tegen de betreffende termijnkoers.

Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen van oude verplichtingen.

Tabel 38 Andere verpllichtingen (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen 01/01/2020

€ 11.570.592

Aangegane andere verplichtingen in verslagjaar

€ 11.356.066

Subtotaal

€ 22.926.658

Tot betaling gekomen in verslagjaar

€ 11.430.633

Openstaande andere verplichtingen per 31/12/2020

€ 11.496.025

Als criterium voor de toelichting van openstaande verplichtingen geldt een grensbedrag van € 100.000

Project Mine Counter Measure Capability betreft een samenwerkingsproject met België, waarvoor een MoU getekend is, voor de gezamenlijke aankoop van zes Nederlandse en zes Belgische mijnenbestrijdingsschepen, tools en een gezamenlijke simulator. België is hierbij de lead nation en heeft het contract getekend. Leverancier van deze schepen is Fa. NAVAL waarbij de Nederlandse betalingen aan NAVAL via België lopen. Het openstaande bedrag is € 846.661. Volgens de huidige planning ontvangt Nederland in 2025 haar eerste schip en in 2030 haar laatste schip.

De openstaande verplichting van € 324.194 betreft de Chinook Vervanging en Modernisering (Chinook V&M). Deze bestaat uit twee grote verplichtingen en een ondersteuningscontract met het NLR. De eerste grote verplichting betreft een FMS-verplichting voor de aankoop van veertien nieuwe Chinooks. Deze verplichting is aangegaan in 2015 met de Amerikaanse overheid (US-Army). De nieuwe helikopters zijn in 2020 geleverd, negen daarvan zullen in 2021 in Nederland arriveren. Na het aangaan van de verplichting is er voorafgaand aan levering al sprake van voorbereidende werkzaamheden en bijvoorbeeld transport. De tweede grote verplichting betreft een DCS (commercieel) contract met Boeing voor de modernisering van zes Chinooks. Deze verplichting is in 2017 aangegaan. De Chinooks zullen in 2021 worden gemoderniseerd en worden tot in 2022 geleverd. Daarnaast is er een langlopend ondersteuningscontract met NLR afgesloten. Deze verplichting behelst ondersteunende werkzaamheden voor de certificering van de Chinooks. Dit contract is in 2015 aangegaan. Het NLR zal gedurende de gehele looptijd van het project werkzaamheden voor het project Chinook V&M verrichten. Alle verplichtingen zijn inclusief btw.

Voor het project F-35 Aanschaf Middellangeafstandsraket staat momenteel een verplichting van € 115.556 open. Deze FMS verplichting is aangegaan met de Amerikaanse overheid. De betalingen voor dit contract zijn onderdeel van het «Special Billing Arrangement» die voor alle Nederlandse FMS contracten geld, en waarvoor maandelijkse een betaalverzoek (Special Bill) aan Defensie wordt gericht. De levering van de raketten staan voor eind 2021 en eind 2025 gepland.

Het project Verwerving F-35 omvat, naast de verwerving van nieuwe jachtvliegtuigen, tevens de verwerving van bijbehorende simulatoren, initiële reservedelen, infrastructuur, speciale gereedschappen, meet- en testapparatuur, documentatie, initiële opleidingen en transport, evenals de betaling van btw. In het projectbudget van € 6.013.700 (prijspeil 2020) zijn daartoe meerdere verplichtingen vastgelegd. Per eind 2020 zijn de contracten voor 34 van de 46 F-35 toestellen daadwerkelijk vastgelegd, alsmede zijn de extra long lead items voor de +9 toestellen verplicht. Op dit moment zijn er twee individuele verplichtingen die de waarde van € 100.000 overschrijden, t.w. de contracten met Lockheed Martin en Pratt & Whitney voor het Block Buy contract (24 vliegtuigen). Het totaal van alle openstaande verplichtingen bedraagt € 1.360.072. Een nadere specificatie en toelichting op deze verplichtingen wordt in mei 2021 door middel van een financiële verantwoording in een aparte brief aan de Kamer gemeld.

De openstaande verplichtingen ter hoogte van € 935.395 betreffen verplichtingen binnen het project Apache Remanufacture (AH-64E). Deze verplichtingen omvatten de modificatie van 28 AH-64D helikopters naar de AH-64E configuratie plus nieuwe missiesystemen, twee AH-64E vliegsimulatoren, reservedelen, speciaal gereedschap, opleidingen, documentatie, transport en technische ondersteuning. De huidige vloot bestaat uit 28 AH-64D toestellen plus een vluchtsimulator. De toestellen worden ontmanteld en de daarvoor geschikte componenten van de AH-64D worden overgezet en indien noodzakelijk geüpgraded op een nieuw Apache frame. De huidige vliegsimulator voor het type AH-64D blijft in stand totdat de laatste AH-64D toestellen in dit project worden gemoderniseerd en wordt daarna afgestoten. Het FMS contract is in het tweede kwartaal van 2018 gesloten met de Amerikaanse overheid (US-Army). De gemodificeerde helikopters worden verwacht in de periode 2022—2025, tot die tijd is er sprake van voorbereidende werkzaamheden inclusief de levering van reservedelen en gereedschappen. Zo is het transport van de eerste AH-64D helikopters vanuit Nederland naar de Verenigde Staten gestart in 2020. De modificatie vindt plaats in de Verenigde Staten.

Een openstaande verplichting van € 366.630 betreft de Midlife Update van de 322 Fennek voertuigen. De verplichting is in 2020 aangegaan met Krauss-Maffei Wegmann. Het MLU proces vindt plaats in de jaren 2021 ‒ 2028. Dit betekent dat de huidige verplichtingenstand gedurende genoemde periode geleidelijk afneemt, waarbij de stand naar verwachting eind 2027 op nul uitkomt.

Een openstaande verplichting van € 145.548 betreft diverse vliegergerelateerde opleidingcases waaronder een FMS-verplichting voor het Tucson-programma. US Government is de leverancier voor deze FMS case.

De openstaande verplichtingen van € 254.596 betreffen verplichtingen binnen het contract met Damen Schelde Naval Shipbuilding BV voor de bouw, beproeven en functioneel opleveren van het Combat Support Ship (CSS). Dit conform bestek en inclusief overeengekomen Integrated Logistic Support (ILS), zoals o.a. reservedelen, opleidingen, speciale gereedschappen en meetapparatuur. Conform het contract zal de laatste betaling, bij oplevering van het CSS, plaatsvinden in juni 2024.

Voor de luchtverkenningstaken van de KWNL wordt momenteel gebruik gemaakt van Dorniers. Deze vliegtuigen zijn aan het einde van hun levensduur en moeten worden vervangen. Hiervoor is in 2020 een leasecontract gesloten met een consortium, bestaande uit de bedrijven Jet Support Holding en PAL Aerospace LTD. Het contract, inclusief piloten, start in 2022 en loopt tot en met 2032. De periode tot de ingangsdatum van het contract wordt gebruikt voor de voorbereiding door het consortium (aanschaf materiaal, noodzakelijke aanpassingen, aannemen personeel etc.) De vaste kosten, ter waarde van € 146.260 inclusief btw, zijn vastgelegd als verplichting.

Een openstaande verplichting van € 124.168 betreft het Nederlandse aandeel in de aanschaf van acht vliegtuigen inzake het multi-role tanken transportvliegtuigen (MRTT) project. Deze verplichting is inclusief toebehoren (zoals het Directed InfraRed Counter Measure systeem (DIRCM) en Intensive Care Units (ICU), documentatie voor training, initiële reservedelen en het onderhoud voor de duur van twee jaar na aflevering van het eerste vliegtuig. De verplichting bestaat uit het contract met vliegtuigfabrikant Airbus Defence and Space (ADS) en Elbit Systems Elector-Optics Elop Ltd, door tussenkomst van NSPA, die eigenaar van de toestellen wordt. Alle rechten en plichten berusten echter bij de deelnemende landen die zich in een Support Partnership hebben verenigd. In het contract is een vaste prijs opgenomen. De vaste contractprijs is € 3.221 lager in de verantwoording opgenomen om aansluiting te houden met de gevolgde begrotingssystematiek waarin budget en verplichtingen in hetzelfde prijspeil luiden. Jaarlijks zal de verplichting worden bijgesteld tot de volledige contractprijs is bereikt.

Een saldo van de openstaande verplichtingen bedraagt € 338.270 miljoen, waarvan € 330.557 miljoen betrekking heeft op het Nederland deel van het Strategic Airlift Capability (SAC) programma van de NAVO. Nederland participeert in een multinationaal samenwerkingsverband van twaalf landen. Hierbij wordt gevlogen met drie Boeing C-17 Globemasters van de NATO Airlift Management Agency (NAMA) naar diverse missies. In 2020 is vooral gevlogen naar Afghanistan (Resolute Support) al dan niet via de Verenigde Arabische Emiraten en incidenteel naar Libanon (USAR) en Sint Maarten (COVID-19 t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) voor transport van personeel en materieel. De betalingen en leveringen staan gepland tot en met 2033.

Een openstaande verplichting van in totaal € 121.375 betreft de MK-46 Torpedo. Voor de MK-46 Torpedo heeft Defensie een contract afgesloten met de US Government. In totaal worden er 106 MK-46 Torpedo’s geleverd, inclusief reserveonderdelen, documentatie, training, software, simulatie tool en technische assistentie. Leveringen worden vanaf 2025 verwacht.

