Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 15, item 40

40 Begroting Economische Zaken

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: 

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2015 ( 34000-XIII ).

De voorzitter:

Staakt u uw gesprekken. We gaan verder met de tweede termijn van de begrotingsbehandeling van Economische Zaken. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Gesthuizen van de fractie van de SP. Zij heeft een spreektijd van 5 minuten en 22 seconden. 

De algemene beraadslaging wordt hervat. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Hartelijk dank aan de minister voor zijn schriftelijke beantwoording en voor zijn beantwoording in de eerste termijn. Een aantal zaken is mij helder en duidelijk geworden. Een aantal zaken is dat echter nog niet. 

Eerst heb ik twee vragen. De eerste vraag heeft betrekking op de franchise-discussie. Die vraag is eigenlijk of de minister de mening deelt dat een franchisecode wettelijk verankerd zou moeten zijn, onder andere om freeriders te voorkomen en om rechters de mogelijkheid te geven om de code toe te passen. 

Over de discussie die wij even over TenderNed voerden, heb ik ook een vraag. Is de minister bereid om marktpartijen de kans te geven om aan te tonen dat het echt veel goedkoper kan? Om dit pleidooi te onderstrepen heb ik twee moties. Die ga ik nu voorlezen. De eerste gaat zoals gezegd over de franchises. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat franchisenemers en franchisegevers een ongelijke machtspositie hebben, waarbij franchisenemers een achterstandspositie hebben — waaronder een informatieachterstand — en dat dit leidt tot problemen op de franchisemarkt; 

van mening dat deze problemen moeten worden aangepakt door de oorzaak ervan weg te nemen en dat dus de genoemde achterstandspositie van franchisenemers dient te worden verholpen; 

voorts van mening dat de door het Vakcentrum en FANed opgestelde conceptgedragscode een goede voorzet is om tot een oplossing te komen; 

verzoekt de regering, deze conceptgedragscode uiterst serieus te nemen en de Kamer op korte termijn een reactie op het document te doen ontvangen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 19 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat niet alle door TenderNed uitgevoerde taken bij wet verplicht zijn gesteld; 

overwegende dat de wettelijke taken van TenderNed thans bestaan uit het publiceren van aanbestedingen, het voorlichten van het parlement en het voldoen aan de Europese statistiekverplichtingen en dat TenderNed na implementatie van de nieuwe richtlijn ook het faciliteren van digitaal inschrijven mogelijk moet maken; 

constaterende dat door het met behulp van veel belastinggeld gratis aanbieden van diensten door TenderNed, welke diensten al eerder door Nederlandse bedrijven werden aangeboden maar uiteraard tegen betaling, bedrijven een ernstig concurrentienadeel ondervinden; 

voorts constaterende dat TenderNed een factor tien meer kost dan het eerder door het bedrijfsleven geëxploiteerde systeem en dat dit geld, te weten 4,5 miljoen euro, derhalve ten laste komt van de begroting van het ministerie van Economische Zaken en dat ook uit een internationale vergelijking blijkt dat TenderNed ronduit onnodig duur is qua onderhoud en operationele kosten; 

van mening dat het redelijk is om de wettelijk verplichte taken gratis aan te bieden, maar dat het niet redelijk is om overige diensten gratis aan te bieden, aangezien dit enerzijds tot oneerlijke concurrentie leidt en anderzijds tot onredelijk hoge kosten; 

verzoekt de regering, TenderNed vanaf begin 2015 niet langer meer diensten gratis aan te laten bieden dan wettelijk, limitatief verplicht is en er hierbij bovendien voor te zorgen dat TenderNed niet langer buitensporig veel kosten aan operatie en onderhoud maakt, welke ten laste komen van de begroting, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 20 (34000 XIII). 

Fascinerend! 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Sommige zaken moeten uiterst zorgvuldig geformuleerd worden. Dat heb ik in ieder geval wel geleerd in de discussie van het afgelopen jaar. Hier laat ik het bij in de tweede termijn. 

De voorzitter:

We gaan luisteren naar de heer Van Veen van de fractie van de VVD. Hij heeft nog 7 minuten en 48 seconden over, inclusief btw. 

De heer Van Veen (VVD):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden en voor de begroting van Economische Zaken voor het jaar 2015. De minister refereerde er ook al aan: vandaag maakte het CBS bekend dat er in Nederland voor de vijfde maand op rij meer mensen aan het werk zijn gekomen. Het aantal WW-uitkeringen blijft dalen. Zowel in de bouw als in het onderwijs zijn er minder WW-uitkeringen geregistreerd dan vorig jaar. Dat is gewoon goed nieuws, zoals ik ook in mijn eerste termijn al aangaf. 

Je kunt die positieve signalen dan in de wind slaan, ze negeren of bagatelliseren, maar ik ben blij dat deze signalen positief zijn, mensen hoop geven en het consumentenvertrouwen doen toenemen. Het is positief dat onze infra er dus goed op staat en dat alle voorwaarden aanwezig zijn om als ondernemer te profiteren van deze positieve trend. Ik constateer dat de minister in zijn schriftelijke antwoorden een aantal toezeggingen doet. Daar ben ik heel blij om. Ik ben blij te lezen dat vijf niet-bancaire partijen deelnemen aan de BMKB-regeling en ik ga ervan uit dat de minister de Kamer aan het einde van het jaar informeert over het kabinetsbesluit om de regeling definitief open te stellen voor niet-banken. Ook word ik eind 2015 geïnformeerd over de start-up visa om zo start-ups makkelijker naar Nederland te krijgen. 

De toezegging dat begin 2015 een aantrekkelijke website beschikbaar komt voor buitenlandse start-ups komt overeen met de wens van mij en mijn partij. In het debatje dat ik met de minister voerde, hebben we gesproken over ondernemersplein.nl. Die website zou wat ons betreft gewoon in het Engels beschikbaar moeten zijn. Ik hoop dat de minister daar serieus naar wil kijken. 

In de eerste termijn heb ik de minister gevraagd hoe we ondernemers kunnen verleiden om zelf hun Wbso-aanvraag te doen. De minister geeft aan dat er voor 30 miljoen aan innovatiegeld weglekt doordat bedrijven dat op dit moment niet doen. Ook hier ben ik blij met de toezegging dat bij de integratie en het integratieonderzoek over de Wbso en de RDA wordt gekeken hoe we dit nog efficiënter kunnen laten plaatsvinden, hoe we ondernemers duidelijk kunnen maken dat het niet lastig is om die Wbso-aanvraag te doen en dat men zelf geld laat liggen wanneer men de aanvraag niet zelf indient. 

Ik kijk ook uit naar de financieringsdesk die op dit moment door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wordt opgesteld. Als op deze wijze het versnipperde aanbod kan worden gecentraliseerd, zetten we weer een stap naar verdere transparantie en effectiviteit van de mkb-financiering. 

Over de sectorplannen heb ik nog een aanvullende vraag aan de minister. Is de minister wel aangehaakt bij de uiteindelijke toekenning en besteding van de SZW-gelden? 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik heb een vraag over de financiering. De RVO wordt door de heer Van Veen bestempeld als de plek waar ondernemers terecht zouden kunnen. We hebben toch juist met zijn allen het ondernemersplein opgericht om die ondernemer op één plek en via dat ene loket toegang tot de overheid te geven? Is de VVD dat met mij eens? 

De heer Van Veen (VVD):

Ik refereer aan het antwoord van de minister op een van mijn vragen. Volgens mij kan straks nog steeds via het ondernemersplein aangesloten worden bij de voorlichting vanuit de RVO. 

We gaan in vele opzichten een spannend economisch jaar tegemoet. De signalen staan op groen en het herstel moet nu dan wel definitief gaan doorzetten. Het consumentenvertrouwen, de export en de consumptieve bestedingen zullen en moeten zorgen voor groei in de werkgelegenheid. 

De voorzitter:

Dank u wel. U hebt vier minuten over. Ik geef het woord aan mevrouw Agnes Mulder van de fractie van het CDA. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Allereerst dank ik de minister en zijn mensen voor de beantwoording, die ook in de schriftelijke versie vrij uitgebreid was. Dank daarvoor dus. Wij hebben drie moties, waarvan twee over regeldruk en één over mobiel bereik van 112. Ik heb daarna nog een paar openstaande punten. Ik begin met de eerste motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat tienduizenden mensen in zowel steden, grensgebieden als buitengebieden met hun mobiele telefoon niet naar alarmnummer 112 kunnen bellen; 

constaterende dat TNO en Agentschap Telecom een onderzoek doen naar het in kaart brengen van waar men buitenshuis goed, nauwelijks of niet kan bellen naar 112 met de mobiele telefoon; 

overwegende dat het in kaart brengen van de technische mogelijkheden en de kosten voor het verzorgen van meer of volledige mobiele dekking in Nederland nodig is om te kunnen bepalen welke maatregelen genomen moeten worden om het probleem op te lossen; 

verzoekt de regering, een aanvullend onderzoek te doen naar de technische mogelijkheden en de kosten voor het verzorgen van meer of volledige mobiele dekking in Nederland en het bestaande onderzoek van TNO en Agentschap Telecom hierbij te betrekken, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 21 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de regeldruk voor inwoners, ondernemers en professionals daadwerkelijk en merkbaar moet worden verminderd; 

overwegende dat alleen het ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk is voor de kabinetsdoelstelling; 

overwegende dat de minister van Economische Zaken geen doorzettingsmacht heeft wanneer collega-ministers onvoldoende vaart maken met het verminderen van de regeldruk; 

verzoekt de regering om elk ministerie zelf verantwoordelijk te maken voor de aanpak van de regeldruk op hun departement met bijbehorende kwantitatieve doelstelling per ministerie, waarbij de minister van Economische Zaken een coördinerende taak krijgt met doorzettingsmacht; 

verzoekt de regering tevens om elk jaar per ministerie in één overzicht de daadwerkelijke vermeerdering of vermindering regeldruk te rapporteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 22 (34000-XIII). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dan nog een motie over regelhulpen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat regelgeving nog onnodig complex is vanuit het perspectief van ondernemers; 

overwegende dat met behulp van slimme ICT-hulpmiddelen kleine en middelgrote ondernemingen beter geïnformeerd worden over de praktische toepassing van regelgeving; 

overwegende dat regelhulpen wetgeving begrijpelijker maken, wat kan leiden tot betere naleving en lagere toezichtslasten; 

verzoekt de regering om voor het kerstreces met voorstellen te komen over welke branche-overstijgende regelhulpen de regering zal maken in 2015 en ook in beheer zal nemen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 23 (34000 XIII). 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dan kom ik op de openstaande punten, waaronder de Garantieregeling Scheepsbouwfinanciering. Wij vinden het goed dat EZ nader met de sector en de banken gaat overleggen over de regeling en mogelijke aanpassingen. Onze concrete vraag is wanneer de minister resultaat op dit vlak verwacht. 

Over de fiscaliteit bij bedrijfsoverdrachten lezen we in het antwoord van de minister dat het onderzoek vertraging heeft opgelopen. We zouden de onderzoeksresultaten al voor de zomer ontvangen, maar nu blijkt pas bij de begroting dat er vertraging is. Waarom informeert de minister de Kamer hier nu pas over? Of hebben wij iets gemist? Graag hoor ik een reactie van de minister en de datum waarop wij dit wel mogen verwachten. 

Mijn laatste punt is de KvK en de financiering. Ik had het er net al even over tegen mijn collega van de VVD. We vinden het heel erg goed dat de minister meeneemt dat het ene loket voor ondernemers ook echt goed toegankelijk wordt, en dat dit het ondernemersplein is. 

