Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 82, item 8

8 Landbouw- en Visserijraad van 14 mei 2019

Aan de orde is het VSO Landbouw- en Visserijraad van 14 mei 2019 (21501-32, nr. 1170).

De voorzitter:

Aan de orde is het VSO Landbouw- en Visserijraad van 14 mei 2019. Het woord is aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Met het belangrijke rapport van IPBES van vorige week kan niemand meer negeren dat het heel erg slecht gaat met de biodiversiteit; ik meen dat de heer De Groot dat ook heeft gezegd. Ik denk dat het goed is dat we ons dat realiseren in de discussie over de aanscherping van de beoordelingsmethoden voor pesticiden, omdat er grote risico's zijn voor bijen en hommels, die in de huidige beoordelingsmethoden nog niet zitten. De Nederlandse regering heeft in reactie op aangenomen moties van de Kamer eigenlijk altijd de Kamer voorgehouden dat zij zich inzet voor aanscherping daarvan. Nu is gebleken dat dit achter de schermen anders zit. De discussie daarover wordt nog voortgezet, want we krijgen nog antwoorden op vragen, maar het is wel belangrijk dat er helderheid komt over de Nederlandse positie. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese methoden voor de beoordeling van pesticiden belangrijke risico's voor bijen en hommels buiten beschouwing laten, waardoor er allerlei middelen zijn toegelaten die zeer schadelijk zijn;

constaterende dat de Kamer diverse moties aannam om de voor bijen zeer giftige pesticiden van de markt te halen;

constaterende dat de regering deze aangenomen moties niet heeft uitgevoerd, maar de Kamer wel beloofde zich sterk te maken voor aanscherping van de beoordelingsmethoden om bijen en hommels te beschermen tegen schadelijke pesticiden;

constaterende dat is gebleken dat de Nederlandse regering zich achter de schermen al zes jaar lang blijkt te hebben verzet tegen de benodigde aanscherping;

verzoekt de regering vanaf dit moment te doen wat zij de Kamer heeft beloofd, en zich in te zetten voor de benodigde aanscherping, en dus voor inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer als geheel, inclusief de tests op het gebied van chronische toxiciteit en de gevolgen voor solitaire bijen en hommels, niet later dan 30 juni 2019,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1171 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, tot slot de automatische verlengingen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie voortdurend de toelating van een groot aantal pesticiden automatisch wil verlengen, terwijl de voorgeschreven wetenschappelijke veiligheidstoets niet heeft plaatsgevonden, met alle risico's van dien voor bestuivers en andere dieren en de gezondheid van mensen;

constaterende dat de Europese Commissie daarmee bestaande wetten voor de veiligheid van mens en dier omzeilt;

verzoekt de regering zich voortaan te verzetten tegen voorstellen van de Europese Commissie om toelatingen van pesticiden automatisch te verlengen als de voorgeschreven wettelijke veiligheidstoets niet heeft plaatsgevonden, en daartegen te stemmen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1172 (21501-32).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank. Daarmee zijn we direct gekomen aan het eind van de inbreng van de Kamer. Ik kijk even naar de minister. Zij is nog in afwachting van de moties, denk ik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. De eerste motie van mevrouw Ouwehand suggereert dat wij niet hebben gedaan wat wij hebben gezegd. Laat ik eerst zeggen dat ik het belangrijk vind dat de effecten op bijen goed worden meegewogen. Ik ben dan ook voorstander van een nieuw bijenrichtsnoer. Daar kan nog wel eens onduidelijkheid over bestaan, maar dat staat gewoon vast. Ik — maar ik niet alleen, ook mijn voorgangers hebben dat al gedaan — heb daarbij steeds gezegd dat het van belang is dat het nieuwe richtsnoer werkbaar is in de praktijk en dat het is gebaseerd op de meest actuele wetenschappelijke inzichten. Die positie heeft Nederland steeds ingenomen en daarin zijn wij ook consistent geweest. U heeft dit terug kunnen lezen in alle stukken die wij aan de Kamer hebben gestuurd. Er is geen sprake van dat wij een andere positie aan de Kamer hebben voorgespiegeld.

