Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 79, item 2

2 Verzekeringen taxichauffeurs

Aan de orde is het VAO Verzekeringen taxichauffeurs (AO d.d. 17/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Verzekeringen taxichauffeurs. Ik heet welkom de minister van Financiën en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Ik geef direct het woord aan de heer Laçin.

De heer Laçin (SP):

Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen weken veel gepraat over openbaar vervoer en ook over specifiek de taxisector waar veel problemen zijn. Ik ben blij dat zowel de staatssecretaris als de minister van Financiën de problemen zien en erkennen en er ook samen graag wat aan willen doen. Daar zijn vooral de taxichauffeurs bij gebaat, denk ik. We hebben het nu over de taxiverzekeringen. De minister van Financiën heeft binnenkort een gesprek met de sector om tot oplossingen te komen. Dat hebben we gewisseld en ik wil dat eigenlijk onderbouwen met een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijs voor taxiverzekeringen de afgelopen jaren fors is toegenomen waardoor het voor taxiondernemers steeds moeilijker wordt zich te verzekeren;

overwegende dat daarmee het voortbestaan van vele taxiondernemingen bedreigd wordt;

van mening dat voor een compleet vervoersaanbod taxi's van wezenlijk belang zijn;

verzoekt de regering om in overleg met de sector en verzekeraars zich ervoor in te spannen dat de taximarkt niet verder verschraalt of onbetaalbaar wordt en de Kamer hier voor het zomerreces van 2019 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (31521).

De heer Laçin (SP):

Ik hoop dat we hiermee een begin kunnen maken met het verbeteren van de taxisector en dat we daarmee de taxichauffeurs een dienst bewijzen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank. Dan is het woord aan de heer Van Dijk van de Partij van de Arbeid.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):

Dank, voorzitter. Ik heb geen moties, maar ik wil dit moment gebruiken om aan te geven dat er een hoop te doen is in de taxiwereld. Het gaat over oneerlijke concurrentie tussen taxibedrijven en -ondernemers maar het gaat ook over het je kunnen verzekeren tegen een beetje betaalbare premie. Dus het is goed dat de minister van Financiën binnenkort met de sector in gesprek gaat en gaat kijken hoe dit is op te lossen. Zoals ik ook in het algemeen overleg heb gedaan, wijs ik de minister op de mogelijkheid van premiedifferentiatie. Ik vind namelijk dat als je schadevrij rijdt, je daarvoor niet gestraft zou moeten worden door degenen die juist veel ongelukken maken.

Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Öztürk van DENK.

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter, ik kwam vanochtend vanuit Limburg met de trein en heb daarna moeten rennen naar de Tweede Kamer. Er waren op dat moment geen taxi's, omdat ze bezig waren om actie te voeren richting de minister. Dus ik moest gaan rennen om hierheen te komen. Maar goed, als we vandaag een goed beleid kunnen neerzetten voor de taxichauffeurs, hoop ik dat we meer taxichauffeurs hebben die ons ook naar de Kamer kunnen brengen.

De voorzitter:

U klinkt nog een beetje buiten adem, of niet?

De heer Öztürk (DENK):

Ja, ik moest echt rennen om op tijd hier te zijn. Dus vandaar.

Voorzitter, ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat taxichauffeurs verplicht WA-verzekerd moeten zijn;

overwegende dat een verplichte WA-verzekering gepaard moet gaan met voldoende alternatieven en redelijke voorwaarden;

constaterende dat steeds minder verzekeraars taxiverzekeringen aanbieden;

verzoekt de regering met voorstellen te komen om meerdere verzekeraars te stimuleren taxiverzekeringen aan te bieden, zodat taxichauffeurs beschikken over voldoende alternatieven en redelijke voorwaarden voor het verzekeren van hun taxi,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Öztürk en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (31521).

