Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 62, item 14

14 Energiebesparing/Energieprestatie van gebouwen

Aan de orde is het VAO Energiebesparing/Energieprestatie van gebouwen (AO d.d. 21/02).

De voorzitter:

Als het goed is, gaan we nu naar het volgende onderwerp. Volgens mij zijn het dezelfde sprekers. Dat is het VAO Energiebesparing/Energieprestatie van gebouwen. Ik geef deze keer de heer Smeulders namens GroenLinks als eerste spreker het woord.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Energiebesparing in de gebouwde omgeving: een ontzettend belangrijk onderwerp. Het is ook wel mooi en bijzonder dat we daar uitgerekend vandaag een voortgezet of verslag algemeen overleg over hebben.

Ik heb drie moties, die ik zal indienen. De eerste luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het vereenvoudigd energielabel op afstand wordt gemeten op basis van slechts tien parameters door mensen die daar niet voor zijn opgeleid;

constaterende dat het vereenvoudigd energielabel het gemiddelde verbruik van een woning niet meeneemt en het label daardoor in de praktijk vaak veel slechter uitvalt;

overwegende dat de energietransitie in volle gang is en er daardoor de komende jaren een groeiende behoefte onder burgers zal komen aan betrouwbare informatie over de duurzaamheid van hun huis;

verzoekt de regering om afscheid te nemen van de methodiek voor het vereenvoudigd energielabel en de oude Energie-Indexmethodiek van vóór 2015 weer opnieuw in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 622 (30196).

Mevrouw Van Eijs (D66):

De heer Smeulders heeft het over "terug naar de Energie-Index". Nu is die, gelukkig, nooit helemaal afgeschaft; dus dat is mooi. Hij betoogt in zijn motie ook dat het gemiddelde energieverbruik nu niet wordt meegenomen. Dat klopt, maar dat wordt ook niet gedaan in die Energie-Index. Ik vraag me dus af wat de heer Smeulders daar dan precies mee wil.

De heer Smeulders (GroenLinks):

We hebben hierover een rondetafelgesprek gehad. Daarin gaven veel experts aan dat het heel goed zou zijn om het daadwerkelijke energieverbruik mee te nemen. Daar hebben we ons door laten inspireren. Ook gaven veel experts aan dat het goed zou zijn, of in ieder geval nog beter zou zijn, om dan maar naar het oude systeem terug te gaan. Dat hebben we dus ook opgenomen. Maar wellicht zegt u, bij wijze van een soort uitgestoken hand — daar is het vandaag toch de dag voor, zeker als het om dit soort maatregelen gaat —: pas dat of dat aan en dan kunnen wij als D66 het ook steunen. Dan zijn wij daar zeer toe bereid, want het gaat ons er niet om hoe het label precies is opgebouwd. Het gaat ons erom dat het een veel beter instrument gaat zijn in de energietransitie.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Als ik de heer Smeulders goed begrijp, wil hij een betere methodiek, zoals de Energie-Index, ook al is het gemiddelde energieverbruik daarin op dit moment niet meegenomen. Ik heb het rondetafelgesprek iets anders beleefd. Daarin werd ook aangegeven dat het heel erg gebruiksafhankelijk is. Het maakt nogal uit of het gaat om bijvoorbeeld een gezin met vijf kinderen die elke dag douchen of om een alleenstaand iemand. Voor de heer Smeulders zou het dus op zich prima zijn als dat er niet in zou zitten?

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik zeg niet dat het op zich prima zou zijn. Ik zeg wel dat we met elkaar streven naar een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, want die situatie is in ieder geval niet prima. Dat zou dus een optie kunnen zijn. Wat ons betreft hoeft het dus niet per se zo hard te zijn als in de motie opgenomen.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van mijn collega van D66. Ik heb bij datzelfde rondetafelgesprek gezeten en dat ook heel anders ervaren. Daar werd inderdaad gezegd dat de oude energie-index weinig beter is dan de huidige energielabels.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dat is niet gezegd.

De heer Koerhuis (VVD):

De huidige energielabels zijn wel veel goedkoper. Bent u dus niet onnodig huizenkopers op kosten aan het jagen, meneer Smeulders?

