Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 27, item 9

9 Arbeidsongeschiktheid

Aan de orde is het VAO Arbeidsongeschiktheid (AO d.d. 07/11).

De voorzitter:

We gaan verder met het VAO Arbeidsongeschiktheid. Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Ik geef mevrouw Tielen namens de VVD als eerste spreker het woord.

Mevrouw Tielen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we twee weken geleden een goed AO hadden over arbeidsongeschiktheid. De minister is met een hoop dingen bezig. We hebben ook al een aantal toezeggingen gekregen, maar er is één ding dat ik de minister nog wil meegeven. Daarom dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzocht wordt of het niet kunnen spreken van de Nederlandse taal een rol speelt bij de (her)beoordeling van arbeidsongeschiktheid;

constaterende dat bekend is dat de helft van de WGA-doelgroep geen startkwalificatie heeft;

overwegende dat specifiek voor de WGA-doelgroep een scholingsexperiment start in 2020;

overwegende dat laaggeletterdheid en beheersing van de Nederlandse taal vaak een blinde vlek zijn bij het maken van beleid;

verzoekt de regering te inventariseren hoeveel van het totaalaantal WGA-uitkeringsgerechtigden laaggeletterd zijn en/of een taalachterstand hebben;

verzoekt de regering tevens bij deze inventarisatie aan te geven welke maatregelen kunnen worden genomen om het aantal arbeidsongeschikten met een taalachterstand terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tielen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 957 (29544).

Mevrouw Tielen (VVD):

Ik zei “tot de dag”, maar het is “tot de orde van de dag”. De dag liep gewoon door.

De voorzitter:

U bent niet de enige die daar last van heeft vandaag. Ik zat ook steeds fouten te maken. Dank u wel, mevrouw Tielen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Weyenberg namens D66. Heeft de heer Jasper van Dijk meegetekend?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja.

De voorzitter:

Ja, ik zag het gebeuren.

Minister Koolmees:

Ongezien ontraden!

De voorzitter:

Ja.

De heer Van Weyenberg (D66):

Voorzitter, soms moet je een gokje nemen. We hebben het gehad over het onderzoek naar de no-riskpolis, en daarbij ging het erover dat het toch heel moeilijk is om daar stevige conclusies uit te trekken. Wat mij betreft is het eigenlijk gewoon niet mogelijk om daarmee al kritisch te zijn op het instrument, omdat we wat mij betreft niet goed in beeld hebben gekregen of er toch niet groepen zijn waar zo’n no-riskpolis echt voor zou kunnen helpen. Het lijkt me goed te kijken of we nogmaals een experiment kunnen opzetten dat daar meer zicht in geeft, natuurlijk binnen de regels van de gelijke behandeling en de privacy. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de inzet van een no-riskpolis potentieel de zorgen van werkgevers bij het in dienst nemen van mensen kan wegnemen;

overwegende dat het experiment met de vroege toekenning van de no-riskpolis geen inzicht geeft in de mogelijke effecten van de no-riskpolis onder de groep mensen die daar potentieel juist baat bij zou hebben en er weinig bekendheid was met het instrument;

verzoekt de regering te verkennen hoe onderzoek naar de effectiviteit van no-riskpolissen wetenschappelijk zo kan worden opgezet dat de effectiviteit beter in beeld kan worden gebracht voor groepen die potentieel baat zouden kunnen hebben, en de Kamer daarover voor de zomer van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg, Palland, Renkema, Tielen, Gijs van Dijk en Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 958 (29544).

Dan ga ik naar de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dank u, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen die door het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt bevonden worden in een moeilijke positie op de arbeidsmarkt komen omdat zij moeten wedijveren met gezonde mensen;

verzoekt de regering ondersteuning vanuit het UWV voor re-integratie en scholing van arbeidsongeschikten open te stellen voor alle mensen die een arbeidsongeschiktheidspercentage hebben van minder dan 35%, ook als zij in de bijstand zitten of geen uitkering hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 959 (29544).

Dank u wel, meneer Jasper van Dijk. Dan ga ik nu naar mevrouw Palland namens het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):

Voorzitter, dank u wel. In het AO hebben ik en collega’s aandacht gevraagd voor de no-riskpolis en de bekendheid daarvan. Daarom ondersteun ik ook graag de motie die zojuist door collega Van Weyenberg is ingediend inzake de no-riskpolis en het experiment daarmee.

