Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 27, item 11

11 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Ingekomen is een beschikking van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake aanwijzing van het Tweede Kamerlid Aartsen tot lid in plaats van het Tweede Kamerlid Van Haga van de Raadgevende Interparlementaire Benelux-Raad.

Ik stel voor dinsdag 26 november a.s. ook te stemmen over een brief van de vaste commissie voor Financiën (34153, nr. 10).

Op verzoek van het lid Lodders stel ik voor de volgende door haar ingediende motie opnieuw aan te houden: 21501-32-1047.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 25074-194; 21501-32-1187; 21501-02-2023; 29398-767; 35334-2; 32670-194; 32670-193; 21501-32-1205; 25124-97; 27625-486; 28089-150; 35300-J-5; 35300-J-6; 32637-384; 35236-3; 30196-688; 2019Z22083; 28286-1068; 28286-1067; 30952-346; 30952-348; 35300-XII-76; 33763-152.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 28286-871; 31409-180; 30175-279; 21501-08-707; 28089-81; 28089-82; 32852-62; 32813-212; 32813-213; 25422-232; 25422-233; 25422-234; 32849-164; 32852-82; 27625-481; 17050-587; 35000-VIII-221; 35000-VIII-225; 35104-12; 32043-496; 24095-466; 24095-467; 29684-171; 29684-176; 29684-177; 34682-12; 27625-480; 29544-937; 29544-938; 32813-380; 32813-382.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • -het VSO Toekomstverkenning zorg in Flevoland (31016-245), met als eerste spreker mevrouw Van den Berg namens het CDA;

  • -het VAO Transportraad, met als eerste spreker mevrouw Kröger namens GroenLinks;

  • -het VAO Staatsdeelnemingen, met als eerste spreker de heer Van Aalst namens de PVV.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Madlener namens de PVV.

De heer Madlener (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Gisteren hebben de boeren namens een heleboel boerenorganisaties een plan gepresenteerd dat ons land mogelijk snel uit de stikstofcrisis kan halen. De stikstofcrisis is mede veroorzaakt door het kabinet en verdient een hele snelle oplossing, want de schade door deze stikstofimpasse loopt enorm op en kan in de miljarden gaan lopen. Ik verzoek daarom een spoedige, maar uitgebreide en doordachte, reactie van het kabinet door middel van een brief. Ik zou zeggen dat ze daar twee weken de tijd voor nodig zouden kunnen hebben. De week erna, dus over drie weken, wil ik een plenair debat in deze Kamer.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Het is heel knap werk geweest van het agrarisch collectief om in zo’n relatief korte tijd zoiets neer te zetten. Ik vind het jammer hoe daar polariserend op gereageerd wordt, hier vanuit de Kamer maar ook in de samenleving. Het lijkt me niet verstandig om dat op zo’n belangrijk dossier op deze manier te doen. Dat allemaal gezegd hebbende, steun ik de brief, waar de heer Madlener om vraagt, en ook een snel debat. Alleen — daar komt de komma — we hebben een algemeen overleg over stikstof gepland staan op 12 december. Gezien het plenaire schema lijkt het me goed om daar het debat te houden. Dan doen we het zo snel mogelijk, want ook de heer Madlener vraagt om hier zo snel mogelijk over te spreken.

De voorzitter:

Steunt u het debat?

De heer Geurts (CDA):

We steunen dus de brief en het debat, maar het debat is het snelst in het algemeen overleg van 12 december.

De voorzitter:

Ik reken gewoon ... Het CDA steunt het verzoek.

De heer Geurts (CDA):

Nee, steunt het debat in het algemeen overleg.

De voorzitter:

Dus niet hier?

De heer Geurts (CDA):

Nee, het is gewoon het snelst op 12 december.

De voorzitter:

Dus u steunt geen debat hier in de plenaire zaal, maar wel in een algemeen overleg?

De heer Geurts (CDA):

Ik zeg het heel expliciet: we steunen het debat, maar dat is het snelst in het algemeen overleg van 12 december.

De voorzitter:

Ik reken gewoon het aantal zetels van het CDA als steun voor dit verzoek. Ja of nee?