De heer Smeulders (GroenLinks):

Wij zijn een ontzettende voorstander van de energietransitie. Wij vinden het ook heel erg belangrijk dat inwoners daarbij over de juiste informatie beschikken. Daar heb je een veel beter energielabel voor nodig. Nederland heeft met het doe-het-zelfenergielabel waar uw partij groot voorstander van was, ervoor gekozen om voor een dubbeltje op de eerste rang te gaan zitten. Wij waren daar destijds niet voor en wij zijn daar nog steeds niet voor.

De heer Koerhuis (VVD):

De VVD is voor diezelfde energietransitie, maar dan wel betaalbaar en behapbaar. Wat de heer Smeulders voorstelt ...

De voorzitter:

Nu de motie.

De heer Koerhuis (VVD):

Wat de heer Smeulders voorstelt, is om niet voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten — ik gebruik zijn eigen bewoordingen — maar voor €300. Ik vind dat dit mensen onnodig op kosten jaagt. Misschien wil de heer Smeulders dat nog meenemen in zijn overwegingen bij het aanpassen van de motie, wat hij net aanbood.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik had eigenlijk niet gerekend op de steun van de VVD voor de motie. Maar ik ben altijd bereid om er met de heer Koerhuis over te praten.

De voorzitter:

Dank u wel. U had nog een motie? Of twee zelfs?

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ja, ik heb er nog twee zelfs, dus ik ga snel door.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het belangrijk is om nieuwe huizen zo duurzaam mogelijk te bouwen om de energietransitie ten goede te komen;

constaterende dat de BENG-eisen onvoldoende geschikt lijken om een zo duurzaam mogelijk resultaat voor alle gebouwtypen te behalen;

verzoekt de regering om de BENG-eisen per woningtype af te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 623 (30196).

De heer Smeulders (GroenLinks):

Voorzitter. Dan de laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energiebesparing in de bestaande bouw een grote en complexe opgave is;

overwegende dat bouw- en installatiebedrijven ervaring hebben opgedaan met het industrieel en conceptueel verduurzamen van bestaande woningen en klaarstaan voor opschaling;

overwegende dat het ontwerpklimaatakkoord inzet op het stimuleren van de aanbodzijde ten behoeve van met name de huursector, met een eerste proefveiling in 2019;

van mening dat een voortvarende inzet op tenders voor het aanbod van grootschalige verduurzaming van bestaande gebouwen, in het bijzonder voor de reductie van de warmtevraag, van groot belang is voor het uitlokken van investeringen in industrialisatie en conceptontwikkeling;

verzoekt de regering in 2019 meerdere tenders op de markt te brengen die de bouwindustrie uitdagen te investeren in productiecapaciteit, zodat grootschalige verduurzaming van bestaande woningen in de huursector serieus van de grond komt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 624 (30196).

Dank u wel.

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Dank u wel, voorzitter. 85.000 huurders hebben het hoogste gasverbruik, maar ook het laagste inkomen. Een op de vijf huurhuizen van commerciële verhuurders heeft een slecht energielabel, label F of G. Ruim 900.000 huishoudens geven daardoor een relatief groot deel van hun inkomen uit aan energie, of lopen het risico dat zij hun woonlasten inclusief energie niet kunnen betalen. Huurders betalen een hoge prijs voor de verduurzaming van Nederland. Hun huis is niet goed geïsoleerd en zij betalen mee aan de opslag duurzame energie.

Huurders verdienen beter. Ik heb al veel moties ingediend voor betere isolatie van huurwoningen. Vandaag wil ik een extra stok achter de deur indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de commerciële huursector een op de vijf woningen een energielabel F of G heeft;

overwegende dat verhuurders gestimuleerd moeten worden om hun huurwoningen beter te isoleren of andere duurzaamheidsmaatregelen te nemen;

verzoekt de regering om de huurprijzen van huurwoningen met een energielabel F of lager te bevriezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 625 (30196).

Dan geef ik nu het woord aan de heer Ronnes namens het CDA.

