Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 14, item 9

9 Begroting Algemene Zaken en begroting Koning

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2016 ( 34300-III );

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2016 ( 34300-I ).

De voorzitter:

Er hebben zich voor dit debat negen sprekers gemeld, van wie er één geen spreektijd heeft aangevraagd. Eigenlijk hebben zich dus acht sprekers gemeld. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Raak van de SP en stel voor dat we in de eerste termijn beginnen met drie interrupties per fractie.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Ik wil de premier natuurlijk feliciteren met zijn jubileum. Hij is vijf jaar premier, uniek in deze tijden. In die tijd heeft hij natuurlijk geleerd dat politiek is gebaseerd op vertrouwen, tussen kiezers en gekozenen, en tussen bestuurders onderling. Dit land kan niet worden bestuurd als politici de zaak bedriegen, als zij voortdurend spelletjes spelen en strategisch lekken. Hoe kijkt de premier terug op de weken voor Prinsjesdag en hoe kan hij zijn ministers nog vertrouwen? Het was een gênante vertoning dat de premier geheimhouding eiste van de Kamerleden terwijl zijn ministers alle plannen lieten lekken. Het was een brutale vertoning dat de regering een maandje vrij nam van de parlementaire controle en de bevolking een loer draaide.

Voorzitter, als Kamerleden lekken, doet u aangifte. Als ministers lekken, doet de premier dat niet. Daarom is mijn vraag: sinds wanneer staan ministers boven de wet? Volgens de premier is een onderzoek niet mogelijk omdat er zo veel mensen betrokken zijn. Dat lijkt mij met alle respect onzin. Bij het opstellen van de begroting is precies bekend wie wanneer welke informatie heeft. Ik vraag de premier dan ook om alsnog een onderzoek te starten en zo duidelijk te maken wie die dikke ikken op de ministeries zijn. In 2009, bij de behandeling van deze begroting, zei premier Balkenende dat lekken getuigde van een "verachtelijke mentaliteit" en een "verrotting van onze democratie". Deelt deze premier dat oordeel? En wat gaat hij daaraan doen? Ik wil hem in ieder geval een suggestie meegeven. Als je minder lekken wilt, moet je ook minder lekkers in dienst nemen, dus minder spindoctors en minder mediastrategen. Wat vindt de premier van ons voorstel om flink te bezuinigen op de afdelingen Voorlichting van de ministeries, die de afgelopen jaren zo fors zijn gegroeid, en dit geld bijvoorbeeld te investeren in een fonds voor onafhankelijke journalistiek?

Dankzij de voortdurende inzet van dit parlement is de begroting van de koning door de jaren heen steeds transparanter geworden. Daardoor kunnen we nu beter zien of kosten redelijk zijn. De koning krijgt er volgend jaar €43.000 bij. Voor gewone mensen is dat een heel jaarsalaris. Wij vinden dat te veel. Als dit allemaal binnen de regels past, moeten we nadenken of die regels wel goed zijn. Alle belastingvrijstellingen voor de koning, de koningin en de voormalige koningin zijn zeker niet goed. Iedereen moet belasting betalen, dus zij ook. Maar we hebben een probleem: de PvdA. In 2007, 2008 en 2009 was zij tegen afschaffing van de belastingvoordelen, in 2010 voor, in 2011 tegen en in 2012, 2013 en 2014 weer voor. Maar de Partij van de Arbeid was alleen maar voor in de krant, niet in de Kamer. Elke keer als wij voorstelden wat de Partij van de Arbeid zei te willen, stemde zij tegen. Dit jaar moet dat anders. Als ik de geruchten in de media mag geloven, wordt dat ook anders. Ik ben heel benieuwd of de Partij van de Arbeid dit jaar stand zal houden, of niet.

We moeten allemaal op de kleintjes letten, dus ook de premier. Dat brengt mij bij het onderhoud van De Groene Draeck. De premier zegt dat hiervoor elk jaar bijna een ton nodig is, voor een schip van ongeveer zes ton. Specialisten van Sailcharter Friesland, gespecialiseerd in het onderhoud van lemsteraken, vertellen mij dat zij het heel graag voor zo'n €30.000 willen doen. Dat verschil is te groot. Waarom moet dit onderhoud worden gedaan door het Marinebedrijf, dat blijkbaar heel duur is, en misschien goed onderzeeërs en oorlogsschepen kan onderhouden maar niet per se lemsteraken? Waarom wordt dit onderhoud niet in handen gegeven van een gespecialiseerd bedrijf, zoals Sailcharter Friesland, dat veel goedkoper is? Misschien is het nog veel beter als het Koninklijk Huis het onderhoud gewoon zelf op zich neemt.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Vandaag vijf jaar geleden werd het eerste kabinet-Rutte beëdigd. De minister-president is vandaag dus precies vijf jaar in functie. De heer Van Raak memoreerde het ook al. Uitgerekend op 14 oktober spreken wij in de Kamer over de twee begrotingen waar deze minister-president specifiek over gaat. Namens de VVD-fractie feliciteer ik hem van harte met zijn eerste lustrum.

Wij sluiten dit jaar de viering van 200 jaar Koninkrijk af. Tevens vieren wij op 16 oktober 200 jaar Staten-Generaal. Dit geeft aan hoelang ons Koninkrijk en onze democratie al met elkaar verbonden zijn en naar tevredenheid van een grote meerderheid functioneren. Tijdens de inhuldiging heeft Koning Willem-Alexander uitgesproken dat het koningschap een symbool is van continuïteit en gezamenlijkheid. Het is een directe verbinding met ons staatkundig verleden. In de geschiedenis vinden wij de verankering van de waarden die wij delen. Een van die waarden betreft de dienende rol van de Koning. De Koning bekleedt zijn ambt ten dienste van de gemeenschap.

Dat brengt deze koning op zijn eigen manier in de praktijk. Hij treedt op als ambassadeur van Nederland en ons bedrijfsleven in binnen- en buitenland, en heeft veel oog voor het belang van sport en sociale aspecten in onze samenleving. Zo is hij aanwezig bij grote sportevenementen, maar staat hij ook paraat om boeren wier bedrijf getroffen is door de vogelgriep, een hart onder de riem te steken, of om met Groningers te spreken die gedupeerd zijn door aardbevingen. Ook voor kinderen en ouders die het moeilijk hebben, is er een luisterend oor als de koning het vernieuwde Emma Kinderziekenhuis opent. De koning heeft oog en oor voor elke Nederlander, of hij nu succesvol is of juist een steun in de rug nodig heeft. Het koningschap is een verbindende factor in onze samenleving. De wijze waarop deze koning dat invult, verdient wat de VVD-fractie betreft grote waardering.

Dat laat onverlet dat een modern koningschap zich ook aan de eisen van deze tijd moet aanpassen. Wat de VVD-fractie betreft horen bij een modern koningschap niet alleen dienstbaarheid, maar ook transparantie en publieke verantwoording. Uit de uitgevoerde evaluatie blijkt dat de begroting van de Koning transparanter kan. Het is dan ook goed dat de regering alle aanbevelingen van de onderzoekscommissie heeft overgenomen.

Toch stelt mijn fractie op een aantal punten een verdere aanscherping voor. Hoe staat het ten eerste met het regelen van de aan de collega's Slob en Van Ojik toegezegde en door vrijwel alle partijen ondersteunde wens om te komen tot reserveringen voor groot onderhoud van paleizen? Ten tweede wil mijn fractie dat het overzicht van stichtingen waarin vermogensbestanddelen zijn ondergebracht die functioneel zijn voor het uitoefenen van het koningschap, in de bijlage bij de begroting wordt opgenomen. Kan de minister-president dit toezeggen? Ten derde zijn de kosten van de renovatie van de gouden koets niet uitgesplitst. Kan de minister-president toezeggen dat dit niet leidt tot bijstelling naar boven van het desbetreffende begrotingsonderdeel?

De heer Pechtold (D66):

Als wij spreken over zaken die nodig zijn voor de uitoefening van het koningschap, kan ik mij iets voorstellen bij de Gouden Koets. Zou voor de VVD ook De Groene Draeck daarbij horen?

Mevrouw Van der Burg (VVD):

U vindt dat daar transparantie over moet zijn?

De heer Pechtold (D66):

Nee, ik vraag u of die zou moeten horen bij de uitoefening van het koningschap.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Volgens mij is De Groene Draeck met het onderhoud in 1957 door de Nederlandse bevolking aan prinses Beatrix cadeau gedaan voor haar achttiende verjaardag. Dat betekent dat hij een persoonlijk cadeau is aan een oud-koningin, de prinses op dit moment en op dat moment, en wat ons betreft is dat daaraan gelieerd.

De heer Pechtold (D66):

Dat ben ik met mevrouw Van der Burg eens en zo is hij ook altijd behandeld. Gek genoeg wordt hij nu opeens geschaard — ik spreek hierover dezelfde verbazing uit als mevrouw Van der Burg — bij de regalia en bij de Gouden Koets. Hij is gek genoeg opeens geen onderdeel meer van het eigendom van prinses Beatrix, weer prinses Beatrix, maar staat nu vermeld bij de uitoefening van het ambt van koning. Dat verbaast mij. Ik zou er, samen met de VVD, in ieder geval voor willen zorgen dat wij dat weer recht gaan zetten.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Volgens mij staat hij juist niet bij de uitoefening van het ambt van koning, want daarom wordt hij overgeheveld naar de begroting van Defensie. De reden hiervoor is dat hij niet functioneel is aan de uitoefening van het koningschap. Ik heb ook een aantal vragen over De Groene Draeck. Wellicht dat de heer Pechtold zich daarbij aansluit, want ik ben benieuwd hoe het zit.

Ten vierde, voorzitter, de heer Pechtold was mij voor, wil mijn fractie dat de onderhoudskosten van De Groene Draeck ook worden opgenomen in de bijlage bij de begroting Koning. Graag een toezegging. Verder vindt de VVD-fractie de onderhoudskosten van De Groene Draeck hoog, hoewel hier nu wel de reservering in zit voor aanvullend onderhoud. De Groene Draeck was, zoals ik al zei, een cadeau van de Nederlandse bevolking aan prinses Beatrix. Er zit veel verschil tussen de twee offertes die bij commerciële bedrijven zijn opgevraagd. Ik ben geen expert op dit terrein en zoek dus naar wat een realistisch onderhoudsniveau is voor zo'n lemsteraak met een bijzonder representatieve functie. Kan er een second opinion worden gedaan naar wat een realistisch onderhoudsniveau is voor De Groene Draeck, gegeven zijn bijzondere functie? Welk kostenniveau is reëel?

De heer Van Raak (SP):

Dat komt goed uit, want de SP heeft dat laten doen door Sailcharter Friesland, een gespecialiseerd bedrijf dat specifiek naar dit soort lemsteraken heeft gekeken. Dit bedrijf stelde dat het het graag wil doen voor de prijs van de premier, €95.000, maar ook bereid is om het te doen voor €32.500. Dit is volgens mij het onderzoek dat mevrouw Van der Burg wenst.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik heb al gezegd dat er een groot verschil zit tussen de twee commerciële offertes. Dit is een bijzonder zeilschip met een bijzondere functie. Ik heb ook gevraagd wat een realistisch onderhoudsniveau is voor een dergelijk zeilschip. Dat lijkt mij een heldere vraag aan de premier en ik hoor daar graag antwoord op. Ik heb gezien wat uw offerte heeft opgeleverd en ik heb gezien wat een offerte van een commercieel bedrijf via het Marinebedrijf heeft opgeleverd. Ik stel deze vraag en ik ben heel benieuwd naar de beantwoording door de premier.

De heer Van Raak (SP):

Dat Marinebedrijf is een heel goed bedrijf als het gaat om oorlogschepen, misschien wel onderzeeërs, ik ben geen woordvoerder Defensie. Dit bedrijf kan volgens mij heel veel onderhouden, maar toch niet per se lemsteraken. Is het niet een beetje eigenaardig, misschien verklaart dat ook de hoge prijs, dat juist het Marinebedrijf de lemsteraak moet onderhouden? Als een ander bedrijf dat zou doen, zou dat veel goedkoper worden.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Volgens mij wil de heer Van Raak graag dat het bedrijf waarbij hij een offerte heeft aangevraagd, het onderhoud gaat doen. Ik vind het realistisch om te vragen naar een realistisch onderhoudsniveau en naar een reëel kostenniveau, gegeven de twee uiteenlopende offertes van twee commerciële bedrijven. Het Marinebedrijf, zo lees ik uit de stukken, heeft ook bij een commercieel bedrijf om een offerte gevraagd.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, dat is uw tweede vraag. Wij hadden er drie in totaal afgesproken.

De heer Pechtold (D66):

Oh jee, moeten wij weer aan het regime? De vorige telde eigenlijk als een halve, maar daar ga ik zo dadelijk wel over onderhandelen.

Ik ben blij dat de VVD met ons kritisch is. Mevrouw Van der Burg verwijst nu ook naar dat Marinebedrijf. In de antwoorden wordt gezegd dat het met veiligheid te maken heeft. Ik kreeg een mailtje van een schilderschool, waarin staat dat 25 jaar geleden tien leerlingen onder begeleiding van de schilderschool De Groene Draeck hebben opgeknapt. Het argument dat het beveiligd moet worden, lijkt in de afgelopen jaren een beetje te zijn bijgesteld, want vroeger deden leerlingen het. Het is meer een aanvulling dan een echte vraag.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Als het een aanvulling is, hoef ik er ook niet op te antwoorden. Volgens mij zijn mijn vragen …

De heer Pechtold (D66):

Dan telt die ook niet!

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Daarvoor moet u bij de voorzitter zijn, want daar ga ik niet over.

Volgens mij zijn mijn vragen aan de premier helder. Ik ben benieuwd naar de beantwoording. Kan de minister-president daarbij ook aangeven wat hij gaat doen met de uitkomsten van de second opinion? Dat is natuurlijk ook belangrijk. Tot slot wil de VVD-fractie graag weten tot wanneer de onderhoudskosten van De Groene Draeck voor rekening van de regering komen.

Dat brengt mij bij het volgende onderwerp, belastingvrijdom. Mijn fractie heeft de evaluatie en de bijbehorende stukken goed bestudeerd. Daaruit blijkt dat de Koning gewoon belasting betaalt over zijn privé-inkomen en zijn privévermogen. Op basis van de stukken is mijn fractie tot de conclusie gekomen dat de brutering van de uitkeringen, of het fiscaal maken van de uitkeringen, en de vergoeding voor de Koning voor eigen personeel, voertuigen, gebruik van paleizen et cetera inderdaad complex worden. Mijn fractie kiest er uit pragmatische overwegingen dan ook voor om het te laten zoals het nu is.

Mijn fractie is vooralsnog niet overtuigd door de argumenten van de regering waarom de Koning en zijn troonopvolger over hun privévermogen geen erfbelasting hoeven te betalen. Kan de minister-president dit nog eens uitleggen, want het was wel bijzonder kort wat daarover in de evaluatie stond? Misschien maakt het daar ook geen deel van uit — ik weet dat niet zeker meer — maar dan nog zou ik graag een toelichting krijgen.

Voorzitter. Ik zie uit naar de beantwoording door de minister-president.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Voorzitter. Laat ik beginnen met een dankwoord aan het koninklijk paar en aan de koninklijke familie, die zich toch elke keer weer, ook het afgelopen jaar, bijzonder verdienstelijk inzetten voor de Nederlandse samenleving. Ze tonen overal betrokkenheid, bij de hoogtepunten die we hebben meegemaakt maar ook bij de dieptepunten die we met elkaar hebben moeten ervaren. Hun inzet en betrokkenheid zijn grandioos en daarvoor wil ik hen via de voorzitter en de minister-president graag dankzeggen.

Ik herinner me nog het debat over de begroting van de Koning van vorig jaar. De hele Kamer zei toen dat de begroting een zoekplaatje was, maar de minister-president stond fier overeind en zei dat het allemaal klip-en-klaar was. Het was eigenlijk wel grappig; je moet het eigenlijk nog eens een keer terugkijken. Ik ben toch blij dat hij de begroting toch heeft verbeterd, ondanks het feit dat hij het allemaal fantastisch vond en het niet nodig vond om het te verbeteren. De begroting is er een stuk duidelijker op geworden en de antwoorden op onze vragen zijn er goed in terug te vinden.

Over Algemene Zaken wil ik een paar wat kritischere opmerkingen maken. Ik heb namelijk in de begroting gezien dat de eenheid van regeringsbeleid toch wel een heel kostbare zaak is. Er wordt jaarlijks 60 miljoen aan besteed! Het zou toch niet zo zijn dat met name de voorlichting over de niet al te grote eenheid van kabinetsbeleid zo veel geld kost? Hoe moet ik dat begrijpen? Wat wordt er in de begroting dan eigenlijk bedoeld met eenheid van kabinetsbeleid? Het staat overigens wel mooi in de begroting verwoord.

Gelet op alle uitdagingen waar we voor staan, zouden we soms bijna vergeten dat dit kabinet zich voorgenomen heeft om de grote transitie van de taken van het Rijk naar de gemeenten uit te voeren. Heel belangrijk! De minister-president heeft, hulde daarvoor, zichzelf voorzitter gemaakt van een ministeriële commissie decentralisaties. We zijn nu een poosje op dreef en we zien dat er eigenlijk toch wel grote uitdagingen zijn, met name bij de jeugdzorg en de jeugd-ggz. Er zijn regio's die de jeugdhulp Europees aanbesteden met als gevolg dat gemeenten niet meer kunnen spreken met de zorgaanbieders. Eigenlijk zijn er een aantal dingen aan de gang waarvan ik me afvraag of dat wel de bedoeling is. Ook bij Sociale Zaken zijn er grote pijnpunten, want de zorg voor kwetsbare mensen is soms ook een heel groot probleem. Wij zouden graag van de minister-president horen wat hij eigenlijk doet als voorzitter en wat op dit moment zijn appreciatie is van die grote transitie.

Tot slot: goed dat er extra geld wordt uitgegeven voor de CTIVD. Wij willen dat de AIVD stevig gepositioneerd is en goede bevoegdheden heeft. Misschien gaan wij die bevoegdheden zelfs uitbreiden; het debat daarover komt nog. Laten wij echter de tegenmacht goed organiseren. Wij mogen lezen dat daaraan structureel €500.000 wordt toegevoegd. Dat is in ieder geval iets waarover wij een positieve opmerking te maken hebben.

De heer Recourt (PvdA):

Voorzitter. Ik moest helaas van mijn collega's leren dat vandaag het vijfjarig jubileum is. Alsnog gefeliciteerd daarmee! Ik wilde met een heel ander jubileum beginnen namelijk.

Minister Rutte:

Ik hecht er niet aan. Maar toch heel aardig!

De heer Recourt (PvdA):

Waar wij wel aan hechten, is natuurlijk 200 jaar Staten-Generaal, 200 jaar dit parlement. Dat vieren wij vrijdag; dan is het precies 200 jaar. Dat is een mooi jubileum, waarmee ik mijn inbreng begin. Waar wij in de Middeleeuwen de koning en de Bijbel als vaste grondslagen hadden voor onze samenleving, hebben Willem van Oranje, Spinoza en zelfs Robespierre die ankers definitief losgeslagen. Onze samenleving is gaan ankeren op het individu en op de Grondwet. Daar hoort logischerwijs een parlement bij om dat individu een stem te geven: 200 jaar een parlement met een Grondwet waarin ieders grondrechten, ook die van de Koning, zijn vastgelegd.

Dit jaar vieren wij gek genoeg ook 200 jaar Koninkrijk, onder het huis van Oranje. Ik zei "gek genoeg" omdat de ontwikkeling van republiek naar monarchie niet voor de hand ligt. Gelukkig bleek ons nieuwe Koninkrijk uiteindelijk geen blijvend herstel van de macht van de absolute vorst, maar een opmerkelijk tussenstapje — opmerkelijk was het wel — in de richting van onze huidige democratische rechtsstaat.

Ik ben overigens heel tevreden met de viering van 200 jaar Koninkrijk, waarbij de nadruk is gelegd op vrijheid en waarbij moeilijke onderwerpen als slavernij en discriminatie ook een plaats hebben gekregen. In die periode heeft de ontwikkeling van min of meer absoluut vorst Willem I naar een democratische rechtsstaat zich geweldloos afgespeeld. Dat is ook iets om trots op te zijn. Stapje voor stapje heeft de Koning in 200 jaar de plaats gekregen die hem, maar vooral de democratische rechtsstaat, past. Dat proces is nog niet klaar. Wij aarzelen om de laatste stapjes te zetten, en toch is het hiervoor tijd. Het is tijd om het helemaal goed te regelen, zo goed dat de begroting van de Koning bij wijze van spreken een hamerstuk kan worden, en zo goed dat wij met recht kunnen zeggen dat wij leven in een "gekroonde republiek".

Dit kabinet bezuinigt en raakt velen hard in hun bestaan. Dat realiseer ik me dagelijks. Toch sta ik voor die bezuinigingen en hervormingen omdat ze noodzakelijk zijn voor het behoud van onze welvaart en voor het behoud van onze verzorgingsstaat. Waar ik niet voor kan staan, is dat de terechte zuinigheid van het kabinet niet altijd geldt als het de Koning betreft. Waar ik niet voor kan staan, is dat regels die voor anderen gelden, niet gelden voor de Koning. Ons staatshoofd doet goed werk. Ik ben trots op onze koning en koningin. Ik verzoek de premier met klem om er zorg voor te dragen dat onze koning een koning kan blijven van alle Nederlanders, ingetogen als wij van iedereen vragen om ingetogen te zijn. Renovatiekosten van ongeveer €100.000 per jaar voor een zeilboot, die overigens niet van prinses Beatrix is maar van een stichting, passen hier niet bij.

Ik verzoek de premier dan ook om rond de Koning regels te handhaven als die regels gelden voor alle Nederlanders. Het overboord gooien van transparantieregels bij staatsbank ABN AMRO voor een bijbaan bij de koning past daar evenmin bij. En hoe zit het ook alweer met de torenhoge vierkantemeterprijs voor de renovatie van Huis ten Bosch? Er is niet aanbesteed bij meerdere aannemers vanwege de veiligheid; dat snap ik nog. Maar is er dan wel een second opinion gevraagd? De vierkantemeterprijs is bijna weer verdubbeld. De PvdA vindt het behoud van monumenten belangrijk, maar ik wil er wel zeker van zijn dat het geld gaat naar renovatie van een monument, met de desbetreffende financiële normen. Kan de premier nog eens uitleggen hoe het zit met die stijging van de vierkantemeterprijs?

Ik begrijp dat bij de positie van Koning een zekere status, levensstijl en inkomen horen. Maar als de afspraken zo zijn dat de Koning als trendvolger van ambtenaren ook de nullijn loslaat, moet de keerzijde daarvan zijn dat hij niet alleen het zoete krijgt. De franje van Oranje moet immers wel binnen bepaalde grenzen blijven, wil de Koning zijn verbindende rol kunnen blijven spelen. Zo is het bijvoorbeeld niet uit te leggen dat de Koning geen vermogensbelasting betaalt over een deel van zijn vermogen. In artikel 40 van de Grondwet staat dat hij daarvan vrijgesteld is, voor zover het gaat om het vermogen dat hij nodig heeft om te functioneren. Waarom moet zijn vermogen vrijgesteld worden van belasting als hij een riant salaris van de Staat ontvangt, zijn personeel wordt betaald, hij gratis woont en gebruikmaakt van werkpaleizen en hij reist op kosten van de belastingbetaler? Die vraag is niet beantwoord in de recente evaluatie van de begroting van de Koning.

Ik wil dat de Koning net zoals iedereen met een bepaald vermogen daarover belasting gaat betalen. Ik wil dat de regels op dit punt worden veranderd. Het bepalen welk deel van het vermogen de koning nodig zou kunnen hebben voor zijn functioneren is nog nooit gebeurd, in ieder geval niet publiekelijk. In 2011 hebben wij daar nog over gedebatteerd. Ik snap dat de koning, als je hem gelijk zou behandelen als andere Nederlanders, niet open en bloot zijn belastingaangifte hoeft neer te leggen. Die mag gerust geheim blijven. Maar laten we wel een stapje verder gaan en gewoon zeggen dat de vrijstelling van een deel van het vermogen om te kunnen functioneren een anachronisme is, een foutje in de tijd. Ik overweeg een motie in te dienen om dit privilege te beëindigen en de regering te dwingen concreet in te vullen welke bestanddelen van het vermogen wel en welke delen niet belast moeten worden.

De heer Van Raak (SP):

Het lijkt een historische avond te worden. Er wordt een ei gelegd, maar laten we eens kijken wat dat precies is, want zolang ik in deze Kamer zit, dus sinds 2006, zegt de PvdA al bijna elk jaar dat ook de leden van het Koninklijk Huis gewoon belasting zouden moeten betalen, net als alle Nederlanders. Maar als ik dan een voorstel doe, wordt dat steeds afgeschoten door de PvdA. Ik vind dat als je iets in de krant zegt, je het ook in de Kamer moet zeggen. Wat voor voorstel gaat het dus worden? Immers, aan de ene kant zegt de heer Recourt dat iedereen in Nederland belasting moet betalen, dus ook de leden van het Koninklijk Huis, maar aan de andere kant lijkt zijn oproep aan de minister-president vooral een overzicht te worden van welke belastingen wel en welke niet worden betaald. Hoe gaat het ei van de heer Recourt er nou precies uitzien?

