2 Europese top van 15-16 oktober 2015

Aan de orde is het debat over de Europese top van 15-16 oktober 2015 en de opvang van vluchtelingen en asielzoekers.

De voorzitter:

Aan de agenda is toegevoegd de brief over toestroom en opvang van vluchtelingen in Nederland.

Ik heet de minister-president, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van harte welkom.

Voor dit debat hebben zich dertien sprekers gemeld. Vooraf zijn de spreektijden vastgesteld. Ik geef als eerste het woord aan de heer Klaver van GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Kan ons land het aan? Op deze vraag willen Nederlanders een antwoord. Ik twijfel er niet aan. Wij hebben eerder voor een opgave als deze gestaan, nog niet zo lang geleden. In het verleden hebben wij nog veel meer mensen in de opvang gehad. De vraag is wat mij betreft helder: willen wij het aankunnen? Het antwoord op die vraag is voor mij helder: ja. maar ik maak mij er wel zorgen over. Want zeg eens eerlijk, zeg ik tegen de heer Zijlstra: bent u op zoek naar opvangmogelijkheden voor vluchtelingen of bent u op zoek naar kiezers? Tegen de heer Wilders zeg ik: wees eens eerlijk, helpt u mee aan oplossingen, of zoekt u een potje heibel? Wat wij als politici zeggen en doen, doet ertoe. Onze taal bouwt draagvlak. Ons beleid lost problemen op.

De heer Wilders (PVV):

Ik zeg tegen collega Klaver: zeg eens eerlijk, wanneer is het genoeg? Hoeveel kunnen er wat de fractie van GroenLinks betreft nog bij? Zijn dat er 10, zijn dat er 100, zijn dat er 10 miljoen? Waar ligt uw grens, vraag ik u, voordat u anderen — de VVD-fractie, mijn fractie — de maat neemt. Waar ligt uw eigen grens?

De heer Klaver (GroenLinks):

In het verleden hebben wij 80.000 mensen in de opvang gehad. Daar zitten wij nog niet aan. Dus ik denk dat wij in ieder geval nog tot daar kunnen groeien. Dat zijn twee keer zo veel mensen als er nu in de opvang zitten. Voorlopig zitten wij dus nog niet aan die taks, mijnheer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Ik herhaal mijn vraag en ik ga die net zo vaak herhalen als u mij toestaat, voorzitter, totdat ik een antwoord krijg. Mijn vraag was niet hoeveel wij er de vorige keer hadden. Mijn vraag was: waar ligt de grens voor de fractie van GroenLinks? Wanneer zegt GroenLinks "genoeg is genoeg"? Of zegt GroenLinks: dat zeggen wij nooit, en al komen er een miljoen, ze zijn allemaal welkom in Nederland? Dus, mijnheer, Klaver, waar ligt uw grens?

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik ken eigenlijk niemand die voor vluchtelingen is ...

De heer Wilders (PVV):

Dat is weer geen antwoord.

De heer Klaver (GroenLinks):

Niemand is voor oorlog en geweld. Niemand is ervoor als mensen moeten vluchten. Als mensen voor oorlog en geweld moeten vluchten, mijnheer Wilders, vind ik dat wij de verantwoordelijkheid hebben om die mensen op te vangen. Kunnen wij dat allemaal in Nederland? Nee. Ik denk dat dat onmogelijk is. Moet je daarom Europees samenwerken? Ja. Dan kunnen wij een grote stroom van vluchtelingen aan. Als de heer Wilders vraagt hoeveel mensen wij in Nederland kunnen opvangen, zeg ik: ik weet niet waar die grens ligt. Maar ik weet wel dat wij in het verleden twee keer zo veel mensen in de opvang hebben gehad als op dit moment aan de orde is. Uiteindelijk is de vraag: hoeveel willen wij er aankunnen? Ik weet dat u zegt: helemaal niemand. Want het maakt u geen bal uit of mensen vluchten voor oorlog en geweld. Maar mij wel.

De heer Wilders (PVV):

Het antwoord is dus glashelder: de fractie van GroenLinks stelt geen grens, durft geen grens te stellen, en laat dus iedereen toe in Nederland. Dat hoort men nu ook in Afrika en in het Midden-Oosten. Gelukkig is uw partij niet zo groot, maar als dat onverhoopt zou gebeuren, weet heel Afrika dat de leider van GroenLinks vindt dat iedereen hier maar moet komen. Nogmaals, het zijn niet alleen maar vluchtelingen. De mensen komen uit veilige landen en zijn dus inderdaad eerder migranten dan vluchtelingen. Maar GroenLinks zegt: kom allemaal maar naar Nederland. U maakt Nederland helemaal kapot.

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Wilders doet hier weer een Wildersje, zo noemen wij dat dan. Dat was een goed voorbereide interruptie. Hij wist precies wat hij zou gaan zeggen. Ik heb niet gezegd dat iedereen hier welkom is. We hebben daar regels voor. Als mensen echt vluchten voor oorlog en geweld, dan hebben ze hier recht op een verblijfsstatus en dan vind ik dat die mensen die status ook moeten krijgen. Dat is wat ik heb gezegd, mijnheer Wilders.

Wat u wilt, is de poorten totaal dichtgooien. Het kan niet eens! Ik vind het een leuke poging, maar het kan niet eens. U wilt helemaal niemand toelaten, ook niet mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Dat is een keuze die ik niet maak. Dat is heel helder en dat mogen de mensen in Afrika en in het Midden-Oosten best wel horen.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

De heer Klaver (GroenLinks):

Zoals ik al zei: niemand is gelukkig met grote groepen vluchtelingen, want niemand is gelukkig met oorlog en geweld. Maar we kunnen het aan. We kunnen het aan als we lessen trekken uit het verleden en niet weer dezelfde fouten maken. De eerste belangrijke les is: wees realistisch. Mensen komen zolang ze moeten vluchten voor de bommen van Assad en de gruwelijkheden van IS. Of ze nu bejaard of kind zijn, moslim of christen, rijk of arm: ze komen. En laten we eerlijk wezen, er wordt hier al tien jaar lang gezegd dat asielzoekers niet meer welkom zijn. Asielzoekerscentra zijn gesloten. Het kabinet-Rutte I sloot 6.200 opvangplekken. Ze zijn wegbezuinigd. Was dat verstandig? Ik vraag het aan het kabinet.

Nog steeds doen sommigen alsof we de grenzen kunnen sluiten, alsof mensen niet vluchten voor geweld, maar op zoek zijn naar borstvergrotingen en ooglidcorrecties. Op dit moment hebben we 36.000 mensen in de opvang. Voor dit jaar was er rekening gehouden met een capaciteit van 25.000. Ziedaar het probleem van Oranje. Voor 2016 gaat het kabinet uit van 14.000 vluchtelingen minder dan waar het dit jaar rekening mee houdt en dat kan niet. Kabinet, wees eerlijk: hoeveel mensen verwacht u werkelijk in 2016? Dan kunnen we daar vandaag mee aan de slag en niet achter de feiten aan blijven hollen zoals we de afgelopen week hebben gedaan. Dan kunnen we ervoor zorgen dat we volgend jaar wel de boel op orde hebben, dat er voldoende kleinschalige opvang is.

Over die opvang: hoe gaan we die kleinschaliger opvang precies organiseren, in lijn met de aangenomen motie-Voortman? Hoe gaan we voorkomen dat gemeenten, zoals nu is gebeurd in Hoorn, nee krijgen te horen op hun aanbod voor kleinschalige opvang, terwijl ze wel worden verzocht om onder grote druk crisisopvang te organiseren? Hoe gaan we voorkomen dat we mensen blijven rondsturen van sporthal naar sporthal, van crisisopvang naar crisisopvang? Om dat te voorkomen moet het COA begin volgend jaar weten waar het aan toe is qua budget, en niet achteraf of ad hoc budget erbij krijgen. Is de premier dat met mij eens?

We moeten leren van het verleden. Niet iedereen gaat terug. De gastarbeiders in de jaren zeventig — de werkgevers en de VVD waren er dol op — zouden maar tijdelijk blijven en dan weer teruggaan, net als de Joegoslaven trouwens in de jaren negentig. Maar wees realistisch: veel van de gastarbeiders zijn gebleven. Twee derde van de Joegoslaven bleef hier, en ook veel Syrische vluchtelingen zullen blijven. De burgeroorlog is morgen niet voorbij. Mensen gaan hier een leven opbouwen. Daarom moeten we vanaf dag één inzetten op integratie, werk, taal, onderwijs, en op insluiten, niet uitsluiten. Of zijn we de lessen van Fortuyn soms vergeten? Hoe gaat de minister van Sociale Zaken hieraan vormgeven?

Wees zorgvuldig. Testosteronbommen, borstvergrotingen, ooglidcorrecties; het lijkt wel een debat over de gezondheidszorg. Tsunami's, stromen, aanzuigende werking, vloedgolven, indammen; het lijkt wel een debat over watermanagement. Ik zei al: woorden doen ertoe. Woorden maken beelden, beelden beïnvloeden mensen en mensen raken bevreesd. Angst lost echter niets op. Woorden doen ertoe. Precies daarom was Ab Klink tegen samenwerking met de PVV. Ik vind het fijn dat ik hem kan aanhalen, op de dag dat de premier precies vijf jaar in functie is. Gefeliciteerd nog daarmee. Vijf jaar geleden werkte de premier samen met de PVV. Inmiddels werkt hij samen met de PvdA, maar wat Ab Klink zei, blijft waar. Beleid moet de samenleving kunnen binden. Als de eenheid van beleid permanent in het geding is omdat de motieven van de partijen die politiek samenwerken totaal verschillend zijn, dan raakt dat Nederland. Dan raakt dat de samenleving. Dat kan niet. We zijn allemaal politici. We hebben allemaal ideeën en idealen wat de samenleving betreft. Dat is goed. Het hoort bij het debat dat deze verschillen zichtbaar worden. We hebben echter ook een gedeelde verantwoordelijkheid, namelijk om bewust met woorden om te springen, om voorbeelden zorgvuldig te kiezen, om niet doelbewust maatregelen van het kabinet zodanig uit te leggen dat de eigen kiezer tevreden is maar de burger verward. Dus geen reprise van het vorige debat alstublieft, waarin de heer Samsom zei dat er minder mensen opgevangen zouden moeten worden in de regio terwijl de heer Zijlstra zei dat het er meer zouden moeten zijn. Overigens zijn de onderhandelingen hierover inmiddels in volle gang. Hoe kijkt het kabinet aan tegen het versoepelen van de visa-vereisten voor Turkije? Gaat de premier dit steunen in ruil voor meer opvang van vluchtelingen in de regio, in Turkije? En breder, hoe kijkt de premier überhaupt aan tegen onderhandelingen met Turkije? Wat heeft Europa volgens hem te bieden?

Ik rond af. Het hoort bij onze rol als politici, vooral als wij plotseling voor grote uitdagingen staan, om eerlijk, realistisch en zorgvuldig te zijn. Ik ben ervan overtuigd: we kunnen dit aan.

De heer Wilders (PVV):

Het is nog veel erger met GroenLinks gesteld dan we al dachten. Net is duidelijk geworden dat de heer Klaver zegt, al zijn het er een miljoen: kom maar binnen, je bent van harte welkom. Ook heeft de partij van de heer Klaver samen met zijn kameraden van de SP en de ChristenUnie een initiatiefnota ingediend waarin gewoon staat dat als je bent afgewezen als asielzoeker, en je dus illegaal in Nederland bent, de overheid daarvoor niet alleen moet betalen maar mensen ook nog een humane opvang moet bieden, betaald door het Rijk. Als dat waar is — en het is waar want het staat hier — dan staat daar dus de lijsttrekker en de fractievoorzitter van de partij die zegt: ik stel niet alleen geen grens aan het aantal asielzoekers, maar als asielzoekers zijn afgewezen, geef ik hen ook nog eens bed, bad en brood en een fatsoenlijke opvang. Met andere woorden: het maakt eigenlijk niet uit of je een status krijgt of niet, we zorgen wel voor je. Nou, ik kan hem zeggen: dan komt heel Afrika naar Nederland.

De voorzitter:

Mijnheer Wilders, dit was uw vraag?

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is voldoende om op te reageren.

De voorzitter:

Dat denk ik ook wel.

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Wilders leeft echt in Lilalalaland. Je kunt juridisch iemand afwijzen en zeggen dat hij terug moet gaan, maar in de praktijk blijkt het gewoon niet altijd mogelijk om mensen terug te sturen. Het is hardvochtig om dan te zeggen: zoek het maar uit, verdwijn in de illegaliteit, we zorgen niet voor je. Daar kies ik niet voor. Dat is een groter probleem voor onze samenleving dan deze mensen gewoon opvang bieden.

De heer Wilders (PVV):

De conclusie was al dat de GroenLinks-fractie vindt dat mensen, asielzoekers, maar moeten blijven komen. GroenLinks wil daar geen maximum aan stellen. Nu wordt daaraan toegevoegd dat als je als asielzoeker hier bent en je aanvraag wordt afgewezen, en zelfs de rechter uitspreekt dat die afwijzing terecht is, mensen toch moeten worden opgevangen en voor hen moet worden betaald. Mijnheer Klaver, u bent echt knettergek.

De heer Klaver (GroenLinks):

Liever knettergek en humaan dan asociaal.

De voorzitter:

Ik merk voor de Handelingen op dat ik het niet zo netjes vind om elkaar zulk soort woorden toe te voegen.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Delen van het Midden-Oosten en de kop van Afrika staan in brand. Vreselijke beelden en verhalen vliegen de wereld over. Waar oorlog is, slaan mensen op de vlucht. Dat zagen we in voormalig Joegoslavië, in Afghanistan en in Irak. Dat zien we nu ook in Syrië. Mensen laten huis en haard achter om hun gezin in veiligheid te brengen. De meeste mensen willen graag dicht bij huis blijven, op een plek met dezelfde gewoonten en gebruiken. Maar een ander deel van de mensen komt onze kant op, zeker nu de opvang in buurlanden nog zo tekortschiet. Dat heeft een enorme impact, in de eerste plaats voor al die miljoenen mensen die op zoek zijn naar een veilig heenkomen, maar zeker ook voor landen in de regio die deze mensen willen opvangen, en voor landen hier. Er ontstaan vragen bij mensen, er ontstaan discussies en meningen vliegen alle kanten op. Het is dan van belang om te voorkomen dat mensen tegenover elkaar komen te staan of tegen elkaar worden uitgespeeld.

De heer Wilders (PVV):

Bij een vorig debat heb ik de heer Roemer de volgende vraag al eens gesteld. Ik zou die graag nog een keer willen stellen. Hij zegt hoe schrijnend het is als mensen oorlogsgebieden moeten verlaten. Dat kan ik niet eens met hem oneens zijn. Als deze mensen echter bijvoorbeeld uit Syrië vertrekken en naar Turkije of naar Griekenland gaan, dan zijn ze toch al in veilige landen? Dan hoeven wij toch geen medelijden met die mensen te hebben als ze daar niet blijven, maar hier naartoe komen? Zij komen dan door zes veilige landen voordat zij in Nederland aan de deur kloppen. Dan kunnen wij toch zeggen: u was al veilig, dus ga weg want u bent geen vluchteling maar een migrant. Dat is toch niet asociaal?

De heer Roemer (SP):

Er is een groot internationaal conflict. Daarbij heeft mijnheer Wilders overigens ook nog een rol gespeeld, want hij was voorstander van bombardementen in die regio. Als er zo'n groot conflict is, moeten we niet gek opkijken als er daardoor vluchtelingenstromen ontstaan. In mijn betoog zal ik stapsgewijs aangeven hoe we dat het beste kunnen opvangen. Het is natuurlijk het gemakkelijkst om te zeggen dat we ervoor moeten zorgen dat het conflict ophoudt te bestaan, maar dat laatste is tegelijkertijd het moeilijkste om te doen. Als het conflict ophoudt, komen er geen Syriërs meer naar Nederland. De tweede stap is dat je natuurlijk moet zorgen voor heel goede, veilige gebieden in de regio waar mensen kunnen worden opgevangen. Die zijn er op dit moment onvoldoende. Het derde punt is dat je in zo'n situatie niet als bevolking van een individueel land kunt zeggen: wij doen helemaal niks. Een individueel land kan ook niet alle problemen alleen oplossen. Daarom is internationale samenwerking nodig. Daarvoor heeft de SP voorstellen gedaan. Drie jaar geleden hebben wij al voorgesteld om in de randen van Europa asielcentra op te richten en om vandaar de procedure te doen. Die vluchtelingenstroom konden we toen namelijk al zien aankomen. Wij hebben toen al voorgesteld om met een verdeelsleutel voor de Europese landen te gaan werken. We mogen namelijk niet wegkijken bij een conflict waar Nederland medeverantwoordelijk voor is.

De heer Wilders (PVV):

Is Griekenland volgens de SP een veilig land?

De heer Roemer (SP):

De landen in Europa zijn veilige landen. Daarom moeten zij hierover samen afspraken maken. De heer Wilders noemt echter ook Turkije een veilig land. Ik weet niet of hij de beelden uit Turkije van de afgelopen tijd heeft gezien. In zuidoostelijk Turkije is er gewoon een oorlog aan de gang. Laat de heer Wilders ook eens kijken naar de situatie in Jordanië en in Libanon. Daar is gebrek aan voedsel en aan drinkwater. Kinderen kunnen er niet naar school. Er moet daar dus een hoop gebeuren. En ja, daarom moeten wij in Europees verband de mensen die naar Europa komen op een fatsoenlijke manier opvangen. Dan moet Nederland niet als individueel land zeggen: wij bouwen een groot hek om het land en de rest zoekt het maar uit. Als we de heer Wilders hadden gevolgd, hadden we ook militair ingegrepen in Iran. Dan was de vluchtelingenstroom nog veel groter geweest. In zo'n situatie mag je niet wegkijken.

De heer Wilders (PVV):

Ik begrijp van de heer Roemer dat ik verantwoordelijk ben voor alle oorlogen in het Midden-Oosten.

De heer Roemer (SP):

Nee, dat zeg ik niet. U moet wel luisteren …

De heer Wilders (PVV):

Maar los daarvan … De SP-kiezer wil dat helemaal niet. Die mensen waren al veilig in de landen waar zij vandaan kwamen. Het zijn geen zielige vluchtelingen die hier komen. Het zijn vaak jonge mannen vol met hormonen die dit land binnenkomen. Voor hen is er helemaal geen plaats. Zij horen hier niet binnen te komen en zij kosten ons bakken met geld. En daar staan die SP'ers dan op de trappen in Almere met de boodschap "kom maar binnen allemaal". Dat is helemaal niet nodig. Waarom doet de SP dat? Haar kiezer wil dat helemaal niet.

De heer Roemer (SP):

Nee, even serieus, mijnheer Wilders …

De voorzitter:

Mijnheer Roemer en mijnheer Wilders, het is niet handig om door elkaar heen te praten. Mijnheer Roemer heeft de kans zojuist gehad om iets te zeggen. Nu krijgt de heer Wilders de kans om daarop te reageren.

De heer Wilders (PVV):

Dank u zeer, voorzitter. Ik ben overigens niet verantwoordelijk voor al die oorlogen. Ik kom nog even terug op wat de heer Roemer zei. Ik had het niet over Turkije, maar over Griekenland. Griekenland is een veilig land. Ik heb hier een foto van anderhalve week geleden. Toen waren wij in Almere aan het flyeren tegen het asielzoekerscentrum daar. Op die foto staan allemaal SP'ers die daar ook waren. Zij stonden er met grote posters waarop stond: vluchtelingen welkom, meer vluchtelingen naar Nederland. Ik snap daar helemaal niks van. De SP-kiezer wil dat helemaal niet, maar bovendien waren de vluchtelingen die naar Nederland komen al veilig in de landen waar ze vandaan komen. De mensen die hier komen, zijn dus geen zielige vluchtelingen. Het zijn vaak jonge mannen vol hormonen die dit land binnenkomen. Die hebben hier helemaal geen plaats en die horen hier niet te zijn. Ze kosten ons bakken met geld. Daar staan die SP'ers dan, op de trappen in Almere. Kom maar binnen allemaal. Dat is helemaal niet nodig. Waarom doen ze dat? De SP-kiezers willen dat helemaal niet.

De heer Roemer (SP):

Een derde van alle vluchtelingen uit Syrië bestaat uit kinderen onder de 18 jaar. Waarom stigmatiseert de heer Wilders die hele groep? Er is een groot internationaal conflict. Wij kijken niet weg. Wij nemen ons deel, terwijl wij niet eens voor de bombardementen in het Midden-Oosten waren. Wij hebben er altijd voor gewaarschuwd dat het de verkeerde kant op gaat. Wij hebben erop gewezen dat een en ander tot vluchtelingenstromen leidt. Sterker nog: wij hebben ervoor gewaarschuwd dat die bombardementen contraproductief werken. Hadden wij dat allemaal maar gedaan. Als wij hadden geleerd van hetgeen in Irak, Afghanistan en Joegoslavië is gebeurd, dan hadden wij deze discussies hier niet gehad. Wij moeten dat probleem nu wel gezamenlijk oplossen, maar de heer Wilders doet daar niet aan mee. Wij moeten er internationaal voor zorgen dat in het Midden-Oosten een de-escalatiepolitiek wordt gevoerd in plaats van een escalatiepolitiek. Dat betekent dat wij de opvang in de regio moeten verbeteren en dat wij niet moeten wegkijken. Voor Nederland betekent dat ook dat het een bijdrage moet leveren aan de opvang van de vluchtelingen die naar Europa komen. Dat kan. Wij kunnen dat aan en wij moeten dat ook doen.

De heer Wilders (PVV):

Ik zal maar afronden. Ik kan alleen maar concluderen dat de SP, ondanks allemaal mooie ingewikkelde geopolitieke woorden van de heer Roemer, zegt dat de grenzen niet dicht maar open moeten. De SP zegt: we kunnen het aan en we willen dat ook. Zij gaat ervoor demonstreren. Vorige maand zijn er 13.000 mensen dit land binnengekomen. Als ik het goed heb, was dat het aantal in september. Als we zo nog een aantal jaren doorgaan, kost het ons miljarden. Dat geld hadden we aan de pensioenen voor de ouderen en aan de zorg kunnen besteden, maar de SP zegt: Ali, kom maar binnen met je knecht; wij geven jou die miljarden wel. Ik snap daar helemaal niets van en de SP-kiezer snapt dat nog minder.

De heer Roemer (SP):

Heel veel mensen maken zich terecht zorgen. Zij maken zich echt zorgen over een gebrek aan werk en woonruimte. Laten dat nu onderwerpen zijn waarvoor de heer Wilders medeverantwoordelijk was onder het kabinet-Rutte I. De heer Wilders vindt het misschien niet leuk dat ik dit herhaal, maar de afbraak van de sociale woningbouw is onder Rutte I in gang gezet. Sterker nog: de heer Wilders wilde nog een stapje verder gaan; hij was voor de verkoop van woningen. Hij wilde nog minder woningen in de sociale huisvesting. Dan waren de wachtlijsten nog langer geweest. De heer Wilders kan wel wegkijken en anderen de schuld geven, maar ik had gehoopt dat hij met echte oplossingen zou komen. Hij zegt dat de grenzen dicht moeten. Dat is compleet irrealistisch. Wat gaat hij doen bij al die grensovergangen? Er zijn enorme wachtlijsten. Er zijn wachtrijen met vrachtwagens. Logistiek Nederland ziet de heer Wilders al aankomen. De illegaliteit zal alleen maar toenemen. Hetgeen de heer Wilders wil, is onmogelijk. Het is makkelijk om dat voor de bühne te zeggen, maar het zijn geen oplossingen.

Deze week is de Europese top. Tijdens die top wordt voornamelijk hierover gesproken. Dat is ook goed. Er moeten immers antwoorden komen en maatregelen worden genomen. Ik zie dat de minister-president en de vicepremier die maatregelen al aan het doorappen zijn. Dat is harstikke fijn. Dan komen ze sneller in Europa aan. Het is fantastisch om gebruik te kunnen maken van die nieuwe technieken!

Het tot stand brengen van stabiliteit in de regio of in ieder geval in delen van de regio, is de beste manier om de vluchtelingenstroom te stoppen. Als wij iets geleerd hebben de afgelopen vijftien jaar, dan is het wel dat militaire interventies zonder politieke oplossing contraproductief hebben gewerkt. Dat hebben wij in Irak en Afghanistan gezien en dat zien wij nu in Syrië. Als wij daadwerkelijk iets willen doen aan het grote aantal mensen dat op de vlucht slaat vanuit Syrië, dan moeten wij werken aan minder oorlog en meer diplomatie. Zonder zicht op een politieke oplossing heeft meer geweld geen enkele zin. Is de minister-president het met mij eens dat onze inzet voor de Europese top erop gericht moet zijn om dit voor elkaar te krijgen? Verdergaande escalatie zal alleen maar leiden tot een nog grotere vluchtelingenstroom. Is de premier het met ons eens dat er een wapenembargo voor conflictgebieden moet komen? Zo ja, is hij dan ook bereid om tijdens de top daarover te spreken en om alles op alles te zetten om dat voor elkaar te krijgen? Is de minister-president ook bereid om op de top alles te doen om actief beleid te maken om financieringsstromen naar IS-gebieden eindelijk eens echt aan te pakken?

Goede opvang in de regio is van groot belang. Daarover zijn wij het hier Kamerbreed eens, maar wordt daar wel voldoende in geïnvesteerd? Overvolle kampen, weinig voedsel, een gebrek aan schoon drinkwater en geen onderwijs voor de kinderen is aan de orde van de dag in de kampen in bijvoorbeeld Libanon. Is de minister-president het met mij eens dat het geld dat beschikbaar is voor opvang in de regio's te weinig is? Dat de internationale gemeenschap achterblijft, maar dat ook vanuit Nederland extra geïnvesteerd moet worden? Hoe bestaat het dat we al maanden praten over betere opvang in de regio en dat er nog steeds niets gebeurt? Kan de minister-president concreet aangeven hoe op dit moment de opvang in de regio verbeterd wordt?

Er komt nu een lijst van veilige landen, waar Turkije ook op staat. In dat land wordt in het zuidoosten gewoon oorlog gevoerd en vond er in de afgelopen week een gruwelijke aanslag plaats. Het is een land met enorme spanningen onder de bevolking en toenemende repressie vanuit de regering. Kan de minister-president mij uitleggen waarom Turkije toch op deze lijst verschijnt? Laten we deze Europese top juist gebruiken om de Turkse regering aan te spreken op haar rol in de binnenlandse conflicten en op de mensenrechten.

Een aantal jaren geleden stelde de SP al voor om asielzoekerscentra op te richten aan de grenzen van Europa. Nu zijn ze er, de hotspots. Ik ben er blij om dat het belang daarvan wordt ingezien, maar het gaat wel erg traag. Kan de minister-president aangeven hoe het staat met de voortgang en kan hij er bij de Europese top op aandringen dat deze plaatsen snel ingericht worden, zodat een eerlijke verdeling van vluchtelingen over de EU mogelijk wordt? Wanneer je grip wilt krijgen op vluchtelingenstromen, zijn dit drie belangrijke punten.

Ik ga naar ons eigen land. De meeste mensen zijn graag solidair met mensen die vluchten voor oorlogen, maar er zijn ook heel veel zorgen; terechte zorgen. Zorgen over grote aantallen, zorgen over te weinig inspraak en vragen over de gevolgen. Er zijn ook zorgen over de enorme wachtlijsten voor een woning in de sociale woningbouw, zorgen over het vinden van een baan wanneer zoveel mensen allemaal tegelijk werk zoeken. Deze zorgen zijn heel terecht. Veel mensen hebben jaar in, jaar uit de klappen van de crisis op hun bordje gekregen. Publieke voorzieningen hebben het de afgelopen jaren zwaar te verduren gehad. De wachtlijsten voor betaalbare woningen worden langer en langer, mensen krijgen niet allemaal meer de zorg die zij nodig hebben en dankzij de enorme bezuinigingen zijn veel mensen hun baan kwijtgeraakt. Keer op keer is het dezelfde groep mensen geweest die de klappen kregen.

De komst van zoveel vluchtelingen voelt voor deze groep mensen als een druppel die de emmer doet overlopen. Het is ongeloofwaardig om praatjes te verkopen over extra banen als je weet dat er de afgelopen drie jaar 100.000 mensen werkloos zijn geworden en de vooruitzichten nog steeds niet best zijn. Het is ook ongeloofwaardig dat er gesproken wordt over meer huurwoningen terwijl er nu 10.000 woningen uit de sociale woningbouw in de uitverkoop zijn gegaan. Natuurlijk moet er snel gewerkt worden aan meer woonruimte. Het creëren van 10.000 extra woningen is een eerste stap, maar natuurlijk veel te weinig. Vorige week sprak de Partij van de Arbeid nog over 100.000 woningen. Is het kabinet bereid om dit aantal toch fors te verhogen?

Wat we in ieder geval niet moeten doen, is van mensen tweederangs burgers maken en ze te verhinderen om te integreren. Wat er wel moet gebeuren, is het stoppen van de verkoop van sociale woningen door corporaties en het omzetten van de verhuurdersheffing in een investeringsplicht. Ook met tijdelijke woonruimte erbij, blijven de wachtlijsten voor de mensen veel te lang.

Terwijl een deel van de mensen zich flink zorgen maakt, heet een ander deel van de mensen de vluchtelingen welkom. Dat zijn uitersten, maar we moeten zorgen dat die mensen niet tegenover elkaar komen te staan. Het creëren van draagvlak betekent dat mensen serieus genomen moeten worden en dat er iets voor hun problemen wordt gedaan. Dat is niet wat we de afgelopen week hebben gezien, dat is niet wat we in het dorpje Oranje zagen. Door de bewoners van Oranje als een dief in de nacht voor een voldongen feit te zetten, heeft de staatssecretaris het draagvlak op het spel gezet, niet alleen in Oranje, maar in de hele samenleving. Bewoners willen serieus genomen worden. Bewoners moeten via bewonerscomités inspraak krijgen in waar en hoe de opvang eruit komt te zien. Voorzieningen die overbelast dreigen te raken, moeten worden verbeterd; denk aan overvolle bussen en slecht internet. Door de voorzieningen voor iedereen in ons land te verbeteren, nemen wij een deel van de ergernissen weg. Daarnaast zie ik ook graag dat asielzoekerscentra gebruikmaken van het lokale bedrijfsleven. Op die manier komt de opvang aan iedereen ten goede. Laten wij deze voorstellen als uitgangspunt nemen bij het zoeken naar nieuwe opvanglocaties, zodat wij een plek bieden aan mensen die dat heel hard nodig hebben en tegelijkertijd de terechte zorgen van mensen serieus nemen. Graag een reactie van de minister-president hierop.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Verzetstournees. Complottheorieën. Borstvergrotingen. In die sfeer van onsmakelijke voorbeelden en foute verdachtmakingen zoeken wij vandaag naar oplossingen. Oplossingen voor de opvang van oorlogsvluchtelingen in ons land. Ik gruwel van de PVV, die angst onder mensen probeert aan te wakkeren, maar ik gruwel evenzeer van partijen die uit electorale angst voor Wilders tegen hem aanschurken en zijn politiek van polarisatie imiteren.

De heer Wilders (PVV):

Hoe wij over elkaar denken, over elkaars ideeën althans, is een publiek geheim. De heer Pechtold begon zijn betoog met de opmerking dat hij gruwelt van een verzetstournee. Mag ik hem vragen wat er mis mee is om het land in te gaan, om de mensen die iets tegen azc's hebben te steunen door de straat op te gaan, door gebruik te maken van een democratisch recht van petitie en door naar inspreekavonden te gaan? Wat er in hemelsnaam op tegen om op zo'n manier verzet te voeren?