De heer Ronnes (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Tijdens het VAO Energiebesparing hebben we ook gesproken over de kosteneffecten voor burgers en dan specifiek voor huurders in de sociale huursector, maar ook voor woningeigenaren. De volgende motie blijft over en de inhoud spreekt voor zich.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit kostenoptimalisatiestudies blijkt dat de extra investeringen voor corporatiewoningen om te kunnen voldoen aan BENG-normen kunnen oplopen tot circa €30.000 per woning;

overwegende dat corporaties deze extra investering door het passend toewijzen niet kunnen verrekenen in de huur en niet zelf de effecten krijgen van de lagere energierekening;

verzoekt de regering om in overleg met de corporaties te bezien of nuancering van criteria of flankerend beleid mogelijk is, waarbij corporaties, maar ook eigenaren van particuliere woningen, niet onnodig op kosten gejaagd worden terwijl de ambities ten aanzien van goed geïsoleerde huur- en koopwoningen hoog blijven;

verzoekt de regering tevens hier nadrukkelijk de effecten voor de woonlasten van burgers (huur en koop) bij te betrekken zodat woningen inclusief de energierekening betaalbaar blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 626 (30196).

Dank u wel, meneer Ronnes. Ik geef het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. Ik kwam er net dankzij collega Beckerman achter dat ik het woord "melder" in de vorige motie heb vergeten.

De voorzitter:

Hoeveel moties heeft u?

De heer Krol (50PLUS):

Eentje maar. Mag dat, voorzitter?

De voorzitter:

Ja hoor.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Tijdens het wetgevingsoverleg van november 2018 diende de fractie van 50PLUS een motie in over het aanwijzen van ecologische zones. Wij hebben die op verzoek van de minister aangehouden, omdat zij eerst nog wat verder wilde zijn in het klimaatakkoord. Nou, dat is nu zo. Tijdens het AO van 21 februari 2019 heb ik gepleit voor innovatie om het rendement van duurzame energietechnieken te vergroten. Daarna kunnen we het grootschalig gaan toepassen in bestaande wijken. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er steeds meer mensen op zoek zijn naar een woning en een woonomgeving waarbij duurzaamheid centraal staat;

verzoekt de regering om in overleg met een gemeente een voorbeeldproject te initiëren door het aanwijzen en realiseren van een ecologische woonzone,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 627 (30196).

De heer Krol (50PLUS):

Deze motie was al eerder ingediend, maar was inmiddels vervallen. Daarom dien ik de motie opnieuw in.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer namens de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. In het algemeen overleg heb ik al naar voren gebracht dat de PvdA vindt dat het huidige stelsel, waarbij verplicht een energielabel wordt aangevraagd dat je voor een paar euro kunt kopen, echt op de helling moet. Iets wat een paar euro kost, is eigenlijk niks waard. Dat blijkt in de praktijk ook. Mensen krijgen labels toegestuurd op basis van informatie die ze zelf hebben verzonden en die uiteindelijk niet klopt. Een koper heeft dan een mooi huis gekocht met een A- of een B-label. Dat blijkt uiteindelijk een F-label te zijn en dan kan hij nergens terecht. Kortom, het stelsel moet op de helling. Daarom heb ik samen met de heer Smeulders een motie ingediend om het stelsel te herzien.

Ik zou de minister nog één vraag willen stellen. Ik heb verder geen moties, want de motie is al ingediend door de heer Smeulders en daar staat mijn naam onder. Wil de minister ook kijken naar een stelsel waarbij alleen de echt goede woningen, die goed scoren op duurzaamheid, een label krijgen? Dan moet iemand die er verstand van heeft daar in huis komen kijken en het label afgeven. Dan is er niet die hele verplichting bij. Of je nu F, G of E hebt of een tochtige woning of enkel glas, is helemaal niet zo relevant. Dat scheelt voor heel veel mensen. De fracties van CDA, VVD en andere partijen zijn bezorgd dat iedereen op kosten wordt gejaagd en dat hoeft dan niet meer. Er zijn een heleboel mensen die dat label niet nodig hebben. Maar als je echt een goed label hebt, moet dat ook betrouwbaar zijn. Dat is wat mensen het meest relevant vinden. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u, meneer Nijboer. Dan geef ik nu het woord aan de heer Koerhuis namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Mij bereiken berichten dat bij veel gemeenten het beeld is ontstaan dat er sprake is van een gasaansluitverbod, terwijl hier helemaal geen sprake van is. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat eind vorig jaar de beide Kamers een amendement hebben aangenomen om de gasaansluitplicht voor gemeenten om te zetten naar een warmteplicht;

constaterende dat de regering in de ministeriële regeling met betrekking tot dit amendement eisen gesteld heeft aan gemeenten die in nieuwe plannen huizen op gas willen aansluiten;