De heer Geurts (CDA):

We steunen het debat, maar dat is het snelst op 12 december in het algemeen overleg. Hoe moeilijk kan het zijn?

De voorzitter:

Heel moeilijk. U maakt het moeilijk, meneer Geurts. Ik reken het gewoon als steun.

De heer Wassenberg (PvdD):

Voorzitter. Ik ben het niet met de heer Madlener eens dat het een goed plan is. De Partij voor de Dieren vindt het een slecht plan. Ik denk niet dat het Nederland uit de brand gaat helpen, dus des te meer reden om het wel hierover te hebben. Dus wij steunen, om een andere reden, het debat wel en de brief uiteraard ook. Dus steun van de Partij voor de Dieren.

De heer Harbers (VVD):

Voorzitter. Steun voor de brief, zoals de heer Madlener heeft gevraagd. Om u te helpen, geef ik daarmee geen steun aan het plenaire debat, maar zal ik er alles aan doen om te zorgen dat het wordt geagendeerd in het AO over stikstof op 12 december.

De voorzitter:

Dat noem ik inderdaad een helder standpunt.

Mevrouw Beckerman (SP):

Steun voor de brief en het debat.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik steun de lijn van het CDA en de VVD. Even kijken wat u daar nou van maakt, voorzitter.

De voorzitter:

Ik maak er niks van, want ik weet het nog steeds niet.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat betekent dat we de brief sowieso steunen en het debat ook, via het AO en niet plenair.

De voorzitter:

Dus geen steun van de heer Voordewind voor een debat hier in de plenaire zaal en de brief heeft geen steun nodig.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Wij willen dit betrekken bij het eerstvolgende AO. Meer in het algemeen, ik krijg bijna iedere dag plannen vanuit delen van de Nederlandse samenleving, maar we kunnen daar niet elke keer een plenair debat over voeren. Waar wij graag plenair over spreken, zijn nieuwe plannen van het kabinet om de stikstofproblematiek aan te pakken.

De voorzitter:

Dus dit debat niet?

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dit debat niet. Betrekken bij het AO.

De heer Van der Staaij (SGP):

Steun voor de brief en het debat.

De heer Azarkan (DENK):

Ik sluit mij aan bij de heer Van der Lee.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Steun en ik sluit mij aan bij de opmerking van de heer Wassenberg.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Geen steun.

De voorzitter:

Meneer Madlener, u heeft geen meerderheid.

De heer Madlener (PVV):

Ja, het is ongelofelijk dat een debat over zo’n groot maatschappelijk probleem, waarbij zo veel mensen hun baan dreigen te verliezen, niet op steun kan rekenen in deze zaal. Ik vind dat echt zeer teleurstellend; vooral van de coalitie.

De voorzitter:

Zojuist is gezegd dat er een algemeen overleg is waarin dit onderwerp aan de orde kan worden gesteld. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Op mijn verzoek staat een debat gepland over brandgevaarlijk isolatiemateriaal. Ik trek daarin samen op met de heer Koerhuis van de VVD. Graag wil ik verschillende ministers uitnodigen bij dit debat, vanwege de verdeling van de onderwerpen, namelijk de minister voor Milieu en Wonen vanwege huurhuizen en verhuurders, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanwege brandgevaarlijke gevels en de minister voor Medische Zorg vanwege de Kamerbrief “Voortgang NVWA onderzoek naar cv-ketels Agpo Ferroli”. Ten slotte willen we graag een reactie van het kabinet, dus een brief, op het artikel “Wordt brandveiligheid bij hoogbouw wel serieus genomen?”.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Normaal gesproken ben ik van hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Dit zijn wel heel veel zielen. Het wordt echt een feestje met drie bewindspersonen, dus het is misschien wat veel. Het kabinet gaat natuurlijk over zijn eigen vertegenwoordiging. Maar het zou fijn zijn om die laatste brief te kunnen behandelen; dat lijkt mij ook. Ik steun wel het verzoek om die brief als reactie op dat artikel uit Gevelbouw.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Ja, natuurlijk, we trekken samen op. Van harte steun voor die brief voor het debat. Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Voor ons is belangrijk dat de minister die verantwoordelijk is voor woningcorporaties en verhuurders erbij is.

