21 Ontwerp Novi

Aan de orde is het VAO Ontwerp Novi (AO d.d. 07/11).

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het laatste debat op deze 5 december, over het verslag van het algemeen overleg Ontwerp NOVI. Als eerste spreker van de zijde van de Kamer is het woord aan de heer Smeulders namens GroenLinks. Ik heet de minister voor Milieu en Wonen, en ruimtelijke ordening en nucleaire veiligheid, en nog veel meer, weer van harte welkom.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. We gaan het niet hebben over nucleaire veiligheid, maar wel over de ruimtelijke inrichting van dit land. We hebben een aantal weken geleden een algemeen overleg gehad over de Nationale Omgevingsvisie, NOVI. Eigenlijk was de Kamer het van links tot rechts erover eens dat de NOVI zoals die er nu ligt, echt te vaag is en dat het Rijk duidelijk keuzes moet maken. Daar gaat mijn eerste motie dan ook over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) voornamelijk een opsomming is van huidig beleid;

overwegende dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten de ontwerp-NOVI betitelt als te vaag en niet af en toe de behoefte wordt gevoeld aan een regierol van de rijksoverheid en duidelijke kaders voor ruimtelijke ontwikkeling;

verzoekt de regering om in de definitieve NOVI meer regie te nemen op nationale belangen en scherpere keuzes te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders, Van Gerven en Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (34682).

De heer Smeulders (GroenLinks):

Voorzitter. Mijn tweede punt gaat over natuur. We hebben vanochtend in de krant kunnen lezen dat het ongelofelijk slecht gaat met de natuur in Nederland. Hoe komt dat? Doordat ons natuurbeleid op dit moment tekortschiet. Helaas heeft staatssecretaris Bleker een aantal kabinetten geleden heel veel maatregelen genomen die echt funest uitpakken voor onze natuur, onder meer het schrappen van de verbindingszones. Als je dan een Nationale Omgevingsvisie maakt waarin je een aantal jaren vooruitkijkt, dan moeten die nationale, robuuste verbindingszones daar echt een plek in hebben. Vandaar mijn tweede motie op dat punt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende de stikstofuitspraak van de Raad van State duidelijk maakt dat de Nederlandse natuur er slecht aan toe is;

overwegende dat de ontwerp-NOVI nog uitgaat van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en alleen het huidige natuurbeleid wordt opgesomd;

overwegende dat de natuur in Nederland versterkt moet worden zodat onze natuurgebieden weer tegen een stootje kunnen en economische activiteiten ook in de toekomst mogelijk blijven;

verzoekt de regering om in de definitieve NOVI in te zetten op extra natuurontwikkeling, zoals op de eerder geschrapte robuuste verbindingszones,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders en Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (34682).

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben vooral heel erg benieuwd naar het oordeel van de minister over de tweede motie, omdat ik weet dat zij zich hiervoor als Kamerlid heel erg hard heeft gemaakt.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is de volgende spreker van de zijde van de Kamer de heer Ronnes namens het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat we een heel inhoudelijk debat hebben gehad tijdens het AO Nationale Omgevingsvisie. Er was toch wel veel kritiek op het voorliggende stuk. De minister heeft ook aangegeven dat zij fors aan de slag wil om te kijken wat er nog van die punten gerealiseerd kan worden in de definitieve versie. Wat het CDA belangrijk vindt, zijn de procedure die verder wordt gevolgd en de positie die de Kamer daarin heeft. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nationale Omgevingsvisie haar grondslag heeft in de nieuwe Omgevingswet;

constaterende dat in de Omgevingswet geen bepalingen zijn opgenomen over de rol van de Tweede Kamer bij de vaststelling van de langetermijnvisie voor het ruimtelijk beleid en er geen wettelijke rol is weggelegd voor de Kamer bij de vaststelling van de (ontwerp) Nationale Omgevingsvisie;

verzoekt de regering:

  • -bij de vaststelling van de Nationale Omgevingsvisie de positie van de Kamer zodanig vorm te geven dat het proces vergelijkbaar is met het regime onder de huidige Wet op de Ruimtelijke Ordening en

  • -de definitieve NOVI dit voorjaar voor vaststelling aan de Kamer voor te leggen, zodat er mogelijkheden zijn om in die fase nog aanpassingen voor te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (34682).

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. Zoals bekend was woningbouw toch wel een topprioriteit. Daarover is in de Kamer ook een motie aangenomen. Wij vinden dat er nog te weinig verankerd is in de NOVI die nu voorligt. We komen daar ongetwijfeld nog op terug bij de latere behandeling, maar toch willen we dit vast meegeven aan de minister om daar in ieder geval werk van te maken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland voor een aantal grote opgaven staat, waaronder het bouwen van voldoende woningen, de klimaatadaptatie, de energietransitie, de verdere verduurzaming van de landbouw, het borgen van de bereikbaarheid en het versterken van de groenblauwe structuren binnen en buiten de steden;

overwegende dat het zaak is om voor deze grote ruimtelijk-fysieke opgaven op regionaal niveau niet-verkokerde, functioneel-ruimtelijke programma's op te stellen, waarin publieke en private investeringen in samenhang worden bezien;

constaterende dat de Kamer eerder met overgrote meerderheid heeft ingestemd met de motie-Buma omtrent de woningbouwopgave (35000 nr.13);

verzoekt de regering om gemeenten en provincies te stimuleren om met relevante maatschappelijke partners waaronder investeerders op regionale schaal te komen tot beleidsagenda's die zijn gekoppeld aan een ruimtelijk perspectief en aldus uitvoering te geven aan de bestaande ambities en de bouw van woningen daarmee een impuls te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Regterschot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37 (34682).

De heer Ronnes (CDA):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Van Gerven namens de Socialistische Partij.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Een drietal moties om de nieuwe Omgevingsvisie te verbeteren.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de invoering van de Omgevingswet gevolgen heeft voor iedereen in onze samenleving;

constaterende dat voor veel mensen de afstand tot de beleidsvorming rond de Omgevingswet groot is;

overwegende dat positieve en negatieve gevolgen van het omgevingsbeleid op een rechtvaardige manier dienen te worden verdeeld over de inwoners van ons land;

roept de minister op ervoor te zorgen dat de Nationale Omgevingsvisie voldoet aan de volgende 4 d's:

  • -democratisch, waarbij het recht van de zwakste goed is geborgd;

  • -duidelijk, zodat iedereen de visie kan begrijpen;

  • -duurzaam, zodat onze kleinkinderen later zeggen "dat hebben onze opa's en oma's goed gedaan";

  • -draagvlak, met als belangrijk element een rechtvaardige verdeling van de lusten en de lasten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (34682).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de NOVI gezondheid slechts beperkt aan de orde komt;

overwegende dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de effecten op de gezondheid van mensen als een belangrijke en doorslaggevende voorwaarde dient te worden meegenomen;

roept de minister op ervoor te zorgen dat volksgezondheid in de NOVI een meer prominente plek krijgt, zodat bij ruimtelijke ontwikkelingen de gevolgen voor de volksgezondheid te allen tijde dienen te worden onderzocht en een doorslaggevend criterium worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39 (34682).

De heer Van Gerven (SP):

Dan de laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de omgeving de lusten en lasten niet altijd eerlijk worden verdeeld;

van mening dat het wenselijk is dat bij energieprojecten omwonenden substantieel meeprofiteren van positieve resultaten;

roept de minister op ervoor te zorgen dat in de NOVI wordt opgenomen dat de winsten bij zonne- en windparken voor ten minste 50% ten goede komen aan de (leef)gemeenschap die van deze ruimtelijke ontwikkeling ook in meer of mindere mate, de negatieve gevolgen ervaart,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40 (34682).

De heer Van Gerven (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Eijs namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Het was een uitgebreid debat over de Nationale Omgevingsvisie, die wat D66 betreft voor "een visie" nog een beetje wazig is. We hebben als Kamer denk ik breed uitgesproken dat we graag een wat scherper beeld willen hebben, waardoor we ook wat meer geïnspireerd worden voor hoe Nederland er in de toekomst uit zou kunnen zien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de NOVI staat dat verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, ongewenst is en wordt tegengegaan;

constaterende dat er een rapport ligt van het College van Rijksadviseurs, inclusief de verkenning van wettelijke instrumenten, over hoe de ontwikkeling van dit zogenoemde (X)XL-vastgoed kan worden geordend;

overwegende dat ongecontroleerde groei van dit (X)XL- vastgoed leidt tot verrommeling, versnippering en aantasting van het Nederlandse landschap;

verzoekt de regering om analoog aan de zonneladder in de NOVI op te nemen dat (X)XL-vastgoed eerst wordt gebouwd op bestaande bedrijventerreinen, vervolgens binnen zorgvuldig gekozen distributiecentraclusters en als laatste op andere nieuwe buitenstedelijke distributiecentralocaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs, Regterschot en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (34682).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dan mijn laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de hoofddoelstelling van het Waddengebied niet in de NOVI is opgenomen;

overwegende dat het Waddengebied een uniek deel van ons Nederlandse landschap betreft dat beschermd dient te worden;

verzoekt de regering om de hoofddoelstelling van het Waddengebied, te weten de duurzame bescherming en ontwikkeling als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap van de Waddenzee, in de NOVI op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (34682).

Dank u wel. De volgende spreker is mevrouw Regterschot namens de VVD.

Mevrouw Regterschot (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Nu er tijdens het algemeen overleg door de minister is aangegeven dat de uitvoeringsagenda uitgebreid met de Kamer besproken gaat worden, heeft de VVD-fractie vandaag maar één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat reeds vorig jaar de motie-Weverling c.s. (35000-XIV, nr. 25) aangenomen is, waarbij aangegeven werd dat stedelijk groen zorgt voor zuurstof, verkoeling, waterbuffering, stimulering van de biodiversiteit en bovendien voor het welzijn van mensen;

overwegende dat reeds vorig jaar tevens de motie-Weverling c.s. (35000-XIV, nr. 27) is aangenomen om de Floriade 2022 in Almere maximaal te benutten met innovatieprojecten, zowel als showcase en als proeftuin voor de innovatieagenda's van de verschillende betrokken departementen en deze te combineren met het onderwerp stedelijk groen in de NOVI;

constaterende dat beide moties tot op heden onvoldoende uitwerking hebben gehad;

verzoekt de regering nadrukkelijk de uitwerking van beide, reeds aangenomen moties een plek te geven in de uitvoeringsagenda van de NOVI en daarover afspraken te maken met lagere overheden en andere maatschappelijke partijen waarnaast tevens een instrumenteel kader wordt neergelegd ten aanzien van de uitwerking, zodat stedelijk groen wordt opgenomen in omgevingsplannen op gemeentelijk en provinciaal niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Regterschot en Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (34682).

Dank voor uw inbreng. Nu is het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat binnen de ontwerp-NOVI de nadruk sterk ligt op het verstedelijkingsvraagstuk en daarbinnen weer veel op de Randstad en de woondealregio's en gemeenten;

overwegende dat het voor de Nationale Omgevingsvisie van belang is ook aandacht te hebben voor verstedelijkingsvraagstukken in andere stedelijke regio's die ook met een woningnoodvraagstuk te maken hebben, deels als gevolg van een overloop uit de Randstad;

overwegende dat dergelijke stedelijke gebieden, zoals Zwolle, Deventer, Arnhem, Nijmegen, Breda en Tilburg, een belangrijke functie vervullen in de borging van ruimtelijke verbondenheid en samenhang, niet in de laatste plaats vanwege hun centrumfunctie in de regio;

verzoekt de regering in de verdere uitwerking van de ontwerp-NOVI en in de aanwijzing van NOVI-gebieden nadrukkelijk rekening te houden met de rol die stedelijke gebieden buiten de Randstad kunnen vervullen bij de aanpak van het verstedelijkingsvraagstuk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Ronnes, Van Eijs en Regterschot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44 (34682).

Dank u wel. Tot slot van de zijde van de Kamer is het woord aan de heer Moorlag namens de Partij van de Arbeid.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. We staan voor immense opgaven in het landelijk gebied. We moeten voor een deel gaan herbebossen, we hebben de veenweideproblematiek. Tijdens het algemeen overleg heb ik al gesteld dat we daar wel een geschikt instrumentarium voor moeten hebben, een instrumentarium dat misschien wat minder vaak wordt gebruikt, maar wel weer uit de kast moet worden gehaald. Dan denk ik met name aan landinrichting en een robuuste grondbank om de grondmobiliteit op gang te brengen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de inpassing en herschikking van functies in het landelijk gebied, als gevolg van onder meer de klimaatopgave en de transformatie naar kringlooplandbouw, de inzet van een goed instrumentarium vergen;

verzoekt de regering in de volgende versie van de NOVI duidelijk in beeld te brengen hoe instrumenten als grondbank(en) en landinrichting hiervoor ingezet kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (34682).

De heer Moorlag (PvdA):

Dan de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onder meer de klimaatopgave het noodzakelijk maakt dat veel ruimte wordt gecreëerd voor alternatieve vervoerssystemen, zoals snelle treinverbindingen, uitbreiding van bos- en natuurareaal, het zeker stellen van de zoetwatervoorziening en de inpassing van grootschalige energie-infrastructuur;

verzoekt de regering in de NOVI duidelijke keuzes te maken en de benodigde ruimtelijke reserveringen op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 46 (34682).

De heer Moorlag (PvdA):

Bij die laatste motie wil ik nog stipuleren dat die ruimtelijke reservering echt moet worden gemaakt. Als we echt een alternatief willen hebben voor vliegverkeer, moeten we gaan investeren in hogesnelheidsverbindingen. De heer Schonis en de heer Amhaouch hebben bij een debat over Verkeer en Waterstaat, of Infrastructuur en Waterstaat, ook een motie ingediend waarin dat wordt onderstreept. Zij roepen ook op tot innovatie. We weten wat de doorlooptijd is voor het aanleggen van een snelle treinverbinding; met vergunningverlening, voorbereiding en ruimtelijke reservering is tien tot vijftien jaar gemoeid. Er moet nu dus echt werk van worden gemaakt.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

U ook bedankt. Daarmee zijn we aan het einde van de termijn van de zijde van de Kamer.

De vergadering wordt van 17.11 uur tot 17.15 uur geschorst.

De voorzitter:

We gaan door met het VAO ontwerp-NOVI. Het woord is aan de minister voor Milieu en Wonen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dank u wel, voorzitter. Ik ga snel door de moties heen.

De motie op stuk nr. 34 van de heer Smeulders verzoekt de regering om keuzes te maken. Scherpere keuzes zijn nodig. Dat was, denk ik, het signaal in het AO. In de februaribrief zal ik dat concreter maken. Maar ik zie de motie dus eigenlijk als een ondersteuning en laat het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 35. Ik heb tijdens het algemeen overleg ook gezegd dat we natuurlijk het hele antwoord van het kabinet op de uitspraak van de Raad van State en de PAS zullen moeten verwerken. Ik ga er nog niet op vooruitlopen hoe we dat doen, dus ik verzoek de heer Smeulders om de motie aan te houden. Anders zou ik de motie op dit moment moeten ontraden, omdat die vooruitloopt op een keuze die we nog moeten maken. Maar dat we er wat mee moeten — even heel simpel gezegd — dat hebben we ook gewisseld en dat lijkt me logisch.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Voorzitter. Laat ik constructief zijn en de motie aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Smeulders stel ik voor zijn motie (34682, nr. 35) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie op stuk nr. 36 van de heer Ronnes verzoekt de regering om de Kamer een positie te geven bij het vaststellen van de definitieve NOVI. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 37 verzoekt de regering om gemeenten en provincies te stimuleren om met relevante maatschappelijke partners waaronder investeerders op regionale schaal te komen tot beleidsagenda's om de ambitie van "bouwen, bouwen, bouwen", van het bouwen van zo veel mogelijk woningen, te realiseren en een impuls te geven. Oordeel Kamer.

In de motie op stuk nr. 38 van de heer Van Gerven wordt gezegd dat de NOVI democratisch, duidelijk en duurzaam moet zijn en dat de NOVI een draagvlak moet hebben. Ik deel absoluut zijn uitgangspunten. Die passen in onze aanpak. Dus oordeel Kamer. Het zal straks ook aan het oordeel van de Kamer zijn of de definitieve NOVI daaraan voldoet. Maar de motie op stuk nr. 38 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 39 moet ik ontraden, omdat de heer Van Gerven zegt dat één criterium doorslaggevend moet zijn. Er zijn meerdere nationale belangen, maar het zit zeker prominent in de NOVI. Maar de motie op stuk nr. 39 moet ik op deze manier ontraden.

De motie op stuk nr. 40 moet ik ook ontraden. Hierover zijn afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord. Laten we dan niet bij een VAO NOVI weer veranderen. Dus de motie op stuk nr. 40 wordt ontraden.

De motie op stuk nr. 41 verzoekt de regering om de systematiek van de zonneladder te benutten voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen en distributieclusters. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.

De voorzitter:

De heer Van Gerven heeft nog een vraag over een van zijn moties, denk ik.

De heer Van Gerven (SP):

Het gaat om twee moties, om de motie op stuk nr. 39 en de motie op stuk nr. 40. Allereerst die volksgezondheidmotie. Wat mij opviel is dat dat criterium wel werd genoemd, maar is het niet een ondergeschoven kind? Is het dan toch ten minste gelijkwaardig ten opzichte van andere criteria?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Soms helpt het dat je nog een oude pet op hebt, soms word je nog weleens geconfronteerd met de inzet op bepaalde terreinen. Dat gebeurde net ook bij de heer Smeulders. Waar je nog steeds van overtuigd kunt zijn, zeg ik even tussen de regels door. Maar ik heb nu een andere verantwoordelijkheid. Het nationale belang van gezondheid is ook heel nadrukkelijk aan de orde geweest in discussies over de Omgevingswet en de NOVI. Daarom is het uiteindelijk, ook na veel inzet van een aantal partijen, echt benoemd als een nationaal belang. Ik weet dat ook de SP zich tot dat kamp schaarde. Daarmee staat het echt heel nadrukkelijk op de agenda. Het komt in alle prioriteiten naar voren. Het is echt als nationaal belang erkend. En terecht, zeg ik erbij.

De voorzitter:

Afrondend.

De heer Van Gerven (SP):

Dan nog iets over mijn laatste motie, de motie op stuk nr. 40 over de 50% van de winst van zonne- en windparken die ten goede zou moeten komen aan de leefgemeenschap. Ik heb begrepen dat dit eigenlijk in lijn is met wat de Omgevingsvisie behelst. De SP zou het graag als een hard criterium willen inbrengen. Als je kijkt naar de ontwikkelingen, dan wordt die 50% heel vaak niet gehaald, terwijl dat wel de bedoeling is. Dus vandaar dat we graag die aanscherping zouden willen. Vindt de minister dat ook niet?

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Dit is echt een debat dat is gevoerd. Hierover zijn afspraken gemaakt bij het Klimaatakkoord, dus daarin ga ik nu niet in één keer een andere lijn volgen.

De voorzitter:

De minister vervolgt haar betoog ... Mevrouw Dik-Faber heeft toch nog een vraag.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik wil toch een opmerking maken over deze motie, want deze motie heeft het over "profiteren" door de lokale gemeenschap. Dat is iets anders dan wat in het Klimaatakkoord staat. Daar gaat het namelijk over 50% eigenaarschap van de lokale gemeenschap. Dat zou je een vorm van profiteren kunnen noemen, maar dat is niet zo. Met de tegenstelling in deze motie lijkt het net alsof je niet zou willen dat de lokale gemeenschap profiteert. Dat willen we wel, maar zoals het in het Klimaatakkoord staat, is het iets anders dan wat er in deze motie is opgeschreven. Dat zou ik ook heel graag aan de minister willen meegeven, als een soort ondersteuning van haar betoog.

De voorzitter:

Goed. Maar het oordeel is gegeven en we gaan niet de discussie over het Klimaatakkoord nu hier voeren.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Nee, maar ik kan onderschrijven wat mevrouw Dik-Faber zegt, namelijk dat er een vormreden kan zijn om tegen deze motie te stemmen, in plaats van dat je op de inhoud zou vinden dat de participatie — want daar hebben het in de breedte natuurlijk over — niet belangrijk is. Ik denk dat het goed is om dat even ook hier in de context van dit debat te benadrukken.

De motie-Van Eijs c.s. op stuk nr. 41 had ik al oordeel Kamer gegeven.

Dan kom ik op de motie-Van Eijs/De Groot op stuk nr. 42 over de hoofddoelstelling van het Waddengebied. Ik zou de indieners willen verzoeken om de motie aan te houden, omdat er met partijen nog over de Waddenzee wordt gesproken. Ik wil hierop ingaan in de brief die ik voor februari heb aangekondigd.

De voorzitter:

Er wordt ja geknikt.

Op verzoek van mevrouw Van Eijs stel ik voor haar motie (34682, nr. 42) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

De motie-Regterschot/Van Eijs op stuk nr. 43 vraagt eigenlijk om met een aantal dingen rekening te houden en reeds aangenomen moties een plek te geven in de uitvoeringsagenda van de NOVI, zoals meer groen in de stad. Dat is essentieel voor de leefbaarheid. Verder gaat het om klimaatadaptatie en milieukwaliteit. Ik laat het oordeel over deze motie graag over aan de Kamer.

In de motie op stuk nr. 44 over verstedelijking in heel Nederland vraagt mevrouw Dik-Faber er aandacht voor dat we op heel veel verschillende plekken met dit vraagstuk te maken hebben. Bij de aanwijzing van de NOVI-gebieden moeten we nadrukkelijk rekening houden met de rol van stedelijke gebieden buiten de Randstad. Daar ben ik het helemaal mee eens en daarom laat ik het oordeel over de motie graag over aan de Kamer. Het komt overigens ook terug in de woondeals die we hebben gesloten. Dat zie je niet alleen in de Randstad, maar op allerlei plekken, omdat de vraagstukken heel nadrukkelijk op allerlei plekken leven.

Dan de motie-Moorlag/Smeulders op stuk nr. 45 over de grondbank. Daar hebben we het in het algemeen overleg inderdaad even over gehad. Ik kan in dat opzicht nog geen definitieve keuze maken, want we moeten het eerst onderzoeken. Maar zo interpreteer ik eigenlijk de motie van de heer Moorlag ook: breng nou eens in kaart welke rol zo'n instrument zou kunnen spelen. Ik zie de heer Moorlag knikken. Als ik de motie zo mag interpreteren, laat ik het oordeel graag aan de Kamer over.

De laatste motie is de motie-Moorlag/Smeulders op stuk nr. 46, over het opnemen van een reservering. Ik heb in het algemeen overleg aangegeven dat het toekomstbeeld ov moet invloeien in de NOVI. We zullen ook nog eens kijken of we dat concreter kunnen maken. Ook dat was een vraag. Deze motie, die nu concreet vraagt om een reservering, gaat te ver en die moet ik op dit moment ontraden. Maar we gaan natuurlijk heel goed kijken naar de vraag die gesteld is.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik zou dan wel graag een toezegging van de minister willen hebben over het dilemma dat ik zo-even heb geformuleerd ter toelichting op de motie, namelijk dat de doorlooptijden van de hogesnelheidsverbindingen erg lang is. Er is een wens vanuit de Kamer om echt innovatieve vervoerssystemen te gaan realiseren die op hoge snelheid zijn gebaseerd. Dat is door de meerderheid hier in een motie tot uitdrukking gebracht. Ik zou het op prijs stellen dat de minister voor de volgende behandeling aangeeft hoe zij aankijkt tegen het ruimtelijk faciliteren van die ontwikkeling en vooral van de tijdigheid daarvan.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

Als de heer Moorlag zegt "ik leg de nadruk op het dilemma", dan snap ik inderdaad dat we daarvoor een oplossing moeten vinden met elkaar. Als we dingen willen, hoe zorgen we er dan voor dat niet door het tijdsverloop of de planning dingen langer duren dan ze anders zouden hoeven duren? Ik neem dat dilemma graag mee bij de verdere verwerking van het Toekomstbeeld OV. In de februaribrief kunnen wij terugkomen op hoe wij met dat dilemma denken om te gaan. Dan kunnen we het misschien ook wat nader duiden.

De voorzitter:

Heeft dat nog consequenties voor uw motie, meneer Moorlag?

De heer Moorlag (PvdA):

Ja, die trek ik dan in, voorzitter.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Moorlag/Smeulders (34682, nr. 46) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:

En nu gezwind naar de Sint!

De voorzitter:

Zo is dat.

Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van dit VAO. Hartelijk dank aan de minister, de leden en de ondersteuning. Ik wens u allemaal een heel plezierig sinterklaasfeest.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties gaan wij volgende week dinsdag, 10 december stemmen. En nu allemaal naar huis en fijn sinterklaasfeest.

Naar boven