De heer Recourt (PvdA):

Vanaf 2011 ben ik de woordvoerder namens de PvdA voor deze begroting. In 2011 hebben de heer Van Raak en ik samen al een ei gelegd hierover, met als strekking: maak het eens duidelijk. Die motie is aangenomen, maar de premier zei toen deze niet uit te zullen voeren omdat dat een uitzondering zou zijn op de regel dat je niet publiek hoeft te maken wat je met de belastingdienst bespreekt. Dat heb ik toen geaccepteerd. In 2013 zijn we weer samen opgetrokken. Daar is een evaluatie op toegezegd. Ik geloof dat de heer Van Raak vervolgens in 2014 weer een motie heeft ingediend, maar daaraan wilde ik niet meedoen, omdat ik de evaluatie wilde afwachten. Dit voor zover de geschiedenis. De evaluatie is ondertussen uitgevoerd en heeft deze geschiedenis ook keurig op een rijtje gezet. In de evaluatie wordt echter voorbijgegaan aan de vraag waarom eigenlijk belastingvrijdom uit de Grondwet nog nodig is. Maar dat geheel terzijde. Het staat er echter wel, in artikel 40 van de Grondwet. Daar kan ik niet omheen. De Grondwet zegt dat er elementen zijn waarover geen belasting verschuldigd is. Die elementen heb ik in een motie opgenomen. In die motie zeg ik vervolgens "de rest dan wel" en verzoek ik de regering om dat te regelen. Dan hoeven we de Grondwet niet te wijzigen. We kunnen het gewoon per wet doen.

De heer Van Raak (SP):

Niemand hier wil dat de leden van het Koninklijk Huis hun belastingaangifte in de krant zetten. Dat hoeft niemand te doen, dus zij zeker niet. Er hoeft ook helemaal geen onderzoek meer te komen. Wat gewoon moet gebeuren is dat de speciale belastingvoordelen verdwijnen. Zo simpel is het leven. Het geldt voor iedereen, dus ook voor de leden van het Koninklijk Huis. Het voorstel kan dus niet anders zijn dan dat de leden van het Koninklijk Huis geen belastingvoordelen meer krijgen. Als daar de Grondwet voor veranderd moet worden, tja, dan moeten we daar de Grondwet maar voor veranderen. Dat doen we met enige regelmaat in deze Kamer en ook aan de overkant, in de Eerste Kamer. Wordt het voorstel nu dat de leden van het Koninklijk Huis, de koning, de koningin en de voormalige koningin, hun speciale belastingregelingen verliezen, ja of nee?

De heer Recourt (PvdA):

Ja, maar met een heel kleine mits. Die mits betekent het verschil tussen de SP en de Partij van de Arbeid. De SP zegt: laten we de Grondwet wijzigen. Dan zijn we nog heel lang bezig om het volledig en goed te regelen. Ik zeg: laten we eens kijken hoe we het praktisch kunnen regelen. Daarvoor komt die motie. Bekijkt u de motie. Het zal u meevallen, denk ik.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben niet argwanend, maar wel geïnteresseerd op welke termijn de PvdA van plan is resultaat te boeken. Na de jarenlange discussie die steeds kwetsbaarder wordt, vindt mijn fractie dat het tijd wordt om helder actie te ondernemen. Wij hebben een van de duurste koningshuizen, zelfs het duurste, in Europa. Er is in de afgelopen tijd geen gebaar door de familie zelf gedaan. Dat zou je sinds 2008 hebben kunnen verwachten. Zelfs de toeslagen nu, de nullijn en zelfs de €500 worden voor trendvolgers erbij geteld. Ik vraag de PvdA om aan te geven op welke termijn we effect gaan sorteren.

De heer Recourt (PvdA):

Ik wil voor 1 mei komend jaar van het kabinet weten hoe het dit zal doen.

De heer Pechtold (D66):

Wij zouden het initiatief voor een deel zelf kunnen nemen. Ik nodig de heer Recourt daartoe uit en bied mijn steun aan. Het zal moeilijk zijn om keer op keer te rappelleren bij het kabinet. Indien we goed worden ondersteund door Algemene Zaken en Financiën, kunnen we daarvoor zelf wat voorwerk doen. Ik ben toch zo bang dat we teleurgesteld worden, als we uitgaan van 1 mei. Zou de heer Recourt — ik kijk ook naar de heer Van Raak — ervoor voelen dat als wij die meerderheid hebben, die ik toch wel proef, we op wat kortere termijn zelf met voorstellen komen?

De heer Recourt (PvdA):

Ik proef geen tweederdemeerderheid die nodig is voor een grondwetswijzing, althans in tweede lezing. Daarom heb ik nagedacht: hoe kunnen we zo'n heel lang traject voorkomen waarvan de uitkomst ongewis is? Dat kan door de wet te laten wijzigen. Die wordt dan wel weer wat complex; vandaar dat we het Kamerinstrument van de motie hebben. We roepen de regering bij meerderheid — dat hoop ik; het is nog niet helemaal zeker — op om dat voor ons te doen. Daaraan verbinden we dan een termijn. Als dat niet gebeurt, is de Kamer weer aan zet. We kunnen dan doorduwen of het zelf oppakken. Mijn eerste insteek is om bij meerderheid per motie te zeggen: regering, regel het op korte termijn. Dat is volgens mij de snelste klap.

De heer Pechtold (D66):

Oké, dat heeft de voorkeur van de heer Recourt. Wij zijn behoorlijk afhankelijk van hem, want hij moet ongeveer de helft van die zetels leveren. Kunnen wij dan praten over die termijn? Deze discussie hangt al jaren boven ons. Ik vind het ook vervelend tegenover de koninklijke familie om tot 1 mei te wachten en er dan op terug te komen. Voor je het weet staan we volgend jaar elkaar hier weer aan te kijken, feliciteren we de premier met zijn zesde jaar — tenminste, dat hoopt hij; als hij het haalt, zullen we hem feliciteren — en is er weer niets gebeurd. Ik stel voor om die termijn iets naar voren te halen. Waarom kan dat niet voor de kerst?

De heer Recourt (PvdA):

Laten we de vraag open stellen. Het wordt lastig, want het wordt regeren bij motie die nog niet aangenomen en zelfs nog niet ingediend is. Laat ik de vraag zo stellen. Als wetgeving in verband met de fiscale vrijstellingen moet worden aangepast, binnen welke termijn kan dat en binnen welke termijn kan het kabinet laten weten hoe dat dan moet? Ik hoop daarop antwoord te krijgen.

Ik ga verder met mijn betoog en wil positief afsluiten. De paleizen op de Dam en aan het Noordeinde, paleis Huis Ten Bosch; ze zijn van ons allemaal. We betalen met z'n allen via de belastingen mee aan het verbouwen en het onderhoud van die mooie paleizen. Het zijn paleizen met een geschiedenis, paleizen met een verhaal. Laten we die paleizen voor iedereen openstellen. Ook dit heb ik al vaker gevraagd. Laten we schoolklassen uitnodigen om een bezoek te brengen. Laten we kinderen de mogelijkheid geven om een echt paleis te bezoeken en een blik te werpen achter te schermen. Dat is niet alleen heel erg leuk, maar ook leerzaam. Het brengt geschiedenis tot leven. Het zorgt ervoor dat we veel meer van de paleizen kunnen profiteren dan nu het geval is. Bij het paleis op de Dam is dat deels gelukt, maar het moet ook kunnen bij Noordeinde of Huis ten Bosch. Dat moet kunnen. Overigens mijn waardering voor die eerste stap. Ook op dit punt overweeg ik een motie.

De Partij van de Arbeid wil verbinding tussen mensen. We willen betrokkenheid bij elkaar en willen onverschilligheid uitbannen. De Koning staat voor verbinding. Hij draagt in zich dat we in Nederland meer met elkaar gemeen hebben dan dat we van elkaar verschillen en dat doet hij goed. Bij een verbindend koningschap passen geen overbodige voorrechten en geen blanco cheques, dus laten we nu de laatste hobbel nemen en deze begroting, het liefst in de komende jaren, tot een hamerstuk maken.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, ik feliciteer u met 200 jaar parlement, ik feliciteer de premier met 5 jaar premierschap en ik feliciteer D66 ermee dat het vandaag 49 jaar geleden is dat de partij is opgericht.

De premier als voorzitter van het kabinet en de kwetsbaarheid van het koningschap anno 2015 zijn de twee thema's waar ik vandaag op wil ingaan. De begroting van Algemene Zaken is van oudsher niet zo interessant. De heer Recourt zei het al. De aandacht ervoor neemt echter toe, helaas, door een stuwmeer van onopgeloste problemen.

Voor ons staat een ervaren premier. Wat hij doet en laat is zijn keuze, zijn stijl. Ik bekijk dat kritisch. Neem de naar ISIS overgelopen sergeant. De premier wenst hem dood in plaats van voor het gerecht en zegt dat dit slechts een feit is, een privéopvatting. Dat is onzin. Een premier is altijd in functie, zeker vanuit vak-K, en een wens is geen feit. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen kwamen we tijd tekort, daarom stel ik opnieuw mijn vragen. Moeten Nederlandse jihadisten nu dood of niet? Moeten overlopers uit het leger vervolgd worden of niet? Is de premier 24/7 in functie of is het een deeltijdbaan? Is er eenheid van kabinetsbeleid, ja of nee?

Leunend op zijn verkiezingsprogramma doet de premier een aantal onmogelijke beloften. Hij doet dat structureel. Ik zou zeggen: doe dat niet. Neem een voorbeeld aan Merkel en de vluchtelingencrisis. Zij spreekt zich uit, grijpt in en maakt er chefsache van. Wanneer neemt onze premier het voortouw?

Deze regering schetst vaker mijn verbazing. Beantwoording van Kamervragen: keer op keer te laat. Waarom duurt dat zo lang? Is er wat te verbergen? Ik word steeds wantrouwender, en velen met mij. De premier beloofde vorig jaar beterschap. Dat heb ik gecontroleerd met een steekproef, net als vorig jaar. De regel is drie weken en bij ingewikkelde Kamervragen zes weken, maar het wordt almaar slechter. Vorig jaar duurde een antwoord — ik zeg het ook tegen u, voorzitter — 28 dagen en nu is dat 32 dagen. Minder dan een derde kwam op tijd en op slechts 2 van de 74 vragen uit de steekproef kwam het antwoord binnen een week.

Ik ben een parlementariër. Ik ben geen accountant, geen boekhouder en geen inspecteur. Ik wil informatie zodra die er is, gevraagd en ongevraagd, op tijd en volledig. Dat is mijn grondwettelijke recht. Dat geldt ook voor brieven en rapporten. Slecht nieuws wegstoppen vind ik onacceptabel en toch gebeurt het: op vrijdagmiddag laat, de avond voor Prinsjesdag en zelfs tijdens de troonrede. Waar is de trots om snel te antwoorden en goed te informeren, zo vraag ik de premier. Schep eer in communicatie en wees een betrouwbare overheid. Informatie is een recht van de Kamer, geen gunst aan de Kamer. De bewindspersonen moeten sneller antwoorden. Kan ik erop rekenen dat de premier ook dit jaar zegt dat hij dat echt gaat regelen?

Daarmee zijn we bij de begroting van de Koning aangekomen. Vorige week bezocht ik het archief van het Koninklijk Huis, samen met de commissie. Ik moet zeggen: fantastisch. We kregen een goede ontvangst, waarvoor dank. We kregen te horen dat het archief van het Koninklijk Huis draait om vertrouwen. Ik voeg daaraan toe: transparantie. In de eenentwintigste eeuw gaat het om beide. De premier moet de tijdgeest aanvoelen en daarnaar handelen. Hij moet de Koning minder kwetsbaar maken en vertrouwen en transparantie bieden. De familie verwijt ik niets, maar de premier op sommige punten wel. Al jaren spreken we, in de woorden van de premier, over bootjes, steigertjes, containertjes en verbouwinkjes. Het is een oneindige reeks van incidenten. Het begon met bijzonder onderhoud en te hoge kosten voor De Groene Draeck. Onbegrijpelijk. Vandaag wil ik dan ook een volledige uitleg. Stop die discussie. Geef die boot alsnog helemaal cadeau en laat de familie dan ook zelf het onderhoud betalen. Deelt de premier deze mening?

Over langslepende discussies gesproken: Mozambique. De Koning en de Koningin reizen er naar ik verneem toch nog dikwijls naartoe. Klopt dat? Wat is dan die eerdere brief waard? De woning zou toch verkocht worden? Of wordt ze nu gehuurd?

Wat betreft de Griekse vakantiewoning: zijn de beveiligings- en steigerkosten binnen het budget gebleven? Heeft de beveiliging ook voor zeven ton een andere speedboot moeten aanschaffen om de koning op het water te kunnen bijhouden?

De verbouwing van Huis ten Bosch is ook al verbazingwekkend. Van 35 miljoen, zoals hier vorig jaar besproken, zijn de kosten opgelopen naar 59 miljoen. Dat zijn extra kosten die de premier hier vorig jaar uitsloot. Wat zegt dat over zijn inschattingsvermogen en over het rijksvastgoedbedrijf? Wat is hier leidend, feiten of politiek?

De vierkantemeterprijs was eerst €4.000 en is nu €6.500. Hoe kan dat, vraag ik de premier? Waarom rekent de premier voor de verbouwing van zowel een half als een heel paleis met de gehele oppervlakte?

Hulde voor het openstellen van de Oranjezaal, maar dat is toch niet bedoeld als zoethoudertje. Keer op keer komt de Koning daarmee in discussie: een uitgave hier, een overschrijding daar, onduidelijkheid zus en schimmigheid zo. Dat geldt nu ook weer wat betreft de gouden koets. Kan de premier uitleggen waarom het vier jaar moet duren? En wat kost dat? Dan de zevenenhalve ton voor telefoons. Ik kan mij niet voorstellen dat de premier dat zo wil. Wat gaat hij daaraan doen?

Het inkomen van de Koning is acht ton per jaar, belastingvrij. Wonen, reizen, personeel, beveiliging en kostuums zitten niet in het inkomen. Wat hoort er eigenlijk bij die belastingvrijstellingen? De ozb? De btw? Verzekeringen? Graag krijg ik ook hier vanavond duidelijkheid over. Nu krijgt de Koning er ruim een modaal inkomen bij van €43.000 belastingvrij. Waarom? De Koning is uitgezonderd van veel belastingen, maar wel trendvolger in de salarissen van ambtenaren. Zelfs het extraatje van bruto €500 krijgt hij erbij. Voor hem is dat netto. Prinses Beatrix is toch gepensioneerd? Waarom krijgt zij ook dat extra voordeeltje voor werkenden?

We moeten belasting heffen bij de Koning. Die stap is wat mij betreft principieel. Ook zijn inkomen kan omlaag. We hebben een van de duurste koningshuizen van Europa. Als de Koning dit gebaar niet zelf maakt, noch zijn adviseurs, moet het parlement daar een aanzet toe geven. Deze regering kan daar niet tegen zijn, want de eerste Wet normering topinkomens was nog niet geëvalueerd of de tweede buitelde er al overheen. Een stappenplan voor de begroting van 2017 zou wat mij betreft haalbaar moeten zijn. Gaat de premier dit doen? Ik reken op zijn steun. Hij was het immers zelf die deze zomer zei dat vrijstelling voor de Koning achterhaald is.

Laten we hopen dat de begrotingen van Algemene Zaken en de Koning weer rustig bezit worden en dat de premier het koningschap naar de eenentwintigste eeuw brengt: sober waar het moet, koninklijk waar het kan.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook ik wil de minister-president feliciteren met zijn lustrum. Ik wil in de korte tijd die ik heb drie onderwerpen uit deze begrotingsbehandeling aan de orde stellen. Ten eerste is dat de wijze waarop door het ministerie van Algemene Zaken en de minister-president inhoud wordt gegeven aan de hun in artikel 45 van de Grondwet toegewezen taken, het algemene regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan. Ten tweede heb ik een aantal vragen over het communicatiebeleid van het kabinet. Ten derde heb ik nog een paar vragen over de begroting van het koningshuis.

Allereerst kom ik op het algehele regeringsbeleid en de bevordering van de eenheid daarvan. Daar hoort naar ik mag aannemen ook een ordentelijk verloop van de voorbereiding van de rijksbegroting bij. Ik heb het heel wat jaren meegemaakt, maar dit jaar was toch een absoluut dieptepunt als het om het lekken gaat. Er zat mede om die reden totaal geen nieuws meer in de troonrede over de beleidsvoornemens van het kabinet. Alles lag op straat. Het is een terugkerend iets — wij weten het — maar nog nooit was het zo erg. Deze Haagse ziekte blijkt dus moeilijk te bestrijden. Ik heb de indruk dat de minister-president het al opgegeven heeft. Wordt het niet tijd om het misschien eens anders te gaan doen? Ooit heeft het Presidium daar een onderzoek naar gedaan. De commissie-De Wijkerslooth heeft daar toen wat opties voor op een rijtje gezet. Je zou de begrotingsstukken na afhandeling in de onderraden of de ministerraad bijvoorbeeld direct openbaar kunnen maken. Dan zou de troonrede ook een wat ander karakter kunnen krijgen. Ik heb daar geen afgeronde oordelen over, maar zoals het nu gaat, gaat het niet goed. Ik vraag de minister-president eens te reflecteren op zijn eigen rol in dit soort processen en op alternatieven voor de huidige, niet bevredigende situatie.

Mijn tweede punt hangt daarmee samen: de communicatie over het kabinetsbeleid. Ik lees in de begroting van het ministerie van Algemene Zaken dat het communicatiebudget, "presentatie Nederlands kabinetsbeleid in het buitenland", omhooggaat. Wat is daar de reden voor, zeker nu er geen nieuw beleid meer wordt gemaakt? Hoeveel voorlichters werken er op dit moment op alle ministeries? Klopt het bericht dat bij bepaalde ministeries — Binnenlandse Zaken wordt met name genoemd — communicatie in een grotere directie "concernondersteuning" opgaat en dat beleidsvoorlichting op die manier een meer politiek karakter krijgt en, zo ja, wat voor ratio zit daar dan achter?

Ik sluit mij aan bij de complimenten die mevrouw Van Toorenburg in de richting van ons koningshuis heeft gemaakt. Zij hebben ons land het afgelopen jaar op velerlei momenten en op velerlei plekken op een heel mooie en waardige manier gerepresenteerd. Ik heb vorig jaar de vraag gesteld of wij niet wat meer reserveringen zouden moeten maken voor het onderhoud van paleizen. Collega Van der Burg vroeg er ook al naar. Daar zouden wij nog verder over geïnformeerd worden. Wat is de stand van zaken? Ik sluit mij aan bij de vragen over De Groene Draeck. Dat vraagt inderdaad om opheldering.

Wij hebben dit jaar het 200-jarig jubileum van ons Koninkrijk gevierd. Wij hebben dat moment terecht gemarkeerd — daar hebben wij vorig jaar bij de begrotingsbehandeling ook over gesproken — al was het maar om ons eens de spiegel van onze geschiedenis voor te houden. Maar ik realiseer mij wel dat, als ik zeg "ons", dat enigszins gerelativeerd moet worden. Uit onderzoeken blijkt immers dat slechts de helft van de bevolking iets van die festiviteiten heeft meegekregen. Ik wil de minister-president vragen om eens in te gaan op deze viering en op de manier waarop hij die heeft beleefd, ook in het kader van de doelstellingen die wij daarvoor hadden geformuleerd.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Nederland is jarig. Het kan zo langzamerhand bijna niemand meer ontgaan zijn dat wij al vanaf 2013 stilstaan bij een aantal staatkundige feiten die de moeite van het vieren waard zijn: in 1813 de terugkeer van Oranje na de bevrijding van de Fransen en dit jaar ons eigen feestje, 200 jaar Staten-Generaal. Ik las dat de opkomst vorige week vrijdag en zaterdag meer dan 10.000 mensen bedroeg. Dat is best een compliment waard aan de organisatie.

Herdenken van historische gebeurtenissen is een goede zaak, maar Nederland en de Staten-Generaal bestonden natuurlijk al voor 1813. Ik zou de minister-president eens willen vragen — hij is tenslotte ook historicus — wanneer Nederland nou echt jarig is. Wanneer is Nederland nou eigenlijk geboren? Dat is best een lastige vraag. Wij hebben er in de fractie zelf ook een indringende discussie over gehad, zo kan ik vertellen. Wij vonden 26 juli 1581 een goede kanshebber. Dat is de datum van het Plakkaat van Verlatinghe, waarmee "de Koning van Hispanje" die we zolang geëerd hadden werd afgezworen. Die onafhankelijkheidsverklaring heeft zelf ook inspirerend gewerkt naar andere landen. Het is eigenlijk jammer dat die verklaring pas uit het stof wordt gehaald als iemand als Obama naar Nederland komt. Die topstukken uit onze constitutionele geschiedenis zouden meer onder de aandacht moeten worden gebracht. Je zou er een monument voor moeten oprichten! Welke mogelijkheden ziet de minister-president om meer aandacht aan die geschiedenis te besteden?

De heer Recourt (PvdA):

Ik ben Dordtenaar. Dit is dus echt een schot voor open doel. In Dordrecht is in Het Hof — u zult dat waarschijnlijk wel kennen — een museum geopend met precies dit thema. Ik raad u dus aan om eens naar Dordrecht af te reizen en dat museum te bezoeken.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat is een mooie tip. Toen de heer Recourt begon met te zeggen dat hij Dordtenaar is, dacht ik even dat hij zou komen met de vraag of de eerste vrije Statenvergadering, die in 1572 in Dordrecht is gehouden, niet het beginpunt zou zijn. Maar, inderdaad, het is heel mooi dat op die manier in Dordt de geschiedenis levend wordt gehouden.

Ik kom op het volgende onderwerp dat ik wil aansnijden. Al sinds deze zomer hebben we te maken met de immense en dieptrieste vluchtelingencrisis. Bij nagenoeg elke crisis en bij allerlei lastige politieke vragen die van tijd tot tijd opspelen, komt altijd weer vanuit Zijne Majesteits meest loyale oppositie de vraag naar boven naar de regierol van de minister-president. Dat is vaak ook wel een politiek debat, maar ik vind het wel aardig om aan de minister-president — ook ik wens hem geluk met zijn eerste lustrum als minister-president — te vragen hoe hij aankijkt tegen de regierol van de minister-president en tegen de wijze waarop die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Ik heb het idee dat, meer dan in het verleden, de eenheid van het regeringsbeleid vanuit de ministerraad in het bijzonder aan de rol van de minister-president wordt verbonden en dat de verwachtingen over die regierol groter zijn geworden. Ik hoor graag zijn reflectie daarop.

Ik kom, tot slot, op de begroting van het Koninklijk Huis. Ik sluit me graag aan bij de waarderende woorden die vandaag zijn uitgesproken over de samenbindende rol die de koning, de koningin en de andere leden van het Koninklijk Huis spelen. Natuurlijk hoort het een beetje bij de rituelen van deze begrotingsbehandeling dat er altijd wel weer een aantal posten zijn waarover discussie mogelijk is. Laat ik echter vooropstellen dat ik het een heel goede zaak vind dat we dankzij de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis uit 2009, die met grote steun van de Eerste Kamer en Tweede Kamer is vastgesteld, gelukkig over heel veel dingen geen discussie meer hebben. Er zit altijd iets gênants in als je toch weer over die laatste posten moet gaan spreken, die dan weer het debat gaan domineren. Het zou me een lief ding waard zijn als alle mogelijke ruis en gedoe die er nog kunnen zijn, weggenomen zouden kunnen worden. Ik sluit me wat dat betreft ook aan bij de vragen over De Groene Draeck. Dat was een cadeau van de Nederlandse bevolking. Onderhoud en exploitatie zouden voor rekening van de Staat komen. Je merkt echter dat dit nu toch wel weer discussie oplevert. Op welke manier kan het zo worden geregeld dat er brede overeenstemming over kan worden gevonden?

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Mijn fractie is voor een ceremonieel koningschap en tegen de huidige excessieve kosten voor onze monarchie. Het Huis van Oranje is het duurste koningshuis van Europa. De totale uitgaven bedragen ruim 100 miljoen euro. Dure verbouwingen aan paleizen, vakantievilla's en hoge nettovergoedingen: de kranten en bladen staan er al jaren vol mee. Het kabinet verhoogt zelfs de toelages voor de leden van het Koninklijk Huis. Zo stijgt alleen de uitkering van de koning al met €43.000 naar €866.000. Ook het ambtenarenextraatje van €500 wordt gewoon bijgeschreven op de koninklijke bankrekening. Deze geldsmijterij valt niet meer uit te leggen aan de Nederlandse belastingbetaler. Mijn fractie ziet graag dat de leden van het Koninklijk Huis een gebaar maken. Zie vrijwillig af van de verhoging van de uitkering, zoals de Spaanse koning deed. Ook de minister-president moet kiezen voor bevriezing van de koninklijke uitkeringen in plaats van voor indexering.

Een ander voorbeeld van de buitensporige uitgaven is De Groene Draeck. Het onderhoud van dit zeiljacht kost maar liefst €95.000 per jaar. Het moment is gekomen om deze boot definitief aan de Oranjes te geven en de belastingbetaler met rust te laten.