De voorzitter:

Dank u wel. U bent wederom perfect op tijd. U hebt daar een talent voor. Ik geef het woord aan de heer Jan Vos van de fractie van de PvdA. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie bedankt de minister voor de uitgebreide beantwoording, schriftelijk al, maar zojuist ook mondeling hier in de Kamer. We hebben in de eerste termijn gepleit voor de uitvoering van het motto van het kabinet: werk. Dat is zo belangrijk voor de bevolking van Nederland. Vandaag werden de nieuwe cijfers van het CBS bekend. Het ging daarin om 628.000 werkzoekenden. Wij vinden dat veel te veel. De PvdA heeft in haar beginselprogramma staan dat volledige werkgelegenheid uitgangspunt zou moeten zijn voor dit mooie land. Daarom hebben wij nog één motie. 

Voor ik die motie oplees, zou ik de minister kort willen vragen in te gaan op de kredietverlening aan bedrijven. Die is heel belangrijk voor de groei. Dat hebben we vandaag ook besproken. Zijn antwoord heeft mij nog niet geheel overtuigd. Het gaat er dan met name om dat wij in Nederland in de honorering van de kredieten zo sterk afwijken van landen in Zuid-Europa, waar het economisch veel minder gaat. Ik kan mij niet voorstellen dat daar geen verbetering in mogelijk is. Ik kondig ook alvast aan dat ik de minister op dit punt nauwlettend zal blijven volgen. 

Ik kom dan bij de motie over meer werk en banen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de werkloosheid met 628.000 werkzoekenden nog steeds veel te hoog is; 

overwegende dat volledige werkgelegenheid nog steeds uitgangspunt is van het kabinetsbeleid; 

overwegende dat meer werk de kerntaak zou moeten zijn voor de resterende kabinetsperiode tot 2017; 

verzoekt de regering, alles uit de kast te halen om zo veel mogelijk banen te (laten) creëren; 

verzoekt de regering tevens, te bevorderen dat het energieakkoord volledig wordt uitgevoerd, zodat 15.000 extra banen ontstaan; 

verzoekt de regering voorts, de onderbenutting van de garantieregelingen zoals BMKB en GO op te heffen, zodat meer kredieten kunnen worden verstrekt; 

verzoekt de regering eveneens, om ingewikkelde regelingen zoals het energiebesparingsfonds drastisch te vereenvoudigen, zodat deze daadwerkelijk gebruikt gaan worden; 

verzoekt de regering verder om te bevorderen dat beklemd vermogen, zoals bij de provincies en de pensioenfondsen, wordt geactiveerd via NII en NHI, en mogelijk op andere manieren; 

verzoekt de regering ten slotte om het bovenstaande prioriteit te geven en in 2015 te realiseren, en om over de voortgang in de begroting van 2016 te rapporteren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 24 (34000 XIII). 

De voorzitter:

Die d'tjes en t'tjes blijven toch lastig. Ik geef het woord aan de heer Öztürk van de PvdA. Hij heeft 2 minuten en 45 seconden. 

De heer Öztürk (PvdA):

Voorzitter. Gezien de tijd zal ik direct mijn moties voorlezen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de ambachtseconomie, een sector met enige tientallen kleinschalige branches, waarin ca. 800.000 mensen werkzaam zijn, van groot belang is voor de Nederlandse economie; 

constaterende dat het hier voor een groot deel om kb'ers (kleinbedrijf) en zzp'ers gaat, die veel baat hebben bij specifieke data en kennis over de ambachten, en dat deze branche-informatie dreigt te verdwijnen omdat iedere branche op zichzelf te klein is om dit intact te houden; 

van oordeel dat het van belang is dat specifieke branche-informatie over de ambachten intact blijft en onderhouden moet worden ten behoeve van onder meer goede onderbouwing van kredietaanvragen; 

verzoekt de regering, data voor en over ambachtsbranches te behouden en periodiek te updaten; 

verzoekt de regering tevens, daartoe in overleg te gaan met (vertegenwoordigers dan wel samenwerkingsverbanden van) de brancheorganisaties en overige kenniscentra op het gebied van ambachten om specifieke behoeften en de invulling daarvan te inventariseren en daarover aan de Kamer te rapporteren voor het einde van het jaar, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 25 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat, volgens onderzoek uit 2011, mislukte bedrijfsoverdrachten leiden tot een verlies van naar schatting 50.000 banen, 3 miljard aan omzet en meer dan 1 miljard euro aan kapitaal; 

constaterende dat onderzoek van Panteia van 2013 aangeeft dat het aantal succesvolle overdrachten in Nederland slechts ongeveer de helft is van het gemiddelde in de EU en de OESO, en het niveau van beleidsondersteuning in Nederland relatief laag is; 

constaterende dat 25% van de bedrijven sluit zonder opvolging, omdat om diverse redenen er geen opvolger gevonden kan worden, terwijl er heel veel mensen een eigen bedrijf willen beginnen en/of willen overnemen; 

overwegende dat er dus een mismatch is tussen vraag en aanbod, met name bij de kleinere overnemingen; 

verzoekt de regering, aan de hand daarvan een kwantificeerbare doelstelling te formuleren, waarbij het verlies veroorzaakt door mislukte bedrijfsovernames binnen een aantal jaren substantieel wordt gereduceerd, tenminste 10% in 2016; 

verzoekt de regering tevens, daarbij niet alleen gebruik te maken van de module op Ondernemersplein.nl, maar ook van andere mogelijkheden van de Kamer van Koophandel, de RVO, en TenderNed, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Öztürk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 26 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat: 

de maakindustrie van groot belang is voor de Nederlandse economie en een grote bijdrage kan leveren aan de export en werkgelegenheid; 

veel kansen voor circulaire economie onbenut blijven en ondernemers meer gebruik kunnen maken van secundaire grondstoffen; 

verzoekt de regering: 

  • -te komen met een Actieplan Maakindustrie en hierbij ook de kansen voor de circulaire economie te benutten; 

  • -te onderzoeken of een deel van de innovatiemiddelen en MKB-budgetten en garanties ingezet kunnen worden voor ondernemers in de maakindustrie, waaronder voor ondernemers die de transitie naar de circulaire economie willen maken; 

  • -te onderzoeken of hiervoor ook andere middelen kunnen worden ingezet, waaronder de middelen van SZW, zoals de sectorplannen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Öztürk en Cegerek. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 27 (34000-XIII). 

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het energieakkoord zorgt voor lastenverzwaring bij zowel burgers als bedrijven; 

voorts constaterende dat het energieakkoord de koopkracht vermindert waardoor ondernemers dubbel worden getroffen; 

verzoekt de regering, het energieakkoord van tafel te vegen en over te gaan tot lastenverlichting voor burgers en bedrijven, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Graus en Klever. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 28 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat uit de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de Nederlandse regering er niet in slaagt de economie te stimuleren; 

voorts constaterende dat er grote regionale ongelijkheid, lasten-, accijns- en belastingongelijkheid bestaat in de interne Europese markt; 

verzoekt de regering, tot verlaging van accijnzen, btw-, inkomsten- en vennootschapsbelasting, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 29 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de mainports Schiphol en de Rotterdamse haven, bouwvakkers, vrachtwagenchauffeurs, schippers et cetera, steeds vaker de dupe worden van oneerlijke concurrentie vanuit de interne Europese markt; 

verzoekt de regering, het nationale belang boven dat van de EU te stellen, valse concurrentie uit de interne markt te voorkomen en alle mogelijkheden te benutten om de soevereiniteit van de Nederlandse bevolking te waarborgen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 30 (34000-XIII). 

De heer Graus (PVV):

Dat zijn de teksten, mijnheer de voorzitter. Dat hebben de Nederlanders nodig. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat banken hun oorspronkelijke taken niet tot onvoldoende uitvoeren; 

verzoekt de regering, de mogelijkheden tot oprichting van een staatsspaarbank te onderzoeken, waarbij spaargelden worden beheerd tegen marktconforme tarieven, kredieten worden verleend aan ondernemers en waarmee mogelijk de staatsschuld kan worden verminderd, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 31 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe de in Nederland geproduceerde mini "Born in Born" zo veel als mogelijk kan worden ingezet als (rijks)overheidsauto, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 32 (34000-XIII). 

De heer Graus (PVV):

Misschien wil de minister van Economische Zaken zelf het goede voorbeeld geven door in een mini te gaan rijden. Misschien kan de Kamervoorzitter dat ook doen. We kunnen daar wel om lachen, maar je zou eens moeten kijken naar de wijze waarop in Frankrijk en Italië wordt omgegaan met de eigen auto's, met de auto's die daar geproduceerd worden. We mogen ook weleens wat meer patriottisme tonen en wat chauvinistischer worden. Daar is niets mis mee. 

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat ondernemers de weg naar de grote hoeveelheid overheidsregelingen nog onvoldoende weten te vinden, waardoor veel regelingen onderbenut zijn; 

constaterende dat er in het Verenigd Koninkrijk goede ervaringen zijn met de British Business Bank om ondernemers bekend te maken met overheidsregelingen teneinde het gebruik ervan te bevorderen; 

verzoekt de regering, de British Business Bank te zien als een inspiratiebron voor de manier waarop Nederlandse ondernemers in de financiering van hun eigen vermogen en vreemd vermogen kunnen worden voorzien, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Verhoeven en Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 33 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het programma voor Small Business Innovation Research (SBIR) een zeer succesvolle methode is om innovatie te stimuleren bij start-ups en het mkb; 

constaterende dat het SBIR-programma niet alleen voor start-ups toegankelijk is, maar ook voor grote bedrijven; 

verzoekt de regering, het SBIR-programma alleen toegankelijk te maken voor start-ups en het mkb, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Verhoeven, Gesthuizen, Ouwehand, Agnes Mulder, Dijkgraaf, Schouten en Van Tongeren. 

Zij krijgt nr. 34 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat het programma voor Small Innovation Research (SBIR) een zeer succesvolle methode is om innovatie te stimuleren bij start-ups en het mkb; 

constaterende dat het kabinet samen met kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en medeoverheden in 2015 een wetenschapsagenda opstelt; 

verzoekt de regering, jaarlijks op alle uitdagende thema's die benoemd zullen worden door de wetenschapsagenda een SBIR-traject uit te schrijven, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Verhoeven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 35 (34000-XIII). 

De heer Verhoeven (D66):

Ik sluit af met een paar mooie woorden, want ik heb nog een minuut en ik weet, voorzitter, dat u het prettig vindt als ik die ook helemaal vol praat. Ik ben blij met de antwoorden van de minister. Ik dank hem voor bijvoorbeeld het oppakken van de moderniseringsoperatie van wetten. Ik dank hem ook voor de aanpak om één definitie vast te stellen opdat de Kamer, dankzij het gebruik van deze ene definitie, die ook door alle ministeries wordt gebruikt, meer grip kan krijgen op innovatie. Ik dank ook de VVD en de PvdA voor het feit dat zij met een amendement het SBIR-programma meer leven gaan inblazen door hier meer geld voor uit te trekken. De coalitie helpt hiermee een oppositieplan aan een meerderheid. Dat is een noviteit in de Kamer. Dat mag ook weleens gezegd worden. 

