Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 23, item 14

14 Belastingplan overige wetten

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2013) ( 33402 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) ( 33403 );

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Registratiewet 1970 en enige andere wetten in verband met de invoering van de elektronische registratie van notariële akten en de gedeeltelijke afschaffing van de registratie van onderhandse akten (Wet elektronische registratie notariële akten) ( 33406 ).

(Zie wetgevingsoverleg van 9 november 2012.)

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Omdat hieraan een lang wetgevingsoverleg vooraf is gegaan, hebt u met elkaar afgesproken dat de plenaire behandeling in één termijn zal worden afgedaan. Dat betekent dat u alleen in de eerste termijn moties kunt indienen.

Ik geef als eerste het woord aan de heer Klein.

De heer Klein (50PLUS):

Voorzitter. Het Belastingplan 2013 wordt laat op de avond behandeld, maar dat moet lukken. We doen het in één termijn en ook dat moet lukken. Als de staatssecretaris en de Kamer meewerken, gaat alles heel voorspoedig en dan zullen de stemmingen volgende week ook voorspoedig verlopen.

Het Belastingplan regelt de inkomsten voor de rijksoverheid voor 2013. Dat is op zichzelf nog niet zo’n opzienbarende uitspraak, ware het niet dat de fractie van 50PLUS die heel duidelijk relateert aan haar inbreng tijdens de financiële beschouwingen: je moet de inkomsten altijd relateren aan de uitgaven. Wij zullen dan ook niet alleen kijken naar de belastinginkomsten, maar ook naar de uitgaven van het Rijk en naar alle bezuinigingen die hier de afgelopen dagen zijn genoemd. In totaal gaat het daarbij om een bedrag van 46 miljard. Dat zijn in onze ogen helemaal geen bezuinigingen, maar voor het overgrote deel lastenverzwaringen. In feite worden dus inkomsten gegenereerd via de belastingen. Dat zijn dus geen bezuinigingen. Ja, de burgers moeten bezuinigen, want zij zullen het geld waarover hier in het kader van het Belastingplan wordt besloten, uiteindelijk moeten ophoesten.

Als je bepaalde belastingen niet wilt, zou je iets anders moeten doen. Daar kom ik zo nog over te spreken. Ik heb begrepen dat hier sprake is van een soort kader: als je de ene belasting niet wilt, moet je kiezen voor een andere belasting elders. Gelukkig zijn we van die ellende af. Gisteren hebben wij een motie gezien van de heren Samsom en Zijlstra, waarin de ene en de andere belasting werd opgeheven. Vervolgens ontstond een tekort en toen is 250 miljoen uit een fonds gehaald. Gelukkig heb ik ook nog een paar fondsen gezien die ik eventueel kan gebruiken ter dekking van belastingen die ik niet wil laten doorgaan. Een van de belastingmaatregelen die wij niet willen laten doorgaan, is de verhoging van de assurantiebelasting van 6% naar 21%. Dat vinden wij zeer onverstandig. In principe moet je belastingen heffen omdat je er iets mee wilt bereiken. Door deze belastingmaatregel worden veel ouderen getroffen van wie allerlei zaken rond huis en haard toch verzekerd moeten zijn.

Ik zal niet alles langslopen, want dat hebben wij al gedaan in het wetgevingsoverleg. Een apart punt is het bodemrecht. De motie van de heer Omtzigt is gisteren helaas verworpen. Het wetsvoorstel blijft dus zoals het is. Wat de fractie van 50PLUS bijzonder verbaasd, is dat een staatssecretaris met een VVD-achtergrond en de VVD-fractie in deze Kamer hiermee kunnen instemmen, gezien de reacties van VNO-NCW, MKB-Nederland en van de brancheorganisatie van leasemaatschappijen. Zij pleiten er allemaal voor om het niet op deze manier te doen, omdat het basisidee dat erachter zit, is dat de Belastingdienst spullen van derden kan inpikken, om het kort door de bocht te formuleren. Ik kan mij er iets bij voorstellen dat men bepaalde constructies wil vermijden, maar het lijkt mij dat met dit voorstel het kind met het badwater wordt weggegooid. Wij vragen de staatssecretaris om te overleggen met het betrokken bedrijfsleven, om te kijken wat de mogelijkheden zijn om dit toch goed te realiseren. De kern van het probleem is dat dit leidt tot veel minder mogelijkheden voor bedrijven om in krediet te voorzien. Daarmee worden de levensvatbaarheid van bedrijven en de economische groei, vooral bij het midden- en kleinbedrijf, nadelig beïnvloed.

Het vitaliteitssparen is nu verdwenen. In plaats daarvan wordt de vrijval van de levensloopregeling voorgesteld. Dat vinden wij jammer. Die vrijval van de levensloopregeling is een next-best-oplossing. Het is geen echte oplossing, maar een sigaar uit eigen doos. Die sigaren hebben wij weleens eerder gehad, maar deze smaakt niet lekker.

Ik wil specifiek ingaan op twee onderwerpen waarover ik namens 50PLUS een amendement heb ingediend. Het eerste betreft de btw-vrijstelling voor medische diensten van mensen die geregistreerd zijn als beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg (BIG), maar die daarnaast aanvullende activiteiten uitoefenen. Naar wij hebben begrepen, is die btw-vrijstelling vervallen bij de fiscale maatregelen die zijn voortgevloeid uit het Lenteakkoord, begin juni. Dat is een pijnpunt waarvoor een goede oplossing gevonden zou moeten worden. Er blijkt grote verwarring te zijn tussen de beroepsgroep die iets doet en de behandelingen. Door VWS is altijd afhoudend gereageerd op het maken van keuzes welke behandelingen er wel of niet onder vallen. Die discussie moeten we niet bij Financiën voeren maar eventueel bij VWS. Zolang die discussie nog niet is gevoerd, is het een beetje onlogisch om op een achternamiddag de btw-vrijstelling voor deze diensten te schrappen. Daarom hebben we een amendement ingediend om de situatie terug te draaien, waardoor in overleg met de beroepsgroepen wordt gekeken hoe het op een ordentelijke manier kan worden gedaan. Zo wordt wel een onderscheid gemaakt tussen de kwakzalverijachtige praktijken die je onder het tarief van 21% zou kunnen laten vallen – dat zijn namelijk producten zoals iedere willekeurige gezondheidsdrank uit de supermarkt – en daadwerkelijke aanvullende medische diensten die door gespecialiseerde medische beroepsbeoefenaars, geregistreerd in het BIG, worden uitgeoefend.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik heb net het amendement bekeken. De heer Klein geeft inderdaad aan dat hij wil dat de discussie eerst op gang komt. Hij stelt de bezuiniging met een jaar uit. Het is een structurele bezuiniging dus daarna treedt dit allemaal weer in werking. Dat wordt hier geregeld; het is maar één jaar uitstel en daarna gaat alles weer gewoon voort zoals afgesproken. Klopt dat?

De heer Klein (50PLUS):

Ja, dat klopt. Daardoor is het uit structureel oogpunt ook te overzien wat het financiële deficit voor het Rijk zou zijn. Daarnaast heb ik er veel vertrouwen in dat in het komend jaar uit het overleg tussen de beroepsgroepen en de staatssecretaris van Financiën uiteindelijk een goede oplossing voortkomt. Het kan ook dat er geen oplossing komt. Dan gaan we gewoon naar de 21%.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Met dit amendement wordt eigenlijk een ongedekte cheque uitgeschreven. Als ik de heer Klein beluister, wil hij mogelijk dat dit structureel het geval zal zijn. Waar dekt hij al zijn ideeën uit?

De heer Klein (50PLUS):

Dat is een goede. Waar het gaat om het structurele karakter zal er inderdaad een structurele oplossing moeten worden gevonden. Waar het gaat om het incidentele karakter kun je denken aan – daarmee begon ik mijn bijdrage – een vermindering aan de uitgavenkant, bijvoorbeeld door een mindering van 65 miljoen op het Provinciefonds.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zou graag willen dat de heer Klein expliciet aangeeft waar hij de dekking haalt, anders kan mijn fractie dit amendement niet overwegen. Wil hij expliciet in het amendement opnemen hoe hij de dekking gaat regelen?

De heer Klein (50PLUS):

Ik zal in overweging nemen of we dat moeten opnemen. Ik heb daarover een aantal ideeën aangegeven. Wellicht is het goed om dat aanvullend op te nemen.

Voorzitter. Voor het geval dit amendement het onverwacht niet mocht halen, een risico dat bestaat in deze Kamer, zeker als je als fractie-50PLUS twee zetels hebt, dien ik graag de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de Wet uitwerking fiscale maatregelen begrotingsakkoord 2013 het komen vervallen van de btw-vrijstelling voor aanvullende medische diensten per 1 januari 2013 in zal gaan;

overwegende dat de btw-vrijstelling voor medische diensten gekoppeld is aan de inschrijving van beroepsbeoefenaars in de individuele gezondheidszorg in het BIG-register;

overwegende dat dit register alleen aangeeft welke beroepen in dit register zijn opgenomen en dat er geen uitspraken gedaan worden over de behandelingen;

overwegende dat BIG-geregistreerden zowel reguliere btw-vrijgestelde als aanvullende medische diensten uitvoeren;

overwegende dat de uitvoeringsaspecten voor deze onder medische geheimhouding vallende diensten onduidelijk zijn;

overwegende dat het onduidelijk is of er sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel en fiscale neutraliteit door het in de wet gemaakte onderscheid tussen BIG- en niet-BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaars, ook in Europeesrechtelijk verband;

verzoekt de regering, medio 2013 in een evaluatie de Kamer te informeren over de uitvoerbaarheid van deze vervallen btw-vrijstelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klein. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29 (33402).

De heer Klein (50PLUS):

Mooi, ik heb nog één onderwerp. Dat is de doorwerkbonus of werkbonus, die in het belastingplan staat. De 50PLUS-fractie is daarvoor. Dit gaat om het stimuleren van mensen tussen de 60 en 64 jaar om aan het werk te blijven. Op dit moment gaat het voorstel uit van 90% van het wettelijk minimumloon op jaarbasis, met een aflopend bedrag naar 175% van het wettelijk minimumloon. Dit is een oplossing, maar dit leidt ertoe dat een heel grote groep oudere werknemers in deeltijd buiten deze werkbonus valt. Vooral voor vrouwen met kleinere baantjes is het een groot probleem dat zij worden uitgesloten van deze doorwerkbonus. Wij vinden dit in dat opzicht zeer discriminatoir. De staatssecretaris heeft in het eerste overleg aangegeven dat ze dan maar gauw een andere baan moeten zoeken of fulltime moeten gaan werken. Wij denken dat dit niet realistisch is in deze arbeidsmarktsituatie. Vandaar dat wij een amendement hebben ingediend. Dat is volledig gedekt en budgettair neutraal. Daarin vragen we, de mensen met een inkomen vanaf 50% van het wettelijk minimumloon de mogelijkheid te geven om de doorwerkbonus te krijgen. Dat betekent dat het aan de bovenkant, voor een iets hoger inkomen, wordt verlaagd. Zo ontvangt een grotere groep de bonus, maar eindigt de toekenning eerder, namelijk bij 140% van het wettelijk minimumloon.

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Vandaag vindt de plenaire behandeling plaats van het belastingpakket 2013. Het belastingpakket is altijd omvangrijk, zo ook de behandeling en de voorbereiding. Dit is terecht, want het is een belangrijk pakket aan wetten.

De voorbereiding door het kabinet heeft onvoldoende zorgvuldig plaatsgevonden. Zo wil het kabinet de afdrachtvermindering onderwijs beperken, maar kon het niet aangeven wat het oneigenlijk gebruik van de regeling precies is. Ook wordt de aftrek voor specifieke zorgkosten aangepakt, maar aangeven wat de gevolgen daarvan zijn voor bepaalde groepen mensen, kan de staatssecretaris niet. Naar mijn mening moet je behoorlijk in beeld hebben wat je precies wilt en wat de gevolgen van de maatregelen voor groepen mensen zijn, voor je voorstellen naar de Tweede Kamer stuurt. Ik vraag de staatssecretaris dan ook of het echt niet mogelijk is om in beeld te brengen wat de gevolgen zijn van de aanpak van de aftrek van specifieke zorgkosten voor bepaalde groepen. Is daarvoor überhaupt moeite gedaan of interesseert het de staatssecretaris niet? Die indruk krijg ik namelijk. De staatssecretaris kan gewoon via de Belastingdienst nagaan wat de gevolgen hiervan zijn voor een bepaalde groep mensen. Die mensen leveren de gegevens nu ook al aan. Dat moet gewoon zijn na te gaan.

Van de VVD-fractie was al bekend dat zij zich blind staarde op de 3%-regel voor het begrotingstekort. Inmiddels heeft ook de PvdA-fractie zich hierbij aangesloten. Eerst wilde de PvdA-fractie de crisis nog oplossen door meer te investeren, de btw niet te verhogen en minder snel te bezuinigen. Nu wordt, om in 2013 al te voldoen aan de eis van een begrotingstekort van minder dan 3%, de assurantiebelasting meer dan verdubbeld en blijft de btw-verhoging gewoon bestaan.

Het belastingplan staat daarnaast vol met maatregelen die erop zijn gericht om zo snel mogelijk het tekort terug te dringen. Het IMF schreef in de Fiscal Monitor van enkele maanden geleden dat het gestaag terugdringen van het tekort de voorkeur verdient boven hard bezuinigen op de korte termijn. Bovendien komen veel van de maatregelen in het belastingplan vooral op het bordje van hen die dit niet kunnen gebruiken. De verhuurderheffing, de verhoging van de assurantiebelasting en de beperking bij het aftrekken van zorgkosten kosten vooral de burger met een gewoon inkomen heel veel geld. In een tijd van economische neergang, zo valt in de Fiscal Monitor te lezen, zullen de negatieve effecten van verhoging van de fiscale lasten nog groter zijn. Ik hoor graag van de staatssecretaris of hier rekening mee is gehouden en of hij niet bang is dat de bestedingen door de maatregelen in het belastingplan zullen teruglopen, waardoor uiteindelijk ook de belastinginkomsten zullen teruglopen.

Het nieuwe kabinet heeft het verdelingsvraagstuk weer prominent op de agenda gezet. Volgens mij is er in tien jaar tijd niet zo veel gesproken over nivellering als in de afgelopen drie weken. Laat ook ik hierop ingaan. In een samenleving is er een sterk verband tussen inkomensongelijkheid en levenskwaliteit, zo stelt ook wetenschapper Richard Wilkinson, die al dertig jaar onderzoek doet naar ongelijkheid, geluk en gezondheid. Ongelijkheid veroorzaakt volgens Wilkinson verdeeldheid, waar mensen ongelukkig van worden. Hoe groter de inkomensverschillen in een samenleving zijn, hoe meer moorden er gebeuren, hoe meer mentale ziektes, vetzucht, kindersterfte en tienerzwangerschappen voorkomen, hoe minder lang de mensen gemiddeld leven en hoe lager de sociale mobiliteit is. Niet het nivelleren, maar het resultaat van nivellering is dus een feest. De SP-fractie heeft de verdeling van macht, kennis en inkomen hoog op de agenda staan. Ik ben dan ook blij dat het kabinet op dit punt wil meedenken.

Om te beginnen vraag ik de staatssecretaris om een reactie op het voorstel inzake het invoeren van een extra belastingschijf voor inkomens boven € 150.000, zoals is voorgesteld door de coalitiegenoot van de partij van de staatssecretaris, de PvdA.

Als wij kijken naar de verdeling van vermogen in Nederland, dan constateren wij dat de situatie ernstig is. Slechts één land in Europa doet het op dit punt nog slechter, concludeerden onderzoekers van de universiteit van Bamberg vorig jaar. Een andere conclusie van deze onderzoekers is dat de rijkste 5% van de Nederlanders 42% van het totale vermogen in Nederland in bezit heeft. Volgens de hoogleraar economische en sociale geschiedenis Bas van Bavel van de Universiteit Utrecht is de belasting op vermogen steeds verder afgebouwd. Ik wil het kabinet dan ook een concreet voorstel doen: zet de vermogensrendementsheffing om in een vermogenswinstbelasting, waardoor mensen alleen over de winst op het vermogen belasting betalen, en voer voor de echt vermogenden – dat wil zeggen mensen met een vermogen boven € 500.000 – een vermogensbelasting in van 0,7%. Aldus gaan wij niet uit van een fictief vermogensrendement dat de spaarders niet halen, maar belasten wij hun werkelijke vermogenswinst en maken wij box 3 progressief. De zwaarste lasten voor de sterkste schouders. Ik ontvang graag een reactie van de staatssecretaris op mijn voorstel. Ik dien over deze zaak een motie in, waarin wordt uitgesproken om die richting op te gaan.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor inkomsten uit sparen en beleggen momenteel een vlaktaks geldt;

overwegende dat meer progressiviteit in box 3 van de inkomstenbelasting kan bijdragen aan het principe dat de zwaarste lasten door de sterkste schouders gedragen moeten worden;

verzoekt de regering, te onderzoeken op welke wijze de inkomsten uit sparen en beleggen op progressieve wijze kunnen worden belast,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (33402).

De heer Bashir (SP):

Nederlanders zijn in het algemeen een vrijgevig volk. Zelfs in tijden van crisis zijn wij geneigd te geven aan mensen die het minder hebben. Er zijn dan ook veel mensen die net als de SP-fractie ernstige bezwaren hebben tegen de korting van 1 miljard op de allerarmsten. Of het nu gaat om mensen uit Nederland of mensen aan de andere kant van de wereld, Nederlanders trekken graag hun portemonnee voor goede doelen. De enige voorwaarde die zij hieraan verbinden is dat het geld goed terecht moet komen, dus bij de doelen zelf, en niet in de zakken van de bestuurders van goededoelenorganisaties mag verdwijnen. In Nederland zijn er voldoende goede doelen te vinden, maar de wereld van goede doelen is verre van doorzichtig. Ik heb de staatssecretaris regelmatig aan mijn zijde gevonden op het punt van het anbi-register. Ik hoop dat wij deze samenwerking kunnen voortzetten, maar ik vind zijn beantwoording in het wetgevingsoverleg van afgelopen vrijdag over de beloningen van anbi-bestuurders teleurstellend. De staatssecretaris geeft aan dat er een gedragscode zal komen waarin ook beloningsregels zijn opgenomen. Dat lijkt me nogal vrijblijvend. Een code is mooi, maar voor naleving zijn sancties nodig. Waarom zegt de staatssecretaris niet gewoon toe de anbi-status af te zullen nemen van bestuurders die vooral zichzelf als goed doel zien? Waarom deze terughoudendheid als het gaat om duidelijke regelgeving om de wereld van goede doelen een stuk transparanter te maken, zodat de mensen die giften aan deze instellingen schenken, zeker weten dat het geld wordt gebruikt waarvoor het bedoeld is? Ik dien daarom de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel Nederlanders een financiële bijdrage leveren aan het algemeen nut door te schenken aan anbi’s;

overwegende dat velen belang hechten aan een gematigde beloning voor personeel en bestuurders van anbi’s;

overwegende dat voor het verkrijgen van de anbi-status geen voorwaarden zijn opgenomen met betrekking tot de maximale beloning van personeel en bestuurders van de instelling;

verzoekt de regering, aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de anbi-status toe te voegen dat personeel en bestuurders van de instelling geen beloning mogen ontvangen die hoger is dan de dg-norm en de anbi-status van instellingen die deze voorwaarden overtreden, te ontnemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (33402).

De heer Bashir (SP):

In tegenstelling tot wat vaker wordt beweerd, hangt een gunstig vestigingsklimaat van meer af dan alleen lage belastingen. Bedrijven hechten net zozeer, of zelfs meer, aan de aanwezigheid van geschoold personeel, sociale stabiliteit en een goede infrastructuur. Mijn partij heeft dan ook een broertje dood aan onheilsprofeten die voorspellen dat bedrijven uit Nederland zullen wegtrekken als bijvoorbeeld de winstbelasting enigszins wordt verhoogd of als gewoon volgens het voorgestelde tarief belasting wordt geheven. Het is niet alleen onjuist dat bedrijven door een belastingverhoging in groten getale zullen wegtrekken; het is zelfs een belediging voor de ondernemers die iets willen toevoegen aan de samenleving en de economie. Gelukkig zijn dat er heel veel.

Er zijn echter ook bedrijven in Nederland die niets toevoegen aan de economie. Momenteel zijn er in Nederland duizenden brievenbusfirma’s actief die weinig anders doen dan genieten van het gunstige vestigingsklimaat, zoals de staatssecretaris dat noemt, maar die eigenlijk aan niets anders doen dan belastingontwijking. Die brievenbusbedrijven hebben weinig tot geen toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie, bieden geen werkgelegenheid, maar parasiteren wel op onze belastingverdragen en gebruiken die om elders in de wereld geen of weinig belasting te betalen. Dit is de reden om de substance-eisen waaraan bedrijven moeten voldoen zodanig aan te passen dat de bedrijven daadwerkelijk economische activiteiten moeten ontwikkelen en toegevoegde waarde voor de Nederlandse economie moeten leveren. In de volgende motie roep ik de staatssecretaris dan ook op hier wat aan te doen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Nederland duizenden brievenbusmaatschappijen actief zijn die veel geld door Nederland sluizen;

overwegende dat deze brievenbusmaatschappijen in een aantal gevallen weinig tot geen reële economische activiteiten ontwikkelen;

van mening dat het onwenselijk is dat (ontwikkelings)landen hierdoor inkomsten mislopen;

verzoekt de regering, het begrip “substance” zodanig aan te scherpen dat hiervan pas sprake is wanneer economische activiteiten worden ontplooid en werkgelegenheid wordt gecreëerd;

verzoekt de regering tevens, het dvl-besluit zodanig aan te passen dat alleen bedrijven die reële economische activiteiten ontplooien, werkgelegenheid bieden en akkoord gaan met spontane informatie-uitwisseling, een tax ruling kunnen aanvragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (33402).

