Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 41, item 7

7 Nationale veiligheid, crisisbeheersing en brandweerzorg

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 12 december 2012 over nationale veiligheid, crisisbeheersing en brandweerzorg.

De voorzitter:

Ik heet de minister van harte welkom en zo ook de vele mensen op de publieke tribune.

Ik geef als eerste mevrouw Kooiman van de SP het woord. Zij heeft twee minuten spreektijd en dat is inclusief het indienen van eventuele moties.

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Ik heb goed nagedacht over welke motie ik vandaag in zou dienen. We spreken vandaag namelijk over brandweerzorg en veiligheid.

De minister weet dat ik niet voor het sluiten van de brandweerposten ben. Ik heb daar al vele voorstellen voor gedaan en daarom heb ik lang nagedacht over een plan waar niet alleen de minister, maar ook mijn partij achter kan gaan staan. Dat is ten minste de wet handhaven en daarover heb ik een heel mooie motie gemaakt. Ik ga haar voorlezen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat met de introductie van de Wet veiligheidsregio's en het Besluit veiligheidsregio's de normtijden voor de opkomst van de brandweer formeel zijn verankerd en dat alleen onder strikte voorwaarden het bestuur van de veiligheidsregio bevoegd is om gemotiveerd van de tijden af te wijken door dit vast te leggen in een dekkingsplan;

overwegende dat tot op heden niet iedere veiligheidsregio een dekkingsplan heeft en ondertussen wel brandweerposten gesloten worden waardoor de wettelijke opkomsttijden van de brandweer onder grote druk komen te staan;

verzoekt de regering, de veiligheidsregio's ertoe aan te zetten dat zij geen brandweerposten sluiten voordat zij een dekkingsplan hebben waar de locaties met afwijkende normtijden gemotiveerd zijn vastgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kooiman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (30821).

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Eergisteren is er ontzettend veel sneeuw gevallen, ook rondom de meldkamer. De minister stuurt in het voorjaar een brief over de samenvoeging van de meldkamers naar de Kamer. Ik heb mijn zorgen over de nieuwe meldkamer bij de KMar op Schiphol. De meldkamers gaven eergisteren aan dat zij niet te bereiken waren. Als er een noodoproep komt, is het met dit soort weer heel moeilijk voor het personeel om daar naartoe te komen. Kan de minister in zijn brief aangeven hoe hij de meldkamer in het geval van dergelijke heftige sneeuwval bereikbaar denkt te houden?

De voorzitter:

De heer Dijkhoff heeft zich ingeschreven, maar wil niets zeggen. Daarom kan ik nu het woord geven aan mevrouw Van Tongeren van GroenLinks.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Veiligheid is een breed onderwerp, maar ik zal maar op een punt namens GroenLinks een motie indienen.

Wij zouden het liefst zien dat alle kerncentrales in Europa worden uitgefaseerd, omdat dat een grote stap voorwaarts zou zijn voor de veiligheid. Zover is het echter nog niet, want er draaien nog steeds kerncentrales in Nederland, Duitsland en België. Het is daarom heel belangrijk dat burgers goed beschermd zijn, mocht het een keer misgaan. Ik zal daarover een motie indienen, maar voordat ik dat doe, stel ik de minister hierover een vraag.

Na een kernongeluk is het verstrekken van jodiumpillen aan de bevolking het laatste redmiddel. De kerncentrales in België staan er al 30 jaar, maar in al die tijd is het niet gelukt om een voorraad jodiumpillen van Zoetermeer naar Limburg te krijgen. Het lukt ons echter wel om in een week Patriots van Nederland naar Turkije te krijgen. Deze jodiumpillen moeten naar Limburg en ik vraag deze daadkrachtige minister daar zijn volle gewicht achter te zetten. Dat is niet de ultieme oplossing voor nucleaire veiligheid, maar het geeft burgers in het geval van een ongeluk wel een klein beetje bescherming. Mijn motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nucleaire veiligheid voor Nederlandse burgers gewaarborgd moet zijn, ook in de regio's die grenzen aan België;

overwegende dat omwille van de nucleaire veiligheid in de grensstreken afstemming met de Belgische autoriteiten over het veiligheidsbeleid en de uitvoering ervan van het grootste belang is;

verzoekt de regering om met het oog op de belangen van de Nederlandse grensstreken bij nucleaire veiligheid in overleg met de Belgische autoriteiten te treden over het te voeren beleid en de uitvoering ervan en de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (30821).

Hiermee is een einde gekomen aan de inbreng van de zijde van de Kamer. De minister wacht nog even op de laatste motie die is ingediend en wil daarna nog even overleggen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Opstelten:

Voorzitter. Ik zal snel antwoorden op de gestelde vragen en de ingediende moties. Ik begin bij de vraag van mevrouw Kooiman. Uiteraard is bereikbaarheid en beschikbaarheid belangrijk voor het personeel van de meldkamers. Ik zal dit meenemen in de aangekondigde brief. Het antwoord is dus "ja".