Over de SBIR-regeling heb ik twee moties ingediend, omdat wij echt graag willen dat deze alleen voor kleine ondernemers en het innovatieve mkb is en niet voor grote bedrijven als Philips; die hebben immers al genoeg uit de pot van andere fiscale regelingen gehaald. De British Business Bank getuigt van een Britse inslag, waar wij dit jaar voor hebben gekozen bij het behandelen van de EZ-begroting. Ik wens de minister veel succes. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Mijn eerste motie gaat over de grensregio's. De minister heeft aangegeven dat INTERREG daar al mogelijkheden voor biedt, maar wij willen ook graag een beleidsagenda van EZ op dit punt. Daarom dien ik de volgende motie in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat grensregio's kunnen veranderen in groeiregio's wanneer grensbarrières voor de economie en de arbeidsmarkt worden weggenomen, bijvoorbeeld door wederzijdse erkenning van diploma's en het eenvoudiger maken van solliciteren en stage lopen over de grens; 

overwegende dat ondernemerschap verder kan worden gestimuleerd door regionale handelsmissies, zodat Nederlandse bedrijven meer orders uit het buitenland kunnen halen; 

verzoekt de regering, samen met de grensregio's een economische agenda voor de grensregio's op te stellen, met daarin voorstellen om ondernemerschap te stimuleren, de belemmeringen in wet- en regelgeving voor de arbeidsmarkt en de economie weg te nemen en de Kamer hierover in het voorjaar van 2015 te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 36 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat het aantal klachten over aanbestedingsprocedures bij de Commissie van Aanbestedingsexperts fors is gegroeid; 

overwegende dat klachten met een kritieke termijn voorrang krijgen, maar dat andere klachten vertraging oplopen; 

van mening dat een snelle, deskundige, zorgvuldige en laagdrempelige klachtenbehandeling van groot belang is, ook om te voorkomen dat ondernemers of aanbestedende diensten naar de rechter moeten stappen; 

verzoekt de regering, snelle en laagdrempelige toegang tot onafhankelijk advies bij de Commissie van Aanbestedingsexperts te waarborgen en zo nodig extra financiële middelen in te zetten om de capaciteit te kunnen uitbreiden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Schouten en Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 37 (34000-XIII). 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik wil ten slotte vragen of de minister in de evaluatie van de aanbestedingswetten extra aandacht kan besteden aan de mogelijkheid om de lasten van de EMVI-criteria voor de ondernemers te verminderen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. De minister begon vrij jubelend over het aantrekken van de economie. GroenLinks vraagt zich dan altijd af: welk percentage daarvan is inderdaad groene groei en bij welk percentage verdienen wij ons geld met verdere milieuvervuiling en het minder gezond maken van onze eigen leefomgeving? 

Ik was blij met de reactie van de minister op een aantal van onze voorstellen over de deeleconomie. GroenLinks denkt dat de deeleconomie echt een wezenlijk verschil kan maken. Het is zowel een groeiende economie, maar dan met een andere definitie, als een economie waar onze leefomgeving niet onder te lijden heeft. Ik heb op dat punt straks een aantal moties, maar ik heb ook nog een paar vragen. 

Ik heb ontdekt dat er een green deal autodelen is. Ik wil graag weten hoe het daarmee staat. Ik kan me voorstellen dat de minister die informatie nu niet paraat heeft, dus hij mag dat ook later in een brief aangeven. 

Ik ben blij met de toezegging dat de minister gaat praten met de ACM, maar ik wil heel graag dat er een advies gevraagd wordt. Ik kom met een motie op dat punt. Dan horen we straks wel hoe de minister daartegen aankijkt. 

Ik ben erg blij dat de minister gaat praten over het verzekeren. Het is niet alleen het verzekeren van je auto of je logeerkamer, die dan een hotelkamer wordt, maar het is bijvoorbeeld ook de kok die tegen kostprijs een maaltijd maakt. Hoe zit het met zijn aansprakelijkheid? Of je deelt je auto, en hoe zit het dan met de no-claimkorting bij je verzekering? Er zitten dus nog meer aspecten aan dan alleen het product kunnen verzekeren. 

Ik heb contact gehad met de SER over de mogelijkheid om in een advies mee te nemen welk effect een deeleconomie die echt tot bloei komt, op de arbeidsmarkt zou hebben. De SER gaf aan dat dit aspect het beste kan worden meegenomen in een advies dat hij toch al aan het schrijven is over de circulaire economie. Ik wil op dat punt ook een motie indienen. Ik hoor dan wel wat de minister daarvan vindt. 

Een volgend punt is het innovatiegeld. Fijn dat de minister toezegt dat hij gaat proberen om een globaal inzicht te geven in hoeveel daarvan duurzaam is. Wij zouden het nog meer op prijs stellen als daarover in de bedrijvenmonitor ook een paragraafje kan worden opgenomen. Ik kom met een motie over een duurzaamheidstoets. Ik wil dat het kaderbesluit van EZ om subsidies uit te delen aan een stevige toets wordt onderworpen. Het zal de minister ten slotte niet verbazen dat ik een verzoek heb over schaliegas. We willen dat daar geen innovatiegeld meer naartoe gaat. 

Ik lees mijn moties voor. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de deeleconomie veel kansen biedt voor lokale initiatieven; 

overwegende dat grote platformen voor de deeleconomie uit kunnen groeien tot monopolies door overstapdrempels op te werpen; 

verzoekt de regering, advies te vragen aan de Autoriteit Consument & Markt hoe kan worden gezorgd voor een goede toegang voor allen op de deeleconomiemarkt, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 38 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de opkomst van de deeleconomie substantiële invloed heeft op de arbeidsmarkt; 

overwegende dat de overheid moet anticiperen op de opkomst van de deeleconomie; 

verzoekt de regering, een arbeidsmarktverkenning naar de deeleconomie te laten uitvoeren, bijvoorbeeld door de Sociaal-Economische Raad te vragen, dit mee te nemen in de al aangevraagde studie naar de circulaire economie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 39 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat in het EZ-kaderbesluit een bepaling is opgenomen dat een subsidieregeling alleen wordt vastgesteld indien de subsidiabele activiteiten tevens op enigerlei wijze bijdragen aan een aspect van duurzaamheid; 

overwegende dat volgens de Bedrijvenmonitor slechts een beperkt deel van de innovatiesubsidies bijdragen aan vergroening van de economie; 

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe het aandeel innovatiesubsidies dat bijdraagt aan de verduurzaming vergroot kan worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 40 (34000-XIII). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er een mogelijkheid is om innovatiesubsidies te weigeren indien zij een inbreuk maken op de economische, ecologische of sociale dimensie van duurzaamheid; 

constaterende dat er innovatiegeld van de Topsector Energie is uitgekeerd om de toekomstige winning van schaliegas te bevorderen; 

verzoekt de regering, geen innovatiesubsidies meer beschikbaar te stellen die de winning van schaliegas of ander conventioneel gas bevorderen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 41 (34000-XIII). 

Wij zitten op 23 moties. Het woord is aan de heer Dijkgraaf van de fractie van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Hij heeft zo te zien slechts één motie. De heer Dijkgraaf heeft twee minuten spreektijd. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ik heb inderdaad één motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat grote bedrijven regelmatig wettelijke betalingstermijnen ver overschrijden; 

overwegende dat leveranciers zelf handhaving van de wettelijke betalingstermijnen af moeten dwingen, terwijl zij afhankelijk kunnen zijn van grote afnemers; 

verzoekt de regering, te bezien welke rol de Nederlandse Mededingingsautoriteit kan spelen bij het aanpakken van ongewenste overschrijding van wettelijke betalingstermijnen voor transacties tussen bedrijven onderling, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkgraaf, Schouten, Verhoeven, Graus, Van Tongeren, Gesthuizen, Agnes Mulder en Ouwehand. 

Zij krijgt nr. 42 (34000-XIII). 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb deze motie ingediend. De minister heeft in de schriftelijke beantwoording verwezen naar de pilot eerlijke handelspraktijken die loopt. Dat is een goede pilot, veel breder dan alleen dit punt. De kwestie is wel dat die pilot pas eind volgend jaar komt. De kleine bedrijven hebben acuut een probleem. Ik heb de motie welbewust zo breed geformuleerd dat de minister nog zijn handen vrij heeft. Gezien de brede ondertekening hoop ik daarom op een positief oordeel van deze minister, die ik verder hartelijk dank voor zijn antwoord. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb een voorstel. Dat noemen we hier een motie, die luidt als volgt. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat oneindige economische groei op een eindige planeet onmogelijk is; 

constaterende dat onze huidige productie en consumptie de draagkracht van de aarde al ver overschrijdt; 

komt tot het inzicht dat "groene groei" een illusie is, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 43 (34000-XIII). 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik dank de minister voor het leuke rock-and-rolldebatje dat we hebben gehad. Ik heb hem inderdaad in mijn eerste termijn drie cd's gegeven van Nederlandse bands die ofwel getourd hebben of nu aan het touren zijn. Ze steken er verreweg het meeste van hun eigen geld in, als ze dat al kunnen ophoesten, maar als we het budgetje dat we beschikbaar hebben voor de export van onze talentvolle muzikanten of in elk geval van hun producten inzetten, dan doen we het goed. We gaan dat volgen. De minister is morgen op Amsterdam Dance Event. Ik ben daar ook. Ik ben erg benieuwd naar het panel. Er worden wat festivals georganiseerd die een bijdrage zouden kunnen leveren en de minister neemt het voortouw bij een werkbezoek waarbij Kamerleden zouden kunnen zien hoe de creatieve industrie als topsector de middelen besteedt. 

De minister heeft me ook wel een beetje uitgedaagd, want hij zei: ik hoop dat als ik maar zeg dat ik deze cd'tjes niet goed vind, ik er volgend jaar negen krijg. Ik heb er nog één, van een jong bandje uit Overijssel dat op het punt staat om in Canada te gaan touren. Als de minister belooft zijn best te doen, krijgt hij deze CD nu ook. Ik vind het helemaal niet erg om volgend jaar met tien cd's aan te komen, want platenzaken kunnen ook wel wat omzet gebruiken, toch? Hier is de laatste van de Paceshifters en dan horen we alle recensies nog. 

De voorzitter:

De bode neemt deze CD in ontvangst en zal die overhandigen aan de minister. Wij wensen hem er veel succes bij. We hebben inmiddels 25 moties. De minister heeft even tijd nodig, niet alleen voor het beluisteren van de cd's, maar ook voor het beoordelen van de moties. 

De vergadering wordt van 21.27 uur tot 21.45 uur geschorst. 

De voorzitter:

Het woord is aan de minister. Hij zal straks de moties bespreken. Het zijn er 25. Ik vraag de minister, dit kort en bondig te doen. Ik sta één enkele vraag toe van de indieners, maar alleen van de eerste indiener. 

Minister Kamp:

Voorzitter. Laat ik eerst een paar vragen beantwoorden die zijn gesteld. Mevrouw Mulder vroeg naar het onderzoek naar de fiscaliteit van bedrijfsoverdracht. Zij zei: je had allang met het onderzoek moeten komen en je hebt de Kamer niet geïnformeerd dat je er later mee bent. Mevrouw Mulder heeft gelijk. Het spijt mij dat het zo is gegaan. Wij hebben wel geïnformeerd, maar bij vergissing alleen de Eerste Kamer. Die is door de staatssecretaris van Financiën geïnformeerd dat de vertraging is ontstaan als gevolg van het niet beschikbaar zijn van afgeschermde gegevens. het gaat namelijk om gegevens van de Belastingdienst, waaraan namen zijn gekoppeld. Die namen moesten eraf. Daarvoor moest een bepaalde manier van bewerken worden gevonden. Dat is moeizaam tot stand gekomen. Inmiddels zijn wij met de Belastingdienst tot een oplossing gekomen en hebben wij de zaak inhoudelijk afgerond. Ik verwacht dat ik de Kamer medio november kan informeren, niet alleen over het onderzoek, maar ook over mijn conclusies. Mevrouw Mulder heeft echter gelijk wat betreft de vertraging. Het is ook juist dat de Tweede Kamer niet is geïnformeerd. Het spijt mij dat dit niet is gebeurd. 