De heer Bashir (SP):

Vorig jaar heb ik, samen met de heer Braakhuis, oud-Kamerlid van de GroenLinksfractie, een motie ingediend om een bronbelasting in te voeren op geldstromen naar belastingparadijzen om zo kapitaalstromen naar belastingsparadijzen te ontmoedigen. Die motie is helaas verworpen, maar een van de huidige coalitiepartijen stemde toen voor. Is het kabinet nog steeds tegen een dergelijke bronbelasting?

Mijn laatste motie betreft de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers. De staatssecretaris heeft al toegezegd mee te zullen denken over een manier waarop aan deze vrijstelling vorm kan worden gegeven. Ik vind het echter belangrijk dat de Kamer uitspreekt dat oldtimers, of mensen die de oldtimer hobbymatig gebruiken, vrijstelling kunnen blijven krijgen. Ik dien daartoe de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord het schrappen van de mrb-vrijstelling voor oldtimers per 2014 is opgenomen;

constaterende dat de meeste oldtimerbezitters hun auto hobbymatig gebruiken en gemiddeld minder dan een paar duizend kilometer per jaar afleggen;

overwegende dat door het vervallen van de mrb-vrijstelling deze hobbyisten onredelijk hard worden getroffen;

van mening dat een oldtimer niet misbruikt mag worden om dagelijks vrij van mrb rond te rijden, gezien de hogere milieubelasting van deze automobielen;

verzoekt de regering om de Tweede Kamer in het voorjaar van 2013 een aantal voorstellen te doen, waardoor dagelijks gebruik van de oldtimer wordt ontmoedigd, maar de mrb-vrijstelling voor mensen die de oldtimer hobbymatig gebruiken, in stand kan worden gehouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33 (33402).

De heer Bashir (SP):

Dan tot slot.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik had afgelopen vrijdag bij het wetgevingsoverleg het gevoel dat de staatssecretaris de Kamer heeft toegezegd om met een notitie over oldtimers te komen, en wel snel. Waar dient deze motie dan nog toe?

De heer Bashir (SP):

In deze motie wordt een uitspraak van de Kamer gevraagd. Wij willen dat mensen die een oldtimer hobbymatig gebruiken, nog steeds gebruik kunnen maken van de mrb-vrijstelling. Ik vind het belangrijk dat de Kamer die uitspraak doet, want in het regeerakkoord staat dat er 140 miljoen weggehaald moet worden bij die mensen. Ik heb zitten rekenen. Als alle mensen die hun oldtimer nu hobbymatig gebruiken, die vervolgens in een garage laten staan en uitschrijven, dan kom je niet op die 140 miljoen. Daarom is het belangrijk dat de Kamer hierover een uitspraak doet.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik stel vast dat de staatssecretaris dit naar mijn gevoelen vorige week heeft toegezegd. Dat lijkt mij veel helderder voor de betrokken mensen dan nu met een motie te komen. De staatssecretaris zal dat hopelijk bevestigen. Laten wij geen verwarring stichting over zaken die al zijn toegezegd.

De heer Bashir (SP):

Als het toegezegd is en de staatssecretaris bevestigt dat hij gaat doen wat er in de motie staat, namelijk in het voorjaar met een voorstel komen om hobbymatige oldtimergebruikers te ontzien, dan ben ik bereid om mijn motie in te trekken. Dat is het probleem niet, maar ik vind het heel belangrijk om de Kamer hierover een uitspraak te laten doen. Als de staatssecretaris bevestigt het op deze wijze te doen, kan ik de motie alsnog intrekken.

De heer Van Vliet (PVV):

Even kort: ik ben hier een groot strijder voor oldtimers, dat weet iedereen. Dat geldt zeker ook voor de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting. Op zich doet het mij dus deugd dat de heer Bashir met deze motie komt. Het is alleen jammer dat het milieu in het dictum een centrale plek krijgt. Volgens mij hoort die centrale plek te zijn voor het feit dat er mensen zijn die hun auto gewoon voor hun hobby gebruiken en er amper mee op de weg zitten. Ik ben heel benieuwd of de heer Bashir bereid is om het dictum nog iets aan te passen. Dan zou ik de motie zelfs graag meetekenen. Ik heb zelf ook een motie klaarliggen. Ik ben benieuwd wat de staatssecretaris er nog aan kan doen en of hij zijn toezegging nog wat verder concretiseert. Dan zal ik mijn motie misschien niet indienen. Ik hoop dat de heer Bashir die handreiking wil doen naar mensen die iets neutraler erin zitten en die faciliteit gewoon willen handhaven voor hobbyauto’s.

De heer Bashir (SP):

Ik hoor graag van de heer Van Vliet wat er dan aangepast moet worden in de motie. Ik ben altijd bereid om daarover mee te denken.

De voorzitter:

Ik hoop dat u dat buiten dit debatje om kunt doen.

De heer Groot (PvdA):

Er is een brede Kamermeerderheid voor om echte oldtimers te ontzien. Wat dat betreft lijkt mij die motie overbodig. Met het dictum heb ik eenzelfde probleem. Er wordt een bepaalde richting aangegeven, namelijk dat het gebruik van die oldtimers ontmoedigd zou moeten worden. Dat hoeft niet altijd het geval te zijn, als je die grens maar scherp stelt. Het lijkt me nog beter dat de heer Bashir het antwoord van de staatssecretaris afwacht. Die zal de verzekering geven dat er een dergelijke regeling zal komen.

De heer Bashir (SP):

Dat wacht ik graag af. Het is niet mijn bedoeling geweest om mensen die een oldtimer als hobby hebben te ontmoedigen. Sterker nog, ik kom graag voor die mensen op. Vandaar ook mijn motie.

De heer Klein (50PLUS):

Als 50PLUS zijn wij natuurlijk erg gecharmeerd van het behoud van de vrijstelling voor oldtimers, zoals wij in het wetgevingsoverleg al hebben gezegd. Ik was ook erg blij met de toezegging van de staatssecretaris. De heer Bashir roept in zijn motie de staatssecretaris op om in het voorjaar met iets te komen op dit terrein. Dat begrijp ik niet. Als ik het goed heb begrepen, gaat het over het eventueel vervallen van de vrijstelling in 2014. Dat betekent dat er in 2013 helemaal niets aan de hand is en iedereen zijn hobby gewoon kan blijven uitoefenen. Wij hoeven dat dus niet te bespoedigen. Het is niet nodig om dat medio 2013 al te doen. Eventuele voorstellen daartoe kunnen wij zien in het Belastingplan 2014. Die motie is dus overbodig.

De heer Bashir (SP):

Nee. Het idee achter het expliciet opnemen van het voorjaar in de motie is dat de staatssecretaris vroegtijdig met varianten naar Kamer komt en wij daar in de commissie over kunnen spreken. Als de staatssecretaris pas in het Belastingplan 2014 met voorstellen komt, sneeuwen die wellicht onder in het grote aantal onderwerpen. De heer Klein heeft kunnen zien hoe groot het belastingpakket is. Ik vind dit onderwerp zodanig belangrijk dat ik van mening ben dat wij dat in een vroeger stadium moeten bespreken. Daarom heb ik het zo geformuleerd in mijn motie.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Klein.

De heer Klein (50PLUS):

Ik zal heel kort zijn, want het gaat natuurlijk ook weer drie keer nergens over. Ik begrijp het toch niet. De staatssecretaris heeft toegezegd dat er een notitie komt, dat er iets komt over de mogelijkheden voor hobbymatig gebruik. Die notitie hoef ik niet in het voorjaar. Die zie ik wel rustig naderhand, want dit kan alleen maar tot extra onrust leiden.

De heer Bashir (SP):

Volgens mij heeft dit alleen maar bij de fractie van 50PLUS tot onrust geleid. In het regeerakkoord staat dat de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor oldtimers zal worden aangepakt. De staatssecretaris heeft gezegd dat hij mogelijk met alternatieven komt. In mijn motie wordt verzocht om die alternatieven in een vroeger stadium aan de Kamer te sturen zodat wij daar uitgebreid over kunnen discussiëren. Op die manier kunnen wij als Tweede Kamer bovenop deze maatregen blijven zitten en ervoor zorgen dat mensen die gebruik maken van een oldtimer buiten schot blijven.

Tot slot wil ik enkele maatregelen benoemen die het kabinet voornemens is uit te voeren. Het kabinet wil de fiscale faciliteiten voor ondernemers terugschroeven en daarnaast een winstbox invoeren. Dat leidt tot een lastenverzwaring voor ondernemers van 700 miljoen. Er zijn berichten dat de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek zullen verdwijnen. Dat kan toch niet zo zijn? Deze regelingen zijn immers vooral voor kleine ondernemers gunstig. Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, zegt de VVD altijd. Ik vraag de staatssecretaris toe te zeggen dat de kleine zelfstandigen in de komende kabinetsperiode worden ontzien. Gezien het aantal faillissementen – alleen in Griekenland en Portugal stijgt dat nog sneller dan in Nederland – lijkt mij dat niet meer dan logisch. Graag krijg ik een duidelijke toezegging dat de staatssecretaris zich ervoor zal inzetten dat kleine ondernemers niet worden opgezadeld met lastenverzwaringen. Zij hebben het namelijk al zwaar genoeg.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Het is wonderlijk dat wij altijd op een heel laat tijdstip nog over het Belastingplan spreken, op een moment dat bijna niemand meer lijkt te luisteren. Ik zie nog één bezoeker op de tribune. Het gaat immers toch altijd over heel grote vraagstukken. Gelukkig hebben wij afgelopen vrijdag al een goed wetgevingsoverleg gehad. Daarom heeft mijn fractie niet zo heel veel vragen meer. Op veel vragen hebben wij al een antwoord gekregen. Ik wil hier nog een aantal punten neerleggen.

Mijn eerste punt betreft het bodemvoorrecht. Mijn fractie heeft er begrip voor dat de staatssecretaris zoekt naar een manier om constructies te voorkomen. Constructies willen wij ook niet. Dat is niet onze intentie. Wij moeten ze willen bestrijden. Wij hebben afgelopen vrijdag al gezegd dat wij moeite hebben met de eventuele gevolgen van deze maatregel voor de kredietverlening, onder andere voor de kredietverlening aan het mkb. De effecten op de kredietverlening zijn onduidelijk. De staatssecretaris heeft zelf gezegd dat er mogelijk wel effecten zijn, maar dat hij ze nog niet goed kan inschatten. Hij heeft gezegd dat hij dit zal monitoren. Dat is volgens mij echter het paard achter de wagen spannen. Als de kredietverlening verslechtert, misschien mede door dit voorstel, zijn we al te laat. Mijn fractie vindt dit een groot risico, juist in een heel fragiele economische situatie. Wij hebben gisteren inderdaad de motie van de heer Omtzigt hier voorgehad, waarin werd voorgesteld om het in een apart wetsvoorstel te behandelen. Dat heeft onze voorkeur, maar die motie is helaas verworpen. Het ziet er nu naar uit dat dit onderdeel in het Belastingplan blijft staan zoals het er nu in staat. Ik kan daarom helaas niet anders concluderen dan dat mijn fractie waarschijnlijk tegen dit punt en dit artikel zal stemmen.

Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden op mijn vraag over de afdrachtvermindering onderwijs. Ik dank hem ook voor de toezegging dat hij met zijn collega van OCW zal bekijken hoe hiervoor een overgangsregeling te maken is. Ik vraag hem wel wanneer die overgangsmaatregel precies komt. Ik vraag hem of het mogelijk is dat die maatregel vóór 1 maart komt, zodat wij dit in de Kamer tijdig kunnen behandelen. Ik hoop dat de staatssecretaris dit kan toezeggen.

Ik heb afgelopen vrijdag ook gesproken over de schenkingsvrijstelling. Op dit moment kan er eenmalig een bedrag door ouders worden geschonken aan kinderen tussen de leeftijd van 18 jaar en de leeftijd van 35 jaar. Men kan onder andere ten behoeve van de aankoop van een huis schenken. Mijn fractie vindt het belangrijk om, in een tijd waarin de huizenverkoop en de doorstroming op zijn zachtst gezegd niet optimaal zijn, te zoeken naar andere mogelijkheden waarin een en ander misschien nog een steuntje in de rug kan krijgen. Vandaar dat ik samen met de heer Omtzigt een amendement heb ingediend om de leeftijdsgrens op te rekken van 35 jaar naar 40 jaar. Dit kan budgetneutraal, want de vrijstelling blijft op zichzelf gewoon bestaan. We geven alleen maar iets meer ruimte aan ouders. Zij kunnen dan ook iets oudere kinderen dit meegeven. Ik hoop op een positief oordeel van de staatssecretaris.

Vandaag hebben wij de cijfers van het CBS over de bouw gekregen. Ik moet zeggen dat die cijfers behoorlijk schokkend zijn. In het laatste kwartaal is er in de bouw sprake geweest van een krimp van 8%. Er zijn daar weer 17.000 banen verdwenen. Daar moet echt iets gebeuren. Wij kunnen hier niet maar blijven staan, en kijken hoe het in de bouw helemaal misgaat. Wij hebben vanmiddag al wetsvoorstellen in de Kamer behandeld over de woningmarkt. Mijn fractie vindt het echter ook zwaar noodzakelijk om een kleine impuls te geven aan de bouw. Daarom hebben wij het amendement-Van Hijum c.s. gesteund. Mijn fractie heeft de handtekening daaronder gezet. Met dat amendement willen wij voor één jaar renovatie- en herstelwerkzaamheden onder het lage btw-tarief brengen. Dit amendement hadden wij bij de financiële beschouwingen al aangekondigd. Ik hoop wederom op een positief oordeel van de staatssecretaris.

Ten slotte wil ik nog spreken over de anbi’s. We hebben wat discussie gehad over de transparantie van de anbi’s. Ik had zo mijn twijfels over de vraag hoe de transparantie nu werd geborgd. Er was sprake van inzicht dat anbi’s moesten gaan geven via de website. De staatssecretaris heeft mij echter overtuigd. Ik ga ervan uit dat het nu helemaal goed komt, al heb ik nog wel een puntje. Ik schrok even op toen de staatssecretaris zei dat de anbi’s de resultaten op de website moeten gaan plaatsen. Ik ben mij toen gaan afvragen wat het resultaat van mijn kerkgenootschap zou zijn. Ik heb hierover een kort debatje gevoerd met de heer Koolmees. Ik zie dat hij op dit moment druk is met overleg met zijn collega’s in de zaal. Het WGO had uiteindelijk een heel mooi einde, want de heer Koolmees heeft mij beloofd dat, mocht het resultaat van mijn kerkgenootschap tegenvallen, hij ervoor open zal staan om … Laten we zeggen dat hij dan bereid is om door mij bekeerd te worden. Dat vond ik een buitengewoon mooi einde van het WGO.

De heer Groot (PvdA):

Mevrouw Schouten weet uit het verleden dat ook wij sympathiek staan tegenover verlaging van de btw in de bouw, maar ik vraag mij af hoe het amendement gedekt is. Die dekking lijkt de oldtimermaatregel te zijn, die ook al in het regeerakkoord staat. In dat geval gaat er toch iets mis ben ik bang. Dat zou jammer zijn. Iets soortgelijks geldt volgens mij voor de werkkostenregeling, die in ieder geval voor volgend jaar voor een deel verdubbeld is.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Wat betreft het laatste punt, de woordkeuze van de heer Groot impliceert dat hij het niet eens is met de bestemming van die middelen. Wat dat betreft kan hij ook de keuze maken om voor dit amendement te stemmen. De oldtimerbelasting halen wij inderdaad één jaar naar voren. Er staat wel een duidelijke beperking in het amendement, namelijk dat het gericht is op een maximaal kilometrage van 3.000 kilometer of oldtimers die tussen 1 april en 1 oktober op de weg zijn. Het is specifiek gericht op de echte klassiekers. De bedoeling is dus niet om alles generiek daaronder te brengen. We hebben rekening gehouden met de beperkingen die de staatssecretaris zag en de opties die hij wilde bieden. Daarbij zijn wij aangesloten met dit amendement.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Het is ongelofelijk, maar het lijkt er toch echt op dat er een einde gaat komen aan de behandeling van dit Belastingplan. Maar goed, je weet maar nooit wat we nu weer vinden om de behandeling ervan uit te stellen. Graag gebruik ik deze termijn om terug te komen op een tweetal zaken die erg belangrijk zijn voor mijn fractie: de vergroening en de aanpak van belastingontwijking. Overigens zie ik op dit moment mevrouw Neppérus al bijna onder haar tafeltje zakken bij het idee dat we er nog langer over gaan doen.

Ik begin met de vergroening. Het is teleurstellend om te zien dat het kabinet niet de kans heeft gegrepen om tot wezenlijke vergroening van ons fiscaal stelsel te komen. Niet alleen streeft dit kabinet niet naar verdergaande vergroening, het draait zelfs vergroeningsmaatregelen terug. Zo heeft dit kabinet onder andere de stimuleringsmaatregel voor woningisolatie uit het Lenteakkoord geschrapt. Daarom heb ik met de collega’s van de ChristenUnie, van D66, van het CDA en van de SP een amendement ingediend om onder andere ervoor te zorgen dat de maatregelen op het gebied van het duurzaamheidspakket worden teruggedraaid.

Over woningisolatie dien ik een aparte motie in. Woningisolatie draagt bij aan energiebesparing en aan een lagere energierekening en geeft een impuls aan werkgelegenheid. Graag ziet mijn fractie dat dit kabinet de mogelijkheid onderzoekt om woningisolatie fiscaal aantrekkelijk te maken.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat woningisolatie bijdraagt aan energiebesparing, een lagere energierekening voor burgers en werkgelegenheid in de bouw;

overwegende dat de fiscaliteit mogelijkheden biedt om betere isolatie van de particuliere woningvoorraad te stimuleren;

verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om woningisolatie te stimuleren via de fiscaliteit, bijvoorbeeld door de kosten van woningisolatie fiscaal aftrekbaar te maken en in het onderzoek tevens de effecten op het milieu en de energierekening te betrekken;

verzoekt de regering voorts, de Kamer de uitkomsten van dit onderzoek uiterlijk 1 maart 2013 toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (33402).

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Het regeerakkoord en het Belastingplan bevatten lichtpuntjes. Een daarvan is dat het kabinet eindelijk werk gaat maken van saldering voor de meter, waardoor corporaties vanaf 2014 een verlaagd tarief energiebelasting kunnen gaan betalen. Dat is een mooie manier om duurzame kleinschalige energieopwekking te stimuleren. Hoewel mijn fractie het gewaardeerd had als dit in 2013 al mogelijk was gemaakt, hebben wij er begrip voor dat aanvullend overleg met de energiemaatschappijen nodig is om tot een goede invulling van deze maatregel te komen. Ik roep het kabinet op om bij dit overleg ook de burgerinitiatieven en de gemeenten te betrekken. Is het kabinet voornemens, ook met deze partijen in overleg te treden? Blijft nog één probleem staan. In het Lenteakkoord was budget vrij gemaakt om saldering voor de meter mogelijk te maken. Om te onderzoeken welke mogelijkheden hiervoor zijn, zijn door gemeenten verschillende pilotprojecten gestart. Deze projecten ondervinden nu hinder van de verlate inwerkingtreding van de salderingsmaatregel. Aangezien de heer Samsom in het debat over de regeringsverklaring heeft aangegeven dat overgangen in het beleid naadloos zouden zijn, vraag ik de minister wat hij gaat doen om te voorkomen dat deze projecten belemmerd worden door het nieuwe beleid van het kabinet. Normaal gesproken zou ik eerst de reactie van de staatssecretaris afwachten, maar aangezien we dit debat in één termijn voeren, dien ik op dit punt de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering het kleinschalig opwekken van duurzame energie, waarvoor geen rijkssubsidie wordt ontvangen, fiscaal wil stimuleren door invoering van een verlaagd tarief in de eerste schijf van de energiebelasting op elektriciteit die coöperaties van particuliere kleinverbruikers in hun nabijheid opwekken;

overwegende dat het kapitaalvernietiging zou zijn als projecten van coöperaties van particuliere kleinverbruikers zouden stranden in afwachting van deze aanpassing van de energiebelasting;

verzoekt de regering om in overleg met bestaande burgerinitiatieven, betrokken gemeenten en organisaties ter stimulering van decentrale energieopwekking, zoals Hier Opgewekt, een overgangsmaatregel te ontwikkelen om de periode tussen nu en de aanpassing van de energiebelasting te overbruggen en om alvast ervaring op te doen met stimulering van coöperatieve initiatieven;

verzoekt de regering tevens om uiterlijk 1 maart 2013 voorstellen te doen voor deze pilotregeling en deze aan de Kamer toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (33402).

