Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 82, item 3

3 Aanbieding verantwoordingsstukken over 2018

Aan de orde is de aanbieding van de verantwoordingsstukken over het jaar 2018.

De voorzitter:

Allereerst iedereen van harte welkom, ook de mensen op de publieke tribune, de mensen in de Voorzittersloge en in het bijzonder natuurlijk de minister van Financiën en de president van de Algemene Rekenkamer. Aan de orde is de aanbieding van de verantwoordingsstukken over het jaar 2018. Ik geef de minister van Financiën het woord.

Minister Hoekstra:

Voorzitter. Het is me een eer en een genoegen u het financieel jaarverslag van 2018 te mogen overhandigen en kort te mogen toelichten.

Dit is mijn tweede Verantwoordingsdag als minister van Financiën, maar het eerste volle jaar van dit kabinet. Een regulier jaar, maar in veel opzichten een goed jaar, met stevige groei en een solide begroting. Op Prinsjesdag vertelde ik u aan de hand van twee poolreizigers over het belang van een degelijke voorbereiding. Ik zal die vergelijking vandaag niet vervolmaken, maar we hebben zonder meer een goed jaar van onze tocht achter de rug. We zien een jaar waarin de stevige groei van voorgaande jaren zich voortzette. Inmiddels hebben we vijf jaar van economische groei op rij achter de rug. Het afgelopen jaar was dat voor een groot deel te danken aan de uitgaven van huishoudens. Die konden ook meer uitgeven, omdat veel mensen een baan hadden en vonden. Elke dag, elke dag wisten per saldo meer dan 530 Nederlanders een baan te vinden. Dat betekende 195.000 extra banen in 2018. Nederland heeft nu de laagste werkloosheid sinds 2001. Waar ik direct aan toevoeg dat we natuurlijk enorm geholpen zijn door de economische conjunctuur. Voorzitter, u kent mijn opvatting dat politici terughoudend zouden moeten willen zijn met het claimen van economische groei als eigen succes. De groei is in de eerste, tweede en derde plaats vooral te danken aan werkend en ondernemend Nederland en het feit dat we als zeer open economie altijd in grote mate meedeinen op de golven van de wereldeconomie. Dat neemt niet weg dat al die nieuwe banen en bestedingen heel erg goed nieuws zijn. In de eerste plaats voor heel erg veel Nederlandse gezinnen waar eerst iemand geen, maar nu iemand wel een baan heeft en 's ochtends aan het werk gaat. Natuurlijk, secundair maar toch niet onbelangrijk, ook voor de overheidsfinanciën en daarmee ook voor de hele samenleving.

Voorzitter. We gaven fors meer uit dan in 2017: zo'n 13 miljard euro. Onder andere aan onderwijs, zorg, veiligheid en tal van andere onderwerpen die we met elkaar belangrijk vinden. Wat hebben we daarmee zoal gedaan? Nou, het antwoord op die vraag levert een behoorlijke waslijst op. Omwille van de tijd zal ik me beperken tot een zestal punten. We verhoogden de salarissen van de leraren in het primair onderwijs, we sloten als kabinet akkoorden met de medisch-specialistische zorg, maar ook met de huisartsenzorg, de wijkverpleging en de ggz om de zorg betaalbaar te houden, we werkten verder aan de verbetering van de bereikbaarheid door files te bestrijden en nieuwe wegen, fietspaden en zogenaamde snelfietsroutes aan te leggen, we hebben de handhaving van de socialezekerheidsregels en de arbeidswetten met ingang van 2018 versterkt en er is vorig jaar geïnvesteerd in de werving van inspecteurs en rechercheurs voor de Inspectie SZW, we hebben de schuldenaanpak en de gevolgen van armoede voor kinderen willen verbeteren en de gevolgen van armoede voor kinderen willen beperken door extra geld ter beschikking te stellen voor het professionaliseren van de schuldhulpverlening en we hebben natuurlijk in 2018 60 belastingmaatregelen genomen voor burgers en bedrijven om werken lonender te maken.

