Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734730 nr. 1

34 730 Voorjaarsnota 2017

Nr. 1 HERDRUK1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juni 2017

1. Inleiding

De Voorjaarsnota 2017 is de eerste rapportage van het kabinet over de uitvoering van de begroting 2017. Het kabinet geeft hierin een overzicht van de wijzigingen voor het begrotingsjaar 2017 ten opzichte van de Miljoenennota 2017 (Kamerstuk 34 550, nr. 1). Deze bijstellingen zijn gebaseerd op nieuwe macro-economische ramingen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2017 van het Centraal Planbureau (CPB) en inzichten over de begrotingsuitvoering van alle ministeries.

Normaal gesproken gaat de Voorjaarsnota alleen in op het lopende jaar. In verband met de kabinetsformatie is dit jaar in de bijlage een meerjarig beeld van de uitgaven en inkomsten opgenomen.

Deze Voorjaarsnota is als volgt opgebouwd. Paragraaf 2 gaat in op het economisch beeld voor dit jaar. Vervolgens gaat paragraaf 3 in op de uitgavenzijde van de begroting en kijkt paragraaf 4 naar de inkomstenkant. Dit resulteert in paragraaf 5 in het EMU-saldo en de EMU-schuld voor 2017. In die paragraaf worden het EMU-saldo en de EMU-schuld ook vergeleken met andere landen in de Eurozone.

In bijlage 1 staan de budgettaire kerngegevens. Bijlage 2 laat de meerjarige ontwikkeling van de uitgaven zien, inclusief de besluitvorming over de jaren 2018 en verder. Bijlage 3 bevat de verticale toelichting op de individuele begrotingshoofdstukken.

2. Economisch beeld 2017

Het economisch beeld voor 2017 is positiever dan ten tijde van de Miljoenennota 2017 werd verwacht. De economische groei wordt in het Centraal Economisch Plan (CEP) geraamd op 2,1 procent, 0,4 procentpunt hoger dan in de Macro Economische Verkenning (MEV).

Zowel de consumptie van huishoudens als de uitvoer leveren dit jaar een belangrijke bijdrage aan de economische groei, en zijn beide in het CEP opwaarts bijgesteld. Met name de arbeidsmarkt staat er momenteel beter voor dan in de MEV werd geraamd. De werkloosheid is in maart al gedaald tot 5,1 procent en daalt volgens het CEP dit jaar verder tot gemiddeld 4,9 procent over heel 2017. De contractlonen stijgen met 1,8 procent, maar de inflatie loopt dit jaar op tot 1,6 procent. In het algemeen is het economische sentiment positief, wat zich uit in een hoog consumentenvertrouwen. Het herstel op de huizenmarkt zet stevig door. De huizenprijzen stijgen in het hoogste tempo in lange tijd.

Met name de internationale economie is op dit moment een bron van onzekerheid. Nederland is als kleine open economie gevoelig voor de ontwikkeling van de wereldhandel. Enkele onzekere ontwikkelingen zijn de verkiezingen in een aantal Europese landen, het Brexit-proces en het beleid van de Amerikaanse regering.

Tabel 1: Macro-economische veronderstellingen voor 2017

2017 (mutaties in procenten)

Miljoenennota 2017

Voorjaarsnota 2017

Bruto binnenlands product

1,7

2,1

     

Particuliere consumptie

1,8

2,0

Investeringen (incl. voorraden)

3,8

3,6

Uitvoer

3,1

3,5

Invoer

3,8

3,6

Inflatie (hicp)

0,5

1,6

Lange rente (niveau in procenten)

0,1

0,7

Relevante wereldhandel

3,2

3,0

     

Werkloosheid (niveau in procenten)

6,2

4,9

Werkzame beroepsbevolking

0,8

2,0

Contractloon marktsector

1,6

1,8

Bron: Centraal Planbureau, MEV 2017 en CEP 2017

3. Uitgaven

Het kabinet Rutte II is demissionair. Zolang er nog geen nieuw kabinet is aangetreden zal het huidige kabinet de noodzakelijke voorbereidingen voor de begroting 2018 treffen. Uitgangspunt daarbij is dat het kabinet geen nieuw beleid meer voorbereidt. Waar mogelijk is budgettaire problematiek ingepast op de departementale begrotingen. Daarnaast zijn er situaties waarin de dienstverlening aan burgers of bedrijven ernstig zou verslechteren zonder interventie, of waar niet ingrijpen zou leiden tot ernstige verhoging van risico’s. Voor een aantal van dergelijke urgente dossiers worden daarom middelen beschikbaar gesteld.

Tabel 2 laat zien dat er voor 2017 een onderschrijding van het totaalkader wordt verwacht van 1 miljard euro, waarbij compensatie over de deelkaders plaatsvindt. Ten opzichte van de Miljoenennota is er sprake van een ruilvoetmeevaller onder alle drie de deelkaders. Zie box 1 voor een uitleg van het begrip ruilvoet.

De mutaties per deelkader worden in deze paragraaf verder toegelicht. In bijlage 3 en in de suppletoire begrotingen worden de mutaties ten opzichte van Miljoenennota 2017 in meer detail toegelicht.

Tabel 2: Toetsing totaalkader

(in miljarden euro; «–» is onderschrijding)

2017

Miljoenennota 2017

0,0

Voorjaarsnota 2017

– 1,0

   

Kader RBG-eng Miljoenennota

1,1

Mutaties Voorjaarsnota

0,1

Kader RBG-eng Voorjaarsnota

1,2

   

Kader SZA Miljoenennota

0,3

Mutaties Voorjaarsnota

– 0,9

Kader SZA Voorjaarsnota

– 0,5

   

Kader BKZ Miljoenennota

– 1,4

Mutaties Voorjaarsnota

– 0,3

Kader BKZ Voorjaarsnota

– 1,7

Box 1: Ruilvoet

In het Nederlandse begrotingsbeleid wordt gebruikgemaakt van een uitgavenkader. Dit kader stelt een maximum aan de uitgaven van de overheid. Bij het Regeerakkoord wordt voor de gehele kabinetsperiode een reëel uitgavenkader vastgesteld. Gedurende de rit wordt het uitgavenkader aangepast aan de (geraamde) inflatie. Hierbij wordt de prijs Nationale Bestedingen als inflatiecijfer gebruikt.

De geraamde uitgaven van de verschillende ministeries worden ook elk jaar aangepast aan de verwachte prijsontwikkeling. Dat gebeurt echter niet met de prijs Nationale Bestedingen, maar met de door het CPB geraamde loon- en prijsontwikkeling voor dat ministerie.

De ruilvoet is de verhouding tussen de prijs van de geraamde uitgaven van ministeries en de prijs Nationale Bestedingen. Wanneer de loon- en prijsontwikkeling van ministeries lager is dan de stijging van de prijs Nationale Bestedingen is er sprake van een ruilvoetwinst en wanneer deze hoger ligt van een ruilvoetverlies.

De nieuwste cijfers van het CPB gaan voor 2017 uit van een grotere stijging van de prijs Nationale Bestedingen dan de ramingen ten tijde van de Miljoenennota 2017. Hierdoor stijgt het uitgavenkader meer dan verwacht. Ook de geraamde uitgaven van de ministeries stijgen door een hogere loon- en prijsbijstelling dan bij de Miljoenennota werd verwacht. Het effect van de loon- en prijsbijstelling is echter kleiner dan het effect van de prijs Nationale Bestedingen waardoor er per saldo ruimte ontstaat onder het kader. Er is dus sprake van een ruilvoetmeevaller ten opzichte van de Miljoenennota.

Kader Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng)

Tabel 3: Kadertoets RBG-eng

(in miljarden euro; «–» is onderschrijding)

2017

Kadertoetsing RBG eng Miljoenennota 2017

1,1

 

Ruilvoet

 
   

Indexatie van het uitgavenkader

– 0,9

   

Nominale ontwikkeling uitgaven

0,2

 

HGIS

0,5

 

ABP pensioenpremie

0,3

 

Regeringsvliegtuig

0,1

 

Winstafdracht DNB en dividend staatsdeelnemingen

0,1

 

EU afdrachten

– 3,2

 

Referentieraming OCW en studiefinanciering

0,1

 

DUO

0,1

 

Boetes VenJ

0,1

 

Gemeentefonds, Provinciefonds, BTW-compensatiefonds

0,1

 

Kasschuiven

0,0

 

Eindejaarsmarge 2016

1,3

 

In=uittaakstelling 2017

– 1,5

 

Overig

0,0

 

Technische mutaties

 

Kadercorrectie EU-afdrachten

2,8

Kadertoetsing RBG eng Voorjaarsnota 2017

1,2

De overschrijding van het kader RBG-eng komt uit op 1,2 miljard euro. Bij de Miljoenennota werd nog uitgegaan van een overschrijding van 1,1 miljard euro. Tabel 3 geeft de wijzigingen weer in de kadertoetsing op het kader RBG-eng sinds de Miljoenennota.

Ten opzichte van de raming uit de Miljoenennota 2017 is de indexatie van het uitgavenkader RBG-eng aan de hand van de prijs Nationale Bestedingen ruim 0,9 miljard euro hoger uitgevallen. De loon- en prijsontwikkeling van de uitgaven onder het kader zijn 0,2 miljard hoger uitgevallen dan geraamd. Per saldo resteert er hierdoor een ruilvoetmeevaller van 0,8 miljard euro.

Het budget voor ontwikkelingssamenwerking (HGIS) is naar boven bijgesteld doordat de uitgaven zijn aangepast aan het nu hoger geraamde bruto nationaal inkomen (bni). Ook zijn er via de eindejaarsmarge middelen die in 2016 niet waren uitgegeven doorgeschoven naar 2017. Verder werkt de lagere asielinstroom in 2016 door in lagere uitgaven aan opvang 2017. De middelen die hiermee zijn gemoeid zijn weer overgeboekt van de begroting van VenJ naar de begroting van BHOS, waardoor de HGIS uitgaven toenemen. Tot slot heeft het kabinet 50 miljoen euro vrijgemaakt voor veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking en opvang in de regio.

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Om de ministeries te compenseren voor de hogere werkgeverslasten die voortkomen uit de premiestijging, is 342 miljoen euro toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Voor de vervanging van het regeringsvliegtuig heeft het kabinet 50 miljoen euro vrijgemaakt, naast de 40 miljoen euro uit de niet bestede reservering uit 2016.

De raming van het dividend uit staatsdeelnemingen en van de winstafdracht door DNB is naar beneden bijgesteld. Het dividend is naar beneden aangepast aan de laatste winstprognoses. Door gedaalde marktrentes en de afloop van opkoopprogramma’s daalt de winst van DNB. Dit, gecombineerd met de noodzaak tot het vullen van de voorziening voor de risico’s van kwantitatieve verruiming, zorgt voor een daling van de winstafdrachten DNB aan de Staat.

Bij de EU-afdrachten zorgt het aannemen van de Europese begroting voor 2017 voor bijna 80 miljoen euro lagere Nederlandse afdrachten. De nacalculatie van de afdrachten 2016 zorgt ook voor lagere Nederlandse afdrachten van 124 miljoen euro. Het aannemen van de vierde, vijfde en zesde aanvullende begroting 2016 door het Europees Parlement zorgt voor een verlaging van de Nederlandse afdrachten van iets meer dan 3 miljard euro. Dit komt voornamelijk doordat in de vijfde aanvullende begroting de kortingen op de nationale afdrachten die waren afgesproken in het Eigen Middelenbesluit 2016 worden geëffectueerd. Nederland ontvangt de kortingen op de afdrachten over 2014–2016 met terugwerkende kracht in 2017.

Bij de begroting van OCW is sprake van hogere uitgaven doordat het verwachte aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan ten tijde van de Miljoenennota 2017 werd verwacht. Tegelijkertijd dalen de rente-ontvangsten bij de studiefinanciering doordat de rentestand lager uitvalt dan verwacht. Bij DUO is sprake van eenmalige correctie die leidt tot hogere uitgaven onder het kader RBG-eng en lagere niet-kaderrelevante uitgaven.

Op de VenJ begroting zijn op basis van de realisatiecijfers over 2016 de geraamde ontvangsten uit boetes en transacties naar beneden bijgesteld. Naar aanleiding van de motie van de leden Zijlstra en Samsom (Kamerstuk 34 550, nr. 7) heeft het kabinet besloten de ontvangsten op Boeten en Transacties per januari 2017 als generaal dossier op de begroting van VenJ aan te merken. Mee- of tegenvallers t.o.v. de raming komen voortaan dus ten gunste of ten laste van het generale beeld.

De indexering van de algemene uitkering van het Gemeentefonds, het Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds (BCF) vindt plaats via de normeringssystematiek (trap-op-trap-af). De indexering volgt uit de ontwikkeling van het bestuurlijk afgesproken mandje van rijksuitgaven genaamd Netto Gecorrigeerde Rijksuitgaven (NGRU). De besluitvorming zorgt voor hogere NGRU-relevante uitgaven, dus ook een hoger accres voor het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.

De post kasschuiven bevat middelen die doorgeschoven zijn vanuit 2016 naar 2017. Daarnaast is er een aantal kasschuiven op de begrotingen vanuit 2018 en verder naar 2017.

Tabel 4: Kasschuiven RBG-eng

(in miljoenen euro)

2017

Revolverend Fonds Energiebesparing

73

Pensioenregeling politie

347

Investeringen defensie

– 125

Deltafonds en Infrafonds

– 300

Tijdelijke Regeling Stimulering Huisvesting Vergunninghouders

– 52

Overig

56

Totaal

– 1

Bij de Voorjaarsnota 2017 en de bijbehorende 1e suppletoire wetten wordt op de departementale begrotingen ook de eindejaarmarge 2016 opgeboekt. Departementen kunnen een deel van de in 2016 niet bestede middelen via de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2017 (HGIS middelen kunnen worden doorgeschoven naar de komende drie jaren). In totaal is er via de eindejaarsmarge 1,5 miljard euro doorgeschoven van 2016 naar 2017, waarvan 0,2 miljard euro betrekking heeft op HGIS-uitgaven (zie toelichting hierboven). Als tegenhanger van de eindejaarsmarge wordt ook een in=uittaakstelling geboekt op de aanvullende post. De gedachte hierachter is dat er aan het einde van dit jaar weer in dezelfde mate als in 2016 sprake zal zijn van onderbesteding op de begrotingen. Door hiervoor alvast een taakstelling in te boeken zorgt het uitkeren van de eindejaarsmarge 2016 niet voor een belasting van het uitgavenkader. De post overig bevat alle kleinere mutaties op de departementale begrotingen.

De kadercorrectie EU-afdrachten komt voort uit de ratificatie van het Eigen Middelenbesluit (EMB) door de lidstaten van de EU. Met de ratificatie van het EMB in 2016 zijn de kortingen op de nationale afdrachten geëffectueerd. Omdat de aanvullende begroting met de effecten van het EMB pas laat in 2016 is aangenomen, heeft Nederland de korting op de afdrachten over 2014–2016 met terugwerkende kracht in 2017 in de kas ontvangen. Zoals bij Najaarsnota en per brief aan de Kamer gemeld1 heeft het kabinet besloten om het uitgavenkader te corrigeren voor het effect van het EMB, aangezien de omvang van het bedrag, in combinatie met de mate waarin het kabinet hierop nog kon sturen, op gespannen voet staat met het uitgangspunt dat de begrotingsregels bestuurlijke rust, eenvoud en duidelijkheid vooraf moeten bieden. Waar in 2016 dus het uitgavenkader naar boven is aangepast, wordt het kader voor 2017 verlaagd zodat de ontvangst van de korting niet leidt tot budgettaire ruimte.