Een openstaande verplichting van € 104.832 betreft drie FMS cases waarvan één voor de aanschaf van vier MQ-9 Reapers, een voor training (o.a. de piloten) en een voor certificering. De vliegtuigen en grondstations worden naar verwachting eind 2021 geleverd. De diensten en reserveonderdelen die ook zijn opgenomen in de aanschaf case zullen grotendeels dit jaar met de vliegtuigen en grondstations meegeleverd worden. Voor zowel de piloten-/sensortraining als de training voor de onderhouders geldt dat deze in 2020 als gevolg van COVID-19 een vertraging hebben opgelopen. Inmiddels is het trainingsprogramma weer opgestart. De verwachting is dat de betalingen voor materieel en training vooral in 2021 en 2022 zullen plaatsvinden.

Een openstaande verplichting van in totaal € 110.216 betreft de F-16. Voor de F-16 heeft Defensie een contract met de US Government afgesloten. Een openstaande verplichting van in totaal € 90.705 betreft de levering van goederen en diensten op deze FMS contracten. De US Government heeft diverse subleveranciers. Deze leveranciers leveren goederen zoals onderdelen en boekwerken en verrichten diensten zoals reparatie van artikelen en technische ondersteuning. Een verplichting van € 1.462 betreft de bijkomende kosten van F-16 FMS cases in beheer van DMO. De verwachting is dat deze in de periode van 2021 tot en met 2034 zal worden doorbelast (tot 10 jaar na contractdatum kunnen subleveranciers factureren conform Amerikaanse regelgeving). Bij de commerciële bedrijven staat voor € 18.048 aan bestellingen, blanket orders en deelfacturatie orders open. De betalingen en leveringen staan gepland tot en met 2023.

De openstaande verplichting € 102.947 betreft veelal meerjarige onderhoudscontracten voor simulatoren. Dit zijn allerlei soorten simulatoren waarvan JIVC de instandhouding verricht voor de defensieonderdelen. De drie grootste openstaande verplichtingen zijn voor de onderhoudscontracten van de (K)DC-10 en C-130 simulator ad € 8.987, de NH-90 Full Mission Flight Trainer ad € 33.221 en de Tactische Indoor Simulator ad € 19.208. Het onderhoud wordt uitgevoerd door respectievelijk CAE GmbH, Rotorsim SRL en Thales AVS France. Bij o.a. de NH-90 Full Mission Flight Trainer en de (K)DC-10 en C-130 simulator is op de defensielocatie vast personeel van de leverancier aanwezig. Zij onderhouden het systeem dagelijks zodat op elk moment gesimuleerd kan worden gevlogen. In 2020 is voor de NH-90 Full Mission Flight Trainer een optie voor de derde onderhoudsshift gelicht. Hierdoor is het totale verplichtingenbedrag met € 4.534 toegenomen.

De openstaande verplichtingen van in totaal € 117.106 betreft verplichtingen binnen het aanvullingsplan munitie Opleiding en training (O&T) in de periode 2021 tot en met 2030. Het betreft verplichtingen voor diverse munitie soorten waaronder; instructiemiddelen, klein kaliber munitie, geschut en mortiermunitie, hand en geweergranaten, bommen en toebehoren, vuurwerken, vernielingsmiddelen, buizen en ontstekingsmiddelen en FMS cases. De leveringen worden verwacht in de periode 2021 tot en met 2030.

Een openstaande verplichting van in totaal € 150.575 betreft de Apache. Voor de Apache heeft Defensie een contract afgesloten met de US Government. De US Government heeft subleveranciers zoals Lockheed Martin en Boeing. Deze leveranciers leveren goederen zoals onderdelen en boekwerken en verrichten diensten zoals reparatie van artikelen en technische ondersteuning. Deze FMS contracten hebben een openstaande verplichting van € 117.721. Een verplichting van € 6.488 betreft de bijkomende kosten van Apache FMS cases in beheer van DMO. De verwachting is dat deze in de periode van 2021 e.v. (tot einde Apache) zal worden doorbelast. Daarnaast staan er bij diverse commerciële bedrijven openstaande verplichtingen uit van in totaal € 26.366 voor uitbestedingen en de aanschaf van reserveonderdelen en diensten. De betalingen en leveringen staan gepland tot en met 2024.

Voor het project Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen (DVOW) staan verplichtingen open van € 1.207.144. Hieronder valt een contract met Scania voor de levering van 2.580 voortuigen in de jaren 2021 tot en met 2023 en een contract met Defenture voor de levering van 249 Quads in de jaren 2023 en 2024. Een contract met Mercedes voor de levering van 515 voertuigen in de jaren 2021 tot en met 2023 en een contract met Iveco voor de levering van 1185 voertuigen in de jaren 2023 tot en met 2027. Daarnaast betreft het nog contracten met Marshall en A.M.A. Spa voor de levering van 1.258 containers in 2021 tot en met 2025. Ten slotte behoort hiertoe een contract met Fa. Van Santen voor de levering van hefmiddelen voor containers in 2021 en 2022.

Voor het project Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS) staat een verplichting open van in totaal € 129.688. Binnen de openstaande verplichtingen van het project VOSS vormt het contract Smart Vest ad € 120.586 (Nederland € 120.322, België en Luxemburg € 264) het belangrijkste deel. De verwerving van het Smart Vest bestaat uit een pre-serie waarin naast Nederland ook België en Luxemburg participeren, een serie productie, documentatie, training en reservedelen waartoe uitsluitend Nederland heeft besloten. Het contract Smart Vest is in december 2020 uitgebreid en verlengd tot en met 2023. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk de inhuur van kennisinstituten en inhuur van specifieke kennis ter begeleiding van het project.

Een openstaande verplichting van € 454.331 betreft het investeringsdeel van de Design Build Finance Maintain en Operate (DBFMO) constructie voor de Kromhout Kazerne (KHK). Als gevolg van de beleidslijn vastgoed is de DBFMO verplichting KHK in 2016 meerjarig vastgelegd op de investeringsbegroting voor de jaren tot en met 2035. De leverancier is Komfort door tussenkomst van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB). Het contractmanagement en beheer van het Komfortcontract is belegd bij RVB. De bealing aan het RVB vindt plaats binnen de jaaropdracht defensievastgoed aan het RVB en vindt in maandelijkse termijnen plaats.

Een soortgelijke verplichting betreft het investeringsdeel van de DBFMO constructie Nationaal Militair Museum (NMM) voor een bedrag van € 110.379. Deze verplichting is net als de verplichting KHK in 2016 meerjarig vastgelegd op de investeringsbegroting voor de jaren tot en men 2037. De leverancier is Heijmans. Het contractmanagement en beheer is eveneens belegd bij het RVB. De betaling aan het RVB is eveneens belegd binnen de jaaropdracht defensievastgoed aan het RVB en vindt plaats in maandelijkse termijnen.

Een verplichting van € 191.578 vertegenwoordigt de totale brutobeschikbaarheidsvergoeding (BBV) voor het Defensie bewaking- en beveiligingssysteem (DBBS). Met het consortium Thales/Unica is hiervoor een contract afgesloten van vijftien jaar, dat afloopt in 2035. Naarmate de transitiefase van het project DBBS vordert, zal de leverancier steeds meer defensielocaties in beheer hebben, en zal de BBV toenemen, totdat de transitiefase afgerond is. Vanaf dat moment zal de volledige BBV per kwartaal worden betaald. De toename ten opzichte van vorig jaar laat zich verklaren door de verwerking van achterstallige indexeringen sinds de oorspronkelijke offerte.

Het project Defensie bewaking- en beveiligingssysteem (DBBS) heeft een openstaande verplichting van € 150.782 Het grootste deel hiervan betreft het investeringsdeel van het DBBS-contract met Thales Unica. Hiervoor worden de defensielocaties op het nieuwe DBBS ontsloten. Dit geschiedt in mijlpalen, waarvan de laatste, volgens de huidige planning, in 2024 betaalbaar zal worden gesteld.

ad 15. Deelnemingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt nihil.

11 WNT-verantwoording 2020

De Wet Normering Topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigings­maximum bedraagt in 2020 € 201.000.

De overzichten van 2017, 2018 en 2019 zijn opgenomen ter herstel van de in het jaarverslag 2019 opgenomen gecorrigeerde WNT-overzichten. Eind 2020 is gebleken dat het overzicht Topinkomens 2017, 2018 en 2019 ten aanzien van een vijftal topfunctionarissen een fout bevatte. Deze zijn opnieuw bekeken waarna in drie gevallen bleek dat er geen onverschuldigde betaling meer was en in twee gevallen bleek dat de onverschuligde betaling lager was.

