Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 111, item 7

7 Gemeenschappelijk asielbeleid in Europa

Aan de orde is de voortzetting van het debat over het gemeenschappelijk asielbeleid in Europa.

De voorzitter:

Mevrouw Thieme heeft mij gevraagd om aan u te laten weten dat zij niet langer bij het debat aanwezig kan zijn vanwege verplichtingen elders; er wordt natuurlijk wel meegeluisterd naar de antwoorden.

De heer Slob heeft mij laten weten dat hij wordt vervangen door de heer Voordewind; hij heeft ook verplichtingen elders.

Ik geef nu het woord aan de minister-president voor zijn beantwoording in eerste termijn.

Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter. Laten we beginnen met vast te stellen dat dit debat gaat over een thema dat buitengewoon complex is en op dit moment buitengewoon urgent. Volgens het kabinet is het van belang om ons een aantal dingen te realiseren. Natuurlijk is het belangrijk dat vluchtelingen een veilige opvang hebben. Gezien de situatie met de bootjes en de mensen die omkomen en de door verschillende sprekers genoemde verschrikkelijke beelden die we hebben gezien en de feiten die we hebben waargenomen of gelezen, moeten we er alles aan doen om die praktijk of die activiteit van deze cynische mensensmokkelaars en het businessmodel wat daar achter zit, te slopen.

Een derde thema was in het debat iets minder pregnant aanwezig, maar wel waarneembaar in een aantal interrupties. Dat is het feit dat we moeten voorkomen dat mensen zich voor asiel melden en asiel krijgen in Europa en dat zij zelf op zoek gaan naar het land waar zij het liefst willen wonen. We moeten daarvoor een Europees asielsysteem hebben, waarbij we met elkaar bepalen waar die specifieke asielaanvraag toe zou moeten leiden in termen van de opvang.

De achtergrond wordt gevormd door die verschillende doelstellingen. Je wilt voorkomen dat mensen in Europa op zoek gaan naar de landen die zij zelf kiezen in die zin dat zij daar het liefst willen wonen. In een aantal interruptiedebatten met Geert Wilders van de PVV kwam dat naar voren. Het andere vraagstuk is hoe je voorkomt dat mensensmokkelaars geld kunnen verdienen en die levensgevaarlijke situaties tot stand kunnen brengen. Het kabinet heeft gekozen voor een benadering op de kortere termijn en een benadering op de iets langere of middellange termijn, maar graag zo snel mogelijk. Ik zeg de verschillende sprekers van de coalitie na dat deze met elkaar verbonden zijn en nauw samenhangen.

Allereerst willen wij bereiken dat er veilige opvang is in de regio. We realiseren ons dat dit inspanning zal kosten, ook financieel. Dat moeten we collectief doen als Europa. Ik vraag de voorzitter om mij de kans te geven om nog twee minuten de centrale gedachten neer te zetten en dan de interrupties te behandelen. Wij willen in de regio toewerken naar plekken, bijvoorbeeld voortbouwend op bestaande UNHCR-locaties. We willen mogelijk maken dat mensen daar onderwijs kunnen volgen en dat er werkmogelijkheden zijn, zodat je mensen in de buurt van de brandhaarden veilig kunt opvangen, terwijl er ook perspectief is.

Dat hangt met twee dingen samen. Het ene is dat Europa met een zekere regelmaat zal bekijken of wij groepen uit die kampen via resettlement een plek in Europa willen geven. Het vreselijke woord "overdrukventiel" is hiervoor gebruikt. Ik had mij niet gerealiseerd dat die term een eigen leven zou gaan leiden, maar dat gebeurt er als een deel van de coalitie een bèta-achtergrond heeft. Het tweede waar het mee samenhangt, is dat als dat lukt, er geen recht is op asiel in Europa zelf, maar dat mensen die zich hier melden, naar die veilige plekken worden gebracht.

Dat is één element. Het tweede element voor de kortere termijn is dat wij kennis nemen van het voorstel van de Europese Commissie van gisteren over de aanpak van de noodrelocatie. Wij zeggen eigenlijk dat je een stap verder moet gaan. De Europese Unie zou nu al moeten afspreken om veel meer naar een Europees asielsysteem te gaan. Als iemand zich meldt, wordt bekeken of hij recht heeft op asiel, maar dat betekent niet dat iemand die zich in Nederland meldt, ook in Nederland asiel krijgt. Het zou kunnen dat iemand asiel heeft in Griekenland of in Litouwen. Niet de persoon bepaalt in welk land hij asiel krijgt, maar dat bepaalt het Europese systeem. Dat is een punt voor de korte termijn. Dat vindt het kabinet eigenlijk beter dan nu weer werken aan noodscenario's. Die twee dingen hangen nauw met elkaar samen. Als je toewerkt naar een Europese aanpak voor de korte termijn, dan kan dat alleen in samenhang met het besluit van Europa om ervoor te zorgen dat ook de visie voor de middellange termijn zal worden gerealiseerd. Dat betekent dus: werken aan de locaties met perspectief op onderwijs en werk, het uitwerken van het resettlementinstrument en geen asielaanvragen meer uit die landen in Europa waar deze voorzieningen zijn. Die twee dingen hangen onlosmakelijk met elkaar samen.

Daarmee sluit ik mijn inleidende woorden af, voorzitter. Er zijn natuurlijk een hoop vragen die ik wil beantwoorden, maar hiermee wilde ik even van mijn kant de zaak precies neerzetten.

De heer Roemer (SP):

De minister-president zei het wat zachter in een bijzinnetje, maar hij zei het wel heel duidelijk: beide zijn aan elkaar gekoppeld. Dat betekent dat de druk op het overleg van maandag heel groot is. De heer Zijlstra zei al in eerste termijn dat er eerst besloten moet zijn. Er moet zelfs besloten zijn in welke richting men gaat op de middellange of lange termijn. Dat moet geregeld zijn. Dat moet besloten zijn. Ik ken Europa inmiddels wel wat langer dan vandaag. Dat betekent dat de minister er maandag nooit zo ver uitkomt. De minister koppelt dit. Betekent dit dat Nederland zich dan ook heel hard zal opstellen inzake de verdeelsleutel en extra vluchtelingen op korte termijn niet in Nederland zal opvangen?

Minister Rutte:

Ik deel niet de analyse over het politieke speelveld in Europa die de heer Roemer hier schetst. Daarbij denk ik aan de contacten die ik de afgelopen dagen, na het kabinetsbesluit, heb gehad met Europese collega's, maar ook aan de communicatie vanuit de Commissie van gisteren. Zij sprak over een betere opvang en hervestiging. Ik verwijs daarbij zelfs, gek genoeg, naar de uitspraken van de Hoge Vertegenwoordiger. Die gingen juist over de huidige situatie, maar de Hoge Vertegenwoordiger schetste in datzelfde antwoord ook dat zij wil toewerken naar meer opvang in de regio en het realiseren van plekken daarvoor. Maandag vergadert de JHA-council. Mogelijk zal een tweede vergadering nodig zijn. Die is dacht ik ook voorzien voor als het niet in één keer lukt, maar het zou mooi zijn als het wel in één keer gebeurt. Ik kan het fout hebben, maar mijn verwachting is eerlijk gezegd dat iedereen het daarover maandag eens wordt. Als het vastloopt, zo is mijn politieke verwachting, zal dat eerder zijn op het vraagstuk van het noodmechanisme voor de mensen die nu al in Europa zijn dan op dat andere punt. Voor de Nederlandse regering — die vraag werd mij gesteld — kan het een niet zonder het ander en zijn die twee aan elkaar gekoppeld. Dat is ook logisch, omdat zij twee zijden vormen van dezelfde medaille.

De heer Roemer (SP):

Het idee van een betere opvang in de regio wordt, meen ik, bijna breed gedragen. Dat is het probleem niet. Daar gaat in de meeste partijen, en in ieder geval in mijn partij, de discussie niet over. Waar het om gaat, is de onmogelijkheid om nu met elkaar voor de middellange of lange termijn hard af te spreken dat in Europa iedereen maar naar veilige landen en veilige regio's kan worden teruggestuurd. Dat krijgt de minister op één maandag nooit zo besloten, louter en alleen al omdat een van de coalitiepartners dat niet eens zegt. Als je zo'n harde eis stelt, zoals dat hier door de VVD is gedaan, en dat maandag niet voor elkaar krijgt, dan stem je dus niet in met het opvangen van extra vluchtelingen op korte termijn.

Minister Rutte:

Het plan is één en ondeelbaar; dat heb ik gezegd. Maar mijn politieke verwachting is dat het deel waarover de heer Roemer zich zorgen maakt, sneller zal gaan dan het deel dat te maken heeft met het tijdelijke noodmechanisme voor Europa. Dit kabinet zou overigens liever meteen doorpakken naar een Europees mechanisme. Maar goed, het noodmechanisme ligt op tafel en daar zullen we met elkaar over spreken, maar wij zullen toch het pleidooi houden om meer ambitie te tonen en zeggen: daarmee los je het probleem niet op dat mensen in Europa zelf op zoek gaan naar het land waar ze zich willen vestigen, dus laat dat door Europa doen.

Terug naar het andere punt. Juist vanwege de verschrikkelijke beelden van de bootjes en de mensensmokkelaars is eerlijk gezegd mijn verwachting uit mijn contacten dat men zegt: we hebben een oplossing nodig die dat businessmodel — die term gebruik ik maar even —, dus de economische rationale om dat te doen, doorbreekt. Als je die veilige UNHCR-pluskampen hebt in de regio, met onderwijs en werkperspectief, waar mensen terechtkunnen — het resettlementinstrument is daar natuurlijk onderdeel van — en je toch nog asielaanvragen in Europa zou behandelen, dan begrijpen mensen ook dat dit ertoe leidt dat die bootjes blijven varen. Hoewel er een opvang mogelijk is, blijf je dan immers de kans houden dat je hier asiel aanvraagt en dat in behandeling wordt genomen, met als gevolg dat het aantrekkelijk is om op die bootjes te blijven stappen. Mensen snappen dat.

De heer Roemer (SP):

Als je goed luistert naar wat de premier zegt, dan haal je gelijk naar boven dat het onhaalbaar is wat hij überhaupt wil zeggen. Neem Libanon. In zo'n klein land met zo'n kleine bevolking zitten al anderhalf miljoen vluchtelingen. De premier heeft het over volwaardig onderwijs en werkperspectief. Hij roept hier zomaar even twee dingen tussendoor. Als je ziet hoe de situatie daar nu is, waarin kinderen van 3, 4, 5 jaar in die kampen bloemen verkopen om aan iets van een boterham te komen, en je er ook nog van uitgaat dat als iemand zich straks in Europa meldt, wij dan rustig tegen zo'n land kunnen zeggen: hier hebt u hem terug, want hij kwam volgens mij van uw land af. En Libanon zou dan gaan zeggen: oh, sorry, mijnheer Rutte, er was er eentje tussendoor geschoten, kom maar terug, wij betalen het ticket wel? Dat is toch een onrealisme van de bovenste plank?

Minister Rutte:

De heer Roemer schetst een plan dat ik niet ken, want dat is niet het plan van het kabinet. Ik geef hem gelijk: als dat zijn voorstel zou zijn, heeft hij gelijk met de analyse van zijn eigen voorstel, want dat gaat niet werken. Het kabinetsplan voorziet erin dat wij niet de bestaande UNHCR-achtige locaties gebruiken, maar wij ons realiseren dat wij als Europa een taak hebben met de landen zelf om daarin te investeren, zodat het onderwijs en werkperspectief er komen. Daar hoort bij dat je met die landen zelf die gesprekken voert. Die landen zullen daar natuurlijk ook bereidheid toe moeten tonen. Een van de woordvoerders, ik meen de heer Zijlstra, zei dat de samenhangende power die wij als Europa hebben, als grootste economie van de wereld, met onze plek in de wereld en betekenis in de regio, daarbij van belang is en dat het dus ook niet zonder investeringen zal gaan. Dit zal niet morgen gerealiseerd zijn. Daar zullen we met elkaar aan moeten werken. Ik mag geen vragen terugstellen, dus dat doe ik niet, maar anders zou ik ...

De voorzitter:

Nee, nee, dan gaat u het niet toch doen.

Minister Rutte:

Laat ik het dan anders zeggen. Als dit blijkbaar niet is wat de heer Roemer wil, ben ik zo benieuwd hoe je het dan voorkomt. Want dat is uiteindelijk wat we willen. Ik noemde die drie punten. Je wilt voorkomen dat mensen in Europa zelf gaan rondshoppen. Je wilt voorkomen dat vluchtelingen, waar ook in de wereld, niet terechtkunnen op een plek waar het veilig is. Tegelijkertijd wil je het businessmodel van de mensensmokkelaars doorbreken. Dat zijn de drie doelstellingen. Hoe bereik je die derde nou als je toch perspectief blijft bieden op asielaanvragen in Europa, terwijl dat niet nodig zou zijn omdat die veilige opvang daar mogelijk is?

De voorzitter:

Nu is die vraag er toch. Ik geef de heer Roemer dus de kans om daarop iets te zeggen.

De heer Roemer (SP):

Dank u wel, voorzitter. Wat er nu op tafel ligt, is voor de langere termijn. De premier heeft dan het idee dat na verbetering van de opvang landen als Libanon, waar al anderhalf miljoen mensen zitten en waar er nog heel veel bij komen, met een beetje geld erbij erin zouden slagen om onderwijs voor alle kinderen te organiseren en perspectief op werk in Libanon. Forget it! Dat gaat gewoon niet gebeuren. De premier houdt hier gewoon een kulverhaal om voor zijn eigen achterban een mooi praatje te hebben, maar het lukt gewoon niet. De realiteit is toch ver te zoeken?

Minister Rutte:

Ik doe het eenmalig.

De voorzitter:

Ik zeg er wel bij: als we op deze manier het debat gaan voeren, gaat het vrij lang duren. En er zijn heel veel vragen in eerste termijn gesteld die ook nog beantwoord moeten worden.

De heer Roemer (SP):

Twee dingen. Ik ga eerst in op die vraag. Ik was echt in de veronderstelling — ik was er ook enigszins blij mee — dat de discussie in het kabinet tussen de coalitiepartijen de goede kant op ging toen collega Samsom met een heel goed voorstel kwam voor Europese asielzoekerscentra aan de grenzen van Europa. Toen dacht ik: het gaat de goede kant op. Mijn collega's Dennis de Jong en Sharon Gesthuizen hebben dat drie jaar geleden al voorgesteld. Ik dacht dus: daar komen we al een heel eind uit. Maar daar is niets meer van over.

Minister Rutte:

Ja, nogmaals. Een beeld creëren en vervolgens zeggen dat het een raar beeld is, is iets wat mijn voorganger vaak deed in debatten en met succes. Laat ik bij de feiten blijven. Het kabinetsvoorstel is een ander voorstel. Het kabinet wil hier stap voor stap naartoe werken. Het realiseert zich ook, zoals in de brief staat, dat er praktische vraagstukken aan de orde zullen zijn om hiermee om te gaan. Niettemin wordt ook in de regio zelf de noodzaak gevoeld omdat in een aantal landen de zaak ook een zekere uitzichtloosheid heeft op dit moment, juist omdat de voorzieningen tekortschieten. Ik ben ervan overtuigd dat je met landen in gesprek kunt gaan. Ik zie dat de heer Roemer het er nog steeds niet mee eens is. Ik geloof niet dat ik hem overtuig, maar het is wel onze opvatting dat je met die landen in gesprek moet gaan om ervoor te zorgen dat opvang daar mogelijk is. Dat is ook de enige manier, zeg ik tegen de heer Roemer, om ervoor te zorgen dat mensen daar een veilig heenkomen hebben en om te voorkomen dat zij uiteindelijk aan boord stappen van zo'n bootje.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik kom nog even terug op de ononderbroken inleiding van de minister-president. Ik moet zeggen dat ik daarin een schaamteloze VVD-uitleg hoorde van de brief. Het begon met de morele kant van de zaak: in de wereld moeten vluchtelingen worden opgevangen. Ik hoorde de Partij van de Arbeid een groot verhaal houden over onze morele verplichting. De premier gaat vervolgens diep in op dat langetermijnplan dat voor de VVD heel belangrijk is en voor de Partij van de Arbeid iets waarover eventueel later gepraat moet worden. Ik vind dit verrassend. Over dat kortetermijnverhaal heb ik een vraag. De premier zegt dat hij niet toe wil naar een verdeling van de 120.000, maar naar een verdeling van alle vluchtelingen. Nu ging het in 2014 om Europa om zo'n 560.000 vluchtelingen. Dit jaar zal het Europabreed om 1 miljoen gaan, als het zo doorgaat. Dan ga ik ervan uit dat het kabinet op basis van de verdeelsleutel van 6% dit jaar 60.000 tot 70.000 vluchtelingen in Nederland wil opvangen.