De Europese Commissie bereidt een voorstel voor om het bijenrichtsnoer gefaseerd van kracht te laten worden. Dat is conform de inzet van Nederland in de afgelopen jaren; ik ben daar dan ook voorstander van. Dit kan juist de impasse in de EU over het richtsnoer doorbreken: voer in wat nu kan worden ingevoerd en werk beter uit wat nog uitgewerkt moet worden, maar ga aan de slag. Dat is precies in lijn met de positie die wij altijd hebben ingenomen, dus ik hoef ook niets te wijzigen. Ik ben voor snelle invoering van onderdelen van het richtsnoer waarover consensus is en dat blijf ik ook. Daarmee ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1171 wordt ontraden. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik doe ontzettend mijn best om mijn woede onder controle te houden.

De voorzitter:

Excuus, gaat u verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit hielp wel eventjes; even een adempauze.

Wij gaan de discussie nog voeren over wat de Kamer is voorgespiegeld en over de vraag hoe zich dat precies verhoudt tot wat het kabinet heeft gedaan. Ik probeer het daar dus nu niet over te hebben, maar feit is wel dat als de minister zegt dat zij voor invoering van het richtsnoer is, zij eigenlijk hetzelfde doet waar ik zo boos over ben. Het richtsnoer dat er nu ligt, is volledig uitgekleed op een paar testjes na. Er was een voorstel dat bijen en hommels effectief zou beschermen op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Dat voorstel is in 2013 gepresenteerd. Er wordt al zes jaar over gesproken en waar Nederland nu mee wil instemmen, is een volledig uitgehold voorstel. Wij zijn terug bij af en dat probeert de minister te verkopen als "wij zetten ons in voor bijen en hommels".

Ik wil van de minister weten wat er — als wij alle constateringen eruit laten — mis is met het verzoek van de Kamer om zich in te zetten voor die optimale bescherming van bijen en hommels, dus inclusief de tests die in 2013 zijn voorgesteld. Kan de minister daarmee aan de slag als de Kamer die motie (op stuk nr. 1171) aanneemt?

Minister Schouten:

Ik heb eerder aangegeven dat er in 2013 een voorstel is gekomen voor een bee guidance. Nederland heeft sindsdien gezegd dat wij voorstander van een bee guidance zijn; dus ook van het meewegen van het belang van bijen en hommels bij de vaststelling van die middelen. We hadden twee punten: de chronische toxiciteit en praktijkstudies. Die punten hebben wij steeds ingebracht. Wat je vaststelt, moet ook werkbaar zijn. Wij zijn daar niet inconsistent in geweest. Dat hebben we ook aan de Kamer laten weten. Er ontstond een impasse in Europa en Nederland is juist degene geweest die heeft gezegd: laten wij dan datgene waarover wij wel overeenstemming hebben al invoeren in plaats van te blijven vasthouden aan het cirkeltje waarin wij nu praten. Dat wil de Europese Commissie nu gelukkig ook gaan doen. Wij zijn daar groot voorstander van, want dan gaan wij in ieder geval juist die stappen zetten. In die zin zie ik ook niet het licht waar mevrouw Ouwehand op doelt. Dat is er niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nogmaals, ik doe echt mijn best om mijn boosheid hierover te verbergen. De minister suggereert hier opnieuw dat er lidstaten tegen waren. Nederland was tegen! Nederland heeft onder het Ruttiaanse "het moet wel werkzaam zijn" bereikt dat de testen die nodig zijn om bijen te beschermen, eruit zijn gefietst. Het kabinet noemt dit in de richting van de Kamer zo: "wij hebben wel wat zorgen over de werkbaarheid". Het gaat om die testen. Die zijn in 2013 voorgesteld. Het oude richtsnoer — op basis daarvan wordt thiacloprid nu massaal gebruikt; daar zijn grote zorgen over — is nog steeds de basis voor het toelaten van die middelen. Ik wil dat het kabinet doet wat het de Kamer heeft beloofd toen er moties werden aangenomen: de beoordelingssystematiek aanscherpen. De minister doet dat niet. Die testen moeten erin. Die toezegging wil ik.

