Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 111, item 6

6 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, op dinsdag 22 september a.s. ook te stemmen over het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2016 (34198), het wetsvoorstel Wet uitvoering verordening centrale effectenbewaarinstellingen (34204) en de moties zoals ingediend bij het wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Financiën van 7 september 2015. 

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor, het VSO over het convenant "Scholen voor primair en voortgezet onderwijs en sponsoring" (34000-VIII, nr. 110) van de agenda af te voeren. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van de Kamer: 

  • -het wetsvoorstel Goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 14 februari 1971 te Rabat tot stand gekomen Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (Trb. 1972, 34), en het op 3 november 1972 te Rabat tot stand gekomen Administratief Akkoord betreffende de wijze van toepassing van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (Trb. 1973, 130) (34052); 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering tot vastlegging van het recht op bronbescherming bij vrije nieuwsgaring (bronbescherming in strafzaken) (34032); 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie (34162); 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (33885); 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten in verband met het gebruik van elektronische processtukken (digitale processtukken Strafvordering) (34090); 

  • -het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim (33989); 

  • -het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet voortgezet onderwijs BES en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs en het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, alsmede de actualisatie en flexibilisering van het beroepsgerichte deel van de examenprogramma's in het voorbereidend beroepsonderwijs (34184). 

Op verzoek van het lid Kooiman stel ik voor, haar motie op stuk 34067, nr. 15 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen. 

Tot slot stel ik voor, de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 

30806-30; 30806-29; 30806-31; 30806-28; 22112-1849; 22112-1987; 29240-72; 29754-316; 2015Z12901; 27923-207; 29628-536; 32802-15; 34153-4; 2015Z13535; 34210-XII-3; 34210-A-3; 34210-J-3; 2015Z14585; 2015Z14536; 32847-171; 29507-137; 2015Z14636; 28165-221; 32545-35; 33532-46; 33532-45; 34000-A-65; 32598-21; 2015Z13925; 34000-IX-28; 34000-IX-30; 25087-109; 33462-12; 2015Z13472; 32545-34; 33957-18; 33957-20; 32013-104; 21501-07-1292; 21501-07-1285; 21501-03-88; 33957-19; 31311-147; 31311-151; 27863-63; 2015Z14629; 2015Z13496; 27858-320; 33693-4; 32793-197; 25424-282; 34000-XVI-114; 21501-28-129; 22112-1991; 33750-X-43; 33750-X-5; 33763-4; 32733-139; 26488-350; 32706-59; 33946-4; 33820-1; 33750-VII-50; 33750-VII-55; 33750-VII-48; 33750-VII-47; 33750-VII-44; 33750-VII-42; 33750-VII-35; 33750-IV-29; 33750-VI-100; 33750-IV-27; 33750-IV-25; 33750-IV-22; 33750-IV-21; 33750-IV-20; 33750-I-7; 33750-B-13; 33400-VII-76; 33400-VII-67; 33131-16; 33131-15; 31757-50; 33047-22; 33047-21; 31570-24; 31475-18; 31142-45; 30977-79; 31142-35; 30977-72; 30950-63; 30184-35; 29924-105; 29924-103; 29362-218; 26956-127; 26150-144; 20361-167; 2015Z15860; 32317-315; 32317-313; 24587-620; 24587-619; 33836-7; 2015Z13845; 33662-25; 29754-320; 31936-293; 2015Z15047; 29279-269; 29628-550; 2015Z14223; 33722-24; 24095-389; 29628-547; 32608-7; 33885-6; 33695-8; 34000-VI-100; 30950-76; 30950-74; 33054-20; 2015Z15575; 31511-16; 31511-11; 32827-70; 28684-440; 31511-13; 33664-30; 32827-73; 32827-72; 2015Z12814; 31015-114; 33037-159; 33037-155; 32670-101; 32670-100; 33037-151; 34008-34; 32043-262. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Tijdens de regeling van werkzaamheden van dinsdag 1 september heeft de heer Wilders verzocht om naar aanleiding van een vertrouwelijk overleg van de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten een motie te kunnen indienen. Ik heb toen toegezegd, de mogelijkheid daartoe te onderzoeken. De commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten heeft mij desgevraagd laten weten geen verslag te kunnen uitbrengen van dit overleg. Het is dus ook niet mogelijk om een verslag naar aanleiding van een algemeen overleg op de agenda te plaatsen. 

