Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 97, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, zo dadelijk ook te stemmen over: 

  • -de aangehouden motie-Lodders/Geurts (33576, nr. 105); 

  • -de aangehouden motie-Van Brenk (30950, nr. 114); 

  • -de aangehouden motie-Agema/Gerbrands (25424, nr. 359). 

Ook stel ik voor, te stemmen over: 

  • -de brief van het Presidium over de benoeming van een waarnemend Griffier (34748, nr. 2); 

  • -de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken (34754, nr. 1). 

Ik stel aan de Kamer voor, de volgende spreektijden in eerste termijn aan de fracties toe te kennen voor de Algemene Politieke Beschouwingen: 

  • -VVD: 40 minuten; 

  • -PVV, CDA en D66: 35 minuten; 

  • -GroenLinks, SP en PvdA: 30 minuten; 

  • -ChristenUnie, Partij voor de Dieren en 50PLUS: 25 minuten; 

  • -SGP, DENK en Forum voor Democratie: 20 minuten. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van de Kamer het voorstel Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (34630). 

Aangezien voor de volgende stukken de termijn is verstreken, stel ik vast dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken zijn goedgekeurd: 

34722-1; 33997-95; 23908-(R1519)-131. 

Ik stel voor, deze stukken voor kennisgeving aan te nemen. 

Ik stel voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 

2017Z09721; 21501-08-692; 21501-08-693; 25087-170; 29684-145; 29893-213; 29893-214; 30373-66; 29893-212; 33652-52; 33652-54; 30373-65; 29893-211; 29893-208; 29893-209; 33652-51; 29362-260; 31490-223; 34725-XVIII-10; 29362-264; 29689-829; 29689-835; 33578-41; 31497-242; 2017Z03362; 19637-2335; 33199-18; 29628-716; 33576-111; 33845-22; 34725-IV-5; 22112-2354; 32317-475; 32317-478; 31089-123; 31089-124; 32813-148; 25422-203; 28165-268; 28165-269; 29697-36; 31305-232; 30952-277; 30952-278; 32805-55; 33578-48; 34483-13; 31765-276; 32772-28; 31532-185; 29689-832; 34620-X-3; 34550-X-25; 34550-X-26; 31516-18; 32706-80; 29237-169; 31516-16; 34300-X-97; 34300-X-99; 34225-10; 31490-224; 2017Z09031; 2017Z09527; 2017Z09107; 2017Z09632; 2017Z08649; 2017Z08454; 2017Z01753; 27925-588; 33763-98; 2017Z09078; 2017Z08927; 2017Z08877; 2017Z08703; 2017Z08523; 2017Z08377; 2017Z07888; 2016Z24127; 2017Z07574; 33188-4; 34550-X-5; 2017Z07945; 2017Z08059; 2017Z07415; 2017Z07891; 2017Z07109; 2017Z07223; 2017Z07679; 2017Z07580; 2017Z08449; 2017Z08845. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van vandaag: 

  • -het VAO Wijkverpleging, met als eerste spreker het lid Marijnissen namens de SP; 

  • -het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad, met als eerste spreker het lid Tony van Dijck namens de PVV. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Sazias namens 50PLUS. 

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Voorzitter. De NZa slaat in een rapport alarm over de alsmaar oplopende wachttijden voor specialisten in de zorg. Voor meerdere specialismen gaat het de vastgestelde normen te boven en soms ver te boven. Dit geldt ook voor behandelingen die acuut zouden moeten worden uitgevoerd. De NZa komt met een integraal plan, met een heel pakket aan maatregelen en acties door alle betrokken partijen. Met andere woorden, alle zeilen moeten worden bijgezet om dit probleem goed en vooral ook snel aan te pakken. 

De voorzitter:

En daarom wilt u een debat. 

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Ja. Dat verzoek doe ik mede namens de fractie van de Partij van de Arbeid. 

De heer Arno Rutte (VVD):

Mevrouw Sazias heeft helemaal gelijk dat de NZa een belangwekkend rapport heeft uitgebracht met heel veel aanbevelingen. Gelukkig ging dat rapport vergezeld met een brief van zes kantjes van de minister. Partijen moeten nu echt aan de slag. De VVD wil daar heel graag over praten, maar dan graag in een algemeen overleg Zorgverzekeringswet na het reces. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik sluit me daar helemaal bij aan. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb de berichten hierover gelezen en vind dit ook zeer zorgwekkend. Ik wilde een brief van de minister vragen, maar die is er al. Laten we dit betrekken bij een algemeen overleg Zorgverzekeringswet. Het is belangrijk om hierover te spreken, maar wij geven nu geen steun voor een plenair debat. 