overwegende dat gemeenten die eisen te streng opvatten, omdat de ministeriële regeling niet transparant maakt hoe hoog de extra kosten en hoeveel de extra vertraging voor de woningbouw mogen zijn;

overwegende dat gemeenten het zekere voor het onzekere nemen en in nieuwe plannen geen huizen op gas aansluiten;

verzoekt de regering gemeenten te informeren dat er geen sprake is van een absoluut gasaansluitverbod,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Ronnes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 628 (30196).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik vroeg me af waarom de heer Koerhuis ervan overtuigd is dat gemeentes blijkbaar — dat lijkt mij heel verstandig — kiezen voor gasloze woningen en waarom die gemeentes daar niet van op de hoogte zouden zijn.

De heer Koerhuis (VVD):

Dat zijn de signalen die mij bereiken vanuit gemeenten.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Zou het niet zo kunnen zijn dat gemeentes de zeer verstandige beslissing nemen om woningen niet op het gas aan te sluiten en hun bewoners niet op te zadelen met een kostenpost voor de toekomst om uiteindelijk weer van het gas af te moeten, en dat dat misschien de oorzaak is in plaats van een gebrek aan informatie?

De heer Koerhuis (VVD):

Dat zijn niet de signalen die mij bereiken. Als ik met ze praat, bereiken mij signalen: we weten het niet, we nemen het zekere voor het onzekere. Als ik dan zeg dat ze huizenkopers op kosten jagen, zeggen ze: ja, maar we nemen het zekere voor het onzekere. De VVD wil huizenkopers niet onnodig op kosten jagen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koerhuis. Volgens mij was u ...

De heer Koerhuis (VVD):

Nee.

Voorzitter. Vorig jaar was de eerste tranche van 90 miljoen vanuit de klimaatenvelop om wijken aardgasvrij te maken. Dit jaar is er een tweede tranche van 90 miljoen. We hebben daarbij twee keuzes. Enerzijds kunnen we het doen zoals vorig jaar en het geld gebruiken om een paar huizen helemaal nul op de meter te maken, maar we zien dat het daarmee niet betaalbaar en behapbaar is. Anderzijds kunnen we het geld gebruiken om meer huizen te isoleren. We helpen dan meer mensen en besparen meer energie. Dat komt doordat de eerste investering relatief goedkoop is en veel energie bespaart. In het algemeen overleg heb ik begrepen dat de minister nu de eerste tranche aan het evalueren is. Het lijkt mij goed om te wachten op die evaluatie. Maar om als Kamer hierover van gedachten te kunnen wisselen voordat we beslissen over de tweede tranche, zou ik wel graag de toezegging willen dat de minister die evaluatie voor eind mei naar de Kamer stuurt.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Is de heer Koerhuis het met mij eens dat het juist belangrijk is om te experimenteren met het aardgasvrij maken van wijken en dat het geld met name daarop ingezet moet worden en niet om zo veel mogelijk woningen te gaan isoleren? Dan heb je op korte termijn misschien iets meer CO2-reductie, maar wij moeten juist die enorme slag maken en die innovatie moet worden gestimuleerd. Is de heer Koerhuis het daarmee eens?

De voorzitter:

Ik vraag me af: is deze discussie niet in het algemeen overleg gevoerd? Nou, ik moet het niet aan jullie vragen, want jullie zeggen nee. Een korte reactie van meneer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik krijg vragen van u tussendoor. Ik zal proberen ... Wat de VVD betreft moet de energietransitie betaalbaar en behapbaar zijn. Ik ben wezen kijken in die proeftuinwijken. Heel eerlijk: het aardgasvrij maken van wijken, dat zijn ingrijpende operaties, ingrijpend in de levens van mensen. Ik vind dat GroenLinks daar wel heel makkelijk aan voorbijgaat en maar gewoon zegt: laten we experimenteren met die levens van mensen.

De voorzitter:

Tot slot de heer Smeulders.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Het wordt steeds wonderlijker met de heer Koerhuis. We hebben met elkaar afgesproken, de VVD ook, dat we van het gas afgaan. Dat is heel ingrijpend voor heel veel mensen. Wat het kabinet — ik sta hier het kabinet te verdedigen — nu met die 90 miljoen doet, is experimenteren om te kijken hoe dat moet. Wat u nu voorstelt — daar snap ik weinig van en daarom stel ik er vragen over — is om niet te kijken hoe je woningen van het gas af kan halen, maar hoe je woningen kan gaan isoleren. Dat is toch een totaal andere doelstelling dan het kabinet met dit budget heeft?