De heer Pechtold (D66):

Mijnheer Wilders, u vroeg zojuist aan collega's waar de grens is. Voor mij is de grens bereikt als politici oproepen tot verzet tegen oorlogsvluchtelingen. Voor mij is de grens bereikt als politici menen democratisch gekozen te moeten worden en vervolgens het gremium waarin ze zitten, een nepparlement noemen. U shopt in de democratie wanneer het u lief is. U maakt er met een eenmanspartij gebruik van als u denkt uw invloed te kunnen aanwenden en u schopt ertegenaan als het u niet uitkomt.

De heer Wilders (PVV):

Dit is weer geen antwoord. Het gebeurt vaker — de vorige keer heb ik dat ook gezien — dat de heer Pechtold een beetje om zich heen gaat slaan als hij geen goed antwoord weet. Ik stel de vraag nog een keer. Misschien kan hij nu een beetje gericht antwoorden. Mijnheer Pechtold, in het begin van uw termijn zei u dat u gruwelt van een verzetstournee, dat u er zelfs een vieze smaak van in de mond krijgt. Voorzitter, ik vind dat dat echt niet kan. De heer Pechtold mag hier al zijn rare ideeën spuien, hoor; geen probleem. Maar is er in 's hemelsnaam verkeerd aan om op een geweldloze en democratische manier het land in te gaan en van Purmerend tot waar dan ook in Nederland de mensen te steunen die zeggen "ik wil geen azc"? Wat is er verkeerd aan om naar een inspreekavond te gaan, daar in te spreken en voor de mensen op te komen die in Nederland geen azc willen? Dat is een keurige democratische manier. Als u als vertegenwoordiger van Democraten 66 daar onpasselijk van wordt, zegt dat meer over u dan over de PVV en al die mensen die dit steunen.

De heer Pechtold (D66):

Nou, de heer Wilders raakt er wat opgewonden van! In paniek moet je dat doen. Je bestaat als zogenaamde partij al ettelijke jaren. Je zit in twee gemeenteraden en ja, dan moet je in al die andere 398 gemeenten zelf in persoon langs om wat te doen. Als u, mijnheer Wilders, gewoon het lef zou hebben om een echte partij te vormen waar mensen op kunnen stemmen, zouden uw lokale vertegenwoordigers in die gemeenteraad het woord kunnen voeren. Zij zouden in de lokale democratie hun werk kunnen doen. U denkt dat dit de lokale gemeenteraad is, de nationale gemeenteraad. Voorzitter, daarover verschillen de heer Wilders en ik van mening.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter, weer geen begin van een antwoord. De heer Pechtold slaat weer als een wilde om zich heen en haalt er van alles bij. Ik heb alleen maar een vraag gesteld over de eerste zin van uw inbreng, mijnheer Pechtold. Toen zei u dat u onpasselijk werd van een verzetstournee door het land, geweldloos en democratisch, dat u daar een vieze smaak van in uw mond kreeg. Daar krijg ik nou een vieze smaak van in mijn mond, van iemand die de Democraten 66 vertegenwoordigt en zegt tegen al die mensen in Nederland — het zijn er miljoenen; miljoenen vinden dat wij dit op een nette manier moeten bestrijden — dat dit niet mag. Daar krijg ik een vieze smaak van in de mond. U bent de regent geworden van dit huis.

De heer Pechtold (D66):

Ja.

De heer Wilders (PVV):

U bent de grote regent geworden die vanuit een ivoren toren de mensen op straat de les leest. U zou zich hierover goed moeten beraden.

De heer Pechtold (D66):

Ik vind het wel leuk om de heer Wilders daar zo hijgerig te zien staan. Al die jaren dat we probeerden om hem eens naar feiten of antwoorden te vragen, kregen we elke keer het antwoord dat we de boom in konden en dergelijke. Nu gaat de heer Wilders — hij wordt er helemaal opgewonden van — een keer lekker meedoen aan de democratie en gaat hij debatten voeren. Nu gaan mensen vragen om antwoorden en feiten. Dat is hartstikke leuk. Leer ervan. Ga zo door! De heer Wilders loopt hier al een jaar of 25 rond. Hij leert het zo langzamerhand. Ga nog een beetje door. Kom op!

Voorzitter. Op onze schouders, op die van ons alle 150, zowel coalitie als oppositie, rust de verantwoordelijkheid om samen te zoeken naar oplossingen, om samen te werken aan draagvlak in de samenleving en om samen op te staan tegen hen die onrust stoken en verdeeldheid zaaien. Alleen zo kunnen we van gemeenten en mensen vragen om hun nek uit te steken door opvang te bieden en vluchtelingen op te nemen in dorp, stad of gemeenschap. Vandaag staat voor mij de vraag centraal hoe we de oorlogsvluchtelingen helpen en hoe we draagvlak houden onder Nederlanders. Door oorlogsgeweld in Syrië, de dictatuur in Eritrea en acties van de taliban in Afghanistan zijn op dit moment meer mensen op de vlucht dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog. De realiteit is dus dat mensen blijven komen en dat een deel van hen misschien wel nooit zal terugkeren naar hun thuisland. Daarop moeten we goed voorbereid zijn.

Vorig jaar zei het kabinet dat er 65.000 vluchtelingen zouden komen. Er was paniek in de Trêveszaal, maar maatregelen, ho maar. We zijn nog niet eens op de helft van dat aantal, maar de opvang schiet al tekort. Ik sprak met gemeenten die zelf naar Ikea moeten om 250 kussens te gaan halen of bijvoorbeeld wasmachines. Het COA moet iedere avond met kunstgrepen ervoor zorgen dat er geen mensen op straat slapen. We zijn dus slecht voorbereid. We moeten nu een inhaalslag maken om alles in goede banen te leiden. Ik onderscheid hierbij drie fases: de zorg primair voor echte oorlogsvluchtelingen, de zorg voor goede opvang met draagvlak onder de bevolking en de zorg voor directe integratie.

Het grootste deel van de asielzoekers in Europa en Nederland is op de vlucht voor oorlogsgeweld. Deze mensen verdienen onze bescherming. Een Europese aanpak is hiervoor cruciaal. Het begin is er. De eerste Europese aanmeldcentra zijn essentieel om de vele asielzoekers in goede banen te leiden, maar het is nog lang niet genoeg. Mijn fractie wil dat er aan de grenzen meer Europese aanmeldcentra komen en dat alle asielaanvragen daar behandeld kunnen worden. Als mensen geen recht hebben op asiel, moeten zij snel teruggestuurd worden. Als zij dat wel hebben, moeten zij eerlijk worden verspreid over Europa. Hoe staat het met dat voorstel, zo vraag ik aan de minister-president.

Ook in Nederland moeten we nog veel doen voor een betere registratie. De crisis- en noodopvang is bedoeld voor mensen die vluchten voor oorlog en geweld, maar er gaat iets mis als in een sporthal in Vlissingen, waar ik afgelopen zondag was, niet alleen 150 oorlogsvluchtelingen uit Syrië zitten, maar ook 30 mensen uit een veilig land als Albanië. Mijn fractie wil dat mensen die waarschijnlijk niet in aanmerking komen voor asiel, sneller eruit worden gepikt, versneld door de procedure kunnen gaan en indien nodig ook weer sneller kunnen worden uitgezet. Zo houden ze geen plekken bezet die voor oorlogsvluchtelingen zijn en zo blijft het draagvlak in Nederland overeind. Wat vindt de premier van ons voorstel om mensen bij hun startregistratie een korte bandopname te laten inspreken en die door tolken te laten analyseren om eerder te kunnen bepalen waar iemand vandaan komt? Is hij bereid om hiervoor extra mensen beschikbaar te stellen?

Een land als Nederland heeft de plicht om mensen die op de vlucht zijn fatsoenlijk op te vangen. Draagvlak onder onze bevolking is daarvoor cruciaal. Het verbreken van afspraken, zoals in Oranje, mag niet meer voorkomen. Gelukkig is het D66-voorstel om afspraken met gemeenten te respecteren, bijna Kamerbreed aangenomen. De coalitiepartij Partij van de Arbeid garandeerde maandag ook dat dit niet meer gebeurt. Is de premier dat met ons eens? De nood- en crisisopvang moet beter. Nu gaat er nog veel fout. Vluchtelingen moeten iedere 72 uur de bus in, van crisisopvang naar crisisopvang. De bijna 200 vluchtelingen in Vlissingen zaten bij hun vijfde 72 uursopvang. Hoe wil het kabinet een einde maken aan dit gesleep met vluchtelingen? Is de premier bereid kleinschalige opvang mogelijk te maken voor gemeenten die aanbieden asielzoekers te huisvesten in bijvoorbeeld leegstaande scholen? Defensie heeft operationele kazernes. Waarom worden die niet maximaal ingezet?

Naast registratie en opvang, mogen wij ook geen tijd verliezen met de integratie van deze groep. Iedere dag dat asielzoekers op hun handen zitten, is een verloren dag. Mensen die de taal spreken, hebben twee tot drie keer zo veel kans op een baan. Daarom wil mijn fractie dat al in de noodopvang wordt begonnen met taalcursussen. Is de minister-president bereid om hiervoor geld vrij te maken? Mensen moeten ook sneller aan de slag kunnen op hun eigen niveau. De zoveelste werkgroep van minister Asscher is goed bedoeld, maar hoe staat het met de uitvoering van mijn motie over de erkenning van diploma's? Ik krijg hier graag een reactie op.

Meedoen in de maatschappij is het allerbelangrijkst. Toch kregen wij gisteren een brief waaruit blijkt dat vluchtelingen apart worden behandeld: geen bijstand, maar leefgeld. Hoe gaat dit in de praktijk? Kan dit met wetgeving? Schuiven wij met deze maatregelen het probleem niet voor ons uit? Ook hier krijg ik graag een reactie op.

Ik heb geen zin om mee te doen aan een wedstrijdje: wie heeft de soberste opvangvoorstellen, omdat die zogenaamd vluchtelingen zouden tegenhouden. Het is mijn simpele overtuiging dat het hier toch altijd nog beter is dan in de kapotgeschoten wijken van Aleppo of Kobani. Ik hoop dat wij vandaag over die verschillen kunnen heen stappen en dat wij samen zoeken naar oplossingen, samen werken aan draagvlak in de samenleving en samen opstaan tegen hen die Nederland willen verdelen.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. Afgelopen weken trok het vluchtelingendebat in al zijn facetten aan ons voorbij. Of eigenlijk juist niet in al zijn facetten. Wij zagen vooral de uitersten. Wij zagen de tegenstanders van een asielzoekerscentrum die de verantwoordelijk bestuurder schuimbekkend de meest vreselijke verwensingen naar het hoofd slingerden. Wij zagen de mensen die met knuffelberen en kindertekeningen de vluchtelingen welkom heetten. Wij zagen de man die in blinde woede zijn camper op de weg zette om de bus met vluchtelingen te blokkeren. Wij zagen de ene politicus die met een goedgevonden oneliner het plan van de andere politicus neersabelde en wij zagen de andere politicus die zeker wist dat de ene politicus er niets van begrepen had.

Wie de afgelopen tijd Nederland louter via de televisie en de krant bekeek, kreeg de indruk van een diep verdeeld land waar bewoners en politici met scherpe meningsverschillen recht tegenover elkaar staan. Wie echter de kans krijgt om iets verder te kijken en te luisteren, ziet en hoort iets heel anders. Hij ziet de schuimbekkende tegenstanders na de hoorzitting met de wethouder over een kaart gebogen staan om te zoeken naar een plek in de gemeente waar het geschikter zou zijn. Hij hoort de vrouw met kindertekeningen die toegeeft dat zij eigenlijk heel bang was om die sporthal in te gaan met al die vreemde Syriërs daar binnen. Hij ziet de man die laat op de avond acuut zijn camper van de weg haalt om de bus door te laten als hij hoort dat er veel kinderen in zitten. Hij hoort de politici die na afloop van de talkshow verzuchten dat zij ook geen pasklare antwoorden hebben.

Deze werkelijkheid laat zich niet vatten in oneliners of smeuïge tv-fragmenten. Het is de werkelijkheid van de worsteling die in ons allen woedt. Enerzijds de wens en het plichtsgevoel om mensen die op de vlucht slaan bij te staan en anderzijds de groeiende zorg over de aantallen en de daarbij horende vragen. Kunnen wij hun wel allemaal huisvesten met het tekort aan woningen? Hoeveel kans hebben zij eigenlijk op een baan met die hoge werkloosheid? Hoe weerbarstig zal de integratie van al deze mensen zijn?

Laten wij hier in deze zaal proberen recht te doen aan die werkelijkheid door zonder pretenties of claims op het eigen gelijk de zoektocht aan te gaan naar de best mogelijke manier om om te gaan met de opdracht waarvoor de stroom vluchtelingen ons stelt. Laten wij luisteren naar elkaar en naar de geluiden hierbuiten. Laten wij leren van fouten en streven naar verbetering.

Dat begint bij het regelen van voldoende opvang: crisisopvang, noodopvang, asielopvang, reguliere opvang. Allemaal moet het steeds sneller en in steeds grotere omvang. De afgelopen weken ging dat bijna goed, met Oranje als lelijke smet op een verder bewonderenswaardige logistieke prestatie. In Nederland slapen nog steeds geen vluchtelingen op straat en de vele bestuurders, de professionals en al die vrijwilligers die daarvoor hebben gezorgd, verdienen een enorm compliment.

De heer Roemer (SP):

Ik wil die handschoen graag oppakken. Een van de dingen waar heel veel mensen tegen aanlopen, is de doorstroming op de woningmarkt. Vorige week heeft in de Kamer een debat plaatsgevonden over wonen. De Partij van de Arbeid heeft in dat debat een voorstel gedaan dat wij met plezier ontvangen hebben: op de korte termijn moet misschien wel over 100.000 woningen gesproken worden. Het gaat daarbij over prefabwoningen, containerwoningen enzovoort enzovoort. Tot mijn grote schrik zie ik nu een brief van de staatssecretaris voorbijkomen waarin over 10.000 wordt gesproken. Nu is het aantal van 10.000 nog niet eens het aantal statushouders dat in asielzoekerscentra zit. Is met de Partij van de Arbeid vandaag de afspraak te maken dat wij het kabinet aanzetten tot een fors hoger aantal dan 10.000?

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker. Die afspraak hebben wij volgens mij vorige week al gemaakt — met elkaar en met de SP, die daar inderdaad voor was — in een debat dat begon met meningsverschillen en eindigde met een zekere overeenstemming. Gisteren is ook een motie aangenomen waarin het kabinet wordt gevraagd om richting die 100.000 te werken, te beginnen bij de 10.000 waarover de staatssecretaris afgelopen vrijdag met de gemeenten en het IPO sprak. Dat is maar een eerste stap op weg naar veel meer woningen, in alle soorten en maten. Omdat het snel moet, zijn het ook woningen van een sobere maat.

De heer Roemer (SP):

Zeker, dat laatste erken ik, maar 10.000 is wat anders dan 100.000. Bij die 100.000 spreken wij over 2019 of 2020; ik weet niet welke aantallen daarvoor of toch daarna worden gerealiseerd. Je kunt dan wel zeggen dat het een eerste stap is, maar als die 100.000 op de lange baan worden geschoven, ontkennen wij dat wij nu een groot probleem hebben. Is de heer Samsom het met mij eens dat wij het signaal aan het aan het kabinet moeten afgeven dat dit aantal van 100.000 eerder gerealiseerd moet zijn dan, wat nu wordt gesuggereerd, in 2019 of 2020? Wij moeten echt vandaag over die 10.000 heen. Anders houden wij een probleem en blijven de wachtlijsten ellenlang. Dan hebben wij niet eens de doorstroming geregeld voor de statushouders die nu in de asielzoekerscentra zitten.

De heer Samsom (PvdA):

Ik verkeer in de veronderstelling dat wij dat gisteren hebben gedaan via het aannemen van de genoemde motie. Daarmee wordt het kabinet opgedragen om verder te werken na die 10.000. Als de heer Roemer nog explicieter wil zijn, dan kijken wij daar natuurlijk naar, maar ik had het idee dat wij dat gisteren goed met elkaar hebben afgesproken. Het kabinet zal ook reageren op de moties. In een van de moties werd de regering verzocht om daarbij het voorrangsbeleid voor vluchtelingen te veranderen. Die twee gaan samen op. Als er genoeg woningen zijn, kan dat namelijk. Volgens mij zoeken wij het in die richting. Als de heer Roemer nog explicieter wil zijn, dan bekijken wij of dat nog kan.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

De heer Samsom (PvdA):

Wij zijn er nog niet, nog lang niet. De zoektocht naar nieuwe opvang wordt nog altijd belemmerd doordat het COA uitgaat van te grote locaties. Die zijn handig en efficiënt, maar vernietigend voor het draagvlak. Dat was bijvoorbeeld wat er in Enschede misging. Een paar kleinere locaties zijn daar echt een veel betere optie dan die ene grote, die daar nu gepland is. Naar mijn mening zou het COA daar nog een keer naar moeten kijken. Dat geldt dus ook voor andere plekken. Conform de motie van GroenLinks die gisteren is aangenomen, moet het kabinet nu echt uitgaan van kleinere locaties. De grootste bottleneck zit hem echter in de ruimte op de reguliere woningmarkt. 15.000 mensen met een verblijfsvergunning zitten in asielzoekerscentra te wachten op een woning. Die woningen zijn er niet. Er moeten dus in hoog tempo woningen gebouwd worden, zonder al te veel poespas. De Partij van de Arbeid deed vorige week voorstellen voor veel nieuwe huizen. Het kabinet presenteerde een idee waarmee gemeenten tijdelijk kleine groepen mensen uit de asielopvang onderdak kunnen bieden. De VVD wil graag het probleem van verdringing en wachtlijsten met spoed aanpakken. Dat bij elkaar opgeteld, leidde gisteren tot de brief van het kabinet waarin een plan wordt ontvouwd waarmee mensen met een verblijfsvergunning snel een woning kunnen krijgen, met behoud van de rechten die wij aan al onze ingezetenen toekennen. Ongelijkheid creëren doen we niet, dat is ook niet nodig voor het vinden van een oplossing.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb daar een vraag over, ook als reactie op een antwoord dat de heer Samsom gaf aan collega Roemer. Hoorde ik hem zeggen dat het creëren van meer huisvesting, extra woningen in welke vorm dan ook, wordt gekoppeld aan het wijzigen van de voorrangspositie van vergunninghouders? Zou die positie in de wet vervallen, zoals dat in de brief van het kabinet staat? Is dat iets wat de Partij van de Arbeid voorstaat?

De heer Samsom (PvdA):

Ja, omdat dat kan op het moment dat er voldoende nieuwe woningen worden gebouwd. Volgens mij staat dat ook in een motie die gisteren is aangehouden. Die motie is in het debat van vorige week ingediend. We hebben er vorige week met elkaar over gediscussieerd dat je een einde kunt maken aan de voorrangspositie voor vluchtelingen als je genoeg woningen bouwt. Iedereen heeft dan dezelfde kans op zo'n woning.

De heer Slob (ChristenUnie):

Zegt de heer Samsom dat er eerst extra woningen moeten worden gebouwd? Pas als dat gebeurd is, zou de voorrangspositie kunnen wijzen. We weten niet precies wanneer dat is. Koppelt hij dat in deze volgorde aan elkaar?

De heer Samsom (PvdA):

Ja, die volgtijdelijkheid zal ook in de praktijk zo gaan. Voor het wijzigen van de voorrangspositie is een wetswijziging nodig. Met het bouwen van woningen wordt nu al begonnen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Hoeveel extra woningen zijn er volgens de Partij van de Arbeid nodig, voordat de voorrangspositie zou kunnen worden gewijzigd? Die vraag staat los van de tijd die het kost om een wetswijziging door te voeren. Dit vraagt immers om enorme zorgvuldigheid. Het is overigens zeer de vraag of we deze weg op willen gaan, maar ik wil weten waar de PvdA staat.

De heer Samsom (PvdA):

Ik denk dat we die weg wel op moeten, maar heel zorgvuldig. Bovendien geldt ook nog dat er maatwerk nodig is. In elke gemeente zal het anders liggen. Er zijn nu al gemeenten waar woningen over zijn. Het zijn er niet veel en ze liggen niet in de randstad, maar ze zijn er wel. Daar kun je dus heel anders met de toewijzing omgaan. Het gaat echter om de huidige praktijk. Er zitten 15.000 mensen in een azc op een kamertje, terwijl ze een verblijfsstatus hebben en recht hebben op onderdak elders. Dat gaan we zo snel mogelijk verzorgen. Zo snel mogelijk, omdat er nu in grote delen van Nederland geen woningen beschikbaar zijn. Als we daar huizen hebben gebouwd, zou je de mensen daarnaar kunnen verwijzen en hen een plek kunnen bieden in een prefab-woning, een omgebouwd kantoor, of huisvesting die op een andere manier snel gerealiseerd kan worden. Je bent dan van die klem af, die wij met zijn allen hebben gecreëerd. Ik wil heel graag die klem verwijderen en ik hoop dat de heer Slob dat ook wil.

De heer Pechtold (D66):

Het is altijd prettig als de heer Samsom hier staat, want dan komt er een stuk meer duidelijkheid over de brieven die het kabinet stuurt.

De heer Samsom (PvdA):

Ik ben blij dat ik de heer Pechtold van dienst kan zijn.

De heer Pechtold (D66):

Ik hoor hem namelijk heel duidelijk zeggen dat er geen tweedeling komt. We gaan in dit land geen twee soorten mensen creëren. Ik hoor hem ook heel duidelijk zeggen dat er niemand in een container gaat wonen, zolang de wet niet gewijzigd is. Dat vind ik heel belangrijke uitspraken. In de brief van het kabinet staat echter dat sobere woonruimte wordt aangeboden, dat er van alles in natura wordt verstrekt en dat mensen leefgeld krijgen in plaats van een bijstandsuitkering. Dat klinkt toch een beetje als tweederangsburgers?

De heer Samsom (PvdA):

Als dat zo klinkt, is dat de verkeerde klank. Zo is het namelijk niet bedoeld. Op dit moment zitten mensen in een azc, terwijl ze al een verblijfsstatus hebben. Zij krijgen kost en inwoning van het COA en krijgen daar bovenop ongeveer €50 tot €60 per week leefgeld. Ze hebben geen kosten, want het eten en dergelijke wordt voor hen verzorgd. Dat is de huidige situatie. Het is een onwenselijke situatie, want deze mensen hebben recht op een woning. De heer Pechtold zegt dat we de wet moeten wijzigen om mensen in een prefab-woning of een andere tijdelijke woning te huisvesten. Dat is niet het geval. Je kunt mensen gewoon een woning aanbieden. Studenten maken er zonder wetswijziging al gretig gebruik van. Ook andere groepen doen dat in Nederland. Het gaat om simpele, snel te bouwen, woningen die voldoen aan alle eisen van deze tijd. Mensen kunnen daarin worden ondergebracht. De staatssecretaris van Justitie heeft vorige week al een brief gestuurd over "het gemeentelijk zelfzorgarrangement". Hij moet daar echt een betere naam voor verzinnen, maar ik herhaal dat nu toch maar. Mensen zitten dan feitelijk nog in dezelfde situatie als in een azc, maar wel in een eigen woning in een gemeente. Het COA blijft de kosten betalen. Na zes maanden wordt de betreffende vluchteling, zoals dat heet, een "rechthebbende" in Nederland en gaat hij gewoon over naar de bijstand. En als iemand een baan heeft, gaat hij natuurlijk over naar die baan. Dat laatste zou natuurlijk helemaal mooi zijn, maar het zal vaak voorkomen dat hij in eerste instantie in een bijstandssituatie verkeert. Die bijstand kan dan ofwel contant ofwel in natura worden betaald. Dat laatste gebeurt nu ook al bij sommige groepen in Nederland. Op die manier kijk je naar een praktische oplossing, zonder de wetten te hoeven wijzigen en zonder de rechten van mensen te hoeven aantasten. Je zorgt er gewoon voor dat er sobere woningen komen, waarin mensen snel een plek en de voorzieningen die zij nodig hebben, kunnen krijgen.

De heer Pechtold (D66):

Ik vraag toch een beetje door omdat ik het gevoel heb dat er iets wordt gemaskeerd, dat de heer Samsom en ik het meer eens zijn dan hij moet toegeven en zijn bewindslieden in brieven moeten schrijven. Een week geleden zei de PvdA immers: 100.000 woningen erbij. De minister van Sociale Zaken ging allemaal banenplannen organiseren. Ondertussen kwam de VVD met verhalen over dat het allemaal minder kan en het leefgeld omlaag kan, dus: soberder, soberder, soberder. En uiteindelijk komt er het kabinetsvoorstel. De PvdA roept dan: kijk eens, ze mogen gratis wonen. De VVD zegt dan: kijk eens, we halen al hun toeslagen eraf. Vanuit één werkelijkheid worden er zo twee beelden voor de achterbannen gecreëerd. Ik zou graag terug willen naar de beschaafde afspraken over dingen die de heer Samsom en ik volgens mij allebei nastreven: geen tweedeling; we gaan geen kampen maken, zoals in het verleden, waarin we mensen bij elkaar zetten waardoor ze niet kunnen integreren; we gaan hen niet expres pesten door hun niet de taal te leren; we gaan hen niet achterstellen. Al dat soort symbolische dingen gaan we dus níét doen. Is de heer Samsom dat met me eens? Dus geen enkele tweedeling? En als mensen een status hebben, doen ze gewoon mee, volgens de wetten en regels van dit land?

De heer Samsom (PvdA):

Ja, dat ben ik met u eens. Het is heel eenvoudig. Als iemand een woning krijgt van de gemeente en geen huur hoeft te betalen, heeft hij ook geen huurtoeslag nodig. Als iemands zorgverzekering wordt verzorgd door de gemeente, bijvoorbeeld door een collectieve zorgverzekering in natura die door de gemeente wordt betaald, wat voor bijstandsgerechtigden in heel veel gemeenten al gebeurt, heeft die persoon ook geen zorgtoeslag nodig. U pikt dat er weer uit. Ik ben blij dat ik de minister van Sociale Zaken hoor praten over plannen over integratie en banen en ook dat ik allerlei plannen van de VVD hoor, waar ik het soms wel en soms wat minder mee eens ben. Met die minister van ons ben ik het van nature altijd wat meer eens. Ik hoorde gisteren ook een idee van D66: de bussen moeten bij de grens worden tegengehouden en de Albanezen moeten worden teruggestuurd. Ook D66 komt in deze situatie dus met ideeën. Laten we bekijken wat we bij elkaar kunnen optellen en wat we kunnen doen om ervoor te zorgen dat de problemen worden opgelost.

De heer Pechtold (D66):

Ja. Ik ben ontzettend blij dat er ook ideeën worden overgenomen. Daar zijn wij voor. Maar we zijn nu eenmaal slecht voorbereid. Daarom is er die panieksituatie, daarom zijn al er die gevoelens dat we het niet aankunnen. Ik wil gewoon zeker weten dat voor de oplossing dingen op een fatsoenlijke wijze zijn geregeld. Ik hoor de heer Samsom zeggen dat we hun geen zorgtoeslag gaan geven, maar dat ze exact dezelfde zorg krijgen; dat we hun geen huurtoeslag geven, maar dat ze geen gekke, mindere of rare woningen krijgen. Als de heer Samsom eigenlijk zegt dat zij exact hetzelfde krijgen, waarom creëert hij dan dat beeld dat we voor deze mensen een soort andere regelingen gaan maken? Waarom creëert hij dan het beeld dat wij hen onzelfstandig maken en dat ze het allemaal niet zelf hoeven te regelen, dus dat we het op een manier zullen gaan doen die wel anders klinkt, maar hetzelfde is?

De heer Samsom (PvdA):

Deels omdat we het op een manier gaan doen die ook echt anders ís. We gaan namelijk sneller woningen bouwen, bijvoorbeeld door kantoren om te bouwen. Tot nu toe deden we dat niet zo vaak. We gaan mensen ook weleens vragen om gezamenlijk in zo'n woning een onderkomen te vinden. Het CDA heeft daarvoor volgens mij al eerder ideeën aangedragen en die nemen we nu over. Neem het voorbeeld van vier mannen, geen broers van elkaar, die vroeger vier sociale huurwoningen moesten krijgen. Het zou best kunnen dat we in een situatie belanden waarin we vier mannen in één woning onderbrengen; dus dat ze in de komende maanden gewoon gezamenlijk wonen. Dat doen we al heel vaak. In zo'n situatie is het vrij logisch dat de gemeente dat voor zijn rekening neemt, omdat je zaken als de huur en dergelijke allemaal deelt. In het azc is dat immers ook zo. Daar betaal je ook geen huur en betaalt iemand anders de kosten. We redeneren vanuit de praktijk. Iedereen heeft daar zo zijn eigen beeld bij; ook D66 doet daar altijd vrolijk aan mee. Ik vrees dat dat in de politiek nooit anders zal gaan. Ik ben echter blij dat we een praktische oplossing hebben gevonden en die nu kunnen gaan uitvoeren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik stel voorop dat het voor het CDA volstrekt voor de hand ligt, als het aantal aanvragen zeer toeneemt en de druk zeer groot is, met meer mensen een en ander te delen zodat men dus per persoon minder aanspraken kan krijgen. Dat is ook de achtergrond van de keuzes die wij hier zien en die steunen we.

Er is wel een andere moeilijkheid. De beide coalitiepartners leggen een en ander totaal anders uit. Als CDA'er weet ik dan nauwelijks meer waar we nu precies in meegaan. De heer Zijlstra zegt dat het sober wordt. Hij heeft het over handgeld per week van een paar tientjes. De heer Samsom zegt dat het een bijstandsuitkering blijft, alleen de zorgtoeslag en de huurtoeslag worden niet uitgekeerd. Wat is waar? Wordt er netto evenveel geld voor de asielzoeker uitgetrokken, of is er veeleer sprake van handgeld — het CDA vindt dat daar ook veel voor te zeggen is — omdat het nu eenmaal onze verantwoordelijkheid is om veiligheid te bieden in tijden van oorlog? Dat mag je best met een sobere opvang doen. Wat is de waarheid?

De heer Samsom (PvdA):

Als je bijstand in natura krijgt, dan wordt de huur voor jou betaald. Gas, water en licht worden ook betaald, evenals een aantal andere vaste lasten zoals de kosten van grote, duurzame goederen, wasmachines en dergelijke. Dat is ook nu al het geval bij gewone Nederlanders die bijstand in natura krijgen. De zorgverzekering en de WA-verzekering worden voor je betaald en dan houd je ongeveer €250 per maand over. Dat is de vergoeding die je bijvoorbeeld krijgt als je in een inrichting zit. Al het andere wordt voor je betaald. Daar hebben we in Nederland gewoon regelgeving voor. Die bestaat al jaren. Bijstand in natura wordt op die manier ook toegepast. Als je dat op deze situatie zou toepassen, wat op zich logisch is omdat je snel woningen moet bouwen die eigendom van een ander zijn, vaak van een gemeente, dan kun je dat op die manier snel regelen. Zo houd je dus ongeveer €200 tot €250 per maand over aan zak- en leefgeld, en sommigen noemen dat een paar tientjes per week.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Deze uitleg is helder. Ik zeg wel tegen de heer Samsom en tegen de heer Zijlstra, die hier achter mijn rug zit, dat het ontzettend ingewikkeld wordt als de twee partijen doen alsof de een alle rechten afneemt, en bij de ander alle rechten behouden blijven. Dan weet de wereld niet meer wat er gebeurt, terwijl er hier gewoon een gezamenlijke verantwoordelijkheid ligt om op een sobere, humane manier opvang te verzorgen. Als de coalitiepartijen eens zouden beginnen met het weglaten van dat gebekvecht en naar de inhoud zouden gaan, dan zouden we al een stuk verder zijn.

