Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 62, item 13

13 Bouwregelgeving/risicovloeren

Aan de orde is het VAO Bouwregelgeving/risicovloeren (AO d.d. 20/02).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Bouwregelgeving/risicovloeren. Ik heet opnieuw de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom en geef de heer Krol namens 50PLUS het woord.

De heer Krol (50PLUS):

Mevrouw de voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt ten aanzien van brand- en vluchtveiligheid onvoldoende worden nageleefd;

constaterende dat volgens cijfers van de Brandweeracademie de helft van de dodelijke slachtoffers door brand 60 jaar en ouder is;

constaterende dat volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau er 2,3 miljoen zelfstandig wonende mensen zijn met een matige of ernstige lichamelijke beperking;

verzoekt de regering zorg te dragen dat met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen meer controle wordt gehouden op de naleving van de eisen ten aanzien van brand- en vluchtveiligheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 188 (28325).

De heer Krol (50PLUS):

Mijn tweede motie gaat over het voorkomen van koolmonoxidevergiftiging. Dit weekend was er helaas weer een dode te betreuren. Laten we er samen alles aan doen om nog meer slachtoffers te voorkomen. Dat kan met een heel eenvoudig hulpmiddel.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering niet overgaat tot een verplichting voor koolmonoxidemelders bij nieuwbouw of renovatie van woningen;

constaterende dat er ondanks het gasverbod voor nieuwbouwwoningen nog steeds verbrandingsinstallaties worden verkocht die bedoeld zijn voor woningen, zoals gasketels en pelletkachels;

constaterende dat de prijs van een koolmonoxidemelder hooguit een paar tientjes is en derhalve in het niet valt bij de aanschafprijs van de verbrandingsinstallatie;

overwegende dat vuurwerkverkopers een gratis vuurwerkbril en autodealers een gratis gevarendriehoek meeleveren om hun klanten te beschermen tegen letsel;

verzoekt de regering zich in te spannen dat verkopers en/of installateurs van verbrandingsinstallaties bedoeld voor woningen een gratis koolmonoxidemelder meeleveren en installeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 189 (28325).

De heer Krol (50PLUS):

De laatste is heel kort, mevrouw de voorzitter. Die gaat over vluchtroutes.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering belangrijke stappen zet voor het verbeteren van de brandveiligheid van gebouwen alsmede de vluchtroutes voor mindervaliden en ouderen die mogelijk minder mobiel zijn;

overwegende dat het pictogram voor vluchtroutes zoals opgenomen in de NEN-norm 70-10 een rennend mannetje toont;

overwegende dat dit pictogram niet volstaat voor vluchtroutes voor mindervaliden, die zich mogelijk op andere locaties bevinden dan vluchtwegen voor mensen zonder lichamelijke beperkingen;

verzoekt de regering voorbereidingen te treffen om in de NEN-normering een pictogram vast te leggen voor vluchtroutes specifiek bedoeld voor mindervaliden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 190 (28325).

De heer Krol (50PLUS):

Dank u zeer.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Koerhuis namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):

Voorzitter. Iedereen moet veilig naar huis, werk en school kunnen, maar we hebben gezien dat dat niet vanzelfsprekend is. We hebben veel problemen gezien met vloeren. In mei 2017 stortte een parkeergarage in Eindhoven in. Zelfs verdiepingen van het ministerie van de minister zijn gesloten, omdat de vloeren niet veilig zijn.

We hebben ook veel problemen gezien met gevels. In mei 2018 publiceerde ZEMBLA een onderzoek over brandgevaarlijk isolatiemateriaal in gevels van een seniorencomplex in Nijmegen. De verschrikkelijke gevolgen daarvan hebben we in Londen gezien. We moeten zoiets niet in Nederland laten gebeuren. Daarom dien ik de volgende moties in samen met mevrouw Beckerman van de SP.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een veilig gebouw belangrijk is voor zowel gebouweigenaren als -gebruikers;

overwegende dat de regering de twee lopende incidentele inventarisaties van probleemvloeren en brandgevaarlijke gevels aan het bijhouden is en deze inventarisaties voor de zomer naar de Kamer verwacht te sturen;

verzoekt de regering om procesverplichtingen voor gemeenten in te stellen en/of provincies als toezichthouders in te schakelen als de deadline niet gehaald wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 191 (28325).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een veilig gebouw belangrijk is voor zowel gebouweigenaren als -gebruikers;

overwegende dat de regering de twee lopende incidentele inventarisaties van probleemvloeren en brandgevaarlijke gevels aan het bijhouden is en deze inventarisaties voor de zomer naar de Kamer verwacht te sturen;

overwegende dat de regering heeft aangekondigd de definitieve rekenregels voor de inventarisatie van probleemvloeren voor eind april 2019 te publiceren;

verzoekt de regering per direct te beginnen met een definitieve inventarisatie van probleemvloeren waarbij de definitieve rekenregels worden gebruikt, deze inventarisatie bij te houden, en voor eind 2019 naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 192 (28325).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ronnes.