Kader Sociale Zaken en Arbeidsmarkt (SZA)

Tabel 5: Kadertoets SZA

(in miljarden euro; «-» is onderschrijding)

2017

Miljoenennota 2017

0,3

 

Ruilvoet

 
   

Indexatie van het uitgavenkader

– 0,7

   

Nominale ontwikkeling uitgaven

0,1

 

Werkloosheidsuitgaven

– 0,2

 

Kasschuiven

– 0,1

 

Overig

0,1

Voorjaarsnota 2017

– 0,5

De onderschrijding van het kader SZA komt uit op 0,5 miljard euro. Bij de Miljoenennota werd nog uitgegaan van een overschrijding van 0,3 miljard euro. Tabel 5 geeft de wijzigingen weer in de kadertoetsing op het kader SZA sinds de Miljoenennota.

Er is sprake van een ruilvoetmeevaller, doordat het kader 0,7 miljard naar boven is aangepast met de prijs Nationale Bestedingen, terwijl de indexatie van de daadwerkelijke uitgaven onder het kader een minder grote toename kent, namelijk 0,1 miljard. De raming voor de werkloosheidsuitgaven wordt neerwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een meevaller binnen de WW door lagere werkloosheidscijfers. Daar tegenover staat een tegenvaller bij de bijstand als gevolg van hogere volumes en een prijstegenvaller uit de realisatie van gemeenten.

Er worden diverse kasschuiven gedaan, waarvan de kasschuif ten behoeve van de re-integratie Wajong de grootste is. De post overig bevat diverse bijstellingen op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van UWV, SVB en de Belastingdienst. Er zijn onder andere meevallers op de kinderbijslag (AKW) en uitkeringen aan nabestaanden (ANW). Er zijn tegenvallers op de uitgaven aan de ziektewet (ZW) en de aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO). Daarnaast is de indexatie van verschillende regelingen aangepast.

Budgettair Kader Zorg (BKZ)

Tabel 6: Kadertoets Budgettair Kader Zorg

(in miljarden euro; «–» is onderschrijding)

2017

Miljoenennota 2017

– 1,4

 

Ruilvoet

 
   

Indexatie van het uitgavenkader

– 0,6

   

Nominale ontwikkeling uitgaven

0,0

 

Grensoverschrijdende zorg

– 0,1

 

Hulpmiddelen

– 0,1

 

Flankerend beleid hoofdlijnenakkoorden 2018

0,1

 

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg

0,2

 

Uitvoeringsproblematiek Wlz

0,2

 

Nacalculeerbare kapitaallasten

0,1

 

Eigen bijdrage Wlz

– 0,1

 

Overig

– 0,0

Voorjaarsnota 2017

– 1,7

De onderschrijding van het kader BKZ komt uit op 1,7 miljard euro. Bij de Miljoenennota werd nog uitgegaan van een onderschrijding van 1,4 miljard euro. Tabel 6 geeft de wijzigingen weer in de kadertoetsing op het kader BKZ sinds de Miljoenennota.

De additionele onderschrijding van 0,3 miljard is het gevolg van een ruilvoetmeevaller, een aantal mee- en tegenvallers en enkele intensiveringen. De ruilvoetmeevaller ontstaat doordat het kader met 0,6 miljard euro naar boven wordt bijgesteld, terwijl de loon- en prijsontwikkeling van de uitgaven in 2017 nauwelijks stijgt. De hoogte van de loon- en prijsontwikkeling voor de Zvw- en Wlz-uitgaven is namelijk al bij Miljoenennota vastgezet.

Op basis van de voorlopige realisatiecijfers 2016 van het Zorginstituut Nederland zijn de ramingen van de zorguitgaven geactualiseerd. Dit leidt met name tot structurele meevallers bij de grensoverschrijdende zorg (– 106 miljoen euro) en hulpmiddelen (– 58 miljoen euro). Het zorggebruik bij grensoverschrijdende zorg is de afgelopen jaren nauwelijks gegroeid en dat wordt nu structureel verwerkt. De meevaller bij de hulpmiddelen is het gevolg van lagere uitgaven aan hoortoestellen, verzorgingsmiddelen en diabetesmateriaal.

Het kabinet is voornemens om voor 2018 hoofdlijnenakkoorden te sluiten met de sectoren MSZ, GGZ, Huisartsenzorg/Multidisciplinaire zorgverlening, Paramedische zorg en Wijkverpleging. Om deze akkoorden tot stand te brengen heeft het kabinet in 2017 65 miljoen euro vrijgemaakt voor een aantal gerichte intensiveringen, zoals het versterken van het eerstelijnsverblijf.

In de brief van 13 januari 2017 (Kamerstuk 31 765, nr. 261) heeft het kabinet incidenteel 100 mln. beschikbaar gesteld voor de verpleeghuislocaties waar verbetering van kwaliteit het hardste nodig is. Daarnaast is als eerste stap vanaf 2017 structureel 100 mln. uitgetrokken voor de implementatie van het nieuwe kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Het kwaliteitskader is juridisch bindend. De tariefstelling van de NZa moet hiermee rekening houden. Het is daarom onvermijdelijk dat extra middelen voor verpleeghuiszorg worden gereserveerd. Zoals reeds gemeld in de brief van 31 mei van de Staatssecretaris van VWS (Kamerstuk 31 765, nr. 273), zal het benodigde bedrag de komende jaren oplopen. Het derde scenario van de NZa gaat uit van 1,3 miljard, uitgaande van de aanvullende uitgangspunten conform de CPB-systematiek gaat het naar verwachting om circa 2,1 miljard. Omdat de omvang van het bedrag en de fasering nog niet duidelijk zijn, komt het kabinet hier de komende tijd op terug.

Vanaf 1 januari 2017 stelt het CIZ bij de Wlz-indicatiestelling alleen nog vast of iemand wel of geen toegang krijgt tot de Wlz. Het CIZ stelt niet meer vast of specifieke zorgfuncties noodzakelijk zijn. Wie toegang krijgt tot de Wlz, maakt daarmee aanspraak op een volledig zorgprofiel met een totaalpakket aan Wlz-zorg. Hierdoor krijgen bepaalde groepen Wlz-cliënten aanspraak op meer zorg dan voorheen. Het gaat om aanspraken op dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp. Dit leidt tot extra uitgaven binnen de Wlz.

Op basis van uitvoeringsinformatie laten de nacalculeerbare kapitaallasten een overschrijding zien in 2016. Instellingen waarin Wlz-zorg met verblijf wordt geleverd kunnen tot en met 2017 een specifieke vergoeding ontvangen op basis van nacalculatie voor hun kapitaallasten. Vanaf 2018 maken de kapitaallasten volledig onderdeel uit van de reguliere bekostiging in de Wlz (zzp-tarieven). Hierdoor doet de tegenvaller zich alleen voor in 2017.

De ontvangsten aan eigen bijdrage in de Wlz vallen hoger uit. De hogere ontvangsten zijn in lijn met toegenomen zorggebruik in de Wlz, gecorrigeerd voor de verschillende leveringsvormen waar een cliënt uit kan kiezen (zorg in natura, volledig pakket thuis (VPT), modulair pakket thuis (MPT), of persoonsgebonden budget (PGB)).

Tot slot zijn er diverse kleine mee- en tegenvallers. Als gevolg van de actualisatie van de (voorlopige) realisatiecijfers van het Zorginstituut zijn enkele kleine ramingsbijstellingen gedaan binnen de curatieve zorg en er zijn middelen beschikbaar gesteld voor de arbeidsmarktagenda.

4. Inkomsten

De raming van de belasting- en premieontvangsten 2017 is ten opzichte van de stand Miljoenennota 2017 per saldo met 7,8 miljard euro opwaarts bijgesteld.

Tabel 7: Belasting- en premieontvangsten 2017 op EMU-basis

In miljarden euro

Stand MN 2017

Stand VJN 2017

Mutatie

Belastingen en premies volksverzekeringen

201,9

208,1

6,3

 

waarvan belastingen

160,9

166,3

5,3

 

waarvan premies volksverzekeringen

41,0

41,9

0,9

Premies werknemersverzekeringen

58,7

60,1

1,5

Totaal

260,5

268,3

7,8

Tabel 8 geeft een uitsplitsing van de oorsprong van de bijgestelde raming ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2017.

De endogene ontwikkeling, dat is de ontwikkeling van de inkomsten gerelateerd aan de economische ontwikkeling, zorgt voor 7,0 miljard euro hogere ontvangsten. Deze bijstelling volgt uit de doorwerking van de in 2016 gerealiseerde kasontvangsten, het economisch beeld op basis van het CEP2017 en de gerealiseerde kasontvangsten tot en met de maand april. Het grootste deel van deze meevaller van 7,0 miljard euro volgt uit positieve ramingsbijstellingen van de vennootschapsbelasting (2,3 miljard euro), de ontvangsten uit btw (2,4 miljard euro), de loon- en inkomensheffing (1,2 miljard euro).

Tabel 8: Mutaties van de inkomsten sinds Miljoenennota 2017

In miljarden euro

2017

Stand Miljoenennota 2017

260,5

Mutatie

7,8

 

wv. endogene ontwikkeling (inclusief doorwerking)

7,0

 

wv. beleidsmaatregelen

0,7

Stand Voorjaarsnota 2017

268,3

Deze meevallers volgen voor een groot deel uit de doorwerking van de gerealiseerde ontvangsten over 2016. De gerealiseerde ontvangsten over 2016 kwamen in totaal uiteindelijk nog flink hoger uit dan bij Miljoenennota 2017 werd verwacht. Dat had voor een deel een incidentele achtergrond. Zo waren de hogere ontvangsten uit de vennootschapsbelasting niet volledig structureel van aard: een actueler aanslagniveau zorgt in 2016 voor hogere ontvangsten, ten koste van 2017. Daarnaast zorgde de incidentele verlaging van het tarief van box 2 in 2014 voor een tijdelijke meevaller in de kas van 2016 bij de inkomensheffing.

Het over de hele linie positievere economisch beeld uit het CEP 2017, vergeleken met de MEV 2017 (bijlage bij Kamerstuk 34 550, nr. 2) bij Prinsjesdag, vertaalt zich – bovenop de doorwerking van de ontvangsten 2016 – voor 2017 in een sterkere groei van de belasting- en premieontvangsten. Hogere lonen, een hogere consumptie en meer werkgelegenheid dragen daar bijvoorbeeld aan bij. De gerealiseerde ontvangsten over het eerste kwartaal 2017 liggen voor de meeste belastingsoorten – waaronder de loon- en inkomensheffing en de btw in lijn met dit beeld. De raming van de vennootschapsbelasting (vpb) is vooral op basis van de reeds gerealiseerde kasontvangsten in 2017 (verder) opwaarts bijgesteld. In het Financieel Jaarverslag 2016 (Kamerstuk 34 725, nr. 1) is de volatiliteit van de vpb toegelicht.

Beleidsmaatregelen na de Miljoenennota 2017 ten slotte zorgen per saldo voor 0,7 miljard euro hogere ontvangsten. Dat komt grotendeels door een hogere gemiddelde nominale zorgpremie in 2017 dan bij Miljoenennota 2017 nog werd verwacht. Dit zorgt voor afgerond 0,7 miljard euro hogere ontvangsten uit de zorgpremies. De behandeling van het Belastingplan 2017 heeft geleid tot een opwaartse bijstelling van de belastingontvangsten van afgerond 0,1 miljard euro, als gevolg van verschillende amendementen en een novelle.

5. EMU-saldo en EMU-schuld

EMU-saldo

Het EMU-saldo komt dit jaar naar verwachting uit op 0,2 procent bbp. Dit is een verbetering van 0,7 procentpunt ten opzichte van de raming uit Miljoenennota 2017. Tabel 9 geeft de ontwikkeling van het geraamde EMU-saldo weer.

Tabel 9: Verticale toelichting EMU-saldo

(in procenten bbp; «+» is verbetering saldo)

2017

EMU-saldo Miljoenennota 2017

– 0,5

 

Inkomsten

1,1

 

Uitgaven RBG-eng

0,2

 

Uitgaven Sociale zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

0,0

 

Uitgaven Budgettair kader zorg

0,0

 

Rentelasten

0,0

 

Gasbaten

0,0

 

Kas-transverschil EU-afdrachten

– 0,4

 

Overig

– 0,2

EMU-saldo Voorjaarsnota 2017

0,2

De hogere inkomstenraming is een belangrijke oorzaak van de verbetering van het EMU-saldo ten opzichte van de Miljoenennota 2017. De netto uitgaven onder het kader RBG-eng (toegelicht bij de kadertoetsing in tabel 4) dalen met ongeveer 0,2 procent bbp, onder andere doordat de korting over de periode 2014–2016 op de EU-afdrachten in 2017 is ontvangen in plaats van in 2016 zoals eerder geraamd. De andere uitgaven onder het kader RBG-eng stijgen per saldo, onder andere door de hogere loon- en prijsbijstelling en de hogere pensioenpremie aan het ABP. Als gevolg van het later ontvangen van de EU-afdrachten is er sprake van een kas-transverschil op de EU-afdrachten. Dit kas-transverschil corrigeert het saldoverbeterende effect van de in 2017 ontvangen korting op de uitgaven onder het kader RBG-eng, waardoor de later ontvangen korting het EMU-saldo 2017 niet beïnvloedt. De post overig bestaat onder meer uit overige uitgaven en ontvangsten die niet relevant zijn voor enig kader (zoals crisisgerelateerde winst DNB), zorgbemiddelingskosten en het noemereffect.

EMU-schuld

De EMU-schuld komt dit jaar naar verwachting uit op 59,4 procent bbp. Dit is een verbetering van 2,7 procentpunt ten opzichte van de raming uit de Miljoenennota 2017. Tabel 10 geeft de ontwikkeling van de geraamde EMU-schuld weer.

Tabel 10: Verticale toelichting EMU-schuld

(in procenten bbp)

2017

EMU-schuld Miljoenennota 2017

62,1

 

Doorwerking schuld 2016

– 0,6

 

Noemereffect

– 0,9

 

Mutatie EMU-saldo

– 0,7

 

Kas-transverschillen

– 0,3

 

Aan- en verkoop staatsbezit

– 0,2

 

Overig

0,0

EMU-schuld Voorjaarsnota 2017

59,4

De raming van de EMU-schuld voor 2017 is als gevolg van een aantal factoren lager dan in de Miljoenennota werd verwacht. De belangrijkste oorzaak is het noemereffect, als gevolg van een hoger dan verwacht nominaal bbp in 2017. Ook werkt de lagere realisatie van de overheidsschuld in 2016 door in de raming voor de schuld voor 2017. Verder wordt de schuldraming gunstig beïnvloed door een beter EMU-saldo en kas-transverschillen. Tot slot verlaagt onder andere de verkoop van een gedeelte van het staatsbelang in ASR de schuld verder.

Voor Nederland is de preventieve arm van het Stabiliteits- en Groeipact van toepassing. Het structureel saldo was bij de lenteraming geraamd op 0,3 procent bbp. Nederland blijft, zoals ook is vastgelegd in de wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet Hof) (Kamerstuk 33 416), volledig gecommitteerd aan de Europese begrotingsregels.

Figuur 1: EMU-saldo en EMU-schuld 2017 (eurozone, in percentage bbp)

Figuur 1: EMU-saldo en EMU-schuld 2017 (eurozone, in percentage bbp)

Bron: European Economic Forecast – Spring 2017 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Voorjaarsnota zijn gebruikt.