Voorzitter. Zoals ik al opmerkte, is het geen uitputtende lijst. Maar het geeft wel de brede variatie van zaken aan waarin het kabinet heeft willen investeren. Wat natuurlijk ook bijdroeg aan het overschot, is dat we niet op alle onderdelen onze plannen hebben kunnen verwezenlijken. Dat is met name het geval geweest bij Defensie en bij Infrastructuur. Het overgrote deel van dit niet bestede geld, zo zeg ik er onmiddellijk bij, blijft beschikbaar voor uitgaven in latere jaren. Het overschot is bovendien een broodnodige buffer.

In het Centraal Economisch Plan van maart dit jaar was ook al te lezen dat het hoge groeitempo van de Nederlandse economie zeer waarschijnlijk voorbij is. Je zou kunnen zeggen dat we de piek van de conjunctuur hebben gehad. Het CPB voorziet dit jaar eenzelfde overschot als bij het regeerakkoord is afgesproken en dat is aanzienlijk lager dan over 2018. Juist daarom blijven we ook inzetten op gezonde overheidsfinanciën. Dat is prudent en verstandig in het licht van de vele risico's die er internationaal zijn en de hiervoor altijd gevoelige Nederlandse economie en overheidsfinanciën. Bovendien is de overheidsschuld nog aanmerkelijk hoger dan voor de crisis en willen we met elkaar collectieve voorzieningen kunnen blijven bieden, in goede maar ook in slechte tijden, of het nou gaat over onderwijs, zorg of veiligheid.

Voorzitter. Ik heb uw Kamer in grote lijnen wat verteld over de staat van de overheidsfinanciën. Volgens de Auditdienst Rijk leverde de financiële bedrijfsvoering een stabiel beeld op. Maar de bevindingen van de ADR geven ook aan dat er ruimte is voor verbetering. Zo vragen de ICT en de informatiebeveiliging nog altijd onze aandacht. Die zijn simpelweg onvoldoende op peil. Het zijn hardnekkige problemen die veel tijd en veel capaciteit kosten.

Voorzitter. Een gedetailleerd oordeel over de kwaliteit van ons financieel beheer laat ik uiteraard graag over aan de president van de Algemene Rekenkamer. Het is natuurlijk heel goed dat de Rekenkamer zo secuur meekijkt, want het gaat hier om heel veel geld, dat niet van ons is maar van de burger. Ik zou willen markeren dat het een groot goed is dat een onafhankelijke instantie met veel expertise de vingers op de zere plekken legt. Hoe meer je in het buitenland komt, hoe duidelijker het wordt hoe goed en secuur we dit soort zaken geregeld hebben in Nederland.

Voorzitter. Als ik het heb over checks-and-balances, dan kan en wil ik ook niet om de vaste Kamercommissie voor Financiën heen. Haar aandacht voor het programma Inzicht in kwaliteit waardeer ik zeer. Het doel van het programma is om meer inzicht te krijgen in de resultaten van beleid, met als strekking de vraag: geven we het geld van de burger op een verstandige manier uit? Dat is belangrijk, want het is geld van de burger en de burger moet er elke keer weer op kunnen vertrouwen dat we dat op een goede, verstandige, doeltreffende en doelmatige manier besteden. Ik weet dat het niet bepaald een sexy onderwerp is of iets waar je mee kunt scoren in de media, maar het is wel een onderwerp dat van groot belang is. Ik zou daarom ook mijn bijzondere waardering willen uitspreken richting de leden Snels en Sneller als rapporteurs voor deze operatie.

(Geroffel op de bankjes)

Minister Hoekstra:

Voorzitter. Een compliment van deze kant is natuurlijk altijd levensgevaarlijk, dus ik zal het hiertoe beperken.

Tot zover de korte samenvatting. Daar hoort uiteraard een uitgebreide beschrijving en een zeer grondige cijfermatige onderbouwing bij. Die zou ik u heel graag bij dezen namens het kabinet willen aanbieden: het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2018. Ik kijk zeer uit naar het debat met uw Kamer.

Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

(De minister overhandigt de jaarverslagen en de slotwetten over het jaar 2018 aan de Voorzitter.)

De voorzitter:

Heel veel dank. Er zit een mooi oranje strikje om. Dan geef ik nu het woord aan de president van de Algemene Rekenkamer, die ik natuurlijk ook van harte welkom wil heten. Het woord is aan de heer Visser.

De heer Visser:

Mevrouw de voorzitter. Dan nu de tweede akte van het eerste bedrijf. Regeren is vooruitzien, is het adagium. Zojuist heeft de regering het podium gehad. Dan volgt nu logischerwijze de terugblik, het terrein waarop de Algemene Rekenkamer acteert. Dank voor uw uitnodiging te kijken naar het jaar 2018. Ik doe dat met het thema continuïteit van dienstverlening, en dit keer niet met behulp van een roman maar ik breng een film in herinnering.

Voorzitter. In formele zin hoef ik maar twee dingen met u te delen. Eén. Het antwoord op de vraag of de ministers het publiek geld in 2018 volgens de regels hebben besteed en geïnd: de rechtmatigheid. Twee. Het antwoord op de vraag of ministeries qua organisatie hun zaakjes op orde hadden: de bedrijfsvoering. Het goede nieuws is dat wij een goedkeurende verklaring kunnen afgeven. Dat maakt decharge voor de Staten-Generaal mogelijk. Maar voor het eerst in tijden naderen wij de kritische grens. Het scheelde 0,07% of we waren in een lastig parket terechtgekomen. Want van de verplichtingen die door het kabinet zijn aangegaan, moet bijna 1% als onrechtmatig worden aangemerkt. Als die grens van 1% wordt overschreden, dan staat onze goedkeurende verklaring ter discussie. Ik voeg er een waarschuwing aan toe. Op basis van de nieuwe Comptabiliteitswet beoordelen we volgend jaar alle beleidsmatige mutaties die niet op tijd bij uw Kamer zijn aangemeld wél als onrechtmatig, omdat het parlement bij niet tijdig melden buitenspel wordt gezet. Stelt u zich voor dat deze eis dit jaar al had gegolden.

Voorzitter. De rijksoverheid gaat niet alleen verplichtingen aan. We kijken ook naar inkomsten en uitgaven. Ook daar daalt het percentage dat rechtmatig is geïnd en uitgegeven. De uitkeringen van het Rijk aan gemeenten en provincies vallen op. De wettelijke uitgangspunten worden niet goed nageleefd. De zogenaamde regiodeals zijn daar het actuele maar niet het enige voorbeeld van. Er is een Financiële-verhoudingswet en die kun je maar op één manier uitleggen. Die wet schrijft voor op welke manier het Rijk geld aan provincies en gemeenten fourneert en wanneer en op welke wijze daar voorwaarden aan worden verbonden. En toch wordt daar niet naar gehandeld.

Voorzitter. Bij de bedrijfsvoering zien we meer problemen dan in voorgaande jaren. We noteren dit jaar 47 onvolkomenheden. Dat getal is op zich minder belangrijk dan de geconstateerde problemen zelf. Dat we bij de Belastingdienst veel onvolkomenheden zien, verbaast hier niemand. Een quick fix is daar niet mogelijk. Opvallend is de hardnekkigheid van IT- en inkoopproblematiek. Dat blijft bij veel departementen een struikelblok; de minister verwees er zojuist ook al naar. De beveiliging van digitale informatie schiet tekort. Let op, we praten anno 2019 nog steeds over het implementeren van regels uit 2012! De vorige keer zei ik op deze plek: in deze tijd is informatiebeveiliging chefsache. Daarom wil ik alle ministers noemen die voldoende vooruitgang boekten: de minister van VWS, de minister van SZW en de minister van EZK. Dan heb ik ze allemaal gehad.