Mevrouw Kooiman (SP):

De SP vindt dit ook een idiote situatie. Hier moet inderdaad snel over gesproken worden. Maar als we het toch over wachtlijsten hebben, denk ik wel dat een algemeen overleg sneller is dan een plenair debat. Ik wil het voorstel wel steunen om mevrouw Sazias steun te bieden, maar ik denk dat een algemeen overleg sneller is. 

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):

Daar sluit ik mij volledig bij aan. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Volgens mij staat er nog een debat van mevrouw Agema op de lijst dat ook aan dit onderwerp raakt. Ik zou dus willen voorstellen om daarbij aan te sluiten, maar misschien is een algemeen overleg over dit onderwerp wel sneller ingepland. Dat hierover gesproken moet worden is duidelijk, want het probleem groeit. 

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun. 

De heer Kuzu (DENK):

Ik steun het voorstel van mevrouw Sazias. 

Mevrouw Agema (PVV):

Ik steun het voorstel ook. Mijn debat gaat over spoedeisendehulpposten die verstopt raken doordat er verzorgingshuizen gesloten zijn. Dit gaat om wachttijden bij zowat alle specialismen; ik zal hier het rijtje niet opnoemen. Maar dat debat heeft een ander karakter. Ik steun het verzoek dus. 

De voorzitter:

Het klopt, dat is een ander debat. 

Er is geen meerderheid voor het houden van een debat, mevrouw Sazias. 

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Nee, maar als het klopt dat dit sneller besproken kan worden in een AO, gaan we dat zo snel mogelijk doen. Ik ben in elk geval blij dat de noodzaak in de Kamer gezien wordt. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef nu de heer Klaver het woord. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. De WRR is met een nieuw rapport gekomen, dit keer over de middenklasse en hoezeer die onder druk staat. Dit is een belangrijk rapport voor ons allemaal. Ik vind het van het grootste belang dat we daarover het debat voeren hier in de Kamer. Ik vraag dit debat mede aan namens collega Roemer van de SP en collega Asscher van de Partij van de Arbeid. Wij zouden graag dit najaar een reactie van het kabinet op dit rapport willen, om daarover vervolgens met elkaar in debat te kunnen gaan. Ik zeg expliciet "dit najaar", omdat er in het verleden wel vaker debatten zijn aangevraagd over WRR-rapporten, waarbij dan de reactie soms wel een jaar op zich liet wachten. Dat lijkt me niet de bedoeling. We willen graag nog dit najaar een debat, ervan uitgaande dat er dan een nieuw kabinet is. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Het CDA heeft de afgelopen jaren telkens aandacht gevraagd voor de positie van de middeninkomens. Wij vinden dit een interessant rapport, dat daarbij aansluit. Wij verlenen dus steun aan dit verzoek. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Het is een belangrijke groep in Nederland, dus we steunen het verzoek om een debat. 

De heer Van 't Wout (VVD):

Het is een belangrijk rapport. Ik denk dat het heel goed is te gebruiken bij verschillende grote debatten die we sowieso krijgen, zoals de Algemene Politieke Beschouwingen, en dat we er dan meer aan hebben dan bij een separaat, geïsoleerd debat over het rapport. Ik steun het verzoek niet. Wel onderschrijf ik dat het een belangrijk en lezenswaardig rapport is. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Het debat is mede aangevraagd door fractievoorzitter Asscher, dus laat ik de gelegenheid bieden dat ook minister Asscher er wat van kan vinden. Ik wil die reactie ook graag, maar wel een beetje snel zodat we die in ieder geval kunnen betrekken bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Misschien is dat een betere plek dan een separaat debat. Ik heb daar op zich geen bezwaar tegen, maar ik zou dat wel aan de heer Klaver in overweging willen geven. 

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun. Begrijp ik dat goed? Ik zie dat dat het geval is. 

De heer Kuzu (DENK):

Het is een belangrijk onderwerp en het is ook een belangrijk rapport. Wij willen steun verlenen aan het verzoek om een debat. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen kan iedereen zijn gang gaan, maar dit onderwerp verdient een separate behandeling. 