Ondernemers, politieagenten, militairen en leraren: alle Nederlanders betalen belasting over hun inkomen. Dat doet iedereen, behalve de leden van het Koninklijk Huis. Ook zijn zij vrijgesteld van erf- en schenkbelasting. Het is allemaal niet meer van deze tijd. We leven niet meer in de negentiende eeuw. Er moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt aan deze royale fiscale voordelen.

Tot slot. Op 3 november brengt de koning een bezoek aan het Europees Parlement. Het zou heel mooi zijn als hij in Brussel een duidelijke boodschap uitdraagt, een verhaal waar de Nederlandse bevolking al maanden naar hunkert: grenzen dicht voor nieuwe asielzoekers, en opvang in de eigen regio.

De voorzitter:

Hiermee is een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De minister-president heeft aangegeven, een kwartiertje nodig te hebben om zich voor te bereiden op de antwoorden.

De vergadering wordt van 20.58 uur tot 21.16 uur geschorst.

Minister Rutte:

Voorzitter. Als u mij toestaat om een paar inleidende woorden te spreken, dan kom ik daarna eerst bij de beantwoording van een aantal vragen aangaande het koningshuis en dan van de vragen die zijn gesteld over de eenheid van het regeringsbeleid en de positie daarbij van de premier en het ministerie van Algemene Zaken.

Mag ik overigens beginnen met iedereen te bedanken. Ik haat verjaardagen, maar het is ontzettend aardig dat u mij allemaal hebt gewezen op de vijf jaar. Ik stel dat zeer op prijs. Het is goedbedoeld, maar alsjeblieft nooit meer doen.

Dan heb ik een paar opmerkingen ter inleiding. Veel woordvoerders hebben gesproken over de positie van het koningshuis. Over onze staatsvorm wordt verschillend gedacht. Er is in brede zin steun voor de monarchie. Hoe je er ook naar kijkt, ik denk dat we met z'n allen moeten vaststellen dat in Nederland de koning, maar ook koningin Maxima een zeer goede rol vervullen. Vertegenwoordigend; we zien het bij de staatsbezoeken aan Japan, Korea, Denemarken, Canada en ook allerlei andere plekken. Ik noem het grote bezoek aan de Verenigde Staten dit voorjaar. Zij zetten Nederland echt op de kaart. Zij openen deuren, die mogelijk anders gesloten blijven. Ten tweede hebben zij een samenbindende rol bij tal van evenementen. We zien dat nationaal en lokaal; we zien het soms traditioneel, soms vernieuwend. Ik denk dat dit zeker ook in tijden van verandering van grote waarde is. Hun rol is ook aanmoedigend bij heel veel maatschappelijke initiatieven. Kijk naar wat er gebeurt via het Oranjefonds en ook in gesprek met mensen van het COA; bezorgde mensen, die op allerlei manieren met de opvang van vluchtelingen bezig zijn. Maar ook in gesprek met mensen in Rotterdam-Zuid en in Eindhoven, bewoners en bestuurders en andere voorlieden over hoe je je zo goed mogelijk thuis kunt voelen in je eigen wijk.

Er zijn zeer veel evenementen. Grof geteld komen we uit op 200 evenementen en bezoeken in de afgelopen twaalf maanden. Pakt u me niet op één meer of minder, maar het zijn er heel veel. We kunnen vaststellen dat ons koningspaar een zeer bijzondere en belangrijke rol heeft voor Nederland, in Nederland zelf, maar ook in het buitenland. Daar mogen we respect voor hebben. Ik vind het van belang om dit met deze Kamer te delen.

Ik ga zo in op een aantal vragen over de transparantie van de begroting en andere aspecten van de financiering van het koningshuis. Dat doe ik tegen de achtergrond van de besluiten die we hebben genomen in 2009/2010 aan de hand van de resultaten van de commissie-Zalm. Toen is er fundamenteel gekeken naar de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. Dat heeft uiteindelijk in 2010 nog onder mijn voorganger geleid tot de nieuwe opzet van de begroting. Daar is brede steun voor gekomen. Vandaag bespreken we de evaluatie van die begroting. Die evaluatie, die de Kamer in juni heeft ontvangen met een kabinetsreactie, waarin alle aanbevelingen zijn overgenomen, heeft geleid tot de nodige vragen van de Kamer. Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat we de transparantie verder willen vergroten door met ingang van de begroting 2016 de extra comptabele bijlage te voegen bij de begroting van de Koning, waarin nu ook zichtbaar worden de uitgaven voor staatsbezoeken, die op de begroting van Buitenlandse Zaken staan, en het beschikbaar stellen van paleizen, die op de begroting voor Wonen en Rijksdienst staan. Ik noem ook de beveiliging en denk aan de begrotingen van Veiligheid en Justitie en van Defensie. Die moeten worden toegelicht. Het is belangrijk om de vindbaarheid van al die uitgaven bij elkaar te brengen en inzichtelijk te maken. Inderdaad, volgens de uitgangspunten van Zalm — als ik het zo mag zeggen — staan die niet op de begroting van de Koning. De implicatie is — dat is mijn gevoel als ik luister naar de Kamer — dat op zichzelf voor die benadering steun bestaat, al zijn op een aantal onderdelen natuurlijk vragen gesteld. Daar kom ik zo op terug.

Dit als inleiding op het stuk van dit debat dat gaat over het koningshuis. Om de inleiding af te ronden, zeg ik in de richting van de heer Van der Staaij dat ook ik heb gekeken naar wanneer Nederland geboren is. Van der Staaij kwam uit op 1581, het Plakkaat van Verlatinghe. Ik kom zelf uit op 1568, de Tachtigjarige Oorlog; het begin van het ons losmaken uit het grote Spaanse wereldrijk. Anderen zullen weer andere keuzes maken. Ook heel goed is denkbaar dat gekozen wordt voor 1795, de Nationale Vergadering of voor 1798, de eerste nationale Grondwet. Ook dat zijn natuurlijk momenten in onze geschiedenis. Maar goed, misschien dat we ons kunnen verenigen in de zestiende eeuw. Dat ligt altijd nog het minst gevoelig, omdat die zover terug ligt. Dan komen we eruit, of het nou 1568 of 1581 is.

Ik ga terug naar het koningshuis en het vraagstuk van de belastingvrijdom. Daar staan drie dingen over in de Grondwet: belastingvrijdom over de successierechten voor de troonopvolger, belastingvrijdom over de uitkering en belastingvrijdom over de vermogensbestanddelen die ten dienste staan aan de koninklijke functie. Mijn indruk was dat de heer Recourt in het bijzonder over het derde onderdeel een vraag stelde, maar ik heb dat misschien niet helemaal goed begrepen. Ik meld dat dit artikel van de Grondwet, de belastingvrijdom samenhangend met vermogensbestanddelen die ten dienste staan aan de koninklijke functie, eigenlijk verouderd is. In de praktijk komt dat niet meer voor, omdat al die kwesties inmiddels in stichtingen zijn ondergebracht. Nog wel actueel is de belastingvrijdom die voortkomt uit de bepalingen dat de successierechten over het doorgeven van vermogen aan de troonopvolger vrijgesteld zijn van belastingbetaling, net als de belastingbetaling over de uitkering.

De voorzitter:

De heer Van Raak wil een interruptie plaatsen. Ook in deze ronde doen we maximaal drie interrupties.

De heer Pechtold (D66):

Dat kan echt niet.

De voorzitter:

Laten we daarmee beginnen.

De heer Pechtold (D66):

Nee, alsjeblieft niet dat schoolse. Dat kan echt niet. Ik heb heel veel vragen gesteld en wil bij een begrotingsbehandeling geen beperking van het aantal interrupties. We zullen doen wat nodig is en we doen dat echt terughoudend.

De voorzitter:

Ik schat in dat de heer Pechtold meer dan drie interrupties nodig heeft.

Minister Rutte:

Houd mijn beantwoording aan, voorzitter. Misschien dat ik hem helemaal bedien.

De heer Van Raak (SP):

Klopt het dat de meeste belastingvrijstellingen voor de leden van het Koninklijk Huis voortkomen uit de Grondwet? Ik was heel blij met het voorstel van de Partij van de Arbeid, die nu eindelijk overstag lijkt te gaan en voor beperking is van de belastingvrijstellingen, alleen ziet het ernaar uit dat de Partij van de Arbeid juist de Grondwet daarbij wil ontzien. Kan de minister-president aangeven welke belastingvrijstellingen er zijn, en welke voortkomen uit de Grondwet?

Minister Rutte:

Ze komen allemaal voort uit de Grondwet. Daarvan zijn er nog twee actueel. De derde is een dode letter. De Koning betaalt alle belastingen die wij allemaal betalen, met de uitzondering dat hij vrij van successierechten kan vererven aan de troonopvolger en dat er geen belasting wordt geheven over de uitkering. Verder betaalt hij alle normale belastingen.

De heer Van Raak (SP):

Als ik het goed begrijp, zegt de Partij van de Arbeid dus: wij willen alle belastingvrijstellingen stoppen, behalve die in de Grondwet staan. De minister-president zegt nu: er zijn alleen maar belastingvrijstellingen die voortkomen uit de Grondwet.

Minister Rutte:

Nee hoor. Dat is een misverstand.

De heer Van Raak (SP):

Dan herhaal ik mijn vraag aan de minister-president en moet hij gewoon mijn vragen beantwoorden. Welke belastingvrijstellingen zijn er, welke komen voort uit de Grondwet en welke dus niet?

Minister Rutte:

Dat heb ik net beantwoord, maar ik heb ook een poging gedaan om te interpreteren wat de heer Recourt in eerste termijn bedoelde. Ik heb het zo verstaan dat hij zegt: los van de belastingvrijstelling op successierechten bij doorerving van de Koning, niet naar andere kinderen maar specifiek naar de troonopvolger, wordt er gewoon belasting betaald. Prinses Irene en anderen hebben gewoon belasting betaald over wat zij eventueel geërfd hebben bij het overlijden van prinses Juliana en prins Bernhard. In principe heeft de toenmalige koningin Beatrix daar geen belasting over betaald, als er sprake van zou zijn; ik heb verder die successierechten niet bekeken.

De heer Van Raak (SP):

Dan wil ik mijn ...

Minister Rutte:

Ik ben nog niet klaar en probeer het te illustreren. De belastingvrijstelling over de successierechten, alleen voor de troonopvolger, is dus de eerste. De tweede actuele belastingvrijstelling is die over de uitkering. Verder betalen ze alle belastingen. In de Grondwet is er nog een derde, de belastingvrijstelling op de vermogensbestanddelen die ten dienste staan aan de koninklijke functie. Maar nogmaals, dat is een dode letter, omdat dat inmiddels allemaal in stichtingen is ondergebracht. Denk bijvoorbeeld aan de Gouden Koets.

De heer Van Raak (SP):

Ik wil mijn vraag herhalen, want de minister-president is denk ik bewust onduidelijkheid aan het scheppen. De Partij van de Arbeid stelt voor om de belastingvrijstellingen af te schaffen, behalve als die in de Grondwet staan. Ik vraag dus nog één keer aan de minister-president: als we de Grondwet ontzien, welke belastingvrijstellingen blijven er dan nog over?

Minister Rutte:

Geen. Maar zo heb ik de heer Recourt niet verstaan.

De heer Van Raak (SP):

Kijk, maar dat betekent dat het voorstel dat de Partij van de Arbeid wil doen geen ei maar een leeg ei is, want dan zijn er helemaal geen belastingvrijstellingen die niet in de Grondwet staan.

Minister Rutte:

Ik probeer te interpreteren wat de heer Recourt bedoelt, want ik heb het gevoel dat de heer Van Raak het verkeerd interpreteert. De heer Recourt staat ook bij de interruptiemicrofoon en zal het zo ongetwijfeld toelichten. Ik heb het zo begrepen dat hij zegt: er zijn verschillende belastingvrijstellingen, waaronder die van belasting op de vermogensbestanddelen ten dienste van de koninklijke functie. De heer Recourt vroeg om een uitwerking van hoe dat precies zit. Kan het kabinet daar voor mei volgend jaar een nadere duiding bij geven? Dat kan ik doen, maar het hoofdantwoord zal zijn dat het op zich een leeg artikel is, omdat er geen actuele belastingvrijstellingen meer onder vallen.

De heer Recourt (PvdA):

Het wordt lastig, want ik zou eigenlijk willen reageren op de heer Van Raak.

De voorzitter:

Maar daar hebt u een tweede termijn voor.

De heer Recourt (PvdA):

Mijn voorstel ziet niet alleen op de belastingvrijstelling ten dienste van de uitoefening van de functie, maar op alle drie de belastingvrijstellingen. Het is voor mij nieuw dat die belastingvrijstelling ten dienste van de functie een lege huls zou zijn. Ik heb het teruggezocht in de geschiedenis. In 1968 is het bij de grondwetsherziening nadrukkelijk aan de orde geweest. Daarbij is gezegd dat een deel van het vermogen noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Om die reden wordt er geen vermogensbelasting op geheven. Een ander deel wordt gezien als privévermogen en dat is wel onderwerp van belastingheffing. In de Kamer hebben wij de afgelopen jaren in dezelfde lijn gediscussieerd. Dan werd gezegd: wij gaan niet zeggen wat de Belastingdienst met de koning bespreekt, dus wij kunnen niet zeggen om welk deel het gaat. Nieuw is dat dat deel nul zou zijn, omdat alles in stichtingen zit. Mijn eerste vraag is: kan de premier echt bevestigen dat het vrijgestelde deel van het vermogen ten dienste van de uitvoering van de functie nul is?

Minister Rutte:

Het is heel precies een vrijstelling van successierechten voor die gevallen waarin sprake is van privévermogen dat wordt doorgeërfd of vermogen dat dienstbaar is aan de koninklijke functie. Dat laatste is in de praktijk niet actueel, omdat het allemaal in stichtingen is ondergebracht. Blijft over het privévermogen. Daarvoor geldt een vrijstelling. Dat geldt alleen van de koning naar zijn opvolger.

De heer Recourt (PvdA):

Dat gaat dus om successierechten, om erfbelasting en niet om vermogensbelasting. Daarvan hoor ik de premier zeggen dat er geen cent is waarover geen vermogensbelasting wordt betaald.

Minister Rutte:

Zo is het.

De heer Recourt (PvdA):

Dan hebben wij ook nog de belasting op inkomsten, de A-component. Van die component kun je zeggen dat het broekzak-vestzak is, maar kunnen de stichtingen op het moment dat ze rendement geven, inkomsten genereren ten gunste van de Koning?

Minister Rutte:

Nee, dat kan niet. Als de Gouden Koets verhuurd wordt — dat zullen wij overigens niet doen — dan komt dat niet ten gunste van het inkomen van de koning.

De heer Pechtold (D66):

Het is goed dat de transparantie rond het inkomen en de belastingen steeds groter wordt, maar ik stel nog wat vragen voor de zekerheid. Wordt het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting betaald?

Minister Rutte:

Het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting wordt betaald. Ik kijk even naar mijn ambtenaren. Ja, dat wordt betaald.

De heer Pechtold (D66):

Btw wordt betaald, verzekeringen worden betaald?

Minister Rutte:

Laat ik het omdraaien, want anders moeten wij het helemaal afpellen. Het is veel simpeler om te zeggen waar geen belasting over wordt betaald. Er wordt geen belasting betaald als de koning doorerft aan Amalia, de troonopvolger. Over privévermogen wordt geen belasting betaald en over de uitkering evenmin.

De heer Pechtold (D66):

In het verleden is weleens gebleken dat er, als je een voorbeeld noemt, toch uitzonderingen zijn. Daarom wil ik graag weten …

Minister Rutte:

Wij hebben het over belastingen en niet over …

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar er zijn belastingen en verzekeringen, zoals inboedel- en woonhuisverzekeringen. Zelfs als een paleis ter beschikking wordt gesteld of als er ander onroerend goed is dat gebruikt wordt … Een gewone huurder betaalt dan ook. Wordt er onroerendezaakbelasting betaald als die aan de orde is? Wordt er btw betaald als er bijvoorbeeld een speedboot wordt gekocht? Of kan die later worden teruggehaald onder het mom van vrijstelling? Dat soort zaken wil ik heel graag weten.

Minister Rutte:

De heer Pechtold kijkt er zo schalks bij dat ik dit even dubbel wil checken. Mijn gevoel is dat er belasting over wordt betaald, maar ik laat het even ambtelijk dubbel checken.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, dat doen we dan in tweede termijn.

Minister Rutte:

Misschien nog in deze termijn als ik het zo aangereikt krijg.

De heer Pechtold (D66):

Wat is de filosofie om nu, net als bij de ambtenaren, de nullijn te doorbreken en het koninklijk paar vervolgens een salarisverhoging te geven die bij hen neerkomt op twee modale salarissen? Zij krijgen dit overigens netto, terwijl een normaal salaris bruto is. Wat is de filosofie erachter om ook nog die €500 te geven, ook aan de gepensioneerde prinses?

Minister Rutte:

Ik heb dat niet bedacht en de heer Pechtold denk ik ook niet. Het komt voort uit de hele evaluatie, die feitelijk ook ten grondslag lag aan het advies van Zalm in 2009-2010 over de herziening van het stelsel kosten Koninklijk Huis. De hele systematiek van de uitkering is toen herbevestigd en op sommige plekken ook verankerd. Er is bepaald dat de uitkering gekoppeld is aan het inkomen van de vicepresident van de Raad van State, zoals bekend, en dat die ook meebeweegt met het inkomen van de vicepresident van de Raad van State. Als de vicepresident er dus geld bij krijgt …. Ja, de heer Pechtold kijkt me aan alsof hij me wil vragen hoe ik dat kan bedenken, maar dat hebben wij niet bedacht. De heer Pechtold heeft dit ook niet bedacht. Het is voor ons bedacht en het is nu geëvalueerd. Er is vastgesteld dat het een goed systeem is. Ik vind dat ook. Ik schets er echter wel bij dat het is gekoppeld aan het inkomen van de vicepresident van de Raad van State. Als zijn salaris omhoog gaat, omdat de nullijn wordt losgelaten, gaat ook het salaris van de koning omhoog. Ik mag er overigens bij vermelden dat het op één punt een beetje gek zou zijn. Dat heeft te maken met de hele kwestie van het inkomen boven een ton waarover niet langer pensioenpremie wordt opgebouwd. Dit geldt uiteraard niet voor de koning, want dat zou nog eens tot een extra stijging van de koninklijke uitkering hebben geleid van zo'n 3,5%, dat gaat om zo'n €30.000 per jaar. Daarvan is afgesproken om het niet uit te keren, hoewel dit strikt genomen wel in de opbouw zit. De koning geniet niet die pensioenopbouw, want hij krijgt na zijn vertrek, als hij zou aftreden voor zijn overlijden, een uitkering als ex-monarch, zoals nu ook prinses Beatrix een uitkering krijgt. Er is daarom besloten om daarvan af te zien. Het gaat om €30.000 per jaar die hij niet krijgt. Hij wenst dit ook zelf zo. Dit is een effect van de pensioenen boven de ton en dat effect regardeert hem zelf niet. Verder gaat hij mee met het salaris van de vicepresident, net zoals alle uitkeringsgerechtigden. Dat is het systeem. Nogmaals, dat heb ik niet bedacht, zo werkt het.

De heer Pechtold (D66):

Wij komen langzaam de crisis uit. Het heeft mij toch verbaasd dat het koninklijk paar, als je het optelt, per maand €100.000 belastingvrij te besteden heeft, zonder dat het kosten heeft voor wonen, beveiliging, secretariaat en overige. Zij hebben dat, laten we maar zeggen, als zakgeld, €100.000! Vervolgens hanteren wij dan de systematiek dat, als de ambtenaren van de nullijn afgaan, de koning er €44.000 bij krijgt, de koningin ongeveer de helft daarvan en de koningin-moeder ongeveer €30.000. Ik vind dat gewoon niet doordacht. Binnen diezelfde systematiek krijgt zelfs de gepensioneerde koningin-moeder de €500 die werkenden krijgen. Ik vind dat een boekhoudkundige precisie die niet past in een tijd van terughoudendheid. Heeft nu niemand bedacht dat een netto maandinkomen van €100.000 voor het koninklijk paar wel mooi is en dat een formaliteit als de nullijn voor hen zou moeten worden losgelaten? En zeker ook de formaliteit van de €500 die de werkenden erbij hebben gekregen, en die daar belasting over moeten betalen! Dit gaan wij toch niet nog eens netto uitkeren aan deze drie leden van de koninklijke familie?

Minister Rutte:

Dit hele systeem hebben wij unaniem als Kamer goedgekeurd. Destijds in 2008 zaten zowel de heer Pechtold als ik in de oppositie. Wij hebben dat met z'n allen goedgekeurd. Ik vind het te verdedigen. Je zult ergens een anker moeten aanbrengen. Het anker is het inkomen van de vicepresident van de Raad van State. Als dit inkomen niet stijgt, stijgt ook de uitkering niet. Als dit inkomen wel stijgt, stijgt de uitkering wel. Er zit één raar element in, omdat wij nu heel specifiek, ook met steun van D66, een aanpassing hebben gemaakt aan de pensioensystematiek. Dit raakt in het bijzonder de pensioenopbouw boven de ton. Dat zou hebben geleid tot een extra stijging van de uitkering. De koning krijgt geen pensioen. Hij heeft ook zelf gezegd dat hij daarvan afziet, dat is die €30.000 per jaar. Ik vind dat heel netjes en ook vanuit het systeem begrijpelijk. Maar verder beweegt zijn inkomen gewoon mee. De heer Pechtold kan daar nu heel verbaasd over doen, maar dat is wat we met zijn allen in 2008 hebben besloten en wat ik hier ook echt verdedig.

De heer Pechtold heeft gevraagd naar die €500. Ook voor de eenmalige €500 geldt dat de leden van het Koninklijk Huis die een uitkering krijgen, de ontwikkeling volgen van het netto-inkomen van de vicepresident. De vicepresident van de Raad van State krijgt er net als alle ambtenaren €500 bij. Dat is netto natuurlijk minder. Volgens de geldende systematiek werkt dat door naar de uitkering van de Koning, de koningin en prinses Beatrix. Je kunt niet zeggen dat het €500 is, want hier geldt natuurlijk ook dat het gekoppeld is aan de netto-uitkering. Het is immers zo geregeld dat de uitkering het netto-inkomen van de vicepresident volgt.

De heer Pechtold (D66):

Dat zou ik graag op papier zien. We gaan nu in de centen, maar wat blijft er over van die €500? Hoe kan de premier volhouden dat de Koning geen pensioen heeft? Je ziet dat de koningin-moeder niet alleen een forse uitkering krijgt van drie of vier ton maar ook nog eens die €500.

Het gaat mij er niet om hoe het ooit is bedacht. Toen we het bedachten, heeft niemand zich naar mijn beste weten gerealiseerd dat het automatisme van de vicepresident hiertoe zou leiden. De mensen die dit aangaat, zijn leraar of agent. Zij krijgen er netto een paar tientjes bij, maar de Koning krijgt er €44.000 plus €500 bij. Ik vraag mij in alle oprechtheid af waarom niemand, toen dat werd berekend, heeft gedacht: "We hebben al vanaf 2008 geen gebaar gehad, ook al deden andere vorstenhuizen dat wel. We hebben ook nog eens het duurste vorstenhuis van Europa, zullen we dan deze formalistische instelling nou eens loslaten en het niet doen?" En nogmaals, ik herhaal het ten overvloede, ik verwijt het niet de familie zelf. Ik verwijt het degenen die dit adviseren en die deze formaliteiten uitvoeren. Ik vraag om een precieze berekening. Wat blijft er van die €500 over? Kan ik verder een betere onderbouwing krijgen van waarom de formaliteit van de vicepresident is doorgevoerd met dit soort astronomische bedragen als gevolg?

Minister Rutte:

De heer Pechtold kan niet weglopen voor zijn verantwoordelijkheid. Hier maak ik echt bezwaar tegen, in alle vriendschap en in de openheid van dit debat. Unaniem is hier vastgesteld dat dit de systematiek moest worden. Je moet een anker kiezen. De uitkering is de afgelopen jaren niet gestegen omdat geen van onze salarissen, Kamerleden, ministers en ambtenaren, is gestegen. We hebben allemaal op de nullijn gestaan, ook het Koninklijk Huis. Dat anker houdt dan wel in dat het Koninklijk nu ook van de nullijn afgaat. Je kunt niet verwachten dat het Koninklijk Huis dan moet zeggen: o, ik blijf wel op de nullijn staan. We hebben het anker gekozen van de vicepresident en nu zijn inkomen stijgt net als de andere salarissen van het overheidspersoneel, kun je dat anker niet opeens loslaten. Ik zou dat volstrekt onredelijk vinden. We kennen de belastingtarieven en iedereen kan dan ook berekenen dat van die €500 48% overblijft, omdat dit bedrag belast wordt tegen het 52%-tarief.

