Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 79, item 7

7 Open House Keuzehulpgesprekken

Aan de orde is het VAO Open House Keuzehulpgesprekken (AO d.d. 18/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Open House Keuzehulpgesprekken. Ik heet welkom de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. En een hartelijk welkom aan de Kamerleden, de ondersteuning en de mensen die het debat hier dan wel op een andere manier volgen. Ik geef het eerst het woord aan mevrouw Ploumen, die spreekt namens de fractie van de Partij van de Arbeid. U heeft twee minuten. Ga uw gang.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties en een vraag.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vrouwen zeker moeten kunnen zijn van onafhankelijke en niet-sturende keuzehulpgesprekken bij ongewenste zwangerschap;

overwegende dat de Kamer zekerheid wenst over de bestemming van subsidiegeld;

verzoekt de regering op onafhankelijke wijze te laten beoordelen of Siriz aan de criteria voor een garantie voor niet-sturende keuzehulp voldoet en de Kamer te berichten hoe deze beoordeling wordt uitgevoerd;

verzoekt de regering tevens de gunningsbeslissing op te schorten totdat deze beoordeling heeft plaatsgevonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 154 (32279).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Siriz zegt aan de criteria voor onafhankelijke en niet-sturende keuzehulp te voldoen;

constaterende dat er een bestuurlijke, financiële en organisatorische band bestaat tussen Siriz en de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind;

verzoekt de regering in de voorwaarden voor subsidieverstrekking op te nemen dat subsidie terugbetaald dient te worden over de periode dat Siriz niet los van VBOK functioneert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 155 (32279).

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Vandaag las ik een bericht dat de organisatie Schreeuw om Leven voor de deur van abortuscentra een bus wil parkeren. In die bus wil men gesprekken voeren met vrouwen die ongewenst zwanger zijn en die op weg zijn naar de abortuskliniek. Zij doen dat in reactie op het mogelijk instellen van bufferzones. Ik vind het zeer ongewenst om vrouwen op zo'n kwetsbaar moment aan te spreken. Ik vind het ook een ontkenning van het feit dat vrouwen zelf het beste in staat zijn om over zichzelf en hun eigen lichaam te beslissen. Ik zou graag van de minister een reactie willen en het liefst ook nog een brief van het kabinet, want ik overval hem er misschien een beetje mee.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Westerveld. Zij spreekt namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Voorzitter. Wat GroenLinks betreft draait het bij de keuze omtrent de zwangerschap altijd om het belang van de vrouw. Haar belang en niet het belang van de organisatie moet vooropstaan. Keuzehulp is pas onafhankelijk als deze niet verbonden is aan een organisatie met een heel ander belang, in dit geval de anti-abortuslobby. En hoewel de staatssecretaris niet inging op mijn vraag in het algemeen overleg, gaf hij wel terecht aan dat hij niet gaat over de organisatievorm van private partijen, zoals Siriz en de VBOK. Met andere woorden: als we niet nu eisen stellen aan de organisatievorm, dus voordat de toekenning van subsidie aan deze partijen plaatsvindt, dan is het te laat. We moeten daar dus voor 6 mei over gestemd hebben. Als we dat niet tijdig doen, kunnen we als Tweede Kamer en als overheid de onafhankelijkheid van keuzehulp ook niet garanderen. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind in haar beleidsplan voor 2019 schrijft te onderzoeken of zij onder één naam verder kunnen met keuzehulporganisatie Siriz;

overwegende dat organisaties die standpunten omtrent abortus willen beïnvloeden niet samen kunnen gaan met onafhankelijke en niet-sturende hulpverlening;

overwegende dat het belang van een organisatie nooit boven het belang van de vrouw mag staan;

verzoekt de regering pas subsidie aan keuzehulporganisatie Siriz toe te kennen wanneer duidelijk is dat zij niet onder één naam verder zullen gaan met de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind;