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vraag dus expliciet niet om de maatregel die in het regeerakkoord staat voor 2014 naar voren te halen. Ik begrijp dat dat praktisch gewoon onmogelijk is. In mijn motie verzoek ik de regering om er in de overgangsperiode voor te zorgen dat initiatieven waarbij men uitging van een betrouwbare overheid en van beleid dat langer zou duren, niet tussen wal en schip vallen en gewoon doorgang kunnen vinden.

Ik ga over op mijn tweede en laatste punt: de belastingontwijking. Ik vind het opmerkelijk dat de minister het niet eens is met de constatering dat Nederland als belastingparadijs fungeert. De afgelopen weken doken in de media weer vele berichten op van belastingontwijking via Nederland. Ik denk aan Mitt Romney en onze eigen banken; het meest recente voorbeeld is Starbucks. Daarover heb ik Kamervragen gesteld. Het doet onze internationale reputatie geen goed als wij in één adem genoemd worden met belastingparadijzen als Bermuda en de Kaaimaneilanden. De Verenigde Staten en Engeland hebben al meerdere keren irritaties uitgesproken over de belastingontwijking die Nederland volgens hen faciliteert.

Daarnaast bevinden we ons in moeilijke economische tijden. Overal in Europa voelen mensen de pijn van forse bezuinigingen. Het is daarom extra wrang dat wij via een andere route vele miljarden aan belastinginkomsten laten liggen door fiscale constructies waar banken en multinationals van profiteren. De discussie over de crisis gaat al weken over de koopkracht van en de belastingen voor verschillende groepen burgers. Bedrijven blijven in deze discussie buiten schot. Zolang we in Nederland constructies in stand houden waarmee multinationals als Starbucks belasting kunnen ontwijken, krijgen burgers in Europa een onevenredig hoge rekening gepresenteerd. Het is dan ook teleurstellend dat in het regeerakkoord geen plannen worden gepresenteerd om deze belastingontwijking aan te pakken.

Toch gloort er hoop. De PvdA-fractie was immers altijd een trouwe partner bij onze inzet om belastingontwijking aan te pakken. Ik hoop dan ook dat zij zich daarvoor ook in deze kabinetsperiode blijft inzetten. Het kabinet kan zich daarmee aansluiten bij een bredere internationale beweging die belastingontwijking wil voorkomen. Recentelijk hebben Duitsland en Engeland tijdens de G20-top uitgesproken zich hard te willen maken om belastingontwijking aan te pakken. Is de minister voornemens zich bij deze landen aan te sluiten? Ik hoop op een positieve reactie. Ook op dit punt dien ik een motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een goede en solide internationale reputatie in het belang is van Nederland;

overwegende dat een evenwichtige en eerlijke belastingheffing tussen burgers en bedrijven bijdraagt aan het draagvlak voor bezuinigingen en lastenverzwaringen onder burgers;

overwegende dat Engeland en Duitsland tijdens de G20 hebben aangegeven belastingontwijking te willen gaan aanpakken;

verzoekt de regering, zich bij deze landen aan te sluiten en zich actief in te zetten om mogelijkheden tot belastingontwijking via Nederland weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (33402).

De heer Klaver (GroenLinks):

Daarmee ben ik aan het einde van mijn inbreng gekomen. Ik dank mijn collega’s, de voorzitter, alle staf en de bewindspersonen voor deze prachtige behandeling in zesvoud van het Belastingplan 2013.

De voorzitter:

Dank u wel, maar wij zijn nog niet klaar. Ik geef het woord aan de heer Groot.

De heer Groot (PvdA):

Voorzitter. Een behandeling in twintigvoud? Ik denk dat het wel meevalt. Het is juist allemaal bij elkaar gevoegd, mede omdat de oppositiepartijen voortdurend behoefte hadden aan uitstel van het wetgevingsoverleg. Daardoor is er nu een hele dag vol gepland. Maar goed, we gaan moedig voorwaarts.

Ik zal mijn bijdrage inkorten, ook gelet op de tijd. Ik wil nog enkele onderwerpen aanroeren en nog een enkele verhelderende vraag stellen. Ik wil ook nog wel iets zeggen over de levensloopregeling, want daar nemen wij tenslotte vervroegd afscheid van.

Ik begin met de fiscale maatregelen in relatie tot de verhoging van de AOW-leeftijd. Mijn dank gaat nogmaals uit naar collega Neppérus voor de gezamenlijke indiening van een amendement om mensen die al met prepensioen zijn gegaan, een nieuwe keuzemogelijkheid te bieden voor het ingaan van het ouderdomspensioen. Dat maakt het mogelijk om het ouderdomspensioen wat naar voren te halen en op die manier het AOW-gat te dichten of, zoals de heer Klein zou zeggen, te verzachten. Het helpt in ieder geval, maar er blijft nog wel een vraag onbeantwoord. Hoe zit het met mensen die nu nog niet met prepensioen zijn, maar die daarover al wel afspraken hebben gemaakt met hun werkgever? Kunnen zij ook opnieuw een pensioendatum kiezen? Het lijkt mij van wel, maar ik hoor het graag als het anders is en hoe dat probleem dan kan worden opgelost.

Ik had een vraag over de motie-Noten c.s., maar daar hebben wij bij de behandeling van het volgende Belastingplan ook nog wel tijd voor. Het betreft namelijk een regeling die ook dan nog geldig is.

Ik wil wat zeggen over de autobelastingen. Het kabinet heeft gesteld dat het wel meevalt met de snelle opmars van plug-in hybrides ten opzichte van veel schonere volledig elektrische auto’s en auto’s die op groen gas rijden. Ik ben bang dat we daarover van mening blijven verschillen. Daarom ben ik blij dat we in het voorjaar, in het eerste kwartaal, opnieuw een brief van de staatssecretaris krijgen. Dan is nog eens de thermometer in de automarkt gestoken om te bekijken welke ontwikkelingen zich voordoen.

Ik heb in dit verband nog wel een vraag voor de staatssecretaris. Kan de bijtelling voor auto’s die op groen gas rijden eigenlijk niet budgettair neutraal naar nul worden bijgesteld, omdat deze auto’s concurreren met plug-in hybrides? Dat zou betekenen dat voor elke auto met een groengasinstallatie die meer wordt verkocht, er automatisch een plug-in hybride minder wordt verkocht. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij daar tegenaan kijkt. Wij hebben volgens mij een deal als hij het met mij eens is.

Ik spreek andermaal mijn dank uit voor de toezegging om een speciale regeling voor oldtimers te maken.

Ik kan kort zijn over het bodemvoorrecht, zeker omdat ik begrijp dat de staatssecretaris inmiddels een akkoord heeft bereikt met de leasemaatschappijen. Dat vond ik een belangrijk knelpunt, maar nu dat is weggenomen is de steun voor dit onderdeel van het Belastingplan nog groter geworden.

Ik kom op de Wet elektronische registratie notariële akten. Daar zijn wij uiteraard voor, maar ik heb in eerste termijn ook al gevraagd waarom de invoering van een centraal aandeelhoudersregister daar niet in een adem aan toegevoegd wordt. Dat zou dezelfde organisatie van notarissen uitstekend op zich kunnen nemen. Mijn fractie vindt het heel belangrijk dat er snel een centraal aandeelhoudersregister komt. Het is namelijk te gek voor woorden dat je er in dit land niet achter kunt komen wie eigenlijk de eigenaar van een bv is. We lezen dagelijks in de pers over de gevolgen daarvan, variërend van btw-carrouselfraude tot vastgoedfraude. Dat loopt in de vele tientallen miljoenen.

Wat dat betreft vond ik het antwoord van de staatssecretaris ronduit teleurstellend. De staatssecretaris zei namelijk dat we ervan uit kunnen gaan dat er vaart achter gezet wordt. Dat klinkt echt te vaag. Ik dring toch echt aan op meer spoed op dat punt en ik verwacht dan ook een wat steviger antwoord van de staatssecretaris. Anders zal de Kamer toch echt in actie komen. Kan het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Ik hoop echter dat het niet zo ver komt.

Ik constateerde eerder in het wetgevingsoverleg en vandaag ook weer dat er brede steun is in deze Kamer om de levenslooptegoeden te laten vrijvallen en de opbrengsten ervan te bestemmen voor het verlengen van de fiscale aftrekbaarheid van de restschulden. Daarmee beëindigen we impliciet tien jaar eerder de levensloopregeling. Dat is toch een plechtig moment. We kunnen vaststellen dat de levensloopregeling ooit begon als een veelbelovende regeling, maar dat zij toch niet is geworden wat we ervan verwachtten. Het zou een regeling zijn die het spitsuur van het leven zou verlichten, maar het probleem bleek te zijn dat mensen juist in dat spitsuur moeten sparen voor zo’n levensloopregeling. Wat dat betreft had het beter een levensloopkredietfaciliteit kunnen zijn.

Achteraf is er nog wel een voordeel. Er is inmiddels 5,5 miljard gestort in die levensloopregeling. Dat is gestort in een tijd dat het nog goed ging met de Nederlandse economie. Nu we de regeling afschaffen, komen de levenslooptegoeden vrij en krijgt ook de Belastingdienst inkomsten daarvan. Vanuit het oogpunt van spreiding van belastinginkomsten kun je wel zeggen dat het een heel goede regeling is geweest. Volgend jaar valt er 1 miljard vrij en in de jaren daarna 300 miljoen per jaar. De CBS-cijfers van vandaag laten zien dat de schatkist die middelen heel goed kan gebruiken.

Voor de restschuldfinanciering gebruiken we alleen het rentevoordeel. Dat is berekend op 15 miljoen per jaar. Ik vermoed dat dit niet de meest nauwkeurige en betrouwbare berekening is die er ooit is gemaakt op Financiën. Ik denk dat die heel gevoelig is voor de veronderstellingen die erbij zijn gehanteerd, maar ik ga daar niet moeilijk over doen. De uitkomst telt en die bevalt ons. Die blijkt genoeg te zijn om deze regeling te dekken.

Het is natuurlijk mooi dat mensen die levenslooptegoeden kunnen opnemen. Dat er een belastingkorting wordt gegeven, maakt het ook heel aantrekkelijk. Tegelijkertijd moeten de mensen wel gewaarschuwd worden, want de opname van het levenslooptegoed wordt bij het inkomen opgeteld. Dat kan gevolgen hebben die mensen zich niet van tevoren realiseren. Ze kunnen daardoor bijvoorbeeld hun huurtoeslag of zorgtoeslag verliezen of in vermogenstoetsen terechtkomen als ze het naar box 3 overmaken. Dan komen ze van een koude kermis thuis. Daarom vraag ik de staatssecretaris of er vanuit de Belastingdienst een heel actieve voorlichting komt van de voor- en nadelen van het opnemen van levenslooptegoeden. Ik hoop dat hij daar een helder antwoord op wil geven. Wil de staatssecretaris ook contact opnemen met werkgeversorganisaties, zodat zij ook voorlichting zullen geven aan werknemers? Dat lijkt me erg belangrijk, anders kan het tot heel grote teleurstellingen leiden.

Dit was een buitengewoon omvangrijk pakket van fiscale maatregelen, en, met het Lenteakkoord meegerekend, ook veel lastenverzwaringen. Daar moeten we eerlijk in zijn. Ik wens de staatssecretaris toe dat er ook jaren komen waarin hij niet alleen lastenverzwaringen moet opleggen aan de burgers, maar dat het ook een keer de andere kant op kan gaan.

De heer Bashir (SP):

Toevallig gaat mijn vraag ook over de lastenverzwaringen die worden doorgevoerd. Voor burgers wordt bijvoorbeeld de assurantiebelasting verhoogd. De btw-verhoging blijft gehandhaafd. Er worden heel veel regelingen beperkt of afgeschaft. Waarom wordt er niets gedaan aan de grootste constructie die er bestaat voor multinationals en grote bedrijven, namelijk het bosalgat? Waarom doet de Partij van de Arbeid geen voorstellen om dat gat te dichten?

De heer Groot (PvdA):

Ik kan mij herinneren dat de staatssecretaris op dit punt toezeggingen heeft gedaan. Dat was nog in de vorige kabinetsperiode. Hij heeft toegezegd dat hij bijvoorbeeld zal kijken naar substance-eisen. U hebt het er net nog over gehad. Er wordt gekeken hoe die versterkt kunnen worden. We krijgen ook nog het tweede deel van de commissie-Van Dijkhuizen. Die zal ook kijken naar de belasting voor bedrijven en directeuren-grootaandeelhouders. Ik heb tijdens het wetgevingsoverleg al gezegd dat het belastingsysteem eerlijk moet zijn. We moeten een goed fiscaal vestigingsklimaat hebben, maar dit moet geen vrijhaven zijn voor belastingontduiking en -ontwijking. Het is dus zeker niet zo dat dit onderwerp niet mijn aandacht heeft, maar dit betreft heel moeilijke dingen die een goede voorbereiding vergen.

De heer Bashir (SP):

Ik ben er in ieder geval tevreden over dat de heer Groot hier zijn aandacht voor heeft. Ik kom even concreet terug op het bosalgat. Het gaat erom dat grote bedrijven in het buitenland bijvoorbeeld de kosten voor financiering mogen aftrekken, maar dat ze hun winst in Nederland niet onder de winstbelasting hoeven laten vallen, dus wel de lasten maar niet de lusten. We hebben een verzoek ingediend bij de staatssecretaris om dat gat te dichten. De staatssecretaris doet dat deels. Is de heer Groot bereid om daarover door te praten om ervoor te zorgen dat het gat zodanig gedicht wordt dat het eerlijker wordt, dus dat bedrijven die groot zijn en veel financieringskosten hebben ook een eerlijke bijdrage betalen en bijdragen aan de lasten die wij in Nederland hebben?

De heer Groot (PvdA):

Heel veel van die constructies zijn erop gebaseerd dat eigen vermogen en vreemd vermogen verschillend behandeld worden. In het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid staat een stelsel dat toegaat naar een gelijke behandeling van eigen vermogen en vreemd vermogen. Die discussie wil ik in deze kabinetsperiode graag voortzetten. Misschien biedt de commissie-Van Dijkhuizen daar aanknopingspunten voor.

De heer Bashir (SP):

Toevallig dient de heer Van Vliet zo een voorstel hierover in. Ik hoop dus op steun van de PvdA-fractie.

De heer Groot (PvdA):

We zullen die motie afwachten.

De voorzitter:

Hij was al aangekondigd. Het woord is aan de heer Van Vliet.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Ik ben nog wakker. Dat heeft ermee te maken dat we hier over grote zaken spreken. Mevrouw Schouten zei het al: de belangstelling op de publieke tribune is “overweldigend”. Daarom begrijp ik ook waarom we moesten wachten op de onzinnige discussie over de energielabels. Daarbij zaten namelijk meer mensen op de publieke tribune. Ik stel iedere keer vast dat daar de prioriteiten van de Nederlander liggen. De staatssecretaris heeft een interessante portefeuille.

Ik houd het redelijk kort. Het zal geen verbazing wekken dat ik hier verklaar dat de fractie van de Partij voor de Vrijheid niet kan instemmen met de meeste voorstellen in het kader van het totale pakket. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma namelijk andere keuzes gemaakt inzake het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Die keuze ligt wat ons betreft vooral bij het snijden in het vet van de overheid en het nemen van maatregelen die niet erop gericht zijn om vooral de lasten te verzwaren voor de burgers. Ik geef toe dat je er soms niet aan ontkomt, maar dit pakket gaat ons echt te ver. De heer Bashir zei al dat de btw-verhoging, die de inflatie aanzwengelt, en met name de assurantiebelasting al vanaf 1 januari erin gaan hakken. Dat zijn zaken waar wij niet vrolijk van worden. Dat vindt zijn weerslag in het karakter van dit hele pakket. Wij proberen constructief mee te kijken en dingen te zien waar wij nog voor kunnen stemmen. Zoals ik al in de eerste termijn zei, is het kroonjuweel van het pakket de constructiebestrijding bodemrecht. Wij zijn daar zeer van gecharmeerd. Ook het voorstel voor de Wet elektronische registratie notariële akten kan onze goedkeuring wegdragen. Helaas houdt het dan wel zo’n beetje op, alhoewel in het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2013 uiteraard ook goede punten zitten. We zullen daar dus nog eventjes constructief naar kijken.

Ik las dat het verwerken van de werkbonus in de voorlopige aanslag 2013 niet meer mogelijk is. Dat is toch jammer, want als we moeten wachten op de definitieve aanslag, zullen de mensen die daarvan zouden moeten profiteren, heel erg lang op die centjes wachten en juist in deze tijden van crisis zijn die centjes uitzonderlijk welkom. Ik wil daarom toch nog een beroep doen op de staatssecretaris en hem vragen of hij niet ergens een mogelijkheid ziet voor een praktische oplossing die leidt tot het eerder uitbetalen van de centen die samenhangen met de werkbonus.

Ik dank de staatssecretaris voor het zo snel uitwerken van de normalisering van de btw-heffing in de tabaksbranche. In dit geval hebben we constructief zaken gedaan met de VVD.

Ik heb twee amendementen ingediend en laten verspreiden. Een amendement gaat over de bankenbelasting. Dat zal mijn collega’s niet verbazen. Mijn fractie blijft van mening dat het beter zou zijn als meer banken in Nederland onder de bankenbelasting zouden vallen. Dat bevordert immers het level playing field en het zou uiteindelijk kunnen leiden tot meer concurrentie op de Nederlandse financiële markt. Mijn fractie meent dat die concurrentie nu eigenlijk veel te klein is.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Wat de heer Van Vliet over de banken zegt, is niet nieuw. Hij wil kennelijk dat meer banken er eerder bij worden betrokken. Ik hoor de heer Van Vliet altijd zijn zorgen uiten over de kredietverlening aan vooral het midden- en kleinbedrijf. Hoe moet ik dat nou zien? Hoe kan ik de wens om de banken eerder belasting te laten betalen nou rijmen met die andere wens van de heer Van Vliet?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik heb het onderzoek van de Nederlansche Bank gezien. Daarin werd in feite geconcludeerd dat de impact van de bankenbelasting op de kredietverlening in Nederland grosso modo klein is. Die is echt ronduit klein. De banken die alsnog onder de heffing van de bankenbelasting vallen als je de doelmatigheidsvrijstelling verlaagt van 20 miljard naar 10 miljard, zijn over het algemeen de kleinere banken. Voor kredietverlening in Nederland aan het mkb moet vooral bij de grootbanken worden geshopt. Ik weet dus niet of die relatie een-op-een gelegd kan worden. Ik pleit er zelf voor dat alle banken die kleiner zijn en wellicht ook een rol hebben gespeeld in de kredietcrisis en het veroorzaken daarvan, uiteindelijk meefietsen als de maatschappij iets terug wil van de instellingen. Ook zij zouden dus bankenbelasting moeten gaan afdragen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik ga nog even in op de kredietverlening. In eerste aanleg werd door DNB geschreven dat het wel meeviel. Daarna kwamen echter ook van die bank stukken waaruit bleek dat die effecten wel eens groot konden zijn. Daarom heeft de commissie de staatssecretaris toen ook om uitleg gevraagd. Mijn zorg is dus in het geheel niet weggenomen. In tweede instantie had de Nederlandsche Bank immers wel zorgen. Ik blijf er toch mee zitten: aan de ene kant banken er meer bij betrekken en aan de andere kant krediet verlenen. Wellicht wil de heer Van Vliet daar de komende dagen nog eens eventjes over nadenken.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik wil daar best over nadenken, maar het is zeer waarschijnlijk dat ik uiteindelijk toch een andere afweging maak dan mevrouw Neppérus. Toen wij de vorige keer over de bankenbelasting spraken, had ik dit amendement ook al voorbereid. Toen was GroenLinks betrokken bij het Kunduzakkoord en uiteindelijk vond ik om die reden geen meerderheid in dit mooie huis. Nu GroenLinks niet meer deelneemt aan een coalitie, zie ik mijn kans schoon en wil ik bekijken of ik nu wel een meerderheid kan vinden. Ik ga nog even in op het risico van de afweging tussen enerzijds minder kredietverlening en anderzijds een level playing field voor alle banken. Als de concurrentie tussen banken in Nederland beter is en de markt toegankelijker wordt voor nieuwe financiële instellingen, dan zal dat uiteindelijk leiden tot meer kansen op het krijgen van kredieten, ook voor het mkb. Dat is mijn visie daarop.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik zal dat nadere stuk aan de heer Van Vliet doen toekomen, want het deed mij schrikken en juist ervan afzien om meer banken erbij te willen betrekken. Ik zal het de heer Van Vliet doen toekomen, want kennelijk is dat even uit het zicht geraakt.

De heer Van Vliet (PVV):

Prima.

De heer Groot (PvdA):

Ik heb een aanvullende vraag. De heer Van Vliet heeft eerder vanavond gezegd dat de Nederlandse banken onvoldoende concurreren en dat het goed zou zijn als buitenlandse banken Nederland zouden betreden om met die grote banken te concurreren. Die buitenlandse banken zullen natuurlijk klein beginnen in Nederland. Is het dan wel een goed idee om ze meteen als welkomstgeschenk te onderwerpen aan zo’n bankenbelasting?