Ik kan in antwoord op de vraag van mevrouw Van Tongeren over jodiumpillen zeggen dat mijn collega van VWS aan de veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft toegezegd dat er in Limburg een decentrale opslag van jodiumpillen komt. "De Tweede Kamer is hierover per brief van 23 augustus 2012 geïnformeerd door mijn ambtsvoorganger. De veiligheidsregio Zuid-Limburg bereidt de decentrale opslag momenteel voor, in nauw contact met VWS." Dat is het conceptantwoord van mijn collega Kamp bij het begrotingsoverleg, dat ik hier beschikbaar heb. Het antwoord daarop is dus gegeven.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik heb dit ook gehoord. Ik heb ook contact gehad met Limburg, maar het schijnt aan alle kanten vreselijk lang te duren. In Overijssel hebben ze een geprepareerde container op het vliegveld gezet en was het binnen een week gepiept. We willen niet het risico lopen dat er, terwijl wij druk bezig zijn om zo'n ladinkje pillen van Zoetermeer naar Limburg te krijgen, onverhoopt iets misgaat. Ik vraag dus vooral of de minister zijn enorme daadkracht hierachter wil zetten. Tussen augustus en nu zijn we namelijk ook alweer een halfjaar verder.

Minister Opstelten:

Ik zeg daarop ja tegen mevrouw Van Tongeren. Ik heb inmiddels zeer binnenkort een werkbezoek gepland – u ziet, ik ken mijn agenda uit mijn hoofd – naar de veiligheidsregio Limburg-Zuid. Mijn ambtenaren bevestigen nu dat ik juiste woorden spreek. Ik ga dit punt daar aan de orde stellen.

Ik heb de motie-Kooiman op stuk nr. 17 heel precies gelezen, en moet haar helaas ontraden. Ik herhaal wat ik hierover in het AO heb gezegd. In de situatie waar mevrouw Kooiman op doelt, namelijk die van Swalmen en Limburg-Noord, is gewoon een dekkingsplan. Binnen dat dekkingsplan past de sluiting van de kazerne in Roermond, Swalmen. Dat is een verantwoordelijkheid van het verlengd lokaal bestuur en van de gemeenteraad ter plaatse. Hier kan ik dus niet in treden. Aan de voorwaarden is trouwens voldaan, dus ik moet de motie ontraden. Ik kan wel zeggen dat een aantal regio's vanuit hun verantwoordelijkheid hebben gezegd dat zij, als zij nog niet helemaal klaar zijn met het dekkingsplan, zelfstandig de beslissing nemen om in die tijd geen centrales te sluiten. Daarin wordt mevrouw Kooiman dus in ieder geval materieel bediend.

Mevrouw Van Tongeren zou haar motie op stuk nr. 18 kunnen intrekken, want wat zij vraagt, gebeurt. Wij hebben daar eerder over gesproken. Er vindt hierover overleg plaats met België. Ik doe mevrouw Van Tongeren dus de suggestie om de motie in te trekken, want het gebeurt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Als de minister mij een grove datum kan geven waarop het daadwerkelijk geregeld is met België, wil ik dat doen. Ik heb juist geprobeerd om een milde motie te maken, zodat de minister haar eerder zou zien als ondersteuning van beleid.

Minister Opstelten:

Dat kan ook. In de motie wordt mij verzocht om te entameren dat overleg plaatsvindt. Het overleg vindt plaats tussen de verantwoordelijken op dit terrein. Daarom wordt in de motie gevraagd en daar wordt dus aan voldaan. Mevrouw Van Tongeren kan de motie intrekken. Als zij mij en mijn collega's daarin wil ondersteunen, laat ik dat over aan de Kamer. Ik ga ten aanzien van dit onderwerp geen data noemen en zeggen wanneer iets is geregeld. Daarom wordt in de motie ook niet gevraagd. Wat mevrouw Van Tongeren vraagt, is geregeld. Dat gebeurt.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Daar heeft de minister helemaal gelijk in en dat is een terechte opmerking. Mijn doel is natuurlijk niet om een motie aangenomen te krijgen. Mijn doel is om goede afspraken te krijgen tussen België en Nederland, voor Limburg. Als de minister helder toezegt dat dit gebeurt, met het doel om het vlot te regelen, kom ik graag terug op het moment dat de minister de Kamer daar weer over informeert. Voorzitter, u kijkt verwachtingsvol. Ik trek mijn motie in, of liever gezegd: ik houd haar aan. Dan kan ik haar indienen als het mij te lang gaat duren.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Tongeren stel ik voor, haar motie (30821, nr. 18) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemming over de motie vindt komende dinsdag plaats.