Tabel 39 Bezoldiging van topfunctionarissen in euro's 20201

Naam instelling

Naam top-functionaris

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2019)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Totale bezoldiging in 2020 (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum

Motivering (indien overschrijding)

MINDEF

BAUER

COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

174.162,55

15.981,72

190.144,27

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(173.553,24)

(16.818,65)

(190.371,89)

 

MINDEF

BEULEN

BIJZONDERE PERSONEELSZAKEN MD

 

31-01-2020

1,00

nee

57.713,24

1.328,29

59.041,53

17.024,59

2

     

(1,00)

 

(162.567,80)

(16.966,97)

(179.534,77)

 

MINDEF

BRINK, VAN DEN

BIJZONDERE PERSONEELSZAKEN MD

 

30-09-2020

1,00

nee

156.098,65

11.954,61

168.053,26

150.475,41

3

     

(1,00)

 

(160.727,40)

(16.049,88)

(176.777,28)

 

MINDEF

EICHELSHEIM

PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

182.831,31

15.921,94

198.753,25

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(91.038,32)

(8.792,32)

(99.830,64)

 

MINDEF

GRIENSVEN, VAN

BIJZONDERE PERSONEELSZAKEN MD

 

31-03-2020

1,00

nee

77.974,22

3.984,87

81.959,09

49.975,41

4

     

(1,00)

 

(160.839,44)

(16.049,88)

(176.889,32)

 

MINDEF

KRAMER

COMMANDANT DER ZEESTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

162.522,50

15.918,33

178.440,83

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(161.421,11)

(16.049,88)

(177.470,99)

 

MINDEF

LAAN, VAN DER

HOOFD PMV-NAVO

  

1,00

nee

156.003,00

15.923,68

171.926,68

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(155.349,40)

(16.049,88)

(171.399,28)

 

MINDEF

LEIJTENS

COMMANDANT KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

  

1,00

nee

171.705,03

15.921,94

187.626,97

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(53.435,70)

(5.308,91)

(58.744,61)

 

MINDEF

LUYT

COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

183.858,48

15.920,19

199.778,67

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(178.466,21)

(16.109,81)

(194.576,02)

 

MINDEF

SPRANG, VAN

INSPECTEUR GENERAAL DER STRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

164.082,85

15.921,94

180.004,79

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(15.335,86)

(1.734,11)

(17.069,97)

 

MINDEF

VERBEEK

COMMANDANT DEFENSIE ONDERSTEUNINGSCOMMANDO

  

1,00

nee

162.656,46

15.923,69

178.580,15

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(110.546,24)

(11.071,62)

(121.617,86)

 

MINDEF

WAARD, DE

DIRECTEUR DEFENSIE MATERIEEL ORGANISATIE

  

1,00

nee

162.469,56

15.920,19

178.389,75

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(161.023,16)

(16.049,88)

(177.073,04)

 

MINDEF

WIJNEN

COMMANDANT DER LANDSTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

167.843,21

15.985,28

183.828,49

201.000,00

 
     

(1,00)

 

(181.657,37)

(16.173,05)

(197.830,42)

 
X Noot
1

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2020 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden.

X Noot
2

Totale overschrijding van € 42.016,94. Conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2020 wordt de afkoopsom (€37.522,97) van vakantiedagen niet tot de bezoldiging gerekend, omdat de topfunctionaris ze redelijkerwijs, aantoonbaar niet heeft op kunnen nemen binnen de vervaltermijn. Betrokkene heeft op grond van zijn functie niet voldoende mogelijkheid gehad zijn verlof aan te wenden. Op grond van artikel 3, tweede lid uitvoeringsregeling 2020 is de opbouw van het vakantiegeld over 2019 (€ 5.840,92) en de eindejaarsuitkering over 2019 (€ 868,14) toerekenbaar aan het jaar waarin deze zijn opgebouwd en niet aan het verslagjaar. In 2019 bestaat voldoende ruimte in de bezoldiging (norm € 194.000) van € 179.534,77 om de opbouw aan 2019 toe te rekenen. Het betreft daarmee een door de WNT toegestane overschrijding.

X Noot
3

Totale overschrijding van € 17.577,85. Conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2020 wordt de afkoopsom (€27.552,--) van vakantiedagen niet tot de bezoldiging gerekend, omdat de topfunctionaris ze redelijkerwijs, aantoonbaar niet heeft op kunnen nemen binnen de vervaltermijn. Betrokkene heeft op grond van zijn functie niet voldoende mogelijkheid gehad zijn verlof aan te wenden. Het betreft daarmee een door de WNT toegestane overschrijding.

X Noot
4

Totale overschrijding van € 31.983,68. Conform artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2° sub b van de Uitvoeringsregeling WNT 2020 wordt de afkoopsom (€30.721,93) van vakantiedagen niet tot de bezoldiging gerekend, omdat de topfunctionaris ze redelijkerwijs, aantoonbaar niet heeft op kunnen nemen binnen de vervaltermijn. Betrokkene heeft op grond van zijn functie niet voldoende mogelijkheid gehad zijn verlof aan te wenden. Op grond van artikel 3, tweede lid uitvoeringsregeling 2020 is de opbouw van het vakantiegeld over 2019 (€ 5.840,92) en de eindejaarsuitkering over 2019 (€ 868,14) toerekenbaar aan het jaar waarin deze zijn opgebouwd en niet aan het verslagjaar. In 2019 bestaat voldoende ruimte in de bezoldiging (norm € 194.000) van € 176.889,32 om de opbouw aan 2019 toe te rekenen. Het betreft daarmee een door de WNT toegestane overschrijding.

Tabel 40 Bezoldiging van niet-topfunctionarissen in euro's 20201

Naam instelling

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2019)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Totale bezoldiging in 2020 (+ tussen haakjes bedrag in 2019)

Individueel toepasselijk drempelbedrag

Motivering

MINDEF

PROJECTLEIDER /

  

1,00

210.615,89

15.918,42

226.534,31

201.000,00

2

 

STRATEGISCH ADVISEUR A PER 1 MEI 2020

  

(1,00)

(120.484,70)

(15.922,92)

(136.407,62)

 

MINDEF

WAPENADJUDANT

  

1,00

208.474,33

9.551,96

218.026,29

201.000,00

3

    

(1,00)

(72.607,30)

(8.382,91)

(80.990,21)

 

MINDEF

MILITAIR BD

  

0,42

40.785,12

49.015,26

89.800,38

84.631,58

4

    

(0,42)

(43.445,49)

(2.104,56)

(45.550,05)

 
X Noot
1

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er nog vier andere functionarissen die in 2020 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen maar die op basis van artikel 1.5a WNT niet gerapporteerd hoeven te worden.

X Noot
2

Betrokkene heeft rang van kolonel en is werkzaam als Board member in Brussel. Doordat de functie op generaal niveau is ingeschaald, ontvangt betrokkene een bijzondere tegemoetkoming. Hierdoor ontstaat een overschrijding van de gemaximeerde norm.

X Noot
3

Overschrijding i.v.m. het feit dat betrokkene als gevolg van een promotie met terugwerkende kracht salaris over 2015 tot en met 2019 heeft ontvangen.

X Noot
4

Overschrijding i.v.m. compensatie pensioenpremie.

Tabel 41 WNT-correcties in euro's 2019

Naam instelling

Naam top-functionaris

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2018)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Totale bezoldiging in 2019 (+ tussen haakjes bedrag in 2018)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum

Motivering

MINDEF

WIJNEN

PLAATSVERVANGEND COMMANDANT DER STRIJDKRACHTEN /

  

1,00

nee

181.657,37

16.173,05

197.830,42

194.000,00

1

  

COMMANDANT DER LANDSTRIJDKRACHTEN PER 28 AUGUSTUS 2019

  

(1,00)

 

(156.913,86)

(14.208,17)

(171.122,03)

 
X Noot
1

De overschrijding van € 3.830,42 bestaat uit bezoldigingscomponenten die op grond van artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2019 toegerekend kan worden aan het jaar waarin deze is opgebouwd en niet aan het verslagjaar. Het gaat om WUL-compensatie en reistijd dienstreizen ZZF van € 3.695,96 die in 2019 is betaald en opbouw vakantiegeld. In 2018 bestaat voldoende ruimte in de bezoldiging om de opbouw toe te rekenen. Derhalve is geen sprake van een onverschuldigde betaling.

Tabel 42 WNT-correcties in euro's 2018

Naam instelling

Naam top-functionaris

Functie

Datum aanvangdienstverband(indien vantoepassing)

Datum eindedienstverband(indien van toepassing)

Omvang dienst-verband in fte( + tussen haakjes omvang in 2017)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)

Beloning plus kostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2017)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2017)

Totale bezoldiging in 2018 (+ tussen haakjes bedrag in 2017)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum

Motivering

MINDEF

MIDDENDORP

TOPMANAGER E

 

31-01-2018

1,00

nee

30.617,87

1.293,92

31.911,79

16.052,05

1

     

(1,00)

 

(161.427,30)

(13.241,96)

(174.669,26)

 
X Noot
1

Betrokkene is op 4 januari 2012 (Vóór WNT-1) aangetreden als topfunctionaris en valt onder overgangsrecht van de WNT-2. De overschrijding van de bezoldiging van € 15.859,74 vloeit voort uit bezoldigingsafspraken die zijn gemaakt voorafgaand aan de inwerkingtreding van WNT-2. In de Beleidsregels WNT 2019 is goedgekeurd dat de afkoop van niet-opgenomen vakantiedagen bij beёindiging van het dienstverband door het overgangsrecht van de WNT wordt beschermd, mits de bezoldigingsafspraken voor 1 januari 2013 zijn gemaakt. Daarvan is sprake. De betaling van de bezoldigingscomponenten (€ 10.161,43) worden derhalve door het overgangsrecht beschermd en mogen gedurende de behoudperiode van vier jaren (2015 tot en met 2018) uitbetaald worden. Het resterende bedrag (€ 5.698,31) kan op grond van artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2018 toegerekend worden aan het jaar waarin deze is opgebouwd en niet aan het verslagjaar. In 2017 bestaat voldoende ruimte (norm € 181.000) in de bezoldiging (€174.669,26) daarvoor. Doordat de bezoldigingscomponenten onder het overgangsrecht uitbetaald mogen worden gedurende de behoudperiode en het overige deel toerekenbaar is aan een ander verslagjaar is geen sprake van een onverschuldigde betaling.