verzoekt de regering tevens aan te geven hoe dit zal worden gecontroleerd, en de Kamer hier zo spoedig mogelijk over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Ellemeet, Ploumen en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 156 (32279).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de verantwoordelijkheid en keuze voor het uitdragen van een zwangerschap of het eventueel afbreken daarvan bij de vrouw moet liggen;

overwegende dat vrouwen bij vragen en afwegingen over zwangerschap moeten kunnen rekenen op onafhankelijke en niet-sturende hulpverlening;

verzoekt de regering in de criteria voor overheidsfinanciering van organisaties die keuzehulp bieden aan zwangere vrouwen, op te nemen dat deze organisaties bestuurlijk, financieel noch rechtsmatig verbonden zijn aan organisaties die een anti-abortuslobby voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Ellemeet, Ploumen en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 157 (32279).

Ik dank u zeer en geef graag het woord aan mevrouw Tellegen. Zij spreekt namens de fractie van de VVD. Gaat uw gang, mevrouw Tellegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):

Voorzitter. Ik heb een paar punten. Allereerst ga ik in op de bestuurlijke verbinding tussen de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind, de VBOK, en Siriz. Ik wil graag de toezegging dat de staatssecretaris de Kamer in het najaar informeert zodra er duidelijkheid is over de nieuwe bestuurlijke structuur van beide instellingen. Zoals ik in het debat al heb aangegeven, blijft de VVD zeer kritisch over de verwevenheid tussen Siriz en VBOK. Ik zou graag opnieuw een debat willen voeren als dit najaar blijkt dat er aan die onwenselijke situatie niets is veranderd.

Ten tweede heb ik gevraagd naar de toetsing van deze nieuwe subsidieregeling. Zegt de staatssecretaris nou met zoveel woorden dat hij volgend jaar rond deze tijd opnieuw bekijkt of de subsidies die de drie organisaties in deze openhouseconstructie nu krijgen, gecontinueerd worden? Ik wil dat nog eventjes checken.

Tot slot wil ook ik graag een reactie van de staatssecretaris op het nieuws van vandaag over de organisatie Schreeuw om Leven. De organisatie heeft iets nieuws verzonnen. Ze wil vanuit bussen op parkeerterreinen in de buurt van abortusklinieken counselinggesprekken gaan voeren met ongewenst zwangere vrouwen. Vrouwen die abortus willen plegen, moeten in vrijheid een abortuskliniek kunnen binnengaan, zonder dat ze worden lastiggevallen. Dat er bufferzones moeten worden ingesteld om ervoor te zorgen dat deze vrouwen ongehinderd toegang hebben tot abortusklinieken, vind ik al erg genoeg. Ik zou dus graag een reactie van de staatssecretaris op dit nieuws ontvangen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is nog een vraag van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Mevrouw Tellegen geeft terecht aan dat ze ook duidelijkheid wil over de verwevenheid van de VBOK en Siriz, alleen wil ze dat de regering die in het najaar geeft. Is ze het met mij eens dat we nu eisen zouden moeten stellen omdat we anders te laat zijn?

Mevrouw Tellegen (VVD):

Nee, dat ben ik niet. Dat heb ik in het debat ook al heel duidelijk gezegd. Alle voorwaarden en eisen die we nu stellen, hebben we opnieuw tegen het licht gehouden en aangescherpt. Aan de eisen en voorwaarden die we met z'n allen hebben geformuleerd, voldoen de drie organisaties die nu subsidie gaan krijgen. Het blijft voor mijn fractie wel ongemakkelijk dat die verwevenheid er is. De staatssecretaris geeft in zijn brief heel duidelijk aan dat beide organisaties daar in het najaar met elkaar over gaan spreken. Daarom verzoek ik de staatssecretaris om de Kamer in ieder geval te informeren over hoe dat verder loopt, zodat we de vinger aan de pols kunnen houden.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Als dan in het najaar blijkt dat beide organisaties onder één noemer verdergaan, fuseren of op een andere manier een heel verregaande samenwerking hebben, wat zou de Kamer dan moeten doen? Wat zou de staatssecretaris dan moeten doen?