Een ander punt uit het algemeen overleg was het gelijke speelveld op de hybride markt. Ik heb inmiddels begrepen dat dit onderwerp een voorgeschiedenis kent met schriftelijke vragen en een motie vanuit de fractie van de SGP. De re-integratieverplichtingen in spoor 1 zijn voor private uitvoerders zwaarder dan voor de publieke uitvoerder UWV. De Kamer zou over de uitvoering van die motie voor 1 juni geïnformeerd worden. Ik wil graag de minister vragen alsnog met een reactie te komen over de uitvoering van deze motie en het gelijke speelveld op de hybride markt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Palland. Twee minuten schorsing? Er is behoefte aan een korte schorsing.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan een vrolijke minister.

Minister Koolmees:

Ik was net aan het zingen, voorzitter! Het is een mooie dag.

Dank u wel aan de Kamer voor de ingediende moties; er zijn geen vragen gesteld. Ik zal ze kort behandelen. Ik begin met de motie op stuk nr. 957 van mevrouw Tielen. Zoals u weet, is hierover ook een motie-Heerma c.s. ingediend, waarmee we nu bezig zijn. Dat komt voor de kerst richting uw Kamer. Deze motie met hetzelfde thema, namelijk laaggeletterdheid en beheersing van de taal, staat daarnaast. In het kader van het scholingsexperiment van de WGA-doelgroep gaat er doelgroeponderzoek plaatsvinden, waarin we dit punt zullen meenemen. Daarom geef ik deze motie oordeel Kamer.

Onder de motie op stuk nr. 958 staan sowieso al 100 zetels, dus wat ik er ook van vind ... Nee, maar ik vind het een goeie motie. Daarom geef ik haar oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 959 van de heer Jasper van Dijk over, een beetje technisch verwoord, de 35-minners. Zoals de motie nu is geformuleerd, ook richting de bijstand en mensen die geen recht hebben op een uitkering, in techneutentaal de nuggers, kan ik haar niet uitvoeren. Daarom moet ik de motie ontraden. Wat ik wel nog voor de kerst verwacht, is een advies van de Stichting van de Arbeid, naar aanleiding van de deal die we vorig jaar kerst hebben gesloten over loondoorbetaling bij ziekte en de WIA. In die verkenning loopt dit onderwerp mee. Daarmee is het ook input voor het volgende debat met de Kamer over de 35-minners. Dit debat komt heel binnenkort dus nog terug. Daarom ontraad ik deze motie.

De vierde motie van mevrouw Palland ...

De voorzitter:

Nee, het was een vraag.

Minister Koolmees:

Dat is sowieso makkelijker! Ik begrijp de vraag. De heer Stoffer heeft samen met de heer Wiersma een motie ingediend, en daarvoor was er nog een motie van de heer Dijkgraaf van de SGP — een van de allereerste moties die ik als minister kreeg — op dit punt. Ik heb wel informatie naar de Kamer gestuurd over de wet en de uitleg daarvan. Dit alles is in de wet verankerd. Maar in de Stand van de uitvoering van december kom ik hierop terug.

De voorzitter:

Akkoord. Mevrouw Palland?

Mevrouw Palland (CDA):

Specifiek over het gelijke speelveld en het re-integratietraject van spoor 1. Dat komt in die stand van de uitvoering terug? Daar gaat de motie over, en ook mijn vraag.

Minister Koolmees:

Ja, dat komt terug in de Stand van de uitvoering.

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u de motie aanhouden, meneer Jasper van Dijk?

Minister Koolmees:

Dat is geen motie. O, ik vergis me.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik ga de vraag van mevrouw Palland aanhouden. Nee, ik ga mijn motie aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (29544, nr. 959) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

Ik dank de minister en ik schors de vergadering tot 13.30 uur. Dan beginnen we eerst met de regeling van werkzaamheden en daarna gaan we om 13.45 uur verder met de behandeling van de begroting Justitie en Veiligheid.

De vergadering wordt van 12.56 uur tot 13.31 uur geschorst.