Figuur 1 en 2 tonen het Nederlandse feitelijk en structureel saldo in vergelijking tot andere landen in de eurozone.

Figuur 2: Structureel saldo en EMU-schuld 2017 (eurozone, in percentage bbp)

Figuur 2: Structureel saldo en EMU-schuld 2017 (eurozone, in percentage bbp)

Bron: European Economic Forecast – Spring 2017 (Europese Commissie), met uitzondering van Nederland, waarvoor de ramingen uit de Voorjaarsnota zijn gebruikt.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

BIJLAGE 1 BUDGETTAIRE KERNGEGEVENS

Tabel 1: Opbouw EMU-saldo

(in miljarden euro)

2017

1

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

268,3

     

2

Netto uitgaven onder het uitgavenkader

254,1

3

Rijksbegroting in enge zin

107,6

4

Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid

77,7

5

Budgettair Kader Zorg

68,9

6

Overige netto uitgaven

10,6

7

Gasbaten

– 2,3

8

Rentelasten

6,5

9

Zorgtoeslag

4,6

10

Overig

1,8

11

Totaal netto uitgaven (2+6)

264,7

     

12

EMU-saldo centrale overheid (1–11)

3,6

13

EMU-saldo lokale overheden

– 1,9

     

14

Feitelijk EMU-saldo (12+13)

1,6

15

Feitelijk EMU-saldo (in procenten bbp)

0,2

     

16

Bruto binnenlands product (bbp)

720

Tabel 2: Opbouw EMU-schuld

(in miljarden euro; + is schuldverhogend)

2017

1

EMU-schuld begin jaar

434,1

2

EMU-saldo centrale overheid

– 3,6

3

EMU-saldo sociale fondsen

– 3,7

4

EMU-saldo Rijk (2–3)

0,1

5

Kas-transverschillen en financiële transacties

– 9,2

6

Mutatie begrotingsreserves

0,3

7

Mutatie derdenrekeningen

1,1

8

Financieringstekort Rijk (4+5+6+7)

– 7,6

9

Overige exogene mutaties schuld

– 0,9

10

EMU-saldo decentrale overheden

1,9

11

EMU-schuld einde jaar (1+8+9+10)

427,5

12

EMU-schuldquote (in procenten bbp)

59,4

BIJLAGE 2: MEERJARIG UITGAVENBEELD

Gezien de samenloop van de publicatie van de Voorjaarsnota 2017 en de kabinetsformatie presenteert deze bijlage het meerjarige beeld van de besluitvorming. De Voorjaarsnota zelf geeft namelijk alleen veranderingen weer die per 2017 ingaan.

Tabel 1 geeft de meerjarige verandering van het EMU-saldo weer. Het EMU-saldo wordt weergegeven in procenten van het bbp. De reeks besluitvorming wordt verder toegelicht in tabel 2. De inkomsten en uitgaven, en dus het EMU-saldo zijn ook gewijzigd als gevolg van de CEP/MLT raming van het CPB. De nieuwe macro-economische uitgangspunten zorgen voor hogere inkomsten, maar ook voor hogere uitgaven vanwege bijvoorbeeld een hogere loon- en prijsontwikkeling en een hoger rentetarief. De post kas/transverschillen en overig bevat de mutaties die niet onder het uitgavenkader vallen, maar wel effect hebben op het EMU-saldo, zoals de zorgtoeslag en zorgbemiddelingskosten, en kas/transverschillen bij bijvoorbeeld de EU-afdrachten.

Tabel 1: meerjarig beeld EMU-saldo

(in procenten bbp, + is saldoverbeterend)

2017

2018

2019

2020

2021

EMU-saldo Miljoenennota 2017

– 0,5

– 0,2

0,4

0,6

0,8

 

Inkomsten

1,1

1,2

1,5

1,5

1,5

 

Uitgaven

         
   

Macro-economische doorwerking CEP/MLT

0,0

– 0,2

– 0,5

– 0,7

– 0,7

   

Besluitvorming

– 0,1

– 0,4

– 0,3

– 0,2

– 0,2

   

Kas/transverschillen en overig

– 0,2

0,1

– 0,1

0,0

0,0

EMU-saldo Voorjaarsnota 2017

0,2

0,5

0,9

1,2

1,3

Tabel 2 geeft een meerjarig overzicht van de besluitvorming. Posten die in 2017 ingaan worden ook toegelicht in de hoofdtekst van de Voorjaarsnota, en in de bijlage met de Verticale Toelichting per begrotingshoofdstuk.

Tabel 2: meerjarig beeld besluitvorming

(in miljoenen euro, + is saldoverslechterend)

2017

2018

2019

2020

2021

Generale dossiers

         
 

DNB winstafdracht

28

40

12

0

220

 

Dividend staatsdeelnemingen

65

110

75

75

50

 

EU-afdrachten

– 468

335

– 26

– 26

68

 

VenJ boetes

130

130

130

130

130

 

Rente studiefinanciering

16

21

32

35

33

Verdeelsleutels

         
 

ABP-sleutel

342

342

342

342

342

 

MH17

0

9

9

9

9

 

Regeringsvliegtuig

50

0

0

0

0

Besparingsverliezen

         
 

Kostendelersnorm AOW

0

0

214

214

214

 

WIA-taakstelling

0

10

20

30

40

 

ZW-pilots

0

15

15

15

15

 

Ongedaan maken korting op scholings- en monumentenaftrek

0

152

152

152

152

Urgente dossiers

         
 

Capaciteit Kmar grensbewaking

8

20

20

20

20

 

AIVD

0

6

6

0

0

 

MIVD

2

8

8

0

0

 

Migratie

125

0

0

0

0

 

Rechtshandhaving Sint Maarten/Curaçao

0

12

12

12

12

 

Boeteraming belastingdienst

45

45

45

45

45

 

Artsen UWV

0

0

44

44

44

 

Invest-NL

10

19

19

19

19

 

Onderwijs

189

0

0

0

0

Zorg

         
 

Flankerend beleid hoofdlijnenakkoorden 2018

65

36

37

38

36

 

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg

200

100

100

100

100

 

Arbeidsmarktagenda

5

20

40

40

40

Kasschuiven

         
 

Kasschuiven NJN en FJR 2016

255

10

24

12

1

 

Kasschuiven voorjaarsbesluitvorming

– 257

467

709

227

– 194

Gasbaten

         
 

Gasbaten

100

350

300

300

350

Overig

         
 

Leerlingen- en studentenaantallen

121

166

144

142

138

 

Taakstelling OCW begroting

0

– 223

– 171

– 166

– 188

 

Uitvoeringsproblematiek WLZ

176

242

259

276

293

 

Taakstelling Budgettair Kader Zorg

0

0

– 136

– 208

– 213

 

Accressen GF/PF

108

328

337

238

230

 

Overig

– 297

– 117

– 238

– 158

– 107

Totaal

1.019

2.653

2.534

1.960

1.900

Toelichting

DNB winstafdracht en Dividend staatsdeelnemingen

De raming van het dividend uit staatsdeelnemingen en van de winstafdracht door DNB is naar beneden bijgesteld. Het dividend is naar beneden aangepast aan de laatste winstprognoses. Door gedaalde marktrentes en de afloop van opkoopprogramma’s daalt de winst van DNB. Dit, gecombineerd met de noodzaak tot het vullen van de voorziening voor de risico’s van kwantitatieve verruiming, zorgt voor een daling van de winstafdrachten DNB aan de staat.

EU-afdrachten

Bij de EU-afdrachten zorgt het aannemen van de Europese begroting voor 2017 voor bijna 80 miljoen euro lagere Nederlandse afdrachten. De nacalculatie van de afdrachten 2016 zorgt ook voor lagere Nederlandse afdrachten van 124 miljoen euro. Het aannemen van de vierde, vijfde en zesde aanvullende begroting 2016 door het Europees Parlement zorgt voor een verlaging van de Nederlandse afdrachten van iets meer dan 3 miljard euro. Dit komt voornamelijk doordat in de vijfde aanvullende begroting de kortingen op de nationale afdrachten die waren afgesproken in het Eigen Middelenbesluit 2016 worden geëffectueerd. Nederland ontvangt de kortingen op de afdrachten over 2014–2016 met terugwerkende kracht in 2017.

VenJ boetes

Op de VenJ begroting zijn op basis van de realisatiecijfers over 2016 de geraamde ontvangsten uit boetes en transacties naar beneden bijgesteld. Naar aanleiding van de motie Zijlstra/Samsom heeft het kabinet besloten de ontvangsten op Boeten en Transacties per januari 2017 als generaal dossier op de begroting van VenJ aan te merken. Mee- of tegenvallers t.o.v. de raming komen voortaan dus ten gunste of ten laste van het generale beeld.

Rente studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien vanwege de lagere rentestand.

ABP-sleutel

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Om de ministeries hiervoor te compenseren is 342 miljoen euro toegevoegd aan de departementale begrotingen.

MH17

Voor de mogelijke vervolging en berechting MH17 wordt 9 mln. per jaar gereserveerd vanaf 2018. De uiteindelijke Nederlandse bijdrage is onder andere afhankelijk van onderhandelingen met de andere JIT-landen en «grieving nations» over verdeling van de kosten en het vervolgingsmechanisme van nationale of internationale rechtsgang.

Regeringsvliegtuig

Voor de vervanging van het regeringsvliegtuig heeft het kabinet 50 miljoen euro vrijgemaakt, naast de 40 miljoen euro uit de niet bestede reservering uit 2016.

Kostendelersnorm AOW

Er wordt afgezien van de invoering van de kostendelersnorm AOW.

WIA-taakstelling

Er zijn nog geen concrete maatregelen genomen om het beroep op de WIA te verminderen. Dit zorgt voor een besparingsverlies.

ZW-pilots

Er zijn nog geen concrete maatregelen genomen om de pilots naar innovatieve werkwijzen voor re-integratie bij ziekte landelijk uit te rollen. Dit zorgt voor een besparingsverlies.

Ongedaan maken korting op scholings- en monumentenaftrek

De korting die gepaard ging met de omvorming van de fiscale scholings- en monumentenaftrek wordt teruggedraaid. De omvorming naar uitgavenregelingen op de OCW-begroting gaat door, maar met het originele budget.

Capaciteit KMar grensbewaking

Veiligheid en Justitie krijgt structureel 20 mln. voor de grensbewakingstaak van de Koninklijke Marechaussee (KMar), onder andere op luchthavens. Hiermee kan de KMar de reeds ingezette verhoging van de capaciteit voor grensbewaking voortzetten en uitbreiden.

AIVD

De AIVD kent een oploop in budget vanaf 2020 voor werving van nieuwe medewerkers. Om dit budget per 2020 effectief in te kunnen zetten, moet nu al begonnen worden met werving om de capaciteit te verhogen. De middelen in 2018 en 2019 maken dit mogelijk door een geleidelijkere oploop van budget.

MIVD (GA I&V)

Er worden middelen vrijgemaakt om van start te kunnen gaan met de uitvoering van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen & Veiligheid. Met deze maatregel is de MIVD in staat om (de voorbereiding van) inzet en missies beter te ondersteunen.

Migratie

Er wordt 75 mln. vrijgemaakt waarmee de kosten van leegstand in de asielopvang uit 2016 via BHOS aan VenJ worden betaald. Daarnaast wordt er 50 mln. vrijgemaakt in 2017 voor veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking en opvang in de regio in Afrika. Hiermee wordt ingezet op het beperken van irreguliere migratie en mensensmokkel, en op opvang van vluchtelingen in de regio van herkomst.

Rechtshandhaving Sint Maarten/Curacao

Er worden middelen vrijgemaakt om het Team Bestrijding Ondermijning (TBO) voor vier jaar voort te zetten. Het TBO houdt zich bezig met de opsporing en vervolging van grensoverschrijdende ondermijnende criminaliteit in het Caribische deel van het Koninkrijk, met name Sint Maarten en Curaçao.

Boeteraming belastingdienst

De rechter heeft geoordeeld dat er een wanverhouding bestaat tussen de verzuimboete en de niet tijdig betaalde motorrijtuigenbelasting (MRB). Dit leidt tot 60 miljoen euro lagere boeteontvangsten op de begroting van de Belastingdienst. Voor een deel wordt de tegenvaller gedekt met een meevaller binnen het boetedossier van 15 miljoen euro.

Artsen UWV

Vanaf 2019 wordt 44 mln. vrijgemaakt voor het behoud van de artsencapaciteit UWV.

Invest-NL

Het kabinet heeft vorig jaar besloten tot de oprichting van Invest-NL. De middelen voor Invest-NL bestaan uit ontwikkel- en transitiekosten. Voor de nationale en internationale ontwikkeltak worden kosten gemaakt die een structureel karakter hebben, namelijk het aannemen van mensen. Om goede mensen aan te kunnen trekken, dient perspectief geboden te worden. De kosten hiervoor bedragen vanaf 2019 19 miljoen euro structureel. Daarnaast worden incidenteel (in 2017 en 2018) middelen vrijgemaakt voor transitiekosten op de begroting van EZ.

Onderwijs

Aan de begroting van OCW zijn middelen toegevoegd voor het dekken van de OCW-brede problematiek, waaronder de referentieraming.

Flankerend beleid hoofdlijnenakkoorden 2018

Het kabinet is voornemens om voor 2018 hoofdlijnenakkoorden te sluiten met de sectoren MSZ, GGZ, Huisartsenzorg/Multidisciplinaire zorgverlening en Wijkverpleging. Om deze akkoorden tot stand te brengen heeft het kabinet middelen vrijgemaakt voor een aantal gerichte intensiveringen, zoals het versterken van het eerstelijnsverblijf.

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg

In de brief van 13 januari 2017 heeft het kabinet incidenteel 100 mln. beschikbaar gesteld voor de verpleeghuislocaties waar verbetering van kwaliteit het hardste nodig is. Daarnaast is als eerste stap vanaf 2017 structureel 100 mln. uitgetrokken voor de implementatie van het nieuwe kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Het kwaliteitskader is juridisch bindend. De tariefstelling van de NZa moet hiermee rekening houden. Het is daarom onvermijdelijk dat extra middelen voor verpleeghuiszorg worden gereserveerd. Zoals reeds gemeld in de brief van 31 mei van de staatsecretaris van VWS, zal het benodigde bedrag de komende jaren oplopen. Het derde scenario van de NZa gaat uit van 1,3 miljard, uitgaande van de aanvullende uitgangspunten conform de CPB-systematiek gaat het naar verwachting om circa 2,1 miljard. Omdat de omvang van het bedrag en de fasering nog niet duidelijk zijn, komt het kabinet hier de komende tijd op terug.

Arbeidsmarktagenda

Om tegemoet te komen aan de toegenomen vraag naar verpleeghuismedewerkers als gevolg van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg, worden door het kabinet middelen beschikbaar gesteld om extra mensen op te leiden en om medewerkers om- of bij te scholen. Tevens wordt dekking geleverd voor enkele uitvoeringskosten die samenhangen met het kwaliteitskader.

Kasschuiven

De posten kasschuiven bevat het opboeken van een aantal kasschuiven vanuit 2016. Daarnaast is er een aantal kasschuiven op de begrotingen voor de jaren 2017 en verder.

Gaswinningsbesluit

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen, een daling van de verwachte meerjarige gasprijs en volumebeperking.

Leerlingenaantallen en referentieraming

Bij de begroting van OCW is sprake van hogere uitgaven doordat het verwachte aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan ten tijde van de Miljoenennota 2017 werd verwacht.