De heer Koerhuis (VVD):

De heer Smeulders trekt het heel breed. Hebben we afgesproken dat huizen van het gas afgaan? Nee. Wat we hebben afgesproken, is dat de gaswinning in Groningen uiteindelijk naar nul gaat. Dat hebben we afgesproken. Dat huizen uiteindelijk van het aardgas afgaan, over 30 jaar, dat hebben we afgesproken, ja. Maar van het gas af, nee.

De heer Ronnes (CDA):

Ik neem toch aan dat de heer Koerhuis het met mij eens is dat wij als een betrouwbare overheid moeten overkomen. We hebben afgelopen keer in die tranche van 90 miljoen 66 aanvragen gehad van pilotwijken die graag aan de slag willen om te experimenteren. Er zijn er slechts 25 of iets in die buurt toegekend. Dat betekent wel dat de mensen die nu allemaal druk bezig zijn met die voorbereidingen een zware teleurstelling tegemoet gaan op het moment dat u zegt: we gaan dat geld toch ergens anders aan besteden. Is de heer Koerhuis het niet met mij eens dat dat eigenlijk niet kan, gezien het feit dat we gewoon betrouwbaar moeten overkomen naar onze burgers?

De heer Koerhuis (VVD):

De aankondiging van de tweede tranche is nu en de evaluatie is nu. Als blijkt dat al die wijken staan te springen om om van het aardgas afgehaald te worden, valt er natuurlijk over te praten. Maar ik vind dat behoorlijk ingrijpende operaties, ingrijpend in het leven van mensen. Ik denk dat we daar niet te makkelijk aan voorbij moeten gaan, ook het CDA niet.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie de heer Ronnes twijfelen.

De heer Ronnes (CDA):

Dit roept een beetje een reactie op. Waar we volgens mij toch rekening mee moeten houden, is dat er heel veel initiatieven in Nederland zijn die graag vooruit willen hiermee en dat we wel de verwachting hebben gewekt dat daar budgetten voor zijn.

De heer Koerhuis (VVD):

Nou ja, heel eerlijk. We hebben ook de verwachting gewekt dat wij beginnen met het isoleren van huizen in de energietransitie. Als u het aan de VVD vraagt, zeg ik dat wij de energietransitie betaalbaar en behapbaar willen doen en dat isoleren daar mooi in past. Daar wat mee experimenteren op wijkniveau, ik denk dat dat een goede weg is om in de evaluatie mee te nemen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Koerhuis. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Eijs namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dank u wel, voorzitter. Isoleren, maar ook energiebesparing en wel degelijk ook de klimaatopgave gaan D66 erg aan het hart. Vandaar dat ik drie moties heb over de BENG-normen. Mijn eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nu voorliggende BENG-normen gaan over het uiteindelijke energieverbruik en vooral de warmtevraag van de gerealiseerde gebouwen;

overwegende dat het bouwen en verbouwen van gebouwen ook een bron van CO2 en andere broeikasgassen is en daarnaast veel grondstoffen behoeft;

van mening dat het bouwen of verbouwen van gebouwen ook zo min mogelijk klimaatverandering of milieuschade zou moeten veroorzaken en dat lichter, circulair en aanpasbaar bouwen daar een bijdrage aan kunnen leveren;

verzoekt de regering in kaart te brengen wat het effect van de voorgestelde BENG-normen op klimaatverandering en milieuvervuiling tijdens de bouw is, en hierover de Kamer voor de behandeling van de BENG-normen te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 629 (30196).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij vele verschillende partijen twijfel is ontstaan of de nu voorgestelde BENG-normen wel voldoende hoge eisen aan isolatie en luchtdichtheid stellen;

overwegende dat een scherpe norm op het gebied van isolatie en luchtdichtheid zorgt voor een beduidend lagere warmtevraag;

overwegende dat voor de hoogte van de energielasten, ook op langere termijn, bewoners meer zijn gebaat bij een goede gebouwschil dan bij duurzame opwekking of zuinige installaties;

verzoekt de regering het effect van de eisen aan isolatie en luchtdichtheid in de nu voorgestelde BENG-normen op de energierekening van bewoners zwaar te wegen in haar afwegingen, en hierover de Kamer voor de behandeling van de BENG-normen te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 630 (30196).

