Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 38, item 15

15 Staatsdeelnemingen

Aan de orde is het VAO Staatsdeelnemingen (AO d.d. 21/11).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Staatsdeelnemingen. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Financiën. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is de heer Van Aalst van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Het woord is aan hem. Hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Die twee minuten ga ik niet nodig hebben. Ik heb één motie, die erop neerkomt dat we wel klaar zijn met die graaiers die onze staatsdeelnemingen besturen. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bestuurders bij staatsdeelnemingen soms tot wel twee keer de WNT-norm aan salaris binnenharken;

van mening dat dit totaal onacceptabel is;

verzoekt de regering om alle beloningen bij Nederlandse staatsdeelnemingen onder de WNT-norm te laten vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 308 (28165).

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Ronnes van de fractie van het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Het was een nuttig algemeen overleg over de staatsdeelnemingen. Als eerste heb ik een motie over kansspelen, de rol van de Staat als aandeelhouder en het beleid dat in de praktijk wordt gevoerd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kansspelbeleid van de regering onder meer eruit bestaat dat kansspelverslaving moet worden voorkomen en de consument beschermd moet worden;

constaterende dat de Nederlandse Staat voor 100% aandeelhouder is in Holland Casino en voor 99% in de Nederlandse Loterij en dat in de doelstellingen van deze ondernemingen het Nederlandse kansspelbeleid is overgenomen;

overwegende dat reclamecampagnes voor activiteiten van de Nederlandse Loterij gericht op 20'ers en 30'ers haaks staan op het Nederlandse kansspelbeleid;

constaterende dat de minister voor Rechtsbescherming momenteel werkt aan de lagere regelgeving voor de Wet Kansspelen op afstand en daarnaast onderzoek laat uitvoeren naar de toekomst van het loterijstelsel en daaromtrent een kabinetsvisie voorbereidt;

verzoekt de regering in de lagere regelgeving van de Wet Kansspelen op afstand en in haar kabinetsvisie voldoende aandacht te schenken aan kwetsbare groepen, specifiek aan spelers tussen de 18 en 24, in lijn met het Nederlandse kansspelbeleid;

verzoekt de regering voorts als aandeelhouder de doelstellingen van het Nederlands kansspelbeleid expliciet en actief te bespreken met de staatsdeelnemingen en hierover transparant te rapporteren in het Jaarverslag Staatsdeelnemingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 309 (28165).

De heer Van Aalst (PVV):

Toch even een vraag. Het was een heel lange motie met heel veel tekst. Ik heb ook de uitzending van Zondag met Lubach gezien. Wat wil het CDA precies? Dat blijkt eigenlijk niet uit de motie.

De heer Ronnes (CDA):

We zien dat de campagneactiviteiten van onder andere de Nederlandse Loterij erg fors zijn. De doelstelling die wij als Nederlandse Staat hebben bij het in bezit houden van die loterijorganisatie, is dat we zorgdragen voor het tegengaan van gokverslaving. Dat staat haaks op elkaar. Het is niet verkeerd om daar specifiek beleid op te voeren, als je ziet dat de Staatsloterij 40 miljoen aan campagnegeld uitgeeft en 30 miljoen aan prijzengeld.

De voorzitter:

Helder. Nog één korte vraag van de heer Van der Linde.

De heer Van der Linde (VVD):

Die vraagt gaat over de rol van aandeelhouder en de rest van de overheid. De Kansspelautoriteit hoort hierop toe te zien. Hoe ziet u het voor zich dat de aandeelhouder zich hiermee bemoeit? Die bekijkt aan het einde van het jaar het jaarverslag en krijgt een kop koffie, maar dan?

De heer Ronnes (CDA):

Dat is exact de lading van mijn motie, om de relatie tussen de aandeelhouder en de organisaties die loterijen verkopen te bezien. Past dat nog wel bij elkaar? Is het in verhouding met elkaar?

De voorzitter:

Helder. U had nog een motie, begrijp ik?

De heer Ronnes (CDA):

Nee, ik heb nog een vraag, voorzitter.

De voorzitter:

Een vraag. Stel 'm!