De heer Van Vliet (PVV):

Ja, Sinterklaas bestaat en hij staat hier, zult u zeggen. Als u de doelmatigheidsvrijstelling conform mijn amendement zou verlagen van 20 miljard naar 10 miljard, dan spreek ik over banken die nog steeds een balans met een behoorlijke omvang hebben. Het zouden dan niet kleine toetreders zijn die helemaal nieuw in de aarde komen wroeten. Voor dat argument ben ik niet zo heel erg bang.

De heer Koolmees (D66):

Bij de behandeling van de bankenbelasting hebben we gekozen voor het verhogen van die grens, juist om de kleinere spelers wat meer vrijheid te geven, zodat zij de concurrentie kunnen aanwakkeren. Die kleine spelers hebben een ontzettend grote verantwoordingslast. Zij moeten heel veel informatie bijhouden voor de toezichthouder. Als zij buiten de bankenbelasting zouden worden gehouden, zouden zij kunnen groeien en de concurrentie scherp kunnen houden. Dat was de reden om die bodem erin te leggen. Het amendement heeft juist een averechts effect op concurrentie, want klein wordt extra zwaar gestraft en verdwijnt misschien wel uit het land. Een onbedoeld effect van het amendement zou zijn dat de concurrentie juist verdwijnt. Hoe kijkt de heer Van Vliet hier tegenaan?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik hoor de heer Koolmees zeggen dat kleine banken extra zwaar worden belast of extra worden gestraft, maar dat is naar mijn mening niet zo. De doelmatigheidsvrijstelling gaat naar 10 miljard. Dat betekent dat er enige extra banken in de heffing worden betrokken, maar volgens mij nog steeds niet heel veel. Ik heb mij destijds door de staatssecretaris laten overtuigen om, als ik met een amendement zou komen, niet onder 10 miljard te zakken. Dat was nog aanvaardbaar wat betreft de uitwerking voor de fiscus en wat betreft de draagkracht en de reikwijdte van de banken die erin zouden vallen. Ik heb daar goed naar geluisterd en ik dacht mij nu eens extra constructief op te stellen als oppositiepartij door dat voorstel van de staatssecretaris over te nemen. Dat was echt zo. Ik hoor wat de heer Koolmees zegt, maar bij mij weegt het argument zwaarder dat je om een level playing field te hebben voor de banken, die allemaal klanten hopen te halen, deze hetzelfde zou moeten behandelen.

De heer Koolmees (D66):

Daar ben ik het mee eens, maar bij het argument dat kleine spelers een kans moeten krijgen om te kunnen concurreren tegen de grootbanken gaat het niet alleen om de bankenbelasting, maar ook om de toezichtslast omdat er allerlei verantwoordingsinformatie naar de Nederlandsche Bank moet worden opgestuurd, voor risk offices, risk management en risicomodellen. Dat was een overweging om de kleine banken eruit te houden, juist om de concurrentie scherp te houden. Ik adviseer de heer Van Vliet om dit amendement niet in te dienen, als hij de concurrentie wil stimuleren.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik moet de heer Koolmees teleurstellen en ik houd vast aan mijn amendement, omdat ik zelf de andere kant op redeneer. Zo zie je maar dat je vanuit verschillende perspectieven tot verschillende conclusies kunt komen. Ik denk dat wij uiteindelijk hetzelfde streven hebben, om concurrentie te bevorderen. Laten wij elkaar dan aan dat handje vasthouden in de toekomst.

Met het andere amendement kom ik weer in de sfeer van de motorrijtuigenbelasting. Ik heb de staatssecretaris in eerste termijn gevraagd wat hij vindt van Nederlandse bv’s die rijden met Ford Fiësta’s met buitenlandse kentekens. De staatssecretaris zei zelf al dat hij dat een heel merkwaardige zaak vindt, dat hij ze ook vaak ziet rijden en zich afvraagt of er belasting wordt betaald en zo ja, waar. Ik heb nader gekeken naar de vormgeving van de Wet op de motorrijtuigenbelasting en toen zag ik dat er vrijstellingen van toepassing kunnen zijn en dat je daar zelf een beroep op moet doen. Er stond de categorie in van mensen met buitenlandse kentekens. Als zij niet in Nederland wonen, is er wat voor te zeggen dat zij die vrijstelling kunnen claimen. Er stond niet bij dat dit ook voor rechtspersonen of voor vennootschappen geldt. Dan kom ik weer op de bv’s die met Duitse, Poolse of Litouwse auto’s rondrijden. Met dat amendement probeer ik duidelijker te maken dat iedereen die in Nederland activiteiten heeft, een beroep moet doen op een vrijstelling, als hij van mening is dat hij daarvan zou moeten kunnen profiteren. Dat is een extra tool voor de fiscus om bij controles ook deze kentekens in de fuik te laten vallen; vandaar het amendement. Het heeft een positieve bedoeling, gericht tegen een uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag. Dat was mijn reden om ermee te komen.

Omdat er nu eenmaal één termijn is, wil ik ook nog een motie indienen. Zij gaat wederom over het punt of er wel netjes belasting wordt betaald over de buitenlandse kentekens.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat iedereen die in Nederland woont, werkt of een bedrijf uitoefent gebruikmaakt van de Nederlandse wegen indien er motorrijtuigen ter beschikking staan;

overwegende dat er dan door de houder van het voertuig motorrijtuigenbelasting betaald moet worden ongeacht of er sprake is van een Nederlands of een buitenlands kenteken;

concluderend dat slechts 31% van de arbeidsmigranten een motorrijtuig houdt met een Nederlands kenteken;

concluderend dat de houders van buitenlandse kentekens geen automatische aanslag krijgen maar louter op vrijwillige basis of door controle in de heffing van motorrijtuigenbelasting worden betrokken;

verzoekt de regering om de mogelijkheid te onderzoeken of toekenning van een BSN aan een buitenlandse natuurlijk persoon of rechtspersoon automatisch kan betekenen dat alle motorrijtuigen die door deze personen gebruikt worden in de heffing van motorrijtuigenbelasting worden betrokken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37 (33402).

De heer Omtzigt (CDA):

Als je in twee of drie landen economisch actief bent, is het heel normaal dat je in al die landen een burgerservicenummer hebt. Stelt de heer Van Vliet voor dat iemand die zowel in Nederland als in Duitsland en België klanten heeft, in al die drie landen motorrijtuigenbelasting moet afdragen? Of stelt hij voor dat dit hooguit in één land hoeft?

De heer Van Vliet (PVV):

Hooguit in één land.

De heer Omtzigt (CDA):

Het is dus de bedoeling van deze motie dat iedereen die het grootste gedeelte van zijn inkomen uit dit land haalt, in principe hier wordt belast en anders elders. Als dat zo is, kan ik me iets bij deze motie voorstellen. Anders komen we in een heel rare Europese discussie terecht.

De heer Van Vliet (PVV):

Dat is een goede vraag van de heer Omtzigt. Dat is zeker de bedoeling. Ik meende zelf dat ik in het dictum van de motie voldoende aanknopingspunten daartoe had opgenomen. De motie is zeker zo bedoeld als de heer Omtzigt haar uitlegt. Ik dank hem zeer voor de toevoeging.

Voorzitter. Ik rond af met twee andere moties. De heer Bashir had het er al over. Ook mijn fractie maakt zich nog steeds zorgen over de opbrengst van de reparatie van het bosalgat, die zou moeten voortvloeien uit de Kamerbreed aangenomen motie-Bashir/Van Vliet. Daarom dien ik als extra aansporing voor de staatssecretaris de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de motie Bashir/Van Vliet over reparatie van het Bosalgat (32800, nr. 17) in 2011 Kamerbreed is aangenomen;

overwegende dat de regering maatregelen heeft genomen die het Bosalgat budgettair slechts voor een klein deel repareren;

overwegende dat hiermee niet wordt voldaan aan de strekking van de motie en de uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag dus aanwezig blijft;

verzoekt de regering om per 1 januari 2014 al volledig uitvoering te geven aan de motie-Bashir/Van Vliet en hiervoor in 2013 met voorstellen richting de Tweede Kamer te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Vliet en Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (33402).

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Aangezien we één termijn hebben, dien ik ook de volgende motie in. Afhankelijk van het antwoord van de staatssecretaris kan ik haar dan straks aanhouden dan wel intrekken, zo zeg ik er met nadruk bij. Omdat ik echter maar één termijn heb, wil ik, als groot voorvechter van het rijdende culturele erfgoed, toch op mijn manier deze motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering heeft aangekondigd vanaf 2014 alle oldtimers die nu nog zijn vrijgesteld van motorrijtuigenbelasting volledig te gaan belasten;

overwegende dat zulks betekent dat ontelbare bezitters van oude auto’s en motorfietsen gedwongen worden hun culturele erfgoed op te geven door gedwongen verkoop;

verzoekt de regering, in overleg met de Kamer een oplossing te zoeken die bezitters van oldtimers in enige vorm in staat stelt hun voertuig niet te hoeven opgeven en deze oplossing op te nemen in het Belastingplan 2014,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39 (33402).

De heer Van Vliet (PVV):

Ik dank u allen voor de samenwerking.

De voorzitter:

Ik dank u voor uw inbreng.

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik bedank de staatssecretaris voor het uitgebreide wetgevingsoverleg van vorige week vrijdag en wederom dank ik de ambtenaren voor de steun voor de amendementenservice en de technische vragen.

Ik heb nog enkele punten. Ik zal er snel doorheen lopen. Gisteren hebben wij gestemd over de motie-Omtzigt. Ook mijn fractie heeft voor die motie gestemd. Helaas is zij verworpen. Die ging over het bodemrecht. Tijdens het wetgevingsoverleg heb ik al aangegeven dat ik grote vraagtekens zet bij het bodemrecht. Ik ben voor het bestrijden van fraude. Ik ben tegen constructies die zijn bedoeld om belastingen te ontwijken, maar de effecten van kredietverlening zijn onduidelijk en ook de relatie met de faillissementswetgeving blijft voor mijn fractie onduidelijk. Vandaar onze steun aan de motie-Omtzigt om dit onderdeel uit het belastingplan te halen en er een apart wetgevingstraject van te maken. Ik zeg dit ook in verband met het nieuws van vorige week in Het Financieele Dagblad dat de faillissementswetgeving in Nederland achterhaald is en dat bedrijven onnodig snel failliet gaan en er, anders dan in andere landen, geen mogelijkheid tot doorstart bestaat. Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Schouten over dit punt. Als wij artikelgewijs over dit wetsvoorstel zullen stemmen, zal ik mijn fractie adviseren tegen te stemmen.

Tijdens de algemene financiële beschouwingen hebben vijf fracties een amendement aangekondigd. Toen was dit nog een subamendement van de heer Van Hijum. Vandaag hebben wij een amendement over de btw op de bouw ingediend, met een keurige dekking. Ik hoop op steun van de staatssecretaris. Zeker ook omdat de btw op de bouw op dit moment een goed item is. De bouw ligt op zijn gat en het is goed om renovatie en herstel te stimuleren voor de duur van een jaar.

Ik bedank de staatssecretaris voor de toezegging van de snelle evaluatie van de innovatiebox. Mijn fractie vindt dit een belangrijk punt. Wij kijken daar reikhalzend naar uit. Ik heb ook een punt over de tax shelter voor de filmindustrie. Ik heb daarvoor vorige week tijdens het wetgevingsoverleg aandacht gevraagd. Het gaat over de bescherming van de Nederlandse filmsector en vooral het herstellen van het level playing field met de landen om ons heen. België heeft een tax shelter voor de filmindustrie. Die is net geëvalueerd. Het blijkt dat deze ontzettend veel geld oplevert. De evaluatie is uitgevoerd door Deloitte België. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende EU-landen fiscale voordelen bieden voor de filmsector;

constaterende dat daardoor Nederlandse postproductiebedrijfjes voor beeld en geluid en ondernemers in film en media minder kans hebben op opdrachten uit binnen- en buitenland;

overwegende dat een tax shelter hier uitkomst kan bieden;

verzoekt de regering, te onderzoeken hoe een tax shelter voor de Nederlandse filmindustrie moet worden ingericht om een maximale positieve bijdrage te leveren aan het vestigingsklimaat voor films in Nederland, daarbij voorbeelden uit omringende landen te betrekken en dit onderzoek voor 1 juli 2013 naar de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koolmees. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40 (33402).

De heer Koolmees (D66):

Ik heb tijdens het wetgevingsoverleg ook aandacht gevraagd voor een aantal groene regelingen, met name de uitwerking van de WKK en de energiebelasting in relatie tot de energie-investeringsaftrek. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging om dit mee te nemen in de uitwerking van de plannen in het regeerakkoord. Ik heb toch wel goed begrepen dat de staatssecretaris die groene plannen zal meenemen in de uitwerking van het regeerakkoord? Vooral de WKK en de verschuiving van de energiebelasting naar een energie-investeringsaftrek, met name om energiebesparing te stimuleren, vindt mijn fractie van groot belang.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor de beantwoording in eerste termijn. Wij hebben met elkaar een heel goede en mooie eerste termijn gehad. Op één punt echter was ik teleurgesteld. Ik had de staatssecretaris de visie van Marx, verwoord in Das Kapital, voorgelegd – de staatssecretaris zal het zich nog herinneren – maar hij is daar niet op ingegaan. Nu snap ik dat op zich wel van een liberaal, maar de visie van Marx komt overeen met de visie die de heer Groot zojuist noemde, namelijk dat de belastingen omlaag moeten. En laat het kabinet nu juist de belastingen verhogen. Dat betreuren wij. Ik had een heel ronkende tekst voorbereid om dat nog eens netjes onder de neus van de staatssecretaris te wrijven, maar die tekst laat ik met het oog op het tijdstip achterwege. Ik weet dat de voorzitter nu tevreden zal kijken.

De voorzitter:

En dat u op tijd naar huis kunt gaan.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Zeker, ook dat speelt mee.

Wij zullen over dit onderwerp nog een debat voeren, zeg ik tegen de staatssecretaris. Hij zal dit met graagte doen, dat weet ik van hem. Ik wil hem op dit moment alleen maar voorhouden dat het, zoals de heer Groot ook al zei, mooi zal zijn als wij de financiële ruimte hebben om op termijn naar belastingverlaging te gaan. De commissie-Van Dijkhuizen komt nog met een definitief rapport. De staatssecretaris heeft al toegezegd binnen de kaders van het regeerakkoord bereid te zijn overal over te praten. Ik neem aan dat dit ook geldt voor de marginale lastendruk. Wellicht komen er op dit punt briljante ideeën naar voren, die passen binnen het financiële kader van het regeerakkoord. Ik zeg daar meteen bij dat daar koopkrachtplaatjes – in de afgelopen tijd is daarover een uitgebreide discussie gevoerd – bij geleverd zullen moeten worden. De commissie-Van Dijkhuizen zal iets langer studeren dan het kabinet gedaan heeft in de afgelopen week – meer tijd was er niet om tot een oplossing te komen – dus als die commissie met briljante voorstellen komt, zullen die naar ik aanneem serieus besproken worden.

De heer Bashir (SP):

Volgens mij wilde Marx vooral lage belastingen voor mensen met een laag inkomen en heel hoge belastingen voor mensen met een hoog inkomen. Ik vraag mij af hoe de SGP-fractie aankijkt tegen progressiviteit binnen de inkomstenbelasting. Naar ik begrepen heb, is de SGP-fractie vooral voor leefvormneutrale belastingen, maar juist box 3 van de inkomstenbelasting kunnen wij heel progressief maken. Uit wetenschappelijke analyses – de heer Dijkgraaf is daar een groot voorstander van – is gebleken dat wij door het doen van kleine aanpassingen mensen die heel veel geld hebben en daar weinig gebruik van maken, het zogenaamde dood vermogen, kunnen aansporen om dat geld te investeren in de economie, om aldus economische groei te bewerkstelligen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

In het algemeen ben ik voor progressiviteit in die zin dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Volgens mij delen wij dat allemaal in dit parlement. De vraag is echter waar wij de grens leggen. Als wij constateren dat 10% van de rijkste Nederlanders 70% van de belastingopbrengst genereert, dan stel ik vast dat wij al een behoorlijk progressief belastingstelsel hebben. Mijn boodschap voor de staatssecretaris is dat wij moeten oppassen voor marginale tarieven die zo hoog zijn dat mensen ontmoedigd worden om nog iets harder te werken. Daarmee ontmoedigen wij in feite de sterke schouders. Als mensen heel veel belasting betaald hebben over hun arbeid, bouwen zij vervolgens vermogen op. Wij kunnen ook dat weer progressief belasten, maar er is natuurlijk wel een keer een grens.

De heer Bashir (SP):

Ik zie dat juist als een aansporing om werken minder te belasten. Wij zouden ook kunnen denken aan meer progressiviteit binnen box 3, waarbij wij de opbrengsten terugsluizen naar mensen die werken. De heer Dijkgraaf stelt dat het Rijk bij een kleine groep mensen veel inkomstenbelasting binnenhaalt, maar dat geldt alleen voor box 1. Box 3 is een heel ander verhaal. Het gaat om een zeer kleine groep mensen die heel veel geld bezit. Wij zouden ook daar meer progressiviteit kunnen inbouwen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De opbrengsten van box 3 worden volledig gegenereerd door mensen die veel geld hebben. Zij leveren dus ook de opbrengsten van de belastingen. Het is in elk geval prettig om te constateren dat de heer Bashir nog heel dicht bij Marx zit als hij stelt dat arbeid minder en vermogen meer belast moet worden. Dat onderscheidt hem van de staatssecretaris en ook van de SGP-fractie. Ik zie meer in een verschuiving richting duurzaamheid, milieu en indirecte belastingen. Daarnaast zie ik meer in het schrappen van ineffectieve fiscale cadeaus. Gezien de tijd zal ik daarvan geen voorbeelden geven, maar ook op die manier kunnen de tarieven naar beneden. Ik heb nog twee opmerkingen, dus het valt mee.

Ik dank mevrouw Neppérus en de heer Groot voor de steun voor het amendement over de levensloopregeling. Het is een mooi amendement en ook van groot belang. Stiekem dacht ik: dat levert 1 miljard aan belastingopbrengsten op. Het is jammer dat Kamerleden niet op provisiebasis werken, want dan zou de heer Bashir ook weer tevreden zijn. Volgens mij is dat onbespreekbaar en ook zeer onverstandig, want dan zou je allerlei gekke voorstellen in dit parlement krijgen, dus dat moeten we vooral niet doen.

De heer Van Vliet (PVV):

U zei: jammer.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ja, ik zat eraan te denken, maar toen dacht ik verder en bedacht ik dat je daar maar niet aan moet beginnen. Als de PVV-fractie ook eens verder zou denken … Nee, dit is een grapje, mijnheer Van Vliet.

Het is dus een belangrijk amendement waarmee veel geld vrijvalt. Dat is niet alleen belangrijk voor de belastingopbrengsten maar, misschien nog wel belangrijker, voor de economie. Laten we hopen dat het geld ook goed gebruikt wordt en dat de economische groei daardoor toeneemt.

Tot slot, mijn laatste punt en dat betreft de rode diesel. Ik hoor daar helaas niemand over. Ik heb daarover een schitterend amendement ingediend. Het is gedekt, maar als mensen een andere dekking willen, dan sta ik daarvoor open. Klop dan dus vooral bij mij aan de deur. Overigens heb ik daarover nog wel een vraag aan de staatssecretaris. Dit is namelijk een serieus punt, zeker als je naar de grensstreek kijkt. Loonwerkers bellen ons op en geven aan de tent te kunnen sluiten als het op deze manier doorgaat. Als je doorrekent wat het betekent voor een loonwerker, dan stijgen zijn kosten ten opzichte van een loonwerker in België of Duitsland met € 50 per uur. Die mensen prijzen zichzelf gewoon uit de markt, maar het gaat hier wel over werkgelegenheid en dus ook over belastingopbrengsten. Is de staatssecretaris bereid om in ieder geval naar die problematiek te kijken? Ik vraag niet of hij bereid is die problematiek op te lossen, maar het is een groot probleem voor de mensen die in de grensstreek werken. Als de conclusie is dat er binnen de kaders niets aan te doen valt, dan moeten we daar misschien voor buigen. Of nog beter: dan moeten we het SGP-amendement aannemen, want dan lossen we het gegarandeerd op. Maar los van het amendement zou ik hiervoor graag aandacht van de staatssecretaris vragen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Voorzitter. Ik wil in de eerste plaats de collega’s danken die eraan hebben meegeholpen dat we vanavond dit afrondende overleg kunnen voeren. Het was her en der was best even wennen, maar ik ben blij dat het gelukt is en daar dank ik ze voor. Het is ook een belangrijk onderwerp, want we hebben het over de inkomstenkant van 200 miljard van de overheid. Daar mag je best over praten ook al is het inmiddels wat laat. Dit onderwerp verdient aandacht.