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. Tijdens het algemeen overleg heeft de minister toegezegd dat hij een onderzoek zal doen, maar ik denk dat we toch een stap verder moeten gaan en de taxichauffeurs meer duidelijkheid moeten geven. Daarvoor dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de grote verzekeraars een voor een afhaken op de taximarkt;

overwegende dat er voor taxibedrijven weinig keuze is tussen verzekeringen door een gebrek aan concurrentie;

overwegende dat taxichauffeurs veelal alleen nog maar terechtkunnen bij De Vereende en Avero Achmea en dat deze verzekeraars de premies flink opschroeven;

overwegende dat het onwenselijk is dat een verzekeraar profiteert van de wegvallende concurrentie;

constaterende dat de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) opdracht heeft gegeven om het aantal ongevallen met taxi's en de ontwikkeling van het aantal ongevallen te onderzoeken;

overwegende dat het niet bij voorbaat vaststaat dat het onderzoek van de SWOV voldoende inzicht zal geven over de concurrentie in de taxiverzekeringsmarkt;

verzoekt de regering om de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te vragen om onderzoek te doen naar de concurrentie in de taxiverzekeringsmarkt ter aanvulling op het onderzoek van de SWOV;

verzoekt de regering om indien nodig de ACM daarna te verzoeken om mogelijk misbruik van economische machtsposities in de markt voor taxiverzekeringen aan te pakken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (31521).

Daarmee komt er een einde aan de termijn van de heer Öztürk. Ik kijk naar de leden van het kabinet om te zien of er behoefte is aan een schorsing. Die is er niet. Dan geef ik direct het woord aan de minister van Financiën.

Minister Hoekstra:

Voorzitter, dank. Ik heb snel zitten meeschrijven, maar misschien kan ik de exacte tekst van de tweede en derde motie nog krijgen. Ik denk dat ik ze tot me heb kunnen nemen, maar ik zou ze graag nog even op papier voor me zien.

Dank voor de ingediende moties en voor de vraag van de heer Van Dijk. Mijn antwoord zal hem, ook na het AO, niet verrassen. Ik geloof dat ik toen ook tegen hem gezegd heb dat hij de spijker op z'n kop sloeg met zijn opmerking over premiedifferentiatie. Dat punt zal absoluut besproken worden in het rondetafelgesprek. Differentiatie is mogelijk en vindt ook plaats, maar kent natuurlijk ook weer haar begrenzing in de solidariteit, een begrip dat de heer Van Dijk niet alleen goed kent, maar dat hem, volgens mij, ook zeer aanspreekt. Dat betekent dat men die puzzel nader zal moeten leggen. Ik wil daar niet op vooruitlopen. Ik kan ook niet beloven hoe dat er dan uit gaat zien, maar het moet wel onderdeel van de discussie zijn. Dat ben ik zeer met hem eens.

De eerste motie, de motie-Laçin/Gijs van Dijk op stuk nr. 109, zou ik aan het oordeel van de Kamer willen laten. Aanbod en mogelijkheden om de verzekeringspremie omlaag te krijgen zullen in het overleg tussen de sector en de verzekeraars aan bod komen. Ik heb al aangegeven dat ik daar graag een bemiddelende rol in zal spelen. Ik zie de motie daarom ook als ondersteuning van die inzet.

De tweede ingediende motie — dat is de eerste motie van de heer Öztürk, op stuk nr. 110 — moet ik ontraden. Er staat in de considerans — zo heet dat volgens mij formeel — dat er steeds minder verzekeraars zijn, maar dat is juist een van de punten die we nog gaan uitzoeken: hoe zit het nou? Daarnaast is het niet aan de regering. We gaan juist in overleg met de sector om te kijken wat daar uitkomt.

In de tweede motie van de heer Öztürk — dat is de derde motie in het totaal, op stuk nr. 111 — zit voor het kabinet ook een aantal ingewikkeldheden in de considerans. Er staat dat de verzekeraars een voor een afhaken. Daarvoor moet ik verwijzen naar mijn vorige antwoord: we gaan nog zien wat er met de branche aan de hand is. Er zijn in ieder geval zeven verzekeraars. Dat hebben we vorige week ook gewisseld. Ik maak er ook bezwaar tegen dat verzekeraars zouden profiteren. We hebben juist gezien dat verzekeraars hier niet of nauwelijks geld aan verdienen en dat dat een van de redenen is dat ze uit die markt wegtrekken.