De heer Ronnes (CDA):

Ik heb een vraag over het recente nieuws dat LTO Nederland uit het overleg met TenneT is gestapt over de vergoedingen voor het gebruik van boerenland voor de aanleg van kabels en leidingen. Het lijkt ons onwenselijk dat er dergelijke onenigheid ontstaat. Is de minister ermee bekend dat er klachten zijn over TenneT als het gaat over kabels en leidingen? Ik kan me voorstellen dat dit niet zo is, dus hij zou dat wellicht schriftelijk kunnen afdoen. En welke mogelijkheden ziet de minister om ervoor te zorgen dat het overleg tussen LTO Nederland en TenneT weer gladgestreken gaat worden?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Hartstikke goed, dank u wel. Dan de heer Sneller van D66.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. Van mij uit nog drie punten naar aanleiding van het commissiedebat. Ten eerste over het belang dat Schiphol heeft in Hobart, een vliegveld in Australië, dat letterlijk aan de andere kant van de wereld ligt. Ik heb daar nog te veel vragen over om in dit VAO uit te discussiëren, zeker met de ene interruptie die de voorzitter toestaat. Daarom zal ik morgen in de procedurevergadering voorstellen om daar nog een nader overleg over te voeren, zodat we dit beter kunnen uitdiscussiëren. Er lijkt namelijk eerder een waarom-nietcriterium dan een waaromcriterium te zijn gehanteerd.

Ik heb twee moties. Met de eerste wil ik ervoor zorgen dat de Kamer spoediger wordt geïnformeerd over grote investeringen van staatsdeelnemingen in het buitenland. Die motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor investeringen en overnames in het buitenland per staatsdeelneming drempels zijn vastgesteld waarboven de algemene vergadering van aandeelhouders het investeringsbesluit moet nemen;

van mening dat wanneer staatsdeelnemingen boven de goedkeuringsdrempel in het buitenland investeren, de Tweede Kamer hiervan zo snel mogelijk op de hoogte dient te worden gebracht in plaats van pas in het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen;

verzoekt de regering om bij buitenlandse investeringen van staatsdeelnemingen boven de goedkeuringsdrempel de Tweede Kamer in het vervolg zo snel mogelijk na het investeringsbesluit op de hoogte te stellen met inachtneming van het niet kunnen delen van koersgevoelige informatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Sneller. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 310 (28165).

De heer Sneller (D66):

Dan de tweede motie, voorzitter. Die gaat over het begrip "publiek belang". Elke argumentatie bij staatsdeelnemingen valt of staat bij dat begrip, terwijl het tegelijkertijd heel erg vaag is. Ik zou graag willen dat het duidelijker werd. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het streven van het kabinet is om doelstellingen, doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid zo specifiek mogelijk te formuleren;

overwegende dat de Nota Deelnemingenbeleid 2013 is gestoeld op de notie dat aandeelhouderschap door de Staat gerechtvaardigd is als dit toegevoegde waarde biedt bij de borging van publieke belangen die deze bedrijven behartigen;

overwegende dat het begrip "publiek belang" centraal staat in deze afweging, maar als criterium onvoldoende specifiek en meetbaar is (gemaakt);

verzoekt de regering in de aangekondigde Beleidsdoorlichting Deelnemingenbeleid per staatsdeelneming te onderzoeken hoe een zo concreet en controleerbaar mogelijke beschrijving van het daarmee behartigde publiek belang kan worden gegeven;

verzoekt de regering voorts deze resultaten te betrekken bij het opstellen van de volgende Nota Deelnemingenbeleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sneller en Van der Linde. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 311 (28165).

Dank u wel. De heer Alkaya van de SP.

De heer Alkaya (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik zal allereerst mijn moties voorlezen. Eerst een vrij specifieke motie in lijn met de motie die de heer Ronnes al heeft ingediend.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het op de website van de Staatsloterij heel eenvoudig is om duizenden euro's uit te geven;

overwegende dat er bijna 80.000 kansspelverslaafden in Nederland zijn;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat het minder gemakkelijk wordt om in één keer veel geld te besteden via de website van de Staatsloterij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 312 (28165).