Mevrouw Van Eijs (D66):

En mijn laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij vele verschillende partijen twijfel is ontstaan of de nu voorliggende BENG-normen wel voldoende ambitieus zijn;

overwegende dat de BENG-normen een volgende stap richting een uiteindelijk energieneutrale gebouwde omgeving in 2050 moeten zijn;

verzoekt de regering in kaart te brengen hoe de voorgestelde BENG-normen er mede voor zorgen dat de gebouwde omgeving in 2050 energieneutraal zal zijn, en hierover de Kamer voor de behandeling van de BENG-normen te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 631 (30196).

Dank u wel. Korte vraag, meneer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Over de laatste motie, voorzitter. Ik meen te horen dat de BENG-normen volgens mevrouw Van Eijs niet ambitieus genoeg zijn. Mijn vraag aan D66 is de volgende. Ik begrijp dat de BENG-normen zijn zoals ze nu zijn om de nieuwbouwproductie te kunnen aanjagen. Is D66 het met de VVD eens dat dat ook belangrijk is?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik ben het zeer met de heer Koerhuis eens dat we voldoende woningen moeten bouwen, vooral ook voldoende energiezuinige woningen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan kijk ik of de minister direct kan reageren. Dat is het geval. Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:

Ja, voorzitter, maar ik moet de moties van mevrouw Van Eijs nog wel krijgen. Ik begin even met de vraag van de heer Nijboer over het energielabel. Hij heeft dat punt ook gemaakt in het AO. Ook anderen hebben daar overigens over gesproken. Ik heb toen gezegd dat ik vind dat we moeten kijken hoe we het kunnen verbeteren. Ik heb ook de toezegging gedaan om de Kamer daarover voor de zomer nader te informeren. Ik ben bereid om de suggestie van de heer Nijboer mee te nemen bij de vormgeving hiervan. In de brief voor de zomer zal hij daarover dan ook iets terugvinden.

Dan de moties. De motie op stuk nr. 622 van de heren Smeulders en Nijboer ziet ook op het energielabel. Ik dacht: ik begin met de heer Nijboer, want die zei geen motie in te dienen, maar genoegen te nemen met een toezegging. Tegen de heer Smeulders zou ik willen zeggen: ik heb die toezegging gedaan in het AO en die heb ik hier herhaald. Dat was de toen al uitgestoken hand van mijn kant in de richting van de heer Smeulders. Ik vind het belangrijk dat we zorgen voor een betrouwbaar, nauwkeurig en betaalbaar label. Ik ben een heel eind met hem meegegaan in zijn wens om dit te veranderen en te verbeteren, dus wellicht wil hij hierna de motie aanhouden.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Op een dag als vandaag is het inderdaad misschien wel goed om zo'n uitgestoken hand aan te pakken, dus we houden de motie aan. Het zou wel fijn zijn als het oude label ook onderdeel gaat zijn van het onderzoek dat de minister gaat doen.

Minister Ollongren:

Het lijkt me inderdaad logisch om dat onderdeel te laten zijn van het onderzoek.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Smeulders stel ik voor zijn motie (30196, nr. 622) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:

De motie-Smeulders op stuk nr. 623 ziet op de BENG-normen. We hebben daar het debat over gehad op het moment dat de consultatie nog liep. Ik ben nu bezig met het verwerken van de reacties die in de consultatie zijn gegeven. Ik heb, de Kamer gehoord, aan de ene kant aandacht voor de bouw — de heer Koerhuis heeft dat net herhaald — en aan de andere kant kijk ik ook naar de juiste vormgeving, zodat de prikkel voor duurzaamheid zo groot mogelijk wordt gemaakt. Dat betekent bij de verwerking van de consultatie dat ook differentiatie per woning een onderdeel wordt om te bezien. Als ik de motie van de heer Smeulders zo mag lezen en als hij mijn toelichting begrijpt, dan kan ik het oordeel over de motie aan de Kamer laten.