Mevrouw Tellegen (VVD):

Dat zei ik net. Dan hebben we een nieuw debat, want ik vind dit een heel onwenselijke situatie. Ik vind het ook een ongemakkelijke situatie. Maar ik wil aan de staatssecretaris laten blijken dat ik zijn inspanning heb gezien, maar dat ik heel kritisch zal blijven volgen hoe het verdergaat.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Pia Dijkstra namens de fractie van D66.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Dank u wel, voorzitter. We hebben in het overleg gesproken over de keuzehulpgesprekken en over de organisaties die via de openhouseconstructie zijn uitgenodigd om die gesprekken te voeren. De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij nauwgezet gaat monitoren of die gesprekken inderdaad niet sturend en onafhankelijk zijn. Ook zal hij na de mogelijke reorganisatie van Siriz en VBOK, vanwege de manier waarop ze met elkaar verbonden zijn, gaan kijken of er nog steeds wordt voldaan aan de criteria zoals verwoord in de motie-Bergkamp/Tellegen. Daar wil ik de staatssecretaris graag aan houden.

Ik sluit me verder aan bij mevrouw Tellegen, want ook ik wil graag op de hoogte worden gehouden. De Kamer wil weten wat daar uitkomt en hoe we daarmee verdergaan.

Ten slotte wil ik me ook graag aansluiten bij wat eerdere sprekers hebben gezegd over de bus — de schreeuwbus, zullen we maar zeggen. En zoals ik het nu beschreven heb gezien, vind ik die ook nog zeer intimiderend en smakeloos. Het gaat ook voorbij aan de keuzevrijheid van vrouwen die zelf een hele moeilijke afweging hebben gemaakt voordat ze richting de deur van de abortuskliniek gaan.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Een heel korte vraag. Het is goed om te horen dat zo veel collega's zich zorgen maken om die schreeuwbus. Ik hoor mevrouw Dijkstra zeggen dat zij die verwevenheid tussen Siriz en VBOK, en onze onwetendheid over hoe dat er in de toekomst uitziet, ook ongemakkelijk vindt. Ik deel natuurlijk dat ongemak, maar ik vraag haar: waar haalt zij het vertrouwen vandaan — laat ik het zo maar even zeggen — dat het goed komt? Want dat hoor ik ook in haar betoog doorklinken. En anders zou zij zich misschien kunnen aansluiten bij onze voorstellen om de subsidieverlening op te schorten.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook hierbij kan ik mij aansluiten bij de woorden van mevrouw Tellegen. We hebben de motie-Bergkamp/Tellegen ingediend. Die is aangenomen. Daarin wordt ook als eis gesteld dat de onafhankelijkheid van organisaties die keuzehulpgesprekken houden, niet teniet gedaan mag worden door de organisaties waaraan zo'n organisatie verbonden is. We hebben gezien dat VBOK en Siriz zich hebben teruggetrokken uit het platform dat zich bezighoudt met de Week van het Leven. Ze hebben aangegeven dat ze dergelijke uitingen niet zullen doen. Verder zullen wij moeten kijken hoe de organisaties verder wensen te gaan, en dat wordt in het najaar bekend. En ik heb uitgesproken dat ik ervan uitga dat de staatssecretaris ons daarover informeert en dat we dan kijken of er een nieuwe situatie is ontstaan.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