De heer Pechtold (D66):

Ik vind het pijnlijk. Waarom was er een nullijn? Waarom wordt nu de nullijn gerepareerd? We doen dat omdat bijvoorbeeld de huren in het hoge segment met 6,5% zijn gestegen en omdat mensen meer moeten betalen door de inflatie. Het inkomensdeel van de Koning is het zakgelddeel. Hij betaalt geen huur. Hij betaalt überhaupt geen woonkosten. Hij betaalt de beveiliging niet en hij betaalt zijn secretariaat niet. Ik geef grif toe dat regering en Kamer daar een aantal jaar geleden te makkelijk over dachten, maar ik stel ook vast dat de redenering van toen nu leidt tot een uitkomst die ik in ieder geval maatschappelijk volstrekt onwenselijk vind. Die uitkomst is dat de Koning er €44.000 netto bij krijgt als gevolg van een boekhoudkundig iets.

Minister Rutte:

Ik vind echt dat de heer Pechtold wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid. Zo ken ik hem totaal niet. Het verbaast me werkelijk. Je kunt niet zomaar met elkaar afspreken dat dat de systematiek is; die moet je dan ook volgen. De Koning heeft de afgelopen jaren net als iedereen op de nullijn gestaan. We gaan er nu van af en de heer Pechtold berekent dan voor de tiende keer wat dat netto betekent voor het inkomensdeel van de Koning. Daar is hij verantwoordelijk voor. Daar ben ik verantwoordelijk voor. Wij zaten toen allebei in de oppositie. Met alle anderen hier hebben wij dat unaniem vastgesteld. Ik zeg er nog iets bij: ik verdedig het ook.

De heer Pechtold (D66):

Ik niet.

Minister Rutte:

Je moet bij een koningshuis ankers hebben. Je kunt niet van geval tot geval besluiten op basis van welk criterium je bepaalt wat de hoogte van de uitkering aan een staatshoofd is. Dat gaat niet. Je moet daarin langjarig stabiliteit hebben. Ik daag de heer Pechtold uit: een vent een vent. Hij heeft toen gezegd: ik sta erachter. Dan moet hij nu ook accepteren dat dit de consequenties zijn. Ik vind het ook verdedigbaar. Als je dat niet doet, maak je er een speelbal van. Dan kan de heer Pechtold met betraande ogen zeggen dat hij het pijnlijk vindt dat de premier er niet de verantwoordelijkheid voor neemt, maar ik speel die bal terug. Ook de heer Pechtold kan daar de verantwoordelijkheid voor nemen en nu zeggen: ik sta voor de handtekening die ik toen heb gezet. Dat meen ik.

De heer Pechtold (D66):

Ik word uitgedaagd. De afgelopen jaren was de AZ-begroting vaak een saai iets. Keer op keer hebben wij moeten doorvragen bij de verkleinwoordjes van de premier over "steigertjes", "hekjes", "containertjes", "huisjes", "bootjes" en ga zo maar door. Op de overschrijdingen bij Huis ten Bosch zullen wij zo nog komen. Op mijn vraag daarover zei de premier vorig jaar: vanwege diezelfde kwetsbaarheid is het 35 miljoen. Het wordt nu 59 miljoen. Ga zo maar door. Wij gaan dadelijk De Groene Draeck nog even analyseren. In diezelfde kwetsbaarheid houd ik de premier voor dat mijn handtekening van toen ervoor staat dat ik de uitwerking kwetsbaar vind en dat ik ten principale vind dat de premier en de adviseurs hadden moeten ingrijpen toen bleek dat dit de effecten waren. Dat is wat ik de premier vraag. Ik kaats de bal dus terug. Die ligt bij de premier. Hij heeft de ministeriële verantwoordelijkheid. Hij had kunnen ingrijpen. Hij had ervoor kunnen zorgen dat de AZ-begroting inderdaad zo langzamerhand inderdaad een hamerstuk wordt.

Minister Rutte:

Ik vind het geen sterk betoog van de heer Pechtold, mét alle voorbeelden die hij noemt. Bij Huis ten Bosch heeft hij een punt; daarop kom ik dadelijk terug. Daarvan heb ik eerder gezegd dat ik te stellig ben geweest over het bedrag van 35 miljoen. Dat bleek gewoon te vroeg te stellig te zijn. Daarop komen wij zo meteen terug. Ook over De Groene Draeck komen wij ongetwijfeld nog uitgebreid te spreken. Dat is een cadeau van het Nederlandse volk. Toen is gezegd: zolang Beatrix als koningin of als prinses gebruik kan maken van het schip, doen wij het onderhoud. Dan zeg ik: jongens, werk die afspraak nu een beetje stijlvol tot het einde af. Wij kunnen best kijken naar de precieze hoogte van het bedrag en contra-expertises laten uitvoeren; daarop kom ik zo meteen terug. Specifiek over de uitkering zeg ik: zo hebben wij het afgesproken. Je kunt het niet per geval anders doen en zeggen: het wordt me te veel, na vele jaren nullijn neemt de stijging te veel toe; nu ga ik een ander anker kiezen. Dan maak je er een zootje van. Zo kun je niet met een koningshuis omgaan. Ik houd dat echt voor aan Alexander Pechtold als democraat.

De heer Recourt (PvdA):

Voorzitter.

De voorzitter:

Mijnheer Recourt, u moest even wachten! Ga uw gang.

De heer Recourt (PvdA):

Een zootje wil ik er ook niet van maken. Ik stel dus een vraag over iets anders, namelijk de stichtingen. De premier zei dat daarin het vermogen zit dat moet dienen voor de uitoefening van de functie. Ik ken een aantal stichtingen. Wij zijn met de commissie op werkbezoek geweest bij het Koninklijk Huisarchief. Het zijn er volgens mij acht. Daarbij gaat het inderdaad om de Gouden Koets, de regalia, cadeaus, kunst; volgens mij zitten er ook nog pensioenen van personeel in. Blijft het bij die acht die inzichtelijk zijn bij het Koninklijk Huisarchief, of zijn er meer stichtingen?

Minister Rutte:

Het zijn al die stichtingen die ook op de website van het Koninklijk Huis staan. Ik moet even precies kijken of ik het goed zeg. Ze staan uitgebreid in het katern over de financiën Koninklijk Huis op de site. Daar wordt ook een overzicht van die stichtingen gegeven. Er wordt onder meer toegelicht wat het doel van de stichting is en wie de bestuurders zijn. De registratienummers staan er. Een aantal stichtingen wordt er verder toegelicht, bijvoorbeeld de stichting waarin de Gouden Koets is ondergebracht, de Stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau. Dat geldt ook voor de stichting waar de staats- en officiële geschenken worden ondergebracht, de Stichting Koninklijke Geschenken. Dit regardeert overigens ook de vraag van mevrouw Van der Burg. Zij stelde mij de vraag: kan in de begroting van de Koning worden verwezen naar de website van het Koninklijk Huis waar de stichtingen worden genoemd? Ik ben van mening dat het onderwerp stichtingen als zodanig niet in de begrotingssystematiek past, omdat de begroting zelf geen logische plek is voor een dergelijke verwijzing. Wel zou ik de afspraak willen maken dat wij via de extracomptabele bijlage een verwijzing maken naar de website van het Koninklijk Huis en daarmee naar de stichtingen, zodat daarmee die zaken wel aan elkaar zijn geschakeld. Dat is, met dank aan de heer Recourt, meteen een antwoord op de vraag van mevrouw Van der Burg.

De heer Van Raak (SP):

Als het gaat om belastingen wordt het altijd reuze ingewikkeld, en dat is meestal niet voor niets. Dus laten we het eens heel simpel maken. Er zijn belastingvrijstellingen voor loon- en inkomstenbelasting, voor de uitkering, voor persoonlijke belastingen over het vermogen en voor successie, dus erfenissen en schenkingen en dat soort zaken. Klopt het dat dit het is wat betreft belastingvrijstellingen? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is of deze vrijstellingen te maken hebben met de Grondwet of niet.

Minister Rutte:

Alle vrijstellingen staan in de Grondwet. Er zijn er twee die nog actueel zijn, namelijk dat over de uitkering geen belasting wordt betaald en dat er geen successierechten worden betaald over het privévermogen dat wordt doorgeërfd aan de troonopvolger.

De heer Van Raak (SP):

Dus als de Tweede Kamer de belastingvrijstellingen wil afschaffen, zal zij de Grondwet moeten veranderen, want als er een voorstel komt waarbij de Grondwet niet veranderd wordt, heeft dat geen zin, want alle belastingvrijstellingen staan in de Grondwet. Heb ik zo de premier goed begrepen?

Minister Rutte:

Daarom heb ik nou zo'n respect voor de Socialistische Partij, die heeft het zo snel door. Absoluut, dat is 'm.

De heer Van Raak (SP):

Dank je wel. Dan weten wij nu namelijk ook dat als er een voorstel komt van de Partij van de Arbeid waarin staat dat we de Grondwet niet gaan veranderen, dat voorstel dus een leeg ei is.

Minister Rutte:

Zo is het. Ik ben het ook niet voornemens. Ik was het eerlijk gezegd wel eens met u, en ik meen ook de heer Pechtold, dat dit een initiatief van de Kamer zou moeten zijn, als je het al wil. De regering heeft geen voornemens en gaat hier ook geen wetsvoorstellen voor voorbereiden. Maar het staat de Kamer natuurlijk altijd vrij, als medewetgever, om initiatiefwetgeving te maken.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Dank voor de toezegging om het op te nemen in die extracomptabele bijlage, of hoe het ook gaat heten, met een korte toelichting op hoofdlijnen plus een verwijzing naar de website, want de premier hoort wel hoeveel verwarring er ook vandaag weer is. Dan is dat in ieder geval duidelijk.

Ik heb ook nog een vraag om het andere punt te verduidelijken. De vakantiewoningen zijn tweede woningen en vallen dus onder de belastingheffing. Daar wordt dan dus gewoon belasting over betaald door het Koninklijk Huis. Klopt dat?

Minister Rutte:

Deze vraag sluit aan bij de vraag van de heer Pechtold toen hij zo schalks keek en ik het even niet vertrouwde. Ik krijg daar nog een reactie op. Die vraag ging ook over de btw en de ozb. Mijn vermoeden is dat het antwoord is dat er gewoon belasting over wordt betaald, maar de heer Pechtold leek iets ontdekt te hebben en ik wil het even zeker weten. Ik krijg het zo nog even aangereikt. Ik hoop er in deze termijn nog op terug te komen en anders in tweede termijn. Ik meen hiermee alle vragen over de belastingen te hebben afgewikkeld.

Dan komen we natuurlijk bij de kwestie van De Groene Draeck.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Burg heeft toch nog een vraag.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik ben het er niet mee eens dat alle belastingvragen zouden zijn afgewikkeld. Ik heb nog een vraag gesteld over de erf- en successiebelasting. Wat is de motivering dat het van het staatshoofd naar de troonopvolger is vrijgesteld?

Minister Rutte:

Zeker. Excuses. Dat klopt.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Dit punt is buitengewoon summier toegelicht in de evaluatie. Ik wil er echt een duidelijkere motivering voor.

Minister Rutte:

Ja. Ik leg nog even uit hoe het precies zit. Alle leden van het Koninklijk Huis zijn schenk- en erfbelasting verschuldigd over hun schenkingen respectievelijk erfenissen, behalve de Koning en zijn opvolger. Daar is voor gekozen om reden van behoud van vermogen. Dan gaat het bij roerende goederen bijvoorbeeld om zaken die mede ten dienste staan van het koningschap, ten behoeve van een financieel onafhankelijke positie van de Koning. Bij het overlijden van prinses Juliana en prins Bernhard betekende dit dat drie van de vier dochters belasting verschuldigd waren over de erfenis; alleen voor toenmalig koningin Beatrix gold de vrijstelling. Er geldt een vrijstelling van schenk- en erfbelasting voor datgene wat de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het Koninklijk Huis. Dit is geregeld in de Grondwet. De reden hiervoor heeft te maken met het bij elkaar houden van de roerende goederen die ten dienste staan van het koningschap en die zo veel mogelijk de Koning onafhankelijkheid geven. Het hangt ook samen met het feit dat een hoogadellijke familie aan het hoofd van de Staat staat. Daar hoort, los van onroerende goederen, ook een zekere mate van roerende goederen bij. Ik verwees er al naar. In mijn ogen rechtvaardigt dit deze vrijstelling van alleen deze schenk- en erfbelasting voor de Koning en zijn vermoedelijke opvolger. Daarom willen we die vrijstelling ook handhaven. Het gaat dus niet om de vermogensbelasting, maar om de successierechten, de schenk- en erfbelasting.

Ik wil mevrouw Van der Burg wel toezeggen dat we in de begroting voor 2017 hier wat uitvoeriger op ingaan in de toelichting. Dan kan ik er wat meer over uitleggen.

De heer Pechtold (D66):

Mij lijkt een jaar wachten wat overdreven. Ik zou een en ander graag gewoon binnenkort ontvangen.

Minister Rutte:

Ik heb het net toegelicht. Wat ik hier zojuist verteld heb, komt in de begroting voor 2017 te staan. Voor nu kunt u het teruglezen in de Handelingen. Ik begrijp mevrouw Van der Burg zo dat zij heel veel zaken die te maken hebben met de Koning inzichtelijk wil hebben en dat zij wil snappen waarom wij dingen doen. Dat moet ook iedereen kunnen snappen. Zij snapt het als woordvoerder vanzelfsprekend, maar het gaat mij ook om het bredere publiek. Zo heb ik het verstaan. Dan denk ik dat het helpt als we het in de begroting nog wat verder uiteenzetten.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Dank voor het antwoord. Ik ga er nog even op kauwen, zoals we vaker zeggen in de Kamer. Dit moet heel helder zijn, zodat misverstanden over wie vrijstelling hebben en wie niet worden weggenomen, want dat is geen goed beeld. Ik ga er nog even goed over nadenken of deze specifieke vrijstelling gerechtvaardigd is.

Minister Rutte:

Nogmaals, er is alleen een vrijstelling van schenk- en erfbelasting voor datgene wat de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het Koninklijk Huis. Dat is geregeld in de Grondwet, verder niets.

Ik kom bij de Groene Draeck. Ik vind het onze eer te na om de afspraak die in 1957 is gemaakt niet netjes uit te werken en af te lopen, maar nu te proberen daarvoor te duiken. Er is een expertbureau ingehuurd, het bureau Kersten Experts, dat heeft gekeken naar de kosten van het onderhoud. Het is vanzelfsprekend geen doelbegroting. Als er minder onderhoud nodig is en er minder kosten worden gemaakt, dan is Defensie minder geld kwijt. Het heeft niets te maken met tarieven van Defensie. Dit zegt de externe expert daarover. Ik zie ook wel dat de bedragen behoorlijk zijn. Ik ben totaal niet deskundig. Ik heb in mijn hele leven zo'n tien keer gezeild, laat staan dat ik zo'n schip heb. Het is niet waar dat daarvan ook de wijn en de andere versnaperingen aan boord zouden worden betaald, zoals ook wel is beweerd. Laat ik ook dat gerucht wegnemen. Het gaat echt om de onderhoudskosten. Ik kan het rapport van de heer Van Raak niet gebruiken, want zij hebben natuurlijk nooit specifiek naar dit schip kunnen kijken.

Ik kan mij voorstellen dat we in aansluiting op het rapport-Kersten een onafhankelijke partij opnieuw laten kijken naar de jaarlijks uit te voeren werkzaamheden en naar de intensiteit waarmee dat moet gebeuren. Ik zeg dit ook in reactie op de zorgen die mevrouw Van der Burg daarover in haar eerste termijn uitsprak. Laten we dat doen. We kunnen hier allemaal praten als halve experts en sommigen als hele experts. Ik neem aan dat de heer Pechtold een paar van die schepen heeft. Ik heb die niet, dus ik ben totaal ondeskundig. Wij moeten echt varen op de experts. Laat een onafhankelijke partij nog een keer kijken naar zowel de hoogte van de kosten van de jaarlijks uit te voeren werkzaamheden als de intensiteit van die werkzaamheden. Ik bericht de Kamer daar dan over en zal ook mijn conclusies bijvoegen. Dat is mijn praktische suggestie. Anders gaan we hier dadelijk dingen doornemen als de laklagen en de vraag hoe vaak je moet lakken. Ik geloof niet dat wij elkaar daarmee een plezier doen, maar ik zie dat de heer Pechtold tot de tanden bewapend wel van plan is om dat te doen.

De voorzitter:

Maar de heer Van Raak was eerst.

De heer Van Raak (SP):

Het wordt een vreemde avond. Ik als socialist pleit ervoor om die lemsteraak door een bedrijf te laten onderhouden en de minister-president als liberaal pleit ervoor om dat door de overheid te laten doen. In dit geval heeft de minister-president gelijk dat onderhoud door de overheid veel duurder is, namelijk drie keer zo duur. De SP heeft dat laten uitzoeken door Sailcharter Friesland, een gespecialiseerd bedrijf dat het voor dit bedrag heel graag wil doen en dat naar alle aspecten heeft gekeken. Ik heb die offerte ook aan de minister-president voorgelegd. Hij zei: nee, het moet voor €95.000. Ik heb vervolgens de reactie van de minister-president weer aan Sailcharter Friesland voorgelegd. Het bedrijf heeft op basis van de reactie van de minister-president gezegd dat het misschien goedkoper kan. Waarom duur doen als het goedkoop kan? Waarom moeilijk doen als het beter kan?

Minister Rutte:

Defensie onderhoudt het schip vanaf het begin, sinds 1957. Defensie moet zich op grond van de Wet markt en overheid baseren op marktconforme tarieven. De loonkosten zijn daarbij natuurlijk de grootste kostenpost. Daarom is aan het bedrijf Kersten Experts, gerenommeerd in scheeps- en werktuigbouwkunde en erkend taxateur, gevraagd wat de kosten hiervan zouden moeten zijn. Het is natuurlijk heel wel denkbaar dat een andere partij tot een andere taxatie komt; vandaar dat ik heb voorgesteld om een second opinion te vragen. Niettemin zullen al die bedrijven met name voor het meerjarig onderhoud aannames moeten doen over kosten en de mate van het benodigde onderhoud. Daar komt bij dat een koninklijk jacht natuurlijk een aantal bijzondere elementen met zich meebrengt qua onderhoud. Die moeten ook verdisconteerd worden in de offertes. Daarmee is zeker niet uit te sluiten dat een andere partij het anders beoordeelt. Het is dus niet zo dat Defensie zegt: wij willen per se tot dit bedrag komen. Defensie moet op grond van de Wet markt en overheid op basis van een markconform tarief werken. Als uit zo'n evaluatie zou blijken dat het goedkoper kan, is dat prima. Dan gaan we daarnaar kijken. Daarom is, nogmaals, ook mijn voorstel om zo'n second opinion aan te vragen, om eens te kijken of het redelijk is, wat de intensiteit zou moeten zijn, et cetera.

De heer Van Raak (SP):

Heel veel dank voor die toezegging. Daar ben ik heel blij mee, met een second opinion. Ook al hebben we er al een paar gehad, die zeiden dat het voor een derde kon. Waarom is het nou zo duur bij het Marinebedrijf? Ik denk om een aantal redenen. Het Marinebedrijf kan heel veel schepen goed onderhouden: oorlogsschepen, maar geen lemsteraken. Daar is het Marinebedrijf gewoon echt niet in gespecialiseerd. De minister-president zegt dan dat het moet bij het Marinebedrijf vanwege beveiliging en privacy. Het lijkt mij stug dat er als de lemsteraak voor onderhoud in een afgesloten ruimte ligt problemen zouden zijn met beveiliging, laat staan met privacy.

Minister Rutte:

En de vraag is? Die heb ik niet gehoord. Is de vraag of de constatering klopt?

De heer Van Raak (SP):

Dan moet de minister beter opletten. Ik heb gevraagd waarom het bij het Marinebedrijf moet, terwijl het Marinebedrijf verre van gespecialiseerd in dit soort zaken en bijvoorbeeld gespecialiseerde bedrijven in onderhoud van lemsteraken dat wel zijn. De minister-president zegt dat het moet bij het Marinebedrijf vanwege de beveiliging en de privacy. Als zo'n lemsteraak wordt onderhouden in een loods — in een afgesloten en verwarmde loods, zoals dat bij alle bedrijven het geval is — hoe kan er dan een probleem zijn met beveiliging, laat staan met privacy? De familie gaat toch niet in de winter in een loods op De Groene Draeck zitten die in onderhoud is?

Minister Rutte:

Daar gaat er natuurlijk niet om. Het gaat erom dat er geen onbevoegden bij het schip kunnen en het onklaar zouden kunnen maken. Daar gaat het om. Ik ben geen deskundige op het gebied van beveiliging. Dat zijn wij geen van allen, dus laten wij vooral die indruk niet wekken.

Ook hier geldt wat gold bij het vorige onderwerp: de koninklijke uitkering. Ik wil dat toch wel even gemarkeerd hebben. We voeren hier beleid uit met zijn allen dat we met zijn allen hebben gemaakt. Als we de koninklijke uitkering te hoog vinden, moeten er dus voorstellen komen om de wet te wijzigen of amendementen worden ingediend op de begroting. Als er bezwaar is tegen de manier waarop wij in 1957 het arrangement hebben afgesproken met de toenmalige kroonprinses, moet de Kamer zeggen hoe zij het dan wil. Ik vind het echter gek. Ik zou ertegen zijn, omdat we ook hier gewoon een bestendige koers varen. Dat schip is vanaf het begin in onderhoud bij Defensie, inderdaad om de redenen die de heer Van Raak noemt. Ik zou daar ook niet van willen afwijken, maar ik vind het wel redelijk om eens te kijken of deze schatting, deze offerte van Kersten Experts, op grond van die marktconforme tarieven die moeten worden gehanteerd de juiste is. Daar kunnen we naar kijken. We kunnen ons echter niet laten leiden door de offerte van de SP, omdat degene die de offerte heeft gemaakt geen toegang heeft gehad tot het schip.

De voorzitter:

Mijnheer Van Raak, tot slot.

De heer Van Raak (SP):

Dat is geen offerte van de SP, maar een offerte van een gespecialiseerd bedrijf: Sailcharter Friesland. We moeten het niet groter maken dan het is.

Minister Rutte:

Dat zou ik willen suggereren.

De heer Van Raak (SP):

Zeker niet financieel. De minister-president moet echter niet doen alsof hier een hele begrotingssystematiek achter zit. Dit is gewoon een keuze: wie gaat het onderhouden. Ik ben blij dat de minister-president heeft toegezegd dat er een second opinion komt. Wordt daar dan ook de vraag in meegenomen of dat onderhoud per se bij het Marinebedrijf moet, dat helemaal niet gemaakt is om dit soort schepen te onderhouden, en wat dan precies de problemen zouden zijn met beveiliging, laat staan privacy, als die lemsteraak voor onderhoud binnen in een afgesloten loods ligt?

Minister Rutte:

Ik wil de heer Van Raak toezeggen dat ik als ik mijn appreciatie geef van de second opinion op hoogte en intensiteit van het onderhoud, nog eens uiteenzet waarom ervoor is gekozen om het bij Defensie te doen. Misschien kan ik die toezegging doen en helpt dat het debat verder.

De heer Pechtold (D66):

De premier maakt er de laatste tijd een gewoonte van om elke keer te beginnen over de situatie van mijn achterban dan wel mijn privésituatie. Ik pas ervoor om toegevoegd te krijgen dat ik verstand zou hebben van dat soort boten omdat ik ze zelf wel zou hebben. Ik vind het serieus en ik vind het pijnlijk. Daarom heb ik vragen over De Groene Draeck. Kan de premier mij vertellen waarom er jaarlijks geschilderd moet worden aan de romp met antifouling en lakwerk, à raison van €26.820? Dat betekent dat er, los van al het andere lakken van rondhouten en beslagen, voor €27.000 aan die boot of dat schip wordt geschilderd.

Er wordt €1.200 uitgegeven aan de inspectie van de zeilgarderobe. Kan de premier mij vertellen waarom we de zuidwesters en de oliepakken op kosten van de belastingbetaler moeten laten inspecteren? Ik herhaal het maar: het is pijnlijk. Vorig jaar stond er voor €50.000 aan onderhoud aan dat schip, nu voor €95.000. Vroeger stond het gewoon bij het privébezit en nu is het sinds een paar jaar ineens ondergebracht bij de regalia, bij de Gouden Koets en dat soort dingen. Óf het was van prinses Beatrix, en dan is het nu ook van de gepensioneerde vorstin, óf het hoort bij de uitoefening van de functie. Vandaag hebben we echter bij de NOS gelezen dat we al een koninklijke sloep hebben, die alweer te water is gelaten.

In deze tijd past terughoudendheid waar het moet, en koninklijk waar het kan. We praten nu een begroting lang en wekenlang over het onderhoud van €95.000 per jaar aan een boot in '57 gegeven, omdat de premier zegt: ik verdedig het, want het is nu eenmaal zo. Ik vind dat uiterst pijnlijk. Daarom vraag ik waarom de inspectie van oliepakken €1.200 per jaar kost, en waarom het jaarlijks schilderen van die boot €27.000 kost. Ik heb het dan alleen over de romp. De rondhouten en de schilderbeslagen kosten namelijk nog €2.450 extra.

Minister Rutte:

Nogmaals, het blijkt dat ook de heer Pechtold geen verstand van schepen heeft. Dat is dan ook uitgeklaard. Excuus voor de insinuatie. Dat was inderdaad niet aardig van mij. Ik heb geen verstand van schepen.