De heer Samsom (PvdA):

Voorlopig ben ik nog met u in discussie en niet met de VVD. Met die partij waren we juist gezamenlijk bezig aan een oplossing te werken, ieder vanuit zijn eigen perspectief. Ik heb het in een eerder debat al eens gezegd: als u met mij op zoek gaat naar de verschillen met de VVD, dan mag u die zoektocht met mij ondernemen, maar ik vind het geen zinnige bezigheid. De verschillen zijn groot, dus die kunnen we met z'n allen gaan uitvergroten, maar we kunnen ook gaan zorgen voor een oplossing.

De voorzitter:

Dat is inderdaad een ander debat.

De heer Roemer (SP):

Even voor de helderheid. Ik ben ervoor om te gaan zoeken naar creatieve oplossingen om meer woonruimte te creëren als er enorme schaarste is. Overigens hadden we die schaarste nooit mogen hebben, maar dat terzijde, dat herhalen we een andere keer nog wel even. Begrijp ik de heer Samsom echter goed, dat deze woningen nu bedoeld zijn om statushouders uit asielzoekerscentra te krijgen, en dus niet voor al die woningzoekenden die al jarenlang op zoek zijn naar woningen?

De heer Samsom (PvdA):

Nee, ook anderen zouden van die woningen gebruik kunnen maken. Gisteren is dit debat natuurlijk ook in de Eerste Kamer gevoerd en de premier heeft dat toen ook bevestigd. Deze woningen zijn niet alleen speciaal voor statushouders. In de praktijk zullen daar de komende weken en maanden veel statushouders een plek vinden, denk ik, omdat ze nu in een azc zitten te wachten op een plek, maar ze zijn in principe ook voor anderen bedoeld. Er zijn ook andere vormen van woningnood, verspreid over het land. Soms gaat het over studenten, soms gaat het over andere groepen. Ook die zouden daar gebruik van kunnen maken. Zo laat je de druk op de woningmarkt afnemen en kun je de situatie van die wachtlijsten, die voor heel veel mensen erg onverkwikkelijk is, beëindigen.

De heer Roemer (SP):

Tegen die andere mensen die al heel lang op zoek zijn naar een woning, zeggen we ook niet dat ze een woning in kunnen, dat ze er leefgeld bij krijgen en dat we voor hen de huur en de zorgkosten betalen. Dan creëert u in dezen dus toch tweederangsburgers. U maakt namelijk toch een onderscheid tussen de ene woningzoekende en de andere woningzoekende. Ik was heel erg voor het idee van de Partij van de Arbeid dat er gewoon 100.000 woningen bij moeten, omdat we te veel woningzoekenden hebben. Dan is het gelijke monniken, gelijke kappen. Dan kan iedereen aan de gang en is er geen sprake meer van urgentiedruk. Dan zijn er namelijk voldoende woningen. Dat klinkt heel logisch. Wat u nu vertelt, is niet logisch. Nu creëer je toch een tweederangsgroep, die dus ook moeite krijgt om te integreren. In de praktijk zal die groep ook bij elkaar komen te zitten. Dat zal de praktijk ook vaak uitwijzen. De Partij van de Arbeid praat dan dus niet over een herverdeling over de gemeentes. Ze heeft het dus niet over woningcorporaties laten stoppen met het verkopen van woningen.

De heer Samsom (PvdA):

Dat is niet het geval. De bijstand in natura beperkt zich niet tot statushouders. De bijstand in natura wordt ook toegekend aan andere groepen, bijvoorbeeld aan mensen die dakloos dreigen te raken of grotere schulden hebben dan eigenlijk verantwoord is. Daar zitten ook mensen tussen die in zo'n woning een plek kunnen vinden. In heel veel gemeentes wordt er op die manier voor kwetsbare groepen woonruimte georganiseerd. Ook hierbij geldt dat bijstand in natura vaak een verstandigere aanpak is, praktisch gezien, dan bijstand in geld, waarbij je moet hopen dat iemand de huur en de zorgverzekering en alles wat daarbij hoort, betaalt. Er is dus geen sprake van een tweedeling of een scheidslijn tussen statushouders en andere Nederlanders. Bijstand in natura is in dit geval een praktische oplossing, maar kan ook in andere gevallen een praktische oplossing zijn.

De heer Roemer (SP):

Waar de Partij van de Arbeid zich altijd tegen verzet heeft …

De heer Samsom (PvdA):

Tegen bijstand in natura absoluut niet, nee.

De heer Roemer (SP):

Bij kwetsbare groepen gaat het vaak om mensen met torenhoge schulden die via de rechter bijvoorbeeld in de bewindvoering zitten. Dat is een totaal ander verhaal dan ten aanzien van de mensen over wie we het hier nu hebben. Dat zijn mensen die in Nederland wonen en die recht hebben op een woning. De een heeft recht op een woning en staat in Amsterdam, Boxmeer of Maastricht ingeschreven voor een huurwoning, de dochter van Piet of Jan. De ander is een statushouder die een verblijfsvergunning heeft en daarmee recht heeft op een woning. Wat ik nu dus hoor, is dat u de ene woningzoekende anders behandelt dan de andere woningzoekende. De een staat gewoon op de lijst en mag wachten totdat die aan de beurt is en de ander krijgt misschien een tijdelijke woning en wordt in een keer anders behandeld, omdat er regelingen voor hem worden getroffen en hij leefgeld krijgt. Ik kan niet anders dan concluderen dat in tegenstelling tot wat de Partij van de Arbeid altijd hier in de Kamer gezegd heeft tot en met gisteren, er een tweedeling is en dat we dus spreken over tweederangsburgers.

De heer Samsom (PvdA):

Ik raak in uw conclusie — misschien is dat wel tekenend — de betekenis van de "ander" en de "een" kwijt. Ik weet nu niet meer wie de statushouder is en wie niet. Dat is volgens mij veelzeggend. We praten hier over verschillende groepen die vanuit hun situatie geholpen moeten worden aan een woning. De groep statushouders zit in een azc op een kamertje te wachten op woonruimte. Het lijkt mij verstandig en ook wenselijk dat we daar zo snel mogelijk woonruimte voor gaan organiseren. Omdat het snel moet, zal het ook vaak met prefab of andere oplossingen gerealiseerd worden. Prima woningen, daar zijn we het over eens. Het is net als bij andere groepen, dan helemaal niet onlogisch of zelfs voor de hand liggend, dat je dan in eerste instantie uitgaat van bijstand in natura. Als de gemeente dat anders wil of anders kan, dan mag dat. De bijstandswet laat die vrijheid. Klaas Dijkhoff heeft de vorige week in zijn brief al gewezen op het gemeentelijk zelfzorgarrangement — excusez le mot — waar de gemeenten zelf om gevraagd hebben. Ze hebben gevraagd om de mogelijkheid om statushouders in hun gemeente op te nemen zonder even de financiële verantwoordelijkheid daarvoor te hoeven nemen. Ik kan mij daar wel iets bij voorstellen. Ook dat is een praktische oplossing en die betreft de eerste zes maanden. Vloeiend doorlopend na die zes maanden zou je de bijstand in natura kunnen geven. De Partij van de Arbeid heeft zich nooit verzet tegen bijstand in natura. Sterker nog, we zien het als een oplossing voor kwetsbare groepen, niet mensen die al heel hoge schulden hebben — dan ben je te laat — maar mensen die dreigen in zo'n situatie terecht te komen. Daar ga je als gemeente — sommigen noemen dat betuttelen, wij doen dat soms graag — dan mee om en dan zeg je: wij betalen de huur, de zorgverzekering en een aantal vaste lasten, hier heb je de rest van het geld om leuke dingen mee te doen, pas een beetje op met je uitgaven.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter, ik zal mij hierna wel even inhouden met de interrupties, maar deze wil ik toch even afmaken. Als het gaat over echt kwetsbare groepen, zoals daklozen, zijn we het met elkaar eens maar daar is in dit geval geen sprake van. We hebben het hier over mensen die een verblijfsvergunning hebben. We verwachten dan van ze dat ze zo snel mogelijk deelnemen aan de maatschappij en integreren, dat ze de taal leren en dat ze de regels kennen. Waarom dan deze mensen toch apart behandelen door nou in een keer de huur en de zorgkosten te betalen en ze leefgeld te geven? Dan maak je daar dus een andere groep van, wat ze niet zijn.

De heer Samsom (PvdA):

Net als mensen die dakloos dreigen te raken, zijn het gewoon rechthebbenden op sociale zekerheid, maar ik zou niet willen zeggen dat ze zeer weerbaar zijn. Ze spreken de taal nog slecht en zijn nog niet volledig geïntegreerd. De stap vanuit het azc naar zo'n woning — niet voor niets heeft de staatssecretaris vorige week voorstellen gedaan voor een overgangsperiode — lijkt ons praktisch en zeer uitvoerbaar. Overigens, vanaf dag een en mogelijk eerder dan dag een, moet begonnen worden met integratie en het vergroten van kansen op een baan. Dat moet ook nog, maar daar zeg ik zo meteen nog iets over.

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Samsom laat zich er altijd op voorstaan dat er grote verschillen zijn tussen de Partij van de Arbeid en de VVD maar dat ze er toch altijd uitkomen. Waar ik mij zorgen over maak, is dat er als er eenmaal een oplossing is gevonden, die op verschillende manieren wordt uitgelegd. De heer Samsom kan dat misschien flauw vinden, want hij zegt dan: maar we verschillen toch van mening? Maar zijn woorden doen er wel toe. Het is ook heel belangrijk dat mensen in Nederland weten waar ze aan toe zijn. Wat is de koers die wordt uitgezet in Nederland en waar staat de coalitie, dit kabinet voor? Dan maak ik mij zorgen over het plan dat nu gepresenteerd is. Toen ik het eerste hoorde dacht ik: dat gaat voor enorme tweedeling zorgen. Als ik de heer Samsom nu hoor, zegt hij eigenlijk: de vluchtelingen krijgen juist urgentie want we gaan huizen bijbouwen en we zorgen dat ze een woning krijgen. Voor de bijstand zou het eerst om een aantal tientjes gaan, maar als ik de heer Samsom nu spreek, zegt hij: de hoogte van de bijstand blijft voor iedereen hetzelfde, alleen kun je de bijstand ook in natura uitgekeerd krijgen. Op die manier wordt er niets soberder, maar wordt alleen de manier van uitkeren anders. Kan de heer Samsom hierop antwoord geven? Klopt het dat de bijstand voor iedereen even hoog blijft en dat alleen de manier van uitkeren anders wordt? Klopt het dat mensen juist een huis krijgen in plaats van dat zij op een wachtlijst komen? Klopt het dat het beleid dat nu door de coalitie is geformuleerd, bedoeld is om mensen in Syrië of, zoals de heer Wilders zou zeggen, in heel Afrika, af te schrikken?

De heer Samsom (PvdA):

Dat laatste is natuurlijk niet het geval, maar ik zal eerst ingaan op de eerste woorden van de heer Klaver. De heer Klaver maakt zich zorgen over het feit dat partijen in de Kamer, ook de coalitiepartijen, een verschillend geluid laten horen. Ik denk dat de heer Klaver zich meer zorgen zou moeten maken als het omgekeerde het geval was. Het kabinet spreekt met één mond, maar de Kamerfracties laten gewoon horen wat zij vinden. Als de heer Klaver dit anders wil, wens ik hem nog veel plezier in een coalitie, want dat wordt afzien. Ik heb ook naar de speeches van de heer Klaver aan het begin van zijn fractievoorzitterschap geluisterd. Hij nam en neemt zich voor om altijd het eigen GroenLinks-geluid te blijven laten horen, ook als er compromissen gesloten moeten worden; daar prijs ik hem voor en ik moedig hem aan om dat vol te houden. Ik zou zeggen: ga daarmee door, maar ontneem die vreugde ook anderen niet. Het is al lastig genoeg in een coalitie, kan ik hem verzekeren.

Ik ga in op de bijstand in natura. Het is heel eenvoudig. Nee, het is niet zo heel eenvoudig; daarom sta ik hier al een tijdje. Als je in een azielzoekerscentrum verblijft, krijg je alles betaald van het COA en krijg je daarnaast nog wat zak- en leefgeld om andere dingen mee te doen. Je bent immers al statushouder in dit land en je hebt er recht op om je leven te gaan inrichten. Veel ruimte heb je daar overigens niet voor. Vervolgens kom je in een woning terecht, een sobere woning. De woningen zijn sober, want we moeten ze snel bouwen, zonder veel poespas. Er wordt dan geredeneerd vanuit het bijstandsrecht, en de kosten voor de woning, de zorgverzekering en nog wat andere vaste lasten worden ervan af gehaald. Dan houd je een nettobedrag over. Dat is niet op een dubbeltje gelijk aan het bedrag dat je aan zak- en leefgeld in de asielzoekerscentra krijgt, maar het komt wel heel erg in de richting. Misschien is daarmee verklaard waarom de partijen precies op hetzelfde principe uitkomen, de ene partij vanuit de optelsom en de andere partij vanuit de aftreksom.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik gun de heer Samsom van harte zijn eigen geluid. Dat moet hij vooral laten horen. Als er echter een akkoord wordt gesloten en als je zegt "we zijn eruit, dit is de manier waarop we Nederland door deze moeilijke tijd gaan loodsen", moet er één duidelijk verhaal zijn. Nu worden er twee verhalen verspreid over de koers en de richting en daar heb ik een probleem mee. Ik heb er geen probleem mee als de PvdA plannen presenteert en daarover nog moet onderhandelen, maar als je eruit bent en weet wat er moet gebeuren, moet het duidelijk zijn. Als je zegt dat het allemaal veel soberder wordt, waardoor mensen misschien denken "yes, gelukkig, het wordt soberder gemaakt", terwijl dit helemaal niet het geval blijkt te zijn omdat het alleen op een andere manier wordt uitgekeerd, maak ik mij daar wel degelijk zorgen over. Dat zou de heer Samsom ook moeten doen. Je draait mensen hiermee namelijk een rad voor ogen. Dat moeten politici niet doen: de heer Samsom niet en ik ook niet. De vraag blijft staan en volgens mij heeft de heer Samsom daar nu antwoord op gegeven. Hij zegt dat de bijstand blijft zoals die is. De bijstand wordt niet verlaagd voor deze groepen; dat recht blijft hetzelfde. Alleen de manier van uitkeren wordt anders: zij krijgen hun uitkering niet meer handje contantje, maar in natura. Dat is het enige verschil. Daarmee blijven de voorzieningen voor deze groepen in Nederland op orde.

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker, maar we moeten veel woningen bouwen, dus dan wordt het wel wat soberder dan we gewend waren en misschien hadden gewild. Iedereen wil een volledige sociale huurwoning met alles erop en eraan. Dat gaat niet lukken met deze snelheid. We vragen mensen ook — dat gaf ik eerder als voorbeeld; ik ga mensen geen rad voor ogen draaien, want dit is de realiteit — om een woning met elkaar te delen als dat praktisch gezien kan. Ik gaf al het voorbeeld van vier mannen, maar er zijn misschien andere combinaties denkbaar. Sommige zijn wat minder gelukkig, maar sommige zijn echt mogelijk. Op die manier kun je mensen aan een woning helpen met sobere huisvesting. Dan zijn de kosten gewoon wat lager. Dat klopt. Ik was de afgelopen dagen eigenlijk wel optimistisch gestemd over het feit dat de oppositie dit keer niet het plan van de coalitie ging uitleggen. De heer Klaver gaf de volgende situatieschets: er komt een compromis en twee partijen leggen dat anders uit. Dat was de afgelopen twee jaar echter niet het geval. De afgelopen twee jaar was de situatie als volgt: er komt een compromis en dan komen er vijftien uitleggen, eentje van D66, eentje van GroenLinks, eentje van de SP, eentje van de PVV, eentje van het CDA et cetera. De partijen zeggen allemaal wat anders. De PVV zegt altijd dat de VVD door de pomp is gegaan en GroenLinks zegt altijd dat wij al onze principes hebben verkwanseld. Over verschillende geluiden gesproken: daar doen wij in deze Kamer echt met z'n allen aan mee. De afgelopen dagen ging dat heel goed. Laten we dat zo houden!

De heer Klaver (GroenLinks):

Vaak laten die compromissen ook nog wat ruimte voor speculatie over wat er nu precies is afgesproken. Ik heb vanmorgen nog letterlijk in een krant gezegd dat ik niet precies weet wat erin staat. Dat baart mij zorgen. We vragen om een brief en krijgen vervolgens totale vaagheid over wat er is afgesproken. Op welke manier zoek je dan nog de samenwerking, ook in een parlement, en bouw je aan draagvlak? De vraag die ik stelde, ging niet over de woningbouw. Het is volstrekt helder. Als er te weinig huizen zijn, kunnen we niet in rap tempo huizen bouwen van een niveau dat we eigenlijk zouden willen. Dan moet je op dat gebied concessies doen. Dat is helemaal niet im Frage.

De vraag die ik stelde, ging over de bijstand. Daarvan werd gezegd, door de toon en de manier waarop erover wordt gesproken: het gaat over een paar tientjes. Daarmee lijkt het alsof we die bijstand uitkleden en ervoor zorgen dat mensen minder geld krijgen. Dat is nu dus niet het geval. Ik wil graag dat dat bevestigd wordt. Of ik heb het verkeerd begrepen, maar dan hoor ik dat graag. De heer Samsom is nooit te lullig om dat dan te zeggen. Het feit blijft dat het niveau van een bijstandsuitkering in Nederland hetzelfde blijft, maar dat iemand het misschien niet meer allemaal in geld krijgt uitgekeerd, maar in natura. Of dat nu een zorgverzekering is of een woning, het niveau blijft hetzelfde. Daar wordt geen concessie aan gedaan.

De heer Samsom (PvdA):

Het recht op bijstand blijft precies hetzelfde. Het niveau daarvan hoort bij wat je nodig hebt. Ik denk dat het wel uitmaakt of je €800 in de maand overgemaakt krijgt of dat je €200 tot €250 overgemaakt krijgt. Dat lijkt me wel een verschil. Dat wordt ook genoemd. Dat wordt door sommige partijen benadrukt. Dat gebeurt nu bijvoorbeeld ook door mij.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Nu we het hebben over bijstand in natura, zou ik graag willen doorpakken. We hebben het de laatste weken vooral over duizenden woningen die zouden moeten worden bijgebouwd. Het klopt inderdaad dat we in de sociale sector een tekort aan woningen hebben. We zien echter dat er in Nederland in de particuliere sector sprake is van een flinke leegstand. Uit de cijfers van 2013 blijkt dat er in dat jaar sprake was 408.000 leegstaande woningen. Wanneer we het hebben over de langdurige leegstand, hebben we het over 175.000 woningen verspreid over het land. Die huizen bevinden zich niet alleen in krimpgebieden, want in Zuid-Holland is sprake van de meeste woningen die langdurig leegstaan. Is de heer Samsom het met ons eens dat we in plaats van te zeggen dat er snel heel veel huizen gebouwd moeten worden, beter moeten kijken naar de particuliere sector? Is hij het met ons eens dat we die bestaande woningen die langdurig leegstaan, veel beter kunnen benutten?

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker, dat klopt. Het gaat in die bestanden echter wel vaak over woningen die aan het eind van dat langdurig leegstaan, er niet meer staan. Die woningen staan dus op de nominatie om gesloopt te worden. Ik weet niet of die woningen altijd geschikt zijn, maar als dat een geschikte woning voor een jaar of twee, drie oplevert, lijkt me dat heel erg nuttig. Ik heb al verwezen naar de brief van de staatssecretaris van Justitie, maar volgens mij was dat ook de portee van de brief van de minister voor Wonen en Rijksdienst. Dus ja, deze suggestie is in dankbaarheid aanvaard en wordt nu ook nog eens in dankbaarheid aanvaard. We gaan zoeken naar zo veel mogelijk woningen.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Dat is in ieder geval goed om te horen. Ik wijs op de druk om een bepaald aantal woningen te bouwen. We spreken in dit verband over duizenden woningen. Dat zou de problematiek waarmee we op dit moment te kampen hebben, enorm kunnen verlichten. Ik ga dus met voorstellen komen. Dan hoop ik dat de Partij van de Arbeid die kan steunen.

De heer Samsom (PvdA):

Ja, dat hoop ik ook.

De heer Slob (ChristenUnie):

Het probleem is natuurlijk niet dat fracties in de Kamer hun eigen standpunten en geluid laten horen, maar het probleem is inderdaad heel groot als coalitiepartijen op een andere wijze spreken over de compromissen die gesloten zijn, zeker als je weet dat ze eigenlijk tot op het bot verdeeld zijn over het onderwerp waarover een compromis gesloten is. Daarom is het belangrijk dat een debat als dit duidelijkheid biedt. Ik heb de volgende vraag. "Soberheid" is een woord dat de VVD heel veel gebruikt. Dat is in het bijzonder in de afgelopen dagen het geval geweest. Soberheid zal niet als instrument voor vreemdelingenbeleid worden gehanteerd. Is dat juist, ja of nee?

De heer Samsom (PvdA):

Ik weet waar de heer Slob op doelt: soberheid als afschrikwekkend wapen tegen de asielinstroom, om het maar wat plastisch uit te drukken. Nee, daar beginnen we niet aan. Maar soberheid is wel nuttig om een praktische oplossing te vinden voor alles. Als sommige mensen dan van mening zijn dat daarmee een kleine bijdrage wordt geleverd aan het doen uitgaan van een andere aantrekkingskracht van Nederland in het Midden-Oosten, kan ik hun die mening niet ontzeggen. Maar soberheid wordt ingezet om ervoor te zorgen dat wij voldoende voorzieningen hebben, zonder alle andere voorzieningen die wij in Nederland moeten regelen voor iedereen die hier al woont, in de knel te laten komen. Daar is de soberheid voor bedoeld. Ik heb het woord inmiddels vaker in de mond genomen dan mijn coalitiepartij. Op dat punt kunnen wij het snel eens worden.

De heer Slob (ChristenUnie):

Soberheid dus niet als instrument voor vreemdelingenbeleid. Nu wij, zoals in deze situatie, geconfronteerd worden met een behoorlijke toestroom, ook in aantallen, van vluchtelingen, moeten wij natuurlijk naar praktische oplossingen zoeken. Die zijn soms sober, omdat je op korte termijn niet van alles en nog wat kunt realiseren. Ik vraag ook het volgende aan de heer Samsom. Internationale verdragen over vluchtelingen die wij hebben afgesloten zijn onverkort van kracht. Dat geldt ook voor de opvang. Wij hebben bijvoorbeeld een verdrag afgesloten over de status van vluchtelingen. In artikel 23 staat dat als iemand rechtmatig op ons grondgebied verblijft en dus een status heeft, hij op dezelfde manier zal worden behandeld als de onderdanen van het land.

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker, dat heeft de premier gisteren ook in het debat in de Eerste Kamer bevestigd. Dat zal hij waarschijnlijk desgevraagd hier nog een keer bevestigen. Ik doe dat ook vanuit de optiek van de Partij van de Arbeid. Die verdragen staan en blijven staan. Daar wordt niets aan gewijzigd. Ook de wetten hoeven wij niet te wijzigen, behalve dan op dat ene punt, waarbij de voorrangsstatus verdwijnt. Daar hadden wij zojuist al een discussie over. Dat kan op termijn, tot het moment dat er voldoende woningen zijn, soelaas bieden. Wat de Koppelingswet, allerlei sociale verzekeringswetten of de Zorgverzekeringswet betreft: je zou het allemaal kunnen wijzigen, maar dat gaan wij niet doen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dit is wel belangrijk, want dan kunnen wij met elkaar concluderen dat de grondslagen, de basis van ons vreemdelingenbeleid zoals wij dat kennen en gekend hebben, onverkort van kracht blijven, ook in de toekomst. Internationale verdragen die wij hebben afgesloten als het gaat om vluchtelingen blijven ook onverkort van kracht. Het enige waar wij nu met elkaar naar zoeken, is het antwoord op de vraag hoe wij de aantallen die nu op ons afkomen, op een goede wijze kunnen opvangen. Dat is wel een groot vraagstuk. Het gaat erom wij op een fatsoenlijke manier inhoud geven aan de gastvrijheid die bij ons land hoort als het gaat om vreemdelingenbeleid.

De heer Samsom (PvdA):

Dat hebt u mooi gezegd. U zei er terecht bij: noem dat maar het enige. Want dat is het grote vraagstuk. Daar hoort wel bij — ik herhaal het nogmaals — dat je de voorzieningen nu snel en dus ook sober uit de grond stampt, om het maar even plastisch te zeggen, omdat wij er snel veel van nodig hebben. Het betekent ook dat wij aan mensen die hier komen, vragen om tijdelijk even genoegen te nemen met bijvoorbeeld een gedeelde woning. Op dit moment vragen wij hun, genoegen te nemen met een tent of veel te lang met een plek in het azc. Wij vragen al veel van hen. Dat vind ik overigens goed te rechtvaardigen.

De heer Pechtold (D66):

Dat woord sober, sober, sober ... is sober een doel op zich?

De heer Samsom (PvdA):

Nee, alhoewel je zou kunnen zeggen dat wij bij de Partij van de Arbeid, met zijn Dreesiaanse wortels, sober beleid als vanzelfsprekend met een welwillende blik bekijken.

De heer Pechtold (D66):

De heer Samsom, de VVD met name en het kabinet roepen de hele tijd maar dat woord sober. Snapt de heer Samsom dat dit overkomt als: op die manier houden wij het af en op die manier laten wij zien dat we het echt heel erg verschrikkelijk vinden dat die mensen hier komen? Sober is dus geen doel op zich. De huisvesting blijft gewoon fatsoenlijk, ze blijft overeenkomstig de verdragen, ze zorgt niet voor tweedeling, ze zorgt niet voor achterstelling. Dat is allemaal gegarandeerd als het aan de PvdA ligt?

De heer Samsom (PvdA):

Ja. Als de huidige wetten in uw ogen alles wat u nu zegt, garanderen — daar zijn ook nog discussies over te voeren — dan gaan wij die niet wijzigen. Dat klopt.

De heer Pechtold (D66):

Dat is heel belangrijk. We gaan dus geen wetten wijzigen. We gaan niet voor tweedeling. We gaan niet voor achterstelling zorgen. We gaan vanaf dag één, als het aan mij ligt en ik hoop ook de heer Samsom, zorgen voor taal, we gaan ervoor zorgen dat ze meedoen, dat ze werk krijgen. De tweedeling die daarin nog bestaat, gaan we eerder opheffen dan vergroten. Daarover zijn wij het eens?

De heer Samsom (PvdA):

Ja. En om dat te kunnen doen moeten we snel sobere voorzieningen voor deze mensen realiseren, zodat we alle doelstellingen van dit land recht kunnen doen.

De heer Pechtold (D66):

Waarom nu weer in het staartje dat woord sober?

De heer Samsom (PvdA):

Misschien nu wel om u te plagen, sorry.

De heer Pechtold (D66):

Het komt over als: rauhfaserbehangetje, want stel dat we er een kleurtje aan geven, dan zouden de mensen in Nederland direct weer gaan denken: je komt uit dat Kobani, kapotgeschoten en al, je bent weken onderweg en nu gaan we je een kleurtje op je behang geven. Het zou toch maar overkomen als: zie ze eens gek doen. Waarom nou steeds dat doorzeuren over dat woord "sober"? Zeg gewoon: die mensen worden hier fatsoenlijk opgevangen!

De heer Samsom (PvdA):

Nogmaals, de Partij van de Arbeid staat in een traditie van soberheid. En overigens, als dat niet goed gaat, krijgen we daar al genoeg last van met onze mensen. Ik noem het af en toe. De laatste keer, dat geef ik toe, deed ik dat om u een beetje te tarten.

De voorzitter:

Dat lijkt gelukt.

De heer Samsom (PvdA):

Wonderwel, ja.

Voorzitter. Met al die sobere huisvesting zijn we er nog lang niet. Niet alleen de inspanning voor sobere huisvesting moet fors omhoog — blijft u zitten, mijnheer Pechtold — ook de inspanning voor integratie en de kans op een baan moet omhoog. Laten we de fouten uit het verleden niet herhalen. Laten we met vereende krachten de integratie van hen die hier mogen blijven, meteen ter hand nemen. Eerder beginnen met taal, meteen beginnen met voorlichting over de normen en waarden van dit mooie land en het sneller erkennen van diploma's. Een actieplan integratie en werk dus. Ik hoor heel graag van het kabinet wat het daarvoor in petto heeft, want ook dat moet nog.

Echter, de grootste onrust ...

De heer Pechtold (D66):

Ik heb een korte vraag, want ik vind het een fantastisch idee. Het was ook mijn idee: snel beginnen met taal, snel meedoen, snel de wetten van het land leren kennen, voor mijn part de Grondwet in versimpelde vorm, alles allemaal prima, maar wie gaat dat betalen? Gaan we eerst de rekening rondschuiven van de gemeenten die zich nu al afvragen waarvan ze dat allemaal moeten betalen?

De voorzitter:

Uw vraag is helder.

De heer Pechtold (D66):

Of gaan we wat dat betreft even de ruimte geven? Gaat het zoeken naar geld niet de oplossing belemmeren? Dat is eigenlijk mijn vraag.

De heer Samsom (PvdA):

Dat laatste is het geval. Dat begint eigenlijk al bij de huisvesting. Ik zal dat ene woord niet noemen. De gewone, normale huisvesting. Ook daarvoor moeten natuurlijk kosten gemaakt worden. Op dit moment maakt het COA veel meer kosten dan het dacht dat het zou gaan maken. De minister van Financiën heeft daar al wijze woorden over gesproken. Hij heeft gezegd: dat gaat nu even niet belemmerend werken, op de geëigende momenten kan daarover worden gesproken in de Kamer en kunnen daarvoor nieuwe budgetten worden vrijgemaakt, als dat nodig is. Dat kan bij de Najaarsnota en de Voorjaarsnota, en de behandeling daarvan komt sneller dan ons lief is.

De heer Pechtold (D66):

Gemeenten krijgen nu €40, maar die zijn ze soms alleen al kwijt aan beveiliging of de was doen in die 72-uursopvang. Gaan gemeenten zichzelf straks niet remmen? Het moet aantoonbaar verantwoord zijn, en sober. Als zij het kunnen aantonen, gaan wij gemeenten straks dan toch niet afknijpen? Vlissingen zit tegen een artikel12-status aan, zo hoorde ik. Die gemeenteraad wil echter wel. We gaan dan niet op een paar duizend euro zeggen: jij zit in de problemen, dus zoek het maar uit?