En dan is mevrouw Dijkstra het volgende dus met mij eens. Stel je voor dat Siriz toch organisatorisch gelinkt zou worden aan die schreeuwbus — die is namelijk van de organisatie Schreeuw om Leven — dan zou dat ongewenst zijn en dan moet de subsidie gestopt en teruggevorderd worden. Dat is ze dan denk ik wel met mij eens.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Het is wel heel gek dat ik dit nu ga uitleggen, maar Schreeuw om Leven is geen VBOK. Dat zijn dus twee verschillende organisaties. En het is wel goed om toch dat onderscheid te maken. Daarom vind ik ook dat we goed moeten kijken hoe Siriz en VBOK samen verder gaan. En ik heb al tijdens het AO gezegd: als VBOK en Siriz besluiten om weer één organisatie te worden, dan moeten ze wat mij betreft gewoon voldoen aan de criteria zoals we die hebben vastgelegd. Dat moet dan de hele organisatie doen. Maar als ze zich van elkaar losmaken, dan heeft VBOK natuurlijk een andere verantwoordelijkheid en een andere positie.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw Dijkstra uitte zich wel in de meeste schrille termen over de hulpverleningsbus van de stichting Schreeuw om Leven, maar zij gaf zelf al aan dat het niet gekoppeld is aan het onderwerp van vandaag, in die zin dat het niet gaat om financiering voor keuzehulporganisaties. Is het dan niet gewoon de vrijheid van een organisatie om, als zij het gevoel hebben dat die hulpverlening vaak tekortschiet, ook alternatieven voor abortus onder de aandacht te brengen? Als vrouwen dat zelf willen, mogen vrouwen er toch ook voor kiezen om daar wel op in te gaan?

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik vind in elk geval dat de bufferzones die de minister van VWS heeft voorgesteld er snel moeten komen. En dan zal ook zo'n bus zich aan die bufferzones moeten houden. Die zou ik niet voor de deur van een abortuskliniek willen zien. Ik zei namelijk net al: vrouwen die de abortuskliniek binnengaan, hebben al een heel proces achter de rug. Wat mij betreft is Schreeuw om Leven ... We hebben geen enkel verbod op dat soort organisaties, maar die kunnen dat op hun eigen plekken doen. Dat hoeft niet voor de deur van een abortuskliniek. Dat vind ik buitengewoon onsmakelijk, zoals ik dat al heb genoemd. U noemt dat "schrille bewoordingen". Ik heb er nog veel ergere bewoordingen voor, maar die vind ik onparlementair en die gebruik ik hier dus niet.

De voorzitter:

Afrondend, de heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):

Afrondend. Nu begint mevrouw Dijkstra over de deur van de abortuskliniek, maar ik weet niet of dat de plannen zijn. Volgens mij is de reactie juist: niet langer acties voor de deur, maar op een locatie ergens in de omgeving. Het is volstrekt de vrijheid van mensen om daar wel of niet gebruik van te maken. Mijn vraag is om niet met de grootste en zwaarste oordelen te komen zonder dat we weten wat hier precies voor hulpverlening geboden wordt.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Nou, dat is duidelijk, denk ik, want de organisatie Schreeuw om Leven heeft zelf altijd gezegd: abortus is moord. Dan hoef ik mij niet af te vragen hoe die gesprekken verlopen. Ik heb gesproken van een schrille tegenstelling, omdat wij een afgewogen debat hebben gevoerd over het belang van niet-sturende hulpverlenings- of keuzehulpgesprekken. Dat valt niet met elkaar te verenigen. Dat is de reden waarom ik dat aan de orde heb gesteld.

De voorzitter:

Er is nog een vraag van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik raakte net even in verwarring door een paar zinnen van mevrouw Dijkstra. Hoe kijkt zij aan tegen een eventuele fusie of een samengaan van Siriz en VBOK? Vindt zij het gerechtvaardigd als deze organisaties na een samengaan overheidssubsidie krijgen?

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

We hebben het over de volgende vraag: mag Siriz keuzehulpgesprekken voeren met vrouwen die daarbij geholpen willen worden als ze ongewenst zwanger zijn en abortus overwegen? Daarvoor gelden kwaliteitscriteria. We hebben er nog een paar criteria aan toegevoegd. Je mag niet aan de ene kant zeggen dat je niet-sturende gesprekken voert en aan de andere kant aangeven dat je een anti-abortusorganisatie bent. Als Siriz en VBOK beslissen om als één organisatie verder te gaan — dat doen ze zelf; niemand van ons gaat daarover — dan moet die hele organisatie, wil zij die keuzehulpgesprekken kunnen blijven voeren volgens de criteria die wij hebben vastgesteld, daaraan voldoen. Dat is de consequentie. Dat wil ik vastgesteld zien.