Tabel 43 WNT-correcties in euro's 2017

Naam (gewezen) top functionaris

Functie

Datum aanvang dienst-verband

Datum einde dienst- verband

Dienst­verband in fte ( + tussen haakjes omvang in 2016)

Op externe inhuurbasis (nee; ≤ 12 mnd; > 12 mnd)

Beloning onkostenvergoe-dingen (belast) (+ tussen haakjes omvang in 2016)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes omvang in 2016)

Totale bezoldiging in 2017 (+ tussen haakjes omvang in 2016)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum

Motivering

HOITINK

INSPECTEUR GENERAAL DER STRIJDKRACHTEN

 

31-01-2017

1,00

nee

54.261,47

1.072,50

55.333,97

15.372,60

1

    

(1,00)

 

(161.512,75)

(11.467,42)

(172.980,17)

 

LUYT

COMMANDANT DER LUCHTSTRIJDKRACHTEN

  

1,00

nee

168.031,25

13.068,63

181.099,88

181.000,00

2

    

(1,00)

 

(89.753,04)

(6.614,58)

(96.367,62)

 

WAARD, DE

DIRECTEUR DEFENSIE MATERIEEL ORGANISATIE

  

1,00

nee

175.693,24

12.870,00

188.563,24

181.000,00

3

    

(1,00)

 

(147.735,13)

(11.152,98)

(158.888,11)

 
X Noot
1

De overschrijding bedraagt € 39.961,37. Deze is veroorzaakt door uitbetalen van vakantiegeld, eindejaarsuitkering en een diensttijdgratificatie. Betrokkene is op 16 juni 2014 aangetreden als topfunctionaris en valt onder overgangsrecht van de WNT-2. De betaling van de diensttijdgratificatie wordt door overgangsrecht beschermd en mag uitbetaald worden. Op grond van artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2017 kan een deel van de bezoldigingscomponenten die tot overschrijding leiden, toegerekend worden aan het jaar waarin deze zijn opgebouwd en niet aan het verslagjaar. Het gaat om opbouw vakantiegeld (€ 6.302,17), opbouw eindejaarsuitkering (€ 814,92) en het uitbetalen van verlofuren (€ 4.163,34). In totaal kan € 11.280,43 aan 2016 toegerekend worden. Door de opbouw van bezoldigingscomponenten die in 2015 zijn opgebouwd en in 2016 betaald zijn aan 2015 toe te rekenen bestaat in 2016 voldoende ruimte in de bezoldiging om de opbouw van 2016 toe te rekenen. Derhalve bedraagt de onverschuldigde betaling over 2017 € 519,48. Deze onverschuldigde betaling is in februari 2021 teruggevorderd en door betrokkene inmiddels ook voldaan.

X Noot
2

De overschrijding van € 99,88 bestaat uit een bezoldigingscomponent die op grond van artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2017 toegerekend kan worden aan het jaar waarin deze is opgebouwd en niet aan het verslagjaar. Het gaat om opbouw vakantiegeld. In 2016 bestaat voldoende ruimte in de bezoldiging om de opbouw toe te rekenen. Derhalve is geen sprake van een onverschuldigde betaling.

X Noot
3

De overschrijding van € 7.563,24 bestaat uit bezoldigingscomponenten die op grond van artikel 3, tweede lid van de Uitvoeringsregeling WNT 2017 toegerekend kunnen worden aan het jaar waarin deze zijn opgebouwd en niet aan het verslagjaar. Het gaat om opbouw vakantiegeld (€ 5.498,29), opbouw eindejaarsuitkering (€ 814,92) en een aanspraak reistijd (€ 139,23). In totaal kan € 6.452,44 aan 2016 toegerekend worden. In 2016 bestaat voldoende ruimte in de bezoldiging om de opbouw toe te rekenen. Derhalve bedraagt de onverschuldigde betaling over 2017 € 1.110,80. Deze onverschuldigde betaling wordt in maart 2021 verrekend met het salaris.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtrelaties Rechtspersonen met een Wettelijke Taak en Zelfstandige Bestuursorganen

Tabel 44 Overzichtstabel inzake RWT’s en ZBO’s van het Ministerie van Defensie (Bedragen x € 1.000)

SZVK

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

3.396

3.190

0

0

Nee

Bijzonderheden

 
      

SWOON

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

16.155

15.458

0

0

Nee

Bijzonderheden

     
      

SKD

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

16.300

18.250

0

0

Ja

Bijzonderheden

In 2020 is een aanvullende subsidie verstrekt van € 1,7 miljoen, dit is om het wegvallen van inkomsten op te vangen door de tijdelijke sluiting van de musea vanwege de maatregelen omtrent COVID-19.

      

VI

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

Bedrag

5.774

8.039

0

0

Ja

Bijzonderheden

Het Veteraneninstituut is op 1 januari gefuseerd met stichting de Basis en stichting Nederlandse Veteranendag. Tevens zijn daarbij zorgcoördinatie van het APG, de BOE LZV en de nuldelijnsondersteuning van het Veteranenplatform samengevoegd. Voor dit fusieproces is in 2020 een aanvullende subsidie verstrekt ter hoogte van € 1,832 miljoen.

De Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht (SZVK) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak (RWT), die in opdracht van de Minister van Defensie de arbeidsvoorwaardelijke Regeling Ziektekostenverzekering Militairen uitvoert. De SZVK is opgericht op 1 januari 1995 en heeft een paritair samengesteld bestuur. Beroepsmilitairen zijn verplicht gebruik te maken van zorg verleend door of vanwege de Militair Geneeskundige Dienst conform artikel 12h in de Wet ambtenaren defensie (Wad); om die reden zijn zij uitgezonderd van de verzekeringsplicht in de Zorgverzekeringswet (Zvw – zie art. 2). Sinds 1995 zijn zij verplicht zich te verzekeren bij een door de minister aan te wijzen rechtspersoon conform artikel 90 en 90a van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). Deze rechtspersoon is de SZVK.

De Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA (SWOON) ziet in het kader van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek toe op het wetenschappelijke niveau van het onderwijs en onderzoek op de Nederlandse Defensie Academie. De stichting verzorgt de wetenschappelijke bachelor- en masterprogramma’s als onderdeel van de officiersopleiding, in overeenstemming met de eisen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Verder verleent de stichting graden die behoren bij wetenschappelijk onderwijs, laat zij opleidingen accrediteren en geaccrediteerd houden en verzorgt ze wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van de wetenschappelijke opleidingen.

De Stichting Koninklijke Defensiemusea (SKD) draagt zorg voor het beheren van de museale collectie van Defensie (Nationaal Militair Museum (NMM), Mariniers-museum, Marinemuseum en Museum der Marechaussee). Zij stelt zich daarnaast ten doel de bezoekers aan de hand van een uiteenlopend activiteitenaanbod, met vaste en tijdelijke exposities, inzicht te laten verwerven in de betekenis van de krijgsmacht voor onze samenleving in heden, verleden en toekomst.

De stichting Veteraneninstituut (Vi) is een Rechtspersoon met een Wettelijke Taak. Het Vi draagt zorg voor de uitvoering van het veteranenloket. Daarnaast ontplooit het Vi activiteiten in het kader van erkenning en waardering zoals opgenomen in de Veteranenwet.

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

In deze bijlage is een overzicht van al het evaluatie- en overig onderzoek opgenomen. De tijdshorizon van de programmering sluit aan bij de periode t-4 tot en met t.

Tabel 45 Artikel 1 Inzet

Soort onderzoek

Titel/onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Beleidsdoorlichting Budget Internationale Veiligheid

2017

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Evaluatie convenant FNIK

2020

 

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2018

2019

 

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2017

2018

 

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2016

2017

 

Evaluatie Nederlandse bijdrage aan missies en operaties in 2015

2016

 

Evaluatie van het beleid ten aanzien van inhuur en inzet van lokaal personeel bij Nederlandse missies

2016

   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

2a. MKBA's

  
   

2b. Ander ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

3. Overig onderzoek

  
 

IBO ‘Zicht op gereedheid’

2017

Tabel 46 Artikel 2 Koninklijke Marine

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Marinestudie 2005

2016

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 47 Artikel 3 Koninklijke Landmacht

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Nationale veiligheid, samenwerking met civiele partners

2017

 

Omvorming 13deGemechaniseerde brigade

2019

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 48 Artikel 4 Koninklijke Luchtmacht

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

2019

   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 49 Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 50 Artikel 6 Investeringen

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

COTS/MOTS

2021

   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
 

KBA onderzeebootcapaciteit

2018

De minister van Defensie heeft toegezegd (Kamerstuk 31 516, nr. 29) de Tweede Kamer in 2020 de beleidsdoorlichting COTS/MOTS te zullen toesturen. Omdat het opstellen van de beleidsdoorlichting helaas meer tijd kost dan gedacht zal deze, zoals gemeld aan de Kamer op 23 november 2020 (Kamerstuk 31516, nr. 32), in 2021 gestuurd worden.

Tabel 51 Artikel 7 Defensie Materieel Organisatie

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

COTS/MOTS

2021

   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 52 Artikel 8 Defensie Ondersteunings Commando

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
 

Beleidswijzigingen Militaire Gezondheidszorg (MGZ)

2022

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
   

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   
Tabel 53 Artikel 9 Algemeen

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Subsidie Stichting Koninklijke Defensiemusea

2019

 

Subsidie Nationaal Comité Herdenking Capitulatie 1945 Wageningen

2021

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
   

In de Defensiebegroting 2020 (35 300 X) is opgenomen dat in 2020 een evaluatie zal plaatsvinden naar de subsidie Nationaal Comité herdenking capitulatie 1945 Wageningen. Deze zal in 2021 worden afgerond. De in 2019 gestarte evaluatie subsidie Stichting Koninklijke Defensiemusea is in 2020 afgerond.