De heer Wilders wil hierop een reactie geven. 

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Volgens mij mag ik nog net verklappen dat ik zoiets al had begrepen. Dat is jammer, maar ik kan niet anders dan daar kennis van nemen. Ik zal in de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten nu dus geen motie indienen maar het punt maken dat ik wil maken, ook de beleidswijziging van de kabinetsvoorstellen, en dan aan de collega-fractievoorzitters in de commissie vragen om zich daarover uit te spreken, zodat ik op zijn minst weet of het daar in alle beslotenheid op een meerderheid kan rekenen of niet. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda: 

  • -het VAO Kinderopvang, naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 9 september, met als eerste spreker mevrouw Siderius van de SP; 

het VAO Dierenwelzijn naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 9 september, met als eerste spreker de heer Graus van de PVV. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Eijsink, voorzitter van de commissie voor Buitenlandse Zaken. 

Mevrouw Eijsink (PvdA):

Voorzitter. Namens de commissie voor Buitenlandse Zaken leg ik het verzoek voor om een plenair debat in te plannen met het kabinet, zo spoedig mogelijk na het verschijnen van het eindrapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid over de ramp met de MH17. Dat eindrapport zal, zoals aangekondigd, door de onderzoeksraad, op 13 oktober publiek worden gemaakt. 

De voorzitter:

Ik zal het verzoek in overweging nemen. Dank u wel. 

Het woord is aan de heer Van Gerven van de SP. 

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Op 10 juli 2015 kregen wij een brief van de minister waarin staat dat, als kankerpatiënten medicijnen nodig hebben, ze die te allen tijde zullen krijgen en budgettaire afwegingen geen rol zullen spelen. Wat blijkt uit het bericht dat wij gisteren via de NOS hebben gekregen? Dat een aantal ziekenhuizen longkankerpatiënten in een terminaal stadium om financiële redenen medicijnen onthoudt. Dat kan niet. Dat is volstrekt onaanvaardbaar. Daarom willen wij een debat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 

De heer Rutte (VVD):

Het is op zich heel goed nieuws dat heel dure medicijnen nu ook voor longkankerpatiënten beschikbaar zijn in speciale arrangementen bij een beperkt aantal behandelcentra. Die middelen zijn dus beschikbaar. Ik heb geen behoefte aan een debat, maar ik kan me wel voorstellen dat er wat onrust is en dat we dus een verhelderende brief van de minister ontvangen om te vernemen wat er precies aan de hand is. In die brief kan ook specifiek worden ingegaan op de zorgplicht die hier moet gelden. 

De voorzitter:

U hebt behoefte aan een brief, maar niet aan een debat. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

De minister heeft aangegeven dat patiënten hiervan geen last zouden kunnen krijgen en dat zij geneesmiddelen gewoon kunnen blijven ontvangen. Ik steun daarom het verzoek voor een brief. Die brief zou ik graag aankomende dinsdag willen hebben. Afhankelijk van het antwoord van de minister kunnen we dan beslissen of een debat noodzakelijk is. Ik steun nu het verzoek om een debat dus niet, maar ik wil wel graag een brief krijgen, uiterlijk aankomende dinsdag. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook ik steun het verzoek voor een brief, maar niet het verzoek om een debat. Ik heb hierover ook schriftelijke vragen gesteld. Die zijn zojuist ingediend. Als de minister die ook kan meenemen in de beantwoording, dan hebben we twee vliegen in één klap. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dat lijkt mij een uitstekend voorstel. Ik zie graag de schriftelijke informatie van de minister tegemoet. Laten we dan bekijken op welke manier we dit verder kunnen agenderen, want ik vind het wel heel belangrijk dat we hierover spreken. 