Minister Rutte:

De verdeelsleutel parkeer ik maar even, want daarover kun je heel veel zeggen. De verdeelsleutel die nu gehanteerd wordt voor het noodmechanisme, ontziet bepaalde landen in Oost-Europa in wel heel hevige mate. Ook daarover moeten wij dus met elkaar doorpraten. Mijn punt is een ander en veel fundamenteler punt. De situatie die wij op dit moment zien in Europa, dat mensen zelf doorreizen door allerlei veilige landen totdat zij in het land komen waar zij uiteindelijk willen uitkomen, is ongewenst omdat dit de asieldruk veel te veel bij een beperkt aantal landen legt. Wij moeten dus toe naar een situatie waarin Europees deze zaken goed georganiseerd worden. Ik zou met Europa de uitdaging willen aangaan om daarnaartoe te werken. Ik realiseer mij dat op kortere termijn dit herverdelingsmechanisme er ligt. Ik weet ook niet of het ons lukt om in Europa in één keer de stap te zetten naar de door ons gewenste eindsituatie voor de korte termijn, namelijk herverdeling bij aanvang en niet nu alleen als noodmechanisme. Ik vind echter wel dat de inherente logica daarvan evident is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nu gaat de minister-president weer op zijn VVD-been staan. Dit is een belangrijk onderdeel voor de Partij van de Arbeid, naar ik aanneem. De minister-president zei zelf dat het kabinet niet 120.000 vluchtelingen wil verdelen in de tussenfase, maar alle vluchtelingen. En "alle" — ik kan het niet helpen — is dit jaar rond het miljoen.

Minister Rutte:

100 miljoen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nee, rond het miljoen. Dat betekent dan toch dat het kabinet voorstelt om van dat miljoen of hoeveel het er ook moge zijn, Nederland zijn fair share te laten nemen? Als het er 1 miljoen zijn, is dat dan toch al 60.000? Ik kan het niet anders maken. Als de premier daar ook weer omheen wil draaien en dat niet wil zeggen, dat blijft er toch niet zoveel van over. Alle vluchtelingen verdelen van een miljoen is zo'n 60.000 in Nederland in 2015.

Minister Rutte:

Ik laat dit even onweersproken omdat het voor de luisteraar wel duidelijk is dat de heer Buma probeert delen van de brief toe te wijzen aan coalitiepartijen. Ik daag hem uit met de gedachte mee te gaan dat dit wellicht een brief is waar we ook in gezamenlijkheid enthousiast over zijn. Dan komt vervolgens de vraag aan de orde hoe je omgaat met de situatie op kortere termijn. Die heb ik geschetst. De heer Buma focust nu heel erg op het vraagstuk van de verdeelsleutel. Daarvan heb ik al gezegd dat daar nog wel heel veel over te zeggen is. Die verdeelsleutel is nog verre van vastgelegd omdat ook daar discussie over is. Dat betekent ook dat als je zou uitkomen bij een noodmechanisme voor de kortere termijn, de aantallen die daaraan gekoppeld zijn nog in beweging zijn. De Baltische staten springen daar wel heel goed uit en een aantal andere landen hebben een zware taak te pakken als het aan de Commissie ligt. Ik vind dat we daar nog eens even over moeten doorpraten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het is niet te geloven. Hier staat de minister-president van Nederland. Hij presenteert een plan: alle asielzoekers in Europa verdelen over de landen. Ik zeg dat de huidige verdeelsleutel ongeveer 6% is en dat dit hier dan uitkomt op 60.000. Dan zegt de minister-president niet dat dat grosso modo wel klopt, nee, hij gaat daar gewoon helemaal omheen en zegt dat het kan veranderen. Ja, het kan inderdaad 5,5% worden of 6,5%, maar veel meer zal het niet worden. Dus laat het tussen de 55.000 en 65.000 worden dit jaar, of tussen de 50.000 en de 70.000. Ik wil gewoon van de minister-president weten of hij beseft dat dat het gevolg is van wat hij hier heeft afgesproken. Tot nu toe geeft de minister-president geen antwoord. Dat vind ik echt niet kunnen, want dit is de rechtstreekse consequentie. Hij moet niet allerlei mooie praatjes voor de toekomst houden, hij is de minister-president die Nederland moet uitleggen wat de consequenties zijn van het kabinetsbeleid.

Minister Rutte:

De heer Buma noemt allerlei getallen, zowel de absolute instroom als de percentages waarvan sprake zou moeten zijn, die ik im Frage stel. Dus ik kan die vraag zo niet beantwoorden, echt niet.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Duitsland heeft het over 800.000 tot 1 miljoen mensen, Nederland heeft er 1.800 per week. Als het kabinet nu, in september, nog niet eens weet welke ramingen voor 2015 moeten gelden, hoe kan het dan überhaupt in Nederland mensen opvangen? Ik spreek deze minister-president op niets anders aan dan op zijn eigen brief — daar word ik echt boos over — en op zijn verhaal over alle vluchtelingen verdelen. Als ik vraag of hij de consequentie daarvan kent, zegt hij: dat ga ik je lekker niet vertellen, maar dat zijn er vast meer dan ik zelf hardop wil zeggen.

Minister Rutte:

Het laatste wat ik wil is dat de heer Buma boos is. Het is echt mijn doel vanmiddag om dat te voorkomen. Maar helaas, ik kan niet meer zeggen dat wat ik net zei, en toch vraag ik de heer Buma niet boos te zijn. Want hij komt met aantallen, zowel in absolute zin als met het verdeelmechanisme. Al die zaken zijn in beweging. Je kunt dat soort conclusies echt niet trekken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Zou de minister-president dat acceptabel vinden als uitkomst?

Minister Rutte:

Dat zijn allemaal als-danvragen. Laten wij het debat professioneel voeren.

De heer Klaver (GroenLinks):

We beginnen in ieder geval weer goed Rutteriaans, al was het maar omdat de minister-president zojuist zei dat we ervan uit kunnen gaan dat de coalitiepartners echt in gezamenlijkheid de brief hebben geschreven en daar ook enthousiast over kunnen zijn. Dat kan ik me voorstellen. Als je maar genoeg vaagheid op papier zet, kan iedereen daar zijn eigen ding uithalen. De gebeurde ook in het debat dat wij in eerste termijn voerden. De VVD zegt: er moeten meer mensen in de regio worden opgevangen, de PvdA zegt: het is goed als wij hier meer mensen in Europa opnemen zodat er minder mensen in de regio zitten, het is daar al heel druk. Waar staat het kabinet?

Minister Rutte:

Het kabinet is van mening dat er nu op de regio een enorme druk staat. Dat vertaalt zich ook in het feit dat voor een deel mensen op drift zijn geraakt. Wij willen in de regio naar een andere situatie. We willen daar afspraken maken om, vertrekkend bij bestaande opvanglocaties die zo langzamerhand onder te zware druk zijn komen te staan, daarin te investeren zodat er wel perspectief is. Dat leidt ook tot meer capaciteit, maar wel altijd in combinatie met het resettlementinstrument dat wij ook in de brief noemen. Dus je moet er echt onderscheid tussen maken waar wij op dit moment staat op dit moment en wat het kabinet wil bereiken met dit beleid.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dank voor deze uitleg. Je hebt het resettlementinstrument en je hebt de opvang in de regio. De vraag is wat uiteindelijk het effect is van dit beleid. Is het doel van wat het kabinet voorstelt om meer mensen in de regio op te vangen om de instroom hier te beperken, of gaan we dan op basis van uitnodiging — dat is waar de coalitiepartijen elkaar in kunnen vinden — zoveel mensen uitnodigen dat de druk in die regio afneemt?

Minister Rutte:

Je wilt dat de druk afneemt, onder andere door de faciliteiten te verbeteren. Je zult altijd het instrument van resettlement daarbij nodig hebben als overdrukventiel. Tegelijkertijd is het een feit dat wij ervan uitgaan dat dit eerder tot minder dan tot meer instroom zal leiden. Dat staat ook in de brief. Dat geld willen we mede gebruiken ter financiering van de extra investeringen die nodig zijn in de regio.

De heer Klaver (GroenLinks):

Verstond ik het goed dat de minister-president in een bijzin zei dat dit beleid tot meer instroom in Europa, dus tot meer vluchtelingen zal leiden?

Minister Rutte:

Nee. Wij gaan ervan uit dat het tot minder instroom zal leiden. Dat staat ook in de brief. Met de opbrengst daarvan willen wij voor een deel — er zal waarschijnlijk meer geld bij moeten — de kosten van opvang in de regio dekken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is helder. Ongeveer 97% wordt in de regio opgevangen, maar het kabinet zegt dat er eigenlijk nog veel meer mensen in de regio zouden moeten worden opgevangen. Het wil ook wel een klein beetje daaraan bijdragen. Dat is dus duidelijk het doel van het kabinet. Ik hoor de PvdA iets heel anders zeggen, namelijk dat we juist als Europa de druk van de ketel moeten halen door meer mensen hier in Europa uit te nodigen.

Minister Rutte:

Nogmaals, de situatie is op dit moment zodanig dat er een enorme druk staat op die landen; daar heeft de heer Klaver gelijk in. Wij willen bereiken dat het professioneler gebeurt. Daarbij willen we ook ondersteunen. Ook uit de brief blijkt dat dit naar onze verwachting zal leiden tot minder instroom. Dat is niet eens een gewenst doel, maar een feitelijke constatering. De opbrengst hiervan gebruiken we deels ter financiering van de kosten van de investeringen in opvanglocaties.

De heer Pechtold (D66):

Heeft een Syrisch gezin dat twee jaar in een garagebox of een kelder in Libanon woont, recht op een poging tot asiel in Europa volgens een in Europa af te spreken verdeelsysteem?

Minister Rutte:

Dat hangt er helemaal van af. Op dit moment valt zo'n Syrisch gezin vaak in handen van een mensensmokkelaar. Als het gezin aan boord van zo'n bootje stapt, zal het zeer waarschijnlijk hier een asielaanvraag doen. Die zal in de huidige situatie in behandeling worden genomen. Wij willen toe naar een situatie waarbij mensen voor wie er in de regio veilige opvang is, geen recht hebben op asiel in de EU, simpelweg omdat die mensen dan uit een veilig derde land komen. Zij krijgen dan geen asiel. De aanvraag wordt dan kennelijk niet-ontvankelijk verklaard of terstond afgewezen omdat er een veilige plek in de regio is. Op dit moment is dat vaak niet het geval. Het zal van geval tot geval anders zijn. Dat leidt natuurlijk tot de grote aantallen die we nu zien.

De heer Pechtold (D66):

Wat is volgens de minister-president op dit moment de situatie in Libanon? Leven daar mensen in kelderboxen en garages en is er sprake van een schrijnende situatie? Of kunnen er nog 120.000 vluchtelingen bij?

Minister Rutte:

Ik heb hier al een paar keer iets over gezegd. Kijk naar de situatie in Turkije, waar het grootste deel van de mensen niet in opvanglocaties woont maar door Zuid-Turkije wandelt. Kijk naar de situatie in Jordanië, waar wel een groot aantal van de mensen in opvanglocaties woont, maar waar ook een grote mate van druk op die locaties staat. Libanon heeft weer zijn eigen specifieke situatie. Daar gaat een groot deel van de brief ook over. Op korte termijn heb je te maken met een verhoogde asielinstroom. De vraag is niet alleen hoe je daar in Europa mee omgaat, maar ook hoe je voorkomt dat mensen genoodzaakt zijn hiernaartoe te komen.

De heer Pechtold (D66):

Ik leg nu in twee vragen, waar ik overigens geen antwoord op krijg, heel duidelijk bloot wat het hele probleem van deze coalitie is. We hebben net de heer Samsom gehoord, die geroerd zei: mensen in Libanon zitten in kelderboxen en garages; dat kan zo niet langer.

Minister Rutte:

Ja, de situatie daar is verschrikkelijk.

De heer Pechtold (D66):

We hebben ook de heer Zijlstra gehoord, die zei: kijk naar Libanon; daar kunnen er nog 120.000 bij als het gaat om directe opvang. O nee, hij sprak over Jordanië in plaats van over Libanon. Maar in Jordanië hebben we ook kelderboxen.

Minister Rutte:

Toch is er sprake van verschillende situaties.

De heer Pechtold (D66):

Het is van tweeën één: óf we accepteren dat mensen in die landen in kelderboxen en garages zitten, óf er kunnen er nog 100.000 of meer bij. Mijn probleem met deze brief van het kabinet is dat we nu al een dag …

De voorzitter:

Dat kunt u ook duidelijk maken in tweede termijn. Wat is uw vraag?

De heer Pechtold (D66):

Nee, voorzitter. Mijn vraag is: is dit niet exact het bed-bad-broodgedoe dat we hier een paar maanden geleden hadden? Er is een papieren werkelijkheid gecreëerd, maar we horen er vervolgens nooit meer wat van en de problematiek blijft bestaan. Ik vraag de premier om met deze Kamer te zoeken naar een werkbare oplossing. Is het kabinet bereid om de eerste stap te zetten en te zeggen: we gaan volop inzetten op het herverdelingssysteem, want dat is haalbaar, maar we laten die idiote harde eis nu vallen? Die harde eis staat namelijk een oplossing in de weg.

Minister Rutte:

Ik moet hierop een antwoord geven dat ik in een iets andere vorm al aan de heer Roemer gaf. De heer Pechtold zegt dat wij niks doen en dat er nog wel een paar bij kunnen in de door hem genoemde kelderboxen in Libanon. Dan begrijp ik dat hij het een onwerkbaar plan vindt. Ik daag de heer Pechtold echter uit om te proberen de brief te bekijken alsof het niet per definitie een compromis is. Alles wat wij hier doen, heeft altijd elementen van compromissen in zich, maar laat voor een moment de mogelijkheid toe dat dit een aanpak is waarvan de coalitie de verschillende elementen in gezamenlijkheid kan dragen. Dan zal de heer Pechtold zien dat in de brief niet staat dat wij de mensen in de kelderboxen opvangen. Nee, er staat in dat wij gaan investeren in gastgemeenschappen die wij daadwerkelijk proberen op te plussen. Ik heb dat genoemd om aan te geven dat wij opvanglocaties hebben, vaak onder leiding van de UNHCR. Wij gaan de komende tijd op zoek. Ik ben er zelfs al mee begonnen. Er is mij gevraagd of ik er al iets over kan vertellen. Nee, ik kan er niks over vertellen, want als ik dat in het openbaar doe, is het kansloos. Ik bemerk in Europa een groot commitment om dit te doen, omdat het ertoe leidt dat er een veilige opvang voor vluchtelingen is, omdat het leidt tot het doorbreken van het businessmodel. Dat commitment bemerk ik ook voor de kortere termijn. Voor die kortere termijn houden wij met het voorstel van de Commissie echter het probleem dat mensen voor een groot deel zelf op zoek gaan naar de plek waar zij het liefst asiel krijgen, terwijl wij het beter vinden om te komen tot een meer Europees systeem.

De heer Klaver (GroenLinks):

De premier zegt zojuist dat wij het niet moeten zien als een wens, maar als een feit. Als wij gaan investeren in de regio, als wij ervoor zorgen dat de opvang beter is, dan kunnen er meer mensen worden opgevangen en komen er minder mensen naar Europa. Waar haalt hij die wijsheid vandaan? Waarop baseert hij die kennis? Op welke wijze zouden er in die regio nou nog meer mensen opgevangen kunnen worden als wij nu al zien dat de verschrikkelijkheden daar zo groot zijn? Hoe gaan wij de bescherming van mensen daar garanderen?

Minister Rutte:

Ik heb dat geschetst in de brief. Dat willen wij onder meer doen door er financieel bij betrokken te zijn. Dat vraagt echt een financieel commitment. Ik heb geschetst dat een deel van de financiering te maken heeft met de te verwachten lagere toestroom naar Europa. Dat is niet de hele oplossing van het financiële probleem; er zal meer nodig zijn. Het gaat niet werken met de bestaande locaties. Je zult in de regio moeten werken aan een verbetering van de situatie. Je zult moeten werken aan opvangplekken die voldoen aan een aantal minimumeisen, waar zij nu in veel gevallen niet aan voldoen. Tegen mensen die uit zulke landen met zulke veilige situaties komen, kun je dan zeggen dat zij geen recht op asiel hier hebben.

De heer Klaver (GroenLinks):

Maak dat nou eens concreet. Dat zou ik de premier willen vragen. Maak dat nou eens concreet. Je moet zorgen voor voorzieningen waarvan mensen zeggen: dit is zo goed, nu hoef ik echt niet meer te vluchten naar Europa. Hoe gaan wij die bescherming regelen? Uiteindelijk is de bescherming die wij deze vluchtelingen moeten bieden, een verantwoordelijkheid van het land waar het vluchtelingenkamp of deze tijdelijke voorziening zich bevindt. Maak nou eens concreet wat het kabinet wil doen. De minister heeft het over geld. Er wordt 110 miljoen extra uitgetrokken, terwijl dat geld volgens mij voor andere armen in de wereld was bedoeld. Het is 2,5% van het bedrag dat eigenlijk nodig is. Wat moet er met dat geld gekocht worden? Aan geld alleen heb je niks. Het gaat erom waarop je het inzet.

Minister Rutte:

Dat heb ik geschetst: onderwijs en werk.