Tabel 54 Artikel 10 Apparaat kerndepartement

Soort onderzoek

Titel/Onderwerp

Jaar van afronding

1. Ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  

1a. Beleidsdoorlichtingen

  
   

1b. Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

  
 

Evaluatie Veteranenbeleid 2011-2016

2016

2 Ex-ante onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid

  
   

3. Overig onderzoek

  
 

Cyber initiatief Operatie Inzicht in Kwaliteit

2023

Er zijn geen onderzoeken uitgevoerd in artikelen 5, 11 en 12. Ook zijn er geen nieuwe beleidsplannen (ex-ante) in 2020 (bijvoorbeeld een brief aan de Kamer, AMvB of wet) te vermelden.

Door deelname aan de Rijksbrede Operatie inzicht in kwaliteit heeft Defensie meegewerkt aan het doorontwikkelen van de evaluatiecyclus, van ex-ante tot en met ex post, waarbij doelstellingen, doelmatigheid, doeltreffendheid en financiële consequenties inzichtelijk worden gemaakt.

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 55 Inhuur externen (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

  

1. Interim-management

3.622

 

2. Organisatie- en formatieadvies

2.259

 

3. Beleidsadvies

2.183

 

4. Communicatieadvisering

1.100

 

Beleidsgevoelig

 

9.164

5. Juridisch advies

750

 

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

160.432

 

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

1.356

 

(Beleids)ondersteunend

 

162.538

8. Uitzendkrachten (formatie en piek)

78.948

 

Ondersteuning bedrijfsvoering

 

78.948

Totaal uitgaven inhuur externen

 

250.651

In 2020 geeft het Ministerie van Defensie € 130,9 miljoen uit aan externe inhuur binnen de apparaatsuitgaven. De inhuur binnen de investeringsprojecten, overige projecten en de inhuur voor de inzet in het buitenland bedraagt € 117,5 miljoen (programma uitgaven). De kosten van inhuur door de batenlastendienst Paresto bedraagt € 2,3 miljoen. De totale uitgaven voor externe inhuur zijn hoger dan vorig jaar, dit is grotendeels te verklaren door extra benodigde IT-capaciteit.

De personele uitgaven (exclusief pensioenen en uitgaven plaatsing buitenland) komen uit op € 4,4 miljard. Het inhuurpercentage van Defensie, conform de Rijksbrede berekeningswijze, komt uit op 5,7% procent. Dit percentage is hoger dan vorig jaar. Dit kan ten eerste verklaard worden door een absolute stijging van de uitgaven en ten tweede door een daling van de noemer personele uitgaven, hetgeen voornamelijk veroorzaakt wordt door het niet meer meenemen van pensioenen in de berekening.

Tabel 56 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten 2020

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief

Geen

Toelichting

 

Bijlage 4: Integriteitsmeldingen

Sinds 2012 heeft Defensie de rapportagesystematiek inzake integriteit in overeenstemming gebracht met de sector Rijk. In 2020 zijn 314 integriteitsmeldingen in de registratiesystemen over een (vermoedelijke) integriteitschending gedaan. Dit is 31% minder dan in 2019. Daar waar de aantallen meldingen in de eerste maanden van het jaar nog gelijke pas hielden met eerdere periodes, zorgde de COVID-19 pandemie voor een trendbreuk.

De drie meest voorkomende geregistreerde typen van (vermoedelijke) integriteitschendingen zijn misdragingen in de privésfeer, ongewenste omgangsvormen en oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen/overschrijding interne regels.

De meldingen over misdragingen in de privésfeer hebben vaak betrekking op gedragingen in de vrije tijd van de medewerkers. In de meeste gevallen gaat het om plegen van een strafbaar feit. De vermeende meldingen over ongewenste omgangsvormen gaan voornamelijk over intimidatie, (verbale) intimidatie en kwaadspreken.De vermeende meldingen over het oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen of overschrijding interne regels gaan voornamelijk over niet volgen van procedures en drugsgebruik of bezit.

Tabel 57 Type (vermeende) integriteitschendingen
 

2019

2020

Financiële schendingen

46

29

Misbruik positie, bevoegdheden en belangenverstrengeling

20

14

Lekken en misbruik van informatie

54

19

Misbruik van geweldsbevoegdheid

3

0

Ongewenste omgangsvormen

118

82

Misdragingen in de privésfeer

119

107

Oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen/overschrijding interne regels

98

63

Totaal

458

314

Integriteitsonderzoeken Per 1 januari 2020 is de SG-aanwijzing 989 ‘Protocol Interne Onderzoeken Defensie’ herzien. Eén van de wijzigingen is dat de Centrale Organisatie Integriteit Defensie (COID) commandanten en leidinggevenden bij integriteitsonderzoeken adviseren over het wel of niet instellen van een onderzoek. Dit advies is in beginsel bindend. Ook neemt een COID-onderzoeker deel aan elke Commissie van Onderzoek (CvO) van een integriteitsonderzoek.

In 2020 heeft de COID elf integriteitsonderzoeken uitgevoerd. Daarnaast heeft de COID zes keer schriftelijk geadviseerd over het wel of niet instellen van een onderzoek. In vijf van deze gevallen is geadviseerd om geen onderzoek in te stellen. De defensieonderdelen geven aan dat zij 15 onderzoeken zonder de COID hebben uitgevoerd. In 2021 worden de defensieonderdelen nogmaals nadrukkelijk gewezen op toepassing van de Aanwijzing SG-989 Interne voorvalonderzoeken Defensie.

Koninklijke MarechausseeDe Koninklijke Marechaussee (KMar) is een politieorganisatie en voert haar taken uit op basis van de Politiewet. Gelet op deze bijzondere rol binnen de Krijgsmacht en de daarbij behorende bevoegdheden is het integriteitsbeleid van de KMar op sommige onderdelen strikter vastgesteld en wordt deze strenger uitgevoerd dan bij andere defensieonderdelen. Omdat onderzoeken naar integriteitsschendingen en de daarop volgende rechtspositionele trajecten binnen de KMar door verschillende afdelingen worden verricht, worden de cijfers van beide afdelingen apart weergegeven.

In 2020 zijn 103 rechtspositionele trajecten gestart bij de KMar. In 2020 zijn in totaal 122 rechtspositionele trajecten afgerond.

Maatregelen De volgende maatregelen zijn in 2020 naar aanleiding van een integriteitschending genomen:

  • 44 ambtenaren zijn ontslagen;

  • 49 keer is een ambtsbericht opgemaakt of is de ambtenaar berispt;

  • 3 keer heeft verplaatsing plaatsgevonden;

  • 59 keer is een andere maatregel genomen.

Sommige uitgevoerde integriteitsonderzoeken hebben tot meerdere maatregelen geleid. In de sommige gevallen is er over de afdoening van het incident nog geen besluit genomen, of de afdoening is nog niet geregistreerd. Het is ook mogelijk dat er een cultuuronderzoek plaatsvindt, waarbij geen directe maatregelen worden genomen maar wel beheersmaatregelen om herhaling te voorkomen.

Jaarverslag Integriteit Defensie Het Jaarverslag Integriteit Defensie 2020 geeft meer duiding en inzicht in de integriteitsontwikkelingen binnen Defensie.

Bijlage 5: Rapportage burgerbrieven

Tabel 58 Bezwaarschriften

Aantal verslagjaar (nieuw)

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Aantal betaalde dwangsommen

28

3 (29)

10,3%

1

(€) 5.642,-

Tabel 59 Klachten

Aantal verslagjaar

Aantallen afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

308

257

83,4%

Tabel 60 Wob-verzoeken

Aantal verslagjaar

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Aantal betaalde dwangsommen

133

100

75,2%

5

(€) 0

Tabel 61 Wiv-verzoeken

Aantal verslagjaar

Aantal afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Percentage afgedaan binnen (verdaagde) wettelijke termijn

Aantal ontvangen ingebrekestellingen

Aantal betaalde dwangsommen

42

40

95,2%

0

(€) 0

Tabel 62 Rijksoverheid - e-mailberichten en telefonie

Aantal ontvangen via rijksoverheid in verslagjaar

  

Aantal doorgestuurd naar Defensie

Percentage doorgestuurd naar Defensie

7.427

1.727

23,3%

Toelichting

Het aantal gerapporteerde klachten over 2020 betreft de klachten van burgers in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (27), de klachten over gedragingen van ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee bij de uitvoering van hun in de Politiewet 2012 omschreven taken (280) en de klachten binnengekomen bij de Militaire Luchtvaart Autoriteit (1). Het aantal bezwaarschriften en Wob-verzoeken is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van 2019. Het aantal klachten en Wiv-verzoeken is afgenomen.

Naast de bovengenoemde categorieën heeft het Ministerie van Defensie in 2020 tevens 230 burgerbrieven ontvangen. Dat is een lichte afname ten opzichte van 2019.

Bijlage 6: Meldingen bedrijfsveiligheid

In 2018 is aan de Tweede Kamer toegezegd voortaan in het jaarverslag een overzicht op te nemen van het aantal en het type meldingen van voorvallen in de applicatie PeopleSoft MeldenVoorval. Er zijn in 2020 totaal 3728 meldingen4 bedrijfsveiligheid gemaakt (peildatum 31-12-2020). Hiervan zijn 3728 bedrijfsveiligheidsmeldingen met 5003 onderwerpen aangevinkt. In onderstaande tabel staan de meldingen, zoals deze zijn ingediend geordend naar onderwerp. Deze getallen geven het aantal instanties aan, dat door de melder voor het onderwerp is gekozen (één melding kan dus meerdere onderwerpen bevatten. Er is sprake van een daling van ruim 22% ten opzichte van 2019. COVID-19 heeft waarschijnlijk in de eerste weken na het uitbreken van de pandemie geleid tot minder meldingen. Echter er is sprake van een verdubbeling v.w.b. meldingen laseraanstraling. Defensie kent drie soorten meldingen voor fysieke veiligheid, namelijk onveilige situaties, incidenten en ongevallen. Hierbij kan de ernst van het letsel of de schade worden vermeld in een viertal categorieën. Categorie 0 is de minst ernstige categorie en categorie 4 betreft zeer ernstige incidenten en ongevallen. Defensie verloor een aantal zeer gewaardeerde collega’s, onder andere bij een noodlottig ongeval waarbij een NH-90 helikopter te water is geraakt.