De heer De Jong (PVV):

Het is een belangrijk onderwerp. Wat ons betreft betrekken we het bij de Algemene Politieke Beschouwingen. 

De voorzitter:

Mijnheer Klaver, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb de collega's van de VVD en D66 gehoord. Wij zullen het in ieder geval betrekken bij de APB, maar het is in dit huis gebruikelijk om aparte debatten te houden over rapporten van de WRR. Ik hecht daar wel aan. We zullen het zeker betrekken bij de APB, maar dit rapport verdient het om ook apart bediscussieerd te worden in deze plenaire zaal. Daarom kijk ik nog een keer naar de collega's. Zij hebben aangegeven dat zij wel het belang van dit rapport zien, maar dat zij het vooral bij de APB willen betrekken. Ik wil hierover toch een apart debat kunnen hebben, nog dit najaar. We hebben het over een WRR-rapport. Iedereen onderschrijft het belang ervan. Ik doe dus nogmaals een beroep op de collega's van D66 en de VVD om dit verzoek alsnog te steunen. Natuurlijk betrekken we het bij de APB en bij allerlei andere debatten die nog komen, maar een WRR-rapport wordt hier ook plenair besproken. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Mijn suggestie aan de heer Klaver is dat hij na de APB dit voorstel nog een keer doet. Dan kunnen we zien of het nog nodig is. 

De heer Van 't Wout (VVD):

Idem. 

De voorzitter:

Mijnheer Klaver, u hebt als een leeuw gevochten. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Volgens mij zouden we hier niet eens over hoeven vechten. Inderdaad, na de APB zullen we het verzoek opnieuw moeten doen, maar ik vind het wat vreemd dat de Kamer dit verzoek nu niet zou kunnen steunen. Ik vraag niet iets heel raars. Ik vraag niet om op heel korte termijn dit debat te voeren. Het gaat erom dat we in het najaar een debat hierover moeten hebben. Volgens mij is het voor het eerst dat een debat wordt geweigerd, als het gaat over een reactie op een WRR-rapport. Ik heb hier nota van genomen en kijk uit naar de uitgestoken hand van het nieuwe kabinet. 

De voorzitter:

Mevrouw Leijten? Dank u wel, want het debat is mede door de heer Roemer aangevraagd. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Ik geef het woord aan de heer Nijboer, die de heer Gijs van Dijk vervangt. 

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Gisteren was er een zeer ernstig bericht. Je zal maar niet hier geboren zijn of ouders hebben die niet hier geboren zijn en drie keer zo weinig kans hebben als mensen met een strafblad om überhaupt voor een sollicitatiegesprek te worden uitgenodigd. Dat is echt ernstig. Dat verdient een debat in de Kamer, dat ik dan ook aanvraag, met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 

De heer Kuzu (DENK):

DENK vindt dit ook zorgwekkend. Hier moet inderdaad een debat over worden gevoerd. Ik zou het op prijs stellen als de minister een brief stuurt met een reactie op dit onderwerp en met een overzicht van de maatregelen die in de afgelopen vierenhalf jaar zijn genomen om arbeidsmarktdiscriminatie te bestrijden. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Helaas komen we het vaker tegen, maar dit was weer een buitengewoon pijnlijke illustratie van arbeidsmarktdiscriminatie. Ik steun het verzoek en steun ook de suggestie van collega Kuzu. 

De heer Krol (50PLUS):

Er is maar één groep, de groep boven de 45, die nog meer achtergesteld wordt, maar ik steun het verzoek graag. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Zoals mijn collega Krol net aangaf, is discriminatie op de arbeidsmarkt, op welke grond dan ook, onacceptabel. Daarom steun ik het verzoek om een debat. 

De heer Van 't Wout (VVD):

Ik steun het verzoek om een kabinetsreactie. Daarna zou ik graag even bekijken wat het beste moment en gremium is om het te bespreken, dus voorlopig geen steun. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Steun voor het verzoek. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Wij wonen in een land waar gedemonstreerd wordt als iemand met een buitenlandse achternaam burgemeester wordt. Daar komt dit rapport overheen. Daar moet echt over gesproken worden, dus van harte steun van de CDA-fractie. 

De voorzitter:

Dan hebt u een meerderheid voor het houden van een debat, mijnheer Nijboer. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dank u wel, voorzitter. 