De voorzitter:

Heel kort, afrondend. Er is een debat geweest, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ja, maar ik heb wel de indruk dat ik nu andere dingen hoor. Als die twee samengaan, een anti-abortuslobby en een keuzehulporganisatie, dan kunnen we hier toch niet volhouden dat het gaat om onafhankelijke keuzehulp?

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Dat is precies wat ik zeg. Als ze hiervoor kiezen, kunnen ze geen anti-abortuslobby meer zijn, althans niet in hun uitingen. Het kan niet zo zijn dat in de keuzehulpgesprekken dat uitgangspunt geldt. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris dat heel goed monitort. Ook de inspectie is daarbij betrokken. Dat moeten we weten. Daar wil ik de staatssecretaris aan houden.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de termijn van de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de staatssecretaris van VWS. Er is een enkele vraag gesteld. Graag krijgen we ook een oordeel over de moties. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Blokhuis:

Dank, voorzitter. Er zijn vier moties ingediend, de eerste twee door mevrouw Ploumen met mevrouw Westerveld. Het dictum van de eerste motie, die op stuk nr. 154, verzoekt — niet verrassend; het was al aangekondigd in het algemeen overleg — om de gunningsbeslissing op te schorten totdat de beoordeling over Siriz heeft plaatsgevonden. Het zal geen verbazing wekken dat ik deze motie ontraad. Ik ga die gunningsbeslissing niet opschorten, omdat Siriz, zoals ik ook in het AO duidelijk heb gezegd, aan alle eisen die wij stellen in het open house voldoet. Ze hebben aangetoond dat ze eraan voldoen, en wij gaan op een heleboel manieren borgen dat dat goed gecontroleerd wordt, via de IGJ en via een commissie van onafhankelijke deskundigen. Ze zijn volstrekt transparant over de waardes. Ze hebben hun website aangepast. Ze hebben zich uit de organisatie voor de Week van het Leven teruggetrokken. Wat mij betreft voldoen ze dus volledig aan de eisen. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 154 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 155.

Staatssecretaris Blokhuis:

De motie op stuk nr. 155 ligt een beetje in het verlengde daarvan, want daarin wordt het kabinet gevraagd de subsidie terug te vorderen op het moment dat Siriz niet los blijkt te staan van VBOK. Ook daarover heb ik in het AO hele duidelijke dingen gezegd. Volgens mij kan ik het ook niet mooier formuleren dan de dames Tellegen en Dijkstra, die zeggen: wij toetsen of de aanvragende partij voldoet aan de criteria, de strenge selectiecriteria die wij stellen. Dat hebben we in dit geval gedaan en Siriz voldoet daaraan. Als blijkt, ook in de loop van dit jaar — dat is wel de spelregel — dat zij de criteria niet hanteren, dat die niet gevolgd worden, dat zij daar niet aan kunnen beantwoorden, is er aanleiding om eerst een indringend gesprek te voeren, en als het zo blijft om de subsidie te stoppen of in te trekken. Zo zijn de spelregels wel. Maar we gaan niet nu al zeggen: als blijkt dat ze fuseren, gaan we dat terugtrekken. Dan gaan we het op eigen merites beoordelen; volgens mij zei mevrouw Tellegen dat. Als VBOK fuseert met Siriz en zich daarmee volledig conformeert aan hoe Siriz zich opstelt, is er een andere situatie. Die moeten we op eigen merites beoordelen. Ik wil deze motie ontraden. In de slipstream van dit antwoord wil ik ook, in antwoord op de vraag van mevrouw Tellegen, zeggen dat ik de Kamer uiteraard aan het eind van het jaar wil informeren over de ontwikkelingen, hoe het gaat rond het fusieproces of andere structurele veranderingen bij beide organisaties.