De heer Klaver (GroenLinks):

Is dat nou het enige waar dit kabinet mee komt? Onderwijs en werk. Moet er misschien iets met voedsel en huisvesting? Moet er niet voor worden gezorgd dat mensen daar in die kampen niet bedreigd worden? Valt dat allemaal niet binnen het gesloten compromis, pardon, binnen de gedeelde visie die is neergelegd in het duidelijke plan?

Minister Rutte:

Ik veronderstelde die elementen als vanzelfsprekend. Uiteraard horen ze er meer dan bij.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De premier schetst een beeld van structurelere opvang in de regio dan nu, met nieuwe locaties, zorg, onderwijs en werkgelegenheid. Is de minister-president zich ervan bewust hoeveel geld men nu tekortkomt voor alleen al voedsel en onderdak?

Minister Rutte:

Ik heb de bedragen niet paraat, maar ik weet dat het om serieuze problemen gaat. Het gaat om een benadering waarin wij drie dingen tegelijk doen. Wij werken aan de locaties daar. Wij realiseren ons dat wij als Europa door middel van resettlement nog steeds mensen hier naartoe zullen halen, zij het veel meer georganiseerd. De heer Van der Staaij heeft er iets over gezegd. Wij kunnen hier veel meer beleid bij voeren. Als die plekken er zijn, moet je tegelijkertijd zeggen: dan kun je hier geen asiel aanvragen. Die hele samenhang moet er zijn. Ik ben ervan overtuigd dat daarvoor in Europa commitment te krijgen is. Dat commitment is ook nodig om akkoord te gaan met die herverdeling. Ik heb dat al een paar keer geschetst, want het hangt met elkaar samen. Als dat commitment er is, kan Europa zich hiervoor ook gezamenlijk inzetten. Ik ben het eens met al diegenen die zeggen dat Europa collectief iets tot stand kan brengen. Er zijn al eerste plekken in Niger. Daar zijn de eerste gesprekken gaande. Dat ligt natuurlijk een stuk dieper in Afrika. Dat realiseer ik mij. Ik ben ervan overtuigd, luisterend naar de UNHCR, dat er goede aanknopingspunten zijn, maar we zullen er inderdaad hard aan moeten werken.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De minister schetst nu wel dit beeld, maar met welke boodschap gaat hij straks naar Brussel? Waarmee gaat hij zijn collega's overtuigen? Ik vraag dat, omdat hij in de brief 110 miljoen vrijmaakt, terwijl er miljarden nodig zijn, alleen al voor de acute nood. Ik heb het nu dus nog niet eens over locaties, onderwijs, zorg en werkgelegenheid, want dan praat je nog eens over miljarden. Gaat dit kabinet andere collega's overhalen om die miljarden de komende twee jaar vrij te maken? Welk voorbeeld geeft Nederland dan door eerst 700 miljoen te bezuinigen en er nu 110 miljoen bij te plussen?

Minister Rutte:

Nederland behoort nog steeds tot de landen die heel veel doen aan ontwikkelingshulp en ontwikkelingssamenwerking. Europa heeft daar natuurlijk ook budgetten voor. Ik merk in contacten met mijn collega's dat men ook vindt dat dit waar is en dat we dit probleem structureel moeten oplossen. Structureel oplossen betekent ook ervoor zorgen dat mensen daadwerkelijk daar veiligheid kan worden geboden. Men realiseert zich ook dat dat geld kost. We praten hier vaak over Europa en volgens mij constateren we vrij breed dat Europa hier meerwaarde heeft. Je zult hieraan in Europa gezamenlijk moeten werken. Dat vraagt ook om financieel commitment. Dat realiseert het kabinet zich. Dat realiseert deze coalitie zich, maar het is niet zo dat Nederland het voor alle 28 hoeft te financieren. Dat zullen we collectief moeten doen, nadat we met elkaar collectief commitment voor dit plan hebben uitgesproken.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog.

Minister Rutte:

Voorzitter. Het voordeel van een debat met fractievoorzitters is dat in de interrupties heel veel eerder gestelde vragen nogmaals voorbijkomen. Ik heb er op die manier al een aantal beantwoord, maar er liggen er nog wel een paar.

De voorzitter:

Het nadeel van lang wachten met verdergaan, is dat zich dan weer iemand anders meldt.

De heer Wilders (PVV):

Wij kunnen ons niet permitteren om te wachten op de middellange termijn. Nederland wordt nu overspoeld, Europa wordt nu overspoeld met massa's mensen, een invasie van gelukzoekers, vaak uit islamitische landen. Op dit moment komen er 1.800 mensen Nederland binnen. Dat zijn drie nieuwe volle asielzoekerscentra per week. Maar wat wil Nederland? De werkelijkheid is een andere dan die we bij Umberto Tan en Jeroen Pauw op de televisie krijgen voorgeschoteld. De werkelijkheid is dat heel veel mensen dit niet willen. De meerderheid van de Nederlanders wil dat de grenzen dichtgaan en dat er grenscontroles komen. Mensen willen nu een oplossing om te voorkomen dat deze mensen hierheen komen. Ik hoor de minister-president alleen maar vage verhalen houden over plannen voor de middellange termijn. Wat hij moet doen, wat het kabinet moet doen, wat de VVD moet doen, is er nú voor zorgen dat die mensen het land niet inkomen. Dat u denkt over de toekomst is prachtig, maar de grenzen moeten nu dicht.

Minister Rutte:

Nu de heer Wilders zich meldt, wil ik van mijn kant opmerken dat twee elementen in zijn bijdrage een grote zwakte in zijn betoog laten zien. Overigens vind ik wel dat hij in zijn interrupties terecht aandacht vroeg voor het feit dat mensen op zoek gaan — dat is een sterk punt — naar het land waar ze uiteindelijk terecht willen komen. Het is kenmerkend dat de heer Wilders de islamitische achtergrond benadrukt. Alsof wij daarin een keuze zouden kunnen maken: O, u komt uit een islamitisch land. Dan bent u geen vluchteling; u kunt hier niet terecht. Hij had het ook over waarden. Ik neem daar afstand van, want dat voegt niets toe aan dit debat.

Dan nu het antwoord op zijn vraag. Het lijkt mij ook wel eens fijn om leider te zijn van een partij die zegt: voor alles is een simpele oplossing. Daar verlangen we allemaal naar, maar we zitten hier toch echt als volwassen politici die moeten proberen om voor dit mooie land complexe problemen op te lossen. Dit is een complex vraagstuk. We hebben onze internationale verdragen. We hebben onze overtuigingen over wat fatsoenlijk is. Dat betekent dat je niets anders kunt doen dan dit probleem zowel op de kortere als de middellange termijn zo goed mogelijk het hoofd bieden. Daarvoor liggen er hier voorstellen en die gaan verder dan menig land in Europa tot nu toe is gegaan. Dat is hoe ik probeer om fatsoenlijke politiek te bedrijven en om mensen geen rad voor ogen te draaien door te doen alsof er voor alles een simpele oplossing is.

De heer Wilders (PVV):

Deze minister-president, niet de PVV-fractie, bedrijft onfatsoenlijke politiek. Opnieuw liegt hij de Nederlandse kiezers toe. Hij heeft dat eerder gedaan; we weten dat. "Geen geld meer naar de Grieken", zei hij. Iedereen zou €1.000 krijgen. Nu komt hij met een vaag plan voor de middellange termijn dat waarschijnlijk onuitvoerbaar is. Wat merkt de Nederlander daarvan? Wat merkt de VVD'er, die in meerderheid die asielzoekers helemaal niet wil, daarvan? Driekwart van uw eigen achterban merkt dat er vanaf volgende week duizenden asielzoekers, gelukzoekers of hoe je ze ook wilt noemen, naar Nederland komen. Dat is de realiteit. U hebt met uw vage compromis misschien de coalitie gered, maar u brengt de Nederlanders naar de afgrond. Daar zou u zich voor moeten schamen!

Minister Rutte:

Ook als de heer Wilders mijn baan zou hebben — ik hoop dat dat nooit gebeurt en daar zal ik hard voor blijven werken — zou hij te maken hebben met dit complexe vraagstuk. Dan zou hij snel merken dat er geen simpele oplossingen zijn. Daar komt bij dat zijn bijdrage mij verbaast als ik even naar de inhoud kijk. Elementen van dit voorstel die wat meer gericht zijn op de middellange termijn, werden eerder door de heer Wilders omarmd. Ik herinner mij debatten daarover. Het verbaast mij dat hij daar nu zo sterk afstand van neemt. Ook enige consequentheid in de opstelling van de PVV helpt ons allemaal om dat debat met hem goed te kunnen voeren.

De heer Pechtold (D66):

Ik stel ten eerste vast dat wij nu vijf uur verder zijn, maar dat het kabinet nog niet een van de vragen die ik gesteld heb, beantwoord heeft.

Minister Rutte:

Ik heb ook niet echt de kans gekregen! Allemaal interrupties!

De heer Pechtold (D66):

Wij gaan het dadelijk zien. Als u het nummer van de vraag erbij wilt noemen, gaan wij zitten bingoën.

Ik vind de vraag naar de toekomst essentieel voor de haalbaarheid van de plannen van dit kabinet. Kan er in de visie van de minister-president in de toekomst echt geen enkele vluchteling meer op eigen gelegenheid vanuit Syrië of een van de omliggende landen naar Nederland komen, omdat het recht op asiel dan volledig vervalt?

Minister Rutte:

Daarvoor is het noodzakelijk dat wij er in de regio in geslaagd zijn om die locaties te creëren, met het perspectief dat ik net geschetst heb. Als dat zo is, zullen er nog steeds mensen naar Europa komen via het resettlement instrument; de heer Van der Staaij en anderen hebben daar ook aandacht voor gevraagd. Dit betekent inderdaad dat mensen uit de regio waar er veilige opvang is, geen recht hebben op asiel in de Europese Unie. Op grond van het feit dat zij uit een veilig derde land komen, zullen zij dat asiel ook niet krijgen. Een aanvraag zal terstond als kennelijk niet ontvankelijk worden afgewezen, omdat zij opvang kunnen krijgen op de locaties in de regio.

De heer Pechtold (D66):

Dit is ook weer een voorbeeld van de maakbaarheid, de papieren werkelijkheid van dit voorstel? Wij kunnen het conflict in Syrië al vier jaar noch met bombardementen, noch met hulp of wat dan ook oplossen, maar het kabinet denkt dat het wel mogelijk is om in landen als Jordanië en Libanon, die op dit moment voor 25% uit vluchtelingen bestaan, een situatie te creëren die aan alle veiligheids- en toekomstperspectieven voldoet! Dat is toch een illusie? Als dat nu al niet lukt, dan blijf je toch mensen houden die op de vlucht raken? Ik vind het streven interessant, maar je kunt dat toch niet als voorwaarde stellen voor mensen die uiteindelijk de sprong wagen?

Minister Rutte:

Ik had dat debat ook helemaal aan het begin met de heer Roemer. Als dit waar is, als de heer Pechtold zo in de wedstrijd zit, zegt hij hier eigenlijk tegen de Nederlandse bevolking: wij zullen de komende jaren zeer regelmatig beelden op televisie zien van mensen die verdrinken op de Middellandse Zee. Dat zegt hij. De heer Klaver heeft een andere oplossing dan het kabinet. Hij zegt: kom maar hiernaartoe! Dat bleek net uit zijn interruptiedebat met de heer Zijlstra. Het is niet mijn opvatting, maar in ieder geval is het ook een manier om die mensensmokkelaars het leven zuur te maken. Maar als de heer Pechtold gelijk heeft en als hij niet met het kabinet wil samenwerken om dit perspectief in Europa te realiseren, zeggen wij eigenlijk tegen elkaar dat wij het fenomeen dat mensen omkomen op de vlucht naar Europa, niet kunnen bestrijden, dat wij daarvoor niet voldoende middelen hebben. Het is toch ongelofelijk tragisch om die conclusie te trekken?

De heer Pechtold (D66):

Ja, dat is het, net als het feit dat mensen vanuit het midden van Afrika gaan lopen, omdat zij niks te eten en te drinken hebben, en onderweg sneuvelen, en net als het feit dat er heel veel op de bodem van de Middellandse Zee liggen die niet eens in de getallen voorkomen. Dat is afschuwelijk! Zolang wij oorlog en hongersnood niet weten op te lossen, zal dat gebeuren. Zolang zullen mensen zoeken naar een plek waar het veiliger en beter is. Het kabinet verdoet tijd en verspeelt kansen door te zeggen: we gaan die mensen nu nog niet opvangen, maar we garanderen voor de toekomst onderwijs en veiligheid, en dat ze niet verkracht worden, in Libanon en Jordanië. Maar dat gebeurt al vier jaar niet. Kijk naar de rest van de wereld en de geschiedenis. Dat is mijn probleem. Ik zou graag met het kabinet in deze brief zoeken naar de oplossing, maar de allerbelangrijkste voorwaarde daarvoor is om die idiote voorwaarden tussen het een en het ander — dat noemen wij hier het compromis — los te laten. Dan kunnen we namelijk streven naar beiden.

Minister Rutte:

Ik had nooit verwacht dat ik de heer Pechtold op visie zou verslaan. Wat hij hier doet respecteer ik — het is een opvatting — maar ik leg me daar niet bij neer. Dit is echt capituleren voor dit probleem. Ik meen oprecht dat we er met elkaar aan moeten werken om dat probleem structureel op te lossen. Ik weet niet of we daar in alle opzichten in gaan slagen, maar ik weet wel dat daar in Europa draagvlak voor is. Ik ben ervan overtuigd dat we, als we daarover ook met de regio op een goede manier in gesprek gaan en helpen om de problemen die daar zijn niet te verergeren maar juist beheersbaarder te maken, kunnen toewerken naar een situatie waarin daar veiligheid kan worden geboden. Dan kunnen we voorkomen dat mensen hiernaartoe moeten komen. Ik weet dat dat geld zal kosten. En dat dat heel veel energie en mankracht zal kosten en dat dat niet morgen gerealiseerd is.

De heer Roemer (SP):

Als de premier zegt dat we de oorzaak moeten aanpakken, dan moet hij een stap teruggaan. Dan moet hij voorkomen dat de financiële vlucht vanuit Afrika naar het westen tien keer groter is dan de financiële hulp in omgekeerde richting vanuit het westen naar Afrika. Dan moet je dus voorkomen dat we Afrika arm houden en mensen inderdaad, zoals de heer Pechtold terecht zegt, op de vlucht slaan. We hebben vijftien jaar lang gezien wat bombardementen in het Midden-Oosten hebben opgeleverd: helemaal niks. Sterker nog: meer strijdende partijen, de groei van IS en nog meer vluchtelingen. Het is dus goed dat hier gezegd wordt, ook door de eigen partij van de minister-president, dat we daarmee moeten ophouden. De minister-president zei net letterlijk: we gaan dat doen met de perspectieven die geschetst zijn. Daarmee doelde hij op onderwijs voor alle kinderen en perspectief op werk. Daarmee zegt hij toch eigenlijk: dat gaat ons nooit lukken. Hij weet toch dat dat nooit gaat lukken en hij hier een praatje voor de vaak houdt?

Minister Rutte:

Ik schets hier niet het beeld van een nieuw Amsterdam of een nieuw Leiden in de regio. Wat ik hier schets, is dat je vertrekt bij bestaande opvanglocaties. En dat je je bekreunt over de vraag wat je moet doen om ervoor te zorgen dat dat een langjarig perspectief aan mensen biedt om daar te blijven. Het zal niet het alternatief zijn voor thuis en het zal ook niet het alternatief zijn voor mensen die het liefst naar Europa zouden willen komen. Daarmee kun je wel eerder tegen mensen zeggen: wij hebben die voorzieningen, en wij vinden dat je daarvan ook gebruik zou moeten maken in plaats van dat je hiernaartoe komt. Ik kan hier geen garantie geven dat ik tot 18 jaar ieder kind op Europees niveau onderwijs kan geven of dat ik iedereen aan een baan kan helpen. Ik denk echter wel dat je naar onderwijs en werk zult moeten kijken als onderdeel van een langjarig perspectief.

Ik kom even terug op het begin van de analyse van de heer Roemer over Afrika. Voor zover het gaat om het aanpakken van grondoorzaken zijn de heer Roemer en ik het eens. Over de analyse van die grondoorzaken zou ik wat langer willen doorspreken, want daar zitten elementen in waarmee ik het niet eens ben. Natuurlijk probeer je altijd ook in het beleid grondoorzaken aan te pakken, maar wat ik nooit kan wegnemen is dat er naar mijn overtuiging de komende tientallen jaren een groot welvaartsverschil zal blijven bestaan tussen Europa en omliggende delen van de wereld. Dat zal altijd voor een aanzuigende werking blijven zorgen. Wij kunnen niet iedereen die daar gevoelig voor is, hier een heenkomen bieden. Dat gaat simpelweg niet.

De heer Roemer (SP):

Precies. Dus moeten we iets doen aan die eerlijke handel waarover dit kabinet in ieder geval altijd niet thuis geeft.

