Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 14, item 7

7 Europese top van 15-16 oktober 2015

Aan de orde is de voortzetting van de Europese top van 15-16 oktober 2015 en de opvang van vluchtelingen en asielzoekers. 

De voorzitter:

Aan de orde is de tweede termijn van de zijde van de regering. Ik geef het woord aan de minister-president. 

Minister Rutte:

Voorzitter. Ik kan tegen de heer Roemer zeggen dat wij ons zullen inzetten langs de lijnen die hij schetste. Ik kan tegen de heer Pechtold zeggen dat het pr-beleid van D66 nog aan kracht kan winnen, want het actieplan was mij inderdaad compleet ontgaan. Alle elementen daaruit, zoals de taalrecorder, werden overigens al zichtbaar in het debat. Wij hadden geen idee dat dit onderdeel zou zijn van een uitgebreid actieplan. 

Veel uit het actieplan past in het kabinetsbeleid. Er zitten drie lijnen in. Op al die aspecten ben ik in de eerste termijn al ingegaan. Ik deel met de heer Pechtold in grote lijnen het belang van deze drie sporen, namelijk selectie van echte vluchtelingen, goede opvang in Nederland en oog voor draagvlak, en directe start van integratie. Dat laatste geldt zodra vaststaat dat iemand die status inderdaad heeft. 

Daaronder staan verschillende voorstellen, zoals het selecteren aan de buitengrens. Dat is zonder meer kabinetsbeleid. Op de taalanalyse in Nederland kom ik zo meteen terug aan de hand van de motie van de heer Pechtold op dat punt. Daar wordt althans mede aan gerefereerd. In beginsel ben ik het ook eens met wat de heer Pechtold zegt over de afspraken met gemeenten. De kleinere noodopvangen onderzoeken we. Ik ben het eens met het punt over grote steden. Op de kazernes kom ik zo terug aan de hand van de moties. Het compenseren van gemeenten voor crisisopvang is in ieder geval geregeld voor de GZZA, de Gemeentelijke Zelfzorgarrangementen. Ik ben het eens met de realistische inschatting voor de toekomst. We denken verschillend over het derde spoor, maar ook daar kom ik zo bij de moties nog op terug. Daar wordt voor een deel aan gerefereerd. Er zijn op dat punt verschillen in opvatting. Wat betreft de asielgerechtigden, de statushouders, zijn we het natuurlijk meteen eens, zowel bij het eerste als het tweede punt. Het erkennen van diploma's is ook beleid van het kabinet. Dat delen wij zeer. Het letten op expertise zijn we op dit moment aan het onderzoeken. Het volgende punt roept zorgen op, maar we zijn het zeer eens met de punten die daarna komen, zoals meer woonruimte en meer mensen in één woning plaatsen. Dat laatste punt is al beperkt mogelijk, bijvoorbeeld door de ombouw van kantoren. 

Als ik het zo bekijk, denk ik dat we het toch voor zo'n 60% eens zijn. Op een aantal punten hebben we wel wat verschillen van opvatting. Ik moet erkennen dat er veel uit de hoed van D66 is gekomen. Blijkbaar was men zo druk met het becommentariëren van het kabinetsbeleid dat dit denkwerk daardoor gewoon verloren ging. Zo heb ik het althans begrepen. Dat is zonde en het is goed dat het nu alsnog in het zonnetje is gezet. 

Ik ben het ook eens met de opmerking van de heer Zijlstra van de VVD waar het de combinatie betreft tussen de vormgeving van hotspots en het relocatiebeleid. 

Ik kom dan op de moties. De motie op stuk nr. 1007 is volgens ons overbodig, want wij creëren geen onderscheid. Er zijn nu ook al Nederlanders die bijstand in natura ontvangen. In die zin wordt er nu al onderscheid gemaakt. Dat is niet iets nieuws. Het is wel een soberder arrangement dan de normale bijstand die het overgrote deel van de bijstandsgerechtigden ontvangt. Er is natuurlijk ook thans al een verschil bij statushouders die nog in het azc zitten of in het Gemeentelijk Zelfzorgarrangement. Dat heb ik ook in de eerste termijn al betoogd. Deze eerste motie is naar ons oordeel dus overbodig. Daarmee ontraad ik haar. 

De motie op stuk nr. 1008 van de heer Roemer is daarentegen zonder meer ondersteuning van beleid. De motie moedigt ons op punten ook aan. Het oordeel over de motie laat ik aan de Kamer. 