De heer Ronnes (CDA):

Steun voor de brief en het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Daar sluit ik me bij aan.

De voorzitter:

Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Wiersma namens de VVD.

De heer Wiersma (VVD):

Voorzitter, dank. Gisteren was het debat over de begroting Economische Zaken en Klimaat en daar is gesproken over een groeibrief ter versterking van het verdienvermogen van Nederland. Die komt nog dit kwartaal naar de Kamer en is aangekondigd bij Miljoenennota. Wij wachten met smart, maar ik zou graag alvast een debat willen aanvragen, omdat het nog dit jaar moet plaatsvinden. Die brief komt dus spoedig naar de Kamer, zo heeft de minister gezegd, maar om dat in de planning ook goed te laten verlopen zou ik nu alvast willen verzoeken om, als die brief er is, spoedig, nog dit kalenderjaar, een debat te plannen. Voorzitter, ik snap dat u dat niet leuk vindt, maar het is om in de planning te helpen dat dat mogelijk wordt.

De voorzitter:

U helpt mij helemaal niet, want de brief komt nog naar de Kamer. Dus er wordt een debat aangevraagd over een brief die nog naar de Kamer moet komen. Klopt dat?

De heer Wiersma (VVD):

Gisteren is aangekondigd dat die brief er komt. Dat is van belang omdat er ook over een investeringsfonds gesproken wordt. Als we dat nog op tijd en goed willen doen in de Kamer, dan moeten we daar in december nog een debat over voeren.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ik ben het met u eens, voorzitter, dat het niet de gewoonte moet worden om voor stukken die er nog niet zijn, al een debat aan te vragen. Nu wil het op dit punt dat mijn fractievoorzitter hier graag een hoofdlijnendebat met andere fractievoorzitters over wil voeren. Ik zeg dit in het kader van ons pleidooi om niet te veel plenaire debatten te belasten met dingen die we al heel vaak bespreken, maar dit is iets groots en nieuws. Dus ik wil een fractievoorzittersdebat steunen over de groeibrief, zodra hij er is, en daar geen specifieke tijd aan koppelen.

De voorzitter:

Dus geen steun voor dit debat. Begrijp ik het goed? Ja.

De heer Geurts (CDA):

Steun voor het verzoek van de VVD-fractie.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Ik kom eigenlijk een beetje tot dezelfde conclusie als GroenLinks. Ik denk dat het heel belangrijk is dat hier snel een debat over komt en dat we die brief snel krijgen. Maar ik kan niet in de planning kijken op dit moment, en ik weet dat een aantal andere debatten — ik hoef ze niet op te noemen, bijvoorbeeld over de Belastingdienst en over brandveiligheid — ook al heel lang gepland moeten worden. Dus ik kan dat niet heel goed inschatten. Desondanks ben ik het met u eens dat het debat gepland moet worden.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Als het kabinet niet hard genoeg werkt om op tijd de zaken aan te leveren, moeten ze geen misbruik maken van de coalitiepartijen die in de Tweede Kamer zitten. Dus ik vind dit heel vreemd. We hebben een debat met elkaar als er een brief is — dat heeft u al aangegeven — en dan steunen we het of niet.

De voorzitter:

Dus voorlopig niet.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Geen steun.

De heer Graus (PVV):

Het gaat over de bv Nederland, dus van harte steun namens de PVV-fractie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun namens de ChristenUnie.

De voorzitter:

U heeft een meerderheid, meneer Wiersma. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Vandaag konden we in De Telegraaf lezen: “Stijging sterfte rond geboorte”. De nieuwste cijfers laten zien dat er 35 baby’s mogelijk ten onrechte overlijden omdat er een capaciteitsprobleem bij ziekenhuizen is. Dat geldt ook voor hoogrisicozwangeren. Dat moeten we natuurlijk niet laten gebeuren. Ik wil graag een debat met de minister voor Medische Zorg en Sport over deze kwestie.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter. Dat is inderdaad een verontrustend bericht, maar wij denken dat het ook een plek kan krijgen in het AO Medisch zorglandschap van volgende week en het AO Zwangerschap en geboorte op 18 december.