Ik kom even terug op mijn vraag. De premier haakt eigenlijk alweer af. In zijn inleiding zei hij namelijk letterlijk dat de opvang in de regio moet verbeteren. Naast voorzieningen als water, slaapplaatsen en eten, betekent dat volgens hem ook: goed onderwijs en perspectief op werk. Ik ben inmiddels in tal van kampen geweest, waaronder in Kenia aan de Somalische grens, in een van de grootste kampen midden in de woestijn. Ik zag daar een meisje van 17 jaar met een baby op haar hand. Zij liet die baby registreren bij de UNHCR. De man van de UNHCR zei tegen mij: die moeder is hier ook geboren. Dat betekent dus: nooit onderwijs en nooit perspectief op werk. Dat is nu ook de situatie in Libanon, in Jordanië en in delen van Turkije. Hoe kan de premier hier dan met droge ogen zeggen: we sturen ze allemaal terug; het enige wat we moeten doen, is een beetje perspectief geven?

Minister Rutte:

Met alle respect, maar de heer Roemer probeert al een paar keer karikaturen te maken van hetgeen ik hier zeg. Dat mag. Daarmee zet hij de zaken scherp aan. Ik verwijt hem dat niet. Het gekke is dat zijn visie dan eigenlijk het tegendeel is van wat hij zegt. Hij zegt dan eigenlijk dat het toch niet gaat veranderen, dat de situatie is wat die is, dat we dat moeten accepteren en dat er dus mensen in heel grote stromen naar Europa blijven komen, ook gebruikmakend van levensgevaarlijke vaarroutes en onvoldoende goed uitgeruste schepen. Dat zegt hij eigenlijk. Ik leg mij daar niet bij neer. Ik vind het onze gezamenlijke taak als Europa om ervoor te zorgen dat mensen wel meer perspectief hebben. Dat hoort ook bij fatsoen. Nogmaals, mensen zullen het liefst terug willen naar het land waar het op dat moment onveilig is. Anderen wezen daar ook al op. Maar anders zullen mensen nog steeds, ook als die kampen verbeteren, het liefste naar Zweden of Duitsland of Nederland komen. Dat begrijp ik allemaal, maar ik wil tegen die mensen kunnen zeggen: we hebben een fatsoenlijk plek voor je in de buurt van het land waar de ellende is; we hebben daar allemaal vreselijk hard aan gewerkt en we gaan je helpen om daar een goed heenkomen te krijgen.

De heer Roemer (SP):

Ik wou dat we dat konden zeggen. Ik ben er gaan kijken. Ik heb ze inderdaad gezien, die kampen midden in de woestijn. Je zult toch maar de eerste zeventien jaar van je leven in een woestijn doorbrengen zonder onderwijs en perspectief op werk. Ik heb het gezien. De situatie in Jordanië en Libanon is nog vele malen erger. Kinderen van 3, 4 jaar proberen iets van geld te krijgen door een bloem te verkopen. Misschien moet de heer Rutte daar ook maar eens gaan kijken. Ik vraag mij af of hij dan nog steeds met gemak kan zeggen: het stroomt hier over, we moeten daar een klein beetje geld naartoe sturen en dan kunnen we in ieder geval oprecht zeggen dat mensen daar een veilige plek hebben en dan zoeken ze het daar maar uit. Dat zegt hij eigenlijk. Ik kan mij oprecht niet voorstellen dat dit beleid door beide coalitiepartijen gedeeld wordt.

Minister Rutte:

Dat is het beleid dus ook niet. Ik verwijs ook naar de brief en hetgeen de twee fractievoorzitters van de coalitiepartijen daarover gezegd hebben. Dat gaat echt verder dan de heer Roemer hier schetst.

De heer Klaver (GroenLinks):

De premier zegt dat hij de ambitie heeft om de omstandigheden in derde landen te verbeteren en ervoor te zorgen dat mensen niet hoeven te vluchten. Hij heeft het zelf over 10, 15, 20 en misschien wel 30 jaar. Waarom koppel je zo'n langetermijnaanpak dan zo strak aan de opvang op de korte termijn en de herverdeling binnen Europa? Waarom zeg je dat het één ondeelbaar plan is? Waarom koppel je dat niet los? Waarom zeg je niet: we hebben de ambitie om ervoor te zorgen dat de mensen daar veiliger zijn en dat er meer vrede en veiligheid en perspectief op onderwijs en werk komt, maar we koppelen dat los van de plicht die we nu hebben om mensen op te vangen en de druk in die regio te verminderen? Waarom is die verbinding zo strak, anders dan om politieke redenen, om de coalitie bij elkaar te houden?

Minister Rutte:

Ook in eerdere voorstellen van de Partij van de Arbeid en de VVD zie je veel elementen terug die in deze brief voorkomen. Dat is logisch, want deze brief is natuurlijk ook geïnspireerd door het denken in de coalitiefracties. Daar zit een samenhang in. Als je je zou beperken tot het probleem binnen Europa — ik geloof dat de heer Samsom dat zei — en niet de situatie van de regio naar Europa zou adresseren, als je alleen het ene doet en het andere laat, dan is er geen balans. Je zult beide moeten doen. Mijn politieke taxatie is eerlijk gezegd niet dat ik grote problemen verwacht op de middellange termijn. Ik verwacht in Europa eerder veel discussie over de oplossing die de Commissie voorstelt voor de kortere termijn, waar Nederland overigens ook reflecties bij heeft. Ik schetste de Kamer dat al. Wij zeggen: pak meteen door. Dat gesprek zullen we voeren. Maar goed, dat lijkt mij lastiger realiseerbaar gezien de opstelling van veel landen in Oost-Europa. Ik hoop en verwacht overigens — ik heb daar ook aanwijzingen voor, maar ik weet dat niet zeker — dat onze voorstellen kunnen helpen om een aantal Oost-Europese landen ook mee te krijgen in de bewegingen op de kortere termijn. Het kan ook helpen om daar een brug te slaan, omdat zij zorgen hebben bij systemen van herverdeling als dat niet gepaard gaat met het aanpakken van de situatie in de regio.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dit is weer een schets. Dat doet de premier heel vaak, schetsen hoe het Europese speelveld eruitziet en hoe wij daarin een rol spelen of wat onze positie daarin precies is. Mijn vraag is: wat is het standpunt van Nederland en waarom legt het kabinet die strakke verbinding? Waarom is dat nodig? Het is niet nodig om die verbinding te leggen. Je kunt de ene ambitie waarmaken zonder de strakke koppeling die nu wordt gemaakt.

Ik heb nog een andere vraag aan de premier. Hij denkt dat niet het vraagstuk van de lange termijn zal vastlopen in Europa, maar juist het vraagstuk van de korte termijn en de herverdeling binnen Europa. Is hij bereid om het lot van vluchtelingen niet in handen te leggen van een aantal Baltische staten, maar zelf een kopgroep te gaan vormen met landen die wél welwillend zijn?

Minister Rutte:

Dit is alweer de als-dan: als de top niet zou lukken … Ik ga helemaal niet mee in die gedachte. Ik merk in Europa op dit moment dat veel collega's zeggen: we moeten dit probleem nu echt in samenhang oplossen. Ik heb er echt vertrouwen in dat dat kan lukken. Ik heb voor de komende dagen veel telefoongesprekken gepland staan. Ik weet dat Diederik Samsom in eigen politieke kring zijn best doet. Ik hoop ook op anderen hier. Ik hoop natuurlijk ook dat de heer Wilders in zijn politieke kring zijn best gaat doen om steun te krijgen voor deze plannen, en uiteraard de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Een als-danvraag, zegt de premier, maar zo als-dan is het niet als we nu om ons heen kijken. De premier zelf schetst het ook. De kans is groot dat het kortetermijnplan niet op draagvlak kan rekenen en we op korte termijn geen oplossing vinden voor het probleem. Dat is niet het probleem van Europa, maar van al die vluchtelingen. Waarom zegt de premier niet gewoon: wij willen leiderschap tonen in Europa en een voortrekkersrol hebben op dit continent, dus we zijn bereid om een kopgroep te vormen? Waarom zegt hij niet: wat die Baltische staten, die een paar honderd mensen zouden moeten opnemen, er ook van vinden, wij gaan door?

Minister Rutte:

Als de Oost-Europese landen dit zouden horen, als de heer Klaver op mijn plek zou staan, zouden ze denken: nou, da's mooi, wij kunnen gewoon nee zeggen want ze gaan het toch doen. Zo werkt het toch niet?

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is geen spelletje.

Minister Rutte:

Het is wel een …

De heer Klaver (GroenLinks):

Het is wel een spelletje, zegt u.

Minister Rutte:

Ik zeg dat niet, maar de Oost-Europese landen hebben inhoudelijke bezwaren en wij proberen hen te overtuigen op de inhoud. Zij zouden zeggen: o, het gebeurt toch wel want je krijgt kopgroepen; this, that and the other. Dan krijg je ze toch nooit mee op de inhoud? Dat is toch niet verstandig?

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, …

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister-president doorgaat met zijn beantwoording.

Minister Rutte:

Ja, dat is net mijn suggestie. Ik denk dat ik een paar juridische vragen over wat te doen bij asielaanvragen in Europa nu al drie keer beantwoord heb, dankzij de vele gestelde vragen.

In de eerste termijn van de Kamer is er wat discussie geweest over de vraag wat een veilig derde land is. Hopelijk mag ik daarin enige helderheid brengen. De Procedurerichtlijn bevat heldere criteria die een veilig derde land definiëren. En hier komt-ie: de richtlijn vereist daarbij niet dat het Vluchtelingenverdrag is geratificeerd, maar alleen dat het principe van non-refoulement in overeenstemming met het Vluchtelingenverdrag wordt nageleefd. Dat betekent dat er de facto sprake moet zijn van het respecteren van non-refoulement, en dat betekent dat derde landen dus geen mensen mogen terugsturen naar een land waarin ze te vrezen hebben voor vervolging. Dat zeg ik omdat daarover een discussie ontstond tussen verschillende Kamerleden in eerste termijn.

Ik kom heel kort bij mevrouw Thieme, die een heel bijzondere link legde met de kwestie van milieu en klimaat. Maar goed, die is misschien niet eens zo vreemd. Laat ik daar in algemene zin over zeggen dat het kabinet er buitengewoon scherp op toeziet dat alle instrumenten die het ter beschikking staan, onderdeel van het beleid zijn. Ik noem bijvoorbeeld de geïntegreerde hulp- en handelsagenda en de samenwerking op politiek terrein en veiligheidsterrein, en natuurlijk ook het tegengaan van klimaatverandering, zeker ook waar die zou kunnen leiden tot gedwongen migratie. Dat is natuurlijk niet alleen denkbeeldig.

Nu kom ik bij de heikele kwestie van Syrië. Gaat Nederland meedoen aan bombardementen boven Syrië? Daarover hebben we gisteren ook gedebatteerd, dus ik denk dat ik herhaal wat Bert Koenders, de minister van Buitenlandse Zaken daarover gisteren zei. Het kabinet volgt de ontwikkelingen in Syrië zeer nauwlettend. Wij volgen daarbij ook de bijdragen van bondgenoten. De Kamer weet dat wij zijn begonnen met 5 Europese landen. Uit de 26 Europese NAVO-landen zijn er 5 actief geworden, ook met bombarderen, aan het Irakese deel van het conflict. Nederland is daar een van, dus wij liepen en lopen zeer voorop. Dat wordt ook in Europa erkend. De lijn van het kabinet daarbij is ook vastgelegd in de artikel 100-brief over de operatie tegen ISIS.

Die lijn volgt het kabinet. Het is waar dat er een volkenrechtelijk mandaat is om boven Syrië in te grijpen, maar dit betekent niet dat je dat dan ook automatisch doet. De vraag of en zo ja, hoe Nederland hieraan invulling zal geven, vergt een apart besluit. Dit is een eigenstandige Nederlandse afweging en het kabinet zal die afweging met de Kamer delen zodra die is gemaakt. Ik zal er niet op vooruitlopen. Dit is een buitengewoon gevoelige kwestie, waarbij allerlei elementen moeten worden gewogen: het langetermijnperspectief, de situatie in Syrië en de vraag wat onze acties kunnen bijdragen aan de oplossing van het probleem. Wij zullen dit geheel bezien en de Kamer daarover nader informeren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als ik het goed begrijp, zal het kabinet wel een besluit nemen?

Minister Rutte:

In ieder geval een besluit over de vraag of wij daar wel of niet toe overgaan. Wij zullen dat op enig moment doen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Punt is natuurlijk dat — indien het kabinet daartoe kan komen — het geen dag moet wachten, want de oorlog gaat verder en de bijdrage van Nederland kan grote positieve gevolgen hebben. Kan de premier aangeven wanneer een besluit zal worden genomen? Dit zijn toch allemaal keuzemogelijkheden die de afgelopen tijd al hadden kunnen worden gewogen? Daar moet dan op een gegeven moment een klap op worden gegeven, al dan niet politiek. Kan de premier aangeven welk tijdpad daarbij hoort?

Minister Rutte:

Voordat ik die vraag beantwoord, onderstreep ik wat ik zo-even zei, namelijk dat soms het beeld ontstaat dat Nederland heel weinig doet in de regio en in de strijd tegen ISIS. Wij behoren tot de oorspronkelijke vijf Europese landen die bereid zijn om met onze F16's te bombarderen aan het Irakese deel van het conflict. Daarmee lopen wij zonder meer voorop en ik vind dat ook logisch, omdat wij ervan overtuigd zijn dat wij een bijdrage moeten leveren. Soms krijg ik in het debat het gevoel dat als je dit niet heel snel uitbreidt naar Syrië, je dan een van de laatsten in Europa zou zijn die iets doen. Dat is echt niet waar.

Niettemin is dit een reëel debat over de eigenstandige vraag of je, gegeven ook de volkenrechtelijke situatie, boven Syrië actief zou moeten zijn, maar dit vraagstuk heeft heel veel facetten en aspecten. Ik leg mij ook niet vast op een termijn. Zodra het kabinet alle afwegingen heeft gemaakt en de situatie volledig in kaart heeft gebracht, laten wij dit aan de Kamer weten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Mijn analyse is dat je op een gegeven moment een besluit moet nemen. Het conflict in het noorden is al een aantal jaren oud en de F16's zijn er al een jaar. Ik kan mij voorstellen dat de premier zegt: wij willen hierover nadenken. Ik vraag hem wel op enig moment om een besluit opdat de Kamer kan zeggen: goed of niet goed. Als dat lang duurt, zal ik dit opnieuw vragen. De Kamer heeft immers geen idee welke overwegingen het kabinet heeft om ja of nee te zeggen. Ik kom hier misschien nog op terug in tweede termijn, maar dit is mijn verzoek aan de premier.

Minister Rutte:

Het verzoek is om er ooit een besluit over te nemen. Wij zullen de Kamer op enig moment een update geven van ons denken hierover, zeker.

Ik heb buiten de microfoon om — ik zeg dit even voor de Handelingen — aan het einde van de eerste termijn van de Kamer gezegd dat de vragen die de heer Pechtold opsomde van zijn lijstje, in mijn setje antwoorden zijn opgenomen. De heer Dijkhoff komt nog aan bod en hij zal ook een aantal dingen meenemen. Wij zullen nu echter niet alle vragen beantwoorden. Wij nemen daar echt even de tijd voor. Het is zoals de beroemde schrijver die vragen over zijn boek kreeg van een leraar Nederlands. Een kindje had het opgestuurd en hij zei: wat kan jouw leraar goede vragen stellen; ik kan er zo 30 van de 100 beantwoorden, maar voor de andere heb ik meer tijd nodig. Dat geldt hier ook. De Kamer heeft op onderdelen ingewikkelde bespiegelingen gegeven over de brief en die vragen om een zorgvuldige beantwoording. Ik meen echter dat ik de elementen die de heer Pechtold heeft genoemd, heb aangeraakt. Wij kunnen het antwoord van staatssecretaris Dijkhoff afwachten en als er dan nog prangende kwesties overblijven, kunnen wij proberen die nu op te lossen, maar wij laten ons niet opjagen. Het gaat om een belangrijke kwestie en wij moeten dat zorgvuldig doen.

De heer Roemer (SP):

Ik heb gevraagd naar de situatie van Saudi-Arabië. Kan de premier nog iets zeggen over de contacten en over zijn mening over de bijdrage van Saudi-Arabië? Is daarover nog iets nieuws te melden? Dat lijkt mij wel handig.

Minister Rutte:

Ik weersta de verleiding om in te gaan op de bespiegelingen over de gesprekken met individuele landen of de beschouwingen over individuele landen, omdat hierdoor naar mijn overtuiging de kans van slagen van het middellangetermijnperspectief dat het kabinet hier neerlegt, afneemt. Dit kan alleen in vertrouwelijkheid. Daar hoort bij dat het de Kamer vanzelfsprekend vrijstaat om opvattingen te hebben over wat landen in de regio al of niet doen. Volgens mij draagt het niet bij aan de doelstelling van het kabinet als ik daar ook aan mee ga doen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik had nog een vraag gesteld over de extra inspanningen die het kabinet gaat leveren op het gebied van integratie van de extra instroom die we kunnen verwachten.