Mevrouw Mulder heeft ook gevraagd naar de Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering. Zij vraag zich af wanneer het resultaat van het overleg dat plaatsvindt naar de Kamer komt. Het zit zo in elkaar. De maritieme brancheorganisatie NMT heeft een tussentijdse evaluatie uitgevoerd: waarom wordt de garantieregeling weinig gebruikt? Ik heb die evaluatie eind september gekregen. Men heeft mij gevraagd om de regeling te continueren, maar wel een overleg tussen banken, overheid en werven te organiseren. Dat zal ik de komende maanden gaan doen. Ik zal de Kamer binnen enkele weken per brief over de procedure informeren. Dat loopt iets langer, omdat ik na het reces van de Kamer zelf twee weken in het buitenland ben. Ik moet even bezien hoe ik het precies doe, maar in de komende paar weken ga ik de Kamer over de procedure informeren. In het voorjaar zullen wij de Kamer ook over de resultaten informeren. Ik streef naar het vroege voorjaar. 

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd of de franchisecode wettelijk moet worden verankerd. Liever niet, zeg ik; hoe minder wetten, hoe beter. Wij zijn daar allemaal mee bezig, ook vandaag weer; deregulering en zo. Ik vind wel dat die code — die moet er nog komen — als die er eenmaal is, moet worden toegepast. Wij zullen dat gaan volgen. Als blijkt dat het niet goed gaat, komt de wettelijke verankering aan de orde. Eerst moet die code er komen. Dan moet die worden toegepast en dat moeten wij monitoren. Gaat het mis, dan zullen wij zo nodig tot wettelijke verankering overgaan. 

Mevrouw Gesthuizen heeft ook gevraagd of de marktpartijen die betrokken zijn bij TenderNed mogen aantonen dat het goedkoper kan. Het antwoord is nee, want dit is gewoon een onderdeel van de rijksoverheid. Wij voeren een taak uit die wij moeten uitvoeren. Dat doen wij op een redelijke manier, zoals ook uit het onderzoek van de auditdienst is gebleken. Ik heb daar verder niets meer mee te doen. Ik ga er gewoon mee door zoals het nu gaat. Het is een nette manier, in overeenstemming met de Europese richtlijn en in overeenstemming met de wet. Wij voeren een eigen overheidstaak uit. Daar is verder niets mis mee, dus ik blijf het zo doen. 

De heer Van Veen vroeg zich af of het ministerie van Economische Zaken — en in het bijzonder ikzelf — is aangehaakt bij de sectorplannen, als er een subsidie wordt toegekend door Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dat is het geval. Dat hebben wij georganiseerd via de groep die met het techniekpact bezig is. Wij hebben een groep mensen van EZ, OCW en SZW die met het techniekpact bezig zijn. Op die manier worden behalve SZW ook OCW en EZ bij deze subsidietoezeggingen betrokken. 

Mevrouw Schouten vroeg of wij bij de evaluatie van de Aanbestedingswet extra aandacht willen besteden aan de EMVI-criteria. Ik ben van plan om dat te doen, zeg ik mevrouw Schouten toe. 

Mevrouw Van Tongeren vroeg hoe het zit met de green deal die er volgens haar is voor het delen van auto's. Ik heb dat zo gauw niet kunnen achterhalen, maar ik zal in een volgende schriftelijke communicatie met de Kamer daarop terugkomen. 

Ik geloof dat dit de vragen waren die ik nog te beantwoorden had. Dan ga ik nu naar de moties toe. Ik begin bij de eerste motie van mevrouw Gesthuizen, de motie op stuk nr. 19. Die gaat over de franchisenemers en de franchisegevers. Mevrouw Gesthuizen zegt dat het door het VAKcentrum en FANed opgestelde gedragscode een goede voorzet is om te komen tot een oplossing, dat we die uiterst serieus moeten nemen en dat ik de Kamer op korte termijn een reactie op dat document moet laten toekomen. Dat was ik niet van plan, omdat dit partijen zijn die vanuit hun eigen invalshoek iets geschreven hebben. Wat we nu aan het doen zijn met de schrijfgroep, is proberen om vanuit alle invalshoeken gezamenlijk tot een document te komen. Als dan een van de partijen al van tevoren gaat zeggen: dit is onze gedragscode, dan draagt dat niet bij aan een oplossing. Ik vind het beter dat ze hun creativiteit inbrengen in de schrijfgroep en vervolgens niet alleen van anderen verwachten dat die naar hen luisteren, maar ook dat ze bereid zijn om zelf ook naar anderen te luisteren. Op die manier kunnen we tot een gedragscode komen. Het gaat allemaal niet zo gemakkelijk, moet ik zeggen. Wat hier nu gedaan wordt met een concept-gedragscode met een eenzijdige achtergrond, is ook geen goede bijdrage aan de oplossing. Ik heb liever dat de Kamer even pas op de plaats maakt en mij de gelegenheid geeft om via die schrijfgroep te proberen eruit te komen, waar ik erg mijn best voor doe. Ik wil graag dat de Kamer het resultaat daarvan afwacht. Dat moet evenwichtig worden. Ik geef mevrouw Gesthuizen dan ook in overweging om deze motie in te trekken. 

In haar motie op stuk nr. 20 schrijft mevrouw Gesthuizen een paar dingen over TenderNed die niet onjuist zijn. Ze schrijft echter ook een paar dingen die ik niet voor mijn rekening kan nemen: dat bedrijven ernstig concurrentienadeel ondervinden, dat het tien keer zo veel kost als wanneer de bedrijven dat doen, dat het allemaal onnodig duur is, dat er buitensporig veel kosten gemaakt worden voor operatie en onderhoud. Een motie waarin dat zo geformuleerd is, staat echt haaks op wat ik geformuleerd heb. Om die reden ontraad ik de motie-Gesthuizen op stuk nr. 20. 

Dan kom ik bij de motie-Mulder/Gesthuizen op stuk nr. 21, waarin de regering wordt gevraagd om een aanvullend onderzoek te doen naar de technische mogelijkheden om te komen tot meer of volledige mobiele dekking in Nederland, en om daar ook het bestaande onderzoek van TNO en het Agentschap Telecom bij te betrekken. Ik heb eerder, eveneens op aandringen van mevrouw Mulder, gezegd dat er een onderzoek komt om te bezien hoe het nu technisch in elkaar zit. Waar zitten de gaten? Nu vraagt zij meer. Ze zegt: als je dat weet, ga dan ook kijken wat de mogelijke oplossingsrichtingen zijn en geef ook al een indicatie van de kosten. Ik vind die vraag van mevrouw Mulder wel logisch, maar ik heb daar meer tijd voor nodig. Ik was van plan om in december al met het eerste onderzoek te komen, maar nu mevrouw Mulder die andere aspecten ook vraagt, zeg ik tegen haar dat ik bereid ben om dit te doen, maar dat het dan pas in het voorjaar naar de Kamer komt. Als dat voor haar geen probleem is, laat ik het oordeel over die motie over aan de Kamer. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Komen dan beide onderzoeken in één keer naar de Kamer in het voorjaar? Of is het denkbaar dat het ene onderzoek, dat al bijna klaar is, in december komt en het vervolg dan in het najaar? 

Minister Kamp:

Nee, ik wil het hele pakket graag doen. Zodra ik weet wat de gaten zijn, kijk ik naar de oplossingsrichtingen, kijk ik naar de kosten en maak ik daar één pakket van, dat ik aan de Kamer doe toekomen. Het is mijn verantwoordelijkheid om te besturen. Het is de uwe om mij te controleren. Als ik al mijn tussenstappen bij de Kamer op het bord leg, dan mengen we dat door elkaar. Dat is niet goed. Ik kom in het voorjaar met het hele pakket. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik dank de minister voor deze toezegging. 

De voorzitter:

Is het oordeel Kamer, minister? 

Minister Kamp:

Ja, oordeel Kamer. 

De voorzitter:

Ik sta alleen vragen toe aan de eerste indiener van elke motie, mevrouw Gesthuizen. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Zeker, voorzitter. Ik heb een vraag over de tweede motie van mijn hand, de motie op stuk nr. 20. 

De voorzitter:

Dan bent u een tikje laat, maar vooruit maar. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Zeker, maar de minister was zo snel en het antwoord was zo heftig dat ik het echt even moest laten indalen. 

De voorzitter:

Ik zag u in uw zetel hangen. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ja. Ik heb maar één heel korte vraag aan de minister, omdat ik het even heel scherp wil hebben. Ik stel in mijn motie — dat heb ik al eerder gesteld — dat er verspilling plaatsvindt middels TenderNed doordat er een systeem is opgetuigd dat op dezelfde manier is opgetuigd door marktpartijen voor veel minder geld. Ik schat dat er sprake is van een verspilling van minstens 4 miljoen euro en de minister zegt: ik geloof het niet, ik ga hier niets aan doen en ik doe er verder niets mee. 

Minister Kamp:

Ja. 

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen handhaaft haar motie, laat zij weten. 

Minister Kamp:

Ik zoek niet naar een confrontatie met mevrouw Gesthuizen. Ik heb de overtuiging dat we hier op een redelijke en robuuste manier broodnodige informatie voor het bedrijfsleven beschikbaar hebben kunnen stellen. We kunnen ook garanderen dat die volledig is en altijd beschikbaar is. Ik heb de kosten die we daarvoor maken inzichtelijk gemaakt in de begroting. Ik heb ze nog een keer laten doorakkeren door de auditdienst, die ze verder gespecificeerd heeft. De auditdienst heeft aangegeven dat er geen sprake is van onredelijke uitgaven en dingen die niet verantwoord kunnen worden. Om die reden vind ik dat de manier waarop wij het nu doen, goed is. Daar wil ik het verder bij laten. 

Mevrouw Mulder vraagt in haar motie op stuk nr. 22 om elk jaar per ministerie in één overzicht de daadwerkelijke vermeerdering of vermindering van de regeldruk te rapporteren. Ik heb met die regeldruk op het moment geen probleem. We hebben een doelstelling van 2,5 miljard, die al voor 90% is ingevuld. Ik heb die dus met mijn collega's allemaal concreet ingevuld. Die laatste 10% krijg ik ook met mijn collega's voor elkaar. Bovendien hebben we de programmabrief Goed Geregeld met de afspraken over de vermindering van de regeldruk voor de periode 2012-2017. Daar hebben we als kabinet de afspraak in vastgelegd dat onvermijdelijke toenames van regeldruk binnen het eigen departement gecompenseerd moeten worden. Ik heb die zaak dus goed op de rit. Dat betekent dat ik de aanvullingen zoals in de motie worden genoemd niet nodig heb. Ik zie ook de meerwaarde daar niet van in. Om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 22. 