Tabel 63 Overzicht meldingen bedrijfsveiligheid

Onderwerp1

Onveilige situaties2, incidenten3 en ongevallen4 gerelateerd aan:

Totaal

Categorie5

   

0

1

2

3

4

Arbeidsmiddelen of machines

het omgaan met gereedschappen, machines en installaties

345

166

132

40

5

2

Asbest

een (mogelijke) blootstelling aan asbest in gebouwen, materieel of p (oefen)terreinen

23

22

1

0

0

0

Biologische gevaren

een (potentiele) blootstelling aan biologische gevaren en besmetting door derden. Denk aan door dieren overdraagbare ziekten zoals ziekte van Lyme (tekenbeten), vectoren, besmetting door dierlijke resten en tetanus.

177

157

9

9

2

0

Brandveiligheid

daadwerkelijke brand, (potentiele) brand onveilige gebeurtenissen, incl. situaties met brandmeldingen

191

129

54

6

2

2

Duiken

duikarbeid en overige arbeid onder overdruk.

48

35

13

0

0

0

Elektrische veiligheid

het in aanraking (kunnen) komen met (hoog) spanning in gebouwen, wapensystemen en installaties en bij

120

61

49

6

2

2

Infra/installaties

gebouwen, infra gebonden installaties (kranen, steiger, slagbomen, roldeuren etc.) en (oefen) terreinen.

427

243

139

28

12

5

Kleding of uitrusting

kleding en (persoonsgebonden) uitrusting.

135

69

45

19

2

0

Koude/hitte/klimaat

klimatologische omstandigheden (door weer/klimaat, maar ook door gebouw of werkplek), die (kunnen) leiden tot onderkoeling, hitteletsel, blikseminslag of verminderd presteren.

91

54

19

12

5

1

Laser aanstraling

ongewenste aanstraling van luchtvaartuigen met lasers.

23

22

1

0

0

0

Geluid

(mogelijke) gehoorschade. Hieronder vallen ook schades veroorzaakt door geluid aan bestaande infra en of het milieu

79

39

29

10

1

0

Gevaarlijke stoffen

de opslag/overslag van en het werken met gevaarlijke stoffen (incl. onbedoelde blootstellingen).

291

202

50

26

10

3

Grondgebonden wapens

het omgaan met grondgebonden wapensystemen (diverse wiel/rups/pantservoertuigen, geleide wapens etc.).

37

8

14

13

1

1

Luchtvaart gerelateerd

grond- en vliegbewegingen en bij het onderhoud van luchtvaartuigen. Hieronder vallen ook runway incursions, FOD (foreign object damage) en de omgang met UAV’s.

396

330

40

12

10

4

Munitie

het omgaan met munitie en springstoffen (incl. ongewenste werking, verkeerde opslag en onjuiste uitlevering) al dan niet in relatie tot het wapen(systeem.).

140

117

19

3

1

0

Scheepvaart gebonden

de maritieme systemen, het varen met schepen en het onderhoud daaraan

180

77

76

21

4

2

Sport/fysieke training

het beoefenen van sport en fysieke training tijdens diensturen, incl. incidenten door lichamelijke inspanningen. (v.b. initiële basis trainingen en militaire zelfverdediging)

187

28

93

57

7

2

Straling

het omgaan met stralingsbronnen (zowel optisch, ioniserend als niet-ioniserend) zoals zenders, radioactieve bronnen en lasers.

14

8

6

0

0

0

Valschermspringen

valscherm-/parachutespringen

14

1

9

3

1

0

Vervoer

verkeer en vervoer, incl. intern transport op defensielocaties

824

177

586

42

9

10

Voedsel/waterveiligheid

het voorzien in/bereiden/nuttigen/bewaren van voedsel en drinkwater.

56

37

11

7

1

0

Wapens

het omgaan met wapens zoals (ongewild) afvuren van schoten (in ontlaadbak), een ongewenste werking van een wapen/storingen.

155

104

43

6

0

2

Werken op hoogte

het werken op hoogte (op gebouwen, wapensystemen, op klimtorens, touw- en hindernisbanen en tijdens fast-ropen, abseilen etc.

40

24

3

10

2

0

Overige fysiek

de fysieke gesteldheid van defensiepersoneel of ingehuurde werknemers. Hieronder vallen onwel wordingen en opnames in het ziekenhuis als gevolg van aandoeningen/incidenten/ongevallen tijdens het uitoefenen van de dienst.

348

133

114

69

27

5

Overige

die niet onder een van de overige onderwerpen kan worden vastgelegd m.u.v. Overige-Fysiek.

626

348

212

51

13

6

Overlijden buiten diensttijd

Defensie medewerkers die buiten dienstverband of diensturen overlijden.

36

     

Overlijden in diensttijd

Defensie medewerkers die gedurende diensttijd overlijden als gevolg van een natuurlijke oorzaak

0

     
X Noot
1

Een melding van één voorval kan meerdere onderwerpen betreffen.

X Noot
2

Een situatie die zou kunnen leiden tot een incident of ongeval.

X Noot
3

Een gebeurtenis die het potentieel heeft (fataal) letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu te veroorzaken.

X Noot
4

Een gebeurtenis die (fataal) letsel aan een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt.

X Noot
5

De ernstcategorie is afhankelijk van het persoonlijk letsel of schade aan materieel of milieu. Bij een cat 0 is er geen letsel of schade, ernstcategorie 1 licht letsel (geen ziekte verzuim) of schade (tot 50 k-euro) en ernstcategorie 4 zwaar letsel (ziekenhuisopname langer dan 24 uur) of schade (meer dan 250 k-euro).

Bijlage 7: COVID-19 steunmaatregelen

Tabel 64 Overzicht COVID-19 steunmaatregelen

Nr

Naam maatregel

Bestemd voor:

Uitdeling [in mln. euro]

Realisatie 2020 [in mln. euro]

Relevante Kamerstukken

1

01. Inzet FNIK

Totaal

18,0

17,5

 

a

 

Inzet Karel Doorman

 

9,9

 

b

 

Arbo-middelen thuiswerken 2020

 

5,0

 

c

 

Inzet FNIK in NL

 

2,6

 

2

06. Investeringen

Nagekomen COVID-19 afrekeningen

5,0

0,0

Wordt/is betaald in 2021.

3

06. Investeringen

Persoonlijke beschermingsmiddelen

10,0

3,3

Resterend bedrag wordt betaald in 2021.

4

07. DMO

IT-middelen

5,0

5,0

 

5

07. DMO

IT-middelen (onderhoud, support etc.)

5,0

3,7

 

6

08. DOSCO

COVID-19 indirecte kosten personeel

2,0

2,0

 

7

08. DOSCO

Inzet medisch personeel en materieel

4,0

4,0

 

8

08. DOSCO

Lagere ontvangsten van declaratie zorg

11,0

7,0

 

9

12. Gereserveerde COVID-19 middelen

Initieel 10, herschikt naar regel 3 en 6.

0,0

0,0

 

10

03. Koninklijke Landmacht

Aangepaste veldlegering bij oefeningen

0,0

0,1

Wordt/is betaald in 2021.

11

03. Koninklijke Landmacht

Hotelkosten bij quarataine bij oefeningen

0,0

0,0

Wordt/is betaald in 2021.

 

Totaal

 

60,0

42,6

 

Toelichting

Algemeen

Uit de verantwoording van de COVID-19 gelden blijkt dat van de toegewezen € 60,0 miljoen in 2020 € 42,6 miljoen gerealiseerd is en het restant in 2021 is of wordt betaald.

1. FNIK

  • Inzet Zr.Ms. Karel Doorman

    • Voor de inzet van Zr.Ms. Karel Doorman in het Caribische deel van het Koninkrijk om COVID-19 te bestrijden is € 9,9 miljoen gerealiseerd.

  • Arbo-middelen voor 2020

    • Voor het veilig thuiswerken kunnen de daarvoor benodigde artikelen worden gedeclareerd.

  • Inzet nationaal crisisteam

    • Voor de inzet van het nationaal crisisteam dat helpt met het ondersteunen en coördineren van de nationale COVID-19 bestrijding is € 2,6 miljoen gerealiseerd.

2. Investeringen

Het budget is bestemd voor nakomende COVID-19 rekeningen.

3. Persoonlijke beschermingsmiddelen

DMO heeft twee keer € 5 miljoen toegewezen gekregen voor de aanschaf en voorraadvorming van persoonlijke beschermingsmiddelen voor de inzet van defensiepersoneel.

4. IT-ondersteuning

DMO heeft € 5 miljoen toegewezen gekregen teneinde uitgaven voor extra IT ten behoeve van thuiswerken of COVID-19 maatregelen te compenseren.

5. IT-ondersteuning

DMO heeft € 5 miljoen toegewezen gekregen voor de instandhouding van de extra IT voor het thuiswerken of COVID-19 maatregelen.

6. DOSCO indirecte kosten personeel

Voor de indirecte kosten van het medisch personeel wordt DOSCO gecompenseerd met € 2 miljoen.