Minister Rutte:

Daar zal de heer Dijkhoff op ingaan, zie ik.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik moet wel zeggen dat na alle voorafgaande interrupties bij de minister-president het lijstje vrij overzichtelijk is geworden. Ik heb even overwogen om een lange inleiding te houden om dat te compenseren, maar mijn inschatting is dat het ook niet erg is als ik alleen de vragen die er nog liggen, beantwoord. Ik ben natuurlijk bereid om elke interruptie van de Kamer te beantwoorden, als er toch nog behoefte is aan meer.

Een van de cruciale vragen die de heer Roemer stelde, is of Nederland de huidige instroom aankan. Sommige vragen krijg je dagelijks en daar kun je standaard hetzelfde antwoord op geven, maar dit is een vraag waarbij ik er dagelijks over nadenk of het antwoord ja is. Vandaag is het antwoord ja, maar de situatie is wel dat het piept en kraakt, dat iedereen alle zeilen bij zet in de organisatie en dat we mensen bij aan het werven zijn, die natuurlijk nog opgeleid moeten worden. Mensen die een asielaanvraag hebben gedaan, moeten wat langer wachten op een antwoord. Alle medewerking van betrokken partijen en ook van de gemeenten is nodig.

Het is niet zo dat we ruim in ons jasje zitten en ons veel vertraging kunnen veroorloven, want die kan er onmiddellijk toe leiden dat de organisatie er moeite mee heeft om de situatie aan te kunnen. Tot nu toe lukt het om iedere dag bedden te hebben voor iedereen, en dat blijft het streven, maar ik zeg niet dat het ruim is. Vooral de doorstroming van vergunninghouders die in een asielzoekerscentrum wonen en die op papier, volgens het systeem, allang in een gemeente hadden moeten wonen, is een bottleneck. We zijn met de gemeenten in gesprek om te kijken of we dat kunnen versnellen, zodat de bedden in het asielzoekerscentrum weer benut worden door mensen voor wie zij echt bedacht zijn.

De heer Pechtold (D66):

Dat maakt wel duidelijk dat de voorganger van de staatssecretaris er een zooitje van heeft gemaakt. Hij maakte ons vorig jaar angstig door te zeggen dat er 65.000 asielzoekers zouden komen. Uiteindelijk waren het er 26.000. Staatssecretaris Teeven heeft natuurlijk rekening gehouden met die 65.000 die hij aankondigde voor heel Nederland. Ik neem aan dat er dus een ruimte is van 40.000 plaatsen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Die ruimte is er, zoals ik al zei, maar heel veel van die plaatsen worden nu ingenomen door mensen die eigenlijk al in een gemeente hadden moeten wonen, en dus niet meer in een asielzoekerscentrum, en dat kun je die mensen niet kwalijk nemen. Daarnaast heeft mijn voorganger bericht over een week. We hebben in de Kamer ook gezien dat er een hoog aantal uitkomt, als je de hoogste weekinstroom pakt en die extrapoleert met 52. Als het elke week zoveel is, dan … Dat deed de heer Wilders in eerste termijn ook met de instroom van 1.800 per week die we nu hebben. We hebben in het voorjaar ook weken gehad met 300. Ik krijg ook vaak naar mijn hoofd dat ik niet kan rekenen omdat ik tussen de 35.000 en 40.000 mensen voorspel, terwijl er nu 1.800 in de week zijn, maar dat komt doordat niet iedere week hetzelfde is. We hebben extra capaciteit voorbereid en ingezet. Er lopen extra trajecten met gemeentes. We komen nu uit boven de bovenkant van die ramingen, zodat het nodig is om de procedures te versnellen om het aan te kunnen. Ik denk dat dit ook geldt voor de landen om ons heen, zoals Duitsland, bij de aankondiging over 800.000. 30% tot 40% komt uit de Balkan en hoeft dus geen opvang en geen tijdelijk of permanent asiel. Ook daar zie je dat de aantallen wel hoger zijn dan anderen verwacht hadden.

De heer Pechtold (D66):

Laat ik deze staatssecretaris dan complimenteren. Ik vond dat hij onlangs een verfrissend interview gaf. Hij gaat nu niet mee in het gevoel dat je het hoogste getal van de week direct moet uitspreiden over het hele jaar. Ik ben blij dat die sfeer onder zijn verantwoordelijkheid aan het veranderen is. Dat neemt niet weg dat ik vind dat dit kabinet, gezien die aankondiging van vorig jaar, wel nog meer had mogen doen aan het voorbereiden op opvang. Dat heeft ermee te maken dat mensen niet doorstromen naar woningen. Volgens de staatssecretaris hebben we nu bestuurders met lef nodig, die daarvoor de ruimte scheppen binnen hun gemeente. Daar moeten we alle druk op zetten. Ik hoop dat de staatssecretaris ons op een later moment ook wil laten weten wat de voortgang op dat vlak is.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ja, zeker. Daarbij denk ik niet alleen aan druk op gemeenten, maar ook aan medewerking. Ik heb er begrip voor dat men niet in één week een oplossing kan vinden voor het aantal per gemeente dat er volgens het tabelletje zal komen. Wij bellen dus niet alleen om te zeggen "schiet eens op". Wij bekijken ook echt hoe wij samen creatieve oplossingen kunnen verzinnen en voor doorstroom kunnen zorgen. In de laatste weken van het reces heb ik de Kamer een update gestuurd. Als er binnenkort weer een update is, zal ik ook die aan de Kamer doen toekomen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Misschien mag ik de staatssecretaris in deze ronde toch iets meegeven. Gisteren heeft in de Kamer een rondetafelgesprek plaatsgevonden. De VNG, het COA, VluchtelingenWerk Nederland et cetera kwamen toen bijeen. Ook waren er vrijwilligersorganisaties, die inmiddels duizenden adressen en namen hebben verzameld van gastgezinnen. Ik kwam eigenlijk tot de conclusie dat er, nog even afgezien van alle belemmeringen en vragen die je kunt hebben, geen regie wordt gevoerd op het matchen van de gastgezinnen met de huidige statushouders in de azc's. Wil de staatssecretaris daarbij wél actief de regie voeren?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Daarin moet ik even een nuancering aanbrengen. Wij hebben die regie natuurlijk wel, vooral als het gaat om het plaatsen van minderjarigen in pleeggezinnen. Daar hebben wij goede ervaringen mee en dat doen wij ook. Nu is er een soort luxeprobleem. Het spontane aanbod uit de samenleving is heel groot. De regie is er wel, maar het tempo is niet zo hoog dat je alles meteen kunt doen. Die regie blijft. Een dezer dagen stel ik het "zelfzorgarrangement" open — een heel raar woord — zodat wij ook kunnen samenwerken met mensen en organisaties in het maatschappelijk middenveld die op kleinere schaal hulp bieden. Daardoor maken wij het makkelijker dat mensen bij zo'n gelegenheid onderdak vinden en niet langer een plek in het asielzoekerscentrum hoeven te realiseren. Dat is uiteindelijk voor ons betaalbaarder en voor die mensen vaak ook prettiger.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Gisteren merkten wij tijdens het rondetafelgesprek dat het COA kijkt naar de VNG en dat de VNG weer kijkt naar VluchtelingenWerk Nederland. Als wij zo naar elkaar blijven kijken, frustreert dat wel de gastgezinnen die nu bereid zijn om de mensen uit de azc's te halen. Ik wil de staatssecretaris toch vragen om met de VNG om tafel te gaan zitten om te kijken naar de matching en de regie te voeren over de twee mogelijkheden die nu beschikbaar zijn. Ik heb begrepen dat het ZZA beschikbaar komt.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dit heeft zeker de aandacht. Als je tijdens een hoorzitting de partijen één voor één vragen stelt, zullen zij het ook benadrukken als zij het gevoel hebben dat een ander hulp moet bieden. Gelukkig zit ik meestal met hen allemaal aan tafel en kijken wij niet naar elkaar, maar met elkaar naar het probleem. Ik voel bij al die partijen het commitment om dit in goede banen te leiden. Ook luxeproblemen zoals een groot aanbod van vrijwilligers, spontaniteit en draagvlak, zijn op korte termijn echter problemen. Ik ben het echter met de heer Voordewind eens dat dit er niet toe moet leiden — en wat ik nu zeg is goed bedoeld — dat het spontane aanbod vervalt in hobbyisme. Wij moeten de professionele koppeling behouden, met zorg voor de vluchteling om wie het gaat.

Omdat de lhbt'ers expliciet werden genoemd in de brief, vroeg de heer Van der Staaij of dit ook geldt voor anderen zoals christenen. In het plan dat wij hebben, is hervestiging, gelimiteerd, uiteindelijk de potentiële route om vanuit de regionale opvang naar Europa te komen. In de praktijk zal het element geloof een grote factor zijn bij de beoordeling van de kwetsbaarheid van mensen. Onze hervestigingsinspanningen zijn er traditioneel op gericht om kwetsbare mensen voorrang te geven bij hervestiging. Dat geldt ook voor mensen die in algemene zin veilig zijn in een regionale opvang, maar voor wie de omstandigheden in een specifiek geval tekortschieten. Dat is dus zeker een factor waar rekening mee gehouden wordt.

Mevrouw Thieme heeft gevraagd naar het tussenmodel, de tussenfase; ik moet even het conceptuele onderscheid maken. Over die fase zegt het kabinet: je hebt noodoplossingen die bespreekbaar zijn als er ook commitment is aan het eindplan. Daarin zouden we zelfs nog meer ambitie willen tonen. We willen een EU-asielsysteem waarbij je geen nationaal asiel krijgt maar een Europees asiel met een standplaats. Hoe voorkom je dan dat je als standplaats Roemenië noemt en men zich na twee dagen hier meldt? Daarvoor stelt de Commissie een vijfjaarstermijn voor waarbinnen mensen in die standplaats moeten blijven. Een eventueel beroep op sociale voorzieningen is daarbij gekoppeld aan die standplaats.

Verder zijn er tal van vragen gesteld die ik met liefde beantwoord, maar wat ik niet doe omdat het een dubbeling zou zijn ten opzichte van de gedachtewisseling met de premier.

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan de beantwoording van de regering in eerste termijn. Ik ga ervan uit dat er behoefte is aan een tweede termijn.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Er ligt een plan van het kabinet, een brief die meestal onnavolgbaar is, niet alleen voor de oppositie, maar ook voor de coalitie. Het is uit te leggen op die manier die je wilt. De VVD zegt dat het plan uiteindelijk ertoe moet leiden dat meer mensen in de regio worden opgevangen en dat er minder instroom is in Europa. De PvdA zegt dat het drukventiel juist nodig is, dat Europa meer mensen moet hervestigen. Het was aan de premier om in zijn eerste termijn daarin het midden te vinden. Dat vond hij niet. Hij koos heel duidelijk. Hij gaf aan dat dit er uiteindelijk voor gaat zorgen en dat het ook de ambitie is, dat er minder vluchtelingen naar Europa komen en minder vluchtelingen naar Nederland. Dat is helder. Het is niet mijn keuze, maar het is een heldere keuze.

Wij hebben het ook gehad over de koppeling van het langetermijnplan, wat mij betreft een onzalig langetermijnplan, aan de korte termijn en het feit dat het heel vreemd is om dit zo strak aan elkaar te koppelen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit vooral is om de coalitiebelangen bij elkaar te houden en niet zozeer om vluchtelingen te helpen. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering een samenhangend plan heeft gepresenteerd dat zowel een component voor de korte termijn als een component voor de lange termijn bevat;

overwegende dat de urgentie van de plannen voor de korte termijn, waaronder de verdeling van vluchtelingen over Europa en extra middelen voor de vluchtelingenkampen in de regio, dermate groot is dat de uitvoering hiervan niet voorwaardelijk gemaakt kan worden aan een langetermijnagenda;

verzoekt de regering, de door haar voorgestelde plannen met betrekking tot een gemeenschappelijk Europees asielbeleid op korte termijn direct uit te voeren en niet voorwaardelijk te maken aan het draagvlak binnen de EU voor haar gewenste langetermijnoplossingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Roemer, Pechtold, Voordewind, Thieme, Kuzu en Klein.

Zij krijgt nr. 2031 (19637).

De heer Klaver (GroenLinks):

Tot slot de integratie. Wij moeten als politici heel erg oppassen met uitspraken dat de mensen die met de huidige instroom komen, tijdelijk zullen blijven en uiteindelijk weer weg zullen gaan. Ik denk dat de realiteit is dat wel drie kwart van die mensen hier zal blijven. En dat zijn onze nieuwe landgenoten. Die mensen moeten wij niet een aantal jaren het zelf laten uitzoeken. Wij moeten hen vanaf het eerste moment laten integreren. Als wij dat niet doen, ben ik heel erg bang voor de gevolgen voor het draagvlak voor deze mensen in Nederland en het weer opnemen van nieuwe vluchtelingen. Omdat het kabinet daar tot nu toe niets over zegt en er veel te weinig aan doet, heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat van de asielzoekers uiteindelijk twee derde een verblijfsvergunning krijgt toegewezen;

constaterende dat asielprocedures vaak jaren duren en de mogelijkheden tot integratie via arbeid of professionele scholing voor asielzoekers zeer beperkt zijn;

overwegende dat het van groot belang is dat vreemdelingen al tijdens hun asielprocedure kunnen integreren in de Nederlandse samenleving;

verzoekt de regering, een plan van aanpak te formuleren waarin de integratiemogelijkheden van vreemdelingen middels arbeid en scholing worden vergroot, hiervoor de benodigde middelen vrij te maken en de Kamer hierover voor de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Pechtold, Voordewind, Thieme, Kuzu en Klein.

Zij krijgt nr. 2032 (19637).

De heer Zijlstra (VVD):

De VVD is ook voorstander van integratie van mensen die een verblijfstitel hebben in Nederland en die hier definitief mogen blijven. De heer Klaver suggereert dat je eigenlijk vanaf dag 1 dit mag doen. Het gaat toch niet zo zijn, zo vraag ik ter verduidelijking aan de heer Klaver, dat dit weer leidt tot afgewezen asielverzoeken waarbij zijn partij bepleit dat de afgewezen mensen zo goed geïntegreerd zijn dat zij toch moeten blijven? Hij blijft dan hopelijk wel steunen dat iemand die wordt afgewezen, wel of niet geïntegreerd zijnde, gewoon moet vertrekken?

De heer Klaver (GroenLinks):

We hebben de regels zoals we die kennen. Voor mij is het belangrijkste dat we de realiteit onder ogen moeten zien dat het merendeel van de mensen die hier komen en asiel aanvragen, dat ook krijgt. Ik wil mij niet richten op het kleine deel dat wordt afgewezen, maar op de grote groep die uiteindelijk gaat blijven. Als alle procedures zijn doorlopen en mensen uiteindelijk worden afgewezen, worden zij in principe uitgezet. Maar wat mij betreft zijn er altijd uitzonderingen. Bijvoorbeeld als het gaat om kinderen die hier gewoon geworteld zijn, vind ik dat het kabinet of de verantwoordelijke bewindspersoon zijn discretionaire bevoegdheid moet gebruiken.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat was precies waarom ik de vraag stelde, want feitelijk wil de heer Klaver hier dus een sluiproute introduceren voor mensen die dit hebben gedaan. Dat kan best goed zijn, maar als je dat doet, komt het "geworteld" principe naar voren. Dus als je goed geïntegreerd bent en je wordt afgewezen, mag je volgens GroenLinks waarschijnlijk blijven. Dan zijn we wel weer het paard achter de wagen aan het spannen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik zei het net helder. Ik maakte er alleen een uitzondering op. Als je hier komt en je voldoet niet aan de regels, dan zul je uiteindelijk weg moeten. Ik maakte één uitzondering, voor kinderen die hier al heel lang zijn en die geworteld zijn. Wat mij betreft moet je die niet wegsturen.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Dit debat heeft naar mijn gevoel pijnlijk blootgelegd dat onze coalitiepartijen een totaal verschillende uitleg hebben van het kabinetsplan. De PvdA zegt: Libanon zit vol, de VVD zegt vervolgens: Libanon kan er nog wel 120.000 mensen bij hebben. De PvdA zegt: we gaan meer mensen opnemen, de VVD zegt: pas als de Europese Unie belooft de buitengrenzen dicht te gooien, kunnen we tijdelijk meer mensen opnemen. De VVD heeft het over een harde eis, een voorwaarde om uiteindelijk het fundamentele recht op asiel te kunnen afschaffen, de PvdA negeert dit. De PvdA staat toe dat Nederland zich in Europa totaal voor schut zet met een plan dat al lang afgeserveerd is. Mogherini zegt: ik peins er niet over om dit plan uit te voeren, want Zijlstra kan eisen wat hij wil, maar dit besluit zal toch wel genomen worden, er lijkt in de Raad al lang een gekwalificeerde meerderheid te zijn en deze voorstellen zijn bindend. Daarom dien ik de volgende moties in. De eerste gaat over de gekwalificeerde meerderheid waarop het eerste deel van het voorstel van toepassing is.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de besluitvorming in de Europese Raad per gekwalificeerde meerderheid zal verlopen;

overwegende dat de voorstellen voor Europese hervestiging en herverdeling een bindend karakter hebben;

verzoekt de regering, een per gekwalificeerde meerderheid genomen besluit over de migratieplannen van de Europese Commissie ruimhartig uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Voordewind en Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2033 (19637).