De heer Samsom (PvdA):

Dat zou in het algemeen niet de houding van het kabinet moeten zijn, maar dat laat ik wel over aan het kabinet dat in onderhandeling gaat met de VNG. Die laatste club weet precies waar Abraham de mosterd haalt als wij hier allerlei blanco cheques gaan uitschrijven.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik had wel een iets kritischer geluid verwacht van de heer Samsom op dit punt. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen zei de premier: we gaan uit van deze ramingen, daar kunnen we mee werken, en op geijkte momenten spreken we hierover verder. Deze zomer moesten echter de instroomcijfers voor 2015 al drastisch worden aangepast, namelijk naar twee keer zoveel. Dat brengt mij op het idee om die ontwikkeling een stapje voor te zijn. Volgend jaar komen veel meer mensen binnen, daar moeten we eigenlijk nu al afspraken over maken en daarvoor moet nu al budget vrij worden gemaakt zodat mensen gelijk aan de slag kunnen. Over het vrijmaken van budget is een motie aangenomen, mede dankzij de heer Samsom. Daarin staat dat we ook bij de Algemene Politieke Beschouwingen werk moeten maken van integratie. In de motie wordt de regering verzocht om extra budget vrij te maken om dat mogelijk te maken, voor de begroting van Sociale Zaken. Daarmee kunnen we niet wachten tot volgend jaar. Dat moeten we nu doen.

De heer Samsom (PvdA):

Op dat laatste punt is mijn ongeduld groot. Dat loopt aan het einde van deze dag af. We moeten inderdaad iets horen van het kabinet over de inspanningen op het gebied van integratie, banen en dergelijke. We hebben daar al wat berichten van gehoord die hoopgevend waren, maar ik hoop daar vandaag nog iets meer over te horen. Dat zou mooi zijn. De heer Klaver doet het verzoek om daarvoor budget vrij te maken. Als het kabinet zelf budget daarvoor kan vrijmaken zonder ons daarmee lastig te vallen, dan verkies ik die situatie. Ik kan u verzekeren dat het al ingewikkeld genoeg is in de afgelopen jaren om in de Kamer budgetten vrij te maken voor het een en het ander. Het kabinet heeft ons verzekerd, en van die verzekering ga ik uit tot die wordt herroepen, dat financiën geen belemmering zijn voor doen wat nodig is om deze vluchtelingenstroom aan te kunnen. Zolang het kabinet ons dat verzekert, zit ik als fractie op rozen. Zodra het kabinet aan de bel trekt — maar laten wij dat niet zelf doen, als eerste — dan hebben wij een probleem. Dat gaan we dan met zijn allen oplossen. Laten we dat echter niet op voorhand gaan uitlokken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Rozen hebben venijnige stekels, dus ik zou op iets anders gaan zitten. De premier heeft het bij de Algemene Politieke Beschouwingen heel precies als volgt geformuleerd: het COA zal altijd voldoende middelen hebben om de opvang van vluchtelingen in goede banen te leiden. Dat is wat er letterlijk is gezegd. De vraag en de motie, waarin ook om meer budget wordt gevraagd, gaan over iets anders. Die gaan over het integratiebudget. Dat is iets wat veelal via de gemeente gaat. Het is niet perse een taak die bij het COA ligt. We hebben de minister van Sociale Zaken uitgenodigd omdat hij hierin ook een taak heeft. Ik vind het prima als het kabinet daarvoor de middelen weet te vinden zonder ons lastig te vallen. De heer Samsom zegt net dat aan het einde van dit debat duidelijk moet zijn hoe die versnelde integratie vorm gaat krijgen en op welke manier die betaald moet worden. Als daarop geen antwoord komt van het kabinet, dan moet de Kamer daarop actie ondernemen.

De heer Samsom (PvdA):

Ik hoor graag van het kabinet: ja, we gaan vanaf dag één, of misschien dag twee, want het is best ingewikkeld, werken aan die integratie en we gaan die kans op een baan vergroten. Mensen zullen die baan overigens wel zelf moeten vinden, maar we kunnen iets doen met het erkennen van diploma's en dergelijke. Als het kabinet zegt "dat gaan wij doen binnen de budgetten die ons tot nu toe gegeven zijn", dan vraag ik niet door. Ik zei al eerder dat we niet de goden moeten verzoeken. Het kabinet komt echt wel bij ons op het moment dat het geld op is. De minister van Financiën heeft al aangekondigd dat dat dan gebeurt bij de Najaarsnota.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vind het opvallend dat de heer Samsom niet doorvraagt. Als iets binnen bestaande budgetten gerealiseerd kan worden, dan is dat prima, maar niet doorvragen? Dat zouden we juist wel moeten doen. Ik wil namelijk weten of de ambitie realistisch is binnen de gestelde middelen. Voor volgend jaar wordt er bezuinigd op de middelen voor integratie, terwijl er meer mensen binnenkomen die geïntegreerd moeten worden. Knappe jongen die het voor elkaar krijgt om dat binnen het huidige budget te regelen.

De heer Samsom (PvdA):

Laat ik zeggen dat ik deze keer voor een wat minder economistische benadering kies en gewoon de ambitie en de doelstellingen centraal stel. Of dat binnen het budget kan, is aan de rekenmeesters van het kabinet. Er wordt al genoeg boekgehouden in deze politiek.

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Samsom is best grappig, maar ik ken hem als een man die op de details let. Hij wil meestal op ieder puntje doorgaan. Nu gaat het over een erg belangrijk punt waar de samenleving voor staat, namelijk de integratie van deze vluchtelingen. Daarover zegt hij nu: nou, ik heb er wel vertrouwen in en ik hoef niet door te vragen. Dat valt me van hem tegen. We zouden daar veel kritischer op moeten zijn. Wordt de ambitie die men noemt, ook echt gehaald? Woorden zijn mooi, maar resultaten zijn beter, zeker op dit vlak.

De heer Samsom (PvdA):

Ja, dat ben ik met de heer Klaver eens. Dus laten we alle venijn er weer uithalen. Ik ben het met hem eens; wij moeten die ambities gewoon realiseren. Ik leg echter wel de bal bij het kabinet. Als men daar denkt meer geld nodig te hebben, dan zullen wij daarover spreken bij de behandeling van de Najaarsnota en op andere geijkte moment. En ik zeg dat het kabinet dit inderdaad bij de Najaarsnota zal gaan denken, want dat is al uitgesproken door de minister van Financiën. Die heeft een grote voorspellende gave op dit terrein. Ik kan de heer Klaver bovendien verzekeren: dat wordt nog ingewikkeld genoeg.

Voor de grote groep mensen die hier komt, zijn dus huisvesting en integratie nodig. De grootste onzekerheid en de onrust van mensen zit echter niet bij de bekende hoeveelheid vluchtelingen en de opdrachten die daarbij horen, al zijn die nog zo groot. De grootste onrust wordt veroorzaakt door de onbekende instroom, door de grote groep die nog onderweg is, in Europa en naar Europa. Vragen waar mensen mee zitten zijn: hoeveel worden dat er nog en hebben we daar nog enige controle op? Die vragen schreeuwen om een antwoord, zozeer zelfs dat sommigen de toevlucht nemen tot simplisme. Ja, wij hebben volledige controle, want we sluiten gewoon de grenzen. Of: nee, we hebben geen enkele controle, want we moeten ze gewoon allemaal toelaten. Ergens tussen die gemakzuchtige uitersten ligt de ploeterende werkelijkheid van het moeizame maar noodzakelijke onderscheid tussen vluchtelingen en economische migranten en van de Europese samenwerking. Met dat laatste moeten we voorkomen dat landen via onderlinge asielconcurrentie proberen zo onaantrekkelijk mogelijk te worden. Dat is een heilloze race naar de bodem. Ergens daartussenin ligt ook de ploeterende werkelijkheid van de taaie onderhandelingen met landen als Turkije, om ervoor te zorgen dat men daar de grenzen beter bewaakt, en de ploeterende werkelijkheid van de vele miljarden die nodig zullen zijn om de vluchtelingen in de regio een menswaardig bestaan te bieden.

Daarover gaat de Europese top van morgen. De inzet van de Nederlandse regering kennen we al enige tijd. Die inzet steunt mijn fractie van harte. Laten we hopen dat Europa nu weer doet waar het in al haar onvolkomenheid zo goed in is; haastig, want te laat begonnen, onbeholpen en scherend langs de afgrond, net op tijd de juiste hoeveelheid eenheid en daadkracht aanborend om een antwoord te vinden. We moeten samenwerken met de landen in de regio. Aan de buitengrenzen van Europa moet een betere grensbewaking komen. Vluchtelingen die zich in Griekenland en Italië melden, moeten worden geregistreerd. Een effectief terugkeerbeleid is nodig voor hen die niet mogen blijven. De mensen die wel mogen blijven, moeten rechtvaardiger over Europa worden verdeeld. Het is allemaal nodig. Niet alles gaat lukken, en het gaat sowieso langzamer dan we willen.

En er blijven mensen komen. Zolang hier veiligheid, vrede en welvaart zijn, en elders oorlog, onderdrukking en honger, zullen mensen hun lot hier blijven zoeken. Dat is de werkelijkheid van dit vraagstuk. Laten we die ongemakkelijke werkelijkheid nou recht doen door verre te blijven van gemakzucht en door gezamenlijk antwoorden te vinden waarmee aan iedereen recht wordt gedaan, zowel aan de mensen die hierheen komen, als aan ons, de mensen die er al zijn.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Genoeg is genoeg. Miljoenen mensen in dit mooie land zijn het spuugzat. Ik ga u vertellen waarom. Heel veel mensen stuurden ons hun verhaal toe. Een aantal van die verhalen ga ik voorlezen. Daar ga ik mijn termijn voor gebruiken. Het zijn verhalen die u niet in de krant leest, waar de minister-president niet over spreekt en waar het COA over zwijgt. Het zijn de verhalen van de gewone mensen in Nederland. Ik begin met een brief van een mevrouw van 80. Zij schrijft: "Dag Geert, ik ben 80 jaar oud. Ik heb één dag geholpen in de Amerikahal in Apeldoorn, maar nooit weer! De asielzoekers trappen er rotzooi. Als ze een jack krijgen als tweede jas, niet van nieuw te onderscheiden, dan is het "no, not new". Ze hebben een grote bek, ze hebben commentaar op het eten en ze krijgen in een keer net zo veel vlees als ik in een week krijg, maar ze gooien alles weg." Een mijnheer uit Oude Pekela zegt: "Hier bij ons in Oude Pekela is heel veel overlast. Dronken asielzoekers vallen regelmatig jonge kinderen lastig. Jonge meisjes worden onzedelijk betast en ze staan in het openbaar hun behoefte te doen."

De heer Klaver (GroenLinks):

Het viel te verwachten. Dit is een nieuwe traditie van de heer Wilders om te beginnen met lijstjes. Ik heb ook een lijstje voor de heer Wilders: bestorming en vuurwerkbommen in Woerden, hakenkruizen en "white power" bij een azc in Zuidlaren, hakenkruizen in de Boelenslaan in Friesland, "eigen volk eerst" en "rot op" in Voorst, "nee azc" met een davidster in Wezep, "eigen volk eerst" in Brunssum, een huis van een Syrisch gezin beklad in Deventer, een hakenkruis en "refugees, fuck you" in Tholen. Ik zal deze incidenten niet in de schoenen van de heer Wilders schuiven, ook al roept hij op tot verzet. Ik ga ook niet zeggen dat al die mensen racisten zijn, helemaal niet. Dat zou te flauw zijn. Dit zijn namelijk incidenten. De mensen die dit doen, moeten wij keihard aanpakken, net als vluchtelingen die rotzooi trappen. Maar om te doen alsof alle vluchtelingen criminelen zijn en mensen die rotzooi komen trappen, of, in mijn voorbeeld, alle mensen die kritisch zijn op vluchtelingen racisten te noemen, is allebei even erg. Dat zou de heer Wilders niet moeten doen.

De heer Wilders (PVV):

Ik vertel de verhalen van normale Nederlanders die dit meemaken in hun wijk en ik ga daarmee door.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is mooi hoor, weer zo'n lijstje. Gaat u vooral zo door. Maar u doet hiermee alsof al die vluchtelingen precies hetzelfde zijn. U kunt toch ook aangeven dat dit incidenten zijn? U kunt toch ook zeggen dat mensen die in Nederland rotzooi trappen keihard moeten worden aangepakt? Daarover zouden we nog eens kunnen worden ook. Zij zijn toch van hetzelfde laken een pak als racisten die hakenkruizen kladden? Die moeten toch allebei even hard gestraft worden? Dat is de oplossing die we moeten zoeken. U kakelt wel veel, mijnheer Wilders, maar leg nou eens een ei! Hoe lossen we dit op? Dat doen we door keihard bovenop die incidenten te zitten.

De heer Wilders (PVV):

Een man uit Arnhem zegt: "Mijn twee dochters worden sinds een week regelmatig lastig gevallen door asielzoekers die hier in de Koepel van Arnhem zitten. Wat kan ik daartegen doen? Help, een bezorgde vader." Een gehandicapte vrouw zegt: "Ik was afgelopen zondag in een supermarkt. Ik ben 63 jaar en rij door mijn ziekte in een scootmobiel door de supermarkt. Daar was een grote groep asieljongeren aanwezig. Drie van die gasten kwamen mijn kant oplopen en wilden dat ik voor ze opzij ging. Dat weigerde ik. Toen stak een van hen zijn middelvinger op en een ander maakte een snijbeweging langs zijn keel. Een van die knullen liep tegen mijn scootmobiel op, waardoor mijn spiegel naar binnen boog. Hij draaide zich om en kwam met opgestoken vuist mijn kant op. Mijnheer Wilders, ik kan u vertellen dat ik verstijfd zat te wachten op wat er ging gebeuren. Ik ben maar snel omgedraaid en heb met grote spoed zonder mijn boodschappen de winkel verlaten."

De heer Roemer (SP):

Dat zijn voorvallen die verschrikkelijk zijn, daar ben ik het helemaal mee eens, maar waarom gaf u de heer Klaver niet netjes antwoord? Dit zijn incidenten en die moeten wij afwijzen. Dat geldt voor beide kanten. Door geen antwoord te geven, suggereert de heer Wilders dat het geen incidenten zijn en dat iedereen dit doet.

De heer Wilders (PVV):

Dit is geen incident. Ik heb bakken vol met dit soort zaken. Ik ben de laatste om te zeggen dat alle asielzoekers dit doen, maar wij importeren een cultuur. Wij importeren een massa van islamitische immigratie — u zult dat zo bij andere voorbeelden zien — van testosteronbommen. Ik heb dat al eerder genoemd. Dat is de werkelijkheid van vrouwen in Nederland die last hebben van die cultuur. We importeren mensen die hier niet willen integreren, die ons willen koloniseren. Dat is de werkelijkheid en dat is mijn antwoord naar u. Als u dat nu van mij niet wilt aannemen, dan luistert u hopelijk toch een keer. Dit soort verhalen zie je niet op televisie, mijnheer Roemer. Daar heeft de minister-president het niet over en daar hebt u het ook nooit over. Deze mensen moeten worden gehoord en ik zal u dwingen om ernaar te luisteren.

De heer Roemer (SP):

Wat ik allemaal hoor kan ik beter zelf vertellen. Wij horen ook alles, omdat wij een partij zijn die tot in de wortels van de afdelingen zit. Wij horen alles, wij zien alles en wij proberen dit te analyseren. Maar door geen antwoord te geven op een correcte vraag van een collega, suggereer je een heleboel. Dat moeten wij volgens mij niet doen. Ik probeer samen met u problemen op te lossen, ervoor te zorgen dat mensen in de straten en wijken worden gehoord, dat mensen inspraak krijgen en dat mensen die over de schreef gaan, worden aangepakt. Als dat de gezamenlijke boodschap is, komen wij een stuk verder. Zo komen wij echter geen meter verder.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter, de heer Roemer is wel de laatste die voor een oplossing zorgt. De heer Roemer is een van de mensen die juist voor problemen zorgen. De SP is een van die partijen, de heer Roemer en mevrouw Gesthuizen voorop, die zeggen: kom allemaal binnen, hoe meer azc's hoe beter. Ik heb net een poster uit Almere laten zien. Als u wilt, wil ik hem wel ronddelen. In Almere stonden SP'ers te roepen: kom maar, meer asielzoekers, meer azc's. U zorgt ervoor dat Nederland juist onveiliger wordt, dat er meer mensen komen. Als je als asielzoeker bent afgewezen en de rechter heeft gezegd "je mag hier niet zijn", is het opnieuw de partij van de heer Roemer die zegt "ook als je illegaal bent, gaan wij voor jou opvang betalen", in plaats van: wij knikkeren jullie allemaal het land uit. Uw partij, mijnheer Roemer, werkt niet aan een oplossing. U maakt het met de dag erger en daarom lopen de kiezers ook rennend en gillend bij u weg.

De heer Roemer (SP):

Het is te triest voor woorden dat de heer Wilders gewoon niet luistert naar twaalf concrete voorstellen in een betoog, maar blijkbaar iets anders zit te doen om vervolgens heel andere verhalen af te steken. Als je verantwoordelijk bent voor het voeren van oorlog, moet je je ook verantwoordelijk voelen voor het oplossen van de vluchtelingenstroom. Daar loopt u voor weg. Tegenover mensen voor wie de emmer is overgelopen omdat ze geen woning kunnen vinden, moet u zo eerlijk zijn om te zeggen dat het uw beleid is geweest. Als mensen zeggen dat ze niet meer kunnen rondkomen, moet u eerlijk toegeven dat het PVV-beleid is geweest om het sociale minimum te verlagen. Wees dan ook zo eerlijk om dat soort dingen erbij te zeggen!

De heer Wilders (PVV):

U bent de man van de open grenzen. U bent de man die maakt dat al die SP'ers zeggen: wat heb ik nog te zoeken bij de SP? In plaats van dat wij die miljarden aan de zorg geven, in plaats van dat de heer Roemer mij interrumpeert en zegt "mijnheer Wilders, zullen wij de grenzen sluiten en de pensioenen van de mensen en de zorg eens gaan verbeteren" … Het is ons geld, het zijn onze mensen, het zijn onze gepensioneerden wier pensioen dadelijk niet eens kan worden geïndexeerd, het zijn onze verzorgingshuizen die moeten sluiten. In plaats van dat ik de heer Roemer aan mijn kant vind door te zeggen "laten wij de grenzen sluiten en de miljarden anders besteden", valt hij mij aan en laat hij de grenzen openstaan. U zorgt ervoor dat er minder geld is voor de gepensioneerden in Nederland en dat er minder geld is voor de zorg in Nederland. Die asielzoekers gaan ons immers miljarden kosten. Dan moet u niet verbaasd zijn dat mensen zich niet meer in de SP herkennen.

De heer Roemer (SP):

De heer Wilders vindt mij aan zijn kant als het gaat om het verbeteren van de zorg, maar wij komen ook met concrete voorstellen. Hij vindt mij niet aan zijn kant als hij wegkijkt voor problemen in Europa en in de wereld waarvoor hij medeverantwoordelijk is. Hij heeft immers ook voorgestemd om bommen te blijven gooien. Dan kun je niet wegkijken. Het is te simpel, mijnheer Wilders, om te veronderstellen dat grenzen zomaar dichtgegooid kunnen worden en dat er een hek omheen gebouwd kan worden. Het is te simpel om te denken dat wij zo veel agenten hebben dat wij de grenzen dicht kunnen houden, terwijl wij over het hoofd zien dat dit een enorme stroom van illegaliteit zal opleveren. Probeer de problemen zo veel mogelijk bij de bron aan te pakken en zet mensen niet tegen elkaar op. Ten aanzien van het verbeteren van voorzieningen had ik u graag aan mijn kant gehad, maar in Rutte I zat u aan de kant van het afbreken van de sociale zekerheid in Nederland. Wees ook zo eerlijk om dat te zeggen.

De heer Wilders (PVV):

De oplossing van de heer Roemer is: kom maar allemaal binnen, de grenzen mogen open! Ik zie ze nog staan, de SP'ers in Almere met hun spandoek. Ik begrijp dat u het heel vervelend vindt dat ik dit zeg, maar er stonden 50 of 60 SP'ers in Almere, met een spandoek. Ik geloof dat iemand van GroenLinks een liedje stond te spelen. Ze stonden te zingen: kom maar allemaal binnen. Dat kost miljarden, mijnheer Roemer. Miljarden die wij niet kunnen besteden aan de mensen in Nederland, die wij niet kunnen besteden aan de zorg, die wij niet kunnen besteden aan de pensioenen. Handtekening: Emile Roemer, SP. Dank u wel, mijnheer Roemer.

Ik ga door met een bericht van een vrouw uit Ter Apel. Zij schrijft: "Mijnheer Wilders, gisteren is een kennis van ons lastiggevallen door een vluchteling. Ze ging boodschappen doen en in de winkel werd zij achtervolgd en lastiggevallen. De vluchteling zei de hele tijd "I want to fuck you", totdat twee mannen met een stevig postuur de vrouw gingen helpen. Toen droop de vluchteling af."

Iemand die werkt bij de telefooncentrale van het COA, meldt: "Hoi, ik werk bij de telefooncentrale waar de telefoontjes voor het COA binnenkomen. Dat zijn er 500 tot 700 per dag. Wij verzorgen ook de telefoontjes voor de beveiliging. De incidenten zijn met geen pen te beschrijven. Overal zorgen vluchtelingen voor overlast. Elke dag worden er meldingen gedaan van geweld en rellen. Bijna niets daarvan zie je in de media."

De heer Samsom (PvdA):

Wat schrijft de heer Wilders terug aan deze mensen? Bezorgde en boze mensen schrijven de heer Wilders een brief, in de hoop dat hij een antwoord voor hen heeft. Wat schrijft hij terug aan deze mensen?

De heer Wilders (PVV):

Ik schrijf hen terug dat zij dit onder andere te danken hebben aan de heer Samsom. Hij is de man van de open grenzen, samen met zijn linkse vriendjes van de SP en helaas ook van de VVD. Die partijen zorgen ervoor dat iedereen zomaar kan binnenkomen. Zij wekken de illusie dat je met een sobere opvang mensen tegenhoudt, terwijl de opvang hier nog steeds duizend keer luxer is dan in Turkije of in Syrië of waar dan ook. Die mensen zullen dus blijven komen. Het sluiten van onze grenzen en het opnieuw invoeren van grenscontroles is de enige echte oplossing om ervoor te zorgen dat mensen worden tegengehouden. Twee derde van de Nederlanders wil dat. Ongeveer de helft van de Nederlanders wil dat wij die mensen niet binnenlaten in ons land. Dat zijn miljoenen mensen. De heer Samsom luistert niet naar hen, maar ik ben er heel trots op om naar hen te luisteren.

De heer Samsom (PvdA):

Ik vreesde al dat de heer Wilders zou terugschrijven dat een ander de schuld is van het probleem. Dat is de PVV in optima forma: mensen bang maken en anderen de schuld geven. Dat is het enige wat de PVV doet als er een probleem is, terwijl je het probleem zou moeten oplossen. De heer Wilders zou bereid moeten zijn om daaraan mee te werken. Hij maakt mensen bang en hij geeft andere mensen de schuld. Daar moet hij mee ophouden. Hij kan al die mensen mailtjes blijven sturen tot hij een ons weegt, maar hij zou eens moeten nadenken over de vraag wat er werkelijk nodig is. Het probleem moet gewoon worden opgelost.

De heer Wilders (PVV):

Dit is het dedain van een sociaaldemocraat anno 2015. De heer Samsom zegt dat de vragen van mensen niet serieus moeten worden genomen, maar hij is verantwoordelijk. Hij is 100% verantwoordelijk voor het feit dat mensen die door zes veilige landen zijn gereisd voordat zij in Nederland kwamen — die mensen zijn dus helemaal geen vluchteling en moeten gewoon als migrant worden behandeld — nog worden binnengelaten. Het zijn geen vluchtelingen. Het zijn migranten. Ze kwamen uit Duitsland, uit Oostenrijk, uit Hongarije, uit Servië en uit Griekenland. Dat zijn allemaal veilige landen. Daar hadden ze opvang moeten krijgen en niet hier. De heer Samsom zegt: kom toch maar binnen; wij betalen wel. Alleen al in de maand september zijn er 13.000 mensen binnengekomen, omdat de heer Samsom, de heer Roemer, de heer Pechtold, de heer Zijlstra en de heer Buma allemaal zeggen: kom maar binnen met je knecht. De PVV zegt: niet doen!

Een mevrouw uit Houten schrijft: "Bij ons in Houten staat naast het zwembad van mijn kind een asielzoekerscentrum. Iedere dag komen er nu allerlei mannen het zwembad binnen die staan te kijken naar zwemmende kindjes van 5 jaar. Ik vind dat eng en misselijkmakend."

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De heer Wilders noemt een aantal vreselijke voorbeelden van dingen die gebeuren. Ik vraag mij dan af: wat doet de heer Wilders zelf om het op te lossen? Dat is zijn taak als parlementariër. Hij spreekt van "een nepparlement", maar hij doet hier toch alsof het een echt parlement is. Het parlement heeft op dit punt een taak. Het afgelopen jaar is er een enkele keer een voorstel van het kabinet gekomen om de opvang van asielzoekers makkelijker te maken. Dat is heel weinig voorgekomen. Het enige voorbeeld dat wij hebben, is een wijziging van de Crisis- en herstelwet, op grond waarvan het makkelijker wordt om grote asielzoekerscentra te vestigen zonder vergunningverleningen te veranderen. Dat staat onder het kopje "opvangcapaciteit asielzoekers vergroten". Dat voorstel is in november 2014 gewoon voorgehangen. Het is op 7 september 2015 in het Staatsblad gekomen. De bijdrage die wij vanuit het parlement hebben kunnen leveren, zag dus op het al dan niet akkoord gaan met het verruimen van de mogelijkheden om asielzoekers op te vangen. Weet de heer Wilders wat hij zelf daarin heeft gedaan?

De heer Wilders (PVV):

Kan de heer Buma in hemelsnaam echt niks beters verzinnen dan de Crisis- en herstelwet? Waar bent u in hemelsnaam mee bezig? Mijnheer Buma, u bent een van de mensen die ook verantwoordelijk is voor het openzetten van de grenzen. Kom niet aan met zo'n wetje en zo'n regel waarvan we er hier per dag ongeveer duizend behandelen. Het gaat erom wat we hadden moeten doen. Waar uw partij, het CDA, het schandalig laat afweten, is dat we de grenzen moeten sluiten. We moeten ervoor zorgen dat die mensen niet ons land binnenkomen. Wanneer zij ons land niet binnenkomen — dat is ons standpunt — hebben wij ook geen asielopvang nodig. Daarom zullen we dit soort voorstellen niet steunen. We vinden namelijk dat zij ons land niet binnen moeten komen. Als zij niet binnenkomen, hebben we geen opvang nodig.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het grote probleem is dat de PVV het wél gesteund heeft. De heer Wilders is naar allerlei plaatsen geweest, zoals Purmerend en Almere. Hij ging erheen met flyers, alsof die helpen tegen de instroom van vluchtelingen. Tegen de mensen daar zegt hij dat ze in verzet moeten komen tegen het maken, het bouwen van een asielzoekerscentrum in hun regio. En wat doet de heer Wilders zelf? Waarschijnlijk let hij hier gewoon helemaal niet op. Hij staat op straat, maar het werk waarvoor hij betaald wordt door al die mensen, doet hij niet. Wat de heer Wilders doet, is akkoord gaan met wat we straks gaan krijgen: bouwen van grote asielzoekerscentra in de provincies. Ik weet dat als die er komen, de heer Wilders de eerste is om daar met zijn folders klaar te staan.

De heer Wilders (PVV):

Zeker.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik hoop dan dat die mensen beseffen dat zo'n asielzoekerscentrum er mede namens de heer Wilders, die zijn werk hier niet gedaan heeft, is gekomen. Mijnheer Wilders, u kunt gaat blaten wat u wilt, maar u wordt betaald om uw werk te doen. Uw werk is de parlementaire controle. Dat doet u niet.

De heer Wilders (PVV):

Ik doe gewoon mijn werk. In de Crisis- en herstelwet staat veel meer dan het voorstel waarover de heer Buma het heeft. De Crisis- en herstelwet zegt dat je in bepaalde gevallen inderdaad sneller procedures kunt doorlopen. Dat is geen asielwet, maar de Crisis- en herstelwet. De heer Buma laat het daar afweten, ongeacht met hoeveel wetten hij naar de interruptiemicrofoon komt. Het CDA staat voor open grenzen. Het CDA staat voor duizenden asielzoekers per week naar Nederland. Het waren er 13.000 in september. Zolang de heer Buma daar niks aan doet, verzuimt hij zijn werk. Dat is veel serieuzer.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dit is toch een totaal demasqué? U zegt: sorry, het was de Crisis- en herstelwet. Dus u kon niet vinden dat daar gewoon een heel stuk in staat over het vergroten van de opvang van asielzoekers? Het CDA kon dat wel lezen. Het CDA heeft inmiddels één zetel meer dan u. U begon met vijftien, drie zijn inmiddels elders in de bankjes verdwenen. U hebt er nog twaalf. U moet gewoon uw werk doen als Kamerlid. U roept dat dit een nepparlement is, maar er is maar één nepfractie, namelijk die van u.

De heer Wilders (PVV):

Het doet ontzettend veel pijn dat de heer Buma eigenlijk geen antwoord heeft op de problemen van vandaag. Hij gaat een beetje wild om zich heen slaan met een wet die over veel meer gaat, zoals heel veel wetten. Wij maken uiteindelijk een afweging tussen versnelde procedures die nodig zijn en die belangrijk zijn, ook als er een onderdeeltje in zit dat we niet willen. Dat doet iedereen hier. Wij doen ons werk. Wij doen ons werk afgewogen. We hebben gezien dat die wet meer voordelen dan nadelen biedt. Het gaat niet om de Crisis- en herstelwet, mijnheer Buma. Het gaat erom dat u ervoor zorgt … Tja, u kunt wel lachend naar de interruptiemicrofoon komen, maar het is goed dat Nederlanders weten dat uw CDA ervoor zorgt dat we hier met open grenzen een asieltsunami krijgen van duizenden, tienduizenden en de komende jaren honderdduizenden moslims die de christenen, voor wie u zegt te staan, als het kan een kopje kleiner zullen maken. Dat is de praktijk.

De voorzitter:

Mijnheer Buma, ik moet een opmerking voor de Handelingen maken. Iedereen heeft het recht op zijn eigen mening, maar iedereen die in deze Kamer zit, is gekozen, is gecontroleerd en zit hier als echt lid van de Tweede Kamer.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik vind het netjes dat u mij hierover terechtwijst, voorzitter. Volgens mij hebben we dit debat eerder gehad en is dit toen gepasseerd. Maar goed, dat zal aan mij liggen. Toch heb ik dit nodig. De heer Wilders kan doen wat hij wil. Hij zegt nu dat zijn fractie — ik zal het woord dat ik net gebruikte niet herhalen, want ik volg u — voor de Crisis- en herstelwet was omdat er allemaal goede dingen in zaten, maar hij weet niet eens waar ik het over heb. Dit gaat over een besluit dat heel recentelijk in de Kamer is geweest in de tijd dat dit allemaal al speelde. Daar stond een aantal specifieke wijzigingen in. De PVV heeft daar niets over opgemerkt en dus zijn die wijzigingen doorgegaan. Ik denk dat de andere mensen snapten dat dit nodig was en dat de heer Wilders gewoon aan het folderen was. Bij alles wat hij zegt over iedereen en bij alle dingen die hij vertelt, vergeet hij één ding te vertellen: het asielzoekerscentrum in uw provincie is er mede dankzij de PVV.