De voorzitter:

Geen steun.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter, ik sluit me aan bij de woorden van het CDA.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Voorzitter, daar sluit ik me ook bij aan. Het is een ontzettend urgent onderwerp, het is ontzettend schrijnend. Dit moet opgelost worden, dus als we het er volgende week over kunnen hebben, dan is dat snel.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun voor de heer Van Gerven, want ze zeggen duidelijk dat het gaat om het personeelstekort én de sluiting van de afdeling acute zorg. Daar hebben we al zó vaak op gewezen. De minister heeft elke keer ontkend dat dat problemen zou opleveren. Nou, zie hier. Genoeg reden om hier plenair een debat over te voeren.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter, wat ons betreft kan het bij het AO Zwangerschap op 18 december.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

We moeten hier zeker over spreken, maar gelet op de agenda lijkt me het het meest verstandig om dat bij de AO’s te doen. Dus geen steun voor dit verzoek.

De heer Veldman (VVD):

Voorzitter. Het is goed om hierover te spreken, maar dat kan inderdaad bij het AO Zwangerschap op 18 december.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Ook wij bespreken dit graag bij het AO.

De voorzitter:

Meneer Van Gerven, u heeft geen meerderheid.

De heer Van Gerven (SP):

Nee, voorzitter. Dan zou ik dit wel graag als dertigledendebat willen laten noteren.

De voorzitter:

Dan voegen we dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

Dan ga ik naar mevrouw Van den Hul namens de PvdA.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Dank, voorzitter. Nog niet zo heel lang geleden waren we hier met elkaar in debat over de Onderwijsbegroting. De minister weigerde toen structureel geld beschikbaar te maken en verwees naar de cao-tafel. Daarvan weten we nu dat gisteravond de onderhandelingen over een nieuwe cao voor het p.o. zijn afgebroken. Het lerarentekort neemt niet af. Sterker nog, er worden dagelijks klassen naar huis gestuurd. Ik wil dus a nog voor de stemmingen over de begrotingen graag een brief van de minister over deze nieuwe ontstane situatie en b mijn eerdere dertigledendebat over de cao in het onderwijs naar aanleiding van deze nieuwe feiten graag omzetten naar een meerderheidsdebat.

De voorzitter:

Even voor mijn helderheid: u heeft inderdaad een dertigledendebat op de lijst staan over de cao-onderhandelingen in het primair onderwijs. En dat debat wilt u omzetten in een meerderheidsdebat.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Ja, aangezien de onderhandelingen over een nieuwe cao gisteren zijn stukgelopen.

De voorzitter:

Oké, dan is het dus geen nieuw debat.

Mevrouw Beckerman (SP):

Steun, voorzitter.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Geen steun, voorzitter. Wel steun voor een brief, maar geen steun voor het debat, want de Kamer gaat niet over de cao-onderhandelingen.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter, zeker steun voor een brief over deze verontrustende ontwikkeling, maar nog geen steun voor een debat.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Namens collega Michel Rog steun voor de brief maar niet voor het debat.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Steun voor de brief én voor het debat.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter, geen steun voor het debat. De brief is vanmorgen ook al aangevraagd bij de procedurevergadering.

De heer Azarkan (DENK):

Steun voor het debat.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Voorzitter, steun.

De voorzitter:

Mevrouw Van den Hul.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Ik zie dat de coalitie de urgentie van het lerarentekort nog steeds niet erkent.

De voorzitter:

Nee, mevrouw Van den Hul.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

De brief waarnaar de heer Rudmer Heerema verwees en die is aangevraagd in de procedurevergadering, wil ik dus graag ontvangen voor de stemmingen over de begrotingen.

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

Mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter. Ruim een week geleden kregen we als Kamer een aantal hele harde rapporten van de inspectie te zien waaruit bleek dat kinderen in acuut gevaar zijn. Vanochtend kregen we een rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Daaruit blijkt dat kinderen die seksueel worden misbruikt, vaak niet tijdig hulp krijgen en op het moment dat we hier staan, nog in gevaar zijn, soms ook omdat ze thuis worden misbruikt. Het lijkt me goed om daar een debat over te voeren met de minister van VWS.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Absoluut steun.