De heer Pechtold (D66):

Een van de plannen voor maandag, vandaag niet besproken, is dat ieder land €6.000 per geplaatste asielzoeker krijgt. Mijn fractie vindt dat eigenlijk idioot. Omgerekend is dat ongeveer 750 miljoen. Laten wij dat geld alsjeblieft inzetten voor opvang in de regio. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de bindende verdeelsleutel voor herplaatsing van asielzoekers de Europese Commissie €6.000 per geplaatste asielzoeker uitkeert aan de ontvangende lidstaat;

overwegende dat zowel de Europese Commissie als het kabinet zich committeert aan forse extra steun voor opvang in de regio;

verzoekt de regering, er in de Raad voor te pleiten de uitgekeerde €6.000 per geplaatste asielzoeker in zijn geheel ten goede te laten komen aan investeringen en hulp aan de regio in plaats van aan de lidstaten zelf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Voordewind en Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2034 (19637).

De heer Pechtold (D66):

Mijn laatste opmerking ging over het fundamentele recht op asiel. Ook daarover heb ik een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland zich in verschillende internationale verdragen gecommitteerd heeft aan het fundamentele recht op asiel;

overwegende dat conform de huidige voorstellen van het kabinet op termijn het fundamentele recht op asiel aangetast zal worden;

verzoekt de regering, op geen enkele wijze in te stemmen met een aantasting van het fundamentele recht op asiel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2035 (19637).

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik krijg een beetje een déjà vu. Dit debat lijkt namelijk op het bed-bad-brooddebat. Er zijn grote verschillen van inzicht over de oplossingen tussen beide coalitiepartijen, ook al staan die oplossingen al op papier. Ergens is dat bijzonder triest. Ik krijg ook een nare smaak in de mond als de premier enerzijds zegt dat vluchtelingen zich in zeer slechte omstandigheden bevinden in de regio rond Syrië, maar anderzijds aangeeft dat de landen daar in de buurt het allemaal maar zelf moeten opknappen. Weliswaar is daarvoor een zak met Nederlands geld beschikbaar en zijn er de nodige aanmoedigingen vanuit dit kabinet, maar feit is dat kinderen daar geen onderwijs krijgen. Laat staan dat mensen daar perspectief hebben op werk. We hebben gesproken over de vreselijke omstandigheden. Mijn partijgenoten hebben met eigen ogen gezien hoe kwetsbaar kinderen zijn die zich bevinden in de regio van Syrië, in Libanon of in Turkije. Om een verloren generatie tegen te gaan, dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in EU-verband werk wil maken van de verbetering van perspectief voor vluchtelingen die zich nu en in de toekomst (zullen) bevinden in de regio rondom Syrië;

overwegende dat de situatie voor met name kinderen in deze regio in veel gevallen erbarmelijk is en dat de kinderen in bijvoorbeeld een land als Libanon, waar zij de meest basale zaken als veilige huisvesting, medische zorg, bescherming van rechtswege en scholing moeten ontberen, onacceptabel grote risico's lopen;

verzoekt de regering om zich zowel zelfstandig als in EU-verband uit te spreken voor een ruimhartiger hervestigingsbeleid waar het gezinnen met jonge kinderen betreft en het huidige Nederlandse quotum te verruimen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Roemer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2036 (19637).

De heer Roemer (SP):

We hebben gesproken over vluchtelingen. Ik had met de premier even een debat over het weghalen van de oorzaken. Eén van de oorzaken is de instabiliteit in de regio. Een andere oorzaak betreft de run door armoede. Met name in Afrika ontbreekt het aan eerlijke handel. Laten we wel wezen: we kunnen met de ene hand wel geven, maar als we er met de andere hand heel veel weghalen, schieten we niets op. Er stroomt jaarlijks tien keer zoveel geld uit Afrikaanse ontwikkelingslanden dan dat er inkomt. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgestelde oplossingen van zowel het kabinet als de Europese Commissie zich louter richten op symptoombestrijding en niet op de oorzaken van de migratiestromen;

overwegende dat een van de oorzaken van de migratiestromen de zwakke economie en de daardoor veroorzaakte hoge werkloosheid in Afrika is;

overwegende dat de regering eerder dit jaar 50 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld om economie en werkgelegenheid in Afrika te versterken;

overwegende dat Afrikaanse landen jaarlijks 10 miljard euro mislopen als gevolg van belastingontwijking;

verzoekt de regering, de middelen voor het versterken van economie en werkgelegenheid in Afrika te koppelen aan het terugdringen van belastingontwijking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Roemer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2037 (19637).

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. De islamitische invasie heeft vandaag groen licht gekregen. Kamer en kabinet hebben zich daar eigenlijk achter geschaard. Van onze minister-president mag je het woord "islam" niet eens in de mond nemen. Hij wil het er liever helemaal niet over hebben. Laten we met zijn allen de kop in het zand steken en ons overgeven. De heer Rutte is de leider van de culturele kamikaze van Nederland.

Er is hier een totaal gebrek aan urgentie. Men is ook totaal losgezongen van de gevoelens en gedachten die buiten deze Kamer, bij de gewone man en de gewone vrouw leven. Zij willen helemaal niet dat dankzij de VVD de grenzen wagenwijd openblijven. Zij willen helemaal niet dat er 1.800 asielzoekers per week binnenkomen en dat er, alsof 1.800 per week niet genoeg is, dadelijk nog eens 9.000 bij komen. Er komen er zelfs nog veel meer als die mensen allemaal hun familieleden laten overkomen. Zij willen ook niet dat dat ons per asielzoeker €36.000 kost. Dat willen de mensen in Nederland niet, niet omdat ik dat zeg, maar omdat het uit alle peilingen en reacties blijkt. Iedereen die zegt dat dat niet zo is, die is wereldvreemd.

De heer Pechtold (D66):

1.800 per week. De staatssecretaris zei daarnet dat dat één week is gebeurd. Er zijn ook weken met 300 asielzoekers. Houdt de heer Wilders dit vol of niet?

De heer Wilders (PVV):

Zeker, en het worden er nog veel meer. Bij de interruptiemicrofoon staat zo iemand die zijn kop al jaren in het zand steekt: de grote ontkenner van Nederland. Dat is wat de heer Pechtold is. Vannacht zijn er in één nacht 3.700 mensen van Hongarije naar Oostenrijk getrokken. Er zijn 3.300 mensen van Servië naar Hongarije gereisd. Die komen ook door. Dat zijn er dus 7.000 in één nacht. En dan heb ik het nog maar over één route. Van 1.800 gaat het eerder naar 2.000 of 2.500 dan dat het er minder worden. Het worden er nog veel meer.

De heer Pechtold (D66):

Maar dat zijn het er dus niet. Het zijn er zelfs minder dan in de jaren negentig, toen de heer Wilders hier gewoon als Kamerlid zat en het allemaal accepteerde. Het zijn er nu minder. Volgens de heer Wilders steek ik mijn kop in het zand. Ik weet niet waar hij zijn kop in steekt.

De heer Wilders (PVV):

U steekt uw kop gigantisch in het zand. Het is een beetje lastig, want het zijn allemaal belabberde interrupties van de heer Pechtold, waardoor ik moet herhalen wat ik al eerder heb gezegd. Mevrouw Merkel zegt dat er dit jaar 800.000 mensen naar Duitsland komen. Ik zeg: maal drie, omdat ze zeker twee mensen laten overkomen in de gezinsvorming en gezinshereniging. Dan praten wij dus over 2,5 miljoen mensen. In Nederland gaan de cijfers in iets mindere mate ook die kant op. Dat is niet alleen een invasie, dat zijn gigantische cijfers. Nederland wil dit niet. Mijnheer Pechtold, Nederland wil dit niet. U bent hier allemaal losgezongen van de werkelijkheid. Als Nederlanders kunnen kiezen of ze die €36.000 per asielzoeker ook hier in Nederland kunnen uitgeven, dan is de keuze snel gemaakt.

Ik vind het een schande. Ik lees en krijg e-mails van ouderen, van de bejaarden van Nederland. Het gaat om mensen die hun eigen risico in de zorg niet meer kunnen betalen. Het gaat om mensen die hun medicijnen bij de apotheek laten staan omdat ze ze niet kunnen betalen. Ik kreeg gisteren een mail van een vader die boos was omdat zijn dochter die in de verzorgingssector werkt, die nacht in haar eentje op 71 bejaarden had moeten passen. Als er brand was uitgebroken, dan waren die ouderen omgekomen. Terwijl wij die problemen in Nederland hebben, gaan wij honderden miljoenen aan de asielzoekers geven. Mensen als de heer Pechtold zijn niet alleen de weg kwijt, maar ze zouden zich dood moeten schamen.

Vandaar maar één conclusie: grenzen dicht, grenscontroles invoeren, opvang in de regio en het geld hier en nergens anders besteden. Niet alleen omdat de PVV dat wil, maar omdat het voortbestaan van ons land op het spel staat.

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Ik heb de reactie van het kabinet gehoord en die stelt teleur. Wij hebben de heer Klaver van GroenLinks vandaag gehoord. Hij maakte zich zorgen over de kinderen van Libanon. Ik heb zelf twee kleine kinderen en ik maak mij oprecht zorgen over de gevolgen van het opengrenzenbeleid, over de toekomst van ons land en over de toekomst van onze eigen kinderen. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland, net als andere Europese landen, geconfronteerd wordt met de komst van enorme aantallen asielzoekers;

overwegende dat deze ontwikkeling exorbitante kosten met zich meebrengt;

overwegende dat de reeds bestaande integratieproblematiek erdoor zal verergeren;

overwegende dat de AIVD heeft aangegeven dat er geronseld wordt onder asielzoekers door terreurorganisaties;

overwegende dat dit alles het absorptievermogen van ons land ver te boven gaat en een gevaar oplevert voor de veiligheid van ons land;

constaterende dat het kabinet echter doorgaat met een beleid waarbij grote groepen asielzoekers naar ons land blijven komen;

zegt het vertrouwen in het kabinet op,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Klaveren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2038 (19637).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. De twee brieven van het kabinet, of moet ik "de twee coalities" zeggen, betroffen zowel de korte als de lange termijn. Voor de korte termijn stelt het kabinet voor alle vluchtelingen die in Europa komen, te verdelen over de lidstaten. Ik moet zeggen dat in de beantwoording van de vragen daarover eigenlijk besloten lag wat veel in dit debat gebeurde: de minister-president antwoordt niet als het hem politiek niet meer uitkomt en hij antwoordt uitgebreid als het hem politiek wel uitkomt. Daarom herhaal ik mijn vraag.

Dit jaar komen er volgens de ramingen zo'n miljoen vluchtelingen naar Europa. Er komen er alleen al 800.000 naar Duitsland. Dat is niet mijn raming, maar een raming van Europa. Wat betekent dat voor de komst van vluchtelingen naar Nederland, indien Europa, zoals het kabinet wil, alle vluchtelingen zal verdelen? Klopt het dat dit aanzienlijk meer is dan de huidige geraamde aantallen?

Dan de langere termijn: gaan de grenzen al of niet dicht? Ik kom even terug op iets wat in eerste termijn is gewisseld. Ik stelde toen een vraag aan de heer Zijlstra over het feit dat de VVD altijd roept dat alle grenzen dicht moeten. De heer Zijlstra reageerde daarop met: nee, anderen zeggen dat wij dat zeggen. Het is voor mij de kern van het verhaal, omdat daar volgens mij, als ik dat grote woord mag gebruiken, de grote leugen in zit, namelijk dat alle grenzen ooit dicht zouden kunnen. Ik hoefde maar terug te gaan naar het plan van de heer Azmani om te lezen: er zijn geen asielaanvragen meer mogelijk binnen Europa en de Europese buitengrenzen gaan dan ook echt dicht. Sta daarvoor! Ik zeg dan op mijn beurt: erken dat dit nooit zal gebeuren.

Over wat er wel moet gebeuren, bestaat deels consensus in de Kamer, namelijk de bron aanpakken en een deel van de vluchtelingen herverdelen. Over het aanpakken van die bron heb ik met de minister-president kort gesproken, toen wij spraken over het bestrijden van IS in Syrië. Ik realiseer me dat het niet gebruikelijk is — ik zal dat dan ook niet doen — om de Kamer bij motie het kabinet te laten vragen om militaire acties te plegen. Wat ik wel wil doen, is het kabinet oproepen om op korte termijn een besluit te nemen. Men weet wat het CDA hiervan vindt, maar we moeten op een gegeven moment wel een keuze maken. Vandaar mijn eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het vluchtelingenvraagstuk het aanpakken van de grondoorzaken vergt en dat een belangrijke grondoorzaak de gruweldaden van IS zijn;

constaterende dat een volkenrechtelijke rechtsgrond om IS in Syrië te bestrijden aanwezig is;

verzoekt de regering, op korte termijn aan de Tweede Kamer te berichten of Nederland bereid is, militair bij te dragen aan de groeiende coalitie van landen die IS ook in Syrië bestrijden;

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2039 (19637).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Mijn tweede motie beoogt meer actie op het wel bereikbare doel te zetten. Er moet hoe dan ook meer opvang in de regio komen. Dat is heel moeilijk, want zoals we met zijn allen hebben besproken, vergt dat internationaal overleg.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het tot stand brengen van meer opvang van vluchtelingen in de regio en toetsing van hun asielaanvragen in de regio van herkomst intensief Europees en internationaal overleg vergt;

constaterende dat Nederland als voorzitter van de Europese Unie in de eerste helft van 2016 een uitgelezen kans heeft om de agenda te zetten;

verzoekt de regering, tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap de duurzame aanpak van de vluchtelingencrisis tot hoofdprioriteit te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haersma Buma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2040 (19637).

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb het even laten bezinken, maar ik snap toch de logica van de heer Buma niet. Hij verwijt de VVD dat we nog steeds staan voor hetgeen we in maart hebben opgeschreven en het kabinet dat nu gaat uitvoeren. Daarmee zouden we volgens hem namelijk iets anders doen dan we hebben beloofd. Volgens mij hebben wij aangegeven dat opvang in de regio nodig is en dat er geen recht op asiel meer is in Nederland als die opvang er is. Ik vind het prima dat de heer Buma daarvoor de woorden "grenzen dicht" gebruikt. Dat mag, want dat is hetgeen hier wordt geregeld. Vervolgens komt hij echter met een heel rare redenering om aan te tonen dat dat niet consistent zou zijn. Kan hij nog een poging doen om het mij uit te leggen, want ik begrijp hem gewoon niet?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Graag. De heer Zijlstra zegt nu weer dat het best is als ik het zo wil noemen, maar toen ik hem vanochtend de vraag stelde of de VVD alle grenzen in Europa dicht wil, zei hij: dat zeggen anderen, maar willen naar alle opvang daar, enzovoort. Ik lees hier daadwerkelijk dat de VVD zegt: als wat wij willen gebeurt, dan gaan alle grenzen van Europa dicht. Ik zeg u dat dit nooit gaat gebeuren. Daarom is het een leugen, want de heer Zijlstra weet dat het nooit gaat gebeuren.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik begrijp de verwarring, want de heer Buma zegt het absoluut, maar zo hebben wij het niet gezegd. Het geldt voor die mensen die in een veilige regio zitten, maar er zijn ook regio's waar geen veiligheid geboden kan worden. Dan is de grens inderdaad niet dicht. Als de heer Buma dat bedoelt, klopt het, maar voor die mensen die een veilige haven in de buurt hebben, geldt het wel degelijk.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Tja, moet ik nou nog een keer de tekst van de heer Zijlstra herhalen? "Er zijn geen asielaanvragen meer mogelijk binnen Europa en de Europese buitengrenzen gaan dan ook echt dicht". Dat zijn de woorden van de heer Azmani en de heer Zijlstra. Eindelijk wordt nu erkend wat ik zeg. Eindelijk kunnen wij nu met zijn allen zeggen: u weet dat het nooit gaat gebeuren.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Voorzitter. Als een buitenstaander naar dit debat luistert, krijgt hij wellicht de indruk dat de brief van het kabinet over dit onderwerp een heel filosofische brief is. De brief wordt op verschillende manieren geïnterpreteerd door de verschillende coalitiepartners, maar volgens mij is de uitleg van het kabinet duidelijk. Er zit een voorwaardelijkheid in. Die achten wij niet wenselijk. Dat is dan ook de reden waarom wij de motie van de heer Klaver hebben medeondertekend. Voorts zullen wij alle moties die neigen in de richting van humaniteit en medemenselijkheid steunen. Wij hebben daarin internationaal, Europees en nationaal een verantwoordelijkheid. Ik wil een motie indienen over die nationale verantwoordelijkheid, want er is ook iets wat wij nu kunnen doen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de IND bij twijfel over iemands geboortedatum regelmatig de geboortedatum "00-00-jaartal" op de asielvergunning van mensen zet;

constaterende dat het hier om naar schatting 17.000 mensen gaat en dit aantal dagelijks toeneemt;

constaterende dat mensen met geboortedatum "00-00-jaartal" daar enorme praktische problemen mee krijgen (bij het afsluiten van verzekeringen, telefoonabonnementen enzovoorts) en hun leven een bureaucratische hel wordt;

verzoekt de regering, met grote urgentie naar dit probleem te kijken en voorstellen te doen om het op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2041 (19637).