Taakstelling OCW begroting

In 2018 en verder is er diverse problematiek op de OCW-begroting, voornamelijk als gevolg van hogere leerling- en studentenaantallen dan geraamd. Deze tegenvaller is geparkeerd als taakstelling op het artikel Nominaal en onvoorzien. Dit komt bovenop een taakstelling uit eerdere jaren, die was ingeboekt om de OCW-begroting sluitend te krijgen en ter dekking van rijksbrede ruilvoetproblematiek. Het kabinet heeft de taakstelling in het lopende jaar (2017) overigens in deze Voorjaarsnota ingevuld. De totale taakstelling op de OCW-begroting is weergegeven in de onderstaande tabel.

 

2018

2019

2020

2021

Taakstelling uit eerdere jaren

– 244

– 244

– 244

– 150

Besluitvorming voorjaar 2017

– 223

– 171

– 166

– 188

Totale taakstelling op OCW-begroting

– 467

– 415

– 410

– 338

Uitvoeringsproblematiek WLZ

Vanaf 1 januari 2017 stelt het CIZ bij de Wlz-indicatiestelling alleen nog vast of iemand wel of geen toegang krijgt tot de Wlz. Het CIZ stelt niet meer vast of specifieke zorgfuncties noodzakelijk zijn. Wie toegang krijgt tot de Wlz, krijgt daarmee aanspraak op een volledig zorgprofiel met een totaalpakket aan Wlz-zorg. Hierdoor krijgen bepaalde groepen Wlz-cliënten aanspraak op meer zorg dan voorheen. Het gaat om aanspraken op dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp. Dit leidt tot extra uitgaven binnen de Wlz.

Taakstelling Budgettair Kader Zorg

Ter dekking van het resterende saldo van mee- en tegenvallers binnen het BKZ is vanaf 2019 een taakstelling opgenomen, die binnen het BKZ moet worden ingevuld.

Accressen GF/PF/BCF

De indexering van de algemene uitkering van het Gemeentefonds, het Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds (BCF) vindt plaats via de normeringssystematiek (trap-op-trap-af). De indexering volgt uit de ontwikkeling van het bestuurlijk afgesproken mandje van rijksuitgaven genaamd Netto Gecorrigeerde Rijksuitgaven (NGRU). De besluitvorming zorgt voor hogere NGRU-relevante uitgaven, dus ook een hoger accres voor het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW-compensatiefonds.

Overig

De post overig bevat het resterende saldo van mee- en tegenvallers op de departementale begrotingen.

BIJLAGE 3: VERTICALE TOELICHTING

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Ontwerpbegroting 2017.

De tabel op de volgende pagina geeft inzicht in het totaal van mutaties per begroting. Verder wordt per begroting een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De verticale toelichting per begrotingshoofdstuk onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1. mee- en tegenvallers;

  • 2. beleidsmatige mutaties;

  • 3. technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet onder een kader vallen, zijn in de laatste categorie technische mutaties geclusterd. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS aan. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven.

De ondergrens is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in principe alleen toegelicht, indien zich bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties voor 2017 bij Voorjaarsnota

 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,7

0,1

IIA

Staten Generaal

5,8

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat

5,1

0,0

III

Algemene Zaken

0,1

0,1

IV

Koninkrijksrelaties

13,8

16,0

V

Buitenlandse Zaken

– 78,8

3.153,9

VI

Veiligheid en Justitie

585,1

– 61,4

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

145,7

91,4

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.018,8

– 5,0

IXA

Nationale Schuld

25,1

– 73,2

IXB

Financiën

123,8

1.011,7

X

Defensie

336,5

38,1

XII

Infrastructuur en Milieu

– 123,7

25,2

XIII

Economische Zaken

239,3

– 211,6

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– 1.541,3

– 14,4

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

339,0

47,9

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

XVIII

Wonen en Rijksdienst

129,2

129,9

 
 

Sociale Zekerheid

– 223,4

– 1,8

 

Budgettair kader Zorg

354,1

42,7

 

Gemeentefonds

659,7

0,0

 

Provinciefonds

85,6

0,0

 

Infrastructuurfonds

261,1

261,1

 

Diergezondheidsfonds

11,7

11,7

 

Accres Gemeentefonds

19,0

0,0

 

Accres Provinciefonds

2,5

0,0

 

BES fonds

8,9

0,0

 

Deltafonds

62,5

62,5

 

Prijsbijstelling

– 190,7

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 925,0

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

37,3

0,0

 

Aanvullende Post Algemeen

– 1.751,4

0,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

464,3

– 23,1

I De Koning

I DE KONING: UITGAVEN

         
 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

41,4

41,4

41,4

41,4

41,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

     

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

42,1

42,1

42,1

42,1

42,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

42,1

42,1

42,1

42,1

42,2

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0

0

0

0

     

0,1

0

0

0

0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

0,1

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

0,1

0

0

0

0

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van compensatie premiestijging ABP, uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling.

IIA Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN

         
     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

144,2

140,7

139,2

139,2

139,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,6

0

0

0

0

     

2,6

0

0

0

0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

3,2

3,2

3,1

3,1

3,1

     

3,2

3,2

3,1

3,1

3,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

5,8

3,2

3,1

3,1

3,1

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

150

143,9

142,3

142,4

142,6

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

150

143,9

142,3

142,4

142,6

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

               

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Diversen (Beleidsmatige mutaties – Technische mutaties – Uitgaven)

Onder de post diversen valt een kasschuif in verband met de uitloop van het outsourcen van de Dienst Automatisering van de Tweede Kamer naar SSC-ICT en daardoor optredende vertraging in de projectuitvoering. Daarnaast is de eindejaarsmarge 2016 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal. Ook de prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Tot slot heeft het ABP per 1 januari 2017 de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

IIB Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

115

110,2

110,2

110,4

109,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,5

– 2,4

– 3,4

– 3,4

– 3,4

     

2,5

– 2,4

– 3,4

– 3,4

– 3,4

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,7

2,6

2,6

2,6

2,6

     

2,7

2,6

2,6

2,6

2,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

5,1

0,2

– 0,8

– 0,8

– 0,8

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

120,2

110,4

109,4

109,6

108,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

120,2

110,4

109,4

109,6

108,9

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Diversen (Beleidsmatige mutaties – uitgaven)

De post diversen bestaat hoofdzakelijk uit een neerwaartse bijstelling voor het Hoger Beroep Vreemdelingen. De lagere instroomraming leidt tot een verlaging van de uitgavenraming van de Raad van State voor 2017 en verdere jaren. Verder vallen de ramingen van de uitkeringen op basis van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) onder de diversen. Deze ramingen zijn in lijn gebracht met de actuele prognoses van uitkeringen aan oud-ambtsdragers. Daarnaast maakt de Nationale ombudsman kosten in het kader van een transitie om de organisatie te verbeteren en nieuwe taken in te passen. De Algemene Rekenkamer gaat in 2017 verder met het aanpassen van de organisatiestructuur.

Diversen (Technische mutaties – uitgaven)

Hieronder valt de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van de Hoge Colleges van Staat. Ook de prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Verder verhoogt het ABP per 1 januari 2017 de pensioenpremie. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

III Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

63,5

62,1

62,1

62,2

63,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,8

0,2

0,2

0,2

0,2

     

0,8

0,2

0,2

0,2

0,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 0,7

– 0,8

– 0,7

– 0,7

– 0,7

     

– 0,7

– 0,8

– 0,7

– 0,7

– 0,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

– 0,6

– 0,6

– 0,6

– 0,5

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

63,5

61,6

61,6

61,6

63,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

63,5

61,6

61,6

61,6

63,3

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

6,9

6,8

6,8

6,8

6,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

6,9

6,8

6,8

6,8

6,8

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van compensatie premiestijging ABP, uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling en diverse overboekingen van en naar de begroting van AZ.

IV Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

291,9

272

124

123,1

123,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Kasschuif wisselkoersreserve

6,5

5,4

0

0

0

   

Diversen

– 1,7

– 2,6

0,6

0,4

– 0,2

     

4,8

2,8

0,6

0,4

– 0,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

9

2,1

1,4

1,5

1,8

     

9

2,1

1,4

1,5

1,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

13,8

5

2

1,8

1,5

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

305,7

277

125,9

124,9

124,6

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

305,7

277

125,9

124,9

124,6

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

2,5

2,3

2,2

2,8

– 1,1

     

2,5

2,3

2,2

2,8

– 1,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

13,6

9

0

0

0

     

13,6

9

0

0

0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

16

11,3

2,2

2,8

– 1,1

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

52,5

47,8

38,7

39,2

35,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

52,5

47,8

38,7

39,2

35,3

Kasschuif wisselkoersreserve

Het restant van de wisselkoersreserve in 2016 (11,9 mln.) wordt op basis van de huidige inzichten in de wisselkoerseffecten verdeeld over 2017 en 2018 middels een kasschuif.

Diversen (beleidsmatige mutaties – technische mutaties – uitgaven)

Onder de post diversen valt de onder andere een kasschuif omdat de oprichting van de Integriteitskamer op Sint Maarten is vertraagd. Onder diversen valt daarnaast de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van Koninkrijksrelaties. De prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Diversen (niet-belastingontvangsen – beleidsmatige mutaties)

Onder de post diversen valt een ramingsbijstelling van de renteontvangsten. Tot en met 2020 zijn er meerontvangsten en daarna minderontvangsten.

V Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

7.541,0

8.514,4

8.408,8

8.562,6

8.813,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Begrotingsakkoord 2017:bni effect overige inkomsten

– 57,3

0

0

0

0

   

Begrotingsakkoord 2017:meerjarig beeld acor

– 21,5

– 25,9

– 25,6

– 26

– 26

   

Vierde aanvullende begroting ec 2016: vertraging cohesiebeleid

0

360,8

0

0

0

     

– 78,8

334,9

– 25,6

– 26

– 26

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 78,8

334,9

– 25,6

– 26

– 26

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

7.462,2

8.849,3

8.383,2

8.536,6

8.787,5

Totaal Internationale samenwerking

1.364,8

1.352,0

1.342,9

1.378,4

1.390,4

Stand Voorjaarsnota 2017

8.827,1

10.201,2

9.726,1

9.915,1

10.177,9

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

640,9

653,7

666,7

680,1

700,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Nacalculatie 2016

124,1

0

0

0

0

   

Vierde aanvullende begroting ec 2016:effecten spring forecast

– 79,8

0

0

0

0

   

Vierde aanvullende begroting ec 2016:vertraging cohesiebeleid

360,8

0

0

0

0

   

Diversen

– 15,5

0

0

0

0

     

389,6

0

0

0

0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Vijfde aanvullende begroting ec 2016 verschuiven nederlandse korting

2.764,4

0

0

0

0

     

2.764,4

0

0

0

0

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

3.153,9

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

3.794,8

653,7

666,7

680,1

700,5

Totaal Internationale samenwerking

65

65

65

65

65

Stand Voorjaarsnota 2017

3.859,8

718,7

731,8

745,1

765,5

Algemeen

De omvang van de Nederlandse afdrachten wordt bepaald door de omvang van de Europese begroting en is daarnaast relatief ten opzichte van de overige lidstaten. De Europese Unie (EU) ontvangt haar inkomsten uit verschillende soorten afdrachten van de lidstaten, zoals invoerrechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten. Dit zijn uitgaven voor Nederland. Deze EU-inkomsten worden ook wel de «eigen middelen» van de EU genoemd. Nederland ontvangt op de EU-afdrachten een jaarlijkse korting. Deze korting is opgebouwd uit een lager tarief voor BTW-afdrachten en een vaste korting (lumpsum) op de BNI-afdrachten.

Hieronder vindt u de mutaties op de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU die tot nu toe in begrotingsjaar 2017 hebben plaatsgevonden. De mutaties komen voort uit het Begrotingsakkoord 2017, verschillende aanvullende begrotingen over 2016 en de nacalculatie over 2016.

Begrotingsakkoord 2017

Eind 2016 hebben de Europese Raad en het Europees Parlement ingestemd met de Europese begroting voor 2017. Door inzet van de zogeheten speciale instrumenten en resterende marge onder het MFK plafond wordt budget vrijgemaakt voor o.a. de aanpak van de migratiecrisis en voor investeringen in Europese groei en werkgelegenheid. Dit heeft geen aanpassing van de Nederlandse afdrachten tot gevolg.2

Begrotingsakkoord 2017: bni effect overige inkomsten (uitgaven)

In de begroting 2017 stelt de Europese Commissie (EC) daarnaast de raming voor de overige ontvangsten opwaarts bij van 1,7 naar 2,8 mld., vooral door hogere verwachte inkomsten uit (mededings-)boetes en rente. Omdat de BNI-afdrachten van de lidstaten het sluitstuk vormen van de Europese begroting, betekenen hogere verwachte inkomsten voor de Europese begroting uit andere bronnen dan de BNI afdrachten, automatisch dat de BNI-afdracht van de lidstaten daalt. Voor Nederland gaat het om ca 57 mln. lagere afdrachten in 2017.

Begrotingsakkoord 2017: meerjarig beeld ACOR (uitgaven)

In de Europese begroting voor 2017 heeft de EC ook de reguliere aanpassingen in de grondslagen voor de BNI-, BTW- en Invoerrechtenramingen verwerkt op basis van nieuwe economische cijfers (ACOR cijfers). Deze werken meerjarig door in de afdrachten van de lidstaten. In 2017 leiden deze aanpassingen bij BNI- BTW en invoerrechten tot per saldo 22 mln. lagere afdrachten voor Nederland. Dit effect loopt in de jaren daarna nog iets op tot ca 26 mln. lagere afdrachten.

Nacalculatie 2016

Nacalculatie 2016 (niet-belastingontvangsten)

De Europese Commissie heeft op 24 januari jl. cijfers voor de nacalculatie van de Europese afdrachten voor 2016 gepresenteerd aan de lidstaten. Voor de Nederlandse begroting betekent deze nacalculatie een verlaging van de EU-afdrachten van netto 124 mln. euro die als een eenmalige ontvangst op de begroting wordt verwerkt.3

Vierde en vijfde aanvullende begroting Europese Commissie 2016

Eind 2016 heeft het Europees Parlement goedkeuring gegeven aan de vierde en vijfde aanvullende begroting voor 2016. Deze aanvullende begrotingen zijn te laat in het jaar aangenomen om nog door de Commissie te worden verwerkt in de afdrachten over 2016. De budgettaire verwerking valt daarom in 2017 en verloopt via een bijstelling van de niet-belastingontvangsten.

Vierde aanvullende begroting ec 2016:vertraging cohesiebeleid (uitgaven en niet-belastingontvangsten)

In de vierde aanvullende begroting heeft de EC de geraamde EU-betalingen verlaagd met 7,3 mld., voornamelijk vanwege vertragingen bij de implementatie van het cohesiebeleid.4 De verwachting is dat deze vertraging op een later moment binnen het huidige MFK ingelopen wordt, waardoor de uitgaven alsnog gedaan zullen worden. Tot op heden is nog niet bekend gemaakt wanneer. De verlaging van de uitgaven op de Europese begroting vertaalt zich in een per saldo verlaging van de Nederlandse afdrachten van ca 361 mln. in 2017. Vooralsnog wordt uitgegaan van een verhoging van de afdrachten met eenzelfde bedrag in 2018. Als nadere informatie van de EC daar aanleiding toe geeft, dan wordt de raming van de Nederlandse afdrachten aangepast.