De heer Ronnes (CDA):

Nul minuten.

De voorzitter:

Nul minuten. Dat heb ik dan weer niet gezien. Dan ga ik naar mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter, dank u wel. Ik kan het heel kort houden. Volgens de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht zijn mogelijk duizenden balkons onveilig. We hebben daar al verschillende voorbeelden van gezien, helaas. Als ongelukken voorkomen kunnen worden, dan moeten we dat doen. Maar de minister schrijft zelf er geen gegevens over te hebben. Na vier sets Kamervragen over onveilige balkons, van Groningen tot Breda, is het daarom echt tijd voor een motie. Die wil ik graag voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sinds 1 januari 2015 de mogelijkheid bestaat om per ministeriële regeling een onderzoeksplicht in te voeren voor evidente veiligheidsproblemen bij gebouwen;

overwegende dat de bestaande onderzoeksplicht geldt voor galerijflats, maar niet voor de duizenden balkons die mogelijk onveilig zijn;

overwegende dat de regering samen met VvE Belang een onderzoek gaat uitvoeren naar de staat van het groot onderhoud bij vve's;

verzoekt de regering in dit onderzoek mee te nemen of balkons die zijn gebouwd in de jaren vijftig en zestig evidente veiligheidsproblemen bij gebouwen zijn en of een onderzoeksplicht ingevoerd moet worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman en Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 193 (28325).

Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan ga ik nu naar de heer Nijboer. Ook hij heeft geen behoefte om het woord te voeren. Dan kijk ik naar mevrouw Van Eijs. Ook zij heeft geen behoefte om het woord te voeren. Dan kijk ik of de minister kan antwoorden. Dat is het geval. Dan is nu het woord aan de minister. De laatste motie wordt gekopieerd en rondgedeeld.

Minister Ollongren:

Sorry, ik dacht dat ik alle moties had, maar het klopt inderdaad dat ik de laatste nog niet heb. Maar ik heb goed geluisterd naar mevrouw Beckerman.

Ik begin bij de motie van de heer Krol. Hij weet dat ik al eerder heb gezegd dat de Wet kwaliteitsborging als doel heeft dat er een onafhankelijke kwaliteitsborger komt die alle voorschriften op de werkplaats controleert. Dat geldt dus ook voor de wettelijke eisen op het terrein van brand- en vluchtveiligheid. Zo komt er meer controle dan tot nu toe het geval was, ook op de naleving van die eisen. Wat hij eigenlijk doet in zijn motie is dit belangrijke aspect nog eens extra benadrukken. Ik zou het oordeel over de motie dan ook graag aan de Kamer laten.

De tweede motie van de heer Krol is de motie over de koolmonoxidemelders. Dat heeft de heer Krol ook in het algemeen overleg gevraagd. Toen heb ik toegezegd dat ik in ieder geval de suggestie zal overleggen aan de branche. Dat is een toezegging waar ik natuurlijk invulling aan geef. Dat wilde ik ook binnenkort doen. Ik lees de motie eigenlijk zo dat de heer Krol dit bovenop de toezegging per motie wil vastleggen. Als ik dat zo mag lezen, dan kan ik het oordeel over de motie aan de Kamer laten.

De derde motie is de motie van de heer Krol over de vluchtroutes en het pictogram voor mindervaliden. Over dat pictogram heb ik gezegd dat ik het graag wil betrekken bij onderzoeken die nu lopen naar een nieuwe gebruiksfunctie voor seniorenwoningen in de bouwregelgeving en de vluchtroutes die daarbij horen. Dat onderzoek komt vóór de zomer naar de Kamer. Nu de heer Krol van mij weet dat dat onderzoek er komt en dat het pictogram daarin wordt meegenomen, zou ik hem in overweging willen geven om zijn motie aan te houden, totdat hij die informatie heeft, en om daarna te beoordelen wat hij dan nog zou willen vragen.

De heer Krol (50PLUS):

Vanzelfsprekend, mevrouw de voorzitter.

Minister Ollongren:

Mooi. Heel veel dank.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Krol stel ik voor zijn motie (28325, nr. 190) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:

Dan kom ik bij de vierde motie, maar misschien mag ik de moties op stuk nr. 191 en stuk nr. 192, beide van de heer Koerhuis, samen nemen. Ik denk dat beide moties van de heer Koerhuis en mevrouw Beckerman eigenlijk wel passen in de aanpak ten aanzien van die breedplaatvloeren. Deze zomer komt het kwalitatieve onderzoek met de stand van zaken, samen met de gemeentelijke inventarisaties, naar de Kamer. De gemeenten zijn dat aan het inventariseren en die inventarisaties zal ik u doen toekomen. Als uit dat onderzoek zou blijken dat er onvoldoende voortgang wordt geboekt, dan wil ik aanvullende maatregelen voorstellen. Dat kan zijn dat we aan de provincies vragen om interbestuurlijk toezicht, een wettelijke onderzoeksplicht of beide. Die onderzoeksplicht kan ook betrekking hebben op de definitieve rekenregels, die eind april gereed zijn. In de motie wordt gevraagd om die nu al te gebruiken. Nou, ze zijn nog niet klaar en dat is dus lastig. Maar ik zie al aan de heer Koerhuis dat hij dat begrijpt. Hij wil ook graag weten of gemeenten dan wel met die definitieve rekenregels aan de gang gaan. Dan lijkt het me een goed idee om een beeld te krijgen door het kwalitatieve onderzoek te herhalen, want dan kun je ook zien of er inderdaad voortgang wordt geboekt. Ik zou dat tweede onderzoek eind van het jaar willen uitvoeren, zodat we de resultaten daarvan volgend jaar naar de Kamer kunnen sturen. Zoals ik het opbouw, is het eigenlijk een soort tweetrapsraket, maar die past volgens mij wel in de benadering die in beide moties van de heer Koerhuis en mevrouw Beckerman wordt onderstreept. Met deze uitleg van de moties zou ik het oordeel over de moties op de stukken nrs. 191 en 192 aan de Kamer kunnen en willen laten.

De heer Koerhuis (VVD):

Volgens mij zijn we er bijna. Dat "per direct" is meer zo bedoeld dat de aanbesteding hiervoor nu al in gang wordt gezet. Ik snap ook dat de precieze definitieve rekenregels er nog niet zijn, maar dat wordt dus bedoeld met "per direct".

De minister en ik hebben vaker een debatje gehad over kwalitatief versus kwantitatief. De laatste twee keer kwam eruit dat het beeld van de inventarisaties kwantitatief zou zijn. Ik hoor dus toch graag een bevestiging van de minister dat het deels kwantitatief is.

Dan over de deadline. Heel eerlijk, het is nu twee jaar geleden dat de parkeergarage in Eindhoven is ingestort. Als de definitieve inventarisatie pas volgend jaar naar de Kamer komt, is dat drieëneenhalf jaar na de instorting. Ik vind dat een beetje lang en ik zou dat graag eerder willen.

Minister Ollongren:

Even op dat tweede. We komen dus twee keer naar de Kamer met informatie, eerst dit voorjaar en dan later met een herhaling van dat onderzoek. Dat tweede deel is noodzakelijk om beter grip te krijgen op wat er aan de hand is en om verbeteringen te kunnen constateren. Het is dus niet zo dat ik het daarmee verwijs naar het eind van het jaar. We hebben dan nog meer zicht, omdat we dan kunnen vergelijken.

Kwantitatief versus kwalitatief. Ik heb steeds gezegd dat het een kwalitatief onderzoek is, omdat ik daarmee tegemoetkom aan wat ik denk dat de heer Koerhuis steeds heeft gevraagd. Het bevoegd gezag voor de bouwregelgeving zijn de gemeenten en ik kan niet op hun stoel gaan zitten. Vandaar dat ik gezegd heb: wat ik wel kan doen, is dit, een kwalitatief onderzoek met een tweede element, zodat je kunt vergelijken. Dat is mijn suggestie.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Ik heb de minister gehoord. Ik snap dat het moeilijk is om het eind van het jaar naar de Kamer te krijgen, maar ik zou toch wel graag aandringen op in ieder geval wel een deadline stellen. Als eind dit jaar moeilijk is, laten we dan maart volgend jaar afspreken. Op dat puntje wil ik de motie best aanpassen, maar ik hoop dat we dan wel overeenstemming hebben.

Minister Ollongren:

Ik had al toegezegd om het dit jaar wel te starten, het aan het eind van dit jaar te gaan uitvoeren, en de resultaten dan zo snel mogelijk toe te sturen. Dan wil ik zeer mijn best doen om te zorgen dat dat in maart het geval is.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Ollongren:

Dan kom ik bij de zesde, tevens laatste motie, de motie op stuk nr. 193, ingediend door mevrouw Beckerman; onder deze motie staan de ondertekenaars in omgekeerde volgorde, Beckerman/Koerhuis. Zeker, een mooi duo, zoals ik mevrouw Beckerman hoor zeggen. Deze motie gaat over een onderwerp waarvoor mevrouw Beckerman vaker aandacht vraagt. Ik heb al gezegd dat er een onderzoek is, komt, naar de staat van het groot onderhoud bij vve's. Ik zou me kunnen voorstellen om dan ook de staat van de balkons uit de jaren vijftig en zestig daarin mee te nemen en op die manier tegemoet te komen aan datgene wat mevrouw Beckerman en de heer Koerhuis vragen. In dat geval zou ik het oordeel aan de Kamer willen laten.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de ingediende moties zullen we volgende week stemmen.