7. DOSCO medisch personeel

Voor de additionele kosten voor de inzet medisch personeel wordt DOSCO gecompenseerd met € 4 miljoen. Het betreft meeruitgaven door het facilitair bedrijf voor voorzieningen en verstrekkingen en de inzet van zorgpersoneel bij de ziekenhuizen, waarmee met het Ministerie van VWS is overeengekomen dat deze uitgaven eerst uit de verstrekte COVID-19 middelen bekostigd worden.

8. DOSCO lagere ontvangsten

Door COVID-19 heeft de niet spoedeisende dienstverlening aan het defensiepersoneel grotendeels stilgelegen en hebben de medische specialisten minder geneeskundige verzorging kunnen declareren. Door lagere ontvangsten vanuit de zorgverzekeraars wordt DOSCO gecompenseerd voor de kosten van het medisch personeel en materieel, die ondanks de minderontvangsten doorlopen.

9. Gereserveerde COVID-19 middelen

In eerste instantie is het verstrekte COVID-19 budget geplaatst op artikel 12 voor € 10 miljoen. Na concretisering van de maatregelen is het budget voor elk € 5 miljoen toegewezen aan maatregelen 3 en 6.

10. Aangepaste veldlegering bij landmachtoefeningen en tenten op kazernes

Vanwege COVID-19 gelden momenteen extra eisen aan de voorzieningen van de veldlegering. De uitgaven betreffen vooral tenten en toebehoren (onder andere kachels, bedden, sanitair en verbindingen).

11. Quarantaine

Militairen die voor of gedurende deelname aan een oefening in quarantaine moeten worden in hotelkamers en vakantieparken ondergebracht indien huisvesting op een kazerne niet mogelijk is.

Bijlage 8: Focusonderwerp Financieel jaarverslag Rijk

Tabel 65 Overzichtstabel voorstellen naleving CW3.1

Focusonderwerp CW3.1

Naam voorstel

kst. 27830 nr. 317

Vervanging capaciteit tactisch luchttransport

kst. 34919 nr. 70

Revitaliseringsplannen voor de Bernhardkazerne in Amersfoort

kst. 27830 nr. 314

Behoeftestelling Future Littoral All Terrain Mobility Band Vagn (FLATM BV)

kst. 31865 nr. 178

Pilot vindbaarheid CW 3.1 Defensie

kst. 34919 nr. 75

Midlife update vier patrouilleschepen ocean going patrolvessels

kst. 31125 nr. 115

CV bijlage bij Reactie van Defensie AcICT-advies GrIT

Toelichting

De Kamerbrieven van Defensie die vallen onder het bereik van artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet (CW 3.1) betreffen uitsluitend voornemens tot verwerving en aanpassing van projecten aangaande materieel, IT en vastgoed. Met de Kamer is voor deze projecten het Defensie Materieel Proces (DMP) vastgesteld waarbij afhankelijk van de complexiteit en financiële omvang van het project tot maximaal vijf brieven aan de Kamer worden gestuurd, ter afsluiting van fase A t/m E.

Voor de toepassing van CW 3.1 worden brieven over projecten met een omvang groter dan 100 miljoen euro in ogenschouw genomen.

In 2020 zijn in totaal 12 brieven verstuurd die hier onder vielen. Vanaf 1 juni tot en met 31 december 2020 was de pilot CW 3.1 van kracht, zoals aangekondigd in de derde voortgangsrapportage van de Operatie Inzicht in Kwaliteit (Tweede Kamer, 31 865, nr. 168). In deze pilotperiode moeten de departementen brieven met significante financiële gevolgen voorzien van een aparte bijlage waar in wordt gegaan op de onderdelen van CW 3.1. Defensie heeft, conform de mogelijkheden die de pilot bood, aan de Kamer gemeld dat het aantal DMP brieven dat voorzien wordt van een bijlage wordt beperkt tot zes (Tweede Kamer, 31 865, 178). Vijf van de hier genoemde brieven zijn gedurende de pilotperiode van een bijlage voorzien. De A-brief Vervanging FRISC is nog niet verzonden en zal naar verwachting buiten de reikwijdte van de pilot vallen. Er is daarnaast een bijlage opgenomen bij de reactie op het AcICT-advies GrIT waardoor het totale aantal verstuurde bijlagen alsnog zes is.

Tot 1 juni, de periode voor de pilot, werden geen aparte CW 3.1 bijlagen opgesteld. Wel werd CW 3.1 reeds toegepast als integraal onderdeel van het DMP. In de behoeftestellingsfase gaat hierbij de aandacht met name uit naar de doelstelling, het in te zetten instrument en de financiële gevolgen. In de daaropvolgende fasen wordt het project nader uitgewerkt en is er aandacht voor de doelmatigheid en de doeltreffendheid, waaronder het uitvoeren van een kosten-batenanalyse. Projecten met een E-fase worden afgesloten met een evaluatie die aan de Kamer wordt verstuurd. Kijkend naar de verschillen en/of overeenkomsten tussen beide perioden is te concluderen dat het DMP in alle gevallen conform afspraken met de Kamer gevolgd is en dat er daarom ook geen groot verschil is tussen de twee perioden in de toepassing van CW artikel 3.1. De pilot CW 3.1 heeft wel geleid tot meer bekendheid van dit artikel binnen de organisatie.

Bijlage 9: Lijst met afkortingen

Tabel 66 Lijst met afkortingen

Afkorting

Omschrijving

ABP

Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds

AC

Audit Comité

AcICT

Adviescommissie ICT

ADR

Auditdienst Rijk

ADS

Airbus Defence and Space

AGBADS

Army Ground Based Air Defence System

AH-64D

Gevechtshelikopter

AIV

Adviesraad Internationale Vraagstukken

AIVD

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

AMAR

Algemeen Militair Ambtenaren Reglement

AMO

Algemene Militaire Opleiding

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

AOCS

Air Operations Control Station

AOD

Algemeen Organisatiebesluit Defensie

AOW

Algemene Ouderdoms Wet

Apache

Gevechtshelikopter

APG

Algemene Pensioen Groep

AR

Algemene Rekenkamer

ARBO

Arbeidsomstandigheden

ASN

Administratief Serie Nummer/ Advanced Shipment Notice

ASSF

Afghan Special Security Forces

ATF ME

Air Task Force Middle East

AWACS

Radarvliegtuig

AWB

Algemene wet bestuursrecht

BBD

Besturen bij Defensie

BBP

Bruto Binnenlands Product

BBV

Bruto Beschikbaarheidsvergoeding

BE

Bijstandseenheid

BENELUX

België Nederland Luxemburg

BIT

Bureau ICT-toetsing

BIV

Budget Internationale Veiligheid

BOE

Bijzondere Organisatie Eenheid

BOTOC

Breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit

Boxer

Pansterwielvoertuig

BS

Bestuursstaf

BTW

Belasting toegevoegde waarde

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

BV

Besloten Vennootschap

C-130

Transportvliegtuig

C4I

Command, Control, Communication, Computers & Intelligence

CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst

CAOC

Combined Air Operations Centre

CARD

Coordinated Annual Review on Defence

CARC

Chemical Agent Resistant Coating

CBMI

Capacity Building Mission Iraq

CBO

Crisisbeheersingsoperaties

CDS

Commandant der Strijdkrachten

CE-pakket

Chemical Energy beschermingspakket

CHU

Counter Hybrid Unit

Chinook V&M

Chinook Vervanging en Modernisering

CIIC

Cyber Intell/Info Cell

CLAS

Commando Landstrijdkrachten

CLSK

Commando Luchtstrijdkrachten

CMF

Combined Maritime Forces

CO2

Koolstofdioxide

CODEMA

Commissie Ontwikkeling Defensie Materieel

CODEMO

Commissie Defensie Materieel Ontwikkeling

COID

Centrale Organisatie Integriteit Defensie

COTS/MOTS

Commercial/Military Off The Shelf

COVID-19

Coronavirus

C-RAM

Counter Rockters, Artillery & Mortars

CRC

Crowd Riot Control

CSOCC

Composite Special Operations Component Command

CSS

Combat Support Ship

CTIVD

Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten

CV-90

Infanterie Gevechtsvoertuig

CvO

Commissie van Onderzoek

CW

Comptabiliteitswet

CZMCARIB

Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied

CZSK

Commando Zeestrijdkrachten

DBBB

Defensie Brand- en Bedrijfsstoffen Bedrijf

DBBO

Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie

DBBS

Defensie Bewaking- en Beveiligingssysteem

DBFMO

Design, Build, Finance, Maintain and Operate

DCC

Defensie Cyber Commando

DCS

Defensie Cyber Strategie

DCS

Digital Combat Simulator

DDG

Duik en Demonteergroep

DEU

Duitsland

DEOS

Defensie Energie Omgeving Strategie

DepV

Departementaal Vertrouwelijk

DGO

Defensie Gezondheidszorg Organisatie

DIRCM

Directed InfraRed Counter Measure systeem

DLP

Defensie Lifecycle Plan

DMF

Defensiematerieelbegrotingsfonds

DMO

Defensie Materieel Organisatie

DMP

Defensie Materieel Projecten

DMUNB

Defensie Munitiebedrijf

DO

Defensie Onderdeel

DOKS

Defensie Operationeel Kledingsysteem

DOSCO

Defensie OndersteuningsCommando

DPO

Defensie Projectenoverzicht

DRP

Definitief Reorganisatie Plan

DVOW

Defensiebrede Vervanging Operationele Wielvoertuigen

ECRIS

Europees Strafrechtelijk Informatiesysteem

EDA

European Defence Agency

EES

Europees In- en Uitreissysteem

E-facturatie

Electronische facturatie

eFP

enhanced Forward Presence

EMASOH

European-led Maritime Awareness in the Strait of Hormuz

eNRF

enhanced NATO Response Force

EODD

Explosieven Opruimingsdienst Defensie

ERP M&F

Enterprise Resource Planning Materieellogistiek & Financiën

ESSM

Evolved Sea Sparrow Missile

ETIAS

Europees Informatie- en Reisautorisatiesysteem

EU

Europese Unie

EU NAVFOR MED

European Union Naval Force Mediterranean

EUBAM

European Union Border Assistance Mission

EUCAP

European Union Capacity Building

EULEX

European Union Rule of Law Mission

EULPC

European Union Liaison and Planning Cell

EURODAC

Databank met vingerafdrukken van asielzoekers

EUTM

European Union Trainings Mission

EUVIS

Europees Visum Informatiesysteem

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

FABK

Financieel Administratie- en Beheerkantoor

F-16

Jachtvliegtuig

F-35

Vijfde generatie jachtvliegtuig

FIOD

Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst

FMS

Foreign Military Sales

FNIK

Financiering Nationale Inzet Krijgsmacht

FOD

Foreign object damage

FPME

Force Protection Middle East

FPS

Flexibel Personeelssysteem

FRISC

Fast Raiding, Interception and Special Forces Craft

FRONTEX

Frontières extérieures (agentschap inzake buitengrenzen EU)