In de motie op stuk nr. 23 vraagt mevrouw Mulder de regering om voor het kerstreces aan te geven welke branche-overstijgende regelhulpen de regering zal maken in 2015 en ook in beheer zal nemen. Dit gaat over het Ondernemingsdossier. Je gebruikt de techniek om ondernemers te helpen met regelhulpen, waardoor ze gemakkelijker aan de regels kunnen voldoen. We hopen dat die door de markt ontwikkeld gaan worden, maar dat is nog niet het geval. Daarom maken we zelf een aanzet. Uiterlijk volgend jaar komen er zeventien regelhulpen bij voor het Ondernemingsdossier. In de jaren 2015-2016 komen er daar nog een keer tien bij. Dan hebben we er als overheid in totaal 27 mogelijk gemaakt, zeventien voor bestaande wetten en tien voor nieuw te maken wetten. Dan hebben we dat op gang gebracht en dan kunnen bedrijven zelf initiatieven nemen en op commerciële basis regelhulpen gaan aanbieden. Ik wil ze niet in beheer nemen. De regelhulpen worden gemaakt door de ministeries die het betreft. Daar zit de knowhow. Die weten wanneer er veranderingen zijn. Dat wil ik bij de ministeries laten. Het kabinet zal ervoor zorgen dat ze bijgehouden worden, maar het is niet het ministerie van EZ dat dat gaat doen. 

Ik kijk even wat er gebeurt als de laatste zin eruit wordt gehaald. Eigenlijk heeft de motie geen meerwaarde. Ik heb nu aangegeven wat het zal zijn en in welk tempo we het gaan doen. Als de regelhulpen komen, zal ik de Kamer daarover informeren. Ik geef mevrouw Mulder in overweging om haar motie op stuk nr. 23 in te trekken. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het zat er natuurlijk ook wel in dat het in beheer nemen niet per se door het ministerie van EZ wordt gedaan, maar door de betreffende ministeries. Het is onze regelgeving die wij naar buiten brengen en die moeten we zo simpel en zo goed mogelijk houden voor die ondernemers. Op het moment dat wij zeggen: wij maken eigenlijk wel heel moeilijke regelgeving, maar dat moeten jullie maar uitleggen en betalen, dan is dat iets waar het CDA moeite mee heeft. Ik snap de worsteling wel, maar ik zou toch wel graag zien hoeveel beheerskosten er echt zijn en of het de goede kant op gaat. Vandaar dat ik dit welbewust in de motie heb opgenomen. 

De voorzitter:

U trekt de motie dus niet in. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Nee. 

Minister Kamp:

Dan staat er in de motie dat EZ de regelhulpen van andere ministeries bij moet gaan houden. Dat is niet de goede weg. 

De voorzitter:

U blijft de motie dus ontraden. 

Minister Kamp:

Om die reden ontraad ik haar. 

In de motie-Vos op stuk nr. 24 staat dat de regering ervoor moet zorgen dat er in het kader van het energieakkoord 15.000 extra banen ontstaan. Wij moeten er verder voor zorgen dat de onderbenutting van de garantieregelingen wordt opgeheven en dat het energiebesparingsfonds drastisch vereenvoudigd wordt, en we moeten bevorderen dat beklemd vermogen wordt vrijgemaakt. Er is een aantal opmerkingen te maken over deze motie. De strekking van de motie is hetgeen ook bij de algemene beschouwingen door de Partij van de Arbeid is ingebracht en wat ook in voorstellen en initiatieven van het kabinet is opgenomen. Dat daar nog eens een bevestiging van komt, vind ik niet verkeerd, maar er is een aantal dingen dat niet helemaal klopt. 

Met die 15.000 banen heb ik geen problemen. Dat is afgesproken in het energieakkoord en dat moet gebeuren. Maar onderbenutting van de garantieregelingen opheffen, kan ik alleen maar door te zorgen dat het garantieplafond lager wordt. Ik kan bedrijven namelijk niet dwingen om met aanvragen te komen en ik kan banken niet dwingen om aanvragen goed te keuren. Als ik die onderbenutting op zou willen heffen, moet ik dus het garantieplafond verlagen en dat is niet de bedoeling van de heer Vos. Het beleid moet erop gericht zijn dat er optimaal gebruik gemaakt wordt van de ruimte in die garantieregelingen. Dat is het beleid van het kabinet. We hebben er ook een pilot voor de BMKB op gezet om ervoor te zorgen dat anderen dan banken worden ingeschakeld. Verder hebben we de bedragen en de percentages verhoogd. We hebben er ook via een versterking van het eigen vermogen voor gezorgd dat er meer kans is om met succes van een garantieregeling gebruik te maken. Als dat de bedoeling is van de heer Vos, dan heb ik daar geen problemen mee. Dan moet dat "opheffen" dus niet letterlijk worden genomen, maar dan moet dat worden uitgelegd op de manier waarop ik het net heb gezegd. 

De heer Vos kan mij niet vragen om het energiebesparingsfonds drastisch te vereenvoudigen. We hebben verschillende ministers en de minister voor Wonen en Rijksdienst gaat hierover. Ik denk dat het goed is dat, als de heer Vos een verandering van deze regeling wil bespreken, hij dat met de minister voor Wonen en Rijksdienst bespreekt en niet met mij. Ik stel daarom voor dat de heer Vos dit punt uit de motie haalt. 

Dan het beklemde vermogen. "Beklemd vermogen" is een wat moeilijke term in dit verband. Het gaat om vermogen dat verzameld is bij verzekeraars en pensioenfondsen. Die verzekeraars en pensioenfondsen hebben verplichtingen ten opzichte van degenen die rechten hebben en die moeten zij gewoon nakomen. Ik kan hen geen opdrachten geven die ze dan allemaal uit moeten voeren. Ik kan wel met hen praten over hoe ze meer in Nederland kunnen investeren. Dat heb ik ook gedaan en daar hebben we de NII voor opgericht. Als het de bedoeling van de heer Vos is om te zorgen dat we van de NII gebruik maken om meer van de pensioenfondsen en de verzekeraars in Nederland te beleggen, dan ben ik het daarmee eens. Hij zal dan echter wel de NHI uit de motie moet halen, aangezien de NHI nog niet zover is. De NII komt op dit moment tot stand en gaat vanaf 1 januari werken. Wat betreft de NHI zijn we nog over de vorm aan het spreken met de Europese Commissie. We hebben daar nog geen overeenstemming over. 

Als de heer Vos mijn uitleg kan aanvaarden en als hij het energiebesparingsfonds en de NHI uit de motie haalt, dan laat ik het oordeel over deze motie op stuk nr. 24 over aan de Kamer. 

De voorzitter:

Bent u daartoe bereid, mijnheer Vos? 

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik denk dat ik de interpretatie van de minister goed kan volgen. Ik ben bereid om de motie op een dusdanige wijze te wijzigen dat hij haar "oordeel Kamer" kan geven. Ik wil de minister dan wel verzoeken om aan zijn collega in het kabinet te vragen om ons een brief te sturen over de door mijn fractie gewenste vereenvoudiging van het energiebesparingsfonds. 

Minister Kamp:

Ik zal deze wens van de heer Vos overbrengen aan mijn collega voor Wonen en Rijksdienst. 

De voorzitter:

Dan verwachten wij een gewijzigde motie op stuk nr. 24. Voor die motie geldt dan: oordeel Kamer. 

Minister Kamp:

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 25. De heer Öztürk meent dat er wat moet gebeuren zodat de gegevens beschikbaar blijven voor de kleinschalige ambachtsbranches. Specifieke branche-informatie is volgens hem nodig om makkelijker kredieten te kunnen krijgen en beter te kunnen functioneren. Ik ben het met de heer Öztürk eens dat dit van belang is, vandaar dat ik, nadat de heer Öztürk hierop al eerder had gewezen, het CBS opdracht heb gegeven om informatie te gaan verzamelen over het thema mkb en ondernemerschap. Dat ziet dus op de ambachtseconomie. Vanaf medio 2015 zal het CBS hierover gedetailleerde cijfers publiceren. Dan krijgt de ambachtseconomie deze cijfers ook ter beschikking. De komende maanden zal met de diverse betrokken partijen worden besproken waaraan precies behoefte is en hoe het CBS hierin het beste kan voorzien. Daarnaast kan de ambachtsbranche beschikken over de sectorbeschrijvingen van het UWV, specifiek voor de ambachtelijke sector. De verwachting is dat die sectorbeschrijvingen de eerstkomende jaren in ieder geval gehandhaafd worden. 

In het Aanvullend actieplan mkb-financiering heb ik gewezen op het verzamelen van informatie over de kredietwaardigheid van ondernemers via standard business reporting. We gaan dit verbeteren. Het wordt daardoor makkelijker om kleine leningen te verstrekken. Dat zal helpen bij het positief beslissen over kleine leningen. De heer Öztürk weet dat we met name voor de kleine ondernemers, ook voor de ambachtelijke, de regeling van Qredits hebben verruimd tot €250.000. Op dit moment zijn er al 400 ambachtslieden die bij Qredits een krediet hebben en dat zullen er meer worden als de kredietgrens kan worden verhoogd. 

Ik denk dan ook dat we met deze activiteiten al ruimschoots hebben gedaan wat de heer Öztürk wenst, dus geef ik hem in overweging om deze motie in te trekken. 

De voorzitter:

Ik zie de heer Öztürk nee schudden. Dat betekent dat hij zijn motie in stemming brengt. Hij komt nu ook naar de interruptiemicrofoon. 

De heer Öztürk (PvdA):

We hebben een hoorzitting gehad met ambachtslieden en brancheorganisaties. Zij hebben zelf aangegeven dat voor de kleinere branches de gegevens echt nodig zijn, ondanks het feit dat de minister al een aantal maatregelen heeft getroffen waarmee ik blij ben. De kleine brancheorganisaties, waaronder schoenherstellers en kledingherstellers maar ook heel andere branches, hebben de gegevens echt nodig om krediet te krijgen. Zonder die gegevens krijgen ze geen krediet. Ik wil nogmaals een beroep op de minister doen om de motie te steunen. 

Minister Kamp:

Als ik nu zeg dat ik dat doe en dat ik het CBS opdracht heb gegeven om die cijfers te verzamelen en dat die cijfers beschikbaar komen, en dat ik met de partijen zal overleggen over de vorm waarin de cijfers moeten worden gepresenteerd … Ik denk dat ik daarmee doe wat de heer Öztürk vraagt, maar aan de andere kant staat er niets in dat fout is. Als de heer Öztürk zijn motie handhaaft, zal ik haar niet ontraden. De motie is immers in lijn met wat ik doe. Ik laat het oordeel over deze motie dan ook aan de Kamer. 

De motie van de heer Öztürk op stuk nr. 26 gaat over bedrijfsbeëindigingen. Hierin wordt de regering verzocht om met een kwantificeerbare doelstelling te komen om het aantal mislukte bedrijfsovernames te verminderen. De heer Öztürk heeft het over 10% in 2016 en verzoekt gebruik te maken van een aantal mogelijkheden die we hebben om dit voor elkaar te krijgen. Het gaat om die kwantificeerbare doelstelling. Nederland kent minder bedrijfsbeëindigingen dan andere landen en ook minder bedrijfsoverdrachten. In Nederland is bij een kwart van de bedrijfsbeëindigingen sprake van een bedrijfsoverdracht. Internationaal is dat niet 1 op de 4, maar 1 op de 3. De reden waarom het bij ons 1 op de 4 is in plaats van 1 op de 3 is waarschijnlijk dat we erg veel zzp'ers in de statistieken terecht als zelfstandige meenemen. Bij een zzp'er is het gekoppeld aan de persoon. Als de persoon wegvalt, dan is het afgelopen en begint er een andere zzp'er weer opnieuw. Ik denk ook dat een reden is dat bij ons veel vernieuwing plaatsvindt. Als een bedrijf op een gegeven moment ophoudt te bestaan — vaak gaat het om een oudere ondernemer die ermee ophoudt — is er weer een heel nieuwe omgeving. Daarin zijn er nieuwe ondernemers die nieuwe invalshoeken en een andere benadering hebben. Zij beginnen dan een eigen bedrijf in plaats van dat ze zo'n bedrijf overnemen. Om die reden is het niet erg noodzakelijk om hier iets aan te veranderen. 