De voorzitter:

Dank u wel. Dit roept een vraag op bij mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Een korte vraag. Dank aan de staatssecretaris. Ik begrijp eigenlijk zijn oordeel niet zo goed, want de motie formuleert wat hij zegt; ze maakt het misschien net iets specifieker. Maar de casus die voorligt gaat over Siriz en gaat over de band met VBOK. Daar zijn we het gewoon over eens. We zijn het er ook over eens dat als Siriz verbonden blijft aan VBOK, die een bepaalde positie heeft, namelijk een anti-abortusclub is, die keuzehulpgesprekken niet met overheidssubsidie kunnen plaatsvinden. We zijn het er ook over eens dat als dat zo is, het geld terug moet. Dat staat gewoon in die motie. Ik begrijp het oordeel "ontraden" dan niet zo goed.

Staatssecretaris Blokhuis:

In de motie staat gewoon zwart-op-wit: terugbetalen over de periode dat Siriz niet los van VBOK functioneert. Nu al zijn ze behoorlijk aan elkaar geklonken. Dat ga ik ook niet ontkennen. Ik neem daar kennis van. Ik heb er uiteraard totaal niet de hand in. Het zijn twee private organisaties. Ondanks het feit dat er een behoorlijke verwevenheid is, vind ik — en volgens mij vindt de Kamermeerderheid dat — dat Siriz als aanvragende partij aan alle eisen voldoet, ook al is er een verbondenheid met VBOK.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Maar tegelijkertijd heeft de staatssecretaris uitgesproken dat hij die verwevenheid ook wel problematiseert. Ik zie niet gebeuren, wat mevrouw Tellegen suggereert, dat VBOK afstand neemt van haar standpunt. Dan gaan Pasen en Pinksteren ook op één dag vallen.

Staatssecretaris Blokhuis:

Dat laatste zal ingewikkeld worden. Maar ik denk dat er wel een hoop gespeculeer is in wat mevrouw Ploumen stelt. Laten we eerst eens kijken in welke richting het zich ontwikkelt wat betreft de structuur van beide organisaties. Maar nu al vind ik, ondanks de verwevenheid die er nu is en die wel onduidelijkheid creëert — dat ben ik met mevrouw Ploumen eens — dat Siriz volstrekt aan alle eisen voldoet. Punt.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 155 wordt ontraden. De motie op stuk nr. 156.

Staatssecretaris Blokhuis:

De motie op stuk nr. 156 zegt eigenlijk in iets andere bewoordingen hetzelfde als de motie op stuk nr. 154. Om dezelfde reden wil ik die ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 156 is ontraden.

Staatssecretaris Blokhuis:

In de motie op stuk nr. 157 vraagt mevrouw Westerveld om een extra criterium toe te voegen: er mag bestuurlijk, financieel noch rechtmatig verbondenheid zijn aan organisaties die een anti-abortuslobby voeren. Ik vind dat wij een enorme range aan criteria hebben opgesteld. We leggen de lat hoog. In die criteria staat ... Ik heb ze hier bij me; ik kan ze voorlezen als mevrouw Westerveld daar behoefte aan heeft. Een van de criteria is: een organisatie die in aanmerking wil komen voor overheidsfinanciering moet niet sturend zijn en moet de wil van de vrouw, van de vragende partij, volledig respecteren. Wat mij betreft moeten we daar geen criteria aan toevoegen, dus ook deze motie wil ik ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 157 is ontraden.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

We krijgen wel een beetje een gekke situatie. Wij bedenken dit niet. In het beleidsplan van de VBOK staat het voornemen om onder één naam verder te gaan met Siriz, oftewel te fuseren. Wat nu als dat voornemen uit het beleidsplan uitkomt?

Staatssecretaris Blokhuis:

Ik heb zojuist in reactie op een vraag van mevrouw Tellegen beloofd dat ik de Kamer daarover informeer. Ik zal sowieso de Kamer in dit najaar informeren over hoe dit zich ontwikkelt.