FSE Mirage

Forward Support Element Mirage

GE

Ground Enablers

GPOI

Global Peace Operations Initiative

GPW

Groot Pantserwielvoertuig

GrIT

Grensverleggende Informatie Technologie

HDP

Hoofddirectie Personeel

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HMS

Her Majesty's Ship

HNS

Host Nation Support (gastlandsteun)

HOOV

Handhaving van de Openbare Orde en Veiligheid

HQ CJTF

Head Quarters Combined Joint Task Force

HR

Human Resources domein

HRB

Hoog Risico Beveiligers

IBO

Interdepartementaal Beleidsonderzoek

ICU

Intensive Care Units

IFFG-M

Initial Follow On Forces Group Maritime

IGV

Infanterie Gevechtsvoertuig

ILS

Integrated Logistic Support

IT

Informatietechnologie (incl communicatie)

JEF

Joint Expeditionary Force

JFC

Joint Force Command

JIVC

Joint Informatievoorzieningscommando

JSS

Joint Support Ship

KCT

Korps Commando Troepen

KDC-10

tankvliegtuig

KHK

Kromhout Kazerne

KKW

Klein Kaliber Wapens

KMar

Koninklijke Marechaussee

KPC

Korps Politie Curaçao

KPI

Key Performance Indicator

KPU

Kleding en Persoonlijke Uitrusting

KSG

Koninklijke Schelde Groep B.V.

kW

kilo Watt

KWCARIB

Kustwacht in het Caribisch gebied

LBO

Landelijke Bijstand Organisatie

LCF

Luchtverdedigings- en Commandofregatten

LOCC

Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum

LOT-C

Landelijk Operationeel Team Corona

LVNL

Luchtverkeersleiding Nederland

LZV

Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen

M&O

Misbruik en oneigenlijk gebruik

MALE UAV

Medium Altitude Long Endurance Unmanned Aerial Vehicle

MARIN

Maritime Research Institute Netherlands

MARKAZ

Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne

MARSOF

Marine Special Operations Forces

MATLOG

Materieellogistieke

MB

Militaire Bijstand

MBMD

Maritime Ballistic Missile Defence

MFK

Meerjarig Financieel Kader

MGZ

Militaire Gezondheidzorg

MID

Meldpunt Integriteit Defensie

MILSATCOM

Militaire Satelliet Communicatie

MINDEF

Ministerie van Defensie

MINUSMA

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission

MIT

Multidisciplinair Interventie Team

MIVD

Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

MK46

Torpedo

MK48

Torpedo

MKB

Midden- en KleinBedrijf

(M)KBA

(Maatschappelijke) Kosten Baten Analyse

MLU

Midlife Update

MOU

Memorandum of Understanding

MPZ

Militaire Politie Zorg

MQ-9

MALE UAV

MRTT

Multi Role Tanker-Transporttoestel

MSOB

Militaire Steunverlening in het Openbaar Belang

MTV

Mobiel Toezicht Veiligheid

MUAC

Maastricht Upper Air Control Centre

MULAN

Mijn Uniforme Losiche Aansluiting op het Net

MVOK

Maatregelen Versterking Ondersteuning Krijgsmacht

NAMA

NATO Airlift Management Agency

NATO

North Atlantic Treaty Organization

NATOPS

Nationale Operaties

NAVO

Noord Atlantische VerdragsOrganisatie

NCC

Nationaal Crisis Centrum

NCTV

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

NH-90

Helikopter

NLD

Nederland(se)

NLDA

Nederlandse Defensie Academie

NLR

Koninklijk Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum

NLTC

Netherlands Liaison Team CENTCOM

NMI

Nato Mission Iraq

NMM

Nationaal Militair Museum

NRF

NATO Response Force

NS2AU

Nato Support to African Union

NSPA

NATO Support and Procurement Agency

NTM

Notice To Move

NV

Naamloze Vennootschap

NVI

Nederlands Veteraneninstituut

NWCC

NATO Warfare Capstone Concept

O&T

Opleiding en training

ODA

Official Development Assistance

OG

Operationele Gereedheid

OIR

Operation Inherent Resolve

OM

Openbaar Ministerie

OPS

Operations

OPV

Oceangoing Patrol Vessel

PAL

Provincial Airlines Limited

PED

Processing Exploitation Dissemination

PESCO

Permanent Structured Cooperation

PG

Personel Gereedheid

POMS

Prepositioned Organizational Materiel Storage

PPS-aanbesteding

Publiek Private Samenwerking

PSFD MoU

Production, Sustainment & Follow-on Development Memorandum of Understanding

QRA

Quick Reaction Alert

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RHB

Rijkshoofdboekhouding

RIVM

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

RNAS

Royal Naval Air Services

RPA

Robotic Proces Automation

RVB

Rijksvastgoedbedrijf

RUS

Raamwerk Uitvoering Subsidies

RWT

Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

SAC

Strategic Airlift Capability

SAP

Systeme, Anwendungen und Produkte (Systemen, Applicaties en Producten)

SBK

Sociaal Beleidskader

SHRO

Strafrechtelijke Handhaving van de RechtsOrde

SIC

Snel Inzetbare Capaciteiten

SIS

Schengen Informatiesysteem

SKD

Stichting Koninklijke Defensiemusea

SKIA

Strategische Kennis- en Innovatie Agenda

SNMG1

Standing NATO Maritime Group One

SOCOM

Special Operations Command

SOF

Special Operations Forces

SSO

Single Service Organisation

StratCom

Strategic Communications

SVP

Strategisch Vastgoedplan

SWOON

Stichting Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek NLDA

SZVK

Stichting ZiektekostenVerzekering Krijgsmacht

TBP

Te Bewaken Persoon

TIMT

Tactical Information Manoeuvre Team

TNO

Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek

TOC

Territoriaal Operatie Centrum

TOS

Trend Onderzoek Statistiek

TSC

Target Support Cell

UAV

Unmanned Aerial Vehicle

UK

United Kingdom

UNDOF

United Nations Disengagement Observer Force

UNIFIL

United Nations Interim Force in Lebanon

UNMISS

United Nations Mission in the Republic of South Sudan

UNTSO

United Nations Truce Supervision Organisation

US

United States

USAG

United States Army Garrison

USSC

United States Security Coordinator

V&M

Vervanging en Modernisering

VI

Veteraneninstituut

VJTF(A)

Very High Readiness Joint Task Force (Air)

VJTF(M)

Very High Readiness Joint Task Force (Maritime)

VKB

Voorkeursbeslissing

VN

Verenigde Naties

VOSS

Verbeterd Operationeel Systeem Soldaat

VPB

Vennootschapsbelasting

VPD's

Vessel Protection Detachments

VS

Verenigde Staten

VTC

Video Tele Conferencing

vte

Voltijdsequivalent

VTO

Vaktechnische Opleidingen

VUT/WUL

Vervroegde UitTreding/Wet Uniformering Loonbegrip

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Webex

Samewerkingstool om te bellen, te vergaderen en berichten te versturen

WIV

Wet op de inlichtingen- en veiligehidsdiensten

WMS

Warehouse Management System

WNT

Wet Normering Topinkomens

Wob

Wet openbaarheid van bestuur

WOPT

Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens

ZBO

Zelfstandige Bestuursorganen

ZKA

Zelfstandige Kleine Aankopen

Zr. Ms.

Zijner Majesteits

ZVW

Zorgverzekeringswet

ZZF

Zaterdag, Zondag, Feestdag


X Noot
1

Deze extra behoefte valt binnen de reorganisatie van INSTITUTE FOR DEFENCE AND PARTNERSHIP HOSPITALS

X Noot
2

ook bekend als CV-90

X Noot
3

In de berekening van de investeringsquote door de NAVO worden de investeringen in vastgoed niet meegenomen, omdat de NAVO het vastgoed niet ziet als een militaire inzetcapaciteit. Defensie neemt in haar berekening wel de investeringen in het vastgoed mee, omdat deze uitgaven wel degelijk een investeringskarakter kennen. In andere landen komt de berekening van de nationale investeringsquote ook niet volledig overeen met de berekening van de NAVO. Net als in Nederland tellen bijvoorbeeld Noorwegen, Duitsland en België ook de infrastructuur en het vastgoed mee bij de investeringsquote.

X Noot
4

Meldingen die in 2020 zijn gedaan, kunnen voorvallen betreffen uit eerdere jaren.