Wat betreft de ACM: ik heb vorige keer in het debat aangegeven dat het echt aan de ACM en niet aan het kabinet is. Ik moet de motie dus ontraden, maar ik wil wel toezeggen dat ik aan de minister van EZK vraag of er in zijn optiek reden is om met de ACM in gesprek te gaan. Maar verder dan dat kan ik niet gaan, want de ACM gaat echt zelf over het toezicht. De motie zoals die is opgesteld, moet ik dus ontraden.

De heer Öztürk (DENK):

Ik kom even terug op de tweede motie, dus de eerste motie van mij. De minister zegt dat er in de overwegingen iets staat waardoor hij de motie moet ontraden. Ik ben bereid om waar nodig wijzigingen aan te brengen. Dat is niet zo'n grote ramp. Het gaat erom dat het dictum overeind blijft: wij vragen u toch om verzekeringsmaatschappijen te stimuleren om de taximarkt ook te verzekeren. Daar gaat het eigenlijk om.

Minister Hoekstra:

Ik heb bij beide moties aangegeven dat de bezwaren in zowel de considerans als het dictum zitten. Voor de volledigheid heb ik ook mijn bezwaren over de considerans willen meegeven aan de Kamer, zodat zij zich een volledig oordeel kan vormen over het standpunt van het kabinet. Maar ik zal nog even heel specifiek ingaan op het dictum. In het dictum worden er dingen op het bord van de regering gelegd die niet op het bord van de regering horen. Wij kunnen wel bemiddelen en dat gaan we con amore doen, vertegenwoordigd met personen vanuit twee ministeries. Het is evident dat de politiek hier heel serieus aandacht aan besteedt. Dat zou ik nog eens willen onderstrepen. Ik zou ook nog eens willen onderstrepen hoe serieus we de zorgen nemen die er zijn. Maar de motie gaat nog weer drie stappen verder en gaat daarmee echt een aantal stappen te ver voor het kabinet.

De heer Öztürk (DENK):

Bemiddelen en stimuleren; dat zijn toch niet drie stappen! Dat is een klein stapje erbij. Als je aan het bemiddelen bent, kun je ook verzekeringsmaatschappijen stimuleren. Dat is ook een rol van de regering op het moment dat ze zien dat er in een bepaalde markt weinig concurrentie is, dat er weinig verzekeraars zijn waardoor taxibedrijven in de problemen komen. Dat wil ik dus nog meegeven. De minister heeft toegezegd dat hij met de minister van EZK gaat praten over de ACM. Dat wil ik meenemen. Maar ik zal de moties overeind houden. Ik wil ook kijken wat de collega's hiervan vinden.

De voorzitter:

Dank. Is er nog behoefte bij de minister van Financiën om hierop te reageren?

Minister Hoekstra:

Ik ga de heer Öztürk in dit debat niet helemaal overtuigen, maar volgens mij hebben we toch nog weer een stap gezet. Nog even heel specifiek over die ACM. Nogmaals, die is dus onafhankelijk, die moet het zelf doen. Ik ben bereid om de minister van EZK te vragen of er voor hem een reden is om het gesprek met de ACM aan te gaan. Het is dus ook een of-vraag die bij hem ligt. Ik heb de vorige keer al aangegeven dat de ACM onafhankelijk is en naar ons ook niet een indicatie heeft afgegeven dat hier sprake is van een markt waarin ingegrepen zou moeten worden. Dus in die context moet die toezegging gelezen worden.

De voorzitter:

Dank. Daarmee komen we aan het einde van dit VAO Verzekeringen taxichauffeurs.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemmingen over de ingediende moties vinden morgen bij aanvang van de middagvergadering plaats. Ik schors deze vergadering tot 10.45 uur.

De vergadering wordt van 10.27 uur tot 10.46 uur geschorst.