Het tweede dat hierbij een rol speelt, is dat het voor mij heel moeilijk is om met een kwantificeerbare doelstelling te werken. Het gaat om allerlei persoonlijke omstandigheden per onderneming en per ondernemer. Om dat op een hoop te gooien en mijzelf daarbij een kwantificeerbare taakstelling op te leggen voor iets waarvan ik al verwacht dat er geen probleem is, is niet goed. Daar komt nog bij dat we in een tijd zitten waarin de technologische veranderingen allemaal heel snel gaan. Als de technologieën zich steeds sneller ontwikkelen, zul je zien dat er in het bedrijfsleven ook snel vernieuwing plaatsvindt. Ook daarmee moet rekening worden gehouden. Al met al vind ik de kwantificeerbare taakstelling waar in de motie om gevraagd wordt, geen goede zaak. Daarom ontraad ik de motie-Öztürk op stuk nr. 26. 

In de motie-Öztürk/Cegerek op stuk nr. 27 gaat het om de maakindustrie. De heer Öztürk zegt dat de maakindustrie van groot belang is en dat er veel kansen voor de circulaire economie onbenut blijven. Hij wil een actieplan voor de maakindustrie en hij wil dat goed in beeld wordt gebracht wat er op het punt van de circulaire economie daadwerkelijk gebeurt. Voor de maakindustrie laten wij een actieplan opstellen door mevrouw Dezentjé en een team. Dit plan is een vervolg op de Smart Industry-analyse. Ik denk dat op dit actieplan wordt gedoeld. Ik vind het van belang dat dit tot stand komt, dus ik heb daar geen probleem mee. 

Dan het tweede onderdeel van deze motie, dat de circulaire economie betreft. We zullen bij de tussenrapportage over groene groei in het voorjaar van 2015 komen met ambities en acties van het kabinet voor groene groei en de circulaire economie. We zullen dat in de vorm van een actieplan gieten, zoals ook in de motie gevraagd wordt. Met deze toelichting van mijn kant laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer. 

In de motie-Graus/Klever op stuk nr. 28 staat dat het energieakkoord van tafel geveegd moet worden. Ik vind niet dat we het energieakkoord van tafel moeten vegen, maar dat we het moeten uitvoeren. Daarom ontraad ik deze motie. 

In de motie-Graus op stuk nr. 29 wordt de regering verzocht, te komen tot verlaging van accijnzen, van de btw, van de inkomstenbelasting en van de vennootschapsbelasting. Ik vind dat niet evenwichtig. Ik vind wel dat we moeten doen wat we ons hebben voorgenomen, namelijk komen met een belastingherziening. In dat verband moeten we tot een vermindering van belastingen komen die gericht is op arbeid. De orde van grootte daarvan moet 10 tot 15 miljard zijn, zoals is aangegeven door de minister-president en door de staatssecretaris van Financiën in zijn correspondentie met de Kamer. Ik vind het niet evenwichtig om daar nu vier belastingen uit te lichten en te zeggen dat die allemaal verlaagd moeten worden zonder dat er wordt gesproken over verschuivingen of misschien ook wel dingen die verhoogd zouden moeten worden in een groot pakket. Om die reden ontraad ik deze motie. 

De heer Graus (PVV):

Ik pak de moties even samen, dan ben ik sneller klaar. Allereerst de motie op stuk nr. 28. Deskundigen zeggen dat het energieakkoord ik weet niet hoeveel miljarden zal gaan kosten op lange termijn. Mevrouw Klever zal daar nog op terugkomen in het debat over het energieakkoord. Als gebeurt wat de deskundigen zeggen, vind ik dat de minister daar rekening mee moet houden. Ik zal dat uiteraard voor een groot deel aan mevrouw Klever overlaten. 

Dan de motie op stuk nr. 29. We zeggen niet zomaar iets, zonder het te onderbouwen. De plannen die de PVV gepresenteerd heeft, zijn door het CPB doorgerekend, dat nota bene wordt genoemd in de motie. Onze plannen voor de economie kwamen er als het beste uit. Dat wil ik toch even gezegd hebben. Wij zijn niet zomaar de eerste de beste, mijnheer de voorzitter. 

De voorzitter:

Nee, laat daar geen misverstand over bestaan. 

Minister Kamp:

Nee, de heer Graus en de PVV zijn niet de eerste de beste, dat kan ik beamen. Desondanks ontraad ik de motie op stuk nr. 29, omdat ik vind dat het niet evenwichtig is om alleen maar te spreken over belastingverlaging en andere aspecten die in dat verband ook van belang zijn, niet te noemen. Bovendien zegt hij dat de Nederlandse regering er niet in is geslaagd om de economie te stimuleren, terwijl ik denk dat we daar wel in geslaagd zijn. Dat brengt mij ertoe om die motie op stuk nr. 29 te ontraden. 

Wat de motie op stuk nr. 28 betreft heeft de heer Graus gelijk als hij zegt dat het energieakkoord geld kost. De overgang naar duurzame energie kost ook geld. Wij gaan per jaar voor 3,5 miljard euro nieuwe verplichtingen aan. De kosten daarvan worden doorberekend naar de afnemers van elektriciteit. Dat hebben we inzichtelijk gemaakt voor de Kamer. Het is waar dat het geld kost, maar dat is voor ons geen reden om het van tafel te vegen. 

In de motie op stuk nr. 30 wordt gevraagd aan de regering om het nationale belang boven dat van de EU te stellen, valse concurrentie te voorkomen en de soevereiniteit van de Nederlandse bevolking te waarborgen. De soevereiniteit van Nederland waarborgen vinden wij een belangrijke taak. Valse concurrentie voorkomen willen we ook. Maar het nationale belang boven dat van de EU stellen is een valse tegenstelling, vind ik. Wij hebben er juist een groot belang bij dat er in Europa een interne markt komt en dat we de mogelijkheden in Europa om economisch verder te komen optimaal benutten. Het EU-belang en het nationale belang gaan vaak gelijk op. Om die reden ontraad ik deze motie van de heer Graus. 

De heer Graus (PVV):

Wat is het toch jammer. De mensen van de NOS zijn allemaal naar huis. Er zit niemand meer op de tribune. Niemand hoort het. Als het Nederlandse volk dit zou horen, zou meer dan 90% het met deze motie eens zijn. We moeten wachten op verkiezingen, dat is 100% zeker. We gaan het zo niet redden, maar het punt is gemaakt. Ik zal die motie onder de mensen verspreiden, zodat ze weten op wie ze moeten stemmen in de toekomst. 

Minister Kamp:

Dat is prima. Dan zal ik ook graag de mensen uitleggen dat Nederland als geen ander land profiteert van … 

De voorzitter:

Het woord is aan de minister. Mag ik een beetje orde in de zaal? 

Minister Kamp:

Bij de volgende verkiezingen, in 2017, zal ik graag aan de mensen uitleggen dat er geen enkel land is in Europa dat zo profiteert van de interne markt als Nederland. Dat is een belangrijke bron van welvaart voor ons. Het kabinet denkt ook dat er door het verder ontwikkelen van de dienstenmarkt en van de digitale markt meer welvaart en meer werkgelegenheid te verdienen zijn. Daarom zeggen wij dat het nationale belang en het belang van de EU, vooral gerelateerd aan de interne markt, gelijk op lopen. 

De voorzitter:

We zijn ongeveer op de helft van de moties. 

Minister Kamp:

In de motie op stuk nr. 31 zegt de heer Graus dat er een staatsspaarbank moet komen. Ik heb al gezegd dat ik niet van mening ben dat er een staatsspaarbank moet komen. Ik heb daarvoor net de argumenten genoemd. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen heeft de SP het idee van een nationale investeringsbank naar voren gebracht. De premier heeft namens het kabinet gezegd dat hij hierin zelf geen positieve grondhouding heeft, maar dat wij bij de evaluatie van de BMKB zullen terugkomen op de suggestie van een nationale investeringsbank. Dat is een aanvulling op mijn conclusie van daarnet dat ik die motie, gericht op het tot stand komen van een staatsspaarbank, ontraad. 

De heer Graus (PVV):

Volgens de minister zeg ik dat deze er moet komen, of vraag ik dat, maar ik vraag om het te onderzoeken. Ik zeg: onderzoek het eens, bekijk het eens, omdat er een grote behoefte aan is bij mensen en ook bij bedrijven. Bedrijven willen krediet en de mensen willen gewoon veilig hun spaargeld stallen en niet bij een bank die zich schuldig maakt aan perverse prikkels en bonusbeleid en die de bankencrisis heeft veroorzaakt. Die mensen kunnen nergens naartoe. Die mogelijkheid moet wel geboden worden. 

Minister Kamp:

Ik ben het niet eens met de samenvatting van de heer Graus wat betreft het presteren en het functioneren van de Nederlandse banken. Ik denk dat die samenvatting geen recht doet aan de banken. 

In de motie op stuk nr. 32 verzoekt de heer Graus om de Mini "Born in Born" zo veel mogelijk in te zetten als rijksoverheidsauto. De Mini is niet geboren in Born, maar in Oxford. Hij wordt nu ook in Born geproduceerd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat wij het erg interessant vinden dat zo'n mooie auto in Nederland wordt gemaakt. Ik kan me dan ook heel goed voorstellen dat door de fabrikant van deze auto wordt meegedaan aan de overheidsaanbestedingen voor voertuigen. Ik zou er niks op tegen hebben als ook deze auto voor bepaalde activiteiten zou kunnen worden ingezet. Maar onze manier van omgaan met aanbestedingen is wettelijk vastgelegd en daar hebben wij ons aan te houden. Deze mooie auto, in Nederland geproduceerd, moet daar dan wel aan meedoen. 

De heer Graus (PVV):

Allereerst heet die Mini, die in Nederland wordt gebouwd, "Born in Born". Born is de plaats. Van die kleine kruimeltjes, die gebaksdoosjes, heb ik er zelf ooit ook twee gehad. De laatste heb ik in 2000 nog nieuw gekocht uit Engeland. Maar het gaat nu om de Nederlandse Mini, en die heet "Born in Born", made in Holland. De restwaarde van het voertuig is enorm hoog en er is weinig reparatie en onderhoud nodig. Het gaat dus om Duitse degelijkheid, in Nederland gebouwd. Deze auto zou dus zomaar in de buurt kunnen komen van de huidige overheidsauto's. Ik vind dat je het in zo'n geval aan een Nederlands product moet gunnen. Dat is het verhaal. Daarom vraag ik de minister wederom om eens te bekijken waar hij kan worden ingezet. Ik zou het mooi vinden als de minister eens een jaar in zo'n Mini ging rijden, om een statement te maken. Hij zit er dan gezellig met de chauffeur in. Hij hoeft dan niet achterin te zitten. Ze gaan ook die grote Mini bouwen, dus die komt er ook aan, maar voorlopig kan het ook met een Mini One; dat gaat gemakkelijk. 

Over de economische waarde van Zwarte Piet heb ik ook nog niets gehoord. Dat ben ik vergeten. 

De voorzitter:

We doen nu even de moties. Aan het einde bekijken we of er nog vragen over zijn. 