Minister Schouten:

Deze motie vraagt om een andere lijn: dat wij terugkeren naar een lijn die wij hebben voorgespiegeld. Ik heb aangegeven dat wij consistent zijn geweest. Ik herken mij dus niet in de inhoud van de motie. Ik ontraad haar daarom.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1171 wordt ontraden. Mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik sta een klein beetje voor een dilemma, want ik had mijn vraag natuurlijk moeten stellen aan mevrouw Ouwehand toen zij haar motie indiende. Ik vraag nu dus maar aan de minister hoe zij deze motie leest. Dat staat nog los van het feit dat mevrouw Ouwehand al heeft aangekondigd hierover nog deze week te willen stemmen. Ik vraag mij überhaupt af waarom deze haast er is, maar daar kom ik na de tweede motie nog wel op terug. Deze motie suggereert eigenlijk dat de minister niet heeft gedaan wat er gezegd is. Ik lees haar of kan haar lezen als zijnde een motie van wantrouwen. Ik mag toch hopen dat de minister haar niet op die manier interpreteert; laat ik het zo zeggen.

Minister Schouten:

Moet ik mijn eigen motie van ...

De voorzitter:

Nu moet u indirect ...

Minister Schouten:

Ik moet nu mijn eigen moties van wantrouwen gaan interpreteren. Dat vind ik wel een heel ingewikkelde.

Mevrouw Lodders (VVD):

Ik deel de lijn van de minister. De minister is hier in de afgelopen periode heel helder over geweest. Zij heeft de Kamer hier op een heel goede manier in meegenomen. Wat hier nu gebeurt, vind ik eigenlijk wel een heel gekke situatie opleveren. Wees dan helder in de motie.

De voorzitter:

Ja, maar het is lastig om die vraag bij de minister neer te leggen, want die vraag had u aan mevrouw Ouwehand moeten stellen. De minister kan hierop reageren, maar ik kan me voorstellen dat een indirecte beantwoording een beetje ingewikkeld is.

Minister Schouten:

Ik heb geantwoord op de motie zoals ik haar lees en zoals ik haar interpreteer en gezegd dat ik mij niet herken in hetgeen in de motie wordt gesteld.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1171 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 1172.

Minister Schouten:

De motie op stuk nr. 1172 gaat over de automatische verlenging van de toelating van middelen. Mevrouw Ouwehand vraagt de toelating van middelen niet automatisch te verlengen als de toetsen niet hebben plaatsgevonden en om, als dat wel gebeurt, daartegen te stemmen. Er is een procedure vastgesteld waaruit blijkt hoe we met dit soort zaken omgaan. Alle middelen waarop herbeoordeling plaats moet vinden, moeten zijn getoetst. Dat is ook in de procedure opgenomen en dat is conform de verordening. Als de toets nog niet heeft plaatsgevonden, vindt verlenging plaats. Nogmaals, dat staat in de verordening. Dat is dus gewoon conform hetgeen we met elkaar hebben afgesproken. De Europese Ombudsman heeft recent ook nog geoordeeld dat deze procedure oké is. Ik vind het natuurlijk van belang dat we dit soort zaken zo goed mogelijk doen, maar als het nog niet is afgerond, dan is dat niet per se de schuld van de indiener. Dan ligt het ook bij de Commissie of bij andere instanties die daar nog mee bezig zijn. Ik vind dat we ons gewoon netjes moeten houden aan de procedures die we met elkaar hebben afgesproken. Dus ik ontraad deze motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik herinner de minister aan een eerder door de Kamer aangenomen motie op het gebied van die automatische verlenging. Ik geef toe dat de Kamer verschillende uitspraken heeft gedaan waardoor de boodschap aan de minister niet helemaal duidelijk was. Maar de laatste keer kwamen die verlengingen ineens in stemming. Toen heeft de minister de Kamer wel geïnformeerd, maar we kregen op vrijdag een brief. Het ging om 30 stoffen en de volgende maandag werd daar al over gestemd. Ik dien nu deze motie in om gewoon een heldere uitspraak van de Kamer te hebben voor als het in de tussentijd ineens opkomt. Daar kan de minister ook niks aan doen, maar dan weten we waar we staan.

Tegen mevrouw Lodders wil ik zeggen dat ik best bereid ben om de constateringen in de motie op stuk nr. 1171 aan te passen, want we gaan het debat over de vraag hoe het vorige kabinet de Kamer nu heeft geïnformeerd, nog voeren. Het verzoek blijft dan staan. Daar wil ik dus best over in overleg. De reden dat ik om stemming heb gevraagd, is dat er volgende week alweer een SCoPAFF-overleg plaatsvindt. Dan wordt er niet gestemd, maar dan wordt wel de discussie over dit richtsnoer voortgezet. Het is dus belangrijk om een heldere Nederlandse positie te hebben. Ik hoop dat ik daarmee alle vragen heb beantwoord.