De heer Peters (CDA):

Wij willen hier graag over spreken, ook graag snel. Als er eerder een AO is, dan doen we het daar. Anders doen we het gewoon plenair.

De voorzitter:

Dus u steunt het verzoek.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Zeker steun voor het debat en ik sluit me aan bij de suggestie: als een AO sneller kan, dan graag, want we willen snel praten over dit vreselijke probleem.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Van harte steun uiteraard.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dezelfde lijn, voorzitter: zo snel mogelijk, als het kan via een AO en anders steun voor een plenair debat hier.

De heer Wörsdörfer (VVD):

Daar sluit ik me bij aan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Steun.

De heer Azarkan (DENK):

Steun.

Mevrouw Agema (PVV):

Steun, voorzitter. Al dat geleuter over “als het in een AO sneller kan” ... Dat kan: als de Kamer beslist dat er morgen of volgende week een AO is, dan is er morgen of volgende week een AO. Dus niet “als dit”, “als dat” en “als zus en zo”. Ik word daar zo gek van, voorzitter. Je kan ook bij meerderheid besluiten dat dit volgende week gewoon geagendeerd wordt. Zo werkt het hier, in plaats van al die smoesjes. Dus steun voor het verzoek van mevrouw Westerveld.

De heer Van Gerven (SP):

Steun zonder smoesjes.

De voorzitter:

Nou, dat was kort en krachtig van de heer Van Gerven.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Fijn. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Ja, u heeft een ruime meerderheid. Dank u wel.

Tot slot de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):

De afgelopen dagen is Nederland opgeschud door een aantal racistische gebeurtenissen. Het meest recente voorbeeld is dat wat er gebeurde in Gorinchem. Gisteren is een aantal filmpjes verspreid waarin te zien is hoe een groep allochtonen het gemunt heeft op blanke jongeren. Begin dit jaar gebeurde hetzelfde in Spijkenisse. Deze gebeurtenissen zijn vastgelegd op beeld, waardoor ze veel media-aandacht hebben gekregen. Maar helaas komen dit soort mishandelingen van autochtonen door groepen allochtonen, voornamelijk Marokkanen en Turken, zo vaak voor dat men niet meer over een ruzie of een incident kan spreken. Deze gerichte aanvallen hebben een racistisch element in zich. Dat is onaanvaardbaar. Het moet besproken worden. Daarom wil ik een debat met de minister van Veiligheid en Justitie over het aanpakken van groepsmishandelingen door allochtonen jegens autochtonen.

De heer De Graaf (PVV):

Van harte steun, voorzitter, met twee toevoegingen. Graag zou ik vanwege het integratieaspect ook de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erbij willen. En voorafgaande aan het debat zou ik een uitgebreide brief willen, van beide ministers die we nu gevraagd hebben, over de achtergronden en de motivatie, over alles wat te maken heeft met de aanvallen die plaatsvinden, alsmede met de plunderingen die plaatsvinden op winkels. Daarnaast heb ik misschien nog een aanbeveling aan meneer Baudet. We hebben vanavond nog de begroting en volgende week de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daar zullen wij het ook bespreken. Maar het debat moet er daarna zeker komen en zeer uitgebreid worden gevoerd. Ik hoop op veel spreektijd.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik heb de beelden ook gezien van hoe een groep jongeren als een groep hyena’s losgaat op een slachtoffer. Ik begrijp dus de behoefte tot een debat.

De heer Baudet (FvD):

Jongeren! Jongeren!

De voorzitter:

Meneer Baudet.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ze waren niet oud; ze waren jong. En als een groep hyena’s gingen ze los op een weerloos slachtoffer. Verschrikkelijke beelden. Ik wil niet wachten op een debat. We hebben straks, hierna, de begroting van Justitie en Veiligheid. Ook wij hebben een hoop vragen hierover. Ik zou het debat eigenlijk meteen vandaag willen. Geen steun dus voor een apart debat, omdat we over een halfuur erover gaan spreken.

De voorzitter:

De heer Voordewind namens ...

De heer Baudet (FvD):

Dit slaat nergens op.