De heer Alkaya (SP):

Dan een wat fundamentelere motie in lijn met mijn inbreng in het algemeen overleg.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet dit jaar een aanzienlijk belang heeft genomen in KLM en tegen een besluit van de ACM in de weg heeft vrijgemaakt voor een privaat postmonopolie, maar dat tegelijkertijd energiebedrijf Eneco volledig wordt geprivatiseerd;

van mening dat de overheid een duidelijke visie moet hebben op welke organisaties en welke sectoren aan marktpartijen overgelaten kunnen worden en welke niet;

van mening dat private organisaties die een groot publiek belang dragen, geen concurrenten hebben of vanwege hun belang voor de samenleving sowieso niet failliet mogen gaan, niet volledig aan de markt overgelaten kunnen worden;

verzoekt de regering beleid te ontwikkelen op renationalisatie van organisaties van publiek belang in sectoren waarin de markt overduidelijk faalt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 313 (28165).

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter, tot slot een paar opmerkingen. Wij hebben gezien tot wat voor situaties het leidt als een overheid wel enorm veel ervaring heeft opgedaan met het verpatsen van publieke diensten en het verkopen van organisaties van publiek belang, maar er vervolgens door de minister geïmproviseerd moet worden als er weer een staatsdeelneming aangegaan moet worden. Als er een markt is die overduidelijk faalt en als een publiek belang daarmee in gevaar komt, moet de minister zich in bochten wringen en misschien wel de Kamer verkeerd informeren om weer een staatsdeelneming aan te gaan. Dus ik benadruk hierbij nogmaals het belang dat we ook een proces, een procedure, ontwikkelen voor het aangaan van staatsdeelnemingen, want dat zal in de komende jaren nog hard nodig blijken te zijn.

Het specifieke debat over de koop van aandelen KLM gaan we natuurlijk nog voeren. Daar gaan we morgen in de procedurevergadering verder over spreken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan de heer Van der Linde van de VVD.

De heer Van der Linde (VVD):

Voorzitter. Ik heb geen moties, maar ik zal in dit verslag algemeen overleg doen waarvoor het is bedoeld: verslag doen.

We hebben eerder een discussie gehad over buitenlandse activiteiten van de staatsdeelnemingen. Daarbij kwamen vragen aan de orde als: is het handig dat de NS treinen laat rijden in Engeland? Is het logisch dat Schiphol in New York een terminal beheert? De VVD heeft het daar niet zo moeilijk mee. Als je bewust kiest voor een nv of een bv, gaat een bedrijf zich ook gedragen naar de spelregels van een nv of een bv. En dat betekent: geld verdienen met waar je goed in bent.

Maar bij een vennootschap hoort ook een kritische aandeelhouder, die buitenlandse investeringen toetst op risico's en rendement. Ik heb in dit opzicht vooral aandacht gevraagd voor TenneT, dat qua omzet en investeringen voor pakweg driekwart een Duits bedrijf is, maar met de Staat der Nederlanden als enige aandeelhouder. Zo'n grensoverschrijdend bedrijf heeft meerwaarde, zowel financieel als operationeel, zeker met een energietransitie voor de boeg. Maar de minister kijkt nu aan tegen een investeringsplaatje van 35 miljard met alle risico's van dien. Ik begrijp uit het algemeen overleg dat de minister onze zorg deelt en zint op een betere risicospreiding aan de aandeelhouderskant. Nou, dat heb ik dan bij dezen nog een keer herhaald.

Voorzitter. Het is de VVD niet ontgaan dat er vanmorgen veel publiciteit was over de wijze waarop de minister de deelneming in Air France-KLM is aangegaan. We wachten op dit punt de nadere brief af en zullen morgen in de procedurevergadering bespreken wat behulpzaam is. Dit is immers ook in hogere mate een zaak die de Kamer intern betreft en daar moeten we in alle rust over praten.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Snels van de fractie van GroenLinks.