Mevrouw Klever (PVV):

Het is echt onbestaanbaar dat in een land als Nederland longkankerpatiënten hun levensverlengende medicijnen niet krijgen. Ik steun dus van harte het verzoek om een debat. Wat mij betreft spreken we daar deze week nog over. Er zijn mensen die hun medicijnen niet krijgen. Dat kan gewoon echt niet! 

De heer Otwin van Dijk (PvdA):

De onrust moeten we zo snel mogelijk wegnemen. Postcodezorg is natuurlijk het laatste wat we willen in dit land. Het lijkt me goed om eerst de feiten op een rij te hebben. Er zijn Kamervragen over gesteld, volgens mij niet alleen door mevrouw Dijkstra, maar ook door mevrouw Voortman. Ik stel dus voor dat we een brief en de beantwoording van de Kamervragen krijgen en dat we dan bekijken hoe we daarover het beste kunnen debatteren. Ik steun nu het verzoek voor een debat dus nog niet. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De Partij voor de Dieren steunt dat verzoek wel. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, er is brede behoefte in de Kamer om uitleg te vragen aan de minister over deze gang van zaken. Er zijn ook al wat sets vragen gesteld. Ik stel dus voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, zodat een reactie in die brief kan worden gegeven. Veel partijen hebben gezegd dat ze na ommekomst van de brief willen beoordelen op welke manier dit dan verder kan worden behandeld. 

De heer Van Gerven (SP):

Dan wil ik de minister toch vragen om in de brief onomstotelijk aan te geven dat een patiënt uit Nijmegen dezelfde behandeling kan krijgen als een patiënt uit Amsterdam. Er wordt nu bericht dat er onderscheid gemaakt wordt om financiële redenen. Ik wil horen dat dit bericht dat we in de krant of via de media vernomen hebben, onjuist is. Dat moet zwart-op-wit staan. Als wij dat bericht voor 12.00 uur aanstaande dinsdag mogen ontvangen, kunnen we na ommekomst van die brief bekijken hoe we verdergaan. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Smaling van de SP. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Vanmorgen stond er in Trouw een interview met de heer Wallage, een van de twee voorzitters van de net afgeschafte Dialoogtafel die bedoeld was om Groningers bij elkaar te brengen om de problematiek rond de aardbevingen te bespreken. In dat interview doet de heer Wallage uitvoerig zijn beklag over de steun die hij gehad heeft van de NAM en ook het ministerie van Economische Zaken. De afgelopen maanden zagen we de ene na de andere rechtszaak. Ik ben er eigenlijk wel een beetje klaar mee. Nu ik dit interview heb gelezen, zou ik daarover toch een debat willen voeren met de minister van Economische Zaken, ondanks het feit dat wij proberen om de energiedebatten te structureren. Voorafgaand daaraan wil ik graag een brief ontvangen met een reactie op de zorgen van de heer Wallage. 

Mevrouw Klever (PVV):