De voorzitter:

Dank u wel. Afrondend, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Maar dan is de subsidie al toegekend. Als we geen eisen vooraf hebben gesteld aan een organisatie en vervolgens op basis van eisen waar de organisatie aan voldoet wel subsidie geven, mogen we dan later in dat jaar zeggen: we hebben die eis niet vooraf gesteld, maar we vinden nu dat er iets gebeurt wat we niet goedkeuren, dus we trekken de subsidie in? Mag dat zomaar?

Staatssecretaris Blokhuis:

Ik heb al een- en andermaal gezegd dat wat mij betreft Siriz net als de andere twee organisaties die voor subsidie in aanmerking komen, voldoet aan alle eisen, op dit moment al, ondanks verwevenheid met VOBK. Dat is mijn standpunt. Als er nieuwe ontwikkelingen komen in de structuur, dan informeer ik de Kamer daarover. U mag van mij ook verwachten dat ik gedurende dat proces de vinger aan de pols houdt of daarmee criteria worden overtreden. Dat gesprek gaat niet per se een keer per jaar plaatsvinden. Als ik bijvoorbeeld op grond van een klacht of anderszins denk dat een organisatie niet aanmerking komt — dat geldt ook voor de andere twee organisaties, als ze niet voldoen aan de criteria — dan mag u mij daarop aanspreken, maar ik zal er zelf ook zeer alert op zijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Nee, mevrouw Westerveld, interrupties gaan in tweeën. Had u ook alle gestelde vragen beantwoord?

Staatssecretaris Blokhuis:

Nee, volgens mij had ik in ieder geval de vraag rond de bus nog niet beantwoord. Ik snap de vraag. Het is ook actueel nieuws. Er zijn op dit moment ook Kamervragen gesteld aan de minister van VWS, minister De Jonge, over demonstraties rond abortusklinieken. Ik denk dat het zorgvuldig is als in de beantwoording van die vragen dit aspect wordt meegenomen, hoe dit totaal wordt gewogen. Anders ga ik apart wat zeggen over de bus. Dan gaat de minister antwoorden geven op vragen over demonstraties rond abortusklinieken. Ik stel voor dat ik met mijn collega, de minister van VWS, contact opneem en hem vraag om in de beantwoording dit geheel mee te nemen. Ik beloof u dat u dan ook zorgvuldig antwoord krijgt op de vraag rond de bussen, zeg ik tegen eenieder die die vraag heeft gesteld.

Volgens mij ben ik nog een antwoord schuldig aan mevrouw Tellegen. Zij vroeg of er elk jaar wordt getoetst of een organisatie weer in aanmerking komt voor subsidie. Dat is wel de structuur zoals we die nu uitgezet hebben. De commissie van onafhankelijke deskundigen toetst: hebben de organisaties die subsidie hebben gebruikt, voldaan aan de criteria; is dat goed gegaan het afgelopen jaar? Als die organisaties verder geen andere structuur hebben en ze de toets van die commissie kunnen doorstaan, dan kan dat een doorgang zijn voor een volgende subsidie als die organisatie door wil gaan. Wij vinden ook wel dat als organisaties zichzelf bewezen hebben en goede kwaliteit leveren, het wenselijk is dat er enige continuïteit van aanbod is. Maar die commissie toetst elk jaar. Dat is nu de opzet.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

De stemming over de ingediende moties zal plaatsvinden dinsdag na het reces, op 14 mei. Maar ik zie mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik noemde in mijn inbreng ook al 6 mei. Voor die tijd moet er eigenlijk duidelijkheid zijn, anders heeft het überhaupt geen zin gehad dat we hier moties hebben ingediend. Dus ik zou heel graag willen dat we hier morgen over gaan stemmen.

De voorzitter:

Dan kijk ik in de richting van de leden of er bezwaar is om de Voorzitter voor te stellen om morgen over deze ingediende moties te stemmen. Dat is niet het geval. Dan zal ik het verzoek van mevrouw Westerveld om hier morgen over te stemmen, doorgeven aan de Voorzitter.

Ik dank de staatssecretaris en we gaan gelijk door naar het volgende VAO, het VAO Medische preventie.