De heer Snels (GroenLinks):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de haven van Rotterdam een fossiel geënte infrastructuur heeft en een fossiele markt bedient;

overwegende dat het fossiele tijdperk ten einde komt en dat uit vele onderzoeken blijkt dat fossiele activa aanzienlijke risico's lopen om in de transitie naar een duurzame economie afgeschreven te worden;

overwegende dat dit mogelijk grote gevolgen heeft voor de haven vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening, werkgelegenheid en verdienvermogen;

constaterende dat goed inzicht in de aard en omvang van transitierisico's voor de havens op dit moment ontbreekt, maar wel noodzakelijk is voor een houdbare langetermijnvisie;

verzoekt de regering om samen met lokale overheden te onderzoeken wat de aard, omvang en effecten van transitierisico's en -kansen zijn voor de haven van Rotterdam, en met aanbevelingen te komen hoe hierop geanticipeerd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Snels en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 314 (28165).

De heer Nijboer van de Partij van de Arbeid meldt zich ook nog even op de valreep. Het woord is aan hem.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank voor de coulance, voorzitter. Ik zal me de volgende keer weer tijdig inschrijven.

Ik kom zo meteen bij de Najaarsnota terug. De minister kan zich dus alvast voorbereiden op mijn vragen over de informatievoorziening ten aanzien van de KLM.

Over de buitenlandse avonturen zeiden de heer Sneller en de heer Van der Linde al iets. Ik vond de samenvatting van de heer Sneller eigenlijk wel goed: de houding "waarom niet?" moet veranderen in "waarom?". De minister gaat die weg ook wel een beetje op, zo begreep ik tijdens het algemeen overleg. Ik steun dat van harte. De NS is groter in Engeland dan in Nederland. TenneT moet twee derde van de nieuwe investeringen van 35 miljard in Duitsland doen in plaats van in Nederland. Dat heeft echt geen pas, dat overzeese vliegveld nog daargelaten.

Voorzitter, ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Volksbank overweegt een superdividend uit te keren aan de Staat;

overwegende dat de ongewogen kapitaalbuffer van de Volksbank hiermee op 5,3% uitkomt, in de buurt van de zelf geformuleerde doelstelling van 4,75%;

overwegende dat hogere ongewogen leverage ratios juist gewenst zijn voor de duurzame veiligheid van banken;

verzoekt de regering de Volksbank ertoe te bewegen af te zien van het superdividend,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 315 (28165).

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel.

De voorzitter:

De heer Nijboer was de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Kan de minister nu reeds de moties becommentariëren? Ik hoor een ja. Het woord is aan de minister.

Minister Hoekstra:

Voorzitter, dank u wel. We zijn hier vanavond natuurlijk voor het VAO Staatsdeelnemingen, maar als u het mij toestaat, wil ik toch graag iets zeggen over wat er eerder vandaag is gebeurd, omdat dit het eerste moment is dat ik weer in de Kamer ben na het aftreden van de staatssecretaris.

De staatssecretaris heeft hier vanmiddag zelf zijn aftreden bekendgemaakt. Dat maakt het voor het ministerie van Financiën, voor het kabinet en voor mij persoonlijk tot een droevige dag, want wij verliezen een buitengewoon kundige en betrokken collega, die zich in de afgelopen periode met een enorme gedrevenheid heeft ingezet om de fouten weg te nemen die zijn gemaakt met de kinderopvangtoeslagen, en om de ten onrechte tot fraudeur bestempelde ouders nieuw perspectief te bieden. Tegelijkertijd respecteer ik zijn keuze om politieke verantwoordelijkheid te nemen op dit dossier waar te veel fout is gegaan, juist omdat wij met elkaar willen dat uitvoeringsorganisaties als Toeslagen het gezicht zijn van de overheid en dat de menselijke maat daar wordt gehanteerd. Ik wil hier ook nog graag zeggen wat de staatssecretaris eerder heeft gezegd: de afdeling Toeslagen, de Belastingdienst en het ministerie zullen alles op alles zetten om geen enkele vertraging te laten ontstaan voor de betrokken ouders, in het bijzonder ten aanzien van de uitkeringen die we nog voor de kerst willen doen. Voorzitter, het leek mij goed om dat met de Kamer te delen.