De voorzitter:

Op een heel bijzondere manier, maar dat heeft u gedaan. De minister nog in reactie op mevrouw Ouwehand?

Minister Schouten:

Overigens staan er in de SCoPAFF van maandag geen procedurele verlengingen op de agenda. In die zin heeft de motie op stuk nr. 1172 niet de haast die mevrouw Ouwehand misschien nodig vindt. Ik wijs erop dat er vaak ook middelen als laagrisicomiddelen of biologische middelen tussen zitten. Mevrouw Ouwehand veegt met deze motie in één keer al die zaken ook van tafel. Ik zeg dit om gewoon even duidelijk te hebben dat het hier ook vaak om dit soort zaken gaat. Nogmaals, als wij procedures afspreken in Europa, vind ik dat het voor iedereen duidelijk moet zijn hoe die procedures zijn. Dan kan men zich er ook op richten. Als het dan buiten de schuld van de indiener van de aanvraag voor de verlenging van de stof ligt dat die nog niet heeft plaatsgevonden, vind ik niet dat je daar automatisch tegen moet zijn, dus ik blijf nog steeds tegen die motie.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja, voorzitter, tot slot. Dan zal ik ook die laatste motie, de motie op stuk nr. 1172, aanpassen, zodat die aansluit bij een eerder door de Kamer aangenomen motie waarin wel degelijk onderscheid wordt gemaakt tussen middelen. Er zijn middelen waarvan de Kamer en het Europees Parlement hebben gezegd dat het echt onverstandig is om die zomaar te verlengen. Dus ook die motie zal nog een kleine wijziging ondergaan. Ik denk dat het goed is om daarover te stemmen, want voor aanstaande maandag staan er dan geen verlengingen op de agenda, maar de minister weet ook dat de Kamer de laatste keer op vrijdag werd geïnformeerd, waarna het op maandag al een kwestie van stemmen was. Dus laten we nou maar gewoon zorgen voor een heldere uitspraak. Mijn verzoek om ook over deze motie te stemmen blijft dus staan.

De voorzitter:

Ik probeer het allemaal even samen te vatten. Er liggen twee moties. Beide moties krijgen het oordeel ontraden. Mevrouw Ouwehand heeft wel aangegeven beide moties te zullen aanpassen. Er komen dus twee gewijzigde moties, maar die blijven allebei oordeel Kamer houden.

Minister Schouten:

Nee, niet oordeel Kamer, maar ontraden.

De voorzitter:

Ontraden, excuses. Ze blijven allebei, de twee gewijzigde moties, het oordeel ontraden houden. Nu heeft mevrouw Ouwehand verder het verzoek ingediend om hier donderdag over te stemmen. We proberen in dit huis met zijn allen het aantal keren dat we stemmen zo laag mogelijk te houden. Bij uitzondering stemmen we op donderdag, als daar in Europees verband aanleiding voor is omdat er een Raad plaatsvindt. Dat is in dit geval formeel niet aan de orde, want de Landbouwraad is inmiddels achter de rug, maar er is maandag een bespreking. Mevrouw Ouwehand vindt het prettig om het kabinet mogelijk met een opdracht naar Brussel te sturen, maar de minister geeft aan dat er in procedurele zin geen verandering gaat optreden. Mijn vraag is dus even, ook met het oog op het binnenhouden van alle mensen morgen voor stemmingen, of mevrouw Ouwehand er echt aan hecht om er morgen over stemmen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De minister zei dit in reactie op de tweede motie. Er staan geen verlengingen op de agenda, maar de discussie over de Bee Guidance, waar de eerste motie over gaat, staat wel op de agenda. In het feitenrelaas — dank dat de minister dit naar de Kamer heeft gestuurd — hebben we gezien dat er in dat comité heel belangrijke gesprekken plaatsvinden. Voordat die ScoPAFF-vergadering plaatsvindt, moet dus duidelijk zijn wat de Kamer wenst en wat de positie van de Nederlandse delegatie daar is.

De voorzitter:

Helder. Dan handhaaft u uw wens. Als andere leden van dit huis denken dat het anders moet, moeten ze dit straks bij de regeling weer verder regelen. Ik geloof dat we daarmee dit VSO hebben afgerond.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar komst naar de Kamer en ik schors tot 14.10 uur. Dan gaan we door met de regeling.

De vergadering wordt van 12.49 uur tot 14.10 uur geschorst.

Voorzitter: Arib