De voorzitter:

Dat debat zal na het reces worden gepland. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Ik geef het woord aan mevrouw Karabulut namens de SP. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Er is weer een nieuw rapport waaruit blijkt dat Saudi-Arabië en andere Golfstaten voor ten minste 3,5 miljard euro per jaar het extremistisch islamitisch gedachtegoed van het wahabisme, waar salafisten zich aan vasthouden en dat zich niet verhoudt tot democratische waarden, verspreiden in West-Europa, in het Verenigd Koninkrijk maar ook in Nederland. Toch wordt jaarlijks voor miljarden gehandeld met Saudi-Arabië en voor miljarden voor wapens gereserveerd en geëxporteerd naar dat land. 

De voorzitter:

Dus u wilt een debat hierover? 

Mevrouw Karabulut (SP):

Om geopolitieke en economische redenen wordt hier onvoldoende tegen opgetreden. Ik zou inderdaad graag een debat willen voeren, omdat ik weet dat deze Kamer ook wil dat onze regering maatregelen neemt tegen de export van dit extremistisch gedachtegoed. 

De voorzitter:

Wie hierover? 

De heer Ten Broeke (VVD):

Het lijkt mij dat wij een brief aan de regering kunnen vragen over deze kwestie. Als wij die hebben ontvangen, ergens na het reces of zo, dan kunnen wij altijd bekijken of wij daar nog een debat over willen houden. 

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun. 

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Steun voor het verzoek, voor het debat. Daar mag een brief aan voorafgaan. 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Steun voor een brief. 

De voorzitter:

En voor het debat, mijnheer Van Rooijen? 

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Ook voor het debat, ja. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Steun voor de brief en het debat, maar ik zou dan ook graag de minister voor integratie daarvoor willen uitnodigen. Wij hebben ook met hem vele malen het debat gevoerd over de invloed van Saudi-Arabië op de integratie hier, op de financiering van religieuze instellingen hier. Altijd is daar schimmig over gedaan. Ik denk dat het goed is als hij ook duidelijkheid komt geven. 

De heer Kuzu (DENK):

Steun voor een brief, maar geen steun voor het nieuwe hobbyproject van mevrouw Karabulut. 

De voorzitter:

Moet dat nou? 

De heer Knops (CDA):

Steun voor een brief namens het CDA. Geen steun voor een debat vooralsnog. 

De voorzitter:

Mevrouw Karabulut, u hebt geen meerderheid. 

Mevrouw Karabulut (SP):

Nee, dat is opvallend omdat wij dag en nacht spreken over het bestrijden van terrorisme. Ik constateer dat hier zaken wordt gedaan met een land dat … 

De voorzitter:

Nee, mevrouw Karabulut. 

Mevrouw Karabulut (SP):

… dat terroristisch gedachtegoed verspreidt. Maar wij zullen een brief ontvangen en ongetwijfeld komen wij daar nog over te debatteren. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Kwint namens de SP. 

De heer Kwint (SP):

Voorzitter. Als de Kamer niks doet, dan dreigt het kabinet van VVD en PvdA in blessuretijd alsnog zware schade toe te brengen aan het onderwijsachterstandenbeleid. Dat betekent dat talrijke projecten in grote steden verdwijnen waarin kinderen die een onderwijsachterstand hebben geholpen worden. 

De voorzitter:

U wilde een VSO vragen, hè? 

De heer Kwint (SP):

Daarom hebben wij een schriftelijk overleg gehad, vier weken geleden. Het ingewikkelde is alleen dat dit ongeveer de laatste kans is voor ons als Kamer om ons daarover uit te spreken. Maar daar hebben wij wel de antwoorden op het schriftelijk overleg voor nodig. Die laten ondertussen vier weken op zich wachten. Ik zou het ministerie van Onderwijs dus nogmaals willen verzoeken om die antwoorden per omgaande op te sturen, zodat wij de kans krijgen om ons inhoudelijk uit te spreken over het onderwijsachterstandenbeleid. Die kans lijkt ons op dit moment ontnomen te worden. 

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

De heer Kwint (SP):

Nou, ik denk dat ze meekijken. 

De voorzitter:

Jazeker, maar dan krijgen ze het ook nog te lezen. Maar voor dat verzoek hebt u geen steun nodig. 