De heer Pechtold (D66):

Nou maak ik er een punt van.

Minister Rutte:

Nee, ik maak even het antwoord af.

De heer Pechtold (D66):

Nee, ik maar hier een punt van.

De voorzitter:

Wacht even. Mijnheer Pechtold, u kunt er een persoonlijk feit van maken. Dat markeren we dan als zodanig en daar wordt dan verder niet over gesproken.

De heer Pechtold (D66):

Waarom ik zojuist "pijnlijk" zei en waarom ik er nu een persoonlijk feit van maak, is dat ik dit niet prettig vind. Ik vind het vervelend om dit te moeten uitsplitsen om mijn punt te moeten maken, waarbij ik dan eerst toegevoegd krijg dat ik het wel zal weten omdat ik zelf wel zo'n boot zal hebben, en nu gezegd wordt dat ik er wel geen verstand van zal hebben. Ik vind dat onprettige bijzinnen. Ik vind het vervelend dat we dit debat zo moeten voeren, maar kennelijk moet ik het als controleur, als volksvertegenwoordiger zo doen. Mij zijn de bedragen namelijk pijnlijk hoog.

De voorzitter:

Dit persoonlijk feit is als zodanig opgenomen in de Handelingen. Ik vraag de premier op de inhoud in te gaan.

Minister Rutte:

Zeker, ik probeerde zonet excuus te maken voor de suggestie dat de heer Pechtold twee schepen heeft. Dat was inderdaad een beetje een flauwe grap. Bij het maken van het excuus heb ik hem opnieuw beledigd, en dat was niet mijn bedoeling. Mijn punt is dat ik in ieder geval geen verstand heb van schepen. Laat ik het bij mijzelf houden. Ik stel vast dat het schip ver voor mijn geboorte, en ik dacht ook ver voor de geboorte van de heer Pechtold, cadeau is gedaan aan de toenmalige kroonprinses. Daar is toen bij gezegd: we geven niet alleen het schip cadeau zolang u erop kunt varen, maar we gaan ook het onderhoud betalen. Dat onderhoud is vanaf het begin ondergebracht bij Defensie. Defensie moet vervolgens werken op basis van marktconforme tarieven, op grond van de Wet markt en overheid, die we hier gemaakt hebben. Ze heeft aan een gerenommeerd bedrijf gevraagd wat nou reëel is om aan onderhoud te doen en wat reëel is om daarvoor in rekening te brengen. Ik zie die bedragen ook. Ze zijn behoorlijk fors. Dat vinden we allemaal. Ik heb er in ieder geval geen verstand van, dus ik moet varen op dit soort deskundige oordelen. Inderdaad: het was €50.000 à € 60.000. Daarbij bleek dat we nog een nabetaling moesten doen over de afgelopen jaren, want er bleken tekorten te zijn in die pot. Daarom hebben we gezegd: geef nou meteen zo'n tarief op dat we geen nabetalingen hoeven doen.

Ik vraag eigenlijk twee dingen aan de Kamer. Het eerste is om te erkennen dat onze voorgangers en het Nederlandse volk dit schip cadeau hebben gedaan. Of de Kamer daar een rol in had, weet ik niet eens. In ieder geval is dat schip ooit cadeau gedaan, inclusief het onderhoud. Ik vraag de Kamer om dat gewoon op een faire en nette manier uit te voeren en vervolgens met elkaar te zeggen: deskundigheid is er wel of niet, maar laten we aan een andere, objectieve partij vragen wat nou reëel is. Ik heb al tegen de heer Van Raak gezegd dat ik daarnaast in kaart wil brengen wat nou de redenen zijn dat Defensie het onderhoud doet. Ik vind dat logisch. Ik verdedig dus niet al die individuele potjes. Nogmaals: ik heb er net zo veel verstand van als de meesten hier. We moeten hier kunnen varen op onafhankelijke deskundigen om een oude afspraak, die in 1957 gemaakt is, na te komen. Het laatste wat ik wil, is daarover ruziemaken met Alexander Pechtold. Wij hebben wel andere onderwerpen waarover wij ruzie kunnen maken: Europa en noem er nog maar een paar.

De voorzitter:

Er blijft bij deze toezegging één vraag open: de Kamer wil hier graag zo snel mogelijk over geïnformeerd worden en niet pas bij de volgende begroting.

Minister Rutte:

Vanzelfsprekend eerder. Mijn voorstel is juist dat wij die second opinion vragen en dat ik die met een appreciatie naar de Kamer stuur. Overigens wil ik ook nog ingaan op het punt van de Stichting Kroongoederen dat de heer Pechtold maakte, wat ik heel goed begrijp. Daar zit het niet in omdat het daarmee onderdeel is van die kroongoederen. Daar is het ooit in terechtgekomen om een reden die ik ook niet precies kan achterhalen. Je kunt je inderdaad afvragen of dat de meest logische plek is. Misschien moet je wel naar een aparte stichting toe. Dat wil ik ook onderzoeken. Misschien mag ik ook de toezegging doen om te bekijken of het zinvol is daar een aparte stichting van te maken. Je moet je namelijk voorstellen dat het onderhoud aan het schip vervalt, mocht prinses Beatrix er op enig moment geen gebruik meer van maken. Maar dan moet je wel opnieuw met elkaar bekijken hoe je als Nederland voorkomt dat er heel ordinaire dingen gebeuren met dit heel bijzondere object of dingen die niet passen bij de waardigheid waarmee het schip tot nu toe is gebruikt. Dat is overigens ook de reden waarom het nu in die Stichting Kroongoederen zit. Dat betekent niet dat het daar dan onderdeel van is, maar ik snap de verwarring. Ik zag het ook in een artikel van Frits Wester op de website van RTL. Dus het is heel goed mogelijk dat je dat in een aparte stichting onderbrengt.

Tot slot vroeg mevrouw Van der Burg over De Groene Draeck: zou het niet mogelijk zijn om in de bijlage van de begroting te verwijzen naar de begroting van Defensie, waarin deze uitgaven worden geraamd? Dus: hoe maak je het overzichtelijk? Dat past bij de rode draad in haar betoog: hoe zorg je ervoor dat alle uitgaven rondom het koningshuis bij elkaar worden gebracht? Die uitgaven zitten nu niet in die bijlage, maar in de bijlage bij de begroting van de Koning wordt wel verwezen naar de begroting van Defensie. Ik kan mij voorstellen dat wij nog eens heel goed bekijken hoe wij De Groene Draeck daarin zichtbaar maken, zolang dat onderhoud gedaan wordt.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik ben gevoelig voor het argument dat de minister-president nu een paar keer heeft gebruikt: afspraak is afspraak. De toenmalige prinses heeft dat cadeau gekregen toen ze 18 werd, met de afspraak: voor het onderhoud zal betaald worden. Maar klopt het dat prinses Beatrix een aantal jaren geleden — toen was het onze koningin — in 2010, 2011, zelf extra onderhoudskosten voor haar rekening heeft genomen?

Minister Rutte:

Zeker. Daarbij zit op het gewone onderhoud weer een bijzondere component; het bleek dat wij te weinig hadden begroot met elkaar, waardoor er een nabetaling moest plaatsvinden. Vandaar dat het bedrag toen naar €95.000 is gegaan. Toen is er ook een keer een heel groot onderhoud geweest. Dat is één keer gebeurd sinds het schip bestaat. Dat heel grote onderhoud heeft zij zelf betaald. Dat is sinds 1957 één keer gebeurd.

De heer Slob (ChristenUnie):

Het is dus op zich niet onredelijk om misschien een keer een gesprek te hebben en te vragen of er eventueel een eigen bijdrage kan worden geleverd als de onderhoudskosten ver boven het gemiddelde liggen. Dat zou altijd besproken moeten mogen worden. Maar goed, de premier heeft een toezegging gedaan. Er komt een second opinion. Wij zullen er op een later moment op terugkomen, want ik denk dat wij echt moeten voorkomen dat wij dit soort discussies te vaak gaan hebben.

Minister Rutte:

Helemaal mee eens.

De heer Slob (ChristenUnie):

Daar is helemaal niemand bij gebaat.

Minister Rutte:

"I couldn't agree more" met de heer Slob.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Dank voor de toezegging op mijn verzoek om een second opinion op het onderhoudsniveau en het realistische onderhoudsniveau. Dat doen wij om bijvoorbeeld te bekijken of het elk jaar nodig is om te schilderen, maar er kunnen ook andere voorbeelden zijn. Maar ik ben geen expert. Ik laat dat graag aan de deskundigen over. Wij moeten ook kijken naar het reële kostenniveau, gezien het verschil in die offertes. Dus dank daarvoor.

Ik stond hier ook om te vragen naar de bijlage, maar inmiddels ben ik bediend. Ik ben blij dat dat daar ook transparant gemaakt wordt, want wij moeten af van het soort beelden dat zaken weggestopt worden. Dat is niet goed.

Minister Rutte:

Dank aan mevrouw Van der Burg.

Er lagen nog een paar punten ten aanzien van de belastingen. Er was nog een vraag over verzekeringen. Dat zijn natuurlijk geen belastingen, maar ook voor verzekeringen voor bijvoorbeeld de inboedel van Paleis Noordeinde — het servies, transportmiddelen en het personeel — geldt dat ze bekostigd worden uit artikel 2 van de begroting van de Koning op basis van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. Er wordt gewoon btw betaald, ook over de speedboot. Ik dacht dat de heer Pechtold die vraag stelde. Ten aanzien van de ozb kan ik melden dat de paleizen uiteraard ter beschikking worden gesteld door de Staat. Dat betekent dat de eigenaar het eigenaarsdeel daarover betaalt bij zakelijk gebruik, wat aan de orde is. Bij paleizen wordt tevens een gebruikersdeel bij de DKH in rekening gebracht door de gemeenten. Amsterdam doet dat niet voor het Koninklijk Paleis op de Dam. Den Haag doet dat wel voor Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde. Dat gebruikersdeel komt ten laste van artikel 2 van de begroting, op basis van de Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis. Dat waren een paar punten die er nog lagen toen we net met elkaar spraken over de belastingvrijdom. Ik meen dat ze hiermee beantwoord zijn.

Ik kom op het groot onderhoud aan de paleizen. Daar is al eerder over gesproken. Mevrouw Van der Burg — ik roep haar naam even naar achter in de zaal: mevrouw Van der Burg! — heeft daar vanavond vragen over gesteld. Ze vroeg: hoe zou je dat nu ook meerjarig zichtbaar kunnen maken? Ik meen dat de heer Slob daar eerder ook over heeft gesproken en bij een eerdere begrotingsbehandeling ook nog toenmalig Kamerlid Van Ojik. Hoe maak je dit nu inzichtelijk? Ik zeg er meteen bij dat dit ingewikkeld is. De paleizen zijn rijksmonumenten en daarom worden ze gefinancierd uit de begroting van Wonen en Rijksdienst. Dat geldt ook voor de monumentale gebouwen waarin de Hoge Colleges van Staat zijn gehuisvest, zoals dat van dit Hoge College van Staat, waarvan de Kamerleden lid zijn.

In mijn brief van 19 juni heb ik de Kamer geschreven dat het aanleggen van reserveringen voor groot onderhoud aan paleizen het hele stelsel van die Hoge Colleges raakt. We hebben bekeken hoe we het zouden kunnen doen. Ik denk dat we het volgende zouden moeten doen. De voorspelbaarheid van groot onderhoud aan paleizen kun je vergroten door een meerjarenplanning op te stellen. Die planning komt dan in de begroting van Wonen en Rijksdienst te staan en de bijlage komt dan bij de begroting van de Koning. In de planning wordt dan aangegeven wanneer onderzoeken plaatsvinden en wanneer noodzakelijke renovaties zullen moeten worden uitgevoerd. Het probleem van de piekbelasting in de begroting moet volgens mij worden opgelost door gebruik te maken van de leenfaciliteit. Dat doen we overigens ook bij andere renovaties. Op die manier kunnen de uitgaven over meerdere jaren worden uitgesmeerd middels aflossing via een gebruikersvergoeding. De dekking wordt georganiseerd via reguliere begrotingsmomenten en verantwoord aan de Kamer op het moment dat wordt besloten tot renovatie. Als we het zo doen, kunnen me volgens mij maximaal en meerjarig transparantie bereiken en daarmee de voorspelbaarheid bevorderen zonder dat we de systematiek van het kasstelsel, op basis waarvan de overheid werkt, geweld aandoen. Ik meen dat ik zo hetgeen ik eerder heb besproken met de heer Slob en met toenmalig Kamerlid Van Ojik en nu dan de vraag van mevrouw Van der Burg het beste kan beantwoorden.

Ik kom op het probleem van de verbouwing van Huis ten Bosch. Ik heb het eerder in de media al eens gemeld en volgens mij ook al een keer in de Kamer, maar ik zeg het anders ten overvloede nog maar een keer: ik ben gewoon te stellig geweest toen ik het bedrag van 35 miljoen noemde. Wat is er gebeurd vanaf dat moment bij de behandeling van de rijksbegroting voor 2015? Er is technisch onderzoek uitgevoerd, waaruit bleek dat er meer asbest in het paleis aanwezig was en dat het dak, de schoorsteen en de bordestrap in een slechtere staat verkeerden dan was verwacht. Daardoor liepen de geraamde kosten op naar 41,5 miljoen. Ook bleek dat de staat van onderhoud van het middendeel en de Haagse vleugel slechter was dan eerder was voorzien en dat de renovatie van die delen van het paleis uiterlijk na tien jaar zou moeten plaatsvinden. De kosten daarvan werden geraamd op 32 miljoen, waardoor de totale kosten zouden uitkomen op 73,5 miljoen. Ik heb er toen opnieuw naar gekeken, ook met de collega voor Wonen en Rijksdienst en de minister van Financiën. Ik heb toen gezegd: je kunt het beter in één keer doen. In één keer de hele renovatie van het paleis gaat 59 miljoen euro kosten, gebaseerd op het prijspeil bij oplevering. Dat komt dus lager uit dan als je het gefaseerd zou doen. De totale renovatie gaat nu 40 maanden duren. Naar verwachting zal die eind 2018 zijn afgerond. Deze middelen zijn inpasbaar gebleken in de begroting, te financieren uit het eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf. We hebben daarvoor dus geen additionele fondsen elders hoeven zoeken. Iedereen die zegt dat ik vorig jaar te stellig was, heeft in ieder geval volkomen gelijk.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben blij dat de premier dat laatste ruiterlijk zegt. Daarom hebben we vorig jaar namelijk ook doorgevraagd en daarom was ik toen blij dat hij zei: dit is het en het wordt niet méér. Drie dingen vallen me nog steeds op. In de eerste plaats: waardoor kan een ingeschatte vierkantemeterprijs van €4.000 vorig jaar nu opeens stijgen naar €6.500? Ten tweede: waarom is vorig jaar asbest genoemd als een van de redenen waarom het bedrag zo hoog was, namelijk 35 miljoen, en waarom wordt nu asbest als tegenvaller genoemd en mede opgevoerd als verklaring voor de 59 miljoen? Ten derde: vorig jaar werd gezegd "het is het hele paleis" en werd uitgegaan van een oppervlakte van een bepaald aantal vierkante meters, dit jaar wordt gezegd "het ging maar om een half gebouw; we doen nu naast de Haagse en de Wassenaarse kant ook de andere kant", maar er is nog steeds sprake van dezelfde oppervlakteprijs. Dat zijn drie dingen die mij nog steeds verbazen.

Minister Rutte:

Het laatste klopt niet. Vorig jaar ging het over de Wassenaarse vleugel. De rest zou gefaseerd gebeuren. Dat is een.

Ten tweede heeft de heer Pechtold gelijk dat het asbest op zich al in de berekeningen zat, maar er bleek veel meer van te zijn. Daarnaast blijken het dak, de schoorstenen en de bordestrap er veel slechter aan toe te zijn dan we dachten, waardoor de raming van 35 miljoen oploopt naar 41,5 miljoen.

Dan de vraag over de vierkantemeterprijs. De renovatie zoals die er toen lag, had betrekking op de woonvleugel en op de technische installaties in het hele paleis. Nogmaals, de 35 miljoen ging over de woonvleugel, het Wassenaarse deel en de technische installatie in het paleis. We hebben er toen voor gekozen om vanuit de bandbreedte te bekijken wat gewoon is. Dan kom je op tussen de €4.000 en €5.000 per vierkante meter. We hebben toen gedacht, omdat het om de woonvleugel ging, dat we toekonden met €4.000 per vierkante meter. Uitgaande van een brutovloeroppervlak van bijna 9.000 m2 kwam dat uit op die 35 miljoen. We hebben nu de hele detailuitwerking. Er is ook uit aanvullend onderzoek gebleken dat het benodigde technisch onderhoud veel groter is dan eerder werd aangenomen. Daardoor is die prijs gestegen. Dat is de verklaring. Vorig jaar ging het bij die 35 miljoen dus om het Wassenaarse deel en de technische installaties van het geheel.

De heer Pechtold (D66):

Ik vind het nog steeds raar dat, als vorig jaar al bekend was dat er asbest in zat en dat toen al meegerekend was, …

Minister Rutte:

Het was veel minder.

De heer Pechtold (D66):

… het dan nog meer kan tegenvallen. Maar oké, die geef ik dan. Dan vind ik nog iets raar, en daarop krijg ik graag een toelichting. We hebben het over een paleis. Het zijn vergelijkbare zaken. Ik neem aan dat de diensten daar ervaring mee hebben. Ik vind het raar dat je van een inschatting van €4.000 tot €4.500, wat behoorlijk aan de prijs is, naar €6.500 de meter gaat.

Dan mijn laatste punt. Of we begrijpen elkaar niet, of we praten langs elkaar heen. Juist omdat vorig jaar alleen de Wassenaarse kant, dus een half paleis, werd genoemd, verbaast het mij dat in de berekeningen dezelfde oppervlakte wordt berekend bij een half paleis als bij een heel paleis.

Minister Rutte:

Dat laatste moet ik nakijken. Ik heb het niet zelf opgemeten. Ik zal wel op de andere vragen ingaan.

De stijging van 35 miljoen naar 41,5 miljoen komt door meer asbest, dak en schoorstenen. Ik wijs er ook op dat de laatste serieuze restauratie van het paleis heeft plaatsgevonden tussen 1950 en 1956. Toen prinses Beatrix besloot om na aanvaarding van het koningschap naar Den Haag te verhuizen, is er wel onderhoud gepleegd, maar geen fundamenteel onderhoud. We moeten dus gewoon vaststellen dat de zaak er krakkemikkig bij staat. Het is allemaal wel af en toe opgeschilderd en bijgewerkt, maar neem bijvoorbeeld die bordestrap waar de heer Pechtold ooit op heeft gestaan en ikzelf ook twee keer. Ik zal niet zeggen dat we daar met goed geluk vanaf zijn gekomen, maar die is er echt slecht aan toe. Het is maar goed dat we daar nu achter zijn en het fundamenteel kunnen aanpakken. Dan stijgen natuurlijk de totale verbouwingskosten van het hele gebouw. Die kunnen we dus enigszins drukken door het nu in één keer te doen en niet in twee fases, want dan zouden de kosten oplopen naar 73,5 miljoen.

De heer Pechtold (D66):

Ik voel dat we onder deze verbouwing wel een streep gaan zetten, maar ik wil nog één punt duidelijk hebben. Vorig jaar werd met de vierkantemeterprijs gerekend over met half paleis; nu gaat het over een heel paleis. Het hoeft nu niet in detail, maar ik wil graag …

Minister Rutte:

In tweede termijn doen we dat nog eventjes.

De heer Pechtold (D66):

… die vierkante meters en de prijs.

Minister Rutte:

Is dat mogelijk? Ik kijk even naar mijn ambtenaren. Dat gaat lukken in tweede termijn, zie ik.

Ik noem nog twee zaken ten aanzien van de monarchie. Ik begin met de Gouden Koets. Het is de eerste keer dat dit type groot onderhoud plaatsvindt. Zoals bekend was het een inhuldigingsgeschenk van de inwoners van Amsterdam aan koningin Wilhelmina in 1898. De postzegelverzamelaars kennen de inhuldigingszegel, met een iets grotere 1 dan de gewone postzegel van 1 gulden, maar goed. Daarnaast was er dus de Gouden Koets. De restauratie van de Gouden Koets wordt opgevangen binnen artikel 2 van de begroting van de Koning. Uit het materiële budget van de Dienst van het Koninklijk Huis worden de uitgaven gedaan voor de instandhouding van het rijtuigenpark, zoals auto's, paarden en rijtuigen. De restauratie van de Gouden Koets wordt binnen dit reguliere budget opgevangen. Ook als die meer zou kosten dan verwacht, gebeurt dat binnen het reguliere budget. Dat zeg ik in antwoord op de vraag van mevrouw Van der Burg.

Ik kom op de openstelling van paleizen. Mag ik er allereerst op wijzen dat er heel veel is opengesteld? Ik noem het Koninklijk Paleis te Amsterdam. Ook het oude stadhuis is een paleis met een publieksfunctie en museale functie, dat toegankelijk is. Museum Paleis Het Loo en Paleis Soestdijk zijn toegankelijke paleizen met een publieksfunctie en museale functie. De Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch is nu tijdelijk open tot eind dit jaar. Dit is inclusief de verlenging, die mogelijk is omdat Huis ten Bosch nu niet in gebruik is. Er worden immers voorbereidingen getroffen voor groot onderhoud en renovatie; we spraken daar zonet over. Daarna wordt dit het woon- en werkpaleis voor de koning en koningin Máxima. Daarnaast worden om aan de grote publieke belangstelling tegemoet te komen door middel van een film beelden van de Oranjezaal en Huis ten Bosch bij wijze van virtuele rondgang voor iedereen beschikbaar gesteld via internet. Via Google Street View zijn het Koninklijk Paleis Amsterdam en de Oranjezaal te zien en naar verwachting Paleis Noordeinde, het Koninklijk Huisarchief en de Koninklijke Stallen begin volgend jaar. Het Kroondomein is het gehele jaar open, met uitzondering van de periode van faunabeheer. Om veiligheidsredenen is het dan gesloten. Het Koninklijk Huisarchief en het Koninklijk Staldepartement maken beide deel uit van het complex Paleis Noordeinde en zijn onder voorwaarden toegankelijk, bijvoorbeeld voor de fractievoorzitter van D66 en collega's die daar geweest zijn. Het Kabinet van de Koning in Den Haag is jaarlijks geopend op Open Monumentendag — u wordt dan ontvangen door de directeur — en tijdens bijzondere gelegenheden, zoals bij het Grondwetfestival vorig jaar. In algemene zin kan dus worden gesteld dat openstelling van overheidsgebouwen plaats kan vinden als dat verantwoord is met het oog op gebruik, staat van onderhoud, kwetsbaarheid van de ruimtes, veiligheid, beveiliging, de privacy en de werkomstandigheden.

Tegen die achtergrond kan ik u melden dat ik er geen voorstander van ben — integendeel — om Huis ten Bosch ook open te stellen. Dat is gewoon een woonplek. Het is in feite één gang met aan één kant kamers en soms aan twee kanten, waar de koning, de koningin en het koninklijk gezin wonen. Daarvan een deel openstellen is gans onmogelijk. Dan Paleis Noordeinde. Het woord paleis klinkt alsof het mooi is; ik vind het overigens wel meevallen. Het is niet voor niks dat voormalig Koningin Wilhelmina na de oorlog zei: waarom staat het er nog. Paleis Noordeinde is gewoon een werkpaleis; het is gewoon een kantoor. Ik acht het echt ondoenlijk om daar tussen alle medewerkers van de Dienst Koninklijk Huis allerlei rondleidingen te laten plaatsvinden.

Dat over de monarchie, meen ik.

De voorzitter:

Nog niet helemaal, denk ik. Mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Ik doe het even kort; dan kan de premier zich voorbereiden. Ik heb nog een vraag gesteld over 7,5 ton aan telefoonkosten.

Minister Rutte:

Die vraag beantwoord ik in tweede termijn.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb nog een vraag gesteld over Griekenland. Ik heb gevraagd of de beveiligings- en steigerkosten binnen het budget zijn gebleven en of er voor de beveiliging — dat verhaal gaat — ook zo'n snelle speedboot gekocht moest worden.

Minister Rutte:

Daar krijgt u antwoord op in tweede termijn.

De heer Pechtold (D66):

Tot slot het volgende. Wij kregen op 16 januari 2012 de brief van toen nog de kroonprins dat de villa in Mozambique zou worden afgestoten. Mijn vraag is of het koninklijk paar — toen nog het prinselijk paar — sinds die datum geregeld in Mozambique bij die villa is geweest. Ik dacht dat we dat dossier gesloten hadden, maar mij is geworden dat die villa toch nog bezocht wordt. Als dat geruchten zijn, dan hoor ik het graag, want dan is dat ook uit de wereld.