De heer Wilders (PVV):

Nee, mevrouw de voorzitter. De heer Buma gaat eraan voorbij dat de PVV-fractie zegt: nul asielzoekers in Nederland. Als je doet wat wij willen, de grenzen sluiten, komt er niemand ons land in en dan heb je geen asielzoekerscentrum nodig. Wij gaan het land in om mensen te steunen en om ervoor te zorgen dat er geen asielzoekerscentrum in hun gemeente komt. Daarom sta ik hier om iedere keer opnieuw tegen het kabinet en dit parlement te zeggen: stop met die asielzoekers, grenzen dicht. Ik zeg u, mijnheer Buma, als je de grenzen sluit, heb je nul asielzoekerscentra nodig. Als je de grenzen opent, zoals het CDA doet, en honderdduizenden mensen uitnodigt om naar Nederland te komen, dan heb je die wet nodig. Wij hebben hem niet nodig.

De heer Pechtold (D66):

De heer Wilders zegt: nul asielzoekers. Kan hij mij vertellen hoeveel asielzoekers binnenkwamen in 2011?

De heer Wilders (PVV):

Ik ga geen getallen per jaar noemen. Die quiz doet de heer Pechtold maar met iemand anders. Ik zeg dat er dit jaar 40.000 tot 50.000 asielzoekers dreigen binnen te komen. Dit getal is al weer naar boven bijgesteld naar 50.000 of 60.000. Het getal dat voor volgend jaar, 2016, in de boeken staat, die 18.000, wordt bij lange na niet gehaald. Ik zeg u, mijnheer Pechtold, dit jaar zijn er alleen al in de maand september 13.000 asielzoekers …

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter.

De heer Wilders (PVV):

Nee, ik mag graag mijn eigen antwoord geven.

De heer Pechtold (D66):

Geef dan antwoord.

De heer Wilders (PVV):

13.000 asielzoekers. Als je dat maal twaalf doet, heb je 150.000 asielzoekers in één jaar. Als daar twee nareizigers bijkomen, heb je bijna een half miljoen. Als je dat een paar jaar doet, heb je een miljoen asielzoekers in Nederland. Wat er in 2011 is gebeurd, is niet relevant. Het gaat erom wat er dit jaar gebeurt en wat er volgend jaar gebeurt. Daar komt heel Nederland tegen in opstand. Dat steunen wij en met alle trots.

De heer Pechtold (D66):

Ik hoop niet dat de heer Wilders thuis de huisfinanciën doet, maar dat zijn vrouw dat doet, want als hij zo kan rekenen, zijn ze snel failliet bij de Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Het is de waarheid.

De heer Pechtold (D66):

Ik stelde een heel simpele vraag. In 2011 was de heer Wilders verantwoordelijk voor de asielinstroom in Nederland, want hij ging in 2010 de coalitie in en hij holde er in 2012 uit. Hoeveel asielzoekers kwamen er binnen in 2011? Hij zegt nu: nul, maar hoeveel kwamen er onder zijn verantwoordelijkheid binnen?

De heer Wilders (PVV):

Ik ben niet bezig met 2011. Ik ben niet bezig met 2012. Ik ben niet bezig met 2013. Ik ben geen politicus van het verleden. Ik ben een politicus van nu en van de toekomst.

De heer Pechtold (D66):

Van vanochtend.

De heer Wilders (PVV):

Ik ben een politicus van nu en van de toekomst en ik ga nu het land in om ervoor te zorgen dat wij die tsunami van asielzoekers die eraan dreigt te komen en waarvan de PVV ongeveer de enige in dit huis is … Kijk maar naar de peilingen hoe dat wordt gewaardeerd.

De heer Pechtold (D66):

Oh, de peilingen.

De heer Wilders (PVV):

Wij zijn de enigen in dit huis die opkomen voor de mensen, omdat er honderdduizenden dreigen aan te komen in Europa en Nederland als wij de grenzen openlaten. En dat, dat, mijnheer Pechtold, wil ik voorkomen.

De heer Pechtold (D66):

Als de heer Wilders hier mag stemmen als Kamerlid stemt hij voor de Grieken en voor de euro, maar als hij dan met zijn eenmanspartij in de oppositie zit, zegt hij: kijk eens wat iedereen allemaal fout heeft gedaan. Er was in die hele tijd maar één Kamerlid dat ervoor stemde: Wilders. 2011, Wilders zit aan de knoppen. Vandaag zegt hij nul, maar in 2011 kwamen er 16.114 asielzoekers. Hij heeft daar niets aan gedaan. Hij strooit mensen die zich terecht zorgen maken omdat er mensen binnenkomen en zij zich afvragen hoe wij dit opvangen, zand in de ogen. Er zijn mensen die zich zorgen maken omdat zij willen helpen en er zijn mensen die zich zorgen maken omdat zij inderdaad problemen zien op de woning- of arbeidsmarkt. De heer Wilders voorspelt iets, maar als het op daden aankomt, zit Wilders altijd fout. Niks nul. Toen hij aan de macht was: 16.114. Geen oorlog in Syrië. Normale instroom. Hij heeft daar niets aan gedaan. Ga folderen, man!

De heer Wilders (PVV):

Ja, dat zal ik morgen zeker gaan doen. Als de heer Pechtold dat leuk vindt, mag hij meekomen.

Het bevestigt alleen maar mijn verhaal. Ik heb gezegd: nu nul; nul asielzoekers erin. Die 16.000 van toen dreigen er nu … De heer Pechthold lacht; hij vindt het altijd leuk om mensen uit te lachen vanuit de bankjes. Ik geef hem echter een serieus antwoord. Die 16.000 van toen zijn er 100.000 nu. Als wij de grenzen open laten staan, worden die 100.000 nu er 200.000 of 300.000 in de komende jaren. Honderdduizenden, mevrouw de voorzitter. Nederland wil dat niet. Nederland wil niet honderdduizenden asielzoekers opvangen; daar moeten wij miljarden aan besteden en dat gaat ten koste van ons budget, ten koste van onze cultuur, ten koste van onze veiligheid. Mensen willen dat niet, mijnheer Pechtold. Op de grap "het waren er 16.000, maar nu nul", zeg ik: ja, nu nul. Een heel grote nul. Dat getal moet u kennen, mijnheer Pechtold: nul. U bent een grote nul.

De heer Pechtold (D66):

"Honderdduizenden", zegt de heer Wilders?

De heer Wilders (PVV):

Zeker. Dat geldt zeker als wij voor de komende jaren het aantal gezinsvormers, het aantal gezinsherenigers, de nareizenden na de driemaandentermijn, erbij optellen. Dat is een simpel sommetje. In september hadden wij er 13.000. Als dat een jaar doorgaat zijn dat er, maal twaalf, 150.000. Mijnheer Pechtold, die 13.000 is een getal dat in september is binnengekomen. Dat maal twaalf is 150.000. Daar …

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter!

De heer Wilders (PVV):

Ik ben nog bezig met mijn antwoord. Daar een partner bij, maakt 300.000. Als dat een paar jaar duurt, kom je aan een miljoen. Ik verzin het niet. Dat zijn de cijfers. U kunt dat ridiculiseren, mijnheer Pechtold, maar Nederland heeft genoeg van de politici die de andere kant op kijken, die daar grappen over maken, die lachwekkend doen over politici die de straat op gaan om het voor hen op te nemen. Ik ben er trots op dat ik morgen niet hier ben, maar daar, om voor die mensen te knokken, om ervoor te zorgen dat er geen asielzoekerscentrum in hun stad komt.

De heer Pechtold (D66):

De heer Wilders komt op mij over als een man die in de zomer bij 30°C op een terrasje zit en zegt: als wij dit tot de kerst volhouden, dan kunnen wij het hele jaar hier op het terras zitten. Dat zijn niet de feiten, mijnheer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Dat zijn zeker de feiten.

De heer Pechtold (D66):

De feiten zijn dat de getallen in deze jaren nog ver onder het niveau liggen dat wij bijvoorbeeld in het jaar 2000 hadden. In die tijd hadden wij vijf aaneengesloten jaren waarin het aantal ver boven het huidige niveau uitkwam, mijnheer Wilders. In het enige jaar waarin u verantwoordelijkheid had, beloofde u nul, maar kwamen er duizenden. En dat is mijn punt.

De heer Wilders (PVV):

Wat de heer Pechtold hier weer tentoonspreidt, is echt complete lariekoek. Wij hebben een uitnodiging gezien van de heer Tusk, de president van de Europese Raad. De minister-president heeft die brief ingestuurd voor dit debat. De heer Tusk zegt in die brief zelf dat hij verwacht dat er in de winter misschien iets minder mensen hierheen zullen komen, maar dat er volgend jaar weer miljoenen mensen aankomen. De voorzitter van de Europese Raad, niet mijn grootste vriend, maar wel de grootste vriend van de heer Pechtold, zegt dat er nog miljoenen mensen aankomen. De minister-president van Hongarije heeft het zelfs over 35 miljoen. En hij kan het weten, want zijn grenzen worden nog meer bestormd dan de onze. Het verhaal dat er honderdduizenden komen en dat er in Europa miljoenen, tientallen miljoenen, komen, wordt door staatshoofden en presidenten erkend. In tegenstelling tot de heer Pechtold wil ik niet dat die mensen naar Nederland komen. Wij kunnen dat niet aan. Wij kunnen die islamisering niet aan. Wij kunnen die miljarden beter besteden aan onze eigen mensen. Wij kunnen die criminaliteit die dat met zich brengt, niet aan. Wij kunnen dat niet aan met 600.000 werklozen. Wij hebben die banen nodig voor onze eigen mensen, en niet voor die analfabeten uit het Midden-Oosten die hiernaartoe komen. Wij kunnen dat niet aan en wij moeten dat niet doen. Ik knok er met mijn fractie iedere dag voor om dat tegen te houden.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb een punt van orde. Voorzitter, u sprak zojuist de heer Buma aan op zijn taalgebruik. De heer Wilders bezigde ook wat termen. Ik verwacht van u dat u nu ook ingrijpt.

De voorzitter:

Ik heb het al eerder gezegd en ik herhaal het nu. Ik vind dat we elkaar geen namen hoeven toe te dichten. Eerder deed u dat, mijnheer Wilders, en nu doet u dat opnieuw. Mensen die op de publieke tribune zitten, bijvoorbeeld uit schoolklassen, noemen dat scheldwoorden. Ik vind dat we dat niet hoeven te doen in het parlement. Ik herhaal dat, zodat het wordt opgenomen in de Handelingen. Dank u, mijnheer Zijlstra, dat u mij die gelegenheid hebt geboden.

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Wilders geeft kwalificaties van mensen die hier als asielzoeker naartoe komen: analfabeten, testeronbommen, en dergelijke.

De heer Wilders (PVV):

Testosteron.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ja, testosteron, zeker. We weten echter ook dat het mensen zijn die soms reëel gevaar hebben gelopen. Mensen die bijvoorbeeld vanwege hun geloof vervolgd werden en hun land hebben verlaten. Het is dus echt belangrijk om van de heer Wilders te horen: wanneer wel? Is er wel ruimte voor om mensen op te vangen als ze in een dergelijke situatie terecht zijn gekomen en met gevaar voor eigen leven hun land hebben moeten verlaten?

De heer Wilders (PVV):

Het antwoord heb ik al eerder gegeven. Ik kan me niet herinneren dat er bijvoorbeeld christenen werden vervolgd in België of Duitsland. De mensen komen echter wel allemaal uit België of Duitsland. Dat zijn veilige landen. Daarvoor waren ze zelfs al in Oostenrijk, Hongarije, Servië of Griekenland. Het zijn allemaal landen waar ze al veilig waren. Het antwoord op de vraag is dus: die mensen moeten wij hier niet toelaten. Niet omdat ik ontken dat ze misschien zijn gevlucht vanwege hun religie, maar omdat ze al door zes veilige landen zijn gereisd. Daar hadden ze moeten worden opgevangen. Als ze dat niet doen, en ze reizen toch door omdat ze graag van onze verzorgingsstaat gebruik willen maken, zeg ik: je bent niet welkom. Dus wanneer wel? Niet, nooit, nul asielzoekers komen er nu. De Christenen die bijvoorbeeld uit Syrië zijn gevlucht, waren al in Griekenland, in Servië en in heel veel landen op weg hier naartoe. Daar moeten ze worden opgevangen, niet hier.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb in het verkiezingsprogramma van de PVV gelezen dat er in ieder geval 1.000 per jaar zouden mogen binnenkomen.

De heer Wilders (PVV):

Maar nu niet.

De heer Slob (ChristenUnie):

Zouden wij, om in het denken van de heer Wilders mee te gaan, bijvoorbeeld heel gericht een bepaalde groep moeten uitnodigen om naar ons toe te komen? Als zij reëel gevaar voor hun leven lopen, zouden we ze hier dan een veilige plek kunnen geven? Valt daarover met de PVV te praten?

De heer Wilders (PVV):

Nee, nu niet. Nu is het antwoord: nul. We kunnen het niet aan. We hadden er alleen al in de maand september 13.000. We hebben weken gehad dat er 4.000 kwamen. Vorige week waren het er geloof ik 2.500, de week daarvoor kwamen er 3.000 binnen. Per week! We kunnen ons dat niet permitteren. Er rijden bussen met asielzoekers van plek, naar plek, naar plek, terwijl ze niet eens weten waar ze moeten slapen. Er worden gemeenten gedwongen, zoals we in Oranje hebben gezien, om tegen hun wil de mensen op te vangen. Alleen een blinde ziet niet dat Nederland het niet meer aankan en dat onze samenleving een keihard nee zegt. Dat is niet omdat de mensen asociaal zijn, niet omdat mensen vinden dat echte vluchtelingen niet opgevangen moeten worden, maar omdat Nederland het niet meer aankan. Wij moeten onze grenzen sluiten en we moeten en kunnen het probleem hier niet oplossen. Het spijt me.

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Wilders wijst dus altijd naar anderen, of hij verwijst naar anderen. Maar als hij zelf iets moet doen, zelf verantwoordelijkheid moet nemen, dan geeft hij niet thuis, terwijl in ons land vele duizenden burgers dat wel gewoon doen als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Daar zijn immers heel veel vrijwilligers bij betrokken. Ik heb de heer Wilders een paar weken geleden gevraagd wat we doen met de mensen die hier al zijn, soms al jarenlang. Ik heb het voorbeeld van een Christenmeisje uit Uzbekistan genoemd, dat uitgezet dreigt te worden. Mag zij dan blijven, mijnheer Wilders?

De heer Wilders (PVV):

Ik spreek niet over individuele gevallen, hoe zielig de heer Slob er ook bij kijkt. Dat doen wij hier nooit. Ik zeg echter wel dat 47% van de Nederlanders op dit moment vindt dat het zo niet meer kan en dat wij niemand meer moeten toelaten. 47% vindt dat dit onmogelijk is, dat we de grenzen moeten sluiten en geen asielzoekers meer moeten toelaten. Dat is niet omdat al die miljoenen Nederlanders asociale mensen zijn, maar omdat ze zien dat de vluchtelingen al uit veilige landen komen, omdat ze niet willen dat ons land islamiseert, omdat ze willen dat de veiligheid in Nederland voorop staat, omdat we die miljarden aan onze eigen mensen moeten besteden, en omdat we het niet meer aankunnen. Nederland zit aan zijn taks. Ik snap er niets van dat 90% van de Kamer en het parlement zegt "kom allemaal maar binnen" en dat wij als PVV als enigen zeggen wat miljoenen Nederlanders zeggen en soms schreeuwen: genoeg is genoeg, de grenzen moeten dicht, we kunnen het niet meer aan. Hoe kan het nou dat wij de enigen zijn die deze mensen vertegenwoordigen?

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vind het soms weleens beangstigend om te beseffen dat de heer Wilders en ik ook iets delen. Het schijnt namelijk dat voorouders van ons beiden uit Indonesië komen. Ik vind het knap dat je, als je zelf een product bent van migratie, zo kunt oreren tegen migranten. Ik kan dat werkelijk niet bij elkaar brengen.

Maar wat ik nog veel erger vind, is dat de heer Wilders het heeft gehad over een nepparlement, heeft gezegd dat wij de Nederlandse bevolking niet zouden vertegenwoordigen en dat de enigen die dat doen, de PVV-fractie is. Hoe zit het dan met de peiling van afgelopen zondag? De heer Wilders wijst daar graag naar. 60% van de mensen zegt daarin dat de heer Wilders voor een tweedeling zorgt. En hoe zit het dan met kinderen op scholen die loombandjes maken en verkopen om geld op te halen voor vluchtelingen? Hoe zit het dan met inwoners van Oranje die een barbecue organiseren? Hoe zit het met mensen die in asielzoekerscentra vrijwilligerswerk doen om deze mensen op te vangen?

Deze mensen moeten ook worden vertegenwoordigd, meneer Wilders. U mag van mij hier het woord voeren en u mag hier spreken namens alle mensen die zich zorgen maken. Maar dat u het werkelijk durft, nu wéér, om uw collega's bijna het woord te ontnemen door te zeggen dat zij niet namens de Nederlandse bevolking spreken ... Waar haalt u het vandaan? Als u zegt dat we een nepparlement zijn, zegt u eigenlijk ook dat al die mensen, die dat vrijwilligerswerk doen, nepburgers zijn. Dat is erg. En weet u, wij zijn er allang aan gewend dat u ons beledigt. Dat zal allemaal wel; dat gaat het ene oor in en het andere uit. Maar u zou excuses moeten aanbieden en moeten aangeven dat u het niet heeft over al die burgers die hun best doen, die proberen het beste van deze situatie te maken. Dát zou u moeten doen. Dat u geen zier geeft om de omgangsvormen met uw collega's, dat zal wel. U zou dat dus moeten doen; dat is de enige manier waarop u zich nog een beetje kunt redden en kunt laten zien dat u geen nepdemocraat bent.

De heer Wilders (PVV):

Al die mensen die vinden dat er meer asielzoekers mogen komen — want ik ontken niet dat die er zijn — worden hier al door iedereen behalve de PVV vertegenwoordigd. Het CDA zet de grenzen net zo veel open als de SP. Tussen de Partij van de Arbeid en de VVD zie ik geen verschil. Ze willen allemaal de grenzen openhouden. Mijn punt is niet dat u niemand vertegenwoordigt. Mijn punt is dat de miljoenen Nederlanders die zeggen "grenzen dicht, genoeg is genoeg" niet worden vertegenwoordigd, behalve door de PVV. Wij zijn hier nog geen 10% van het parlement, terwijl bijna 50% van de mensen vindt: genoeg is genoeg. Dan is er wat scheef. Dan klopt er iets niet. Dan is de representativiteit van deze Kamer niet evenredig met wat de mensen in het land vinden. Wij mogen voor hen opkomen. En meneer Klaver, daarbij mag ik inderdaad zeggen dat alle mensen hier, de Kamer, de bevolking niet representeren.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat mag u zeker zeggen. En dan mag ik u "een nepdemocraat" noemen. Ik geef nu aan dat er hartstikke veel mensen in deze samenleving zijn die zien wat de problemen met vluchtelingen zijn en die zien hoe moeilijk het is om al deze mensen hier in het land op te vangen, maar die wel hun uiterste best doen. Kinderen maken loombandjes om die te verkopen en zo geld op te halen voor deze vluchtelingen. Ook zij moeten hier worden vertegenwoordigd. Daarom moet u niet zeggen dat het volk niet wordt vertegenwoordigd of dat dit een nepparlement is. Als je dat doet, ontneem je je collega's het recht om ook voor deze andere mensen te spreken en om verbindingen in de samenleving te vinden. Ik herhaal het maar nog een keer: dan ben je wat mij betreft een nepdemocraat.

De voorzitter:

Ik heb al eerder in dit debat gezegd dat iedereen hier mag zeggen wat hij wil, maar voor de Handelingen wil ik wel hebben opgemerkt dat we elkaar hier op woorden moeten bestrijden. Dat mag u doen, u moet dat ook doen. Ik geef de heer Wilders zo meteen de gelegenheid om hierop te reageren. We hoeven ons echter niet te beperken tot scheldwoorden.

Ik geef nu weer het woord aan de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Ik was dus bij die meneer die een ervaring had bij een apotheek, die zei ...

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, een punt van orde. Ja, zucht nog maar een keer, meneer Wilders. Voorzitter, u heeft het over hoe we elkaar hier moeten aanspreken et cetera. Ik wil dolgraag het woord "nepdemocraat" terugnemen. Dat wil ik heel graag.

De voorzitter:

Dat heb ik u niet gevraagd.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zou best willen terugnemen dat ik de heer Wilders zo genoemd heb, maar dan wil ik gelijk oversteken. Dan moet hij terugnemen dat wij een nepparlement zijn. Eerlijk oversteken!

De heer Wilders (PVV):

Met mij hoeft u niet over te steken. De voorzitter had een probleem met uw opmerking, ik niet. Ik blijf dus bij mijn opmerking. Sterker nog, door dat gelijk oversteken ben ik er nog meer van overtuigd dat hetgeen ik heb gezegd, klopt.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, het is een punt van orde. Ik spreek u erop aan. De vorige keer hebt u iets laten passeren. U spreekt mij erop aan dat ik iemand een nepdemocraat noem omdat hij het heeft over een nepparlement, omdat hij zijn collega's eigenlijk het recht ontneemt om het woord te voeren over datgene wat er ook in de samenleving speelt. Ik wil mijn woorden best terugnemen als u vindt dat ik de verkeerde woorden gebruik. U vroeg er niet om, maar ik bied het u aan. Dan zou hij dat ook moeten doen.

De heer Wilders (PVV):

Ik moet helemaal niks en al helemaal niet van u. Ik ga door …

De voorzitter:

De heer Klaver heeft mij erop aangesproken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb inderdaad u erop aangesproken, voorzitter.

De voorzitter:

U spreekt mij erop aan. Ik heb het één keer laten passeren. Daarna is het opnieuw gebeurd. Toen heb ik gezegd dat we niet doorgaan met deze hobby, met het bezigen van zulke teksten, en heb ik voorgesteld ons te beperken tot de inhoud. Dit probeer ik tot nieuwe norm te verheffen. Er zijn mensen die dit een goed idee vinden, maar er zijn ook mensen die dit geen goed idee vinden. Er zijn heel veel manieren waarop we het debat kunnen voeren, zonder dat we ons hoeven te verlagen tot scheldwoorden. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Het woord "verlagen" neem ik dan terug; dat hoeft u mij niet eens te vragen. Ik wil graag dat u verdergaat met het debat. Probeer het dan op inhoud te doen. Ik geef het woord aan … Mijnheer Klaver, ik wil dit debat helemaal niet met u voeren.

De heer Klaver (GroenLinks):

Mijn punt is dat ik het op inhoud doe. Ik noem de heer Wilders bewust een nepdemocraat, omdat hij ons allen in deze Kamer, uw Kamer, verwijt dat we een nepparlement zijn.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we teruggaan naar het debat over vluchtelingen. Mijnheer Wilders, ga u uw gang.

De heer Wilders (PVV):

Beste mijnheer Wilders, vandaag stond ik in de rij voor de apotheek. Voor mij stonden drie mensen, vermoedelijk uit donker Afrika. Met gebrekkig Engels werd de keurige Nederlandse dame achter de balie volledig vernederd omdat zij een vrouw was en werd zij beticht van discriminatie. Dit gebeurde alleen omdat er tussen alle gratis medicijnen een rekening zat van €15 voor een vitaminepillenpotje dat niet vergoed werd. De mannen waren asielzoekers en ze eisten dat ze alles gratis zouden krijgen.

Een andere meneer schrijft het volgende: beste mijnheer Wilders, ik liep met mijn vrouw langs het azc bij ons in de buurt en er werden opmerkingen gemaakt tegen mijn vrouw; wat ze zeiden kon ik niet verstaan, maar ik liep naar deze mensen toe om te vragen wat ze wilden en daardoor werd ik bespuugd.

Een meneer uit Houten schrijft: beste mijnheer Wilders, de gemeente Houten (christelijke gemeente) heeft een slecht plan met 300 asielzoekers, een aantal dat ongetwijfeld nog meer gaat worden; ze hangen rond bij het winkelcentrum, ze vallen vrouwen lastig die boodschappen doen, ze kijken je aan alsof je de duivel bent en ze schreeuwen Allahoe akbar bij ons in de straten.

Een mevrouw uit Wassenaar schrijft: voorheen kon ik als alleenstaande jonge vrouw in mijn eigen dorp 's avonds zonder problemen rustig over straat lopen, maar de laatste tijd word ik steeds vaker door mannen uit de plaatselijke opvang lastiggevallen als ik over straat loop; ze sissen, ze lopen per ongeluk tegen me aan, ze volgen me hinderlijk, ze spreken me aan en vragen: "Do you have a boyfriend? Do you have sex?"; als ik dan niet reageer roepen ze ineens in het Nederlands dat ik een vieze hoer ben.

Een meneer uit Nijmegen schrijft: in de regio Nijmegen ben ik bedreigd door een groep asielzoekers; ze wilden mijn vriendin betasten en belagen; we zijn gelukkig geholpen door omstanders, maar enorm geschrokken.

Een meneer uit Emmen zegt het volgende: toen ik samen met mijn vriend — ik ben namelijk homoseksueel — op het station stond te wachten op de trein naar Zwolle werden wij onheus bejegend; we werden toegeschreeuwd, we werden bespuugd; iemand wilde mijn vriend slaan; ik werd omvergeduwd en het meest storende van dit fiasco vond ik nog wel dat de dienstdoende beambte nadat ik had geklaagd zei dat dit nu eenmaal gebeurt en dat deze mensen homoseksualiteit niet gewend zijn.

Een mevrouw uit Weert schrijft: mijnheer Wilders, mijn vrouwelijke familieleden worden uitgescholden voor hoer; ze worden nagespuugd door de vluchtelingen hier in Weert.

Een man uit Almere ten slotte schrijft: mijnheer Wilders, ik ben buschauffeur in Almere en wij ondervinden heel veel hinder van al die asielzoekers; ze hebben een enorm grote mond, ze laten troep achter in de bussen, ze schreeuwen de hele boel bij elkaar en ze rijden vaak zwart.

Ik zou nog een uur zo kunnen doorgaan. Dit zijn de verhalen die je in de kranten niet leest. Dit zijn de verhalen waar de minister-president het niet over heeft. Dit is de werkelijkheid van de gewone man en vrouw in Nederland. De schade die door alle mensen die hier zitten wordt aangericht, is niet te overzien.

Wij pikken dat niet langer. Wij pikken het niet dat deze premier onze veiligheid, onze vrijheid, onze cultuur, onze identiteit, ons geld en onze toekomst op het spel zet door die islamitische invasie, want dat is het, toe te staan. De maat is vol. De grenzen moeten dicht. Deze premier, die daarvoor verantwoordelijk is, moet weg. Daarom zal ik in mijn tweede termijn een motie van wantrouwen indienen tegen dit kabinet en dat zal ik in het vervolg bij ieder debat doen dat hierover gaat.

De voorzitter:

Ik heb nog een kleine opmerking in aanvulling op het punt van orde en de discussie die wij zojuist hadden. De opmerking die ik maak op een punt van orde gelden niet voor één persoon in een debat. Die gelden natuurlijk voor iedereen in het debat, ook voor de heer Wilders en ieder ander die hier het woord voert. Dat leek me nog een verduidelijkende opmerking. Misschien helpt die.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. "Het moge strelend zijn voor onze natie met de naam van gastvrij te worden bestempeld, maar de uitwerking helaas is aller noodlottigst en rampzalig voor de arme Nederlandse burger. Hij ziet de vreemdeling het brood eten waarop hij als Nederlander aanspraak had en door het uitputten van de armenfondsen wordt hij in een poel van ongelukken gestort en moedeloos staart hij op de toekomst welke hem, zonder op enige redding te kunnen hopen, wacht".

Grote zorgen over de komst van vreemdelingen werden uitgesproken door mijnheer Hengst. U kent hem misschien niet, maar dat was een, zoals hij zichzelf noemde, pragmatisch liberaal uit het midden van de 19de eeuw en hij sprak deze woorden in de Tweede Kamer bij de behandeling van de eerste Vreemdelingenwet in de zomer van 1849. Het was ook een heftige discussie over de zorgen die er waren en de noodzaak van nieuwe regels. Hij was bezorgd en velen met hem, dat de gastvrijheid die wij boden tot een plaag werd en hij vroeg zich af of Nederland niet een toevluchtsoord voor deugnieten en schelmen werd. Ook toen ging het er hard aan toe in het parlement bij de behandeling van die eerste Vreemdelingenwet in 1849. Maar als ik die debatten van toen teruglees, voel ik mijzelf heel goed thuis — niet verrassend, maar toch — bij de heer Groen van Prinsterer die in datzelfde debat hoog opgaf over gastvrijheid als deugd en zei dat Nederland in de geschiedenis had laten zien dat te kunnen beoefenen bij mensen die vanwege hun politieke of godsdienstige overtuiging vervolgd worden en zelfs ook tegenover anderen die deze opvattingen niet deelden. Dat was, zoals hij beklemtoonde, de deugd van gastvrijheid, maar tegelijkertijd riep hij op tot nuchterheid door te zeggen: gastvrijheid veronderstelt uiteindelijk ook wel het recht om het huis te sluiten als de veiligheid en rust in eigen land dat vordert, als dat raadzaam is. In die traditie wil ik ook heel graag oog hebben voor het belang van opvang van vluchtelingen, van mensen in nood, ook in ons eigen land en tegelijkertijd wil ik ook aandacht vragen voor de zorgen die er ook in deze tijd in het bijzonder leven over de komst van zo veel vreemdelingen naar Europa en ook ons land.

Voor dat draagvlak is ook van belang dat er een duidelijke en snelle onderscheiding wordt gemaakt tussen mensen die hier wel mogen blijven en degenen die hier niet mogen blijven. Onze zorg is nog steeds dat in het kielzog van de oorlogsvluchtelingen vele economische migranten zich erbij voegen die uiteindelijk er op hopen dat alles zo lang gaat duren dat ze hier wel mogen blijven. Mijn vraag is: schieten we ook in Europees verband nu werkelijk iets op in het tot stand brengen van dat onderscheid en het zo snel mogelijk laten terugkeren van mensen die hier niet mogen blijven? Ook voor de oorlogsvluchtelingen die hier wel gastvrijheid mogen genieten, gaat onze wetgeving ervan uit dat dit is voor zolang het nodig is. Ik weet dat veel mensen zeggen: ja, maar in de praktijk mag iedereen hier toch altijd blijven. We hebben gezien dat bijvoorbeeld bij de mensen uit Kosovo in het verleden het wel degelijk zo is gegaan dat velen van hen terug zijn gekeerd naar hun land van herkomst. We moeten ook niet de indruk wekken dat iedereen die hier nu verblijf krijgt, ook in de toekomst definitief hier een verblijfsvergunning krijgt. Ik heb de volgende vraag. Worden de mogelijkheden die de Vreemdelingenwet nu al biedt, ook in onze tijd benut om de vinger aan de pols te houden om te kijken of mensen ook terug kunnen naar het land van herkomst en wordt dan ook daadwerkelijk de verblijfsvergunning ingetrokken en aan terugkeer gewerkt? Gaat onze huidige Vreemdelingenwet er niet te gemakkelijk van uit dat men na vijf jaar hier permanent mag blijven? Zou het niet evengoed nog mogelijk moeten zijn en bieden ook Europese richtlijnen daar geen aanknopingspunt voor, om ook na die periode van vijf jaar te kunnen zeggen: de situatie in het land van herkomst is nu verbeterd, we vinden dat mensen alsnog terug kunnen? Zou daar onze wetgeving, ook in het licht van de enorme aantallen waar we nu mee te maken krijgen, niet meer ruimte voor moeten bieden? Meer tijdelijkheid zal, denk ik, ook enorm helpen om het draagvlak voor de opvang van vreemdelingen te vergroten. Dat wilde ik zeggen over de toelating en het element van tijdelijkheid, waar ik graag aandacht voor wilde vragen.