De voorzitter:

... de ChristenUnie. Meneer Baudet, u bent geweest.

De heer Baudet (FvD):

Ja, maar het debat over Justitie en Veiligheid is al geweest. Dit is dus weer een typisch geval van verstoppertje spelen van een VVD’er die niet eens wil spreken over wie het waren en waar dit geweld vandaan komt en daarom spreekt van “jongeren”.

De voorzitter:

Meneer Baudet, u heeft gemotiveerd waarom u een debat wilt. Het is nu aan de Kamerleden om steun of geen steun uit te spreken. Dat wil ik eerst even inventariseren. U moet echt niet op elke opmerking reageren, want dat mogen zij ook niet doen. Ik was bij de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. De heer Baudet zegt dat het debat al is geweest, maar we gaan het debat vanmiddag en vanavond voeren. Ik zou dus zeggen: laat hij vooral zijn collega Hiddema aansporen om dit allemaal uit te spreken en vanmiddag het debat te voeren. Wij zullen dat zeker ook doen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb de beelden gezien. Die zijn misselijkmakend. Het geweld is afschuwelijk. Dus daar moet zeker op worden gereageerd door de regering. Er moet een brief komen. Op grond daarvan kunnen we kijken of we dit debat steunen. En inderdaad, we spreken deze hele dag verder over justitie met de ministers Grapperhaus en Dekker. Ook dan zullen we dus de kans hebben om hierover te spreken.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Ik wil er in ieder geval een brief over. We zullen er vanmiddag ook over spreken, maar ik sluit niet uit dat we er later naar aanleiding van de brief nog op willen terugkomen. Laten we dus de brief even afwachten. Wellicht kunnen we dan alsnog het debat steunen. Maar ik kijk dan even wat er vanmiddag al geweest is.

De heer Groothuizen (D66):

Buitengewoon nare beelden, zoals geweld altijd heel erg naar is. Het is goed dat de politie onderzoek doet. Een brief lijkt me verstandig. Geen steun voor het debat.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Ook mijn maag draait zich om. Ik zag die heftige beelden. Het zal je kind maar zijn dat zo wordt opgejaagd. Ik denk dat het goed is om erover te spreken. Dat doen we regelmatig bij Justitie en Veiligheid. We spreken regelmatig over politieonderwerpen. Jammer genoeg weinig afvaardiging. Laten we met elkaar debatteren over geweld in zijn algemeenheid, door wie dan ook, dus zonder de toevoeging die de heer Baudet doet, die het heeft over “allochtonen tegen autochtonen” en al dat soort dingen. Daarvoor dan steun.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Voorzitter. Het zijn inderdaad vreselijke beelden. GroenLinks maakt zich zorgen over de normalisering van alle vormen van racisme, discriminatie en intimidatie in de samenleving, dus ook over racistische spreekkoren in voetbalstadions. We gaan inderdaad straks verder met de begroting van Justitie en Veiligheid. Wij stellen voor om het daar te bespreken.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Afschuwelijk geweld. Het is goed om daar bij de begroting al over te spreken, maar ik sluit mij ook aan bij diegenen die hebben gezegd: we willen ook graag nog een brief om hier ook de nadere achtergronden in beeld te krijgen. Dan kunnen we aan de hand van die brief kijken of we dan nog een afzonderlijk debat erover willen hebben.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):

Voorzitter, steun voor een brief. Afschuwelijke beelden. Laten we het er vanmiddag al over hebben. Maar ik steun ook het verzoek om het in den brede eens over racisme en het geweld in de samenleving te hebben.

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

U krijgt zo het woord, meneer Baudet. Mevrouw Kuiken.

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Mevrouw Kuiken.

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Hai. Ik wil de heer Baudet steunen in zijn verzoek om een brief. Laten we het vanmiddag al bij de begroting te betrekken. Op basis van een brief kunnen we besluiten of we nog een nieuw debat houden over geweld onder deze jongeren.

De heer Baudet (FvD):

...

Mevrouw Kuiken (PvdA):

...

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Nee! Meneer Baudet. Wat een niveau.