Minister Rutte:

Dat laatste weet ik niet en dat wil ik ook niet weten. Ik ga nu iets zeggen tegen de Kamer op basis van de voorlichting van de vicepresident van de Raad van State Tjeenk Willink uit 2011. Het is niet alleen mijn taak om ervoor te zorgen dat de ministeriële verantwoordelijkheid wordt ingevuld ten aanzien van de Koning in de publieke functie, maar dat ik ook gehouden ben, het privédomein van het koninklijk gezin af te schermen. Dat doe ik ook echt hier. Dus waar ze naartoe op vakantie gaan, ik wil het niet eens weten. Als ze het me toevallig vertellen, is dat prachtig, maar ik hoef het niet te weten. Ik vind het wel heel belangrijk dat, wil deze familie ook nog een beetje privacy hebben, we hier niet ook nog eens wat ze verder privé doen gaan bespreken. Het was toen relevant gezien het feit dat het huis in Mozambique langzamerhand een heel ding werd. Daarom kwam de brief, van toen nog de Kroonprins, over de verkoop et cetera. Dat begrijp ik ook allemaal en gelet op de geschiedenis van het dossier snap ik het, maar of zij nog wel of niet in Mozambique op vakantie gaan of in omliggende landen, daar gaan wij niet over. Laten we dat nu echt in de privésfeer laten.

De heer Pechtold (D66):

In het algemeen ben ik dat met de premier eens, maar zijn ministeriële verantwoordelijkheid duurt 24 uur per dag. Het was nogal een gedoe dat Mozambique, maar de reden om het af te stoten — en dat werd toen ook vermeld als reden, ook door het toen nog prinselijk paar — was vanwege de volgende zaken. Het was een corrupt gebeuren om Mozambique heen. Dat zou veiligheidsrisico's kunnen hebben. Überhaupt was veiligheid en de beveiliging daar een hoge kostenpost en dat geldt ook voor de medische verzorging. Er was toen sprake van dat er een schip voor de kust zou moeten liggen om in geval van … Dus je kunt niet zeggen dat als de koninklijke familie daar nu nog op vakantie gaat, dit buiten de ministeriële verantwoordelijkheid valt. Mijn belangstelling beperkt zich heel snel, maar omdat het deze voorgeschiedenis had … Ik vraag ook niet naar Argentinië, waar men ook bezit heeft, waarschijnlijk familiebezit, en op vakantie gaat, maar Mozambique ligt gevoelig. Er is ons toen verteld dat het zou worden afgestoten. Vervolgens kregen we te horen dat het nog was ondergebracht in een stichting omdat het moeilijk te verkopen was. Ik wil graag weten of we onder dat hele Machangulo nu een streep kunnen zetten. Daarbij is wel de vraag aan de orde of de familie er nog naartoe gaat, want dan zouden de aspecten van veiligheid, gezondheidszorg en de kosten die daar voor ons bij komen, wel degelijk relevant zijn. Ik krijg dus graag toch een antwoord op mijn vraag.

Minister Rutte:

Het huis is afgestoten. Dat is één. Twee: nogmaals, waar de familie op vakantie gaat, daar ben ik strak in, met in de ransel de voortreffelijke voorlichting van Tjeenk Willink, toen vicepresident van de Raad van State. Daarover hebben wij toen uitvoerig over gedebatteerd. Het is niet alleen mijn taak om ministeriële verantwoordelijkheid te nemen en daarover verantwoording af te leggen aan de Kamer, maar ik ben ook gehouden om de privésfeer op bepaalde momenten af te schermen. Ik doe dat echt.

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar ik vertelde zojuist waarom ik vind dat vanwege de voorgeschiedenis ...

Minister Rutte:

Dat betrek ik in mijn antwoord.

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar dan denken we daar nog steeds anders over.

Minister Rutte:

Dat kan.

De heer Pechtold (D66):

Gezien de voorgeschiedenis, maar met name vanwege de argumentatie, zou het toch een vervelende situatie zijn dat het eigendom is afgestoten, maar het gebruik er wel is en eigenlijk het enige verschil is dat er geen eigendom meer is. Anders had men het ook kunnen houden. Als men toentertijd gevoelig was voor de argumentatie dat het niet verstandig was en deze keuze heeft gemaakt, dan vind ik dat dit de facto in de praktijk ook moet gebeuren. We kunnen dan niet nu zeggen: als men er gebruik van maakt, het huurt of wat dan ook, dan is dat een andere situatie. Nee, de argumentatie betrof toen veiligheid, corruptie van die provincie, de gezondheidszorg, een eventuele behandeling, evacuatie et cetera. Dat waren belangrijke argumenten.

Minister Rutte:

Ik heb geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de koning niet heeft gedaan wat hij toen naar buiten heeft gebracht. Verder blijf ik echt bij het vorige antwoord.

Ik kom nu toe aan een aantal vragen die aan het departement van Algemene Zaken regarderen. Ik begin met de eenheid van het regeringsbeleid. Er wordt een beetje de indruk gewekt dat de hele begroting van Algemene Zaken naar de Rijksvoorlichtingsdienst gaat. Ik kan melden dat dit niet zo is, want er gebeuren uiteraard ook heel veel andere zaken bij dit departement. Ik ben het overigens eens met degenen die van mening zijn — onder anderen de heer Slob bracht dat in dit debat naar voren — dat de overheidscommunicatie het algemeen belang heeft te dienen, en niet het specifieke, politieke belang van de betrokken bewindspersoon.

We kennen in Nederland een traditie van ambtelijke benoemingen, waarbij we niet kijken naar de partijpolitieke kleur. Dat geldt wat mij betreft in het bijzonder voor communicatiemedewerkers en woordvoerders van bewindspersonen. Mijn waarneming is dat die van hoge kwaliteit zijn. Daarbij is er een scherpe scheiding tussen overheidscommunicatie en partijpolitieke voorlichting. Ik doe dat zelf ook. Als ik naar een partijbijeenkomst ga, is het echt ondenkbaar dat de Rijksvoorlichtingsdienst mij daarbij zou ondersteunen. Voor dat type activiteiten en de partijcontacten staat iedere bewindspersoon desgewenst een politiek adviseur ter beschikking.

Ik denk dat het een belangrijke traditie is en ik heb geen enkele aanleiding om dat te willen veranderen. Dat wordt ook niet veranderd met de reorganisatie van BZK, zoals hier en daar wel is gesuggereerd. De communicatie van de rijksoverheid wordt niet vervlochten met partijpolitieke belangen. We hebben goede mensen, die echt vanuit het algemeen belang de overheidscommunicatie dienen. Dat is precies hoe we het moeten doen.

Over de eenheid van het regeringsbeleid kan ik opmerken dat de grondwettelijke taakopdracht inzake de bevordering van de eenheid van beleid logischerwijs meebrengt dat er in hoofdzaak zo veel mogelijk eenvormigheid moet zijn in de woordvoering van bewindspersonen. Die komt tot stand door de gezamenlijke voorbereiding van besluitvorming en algemene en bijzondere afspraken op het gebied van communicatie en woordvoering. Het ministerie van Algemene Zaken ondersteunt daar natuurlijk ambtelijk in. Zo nodig wordt er ook politiek ingegrepen c.q. zwaar op gestuurd. De eenheid van regeringsbeleid is van groot belang.

Dan kom ik op het vraagstuk van de stukken voor Prinsjesdag, tenzij de heer Slob niet alleen bij de interruptiemicrofoon staat om de benen te strekken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat kun je soms combineren. Ik heb een informatieve vraag gesteld over het aantal voorlichters dat op al die ministeries rondloopt. Er doen nogal wat verschillende getallen de ronde. De minister-president is volgens mij degene die verantwoordelijk is voor alles. Kan hij ons daarover informeren? En kan hij mij uitleggen wat er precies bij Binnenlandse Zaken gaande is als het om communicatie gaat? Wij hebben begrepen dat een en ander wordt samengevoegd. Er is de indruk ontstaan dat er wat dingen door elkaar heen gingen lopen bij de beleidsvoorlichting en de meer politieke voorlichting.

Minister Rutte:

Dat laatste is niet het geval. In 2011 waren 608,1 fte werkzaam op het terrein van de Directies Communicatie van de kerndepartementen. Dat is met 20% gekrompen. In de laatste peiling ging het om 495,9 fte. Daarbinnen is het aandeel woordvoering/persvoorlichting afgenomen van 100,1 naar 87,3 fte. Dus vanuit de departementen houden 87,3 mensen zich bezig met woordvoering/persvoorlichting. En dat was over de 100.

De heer Slob (ChristenUnie):

87,3 over alle ministeries?

Minister Rutte:

Zo is het.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat is informatie die wij graag wilden hebben.

Minister Rutte:

Het is mijn taak om die u te geven.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dan laat ik het hierbij.

Minister Rutte:

Dan de vragen over Prinsjesdag. Wij hebben heel veel geëxperimenteerd met de beste manier van doen. De vorm die wij nu hebben met het ter beschikking stellen onder embargo, is volgens mij de beste vorm. Ik ben er niet voor om de begrotingen eerder naar de Kamer te sturen, omdat de samenhang tussen de begrotingen moet worden bezien. Bovendien vind ik het van belang om de Troonrede het instrument te laten zijn waarmee die samenhang wordt gepresenteerd. Zou je het eerder doen, zou je stukken eerder naar buiten brengen, dan zou het karakter van de Troonrede veranderen en zou de Troonrede een veel politiekere lading krijgen, hetgeen op gespannen voet staat met de onpartijdigheid van het staatshoofd, die uit de aard der zaak toch al een Troonrede brengt die de kleur heeft van het zittende kabinet. Dat moet je niet nog eens verder verergeren door de Troonrede een nog politiekere inhoud te geven. Dat zou het rechtstreekse gevolg zijn van het eerder naar buiten brengen van stukken.

Ik ben met de heer Van Raak van mening dat het een slechte zaak is als stukken uitlekken. Waar dat maar enigszins kan, grijp ik daarop in. Ik heb dat ook de laatste keer natuurlijk weer gedaan. De heer Van Raak vroeg waarom ik geen strafrechtelijk onderzoek laat instellen. Ik heb eerder aan de Kamer geschreven dat de kring van betrokkenen bij het opstellen van dit type stukken zo groot is, dat het totaal geen zin heeft en ondoenlijk is om daar een strafrechtelijk onderzoek naar te laten plaatsvinden.

De heer Van Raak (SP):

Ik word zelden echt boos, maar nu wel. De minister-president heeft ons voor de gek gehouden, omdat wij moesten tekenen voor geheimhouding, en de Koning in zijn hemd gezet, omdat hij met Prinsjesdag oud nieuws moest oplepelen. Dat is niet vanuit de oppositie gebeurd, maar vanuit de ministeries van de minister-president. Dat is zijn verantwoordelijkheid. En hij doet helemaal niks. Hij zegt: ja, een onderzoek terwijl er zo veel mensen bij betrokken zijn … Nee, als er één proces in Nederland is waarin je precies weet wie wanneer welke informatie heeft, dan is het wel het proces van het opstellen van de begroting. Ik laat de minister-president niet wegkomen met loze praatjes. De minister-president gaat optreden of aftreden.

Minister Rutte:

Nogmaals, ik heb er bij andere gelegenheden al over gesproken. Ik ben het geheel met de heer Van Raak eens dat het een slechte zaak is als stukken uitlekken. Op verzoek van de heer Van Raak heb ik daarover een paar keer met de Kamer gecorrespondeerd. Wij zijn van mening dat het niet zou moeten gebeuren. Bij het opstellen van de stukken rond Prinsjesdag zijn veel mensen betrokken. Dat betekent dat het geen zin heeft om daar een strafrechtelijk onderzoek naar in te stellen.

De heer Van Raak (SP):

Ik maak het heel concreet. Zijn delen van plannen, zijn vormen van informatie gedeeld met bepaalde fracties in deze Kamer?

Minister Rutte:

Het is altijd zo dat je als kabinet draagvlak zoekt, ten minste bij de coalitiefracties. Dat is onvermijdelijk, maar dat betekent niet dat zij stukken krijgen. Het betekent dat je in de aanloop naar het opstellen van de begroting aftast. Dat hebben wij bij verschillende gelegenheden ook gedaan met de fracties die schragend waren voor het begrotingsakkoord van oktober 2013. Dat is het normale parlementaire en politieke werk.

De heer Van Raak (SP):

Terwijl ik, vanuit de oppositie, moet tekenen voor het geheimhouden van plannen, geeft de minister-president hier toe dat die plannen, voorstellen in concept, worden gedeeld met andere Kamerleden. Is dat dan de reden dat de minister-president zegt dat zo veel mensen die plannen hebben en dat er daarom geen onderzoek kan worden gedaan? Ik wil het dan aan de voorzitter vragen, omdat er dan ook een mogelijkheid voor onderzoek is. De lekken komen uit het Torentje of hier uit de coalitie. Wij hebben dan een nieuwe situatie. Het is dan niet alleen een zaak van de minister-president die helemaal niets wil, maar wordt ook een zaak voor de Tweede Kamer zelf. Sluit de minister-president uit dat de lekken ook vanuit fracties of Kamerleden kunnen komen? Als dat niet zo is, kan de Kamer zelf een onderzoek instellen.

Minister Rutte:

Dat lijkt mij onwaarschijnlijk, want wij delen geen begrotingsteksten met fracties. Bij het opstellen van een begroting, al is het maar vanwege de meerjarige doorkijk vanuit het regeerakkoord 2012 en het begrotingsakkoord 2013, hebben wij natuurlijk overleg met fracties. Het gaat dan over cijferreeksen en aanpassingen, niet over concrete teksten. Als ik praat over de brede kring van betrokkenen, bedoel ik niet de Kamerfracties of de leden daarvan, maar de vele ambtenaren en politici, in het kabinet en daaromheen, die daarbij betrokken zijn. Dat is zo'n grote kring dat strafrechtelijk onderzoek daar geen zin heeft.

De voorzitter:

Voor de Handelingen vind ik het van belang om op te merken dat de heer Van Raak erg boos was over lekken, ver voordat de Kamer die stukken in haar bezit had. Die stukken kunnen niet vanuit de officiële kanalen zijn gekomen. Er is dus ook geen onderzoeksmogelijkheid en -bevoegdheid voor mij.

Minister Rutte:

Nog even over dit punt, anders ontstaat daar een misverstand over. Ik beweer dus niet dat het lek uit de Kamerfracties komt. Ik denk dat als er wordt gelekt, dit in die hele grote kring van mensen gebeurt, die bezig zijn met het opstellen van de stukken. Die kring is zo groot dat het geen zin heeft om daar strafrechtelijk onderzoek naar in te stellen. Dat is mijn standpunt en dat heb ik ook aan de Kamer geschreven.

De heer Van Raak (SP):

De minister-president weet bij het opstellen van begrotingen per minuut bijna wie welke informatie wanneer heeft. Ik zie dit niet als een onmogelijkheid om onderzoek te doen, maar als onwil van de minister-president om onderzoek te doen. Ik denk dat hij niet op bepaalde tenen durft te gaan staan; ik denk dat hij bepaalde coalitiegenoten of politici niet op de tenen wil trappen, omdat hij misschien goed weet waar de wind vandaan komt.

Minister Rutte:

Ik laat dit echt voor rekening van de heer Van Raak. Ik heb mijn antwoord naar eer en geweten gegeven.

De heer Slob (ChristenUnie):

Het lekken is van alle tijden, maar het was dit jaar echt gênant. Het heeft er zelfs toe geleid dat een debat in de Kamer moest worden stilgelegd, omdat één van de coalitiewoordvoerders onbekommerd begon te spreken over allerlei dingen die pas met Prinsjesdag naar buiten zouden worden gebracht. Het is in de Kamer dus ook al een keer fout gegaan. Ik heb de indruk dat de minister-president zich er nu een beetje bij neerlegt. Het is de Haagse ziekte, zeg maar. Het was zo erg dat onze koning een troonrede aan het voorlezen was met het nieuwe beleid waar helemaal niets nieuws meer in stond. Het is ook in de richting van onze koning niet netjes wat er gebeurde. Wij weten dat er in andere landen andere manieren zijn om, als een kabinet een begroting heeft vastgesteld, daarover met een parlement te communiceren. De Kamer heeft daarvan zelf een keer een overzicht gemaakt; dit was de commissie-De Wijkerslooth. Is de minister-president bereid om toch eens te kijken of het anders zou kunnen en de Kamer daarover in het voorjaar te informeren? Er hoeft geen uitkomst te worden vastgelegd. Het gaat erom om te bekijken of we het lekken kunnen tegengaan en of we daarmee ook recht kunnen doen aan de informatiepositie waarop de Kamer recht heeft.

Minister Rutte:

Ik zou die twee uit elkaar willen trekken. Ik ben het eens met de heren Slob, Van Raak en anderen dat lekken een slechte zaak is. Dat doet afbreuk aan het hele proces rondom Prinsjesdag en geeft bepaalde partijen een oneerlijke voorsprong in dat debat. Daarnaast ligt er de vraag hoe je omgaat met de Prinsjesdagstukken. Ik heb daar ferme opvattingen over. Ik ben van mening dat die pas openbaar moeten worden op Prinsjesdag. Wij hebben er in overleg met de Kamervoorzitters voor gekozen om de stukken op vrijdag onder embargo aan de Kamer te geven, zodat de Algemene Politieke Beschouwingen aansluitend aan Prinsjesdag kunnen plaatsvinden en niet pas een week later, zoals een aantal jaren het geval is geweest. Het aardige daarvan is dat je ook die driedaagse flow erin houdt. Daarom hebben we voor die vorm gekozen. Er zijn nog twee andere mogelijkheden; laat ik die maar meteen afpellen zoals dat ik in die brief zou doen die ik in het voorjaar zou moeten schrijven. Je kunt de begrotingshoofdstukken openbaar maken wanneer ze klaar zijn. Die gedachte hebben we bekeken en verworpen, omdat je tot op het laatste moment tussen begrotingen aan het schuiven bent. Als de ene begroting af is en je gaat verder met de volgende, dan heeft dat toch weer effect op elkaar. Je moet eigenlijk toch wachten tot de laatste begroting klaar is. Vervolgens moet het dan naar de Raad van State et cetera.

De tweede mogelijkheid is dat je alles op vrijdag openbaar maakt, en dus niet onder embargo. Dat zou je ook kunnen doen. Ook dat is overwogen, maar ik heb daar uiteindelijk niet voor gekozen, omdat ik het het karakter van de troonrede zodanig vind veranderen dat het staatsrechtelijk kwetsbaar wordt. Als alles openbaar en bekend is, zou dat betekenen dat de troonrede een nog veel politieker karakter krijgt dan die al heeft. De troonrede heeft natuurlijk altijd een politiek karakter, omdat de zittende coalitie moet tekenen voor die troonrede. Nu is het vooral een aankondiging van maatregelen, maar als alles al bekend is, zal de troonrede veel meer een samenhangend verhaal moeten zijn met een verdiepende politieke lading. Ik vind dat kwetsbaar, gegeven de constitutionele positie van de monarchie. Ik heb die tweede gedachte om die reden verworpen.

Dit zijn eigenlijk de twee modellen waaruit je dan zou kunnen kiezen: elke begroting openbaar maken of alles op vrijdag openbaar maken. Ik ben teruggevallen op de variant van op vrijdag, maar dan wel onder embargo. Dat is de manier waarop je ermee omgaat. Ik zou het willen loskoppelen van het lekken, want waar je ook voor kiest, er kan altijd worden gelekt. Op enig moment vindt er besluitvorming plaats en je kunt als je dat zou willen ook in de aanloop lekken als ervoor wordt gekozen om de begrotingen per stuk openbaar te maken. Het is gewoon een ziekte waar we van af moeten, omdat die schadelijk is. Maar je lost dit volgens mij niet op met een ander publicatieschema voor de begrotingsstukken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Op het moment dat het kabinet klaar is met de besluitvorming, moeten de stukken naar de drukker. Daar gaat nogal wat tijd overheen en dat is vaak de tijd waarin er frequent allerlei onderwerpen naar buiten komen. Het lijkt soms zelfs geregisseerd. Dit jaar was er bijvoorbeeld een ministerie dat met stip op één stond als het ging om wat er gelekt werd. Juist die tussenperiode is het meest kwetsbaar als het om het lekken gaat.

De minister zegt dat het kwetsbaar is voor de troonrede om stukken, wanneer ze klaar zijn, naar de Kamer, de pers en wie er ook maar kennis van wil nemen te laten gaan. Waarom zou dat zo zijn? Het zou toch ook juist een enorme impuls kunnen zijn voor de troonrede, want die lijkt nu soms, met alle respect, wel eens een beetje op het eventjes afvinken van alle verschillende ministeries. De regering zou met andere woorden dan met een wat meer visionair verhaal kunnen komen op Prinsjesdag. Het is volgens mij ook winst voor het kabinet als de troonrede een wat bredere beschouwing is en niet alleen het langslopen van alle onderwerpjes.

Minister Rutte:

Dat is de Wouter Bos-variant. Hij heeft dit een aantal jaar geleden gesuggereerd. Deze variant heeft absoluut zijn charme en als we een presidentieel stelsel zouden hebben, zou ik er zeker ook voor zijn. Ik vind het bij een constitutionele monarchie kwetsbaar, omdat er een verschil is tussen een troonrede die op hoofdlijnen maatregelen benoemt met samenhang daartussen en een troonrede die het meer samenhangende en visionaire verhaal brengt wanneer alle maatregelen al bekend zijn. Die tweede toespraak zou een nog politieker karakter hebben dan de eerste. Nog veel politieker! Op het continuüm van politiek naar politieker staat die al weer een stuk verder. Het zou de monarch dus nog meer in het politieke domein brengen dan die al wordt gesleept door de manier waarop de troonrede nu plaatsvindt.

Het huidige systeem is acceptabel, want die valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid en past in de Nederlandse tradities. Als je verdergaat op dat continuüm, wordt het kwetsbaar. Het wordt dan steeds lastiger uit te leggen dat het niet de opvatting van de Koning maar de opvatting van het kabinet is. Dat is nog enigszins te doen als het een opsomming van maatregelen is met samenhang, maar niet als de maatregelen al bekend zijn en het alleen nog maar de samenhang is met de grotere visie van de coalitie daarachter. Dat is al weer makkelijker als het een coalitie is met linkse en rechtse partijen, maar stel dat het gaat om een kabinet als dat ik hiervoor mocht leiden, een kabinet dat zich geheel op de centrumrechtse flank bevond, dan zal zo'n toespraak nog polariserender zijn ten opzichte van andere politieke partijen. Dat is naar zijn aard onvermijdelijk en ik vind dat je de Koning daar niet in moet trekken. Dat is de opvatting die ik heb en je kunt hierover best discussiëren. Het is mijn opvatting over de ministeriële verantwoordelijkheid.

De heer Slob (ChristenUnie):

Als dit de conclusie is, betekent het dat we het allemaal ongelooflijk erg en vervelend vinden dat er wordt gelekt maar dat het wel een terugkerend iets blijft. De heer Van Raak schrijdt al zolang hij in de Kamer zit ieder jaar naar voren om daar wat woorden aan te wijden. Ik moet zeggen dat ik dat ook wel heel erg onbevredigend en slecht vind.

Minister Rutte:

Ik ook.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik vind dat ook vervelend waar de koning in een bepaalde positie wordt gezet als hij een wat vlakkere troonrede moet uitspreken, een troonrede waarin totaal geen nieuws meer staat. Ik hoef hierop niet vanavond een reactie van de minister-president te krijgen, maar zouden wij niet in de loop van het jaar een moment kunnen prikken om daarover met elkaar van gedachten te wisselen? Zo kunnen wij met elkaar bekijken of wij ergens kunnen komen, omdat de huidige situatie — ik herhaal het maar — niet bevredigend is.

Minister Rutte:

Dan stuur ik een brief aan de Kamer waarin staat wat ik zonet vertelde. Dat wil ik overigens best doen. Wij kunnen er ook nog eens apart over praten, mede omdat de heer Slob en ik het op één punt misschien niet helemaal eens worden op dit moment. De heer Slob combineert namelijk het lekken met het publicatiemoment van stukken. Mijn opvatting is een andere. Welk publicatiemoment van stukken je ook kiest, het lekken zal dan altijd het publicatiemoment min zoveel dagen of weken zijn. Als hier het publicatiemoment is, dan wordt daar gelekt, en als het publicatiemoment daar ligt, dan wordt er uiterlijk tot dit moment gelekt, namelijk wanneer de informatie nog actueel is. Ik vind het mijn taak om dat zo veel mogelijk te beperken. In die taak heb ik de laatste keer onvoldoende succes gehad. Ik ben het eens met degenen die zeggen dat het heftiger was dan andere jaren; ik begrijp dan ook de grote irritatie van Van Raak en anderen. Ik kan geen harde garanties geven, maar doe wel mijn best om het te beperken. Ik meen alleen dat de wijze waarop stukken openbaar worden gemaakt en de fasering daarin weinig effect zullen hebben op het lekken. Het heeft wel effecten op de troonrede en het karakter van Prinsjesdag. Voor die effecten waarschuw ik, en om die reden meen ik dat wij het niet moeten doen, ook omdat het geen oplossing voor het lekprobleem biedt.

De heer Slob (ChristenUnie):

Er is een toezegging voor een brief gedaan. Die handreiking neem ik aan. Op een later moment spreken wij erover door. Voorjaar 2016 lijkt mij een goede afspraak.

Minister Rutte:

Ja.