Ik heb een aantal punten. Ten eerste de levensloopregeling. Ik prijs de heer Dijkgraaf dat hij met die gedachte kwam. Ik ben zelf ook al jaren bezig met de vraag hoe je het geld dat in die regeling zit, gemakkelijker zou kunnen opnemen. We hebben dezer dagen, samen met collega Groot, daarvoor een goede oplossing gevonden en het extra geld kan dan ook goed worden ingezet voor het probleem van de restschulden. We hebben wat dat betreft een goede stap gezet.

Vanmiddag spraken de heer Groot en anderen over het beklemde vermogen. Als je kijkt naar de kapitaalverzekering eigen woning, waar ook nog geld in zit, dan zou je daar toch wat meer aan moeten kunnen doen en dat zou je moeten kunnen vergemakkelijken. Er is vanmiddag een toezegging gedaan, maar voor ons is het dus echt een zwaarwegend punt omdat ook daardoor mensen wellicht onnodig in de problemen komen. Dat vind ik ook een algemeen punt: al die regelingen waarin potten met geld zitten, al dan niet gefaciliteerd gespaard, dat vervolgens heel lang vastzit. Er is voor het voorjaar een notitie toegezegd naar aanleiding van de vraag van de heer Groot, maar het lijkt me echt iets om met z’n allen over na te denken. Mijn mailbox stroomt, naast de brieven over mijn eigen partij, verder vooral vol over oldtimers, over de levensloopregeling en over al het geld dat vaststaat.

Dan ga ik even in op een punt dat eindelijk ook tot een oplossing lijkt te komen, namelijk dat van de tabak. Al meer dan een jaar geleden heb ik, samen met anderen onder wie de heer Van Vliet, gevraagd of tabakswinkeliers niet op dezelfde manier behandeld kunnen worden als andere handelaren. Waarom moeten zij in een uitzonderingspositie zitten en de btw geheel voorfinancieren? Ik vind 1 juli 2013 wat laat, maar ik ben toch blij dat het via een nota van wijziging is gelukt. Eindelijk is die stap gezet.

Dan het punt van het bodemrecht. Ik ben oud-belastinginspecteur. We moesten heffen, en vervolgens was het maar afwachten of het ook geïnd zou worden. Daarbij zijn constructies en zaken aan de orde die je doen denken: dat kan toch niet de bedoeling zijn. Dan kan de Belastingdienst naar het geld fluiten en dat betekent dat andere burgers het gaan betalen. Als iemand niet betaalt en er wordt niet geïnd, dan kunnen andere mensen daarvoor opdraaien. Ik vind het dus goed dat er een dergelijk plan ligt. Het gaat niet om een extra middel, maar om beter gebruikmaken van bestaande middelen. Toch stel ik vast dat dit emoties losmaakt. Een reactie is: gaat dit niet te ver? Dat kwam ook naar voren in het wetgevingsoverleg van afgelopen week. Kan de staatssecretaris aangeven of er na het overleg van afgelopen vrijdag nog contacten zijn geweest met bijvoorbeeld leaseorganisaties? Ik heb immers vastgesteld dat die zorg er was. Ook een aantal collega’s hier in de Kamer wilde dat daar nog eens over gepraat zou worden. Het idee spreekt mij enorm aan. Bij heffen hoort innen. Zijn die gesprekken er nog geweest? Graag hoor ik wat daarvan het effect is.

Dan ga ik in op de giften. Ik ben blij dat we meer helderheid krijgen. Dat noemen we transparantie. Van mij zou het eerder mogen. Wat voor club is het? Waar wordt het geld aan besteed? Hoe zit het met besturen? Dat weet ik graag van alle organisaties, niet alleen van de Vereniging van Oldtimers, maar ook van bijvoorbeeld kerken en vermogensfondsen. Ik wil dat iedereen over één kam geschoren wordt. Dat moet echt gebeuren.

Iedereen vindt de kwestie van belang. Ik ben blij dat de staatssecretaris de vorige keer de toezegging deed dat de echte hobbyisten en hun auto’s worden ontzien. Wellicht kan hij die toezegging herhalen, ook gezien de verwarring daarover bij sommige collega’s hier.

De heer Bashir (SP):

Ik wil even terug naar de anbi-regeling. Het gaat om veel geld. Aan een stichting die de anbi-status heeft, kun je tot 10% van je inkomen schenken en dat vervolgens aftrekken van je inkomen. Dat kan voor de Belastingdienst om heel veel geld gaan. Is mevrouw Neppérus met mij van mening dat dit geld niet hoofdzakelijk terecht mag komen in de zakken van de bestuurders van die stichtingen?

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik ben de eerste geweest die de vorige keer heeft gesproken over de wildgroei bij de anbi’s. Ik vroeg of dat niet te veel gaat worden. Ik vind het punt van de beloning en hoe dat geregeld moet worden, zeker een punt van aandacht. Ik wacht niet op nieuwe wetten, maar zal de motie van de heer Bashir rustig gaan lezen, want de ergernis over dat soort beloningen delen de heer Bashir en ik volledig.

De heer Bashir (SP):

Ik ben blij dat mevrouw Neppérus die motie aandachtig gaat lezen en ik hoop natuurlijk dat er meer van komt dan alleen lezen.

Mevrouw Neppérus (VVD):

De ergernis die de achtergrond van de motie vormt, hebben wij allebei.

Dan het schenkingsrecht, waarover een amendement is ingediend door mevrouw Schouten en de heer Omtzigt. Daarin wordt verzocht om de mogelijkheden van eenmalige schenkingen te verruimen. Ik vind dat een sympathieke gedachte. Ik begrijp dat het geen geld kost. Wat zou het echter kosten als je de familiekring wat zou uitbreiden? Ik wil ook weten hoe het eruit zou zien als je het niet alleen bij verwanten zou doen. De gedachte waarop het amendement is gebaseerd, spreekt de VVD erg aan.

Het is laat en ik zal het hierbij laten.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Het debat over het Belastingplan hoort een van de belangrijkste debatten van het jaar te zijn. Het spijt mij toch wel een beetje dat wij dat op dit tijdstip moeten doen. Dat is niet zozeer omdat ik vanavond niet meer naar huis kan – de laatste trein naar Enschede is wel vertrokken straks – maar meer omdat het toch enigszins de prioriteiten aangeeft. Daar hebben wij al tijden last van in deze Kamer. Ik zal dat in de volgende procedurevergadering aan de orde stellen. Ik kondig het hier alvast aan. Ik vind namelijk dat het Belastingplan net even een iets andere behandeling verdient. Het gaat immers over het innen van 200 miljard belasting. In de Kamer bestaan daar verschillende meningen over, ook over hoe het anders kan. De zorgvuldigheid hiervan kan iets groter. Het zijn ingewikkelde wetten. De heer Van Vliet heeft al een aantal zeer ingewikkelde voorbeelden voorgelezen. Op deze manier zou het best kunnen zijn dat wij door moeheid gewoon bepaalde technische fouten niet op tijd zien. En daar zijn wij toch voor.

De voorzitter:

Ik hecht er toch aan om daar iets over te zeggen. U legt het nu bij de commissie neer. Er zitten misschien niet veel mensen op de publieke tribune, maar er zijn wel mensen die dit debat thuis volgen. Het Belastingplan is inderdaad laat geagendeerd vandaag. Het debat is onder moeilijke omstandigheden gevoerd. Ik heb respect voor de mensen die dat doen. Dit heeft echter niet zo zeer te maken met onwil van de Kamer of van de bewindspersonen, maar met de ingewikkelde politieke situatie van de afgelopen weken. Normaal proberen wij dit altijd zeer zorgvuldig te doen.

De heer Omtzigt (CDA):

Dit was ook zeker geen verwijt aan u. Daarom zei ik ook dat ik het in de commissie aan de orde zal stellen.

De voorzitter:

Ook de commissie wilde dit heel erg graag anders. Daarom vind ik het belangrijk om daar namens de Kamer een opmerking over te maken. Volgens mij is het echter gezien het tijdstip verstandig om nu gewoon verder te gaan met de inhoud.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik wil als eerste een heel korte algemene beschouwing houden over belastingen. Vandaag is duidelijk geworden dat wij toegaan naar een krimpende economie. De krimp is 1,1%, dat is het slechtste van heel Europa. Dan is er een heel goede kans dat de fiscale voorspellingen voor het komende jaar gigantisch de mist in gaan, dat wij te weinig belastingen binnenhalen en dat er ook volgend jaar weer een enorme druk gaat ontstaan om de belastingen te verhogen dan wel de uitgaven te verminderen. Dan komen wij in een neerwaartse spiraal terecht waarin wij niet willen zijn.

De CDA-fractie wil daarom een aantal zaken onder de aandacht brengen die wij ook zouden kunnen doen. Wij zouden als eerste kunnen kijken naar beter innen. Eind juni is hier bijna Kamerbreed een motie aangenomen van mijn hand, waarin werd verzocht om de taxgap te halveren. De taxgap is het verschil – mevrouw Neppérus had het daar al over – tussen de belasting die is opgelegd en de belasting die daadwerkelijk wordt geïnd. Als wij naar extra inkomstenbronnen kijken, zou ik daar beginnen. Iedereen die belasting opgelegd krijgt in dit land, moet die in dit land ook betalen. Er had hier voor 1 oktober een omvangrijk plan moeten liggen. Dat plan hebben wij niet gezien. Is de staatssecretaris bereid om dat plan per ommegaande aan de Kamer zenden zodat wij kunnen kijken hoe wij dat kunnen doen? Ik wil overigens de regering nog wel een klein compliment geven. Dit is de eerste regering die wat extra geld uittrekt om bepaalde controles bij de Belastingdienst te intensiveren en daarmee wat meer geld op te halen. Er is kennelijk ruimte. Daarom moet meer haast worden gemaakt met dat plan. Wanneer kunnen wij dat krijgen?

Wat mijn tweede punt betreft, sluit ik aan bij de heer Klaver. Ook ik heb een motie over de wijze waarop bedrijven als Starbucks en Ikea iets innen. Double Dutch en Double Irish klinkt heel aardig, vooral als je dat in de kroeg doet. Of dat op belastingtechnisch gebied moet gebeuren, is maar de vraag. Aangezien wij onder een enorme fiscale druk staan in Europa, lijkt het mij verstandig om die discussie een keer goed te voeren in de Kamer. Daarom roep ik de regering op om hier een visie op te ontwikkelen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een forse discussie bestaat over de wijze waarop multinationals in Europa hun effectieve belastingdruk weten te drukken door winst en royalties op een fiscaal sluwe wijze te verdelen;

verzoekt de regering, voor 1 april 2013 een visie naar de Kamer te sturen over de huidige belastingheffing op multinationals in Nederland en de EU en de gewenste belastingheffing op multinationals in Nederland en in de Europese Unie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (33402).

De heer Omtzigt (CDA):

Het derde wat de regering zou kunnen doen, is belastinggegevens uitwisselen. Daar hebben wij het hier over gehad. Er is nog een aangehouden motie van mijn hand waarin de regering wordt verzocht om direct contact op te nemen met Zwitserland en Curaçao. Maar wat schetst mijn verbazing? Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat hij dat een of andere lage ambtenaar laat doen. Als dit topprioriteit is en wij gegevens niet voldoende uitwisselen, dan belt de staatssecretaris zelf met de landen die de gegevens niet leveren. De Nederlandse Belastingdienst heeft dossiers aangeleverd en krijgt ze gewoon niet terug. Op die manier komen we er uiteraard nooit met de bestrijding van belastingontduiking. Ik roep de staatssecretaris op om hier nu toe te zeggen om deze brief nog dit weekend te schrijven naar deze twee landen. Er liggen namelijk nog tientallen dossiers. Daarmee kunnen zeer grote sommen ontdoken belastinggeld gemoeid zijn.

Ik kom bij de nieuwe plannen van het kabinet. Er is op twee punten nog onduidelijkheid. Het eerste punt betreft de aftrek van de hypotheekrente in de tweede en derde schijf. Wij gaan straks 45% belasting heffen, namelijk 42% belasting plus 3% afbouw van de algemene heffingskorting. Maar wat wordt het aftrektarief van de hypotheekrente in de tweede en derde schijf? Wordt die ook afgebouwd naar 38%? Gebeurt dat stapsgewijs? Gebeurt dat in één keer? Het is mij volstrekt niet duidelijk. Hopelijk kan de staatssecretaris hierop wat meer licht werpen.

Het tweede punt betreft de gevolgen voor de zzp’ers. Ook die zijn volstrekt niet duidelijk. Op dat punt wil ik een motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gelezen het regeerakkoord en de motie-Zijlstra/Samsom;

constaterende dat er onduidelijkheid is over de gevolgen van het regeerakkoord voor zzp’ers, bijvoorbeeld op het gebied van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de zorgverzekering en de invoering van de winstbox;

constaterende dat de regering ook geen enkele berekening over deze groep aan de Kamer deed toekomen;

verzoekt de regering, voor de behandeling van de begroting van Economische Zaken precies aan te geven welke voornemens zij heeft die zzp’ers raken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (33402).

De heer Omtzigt (CDA):

In het oorspronkelijke akkoord stond dat bijvoorbeeld de inkomensafhankelijke premie voor zzp’ers in de zorg zou worden verhoogd naar het normale tarief. Voor zzp’ers geldt nu nog een gunstiger tarief. Dat zou ook voor ouderen gelden. Het is in de motie-Zijlstra/Samsom teruggedraaid voor ouderen. Over zzp’ers stond echter niets in de motie. Zulke zaken moeten gewoon worden opgehelderd. Het gaat hierbij immers om vele honderden euro’s per jaar. Hetzelfde geldt voor de winstbox. Het gaat daarbij om een bezuiniging van een half miljard op zzp’ers. Wij weten echter niet hoe.

Ik wil nog even snel door een aantal zaken heen gaan.

De heer Groot (PvdA):

Het half miljard in het regeerakkoord, waarover de heer Omtzigt het heeft, staat ingeboekt bij de winstbox. De winstbox gaat niet per definitie alleen over zzp’ers.

De heer Omtzigt (CDA):

Ja, ik snap dat dit niet per definitie hetzelfde is, maar tot nu toe heb ik niet begrepen waar het wél neerslaat. Inderdaad, het kan ook neerslaan bij de multinationals, maar een en ander was nogal mistig in twee dagen debatteren over de regeringsverklaring. Het lijkt mij prettig om te weten hoe dit zit. Misschien valt het inderdaad niet neer bij de zzp’ers.

Ik heb goed gehoord dat de minister ervoor gaat zorgen dat er in het anbi-register een link komt naar de website. Op de website van de anbi-instelling moeten alle gegevens gestandaardiseerd komen te staan. Kan de Kamer de uitwerking daarvan in april ontvangen, zodat wij tijdig kunnen zien hoe dit per 1 januari 2014 wordt vormgegeven?

Op de werkkostenregeling komen wij later nader terug. Voor mijn fractie is dat nog geen gelopen race.

Het pensioen in eigen beheer geeft ons een gevoel van onvolledigheid. De dga moet nog steeds doen alsof men een rendement van 4% heeft, maar dat haalt men nooit. Er is echter nu geen dekking om dat te repareren. We komen daarop volgend jaar echter wel terug. Het kan immers niet zo zijn dat de ondernemer eerst zijn hele pensioenvermogen moet opeten, om zonder pensioen achter te blijven.

Op het punt van het bodemvoorrecht sluit ik aan bij wat enkele voorgaande sprekers hebben gezegd. Is er constructief overleg geweest met vooral de leasesector? Ik vind het jammer dat de motie uiteindelijk is verworpen. Mijn fractie overweegt om tegen dit onderdeel van het wetsvoorstel te stemmen.

Het is fijn dat de autobrief in het voorjaar komt. Ik vraag het kabinet om goed te kijken of de groengasbijtelling versneld naar 7% kan en of de plug-in hybrides eerder belast kunnen worden. We zien nu een totale ineenstorting van de verkoop van volledig elektrische auto’s omdat iedereen met auto’s rijdt die formeel elektrisch kunnen zijn, maar die men altijd op benzine laat rijden omdat die als leaserijder gratis gereden kunnen worden. Dat kan niet de bedoeling zijn. Het levert ook geen milieuvoordelen op, want op deze manier komt elektrisch rijden nooit van de grond. Staatssecretaris, wij verwachten van u in april hier voorstellen op.

Wij vinden het bijzonder spijtig dat onderhandse akten niet voorkomen in de wet op de elektronische akten. Wil de staatssecretaris per nota van wijziging er alsnog voor zorgen dat andere typen akten hierin worden opgenomen? Het is heel simpel. In het register kost het een paar euro en op de andere wijze, bij de notaris, kost het € 250. Het voorziet dus in een behoefte. Het kan elektronisch gebeuren bij de Belastingdienst. De staatssecretaris moet dat ook kostendekkend doen, want de rest van de Nederlandse samenleving hoeft dit niet te subsidiëren. Het is de makkelijke manier om akten geregistreerd te krijgen.

Ik geef een korte toelichting op de drie amendementen die we nu hebben. Ik zal een amendement indienen om alle anbi’s, en niet alleen de sbbi’s, de mogelijkheid te geven om de jubileumstichting te gebruiken. Volgens ons is daar voldoende onderuitputting voor.

Ik heb het amendement van mevrouw Schouten meeondertekend om de schenkingsvrijstelling naar 40 jaar te brengen, zodat mensen een huis kunnen kopen of een hypotheek kunnen aflossen. Aflossing van schulden is namelijk heel belangrijk.

Verder hebben we een amendement ingediend, met mijn collega Van Hijum als eerste ondertekenaar, om de btw op bouw te verlagen. Deze sector heeft het lood- en loodzwaar. We dekken dat door de herinvoering van de afvalstoffenheffing en door volgend jaar 100 miljoen uit de werkkostenregeling te halen.

We geven de staatssecretaris alvast mee dat we een oplossing hebben gevonden om de oldtimers uit de mrb te halen. Men krijgt de mogelijkheid om te zeggen dat men niet meer dan 3.000 kilometer rijdt of dat men alleen tussen 1 april en 1 oktober op de weg is. Als men dan op enig ander moment wordt geflitst, wordt maar een megaboete opgelegd. Het kan volgens ons. We hebben hier het wetsvoorstel. Het maakt een heleboel andere moties van vanavond in een keer redelijk overbodig.

De heer Van Vliet (PVV):

Dat laatste zullen we nog wel zien. Ik hoop dat dit initiatief betreffende oldtimers kan worden losgeweekt van een heleboel andere dingen die anderen weer niet willen. Dat zou ik fijn vinden. De heer Omtzigt maakte een opmerking over de tax gap. Voor de Handelingen wil ik graag even genoteerd zien dat die mede namens mij is gemaakt, want ook ik ben een zeer vurig pleitbezorger voor dit plan en voor actie om te komen tot meer en betere inning en invordering.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik heb voor dit plan Kamerbrede steun gekregen, waaronder zeer grote steun van de heer Bashir en van u. Dat is een duidelijke toevoeging. Ik hoop niet dat ik iemand vergeet. Mocht u volgend jaar een amendement hiervoor willen indienen, dan kunt u dit deel van mijn amendement volgend jaar gewoon overnemen. We zijn immers oppositie, dus het amendement wordt vast verworpen.

De vergadering wordt van 22.41 uur tot 22.50 uur geschorst.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar inbreng in dit debat over het Belastingplan 2013. Ik ben erg blij dat de Kamer dit zo snel na het debat over de regeringsverklaring wil behandelen. Ik zal proberen zo veel mogelijk geclusterd te antwoorden, al zal dat niet helemaal lukken op dit late tijdstip en na zo’n korte schorsing.

Er zijn vragen gesteld over het feit dat fiscalelastenverhogingen negatieve effecten kunnen hebben, zoals de Fiscal Monitor stelt. Bezuinigingen en lastenverhogingen zijn nooit leuk. Dat zeg ik de sprekers die deze punten hebben opgeworpen graag na. De realiteit is echter dat het van groot belang is dat we het begrotingstekort onder controle brengen en dat we werken aan gezonde overheidsfinanciën. Dat is van belang voor de macro-economische stabiliteit, voor het vertrouwen en om uiteindelijk niet al te veel aan rente te betalen. Het begrotingstekort was hierin een cruciale stap. De macro-economische effecten zijn door het Centraal Planbureau beschreven in de juniraming van dit jaar. Daarover zijn al vele debatten gevoerd in de Kamer, dus ik zal mij in mijn antwoord zo veel mogelijk beperken tot de specifieke vragen die een-op-een samenhangen met het Belastingplan.

De heer Bashir heeft het voorstel gelanceerd om een extra schijf in te voeren, een toptarief voor inkomens boven de anderhalve ton. De heer Bashir heeft het debat over de regeringsverklaring bijgewoond en het regeerakkoord gelezen. Daarin is dit voorstel in elk geval niet gedaan. Het staat daar niet in. Ik zal zelf niet een dergelijk voorstel doen, want het toptarief in Nederland behoort al tot de hoogste van Europa. Verder verwijs ik naar eerdere discussie die we hierover hebben gevoerd.