Minister Kamp:

Ik wil de Mini niet als dienstauto nemen, want ik vind hem een beetje te klein. Ik wil graag een wat grotere dienstauto. En wat "Born in Born" betreft, het is inderdaad waar dat ze op dit moment in Born worden gemaakt. Wij zijn daar ook erg blij mee. In Oxford worden al 200.000 Mini's van het nieuwe model per jaar geproduceerd. Enkele jaren later zijn wij er in Born ook aan begonnen. We gaan nu in Nederland ons best doen om ervoor te zorgen dat we ze net zo goed als of nog beter dan in Oxford bouwen. Deze motie van de heer Graus ontraad ik dus. 

De motie op stuk nr. 33 van de heer Verhoeven stelt dat de British Business Bank als inspiratiebron moet worden gebruikt. In zijn eigen woorden zegt hij dat wij de British Business Bank als inspiratiebron moeten nemen als wij de Ondernemerskredietdesk van MKB Nederland en de Nederlandse Vereniging van Banken, de Financieringsdesk van de Kamer van Koophandel, Ondernemersplein.nl en de Financieringswinkel die we nu bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland aan het oprichten zijn, tot één geheel gaan samenvoegen. Ik denk dat ik mee moet gaan in de Britse inspiratie die de heer Verhoeven vandaag aan de dag heeft gelegd. Daarom laat ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer. 

In zijn motie op stuk nr. 34 zegt de heer Verhoeven dat het Small Business Innovation Researchprogramma alleen beschikbaar moet worden gesteld voor start-ups en mkb. De heer Verhoeven lost daarmee een probleem op dat er niet is. Die regeling wordt inderdaad gebruikt door kleine bedrijven. De overheid zit dan met een bepaald probleem en vraagt bedrijven om voorstellen om het op te lossen. In het begin, in de eerste fase, krijgen die bedrijven de gelegenheid om met hun ideeën te komen. Ze krijgen daar een bepaald bedrag voor. In de tweede fase kunnen de winnende bedrijven hun idee verder ontwikkelen. In de derde fase geeft de overheid aan het winnende bedrijf de opdracht om de oplossing van dat probleem uit te voeren. Deze regeling bestaat al tien jaar. Ze bestaat ook in andere landen. Ze werkt in Nederland goed. 

Ik deel daarom het enthousiasme van de heer Verhoeven daarover. Alleen blijkt dat in de eerste fase van deze regeling 93% van alle contracten met mkb-bedrijven plaatsvindt, dus met kleine bedrijven. In de tweede fase, als het er dus om gaat om de opdracht uit te werken, gaat het zelfs om 97% mkb-bedrijven. Die grote bedrijven zitten er dus bijna niet tussen. Als die grote bedrijven ertussen zitten, is het ook nog zo dat zij weliswaar een opdracht krijgen maar die uitbesteden aan kleinere bedrijven. Die komen dan op onderdelen met een innovatie, die dan vervolgens door die grote bedrijven wordt verwerkt. Dat past ook heel goed in het hele innovatiecircuit in Nederland. Als die grote bedrijven er nog een heel klein beetje bij betrokken zijn, voor zover dat het geval is, is dat dus niet bij voorbaat verkeerd. 

Het laatste probleem is dat ik ook denk dat het juridisch niet houdbaar is om grote bedrijven uit te sluiten van een subsidieregeling, zelfs als die de naam heeft die deze regeling heeft. Dat is ook kwetsbaar. Er is dus geen probleem. Voor zover het voorkomt, kan het heel goed in de huidige innovatiecultuur. Het is juridisch ook niet houdbaar, of kwetsbaar. Om die reden ontraad ik de motie van de heer Verhoeven op stuk nr. 34. 

De heer Verhoeven (D66):

De minister geeft dus in ieder geval aan dat ook grote bedrijven er gebruik van maken. De regeling voor small businesses wordt dus door grote bedrijven gebruikt, zij het heel weinig. Ik wil van de minister weten waarom hij denkt dat het juridisch kwetsbaar is om de regeling duidelijk af te bakenen voor alleen kleine bedrijven. Wat is daar kwetsbaar aan? 

Minister Kamp:

Mijn juristen adviseren mij dat het kwetsbaar is als je een subsidieregeling maakt en daar bepaalde groepen van uitsluit, individuen of bedrijven. Je moet heel goede redenen hebben om dat te doen. Het feit dat het woord "small" in de titel staat, is niet voldoende om dat te mogen doen. In de Nederlandse cultuur zijn er, gelet op het zeer beperkte gebruik en op de innovatiecultuur, onvoldoende harde redenen om dit te doen. Daarom wordt het als kwetsbaar beschreven. Ik heb de motie al ontraden. 

Ik kom op de motie op stuk nr. 35 van de heer Verhoeven. Als de wetenschapsagenda er is, verzoekt de heer Verhoeven de regering voor alle uitdagende thema's die worden benoemd in die wetenschapsagenda jaarlijks een SBIR-traject uit te schrijven. Dat is mij te vroeg. Het kabinet heeft bijna de visie op de wetenschap vastgesteld. Dat gaat vooraf aan de wetenschapsagenda. Al die is vastgesteld, wordt er vervolgens aan een wetenschapsagenda gewerkt. Voordat die wetenschapsagenda er is, zou ik dan al moeten vertellen wat er met alle thema's moet gebeuren in het kader van de SBIR-regeling. Dat vind ik niet goed. Laten we alles op zijn tijd doen en laten we bekijken hoe die wetenschapsagenda eruitziet en wat het logische raakvlak is met de SBIR-regeling. Dan kunnen we eventueel iets als dit overwegen. Op dit moment moet ik de motie ontraden. Misschien kan de heer Verhoeven besluiten om de motie aan te houden. Dan kan hij er bij het tot stand komen van de wetenschapsagenda op terugkomen. 

De heer Verhoeven (D66):

Ik zal de motie aanhouden. 

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Verhoeven stel ik voor, zijn motie (34000-XIII, nr. 35) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Kamp:

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 36, van mevrouw Schouten en mevrouw Mulder. Zij zeggen dat de regering samen met de grensregio's een economische agenda moet opstellen voor de grensregio's, met daarin voorstellen om ondernemerschap te stimuleren. Ik denk dat er geen recht wordt gedaan aan wat er gebeurt in die gebieden. Beide leden zijn deskundig, ook wat betreft hetgeen er in de grensregio's gebeurt. Zij weten waarschijnlijk dat die samenwerking tussen grensregio's er al jarenlang is. Er zijn al heel gedetailleerde afspraken en agenda's. Daar maakt datgene waar we hier over spreken, heel terecht deel van uit. We kunnen in het overleg met hen zeker praten over de vraag of het voldoende is, of er mogelijkheden zijn om het beter te doen en over de vraag hoe wij als Rijk beter met hen kunnen samenwerken. Ik ben bereid om dat te doen. Als er echter gezegd wordt dat wij een nieuwe agenda voor al die regio's moeten opstellen, doen we onrecht aan alles wat er al gedaan is en wat er al gebeurt. Om die reden, met deze bewoordingen, ontraad ik de motie op stuk nr. 36. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Het is wel wonderlijk, want die regio's leggen zelf deze vraag bij ons neer. Zij vragen of er vanuit het Rijk meer gekeken kan worden naar wat er gedaan kan worden om de kracht in die regio's te versterken, bijvoorbeeld als het gaat om diploma's en stages. Het gaat om het wegnemen van praktische belemmeringen, zodat ze de stap kunnen zetten die ze in die regio's zo graag willen zetten. Dan kan de minister deze motie toch ook als een aanmoediging zien om er nog een tandje bij te zetten? 

Minister Kamp:

In de motie staat dat er een nieuwe economische agenda voor de grensregio's moet worden opgesteld. Ik heb agenda's genoeg voor die gebieden. Ze hebben met de INTERREG-programma's een ruime financiering. Ze werken al met elkaar samen. Ze hebben een eigen apparaat waar Duitsers, Nederlanders en Belgen deel van uitmaken. Ik ben van mening dat zij in die programma's dit soort dingen al doen. We zijn met die regio's al volop bezig met het wegnemen van belemmeringen. Op het gebied van stages en diploma's gebeurt dat allemaal al. Bovenop alles wat er gebeurt nog weer wat extra's doen in de vorm van economische agenda voor die regio's, vind ik niet goed. Laat ze vooral doorgaan met de zaken waar ze mee bezig zijn. Ze kunnen zeker met ons overleggen over mogelijkheden om dat te intensiveren zodat we van beide kanten, zowel in de regio als vanuit het Rijk, doen wat we kunnen. Weer een aparte economische agenda opstellen, wil ik echter niet. Ik ontraad daarom deze motie. 

De motie op stuk nr. 37 van mevrouw Schouten en mevrouw Gesthuizen gaat over de Commissie van Aanbestedingsexperts. In die motie wordt de regering gevraagd om een snelle en laagdrempelige toegang tot onafhankelijk advies bij de Commissie van Aanbestedingsexperts te waarborgen en zo nodig extra financiële middelen in te zetten om de capaciteit te kunnen uitbreiden. Ik ben van plan om die commissie te laten slagen. Als er ruim gebruik wordt gemaakt van die commissie, zoals zojuist gezegd werd, vind ik dat goed. Als zich in de financiering knelpunten voordoen, ga ik daar met de commissie over praten. In die zin, zoals ik de motie zojuist uitlegde, ben ik bereid om dat te doen en wil ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten. 

In de motie op stuk nr. 38 van mevrouw Van Tongeren staat dat de deeleconomie veel kansen biedt voor lokale initiatieven en wordt de regering verzocht om advies te vragen aan de Autoriteit Consument & Markt over de wijze waarop goede toegang voor allen op de deeleconomiemarkt kan worden geregeld. Zo werkt dat echter niet met de ACM. Als er een economische machtspositie ontstaat waardoor sommigen geen goede toegang tot de markt zouden hebben, is de ACM ervoor om daartegen op te treden. Dan moet er echter wel eerst een machtspositie ontstaan en daar moet dan bovendien misbruik van worden gemaakt. Wat een machtspositie is, blijkt uit de jurisprudentie. Dat is inmiddels duidelijk: het gaat dan over bepaalde percentages. Als die situatie zich voordoet, is de volgende vraag: wordt er ook misbruik gemaakt van die machtspositie? Zo ja, dan kan de ACM optreden. De ACM kan zich daar echter niet zomaar mee bemoeien. De ACM is er niet om adviezen aan te vragen op dit punt. Ik ben zeker bereid om aandacht te geven aan een goede toegang tot de deeleconomiemarkt. Ik heb in mijn eerste en tweede termijn al gezegd op welke manier ik dat wil doen. Ik ga de ACM echter niet vragen om iets te doen wat niet tot haar takenpakket behoort. Om die reden ontraad ik de motie van mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik dacht dat de minister wel de mogelijkheid had om adviezen te vragen aan de ACM. Als ik daar verkeerd over ben voorgelicht, dan is dat mijn vergissing. Ik houd de motie in dat geval aan, want ik heb veel liever dat de minister het inderdaad gaat doen. Ik ga zelf in overleg met shareNL om te bekijken of die organisatie voorbeelden heeft van zo'n machtspositie met de percentages die nodig zijn om misschien wel of misschien niet onder de reikwijdte van de ACM te vallen. 