Maar dit is niet de laatste scène. U weet dat wij een onafhankelijke partij apart naar onze eigen boekhouding laten kijken, omdat het ongemakkelijk is dat wij de slager zijn die het eigen vlees keurt. Ik moet u deemoedig bekennen dat de Algemene Rekenkamer een tik op de vingers krijgt. Ook wij maken fouten. Gedeelde smart is halve smart, zeg ik tegen de minister van Financiën. Maar ook voor ons geldt: je lost problemen alleen maar op door ze ruiterlijk te erkennen. En dat doe ik bij dezen.

Voorzitter. U weet dat de ambitie van de Algemene Rekenkamer verder gaat dan alleen de mededeling dat wij goedkeuring verlenen. Wij willen met ons verantwoordingsonderzoek bijdragen aan verbetering. Wij willen dat burgers waar voor hun geld krijgen en dus doen wij meer en verdergaand onderzoek. Dit jaar hebben we met extra aandacht gekeken naar de intensiveringen. We stelden de vraag: wat levert dat extra geld op? Wat zien we daarvan terug in de verantwoording? We concluderen dat in de verantwoording vaak niet goed is te volgen hoe dat extra geld wordt ingezet. Ook zijn resultaten nog niet of nauwelijks zichtbaar. Hoe kan dat? Hoe is dat te verklaren?

Nu kom ik bij die film, Memento, om u antwoord te geven op die vraag. De hoofdrolspeler in die film heeft een geheugenziekte. Hij kan zich niets herinneren en hij bouwt ook geen nieuwe herinneringen op. Hij weet maar één ding: zijn vrouw is vermoord. Hij schrijft iedere dag op papiertjes wat hij meemaakt. Hij maakt polaroidfoto's. En als informatie cruciaal is, dan tatoeëert hij dat op zijn lichaam. Hij wil weten wat er is gebeurd. Hij wil het begrijpen en dan wil hij afrekenen. We volgen hem in zijn zoektocht, maar logica ontbreekt in de opeenvolgende scènes. Langzaamaan komen we tot de ontdekking dat iedere scène, iedere dag, in omgekeerde volgorde aan ons wordt gepresenteerd. We gaan terug in de tijd, in plaats van vooruit in de tijd. De verwarring van de hoofdpersoon maakt zich ook van ons meester. Hoe kun je nu volgen en hoe kun je nu begrijpen wat er is gebeurd? Hoe zit die puzzel in elkaar? Pas als we de film voor een tweede keer zien, realiseren we ons dat die hoofdpersoon ondanks al die foto's, al die polaroids, al die briefjes, al die tatoeages, de verkeerde conclusie trekt. Hij maakt een verschrikkelijke vergissing.

Waarom dan deze film? Ik zei al: regeren is vooruitzien. De Rekenkamer blikt terug. Memento leert ons dat oppervlakkige waarneming bedrieglijk kan zijn. Wat je op het eerste gezicht ziet, kan bij een tweede beschouwing tot andere conclusies leiden. Ieder departementaal jaarverslag, ieder verantwoordingsonderzoek kan gezien worden als zo'n losse scène. Je moet het spoor terug volgen en ze in de juiste volgorde zetten om het totaaloverzicht te krijgen, ook naar een periode waar je niet bij was, en misschien ook naar een vorige kabinetsperiode.

Het eerste beeld dat ontstaat na ons verantwoordingsonderzoek uit die losse feiten kan verwarrend zijn. Dan zijn het losse scènes. Ik geef u een aantal voorbeelden.

Het UWV heeft extra geld om mensen die deels arbeidsgeschikt zijn een uitkering te verstrekken en richting werk te begeleiden. Dankzij het geld voert het UWV meer gesprekken en is er meer persoonlijk contact. Maar op 1 oktober 2018 had nog maar de helft van de mensen die in 2017 de uitkering aanvroegen, een eerste gesprek.

De minister van Defensie heeft meer geld voor modernisering van de krijgsmacht en voor verbetering van de operationele gereedheid. Er zijn meer plannen gemaakt dan voorheen. Maar aan het einde van het jaar wordt er meer geld doorgeschoven dan er aan het begin is bij gekomen.