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor de beantwoording. Wij hebben allemaal verwezen naar beelden die ons allemaal geraakt hebben. Die beelden zeggen wel dát er wat moet gebeuren, maar niet wát er uiteindelijk moet gebeuren. Dat vraagt ook een politieke discussie, die wij vandaag met elkaar hebben gevoerd. Daadkracht is ontzettend belangrijk, maar de invulling vraagt doordenking voor de korte en lange termijn. Wij steunen de lijn om in te zetten op versterking van de menswaardige opvang van vluchtelingen binnen Europa, maar ook de verbetering van opvang in de regio zelf, gekoppeld aan die langetermijnregistratie en -opvang in de regio. De SGP-fractie acht die koppeling, die ook het kabinet maakt, terecht.

Ik ben de staatssecretaris dankbaar voor de toezegging om in het kader van de hervestiging ook uitdrukkelijk de positie van christenen in ogenschouw te nemen, naast die van de al genoemde lhbt'ers.

Ik heb nog een motie op het punt van de kosten van de opvang van asielzoekers. Wij vinden het belangrijk dat de kosten van de opvang van asielzoekers die ook uit andere delen van Europa nu naar hier zijn gekomen, niet ten koste gaat van de inzet voor ontwikkelingssamenwerking, het geslonken budget voor ontwikkelingssamenwerking waarmee wij nu al te maken hebben.

Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kosten voor opvang van asielzoekers in Nederland voor een groot deel ten laste komen van middelen die onder meer regio's van herkomst moeten versterken, terwijl de versterking van deze regio's onmisbaar is om de migratieproblematiek bij de bron aan te pakken;

verzoekt de regering, ernaar te streven dat stijgende kosten voor opvang van asielzoekers in Nederland als gevolg van Europese afspraken niet ten laste komen van het budget voor ontwikkelingssamenwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2042 (19637).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de minister-president en de staatssecretaris voor de beantwoording van en de nadere toelichting op de brief. Uit die nadere toelichting werd duidelijk dat er een koppeling werd gelegd tussen het opnemen van vluchtelingen in Europa en in Nederland en de langetermijnstrategie. Mijn fractie wijst die koppeling af. De nood van de opvang is nu en daarom moet er nu gehandeld worden. Daarom hebben wij de motie van collega Klaver ondersteund.

Voor een betere opvang in de regio moeten daar serieuze investeringen plaatsvinden. Dat mag niet ten koste gaan van ontwikkelingssamenwerking; vandaar de steun voor de motie van collega Van der Staaij.

Wij hebben het ook gehad over hervestiging, waarover ik de volgende motie heb.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sprake is van een ongekende humanitaire crisis aan de buitengrenzen van Europa waardoor een aanzienlijke migratiestroom op gang is gekomen die gepaard gaat met enorme risico's voor de vluchtelingen;

overwegende dat extra kwetsbare groepen zoals vrouwen, christenen en lhbt's vaak niet in staat zijn om zelf te vluchten naar veilige landen;

verzoekt de regering, het aantal op te nemen genodigde vluchtelingen via het hervestigingsprogramma van de UNHCR te vergroten, waarbij er extra aandacht komt voor deze kwetsbare groepen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Slob, Van der Staaij, Klaver en Roemer.

Zij krijgt nr. 2043 (19637).

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De laatste motie gaat over een voor mijn fractie cruciaal punt, namelijk het recht om asiel aan te vragen. Dat moeten we niet willen afsluiten, ook niet als we kijken naar het recht van registratie in Afrika of het Midden-Oosten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet een migratieplan heeft gepresenteerd waarin op de lange termijn asielzoekers buiten Europa asiel dienen aan te vragen, terwijl dit voornemen op gespannen voet staat met internationale verplichtingen zoals onder meer vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het VN-Vluchtelingenverdrag en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind;

verzoekt de regering, niet te tornen aan het non-refoulementbeginsel en het recht van asielzoekers om in Nederland asiel aan te vragen in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Slob, Klaver en Roemer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2044 (19637).

Mevrouw Thieme heeft zich afgemeld en de heer Klein ziet af van zijn tweede termijn. Ik geef het woord aan de heer Samsom.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. Het is in zijn geheel een zeer levendig debat en op onderdelen ook wel een begrijpelijk debat; begrijpelijk omdat een aantal oppositiepartijen dit debat hebben gebruikt om het licht te ontdekken tussen de VVD en de Partij van de Arbeid, als het gaat om onze visie op vluchtelingen- en asielvraagstukken. Die moeite is gewaardeerd en die is ook geslaagd. Dat is niet zo gek, want er is een enorm verschil in de manier waarop de VVD en de Partij van de Arbeid aankijken tegen het vluchtelingen- en asielvraagstuk. Dat verschil was er aan het begin van deze periode en het zal er aan het eind van deze periode nog steeds zijn. Tijdens deze periode echter hebben de PvdA en de VVD — overigens niet alleen zij, maar ook alle andere partijen — de opdracht, de dure plicht om die verschillen te overbruggen en te doen wat nodig is. In veel gevallen leidde dat soort compromissen tot de afspraak: als jij dit niet doet, doe ik dat niet. De heer Pechtold kan daar altijd zo smakelijk over vertellen. Dan maken we het elkaar niet moeilijk, maar is de wereld geen stap vooruit gekomen. De bed-bad-broodcrisis was een goed voorbeeld dat het lang niet altijd lukt, maar in dit geval lukte het de VVD en de Partij van de Arbeid wel om te zeggen: dit vind ik heel belangrijk en dat vind jij heel belangrijk. Eigenlijk vinden wij het belangrijk dat we het allebei gaan doen omdat het allebei nodig is.

Het is nu tien over vier, het wordt donker in Turkije. Vanavond stappen er gewoon weer een aantal mensen in zo'n bootje. We moeten alles, maar dan ook alles doen om dat tegen te gaan. Dat betekent dus: hervestiging. De mensen die nu de overtocht al gehaald hebben, verkeren namelijk in erbarmelijke omstandigheden. Lesbos is op dit moment het ergst. Tegelijkertijd moet je alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat de drang, de wanhoop, die leidt tot zo'n tocht met een bootje, wordt weggenomen. Dat betekent investeren in de regio. Dat betekent mogelijkheden creëren voor hervestiging en dus de ambitie en de visie — ik ben blij dat deze premier daar nu een keer op inhaakt — dat het ook daar een veilige regio kan worden. Dat is het nu niet — geen misverstand daarover — maar dat kan het wel worden als we hard genoeg ons best doen.

Er worden hier discussies gevoerd over de koppeling. Gezien de discussie die werkelijk plaatsvindt in Europa, moeten degenen die ongerust zijn over het ene onderdeel, snoeihard pleiten voor een koppeling. Want het ene onderdeel waar de premier en ik overigens ook terecht zeer ongerust over zijn, is de noodzaak tot urgente herverdeling van al die asielzoekers die nu in Zuid-Italië, Zuid-Griekenland en Hongarije in erbarmelijke omstandigheden verkeren. Als je ziet wat iedereen inbrengt in de discussie — vandaag worden er weer in de Permanente Vertegenwoordiging door 28 PV'ers, de hoogste ambtenaren, voorbereidingen getroffen — wordt het je koud om het hart. Ik zou de collega's willen oproepen om te pleiten voor de koppeling. Het minst omstreden onderdeel zijn de regionale investeringen en het vergroten van de mogelijkheden voor hervestiging. Het meest omstreden onderdeel, dat misschien wel dreigt te sneuvelen, is het onderdeel van hervestiging van asielzoekers die nu in zeer ingewikkelde omstandigheden verkeren.

Ik doe een dringende oproep om die koppeling juist vast te houden. De logica van de heer Pechtold in zijn interruptie was om de koppeling los te laten, zodat beide onderdelen de finish halen. Ik ben misschien iets te veel bèta, maar die logica snap ik niet. Als je beide onderdelen de finish wilt laten halen en je ziet dat een onderdeel een sterkere motor heeft — de regionale investeringen en de hervestigingsmogelijkheden — dan moet je aan de koppeling vasthouden. Daarmee halen we de landen namelijk verder over.

Ik doe nog een oproep. Want inderdaad, zoals ik al in mijn eerste termijn zei: we hebben allemaal politieke families. Ik vergat bijna de heer Pechtold daarbij te noemen. Zijn politieke familie is nog wel het meest trots op haar Europese karakter. Premier Rõivas van Estland, liberaal en lid van de ALDE-partij, verzet zich op dit moment tegen allerlei voorstellen voor hervestiging in Europa. Pak de telefoon, grijp die mogelijkheid. Ik zou die oproep ook aan de heer Buma willen doen. Mijnheer Buma, ik weet hoe lastig het is, maar blijft u het vooral proberen bij uw politieke familiegenoot Orbán. En ook wij hebben er nog wel een paar te gaan. Ook de sociaaldemocraten hebben op dit punt nog wel een appeltje te schillen met onze collega's Fico en Sobotka in Slowakije en Tsjechië. Daar moet het gebeuren, collega's.

Hier in Den Haag gebeurt ook van alles, inclusief Haags spel. Ik doe er zelf aan mee, ik vind het prachtig. Maar als we echt iets willen doen voor die vluchtelingen, dan zullen we nu alle Europese krachten die we hebben, moeten mobiliseren. Daarvoor kun je naar het kabinet kijken. Dat mag, dat is hun rol, daar worden ze voor betaald. Ik vind dat ze dat moeten doen, maar wij kunnen ook onze rol spelen. Ga dat doen, opdat we aan dit probleem eindelijk een einde kunnen maken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

We luisteren weer naar de sonate pathétique van de heer Samsom over de hele wereld, maar laten we toch proberen het dicht bij huis te brengen. Ik heb een vraag gesteld aan de minister-president waarop hij geen antwoord wilde geven. Wat precies is de consequentie van een van de keuzes? Alle vluchtelingen in Europa moeten verdeeld worden. Dat is een van de elementen van de brief. Is de heer Samsom er wel toe bereid om te zeggen wat de premier probeert te omzeilen maar wel weet, namelijk om hoeveel mensen het voor dit jaar in Nederland zou kunnen gaan? Op basis van een bepaald percentage van ongeveer 1 miljoen — dat zijn de Europese ramingen — zouden het tot zo'n 60.000 zijn.

De heer Samsom (PvdA):

De premier wilde die berekening niet meemaken als historicus. Ik ben natuurlijk geneigd om haar wel te maken. Ik weet niet of het 1 miljoen is. Ik weet wel tot welk percentage het zal leiden als wij in Europa tot een herverdelingsmechanisme komen. De Partij van de Arbeid heeft daarvoor gepleit en het kabinet neemt dat nu over als structurele stap na de acceptabele noodmaatregel. Ik moet dat zo zeggen, want die noodmaatregel is acceptabel, maar niet ideaal. Die structurele stap zal inderdaad leiden tot een percentage dat rond 5 slingert. Dat is altijd zo bij de verdelingssleutels in Europa, of het nu gaat om geld of om douanelasten. Dat percentage zit altijd rond 5. Afhankelijk van de totale instroom zal 5% daarvan belanden in Nederland. Op dit moment verwachten we in Nederland dit jaar ongeveer 50.000 asielzoekers. Misschien is het toeval, maar dat is ongeveer 5% van 1 miljoen. We creëren echter liever een rechtvaardige verdeling dan dat we het door het toeval laten bepalen, want dan maakt het niet meer uit waar je Europa binnenkomt en voorkom je dat 71 mensen in een vrachtwagen stappen omdat zij naar Oostenrijk of Duitsland willen en overlijden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ben blij dat de heer Samsom wel in de richting van een antwoord gaat. Ik begrijp dat hij de 6% die het is — het gaat om meer aanvragen dan wij nu krijgen — naar beneden bijstelt om te voorkomen dat hij moet zeggen dat het er meer worden dan dit jaar. Ik waardeer het zeer, en dat blijf ik zeggen, dat hij erkent dat er veel meer uitgaat, maar als het kabinet opschrijft wat het gaat doen, dan vind ik eerlijk gezegd ook dat het de consequenties daarvan moet opschrijven.

De heer Samsom (PvdA):

Dan is er een misverstand. Ik wilde niet voorkomen dat ik een hoger aantal zou noemen. Ik dacht gewoon dat ik het beter wist dan de heer Buma, maar dat moet je inderdaad nooit denken. Dat is heel onverstandig. Dat gaat dan mee in zijn berekening.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Ik dank het kabinet voor de heldere beantwoording. Het was helder vandaag en de brief was ook helder. Er moet duurzame en veilige opvang in de eigen regio komen en als die geboden wordt, is er voor mensen uit die regio geen recht op asiel in Europa. De vluchtelingenverdragen staan dat niet in de weg, zo zei het kabinet helder, en zelfs de Procedurerichtlijn lijkt niet aangepast te hoeven worden, wat ik in eerste instantie nog dacht. Dat is goed nieuws.

Het debat ging vandaag heel vaak over techniek, over juridische zaken en over — met alle respect — Haagse stokpaardjes. Maar daar gaat het helemaal niet over. Het gaat hier over mensen. Het gaat over mensen die alles aangrijpen om naar Europa te komen. Dat begrijp ik helemaal. Stel je voor dat je zelf in die situatie zou zitten. Dan snap je dat mensen dat willen. Die mensen betalen daarom gewetenloze mensensmokkelaars en nemen enorme risico's, met te regelmatig de dood tot het gevolg. Daarom zien wij die verschrikkelijke beelden. Daarom wil de VVD een echte oplossing. En daarom steunen wij het kabinetsplan, want het is de eerste keer dat een Europese regering een oplossing biedt. Ik hoop dat andere partijen dit gaan steunen. We kunnen allerlei beren op de weg blijven zien en daar heel lang over blijven praten, maar we kunnen ook als politiek de handen nu eens ineenslaan, de mogelijkheden zien en proberen te voorkomen dat nog vele, vele duizenden mensen onnodig overlijden.

De voorzitter:

Daarmee is een einde gekomen aan de tweede termijn van de Kamer. De regering heeft aangegeven even te willen overleggen over de beantwoording.

De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.30 uur geschorst.

De voorzitter:

Voordat we beginnen met de beantwoording door de regering in tweede termijn, met een reactie op de ingediende moties, worden er twee moties gewijzigd. Ik geef daarvoor eerst het woord aan de heer Roemer. Het gaat om de motie op stuk nr. 2037.Voordat we beginnen met de beantwoording door de regering in tweede termijn, met een reactie op de ingediende moties, worden er twee moties gewijzigd. Ik geef daarvoor eerst het woord aan de heer Roemer. Het gaat om de motie op stuk nr. 2037.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Dat klopt helemaal. Ik heb de tweede overweging gewijzigd. Ook is er een kleine wijziging in het dictum.

De voorzitter:

De motie-Roemer (19637, nr. 2037) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgestelde oplossingen van zowel het kabinet als de Europese Commissie zich louter richten op symptoombestrijding en niet op de oorzaken van de migratiestromen;

overwegende dat een van de oorzaken van de migratiestromen de zwakke economie en de daardoor veroorzaakte hoge werkloosheid in Afrika is;

overwegende dat in de plannen van de Europese Commissie 1,8 miljard euro middels een trustfonds beschikbaar wordt gesteld om "de diepere oorzaken van migratie in Afrika te helpen oplossen";

overwegende dat Afrikaanse landen jaarlijks 10 miljard euro mislopen als gevolg van belastingontwijking;

verzoekt de regering om zich zowel zelfstandig als in EU-verband naast het inzetten van middelen voor de aanpak van "diepere oorzaken van migratie in Afrika", hard te maken en initiatieven te ontwikkelen voor het terugdringen van belastingontwijking,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2046, was nr. 2037 (19637).

Het kabinet zal reageren op de gewijzigde tekst.

De heer Pechtold heeft een wijziging in de motie op stuk nr. 2035.

De heer Pechtold (D66):

Zeker, voorzitter. De tweede overweging vervalt, en waar staat "recht op asiel" wordt het "recht op aanvraag tot asiel".

De voorzitter:

De ondertekening is ook gewijzigd, zo begrijp ik.De ondertekening is ook gewijzigd, zo begrijp ik.

De heer Pechtold (D66):

Zeker. GroenLinks tekent mee.

De voorzitter:

De motie-Pechtold (19637, nr. 2035) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Pechtold en Klaver, en luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland zich in verschillende internationale verdragen gecommitteerd heeft aan het fundamentele recht op aanvraag van asiel;

verzoekt de regering, op geen enkele wijze in te stemmen met een aantasting van het fundamentele recht op aanvraag van asiel,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2045, was nr. 2035 (19637).

De voorzitter:

Mijnheer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik heb een kleine wijziging in de motie op stuk nr. 2044.