Vierde aanvullende begroting 2016:effecten spring forecast (niet-belastingontvangsten)

De effecten van de Spring Forecast uit het voorjaar 2016 zijn door de EC opgenomen in de vierde aanvullende begroting en zijn in tegenstelling tot eerdere verwachtingen niet meer in 2016 verwerkt maar pas in januari 2017 in de zogeheten call for funds van de EC verrekend. Dit leidt tot ca 80 mln. hogere afdrachten die in 2017 als niet-belastingontvangst worden verwerkt.

Diversen (niet-belastingontvangsten)

Deze mutatie betreft hoofdzakelijk het effect van de herberekening van de korting van het Verenigd Koninkrijk in de vierde aanvullende begroting, hoofdzakelijk door actualisering van de BTW- en BNI-grondslagen van lidstaten, waardoor het relatieve aandeel van het VK in de BTW-grondslag verandert. De verhoging van de Britse korting over voorgaande jaren leidt tot een per saldo hogere Nederlandse afdracht aangezien de andere lidstaten de korting betalen.

Vijfde aanvullende begroting EC 2016: verschuiven Nederlandse korting (niet-belastingontvangsten)

Met de ratificatie van het Eigen Middelenbesluit in 2016 zijn de kortingen op de nationale afdrachten geëffectueerd. Dit wijzigt de omvang van de nationale afdrachten en is door de Europese Commissie verwerkt in de vijfde aanvullende begroting 2016. Nederland ontvangt de bedongen korting op de afdrachten over 2014–2016 met terugwerkende kracht in 2017 in de kas. Het betreft een technische mutatie omdat het kabinet besloten heeft om het kader te corrigeren voor deze ontvangst. 5De korting voor 2017 (en latere jaren) wordt verrekend met de BNI-afdrachten.

VI Veiligheid en Justitie

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

12.531,6

11.644,0

11.490,0

11.488,0

11.374,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Asiel

106,2

0

0

0

0

   

Asiel: oda-toerekening

– 152

0

0

0

0

   

Asiel: vrijval gva en bbb

– 82

0

0

0

0

   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

– 43,8

– 20,4

– 7,2

– 5,6

– 4,7

   

Bijdrage beleids-dg's

– 18,5

– 18,5

– 18,5

– 18,5

– 18,5

   

Capaciteit kmar grensbewaking

7,5

20

20

20

20

   

Eindejaarsmarge

91

0

0

0

0

   

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

– 69,5

– 73,3

– 69,4

– 70,5

– 70,5

   

Negatieve eindejaarsmarge

– 91

0

0

0

0

   

Overige mee- en tegenvallers

80,3

– 20,9

– 10,3

– 10,1

– 10,2

   

Pensioenregeling politie

347

0

69

16

– 27

   

Prognosemodel justitiele ketens

– 11,6

16

0

0

0

   

Uitbreiding speciale interventieteams

10

18

22

22

22

   

Diversen

53,1

48,2

42,2

43,3

43,3

     

226,7

– 30,9

47,8

– 3,4

– 45,6

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

47

20,4

7,2

5,6

4,7

   

Compensatie abp-pensioenpremiestijging

59,2

59,2

59,2

59,2

59,2

   

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

69,5

73,3

69,4

70,5

70,5

   

Loonbijstelling 2017–2022

168,5

159,2

158,2

158,1

156,6

   

Diversen

14,2

– 4,2

– 4,2

– 4,7

– 4,2

     

358,4

307,9

289,8

288,7

286,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

585,1

276,9

337,6

285,4

241,2

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

13.116,7

11.921,0

11.827,6

11.773,4

11.615,9

Totaal Internationale samenwerking

44,9

32,9

32,9

32,9

32,9

Stand Voorjaarsnota 2017

13.161,6

11.953,9

11.860,5

11.806,3

11.648,8

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

   

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

2.046,0

1.896,5

1.793,7

1.804,7

1.761,5

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Beperken eigen vermogen agentschappen

123,5

0

0

0

0

   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

– 43,8

– 20,4

– 7,2

– 5,6

– 4,7

   

Prognosemodel justitiele ketens

– 29,3

– 38

0

0

0

   

Ramingsbijstelling boeten & transacties

– 130

– 130

– 130

– 130

– 130

   

Diversen

16,4

3,7

3,7

3,7

3,7

     

– 63,2

– 184,7

– 133,5

– 131,9

– 131

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

     

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 61,4

– 182,9

– 131,7

– 130,1

– 129,2

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

1.984,6

1.713,6

1.662,0

1.674,6

1.632,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

1.984,6

1.713,6

1.662,0

1.674,6

1.632,3

Asiel

De instroomraming voor 2017 voor de organisaties in de asielketen is op basis van de jaarlijkse Meerjaren productieprognose (MPP) voor de asielketen bijgesteld van 42.000 naar 41.000. Daarnaast past VenJ kosten voor krimp bij COA in, net als enkele kleinere mee- en tegenvallers. Doordat uitgaven voor vastgoed in de tijd naar voren worden gehaald, kost krimp bij COA aanvankelijk geld maar treden later besparingen op, per saldo – 61 mln.

Asiel: oda-toerekening

Het aanpassen van de instroomraming 2016 en 2017, het verwerken van de realisatie 2016 en de reguliere jaarlijkse herijking van o.a. verblijfsduur en kostprijs leiden tot een bijstelling van de ODA-toerekening van eerstejaarsopvangkosten. Het bedrag dat daarmee gemoeid is, is overgeboekt van de begroting van VenJ naar de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Asiel: vrijval gva en bbb

De budgetten voor het Gemeentelijk versnellingsarrangement (GVA) en de Bed, bad, broodregeling worden niet besteed en vallen vrij. Deze worden ingezet als dekking voor asielkosten.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Doordat het wetsvoorstel «Eigen bijdrage veroordeelden kosten strafvordering en slachtofferzorg» nog in behandeling is bij de Eerste Kamer, treedt een besparingsverlies op. Hiervoor waren middelen gereserveerd op de Aanvullende post. Die worden nu toegevoegd aan de VenJ-begroting en ingezet ter dekking van het besparingsverlies. De dekking van het besparingsverlies via de gereserveerde middelen leidt tot drie mutaties. Allereerst boekt Financiën de middelen over van de Aanvullende post naar de VenJ-begroting (zie Uitgaven – Technische mutaties). Ten tweede is de dekking zichtbaar als een verlaging van de uitgavenruimte (deze mutatie, Uitgaven – Beleidsmatige mutaties). Ten derde is het besparingsverlies zichtbaar als een verlaging van de ontvangsten (zie Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties). Het overgeboekte bedrag in 2017 verschilt van het besparingsverlies aan de ontvangstenkant doordat het resterende deel van het besparingsverlies en de dekking daarvoor aan de uitgavenkant is geboekt.

Bijdrage beleids-dg’s

Na het verwerken van verschillende mee- en tegenvallers resteert problematiek op de VenJ-begroting. Daarvan passen de verschillende beleids-dg’s 18,5 mln. in.

Capaciteit kmar grensbewaking

Er komt structureel 20 mln. extra beschikbaar voor de grensbewakingstaak van de Koninklijke Marechaussee (KMar), onder andere op luchthavens. Hiermee kan de KMar de reeds ingezette verhoging van de capaciteit voor grensbewaking voortzetten en uitbreiden.

Eindejaarsmarge

VenJ past de negatieve eindejaarsmarge 2016 in 2017 in (zie ook: Uitgaven – Beleidsmatige mutaties: Negatieve eindejaarsmarge).

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

Bij Miljoenennota 2017 is 450 mln. extra beschikbaar gesteld voor de VenJ-begroting. Het deel van de middelen bestemd voor intensiveringen was in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende post. Deze zijn bij nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2017 overgeheveld naar de VenJ-begroting (zie ook Uitgaven – Technische mutaties). Het gaat onder andere om middelen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, cyberveiligheid en grensbewaking.

Negatieve eindejaarsmarge

In 2016 kende de VenJ-begroting een tekort van 91 mln, die als negatieve eindejaarsmarge is meegenomen naar 2017 (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties: Eindejaarsmarge).

Overige mee- en tegenvallers

Deze post bestaat uit verschillende mee- en tegenvallers, zoals een tegenvaller op huisvesting Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van 15 mln. Ook extra kosten die voortvloeien uit de implementatie van enkele EU-richtlijnen vallen onder deze post, onder meer de richtlijn individuele beoordeling slachtofferbeleid (8 mln.). Daarnaast zijn in deze post besparingsverliezen en meevallers door vertraagde wetgeving opgenomen, zoals het intrekken van het wetsvoorstel Hoogste bestuursrechtspraak (– 1 mln. in 2017, – 10 mln. structureel).

Pensioenregeling politie

VenJ dekt de uitgaven voor de vroegpensioenregeling Inkoop Max, die in 2022 afloopt, met middelen uit het zogenaamde politie-acress. Om het kasritme in overeenstemming te brengen met de uitgaven vindt een kasschuif plaats.

Prognosemodel justitiele ketens

Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) raamt de capaciteitsbehoefte in de strafrechtelijke-, civielrechtelijke- en bestuursrechtelijke keten op basis van onder meer de criminaliteitsontwikkeling. Uit het PMJ volgen ramingsbijstellingen voor de uitgaven en ontvangsten van verschillende organisaties in de justitiële keten. Volgend uit de laatste raming zijn er onder andere meevallers op de uitgaven voor rechtsbijstand en de rechtspraak en enkele kleinere tegenvallers voor het Schadefonds geweldsmisdrijven en de Raad voor de Kinderbescherming. Zie ook Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties.

Uitbreiding speciale interventieteams

Een deel van de 450 mln. die bij Miljoenennota 2017 beschikbaar is gesteld voor de VenJ-begroting, zet VenJ in voor de uitbreiding van speciale interventieteams bij de politie. De middelen zijn onder andere bedoeld voor een uitbreiding van capaciteit, verbreding van kennis van het bestaande personeel, bewapening en operationele middelen.

Diversen (Uitgaven – Beleidsmatige mutaties)

De post diversen bestaat uit enkele kleinere mutaties, zoals hogere uitgaven voor ondermijnende criminaliteit door het Openbaar Ministerie (6,6 mln. structureel) en de versterking van de gebiedsgerichte inzet van de politie (10 mln. structureel).

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Het Ministerie van Financiën boekt de middelen die op de Aanvullende post gereserveerd zijn voor het besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering deels over naar de VenJ-begroting (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Ontvangsten – -Beleidsmatige mutaties).

Compensatie abp-pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Financiën maakt deze middelen vanaf de Aanvullende post over naar de departementale begrotingen.

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

De op de Aanvullende post gereserveerde middelen boekt Financiën over naar de VenJ-begroting. (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties).

Loonbijstelling 2017–2022

Financiën boekt de loonbijstelling tranche 2017 vanaf de Aanvullende post over naar de VenJ-begroting. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Diversen (Uitgaven – Technische mutaties)

Onder diverse technische mutaties vallen met name overboekingen met andere departementen, zoals de uitkering van het surplus op het eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf van Wonen en Rijksdienst (27,5 mln.) en de extra middelen voor capaciteit bij de Koninklijke Marechaussee naar Defensie (17,5 mln.).

Beperken eigen vermogen agentschappen

VenJ roomt het eigen vermogen van agentschappen af tot een niveau van 2,5% van de omzet. De eenmalige beperking in 2017 geeft budgettaire ruimte om tegenvallers in met name 2017 en 2018 te dekken.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Het besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering is hier zichtbaar als een verlaging van de ontvangsten (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Uitgaven – Technische mutaties).

Prognosemodel justitiele ketens

Volgend uit het PMJ doet VenJ ramingsbijstellingen voor de uitgaven en ontvangsten van verschillende organisaties in de justitiële keten. Hier gaat het om de ontvangsten voor griffierechten en administratiekosten bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties).

Ramingsbijstelling boeten & transacties

Op basis van de realisatiecijfers 2016 verlaagt het kabinet de ontvangstenraming voor Boeten en Transacties (B&T) structureel met 130 mln. Mee- en tegenvallers op dit dossier komen per 2017 ten laste van het generale beeld.

Diversen (Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat uit hogere ontvangsten voor de dienst Justis en het CJIB.

Diversen (Ontvangsten – Technische mutaties)

Financiën boekt de ontvangsten voor in beslag genomen goederen over naar de VenJ-begroting, zodat deze voortaan door VenJ worden verantwoord.

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

742,1

651,8

672

697,2

654,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Brp

21,3

19,4

14,6

13,5

1,4

   

Ejm h18

64,6

0

0

0

0

   

Ejm h7

23,7

0

0

0

0

   

Gdi-doorbelasting

– 15

– 15

0

0

0

   

Diversen

– 3,8

14,4

– 1,9

– 0,9

– 0,3

     

90,8

18,8

12,7

12,6

1,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dienstverleningsafspraken 2017

30,1

0

0

0

0

   

Wet stroomlijning

0

0

– 17,1

– 44,2

0

   

Diversen

24,8

33,6

32

25,9

24,9

     

54,9

33,6

14,9

– 18,3

24,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

145,7

52,4

27,6

– 5,7

26

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

887,8

704,2

699,6

691,5

680,8

Totaal Internationale samenwerking

2,2

0,4

0,2

0,2

0,2

Stand Voorjaarsnota 2017

890

704,5

699,8

691,7

680,9

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

69,9

64,9

64,7

64,7

64,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Gdi-doorbelasting

– 15

– 15

0

0

0

   

Overlopende inkomsten 2016

17,4

0

0

0

0

   

Diversen

25

11,8

9,1

9

1

     

27,4

– 3,2

9,1

9

1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dienstverleningsafspraken 2017

30,1

0

0

0

0

   

Diversen

33,9

1,4

1,4

1,4

1,4

     

64

1,4

1,4

1,4

1,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

91,4

– 1,8

10,5

10,4

2,4

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

161,3

63

75,2

75,1

66,7

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

161,3

63

75,2

75,1

66,7

BRP (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

De afgelopen jaren zijn de kosten voor het regulier beheer en de exploitatie van de Basisregistratie Personen (BRP) gestegen. Daarnaast is het gebruik van een aantal afnemers toegenomen. Verder is rekening gehouden met de overgang van de huidige ICT-voorzieningen voor het BRP-stelsel naar de nieuwe ICT-voorzieningen en alle aanpassingen in het stelsel die als gevolg daarvan nodig zijn.

EJM h7/ EJM h18 (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Dit betreft de toevoeging van eindejaarsmarges 2016 aan de begroting. De eindejaarsmarge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt ingezet binnen de begroting. De eindejaarsmarge van Wonen en Rijksdienst wordt ontvangen op de begroting van Binnenlandse Zaken en vervolgens deels doorverdeeld naar Wonen en Rijksdienst. Dit is omdat Wonen en Rijksdienst geen eigen «nominaal en onvoorzien» artikel heeft.

GDI doorbelasting (beleidsmatige mutaties – uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

In 2015 is onder regie van de Digicommissaris besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Onderdeel van het voorstel is een doorbelastingsopgave, waarbij o.a. uitvoeringsorganisaties betalen naar gebruik. In afwachting hiervan zijn de te realiseren ontvangsten voorlopig geboekt op de begroting van BZK. De doorbelastingsopgave 2015 voor de jaren 2017 en 2018 wordt alternatief ingevuld door departementen die de GDI-voorzieningen gebruiken.

Dienstverleningsafspraken 2017/ Overlopende inkomsten (beleidsmatige mutaties – technische mutaties, uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

De dienstverlening tussen de baten lastenagentschappen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderling verloopt via het kerndepartement. Dit leidt jaarlijks tot meer ontvangsten en uitgaven voor het kerndepartement. Een deel van de ontvangsten van de dienstverleningsafspraken uit 2016 is begin 2017 ontvangen.