We steunen creatieve oplossingen voor huisvesting als daarmee basale voorzieningen kunnen worden geboden. Dat geldt zeker voor voorzieningen die tijdelijk zijn. Niet iedere vreemdeling hoeft per definitie en per direct te kunnen rekenen op een zelfstandige woning. We vinden wel dat kritisch getoetst moet worden op het risico van overlast. Bij onderhuur kan dat risico bijvoorbeeld eerder ontstaan. Ook vraag ik aandacht voor de zorgen waarover ik vanmorgen in de kranten las, bijvoorbeeld in Amstelveen. Het Centraal Joods Overleg heeft de vraag aangekaart of het wel verstandig is om in de nabijheid van een gebied met veel joodse instellingen een asielzoekersopvang te vestigen. Is er oog voor de zorgen die het Centraal Joods Overleg naar voren heeft gebracht?

Tot slot kom ik op de vorige week aangenomen motie van de SGP waarin nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd voor het bewaken van de buitengrenzen van het Schengengebied. Bij de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken was er brede steun voor dit punt, maar een concrete uitwerking werd niet gegeven. Welke concrete inzet kunnen we van het kabinet verwachten? Hoe wordt uitvoering gegeven aan het verzoek uit de motie om landen als Hongarije en Slovenië extra te ondersteunen? Daarop hoor ik graag het antwoord van het kabinet.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. De afgelopen weken is vaak de vraag gesteld wat nu het eerlijke verhaal over de vluchtelingenproblematiek is. Volgens de ChristenUnie bestaat dat verhaal in ieder geval uit twee onderdelen. Ten eerste zijn er geen eenvoudige oplossingen voor dit megavraagstuk; wantrouw iedereen die pretendeert deze te hebben. Ten tweede zullen we er allemaal iets van merken en zal het ons meerjarig iets kosten. Het vraagstuk leek het kabinet de afgelopen weken over de schoenen te lopen. Hoe kan het dat steeds meer de indruk ontstond dat de minister-president en de zijnen overvallen werden door het groeiende aantal vluchtelingen dat naar ons land kwam? Wat ons betreft, werd vorige week het absolute dieptepunt bereikt in het Drentse plaatsje Oranje, waar gemaakte afspraken met bestuurders en bewoners geschonden werden, met alle gevolgen van dien. Wanneer vertelt de minister-president het eerlijke verhaal aan de bewoners van Nederland? Dat is het verhaal dat ons land waar mogelijk een bijdrage zal leveren aan het oplossen van de problemen in Syrië en de opvang van vluchtelingen in de regio. Dat is het verhaal dat echte vluchtelingen altijd welkom zijn in ons land en dat we het als een erezaak beschouwen om voor goede opvang te zorgen, waarbij we rekening houden met het draagvlak onder en de draagkracht van onze bevolking en waarbij we ons houden aan gemaakte afspraken. Dat is het verhaal waarin ook een woord als "barmhartigheid" mag voorkomen. Dat is het verhaal dat wij ons ervoor inzetten om ook voor de langere termijn de zorg voor vluchtelingen te kunnen waarmaken.

Dit weekend is er weer een Europese top. Hoe staat het met de gemaakte afspraken in Europa? Er wordt gesproken over de versterking van de zogenaamde hotspots aan de buitengrenzen. Mijn collega Joël Voordewind heeft vorige week bij de grens van Macedonië zelf kunnen constateren dat zo'n 6.000 mensen per dag, onder wie zowel arbeidsmigranten als vluchtelingen, ongestoord en zonder registratie de grenzen van Europa kunnen passeren. Dit ondergraaft het broodnodige draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in de samenleving en het versterkt onnodig de mythe dat Nederland geen echte vluchtelingen opvangt. Erkent de minister-president het feit dat er momenteel vrijwel geen enkele vorm van controle, opvang en registratie aan de buitengrenzen plaatsvindt? Is hij bereid om draagvlak te zoeken voor de Europese selectiecentra aan de buitengrenzen, zodat ook de arbeidsmigranten versneld teruggestuurd kunnen worden? Binnen welke termijn is dat realiseerbaar?

Hoeveel waarde hecht het kabinet aan bestuurlijke en maatschappelijke verhoudingen? Hoe gaat het kabinet om met de gisteren aangenomen motie — de ChristenUnie was daarvan mede-indiener; GroenLinks was de eerste ondertekenaar — waarin ruimte wordt gevraagd voor het aanbieden van kleinschalige opvang? Op die manier spreiden we de opvang en voorkomen we situaties als die in Oranje vorige week. Ik ben zelf afgelopen vrijdag ter plaatse geweest en heb geconstateerd dat geschonden vertrouwen alleen hersteld kan worden als snel wordt teruggegaan naar de oorspronkelijk gemaakte afspraken. Daar is toch geen overleg met de burgemeester van Midden-Drenthe meer voor nodig? Er moet nu gehandeld worden. Is de minister-president bereid om toe te zeggen dat het COA nooit los van gemeentebesturen afspraken zal maken met vastgoedbezitters à la Van der Most? Dat heeft namelijk in meer plaatsen problemen opgeleverd. Betrek, zo vraag ik het kabinet, vanaf het allereerste begin gemeentebesturen bij mogelijke opvanglocaties.

Het eerlijke verhaal geldt net zo goed voor de opvang in de regio, een van de pijlers van dit kabinet. Hoe staat het met de uitvoering van de motie die ik zelf heb ingediend bij de Algemene Politieke Beschouwingen, waarin het kabinet wordt gevraagd om te zorgen voor niet alleen meer geld voor de opvang in Nederland, omdat de budgetten achterlopen bij datgene wat nodig is, zeker ook voor volgend jaar, maar ook meer geld voor de opvang in de regio. Hoe is het daarmee?

Ook hoor ik graag wat nu de inzet van Nederland in Brussel is. Ik zie een mooie opsomming over wat Nederland in de afgelopen jaren heeft gedaan, maar ik lees weinig over wat de regering in Brussel tijdens de top hoopt te bereiken. Ik krijg daarover graag wat meer duidelijkheid.

Tot slot. Ik gaf aan dat we het eerlijke verhaal moeten vertellen. Het eerlijke verhaal is ook, ook als we terugkijken naar het verleden, dat Nederland altijd geworsteld heeft met de wijze waarop wij vluchtelingen zouden willen opvangen. In de Eerste Wereldoorlog kwamen er ongeveer een miljoen Belgen naar Nederland toe. We gingen de vluchtelingen zelfs onderverdelen in drie categorieën: gevaarlijke en ongewenste elementen, minder gewenste elementen en fatsoenlijke behoeftigen. En we wilden ze eigenlijk toch zo snel mogelijk weer het land uit hebben. In 1935 mochten alleen de bemiddelde joodse vluchtelingen binnenkomen, Alle anderen moeten aantonen dat ze in hun land echt gevaar liepen. Na de Kristallnacht in 1938 werden zelfs alle joden als ongewenste vreemdeling beschouwd. We hebben gezien wat er later gebeurd is. In de jaren vijftig waren het de Molukkers, die voor een groot gedeelte uit Ambon afkomstig waren. Het waren er meer dan 12.000. Ze werden voor een groot gedeelte in voormalige concentratiekampen gehuisvest. Ze kregen drie gulden per week zakgeld en voedsel- en kledingbonnen. Het heeft nog jaren en jaren geduurd voordat ze een echte fatsoenlijke plaats in ons land konden krijgen. In de jaren vijftig kwamen ruim 3.000 Hongaren ons land binnen. Zij werden wel met heel veel egards ontvangen. Zelfs onze Hare Majesteit, toenmalig Koningin Juliana, heeft ze snel toegesproken. Ze ging zelfs nog met een verzetsvlag naar het paleis toe. Die schijnt ook nu nog in het bezit van onze koninklijke familie te zijn. Maar de toenmalige minister-president Drees deed er toch wel alles aan om het zo veel mogelijk te ontmoedigen.

Het is dus niet nieuw dat we het moeilijk vinden, dat we het lastig vinden. Dat doet echter geen gram af aan de verantwoordelijkheid die we dragen om datgene te doen wat binnen onze mogelijkheden ligt om een bijdrage te leveren aan het oplossen en het ondersteunen van al die mensen die het slachtoffer zijn van die verschrikkelijke strijd die al jarenlang in Syrië heerst. Ik hoop oprecht dat het ons lukt, met de grote politieke tegenstellingen die er zijn, om daarin zo veel mogelijk eendrachtig samen te werken. Aan ons zal dat niet liggen.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Nederland is van oudsher een immigratieland. Door de eeuwen heen zijn duizenden, tienduizenden, honderdduizenden mensen naar Nederland gekomen om een toekomst op te bouwen. In de zestiende eeuw kwamen joodse mensen uit Oost-Europa en uit Spanje en Portugal naar Nederland om een toekomst op te bouwen. Recent, een aantal decennia geleden, hebben we gezien dat er grote groepen arbeidsmigranten naar Nederland kwamen. En we zien dat over de generaties heen, die mensen een plek kunnen krijgen in de samenleving. We zien dat de kleinkinderen van die immigranten werkzaam zijn in verschillende sectoren en een bijdrage leveren aan dit land. Dat mag ook weleens belicht worden wanneer we het hebben over de vluchtelingenstroom.

Ik begrijp de zorgen wel, maar er is ook een keerzijde. Als we het hebben over explosies, geschreeuw, angst en huilende kinderen, dan beschrijven we niet een oorlogstafereel in Syrië. Dan hebben we het niet over een beschrijving van barrel bombs die vallen op een wijk in Aleppo. Dit een beschrijving van de bestorming van het asielzoekerscentrum in Woerden door weet ik veel wie. Die bestorming maakt duidelijk wat de oproep "kom in verzet!" met mensen doet en wat rechtse ophitsing uit electoraal gewin losmaakt in onze samenleving. En niet alleen in onze samenleving. Wij zien het in Griekenland, met de Gouden Dageraad. Wij zien het in Oostenrijk, met de FPÖ. In steden in Duitsland marcheren neonazi's over de straten. De gekozen leiders van Hongarije en Slowakije spuwen xenofobische "eigen volk eerst"-verhalen. Extreemrechts breidt zich als een olievlek uit over Europa.

Toen de staatssecretaris in Oranje werd belaagd, was de premier heel lang stil in Atlanta. Toen de loopjongens van Wilders rotzooi schopten in Utrecht, hoorden wij ook niets van de minister-president. Wanneer gaat hij leiderschap tonen, vraag ik hem op de man af. Wat gaat de minister-president doen om de gemoederen in ons land op dit belangrijke thema te sussen en om de eenheid te bewaren?

Op Europees niveau zien wij dat er in Brussel een tegenverhaal is op de kwestie van Daash-ISIS. Ik zou de minister-president in mijn bijdrage van slechts tweeënhalve minuut willen vragen of het een idee is om met een tegenverhaal te komen tegen groeiend extreemrechts in Europa. Ik denk dat dat op dit moment heel erg belangrijk is.

Voorzitter. Ik heb slechts tweeënhalve minuut. Er valt veel meer over te zeggen en ik heb er ook veel meer over te zeggen, maar ik moet het helaas hierbij laten, voordat u mij gaat onderbreken.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. Morgen start de Europese top over de vluchtelingeproblematiek. Kort en goed, 50PLUS wil de regering nadrukkelijk meegeven: dring er bij de Europese leiders op aan om concrete maatregelen te nemen om de Europese buitengrenzen veel beter te bewaken, zodat men niet op gammele bootjes onze kant op komt. Zo gaat het niet langer. Ziet het kabinet überhaupt mogelijkheden voor een effectievere bewaking van de Europese grenzen?

Vorige week waren het er 2.500. In de weken daarvoor werden aantallen van soms 4.000 per week gehaald. Dat is per week een dorp erbij. Er zijn echt grenzen aan wat wij in Nederland kunnen behappen. Hoe graag je het ook zou willen, het kan gewoonweg niet onbeperkt. Het gaat nu om 40.000 mensen; een gemeente ter grootte van Huizen. Het kabinet spreekt al van 60.000 per jaar. Wie zegt dat het er geen 100.000 of 120.000 worden, een stad ter grootte van Leiden? Wat dan? Bereidt het kabinet zich daarop voor of is er toch een bovengrens waar het kabinet rekening mee houdt?

Mensensmokkel moet hard bestreden en zwaar bestraft worden. Opvang moet waar mogelijk nog meer in de regio plaatsvinden. Hoever is Europa daarmee? Wat is er al bereikt op dat gebied? Graag krijg ik een reactie.

In de landen van herkomst moet duidelijke voorlichting worden georganiseerd over de beperkte mogelijkheden die wij hier hebben. Kan dit kabinet een definitie geven van het begrip economische vluchteling? Zijn economische vluchtelingen welkom, ja of nee? Valt een gezin uit Syrië dat al enkele maanden in Turkije verblijft en nu in Nederland asiel aanvraagt onder die definitie? 50PLUS wil daar graag duidelijkheid over.

Kan het kabinet een inschatting maken van het aantal familieleden dat Nederland nog mag verwachten als gevolg van de gezinshereniging? Is er binnen de internationale regelgeving — los van de vraag of het wenselijkheid is — een mogelijkheid om die te beperken?

Tot slot twee belangrijke punten. De vluchtelingenproblematiek is niet alleen een zaak van de Europese Unie. Voor 50PLUS is het een zaak van het werelddeel Europa. Is het kabinet bereid om morgen en overmorgen te pleiten voor een echte Europese top, met alle landen van Europa? Een ander punt is het volgende. De mensen die hierheen komen, komen uit conflictgebieden. Hoe voorkomt het kabinet dat met die mensen ook de onderlinge conflicten worden binnengehaald? Heeft het kabinet daar oog voor?

Al deze maatregelen zijn nodig om ook in de toekomst echt schrijnende gevallen te blijven helpen. Een vluchtelingenbeleid met hart en hoofd, streng maar rechtvaardig, humaan maar realistisch.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Een land zonder grenzen is als een huis zonder muren: het stort in elkaar. Dat gebeurt ook in Nederland. Het leidt tot complete ontwrichting van de samenleving. Dit kabinet weigert onze grenzen te sluiten. Rutte II is een gevaar voor Nederland. We zagen de chaos in het kleine Oranje. 130 inwoners waren bereid om 700 asielzoekers op te nemen. Als dank daarvoor drukte deze staatssecretaris er een verdubbeling doorheen. De democratie werd even buiten werking gesteld. Asielzoekers krijgen opvang in monumentale villa's en migrantenknuffelaar Bram van Ojik wordt benoemd tot speciaal gezant. Wat een land.

Het Duitse collectieve schuldgevoel is de nagel aan de doodskist van Europa. Alleen daar al stromen dit jaar 1,5 miljoen asielzoekers binnen. Een groot deel daarvan zal doorreizen naar Nederland. Bondskanselier Merkel is totaal de weg kwijt. Wanneer neemt de premier afstand van haar idiote en gevaarlijke beleid?

Van de VVD horen we steeds dat de grens van het aantal asielzoekers in zicht is. Stoere praatjes vullen echter geen gaatjes. We vragen het voor de derde keer. Wat is het maximumaantal asielzoekers dat Nederland gaat opnemen? Ik hoor hierop graag een reactie van de minister-president.

Iedereen ziet dat de VVD een toneelstukje opvoert. Eerst tegen onze motie over het ontmoedigen van asielzoekers stemmen en daarna met hetzelfde plan komen. De hypocrisie spat ervan af. Nederland is een prachtig land, maar het wordt om zeep geholpen door deze coalitie. Minister-president, doe waarvoor u bent aangesteld: bescherm Nederland en sluit onze grenzen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Als rechtsstaat en onderdeel van de Europese rechtsgemeenschap heeft Nederland een morele opdracht om oorlogsvluchtelingen te helpen. Daarom hebben wij een asielbeleid. Onder normale omstandigheden lijkt dat redelijk te functioneren. Een systeem dat echter eens in de tien jaar vastloopt, is niet duurzaam houdbaar. De toekomst zal eerder meer dan minder mensen op de vlucht kennen. Al sinds 2013 neemt het aantal asielaanvragen sterk toe. Sinds midden 2014 is de situatie steeds nijpender geworden. Sinds afgelopen zomer is sprake van een toestroom die via normale opvang niet meer te behappen is.

Al een jaar geleden pleitte het CDA voor een tijdelijke ontheemdenstatus waar vanzelfsprekend minder rechten aan zitten dan aan de permanente status. De coalitie wilde daar niet aan, en ik blijf dat betreuren. Ik blijf de minister-president vragen: waarom niet? Waarom niet in Europees verband pleiten voor het gebruik van de richtlijn die er is voor de tijdelijke status? Met name op het vlak van huisvesting, overheidstoelagen en voorzieningen is het heel goed mogelijk om een soberder pakket te verstrekken. Daar komt het kabinet nu mee. In het afgelopen jaar is dat echter allemaal helemaal niet gebeurd. Dat is de reden waardoor het het kabinet nu totaal boven het hoofd is gegroeid. Het kabinet heeft een jaar lang als een konijn in de koplampen van de aanstromende auto gekeken.

Dat heeft er uiteindelijk toe geleid dat de tegenstellingen rond dit thema in de samenleving in lange tijd niet zo heftig zijn geweest. Wat bijvoorbeeld in Oranje gebeurde, was te voorkomen geweest als het kabinet eerder had ingegrepen en als het een jaar geleden vooruit had gekeken. Pas afgelopen vrijdag, dus veel meer dan een jaar nadat die stroom op gang kwam, ging het kabinet met de gemeenten en de provincies om de tafel zitten onder leiding van de minister-president. Dat is een jaar te laat.

De premier zelf zei tijdens de Algemene Beschouwingen van dit jaar nog dat het kabinet voor 2016, dus het komende begrotingsjaar, rekent met een aanzienlijke daling van het aantal aanvragen ten opzichte van 2015. Er was ook geen aanleiding om te denken dat er geld bij zou moeten. Het zou geklaard kunnen worden. Er was niemand in de Tweede Kamer, behalve misschien het kabinet zelf, die dat toen geloofde. Sinds gisteren weten we uit de brief van de staatssecretaris wat iedereen ook alweer maanden wist, namelijk dat het aantal aanvragen hoger wordt. Voor 2016 zal de begroting moeten worden bijgesteld. Het kabinet doet dat echter niet. Het wacht weer tot de Voorjaarsnota. De gemeenten, die al die opvang moeten regelen, moeten dat maar weer afwachten. Ik verzoek de minister-president om dit te veranderen. Laat hem nu duidelijkheid geven. Wat moet er gebeuren? Dan weet de Kamer waar ze aan toe is en dan weten gemeenten en provincies waar ze aan toe zijn.

Ik kom op de politie. Ik spreek dienders die zeggen: dit kunnen we niet aan. Duizenden politiemensen moeten nu aan de veiligheid bij de opvang werken. Dat is een logisch gevolg van de instroom. De minister van Veiligheid en Justitie komt echter niet verder dan te zeggen: niks aan de hand, de politie kan het aan. Dat is niet zo. Ik wil van de minister-president in ieder geval een antwoord op de vraag welk werk blijft liggen. Hoeveel overwerk wordt nu opgebouwd waardoor aan het eind van het jaar mensen hun werk niet kunnen doen? Ook hierbij geldt: vertel het hele verhaal, dan weet de Kamer waar ze aan toe is. We zullen binnenkort de begroting van Veiligheid en Justitie behandelen. Daarbij zal het ook gaan over de politie. Dit is daar een onderdeel van.

Het heeft mij het afgelopen weekend verder ontzettend verbaasd dat de coalitie ondertussen die stilstand gebruikt om vooral elkaar op de kast te krijgen. De PvdA wil 100.000 noodwoningen bouwen. Het gaat dus om 100.000 noodwoningen, en niemand weet hoe we die moeten betalen. De VVD wilde dit weekend af van de wildgroei aan borstvergrotingen en ooglidcorrecties bij vluchtelingen. We kunnen ook zonder dat soort teksten, want het gaat gewoon om de maatregelen die worden genomen en we hebben met z'n allen een probleem dat we niet kunnen veronachtzamen.

In de brief van gisteren van de staatssecretaris worden een aantal maatregelen aangekondigd waarover ik dus zeg: die hadden al eerder genomen moeten worden. Nu ze er liggen, moeten we echter aan de slag. Als het aantal aanvragen namelijk zo blijft toenemen als nu het geval is, ontkomen we er niet aan om de aanspraken per persoon te beperken. Anders is het gewoon niet houdbaar. Vanaf de eerste dag in Nederland moet een vluchteling volstrekt duidelijk worden gemaakt dat Nederland zijn morele plicht ten aanzien van vluchtelingen zal vervullen, maar dat het gaat om tijdelijke opvang, gericht op terugkeer na het conflict. Ik wil de minister-president vragen om er echt voor te gaan zorgen dat dat al vanaf de eerste dag duidelijk is. Alleen als de opvang is gericht op terugkeer na het conflict, kunnen we het aan. Bovendien voldoen we dan nog steeds aan onze morele opdracht. Daarover hoeven we helemaal niet moeilijk te doen. De hoofdtaak is immers die tijdelijke opvang ten tijd van een conflict.

Dat betekent dus ook dat de wijziging van de Woningwet om de voorrangsregeling aan te passen, een maatregel die de staatssecretaris nu voorstelt, volstrekt normaal is. Heel veel Nederlanders wachten namelijk ook al heel lang op een huis. Mij is niet helemaal duidelijk of er in de afspraak die het kabinet heeft gemaakt een volgtijdelijkheid zit. De indruk wordt een beetje gewekt dat er eerst huizen gebouwd moeten worden en dat pas dan de wetswijziging in werking mag treden. Het CDA zou zeggen: laten we zo snel mogelijk die nieuwe wet in werking laten treden. Maak het nou niet moeilijker door het allemaal met elkaar te verknopen. Ik kom op de terugkeer, een onlosmakelijk onderdeel van het asielbeleid. Daarover staat niets in de brief en wij horen er niets meer over. Dat is levensgevaarlijk, want diegenen die niet kunnen blijven, moeten zo snel mogelijk terug. Denk aan de Balkanlanden. Daarom mijn vraag: hoeveel asielzoekers zijn de afgelopen tijd daadwerkelijk teruggegaan en hoe lang blijven die mensen in de opvang van wie we bij binnenkomst al weten dat zij niet kunnen blijven? Ik denk hierbij aan mensen uit Albanië en andere Balkanlanden. Vroeger hadden we een 24-uursprocedure. Ik begrijp dat het nu heel erg druk is, maar deze mensen moet je binnen 24 uur weer terug kunnen sturen.

Morgen is er weer een Europese top en eigenlijk is dit debat een voorbereiding daarop. Morgen komen we weer te spreken over de buitengrenzen. Hoe staat het met de betere bewaking van de buitengrenzen? De afgelopen decennia heeft Europa binnengrenzen geslecht, maar we zien nu dat de buitengrenzen zijn verwaarloosd. Het debat in Europa zal dus moeten gaan over een betere bescherming van de buitengrenzen. Zolang die niet voldoende is, moeten we Schengen niet heilig verklaren, maar moeten we beseffen dat er ook aan de binnengrenzen controle nodig is. Dat is geen drama maar noodzaak. Het kabinet heeft daar iets aan gedaan, maar op papier. Ik zou graag willen weten wat er op dit moment feitelijk gebeurt aan de grenscontrole tussen bijvoorbeeld Nederland en Duitsland. Is het kabinet bereid die op te voeren met hetzelfde doel dat ik eerder noemde, namelijk ervoor te zorgen dat mensen die geen aanspraak kunnen maken op asiel aan de grens worden teruggestuurd? Dat lijkt Duitsland nu ook enigszins te gaan doen.

De heer Pechtold (D66):

Even over dat verhaal van die buitengrenzen. Ik verwijt het CDA niet wat de VVD ons elke keer probeert wijs te maken, namelijk dat je die kunt sluiten. Zo nu en dan krijg ik het gevoel dat de heer Buma zegt dat we 13.000 kilometer Europese grens kunnen controleren. Dat kan toch niet?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nee, en daar lopen wij nu tegenaan. Laat mij daar het volgende over zeggen. Het zal moeten, wij zullen die grens beter moeten controleren. Nu wordt het interessant en gaan wij elkaar vinden, nog voordat de heer Pechtold dat weet, want dat betekent dat Europa daar meer moet gaan doen, maar op een andere manier dan wij tot nu toe deden. Europa is een economische samenwerking, maar hier staan we voor een heel ander soort samenwerking. We moeten onze waardengemeenschap Europa beschermen tegen onveiligheid. Dat betekent grenscontroles en daar moeten we allemaal aan werken, ook Nederland. Zo lang dat niet goed gebeurt, is het helemaal niet gek om te stellen dat in Europa de binnengrenzen beter gecontroleerd moeten worden. Dat is een communicerend vat. Daar lopen we tegenaan en dat is wat moet gebeuren.

De heer Pechtold (D66):

Ik blijf alert op het gevoel dat je überhaupt grenzen kunt controleren. Volgens mij hebben wij zo ongeveer het meest welvarende land ter wereld. De Amerikanen houden de grens met Mexico ook niet dicht en het meest dictatoriale land ter wereld, Noord-Korea, houdt zijn grenzen ook niet dicht. Wij hebben het nu over de opvang van asielzoekers. Daar gaat de Europese top over en ik hoop dat het CDA het met mij eens is: een betere verdeling over Europa en hier geen wedstrijdje in soberheid om net te doen alsof wij het ze zo min mogelijk naar de zin maken. Het gaat om gewoon nette opvang en ik hoop dat het CDA daar ook voor staat.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dit gaat weer even over de opvang. De kern van het eerste punt van de heer Pechtold ging over de buitengrenzen. Ik vind echt dat die buitengrenzen beter beschermd moeten worden. Dat kost capaciteit. Binnenkort behandelen we de Defensiebegroting en het CDA vindt dat daar meer geld naartoe moet. Die controle moet deels door Defensie gedaan worden. Het is de vraag of je het wilt, maar het moet wel. Buitengrenscontrole bij Griekenland gaat ook over Turkije dat al die balletjes gewoon maar doorstuurt. Dat kan helemaal niet. Ja, ik geloof in buitengrenscontrole. Ik heb wel een grens en wordt altijd een beetje chagrijnig als mensen zeggen dat er niemand meer inkomt als we die grenzen controleren. Dat gebeurt niet, maar we kunnen het wel beter doen dan nu.

Ik ben aan het afronden, de tijd dwingt mij daartoe. Ik heb nog een vraag over de top van morgen, over Turkije. Welke afspraken worden daar gemaakt? Dat heeft echt haast. Zolang het probleem in Syrië blijft, zal ook de bron moeten worden aangepakt. In de conclusies van de JBZ-raad vorige week stond dat landen meer werk moesten gaan maken van vreemdelingendetentie. Nederland doet daarin het nodige, maar de vraag is of wat wij doen voldoende is. Merkwaardig is dat het in de voorlopige Raadsconclusies van de top voor donderdag niet staat. Waarom niet?

Ik kom nog even terug op de binnengrenzen. Nederland heeft een eigen verantwoordelijkheid, maar wij kunnen geen overflow worden voor de buurlanden. Ik verzoek de staatssecretaris dan ook om met de buurlanden te gaan spreken over de vraag hoe wij dit gezamenlijk gaan aanpakken: België, Duitsland en Nederland.

Ik ben klaar met mijn inbreng en dit was een echte inbreng, voorzitter.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Het is goed dat wij vandaag opnieuw spreken over een onderwerp dat niet alleen ons, maar ook de samenleving al maanden bezighoudt. Al maanden worden wij geconfronteerd met beelden van asielzoekers die, vaak met behulp van mensensmokkelaars, de oversteek naar Europa wagen, op weg naar een veilige plek, op weg naar een beter leven.

Tijdens het vorige debat over dit onderwerp heb ik al aangegeven dat wij niets liever willen dan verdere humanitaire drama's voorkomen en mensensmokkel stoppen. Ook heb ik aandacht gevraagd voor de ontwrichtende werking die de grote aantallen asielzoekers op onze samenleving kunnen hebben. De conclusie van de VVD was en is: open grenzen en aantrekkelijke sociale voorzieningen gaan niet samen. De realiteit is dat de instroom van asielzoekers aanhoudt. De problemen waar ons land als gevolg daarvan tegen aanloopt, hebben wij de afgelopen weken allemaal kunnen zien. Gemeenten lopen tegen de grenzen van hun draagvlak aan en onze inwoners maken zich zorgen: over hun woonomgeving, over de spanningen in de samenleving of over hun eigen plek op de woningmarkt of de arbeidsmarkt. Hoewel velen snappen dat wij mensen niet gewoonweg op straat kunnen laten slapen, is tegelijkertijd duidelijk dat het zo niet verder kan.

Nederland heeft behoefte aan niet alleen een langetermijnoplossing voor de enorme migratiestroom, maar ook een oplossing op de korte termijn.

De heer Pechtold (D66):

De burgeroorlog in Syrië duurt nu zo'n vier jaar. Vindt collega Zijlstra dat Nederland goed was voorbereid?

De heer Zijlstra (VVD):

Daar waar stappen nodig waren, heeft het kabinet die steeds gezet. Als de geschiedenis ons één ding leert, is het wel dat migratiestromen heel plotseling kunnen wijzigen. Daarvan zien wij nu ook weer de voorbeelden. Ik denk dat het kabinet het maximale heeft gedaan om zich voor te bereiden. Achteraf kun je altijd zeggen dat de stroom veel groter is dan wij een jaar geleden zagen aankomen. Was het voldoende? Nou nee, anders hadden wij de afgelopen weken een geval als Oranje ook niet gehad. Dat is echter iets anders dan niet goed voorbereid zijn.

De heer Pechtold (D66):

Ik durf daar toch wel een vraagteken bij te zetten. De heer Zijlstra zegt nu dat de stroom veel groter is dan wij vorig jaar verwachtten. Vorig jaar zei staatssecretaris Teeven van de VVD: in 2015 komen er 65.000. Wij zitten nu ongeveer op de helft en nu al zitten wij in de nood- en de crisisopvang. Ofwel was het paniekzaaierij, ofwel had er, als het op echte cijfers was gebaseerd, veel meer moeten gebeuren om nu niet in de nood- en crisisopvang te zitten.

De heer Zijlstra (VVD):

Nee, het is juist een prachtig voorbeeld van goed optreden. Een jaar geleden hadden wij een piek van Eritreeërs. Dat was toen de aanleiding. De toenmalige staatssecretaris zei, volgens mij terecht: als het in dit tempo doorgaat, worden het er 65.000. De heer Pechtold vergeet de bijzin achter de komma: "dus moeten wij nu wat doen". Het kabinet heeft dat gedaan. Vervolgens nam de instroom van Eritreeërs weer enorm af. Het beeld dat de heer Pechtold wil schetsen — die indruk krijg ik tenminste — namelijk dat het kabinet toen iets heeft geroepen maar niet heeft waargemaakt, klopt niet. Het kabinet heeft actie ondernomen en de instroom van Eritreeërs is fors gekrompen.

De heer Pechtold (D66):

Ik houd staande dat de staatssecretaris vorig jaar zei "er komen er 65.000" en dat wij, nu wij de helft van dat aantal hebben bereikt, al in de paniekopvang zitten. Het is geen noodopvang; het is paniekopvang. Het is 72 uur gesleep, soms vijf keer achter elkaar, op het moment dat er nog niet geregistreerd wordt en er nog geen enkele medische voorziening geboden wordt. Het is paniekopvang. Mensen bij het COA, die hard werken, vragen zich iedere avond af: moeten we ze vanavond wel of niet op straat laten slapen? Er is niets voorbereid. Mijn stelling is dat een deel van de onrust en het wankele draagvlak voortkomt uit de slechte voorbereiding die er is geweest, terwijl er vorig jaar wel flinke aantallen door de staatssecretaris werden genoemd. Nu is het de helft en kunnen wij het niet aan.