De heer Kwint (SP):

Nee, maar ik hoop dat ze er voor het eind van de middag zijn. Anders zullen wij een extra regeling nodig hebben. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik nu naar de heer Özdil namens GroenLinks. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Voorzitter. Stukadoors, schoonmakers, schilders, ambulancemedewerkers en anderen die fysiek zware arbeid verrichten, dragen onze samenleving. Mijn collega Linda Voortman diende daarom eerder een motie in om de boete op vervroegd uittreden voor deze groep te schrappen. Dat zou echter te veel geld kosten en het zou lastig zijn om fysiek zware beroepen te definiëren. Sinds vandaag zijn we van die vragen af. Het Economisch Instituut voor de Bouw biedt uitkomst met een zorgvuldige en precieze definitie. 

De voorzitter:

Nee, nee, nee, mijnheer Özdil. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Dat is een goed punt, voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen met de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zodat we snel helder kunnen krijgen hoe we ervoor gaan zorgen dat mensen die fysiek zware arbeid verrichten, kunnen worden ontzien. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Wij zijn alleen maar verheugd dat steeds meer mensen tot inkeer komen over dat er niet zo lang doorgewerkt kan worden, en zeker niet door iedereen. Wij steunen dit debat dus. 

De heer Van Weyenberg (D66):

Steun voor een reactie van het kabinet. Daarna zullen we bezien of we het in een debat of in een AO willen bespreken. 

De voorzitter:

Dus geen steun. 

Mevrouw Leijten (SP):

Wij steunen dit verzoek. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Geen steun, wel steun voor een kabinetsreactie. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat geldt ook voor de CDA-fractie. 

De heer Kuzu (DENK):

Steun voor het verzoek van GroenLinks. 

De heer De Jong (PVV):

Steun voor het verzoek en voor een brief. 

De heer Nijboer (PvdA):

Steun voor een brief en voor het verzoek. 

De voorzitter:

U hebt geen meerderheid, mijnheer Özdil. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Ik ben blij met een brief, maar als ik goed heb geteld, heb ik wel 30 collega's mee. 

De voorzitter:

U hebt goed geteld. We zullen het dertigledendebat toevoegen aan de lijst van dertigledendebatten. 

De heer Özdil (GroenLinks):

Dank u wel. 

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Nijboer namens de PvdA. 

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. Dit is een beetje een opmerkelijke vorm, want ik heb u gisteren het verslag van de Parlementaire ondervragingscommissie in handen gegeven, maar dit is de laatste dag voor het reces. Het verslag is in handen gesteld van de commissie voor Financiën. Wij willen het graag in handen van de commissie voor Financiën laten, maar wij willen wel namens de hele commissie, dus het CDA, de SP, de ChristenUnie, D66, GroenLinks en de PvdA, een debat aanvragen met het kabinet. Dan hebben we dat alvast gedaan en dan hebben we vanavond geen extra regeling nodig. 

De voorzitter:

Ja, prima. Dat is goed. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dan hoeven we dat de voorzitter van de commissie voor Financiën vanavond niet te laten doen. 

De voorzitter:

We zullen daar na het reces rekening mee houden. Dank u wel. 

De heer Nijboer (PvdA):

Graag gedaan. 

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. We gaan zo stemmen. 

De vergadering wordt van 14.29 uur tot 14.34 uur geschorst. 

De voorzitter:

Voordat we gaan stemmen, geef ik de heer Öztürk het woord. 

De heer Öztürk (DENK):

Voorzitter. Ik wil bij de stemmingen over de moties die zijn ingediend bij het VAO Discriminatie, punt 15 op de stemmingslijst, mijn motie op stuk nr. 124 aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Öztürk stel ik voor, zijn motie (30950, nr. 124) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

De heer Wilders (PVV):

Bij diezelfde stemmingen naar aanleiding van het VAO Discriminatie wordt ook gestemd over een motie van de heer Bosma en mijzelf over iemand die PVV'ers heel erg discrimineert en burgemeester wil worden. Dat moeten we niet doen. Vandaar graag een hoofdelijke stemming over die motie op stuk nr. 120. 

De voorzitter:

Dat is de motie-Martin Bosma/Wilders op stuk nr. 120 bij het agendapunt 15, over het VAO Discriminatie. Daar gaan we dus hoofdelijk over stemmen. 

De heer Wassenberg heeft ook een verzoek. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Ik zou bij de stemmingen over moties ingediend bij het debat over de schadeafhandeling in Groningen, punt 12 op de stemmingslijst, graag een stemverklaring afleggen over de motie-Baudet/Hiddema op stuk nr. 376. 

De voorzitter:

Dat gaan we doen. We gaan nu stemmen.