Hetzelfde geldt voor de suggestie om de vermogensrendementsheffing progressief te maken. Eigenlijk zegt de heer Bashir: schaf de vermogensrendementsheffing, dat forfaitaire systeem dat we hebben, box 3, maar af, maak er een reële vermogensrendementsheffing van en hef een vermogensbelasting voor vermogens boven een half miljoen. Alle vormen van vermogenswinstbelasting zijn denkbaar. Deze zijn ook overwogen in het kader van de belastingherziening die in 2001 haar beslag heeft gekregen. De conclusie was dat een vermogenswinstbelasting niet wenselijk was. Die scoort bijvoorbeeld slecht op stabiliteit van de grondslag, is gecompliceerd en lastig in de uitvoering en lokt allerlei constructiegedrag, ontwijkgedrag, kapitaalvlucht uit. Ik heb dus geen enkel voornemen om een vermogenswinstbelasting voor te stellen en evenmin een vermogensbelasting. Ik denk dat het goed is dat we daarvan af zijn. Overigens heeft de vrijstelling in box 3 zoals we die kennen, een Benthamse progressie, zo zeg ik tegen de heer Bashir. Ik adviseer hem zich daaraan vast te houden.

De heer Bashir heeft gevraagd om een duidelijke toezegging dat ik me ervoor zal inzetten dat kleine ondernemers niet worden opgezadeld met lastenverzwaringen. In het regeerakkoord is een winstbox aangekondigd. Voordat de winstbox wordt ingevoerd, wissel ik uiteraard graag met de Kamer van gedachten over de vormgeving van die winstbox. In het tweede kartaal van 2013 zal de Kamer een brief ontvangen met een uitwerking van de winstbox. Daar wil ik nu niet verder op ingaan. De invoering van de winstbox staat volgens het regeerakkoord gepland in 2015. We hebben dus nog even de tijd. Ik wil het goed met de Kamer voorbereiden.

Ik ga over naar het bodemvoorrecht. De heer Klein sprak over het inpikken van spullen van derden. Zo zou ik het bodemvoorrecht van de fiscus niet willen omschrijven. Ik heb afgelopen vrijdag in het wetgevingsoverleg en in de stukken aangegeven dat het bodemvoorrecht door de fiscus vooral wordt gebruikt als iemand belastingschulden moet afdragen die eigenlijk van derden zijn. Het bodemvoorrecht bestaat overigens al buitengewoon lang. Het betreft loonheffingen en met name btw. Er wordt dus niks van een ondernemer afgepakt. De fiscus stelt de belangen van de schatkist veilig in relatie tot heffingen van anderen die een bepaalde ondernemer tijdelijk onder zich heeft. Dat is volgens mij een wezenlijk verschil met bijvoorbeeld verschuldigdheid van inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.

De heer Klein vroeg of ik over deze maatregel overleg wil voeren met de belangenorganisaties. Ik ben natuurlijk altijd bereid om te praten met organisaties als er hier of daar obstakels zijn. Ik ben echter niet bereid om deze maatregel aan te houden of in te trekken. Ik wil namelijk bepaalde constructies bestrijden. Ik heb in de stukken en afgelopen vrijdag aangegeven op welke wijze er een kat-en-muisspel wordt gespeeld. Als een bank al bezig is met een faillissementsaanvraag, worden bezitloze pandrechten heimelijk omgezet in vuistpanden door andere sloten op de deur te zetten en door twee voor twaalf tal van contracten op te maken.

Ik wil een einde maken aan dit kat-en-muisspel. Ik wil dat er niet alleen naar de belangen van de bank wordt gekeken als een onderneming in financiële moeilijkheden verkeert, maar ook naar de belangen van overige crediteuren en die van de schatkist. Als de meldingsplicht in het wetsvoorstel goed wordt uitgevoerd, leidt dit ertoe dat de ontvanger snel aan tafel wordt uitgenodigd om samen met de ondernemer en de bank te bekijken of er een uitweg is en of er nog perspectieven zijn voor de ondernemer. Als er geen perspectieven zijn, leidt dit uiteindelijk tot een faillissement. Dan kan de fiscus inderdaad van zijn bodemvoorrecht gebruikmaken. Dit leidt er in elk geval toe dat de schade voor de schatkist en voor overige concurrente crediteuren niet verder oploopt. Dat is de bedoeling van het voorstel. Het is niet de bedoeling om spulletjes in te pikken.

De heer Klein (50PLUS):

Dat is ook logisch. Ik heb volgens mij samen met een aantal collega’s duidelijk aangegeven dat je heimelijke constructies moet aanpakken. Ik heb alleen gewezen op hetgeen bijvoorbeeld door VNO-NCW en MKB-Nederland als een zeer slechte aangelegenheid is bestempeld, ook in het licht van hetgeen collega’s over de kredietmogelijkheden van ondernemers hebben gezegd. Daarom vraag ik mij af of het wel verstandig is. Ik heb daarom ook gevraagd of er sprake was van overleg met de brancheorganisaties om de constructie zo goed mogelijk te maken, zodat enerzijds de fiscus niet achter het net vist en dat anderzijds derde belanghebbenden niet benadeeld worden.

Staatssecretaris Weekers:

Precies. Dat is ook de reden dat ik heb gekozen voor de vormgeving die in het wetsvoorstel is opgenomen. Ik heb er niet voor gekozen dat er van rechtswege beslag wordt gelegd door de fiscus als zich een vordering aandient. Daarmee zou ik het bodemvoorrecht van de fiscus hebben versterkt. Ik houd het bodemvoorrecht zoals het al eeuwenlang bestaat, in stand. Ik koppel daar alleen een meldingsplicht aan zodat het geen kat-en-muisspel wordt.

De heer Klein en mevrouw Neppérus hebben gevraagd – de heer Omtzigt heeft er overigens vorige week vrijdag naar gevraagd – om te gaan praten met de leasesector. Dat gesprek heeft afgelopen maandag plaatsgevonden en is in buitengewoon constructieve sfeer verlopen. De zorgen van de leasebranche zijn daarmee weggenomen.

Ik heb in de krant gelezen dat het mkb zich zorgen maakt over leveranciers die nog een eigendomsvoorbehoud hebben en spullen hebben geleverd. Die worden, als het onder een bepaalde drempel blijft die ik in de wet heb omschreven, niet geraakt. Er zit een drempel in van 10.000 euro voor bodemgoederen. Dan hoeft er geen gebruik worden gemaakt van die melding.

Er zitten tal van zaken in die ervoor zorgen dat reële eigendommen worden gerespecteerd. Er bestaat bijvoorbeeld een safe harbour-regeling voor operational lease. Ik ben er dus van overtuigd dat er een heel goed evenwicht is gevonden in deze regeling. Als de Kamer dat wenst, ben ik natuurlijk gaarne bereid om haar na verloop van tijd een evaluatie te sturen over de wijze waarop dit functioneert. Pakt dit uit zoals we hadden bedoeld?

De heer Omtzigt (CDA):

Dat vind ik een prima toezegging. Kan dit bijvoorbeeld bij het volgende belastingplan gebeuren? Is dat een goed tijdstip?

Staatssecretaris Weekers:

Dat doe ik van harte. Als ik het volgende belastingplan aan de Kamer aanbied, hebben we ruim een halfjaar gebruikgemaakt van deze nieuwe methode en dan hebben we wel een eerste inzicht in de dingen waar we tegen aanlopen.

Er zijn vragen gesteld over de effecten voor de kredietbereidheid. Ik ben daar schriftelijk al uitvoerig op ingegaan. Meer dan ik daarin heb geschreven en ik vorige week heb verteld, kan ik nu niet melden. Omwille van de tijd denk ik dus dat we daar niet nader op in moeten gaan. Ik herhaal wel mijn toezegging dat ik de diverse maatregelen waarmee de bancaire sector wordt geconfronteerd, zal monitoren voor de kredietverlening. Ik denk daarbij aan de bankenbelasting, Basel III en het ex-antefinancieringssysteem voor het depositogarantiestelsel. Deze maatregel komt daar mogelijkerwijs nog bovenop. Dit wil ik de Kamer echter voorhouden: als zij op zeker moment van mening is dat de banken te hard worden geraakt in de kredietverlening, dan geef ik haar ter overweging om aan andere knoppen te draaien dan de knop van constructiebestrijding. Dan moet de Kamer ook een debat voeren over de vraag of de bankenbelasting te hoog is. Dan moet de Kamer een debat voeren over de vraag of er niet te veel van banken wordt gevraagd door het naar voren halen van de Basel III-eisen. Dan moet de Kamer een debat voeren over de vraag of er langere tijd moet worden genomen om het ex-postfinancieringssysteem van het depositogarantiesysteem om te bouwen naar een ex-antefinancieringssysteem. Ik vind het een beetje vreemd om die andere maatregelen allemaal te laten staan, terwijl we, om de kredietverlening te faciliteren, het toelaten dat banken constructies kunnen toepassen om de schatkist te duperen bij de afdracht van btw, loonbelasting en loonheffingen. Ik zou het heel vreemd vinden om het juist daarin te zoeken. Met andere woorden, ik vind kredietverlening er bij dit onderwerp eigenlijk te veel met de haren bijgesleept, hoewel ik de zorgen over kredietverlening best begrijp.

Ik ben al ingegaan op de leasemaatschappijen. Daarmee heb ik volgens mij ook de resterende vragen over het bodemvoorrecht besproken.

Er zijn enkele vragen gesteld over belastingparadijzen. De heer Bashir vroeg of het kabinet bereid is een bronbelasting in te voeren op geldstromen richting belastingparadijzen. Daar voel ik niets voor. Er is hierover al een keer een motie ingediend door de heer Bashir en de heer Braakhuis, als ik het mij goed herinner, in het kader van de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid. Ik heb de motie toen ontraden omdat het moeilijk is om onderscheid te maken tussen onmenselijke en volstrekt legitieme geldstromen. Dat bezwaar geldt nog steeds. Daar komt bij dat Nederland dan een eigen omschrijving van het begrip “belastingparadijs” moet hanteren. Dat lijkt mij erg bezwaarlijk. Het past ook niet in ons belastingsysteem om aan te sluiten bij “alle betalingen” en niet bij begrippen als “inkomen”, “dividend” of “rente”.

De heer Omtzigt heeft gevraagd naar de informatie-uitwisseling met Zwitserland en Curaçao. Hij heeft mij opgeroepen om zelf in de pen te klimmen. Daar is geen enkele reden voor. Hij spreekt enigszins badinerend over de ambtelijke delegatie die ter plekke is geweest. Ik vind dat niet gepast. Het is een buitengewoon goed gekwalificeerde delegatie, die goed ontvangen is door de Curaçaose belastingautoriteiten. In het verleden hadden we daar inderdaad nog wel wat te klagen. Ik heb dit ook zelf in persoonlijke gesprekken met de vorige minister van Financiën van Curaçao een paar keer besproken. Ik heb hem ook gebeld als dat nodig was. Maar als mijn mensen aan mij terugkoppelen dat de zaken met Curaçao nu goed lopen en dat we de informatie krijgen die we willen, dan heb ik geen enkele aanleiding om vervolgens zelf te bellen of boze brieven te schrijven. Dat werkt dan alleen maar averechts. Dat doe ik wel als het echt nodig is. In de brief heb ik ook geschreven dat we van Zwitserland nog sneller informatie krijgen dan de termijnen die gebruikelijk zijn in het internationale verkeer als we informatie opvragen. De Kamer moet weten dat ik hoogstpersoonlijk bij dit punt betrokken ben. Als zaken te lang blijven liggen of niet goed lopen, dan zal ik daar als het moet persoonlijk voor afreizen. Als het niet nodig is omdat het inmiddels loopt, zal ik echter geen onzinnige acties ondernemen.

De heer Klaver vroeg of ik mij zal aansluiten bij initiatieven van het Verenigd Koninkrijk en Duitsland om in G20-verband belastingontwijking aan te pakken. Het antwoord op deze vraag is eenvoudig. Daar kan ik volmondig ja op zeggen. Jammer genoeg hebben wij geen stoel bij de G20, anders kon ik in dat gremium ook mijn mond roeren. Ik ben het volstrekt met de heer Klaver eens, maar nee ... In alle gremia daaromheen, ook in OESO-verband, steunt Nederland echter bepaalde initiatieven. De OESO zal op korte termijn een stuk voor de G20 kenbaar maken, waar Nederland actief aan heeft bijgedragen. Ik ben voornemens om zeer binnenkort persoonlijk met de hoogste belastingchef van de OESO te spreken over dit thema. Dit is namelijk voor mij een zeer aangelegen thema. Ik erger mij dood aan allerlei constructies die worden bedacht om belastingen te ontwijken. Ik heb ook al eerder gezegd dat ik mijn bed niet uitkom om brievenbussen te faciliteren. Waar ik mijn bed wel voor uitkom, waar onze mensen hard aan werken en waar ik mij de komende jaren ook sterk voor wil maken, is reële economische activiteiten naar Nederland halen en buitenlandse bedrijven overhalen om hier te investeren. We zullen ervoor zorgen dat hun logistieke dienstverlening juist vanuit Nederland zal plaatsvinden, dat innovatieve activiteiten vanuit Nederland zullen plaatsvinden en dat Europese hoofdkantoren in Nederland gevestigd worden. Wanneer je een goed fiscaal vestigingsklimaat hebt en wanneer je met 90 landen een belastingverdrag hebt – ik ben voornemens met nog veel meer landen belastingverdragen te sluiten – kunnen daar ook constructies voor worden opgezet. Het staat mij bij dat wij op 23 januari rondom dit thema een algemeen overleg zullen houden. Ik zal bekijken of ik naar aanleiding van de mediaberichten van de afgelopen week, die ook mij op onderdelen hebben verbaasd, een goede brief naar de Kamer kan sturen waarin op dit thema zal worden ingegaan. Dan kunnen we op 23 januari een goede discussie met elkaar voeren. Het afgelopen voorjaar heb ik in het kader van de uitvoering van de motie-Braakhuis de resultaten van een onderzoek naar de Kamer gestuurd. Naar ik meen, hebben wij die op de laatste dag voor het zomerreces besproken. Toen heb ik gezegd dat ik nog onderzoeksresultaten verwacht van Holland Financial Centre. Mij werd toen gemeld dat dit onderzoek in oktober zou worden afgerond. Inmiddels is het half november, maar het onderzoek is nog niet af. De laatste berichten zijn dat het nog tot april zal duren voordat het onderzoek is afgerond. Ik zal in elk geval contact laten opnemen met Holland Financial Centre en het centrum verzoeken om het onderzoek sneller af te ronden, want ik begrijp het ongeduld van deze Kamer. Dat ongeduld voel ik zelf ook.

Ik wil een juiste balans houden. Ik hou er niet van dat de goede Nederlandse naam te grabbel wordt gegooid. Het is niet goed als je land ergens, in welk rijtje dan ook, een belastingparadijs wordt genoemd. Ik zal dan ook vechten tegen dat soort beelden. Tegelijkertijd ga ik niet dingen afbreken waarmee je reële investeringen buiten de deur houdt. Dat vereist een goede balans. Geef mij de tijd om een goede brief te schrijven waarin ik inga op deze zaken. De heer Klaver heeft vragen gesteld over specifieke cases die deze week aan de orde zijn geweest. Die vragen worden uiteraard beantwoord, maar wel met inachtneming van artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

De voorzitter:

Mijnheer Klaveren. Klaver! Sorry hoor.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat rechtvaardigt een extra lange interruptie.

De voorzitter:

Dat moet u maar aan uw collega’s vragen, maar ik hoor ze al “nee” roepen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik dank de staatssecretaris voor het uitgebreide antwoord. Ik ben blij met de brief die hij heeft toegezegd voor januari. Ik hoop dat hij in die brief ingaat op de vraag in hoeverre de belastingconstructies die er nu zijn, bijdragen aan het creëren van de reële economische waarde. Ik neem aan dat de lovenswaardige woorden die de minister heeft gesproken over het bestrijden van belastingontduiking betekenen dat hij het oordeel over de motie aan de Kamer laat.

Staatssecretaris Weekers:

Ik kom later terug op de moties. Ik moet nog even heel zorgvuldig naar het dictum kijken. De heer Klaver zal aanvoelen hoe ik tegen dit soort zaken aan kijk. We moeten het kind niet met het badwater weggooien. Ik sta voor een buitengewoon gunstig fiscaal vestigingsklimaat. Tegelijkertijd moeten wij uitwassen bestrijden. Volgens mij trekken wij aan dezelfde kant van het touw.

De heer Bashir (SP):

De staatssecretaris zegt dat hij zich ontzettend ergert aan de belastingconstructies die worden bedacht om belasting te ontwijken, maar hij doet in feite helemaal niets. Laten we eerlijk zijn: de staatssecretaris laat het ene na het andere onderzoek doen en stuurt brieven naar de Kamer, maar het resultaat is tot nu toe nul komma nul. Staan in de brief die de staatssecretaris nu belooft, echte concrete actiepunten?

Staatssecretaris Weekers:

Ik bestrijd dat ik niks zou doen. Sterker nog, bij heel veel dingen kun je alleen maar wat doen in de bilaterale sfeer, in de sfeer van belastingverdragen. Een jaar geleden hebben wij hier gesproken over het nieuwe belastingverdrag met Japan. Een jaar daarvoor hebben wij gesproken over het nieuwe belastingverdrag met het Verenigd Koninkrijk. Juist in dit soort belastingverdragen met landen die uitermate belangrijk zijn voor Nederland, staan bepalingen waarmee verdragsvoordelen worden ontzegd aan hen die louter vanwege fiscale doeleinden op papier actief zijn in een land. In het voorjaar heb ik een belastingverdrag met Duitsland getekend. Ik ben daarvoor afgereisd naar Berlijn. Dat verdrag moet nog in de Kamer worden behandeld, maar ook daarin staan bepalingen om ontwijking tegen te gaan. Bij de zaken die Nederland toestaat, zoals de APA/ATR-praktijk en de rulings die worden afgegeven, is het zo dat deze allemaal conform de wet en conform de internationale standaarden zijn. Het is ook transparant. Als een buitenlandse belastingdienst gegevens wil opvragen bij de Nederlandse fiscus, verstrekken wij die gegevens.

De heer Bashir (SP):

Mijn conclusie is toch dat er in feite niets gebeurt. De Kamer wordt beziggehouden met het ene na het andere onderzoek dat de staatssecretaris toestuurt, maar waar niets mee gebeurt. In Engeland wordt nu een parlementaire enquête gehouden naar belastingontwijking. Nederland wordt daar aan de lopende band genoemd. In Amerika zijn ze bezig te bekijken hoe bedrijven de belasting ontwijken. Daar wordt Nederland ook aan de lopende band genoemd. Op deze manier wordt de reputatie van Nederland aangetast. Ik vraag de staatssecretaris om zelf te kijken wat hij kan doen om te voorkomen dat grote multinationals via het Nederlandse belastingsysteem belasting kunnen ontwijken. Dat kan bijvoorbeeld met substance-eisen of met andere instrumenten. Wat de staatssecretaris nu doet, is onvoldoende. Ik hoop dat hij dat inziet.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, we behandelen hier het Belastingplan. De staatssecretaris heeft een brief toegezegd. Ik hoop dat we het debat over dit deel verder kunnen voeren als die brief binnen is en dat de staatssecretaris nu door kan gaan met de beantwoording, zijn reactie op de vragen en de moties.

Staatssecretaris Weekers:

Ja, ik zal dat in mijn brief verder beschrijven, voor zover dat niet al in de brief van juni heeft gestaan. Het kan zijn dat er bepaalde geluiden uit bepaalde landen komen. De heer Bashir noemt de Verenigde Staten. Het komt vooral door de fiscale wetgeving van de Verenigde Staten, zoals de check the box-wetgeving, dat er van bepaalde constructies gebruik kan worden gemaakt, maar ik zal hier in de brief op terugkomen.

De voorzitter:

Goed plan.

Staatssecretaris Weekers:

Dan kom ik bij enkele losse vragen. Mevrouw Schouten heeft gevraagd of ik voor 1 maart informatie kan geven over een overgangsmaatregel met betrekking tot de omvorming van de afdrachtvermindering onderwijs, een subsidieregeling. Ik zal hierover overleggen met de minister van OCW, die hier het voortouw heeft. Ik zal met haar contact opnemen en in elk geval mijn best doen, want ik begrijp het punt.

De heer Klaver heeft vragen gesteld over het burgerinitiatief bij de salderingsmaatregel. Het gaat dan om de passage in het regeerakkoord over corporaties van bewoners die alternatieve energie opwekken. In het regeerakkoord staat niet dat zaken gesaldeerd kunnen worden, maar dat er een lager belastingtarief, dus een aparte schijf, wordt geïntroduceerd. Dat wordt betaald uit het algemene tarief voor huishoudens. Ik heb hierover afgelopen vrijdag gezegd dat ik dit in het volgende belastingplan ga regelen en dat ik daar niet op vooruit kan lopen. Ik kan met een fiscale wet geen pilot uitvoeren in een bepaalde regio, omdat dit in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel. Ik sta ervoor open om te spreken met mensen die er ideeën over hebben, bijvoorbeeld burgerinitiatieven en gemeenten, maar ik denk ook aan netbeheerders en energieleveranciers.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat is helder. Ik vraag ook niet om fiscale experimenten voor bepaalde groepen in bepaalde regio’s. Ik ben blij dat de minister het gesprek wil aangaan met de groepen die ik in de motie noem. Sommige initiatieven kunnen in het gedrang komen doordat 2013 een overgangsjaar is. Ik hoop dat het gesprek erop gericht is om de goede initiatieven die er nu zijn, ook echt doorgang te laten vinden. Als hij daartoe bereid is, wil ik graag mijn motie aanpassen.