Het onderwijs kampt met een hoge werkdruk. Er is extra geld beschikbaar om dat aan te pakken. Maar voordat bekend is of het allemaal werkt, of het geld tot het gewenste resultaat heeft geleid, besluit de minister de tweede tranche al uit te keren.

Er is meer geld voor nieuwe infrastructuur. Maar een honderd jaar oude sluis krijgen we niet meer aan de praat. Schepen moeten daardoor via andere routes varen. Rijkswaterstaat heeft inmiddels meer geld nodig voor het achterstallig en uitgesteld onderhoud dan überhaupt aan regulier onderhoudsbudget per jaar beschikbaar is.

Er is ook meer geld om extra agenten en rechercheurs in te zetten. Maar aan het eind van het jaar zijn er minder agenten inzetbaar op straat en in de wijken dan aan het begin van het jaar.

Voorzitter. Zoals ik zei: een verwarrend beeld. Vandaar Memento. De hoofdpersoon mist een samenhangend perspectief van heden, verleden en toekomst. Er is niets buiten het moment. Er is geen vooruitkijken en er is geen terugblik. En dat brengt me bij dít moment en déze Kamer. U krijgt vandaag de resultaten van één moment gepresenteerd: de jaarverslagen van de minister en het onderzoek van de Rekenkamer. Het is een momentopname, maar ze staan niet op zichzelf. Anders dan de hoofdpersoon in Memento kunt u wel terug in de tijd, naar een moment voor deze kabinetsperiode, of voordat u Kamerlid was. U kunt het spoor terug volgen en zien dat wat op het eerste gezicht niet logisch lijkt, toch verklaarbaar is.

Want het presteren van het UWV is een direct gevolg van taakstellingen die jaren geleden werden opgelegd. De dienstverlening moest goedkoper en efficiënter. Digitalisering zou het persoonlijk contact vervangen en minder persoonlijke gesprekken nodig maken. De effecten daarvan werken nog steeds door.

Op defensie is over een lange periode meer en meer bezuinigd. Die bezuinigingen zijn vooral neergeslagen bij ondersteunende diensten. Die diensten hadden de zorg voor personeel, voor inkoop, voor opslag en voor onderhoud van materieel en gebouwen. Juist die diensten zijn nu hard nodig. Tussen het bestellen van een schip en het in de vaart nemen ervan zit jaren. Daarom geeft men minder geld uit dan er beschikbaar is.

De politie heeft niet alleen de opdracht gekregen om meer wijkagenten en rechercheurs in dienst te nemen, maar zij kampt al sinds 2017 met grote uitstroom van personeel. De politie loopt, net als vele andere overheidsdiensten, aan tegen een krappe arbeidsmarkt. Nieuwe mensen zijn pas na enkele jaren opleiding volledig inzetbaar. Dat verklaart waarom er minder mensen beschikbaar zijn.

Bezuinigingen op onderhoud van wegen, sluizen en bruggen gebeurden al jaren. Gebrek aan geld vertaalde zich in uitstel van onderhoud. Het beleid was dat problemen moesten uitharden. Die aanpak leidt tot ingrijpen nadat iets daadwerkelijk kapot is gegaan, maar je krijgt de rekening een keer gepresenteerd. Die blijkt dan hoger te zijn. Schippers en automobilisten moeten via andere routes worden omgeleid.

Dat niet bekend is in hoeverre de werkdruk van leraren is verminderd dankzij het extra geld, heeft ons niet verbaasd. Het is eenzelfde conclusie als toen er extra geld kwam voor de kwaliteit van leraren of toen passend onderwijs werd ingevoerd. Als je het spoor terug volgt, zie je dat duidelijke afspraken tussen u, de minister en het onderwijs steeds ontbreken.