Wet Stroomlijning (technische mutaties- uitgaven)

Als gevolg van de Wet Stroomlijning invordering Belastingdienst zijn er hogere ontvangsten bij de huurtoeslag. In deze wet wordt de standaardtermijn voor betalingsregelingen teruggebracht van 2 naar 1 jaar, wat incidenteel ca. 61 mln. oplevert. Deze hogere ontvangsten in 2019 en 2020 worden meerjarig ingezet op de begroting van Wonen en Rijksdienst om de lagere ontvangsten bij de huurtoeslag op te vangen. De lagere ontvangsten zijn een gevolg van de Wet Beslagvrije voet, waarmee beter rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet bij lage inkomens.

Diversen (beleidsmatige mutaties, technische mutaties- uitgaven)

De grootste post onder diversen is een kasschuif voor de GDI-doorbelasting. De betrokken departementen hebben in 2016 hun aandeel in de doorbelastingsopgave 2015 overgeboekt naar de begroting van Binnenlandse Zaken. Deze middelen worden met een kasschuif in het juiste ritme gezet.

Diversen (technische mutaties – uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

Doc-Direkt ontvangt gedurende het jaar 2017 middelen van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van personele en materiële uitgaven. Onder diversen valt ook de prijsbijstelling tranche 2017, deze wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Daarnaast betreffen het ontvangsten die voortvloeien uit de doorbelasting aan gebruikers voor de inbeheername van de nieuwe ICT-voorziening BRP en de berichtenvoorziening en ontvangsten vanuit het resultaat reisdocumenten.

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

37.105,8

37.924,8

37.726,0

37.671,7

37.878,5

   

Mee- en tegenvallers

         
   

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Autonome raming studiefinanciering

– 4,7

– 23,8

– 31,5

– 28,6

– 25,7

   

Referentieraming 2017

117,2

157,6

134,1

131,9

127,2

   

Diversen

– 8,5

11

10,2

4,1

– 3,8

     

104

144,8

112,8

107,4

97,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge 2016–2017

127,5

0

0

0

0

   

Invulling ramingsbijstelling 2017

150

0

0

0

0

   

Inzet eindejaarsmarge

– 121,3

0

0

0

0

   

Wijziging pvs boekingsgang

147

0

0

0

0

   

Diversen

– 10

3,9

12,7

19,4

16,3

     

293,2

3,9

12,7

19,4

16,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Compensatie abp pensioenpremiestijging

198,4

198,4

198,4

198,4

198,4

   

Loonbijstelling tranche 2017

447,5

447,7

443,9

441,9

443,4

   

Monumentenaftrek – aanhouden wetsvoorstel

– 57

0

0

0

0

   

Prijsbijstelling tranche 2017

130,4

131

130,4

130,6

131,7

   

Diversen

17,9

– 2,3

– 1,2

– 1,2

– 0,7

   

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Referentieraming 2017 nr

52,4

40,8

34,1

25,4

11,5

   

Wijziging pvs boekingsgang

– 147

0

0

0

0

   

Diversen

– 21,1

29,5

47,5

47

37,3

     

621,5

845,1

853,1

842,1

821,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

1.018,8

993,7

978,6

968,9

935,8

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

38.124,5

38.918,5

38.704,6

38.640,6

38.814,2

Totaal Internationale samenwerking

57

57

57

57

57

Stand Voorjaarsnota 2017

38.181,5

38.975,5

38.761,5

38.697,6

38.871,2

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

1.341,6

1.415,7

1.466,0

1.544,6

1.611,5

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Autonome raming studiefinanciering – rente

– 16,2

– 21,2

– 31,6

– 35,3

– 33,2

   

Diversen

– 16

– 22,6

– 22,8

– 23,6

– 24,3

     

– 32,2

– 43,8

– 54,4

– 58,9

– 57,5

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

13,8

0

0

0

0

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

13,4

8,7

3

1,8

0,2

     

27,2

8,7

3

1,8

0,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 5

– 35,1

– 51,4

– 57,1

– 57,3

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

1.336,6

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

1.336,6

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

Autonome raming studiefinanciering

De raming van de uitgaven aan de studiefinanciering is geactualiseerd en is per saldo naar beneden bijgesteld. De aanpassing van de raming gebeurt jaarlijks op basis van de meest recente gegevens en cijfers die de studiefinanciering betreffen. Onder deze reeks vallen diverse posten, zoals de omzettingen van de basisbeurs, de aanvullende beurs en de ov-studentenkaart in een gift. Deze beurzen en de ov-studentenkaart hebben het karakter van een lening die bij tijdig afstuderen wordt omgezet in een gift.

Referentieraming 2017

De referentieraming is de jaarlijkse raming van het verloop van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de referentieraming 2017 blijkt dat het verwachte aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de in de OCW-begroting 2017 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil, zoals een stijging van het aantal mbo-studenten in de beroepsbegeleidende leerweg en een toename van het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs (o.a. door toenemende aantallen studenten uit landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte).

Diversen (mee- en tegenvallers)

Deze diversenpost bestaat volledig uit de raming van de aanvullende bekostiging van asielzoekerskinderen in het primair en voortgezet onderwijs. De raming is aangepast naar aanleiding van de verwachte instroom van asielzoekers en de samenstelling van deze groep.

Eindejaarsmarge 2016–2017

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van OCW.

Invulling ramingsbijstelling 2017

De betreffende ramingsbijstelling stond nog taakstellend op het artikel Nominaal en onvoorzien, en diende om de begroting van OCW sluitend te maken en om een bijdrage te leveren aan eerdere ruilvoetproblematiek. OCW voorziet in 2017 de ramingsbijstelling van invulling, onder meer door de inzet van de eindejaarsmarge.

Inzet eindejaarsmarge

Dit deel van de eindejaarsmarge wordt ingezet om de ramingsbijstelling in 2017 gedeeltelijk in te vullen.

Wijziging PVS boekingsgang (beleidsmatige en technische mutaties)

Het opleveren van het nieuwe ICT-systeem van DUO (Programma Vernieuwing Studiefinanciering) leidt tot een correctie van de boekingen voor de reisvoorziening en diploma-omzetting. Een ov-studentenkaart wordt nu bijvoorbeeld niet meer als lening gezien als de student deze niet heeft geactiveerd. De schuldenopbouw van studenten kan zo transparanter en inzichtelijker worden gemaakt. De correctie leidt tot een eenmalige mutatie van 147 mln. in 2017, omdat vorderingen verschuiven van niet-kaderrelevant naar kaderrelevant.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Onder deze post vallen onder andere een aantal kasschuiven, zoals een kasschuif binnen het budget van het Regionaal Investeringsfonds (mbo) om het beter te laten aansluiten bij het verwachte betalingsritme. Ook is een kasschuif noodzakelijk door een vertraging bij bouwprojecten in Caribisch Nederland. Verder zorgen wisselkoersveranderingen voor hogere kosten in Caribisch Nederland en in Zwitserland (voor CERN). Daarnaast wordt een tekort op de wettelijk verplichte prijsbijstelling op het mediabudget, opgelopen in 2015 en 2016, nu structureel gedekt. Tekorten konden ontstaan omdat de vaststelling van de wettelijke prijsbijstelling van het mediabudget op een ander moment gebeurde dan de vaststelling van de prijsbijstelling van de OCW-begroting. Tenslotte is er een besparingswinst van 20,2 mln. in het mbo. Deze besparingswinst is het resultaat van de afwikkeling van de kenniscentra en de samenvoeging hiervan tot de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Deze middelen worden ingezet als gedeeltelijke invulling van de openstaande ramingsbijstelling in 2017.

Compensatie ABP pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. OCW ontvangt hiervan 198,4 mln. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Loonbijstelling tranche 2017

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Monumentenaftrek – aanhouden wetsvoorstel

In de begroting 2017 stond het plan om de fiscale monumentenaftrek om te vormen naar een meer gerichte uitgavenregeling op de OCW-begroting per 1 januari 2017. Het totale budgettaire beslag van deze fiscale aftrek is 57 mln. Het wetsvoorstel is aangehouden, waardoor omvorming per 2017 niet meer mogelijk was en de fiscale aftrek is blijven bestaan. Het reeds toegevoegde budget aan de OCW-begroting wordt met deze mutatie weer afgeboekt.

Prijsbijstelling tranche 2017

De prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Diversen (technische, kaderrelevante mutaties)

Onder deze diversenpost valt onder andere het amendement (Kamerstuk 34 550 VIII, nr. 55) dat het besparingsverlies van 25 mln., ontstaan door het aanhouden van het omvormen van de monumentenaftrek, opvangt. Dit besparingsverlies treedt op doordat de budgettaire korting die samenhangt met de omvorming in 2017 nu niet gerealiseerd wordt. Daarnaast vallen onder deze post de desalderingen en overboekingen met andere departementen. Een voorbeeld hiervan is een overboeking met WenR, die het surplus van het Rijksvastgoedbedrijf teruggeeft aan de opdrachtgevende departementen. OCW ontvangt hiervan 7,3 mln.

Referentieraming 2017 NR

De referentieraming 2017 werkt ook door op de niet-kaderrelevante budgetten onder het artikel Studiefinanciering. Door de hogere raming van de aantallen studenten in het wetenschappelijk onderwijs t.o.v. de referentieraming van 2016, wordt de raming van studieleningen van deze studenten naar boven bijgesteld.

Diversen (technische, niet-kaderrelevante mutaties)

Onder deze post valt de bijstelling van de raming van de niet-kaderrelevante uitgaven aan de studiefinanciering. Op basis van realisatiecijfers is de raming van het collegegeldkrediet naar boven bijgesteld. Ook betreft deze post de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2017 op de niet-kaderrelevante uitgaven op de OCW-begroting.

Autonome raming studiefinanciering – rente

De meerjarige raming van de te ontvangen rente op de uitstaande studieleningen laat een tegenvaller zien. Dit komt door de lager dan verwachte rentestand.

Diversen (mee- en tegenvallers niet-belastingontvangsten)

Op basis van realisatiecijfers is de raming van terugvorderingen van studiefinanciering iets naar beneden bijgesteld. Ook werkt de referentieraming 2017 door aan de ontvangstenkant: de raming van de lesgelden is naar beneden bijgesteld. Dit komt door een verschuiving van mbo-studenten van de beroepsopleidende leerweg naar de beroepsbegeleidende leerweg. In de laatste leerweg betalen studenten minder lesgeld.

Diversen (technische mutaties niet-belastingontvangsten)

DUO maakt het gemakkelijker voor ex-studenten om hun studielening terug te betalen. Dit was te zien in de laatste realisatiecijfers en op basis hiervan wordt ook de raming van de terugbetalingen naar boven bijgesteld.

IXA Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.452,7

7.764,3

7.110,8

6.712,5

6.858,6

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0

0

0

0

0

     

0

0

0

0

0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 1,9

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Rente vaste schuld

27

182

329

413

– 55

   

Rente vlottende schuld

0

0

0

11

120

   

Rentelasten

0

0

0

93,2

238,5

     

25,1

182,3

329,3

517,5

303,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

25,1

182,3

329,3

517,5

303,8

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

8.477,8

7.946,6

7.440,1

7.230,0

7.162,4

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

8.477,8

7.946,6

7.440,1

7.230,0

7.162,4

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.413,5

11.403,2

9.391,1

8.285,4

6.353,0

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Aflossingen op leningen

9,8

147,9

– 43,7

– 46,5

– 62,2

   

Mutatie in rekening-courant en deposito

– 323,1

2.364,2

2.419,2

311,2

932,1

   

Ontvangsten bij voortijdige beeindiging

473

0

0

0

0

   

Rente vaste schuld

– 178

– 151

– 151

– 152

– 104

   

Rente vlottende schuld

– 65

– 169

– 171

– 212,5

– 119

   

Diversen

10,2

– 4,3

– 31

– 21,9

16,1

     

– 73,1

2.187,8

2.022,5

– 121,7

663

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 73,2

2.187,8

2.022,4

– 121,7

663

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

8.340,3

13.591,0

11.413,6

8.163,7

7.016,0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

8.340,3

13.591,0

11.413,6

8.163,7

7.016,0

Rente vaste schuld (uitgaven)

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

Rente vlottende schuld (uitgaven)

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB.

Rentelasten (uitgaven)

De raming van rentelasten kasbeheer van decentrale overheden en sociale fondsen is aangepast, als gevolg van een geactualiseerde renteraming van het CPB en veranderingen bij de aangehouden middelen.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Mutatie in rekening-courant en deposito

De wijziging in de geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en depositos van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de sociale fondsen.

Ontvangsten bij voortijdige beëindiging

Er is sprake geweest van het voortijdig beëindiging van een aantal rentederivaten. Bij het beëindigen van een rentederivaat wordt de actuele marktwaarde van het derivaat verrekend tussen beide partijen. De beëindigde rentederivaten hebben per saldo een voor de staat positieve marktwaarde, waardoor er sprake is van eenmalige ontvangsten. Daar staat tegenover dat op een beëindigd rentederivaat meerjarig geen rente meer wordt ontvangen.

Rente vaste schuld (ontvangsten)

De rentebaten op de vaste schuld bestaan (nagenoeg volledig) uit baten op afgesloten swaps. Nieuw afgesloten swaps leiden tot mutaties op de baten.

Rente vlottende schuld (ontvangsten)

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van geactualiseerde rentestanden in de CEP-raming van het CPB en doordat de verwachte financieringsbehoefte is geactualiseerd.

IXB Financien

IXB FINANCIEN: UITGAVEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

6.544,6

6.554,9

6.397,1

6.002,8

5.960,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Inzet eindejaarsmarge

35

0

0

0

0

   

Kasschuif middelen switch

0

28,2

24,8

42,5

– 65

   

Schade-uitkering ekv

– 17,4

– 12,7

– 4,8

– 4,8

– 4,8

   

Diversen

16

26,8

13,3

– 0,9

– 4,6

     

33,6

42,3

33,3

36,8

– 74,4

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Investeringsagenda

80,6

47,7

12,7

12,7

12,7

   

Loonbijstelling apparaat

38,4

36,5

35

34,3

34,1

   

Diversen

31

15,2

15,5

15,2

14,9

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Winsten smp griekenland

– 51

62,3

0

– 0,3

– 0,4

   

Diversen

– 8,9

5,6

5

0

0

     

90,1

167,3

68,2

61,9

61,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

123,8

209,5

101,6

98,7

– 13,1

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

6.668,4

6.764,3

6.498,7

6.101,5

5.947,1

Totaal Internationale samenwerking

7,6

275,8

275,8

254,7

210,9

Stand Voorjaarsnota 2017

6.676,0

7.040,1

6.774,5

6.356,1

6.158,0

IXB FINANCIEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

2.525,0

2.490,7

2.487,1

2.436,8

2.542,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Boetes en schikkingen

– 45

– 45

– 45

– 45

– 45

   

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

– 65

– 110

– 75

– 75

– 50

   

Winstafdracht dnb

– 28

– 40

– 12

0

– 220

   

Diversen

10,7

11,5

0,3

0,3

0,3

     

– 127,3

– 183,5

– 131,7

– 119,7

– 314,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 20,7

– 22

– 22

– 22,3

– 22,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Dividend financiele instellingen

33

– 61,6

– 61,6

– 61,6

– 61,6

   

Ontvangst vordering srh

160

0

0

0

0

   

Verkoopopbrengst 2e tranche asr

451,9

0

0

0

0

   

Verkoopopbrengst 3e tranche asr

514,9

0

0

0

0

   

Diversen

0

– 21

– 4

0

– 28

     

1.139,1

– 104,6

– 87,6

– 83,9

– 111,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

1.011,7

– 288,1

– 219,3

– 203,6

– 426,6

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

3.536,7

2.202,6

2.267,8

2.233,2

2.116,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

3.536,7

2.202,6

2.267,8

2.233,2

2.116,3

Inzet eindejaarsmarge

Dit betreft de inzet van de eindejaarsmarge van Financiën.