Staatssecretaris Weekers:

Ik heb niet scherp op het netvlies wat het probleem zou zijn in het overgangsjaar. Als de heer Klaver mij de specifieke problematiek aanreikt, zeg ik graag toe om daarnaar met een bereidwillig oog te kijken. Ik zie nu even niet wat hij precies bedoelt met de overgangsproblematiek.

De voorzitter:

Misschien kunt u uw motie aanhouden, mijnheer Klaver, en daarover met de staatssecretaris van gedachten wisselen buiten de orde van deze vergadering om. Er kijken mij heel veel ogen aan die dat heel graag op deze wijze willen!

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat wilde ik net voorstellen, voorzitter. Ik zal de motie aanpassen en er buiten de vergadering op terugkomen.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. De heer Groot heeft gevraagd of het voor mensen die nog niet gepensioneerd zijn, is toegestaan om het AOW-gat dat wordt voorzien bij het aangaan van vut en prepensioen te verzachten door pensioenuitkeringen naar voren te halen. Ja, dat is het geval. Onder de huidige wetgeving is het inderdaad toegestaan om uiterlijk op de pensioeningangsdatum de variatie van pensioenuitkeringen vast te stellen. Hierdoor kan een gemis aan AOW worden opgevuld met hogere pensioenuitkeringen, gevolgd door lagere uitkeringen later. Er kan dus met pensioen worden geschoven. Net zoals bij het amendement van mevrouw Neppérus en de heer Groot zal het natuurlijk wel een keuze blijven van pensioendeelnemers en pensioenuitvoerders samen of van een dergelijke regeling kan worden gebruikgemaakt. Dat spreekt voor zich.

Ook is gevraagd of opname van het levenslooptegoed leidt tot een hoger inkomen, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat toeslagen worden verminderd of zelfs niet meer van toepassing zijn, en of ik daar nog wat aan ga doen. De gevolgen van opname voor de toeslagen zullen uitdrukkelijk onder de aandacht van werknemers worden gebracht. De Belastingdienst zal hierover op korte termijn een mededeling plaatsen op de website over toeslagen en belastingen. Ook zal ik de werkgevers, dus VNO-NCW en MKB-Nederland, vragen of zij dit aspect onder de aandacht willen brengen van hun werknemers. Natuurlijk hebben ook de aanbieders van een levensloopregeling, de banken en verzekeraars, een verantwoordelijkheid om voor hun cliënten zorg te dragen. Ze hebben daar zelfs ook nog een bepaald belang bij.

De heer Groot (PvdA):

Zou je daarbij ook kunnen denken aan rekenmodules? De staatssecretaris had het eerder vanavond ook daarover. Misschien kan de Belastingdienst een paar voorbeeldberekeningen geven waaruit blijkt wanneer het wel en niet gunstig is om zo’n levenslooptegoed te laten vrijvallen.

Staatssecretaris Weekers:

Ik zal kijken of dat mogelijk is, ter illustratie van hetgeen ik zojuist al heb toegezegd. Ik zal kijken of dat te doen is. Zo ja, dan wordt het opgenomen op de website.

Voorzitter. De heer Van Vliet heeft gevraagd naar de werkbonus en de voorlopige aanslag. Ik begrijp dat de voorlopige aanslagen voor 2013 vanaf november 2012 worden verzonden en dat het niet meer mogelijk is om de werkbonus daarin mee te nemen. Uitbetaling geschiedt in de definitieve aanslag 2013. Er is geen eerdere mogelijkheid tot uitbetaling; helaas.

De heer Groot heeft gevraagd naar een stevig antwoord inzake het centraal aandeelhoudersregister. Ik zou dat stevige antwoord graag geven, alleen ligt het voortouw bij Justitie. Zoals gezegd hebben we een positieve grondhouding. Ik heb eerder al aangegeven dat ik er persoonlijk zeer voor ben. De moeilijkheid zit in het vermijden van dubbelingen met bestaande registers en in een onnodige toename van de administratieve lasten. Collega Opstelten zal de Kamer nog dit jaar een brief sturen over dit onderwerp. Ik heb gisteren, toen we met het gehele kabinet in de bankjes van vak-K zaten, met collega Opstelten afgesproken dat we zeer binnenkort een bilateraal onderhoud hebben over faillissementsfraude, maar ook over het thema aandeelhoudersregister.

De heer Bashir vraagt waarom ik niet gewoon toezeg dat wij de anbi-status afnemen van die anbi’s die hun bestuurders meer dan de dg-norm uitbetalen. Ik heb daarover vrijdag, maar ook al vorig jaar, gezegd dat ik dat niet zal doen. Het kabinet gaat uit van zelfregulering waar het kan en overheidsbemoeienis waar het moet. Bij zelfregulering horen toezicht en sancties door de sector zelf. Daar werken we hard aan. Ik heb samen met staatssecretaris Teeven van Justitie veel gesprekken gevoerd met de filantropische sector. Wij zullen ook nog een aantal gesprekken gaan voeren in het komende jaar, juist om te zorgen dat er een code komt met een salarisnorm en dat er een validatiestelsel en een keurmerkstelstel komen. Dit brengt met zich mee dat er een sanctie volgt wanneer de gedragscode wordt geschonden. Ik wil dit samen met de filantropische sector uitwerken.

De sanctie is in ieder geval dat je niet in aanmerking komt voor het keurmerk of dat het keurmerk vervalt. Bij het ontbreken van het keurmerk zal bij de gever een lampje gaan branden dat iets niet in orde is. Ik heb vrijdag ook gezegd dat de gulle gever vervolgens ook met de voeten kan stemmen.

De heer Omtzigt (CDA):

Het is interessant dat een keurmerk wordt ingetrokken, maar hoe ver moet een anbi gaan om haar anbi-status te verliezen? Het intrekken van een keurmerk heeft geen enkel gevolg. Er blijft dan een behoorlijke belastingsubsidie toegekend worden aan die anbi.

Staatssecretaris Weekers:

De anbi-status zal worden ingetrokken wanneer de wettelijke voorwaarden voor een anbi niet worden ingevuld. Een van die wettelijke voorwaarden wordt in elk geval per 1 januari 2014 gevormd door een aantal eisen aangaande transparantie. Dit staat nog los van een algemene definitie volgens welke men voor de status van een algemeen nut beogende instelling in aanmerking komt en van het 90%-criterium. Andere eisen zijn die van transparantie, zoals de heer Omtzigt die eerder met anderen in een motie heeft verwoord. Als je daaraan niet voldoet, raak je de anbi-status kwijt. Het gaat mij te ver om daarin ook nog eens allerlei salarisnormen te betrekken en daarop actief te controleren. Dat is ondoenlijk. Ik heb afgelopen vrijdag ook tegen de heer Bashir gezegd dat het natuurlijk totaal geen pas geeft wanneer je allerlei vrijwilligers met de collectebus op pad stuurt om bij mensen te collecteren voor een goed doel, terwijl bestuurders zichzelf een salaris toekennen dat het salaris van een minister-president ver te boven gaat.

Tegelijkertijd bestaan er ook vermogensfondsen die over heel veel geld beschikken, dat buitengewoon goed en zorgvuldig moet worden belegd. Daarvoor zullen ze mensen moeten aantrekken. Daarbij is de vraag of ze die mensen kunnen krijgen voor het salaris van de minister-president of van de dg. Daarin wil ik niet treden. Ik vind belangrijk dat er straks transparantie komt en dat iedereen heel snel en via het doorklikken van het anbi-register naar de website van de betrokken anbi kan zien wat de doelstelling van die club is, of die deze doelstelling waarmaakt, want hij zal daarover verantwoording moeten afleggen, wie de bestuurders zijn en wat de bezoldiging is. Dat is volgens mij het allerbeste om te zorgen dat er een zelfreinigende werking gaat optreden.

De heer Omtzigt (CDA):

Dan zien wij ongeveer voor april tegemoet hoe dat linken eruit zal zien, zodat wij weten hoe het werkt. De staatssecretaris hoeft nu niet te antwoorden, maar wellicht wil hij bij die plannen betrekken dat men ook de anbi-status verliest wanneer aantoonbaar onjuist wordt gerapporteerd. Dus dat men ook wordt gestraft als men toevallig twee bestuurders vergeet die enorme salarissen hebben en dat niet publiceert.

Staatssecretaris Weekers:

Er zijn ongeveer 65.000 anbi’s. Wij kunnen moeilijk naast elke anbi een belastinginspecteur plaatsen om alles te controleren. Dat gaat niet. Door de transparantie en de mogelijkheid om via de websites door te klikken naar het anbi-register zal naar mijn verwachting een enorme sociale controle op gang komen. Ook de media zullen deze websites bezoeken, zodat zaken die niet in orde zijn veel sneller aan het licht zullen komen. Als zaken inderdaad niet in orde blijken te zijn, zal de belastinginspecteur optreden. Dat kan behelzen dat de anbi-status wordt ingetrokken.

Ik kan niet beloven dat de Kamer voor april aanstaande al zal kunnen beschikken over de volledige uitwerking. Wel kan ik beloven dat wij de zaak tijdig in orde zullen maken, zodat wij voor het zomerreces met elkaar het gesprek kunnen aangaan. Ik denk dat dit ook de bedoeling is van de heer Omtzigt.

De heer Bashir (SP):

De staatssecretaris zegt dat de mensen met de voeten kunnen stemmen, maar ik vraag mij af wanneer het moment komt dat ook de staatssecretaris met zijn voeten stemt.

De voorzitter:

Mijnheer Bashir, ik vraag echt uw clementie. De staatssecretaris heeft toegezegd dat de Kamer nog voor het zomerreces over dit onderwerp zal kunnen praten. Hij zal ervoor zorgen dat de stukken er op tijd zijn, zodat het debat gevoerd kan worden.

De heer Bashir (SP):

De Kamer wil er nu over spreken. Sterker nog, er liggen moties over dit onderwerp. Het gaat om heel veel belastinggeld. De mensen kunnen het geld aftrekken. Zij gaan ervan uit dat een stichting met een anbi-status een goed doel is, terwijl dat achteraf niet altijd het geval blijkt te zijn, bijvoorbeeld omdat een groot deel van de inkomsten in de vorm van salarissen in de zakken van de bestuurders verdwijnt.

De voorzitter:

Sorry, mijnheer Bashir, de staatssecretaris is er uitgebreid op ingegaan. Er zijn diverse vragen over gesteld en u hebt er ook afgelopen vrijdag over gesproken. Het debat is niet ten einde; de staatssecretaris zegt dat hij goed geluisterd heeft naar de Kamer, dat hij op de zaak terugkomt en dat de Kamer er voor het zomerreces over zal kunnen praten. Ik vind dat een stevige toezegging. Daarom zal ik niet meer toestaan dat wij hier om 23.30 uur nog verder over debatteren. Ik vraag de staatssecretaris verder te gaan met de beantwoording van de vele vragen die er nog liggen. Ik verzoek hem bondig te antwoorden, hoewel ik weet dat dit moeilijk voor hem is.

Staatssecretaris Weekers:

Voorzitter. Ik constateer dat veel vragen in het traject van de behandeling van het belastingplan al drie keer aan mij zijn gesteld, schriftelijk, vorige week vrijdag en vandaag.

De voorzitter:

Daarom zeg ik: gaat u vooral verder met uw beantwoording.

Staatssecretaris Weekers:

Dat zal ik zeker doen.

Er zijn enkele vragen gesteld over groen gas. De heer Groot kan ik zeggen dat de verlaagde bijstelling, ook die van de plug-in hybride, is gebaseerd op de uitstoot van tank-to-wheel. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van aandrijving. Auto’s die op groen gas rijden, stoten net zoveel CO2 uit als auto’s die op aardgas rijden, dus meer dan de gemiddelde plug-in hybride. Ik wijs erop dat er geen auto’s zijn die alleen op groen gas kunnen rijden. De bewuste auto’s rijden gewoon op aardgas waaraan een bepaald percentage groen gas is toegevoegd. Ik heb vorig jaar ook al gezegd dat het bijzonder veel administratieve lasten met zich meebrengt om via certificering aan te tonen dat er groen gas wordt gebruikt. Ik wil nu dus even niet ingaan op de groengaslobby.

De heer Omtzigt heeft ook gevraagd om goed te kijken naar groen gas en de 7%. Over groen gas heb ik zojuist al iets gezegd. Over de plug-in hybrides heb ik afgelopen vrijdag al toegezegd dat ik na afloop van het eerste kwartaal van het komend jaar de Kamer per brief zal informeren over de realisatiecijfers van de autoverkopen in dit segment. Ik heb eerder al aangegeven dat de Autobrief en de wetgeving die daaruit is voortgevloeid voor de komende jaren staat. Mochten de cijfers er aanleiding toe geven of mochten er echt onbedoelde effecten zijn, dan ben ik altijd bereid tot bijstelling. Dat gesprek kunnen we in het voorjaar verder voeren.

De heer Dijkgraaf vroeg naar de problematiek in de grensstreek ten gevolge van het afschaffen van de rode diesel, en meer in het bijzonder de buitenlandse loonwerkers die daardoor een concurrentievoordeel zouden hebben. Dat laatste begrijp ik niet helemaal, want die buitenlandse loonwerkers mogen alleen in het buitenland getankte rode diesel in de tank bij zich hebben. Als ze vervolgens in Nederland aan het werk gaan, zullen ze het spul toch in Nederland moeten kopen. Het gaat om € 0,16 per liter en de kostenstijging van € 50 per uur laat zich daar toch moeilijk mee rijmen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De staatssecretaris moet dan toch eens kijken naar het aantal liters dat er per uur in de landbouw doorheen gaat in die grote machines die de loonwerkers gebruiken. In die contracten telt dat wel degelijk aan. Wij krijgen signalen dat de loonwerkers uit het buitenland dusdanige hoeveelheden rode diesel bij zich hebben, dat ze niet dagelijks in Nederland hoeven te tanken en dus wel degelijk accijnsvoordeel hebben. We hoeven dat nu echter niet uit te discussiëren. Als het een non-issue is, prima, maar ik zou nog wel graag een keer door de staatssecretaris uitgezocht willen zien of hier toch niet echt een probleem zit. Wij krijgen van tal van loonwerkers in de grensstreek het signaal dat ze de tent gewoon kunnen sluiten.

Staatssecretaris Weekers:

Ik wil de heer Dijkgraaf vragen ervoor te zorgen dat de heel concrete signalen die hij krijgt, bij mij terechtkomen. Ik zal een en ander laten doorrekenen en kijken of de vraagstukken reëel zijn. Wel hebben we in het voorjaar, vlak voor het zomerreces, een fiscaal crisispakket aangenomen. Een van de maatregelen daarin was het afschaffen van de rode diesel. Dat staat wat mij betreft hier nu dus niet ter discussie. Het feit dat er op redelijk grote schaal wordt gefraudeerd, was een van de argumenten om de rode diesel af te schaffen. Rode diesel wordt gebruikt voor activiteiten waarvoor deze niet bedoeld is. Het vereist onevenredig veel capaciteit van de Belastingdienst en van de douane om daarop te controleren. In het voorjaar is dat mede een overweging geweest. We hebben dat afgezet tegen het feit dat iedereen in het land uiteindelijk wel op een of andere manier zal merken dat we in een tijd van budgettaire consolidatie zitten, waarin gesneden wordt in de uitgaven, maar waarin ook gesneden wordt in belastinguitgaven en we zelfs bepaalde belastingen hebben moeten verhogen. We proberen dat op een zodanige manier te doen dat niet grote groepen of specifieke sectoren er onevenredig op achteruitgaan. Kijkend naar de diverse fiscale faciliteiten die er zijn voor de land- en tuinbouw, denk ik dat deze sector toch behoorlijk wat fiscaliteiten heeft waarvoor ik mij ook sterk maak. Echter, we kunnen niet alles overeind houden.

De heer Dijkgraaf (SGP):

De historie van de rode diesel is mij bekend. Wij waren het daar ook niet mee eens. Ik dank de staatssecretaris voor de toezegging om in ieder geval serieus naar die klachten te kijken. Wij zullen zorgen dat die hem zo spoedig mogelijk in een grote stapel bereiken.

Staatssecretaris Weekers:

Er zijn meerdere vragen gesteld en ook moties ingediend over de oldtimers. Ik wijs de Kamer erop dat in dit belastingplan geen enkel voorstel staat om de oldtimerregeling voor 2013 aan te passen. Ik heb verder afgelopen vrijdag al toegezegd dat ik ga werken aan een regeling om het rijdend cultureel erfgoed te bedienen en te beschermen. Het kan niet zo zijn dat de hobbyklassieker die maar een paar keer per jaar uit de schuur wordt gereden, straks het volle pond aan wegenbelasting moet gaan betalen, dus ik kom met een oplossing. Ik leg mij vandaag nog niet vast op hoe die oplossing er heel precies zal uitzien, maar ik zal mij daar met collega Schultz van Haegen op verstaan. De Kamer kan die regeling uiterlijk bij het Belastingplan 2014 dat ik met Prinsjesdag zal aanbieden, tegemoet zien. Misschien kom ik er al eerder mee.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Mensen zitten op duidelijkheid te wachten. De toezegging is mooi, maar kan dat niet iets eerder? Kan de Kamer bijvoorbeeld in het voorjaar een schets van de regeling krijgen?

Staatssecretaris Weekers:

Ik zeg graag toe dat ik in het voorjaar met een brief kom over de vraag hoe we met de oldtimers omgaan.

De voorzitter:

Dat is genoteerd. Dank u wel.

Staatssecretaris Weekers:

De heer Omtzigt vroeg naar het aftrektarief van belastingplichtigen en de hypotheekrenteaftrek. Collega Blok is daar vanmorgen al op ingegaan en heeft gezegd dat hij volgend jaar concrete voorstellen zal doen inzake de hypotheekrentevoorstellen die nu in het regeerakkoord staan. De afspraken in het regeerakkoord zijn volgens mij vrij helder. Hier en nu is niet de plaats of het moment om die discussie te voeren.

De heer Omtzigt (CDA):

De afspraken in het regeerakkoord zijn helder. De motie-Zijlstra/Samsom schept onduidelijkheid erover of de aftrek tegen 45%, 42% of 38% plaatsvindt. Daar komt de onduidelijkheid vandaan. Het regeerakkoord was daar helder over. De staatssecretaris hoeft dat niet vandaag uit te leggen, maar ik heb er met het oog op rust op de woningmarkt wel behoefte aan dat dit de komende weken uitgewerkt naar de Kamer gestuurd wordt. De mensen hebben er toch recht op om te weten wat deze regering van plan is en hoe hoog het tarief en de hypotheekrente voor alle middeninkomens moet zijn?

Staatssecretaris Weekers:

Volgens mij is in het regeerakkoord en in de motie-Zijlstra volstrekt duidelijk dat het aftrekpercentage van de hypotheekrenteaftrek in stapjes van een half procent per jaar wordt afgebouwd, althans het tarief van 52%. In het regeerakkoord staat dat dit in 28 stappen naar 38% gaat. Daar is door de motie-Zijlstra/Samsom geen verandering in gekomen. De enige verandering die heeft plaatsgevonden ten opzichte van het regeerakkoord is dat de opbrengst daarvan niet pondspondsgewijs wordt teruggesluisd naar een verlenging van de derde schijf en het hoogste tarief, maar dat de opbrengst volledig wordt teruggesluisd naar een verlenging van de voorlaatste schijf.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat klopt, maar mijn vraag ging niet over de vierde schijf. Mijn vraag ging over de tweede en de derde schijf. Blijft daarin de aftrek tegen 38%, 42% of 45% bestaan? Dat is de vraag.

Staatssecretaris Weekers:

Ik stel voor dat deze discussie met collega Blok wordt gevoerd als hij de Kamer zijn wetsvoorstel voorlegt.

De heer Omtzigt (CDA):

Dit is het Belastingplanwetsvoorstel. Dit staat de volgende keer in het Belastingplan en ik wil toch echt weten wat de plannen zijn van de regering. We hebben er recht op om dat te weten! Ik sta echt versteld hiervan.

Staatssecretaris Weekers:

Als de heer Omtzigt weet dat dit volgend jaar in het Belastingplan komt te staan, dan weet hij meer dan ik. Ik heb gezegd dat collega Blok de maatregelen voor de woningmarkt uitwerkt. De hele dag is hier gediscussieerd over de woningmarkt. Daar zijn vergelijkbare vragen gesteld en collega Blok heeft die verwezen naar het debat dat nog komen gaat wanneer hij zijn voorstel lanceert. Dit is een herhaling van zetten.

Mevrouw Neppérus heeft gevraagd wat de uitbreiding van de schenkingsvrijstelling naar andere familieleden kost. Afhankelijk van de begrenzing van de familieleden tot tweede of derde graad enzovoorts leidt de verruiming tot een budgettaire derving die een orde van grootte van tientallen miljoenen euro’s kan belopen. Mocht mevrouw Neppérus overwegen om nog met een amendement te komen, dan zeg ik haar graag technische bijstand toe. Dan kunnen een paar varianten worden uitgewerkt.