Bij de oprichting van de Dialoogtafel heeft de PVV al gezegd dat het bespottelijk was en dat het echt onzin was, zo'n dialoogtafel. Ik ben blij dat ze nu, na anderhalf jaar, de PVV gelijk geven. Het verzoek om een debat steunen we niet, want we hebben net drie grote debatten in de planning staan, waaronder een groot debat over Groningen. Ik stel dus voor dat we dit punt in dat debat meenemen. Ik steun wel het verzoek om een brief van de minister. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Er zijn stevige uitspraken gedaan. Het CDA wil graag weten hoe het precies zit en hoe de opstelling van de overheid en de NAM hierin is geweest. Ik denk dat daarover absoluut duidelijkheid moet komen. Ik steun dus het verzoek om de brief. Afhankelijk daarvan en van de planning van de debatten wacht ik op dit moment echter nog even met het verlenen van steun voor een nieuw debat. Ik hoop dat we in de tussentijd die debatten gepland krijgen. Daarin verdient dit een heel belangrijke plek. Dat ben ik helemaal eens met de SP. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ook de ChristenUnie steunt het verzoek om een brief. Ik stel voor dat de fracties daarvoor ook schriftelijk hun inbreng kunnen leveren. Ik steun het verzoek om een debat niet, omdat we al een aantal debatten met elkaar gepland hebben. Daar is in de procedurevergadering over gesproken. Er zijn afspraken gemaakt. Er komt één groot debat over de gaswinning in Groningen. Daar kan dit onderwerp, hoe belangrijk ik het ook vind, aan worden toegevoegd. Volgens mij zijn er ook ruime spreektijden voorzien, dus is er genoeg ruimte om dit belangrijke onderwerp met elkaar te bespreken. 

De voorzitter:

U steunt wel het verzoek om een brief, en u vraagt ook om een inventarisatie van de vragen via de griffier. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook D66 steunt het verzoek om een brief en het verzoek om dit onderwerp bij dat samengevoegde debat te voegen. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Het lijkt me duidelijk dat we dit debat moeten betrekken bij een van de drie staande debatten. Dat hebben alle voorgaande woordvoerders ook gezegd. Ik verbaas me eigenlijk over de wijze waarop dit debat nu wordt aangevraagd. Ik heb ook grote aarzelingen bij de brief. Het gaat natuurlijk om de mensen in Groningen die in de ellende zitten, de burgers. Daar moeten we het over hebben, dus over mensen die scheuren in hun woning hebben en nog niet geholpen zijn na al die jaren, en niet over bestuurlijk geharrewar. Ik heb er helemaal geen behoefte aan om daar een brief over te ontvangen. Dus geen steun daarvoor. Ik vind dat we moeten focussen op de mensen in het gebied zelf en niet op het bestuurlijke geharrewar. De heer Smaling heeft daar nu zijn eigen gedeputeerde … 

De voorzitter:

Dank u wel. 

De heer Jan Vos (PvdA):

… dus ik zou hem vooral aan het werk zetten. 

De voorzitter:

Mijnheer Vos, ik neem aan dat u een brief ook niet blokkeert. 

De heer Jan Vos (PvdA):

Ik verleen geen steun aan het verzoek … 

De voorzitter:

Nee, maar de vraag is: blokkeert u hem? 

De heer Jan Vos (PvdA):

… maar ik zal het ook niet blokkeren, omwille van de mores in het huis. Maar ik verbaas me zeer over dit inzoomen op bestuurlijk geharrewar in plaats van op de burgers van Groningen. 

De voorzitter:

Oké, dank u wel. Dat hebt u gezegd. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Was het maar zo makkelijk dat we daaromheen konden. Juist dat bestuurlijke geharrewar zorgt ervoor dat die mensen in de problemen blijven. Dus zeker wel steun voor de brief. Ik stel wel voor om dit te betrekken bij het al geplande gasdebat, waarbij ik me kan voorstellen dat we bekijken of het zo snel mogelijk kan, en ook kijken naar ruime spreektijden. 

De heer Bosman (VVD):

We zijn hard bezig om daar mooie, grote debatten van te maken met veel spreektijd, om zowel het bestuurlijke geharrewar als de belangen van de personen daarbij te betrekken. Ik steun dus de brief, maar ik zou die betrekken bij de debatten die we gaan plannen. Ik geef geen steun voor het debat, want volgens mij komt dat prima in orde. 