De heer Zijlstra (VVD):

Laten we even de feiten op een rijtje zetten. Een jaar geleden zei de staatssecretaris: wij zien een enorme piek in het aantal Eritreeërs dat binnenkomt; als dat zo doorgaat, worden het er 65.000. Dat konden wij inderdaad niet aan. Daarom moest er worden opgetreden. Dat is gebeurd. Er was op dat moment een door mensensmokkel ingegeven stroom, die zich meteen weer verlegde toen een aantal maatregelen werd genomen. Er is dus opgetreden.

Ik weet niet of de heer Pechtold de aantallen die nu binnenkomen had voorzien, maar ik deel zijn mening dat wij daar niet klaar voor waren. Ik vind eerlijk gezegd dat het kabinet een compliment verdient voor het feit dat het er tot op heden in geslaagd is om ervoor te zorgen dat mensen niet op straat slapen. Ik wil niet dat dat gebeurt. Ik vind het een compliment waard dat het kabinet daarin geslaagd is. Volgens mij zijn wij ongeveer het enige land in Europa dat daarin geslaagd is. Er wordt veel kritiek geuit, maar dat mag ook weleens gezegd worden. Deze aantallen hebben we niet voorzien en kunnen we op deze manier ook niet aan. Het gaat niet alleen om de mensen die nu binnen zijn, maar ook om de vraag waar dit eindigt. Is het einde van deze migratiestroom in zicht? Op dit moment is het antwoord daarop "nee". Ik denk dat dit ook heel veel onrust in de samenleving veroorzaakt. Dat snap ik heel goed. De heer Pechtold heeft het steeds over het opvangen van de mensen die hier zijn. Als de vluchtelingenstroom morgen zou stoppen, zouden wij het allemaal oplossen in dit land. Het punt is alleen dat het morgen niet stopt.

De heer Pechtold (D66):

Dus hebben we realiteitszin nodig. De heer Zijlstra hinkt een beetje op twee gedachten, maar het is overduidelijk dat wij slecht zijn voorbereid. De huidige paniekerige reacties en de terechte onrust bij mensen komen daaruit voort. Je hoort mensen zeggen: ze zitten in sporthallen en ze worden de hele tijd maar in bussen versleept. Zaterdag stond er urenlang een bus voor het ADO-stadion, omdat ze niet wisten welke kant ze op moesten. Dat staat in schril contrast met vorig jaar toen de staatssecretaris zei: wat maakt het nou uit of het Eritreeërs of Syriërs zijn. Het zou om 65.000 mensen gaan. We zitten nu op de helft en we zitten in de paniekopvang in plaats van in de noodopvang. De heer Zijlstra blijft maar zeggen dat ze het niet zagen aankomen, maar de staatssecretaris zaaide wel paniek en nu zitten we met een probleem.

De heer Zijlstra (VVD):

Sorry, maar het is niet zoals de heer Pechtold zegt. Hij kan elke keer wel proberen om de feiten een beetje anders weer te geven, maar daarmee is het nog geen waarheid. Ik heb zojuist aangegeven wat de staatssecretaris daar een jaar geleden over heeft gezegd. Dat is helder. Dat kan iedereen nazoeken. De heer Buma gaf daar in zijn interruptie op de heer Wilders een mooi voorbeeld van. We hebben hier in het parlement op verzoek van de regering zelfs maatregelen aangenomen om extra asielopvang te regelen. Zelfs de heer Wilders heeft daarmee ingestemd. Dat is gebeurd. Ik zeg niet dat wij slecht voorbereid zijn, maar de aantallen die nu binnenkomen — de afgelopen maand waren het er zo'n 13.000 — hebben wij inderdaad niet voorzien. Dat durf ik te erkennen. Kennelijk had de heer Pechtold dit een jaar geleden allemaal voorzien, maar wij hebben dat niet in deze mate kunnen voorzien. Een halfjaar geleden hebben wij wel plannen in het parlement geïntroduceerd, omdat wij zagen dat er een grote vluchtelingenstroom aankwam. Dat hadden we wel voorzien, maar gelet op de huidige aantallen verwijt ik het kabinet niet dat het hem even over de schoenen loopt. Degenen die deze grote aantallen keurig hadden voorzien, moeten zich maar melden. Als zij deze situatie toen al voorzagen, was het leuk geweest als zij haar ook hadden geagendeerd, in plaats van terugkijkend te zeggen: wij wisten dat het er zoveel gingen worden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Toch snap ik dat niet helemaal van u, mijnheer Zijlstra. U hebt altijd gezegd dat we de ontheemdenstatus, die ik een jaar geleden voorstelde, niet invoeren. Maar daar zit nu net de mogelijkheid om meteen te richten op terugkeer, om soberder op te vangen en om de kern te verleggen van "naar integratie in Nederland" naar wat eigenlijk nodig is, namelijk "tijdelijke opvang gericht op terugkeer". Wat pas nu onder hoge druk gebeurd is, na een weekend waarin u elkaar hebt bestookt met vuurpijlen — ook kwam er een brief vlak voor dit debat — had echt een jaar geleden gekund als u toen beseft had dat versobering, vereenvoudiging van alles, een oplossing zou zijn voor het kunnen huisvesten van al deze mensen.

De heer Zijlstra (VVD):

Ook hierbij is een misverstand aan de orde. Ik weet wat de heer Buma nu ongeveer een jaar geleden heeft gezegd over de ontheemdenstatus. Die status is alleen helemaal geen oplossing. We zeiden dat toen en zeggen dat nu nog steeds. Allereerst kennen we die status formeel niet. We kunnen die introduceren. Iemand die een ontheemdenstatus heeft, heeft op ieder door hem gewenst moment het recht om alsnog een asielaanvraag in te dienen. Als je uit Syrië komt, weet je dat die op dit moment wordt gehonoreerd. Als je aan de ontheemdenstatus wel sobere voorzieningen vastplakt en aan de tijdelijke verblijfsvergunning niet, dan denk ik dat iedereen weet, ook de heer Buma, wat dat betekent. Ik denk dat het aantal mensen dat vrijwillig in een ontheemdenstatus blijft zitten en niet die asielaanvraag doet, dicht bij nul zal zitten. Daarmee los je dus niks op. Als de heer Buma dat een jaar geleden bedoelde, heeft hij dat wat eufemistisch uitgedrukt. Het is in ieder geval niet doorgedrongen tot de rest van ons dat hij ook bedoelde dat de voorzieningen voor mensen met een tijdelijke asielstatus versoberd moeten worden. Dat heeft hij toen niet gezegd. Dat voorstel hebben wij afgelopen weekend gedaan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het ging om een ontheemdenstatus, waarin een versobering zat. Het merkwaardige is het volgende. Die status laten we even los. Het gaat erom dat wanneer je ziet aankomen dat er heel veel aanvragen bij komen, je tijdig moet zien dat je aanspraken moet versoberen. Wat hebben we uit het verleden geleerd? In 1994, 1995 en 1998 gebeurde het steeds achteraf. Er kwam een piek, later versoberden we het en daalde het weer. Ik blijf zeggen dat dit de mogelijkheid was om het eerder te doen. Ik zeg er wel meteen bij: nu het er is, wil het CDA ook meewerken om het zo snel mogelijk zo goed mogelijk te laten verlopen, mits het niet weer het kaatsen van de bal tussen de coalitiepartners wordt. Dat is mijn stelling. Dit had echt eerder voorzien moeten worden door eerder te versoberen.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik koester de woorden van de heer Buma dat het goed is dat het voorstel er nu is en dat het CDA daaraan wil meewerken. Dat is heel goed. Ongeacht wat we een jaar geleden al of niet voorzagen, mijn claim is dat een ontheemdenstatus met sobere voorzieningen niet zo veel zin heeft omdat men dan meteen doorloopt naar een tijdelijke status. Dan los je het probleem niet op. Het is goed dat we elkaar kunnen vinden op wat er nu voorligt.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik betrap de heer Zijlstra erop dat hij spreekt over luxe voorzieningen. Net was er een interruptie gaande over versobering. Wat bedoelt de heer Zijlstra precies met "versobering"? Ik lees hier: vluchtelingen kunnen het prima redden met een aantal tientjes per maand; de tijdelijke verblijfgunning moet niet meer worden afgegeven voor vijf jaar, maar de situatie moet elk jaar worden bekeken. Is dat de enige invulling van "versobering" of zit er meer achter?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb afgelopen zaterdag een heel plan gelanceerd met allerlei soorten versobering. Ik kan het hele plan gaan voorlezen. Daarin is heel helder geworden wat de VVD daarvan vindt. Het gaat dan over de reden waarom mensen hiernaartoe komen en wat je daaraan kunt doen. Zo moet er geen recht zijn op én bijstand én toelagen én een voorrangsrecht op een huurwoning. Dat staat allemaal helder in dat plan. Ook de tijdelijkheid is genoemd. Onze voorkeur is dat die vergunning elk jaar wordt afgegeven. We hebben voorstellen gedaan. We hebben ook — laat ik daarop vooruitlopen, want de heer Kuzu zal daar ongetwijfeld naar vragen — afgelopen maandag erover gesproken met het kabinet en onze coalitiepartner. Zij hebben ook plannen ingediend. We bekijken nu hoe we een in dit parlement gedragen oplossing bij elkaar kunnen brengen waarbij we het beste uit beide plannen bij elkaar brengen.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

In dat interview ging het ook over borstvergrotingen, gebitsreconstructies en ooglidcorrecties, maar goed. Inmiddels is de heer Zijlstra daarvan teruggekomen, heb ik begrepen.

De heer Zijlstra (VVD):

Laat ik het zo zeggen …

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Ik heb het woord. Ik vraag mij af of de heer Zijlstra in een crisisopvang is geweest. Wij spreken dan over sporthallen waar vaak honderden mensen tegelijk zitten. Zij hebben twee vierkante meter met een bedje en een stoeltje om hun kleren op te hangen. Vindt de heer Zijlstra dat sober genoeg? Vindt hij het sober als tachtig mensen gebruik moeten maken van één wc? Is dat niet sober genoeg?

De heer Zijlstra (VVD):

Dat is sober. De heer Kuzu spreekt nu over crisisopvang, maar ik heb het over de vraag wat er gebeurt als iemand een tijdelijke asielstatus krijgt. De crisisopvang is ontstaan doordat de aantallen nu zo groot zijn en wij geen andere mogelijkheid hebben. Mensen die in een azc in Nederland wonen, zitten normaal gesproken in procedure. Op het moment dat die procedure is afgerond, worden zij uitgezet omdat zij geen vluchteling zijn, of krijgen zij een tijdelijke verblijfstatus omdat is vastgesteld dat zij vluchteling zijn. De VVD heeft in haar plan de vraag gesteld hoe wij omgaan met het voorzieningenniveau voor mensen die een tijdelijke status hebben. De heer Kuzu haalt dus twee dingen door elkaar die niets met elkaar te maken hebben.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik constateer wel dat er bij tijdelijke vergunningen ook uitzicht bestaat op een permanente status na afloop van die tijdelijkheid. De heer Zijlstra zorgt er met zijn plannen voor dat mensen die hun land om veiligheidsredenen zijn ontvlucht, omdat zij hun leven niet meer zeker zijn, op een achterstand worden gezet bij bijvoorbeeld participatie aan de samenleving of het leren van de taal. Ik vind dit getuigen van meegaan in de rechtse stroom. De VVD is een rechtse partij, maar zij schuift nu heel erg aan bij de heer Wilders. Ik vind het niet kies dat de heer Zijlstra dit doet uit electoraal belang zonder dat hij een bijdrage levert aan de oplossing van het probleem. Dat is mijn voornaamste bezwaar.

De heer Zijlstra (VVD):

Als de heer Kuzu mij verwijt rechts te zijn, zal dit niet echt werken als tegenwerping. Ik hoor meerdere partijen zeggen dat al het "gezever" wordt ingegeven door electorale redenen. Sorry. De VVD is een politieke partij en de grootste van het land. Zij heeft een plan ingediend. Sommigen komen nu niet verder dan een verspreking van mij die fout was. Dat heb ik inmiddels al tien keer toegegeven. Als de heer Kuzu zich daarop blijft richten, komen wij nergens. Wij hebben een plan ingediend dat over de hele extensie gaat van de vraag: hoe gaan wij om met dit probleem. Wij zij hier bezig om problemen op te lossen. Wij hebben een enorm probleem in de samenleving. Wij zien het draagvlak afkalven en de instroom toenemen. Ga dan niet hier zitten miezemauzen over electorale redenen. Dat de heer Wilders dat doet of de heer Klaver of ik, wij zijn allemaal politici. Wij hebben echter één verantwoordelijkheid: wij moeten ervoor zorgen dat dit probleem, waarmee heel Nederland worstelt, wordt opgelost. Wij hebben daar een bijdrage aan geleverd en het zou heel goed zijn als andere partijen dat ook eens zouden doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wil het niet over het VVD-plan van zaterdag hebben. Daar was volgens mij geen woord Spaans bij. Ik wil het hebben over hetgeen maandag is afgesproken. Daarover is gecommuniceerd en wij kregen gisteravond nog een brief van het kabinet over de richting. Ik heb de heer Samsom daar al naar gevraagd. Ik heb bijvoorbeeld gevraagd of alle maatregelen die nu worden getroffen of de andere invulling van de bijstand, erop zijn gericht om het minder aantrekkelijk te maken voor vluchtelingen om naar Nederland te komen.

De heer Zijlstra (VVD):

Op het gevaar af te geraken in de gedachtewisseling over dit punt tussen de heer Samsom en ik, het volgende. Wij starten uit heel verschillende posities. Ik geloof als VVD'er dat het een afremmende werking heeft als je sobere opvang regelt voor mensen met een tijdelijke status. Ik vind het goed dat dit gebeurt. De heer Samsom gelooft dit niet en ik kan hem moeilijk dwingen om dat te gaan geloven. Hier is dus sprake van een verschil van mening. Als VVD'er heb ik het plan niet voor niets ingediend. Uit de teksten die daarbij zijn geleverd, blijkt dat wij naar de feitelijke situatie hebben gekeken. Wij zien dat veel mensen die naar Nederland komen — ze komen weliswaar uit een oorlogsgebied en zijn in die zin dus vluchteling — soms al geruime tijd in een veilig land hebben vertoefd. Zij zijn dus om een andere reden dan de primaire veiligheid doorgereisd. Wij zien ook dat de overgrote meerderheid van de mensen die doorreizen en deze kant op komen, eigenlijk eindigt in drie landen: Nederland, Duitsland en Zweden. Ik geloof niet echt in toeval; dat zijn ook de landen waar het voorzieningenniveau het hoogst is. Dat is de kern van ons plan. Dit probleem los je niet alleen op door de mensen die hier zijn op een nette, maar sobere wijze op te vangen. Naar de mening van de VVD moet je ook iets aan de instroom doen. Wij geloven dat dit werkt. De heer Samsom gelooft dit volgens mij niet, maar daarover kun je van mening verschillen. Wij vinden wel beiden dat er een nette, rechtvaardige, maar sobere opvang moet zijn. Het kabinet moet dat uitwerken. Zo simpel is het nu ook weer niet om dat even te doen. Er liggen plannen van de PvdA, er liggen plannen van de VVD. Het is nu aan het kabinet om het beste uit die twee plannen bij elkaar te brengen en ervoor te zorgen dat wij het probleem onder controle krijgen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik verkeerde echt in de veronderstelling dat de partijen er afgelopen maandag uit waren. Dan ligt er een plan. Dat is dan niet meer een VVD-plan of een PvdA-plan, want dan heb je elkaar gevonden. Waar hun partijen voor staan, is niet waar ik de heer Zijlstra op aanspreek en waar ik de heer Samsom op aansprak. Dat is evident; dat geloof ik wel. Het is ook heel goed als je dat naar voren brengt; daar heb ik geen probleem mee. Als je echter eenmaal een compromis hebt gesloten en er is beleid geformuleerd, wat is dan de doelstelling van dat beleid? Je kunt zeggen dat je denkt dat het een ander effect zal hebben, maar uiteindelijk is het ook van belang te weten wat je denkt met dat beleid te bereiken. Als je kiest voor soberder huizen omdat je denkt daardoor meer mensen te kunnen opvangen, is dat wat anders dan dat je kiest voor soberder huizen omdat je denkt dat daardoor minder mensen naar Nederland komen. Dat is precies de vraag die ik stel. Is het doel van het beleid dat nu wordt ingezet, van de koers die het kabinet volgens de coalitiepartijen zou moeten varen, ervoor zorgen dat er juist minder mensen naar Nederland komen? Is dat het doel voor de heer Zijlstra?

De heer Zijlstra (VVD):

Voor de heer Zijlstra, wel, maar de heer Zijlstra staat hier als vertegenwoordiger van de VVD. De heer Samsom heeft zijn woorden daarover gesproken. Het kabinet gaat zelf over het doel dat het kabinet ervan maakt. Ik vind het een semantische discussie. Partijen hebben immers verschillende gedachten bij verschillende maatregelen. Soms kun je één maatregel vanuit twee verschillende gedachten aanvliegen. De een doet het om reden één, de ander doet het om reden twee, maar dan kan het nog steeds zo zijn dat je het doet. In de kabinetsperiode van de afgelopen drie jaar werden heel veel van al die maatregelen die wij hier de afgelopen drie jaar op heel veel vlakken hebben genomen, door de PvdA anders onderbouwd dan door de VVD. Toch hebben wij het samen gedaan. Wij geloven dat het zo werkt, maar de PvdA niet. Dan is dat geen doel van het kabinetsbeleid, maar wel van mij.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zal straks ook aan de premier vragen wat nu het doel is van het beleid dat uiteindelijk wordt uitgestippeld. De vraag is echter welk signaal, welke boodschap, je aan samenleving geeft als je voortdurend compromissen sluit waarvan het doel steeds op een andere manier wordt uitgelegd. Welke gewenste richting geef je daarmee aan? Dat is het punt dat ik wil maken.

Ik heb nog een vraag over de bijstand en over de enkele tientjes, waar de heer Zijlstra over sprak. Ik heb dezelfde vraag aan de heer Samsom gesteld. Als je iets in natura krijgt — het maakt niet uit of het daarbij gaat om huisvesting, een zorgverzekering of andere zaken — wordt dat van je uitkering afgetrokken, maar aan het recht dat je netto hebt, wordt niet getornd. Begrijp ik dat goed?

De heer Zijlstra (VVD):

Eerlijk gezegd, was het antwoord van de heer Samsom voor mij heel helder. Ik zal proberen om het op dezelfde wijze te zeggen om te voorkomen dat weer het beeld ontstaat dat wij het niet eens zijn. Ik haal even ons plan erbij. Daarin hebben wij gezegd: je begint op nul en daar doe je een aantal dingen bij. Dan moet je allemaal wetten wijzigen. Daartoe was niet altijd even grote bereidheid. "In natura" kennen we gewoon in Nederland. We zijn gewoon bezig om een probleem op praktische wijze op te lossen. Als je een bijstandsuitkering in natura uitkeert, begin je met het bijstandsniveau. Daar gaan de kosten voor een woning vanaf, andere huisvestingskosten, zorgkosten: eigenlijk alle kosten die de overheid maakt voor jou. Dan blijft er een bedrag over. De heer Samsom had het over zo'n €250, het zal daaromtrent zijn. Daar kom je op uit en dat mag je zak-, leef-, of eetgeld noemen. Prima.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat er een verschil van opvatting is tussen de coalitiepartijen over de uitwerking en de vraag of het een onsje meer of minder moet zijn, is op zich niet zo'n groot probleem. Dat komt wel vaker voor. Belangrijk is dat we weten wat de basis is, ook de basis van de plannen en de afspraken die al gemaakt zijn. Ik heb collega Samsom gevraagd of het klopt dat soberheid geen beleidsinstrument voor vreemdelingenbeleid zal worden. Ik heb hem ook gevraagd of alle internationale verdragen die we over vluchtelingen hebben afgesproken, onverkort gelden. Dat geldt dus ook voor het verdrag over de status van vluchtelingen, waarin het befaamde artikel staat dat je op gelijke wijze wordt behandeld als de inwoners van een land, als je je rechtmatig op het grondgebied van dat land bevindt. De heer Samsom heeft daar bevestigend op geantwoord. Kan de heer Zijlstra dezelfde bevestiging geven?

De heer Zijlstra (VVD):

Zeker. Wij hebben afgelopen weekend ons plan ingediend, dat overigens iets anders is dan het plan van het kabinet. Er is een andere methodiek gehanteerd. In het plan streven we naar soberheid. Beide passen binnen de huidige wet- en regelgeving en verdragen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat is heel plezierig om te weten. De vraag die over blijft, is hoe we in de praktijk omgaan met de grote toestroom van vluchtelingen. Het is tenminste een grotere toestroom dan we in de afgelopen periode hadden bedacht. Dat levert toch een iets andere discussie op dan wanneer we aan de grondvesten zouden komen van afspraken die al gemaakt zijn en die internationaal gelden. Ik vind dat plezierig, omdat ik denk dat we elkaar dan misschien veel beter kunnen vinden. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen heb ik aandacht gevraagd voor de manier waarop we hiermee moeten omgaan. Ik heb toen al de vinger gelegd op het feit dat het kabinet verkeerde taxaties heeft gemaakt over de ontwikkeling van het aantal vluchtelingen. In de begroting voor volgend jaar wordt het aantal vluchtelingen zelfs naar beneden bijgesteld. Ik geloof dat het op 26.000 of 27.000 is gesteld, terwijl we nu al bijna aan de 40.000 zitten. Dat zijn dus heel andere aantallen. De Kamer heeft een motie aangenomen waarin staat dat het kabinet ervoor moet zorgen dat er extra geld beschikbaar komt. De VVD-fractie heeft deze motie niet gesteund. Is de heer Zijlstra wel van mening, ziende wat er allemaal gebeurt, dat extra geld noodzakelijk is?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik zal de verschillende elementen van deze interruptie aflopen. We moeten binnen de verdragen blijven. De VVD heeft niet voor niets een aantal weken erover gedaan om het plan te presenteren. Als regeringspartij vinden wij dat plannen die naar voren worden gebracht in de Kamer, gerealiseerd moeten kunnen worden zonder dat we langs moeten bij de VN, de Europese Commissie of de Raad van Europa. Dan zouden we namelijk oneindig lang bezig zijn. Dat is onze insteek steeds geweest. Wij hebben inderdaad gezegd dat wij een versobering willen, dat moge helder zijn.

Extra geld voor de asielstroom van dit moment zal inderdaad nodig zijn. Ik heb het kabinet echter niet horen zeggen dat het geen geld beschikbaar wil stellen. Ik heb het kabinet horen zeggen dat er een aantal vaste momenten in het jaar is, waarop begrotingen worden aangepast. Als je dat elke keer gaat doen op basis van week- of maandcijfers, blijf je bezig. Dat vond ik procedureel gezien een prima opmerking. Het kabinet zegt namelijk niet dat het niet gaat betalen: volgens mij heeft het kabinet niet eens een keuze. Het standpunt dat het geld beschikbaar moet komen op plaatsen waar het nodig is, deel ik. Ik ben het echter nog steeds met het kabinet eens dat je dat moet doen op de daarvoor vastgestelde momenten en niet elke keer als er iets over hoge cijfers in de media is gekomen. Om die reden hebben wij de motie niet gesteund.

De heer Slob (ChristenUnie):

Wat meespeelt is de mistaxatie van het aantal mensen dat naar Nederland zou komen. Zelfs op basis van de cijfers die de afgelopen maanden al beschikbaar waren, kon je weten dat het hogere aantallen zouden worden. Daar hoefde je niet voor doorgeleerd te hebben. Toch heeft het kabinet ervoor gekozen om in de begroting uit te gaan van een lager aantal. Laten we proberen om zo snel mogelijk duidelijkheid te krijgen over de kosten. Ik denk dat dit belangrijk is. Voor de huidige opvang is het ook voor gemeentebesturen belangrijk om te weten dat er voldoende geld is, bijvoorbeeld als er voor scholing wordt gezorgd voor de kinderen. Afgelopen vrijdag heb ik in Oranje een prachtig voorbeeld gezien van hoe men dat doet. Daar loopt men echter tegen de begrenzingen aan qua financiën en regels die we in Nederland hebben. We moeten proberen om daar zo snel mogelijk oplossingen voor te vinden en niet alles bewaren tot de officiële momenten. Daar worden de problemen alleen maar groter van.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik hoor nu een in de basis constructieve houding bij de heer Slob, maar daarom moeten we er juist voor oppassen om in dit soort beelden te praten. Volgens mij is het kabinet dit soort voorzieningen, als ze nodig zijn, gewoon aan het regelen en wordt het kabinet er niet door gehinderd dat het tegen een soort begrotingsmuur aanloopt. Volgens mij is het kabinet er heel druk mee bezig om de zaken die nodig zijn, echt te regelen. Ik schat zomaar in dat dit zal leiden tot een aanpassing van de begroting. We hebben daar momenten voor en dan moet het kabinet het ook doen. Ik ben nog niet zo ver in mijn betoog, maar men kan van hetgeen ik heb gezegd en zo meteen nog zal zeggen volgens mij niet de indruk hebben dat ik zou vinden dat de asielinstroom in de komende tijd enorm zal afnemen. Dat feit heeft zijn consequenties, ook financieel. Het kabinet zal het moeten oplossen. Laat ik dit maar zo naar het kabinet doorspelen: ik hoor graag van het kabinet hoe het daarmee omgaat.

De heer Slob (ChristenUnie):

Nog even een concrete toespitsing op het punt van onderwijs dat ik noemde. U bent staatssecretaris van dat ministerie geweest, dus u weet dat men daar met teldata rekent en dat men pas later op basis van een teldatum financiering krijgt. Je ziet dat er op scholen inderdaad met kinderen wordt gesleept: 's vrijdags zijn ze er nog, 's maandags zijn ze opeens verdwenen, zonder dat ze fatsoenlijk afscheid hebben kunnen nemen; daarna zitten er weer nieuwe kinderen, en komen die andere terug. Het gaat dus allemaal heel anders, maar toch wordt er vastgehouden aan die teldatum en aan die wijze van financiering. Op die manier werkt het natuurlijk niet. We zouden er gewoon eens heel praktisch naar moeten kijken en daarbij echt even moeten loskomen van hoe we het ooit hebben afgesproken. Dát zijn de momenten, dus handelen!

De heer Zijlstra (VVD):

Nogmaals, dit zijn twee verschillende dingen. Je moet praktische problemen oplossen. Volgens mij heb ik de minister van Sociale Zaken samen met de premier daar afgelopen vrijdag over gehoord. Het ging over bijstand, over het moment waarop naar de bijstand wordt gekeken. Nu is er een snelle instroom, dus het moment van meten moet nu dichterbij worden gelegd omdat de gemeenten anders een enorm risico nemen. Ik zag daarin al een voorbeeld van een praktisch probleem waarover de heer Slob het had. Ik zie het kabinet op dat punt dus al acteren, en dat is goed. Wat kan, kan; wat niet kan, kan niet. Het zijn allemaal van dat soort zaken. Ik zie dat het kabinet bezig is met het oplossen van de acute problematiek die er nu is. Daarnaast vind ik dat begrotingstechnische aanpassingen netjes moeten worden gedan op de momenten die daarvoor zijn gecreëerd.

In de afgelopen weken hebben wij vele asielzoekers de grens van ons land zien oversteken. Velen zeiden het al: alleen al vorige maand waren dat er zo'n kleine 13.000. Laat ik vooropstellen dat wij dat hun niet kwalijk nemen. Als ik voor een dergelijke keuze stond, denk ik dat ik hetzelfde zou doen. Maar juist daardoor begrijp ik ook dat we niet iedereen die keuze kunnen bieden. We kunnen in Nederland niet iedereen opnemen die hier graag zou willen zijn. We willen onze verantwoordelijkheid nemen, maar met deze grote aantallen komt het eind van de draagkracht van onze samenleving in zicht. Zo ver willen wij het niet laten komen. We moeten ervan uitgaan dat die migratiestroom nog wel zal aanhouden. Juist daarom moeten we dit probleem op de korte termijn van een oplossing voorzien. Daarvoor moeten we het eerst ontleden, dat zei ik net al. Het is een feit dat veel mensen hun thuisland zijn ontvlucht. Maar het is ook een feit dat ze veelal al op een andere plek veiligheid hadden gevonden: in hun eigen regio of in een Zuid-Europees land, waar hun bootje aan wal kwam. Toch hebben deze mensen ervoor gekozen om die veilige plek te verlaten en om weer door te reizen, vaak door meerdere veilige landen heen, op weg naar een plek waar zij het liefst hun toekomst willen opbouwen. Die plek is in veel gevallen in ons land, in Duitsland of in Zweden; dus in de landen die het verst weg liggen, maar toch het populairst zijn. De reden waarom zij doorreizen, is volgens ons tweeërlei. De eerste is dat zij naar Nederland kunnen. Dat komt voornamelijk doordat het Verdrag van Dublin, dat voorschrijft dat mensen die in Europa asiel aanvragen, dit in het eerste land moeten doen waarin zij binnenkomen. We zien op dit moment elke dag dat dat verdrag in zijn uitvoering feitelijk niet meer bestaat. Daarom kunnen ze dus door. De tweede reden is dat asielzoekers graag naar Nederland willen komen. Dat komt mede door onze uitgebreide sociale voorzieningen. De VVD wil de sociale voorzieningen van Nederlanders niet op het spel zetten. Voor ons politici is het onze taak om die te bewaken. We moeten er dus voor zorgen dat er zo min mogelijk asielzoekers om economische redenen naar Nederland komen. Dat klinkt hardvochtig, maar we kunnen niet anders. In alle eerlijkheid, wij kunnen niet voorkomen dat deze mensen ons land binnenkomen. De grenzen dicht; het klinkt daadkrachtig, maar heel realistisch is het niet. Onze landsgrens telt ruim 400 grensovergangen en is 1.027 onbewaakte kilometers lang. Een hek om ons land heen zetten is onmogelijk. Sterker nog, dat mag ook niet. Tegenhouden kan dus niet.

We moeten er dus voor zorgen dat ze de grens niet willen oversteken. Dat kan alleen als we ervoor zorgen dat Nederland onaantrekkelijk is voor de mensen die hier geen veiligheid, maar vooral een betere economische toekomst zoeken. Daarom heeft de VVD het afgelopen weekend het plan neergelegd om mensen met een tijdelijke verblijfstatus niet langer dezelfde voorzieningen te verstrekken als Nederlanders. De voorzieningen die ons land zo aantrekkelijk maken dat men ervoor doorreist, zijn een bijstandsuitkering met daarbovenop allerlei toeslagen, voorrang krijgen bij een huurhuis en alle gezondheidszorg die we in Nederland hebben. Laat het helder zijn dat iedereen met een tijdelijke verblijfstatus recht heeft op eten, zorg en onderdak. De kern van ons plan is dat dit op een nette maar sobere basis gebeurt. Daarbij moet duidelijk zijn dat we het tijdelijke karakter van het verblijf van deze groep mensen in het oog blijven houden en blijven benadrukken. Het uitgangspunt is immers dat zij, wanneer de situatie dat weer toelaat, terugkeren.

De heer Pechtold (D66):

Is sober een doel op zich?