Voorzitter. Dat brengt me bij de moties en de vragen zoals die langs zijn gekomen in het VAO. Ik begin kort met de vragen. De heer Ronnes vroeg naar TenneT en de klachten van LTO. Heel eerlijk gezegd is dat niet een onderwerp voor de aandeelhouder. We hebben het in het AO gehad over de scheiding tussen de beleidsdepartementen en de aandeelhouder. Ik ben bij TenneT nagegaan hoe het zit. Ik heb begrepen dat er eerder een bestuursovereenkomst was tussen TenneT en LTO, dat er afspraken zijn gemaakt, dat er nu toch een ongelukkige situatie is ontstaan en dat afgelopen vrijdag tussen TenneT en LTO, in het bijzijn van EZK, een constructief gesprek heeft plaatsgevonden. Er is een vervolgafspraak gepland en ik wil dat proces even z'n weg laten vervolgen. Ik doe het op deze manier, want dat scheelt de minister van EZK weer een brief.

Dan wil ik markeren dat ik het eens ben met veel van wat de heer Van der Linde heeft gezegd, en overigens ook — dan sluiten we aan bij het AO — met wat de heren Sneller en Nijboer hebben gezegd ten aanzien van wat voor criteria we te gelde hebben en hoe voorzichtig of ondernemend je zou moeten zijn. Daar is best veel over te zeggen. Het is ook best moeilijk om dat allemaal in hele strakke criteria te hanteren. Ik heb tijdens het AO gezegd dat je vanzelfsprekend kijkt of het huis op orde is, dat je vanzelfsprekend kijkt naar het risico en de potentiële opbrengst van een deelneming in het buitenland, dat je vanzelfsprekend ook kijkt of er sprake is van een leereffect en dat je kijkt of er sprake is van synergie. Dat is best een ingewikkelde puzzel. Het antwoord is per staatsdeelneming vanzelfsprekend anders. Maar ik zou echt willen markeren dat mijn gedachte bepaald niet is: waarom niet en laten we eens leuk wat aanhobbyen.

Dat brengt mij bij de moties, overigens niet dan nadat ik gezegd heb dat ik het met de heer Alkaya eens ben. Ik heb eerder gezegd dat ik denk dat Kamer en kabinet zeer geholpen zijn bij het afronden van het proces ten aanzien van het type aankopen dat eerder is gebeurd bij de banken en bij de aandelen Air France-KLM, omdat zo'n protocol helpt bij het scheppen van helderheid. Ik zou dat zeer willen onderstrepen. Ik zal er later meer over zeggen, want ik begrijp dat er nog een debat over komt. Dat was ook de reden om specifiek de Raad van State om advisering te vragen. Je hebt een heleboel dilemma's tegelijk op je bord en dan moet je zo verstandig en zo goed mogelijk alles afwegend handelen.

Ik heb aan het eind niet alles kunnen meeschrijven, dus ik kijk nog even naar de bak. Ik begin met wat ik hier heb liggen en met wat ik zelf heb meegeschreven. De eerste motie was van de heer Ronnes. Nee, excuus, dat was de motie van de heer Van Aalst op stuk nr. 308 over de beloningen.

De voorzitter:

Ja, megasalarissen.

Minister Hoekstra:

Over de megasalarissen, zoals hij het noemt. Het zal hem niet verbazen dat ik die motie moet ontraden. Wij hebben specifiek gekozen voor staatsdeelnemingen, nv's zou de heer Van der Linde zeggen, die weliswaar onderdeel uitmaken van maar ook op afstand staan van de overheid. Er is zeer bewust voor gekozen om die niet ook onder de WNT te brengen, zoals er meer instituten zijn die weliswaar bij de overheid horen, maar die niet onder de WNT zijn gebracht. Ik vind dat een verdedigbare keuze, eens te meer omdat ook daar wel degelijk heel goed gekeken wordt hoe je verstandig omgaat met belastinggeld en omdat de salarissen daar van een heel andere orde zijn dan in de rest van het bedrijfsleven.

De voorzitter:

En wat betekent dat voor de motie?

Minister Hoekstra:

Die ontraad ik, maar ik dacht dat ik dat al gezegd had.