Daarmee ben ik bijna door de vragen heen. Er waren nog vragen over de viering van 200 jaar Koninkrijk. Deze viering had geen betrekking op een specifieke staatsvorm, hetgeen ook blijkt uit de ondertitel "Nederland is jarig". Er is, mede op verzoek van de heer Pechtold en anderen tijdens eerdere debatten, ook veel aandacht geweest voor de aanloop naar 1813, de Bataafse voorgeschiedenis van de nationale staat. Dat is onder meer in publicaties en toespraken gebeurd, zodat het in de context is geplaatst. De Koninkrijksdimensie is aan bod gekomen door een bijeenkomst van het Jeugdparlement op Sint-Maarten. Er zijn door het comité vijf eigen evenementen georganiseerd en er hebben ruim 270 spontane activiteiten plaatsgevonden, van heel veel verschillende organisaties. De bekendheid hiermee bij de bevolking is volgens een peiling rond de 50%. Een miljoen mensen hebben meegedaan aan alle activiteiten; ik denk dat dat een goede score is. Het is natuurlijk niet de score die je krijgt op de vraag: wanneer liep de Tweede Wereldoorlog af? Wij vieren ieder jaar 4 en 5 mei, en dat staat heel erg in de publieke bekendheid. 200 jaar Koninkrijk is een wat meer in de geschiedenis gelegen feit. Maar als je kijkt naar de activiteiten en de betrokkenheid, was het naar mijn mening toch een mooi succes.

Het feest heeft plaatsgevonden in Scheveningen, Den Haag, Maastricht, Zwolle en Amsterdam. In Amsterdam heeft het slotfeest plaatsgevonden. Wat betreft de kosten: verdeeld over een periode van vijf jaar heeft het ministerie van Algemene Zaken circa 2,75 miljoen euro bijgedragen aan het comité en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie circa 1,35 miljoen. Dat betekent voor AZ per jaar zo'n 0,5 miljoen en voor BZK ongeveer drie ton. Er zijn ook financiële middelen door derden ter beschikking gesteld aan het comité.

Daarmee heb ik alle vragen beantwoord, dacht ik.

De heer Pechtold (D66):

Ook nu zijn toch een paar heel belangrijke vragen niet beantwoord. Ik heb de premier vorig jaar die steekproef voorgehouden. Wij hebben toen een stagiair gevraagd om buiten het reces een stuk of acht dagen te kiezen en te bekijken hoeveel schriftelijke vragen op die dagen gesteld zijn en wat de termijn was. Daar kwam vorig jaar uit dat van die vragen, een flink tiental ...

Minister Rutte:

Hierop antwoord ik in tweede termijn. Dit heb ik net aan de ambtenaren geseind. Dit komt terug in tweede termijn. Ik had inderdaad nog niet op de vraag geantwoord. Ik herken hem wel uit het betoog van de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Er lag nog een tweede vraag. Zojuist ging het over lekken. Mij ging het om het tegenovergestelde: de vuile was. Het valt mij op dat er structureel zaken naar buiten komen op het moment — soms zijn het pijnlijke momenten — dat het kennelijk even uitkomt. Standaard komt er op vrijdagmiddag het nodige. Standaard is dat een moment waarop je als Kamerlid moet opletten. Dat vind ik vervelend. Maar de avond voor Prinsjesdag vond ik echt een dieptepunt. Minister Koenders maakte bekend dat we geen gevangenen opnemen uit Guantánamo, minister Dijsselbloem maakte een tegenvaller bij ABN AMRO wereldkundig, we ontvingen antwoorden op vragen aan Asscher waarom er een helderziendenopleiding was gefinancierd die maar één baan had opgeleverd, er kwam een onderzoek van Koenders over een Nederlandse diplomaat, er kwam een persbericht van de Raad van State over de rechtsbescherming van burgers bij bestuurlijke boetes … Het ging maar door. En toen zaten we bij de troonrede en kwam dat verschrikkelijke rapport van het Openbaar Ministerie uit bij Veiligheid en Justitie. Je kunt natuurlijk zeggen dat Kamerleden 24/7 maar moeten blijven opletten. Ik vind het echter gewoon onprettig dat er zo wordt omgegaan met vervelend nieuws, dus eigenlijk het tegenovergestelde van lekken. Daarom spreek ik de premier er op dit moment op aan, dan heb ik niet al die dingen elke keer te doen. Wat is de visie van de premier hierop?

Minister Rutte:

Dat ik zal kijken of ik dit herken. Overigens lijkt het me heel gevaarlijk om stukken bekend te maken op of vlak voor Prinsjesdag als je het nieuws eigenlijk wilt verstoppen, want direct na Prinsjesdag zijn de Algemene Politieke Beschouwingen. Dan is het parlementaire debat twee volle dagen live op televisie. Ik weet niet of dat moment dus slim gekozen is als dat je doel zou zijn. Maar goed, laten we de discussie of, als dat je doel al zou zijn — en ik ben het met de heer Pechtold eens dat dat niet gewenst is dat je dat doel überhaupt voor ogen hebt — je moet kiezen voor de avond voor Prinsjesdag of voor het moment van uitspreken van de troonrede maar even parkeren.

Ik zal de komende weken zelf eens kijken of ik dit beeld herken. Het zal ongetwijfeld een keer gebeuren. Ik lees ook de artikelen waarin staat dat er van die momenten zijn waarop je in de ogen van deskundigen je problemen naar buiten moet brengen. Maar of het ook gebeurt? Ik geloof onmiddellijk dat die momenten er zijn, maar of het ook gebeurt, ga ik eens even actief volgen.

De heer Pechtold (D66):

Dan zou ik graag hebben dat de minister-president, ook omwille van de tijd, op dit punt eens kijkt naar de laatste Prinsjesdag en wat er daaromheen gebeurde. Ik gaf zojuist al een aantal voorbeelden. Dat was geen toeval meer, dat was overduidelijk. En ja, dan is er de volgende dag zo veel nieuws dat die dingen daartegen wegvallen. Ik vind dat gezien de verhoudingen met en het informatierecht van de Kamer een onprettige manier van zakendoen.

Minister Rutte:

Dat snap ik.

Voorzitter, is het om denkbaar om vijf minuten te schorsen, om allerlei praktische redenen, voordat we doorgaan met de tweede termijn?

De voorzitter:

Dat lijkt mij een bijzonder goed voorstel.

Minister Rutte:

Fantastisch idee!

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan het antwoord van de regering in eerste termijn.

De vergadering wordt van 22.50 uur tot 22.59 uur geschorst.

De heer Van Raak (SP):

Voorzitter. Drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een voorstel te doen hoe de belastingvrijstellingen van de koning, de koningin en de voormalige koningin ongedaan kunnen worden gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raak, Recourt en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (34300-I).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, onderhoud van De Groene Draeck weg te halen bij het Marinebedrijf en in handen te geven van een gespecialiseerd bedrijf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raak en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (34300-III).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de minister-president, een onderzoek te starten naar het lekken van de voorstellen voor Prinsjesdag,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (34300-III).

De heer Van Raak (SP):

De minister-president zegt namelijk dat hij zich verschrikkelijk ergert aan dat lekken. Dat kan niet opgelost worden door management by speech. Ik vind dat onderzoek ook heel belangrijk omdat het te maken heeft met de kwaliteit van ons bestuur. Ik heb met de minister-president het debat gehad over het dikke-ik. Volgens mij is een dikke-ik iemand die dingen doet waarvan hij weet dat ze niet deugen, maar die ze toch doet omdat hij weet dat hij ermee weg kan komen. Dat wegkomen met gedrag dat niet te accepteren is, zorgt ervoor dat mensen zich gedragen als dikke-ikken. Je moet voorkomen dat mensen daarmee wegkomen. Ik ben ervan overtuigd dat het vormgeven en organiseren van een begroting een van de meest georganiseerde processen is die wij in de politiek kennen. Wij weten precies wie wanneer welke informatie had, maar wat ook heel belangrijk is, is dat elk lek ook een vingerafdruk achterlaat. Dat kun je onderzoeken. Je kunt het herleiden tot personen, afdelingen en organisaties. Ik wil dat de minister-president dat onderzoek doet, vooral ook om tegemoet te komen aan zijn eigen ergernissen over het dikke-ik en de slechte publieke moraal. De mensen die zich op de ministeries bewegen en er zijn voor het publieke belang van ons land, horen niet in het bestuur of op de ministeries thuis als zij zich niet kunnen gedragen. Dat maakt zo'n onderzoek extra belangrijk.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Graag dank ik de minister-president voor de beantwoording van de vragen. Met het mogelijk maken van de reservering voor groot onderhoud van de paleizen is een goede stap gezet in het zo veel mogelijk voorspelbaar laten zijn van de kosten voor het koningshuis. Mijn fractie is daarnaast tevreden dat, in het kader van het verder vergroten van de transparantie van de begroting van de Koning, het meerjarig onderhoudsprogramma voor de paleizen dan wel een samenvatting daarvan ook in de bijlage bij de begroting Koning zal worden opgenomen. In ditzelfde kader is het goed dat in deze bijlage ook het overzicht komt van stichtingen waarin de vermogensbestanddelen zijn opgenomen die functioneel zijn voor het uitoefenen van het koningschap. U hebt vanavond al gemerkt dat daarover veel onduidelijkheid bestaat. Die moeten wij wegnemen. Het is eveneens goed voor de transparantie dat ook de onderhoudskosten van De Groene Draeck in de bijlage worden opgenomen.

De minister-president heeft verder toegezegd dat de kosten van de renovatie van de Gouden Koets in de komende jaren niet leiden tot een bijstelling naar boven van het betreffende begrotingsonderdeel. Ook is nu vastgelegd dat de kosten voor het onderhoud van De Groene Draeck niet langer voor rekening van de regering komen, als prinses Beatrix er geen gebruik meer van maakt.

Dat brengt mij bij mijn verzoek om die second opinion te doen — voor de duidelijkheid: dat ging over De Groene Draeck — teneinde een realistisch onderhoudsniveau vast te stellen voor De Groene Draeck en een reëel kostenniveau. Dank voor de toezegging om dit te doen. Mijn fractie wil echter ook graag vastgelegd zien dat dat reële laagste onderhoudsniveau ook in de begroting van Defensie voor 2016 wordt opgenomen; vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de begroting van de Koning voor het jaar 2015 een bedrag van €51.000 was opgenomen voor het standaardonderhoud van De Groene Draeck;

overwegende dat gebleken is dat de komende jaren aanvullend onderhoud nodig is;

overwegende dat het bedrag voor standaard én aanvullend onderhoud voor de komende jaren wordt geraamd op €95.000 per jaar;

constaterende dat de onderhoudskosten van De Groene Draeck daarmee een grote stijging laten zien;

verzoekt de regering, een "second opinion" te laten uitvoeren naar wat een realistisch onderhoudsniveau voor zo'n bijzondere lemsteraak is, gespecificeerd naar standaard en aanvullend onderhoud, alsmede naar wat een reëel kostenniveau voor dit onderhoud is;

verzoekt de regering tevens, het laagste reële onderhoudskostenniveau dat uit deze "second opinion" komt op te nemen in de begroting van Defensie voor 2016,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Burg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (34300-I).

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Dat brengt mij aan het einde van mijn betoog.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Burg. Mevrouw Van Toorenburg ziet af van het woord. Dan geef ik het woord aan de heer Recourt van de Partij van de Arbeid.

De heer Recourt (PvdA):

Voorzitter. Ik heb in mijn eerste termijn drie punten aangehaald. Het eerste punt is samen te vatten onder de titel "doe normaal": stel wat je voor gewone burgers als norm stelt waar mogelijk ook voor de koning. Ik noemde De Groene Draeck en de renovatiekosten. Over beide heeft de premier gezegd dat hij zich houdt aan zijn afspraak, geheel terecht overigens, maar dat kan wel een ietsje anders in de toekomst. Ik hoop dat wij de komende jaren langzaam verlost raken van dit soort incidenten. Dat zou een hoop stof doen schelen.

Het tweede punt was de belasting. Ik had een motie in voorbereiding over de techniek van het vermogen. De premier verbaasde mij, terwijl wij hier al vier jaar over bezig zijn, door te zeggen dat dat volledig leeg is en uit niets anders bestaat dan een gelimiteerd aantal stichtingen die hij noemde in verband met de Gouden Koets en weet ik wat allemaal. Ik heb bedacht dat als het niet zo kan, het dan maar uit de techniek moet en een meer algemene motie moet worden. Aangespoord door de heer Van Raak en de heer Pechtold heb ik mijn medestanders gezocht en hebben we dat met z'n drieën gedaan. De heer Van Raak heeft die motie in heel algemene termen al voorgelezen. Wij leggen nu de bal techniekneutraal bij het kabinet om het op te lossen.

Het derde punt was de verdere openstelling van paleizen. Wat mij betreft, ging de premier daar iets te snel overheen. Hij zei: dat is niet mogelijk, er werken mensen en privé en publiek zijn niet te scheiden. Ik dien hierover een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat niet alle koninklijke paleizen voor het publiek zijn opengesteld;

overwegende dat alle paleizen wel uit publieke middelen worden bekostigd;

van mening dat de beveiliging van deze panden, het bewaken van de privacy van de bewoners en de werkzaamheden die daar plaatsvinden niet rechtvaardigen dat sommige paleizen vrijwel altijd en in hun geheel voor het publiek gesloten moeten blijven;

van mening dat openstelling van paleis Noordeinde en Paleis Huis ten Bosch op momenten waarop dat kan en voor ruimten die dat toestaan gewenst is;

van mening dat een breed publiek, waaronder schoolkinderen, moet kunnen profiteren van de openstelling van de paleizen;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe en wanneer de genoemde paleizen voor het publiek opengesteld gaan worden en de Kamer daarover te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Recourt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (34300-I).

De heer Recourt (PvdA):

Hiermee ben ik aan het einde gekomen van mijn tweede termijn.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik dank de premier voor de beantwoording van de vragen. Ik heb er nog een aantal uitstaan. De antwoorden daarop krijg ik zo. Ik heb twee moties. De eerst betreft De Groene Draeck. Er zijn al voorstellen gedaan voor een second opinion. Ik wil echter ook voorstellen om na de begroting van 2016 — daar is die second opinion voor bedoeld — als het 60 jaar geleden is, de boot in zijn geheel over te dragen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat De Groene Draeck in 1957 aan prinses Beatrix cadeau is gegeven en de Staat sindsdien in overwegende mate voor het onderhoud zorg heeft gedragen;

overwegende dat de onderhoudskosten van De Groene Draeck een terugkerende maatschappelijke discussie opleveren en dat dit de koninklijke familie onnodig kwetsbaar maakt;

verzoekt de regering, in goed overleg met de koninklijke familie op korte termijn De Groene Draeck geheel aan hen over te dragen en de Kamer daarover voor de begroting voor 2017 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold en Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (34300-I).

De heer Pechtold (D66):

Wij, PvdA, SP en D66, gaan met het kabinet goed luisteren naar wat er allemaal kan veranderen rond die vrijstellingen. Laten we echter ook zeggen: regeren is vooruitzien. De uitkering is mij te hoog. Ik zou daar in de verre toekomst wat aan willen doen. Daarom dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Koning een inkomen heeft van ruim acht ton per jaar;

overwegende dat niet-koninklijke inkomens in de publieke sector gereguleerd worden door Wet normering topinkomens;

verzoekt de regering, bij volgende monarchen de koninklijke inkomens vast te stellen met inachtneming van het geldend wettelijk kader voor de normering van topinkomens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold en Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (34300-I).

De heer Pechtold (D66):

Ik heb een minuutje over!

De voorzitter:

Die hebt u wel in uw interrupties gebruikt, denk ik. Niet? Dank u wel, mijnheer Pechtold. De heren Slob en Van der Staaij hebben zich afgemeld voor de voortzetting van het debat. Ik geef dus het woord aan de heer Bontes.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Mijn eerste motie dien ik in omdat de motie van Recourt, Van Raak en Pechtold het toch weer net niet is. Mijn motie gaat net even een stap verder, want daarin wordt ook de Grondwet genoemd.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, een voorstel van wijziging van de Grondwet op te stellen om een einde te maken aan de royale fiscale voordelen voor de leden van het Koninklijk Huis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bontes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (34300-I).

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Hetzelfde geldt voor mijn motie over De Groene Draeck: die is net even iets scherper dan die van Pechtold.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het onderhoud aan De Groene Draeck maar liefst €95.000 per jaar kost;

overwegende dat het niet meer dan logisch is dat de hoofdgebruiker van dit zeiljacht betaalt voor deze kosten;

overwegende dat prinses Beatrix jaarlijks een forse uitkering ontvangt van de Nederlandse Staat;

verzoekt de regering, niet langer de onderhoudskosten van De Groene Draeck te financieren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bontes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (34300-I).

De voorzitter:

Hiermee is een einde gekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik herinner de minister-president eraan dat hij heeft toegezegd op een aantal vragen terug te komen in tweede termijn. Ik ga ervan uit dat hij daaraan heeft gedacht. Ik geef de minister-president het woord voor zijn beantwoording in tweede termijn.

Minister Rutte:

Voorzitter. Dank. Ik denk dat ik nog ambtelijk advies aangereikt zal krijgen over enkele van de laatste moties. Ik ga echter toch beginnen. Ik moet immers eerst ook nog een aantal toezeggingen uit de eerste termijn nakomen, bijvoorbeeld in de richting van mevrouw Van Toorenburg van het CDA over decentralisaties. Zij heeft er een paar genoemd. De kracht van de decentralisatie in de jeugdzorg vind ik dat deze nu dichter bij mensen georganiseerd is. Daardoor kan er ook meer maatwerk worden geleverd. Naar mijn overtuiging komt dat ook ten goede aan de kwaliteit van de zorg. Dat neemt niet weg dat je natuurlijk de vinger aan de pols moet houden. Dat sprak eigenlijk ook wel uit de woorden van het CDA. Mijn opvatting is dat de transitie in de jeugdzorg grosso modo goed verloopt. Dat blijkt ook uit de rapporten van de Transitiecommissie Sociaal Domein, de zogenaamde TSD. Ook is het zo dat er meteen wordt bijgestuurd als er problemen ontstaan.

Mevrouw Van Toorenburg vroeg nog speciaal naar mijn rol als voorzitter van de ministeriële commissie. Nou heb ik vanuit het chefsache-postulaat de grote eer dat ik alle ministeriële commissies mag voorzitten, dus ook deze. Dat wil ik hier wel even vaststellen. Vanuit die rol heb ik overzicht over de discussies die zich daar afspelen. Ik ben natuurlijk niet tot in de diepste ambtelijke rangen op de hoogte van alles wat zich precies afspeelt binnen de departementen in de uitvoering van de verschillende decentralisaties, maar voor zover het gaat om de samenhang ben ik dat wel. Ik denk dat we de maatschappelijke doelen die we bij de jeugdzorg, de Participatiewet en de Wmo hadden, namelijk om het voor gemeenten mogelijk te maken om deze vraagstukken veel meer dan tot nu toe vanuit een geïntegreerde benadering te bezien, echt realiseren.

Dat neemt niet weg dat er ook dingen niet goed gaan. Er zijn hier verschillende debatten gevoerd over bijvoorbeeld het persoonsgebonden budget. Dat leek een klein onderdeel te zijn van een grote verandering in de zorg. In de praktijk loopt dat veel moeizamer. Hier zijn veel debatten over gevoerd. Ook in die gevallen moeten we bijsturen. Dat gebeurt dan ook, in dit geval door de verantwoordelijk staatssecretaris en waar nodig met steun van het kabinet. Ik denk dat dat ook precies is wat een kabinet moet doen: grote stelselwijzigingen alleen dan introduceren waar we iets toevoegen, en vervolgens in de praktijk kijken hoe het loopt. Als bijsturen in de praktijk nodig is, moeten we bijsturen en vooral steeds bezien of de verwachte maatschappelijke doelen ook gerealiseerd worden. In dit geval gaat het erom dat op gemeentelijk niveau veel meer in samenhang en in gezamenlijkheid vorm kan worden gegeven aan dit belangrijke beleidsthema. Dat is mijn reactie. Excuus dat ik dit in de eerste termijn niet noemde. Ik ben blij dat mevrouw Van Toorenburg mij eraan herinnerde.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Als de minister-president ziet dat de staatssecretaris die over jeugd gaat toch tegen een aantal zeer fundamentele zaken aanloopt, hoe houdt hij daar dan enig zicht op? Ik noem dan het feit dat in de jeugd-ggz dat doel helemaal niet gehaald wordt, of dat die decentralisatie, het dichter bij mensen brengen, op andere terreinen soms zo ingewikkeld is om uit voeren.

Minister Rutte:

Ik ben minister van Algemene Zaken en niet van alle zaken. Het is zo georganiseerd dat Algemene Zaken een klein departement is, met acht of negen raadsadviseurs die samen de elf Haagse departementen bestrijken en de verschillende beleidsterreinen met elkaar in de gaten houden. Dat werkt ook in de praktijk heel goed. Het geeft mij direct inzage en inzicht in waar dingen goed gaan en ook in waar dingen niet goed gaan. Natuurlijk is het dan zo dat dit in de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de staatssecretaris. Ik ben zelf ook staatssecretaris geweest op twee grote wetgevingsterreinen: sociale zekerheid en onderwijs. Het laatste wat je wilt, is dat de chef zich er meteen mee gaat bemoeien als iets niet goed gaat. Dat is natuurlijk eerst een zaak van de betrokken bewindspersoon. Soms moet je dingen echter gezamenlijk oplossen. Dat is niet omdat die bewindspersoon het niet kan, maar omdat hij tegen zaken oploopt die portefeuilleoverstijgend zijn of financiële consequenties hebben. Dat zijn typisch de thema's die we ook bespreken in de Ministeriële Commissie Decentralisaties.

Ik wil nu niet heel uitgebreid ingaan op de jeugd-ggz, al was het maar omdat ik me daar voor dit debat vanzelfsprekend niet in detail op heb voorbereid. Als dat type problemen zich voordoet, heb ik een aantal kanalen waardoor ik daarvan op de hoogte wordt gesteld en een aantal instrumenten waarmee ik daarin kan meesturen. Of, zoals Ruud Lubbers het noemde: om een eindje mee te lopen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Laat dat nou precies de reden zijn waarom ik deze vraag heb gesteld. Ik zou heel graag willen dat de minister-president in dit zeer fundamentele dossier de komende tijd echt even een eindje meeloopt met de staatssecretaris, zodat hij zich er zelf van kan vergewissen of de doelstellingen die we hadden wel worden gehaald. Ik vind het belangrijk dat hij daar doortastend in optreedt en dat hij vragen stelt die de staatssecretaris soms een beetje wegpoetst richting de Kamer.

Minister Rutte:

Ik betwijfel of dat allemaal waar is; ik sta natuurlijk volledig achter de staatssecretaris. Maar in ieder geval dank voor deze gelegenheid om mij daar nog verder in te verdiepen.

Dan kom ik op de oppervlakte van het paleis dat wordt verbouwd. Ik gaf al aan dat ik even niet het meetlint bij de hand had toen werd gevraagd of die bijna 9.000 m2 een deel of het hele paleis betreft. Dat betreft het hele paleis. Vorig jaar hadden wij het over die technische installaties en het opknappen van de Wassenaarse vleugel. Die technische installaties bevinden zich in het hele paleis. Dus wij praten over 9.000 m2. Ik zei al: wij zaten aan de onderkant van de bandbreedte voor de vierkantemeterprijs, omdat alleen de Wassenaarse vleugel, het woondeel, grondig zou worden verbouwd. Voor de Haagse vleugel gold alleen de techniek. Er is nu besloten tot een renovatie van het gehele paleis, inclusief de Haagse vleugel, inclusief alle meerkosten die ik schetste van dak, bordes en extra asbestproblemen, waardoor die vierkantemeterprijs is gestegen. Maar inderdaad, de heer Pechtold had gelijk. Zijn timmermansoog — excuus voordat ik hem opnieuw iets in de schoenen schuif — is scherper dan het mijne. 9.000 m2 is het ganse paleis, niet alleen de Wassenaarse vleugel.

Over de beveiliging van de speedboot kan ik helaas om redenen van beveiliging niets zeggen. Op de vraag of de beveiliging in Griekenland binnen het budget is gebleven, kan ik wel zeggen dat het antwoord ja is. Op basis van dreiging en risico's zijn maatregelen getroffen. Ik kan niet meedelen welke maatregelen dat zijn of wat de kosten daarvan zijn, maar het is wel binnen het budget gebleven. Dat kan ik melden.

De heer Pechtold (D66):

Nederland was er een beetje verbaasd over dat er zo'n ongelooflijk dure, snelle speedboot in Griekenland moest liggen. Ik vind het meer dan normaal antwoord te krijgen. Dat heeft niets met veiligheid te maken, want dat krijgen wij elke keer te horen. Is er een tweede of vergelijkbare boot gekocht of gehuurd om voor die beveiliging te zorgen? Wij krijgen ook te horen dat er steigers en hekken zijn gebouwd. Die hebben ook alles met veiligheid te maken. Dus of de beveiliging zit op de boot of zij vaart er in net zo'n snelle boot achteraan. In dat laatste geval vind ik dat voor de belastingbetaler nogal interessant.

Minister Rutte:

Ik verwijs naar het vorige antwoord. Antwoord geven op vragen over beveiliging in welke richting dan ook zou zeer gedetailleerd inzage geven in de beveiliging. Dat kan niet.