Kasschuif middelen Switch

Door de vertrekregeling heeft de Belastingdienst de middelen voor Switch eerder nodig dan begroot. Naast een aangepast kasritme worden de middelen op een andere wijze ingezet dan ten tijde van het opstellen van de Investeringsagenda was beoogd (zie Kamerstuk 31 066, nr. 323: tabel inzicht opbouw financiële gevolgen). De cumulatieve overschrijding van circa 70 mln., die in september aan de Tweede Kamer is gemeld, is binnen de begroting van de Belastingdienst gedekt.

Schade-uitkering EKV

De raming van de schade-uitkeringen op de exportkredietverzekeringen is neerwaarts bijgesteld, omdat zich op dit moment geen directe grote schadedreigingen voordoen.

Investeringsagenda

Vanuit de Aanvullende Post zijn middelen vrijgegeven voor verschillende ICT-projecten en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda van de Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 236).

Loonbijstelling apparaat

De loonbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Winsten SMP Griekenland

Onderdeel van het tweede leningenprogramma voor Griekenland was dat de inkomsten van nationale centrale banken uit Griekse staatsobligaties (Securities Markets Programme, afgekort SMP en de Agreement on Net Financial Assets, afgekort ANFA), die niet zijn meegenomen in de obligatieomruil van februari 2012, kunnen worden doorgegeven aan Griekenland. Door het aflopen van het tweede leningenprogramma zijn deze betalingen opgeschort. De uitkering van SMP- en ANFA-winsten die in de ontwerpbegroting gepland stonden voor 2017 zullen eventueel pas in 2018 plaatsvinden. Een mogelijk besluit hiertoe wordt aan het einde van het Griekse leningenprogramma in 2018 genomen.

Diversen (uitgaven, beleidsmatige mutaties en technische mutaties)

Dit betreft een som van mutaties van o.a. ABP premie pensioenstijging en teruggave van het Rijksvastgoedbedrijf. De mutaties die buiten het kader vallen zijn de wisselkoersbijstellingen op het Nederlands aandeel in de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB).

Boetes en schikkingen

Op 7 juni 2016 heeft het Hof geoordeeld dat er een wanverhouding bestaat tussen het niet tijdig betalen van de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de opgelegde verzuimboete. Als gevolg van deze uitspraak zijn de boeteontvangsten op de begroting van de Belastingdienst (60 mln.) naar beneden bijgesteld. Voor een deel wordt deze tegenvaller gedekt met een structurele meevaller bij de boetes en schikkingen (15 mln.).

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

De raming van de staatsdeelnemingen is per saldo naar beneden bijgesteld op basis van de laatste inzichten over de winstprognoses. Tegenvallers doen zich onder meer voor bij de Gasunie.

Winstafdracht DNB

De Nederlandsche Bank (DNB) treft een voorziening voor de risico’s van kwantitatieve verruiming, het opkoopprogramma van de ECB. Voor het opbouwen van de voorziening stort DNB jaarlijks 500 mln. in de periode 2017–2021. Het tempo waarmee de voorziening wordt gevuld loopt echter vertraging op doordat DNB minder winst maakt dan aanvankelijk werd gedacht. Dit wordt veroorzaakt door gedaalde marktrentes en de afloop van opkoopprogramma’s. De lagere winstafdracht leidt ertoe dat onder het huidige beleid de gehele winst aan de voorziening wordt toegevoegd en er geen winstafdrachten aan de Nederlandse staat plaatsvinden.

Diversen (ontvangsten, beleidsmatige mutaties en technische mutaties)

De betreft de som van een aantal mutaties van o.a. ramingbijstellingen op de premieontvangsten van de exportkredietverzekering en de niet-kaderrelante winstdracht DNB.

Dividend financiële instellingen

Wegens de afbouw van het belang van de staat in a.s.r is de raming van de dividendontvangsten van financiële instellingen neerwaarts bijgesteld.

Ontvangst vordering SRH (SNS Reaal Holding)

In mei 2017 is SNS Reaal Holding overgedragen van NLFI aan de staat. Bij deze transactie wordt 160 mln. aan eigen vermogen van SRH overgemaakt aan de staat en omgezet in een vordering.

Verkoopopbrengst 2e tranche ASR

Op 17 januari heeft de staat 20,4 miljoen aandelen in a.s.r. verkocht. Dee opbrengst van deze tweede tranche bedraagt 452 mln. Als gevolg van deze verkoop is het belang van de staat in a.s.r. afgenomen van 63,7 procent tot circa 50,1 procent (Kamerstuk 33 532, nr. 66).

Verkoopopbrengst 3e tranche ASR

Op 7 april heeft de staat 20 miljoen aandelen in a.s.r. verkocht. De opbrengst van deze derde tranche bedraagt 515 mln. Dit komt overeen met circa 13,3% van het geplaatste en uitstaande aandelen-kapitaal. Als gevolg van deze verkoop is het belang van de staat in a.s.r. verder afgenomen tot 36,8 procent (Kamerstuk 33 532, nr. 70).

X Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.347,0

8.470,5

8.550,4

8.527,1

8.387,3

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Biv trekkingsrechten defensie

56,4

0

0

0

0

   

Brigade speciale beveiligingsopdrachten

20,8

0

0

0

0

   

Eindejaarsmarge 2016

166,2

0

0

0

0

   

Kasschuif investeringen

– 125

125

0

0

0

   

Diversen

2,2

7,8

7,5

0

– 0,3

     

120,6

132,8

7,5

0

– 0,3

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Compensatie abp pensioenpremiestijging

32,9

32,9

32,9

32,9

32,9

   

Doorwerking ontvangsten

38,1

20,8

4,5

0

4,5

   

Loonbijstelling

71,7

71,3

70,3

70,7

70,9

   

Prijsbijstelling

49,5

51,4

53,2

53,1

51,3

   

Diversen

20,5

7,4

7,4

7,4

7,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Diversen

3

2,8

2,5

2,4

2,4

     

215,7

186,6

170,8

166,5

169,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

336,5

319,4

178,4

166,4

169,1

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

8.683,5

8.789,9

8.728,8

8.693,6

8.556,4

Totaal Internationale samenwerking

275,6

331,8

330

329,9

329,9

Stand Voorjaarsnota 2017

8.959,0

9.121,7

9.058,8

9.023,5

8.886,3

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

366,7

372,8

299,4

261

262

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Bijstellen ontvangsten

32,7

20,6

4,3

– 0,2

4,5

   

Diversen

5,5

0,2

0,2

0,2

0

     

38,2

20,8

4,5

0

4,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

38,1

20,8

4,5

0

4,5

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

404,8

393,5

303,9

260,9

266,5

Totaal Internationale samenwerking

16,7

6,7

6,7

6,7

6,7

Stand Voorjaarsnota 2017

421,5

400,3

310,6

267,6

273,2

BIV trekkingsrechten Defensie

Dit is de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar de begroting van Defensie. Defensie bekostigt met de trekkingsrechten activiteiten die samenhangen met de missies. Het totale trekkingsrecht van Defensie bedraagt 59,5 mln. (zie ook de Verticale Toelichting van Homogene Groep Internationale Samenwerking). Van de 59,5 mln. blijft 3,1 mln. binnen de HGIS (voor attachés en voor Vessel Protection Detachments). De overige 56,4 mln. wordt ingezet binnen diverse onderdelen van de Defensiebegroting voor bijvoorbeeld de nazorg van uitgezonden militairen.

Eindejaarsmarge 2016

Dit is de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van Defensie.

Kasschuif investeringen

In het Defensie Investeringsplan (DIP) staat budget gereserveerd voor infrastructuur en IT-projecten. Beide budgetten voor 2017 waren te groot in vergelijking met de behoeftes. Er worden met deze schuif geen materieelprojecten verschoven.

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

Defensie verzorgt op verzoek van Buitenlandse Zaken de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is. Dit wordt bekostigd uit de trekkingsrechten van Buitenlandse Zaken (zie ook de Verticale Toelichting van Homogene Groep Internationale Samenwerking).

Diversen – beleidsmatige mutaties uitgaven

Het kabinet heeft budget vrijgemaakt voor de MIVD om van start te kunnen gaan met de uitvoering van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen & Veiligheid. Met deze maatregel is de MIVD in staat om (de voorbereiding van) inzet en missies beter te ondersteunen. Het gaat om 2 mln. in 2017 en 7,5 mln. in zowel 2018 als 2019. Daarnaast stelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken budget beschikbaar voor aanvullende ondersteuning van de stoel van Nederland in de VN Veiligheidsraad in 2018.

Compensatie ABP pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Doorwerking ontvangsten

Dit is de doorwerking van de ontvangsten binnen de Defensiebegroting op de uitgaven. Zie voor toelichting de beschrijving bij de Ontvangsten hieronder.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Diversen – technische mutaties uitgaven

Dit is een saldo van verschillende mutaties, waaronder een overboeking van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) van 10 mln. om de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee (KMar) op Schiphol uit te breiden. Daarnaast heeft het Kabinet ook extra budget gereserveerd voor de Grensbewakingstaak van de KMar (zie Verticale Toelichting Hoofdstuk VI VenJ). VenJ heeft voor 2017 middelen overgeheveld naar de begroting van Defensie. Daarnaast is er 8 mln. structureel overgeboekt van de begroting van VWS naar Defensie voor het opvangen van het AOW-gat als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit is via een amendement op de Ontwerpbegroting 2017 verwerkt (Kamerstuk 34 550 X, nr. 27). Als laatste hevelt Defensie 6,3 mln. over naar Veiligheid en Justitie voor de exploitatiekosten van c2000 (het communicatiesysteem voor ambulancediensten, brandweer, KMar en politie).

Diversen – Niet tot de ijklijn behorend uitgaven

Dit is het saldo van compensatie voor de stijging van de ABP-pensioenpremie en loonbijstelling voor een loongevoelig niet-kaderrelevant begrotingsartikel.

Bijstellen Ontvangsten

Dit is het saldo van het bijstellen van diverse ontvangstenposten op de Defensiebegroting. Ten eerste zijn ontvangsten met betrekking tot Eigen Huishouding naar beneden bijgesteld. Werknemers die een vergoeding ontvangen voor Eigen Huishouding hoeven geen vergoeding meer te betalen voor het slapen op de kazerne. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van vastgoed van Defensie hoger dan verwacht door de aantrekkende vastgoedmarkt. Ook vindt een gedeelte van de verkoop van civiele dienstpersonenauto’s in 2017 plaats in plaats van 2016.

Diversen – technische mutaties niet-belastingontvangsten

Dit is voornamelijk de winstafdracht van de agentschappen van Defensie (Paresto en Defensie Telematica Organisatie (DTO)).

XII Infrastructuur en Milieu

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: UITGAVEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

7.971,4

8.320,4

8.429,0

8.571,6

8.776,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge 2016

17,8

0

0

0

0

   

Kasschuif deltafonds

– 50

0

50

0

0

   

Kasschuif infrastructuurfonds

– 250

60

190

0

0

   

Regeringsvliegtuig

90

0

0

0

0

   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0

     

– 192,1

60,1

240,1

0,1

0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Beter benutten

– 47,4

0

0

0

0

   

Loon- en prijsbijstelling 2017

110,6

116,1

115,8

117,6

118,9

   

Diversen

5,1

9,5

11,3

10,8

9,3

     

68,3

125,6

127,1

128,4

128,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 123,7

185,7

367,2

128,6

128,2

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

7.847,7

8.506,1

8.796,2

8.700,2

8.905,1

Totaal Internationale samenwerking

24,1

20,9

20,9

20,9

21,7

Stand Voorjaarsnota 2017

7.871,8

8.527,0

8.817,1

8.721,1

8.926,8

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

244,3

240,7

240,7

240,7

240,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

25,2

2,8

2,8

2,2

2

     

25,2

2,8

2,8

2,2

2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

25,2

2,8

2,8

2,2

2

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

269,6

243,5

243,5

242,9

242,7

Totaal Internationale samenwerking

6,4

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

276

243,5

243,5

242,9

242,7

Eindejaarsmarge 2016

De eindejaarsmarge van 2016 wordt toegevoegd aan de begroting van IenM.

Kasschuif Deltafonds

Er vindt een kasschuif plaats binnen het Deltafonds van 2017 naar 2019. De middelen zijn later nodig vanwege autonome vertraging in de programmering, voornamelijk bij het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2).

Kasschuif Infrastructuurfonds

Er vindt een kasschuif binnen het Infrastructuurfonds plaats van 2017 naar de jaren 2018 en 2019. De kasschuif wordt in de begroting 2018, wanneer de totale programmering van het Infrastructuurfonds wordt geactualiseerd, over de modaliteiten verdeeld.

Regeringsvliegtuig

Voor de vervanging van het regeringsvliegtuig is op de IenM-begroting een reservering van in totaal 90 mln. getroffen. Hiervan komt 40 mln. uit de niet-bestede reservering voor het regeringsvliegtuig uit 2016, zoals gemeld bij Najaarsnota 2016 (Kamerstuk 34 620, nr. 1). Het voorlopig koopcontract voor de levering van het nieuwe regeringsvliegtuig is getekend en het oude regeringsvliegtuig is verkocht, zoals gemeld in de Kamerbrieven van april 2017 (Kamerstuk 34 550 XII, nrs. 73 en 74).

Beter Benutten

Diverse gemeenten en provincies ontvangen een bijdrage van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten, waaronder decentrale spoorprojecten. De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en worden via de begroting van IenM overgeboekt naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en BTW compensatiefonds.

Loon- en prijsbijstelling 2017

De loon- en prijsbijstelling tranches 2017 worden toegevoegd aan de begrotingen van IenM.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Deze post bestaat met name uit de structurele toevoeging van middelen ter compensatie van de ABP pensioenpremiestijging (8,4 mln.). Daarnaast worden er in 2017 middelen overgeboekt naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW compensatiefonds voor onder andere de projecten IJsseldelta (– 6,1 mln.) en de A58 aansluiting Goes (– 4,5 mln.). Tot slot wordt het afgeroomde surplus aan eigen vermogen (5,4 mln.) van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Emissieautoriteit in 2017 toegevoegd aan de begroting van IenM. Dit is conform de Regeling agentschappen.

Diversen – technische mutaties, ontvangsten

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit het afgeroomde surplus aan eigen vermogen van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Emissieautoriteit (5,4 mln.), de bijdrage van agentschappen aan centraal betaalde apparaatsuitgaven zoals huisvesting, ICT en facilitaire dienstverlening (5,9 mln.), de opbrengsten uit grondverkopen die worden ingezet ten behoeve van hydrologische maatregelen door provincies (5 mln.) en ontvangsten van derden bij het Planbureau voor de Leefomgeving voor enkele EU-onderzoeksprojecten (2 mln.). Daarnaast krijgt de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) structureel ontvangsten uit vergunningverlening en toezichtactiviteiten. ANVS gebruikt deze ontvangsten voor extra capaciteit die nodig is vanwege de nieuwe taken uit de instellingswet ANVS.