De heer Zijlstra (VVD):

Dat is een soort herhaling van wat de heer Klaver net vroeg. Dus ga ik daar op dezelfde manier op antwoorden. Ik vind soberheid een doel. Dan spreek ik hier als vertegenwoordiger van de VVD. Ik weet niet of dat voor het kabinet ook zo is. De heer Samsom was hier volgens mij ook vrij helder over.

De heer Pechtold (D66):

Langzamerhand wordt het me helder. Dat woord "sober" moet dus op een of andere manier iets afschrikwekkends hebben. Maar ik vraag me echt af of je het hier soberder krijgt dan in Syrië. Nee, lijkt me. Gelukkig zegt de heer Samsom daarom ook: het is geen doel op zich. Maar ik krijg toch het gevoel dat de heer Zijlstra dit zegt uit een soort verlegenheid, omdat hij nu ook moet toegeven dat je de grenzen niet kunt sluiten, niet die van Nederland en zeker niet die van Europa. De VVD stelde dat overigens eerst wel keer op keer voor en zei vervolgens: dit is Europees beleid. Dat dat onzin is, is inmiddels ook allemaal aangetoond. En nu is er die angst in dat woordje "sober". Kunt u dat toch eens wat meer uitleggen? Als we het zo sober maken, wat hoopt u dan dat er gebeurt?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik hoop dat het volgende gebeurt, en volgens mij zien we dat ook gebeuren. Als je nette, maar sobere voorzieningen hebt, dan zullen de mensen die niet om de veiligheid hierheen komen maar om economische redenen, namelijk voor de sociale voorzieningen, een andere keuze maken. Wat is namelijk de reden dat ze hun reis eindigen in de drie landen waar de sociale voorzieningen zo hoog zijn? Dat is niet omdat ze zo laag zijn.

De heer Pechtold (D66):

Iedereen hier is het denk ik wel met de heer Zijlstra eens dat we zo snel mogelijk helderheid moeten krijgen in de registratie van degenen die uit veilige landen komen, zoals Europese landen. Los van die gevallen heb ik wel een vraag. Stel dat je hier een Syriër gaat opvangen volgens onze internationale verdragen en onze eigen wet- en regelgeving en je daarbij de vijfjaarstermijn hanteert. Wat heb je er dan aan om iemand dingen te ontnemen? Hierdoor wordt de problematiek juist groter en neemt de kans op integratie voor degenen die blijven alleen maar af. Ik denk aan werkloosheid, de aanspraak op uitkeringen en andere problematiek. Voor de VVD zal ik er veiligheid en criminaliteit aan toevoegen. Misschien wordt de heer Zijlstra daardoor geprikkeld. Door die soberheid zo te benadrukken, bereik je toch het tegenovergestelde? Doe het fatsoenlijk, zoals we het deden, en speel geen woordspelletjes. In de praktijk blijkt het namelijk helemaal niet zo veel soberder te zijn.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik vind het heel belangrijk dat het sober is. Misschien geeft dat hen juist wel meer een push. Ik was net toe aan dat deel van mijn betoog. We hebben er namelijk geen problemen mee als deze mensen aan het werk gaan en dat ze Nederlands leren. Volgens mij gebeurt dat al, maar dat zullen we zo van het kabinet horen. Het is alleen maar goed als mensen vanaf de eerste dag dat ze hier een status hebben Nederlands leren. Of ze hier nu één, twee of drie jaar zijn, het is allemaal prima. Volgens mij vindt iedereen in Nederland het verstandig dat mensen die hier op straat rondlopen Nederlands spreken. Doen! Erkennen van diploma's op een snellere manier dan nu? Doen! Het is prima als mensen zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien doordat ze gaan werken. Dat gaan we ook helemaal niet tegenwerken, integendeel. Ze moeten het wel zelf doen. Als ze dat doen, is dat heel goed. Kom dus niet bij mij aan met de opmerking dat we deze mensen vijf of zeven jaar wegzetten in een uitzichtloze situatie. Ze hebben ook de mogelijkheid om eruit te komen. Ze mogen aan het werk, maar dat moeten ze wel zelf doen. We willen niet dat ze hier komen vanwege het niveau van de sociale voorzieningen die je krijgt als je een permanente vergunning hebt of genaturaliseerd bent. We willen dat er daarvoor sprake is van een soberder niveau.

De heer Pechtold (D66):

Kan de heer Zijlstra zich er iets bij voorstellen dat mensen een verkeerd beeld krijgen wanneer hij soms communiceert in chocoladekrantenletters en soms hier, na doorvragen, veel genuanceerder klinkt? Het was de heer Zijlstra die zich versprak over ooglidcorrecties en de rest van die ellende. Het was de heer Zijlstra die in een debat op tv zei dat er zo veel mensen komen als de stad Utrecht inwoners heeft. Daar wonen 300.000 mensen. De heer Zijlstra heeft er zelf gewoond. Dat is tien keer overdreven! Dus, mijnheer Zijlstra, elke keer, ook met het woord sober, doet u alsof we een groot probleem hebben dat we niet weg moeten drukken en dat we vooral moeten willen zien, waar we mensen echt helemaal op het minimum zetten. En als we dan in de praktijk een beetje doorvragen naar wat het kabinetsbeleid is, wordt gezegd: we gaan niet de bijstandswet veranderen, we gaan niet het onderwijs opeens veranderen, we gaan eigenlijk niets veranderen. Het enige waar u dan samen met de PvdA een soort moeizaam geheel heeft en waar we nog een hele wetsverandering voor nodig hebben, is de huisvesting. En als je dan doorvraagt wat dat betekent, dan betekent het eigenlijk dat je zo nu en dan zal moeten accepteren dat je een tijdje met een paar in een huis woont.

De voorzitter:

En uw vraag?

De heer Pechtold (D66):

Dus mijn vraag is aan de heer Zijlstra: waarom elke keer die paniekzaaierij? Want bij doorvragen blijkt het allemaal reuze mee te vallen en zijn we hier gelukkig nog een beschaafd, fatsoenlijk land dat inderdaad opvangt.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik geloof niet dat ik in het weekend gepleit heb voor een onbeschaafd, onfatsoenlijk land. Ik heb gepleit voor een land dat op een nette, sobere manier mensen met een tijdelijke status opvangt. En dat houdt wat in. Wat betreft die chocoladeletters: u kunt elke keer wel verwijzen naar dat voorbeeld, dat ik overigens zelf in het artikel al nuanceerde, maar dan loopt u gewoon weg van de discussie die we hier voeren: hoe gaan we er voor zorgen dat we die instroom onder controle gaan krijgen en dat die terugloopt? En wat ik heb gezegd over een stad als Utrecht kan ik u uitleggen; ook op dat punt is er overigens geen verschil met wat ik in dat artikel heb gezegd. De afgelopen maand hebben we zo'n 13.000 mensen binnengekregen. Als dat zo doorgaat — zo heb ik het ook gezegd — dan krijg je inclusief de gezinshereniging die er nog achteraankomt — dan kan je de aantallen met drie of vier vermenigvuldigen — elk jaar een stad als Utrecht binnen. Zo is het. Daar kunt u voor weglopen, maar het is wel een feit.

De heer Pechtold (D66):

300.000 … dit is nog bijna erger dan Wilders. 300.000, er is nog geen jaar geweest dat er 300.000 binnengekomen zijn. De teller staat nu ongeveer op 40.000 en we leven nu half oktober. Hoe kunt u nu zeggen dat we een stad als Utrecht binnenkrijgen? Dan neem ik u wel kwalijk die "borstvergrotingen", dan neem ik u wel kwalijk die "ooglidcorrecties" en al die paniekzaaierij, mijnheer Zijlstra. Houdt u echt staande dat er 300.000 man dit jaar binnen kunnen komen? Nou, dan moeten we ze zo ongeveer gaan halen.

De heer Zijlstra (VVD):

D66 was tegen de rekentoets en nu blijkt wel waarom, want als je 13.000 per maand binnenkrijgt, je dat aantal vervolgens vermenigvuldigt met twaalf en als je dat totale aantal weer met drie of vier vermenigvuldigt vanwege de gezinshereniging, dan kan de heer Pechtold dat niet leuk vinden maar dan is het wel de feitelijke situatie. Dan wil de heer Pechtold daarvoor weglopen en dan doet de heer Pechtold alsof dat probleem er niet is, maar ik kan hem zeggen dat deze optelsom klopt. Misschien moeten we dan inderdaad die rekentoets maar gaan invoeren, want bij u, mijnheer Pechtold, is die broodnodig

De heer Klaver (GroenLinks):

De optelsom kan misschien wel kloppen, maar er liggen wel een aantal aannames onder die in ieder geval discutabel zijn, maar dat is niet de vraag die ik zou willen stellen aan de heer Zijlstra. Hij had het erover dat de mensen ook weer terug moeten gaan. Ik las vanochtend in de krant dat de minister van Sociale Zaken heeft gezegd dat ongeveer 80% terug wil. Als ik met asielzoekers praat, hoor ik dat ook: ik wil heel graag terug. Maar de vraag is hoeveel er werkelijk teruggaan. In het verleden zijn ook veel migranten hiernaartoe gekomen, zoals gastarbeiders die we hier zelf naartoe hebben gehaald en mensen ut Joegoslavië die vluchtten voor de oorlog en het geweld aldaar. Van die laatste groep weten we dat ongeveer twee derde in Nederland is gebleven. Dus is het geen verkeerde voorstelling van zaken om te zeggen dat die mensen weer teruggaan en organiseren we daarmee niet de weerstand voor over vijf tot tien jaar?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb al aangegeven dat deze mensen een tijdelijke status hebben. Tijdelijk — dat woord is volgens mij vrij helder — is tijdelijk. Dus de bedoeling is dat deze mensen teruggaan. De Joegoslaven zijn een mooi voorbeeld. Bij de Joegoslaven duurde de situatie daar zo lang, dat ze allemaal een permanente vergunning kregen en er daarom velen niet teruggingen. Als je een permanente vergunning hebt — dat hebben wij als VVD zelf in ons plan gezegd — dan heb je niet voor niets een permanente vergunning. Dat woord permanent is namelijk ook vrij helder. Als je een tijdelijke vergunning hebt en de situatie thuis in de regio veilig is geworden, dan moet je terug. Daar moeten we ook helder over zijn. Dat betekent niet dat die mensen niets mogen doen. Leer ze Nederlands en zorg ervoor dat ze zich hier in de maatschappij kunnen redden. Als ze kunnen en willen werken, laat ze werken, hartstikke goed, maar dan moet ook helder zijn dat het werk nooit een reden is om wanneer bijvoorbeeld over twee jaar de situatie in hun land wel gewijzigd zal zijn, tegen die mensen te zeggen: u werkt hier, dus nou mag u blijven. Dat geldt alleen maar voor iemand met een werkvergunning die een baan uitoefent waaraan in de Nederlandse maatschappij grote behoefte is. Op basis daarvan heeft hij die vergunning gekregen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik mag hopen dat over twee jaar de situatie in Syrië dusdanig is dat mensen terug kunnen gaan. Sterker nog, ik denk dat veel mensen terug willen gaan als het over twee jaar zo ver is. De realiteit van nu is dat het met de dag alleen maar complexer wordt. Het is realistisch om te stellen dat het misschien wel tien jaar duurt voordat de situatie daar is verbeterd en mensen terug kunnen. In de tussentijd zetten mensen hun leven niet on hold, ze zitten niet stil. Ze stichten misschien een gezin en krijgen kinderen die hier opgroeien. Het feit blijft dat die mensen hier een leven hebben opgebouwd, opnieuw zijn begonnen. Het is niet realistisch om die mensen na tien jaar terug te sturen. Die kinderen hebben geen idee waar hun ouders vandaan komen en spreken de taal niet. Daarom zeg ik tegen de heer Zijlstra: het zou mooi zijn als veel mensen naar hun land teruggaan, het is ook goed voor die landen om daar weer een stevige middenklasse op te bouwen, maar de realiteit is dat veel mensen in Nederland zullen blijven. Het is goed om dat ook vanaf dag één aan de Nederlandse bevolking mee te geven, omdat we ze anders een rad voor ogen draaien. Over vijf of tien jaar hebben we dan mensen een belofte gedaan die we niet gestand kunnen doen.

De heer Zijlstra (VVD):

Er wordt hier een tegenstelling gecreëerd die ik niet heb neergelegd. Tijdelijk is tijdelijk. Als in de termijn van vijf jaar van de tijdelijke vergunning de zaak thuis verandert, dan moet men terug en vervalt het recht op asiel. Het moet niet zo zijn — en daar ben ik bang voor als ik de heer Klaver beluister — dat je mag blijven omdat je hier kinderen hebt gekregen en werk hebt, of om welke andere reden dan ook. Ik vind dat je helder moet zijn. Mensen die na vijf jaar een permanente vergunning krijgen, kunnen blijven. Ze kunnen teruggaan, maar de meesten blijven. Dat is de realiteit, dat klopt. Maar mensen met een tijdelijke vergunning moeten we ook die helderheid geven: u moet terug. Als we die mensen de hoop geven — dat proef ik in de woorden van de heer Klaver, maar misschien ten onrechte — dat zij, als zij goed zijn geïntegreerd, echt niet terug hoeven, ook al hebben zij geen asielstatus, dan doen we het verkeerd. Ook voor die mensen moeten we klip-en-klaar zijn: tijdelijk is tijdelijk en als het weer veilig is, moet u weer terug.

De heer Klaver (GroenLinks):

De kritiek die ik heb op de uitlatingen van de heer Zijlstra bestaat eruit dat hij doet voorkomen dat straks iedereen weer teruggaat. Misschien zei hij niet "iedereen", maar zo kwam het wel op mij over. Daar plaats ik een kanttekening bij. Als hij echter zegt dat mensen met een tijdelijke vergunning terug moeten als de situatie gestabiliseerd is, dan is dat een legitiem standpunt. Maar het feit blijft dat het waarschijnlijk veel langer dan vijf jaar gaat duren en daarom zullen heel veel mensen hier blijven. Ik zou het zo fijn vinden als de heer Zijlstra van de grootste partij in dit parlement, ook dat zou benadrukken. Op die manier kunnen we werken aan een draagvlak voor heel veel nieuwe landgenoten.

De heer Zijlstra (VVD):

Nogmaals, u kunt proberen er een tegenstelling van te maken. Ik zeg aan de ene kant: doe met deze mensen die dingen die verstandig zijn om ervoor te zorgen dat ze aan het werk kunnen, dat ze Nederlands leren, dat we diploma's erkennen en noem het maar op. Dat moeten we allemaal doen. Aan de andere kant benadrukken we ook voor hen dat tijdelijk tijdelijk is. Als ze op een gegeven moment een permanente vergunning krijgen, verandert de situatie. Daarover ben ik altijd klip-en-klaar geweest, want het woord "permanent" betekent iets anders. Of de oorlog in Syrië over een, twee, drie of vijf jaar over is, weten we niet. We zien wel dat veranderingen op dit soort terreinen heel snel kunnen gaan. Of je hebt in een keer een enorme escalatie waardoor iets uit de hand loopt, of je krijgt in een keer een enorme optelsom van zaken waardoor het min of meer onder controle raakt, voor zover je daar in die regio over kunt praten. Dat weten we niet. Ik ben verantwoordelijk voor hoe we in dit land omgaan met mensen die een status hebben, welke status zij krijgen en wat dat betekent. De tijdelijke status is nu vijf jaar. Als in die periode de situatie thuis verandert, dan ga je terug. De heer Klaver zegt dat mensen met een permanente vergunning blijven. Dat klopt. Het zou goed zijn als bijvoorbeeld de heer Klaver benadrukt: beste mensen, ook al heb je een baan, ook al heb je hier kinderen gekregen, als je terug moet als je een tijdelijke status hebt, dan moet je ook terug en komen wij niet uit in pardonregelingen enzovoorts.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Nu zegt de Teldersstichting, het wetenschappelijke bureau van de VVD: helemaal niets mee te maken, het Vluchtelingenverdrag is niet van toepassing, de mensen die nu met bussen Nederland binnenkomen, moeten per direct terug naar het eerste veilige land waar ze vandaan komen. De heer Van Schie van het wetenschappelijke bureau van de VVD heeft dat gezegd. Dat is toch een gerenommeerd bureau. Ik verneem graag een reactie van de heer Zijlstra.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat hebben wij volgens mij in het voorjaar voorgesteld. Dat klopt.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Dat betekent dat de asielzoekers of, beter gezegd, de migranten die hier binnenkomen per direct of zo snel mogelijk worden uitgezet naar het eerste veilige land, dus niet het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen, niet Syrië, maar bijvoorbeeld Turkije of Griekenland. Dat zegt hij immers.

De heer Zijlstra (VVD):

Eind maart hebben wij het plan-Azmani ingediend. Dat plan heeft dat als uitgangspunt. Als je in de regio in een veilige haven terecht kunt komen, moet je terug. In de verdragen van de Europese Unie, in de conclusies, staat dat je de asielaanvraag van zo iemand niet-ontvankelijk kunt verklaren. Het enige dat wij nog niet hebben — dat is toch wel een cruciaal punt — zijn veilige en goede opvangkampen in de regio. Daar wordt nu aan gewerkt. Zodra dat is geregeld, is dat precies wat wij gaan doen.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Dat is niet wat het wetenschappelijke bureau zegt. Dat zegt: naar het eerste veilige land waar men vandaan gekomen is. Dat kan bijvoorbeeld Griekenland zijn of Turkije.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat is ook de kern van Dublin. Eerlijk gezegd ligt dat nu een beetje op straat. Als politicus, niet als wetenschapper, heb ik te maken met de praktijk van de dag. Daarom heb ik afgelopen weekend een plan ingediend en heeft de heer Azmani namens de VVD eerder dit jaar een plan ingediend. Het kabinet is er ongeveer elke dag mee bezig. Wij proberen dit onder controle te krijgen en daar gaan wij mee door.

De heer Van der Staaij (SGP):

Een goed punt: zorg dat tijdelijk ook echt tijdelijk is. Dat zorgt voor meer draagvlak. Ik heb wel een vraag in dit kader. Begrijp ik het goed dat de VVD die termijn van vijf jaar wel min of meer heilig verklaart? Is het na die vijf jaar altijd permanent, ook als na zes jaar de situatie in het land van herkomst is verbeterd en de mensen terug zouden kunnen? Zijn er dan geen mogelijkheden meer?

De heer Zijlstra (VVD):

Zo is het nu. Van mij mag het nog verruimd worden en kunnen wij er op een andere manier naar kijken. Ik ga even uit van de huidige situatie, als u het niet erg vindt. Ik vind discussie altijd goed. Als je over vijf jaar — dat is het moeilijke van een vaste termijn — ziet dat er een vredesproces gaande is in Syrië en je het idee hebt dat de oorlog binnen een half jaar afgelopen kan zijn, zou het in de opinie van de VVD heel gek zijn om te zeggen: wij geven ze een permanente vergunning, ook al kunnen ze over een half jaar misschien terug. Die discussie wil ik graag aan, maar ik ga nu even uit van het huidige beleid.

De heer Van der Staaij (SGP):

Helder. Dan heb ik nog een ander punt in dit verband. Ik hoor de VVD pleiten voor meer mogelijkheden om te werken. Dat spreekt natuurlijk iedereen aan. Geef asielzoekers bezigheden. In het verleden zijn voorstellen om tot verruiming te komen uiteindelijk niet gelukt. Het kabinet wilde, gesteund door een Kamermeerderheid, aanspraak op WW voorkomen. Ook was men bang dat dit een zelfstandige aantrekkelijkheid zou kunnen vormen. Immers, via de arbeidsmigratiepoort kon je lastig binnenkomen, maar via de asielpoort zou je wel makkelijk aan het werk kunnen. Hoe weegt de VVD die twee bezwaren die in het verleden een verruiming van de arbeidsmogelijkheden voor asielzoekers in de weg hebben gestaan?

De heer Zijlstra (VVD):

Asielzoekers met een tijdelijke status mogen nu al werken. Ze zijn via de Koppelingswet immers gelijkgeschakeld. Het mag dus. De discussie waar de heer Van der Staaij het over heeft, gaat over mensen die in procedure zitten. Die stamt nog uit de tijd dat die procedure héél lang duurde. In die tijd was het de vraag: wat doe je met die mensen? Mogen mensen in een asielzoekerscentrum die in de asielprocedure zitten wel of niet werken? Aan die regels veranderen we niets. Mensen die een tijdelijke status krijgen, mogen echter al werken. Wij zeggen ook: doe dat vooral. Door hen te helpen met diploma's en het leren van de Nederlandse taal zorgen wij ervoor dat zij kunnen participeren, maar voor de rest moeten zij het zelf doen, want ik wil niet dat zij bevoordeeld worden opzichte van Nederlandse werklozen. Als zij een status hebben en hier legaal verblijven, doen zij gewoon op hun eigen wijze mee in deze samenleving.

Ik heb het al over werk gehad. Wat zouden we kunnen versoberen? Als je alle kosten van een bijstandsuitkering aftrekt, houd je zo'n €250 over om van te eten en te leven, zoals de heer Samson zojuist ook zei. Dat lijkt ons een verstandige beweging. Als al die maatregelen zijn doorgevoerd, zal dat duidelijke gevolgen hebben. Daarmee wordt Nederland naar onze mening onaantrekkelijk voor mensen die vanwege sociale voorzieningen hiernaartoe komen. Dat zal een duidelijke rem zetten op de migratiestroom die wij nu zien. Mensen die om economische redenen hiernaartoe willen komen, zullen er dan vaak van afzien.

We hebben het er al veel over gehad, maar het komt nu aan op de politieke uitvoering door het kabinet. Onze coalitiepartner, de PvdA, is ook met oplossingsrichtingen gekomen. Wij willen het beste uit beide plannen combineren tot een oplossingsrichting die op een meerderheid in de Kamer kan rekenen. De gesprekken die wij de afgelopen dagen hierover hebben gevoerd, stemmen mij positief. Twee partijen zijn op zoek naar een oplossing voor een groot probleem.

Ik denk dat wij in staat zijn om te komen tot een rechtvaardige maar ook sobere opvang voor mensen met een tijdelijke verblijfsstatus. Het kabinet en de coalitie zien dat zij de handen ineen moeten slaan en met een oplossing moeten komen. Dat vraagt Nederland van ons en dat is terecht. Wij vertrouwen er daarom op dat ook andere partijen in deze Kamer — de heer Buma en de heer Slob reageerden al heel positief — onze oplossingsrichtingen niet meteen afwijzen. Wij hebben immers te maken met een serieuze crisis die van iedereen verantwoordelijkheid vraagt.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter en collega-gelukzoekers. Het beeld is al oud. Mensen die in gammele bootjes op zoek gaan naar een nieuw leefgebied, waar ze welvaart in combinatie met een veilig bestaan kunnen vinden. Bootjes voeren naar Indonesië voerden, naar Brazilië, naar Suriname, naar de Verenigde Staten. In alle delen van de wereld zijn tekenen te vinden van Nederlandse gelukzoekers die er met wisselend resultaat hun geluk beproefden. Goud, zilver, specerijen, narcotica, thee, koffie. Een belangrijk deel van onze welvaart is gebouwd op onze avontuurlijke voorouders. Gelukzoekers avant la lettre. En nog steeds zoeken we geluk, allemaal. We boren ver van huis naar olie. We halen goedkope sperziebonen uit arme landen waar droogte heerst. We kappen regenwouden om veevoer te verbouwen. En als we dan kijken naar de mensen die hiernaartoe komen, hebben we het dan over gelukzoekers of over slachtoffers van oorlog en van onder andere onze gelukzoekerij?

Zolang de oorzaken van de vluchtelingenstroom niet zijn weggenomen, zullen wij mensen in nood moeten opvangen en wel op een zodanige manier dat het kan worden gedragen door Nederland en door Europa. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de Europese herverdeling van vluchtelingen gaat werken, om te voorkomen dat het draagvlak voor de opvang afkalft? Hoe kunnen de lidstaten elkaar effectief aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid om vluchtelingen op te vangen? Juncker zegt vandaag dat de lidstaten niet doen wat zij beloofd hebben. Ik krijg daar graag een reactie op.

Het is een slecht idee om grote groepen asielzoekers geïsoleerd van de samenleving op te vangen. Het is veel beter om vluchtelingen in kleine groepen onder te brengen, om hen dan ook adequaat te registreren en om vanaf dag één in te zetten op traumaverwerking en integratie, door hun ook onze taal te leren.

(vervolg) Mevrouw Thieme (PvdD): 

Jarenlang heeft het kabinet het tekort aan sociale huurwoningen laten oplopen en nu gaat in allerijl containers regelen voor vluchtelingen met een verblijfsstatus. Deze gang van zaken, daar kan het kabinet niet trots op zijn. Het kabinet en de gemeenten moeten samen alles op alles zetten om meer sociale huurwoningen ter beschikking te stellen. Op deze manier komen zowel Nederlandse burgers als vluchtelingen met een verblijfsstatus aan een woning zonder dat hierdoor conflicten ontstaan.

Als we willen dat vluchtelingen in hun eigen regio een veilig en menswaardig onderkomen krijgen en een bestaan kunnen opbouwen, zullen we daar nu in moeten investeren, en wel via een verhoging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Van elke €100 die we hier verdienen, gaat minder dan €0,70 naar ontwikkelingsprojecten die bedoeld zijn om de structurele oorzaken van oorlog en armoede bij de bron aan te pakken. Die bijdrage moet omhoog, maar het kabinet doet op dit moment het omgekeerde door hulpgelden weg te halen uit de regio en het te besteden aan opvang in Nederland onder het motto dat opvang in ons eigen land ook ontwikkelingssamenwerking is.

In een wereld die steeds meer gebukt gaat onder overconsumptie, klimaatverandering en conflicten zullen we ons bezig moeten houden met het voorkomen van vluchtelingenstromen. Het getuigt van grote kortzichtigheid dat dit debat nauwelijks gevoerd wordt. Religieuze verschillen tussen mensen zijn slechts een klein deel van de oorzaak van de problemen. Nauwelijks wordt er in dit huis gesproken over de reeds aangetoonde verbanden tussen vluchtelingenstromen en het gebrek aan de meest elementaire behoeften als water en voedsel. En de extreme droogte, die mede door klimaatverandering ontstaat. Nauwelijks wordt gesproken over de rol die Nederland speelt bij de destabilisatie van regio's. De aanzwellende vluchtelingenstromen zouden een wake-upcall moeten zijn in plaats van een partijpolitieke fittie tussen twee uitgeregeerde regeringspartners. We moeten onze handel en wandel in de kwetsbare regio's onder de loep nemen en ons buitenland- en handelsbeleid drastisch herzien. We zullen moeten erkennen dat wij ons veelal gedragen als gelukszoekers in andere landen en meer consumeren dan de aarde aankan. Laten we onze rol in het destabiliseren van de wereld en het klimaat serieus nemen. Ook in dat kader ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de roofbouw door de bio-industrie. Dank u wel. Voorzitter en collega-gelukzoekers. Het beeld is al oud. Mensen die in gammele bootjes op zoek gaan naar een nieuw leefgebied, waar ze welvaart in combinatie met een veilig bestaan kunnen vinden. Bootjes die naar Indonesië voerden, naar Brazilië, naar Suriname, naar de Verenigde Staten. In alle delen van de wereld zijn tekenen te vinden van Nederlandse gelukzoekers die er met wisselend resultaat hun geluk beproefden. Goud, zilver, specerijen, narcotica, thee, koffie. Een belangrijk deel van onze welvaart is gebouwd op onze avontuurlijke voorouders. Gelukzoekers avant la lettre. En nog steeds zoeken we geluk, allemaal. We boren ver van huis naar olie. We halen goedkope sperziebonen uit arme landen waar droogte heerst. We kappen regenwouden om veevoer te verbouwen. En als we dan kijken naar de mensen die hiernaartoe komen, hebben we het dan over gelukzoekers of over slachtoffers van oorlog en van onder andere onze gelukzoekerij?

Voorzitter, zolang de oorzaken van de vluchtelingenstromen niet zijn weggenomen, zullen wij mensen in nood moeten opvangen en wel op een zodanige manier dat het kan worden gedragen door Nederland en door Europa. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat de Europese herverdeling van vluchtelingen gaat werken, om te voorkomen dat het draagvlak voor de opvang afkalft? Hoe kunnen de lidstaten elkaar effectief aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid om vluchtelingen op te vangen? Juncker zegt vandaag dat de lidstaten niet doen wat zij beloofd hebben. Ik krijg daar graag een reactie op.

Voorzitter, grote groepen asielzoekers geïsoleerd van de samenleving opvangen, is een slecht idee. Het is veel beter om de vluchtelingen in kleinere groepen onder te brengen, die adequaat worden geregistreerd. En vanaf dag één in te zetten op traumaverwerking en integratie, door ook onze taal te leren. Jarenlang heeft het kabinet het tekort aan sociale huurwoningen laten oplopen en het gaat nu in allerijl containers regelen voor vluchtelingen met een verblijfsstatus. Deze gang van zaken, daar kan het kabinet niet trots op zijn. Het kabinet en de gemeenten moeten samen alles op alles zetten om meer sociale huurwoningen ter beschikking te stellen. Op deze manier komen zowel de Nederlandse burgers als vluchtelingen met een verblijfstatus aan een woning, zonder dat hier conflicten door ontstaan.

Voorzitter, als we willen dat vluchtelingen in hun eigen regio een veilig en menswaardig onderkomen krijgen en een bestaan kunnen opbouwen, zullen we daar nu in moeten investeren, en wel via een verhoging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Van elke €100 die we hier verdienen, gaat minder dan €0,70 naar ontwikkelingsprojecten die bedoeld zijn om de structurele oorzaken van oorlog en armoede bij de bron aan te pakken. Die bijdrage moet omhoog, maar het kabinet doet op dit moment het omgekeerde door hulpgelden weg te halen uit de regio en het te besteden aan opvang in Nederland onder het motto dat opvang in ons eigen land ook ontwikkelingssamenwerking is.

Voorzitter, in een wereld die steeds meer gebukt gaat onder overconsumptie, klimaatverandering en conflicten, zullen we ons bezig moeten houden met het voorkomen van de vluchtelingenstromen. Het getuigt van grote kortzichtigheid dat dat debat nauwelijks gevoerd wordt. Religieuze verschillen tussen mensen zijn slechts een klein deel van de oorzaak van de problemen. Nauwelijks wordt er in dit Huis gesproken over de reeds al aangetoonde verbanden tussen vluchtelingenstromen en het gebrek aan de meest elementaire behoeften als water en voedsel. En de extreme droogte mede door klimaatverandering. Nauwelijks wordt gesproken over de rol die Nederland speelt bij de destabilisatie van regio’s. De aanzwellende vluchtelingenstromen zouden een wake up call moeten zijn, in plaats een partijpolitieke fittie tussen twee uitgeregeerde regeringspartners. We moeten onze handel en wandel in kwetsbare regio’s onder de loep nemen en ons buitenland- en handelsbeleid drastisch herzien. We zullen moeten erkennen dat wij ons veelal gedragen als gelukszoekers in andere landen en meer consumeren dan de aarde aankan. Laten we onze rol in het destabiliseren van de wereld en het klimaat serieus nemen. Ook in dat kader, voorzitter, ben ik voorts van mening dat er een einde moet komen aan de roofbouw door de bio-industrie. Dank u wel.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor de lunch. Natuurlijk kunnen de leden van het kabinet de lunch ook gebruiken om zich voor te bereiden op hun antwoorden.

De vergadering wordt van 14.11 uur tot 14.47 uur geschorst.

Naar boven