Minister Kamp:

Ik kan slechts herhalen dat het adviseren over goede toegang op de deeleconomiemarkt buiten de bevoegdheden van de ACM valt. Om die reden zal ik dus niet om advies vragen. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (34000-XIII, nr. 38) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Kamp:

In haar motie op stuk nr. 39 verzoekt mevrouw Van Tongeren de regering om een arbeidsmarktverkenning naar de deeleconomie te laten uitvoeren, bijvoorbeeld door de Sociaal-Economische Raad te vragen dit mee te nemen in de al aangevraagde studie naar de economische structuurontwikkeling. Wij hebben al een aantal zaken naar voren gebracht bij de SER. Het kabinet zal in reactie op de motie-Van Ojik nog voor het eind van het jaar een brief sturen waarin het zelf ingaat op de mogelijke effecten van nieuwe technologie op de arbeidsmarkt. Ik kan mij echter heel goed voorstellen dat de SER, die deze debatten natuurlijk ook volgt, denkt dat dit aspect betrokken kan worden bij en extra aandacht kan krijgen in dat onderzoek dat al uitgevoerd wordt. Ik wil dat graag aan de SER overlaten. Als mevrouw Van Tongeren deze uitleg van haar motie kan accepteren, laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer. 

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Van Tongeren knikken, zo vermeld ik even voor het verslag. 

Minister Kamp:

In haar motie op stuk nr. 40 vraagt mevrouw Van Tongeren om een onderzoek naar duurzaam innovatiebeleid. Zij verzoekt de regering, te onderzoeken hoe het aandeel innovatiesubsidies dat bijdraagt aan verduurzaming vergroot kan worden. Mijn standpunt en dat van mevrouw Van Tongeren liggen niet ver uit elkaar. Wij hebben een algemeen kader voor subsidieregelingen, dat ook geldt voor innovatiesubsidies. Het is vastgelegd dat die regeling op enigerlei wijze moet bijdragen aan een aspect van duurzaamheid. Dat staat in die kaders. Nu zegt mevrouw Van Tongeren dat het moet bijdragen aan verduurzaming. Als zij daarmee hetzelfde bedoelt als wat al in ons kader staat, dan heb ik geen behoefte aan deze motie. Als zij daarmee iets extra's bedoelt ten opzichte van hetgeen in het kader staat, dan wil ik het niet. Wat wij nu vastgelegd hebben, vind ik namelijk al voldoende. Ook als innovatie niet direct aan duurzaamheid bijdraagt, kan zij toch heel interessant, belangrijk en goed zijn. Ik vind het feit dat het algemene kader ook op de innovatiesubsidie van toepassing is, al ver gaan. Ik wil niet nog weer wat extra's doen. Daarom ontraad ik deze motie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Zoals in de motie staat, laat de eigen bedrijvenmonitor van de minister zien dat slechts een beperkt deel van de innovatiesubsidies bijdraagt aan de vergroening of de verduurzaming van de economie. Volgens het kader van het ministerie zou alles moeten bijdragen aan een aspect van duurzaamheid. De eigen monitor zegt: dat doen we niet. Dan vraag ik: goh, hoe zou de minister nu aan zijn eigen doelstellingen kunnen voldoen? Ik begrijp dus niet dat de minister dit niet als ondersteuning van beleid ziet. 

Minister Kamp:

Het is een woordenspel. Ik bedoel dit niet negatief in de richting van mevrouw Van Tongeren, want zij vraagt gewoon aandacht voor een serieus punt. De verschillen tussen ons gaan echter over woorden. Het is niet zo dat iedere innovatiesubsidie meteen aan duurzaamheid moet bijdragen, maar dat iedere subsidieregeling aan een aspect van duurzaamheid moet bijdragen. Dat moet ertoe leiden dat alle subsidieaanvragen daar ook aan getoetst worden. Dat doen we op dit moment allemaal al en dat doen we ook consciëntieus. Ik wil niet iets extra's doen bovenop datgene wat we nu al doen met betrekking tot innovatie. We moeten voldoen aan die extra bepaling, maar volgens mij is iets extra's niet nodig. Er is ook heel veel innovatie die nuttig en zinvol is, terwijl zij niet bijdraagt aan duurzaamheid. Duurzaamheid is verschrikkelijk belangrijk, maar het is niet het enige in het leven. 

Mevrouw Van Tongeren vraagt in de motie op stuk nr. 41 om geen innovatiesubsidies meer beschikbaar te stellen die de winning van schaliegas of ander onconventioneel gas bevorderen. Ik heb een moratorium op die schaliegasboringen gelegd. Op proefboringen, echte boringen en vergunningen, op het hele spul ligt een moratorium. Ik ben gewoon van plan om recht te doen aan dat moratorium. Ik ga daar dus niet omheen zitten rommelen met andere subsidies. Er worden bij een klein deel van de aardgaswinning nu ook al frackingtechnieken gebruikt. Los van wat er op dit moment gebeurt, wordt er in algemene zin onderzoek gedaan in de energiewereld, waarbij gekeken wordt hoe je oplossingen kunt vinden voor bepaalde dingen die niet goed gaan bij de winning van aardgas en andere delfstoffen. Dat zijn al lang lopende onderzoeksprogramma waar ik op dit moment niet op ga inbreken. 

Dat doet echter niets af aan het feit dat ik gewoon recht wil doen aan het moratorium op schaliegasboringen. Ik ga niet ingrijpen om datgene wat in programma's zit, wat meer van algemeen belang is en wat gericht is op schoon en veilig, terug te draaien. Ik ben echter wel van plan om op alle mogelijke manieren recht te doen aan het moratorium. Ik wil gewoon eerst de zaak goed uitgezocht hebben voordat we iets positiefs of negatiefs besluiten met betrekking tot proefboringen of winning van schaliegas. Om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 41 van mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Volgens mij komt het dictum precies overeen met wat de minister zegt. Geen innovatie meer… 

De voorzitter:

Gaat u nu een tweede interruptie over diezelfde motie plegen? 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Nee, dit is een nieuwe motie. Ik heb vier moties ingediend. In de motie staat: geen innovatiesubsidies meer beschikbaar stellen. Ik vraag de minister dus niet om iets terug te draaien wat hij al in werking gezet heeft. Ik vraag ook niet om het te doen op allerlei andere gebieden. Ik noem bijvoorbeeld het kleineveldenbeleid. Het gaat echt alleen om de winning van schaliegas en ander onconventioneel gas. 

Minister Kamp:

Ik kan het niet anders zeggen dan ik net heb gezegd. Ik doe het moratorium recht. Er wordt al decennialang op kleine schaal gebruikgemaakt van de schaliegastechniek fracking voor de conventionele aardgaswinning. Als er in dat kader onderzoeken worden gedaan om te kijken hoe dat op een betere manier kan, lijkt me dat niet verkeerd. Het onderzoek dat mevrouw Van Tongeren net aanhaalde, ging over een model om de scheurgroei bij fracking te voorspellen. Het kan geen kwaad als dat soort dingen onderzocht wordt. Laten we hier niet moeilijker doen dan nodig is. Wij hebben besloten dat we met betrekking tot schaliegas de zaak stilleggen totdat we het onderzocht hebben en dat we dan besluiten nemen. Laten we daar met elkaar recht aan doen en niet op een slak als deze zout leggen. Ik ontraad deze motie. Voorzitter. Was dit de motie op stuk nr. 41? 

De voorzitter:

Ja, dat was de motie op stuk nr. 41. 

Minister Kamp:

Dan ga ik over naar de motie op stuk nr. 42 van de heer Dijkgraaf en een groot aantal andere collega's, waarin hij de regering vraagt te bezien welke rol de Mededingingsautoriteit kan spelen bij het aanpakken van ongewenste overschrijding van wettelijke betalingstermijnen voor transacties tussen bedrijven onderling. Ik sta sympathiek tegenover die motie omdat ik vind dat dat iets is wat nagestreefd moet worden. Ik denk dat dat kan via de twee pilots die we hebben opgezet. Via die pilots wordt bewustwording gecreëerd bij de bedrijven. Ze praten daar met elkaar over, ook met hun organisaties en met ons. Dat betekent dat daar effecten uit voortkomen. 

Als ik nu de Mededingingsautoriteit erbij wil halen, krijg je wat ik net heb gezegd met betrekking tot die andere motie. Er moet eerst sprake zijn van een machtspositie en vervolgens moet aangetoond zijn dat er misbruik van wordt gemaakt. In de markt waar het hier om gaat, de markt van de non-food, bijvoorbeeld de HEMA waarover discussie is geweest, en in de markt van de food, waarover een discussie rond Albert Heijn is geweest, is geen sprake van machtsposities. Als je de definities ziet die moeten worden gehanteerd van machtsposities, komen we daar ook niet in de buurt. Als er geen machtspositie is, ben je nog helemaal niet toegekomen aan het feit dat er ook misbruik moet worden gemaakt van die machtspositie. Dus die invalshoek van de ACM hiervoor is minder bruikbaar. Ik ga proberen te kijken of uit de pilots uiteindelijk de gewenste effecten kunnen worden gehaald om te bereiken wat ook met deze motie wordt nagestreefd. Dat wil ik doen, maar wat hier gevraagd wordt, kan niet. Om die reden ontraad ik de motie van de heer Dijkgraaf c.s. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Juist omdat het niet binnen het huidige instrumentarium past, vraag ik de minister om te bekijken — te bezien, staat er netjes — hoe die autoriteit daar een rol kan spelen. Er zit wel een probleem dat niet is opgelost. Het is ook een groot en acuut probleem. Die pilots zijn mooi en gaan mogelijk ook wel iets opleveren, maar pas eind volgend jaar. Die bedrijven hebben nu een probleem. Dus ik zou toch graag een analyse van de minister zien. Misschien is het ook wel simpel. Ik neem aan, gezien deze redenering, dat de minister de motie ontraadt. Dat lijkt mij de logische conclusie van zijn redenering. Dat zou ik jammer vinden, maar dan moeten wij maar zien hoe het met de stemmingen gaat. 

Minister Kamp:

We kunnen bekijken hoe het bij de stemmingen uitpakt. Ik ga toch geen dingen doen die ik wettelijk niet kan. Ik heb geen titel om de ACM iets te laten doen waar zij niet voor is opgericht. De ACM kan ook niet ergens induiken als er geen machtspositie en geen misbruik van de machtspositie aan de orde is. Dat is dus geen begaanbare weg. 

Wij komen aan het eind van dit jaar nog met een tussenrapportage over de pilots. In dat verband zal ik mijn sympathie voor de gedachte achter deze motie nog eens verwoorden. Dan zal ik opnieuw aangeven welke mogelijkheden er wel zijn en welke mogelijkheden er niet zijn, voor het geval die pilots niet de gewenste effecten hebben. De heer Dijkgraaf zou kunnen overwegen om tot op dat moment zijn motie aan te houden, maar ik laat dat graag aan zijn beoordeling over. 

Voorzitter. Dan kom ik op … 

De voorzitter:

De heer Dijkgraaf wil daar een antwoord op geven. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Als de minister dat vraagt, zullen wij dat zeker overwegen. 

Minister Kamp:

Ik kom op de motie-Ouwehand op stuk nr. 43. Ik geloof dat mevrouw Ouwehand niet wenst dat ik daar een uitspraak over doe. In de motie staat dat de Kamer tot het inzicht komt dat groene groei een illusie is. Ik laat het graag aan de wijsheid van de Kamer over om daar een uitspraak over te doen. Ik voel mij niet uitgenodigd om hierover een advies te geven. 

Mijnheer de voorzitter, ik dank u en de leden van de Kamer voor de gelegenheid om in deze vorm mijn reactie op de inbreng van de Kamer te hebben kunnen geven. 

De voorzitter:

Wij danken u voor het debat van vandaag en van afgelopen dinsdag. 

De algemene beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Op de dinsdag na het herfstreces zullen we stemmen over de begroting en de moties.