De voorzitter:

Mijnheer Smaling, ik stel voor om het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, en te vragen aan de griffier van de commissie om de vragen te inventariseren die nog leven en die u nog niet aan de orde hebt gesteld. Zo wordt het een zo compleet mogelijke brief. Op aangeven van de commissie zal ik dit onderwerp toevoegen aan de, naar ik meen, drie debatten die er komen over de problematiek in het noorden. 

De heer Smaling (SP):

Prima, dan doen we het zo, voorzitter. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Ulenbelt van de SP voor een rappel. 

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik zag het echt niet aankomen, omdat ik die opleiding tot helderziende niet heb gevolgd. Daarover gingen de vragen die ik heb gesteld aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het UWV betaalt aan een opleiding tot helderziende. Daarover doe ik dit rappel. Het gaat om nummer 2015Z11510. Er zijn ook collega's die daarover vragen hebben gesteld, namelijk Van Weyenberg en Dijkgraaf. Ik heb het er niet met hen over gehad, maar ik denk dat zij hun vragen ook graag helder zien beantwoord. 

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. 

Ik geef het woord aan mevrouw Agnes Mulder van het CDA. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Wij zouden graag een antwoord krijgen op onze schriftelijke vragen over de meetgegevens op het Nederlandse Olie- en Gasportaal, ingezonden op 28 juli. Het vraagnummer is 2015Z14417. 

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren voor een verzoek aan de Kamer. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. De Kamer is in discussie met het kabinet over hormoonverstoorders die gevaarlijk zijn voor de gezondheid en die we zouden moeten uitfaseren. Wat is er aan de hand? In 2013 zou er in Europa een set criteria liggen aan de hand waarvan die stoffen van de markt kunnen worden gehaald. Dat is niet gebeurd en het kabinet hinkt op twee gedachten. 

Deze week is er een artikel verschenen van de Verenigde Naties. Daarin wordt geconcludeerd dat de chemische industrie met opzet probeert twijfel te zaaien over de wetenschappelijk vastgestelde risico's van deze stoffen. Ik zou daarover graag een debat willen voeren met het kabinet, omdat de verwarring waarover de VN schrijven, zich uit in het kabinetsbeleid. Enerzijds zegt het kabinet dat het een snelle uitfasering van die stoffen wil en doet het mee in de rechtszaak van Zweden tegen de EU om dat snel te doen. Anderzijds gaat het kabinet mee in de impact assessment, die een vertragingstactiek is. 

Ik krijg graag een reactie van het kabinet op het VN-artikel en ik zou graag een debat voeren met de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Ik doe dit verzoek mede namens de fracties van GroenLinks, D66, de SP en de ChristenUnie. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Als wij iedere keer een debat moeten voeren naar aanleiding van dit soort artikelen, staan wij hier nog heel lang. Ik steun het verzoek om een reactie van het kabinet, maar niet het verzoek om een debat. Laten wij eerst maar eens de brief afwachten. 

De heer Leenders (PvdA):

Het lijkt mij heel goed dat wij hierover spreken. Een reactie van het kabinet lijkt mij zeer zinvol. Laten wij die afwachten en daarna kijken op welke manier wij dit het meest efficiënt kunnen bespreken. 

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u hebt niet de steun van een meerderheid van de Kamer voor het houden van een debat, maar u hebt wel steun voor uw verzoek om een brief waarin een reactie wordt gegeven op het VN-artikel. Later kan dan worden bezien of dit onderwerp kan worden betrokken bij een ander overleg. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zie dat ik wel voldoende steun heb voor een dertigledendebat. Ik wil vooralsnog aan die mogelijkheid vasthouden en dan kunnen wij altijd nog bezien of de brief aanleiding geeft tot een volwaardig debat of dat wij deze kwestie op een andere manier moeten bespreken. 

De voorzitter:

Ik zal dit onderwerp toevoegen aan de lijst, met drie minuten spreektijd per fractie. 

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken. Daarna gaan wij verder met het debat over het gemeenschappelijk asielbeleid in Europa. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.