Onze conclusie is daarom vandaag tweeledig: extra geld leidt niet meteen tot zichtbaar resultaat en er is nog achterstallig onderhoud op plaatsen waar geen geld beschikbaar is. Dat is op dit moment nog wel verklaarbaar. Onze vraag is of daar de komende jaren verandering in gaat komen.

Voorzitter. Voor het eerst in lange tijd spreekt de Kamer niet over de vraag waarop bezuinigd moet worden, maar of de mogelijkheid er is om extra budget beschikbaar te stellen. Wij wijzen erop dat juist dan waakzaamheid geboden is. Wat iets op het eerste gezicht lijkt, kan anders blijken op het tweede gezicht. Verbind daarom het vergezicht met de terugblik. Het kan van wijsheid getuigen geld niet nu, maar later uit te geven. Het kan verstandig zijn het bestaande in stand te houden, alvorens iets nieuws te verlangen. Het kan nuttig zijn halverwege de rit de film nog eens terug te kijken om te zien of de keuzes de juiste waren. Prioriteiten stellen doe je met het zicht op de lange termijn. De continuïteit van publieke dienstverlening is een kostbaar bezit, die zich moeilijk verhoudt tot snelle beslissingen. Ons advies: volg het spoor terug.

De voorzitter:

Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Eerst neem ik de stukken in ontvangst.

(De president van de Algemene Rekenkamer overhandigt de rapporten van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2018 aan de Voorzitter.)

De voorzitter:

Dank u wel.

Ik dank de minister en de president van de Algemene Rekenkamer voor de aangeboden stukken inzake de verantwoording over de rijksbegroting 2018. Het is de twintigste keer dat de Tweede Kamer op de derde woensdag in mei de verantwoordingsdocumenten van alle ministers in ontvangst neemt, plus de rapporten van de Algemene Rekenkamer die daarop betrekking hebben.

Niet alleen u zal zich de komende periode buigen over de vandaag aangeboden verantwoordingsstukken. Aanstaande maandag vindt voor de derde keer de zogenaamde V100 plaats. Dit jaar is de V100 met 100 mbo-studenten. Dankzij het werk en de inzet van Joost Sneller en Renske Leijten hebben we aanstaande maandag een ontzettend mooie dag. Dan worden 100 burgers, dus 100 mbo-studenten, actief betrokken bij dit rapport van zowel de Algemene Rekenkamer als de verantwoordingsstukken van de ministers. Zij kunnen hun vragen meegeven, zodat ook de financieel woordvoerders de vragen van burgers kunnen betrekken bij het debat daarover. Ik wil met name Joost Sneller en Renske Leijten hier heel erg voor bedanken.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Vandaag is ook voor de tweede keer de Monitor Brede Welvaart aan de Kamer aangeboden, die onder coördinatie van het CBS is opgesteld. Ik dank daarom ook de directeur-generaal van het CBS voor zijn aanwezigheid hier in de Kamer. Ik verwacht dat de Monitor Brede Welvaart samen met de verantwoordingsdocumenten van het kabinet en de rapporten van de Algemene Rekenkamer een goede basis zullen vormen voor het Verantwoordingsdebat. Het Verantwoordingsdebat vindt volgende week dinsdag, 21 mei, plaats. In de weken daarna worden de afzonderlijke jaarverslagen in de commissies behandeld. De afrondende besluitvorming over de jaarverslagen en de slotwetten, alsmede het verlenen van decharge voor het door de ministers gevoerde financiële beheer in 2018, is voorzien in de laatste vergaderweek voor het aanstaande zomerreces.

Tot slot wijs ik u erop dat vandaag ook de jaarrapportage 2018 regeling Grote Projecten aan de Kamer is aangeboden door de vaste commissie voor Financiën. Ik vertrouw erop dat de vandaag gepresenteerde rapporten behulpzaam zullen zijn bij de beoordeling van het in 2018 gevoerde beleid. Heel veel succes daarbij.

Ik schors voor nu de vergadering.

De vergadering wordt van 10.41 uur tot 10.48 uur geschorst.

Voorzitter: Tellegen