De heer Pechtold (D66):

Zo moeilijk is het niet. Laat ik het maar eens wat scherper zetten rond dit uur. Wij kunnen dadelijk gewoon zien of er een tweede boot achter vaart. De premier ontkent dus niet dat er waarschijnlijk ook acht ton is uitgegeven voor een tweede Osprey — zo heet die boot — om erachteraan te kunnen varen. Dat heeft niets met beveiliging te maken, want wij kunnen dadelijk op vakantiekiekjes op de Middellandse Zee van de paparazzi of van anderen zien of er een boot achter vaart, ja of nee. Het is mijn taak om te controleren of die boot tot enorme kosten heeft geleid en of er een tweede boot is op het moment dat de koninklijke familie op die speedboot zit. Ik kan wachten op de plaatjes of ik kan gewoon een eerlijk antwoord krijgen. Aangezien het nogal een dure boot is die heel snel kan, zou er ook een heel dure tweede boot moeten zijn. Ik vind dat nogal interessant, omdat ik wil weten waar het geld aan gespendeerd wordt.

Minister Rutte:

Ik vind dit echt beneden peil. Dit is gewoon beveiliging. In beveiligingszaken geven wij nooit inzage. Dus ja, dan moet de heer Pechtold maar een groothoeklens kopen en daar in de buurt gaan liggen. Echt, ik ga dat niet doen. Ik maak ook bezwaar tegen de insinuerende eerste opmerking over "dat bootje", zoals hij dat zei.

De heer Pechtold (D66):

Waarom is het nou weer een bootje?

De voorzitter:

Nee, nee, nee, nee. Nu is de premier aan het woord.

Minister Rutte:

Die boot is gewoon gefinancierd door de Koning. Dat is een privéaankoop. Dat mag hij doen. Wij weten inmiddels dat de heer Pechtold geen boot heeft. Wij weten dat ik geen boot heb. Hij heeft er wel een. Dat is een keuze uit zijn privégeld. Dat is niet op kosten van de belastingbetaler. Die heeft hijzelf aangeschaft. Moeten wij daar nou ook belachelijk over gaan doen? Jongens, laten wij nou een beetje het niveau met elkaar overeind houden. Alsjeblieft, zeg.

De heer Pechtold (D66):

Die privéaanschaf heeft ertoe geleid dat er een heel dure steiger is aangelegd. Het heette toen "steigertje", net zoals de premier nu "bootje" zegt. Het ging verdorie om een heel boothuis, dat de belastingbetaler heeft moeten betalen omdat die aanschaf is gedaan! En ja, ik wil dus weten of de beveiliging net zo'n boot heeft moeten kopen. Anders zegt de premier: ga maar met z'n allen wachten tot de foto's gemaakt worden. Deze premier denkt deze hele begroting lang: weet je wat, ik houd ze van me af; het zeurt; het is vervelend. Ik wil niet dat de premier zich verschuilt achter veiligheid. Ik wil weten: is er zo'n tweede boot nodig? De belastingbetaler heeft een hek moeten kopen. De belastingbetaler heeft grond van de buren moeten kopen. De belastingbetaler heeft een boothuis en een steiger van beton moeten kopen omdat die boot er ligt. Ik vind het allemaal prima, maar wij zijn de controleurs en ik wil weten: is er voor de beveiliging zo'n tweede boot gekocht, ja of nee?

Minister Rutte:

Ik accepteer niet de insinuatie dat ik het gezeur vind. We staan hier drie uur te debatteren en ik ga uitgebreid op alle vragen in. Dat is ook mijn taak. Ik leg verantwoording af aan de Kamer over de begroting van Algemene Zaken en de Koning. Ik vind het beneden peil — ik herhaal: beneden peil — wat de leider van D66 doet. We hebben te maken met een persoon die door geboorte nu hoofd van onze Staat is. We zijn met zijn allen verantwoordelijk voor diens veiligheid. Deze mensen, de koning en de koningin, zijn 24 uur per dag beveiligd. Er is eigenlijk geen onderscheid meer tussen hun openbare functie en hun privéleven. Die zijn bijna al volledig door elkaar gaan lopen. Ze worden permanent beveiligd. En wat doet de leider van D66? Hij maakt flauwe opmerkingen over het feit dat deze man uit zijn privévermogen een boot koopt — dat mag hij gewoon doen, zoals iedere Nederlander dat mag doen, waarbij het bij iedere andere Nederlander verder geheim blijft — en hij gaat ook nog eens insinuaties maken over het feit dat dat beveiligd moet worden, ja of nee, en stelt mij daar vragen over. Het lijkt mij logisch dat we de koning beveiligen. Ik hoop dat daarover geen discussie ontstaat. Ik ben er werkelijk een beetje ontsteld over. Ik vind het echt beneden peil.

Ik kom nu bij de telefonie.

De heer Pechtold (D66):

Nee.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, dit is uw laatste interruptie. U zei aan het begin dat u terughoudend zou zijn. Ik hoop dat u dat …

De heer Pechtold (D66):

De premier is terecht geïrriteerd. Ik ben nog veel geïrriteerder, en wel over het feit dat ik elke keer als een boekhouder, als een fiscaal inspecteur door die begrotingen moet lopen en dat we, verdorie, op verzoek van zijn eigen partij een second opinion over De Groene Draeck krijgen. Goed adviseurschap van de premier in 2015 zou betekenen dat dit soort zaken transparanter is, dat een privéaanschaf van een boot, als daar inderdaad sprake van zou zijn, niet zou leiden tot hoge kosten voor een steiger, voor een boothuis en voor eventuele beveiliging middels een tweede speedboot. Dat zijn terechte vragen. Dat het altijd omzichtig gebeurt rond de Oranjes, weet ik. Dat is een traditie. Ik behoor echter niet tot het leger van degenen die dan maar hun mond houden. Ik behoor tot degenen die aan de premier in zijn verantwoordelijkheid vragen hoe het zit. Er worden vragen niet beantwoord en er wordt gezegd: dat is privé, dat is beveiliging. De premier kan zich erachter verschuilen, maar ik controleer hier de begroting. Dat is mijn taak, mijn grondwettelijke taak.

Minister Rutte:

Het zou wel helpen als de heer Pechtold iets minder snel van broek wisselt. Hij trekt een heel grote broek aan als het gaat om zijn grondwettelijke taak en maakt vervolgens de koning belachelijk in zijn opmerkingen over dat schip. Ik maak daar bezwaar tegen. Ik heb dat net ook gezegd. Ik houd dat overeind. Ik verwijs dus naar het vorige antwoord. Je kunt niet zo snel van broek wisselen.

Ik kom bij het telefonieproject. Daarover ging ook een vraag van D66. Deze past wat mij betreft weer wel in waar we het hier over hebben. Ik ga daar overigens niet over, maar ik mag er wel wat over vinden. De heer Pechtold stelde mij de vraag hoe de kosten van het telefonieproject hebben kunnen verdrievoudigen. Dat is typisch een zaak die we hier moeten bespreken. De veronderstelling klopt niet. De totale uitgaven voor dit incidentele project ter vervanging van een verouderde telefonie-infrastructuur van een dienst van het Koninklijk Huis bedroegen ongeveer €750.000. Uit het regulier beschikbare budget, uit artikel 2, kon €250.000 worden opgevangen. De rest van de uitgaven voor dit incidentele project konden niet worden opgevangen binnen het reguliere bedrijfsvoeringsbudget. Dat heeft geleid tot die verhoging met vijf ton. Dat is in mei dit jaar ook gemeld in het Jaarverslag van de Koning 2014. De afwikkeling van deze verhoging vindt plaats in 2015 door middel van een eindafrekening en wordt gedekt door een bijdrage vanuit de AZ-begroting. Dit betekent dat de rijksbegroting als geheel hierdoor niet omhooggaat.

Ik kom bij de moties, allereerst de motie op stuk nr. 5 van de heer Van Raak. Als de heer Van Raak mij vraagt hoe dat technisch moet, dan ga ik hem nu antwoord geven. Dan moet er een wetsvoorstel komen …

O, excuus.

De heer Pechtold (D66):

We zouden het ook nog hebben over de termijn voor de beantwoording van vragen.

Minister Rutte:

Dat klopt. De heer Pechtold heeft totaal gelijk. De bewindspersonen streven er altijd naar om binnen de gestelde termijn van drie weken Kamervragen te beantwoorden. Het is waar dat dit niet altijd lukt. Soms moet er informatie worden ingewonnen bij derden. Ik zeg de heer Pechtold echter toe — ik begrijp zijn punt en denk dat dit een reëel punt is — dat ik in de ministerraad aan de orde zal stellen dat we weer veel scherper gaan sturen op tijdige beantwoording van vragen door bewindspersonen en dat gemeld zal worden wanneer het niet op tijd kan vanwege informatie-inwinning bij derden. Die toezegging doe ik.

De heer Pechtold (D66):

Dat was ook de toezegging van vorig jaar. Ik kijk hierbij ook naar u, voorzitter. Het is drie weken. Vorig jaar leverde een steekproef — de premier was toen zeer geïnteresseerd — 28 dagen op. Nu is het met 4 dagen verlengd. Slechts 2 van de 74 vragen waren binnen een week beantwoord. Mijn vraag was: waar is nu het eergevoel om een vraag een keer snel, binnen een week te beantwoorden? Dat is er niet. De termijnen worden langer. Ik neem er op dit moment genoegen mee dat het vrijdag eens aan de orde komt, maar ik zou graag willen dat er verbetering is als we het over een tijdje weer doen. Want dit betreft een grondwettelijk recht op informatie, waarbij de termijnen eigenlijk eerder standaard worden overschreden dan bij uitzondering.

De voorzitter:

Ik werd ook aangesproken. Ik denk dat het verstandig is dat wij even precies uitzoeken hoe het zit met alles, dus niet alleen op basis van de steekproef van D66. Dank dat u die hebt gedaan, mijnheer Pechtold. We gaan kijken in de systemen, hebben daar contact over en rapporteren daar gezamenlijk over terug aan de Kamer.

Minister Rutte:

Goed plan; helemaal eens. Laten we het zo doen. Daarmee gaan we ook wat verder dan vorig jaar.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Als dit onderwerp toch breder bekeken wordt, wil ik ook dat bekeken wordt wat de toename is van het aantal vragen. Wij hebben als Kamer een informatierecht en dat is belangrijk, maar het is ook belangrijk om naar die verhouding te kijken.

De voorzitter:

Daarover wordt de Kamer elk jaar geïnformeerd in de Staat van de Kamer, maar dat kunnen we ook in die brief opnemen.

De heer Van Raak (SP):

Ik heb een ander punt. Ik heb de laatste tijd veel vragen gesteld aan de minister-president, en geen van die vragen is fatsoenlijk beantwoord in die zin dat de minister-president zijn best heeft gedaan om de vraag te beantwoorden. Dit betreft geloof ik artikel 9 van de Grondwet, of in ieder geval het individuele grondwettelijke recht van Kamerleden. Daarbij gaat het niet alleen om de kwantiteit maar ook om de kwaliteit. De minister-president is zelf Kamerlid geweest. Zou hij eens met de pet van een Kamerlid op, op een zondagmiddag de antwoorden willen doornemen op de Kamervragen die ik het afgelopen jaar heb gesteld? Kijk daar nou eens serieus naar en probeer daar nou eens als Kamerlid naar te kijken. Ik ben benieuwd wat de minister-president daar dan van vindt.

Minister Rutte:

Bij de beantwoording van Kamervragen probeer ik dat grondwettelijke recht juist altijd zeer serieus te nemen. Dat vertaalt zich overigens niet in de lengte van de beantwoording. Ik probeer zo kort mogelijk te antwoorden, en heel vaak met ja of nee, omdat veel vragen gesloten zijn. Die kun je ook met ja of nee beantwoorden. Soms moet er een toelichting bij. Ik probeer dat zo gewetensvol mogelijk te doen, maar ik beloof dat ik de eerstvolgende vraag die ik van de heer Van Raak krijg, met nog grotere aandacht ga lezen dan ik toch al deed. Want de heer Van Raak kan erop rekenen dat zijn vragen bij het departement van Algemene Zaken sowieso een aparte behandeling krijgen. Ik zal daar nog eens extra naar kijken, en bezien of de beantwoording voldoet aan de hoge eisen die hij hier schetst. Ik meen dat dat zo is, maar ik zal daar extra op letten.

De heer Van Raak (SP):

Ik stel die vraag omdat de VVD een vraag stelde over het aantal vragen. Ik stel niet zo heel vaak vragen, maar meestal zijn dat vervolgvragen, omdat ik zie dat de minister-president en andere ministers vragen die hun niet bevallen, gewoon niet beantwoorden. Dan heb je vijf vragen gesteld en staat er op het eind een alineaatje. Dan beantwoorden ze bijvoorbeeld vraag 1 en 3, maar vraag 2, 4 en 5 helemaal niet. Dan moet ik die vragen weer opnieuw stellen, en weer opnieuw en opnieuw. Ik zeg dit ook voor de enkele kijkers die er nu nog zijn. Die denken dat wij maar de hele dag als hobby vragen zitten te stellen. De meeste vragen die ik stel, stel ik omdat vragen niet zijn beantwoord of omdat informatie of rapporten niet naar de Kamer worden gestuurd. Dat soort zaken. Het is omdat ministers gewoon weigeren om aan ons grondwettelijk recht te voldoen.

Minister Rutte:

Ik hoor deze cri du coeur. Nogmaals, ik zeg toe dat de eerstvolgende set vragen van de heer Van Raak met nog grotere zorgvuldigheid zal worden beantwoord dan wij altijd al doen.

Ik kom bij de motie-Van Raak c.s. (34300-I, nr. 5). Als mij gevraagd wordt om technisch advies te geven over hoe je dit moet doen, kan ik dat nu geven. Om dit te bereiken, moet er een grondwetswijzigingsvoorstel worden ingediend, ik neem aan door de drie betrokken partijen, waarin is voorzien dat de drie artikelen uit de Grondwet worden geschrapt. Dat is het antwoord op de vraag: hoe zit het technisch? Als mij wordt gevraagd "Als wij zo'n grondwetswijziging gaan voorbereiden, is het ministerie van Algemene Zaken dan bereid om hulp te geven?", is het antwoord: altijd. Dat is niet omdat wij het ermee eens zijn, want ik ben het er zeer mee oneens. Ik ga het zelf ook niet doen, maar als Kamerleden als medewetgever een initiatiefwetsvoorstel maken, zal het ministerie van Algemene Zaken en misschien ook dat van Binnenlandse Zaken daar hulp en technische ondersteuning bij geven. Als de Kamer mij controleert, staat zij immers boven mij, en als wetgevers staan wij op hetzelfde niveau. We zijn medewetgevers. Dat doen wij niet omdat wij het ermee eens zijn — nogmaals, dat zijn we niet; we zijn er zeer op tegen — maar we willen natuurlijk dat er fatsoenlijke wetgeving komt en wij hebben de apparaten om daarbij te helpen. Dus een: hoe moet je het doen? De drie artikelen schrappen. Twee: ben ik bereid om daarbij te helpen? Uiteraard. Dat is ook onze taak. Dat is niet een mooie toezegging, want dat moeten we altijd al doen bij initiatiefwetsvoorstellen. Drie: ben ik van plan het zelf te gaan doen? Absoluut niet. Ik ga het niet zelf doen. De regering maakt alleen wetsvoorstellen als zij daar ook achter staat, en hier staat zij niet achter. Dat is het eerlijke antwoord op deze motie. Dus ik ontraad haar, omdat ik de indruk heb dat mij in de motie wordt gevraagd, dat wetsvoorstel te schrijven. Dat ga ik niet doen.

De heer Van Raak (SP):

Effe kijken, hoe zat dat constitutioneel ook alweer? Stel dat de motie met een grote meerderheid wordt aangenomen en in de motie staat dat de regering wordt gevraagd om met voorstellen te komen, dan hoort de regering dat te doen. Dan hoort de regering dat gewoon netjes te doen. Dat zijn de verhoudingen. Wij zijn er niet voor de regering; de regering is er voor ons.

Minister Rutte:

Ook niet, wij zijn medewetgevers. Wij staan naast elkaar op dit vlak. U staat niet boven de regering; wel als u mij controleert, maar als medewetgevers staan wij op hetzelfde niveau, staatskundig en staatsrechtelijk. Als in de motie wordt gevraagd om met voorstellen te komen hoe we dat moeten doen, dan kan ik nog een brief aan de Kamer sturen waarin ik herhaal wat ik net zei, namelijk: om dit te bereiken, moet u die drie artikelen in de Grondwet schrappen en daar een wetsvoorstel van maken. Dat kan ik nog doen, maar dan zet ik op papier wat ik net al vertelde. Dat is de technische uitleg van hoe het moet. Wat we niet gaan doen — ik ben daar heel duidelijk over — is een wetsvoorstel voorbereiden over iets wat we niet willen. De Kamer kan mij in moties vragen, beleid aan te passen, bepaalde initiatieven te nemen, commissies in te stellen et cetera, maar het is heel ongebruikelijk dat de Kamer de regering vraagt een wet te maken die de regering zelf niet wil. Dat hoeft ook niet, omdat de Kamer zelf wetgever is. Als hier alleen maar gevraagd wordt om te komen met een voorstel voor hoe het moet — dus de techniek ervan — dan wil ik op papier zetten, als de motie wordt aangenomen, dat het om dit te bereiken nodig is de Grondwet te wijzigen en de drie artikelen te schrappen. Ik wil daar even heel scherp over zijn, anders zijn er dadelijk verschillen in verwachting.

De heer Van Raak (SP):

Dat is goed. Dan wil ik ook wel scherp zijn. Waar staat dan precies in het regeerakkoord dat dit niet kan? Waar staat in de afspraken dat dit niet mag en dat dit niet zal gebeuren? Laat het dan maar gebeuren. Hier staat dus een minister-president tegenover een parlement en door dat parlement wordt een motie ingediend met een verzoek om iets te doen. En dan zegt de minister-president al bij voorbaat: het maakt mij niet uit wat de Kamer vindt en als er een grote meerderheid in de Kamer voor stemt, dank je de koekoek, we gaan het niet doen, want de regering wil het niet. Wie denkt de regering wel niet dat ze is?

Minister Rutte:

De regering is de regering. Wij zijn medewetgevers. De regering is net bevallen van een opvatting over een advies van Van Maanen, overigens mede op verzoek van de Kamer geschreven, over de belastingvrijdom. Het advies is om de belastingvrijdom zo te laten. De regering heeft dat advies tot het hare gemaakt. Dus dat is ook de opvatting van dit kabinet. Een deel van de Kamer heeft daar andere ideeën over. Dat is volstrekt mogelijk. De Kamer kan altijd bij motie de regering vragen, allerlei dingen te doen. Het is heel ongebruikelijk dat de Kamer de regering vraagt, een wetsvoorstel te maken, waarvan de regering eerder, ook onderbouwd, heeft aangegeven daar niet voor te voelen. Het hoeft ook niet, omdat de Kamer zelf alle instrumenten in handen heeft om een wetsvoorstel te maken. Het wetsvoorstel hoeft niet van de regering te komen. Ook de Kamer kan het initiatief nemen. Dan zal de regering helpen bij het schrijven van zo'n wetsvoorstel.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):

Ik constateer wel dat de minister-president weinig op heeft met de Tweede Kamer. Als er gelekt wordt vanuit zijn ministerie en er komen vragen van de Kamer dan worden die niet serieus beantwoord. Als er vragen uit de Kamer komen, moties worden ingediend en voorstellen worden gedaan aan de regering, dan zegt de regering bij voorbaat: ach, u kunt vinden wat u wilt; u kunt op uw kop gaan staan en in de boom klimmen, we doen het niet. Ik denk dat we als Kamer toch ook eens moeten nadenken over de houding van deze minister-president tegenover dit parlement. Maar ik moet zeggen: ik vind het wel dapper. Ik vind deze houding van deze minister-president tegenover deze Tweede Kamer heel erg dapper, omdat ik ook zie dat de meerderheid in deze Tweede Kamer voor deze regering niet heel groot is en kleiner wordt en dat aan de overkant die meerderheid er helemaal nog niet is, bij lange na niet. Dus laat ik het zo zeggen: ik vind de opstelling van de minister-president bijzonder dapper.

Minister Rutte:

De heer Van Raak maakt een analyse op basis van een verkeerde aanname. Ik ben een parlementair politicus en ik heb zelf ook jaren in het parlement gezeten. Ik heb het grootste respect voor de Tweede Kamer. Juist daarom probeer ik ook de zorgvuldige verhouding in acht te nemen. De Kamer kan mij bij motie vragen, iets te doen waar de regering bijzondere bevoegdheden heeft en dat is op tal van terreinen. Er komen dadelijk allerlei moties voorbij waar dat voor geldt, eigenlijk de volgende zeven moties. Ik ben het niet met alle moties eens, maar dat zijn moties waarin je de regering inderdaad iets kunt vragen. Nu wordt door de medewetgever echter gevraagd een wetsvoorstel te maken, terwijl het kabinet een en ander net onderbouwd aan de Kamer heeft toegelicht, met alle informatie, die overigens op verzoek van de Kamer is uitgevraagd, want die zei: laat nog eens heel fundamenteel kijken naar de belastingvrijdom. De conclusie van de commissie is om het zo te houden. De regering heeft die conclusie tot de hare gemaakt. Als de motie zou worden aangenomen, zou er worden gezegd: we dwingen je toch om een wetsvoorstel te schrijven dat 180 graden de andere kant op is. Het parlement heeft zelf, net zo veel als de regering, het instrument om een wetsvoorstel te maken. Dat maakt het toch wel een heel vreemd verzoek. Mijn opvatting is daarbij: ik ga dan helpen maar ik ga het niet schrijven.

De heer Recourt (PvdA):

Als ik het goed begrijp, is de discussie eigenlijk wie het voorstel indient.

Minister Rutte:

Dat is de vraag, precies.

De heer Recourt (PvdA):

De premier zegt: natuurlijk geven we alle technische bijstand die er nodig is, we gaan het alleen niet indienen omdat we het er niet mee eens zijn en het ook niet nodig is omdat de Kamer het zelf kan.

Minister Rutte:

Dat is het verhaal, ja.

De heer Recourt (PvdA):

Dan gaan we nog eens praten.

Minister Rutte:

Ik heb daar niets aan toe te voegen.

De heer Pechtold (D66):

En het contraseign is ook geen probleem?

Minister Rutte:

Nee, geen probleem, bij dezen.

In de motie-Van Raak/Pechtold (34300-III, nr. 5) wordt de regering verzocht om De Groene Draeck weg te halen bij het Marinebedrijf. We hebben net de second opinion en alle zaken die daarmee samenhangen uitvoerig besproken. Ik zou naar die toezegging willen verwijzen en deze motie willen ontraden.

Dat geldt ook voor de motie-Van Raak (34300-III, nr. 6), verwijzend naar het uitvoerige debat dat de heer Van Raak en ik in plezierige sfeer hadden in de eerste termijn van de Kamer.

De motie-Van der Burg (34300-I, nr. 6) beschouw ik als ondersteuning van beleid. Dat past ook bij de second opinion. Zodra die er is, zullen wij die aanbieden aan de Kamer. We zullen dan ook bezien wat de rol van Defensie in de toekomst zal zijn.

De motie-Recourt (34300-I, nr. 7) over de openstelling ontraad ik. Ik heb net uitgelegd dat Huis ten Bosch een woonhuis is en dat Paleis Noordeinde gewoon een kantoor is. Ik acht ze niet geschikt voor rondleidingen.

De motie-Pechtold/Van Raak (34300-I, nr. 8) gaat over het geheel overdragen van De Groene Draeck. De vraag is even aan wie. Ik verwijs ook hiervoor kortheidshalve naar de eerdere discussie met de Kamervoorzitter. Afspraak is afspraak. Het was niet alleen een geschenk aan de toenmalige kroonprinses, maar betrof ook de belofte dat wij het schip onderhouden tot degene aan wie het geschonken is er geen gebruik meer van kan maken. Overigens zijn de heer Pechtold en ik er inmiddels achter gekomen dat de garderobe gaat om de zeilen van het schip, dus niet om de kleding. Dat was nog even een verwijzing naar een korte interruptie in de eerste termijn.

De motie-Pechtold/Van Raak (34300-I, nr. 9) gaat erover dat we voor de volgende monarchen — daar zal ik zeker nog bij zijn, want bij de volgende troonswisseling ben ik van plan deze functie nog te hebben — de koninklijke inkomens vaststellen met inachtneming van het geldend wettelijk kader voor de normering van topinkomens. Ik ontraad deze motie. Maar nogmaals, ik heb wel de ambitie om daar nog bij te zijn.

De motie-Bontes (34300-I, nr. 10) vraagt ook weer een wijziging van de Grondwet. Daar geldt hetzelfde voor als wat ik net besprak met de heer Van Raak.

De motie-Bontes (34300-I, nr. 11) ontraad ik, met verwijzing naar het antwoord dat ik net gaf over de motie van de heer Pechtold.

Volgens mij zijn we hiermee een heel eind gekomen.

De voorzitter:

Ik zag de heer Van Raak opstaan, maar dat deed hij niet om naar de microfoon te rennen.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmen over de ingediende moties doen we na het herfstreces. Ik wens u allen een veilige thuisreis.