De motie op stuk nr. 624 heeft de heer Smeulders samen met de heer Stoffer ingediend. Daar hebben we het ook over gehad. De motie vraagt eigenlijk om door tenders de aanbodzijde te stimuleren. De intentie van het kabinet is dat we juist zorgen voor een startmotor en een renovatieversneller. Ik ben daarover in gesprek met Aedes, met bouwers en installateurs. Daarbij gaat het echt over de vormgeving. Ik ben bang dat wat in deze motie gevraagd wordt, namelijk meerdere tenders in 2019 op de markt brengen, erg ambitieus is. Te ambitieus. Wij gaan met de partijen onze uiterste best doen om dit jaar een tender te organiseren. Als meer kan, zou dat fantastisch zijn, maar ik ben bang dat ik de motie in deze vorm niet kan waarmaken. Om die reden moet ik de motie ontraden.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Ik snap dat meerdere tenders in 2019 inderdaad misschien een beetje ambitieus is. Als we van 2019 2020 maken, zou het dan wel kunnen?

Minister Ollongren:

Zoals de heer Smeulders zelf al zei, is dit niet de dag om tegenover elkaar te blijven staan. Ik denk dat, gegeven de inzet die er is om tot die tenders te komen en de ruimte die de heer Smeulders nu biedt in de tijd, dat inderdaad het verschil maakt.

De voorzitter:

Wat is dus uw oordeel?

Minister Ollongren:

In dat geval laat ik het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:

De motie wordt op dat punt aangepast.

De heer Smeulders (GroenLinks):

Dan passen we haar aan.

De voorzitter:

De heer Koerhuis is het daar niet mee eens, zo te zien.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik had daarbij een vraag aan de regering, want hier staat dat de regering meerdere tenders op de markt brengt. Gaat u dan als ministerie van Binnenlandse Zaken tenders op de markt brengen of hoe gaat u dat doen?

Minister Ollongren:

Daar heeft de heer Koerhuis wel een punt, maar ik denk dat de heer Smeulders dat ook weet. Ik heb ook gezegd dat we daarover in gesprek zijn met de relevante partijen. Ik heb Aedes, de installateurs en de bouwers genoemd. Dus hier spelen meerdere partijen een rol, ook van overheidskant. Ik ben niet voornemens om al die verantwoordelijkheden van anderen over te nemen. Daar heeft de heer Koerhuis gelijk in.

De heer Koerhuis (VVD):

Heel helder. Hier staat: de regering gaat meerdere tenders op de markt brengen. Ik begrijp dus goed van de minister dat zij dat niet gaat doen.

Minister Ollongren:

Nee, maar ik lees het zo — maar dat is dan even mijn uitleg van de motie — dat ik zal helpen om met alle betrokkenen, in het kader van wat wij aan het doen zijn met het klimaatakkoord, ernaar te streven dat die tenders er komen. Dat is letterlijk gezien inderdaad iets anders dan dat ik ze zelf in de markt zet, maar ze komen er dan wel.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Ollongren:

Voorzitter. Dan ben ik bij de motie-Beckerman op stuk nr. 625. Mevrouw Beckerman wil dat de huurprijzen van woningen met een te laag energielabel, F of lager, worden bevroren. Wij hebben in het kader van de besprekingen rond het klimaatakkoord wel gezegd dat we kijken naar het huurpuntenstelsel. Dat is gekoppeld aan de labels, maar dit gaat een stuk verder. Dat is, vrees ik, net een brug te ver, dus ik ontraad deze motie.

De motie-Ronnes/Koerhuis op stuk nr. 626 is de motie met een aantal constateringen en twee verzoeken aan de regering. Ik denk dat wat de motie stelt rondom BENG-normen en de woonlasten past in datgene waar ik mee bezig ben. Even kort samengevat zou ik het oordeel om die reden aan de Kamer willen laten.

De motie-Krol op stuk nr. 627 suggereert dat er nog geen ecologische woonzones zijn. Mijn informatie is dat die er wel zijn. Misschien kan ik de heer Krol helpen door hem toe te zeggen een overzicht van dergelijke initiatieven naar de Kamer te sturen. Dat is prealabel aan de motie, want als de initiatieven er al zijn, dan zou dat wellicht van invloed zijn op wat de heer Krol aan de regering wil vragen.

De heer Krol (50PLUS):

Ik ben natuurlijk blij als er zo'n overzicht komt, maar de bedoeling van de motie is dat we nog meer gemeentes gaan aanzetten om hiervoor te zorgen.

