Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 oktober 2016
Op 19 september heeft Roemenië als laatste lidstaat het nieuwe Eigen Middelen Besluit
(EMB) geratificeerd. Het EMB is door de Raad in mei 2014 aangenomen, en is nu door
alle lidstaten geratificeerd waardoor het ook in werking zal treden. Het EMB regelt
de financiering van de EU-begroting en daarmee de afdrachten van de lidstaten aan
de EU. Belangrijkste effect voor Nederland is dat de destijds bedongen korting op
de Nederlandse afdrachten aan de EU met terugwerkende kracht voor de jaren 2014–2016
geëffectueerd zal worden. Middels deze brief informeer ik u, mede namens de Minister
van Buitenlandse Zaken, over de gevolgen van de inwerkingtreding van het EMB.
De budgettaire effecten van inwerkingtreding van het Eigen Middelenbesluit zijn uit
te splitsen in 3 componenten:
-
○ de BNI-korting (Denemarken, Oostenrijk, Zweden, Nederland): voor Nederland een vermindering van de afdracht van 695 miljoen euro per jaar (prijzen
2011).
-
○ de BTW-korting (Duitsland, Zweden, Nederland): 0,15% «call rate» in plaats van 0,30% over de BTW-grondslag. Voor Nederland een vermindering
van de afdracht van circa 0,3 miljard euro per jaar.
-
○ Verlaging van de perceptiekostenvergoeding (alle lidstaten): verlaging van de vergoeding van 25% naar 20% van de douaneheffingen. Voor Nederland
circa 100 miljoen euro per jaar minder vergoeding.
Voor Nederland leiden de BNI-korting en de BTW-korting samen tot een jaarlijkse korting
van 1 miljard euro; de voor alle lidstaten geldende verlaging van de perceptiekostenvergoeding
leidt voor Nederland jaarlijks tot een ca. 0,1 miljard euro hogere afdracht. Over
de periode 2014–2016 komt dit in totaal neer op een lagere afdracht van ca. 2,7 miljard
euro die eenmalig in de kas zal worden ontvangen. Vanaf 2.017 jaar wordt de korting
tot en met 2020 jaarlijks ontvangen.
Daarnaast leidt inwerkingtreding van het EMB tot de invoering van ESA2010 (European
System of Accounts 2010) ter vervanging van de ESA95 regels. Deze regels schrijven
voor hoe de EU-lidstaten de omvang van economische grootheden als het BBP en BNI moeten
berekenen en hebben daarmee gevolgen voor de berekening van het BNI. Op basis van
de meest recente cijfers is de verwachting dat de budgettaire effecten voor de Nederlandse
afdrachten van deze overstap marginaal zijn doordat het aandeel van het Nederlandse
BNI in het totale Europese BNI vergelijkbaar in omvang blijft.
Tot slot leidt de aanname van het EMB tot inwerkingtreding van een nieuwe systematiek
voor de jaarlijkse nacalculatie van BNI en BTW-cijfers die bepalend zijn voor de EU-afdrachten
(vastgelegd in de dit jaar aangepaste Making Available Regulation; MAR). De nieuwe systematiek verschuift de daadwerkelijke verrekening van nacalculaties
op basis van geverifieerde BNI- en BTW-cijfers naar het voorjaar van het daaropvolgende
jaar in plaats van december van het lopende jaar. De jaarlijkse nacalculatie zal daardoor
niet meer zoals tot nu toe bij Najaarsnota verwerkt worden, maar bij Voorjaarsnota
van het daaropvolgende jaar.
Proces
De budgettaire effecten van inwerkingtreding van het EMB op Europees niveau moeten
via een aanvullende begroting van de EU worden verwerkt. Eerstvolgende stap in dit
proces is de presentatie hiervan door de Europese Commissie, waarna de Raad en het
Europees Parlement deze aanvullende begroting moeten goedkeuren. De goedkeuring vindt
naar verwachting plaats later in 2016. Na deze goedkeuring worden de budgettaire effecten
verwerkt in de afdrachten van de lidstaten, door een zgn. call for funds. De Commissie heeft aangegeven te verwachten dat de verwerking in januari 2017 plaats
zal vinden.
Nederland
Het budgettaire effect voor Nederland van aanname van het EMB is een teruggave van
ca. 2,7 miljard euro. Deze teruggave zal naar verwachting in januari 2017 in de kas
vloeien, waar eerder een teruggave in 2016 werd verwacht. De omvang van deze kasschuif,
in combinatie met de mate waarin het kabinet hierop nog kan sturen, staat op gespannen
voet met het uitgangspunt dat het begrotingsbeleid bestuurlijke rust, eenvoud en duidelijkheid
vooraf moeten bieden. Inpassing van deze kasschuif onder het uitgavenkader zou leiden
tot een grote incidentele krapte in 2016 en een grote incidentele ruimte in 2017.
Dat ondermijnt de plafonerende werking van het uitgavenkader binnen het trendmatig
begrotingsbeleid. Het kabinet heeft daarom besloten om het uitgavenkader te corrigeren
voor het doorschuiven van de terugbetaling. Verwerking van de budgettaire effecten
van inwerkingtreding zal bij Najaarsnota gebeuren.
Voor het feitelijk EMU-saldo wordt deze teruggave toegerekend aan 2016, omdat hiervoor
het moment van aanname van de aanvullende begroting door het Europees Parlement leidend
is. Aangezien deze goedkeuring voorzien wordt voor 2016, betekent dit dat er in dat
geval voor het feitelijk EMU-saldo, het structureel EMU-saldo en de uitgavenregel
niets verandert ten opzichte van de situatie in de Miljoenennota.
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem