Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 33, item 14

14 Natuur

Aan de orde is het VAO Natuur (AO d.d. 12/09).

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van het verslag algemeen overleg Natuur dat plaatsvond op 12 september. Hartelijk welkom aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ook hartelijk welkom aan de leden en het publiek. We beginnen met de termijn van de zijde van de Kamer. Als eerste is het woord aan mevrouw Bromet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat glyfosaat een omstreden bestrijdingsmiddel is;

constaterende dat Natuurmonumenten dit jaar gestopt is met het gebruik van glyfosaat bij het beheer van hun natuurgebieden;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat Staatsbosbeheer het gebruik van glyfosaat stopt bij het beheer van hun natuurgebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 170 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Japanse duizendknoop zich als een invasieve exoot vestigt en dit ongewenst is in onze natuur;

overwegende dat er veel geld en energie gestoken wordt in het bestrijden van deze plant, maar deze gewoon nog verkocht wordt in tuincentra en plantenwinkels;

verzoekt de regering de verkoop van de Japanse duizendknoop per 1 maart 2020 te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 171 (33576).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

En de derde motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er op dit moment snelle en effectieve stikstofmaatregelen genomen moeten worden door een uitspraak van de Raad van State;

overwegende dat betrouwbare data over de emissie en depositie van stikstofoxide en ammoniak kan zorgen voor effectievere maatregelen;

constaterende dat de Duitse overheid bij het verlenen van natuurvergunningen gebruikmaakt van kaarten die modellering, grondmetingen en satellietdata combineren;

verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen om ook gecombineerde kaarten te gebruiken om te komen tot effectieve stikstofmaatregelen, en de Kamer hier voor 1 februari over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 172 (33576).

Dank u wel. Het woord is nu aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik ga snel praten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat hout wordt geoogst in twee derde van de bossen van Staatsbosbeheer;

constaterende dat de inkomsten uit houtverkoop worden gebruikt voor het beheer van natuurgebieden en dat dit een perverse prikkel is om zo veel mogelijk hout te oogsten, ten koste van de biodiversiteit;

verzoekt de regering om een groter deel van deze bossen aan te merken als strikt natuurbos, waar geen bomen gekapt worden als verdienmodel;

verzoekt de regering tevens Staatsbosbeheer voldoende middelen ter beschikking te stellen om zijn natuurgebieden te beheren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 173 (33576).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de miljardensubsidies voor biomassa de marktprijs van vers gerooide bomen opdrijven, waardoor het lucratiever wordt om bomen te verwerken tot houtpellets;

constaterende dat de Belgische pelletproducent Ecopower in een promotiefilmpje stelt dat de stammen van vers gerooide bomen uit Nederlandse en Belgische bossen gebruikt worden voor de houtpelletproductie;

verzoekt de regering om het kappen van bomen voor de houtpelletproductie in Nederland te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 174 (33576).

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Dan nog twee moties over actuele zaken. Het AO vond bijna drie maanden geleden plaats. De tijd heeft sindsdien niet stilgestaan. De laatste tijd komen er veel berichten binnen over wildopvangcentra die het financieel heel moeilijk hebben of zelfs omvallen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wildopvangcentra in het hele land moeite hebben om financieel het hoofd boven water te houden;

verzoekt de regering om in samenwerking met gemeenten, provincies en stakeholders een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan zelfstandige, lokale en regionale wildopvangcentra,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 175 (33576).

De heer Wassenberg (PvdD):

De laatste weken zijn bladblazers veel in het nieuws geweest. Duitsland en België hebben bladblazers verboden of het gebruik daarvan ontraden. Ik wil daar mijn laatste motie over indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bladblazers luidruchtig zijn, in veel gevallen de lucht verontreinigen en een bedreiging vormen voor insecten en het milieu;

constaterende dat om deze redenen de Duitse regering het gebruik van vervuilende bladblazers ontraadt en de Vlaamse regering haar gemeenten verbiedt om deze te gebruiken;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het gebruik van bladblazers door burgers ontmoedigd of verboden kan worden;

verzoekt de regering tevens om ook te onderzoeken hoe het gebruik van bladblazers door overheden en overheidsdiensten ontmoedigd of verboden kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 176 (33576).

De heer Wassenberg (PvdD):

En nog een seconde over!

De voorzitter:

Heel goed. Dank u wel. De heer Futselaar namens de Socialistische Partij.

De heer Futselaar (SP):

Dank u, voorzitter. Dit AO vond inderdaad enige tijd geleden plaats. Ik herinner het mij als een vrolijk en hoopvol AO waarin we als fracties veel overeenkomsten konden vinden. Dat was echter voordat het kabinet besloot om tegen de Europese rechtsorde in en tegen alle ecologische ratio in te gaan morrelen aan Natura 2000-gebieden. Als het deze maand had plaatsgevonden, vermoed ik dat het een stuk grimmiger was geweest. Dat gezegd hebbende, dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de staat van ruim twee derde van de Natura 2000-gebieden in Nederland zorgwekkend is als gevolg van de overschrijding van kritische depositiewaarden voor stikstof;

overwegende dat de adviescommissie-Remkes heeft aangedrongen op spoedige investeringen in natuurherstel en -uitbreiding;

constaterende dat het kabinet dit streven heeft omarmd en hiertoe middelen heeft vrijgemaakt;

roept de regering op te onderzoeken welke kleinere Natura 2000-gebieden op korte termijn robuuster kunnen worden gemaakt door ze met elkaar te verbinden middels de aanleg van nieuwe bos- en natuurpercelen, groene buffers en ecologische verbindingszones en hierover de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 177 (33576).

De heer Futselaar (SP):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Futselaar. Dan is nu het woord aan de heer Moorlag namens de Partij van de Arbeid.

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Twee moties. De eerste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kap en omvorming van bos in andere vormen van natuur impact heeft voor omwonenden en recreanten, als aantasting van de leefomgeving wordt gezien en heftige emoties oproept;

verzoekt de regering te bevorderen bij terreinbeherende organisaties om deze belangen en effecten goed mee te wegen in de besluitvorming en omwonenden in de besluitvorming te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 178 (33576).

De heer Moorlag (PvdA):

En de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in Vlaanderen een chipplicht en een castratie- en sterilisatieplicht voor katten is ingevoerd om het aantal zwerfkatten terug te dringen, dierenleed te verminderen en de overlast en de schade aan de natuur door zwerfkatten te beperken;

verzoekt de regering de effecten van dit beleid in Vlaanderen te volgen en voor de Kamer in kaart te brengen en af te wegen of deze aanpak in Nederland navolging verdient en geïntroduceerd kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 179 (33576).

De heer Moorlag (PvdA):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

U ook bedankt. Dan is nu het woord aan de heer Von Martels namens het Christen Democratisch Appèl, het CDA.

De heer Von Martels (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Natuur gaat natuurlijk over veel meer dan alleen maar bladblazers en zwerfkatten. Het CDA wil graag de volgende twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de mondiale toename van CO2 in de atmosfeer een van de meest complexe en urgente vraagstukken is van deze tijd en dat het belangrijk is om het beleid hierop te richten;

verzoekt de regering het bestaande natuurbeheer in overleg met provincies te herijken zodat het meer kan bijdragen aan het opvangen en vastleggen van CO2, bijvoorbeeld door meer bos en planten in het natuurbeheer mogelijk te maken, en de Kamer hierover over een halfjaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 180 (33576).

Dit roept een vraag op van de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik meen tussen de regels door te lezen wat ik toch even expliciet wil hebben. Pleit het CDA hier voor iets wat de Partij voor de Dieren ook van harte kan ondersteunen, namelijk méér bos- en natuurgebieden in Nederland?

De heer Von Martels (CDA):

Ja, met name in Natura 2000-gebieden hebben wij gezien dat er de afgelopen periode een behoorlijke ontbossing heeft plaatsgevonden. We zouden heel graag zien dat we er eens even goed naar gaan kijken of dat nog wel verantwoord is in de hedendaagse tijd.

De voorzitter:

De heer Von Martels vervolgt zijn betoog.

De heer Von Martels (CDA):

De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het voor het succes van het weidevogelbeheer in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) belangrijk is om te weten wat wel werkt en wat niet;

overwegende dat natuurgebieden worden aangewezen voor weidelandnatuur, en dat provincies hier ook vaker voor lijken te kiezen;

constaterende dat men er hier bij voorbaat al van uitgaat dat bij een gebrek of zeer extensief beheer dit ten goede zal komen aan de weidevogels;

verzoekt de regering ten behoeve van het komende GLB samen met provincies onderzoek te laten doen naar de ecologische trends en beheer van weidevogelgebieden die in de afgelopen twintig jaar onder het beheer zijn gekomen van terrein beherende organisaties,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Von Martels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 181 (33576).

Tot slot in deze termijn van de zijde van de Kamer is het woord aan de heer De Groot namens D66.

De heer De Groot (D66):

Voorzitter. Ik heb geen moties. Het is van belang dat de moties die al zijn aangenomen, goed worden uitgevoerd. In dat verband heb ik twee vragen.

De eerste gaat over het Haringvliet. De Kamer heeft daarover de heel duidelijke uitspraak gedaan dat er rond het Haringvliet een visserijvrije zone moet komen. We hebben inmiddels 600 tot 700 miljoen uitgegeven om langs de hele Rijn vismigratie mogelijk te maken. Dan ligt het zeer voor de hand dat de zalm in het laatste stukje, als die gepaaid heeft en weer terug is, éven de zee op kan zwemmen en niet in een visnet eindigt. De motie was dus heel helder. De minister heeft een onderzoek laten doen; dat heb ik al vernomen. Alleen is de manier waarop dat onderzoek is gedaan nogal vatbaar voor vragen. Wanneer krijgen we dat, wanneer krijgen we de reactie en gaat de minister die motie gewoon uitvoeren? Dat is de eerste vraag.

De tweede vraag gaat over het Caribisch gebied. D66 maakt zich zorgen over het grootste natuurgebied van Nederland. Dat ligt aan de overzijde van de Atlantische Oceaan. Het zijn onze koralen, die zeer bedreigd zijn. Er zou in 2017 al een natuurbeleidsplan komen voor het Caribisch gebied. Het is nu bijna 2020. Waar blijft het? De natuur kan niet langer wachten.

Dank u wel.

De voorzitter:

U ook bedankt. Ik schors de vergadering tot 14.20 uur. Dan geeft de minister haar appreciatie van de moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het verslag algemeen overleg Natuur. Het woord is aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Zij geeft appreciaties van de twaalf ingediende moties. Gaat uw gang.

Minister Schouten:

Allereerst de motie van mevrouw Bromet op stuk nr. 170 om het gebruik van glyfosaat ook bij Staatsbosbeheer te stoppen. Wij zijn daarover in gesprek met Staatsbosbeheer. Heel binnenkort komt daar ook een brief over naar uw Kamer. Wat daarin zal staan, is dat men teruggaat naar nul. Dat is de inzet. Maar er zijn nog een aantal zaken waarbij ze moeten kijken wat de alternatieven zijn. Het alternatief is dus niet meteen voorhanden, maar de inzet is duidelijk om naar nul te gaan. Ik zou mevrouw Bromet willen vragen om deze motie even aan te houden totdat de brief over Staatsbosbeheer hier is ontvangen. Dan kan zij zelf beoordelen of dat strookt met wat zij met de motie wil.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Als de minister van plan is om het te doen, kunnen we de motie ook gewoon in stemming brengen. Dan kan ze de motie oordeel Kamer geven. Ik kan ook de brief afwachten en daar staat dan in dat het niet meer gebruikt gaat worden. Ik weet dus niet wat ...

Minister Schouten:

Ik heb net gezegd dat het doel is om terug naar nul te gaan. Op de weg daarnaartoe hebben we nog wat hobbels te overkomen. Als mevrouw Bromet zegt dat het nu gelijk moet stoppen, heb ik een probleem, omdat we op een aantal punten nog een paar hobbels moeten overkomen. Als zij zegt dat het doel is om naar nul te gaan, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven, want daar werken wij naartoe. Maar in de motie zit wat ruimte om te interpreteren.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Dan ga ik voor optie twee.

Minister Schouten:

Dus het doel is om terug te gaan naar nul, in de wetenschap dat er ook nog wel wat hobbels te overkomen zijn. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Dan de motie op stuk nr. 171, waarin de regering wordt verzocht de verkoop van de Japanse duizendknoop per 1 maart 2020 te verbieden. Wij werken met de lijst van de Europese Unie, waarop de Japanse duizendknoop niet staat. We hebben geen nationale lijsten. We zijn wel in overleg met de sectoren om te zorgen dat de verkoop beperkt gaat worden. Ik snap wel wat er in de motie staat, maar op het moment dat we het gelijk verbieden, kan het ook weer gevolgen hebben wat betreft schadevergoedingen en dergelijke. Dus in deze stelligheid moet ik de motie ontraden maar we zijn al wel in gesprek met de sectoren om dit steeds meer te gaan beperken, want dat is ook nodig.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 172, waarin de regering wordt verzocht de mogelijkheden te verkennen om ook gecombineerde kaarten te gebruiken om te komen tot effectieve stikstofmaatregelen en de Kamer hier voor 1 februari over te informeren. Mevrouw Bromet weet dat wij een commissie meten en berekenen hebben ingesteld voor de stikstof. Die commissie is nu aan de slag en kijkt bijvoorbeeld ook naar de systematiek in Duitsland en Denemarken. Ik kan deze commissie wel vragen om hiernaar te kijken en om dat mee te nemen. Dan weet ik niet of dat 1 februari precies lukt, maar het is wel zo dat we kunnen kijken of dit iets is wat de commissie kan meenemen. Met die uitleg kan ik de motie oordeel Kamer geven.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Dat waardeer ik zeer, temeer omdat ik dit al enkele keren eerder aan de orde heb gesteld in AO's met staatssecretaris Keijzer en het nu wel eens tijd wordt dat er een stap verder gezet wordt.

Minister Schouten:

Dus met die uitleg dat ik het bij de commissie meten en berekenen neerleg, waarbij ik 1 februari net iets te absoluut vind, en ik de commissie vraag ernaar te kijken, kan ik de motie op die manier oordeel Kamer geven.

De motie op stuk nr. 173 vraagt de regering Staatsbosbeheer voldoende middelen ter beschikking te stellen om haar natuurgebieden te beheren. Het geld voor het beheer door Staatsbosbeheer komt van de provincies. We gaan nog verder spreken over de bossenstrategie. Ik kan de heer Wassenberg ook vragen om deze motie aan te houden tot de bossenstrategie in de Kamer ligt, omdat we dan dit gesprek verder gaan voeren en anders zou ik de motie nu moeten ontraden.

De motie op stuk nr. 174 vraagt de regering om het kappen van bomen voor de houtpelletproductie in Nederland te verbieden. Deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 175 verzoekt de regering om in samenwerking met gemeenten, provincies en stakeholders een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan zelfstandige, lokale en regionale wildopvangcentra. Deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 176 verzoekt de regering om te onderzoeken hoe het gebruik van bladblazers door burgers ontmoedigd of verboden kan worden. Ik heb het net even gecheckt maar het is zo dat we niet helemaal weten wat de bladblazers allemaal doen voor de biodiversiteit. Daar hebben we nog niet zo veel zicht op. Dus ik wil eigenlijk kijken of we er wat meer inzicht in kunnen gaan krijgen. Of het dan gelijk tot een verbod moet leiden, vind ik een volgende stap maar als ik de motie zo mag lezen dat die wil onderzoeken wat de effecten precies zijn, kan ik de motie oordeel Kamer geven. Dan kunnen we daarna nog wel kijken wat dan de conclusie daarvan is.

De heer Wassenberg (PvdD):

Een eventueel verbod of een eventuele ontmoediging begint inderdaad met onderzoek. Dat is evident. Dus dat is akkoord. Er staat ook niet bij dat het verboden moet worden. Ontmoedigen kan ook. Maar het begint met onderzoek. Dus wat dat betreft ga ik mee in de woorden van de minister.

Minister Schouten:

Oké. Dan gaat het niet over de conclusie die we eraan verbinden maar puur om het inzichtelijk maken wat de effecten zijn. Dat zou ik dan kunnen onderzoeken.

De voorzitter:

Daarmee heeft deze motie oordeel Kamer.

De heer Weverling (VVD):

Ja, maar we kunnen pas een oordeel geven als er iets onderzocht is. Dus ontmoedigen et cetera gaan we dus nog niet doen, lijkt mij. Ik snap de uitleg van de minister maar als de motie oordeel Kamer krijgt en wordt aangenomen, dan staat er dus gewoon dat die bladblazers ontmoedigd of verboden gaan worden, terwijl er heel veel zaken te benoemen zijn waarom die bladblazers juist wel heel goed werk doen.

Minister Schouten:

Ik heb heel veel bladeren in mijn tuin, maar ik ben gewoon met de hark bezig om die bladeren uit mijn tuin te krijgen. Dat werkt ook. Laat ik dan de heer Wassenberg vragen om zijn motie op dit punt zo aan te passen dat duidelijk wordt dat het gaat om het onderzoeken wat de effecten zijn. Dat is hetgeen ik heb toegezegd en dat is denk ik ook hetgeen belangrijk is om nu meer inzichtelijk te maken.

De voorzitter:

Is de heer Wassenberg daartoe bereid? Ja, hij knikt. Dan kunnen we verder met de motie op stuk nr. 177.

Minister Schouten:

De heer Futselaar vraagt om te onderzoeken welke kleinere Natura 2000-gebieden robuuster kunnen worden gemaakt. Ik heb in de brief van 14 november gezegd dat wij in het algemeen gaan kijken hoe wij de natuur robuuster kunnen maken en een realistisch natuurbeleid kunnen voeren. Daar hoort bij dat wij naar alle Natura 2000-gebieden kijken, waar ze ook liggen, ook met het oogmerk om te kijken hoe we die habitatsoorten goed kunnen beheren en in stand kunnen houden. Daar gaat het uiteindelijk om. Dus eigenlijk doe ik het al. Ik zou de motie overbodig kunnen verklaren, maar laat ik haar dan oordeel Kamer geven voor de heer Futselaar.

Dan de motie op stuk nr. 178, om te bevorderen dat de terreinbeherende organisaties de belangen van burgers goed meenemen. Dit is precies ook een onderdeel in de bossenstrategie. Het is een beetje flauw dat ik ernaar verwijs, maar het komt daarin ook aan de orde. Ik vraag de heer Moorlag daarom de motie aan te houden tot wij de bossenstrategie hebben, zodat wij dit goed daarbij kunnen bespreken.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik begrijp dat er aandacht aan dit punt wordt besteed in de bossenstrategie. Ik ben daarom bereid om de motie aan te houden. Het is misschien voor het publiek nog wel goed dat de minister aangeeft wanneer de bossenstrategie naar verwachting verschijnt.

Minister Schouten:

Dat is zeer binnenkort. Ik kan met alle actuele ontwikkelingen niet helemaal meer beloven dat dit net voor het eind van het jaar gebeurt, maar wij zijn heel hard bezig om het af te ronden. Het zal dus echt zeer binnenkort zijn.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Moorlag stel ik voor zijn motie (33576, nr. 178) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:

Dan de chipplicht voor katten. De heer Moorlag weet dat wij geen landelijke chipplicht voor katten gaan invoeren. We gaan aan de slag met vier gemeenten met een pilot voor een gemeentelijke chipplicht. Daarmee kunnen wij ervaringen opdoen en kijken of chippen werkt en welke problemen we daarbij eventueel ervaren. Ik kan wel toezeggen dat we daarbij ook kijken naar wat er in Vlaanderen gebeurt. Dat is dan echt om de effecten van het beleid in Vlaanderen te volgen. Het is niet zo dat wij dan ook overgaan tot een landelijke chipplicht. Misschien kan de heer Moorlag zijn motie op dit punt wat aanpassen en vragen "verzoekt de regering de effecten van dit beleid in Vlaanderen te volgen en in kaart te brengen". Als de motie zo gewijzigd wordt, zou ik haar oordeel Kamer kunnen geven.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik wil hier wel toezeggen dat de uitleg van de minister wat mij betreft leidend is. De motie gaat ook niet verder dan het verzoek om met iets meer dan een lui oog te kijken naar wat er in Vlaanderen gebeurt en dan af te wegen of dit navolging verdient. Er kunnen soms hele goede gronden zijn om dit niet te doen. Dit is niet een voorschot om een minister te binden aan een chipplicht of aan een sterilisatie- en castratieplicht. De minister heeft een groot ambtelijk apparaat en kan dit beter volgen dan wij dat kunnen. Verder strekt de motie niet.

Minister Schouten:

Als deze motie niet oproept tot een landelijke chipplicht en wij haar kunnen laten aansluiten bij de pilot die loopt, kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:

Vervolgens de motie op stuk nr. 180.

Minister Schouten:

Dan de motie van de heer Von Martels met het verzoek om het bestaande natuurbeheer in overleg met de provincies te herijken. Ook hier zou ik willen vragen om dit bij de bossenstrategie te betrekken. Dat is het moment waarop wij deze zaken nader bestuderen. Zou de heer Von Martels tot dat moment zijn motie kunnen aanhouden?

De voorzitter:

De heer Von Martels knikt.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Von Martels stel ik voor zijn motie (33576, nr. 180) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schouten:

De motie op stuk nr. 181 vraagt om onderzoek te laten doen naar de ecologische trends en beheer van weidevogelgebieden. Die motie kan ik oordeel Kamer geven.

Dan had ik nog twee vragen. De eerste vraag ging over de uitwerking van de motie over Haringvliet. We zijn er hard mee bezig om ook dat naar uw Kamer te doen komen. Ik denk dat dat net niet meer voor de kerst zal lukken, dus dan wordt ook dat januari. We zijn bezig om uitvoering aan die motie te geven, dus we zullen uw Kamer daarover informeren. Nogmaals, ik had het allemaal graag voor het einde van het jaar gedaan, maar het is een beetje veel op dit moment.

Dan het Caribisch gebied en het beleidsplan. Ik heb het zelf ook gezien. Ik ben er geweest. Het is een ongelofelijk mooi natuurgebied, maar heel kwetsbaar. Ik deel de strekking van de vraag van de heer De Groot dus helemaal. Ook dit is zo goed als klaar, waarbij we nog aan het kijken zijn naar de financiering ervan. Ook dat is een punt dat meespeelt. Ook daar wordt uw Kamer binnenkort over geïnformeerd.

De voorzitter:

Hartelijk dank, minister. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de behandeling van dit verslag algemeen overleg Natuur.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We zullen dinsdag 10 december aanstaande stemmen over de ingediende moties.