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Meneer Baudet, u krijgt zo het woord. Zitten er jongeren op de publieke tribune? Ja. Dit is echt geen manier om met elkaar om te gaan. We hebben gewoon een regeling van werkzaamheden. Het staat u vrij om een debat aan te vragen — dat is uw goed recht — en om kort te motiveren waar het over gaat. Tijdens het debat kunt u al uw standpunten over ...

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Nee. Dat klopt. Maar een meerderheid steunt uw verzoek niet.

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Ik heb uw woorden helemaal niet geïnterpreteerd. Ik probeer alleen om deze regeling van werkzaamheden een beetje op een normale manier af te ronden en om te concluderen ...

De heer Baudet (FvD):

...

De voorzitter:

Mag ik ook even iets zeggen, meneer Baudet? Ik weet zeker dat er nu weer een filmpje van zal worden gemaakt. Het gaat om het volgende. Als u iets vraagt, wil een meerderheid dat wel of niet. Zo werkt het. Dat geldt ook voor andere Kamerleden. U krijgt nu het woord, om te zeggen wat u verder gaat doen. Ik wil ook tegen de Kamerleden zeggen die allemaal zeggen “wij steunen een brief” dat die steun niet nodig is. Een Kamerlid kan om een brief vragen, voorafgaand aan een debat. Meneer Baudet, er is geen meerderheid voor uw verzoek maar wel voor het idee om het op een andere manier aan de orde te stellen. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Prima. Ik accepteer dat er geen meerderheid is voor mijn voorstel. Ik reageerde alleen op de blijkbaar niet te onderdrukken neiging van een aantal Kamerleden om te abstraheren van het onderwerp waarover ik een debat wil, namelijk het al dan niet systematisch voorkomen van allochtoon geweld tegen blanke Nederlanders. Daar wil ik een debat over. Er wordt hier gezegd: we gaan het hebben over jongeren die geweld in het algemeen bezigen of over racisme in het algemeen. Dan zeg ik: nee. Dat is dus symptomatisch voor het probleem in Nederland.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter, ik heb een punt van orde.

De voorzitter:

Ik ga toch even concluderen dat er geen meerderheid is voor dit debat. Ik dank jullie allemaal.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter, een punt van orde. De heer Baudet krijgt hier uitvoerig de tijd om nog een betoog erachteraan te plakken. Hij krijgt uitvoerig de tijd om degenen die hebben gezegd “het is een belangrijk onderwerp; we betrekken het vanmiddag bij het debat” weg te zetten als mensen die het probleem niet zouden erkennen. We hebben allemaal die filmpjes gezien en we hebben allemaal onze afschuw uitgesproken. Niemand heeft hier iets weggeschoven. Als de heer Baudet wil praten over hoe allochtonen autochtonen in elkaar rammen, dan is hij welkom om dat vanmiddag te doen. Er zitten hier drie ministers aan wie hij alle vragen kan stellen die hij wil. Dat wil hij niet, voorzitter. Hij wil hier gewoon een punt maken en er daarna over kunnen twitteren. Kom maar naar het debat — er zijn drie ministers — en maak je punt dan!

De heer Baudet (FvD):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Dat was een punt van orde, dus daarop volgt geen inhoudelijk debat. De heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ja, voorzitter. Ik heb ook een punt van orde. Ik merk dat ik het lastig vind om het debat te volgen als er mensen spreken zonder dat ze het woord hebben gekregen. Dat maakt het zo ingewikkeld. Wat wordt er nou gezegd? Ik zou u er dus graag in willen ondersteunen dat we pas spreken als we het woord krijgen. Dat helpt voor het debat.

De voorzitter:

Zo is dat. De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter, ook een punt van orde. Ik heb het Reglement van Orde goed gelezen en ik heb daarin nooit zien staan dat je als een stampvoetende kleuter tekeer mag gaan als je je zin niet krijgt bij een debat.

De voorzitter:

Nou, ook dank. Ik dank u, meneer Baudet. U heeft uw punt gemaakt. U heeft ook toegelicht wat u ervan vindt. Nee, ik ga hierover geen discussie meer aan. Vanmiddag is er inderdaad alle tijd om een debat te voeren. Dan kunnen alle Kamerleden hun mening geven.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Het was even een robbertje vechten. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.