Minister Ollongren:

Oké, dat was blijkbaar geen nieuwe informatie voor de heer Krol. Ik hoopte hem te verrassen met informatie over ecologische woonzones. Mijn toezegging is toch om dat overzicht te geven en aan de hand daarvan te bezien wat er nog nodig zou zijn om dat verder te stimuleren. Dat is toch iets wat in hoge mate bij gemeentes ligt. Een voorbeeldproject initiëren is in mijn beleving niet nodig, omdat die gemeentes dat echt al doen. Wellicht zou de heer Krol de motie toch willen aanhouden tot na de informatie die ik per brief doe toekomen.

De voorzitter:

Ja, meneer Krol, houdt u de motie aan?

Op verzoek van de heer Krol stel ik voor zijn motie (30196, nr. 627) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:

De motie op stuk nr. 628 van de heer Koerhuis, samen met de heer Ronnes, gaat over het, zoals hij dat noemt, gasaansluitverbod. Ik heb het in het AO gehad over de uitzonderingsmogelijkheid die gemeenten hebben en waarvan ook gebruik wordt gemaakt. Ik heb toen een aantal gemeenten genoemd waarvan ik wist dat het daar was gebeurd. Ik begrijp dat inmiddels twintig gemeenten uitzonderingen hebben toegestaan. Dus het gebeurt gelukkig, want dat was ook de bedoeling. Daar had de heer Koerhuis zorgen over. In mijn beleving is het dus niet zo dat die afweging niet wordt gemaakt door gemeenten. Desalniettemin verzoekt hij de regering om de gemeenten toch nog beter te informeren over hoe ze hiermee moeten omgaan. Ik ben natuurlijk altijd bereid om informatie te verstrekken aan gemeenten; dat kan zelfs via VNG en andere kanalen. Dus als de heer Koerhuis die zorgen blijft houden, stel ik voor om dat zo te doen. Het oordeel zou ik dan aan de Kamer willen laten.

De volgende motie was ook een motie van de heer Koerhuis. Of niet? Nee.

De voorzitter:

Die is van mevrouw Van Eijs.

Minister Ollongren:

Ja, maar sla ik er nu toch eentje over van de heer Koerhuis?

De voorzitter:

Nee.

Minister Ollongren:

Oké. Gelukkig.

De voorzitter:

Volgens mij niet.

Minister Ollongren:

Mevrouw Van Eijs ...

De voorzitter:

Meneer Koerhuis, was er nog een motie?

Minister Ollongren:

Ik dacht het wel, maar ik ben ergens de tel kwijtgeraakt.

De voorzitter:

Of is de nummering ... Sorry, meneer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Nee, dat was geen motie maar een vraag.

De voorzitter:

O ja.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik had er nog even een debatje over met GroenLinks, D66 en het CDA.

De voorzitter:

Maar dat hoeft u niet nog een keer uit te leggen.

De heer Koerhuis (VVD):

Maar de vraag zou ik graag nog een keer willen stellen. De vraag is, gegeven alle discussie die we hebben over de tweede tranche ...

De voorzitter:

Maar dat weet de minister. Dat hoeft u niet te herhalen.

Minister Ollongren:

Ja, ik weet het weer. Excuus, ik had de vraag in mijn eigen aantekeningen als motie genoteerd. U had een vraag gesteld over de aardgasvrije wijken en over de evaluatie van de eerste tranche. Ik zeg u graag toe om voor eind mei de Kamer de evaluatie toe te sturen met de bijbehorende kabinetsappreciatie.

Dan ga ik naar de laatste drie moties, op de stukken nrs. 629, 630 en 631, van mevrouw Van Eijs. Zij zien alle drie op de BENG-normen. Het betreft drie verschillende aandachtspunten, maar ik kan ze toch in één keer behandelen, als u dat goed vindt, voorzitter. Het betreft de effecten van de BENG-eisen op klimaatverandering en milieuvervuiling, op de energierekening en op de energieneutraliteit. In de brief, die ik de Kamer doe toekomen en waarin ik de consultatie verwerk — mijn planning is overigens om die in mei naar uw Kamer te sturen — wil ik op al deze aspecten ingaan. Dat betekent dat ik het oordeel over alle drie de moties aan de Kamer kan laten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We gaan door naar het volgende onderwerp, met weer dezelfde sprekers.