De voorzitter:

Eén vraag per motie. De heer Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):

Heel kort. Ik vind het toch opzienbarend dat wij van bedrijven waar wij Nederlands belastinggeld in stoppen gewoon accepteren dat er tonnen, €500.000 of €600.000, uitgekeerd worden aan salarissen. De opmerking van de minister dat het bij commerciële bedrijven nog veel hoger is, vind ik echt een non-argument. Ik begrijp het niet. Ik zou van deze minister verwachten dat hij zich zou inzetten om aan de WNT-norm te voldoen. Dat is meer dan genoeg geld. Ophouden met dat gegraai!

Minister Hoekstra:

Ik neem tot mij dat ik de verwachtingen op dit punt kennelijk niet waarmaak, maar ik vind het wel verdedigbaar.

Dat brengt me bij de motie van de heer Ronnes op stuk nr. 309 over het kansspelbeleid. Het is een lange motie met als doel om te rapporteren over een aantal zaken en om die te bespreken. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

Dan ben ik bij de eerste motie van de heer Sneller, de motie op stuk nr. 310. Het is best spannend wat de heer Sneller hier doet, als ik het zo mag formuleren. Als we dit zouden doen zoals de tekst nu luidt, kom ik in een heel ingewikkelde relatie ten opzichte van de staatsdeelnemingen. Dan ga ik me er op een heel andere manier mee bemoeien. Ik voel wel veel — daarom wilde ik dat net markeren — voor de gedachte die de heer Sneller opperde, namelijk: zouden we niet beter moeten articuleren per staatsdeelneming wat wel en wat niet kan? Maar dat zit in zijn tweede motie verstopt. Ik ben ook graag bereid om per staatsdeelneming met de Kamer de discussie daarover aan te gaan en te kijken wat passend is. Maar om dit zo expliciet te gaan melden, wat als consequentie heeft dat we ons daar veel nadrukkelijker mee gaan bemoeien ... Dan zouden we echt ten aanzien van de staatsdeelnemingen een fundamenteel andere keuze moeten maken. Dat zou ik niet willen, al helemaal niet in een fase voor een beleidsdoorlichting.

De voorzitter:

Eén vraag.

De heer Sneller (D66):

Deze motie ziet alleen maar op investeringen boven de goedkeuringsdrempel, waar deze minister als aandeelhouder toch al bij betrokken is. Dan kan het zo zijn dat de Kamer pas twaalf maanden daarna, soms zestien maanden, zou horen dat dat besluit überhaupt genomen is. Kan dat niet zo kort mogelijk nadat de minister op die aandeelhoudersvergadering heeft ingestemd met dat besluit?

Minister Hoekstra:

Er zit natuurlijk best veel sympathieks in. Ik ga zo meteen nog iets zeggen waarmee ik de heer Sneller hopelijk wel tegemoet kan komen. De principiële keuze bij die staatsdeelnemingen is toch geweest dat we hier in de politieke arena, ik iets meer, maar ook maar beperkt, zelf het stuur in handen hebben, dat we kaders afspreken en dat we accepteren dat de minister van Financiën gaat over de strategie, het beloningsbeleid en nog een aantal dingen. Er is ook een vakinhoudelijk verantwoordelijke minister. Maar we bemoeien ons er op een andere manier mee dan met onze eigen ministeries en veel andere dingen. Ik denk dat dat een verstandige keuze is. Wat ik wel met de heer Sneller zou willen afspreken, als ik hem daarin tegemoet kan komen, is dat we dit specifieke onderwerp ook onderdeel maken van het onderzoek dat we gaan doen en dat hij de motie aanhoudt.

De voorzitter:

Daar gaat hij alleen maar over nadenken, hoor ik, dus ik wil wel een oordeel van u hebben.

Minister Hoekstra:

In de huidige vorm, met de context die ik gegeven heb, moet ik haar echt ontraden. Ik vind haar ook eerlijk gezegd niet tijdig, gegeven wat we gaan doen. Ik hoop dat ik voldoende positief pruttelende geluiden heb gemaakt om de heer Sneller ervan te overtuigen dat hij de motie misschien kan aanhouden.

Ik begaf me daarbij al in de richting van de motie op stuk nr. 311. Daar ben ik het graag mee eens en kan ik oordeel Kamer geven. Ik denk dat dat echt behulpzaam is.