XIII Economische Zaken

XIII ECONOMISCHE ZAKEN: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

4.894,1

5.058,0

5.630,1

6.290,8

6.198,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge 2016

18,1

0

0

0

0

   

Invest-nl

15

29

0

0

0

   

Kasschuif toekomstfonds

58,6

9,7

24,1

12,4

1,1

   

Regionale projecten

20

0

0

0

0

   

Diversen

25

1

1

1

1

     

136,7

39,7

25,1

13,4

2,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Loonbijstelling

31,9

30,8

30,4

30

29,8

   

Diversen

59

37,4

31,2

29,5

31,5

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Kasschuif 2016: doorschuif ejm 2016 ==> 2017

72,1

0

0

0

0

   

Kasschuif 2016: verdeling ejm 2016

– 55

10

15,9

10

10

   

Diversen

– 5,3

5

– 5,9

0

0

     

102,7

83,2

71,6

69,5

71,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

239,3

122,9

96,7

82,9

73,4

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

5.133,4

5.180,9

5.726,8

6.373,6

6.272,2

Totaal Internationale samenwerking

54,8

52,2

51,4

50,5

50,5

Stand Voorjaarsnota 2017

5.188,2

5.233,1

5.778,2

6.424,1

6.322,7

XIII ECONOMISCHE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

3.770,9

4.044,9

4.690,2

5.259,5

5.161,7

 

Beleidsmatige mutaties

         
   

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0

0

0

0

0

     

0

0

0

0

0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

30,1

5,5

6,1

4,9

6,2

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Gasbaten

– 250

– 250

– 350

– 350

– 350

   

Diversen

8,3

0

0

0

0

     

– 211,6

– 244,5

– 343,9

– 345,1

– 343,8

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 211,6

– 244,5

– 343,9

– 345,1

– 343,8

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

3.559,2

3.800,4

4.346,3

4.914,4

4.817,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

3.559,2

3.800,4

4.346,3

4.914,4

4.817,9

Eindejaarsmarge 2016

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van EZ.

Kasschuiven

Dit betreft een kasschuif om de onderuitputting 2016 van het Toekomstfonds en het Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen (NCG) mee te nemen naar dit jaar en een meerjarige kasschuif om de beschikbare middelen in het gewenste kasritme te zetten.

Invest-NL

De nationale en internationale ontwikkeltak van Invest-NL ontvangt in 2017 en 2018 generale middelen via de EZ begroting. Voor de jaren na 2018 staat 19 mln. per jaar op de aanvullende post gereserveerd. EZ wordt tevens gecompenseerd voor de transitiekosten die gepaard gaan met het overhevelen van bestaande regelingen van RVO naar Invest-NL.

Regionale projecten

Ter versterking van de regionale economische structuur in Nederland wordt een aantal projecten ondersteund.

Diversen (beleidsmatige mutaties uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder de toevoeging van de onderuitputting ETS (compensatieregeling energie intensieve bedrijven) aan de EZ-begroting in 2017 en de kwijtschelding van de lening aan de Internationale school in Eindhoven.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Diversen (technische mutaties uitgaven en ontvangsten)

Dit betreft diverse mutaties waaronder de compensatie ABP pensioenpremiestijging (11,5 mln.), een bijdrage aan de stoppersregeling melkveehouderij (17 mln.) en de prijsbijstelling tranche 2017 (17,5 mln.).

Gasbaten

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen, een daling van de verwachte meerjarige gasprijs en volumebeperking.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend ontvangsten)

Dit betreft verrekening van de terugbetaling van Veronica vanwege het teveel betaalde geld voor zijn FM-frequentie.

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

33.601,5

34.236,5

34.663,3

34.660,7

34.728,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,8

0

0

0

0

 

Sociale zekerheid

         
   

Aio

19,5

13,7

13,6

11,6

9,3

   

Bijdrage coa

– 26,6

– 7,3

19,7

7,2

7,7

   

Iow

4,3

6,3

14,2

21,9

30,7

   

Kinderbijslag

– 30,2

– 33,5

– 37

– 37

– 38,2

   

Kinderopvangtoeslag

27,4

36

23,2

10,3

– 2,3

   

Kindgebonden budget

23,3

– 1,6

– 21,6

– 38,4

– 55,4

   

Leningen inburgering

12,3

13,3

10,6

21

27,4

   

Participatiewet

26,2

– 349

– 336

– 225,7

– 139,9

   

Wajong

6,7

29,6

29,6

28,6

29,1

   

Diversen

– 0,4

– 11,8

– 14,7

– 14,1

– 12,3

     

63,3

– 304,3

– 298,4

– 214,6

– 143,9

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Sectorplannen

27,9

0

0

0

0

   

Diversen

– 0,9

6,4

5,6

0,9

2

 

Sociale zekerheid

         
   

Eindejaarsmarge

86,5

0

0

0

0

   

Herijking

28,8

41,6

35,4

35,3

35,3

   

Kasschuiven sza

– 72,9

12,7

10,7

8,7

8,2

   

Re-integratie wajong

– 27,5

27,5

0

13

13

   

Diversen

0,3

– 0,2

– 0,2

– 1,1

– 7,8

     

42,2

88

51,5

56,8

50,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 0,7

5,4

8,2

8,6

6,2

 

Sociale zekerheid

         
   

Kansrijk opgroeien

– 85

– 85

– 85

– 85

– 85

   

Diversen

4,6

4,5

6,8

6,6

6,6

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Bikk aow

5,5

20,5

36,4

48,1

56,4

   

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderenfonds

– 1.573,5

– 608,7

– 493,9

– 557

– 581,8

   

Diversen

2,6

2,1

2

1,9

1,9

     

– 1.646,5

– 661,2

– 525,5

– 576,8

– 595,7

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 1.541,3

– 877,5

– 772,4

– 734,7

– 688,9

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

32.060,2

33.359,0

33.890,9

33.926,0

34.039,7

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Voorjaarsnota 2017

32.060,7

33.359,5

33.891,4

33.926,5

34.040,2

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

 

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

1.768,3

1.782,2

1.796,5

1.812,5

1.792,2

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Kindgebonden budget

– 16,5

– 17,1

– 4

– 0,5

– 1,4

   

Diversen

9,1

3,7

3,6

1,5

– 0,2

     

– 7,4

– 13,4

– 0,4

1

– 1,6

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 7

– 9,1

– 5,9

– 5

– 7,4

     

– 7

– 9,1

– 5,9

– 5

– 7,4

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 14,4

– 22,5

– 6,3

– 3,9

– 9

Stand Voorjaarsnota 2017 (subtotaal)

1.753,9

1.759,7

1.790,2

1.808,6

1.783,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

Stand Voorjaarsnota 2017

1.753,9

1.759,7

1.790,2

1.808,6

1.783,2

AIO (aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen)

Op basis van nieuwe realisatiegegevens van de SVB wordt de raming van de AIO-uitgaven meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit hangt vooral samen met een opwaartse bijstelling van het aantal verwachte huishoudens in de AIO en in mindere mate met een hogere gemiddelde AIO-uitkering.

Bijdrage COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers)

De bijdragen aan het COA hebben betrekking op maatschappelijke begeleiding en voorinburgering. De raming is voor 2017 en 2018 neerwaarts bijgesteld en voor de jaren daarna opwaarts. Dit is het gevolg van de gewijzigde verwachting van de instroom en doorstroom uit opvangcentra van migranten.

IOW (Inkomensvoorziening Oudere Werklozen)

De raming van de uitgaven aan de IOW is opwaarts bijgesteld. De gemiddelde IOW-duur neemt de komende jaren toe, omdat mensen door de WW-duurverkorting eerder in de IOW instromen en door de AOW-leeftijdsverhoging later uitstromen. Het effect van de AOW-leeftijdsverhoging op de IOW-duur blijkt hoger dan eerder verwacht.

Kinderbijslag

Op basis van uitvoeringsinformatie van de SVB is de raming van de AKW (Kinderbijslag) neerwaarts bijgesteld. Dit komt onder andere door een afname van het aantal kinderen ten opzichte van de vorige raming en een ten opzichte van de vorige raming lager aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor AKW+. De AKW+ is een bedrag voor alleenstaanden of alleenverdieners die voor een gehandicapt kind zorgen.

Kinderopvangtoeslag

Het gebruik van kinderopvangtoeslag is in het toeslagjaar 2016 sterker gestegen dan ten tijde van de begroting 2017 werd verwacht. Deze ontwikkeling heeft structurele effecten en wij verwachten vanaf 2017 hogere uitgaven. Daarnaast leidt de verwerking van de nieuwe (positieve) inzichten ten aanzien van de conjuncturele ontwikkeling ook tot een toename van de raming. De tegenvaller neemt in latere jaren af, met name door de doorwerking van een lager aantal geboorten in de CBS-bevolkingsraming.

Kindgebonden budget

De meevaller ontstaat vooral door verwerking van de laatste inzichten van het CPB over meerjarige ontwikkeling van inkomens. Deze stijgen harder dan voorheen aangenomen. Aangezien de WKB een inkomensafhankelijke regeling is dalen hierdoor de uitkeringslasten.

Leningen inburgering

Op basis van uitvoeringsinformatie van DUO is de raming van leningen inburgering opwaarts bijgesteld. Zo is het opnamepatroon van de leningen anders gespreid dan aanvankelijk werd aangenomen. Inburgeraars kunnen hun leningen over een langere periode opnemen. Ze blijken leningen vooral in het tweede en derde jaar op te nemen. In de raming werd uitgegaan van een gelijke opname over de periode van drie jaar.

Participatiewet

Binnen de raming van de Participatiewet vallen de bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud starters). In 2017 is de raming opwaarts bijgesteld. Dit is het saldo van een opwaartse bijstelling als gevolg van de verwerking van de realisatiegegevens over 2016 (inclusief de realisatie als gevolg van de hogere asielinstroom) en de neerwaartse bijstelling vanwege de dalende werkloze beroepsbevolking. De neerwaartse bijstelling in latere jaren vloeit voort uit de eerder genoemde daling van de werkloze beroepsbevolking.

Wajong

De raming van de uitgaven aan de Wajong zijn naar boven bijgesteld, met name vanaf 2018. Deze tegenvaller wordt vanaf 2018 voor het grootste deel veroorzaakt doordat uitkeringsverlaging per 1-1-2018 voor mensen met arbeidsvermogen minder oplevert omdat er minder mensen met arbeidsvermogen zijn dan eerder geraamd is. Daarnaast is de raming van de uitstroom naar beneden bijgesteld.

Sectorplannen

Dit betreft het via de eindejaarsmarge 2016 naar 2017 doorgeschoven budget voor de sectorplannen.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van SZW.

Herijking

Jaarlijks wordt het bekostigingsmodel van UWV herijkt waardoor schuiven tussen begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten en premiegefinancierde uitvoeringskosten ontstaan bij een gelijkblijvend totaalbudget (alleen op dit totaalbudget wordt gestuurd). Tegenover de hogere begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten UWV staat een gelijke daling van de premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV. Deze daling van de premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV staan op H40.

Kasschuiven SZA

Deze post betreft verschillende kasschuiven onder het SZA-kader. De grootste betreft een kasschuif voortvloeiende uit de budgettaire verwerking van de voorfinanciering bijstand.

Re-integratie Wajong

Het budget voor re-integratie van Wajongers is in 2017 verlaagd. Deze middelen worden doorgeschoven naar 2020 en 2021, omdat het beroep op deze middelen in deze jaren gaat toenemen als gevolg van de recente herindelingsoperatie in het Wajong-bestand.

Kansrijk opgroeien

Om te stimuleren dat ook kinderen in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, heeft het Rijk afgelopen Miljoenennota structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen aan activiteiten en die ze nu missen door armoede. Dit betreft de technische overboeking naar het Gemeentefonds, omdat gemeenten een belangrijke rol spelen in de uitvoering hiervan.

Bikk AOW

In de cijfers van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de inkomsten van heffingskortingen verhoogd. De bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (Bikk) stijgt mee met de heffingskortingen en wordt daarom ook verhoogd.

Rijksbijdrage Vermogenstekort Ouderenfonds

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het ouderdomsfonds neerwaarts bijgesteld. In 2017 komt deze bijstelling met name door het verrekenen van het vermogensoverschot uit 2016. In de latere jaren komt de bijstelling doordat het CPB raamt dat de premie-inkomsten hoger zullen uitvallen. De raming van de uitkeringslasten is neerwaarts bijgesteld. Dankzij hogere premie-inkomsten en lagere uitkeringslasten daalt de Rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds.

Sociale zekerheid

SOCIALE ZEKERHEID: UITGAVEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017

78.905,4

80.645,0

81.119,7

82.203,7

83.778,8

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Anw

– 21,4

– 22,3

– 26,2

– 32,9

– 33,7

   

Aow

– 19,2

– 48,4

– 52,9

– 57,7

– 60,6

   

Bijdrage coa

– 26,6

– 7,3

19,7

7,2

7,7

   

Iow

4,3

6,3

14,2

21,9

30,7

   

Iva

54,3

60,9

60,2

55,6

49

   

Kinderbijslag

– 30,2

– 33,5

– 37

– 37

– 38,2

   

Kinderopvangtoeslag

27,4

36

23,2

10,3

– 2,3

   

Kindgebonden budget

23,3

– 1,6

– 21,6

– 38,4

– 55,4

   

Leningen inburgering

12,3

13,3

10,6

21

27,4

   

Nominale ontwikkeling

153,9

373,4

885,9

1.320,4

1.641,5

   

Participatiewet

26,2

– 349

– 336

– 225,7

– 139,9

   

Uitvoeringskosten uwv

0

– 51,9

– 49,1

– 41,8

– 32,9

   

Wajong

6,7

29,6

29,6

28,6

29,1

   

Wao

– 90,8

– 87

– 79,9

– 76,9

– 75,3

   

Wga

29,5

36,3

25,6

18,3

6,6

   

Ww

– 246,5

– 540,9

– 625,7

– 547,1

– 410,1

   

Zw

23,4

24,3

27,6

32,8

37,7

   

Diversen

37,8

11,7

6,4

6,3

9,1

     

– 35,6

– 550,1

– 125,4

464,9

990,4

Beleidsmatige mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Eindejaarsmarge

86,5

0

0

0

0

   

In=uit taakstelling

– 86,5

0

0

0

0

   

Kasschuiven sza

– 73

12,5

10,6

8,7

8,3

   

Re-integratie wajong

– 53,5

27,5

0

13

13

   

Diversen

0,3

– 0,2

– 0,2

– 1,1

– 7,8

     

– 126,2

39,8

10,4

20,6

13,5

Technische mutaties

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Brutering

– 4,1

13,6

19,7

– 12,3

– 74,1

   

Kansrijk opgroeien

– 85

– 85

– 85

– 85

– 85

   

Zw

35,7

46,1

51,2

51,8

51,8

   

Diversen

– 8,3

– 7,1

– 3,4

– 3,3

– 3,3

     

– 61,7

– 32,4

– 17,5

– 48,8

– 110,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 223,4

– 542,9

– 132,4

436,5

893,1

Stand Voorjaarsnota 2017

78.682,0

80.102,0

80.987,3

82.640,2

84.671,9

SOCIALE ZEKERHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

     

2017

2018

2019

2020

2021

Stand Miljoenennota 2017

1.012,6

1.019,1

1.021,9

1.050,9

1.041,1

Mee- en tegenvallers

         
 

Sociale zekerheid

         
   

Diversen

– 1,8

– 2

17

23,3

22,7

     

– 1,8

– 2

17