Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 82, item 10

10 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden. Ik stel voor het debat over de Europese top van 20 en 21 juni 2019 aan de agenda van de Kamer toe te voegen en daarbij maximumspreektijden te hanteren van:

  • -10 minuten voor VVD, PVV, CDA en D66;

  • -7 minuten voor GroenLinks, SP en PvdA;

  • -5 minuten voor ChristenUnie, Partij voor de Dieren, 50PLUS, SGP, DENK en Forum voor Democratie.

Ik stel voor dinsdag 21 mei aanstaande ook te stemmen over een brief van het Presidium (31066, nr. 481) en over een brief van de vaste commissie voor Financiën (31865, nr. 135).

Op verzoek van de aanvragers stel ik voor de volgende debatten van de agenda af te voeren:

  • -het interpellatiedebat over de bekostiging van e-health;

  • -het dertigledendebat over het onderzoek van CE Delft over het sluiten van drie kolencentrales om het Urgendadoel te halen;

  • -het dertigledendebat over het bericht dat personeelstekorten in de ggz leiden tot calamiteiten met dodelijke afloop.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35006-11; 35006-9; 34648-10; 34058-22; 34041-34; 34000-XIII-90; 33835-69; 33750-XIII-80; 33605-XIII-15; 33576-24; 33529-78; 33400-XIII-118; 33400-XIII-117; 33400-XIII-115; 33400-VI-110; 32813-31; 32670-134; 32336-37; 31936-207; 30196-270; 30175-209; 30175-208; 30175-207; 29383-238; 28694-107; 28694-106; 27858-257; 27858-256; 27858-195; 27858-194; 27858-158; 27858-157; 27858-156; 27858-128; 27858-126; 27625-295; 27428-311; 27428-302; 26991-449; 21501-32-1105; 21501-32-1104; 21501-32-1019; 21501-32-1017; 21501-32-752; 21501-32-687; 21501-32-681; 21501-20-734; 21501-08-552; 21501-08-551; 35000-26; 23235-161; 31765-377.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • -het VAO Wetenschapsbeleid (AO d.d. 14/05), met als eerste spreker mevrouw Tielen namens de VVD.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Gisteren vernamen we dat de Blauwe Moskee in Amsterdam van plan is een podium te bieden aan de radicale salafistische haatimam Bantvawala. Deze man, die vorig jaar nog op de Nederlandse tv een misselijkmakend pleidooi hield voor meisjesbesnijdenis of, beter gezegd, genitale verminking, is een volgeling van een andere engerik, die joden nakomelingen van apen en varkens noemde en homoseksualiteit omschreef als het kwaad. Wat de VVD betreft is in ons land geen enkele ruimte voor haatzaaien. Ik wil dan ook graag een debat aanvragen met de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Justitie en Veiligheid.

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Ik zou ook graag een briefje van de regering willen, want ik hoor van mijn gemeenteraadcollega's in Almere dat deze man gewoon in Almere woont. Als hij hier niet welkom is, kan de regering in die brief, voorafgaand aan een eventueel debat, dat uiteraard mijn steun heeft, meteen melden welke maatregelen ze gaat nemen om deze man uit Nederland te weren. Misschien is er nog een Kamercoalitie die in roze pakjes hand in hand bij het huis van deze meneer wil demonstreren, maar dat moeten die partijen zelf beslissen.

De voorzitter:

Dat dacht ik ook.

De heer Van Nispen (SP):

Volgens mij is die bijeenkomst aanstaande vrijdag al, dus als we nu een debat steunen, weten we zeker dat we sowieso te laat zijn. Volgens mij moeten we dus vanavond nog een brief krijgen van de regering. Ik vind het ook goed als de vragen die mevrouw Yeşilgöz-Zegerius heeft gesteld, vanavond nog beantwoord worden. Desnoods kunnen we die antwoorden, als we daar iets van vinden, dan nog betrekken bij het debat dat morgen gepland staat over de Nashvilleverklaring.

De voorzitter:

Dus geen steun voorlopig.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Dit is helaas niet de enige prediker die haat verkondigt, want online hebben we daar vaak ook mee te maken. Dus op zich steun ik het debat wel. Maar willen we hier nog wat van vinden, dan steun ik de lijn van de heer Van Nispen, namelijk vanavond een brief, antwoorden op de vragen en die dan morgen meenemen in het debat over de Nashvilleverklaring. Dan kunnen we aansluitend nog kijken of we een aanvullend, groter debat over het fenomeen willen hebben. Dat is helaas een terugkerend iets.

Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):

Ik stel voor om een brief aan de regering te vragen en om het morgen te betrekken bij het debat over de Nashvilleverklaring.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de SP en het CDA. Morgen hebben we het ook over een andere haatprediker. Het lijkt mij het snelst om het dan daarbij te betrekken. Maar ik stel ook inderdaad voor dat we wel een duidelijke brief krijgen, die ook antwoord geeft op de vragen van mevrouw Yesilgöz.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Hier sluit ik me bij aan.

De heer Geleijnse (50PLUS):

Namens 50PLUS steun voor het verzoek, maar de route die meneer Van Nispen voorstelt, lijkt me voor deze situatie wel de snelste.

De heer Hiddema (FvD):

Voorzitter. De onheilsprofeet wordt een probleem in dit land. Hij duikt ook al op in Barendrecht. Ik steun het verzoek.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek, voorzitter.

De heer Öztürk (DENK):

Dit kan voor morgen meegenomen worden. Maar goed, het is verkiezingstijd. Rutte valt Baudet aan, Yesilgöz de moslims. Ze proberen daarmee stemmen te halen.

De voorzitter:

Maar steunt u het verzoek?

De heer Öztürk (DENK):

Natuurlijk niet!

De voorzitter:

Oké. Mevrouw Yesilgöz, u heeft 73 zetels. Maar morgen is er een debat waar dit onderwerp bij betrokken wordt. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Tot slot mevrouw Lodders namens de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):

Voorzitter. Ik zou graag het verzoek doen om de stemmingen over de moties die zojuist zijn ingediend bij het VSO over de Landbouw- en Visserijraad, niet morgen te doen plaatsvinden maar aanstaande dinsdag. De reden waarom ik dat voorstel doe, is dat zij over een Raadswerkgroep gaan. Als we over iedere Raadswerkgroep hier op een andere dag dan dinsdag gaan stemmen, staan we hier voortaan iedere donderdag.

De heer Graus (PVV):

Ik zou dat graag willen steunen, maar mogelijk heeft mevrouw Ouwehand een goede reden — die ik niet ken — waarom de stemmingen per se morgen moeten plaatsvinden. Dus als ik en ook andere collega's dat even mogen horen, zou dat fijn zijn. Ik ken de reden niet waarom dat morgen moet.

De voorzitter:

Dat heeft mevrouw Ouwehand gisteren toegelicht. Dan heeft u niet opgelet.

De heer Graus (PVV):

Ik was niet bij dat debat aanwezig, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:

Nee, het was hier in de zaal.

De heer Graus (PVV):

Ik was bij een ander debat. Ik heb dat niet meegekregen.

De voorzitter:

Oké. Mevrouw Ouwehand, een korte toelichting.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Er speelt een discussie over de Bee Guidance. Dat betekent: aanscherping van de toetsing van pesticiden om bijen en hommels beter te beschermen. In het ambtenarenoverleg zit een Nederlandse delegatie. Die ambtenaren komen aanstaande maandag en dinsdag bijeen. Er wordt dan niet gestemd over het voorstel, maar er wordt wel over gesproken. Onze motie gaat over de vraag: wat moet de positie van de Nederlandse delegatie daar zijn?

De voorzitter:

Helder.

De heer Graus (PVV):

Kijk, nu ik dit hoor, kan ik het verzoek dus niet steunen. Terwijl ik dat in eerste instantie wel wilde doen. Dan zie je dus hoe belangrijk het is.

De voorzitter:

Oké. Dan ga ik naar de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. Het gaat over het behoud van de bijen. Die zijn in gevaar. Ik wil het verzoek van mevrouw Ouwehand van harte steunen, dus geen steun voor dit verzoek. Het gaat om een stemming. Wij gaan de regering controleren, en een stemming is het minste wat we kunnen doen.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik vind 'm wel wat fundamenteler dan "het gaat over een stemming". Als we over alle Raadswerkgroepen gaan stemmen, over wat daar wel en niet ingebracht wordt door het kabinet, hebben we elke dag een stemming. Wij zijn de controleurs van het kabinet. Wij moeten ons richten tot de minister. En de minister voert het beleid uit.

De voorzitter:

Dus u steunt het verzoek?

De heer Geurts (CDA):

Ja, maar voorzitter, dit is echt fundamenteel. Als we dit gaan doen, zijn we weer een lijn over. Dan verzuipen we in ons werk.

De voorzitter:

Dus?

De heer Geurts (CDA):

Steun voor het verzoek van mevrouw Lodders.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Ik steun het verzoek ook, op basis van redenen die al genoemd zijn. Aanvullend daarop vind ik dat dit eigenlijk ook wel een onderwerp zou moeten zijn dat in het Presidium wordt besproken. Mevrouw Lodders constateert terecht dat er heel veel Raadswerkgroepen zijn en dat we dan om de haverklap extra stemmingen krijgen. Ik heb de indruk dat daar ambtelijk overleg plaatsvindt, er geen onomkeerbare besluitvorming plaatsvindt. Dus daarom steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Dank u wel. Maar het Presidium gaat niet over de stemmingen. Dat bepaalt een meerderheid in de Kamer. De heer de Groot namens D66.

De heer De Groot (D66):

Steun, voorzitter. Ik voeg er nog een reden aan toe. Door het feit dat nog vragen door de minister niet zijn beantwoord, waardoor we gewoon niet het hele plaatje hebben, kan er ook niet gestemd worden.

De voorzitter:

Nee, mevrouw Ouwehand, ik ga naar de heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):

De SP steunt het verzoek niet. Ik vind de reden die mevrouw Ouwehand geeft overtuigend. En daarbij, we hebben gisteren een besluit genomen. Ik vind het ook wat ingewikkeld worden om daar dan nu weer op terug te komen. Ik snap dat dat formeel kan. Dat begrijp ik, maar we hebben gisteren een besluit genomen. Een goede reden, een verzoek van een collega om morgen te stemmen vind ik overtuigend, dus daarom steunt de SP dit verzoek niet.

De voorzitter:

Maar gisteren hebben wij een besluit genomen over de motie van mevrouw Van Kooten-Arissen omdat de stemmen staakten. Daarvan werd gezegd: als we donderdag zouden gaan stemmen, dan stemmen we ook over die motie. Dus het is ook belangrijk om straks iets over die motie te zeggen, of die tot dinsdag kan wachten. Maar goed, ik ga eerst naar de heer Geleijnse.

De heer Geleijnse (50PLUS):

Ik zal het kort houden, voorzitter. 50PLUS steunt het verzoek van mevrouw Lodders niet.

De voorzitter:

Dan heeft u ... Nee, ik ga geen discussie aan. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik wil heel graag feitelijke informatie toevoegen over de opmerking die de heer De Groot maakte, dat we nog niet alle antwoorden hebben. Ik heb contact gehad met het ministerie en we hebben het zo afgesproken om het het ministerie niet te moeilijk te maken om op korte termijn al die antwoorden te geven, want het debat speelt op twee vlakken. Is de Kamer goed genoeg geïnformeerd en welke positie neemt Nederland in? Dan wil ik ook dat u als voorzitter van de plenaire zaal weet dat ik andere procedurevoorstellen heb gedaan om feitelijke vragen te stellen — dan waren we hier al klaar mee geweest — en dat die route ook door deze zelfde partijen in commissieverband is geblokkeerd. Dus ik heb mijn best gedaan om het op tijd afgerond te krijgen en op tijd hierover een positie in te kunnen nemen als Kamer.

De voorzitter:

U heeft uw punt gemaakt.

En u heeft een meerderheid, mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD):

Mag ik nog één ding zeggen in de richting van de heer Van Nispen als het gaat om het besluit? Inderdaad, er is besloten op het eerdere verzoek van mevrouw Ouwehand, maar toen was natuurlijk niet duidelijk welke moties ingediend waren. Dus dat is de reden waarom ik dinsdag niet naar de interruptiemicrofoon ben gegaan. Dat zal ik de volgende keer echt nog scherper bijhouden. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dus dan gaan we morgen niet over de ingediende moties stemmen, maar er ligt wel de vraag over de motie van mevrouw Van Kooten-Arissen, of die stemming dinsdag kan plaatsvinden. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zal dat moeten checken bij mijn collega. Ik heb begrepen van niet, omdat dat ook gaat over een internationaal overleg, waar Nederland een positie zal moeten innemen en dat overleg is maandag, begrijp ik. Dus ik zal het checken met mevrouw Van Kooten, maar die stemming zal toch deze week moeten plaatsvinden. Dat is de laatste informatie die ik heb.

De voorzitter:

Die had gisteren kunnen plaatsvinden, want die gelegenheid was er ook. Maar goed, er is toen gezegd: laten we het donderdag doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja, omdat we ook constructief wilden zijn als de stemmen staken. Misschien is er een andere oplossing waardoor het niet hoofdelijk hoeft. We hebben er alles aan gedaan om het zorgvuldig te laten verlopen, maar helaas werkt de coalitie niet mee.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u heeft uw punt gemaakt en de stemmingen, in elk geval over de moties die vandaag zijn ingediend, gaan niet door. Ik hoor graag, mevrouw Ouwehand, wat mevrouw Van Kooten-Arissen met haar motie wil doen, of dat ook tot dinsdag kan wachten. Hiermee zijn we ook aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Tellegen