Dan ben ik bij de motie-Alkaya op stuk nr. 312. Ik heb natuurlijk ook dat televisieprogramma gezien. Het is prettig als niet iedereen vervolgens die bijnamen die daarin voor mij genoemd zijn gaat gebruiken. Los daarvan vind ik het wel ingewikkeld om iets waarover we al in gesprek zijn met de Staatsloterij nu op deze manier via een motie af te dwingen. Ik wil de heer Alkaya wel zeggen dat ik in gesprek ga over de bredere problematiek die in dat programma naar voren kwam. Dat vind ik namelijk zeer legitiem. Dat sluit overigens ook aan bij de motie van de heer Ronnes. Ik denk dat iedereen potentieel zorgen heeft over wat er nou gebeurt met mensen die verslavingsgevoelig zijn. Volgens mij zit daar ook het springende punt van de heer Alkaya. Misschien zou hij de motie willen aanhouden als ik toezeg dat ik in gesprek ga.

De heer Alkaya (SP):

Als we dan ook tijdig geïnformeerd worden over de resultaten van het gesprek, dan wil ik de motie best aanhouden, in ieder geval tot die tijd.

Minister Hoekstra:

Heel graag. Ik zal in gesprek gaan. Je zou namelijk ook moeten weten of dit nou specifiek iets is waar diegenen die verslavingsgevoelig zijn voor opteren of dat dat niet zo is. Ik begrijp de heer Alkaya zo dat hij de motie wil aanhouden.

De voorzitter:

Ja.

Op verzoek van de heer Alkaya stel ik voor zijn motie (28165, nr. 312) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De motie op stuk nr. 313.

Minister Hoekstra:

Dan de motie op stuk nr. 313 van de heer Alkaya. Ik denk dat de heer Alkaya heel scherp ziet dat de opvattingen aan het verschuiven zijn ten aanzien van de vraag wat nou publiek en wat privaat zou moeten zijn. Overigens heeft dat een heel lange historie. Dat heb ik al eens vaker gezegd. In het verleden is in dit land iets wat we nu bij uitstek als publiek beschouwen, namelijk het leger, privaat geweest. Het grootste bedrijf dat Nederland toen had was vooral publiek en niet privaat. Veel dingen waren toen precies andersom, dus de tijdgeest speelt daarbij een belangrijke rol. Ik ben het eens met de heer Alkaya dat het publieke belang zorgvuldig moet worden gewogen, maar nu beleid ontwikkelen op het gebied van renationalisatie gaat in de vormgeving en in de taal voor dit kabinet echt te ver. Die motie moet ik dus ontraden.

Dan ben ik toe aan de motie van de heer Snels over de haven van Rotterdam. De haven is nu nog fossiel. De transitie heeft natuurlijk grote implicaties. Zoals de motie geformuleerd wordt, denk ik dat ik haar oordeel Kamer kan geven, als ik de motie tenminste zo mag interpreteren dat ik hierop terugkom middels de toegezegde terugkoppeling over de strategie en dat de minister van IenW hierop terugkomt in de havennota. Want in die nota zal ook hierop worden ingegaan.

De voorzitter:

De heer Snels knikt, dus dat is bij dezen beaamd. De motie op stuk nr. 314 krijgt oordeel Kamer.

Minister Hoekstra:

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 315 vraagt de heer Nijboer de Volksbank te bewegen af te zien van superdividend. Ik heb hier al wat over laten weten in de veegbrief die naar ik meen afgelopen maandag bij de Kamer is beland. Ik ga niet over het gevraagde. Ik begrijp de context wel en ik begrijp ook waar de heer Nijboer aandacht voor vraagt. Het werkt zo dat als de raad van bestuur een voorstel doet, de rvc ernaar kijkt en de ECB erbij betrokken is, evenals, vermoed ik, NLFI. Maar ik vind niet dat ik erin moet treden. Dat zou ik niet zuiver vinden. Ik moet deze laatste motie dus ontraden, hoewel ik een deel van de redenering sympathiek vind.

De voorzitter:

Heel goed. Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Morgen stemmen wij over deze moties.