De voorzitter:

Deze wijziging had u nog niet eerder doorgegeven, geloof ik.Deze wijziging had u nog niet eerder doorgegeven, geloof ik.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nee. Het is een wijziging in de overweging. Dit wordt een constatering: "constaterende dat Nederland internationale verplichtingen kent".

De voorzitter:

De motie-Voordewind c.s. (19637, nr. 2044) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sprake is van een ongekende humanitaire crisis met aanzienlijke vluchtelingenstromen naar Europa tot gevolg;

overwegende dat het kabinet een migratieplan heeft gepresenteerd waarin op de lange termijn asielzoekers buiten Europa asiel dienen aan te vragen;

constaterende dat Nederland internationale verplichtingen kent, onder meer vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het VN Vluchtelingenverdrag en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind;

verzoekt de regering, niet te tornen aan het non-refoulementbeginsel en het recht van asielzoekers om in Nederland asiel aan te vragen in stand te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2047, was nr. 2044 (19637).

De voorzitter:

We zorgen ervoor dat de nieuwe tekst zo snel mogelijk wordt rondgedeeld. Het kabinet heeft deze gewijzigde motie nog niet. Wij zorgen ervoor dat het kabinet deze ook zo snel mogelijk krijgt.

Dan geef ik nu in de tweede termijn het woord aan de minister-president voor zijn reactie op de moties en openstaande vragen.

Minister Rutte:

Voorzitter. In eerste termijn zei ik al dat ik er alles aan wil doen om de heer Buma niet boos te maken. Ik denk dat ik hem nog verder tegemoet kan komen door alsnog een verdiepende reactie te geven op zijn berekening over de gevolgen van de kabinetsplannen voor de instroom in Europa en in Nederland. Geluisterd hebbend naar zijn argumentatie in tweede termijn, zou ik daar een paar reflecties bij willen plaatsen. Om te beginnen moeten we in zo'n verdelingsvoorstel van het kabinet kijken naar de mensen die daadwerkelijk een asielvergunning krijgen, terwijl de cijfers van de heer Buma over de instroom gaan. Gemiddeld grofweg de helft van het aantal aanvragen in Europa dat tot nu in toe in 2015 is gedaan leidt EU-breed daadwerkelijk tot een asielvergunning: 49%. In Nederland ligt dat percentage ietsje hoger. Een illustratie daarvan is de situatie in Duitsland. Er is inderdaad sprake van de schatting van de Duitse regering dat er een instroom van 800.000 komt, maar tegelijk wordt erbij gemeld dat 30% tot 40% van hen afkomstig is uit veilige landen. Zij krijgen geen asiel en zouden in geval van een door het kabinet gesuggereerd herverdelingssysteem ook uiteindelijk daar niet onder vallen. Zoals bekend liggen voor Nederland de cijfers aanzienlijk lager voor het lopende jaar; de staatssecretaris van V en J heeft daar het een en ander over gezegd. Er zijn dus een paar kanttekeningen bij de berekeningen van de heer Buma, in aanvulling op wat ik daar al over zei in eerste termijn.

Ik ga in op een aantal moties en de staatssecretaris zal de andere moties behandelen. Allereerst ga ik in op de motie-Klaver c.s. op stuk nr. 2031. Voor mij, voor het kabinet en voor de coalitie is de combinatie essentieel. Ik ben zeer bezorgd over de discussie in Europa. Ik ben niet zozeer bezorgd, zoals ik de zaak nu overzie, over het perspectief van het kabinet voor de middellange termijn. Ik maak mij wel zorgen over de kortere termijn. Om 18.00 uur heb ik een belafspraak met mijn Tsjechische collega. Ik weet dat verschillenden hier in huis zullen proberen om die contacten op de partijpolitieke as te zoeken, juist om te laten zien dat de combinatie van wat Nederland hier voorstelt echt een aantal zorgen in Oost-Europa voor de kortere termijn kan wegnemen. Dat is echt mijn overtuiging. Ik sluit mij aan bij de redenering van de voorman van de Partij van de Arbeid in tweede termijn. Ik denk dat deze juist is. De zorg is niet zozeer gericht op de langere termijn als wel op de kortere termijn. Het is een samenhangend pakket. Om al die redenen wil ik deze motie ontraden.

De motie-Pechtold c.s. op stuk nr. 2033 is overbodig, want QMV is juridisch bindend. Er zijn geen mogelijkheden om daar iets mee te doen. QMV is QMV en dan moet je het doen.

De voorzitter:

Als die motie overbodig is, dan zegt u?

Minister Rutte:

Ontraden, om die reden.

De motie-Roemer op stuk nr. 2036 gaat over een ruimhartiger hervestigingsbeleid. Naar mijn mening is deze voorbarig en daarom ontraad ik haar. Het is een onderdeel van de kabinetsplannen om daar verder invulling aan te geven. Het gaat niet aan om één element nu al verder te verdiepen. Ik denk dat wij in de gesprekken in Europa en zeker ook daarna met landen in de regio moeten bekijken hoe we dit soort elementen vorm geven. Ik vind het echt voorbarig. Dit is iets voor de toekomst, onderdeel van het beleid voor de middellange termijn.

Dat geldt ook voor de motie van de leden Voordewind en Slob c.s. op stuk nr. 2043 over hetzelfde thema, met dezelfde argumentatie. Deze is ook voorbarig en wordt daarom ontraden.

Dan kom ik bij de motie-Roemer op stuk nr. 2037. Deze gaat over Afrika. Deze motie zou wat mij betreft eigenlijk aan de orde moeten komen bij de behandeling van het Belastingplan. Mijn suggestie aan de Socialistische Partij is dan ook om de motie aan te houden en te behandelen bij het Belastingplan. Ik weet dat de motie inmiddels is aangepast, maar ik vind deze hier eerlijk gezegd niet op zijn plaats. Ik vind ook dat het dictum niet wordt geschraagd door de verschillende consideransen. Ik kom tot de conclusie, ook door wat wij doen in EU- en in OESO-verband, dat als de motie in stemming zou komen, mijn neiging zou zijn om deze te ontraden. Laten we eens kijken hoe deze valt, als deze is ingekaderd in een bredere discussie bij het Belastingplan. Dan wordt er ook gesproken over kwesties als BEPS, OESO, rulings et cetera.

Kortheidshalve zal ik de motie-Van Klaveren op stuk nr. 2038 ontraden.

Ik heb de heer Van Haersma Buma al geantwoord met betrekking tot de motie op stuk nr. 2039. Het kabinet zal de Kamer informeren over de voortgang van de gesprekken over hoe wij aankijken tegen het al of niet verbreden van de bombardementen naar Syrië. Wat mij betreft is deze motie daarmee ook overbodig. Daarom ontraad ik deze motie.

Dat geldt ook voor de motie-Van Haersma Buma op stuk nr. 2040. Bij de State of the Union van gisteren en in de letter of intent voor 2016 die is uitgekomen, was dit onderwerp een van de vijf prioriteiten in de strategische agenda van de Raad. Ik ben het geheel met de heer Van Haersma Buma eens dat het Nederlands voorzitterschap hier vanzelfsprekend en zonder twijfel in grote mate mee bezig zal zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Even om te kijken of we het over hetzelfde hebben: dit vervangt dus de vier prioriteiten die er tot nu toe waren? Een van de prioriteiten van het voorzitterschap was dat Europa zich moet richten op de hoofdprioriteiten. Dit kun je ook veranderen in de prioriteit vluchtelingen.

Minister Rutte:

Het wordt nu wel ingewikkeld. Uiteraard ligt de focus van het kabinet bij het Europees voorzitterschap op werkgelegenheid, economie, relevantie van de gemeenschappelijke markt, de digitale agenda et cetera. Ik neem aan dat ik de heer Buma hierbij geheel aan mijn kant vind. De tweede prioriteit is een Europa van de hoofdzaken en niet van de bijzaken. Daar valt dit direct onder. Het valt onmiddellijk onder focuspunt 2. Punt 3 is het Europa dat verbindt. Het doet dus geen afbreuk aan de inzet van Nederland bij het voorzitterschap, maar het past er briljant binnen. Het staat ook echt in de State of the Union. Deze begon er zelfs mee. Ik heb deze niet kunnen zien, maar ik heb uit de mediaberichten begrepen dat dit het centrale punt was in de State of the Union. Daarover hebben we geen meningsverschil. De heer Buma en ik denken daar hetzelfde over.

Ik verzoek de voorzitter om de staatssecretaris de gelegenheid te geven om de andere moties te becommentariëren. Als het goed is, zouden daarna alle moties van commentaar voorzien moeten zijn.

De voorzitter:

We gaan het bijhouden. Dank u wel.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik begin bij de motie-Klaver c.s. op stuk nr. 2032. Deze zal ik ontraden, maar wel met een toelichting. Als ik de motie lees, lijkt het net of er nu niets kan en dat is gewoon niet zo. In het dictum is sprake van vreemdelingen. Deze vallen uiteen in twee categorieën: de vergunninghouders en mensen die nog in procedure zijn. De vergunninghouders mogen werken. Voor hen is ook breed onderwijs beschikbaar. Leerplichtigen krijgen natuurlijk eerst taalonderwijs, maar ook regulier onderwijs. Ook voor volwassenen is taalonderwijs op een professionele basis beschikbaar. Mensen van wie de procedure nog loopt en die na zes maanden nog geen vergunning hebben maar ook geen afwijzing hebben gekregen, mogen onder voorwaarden ook werken. Ik heb niet het idee dat de regelgeving problemen oplevert die hiermee op te lossen zouden zijn. Gaat het los daarvan in materiële zin om de invulling van details — er wordt immers ook naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwezen — dan doe ik de suggestie om deze discussie over integratie te voeren bij de begrotingsbehandeling. Kijk ik echter puur naar de regels die wij hebben op het gebied van werk en onderwijs, dan blijkt dat voor iedereen taalonderwijs beschikbaar is en dat iedereen de mogelijkheid heeft om te werken. Dat dit niet altijd gebeurt, snap ik ook. Laten wij eerlijk zijn: als deze mensen hier net zijn, hebben zij vaak iets heel anders aan hun hoofd dan meteen een baan. Je moet eerst de taal en de gebruiken leren kennen van het land waarin je bent. Dat is al heel wat. Zoals al vaak eerder is gezegd, gaat het heel vaak om mensen die alleen komen en vooral de eerste tijd erg bezig zijn met het proces van nareis. De heer Wilders zei daar iets over. Daar wil ik nog wel enige correctie op toepassen. Nu komen in een week 1.800 mensen binnen, maar een derde daarvan is al nareis. Je kunt dus niet zeggen dat die nareizende mensen zelf ook weer nareis creëren. Het gaat hier wel om mensen, niet om konijnen.

De motie-Pechtold c.s. op stuk nr. 2034 ontraad ik ook. Ten eerste is het heel lastig om in Europees verband de genoemde €6.000 per herverdeelde asielzoeker te schrappen, want dat zou het draagvlak van andere landen waarvoor dit al moeilijk ligt, verkleinen. Ten tweede is het een beetje vestzak-broekzak als ik voor Nederland een uitzondering maak. Het geld dat wij van Europa voor deze mensen krijgen is, als het allemaal doorgaat, geld dat ik anders van de begroting van mijn collega Ploumen zou halen voor de eerstejaarsopvang. Dan wordt er dus een beetje geschoven en uiteindelijk levert dat niet hetzelfde op. Als ik het voor heel Europa zou verschuiven, heb je het over substantiële bedragen. De kans dat wij landen meekrijgen om voor de korte termijn de herverdeling te accepteren, is dan nog kleiner dan nu.

De motie-Van der Staaij/Voordewind op stuk nr. 2042 ontraad ik ook. Wij hebben nu de afspraak gemaakt dat de asielopvang in het eerste jaar ten laste komt van het budget van ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet heeft in de brief aangekondigd dat het steeds zal bekijken hoe het beide ambities, de opvang van nu en de investering in opvang in de regio, kan blijven waarmaken. Het nu loslaten van deze koppeling ziet het kabinet niet zitten. Mijn collega Ploumen ziet dat niet zitten, en ik natuurlijk al helemaal niet, want dan heb ik nog grotere problemen. Het kabinet als zodanig ziet dat echter ook niet zitten.

De heer Van der Staaij (SGP):

De koppeling die wij hier hebben gemaakt, geldt overigens alleen voor de opvang van extra asielzoekers ten gevolge van Europese afspraken. De vraag is dus niet om de hele systematiek nu los te laten, zodat er niets meer kan. De vraag betreft alleen de extra verplichtingen die wij nu als gevolg van de Europese afspraken krijgen. Laat die niet ten koste gaan van ons nationale budget voor ontwikkelingssamenwerking. Als ik de staatssecretaris net goed hoorde, zegt hij dat er in feite al iets van financiering bij zit. Hij zei dat ook in reactie op de motie van de heer Pechtold. De herverdeling is al gekoppeld aan het budget en hoeft dus niet ten laste te komen van de opvang in het eerste jaar.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als de compensatie die uit de Europese middelen wordt geboden er niet zou zijn, zou de belasting van het budget voor ontwikkelingssamenwerking nog groter zijn. Die zal niet helemaal dekkend zijn. De tegemoetkoming uit Europa voor de mensen die wij eventueel extra willen opnemen, is niet kostendekkend, maar zonder die tegemoetkoming zou de belasting door deze kosten van het budget voor de eerstejaarsopvang nog groter zijn.

De heer Van der Staaij (SGP):

In dat geval blijft mijn motie staan. Als we extra verplichtingen op ons nemen voor mensen die naar Europa komen, vind ik dat die financieel niet ten koste mogen gaan van onze inzet in de landen van herkomst om de opvang aldaar te verbeteren. Dat is de politieke uitspraak die ik de Kamer wil voorleggen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dit is inderdaad een politiek verschil van mening. Of het nu via een herverdeling is of rechtstreeks, bijvoorbeeld omdat men zich zelf in Ter Apel meldt, of langs welke weg ook, de kosten voor mensen die uit brandhaarden vluchten en hier voor opvang in aanmerking komen, willen wij in het eerste jaar ten laste laten komen van het geld dat anders op andere manieren aan ontwikkelingssamenwerking zou zijn besteed.

Nu de motie op stuk nr. 2035. Het is niet het ultieme doel van de kabinetsbrief om allerlei verdragen aan te passen. Het gevraagde in de motie kan zonder verdragen aan te passen, dus in die zin zou deze motie overbodig zijn. Maar we hebben het doel om opvang en bescherming te bieden in de regio, en als dat op een manier kan die valt binnen de verdragen, is dat prima. Ik vond de opmerkingen daarover tussen de Kamerleden in eerste termijn zeer waardevol. Maar zoals de heer Samsom aangaf, als het in het onderhandelingsproces handiger blijkt om ergens een verdragsartikel aan te passen om de werkelijkheid van een goede opvang in de regio te kunnen bereiken, dan moeten we niet nu al bij voorbaat zeggen dat we dat niet moeten doen. In de brief staat duidelijk welke waarborgen en eisen wij overeind houden. In die zin ontraad ik de motie, omdat we daarvoor geen verdere stappen willen zetten.

Voor de motie op stuk nr. 2044 geldt hetzelfde. Een eis voor de afspraken voor veilige opvang in de regio voordat wij mensen daarnaar kunnen terugverwijzen, dus kunnen terugbrengen naar een opvang in de regio, wat het einddoel is, is dat dat land die mensen niet vanuit de opvang in de regio weer terugstuurt naar de plek waar zij risico lopen. Wij doen dit al, dus in die zin is de motie overbodig. Voor zover ik eruit kan proeven dat het verder moet gaan, dus dat de mogelijkheden om tot dat einddoel te komen verder moeten worden beperkt, ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 2041 van de heer Kuzu is eigenlijk een heel ander verhaal.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Nog even een vraag over de motie op stuk nr. 2044. Het is mooi dat we het eens zijn over het eerste deel van het dictum, dus dat dat recht behouden moet blijven. Over het tweede kunnen we het volgens mij ook goed eens zijn, omdat dit recht ook in de kabinetsplannen behouden blijft, voor het geval dat mensen uit onveilige landen komen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ja, maar er is geen sprake van een materiële behandeling van de aanvraag van mensen die uit regio's komen waar wel veiligelandenafspraken over zijn. In dat geval is het een vrij formeel en kort proces van niet-ontvankelijkheid. Ik heb de indruk dat deze motie meer wil dan dat. Derhalve ontraad ik haar, ook om later misverstanden te voorkomen.

Nu de motie van de heer Kuzu op stuk nr. 2041 over de IND en de Gemeentelijke Basisadministratie. Onlangs heeft de Eerste Kamer daarover vragen gesteld, die mijn collega Plasterk heeft beantwoord. Dit probleem is bij ons bekend. Minister Plasterk geeft leiding aan de oplossing van dat probleem. Binnenkort zal de Tweede Kamer hierover worden geïnformeerd. Hier wordt dus aan gewerkt. Wij zijn ermee bezig, de Kamer wordt erover geïnformeerd, dus deze aansporing is overbodig en derhalve ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

Daarmee is een eind gekomen aan de tweede termijn van de regering. Ik denk dat we de stemming over de ingediende moties vandaag om half zes doen, na het komende VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.