De heer Roemer en ik hebben het al gehad over de motie op stuk nr. 1009 en over Turkije. Ik acht de motie in deze vorm overbodig, want er zijn reguliere momenten waarop we met Turkije spreken. Het komt ook in het jaarlijkse voortgangsrapport aan de orde. Op dit moment is de discussie met Turkije een veel bredere, waarbij dit element overigens ook weer een rol speelt, maar niet zo pregnant als in die meer gefocuste discussies met Turkije over dit onderwerp. Dus de motie op stuk nr. 1009 ontraad ik. 

Dan kom ik op de motie-Roemer op stuk nr. 1010. Ik vind het onverstandig om een getal te noemen. Ik heb dat al betoogd in eerste termijn in mijn discussies met de heer Klaver. Dus de motie op stuk nr. 1010 ontraad ik. 

De motie-Pechtold op stuk nr. 1011 beschouwen wij als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel daarover aan de Kamer. Wel moeten wij nog even heel goed kijken naar de kwestie van de taalanalyse, maar dat doet niks af aan het eindoordeel. 

De motie op stuk nr. 1012 ontraden wij. Het is nu van belang dat wij echt inzetten op de statushouders. Daar heeft ook minister Asscher van Sociale Zaken aan gerefereerd. Het COA en de azc's hebben het nu al vreselijk druk. Dus ik ontraad de motie op stuk nr. 1012. 

Ik stel voor om de motie op stuk nr. 1013 aan te houden. Er is sprake van een lening. Wij bekijken hoe wij dat praktisch verder kunnen faciliteren, niet zozeer in geld maar ook anderszins. Wij werken dat de komende tijd uit, dus ik zou willen voorstellen die motie aan te houden tot die uitwerking er is. Als die motie niet wordt aangehouden, moet ik haar ontraden, omdat anders te veel de indruk wordt gewekt dat er per se geld bij komt. 

Voor de motie op stuk nr. 1014 geldt: als het nuttig, mogelijk en nodig is, dan doen wij het. Vanuit die gedachte is de motie zoals die er nu ligt overbodig. Daarmee ontraad ik haar. 

De motie op stuk nr. 1015 ontraad ik. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 1016. Mensen mogen altijd na vijf jaar terugkeren, maar dat is niet afdwingbaar. Je moet dan een bestendig verblijfsperspectief krijgen. Dat is ook de EU-richtlijn. Dus de motie op stuk nr. 1016 ontraad ik. 

Ik kom op de motie-Slob c.s. op stuk nr. 1017. Ik ben wat bezorgd in die zin dat wij het woord "soberheid" wat aan het demoniseren zijn. Daarmee demoniseren wij de hele gedachtenis aan Drees ook wat. Dus daar ben ik tegen. Wij vangen menswaardig en rechtvaardig op maar wel op een sobere manier, dus de motie op stuk nr. 1017 ontraad ik. 

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 1018. Ik zou willen voorkomen dat wij een nieuw bureaucratisch traject gaan bouwen naast alle bestaande trajecten. De gemeenten kunnen dit overigens zelf al doen als zij dat willen, dus de motie op stuk nr. 1018 ontraad ik. 

De motie op stuk nr. 1019 is ondersteuning van beleid. Het oordeel daarover laat ik aan de Kamer. Dat geldt ook voor de moties op stuk nrs. 1020 en 1021. 

De motie op stuk nr. 1022 ontraad ik. Mag ik verwijzen naar mijn eerdere reactie in de richting van de heer Bontes? 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Die premier heeft een tempo! Dat kan ik niet bijhouden. 

Minister Rutte:

Ik ben zo blij dat ik weer in Nederland ben dat ik meteen het tempo erin zet om er vol van te genieten. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik begin even bij de motie op stuk nr. 1020. Daarvan zei de premier: ondersteuning beleid. Nou zijn wij nog altijd zo'n ouderwetse partij die het oordeel van het kabinet van belang vindt bij de afweging. Onze gedachte was dat het zo merkwaardig is dat wij dan Rusland gaan aanspreken op zijn aandeel in de aanpak van de vluchtelingenproblematiek. Als het goed begrijp, gaat het om Europese landen die niet tot de EU behoren. Dat zijn landen als Moldavië, weet ik wat voor landen. Is dat de bedoeling? Als het ondersteuning van beleid is, dan is dat voor ons een reden om dat te steunen. 

Minister Rutte:

Hierbij gaat het bijvoorbeeld om omliggende Balkanlanden. Het kan ook gaan over Afrika. De Vallettatop komt eraan in Malta … Oh … Ja, het gaat om Europese landen. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Laat maar. Het is duidelijk. 

Minister Rutte:

Het gaat wel om Europese landen. Israël doet wel mee aan het Eurovisiesongfestival, maar hier ga ik het wel erg oprekken. Maar de Westelijke Balkantop die op 8 oktober plaatsvond in Luxemburg past hier wel in. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Helder. En over de motie op stuk nr. 1021 zei de premier volgens mij: ontraden. 

Minister Rutte:

Ondersteuning beleid. 

De voorzitter:

Oordeel Kamer. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

1021 was ook ondersteuning beleid? 

Minister Rutte:

Ja. 

De voorzitter:

Mijnheer Krol, ziet u af van uw interruptie? 

De heer Krol (50PLUS):

De premier zei uitstekend wat ik ook wilde zeggen: wij hebben een lijstje. 

De voorzitter:

Oké. Dan had ik dat goed geïnterpreteerd. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik neem aan dat de heer Buma zich ook in dat lijstje kan vinden. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat is wel heel snel, mijnheer Krol. Maar ik heb nog een vraag over de motie-Pechtold op stuk nr. 1013. Die gaat over de taalles voor statushouders. 

Minister Rutte:

De motie op stuk nr. 1013 over taalles voor statushouders. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik kan mij wel voorstellen wat de premier zegt, namelijk: wacht even want wij komen met een voorstel en dan kijken wij hoe wij dat financieel doen. Ik kijk nog even naar de indiener, want op zichzelf vind ik dat reëel. Ik zie namelijk ook niet hoe je zomaar weer geld kunt toveren, maar wat hier staat, is wel heel nuttig. Dus ik ben best bereid om … 

Minister Rutte:

Praktisch gaan wij het ondersteunen, alleen qua geld schrik ik hier wat van, omdat hier op zich die lening voor is. 

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan volg ik de premier in die zin dat wij er nu niet op vooruitlopen en geld ter beschikking stellen. Dan steunen wij de motie dus niet, maar dan wacht ik op voorstellen van het kabinet over hoe die taalcursussen wel vormgegeven kunnen worden. 

Minister Rutte:

Daarom was mijn verzoek aan de indiener ook om de motie aan te houden. Als zij niet wordt aangehouden en in stemming wordt gebracht, moet ik haar ontraden. 

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 1022, onder verwijzing naar de discussie die we daarover hebben gevoerd. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 1023. Ik denk, eerlijk gezegd, dat dan de motie op stuk nr. 1021, de motie-Krol over voorlichting, toch beter is. Ik heb gezegd dat die in het kabinetsbeleid past. We moeten vooral een reëel beeld geven van de wijze waarop Nederland opvang biedt. De motie op stuk nr. 1021 dus wel, die op nr. 1023 niet. 

De motie op stuk nr. 1024 ontraad ik. De inzet is om de instroom zo veel mogelijk te beperken, maar we hebben geen absolute maxima. Ik heb wel gesproken over de cap en de relatieve cap, die past in ons idee om te komen tot een relatieve verdeling over Europa volgens de vaste verdeelsleutel. 

De motie op stuk nr. 1025 moet ik ontraden. De situatie is namelijk niet zodanig dat grenscontroles nodig zijn. We hebben wel wat anders nodig, en dat staat ook in de motie. Daarom ben ik het deels ook wel met de motie eens. We hebben intensieve samenwerking met de buurlanden langs de grenzen nodig om mensensmokkel tegen te gaan. We hebben al het Mobiel Toezicht Veiligheid. In deze motie wordt echter gevraagd om de grenscontroles te versterken. Duitsland doet dat overigens nog niet, althans als in de motie wordt verwezen naar de gedachte in Duitsland over opvangkampen aan de grenzen. Alles afwegend zeg ik: er zitten goede elementen in de motie, maar het dictum is te finaal en daarom ontraad ik de motie op stuk nr. 1025. 

Ik meen hiermee alle vragen te hebben beantwoord, voorzitter. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister-president. We gaan vandaag al stemmen. Zo hebben we dat afgesproken. Op dringend verzoek van diverse ambtelijk secretarissen schors ik de vergadering twintig minuten. Daarna gaan we stemmen. 

De vergadering wordt van 18.26 uur tot 18.47 uur geschorst.