De heer Omtzigt vraagt naar de onderhandse akte. Daar ben ik in de schriftelijke stukken al uitgebreid op ingegaan. Ik heb ook al aangegeven dat voor gevallen van onderhandse akten waarin het juridisch nodig is een uitzondering is geregeld. Voor andere gevallen ben ik niet bereid om een nota van wijziging in te dienen. Ik wil dat de Belastingdienst teruggaat naar de kerntaak. Ik wil niet dat deze allerlei oneigenlijke taken op zich neemt, hoe fijn sommige mensen dat misschien ook vinden omdat het daar dan goedkoop gedaan zou kunnen worden.

De heer Omtzigt vraagt wanneer het plan inzake beter innen, het verkleinen van het handhavingstekort, naar de Kamer wordt gestuurd. Hij heeft daar een motie toe ingediend in het voorjaar. Toen heb ik al gezegd dat die motie wat mij betreft niet nodig was omdat ik al aan een plan werkte. Er is afgelopen zomer heel hard aan gewerkt door de Belastingdienst. Ik heb destijds ook tegen de heer Van Vliet gezegd dat ik daar mensen uit diverse geledingen van de Belastingdienst bij zou betrekken. Ik ben blij dat in elk geval plannen en ideeën in het regeerakkoord zodanig zijn gehonoreerd dat er extra geld beschikbaar komt voor de Belastingdienst om in handhaving, controle en inning te investeren en om die te intensiveren. Ik zal de Kamer nog deze maand per brief hierover nader informeren.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, dank u wel dat u mij in de gelegenheid stelt om nog een vraag te stellen. Ik begrijp dat het laat is. Er staat toch echt in die motie “voor 1 oktober”. De staatssecretaris zegt nu dat hij het voor het eind van deze maand gaat doen. Daar ben ik blij mee. Als wij hier echter een motie hebben en die wordt aangenomen, of de staatssecretaris die nu leuk vindt of niet, dient hier gewoon voor 1 oktober een plan te liggen. Ik ga ervan uit dat de hele motie in die brief wordt uitgevoerd. Zo niet, dan zal ik daar een spoeddebat over organiseren. Het is namelijk uitermate belangrijk dat de tax gap, dus het verschil tussen de geheven en de geïnde belasting, wordt opgelost in dit land.

De voorzitter:

Het spoeddebat bestaat niet meer. Maar er bestaan nog wel andere debatten in dit huis.

Staatssecretaris Weekers:

Ik verheug mij op dat debat met de heer Omtzigt. Ik heb liever een goed plan. Ik heb ook liever extra middelen voor de Belastingdienst dan dat ik louter een bepaalde datum nakom. Ik ben erg blij dat wij met de inspanningen die door het departement zijn geleverd – ik ben daar zelf ook behoorlijk veel mee bezig geweest de afgelopen zomer – een zodanig plan hebben weten uit te werken dat het is gehonoreerd in het regeerakkoord. Ik heb liever dat wij daar wat meer tijd voor uittrekken. Het regeerakkoord geeft aan hoeveel extra geld de Belastingdienst erbij krijgt om de komende jaren een bepaald bedrag extra te kunnen binnenhalen. Daar zit een factor vijf tussen. Ik zal de Kamer daar nader over informeren.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Het klopt dat er een motie ligt. Ik ben, met de staatssecretaris, blij dat er extra middelen gaan naar de Belastingdienst. Wanneer kunnen wij zo’n plan dan wel verwachten?

Staatssecretaris Weekers:

Ik heb net gezegd dat dit nog in november kan, dus nog deze maand.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Dan heb ik nog geduld.

Staatssecretaris Weekers:

Goed zo.

De heer Bashir heeft gevraagd of er moeite is gedaan om de gevolgen van de beperking van de aftrek uitgaven specifieke zorgkosten vast te stellen. De beperking van aftrek van specifieke zorgkosten vloeit rechtstreeks voort uit de versobering van het basispakket in de zorgverzekering. In het begrotingsakkoord is bepaald dat fiscale weglek bij dergelijke versoberingen moet worden voorkomen. Met de maatregelen in het Belastingplan geef ik hier invulling aan. De discussie over versobering van het basispakket zoals geregeld door de minister van VWS en de gevolgen daarvan horen thuis bij de minister van VWS. Er is geregeld dat er geen fiscale weglek plaatsvindt. Dat betekent dat wanneer de Kamer beslist om bepaalde zaken niet meer te vergoeden, daarvoor niet via een omweg, namelijk via de regeling voor buitengewone uitgaven, alsnog een beroep op de schatkist wordt gedaan. Dat is geregeld. Volgens mij heb ik hiermee de meeste vragen beantwoord en kan ik doorgaan met de beoordeling van de amendementen die zijn ingediend.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik meen mij te herinneren dat ik een vraag heb gesteld over het beklemde vermogen en de kapitaalverzekering voor de eigen woning. Ik heb gevraagd om daar nog eens even gericht naar te kijken.

Staatssecretaris Weekers:

Ik meen dat dit al eerder aan de orde is geweest en dat hierover al een duidelijke toezegging bij de Kamer lag. Minister Blok heeft de Kamer deze middag toegezegd dat hij met het Verbond van Verzekeraars gaat spreken over de beklemming van de kapitaalverzekering voor de eigen woning. Hij heeft toegezegd dat hij de Kamer daarover vóór de stemmingen zal informeren. Bovendien heb ik afgelopen vrijdag de heer Groot toegezegd dat ik nog vóór de zomer de Kamer hierover meer in het algemeen een goede brief zal sturen. Dat heb ik in het debat van vanochtend herhaald. In die brief zal ik schrijven welke potten er zijn en welke beklemmingen er bestaan. Vervolgens zal ik beoordelen of een en ander tegenwoordig nog steeds beklemd moet worden. Er zijn ooit goede redenen geweest om dit te doen. Misschien zijn er nog steeds heel goede redenen voor beklemming. Ik vind echter dat Kamer en kabinet dit samen opnieuw moeten afwegen.

De voorzitter:

U hebt een mooie toezegging, mevrouw Neppérus.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Wij hebben een mooie toezegging over het tweede punt. Daarmee ben ik tevreden. Het eerste punt vind ik echter ook van groot belang. Naar ik aanneem, wordt het antwoord met de staatssecretaris afgestemd.

Staatssecretaris Weekers:

Dank u wel, mevrouw Neppérus. Voordat de brief van minister Blok naar de Kamer gaat, zal ik mij met hem verstaan over de uitkomst van het gesprek met het Verbond van Verzekeraars.

Voordat ik kom op de beoordeling van de moties en amendementen, wil ik nog het volgende opmerken. Ik heb een Algemene Maatregel van Bestuur voorgehangen bij de Kamer over de samenloop van Bosal en andere renteaftrekbeperkende maatregelen. In de openbare besluitenlijst van de procedurevergaderingt heb ik gelezen dat in de procedurevergadering van vorige week is afgesproken dat de Kamer hierop terug zou komen tijdens het wetgevingsoverleg van afgelopen vrijdag. Ik heb hierover afgelopen vrijdag echter geen opmerkingen gehoord. Ik heb hierover deze avond ook geen opmerkingen gehoord. Ik ga er daarom van uit dat de Kamer berust in de Algemene Maatregel van Bestuur zoals ik die heb voorgehangen. Op die manier kan ik er verder mee gaan. Als dit zaakje langer wordt aangehouden, kan ik niet meer tijdig, voor het einde van het jaar, publiceren in de Staatscourant en kan de rest van de procedures niet meer tijdig worden afgewerkt.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor deze mededeling.

Staatssecretaris Weekers:

Ik kom op de behandeling van de amendementen en begin met de op het Belastingplan ingediende amendementen. Het amendement op stuk nr. 23 over het terugschroeven van de afschaffing van rode diesel ontraad ik. Ik ben zojuist al op enkele argumenten daartegen ingegaan.

Ook het amendement op stuk nr. 24 is door de heer Dijkgraaf ingediend. In dat amendement wordt aan de werkbonus een horizon van 1 januari 2018 toegevoegd. Ik wil de heer Dijkgraaf in overweging geven om de horizonbepaling op 1 januari 2020 te stellen. Die horizonbepaling was ook in een eerder belastingplan aan de werkbonus gekoppeld. 2017 vind ik echt te vroeg. Als de heer Dijkgraaf in zijn amendement wil kiezen voor 2020, kan ik het amendement aan het oordeel van de Kamer overlaten. Het amendement in de huidige vorm ontraad ik.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Econoom als ik ben zou ik 2018-en-een-half bieden, maar laat ik dat niet doen. Ik volg de staatssecretaris met 2020 en pas mijn amendement aan. Dank voor dat oordeel.

De voorzitter:

We zien het aangepaste amendement tegemoet.

Staatssecretaris Weekers:

Dank voor deze constructieve benadering.

Voorzitter. Het amendement-Klein op stuk nr. 25 gaat over de aanpassing van de werkbonus. Het bedrag is vastgesteld om voor een bepaalde groep het later ingaan van het recht op AOW te kunnen compenseren. Door het amendement is de groep die dit volledig kan doen beperkt tot inkomens met precies 100% WML. De groep die iets meer verdient, tot 120% WML, gaat minder ontvangen dan bij het wetsvoorstel en heeft aan dat bedrag aan werkbonus te weinig om budgetneutraal eerder met pensioen te kunnen. Het amendement zorgt ervoor dat de marginale druk in de afbouwfase van het bedrag aan werkbonus erg hoog wordt, waardoor bruto meer verdienen nauwelijks loont voor mensen met een inkomen in die inkomenscategorie. Bij inkomensgroepen die als gevolg van het amendement ook recht hebben op de werkbonus is de kans op verzilveringsproblematiek groter dan bij hogere inkomens. Om deze reden moet ik dit amendement ontraden.

De heer Klein heeft op stuk nr. 26 een amendement ingediend om de opheffing van de btw-vrijstelling voor CAM-artsen uit te stellen. Deze discussie hebben we in het voorjaar gevoerd. De heer Klein was daar niet bij, want hij was toen nog geen lid van de Tweede Kamer. Het valt hem daarom misschien ook niet euvel te duiden dat hij niet weet dat er al jarenlang over deze problematiek wordt gesproken, niet alleen met mij en mijn ambtsvoorganger, maar ook met de minister van VWS. Uitentreuren is deze zaak besproken. De conclusie is geweest dat de minister van VWS geen CAM-artsenregister kan en wil opzetten. Dit betekent dat dit niet tot een andere conclusie kan leiden dan dat de btw-vrijstelling voor CAM-artsen moet komen te vervallen. Het staat al in de wet. Ik moet dit amendement ontraden.

De heer Klein (50PLUS):

50PLUS was op dat moment inderdaad niet vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, maar we hebben nog even wat stukken kunnen lezen en de geschiedenis kunnen bekijken. Het klopt dat dit een langdurige discussie is. Ons probleem en punt is dan ook dat het op het laatste moment erg snel als een soort pijnpunt naar voren is gebracht. Vandaar dat we de vrijstelling toch willen handhaven, of liever gezegd: we willen terugdraaien wat met deze snelheid is gekomen, waardoor het kind met het badwater is weggegooid. Het gaat namelijk niet alleen over de CAM-artsen, maar ook over anderen die op een gegeven moment BIG-geregistreerd staan en die aanvullende medische diensten kunnen doen. Daarom zeggen we dat het verstandig is om het wel te doen. Dit staat los van de discussie met VWS.

Staatssecretaris Weekers:

Ik herhaal dat hierover uitvoerig is gesproken in het verleden. Het is dus echt goed uitbediscussieerd. De heer Klein zei in zijn inbreng dat de btw-vrijstelling op een achternamiddag is geschrapt, maar dat is echt niet het geval. Dat de CAM-artsen het vervelend vinden, snap ik. Dat degenen die gebruikmaken van alternatieve genezers het vervelend vinden, snap ik ook. Dit amendement moet ik ontraden om de reden die ik zojuist noemde en vanwege het feit dat de heer Klein geen enkele dekking aangeeft. Ik zou hem in overweging willen geven om als hij met serieuze amendementen komt in deze Kamer, die van serieuze dekking te voorzien. Het ministerie van Financiën is altijd bereid om technische assistentie te geven als dat nodig is. We hebben in deze Kamer de goede afspraak met elkaar dat in amendementen een dekking is opgenomen en dat als je iets in de sfeer van de lasten wilt doen, je de dekking daarvan ook in de lastensfeer zoekt. Als je de dekking gaat zoeken in andere sferen, zal het amendement er zeker niet kansrijker op worden.

Dan kom ik bij het amendement van de leden Van Hijum, Omtzigt, Koolmees, Schouten, Klaver en Merkies (33402, nr. 27) over het verlaagde btw-tarief van de renovatie- en herstelwerkzaamheden. Ik kan niet anders dan zeggen dat het doel van dit amendement erg sympathiek is. Tegelijkertijd moet ik het amendement ontraden vanwege de dekking en de ingangsdatum. Als dit amendement zou worden aangenomen, zou er tussen nu en 1 januari 2013 geen enkele bouwwerkzaamheid in de sfeer van renovatie meer plaatsvinden. Mensen gaan die dan uitstellen. De indieners zouden kunnen zeggen: wij leveren wel wat meer dekking aan, dus laat het maar meteen ingaan. Het zou dus een flauw argument zijn als ik dat naar voren zou brengen als belangrijkste bezwaar. In het vrij recente verleden hebben we de btw voor bouw- en renovatiewerkzaamheden tijdelijk verlaagd. Vervolgens is de btw weer naar het algemene tarief gegaan. Als je de btw nu weer tijdelijk gaat verlagen, wordt het een echte wiebeltaks. Ik denk dat niemand daarop zit te wachten. De indieners zouden de discussie moeten voeren of zij dit soort werkzaamheden permanent bij het lage tarief willen onderbrengen, samen met andere arbeidsintensieve diensten. Dat kost behoorlijk wat geld, maar daar zou je een serieuze discussie over kunnen voeren.

Ik voel in elk geval niets voor de dekking die wordt aangereikt: de herinvoering en verhoging van de afvalstoffenbelasting. Dat zou ook iets als een wiebeltaks zijn. We hebben de afvalstoffenheffing afgeschaft per 1 januari van dit jaar. Het lijkt mij niet erg consistent om de heffing weer in te voeren als deze koud een jaar is afgeschaft. De inperking van de oldtimervrijstelling is ook aangekaart. Dat zou ook slechts een eenmalig dekkingsmiddel zijn, alleen voor 2013, omdat deze in het regeerakkoord als structureel dekkingsmiddel vanaf 2014 wordt gehanteerd. Bovendien wil ik naar andere varianten kijken om het rijdend cultureel erfgoed te bedienen. Er wordt ook ruimte gezocht in de verlaging van de werkkostenregeling met 0,1%. De tijdelijke verhoging die erin zat voor 2013 heb ik bij nota van wijziging al teruggedraaid om het btw-afdrachtsysteem voor tabak te kunnen veranderen. Dat heb ik afgelopen vrijdag aan de Kamer aangekondigd. Daarvoor bestond groot draagvlak. Die ruimte is dus weg. Als je nog 0,1% van de werkkostenregeling wilt afhalen, betekent het de facto dat je de ruimte gaat verkleinen. Dat kan toch niet de bedoeling van de Kamer zijn? Kortom: ik moet dit amendement ontraden.

Ik kom bij het gewijzigde amendement van de leden Dijkgraaf, Neppérus en Groot (33402, nr. 28) over de aanpassing van het overgangsrecht voor de levensloopregeling. Daar ben ik schriftelijk en vorige week al uitvoerig op ingegaan. Ik kan prima met dit amendement leven, dus ik laat het over aan het oordeel van de Kamer.

Nu ben ik even in verwarring gebracht. Ik zie hier iets staan over een amendement van de heer Omtzigt over de Steunstichting sbbi’s, maar ik weet niet zeker of dit amendement daadwerkelijk is ingediend. Ik zie dat de heer Omtzigt aangeeft dat dit niet is ingediend. Als het niet is ingediend, hoef ik het ook niet te beoordelen.

De voorzitter:

Ik zie dat de heer Omtzigt wil reageren, maar we gaan door. We gaan verder met de dingen die wel zijn ingediend.

Staatssecretaris Weekers:

Ik word natuurlijk niet geacht dat te kennen, maar ik maak de heer Omtzigt al jaren mee vanuit deze positie en ook vanuit een eerdere positie. Ik kan bij sommige thema’s erg goed in zijn hoofd kijken.

De voorzitter:

In dit geval niet, want hij had het amendement niet ingediend. Maar gaat u verder.

Staatssecretaris Weekers:

Ik kom op de amendementen die zijn ingediend op het wetsvoorstel OFM. Mevrouw Schouten en de heer Omtzigt hebben een amendement ingediend op stuk nr. 13 (33403). Dit betreft de verhoging van de leeftijdsgrens van het kind van 35 jaar naar 40 jaar voor een eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor schenking ter zake van de eigen woning. Ik moet zeggen dat dit amendement mij buitengewoon sympathiek overkomt. Ik laat het oordeel daarover dus aan de Kamer. Het heeft geen noemenswaardige budgettaire gevolgen. Wat je aan de ene kant mogelijkerwijs verliest, win je namelijk aan de andere kant terug. Ik kan er dus prima mee leven.

De voorzitter:

Mevrouw Neppérus?

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik hoor een zucht in de stem van de voorzitter. De staatssecretaris zegt dat het amendement aan de ene kant geld kost, maar dat er aan de andere kant minder aftrek is. Dat geldt voor een situatie met kinderen, maar waarom niet in de ruimere familiesfeer of voor niet-verwanten? Dan zou toch dezelfde redenering moeten gelden?

Staatssecretaris Weekers:

Dat klopt, maar in het geval van niet-verwanten is een veel hoger tarief voor schenkingsbelasting of successie/erfbelasting van toepassing. Je kunt de leeftijdsgrens natuurlijk verder ophogen, maar als je die te ver ophoogt, bied je wel erg veel mogelijkheden tot tax planning op het sterfbed.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Dat laatste laat ik maar buiten beschouwing. Het gaat mij erom of je de groep wat kunt uitbreiden. Dat blijft me namelijk verbazen.

Staatssecretaris Weekers:

Dat kan zeker. Ik heb daarstraks in mijn beantwoording tegen mevrouw Neppérus gezegd dat ik graag bereid ben om haar technische assistentie te verlenen bij het uitwerken van een paar varianten als zij bepaalde wensen heeft. Als mevrouw Neppérus daar concrete ideeën over heeft, dan zou ik zeggen: laten we daar morgen verder aan werken. Dan kan er dinsdag over gestemd worden.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik begin me een beetje te verbazen. Ik heb deze vraag in de schriftelijke inbreng ook gesteld. Toen gaf de staatssecretaris aan dat er wel degelijk een budgettair beslag mee gemoeid zou zijn. Hoe komt hij nu tot de conclusie dat uitbreiding van de kring geen budgettair beslag meer heeft? Dan had ik er namelijk ook een amendement over ingediend.

De voorzitter:

Ik heb de staatssecretaris eerder in zijn beantwoording horen zeggen dat het om tientallen miljoenen gaat.

Staatssecretaris Weekers:

Ja precies, ik heb eerder in mijn beantwoording gezegd dat er tientallen miljoenen mee gemoeid zijn, afhankelijk van de wijze van vormgeving. Ik heb daarop tegen mevrouw Neppérus gezegd dat ik bereid ben tot het verlenen van technische assistentie als zij concrete ideeën heeft. Hoeveel het gaat kosten is namelijk afhankelijk van de manier waarop je de kring wilt uitbreiden. Mijn opmerking dat het budgettair neutraal was, sloeg op het amendement dat mevrouw Schouten samen met de heer Omtzigt heeft ingediend. Daarom heb ik daar ook zo’n positief oordeel over gegeven.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Daar ben ik natuurlijk heel blij mee. Ik had er echter een conceptamendement over opgesteld. Maar juist omdat werd gezegd dat het budgettair beslag heel groot zou zijn, heb ik overwogen om dit amendement niet in te dienen. Als ik de staatssecretaris echter zo hoor, ziet hij meer mogelijkheden. Dan wil ik ook wel even meedenken.

Staatssecretaris Weekers:

Ik kan geen gratis cadeautjes uitdelen. Ik zou zeggen: bel morgenochtend even met de voortreffelijke ambtenaren die wij hebben. Die rekenen heel precies voor de Kamer uit wat bepaalde concrete ideeën kosten.

De voorzitter:

Ik neem aan dat mevrouw Schouten er dan ook een dekking bij moet geven. Dat is namelijk volgens mij de portee van haar vraag.

Staatssecretaris Weekers:

Dat zou inderdaad mijn volgende zin zijn. Als de Kamer dekking zoekt, heb ik wel graag structurele dekking voor structurele maatregelen.

Het amendement op stuk nr. 14 van de heer Van Vliet, over het verlagen van de doelmatigheidsvrijstelling in de bankenbelasting van 20 miljard euronaar 10 miljard euro, moet ik ontraden. Wij hebben in het voorjaar de hele discussie over de bankenbelasting gevoerd. Die wil ik hier niet herhalen. Toen heb ik alle argumenten op een rijtje gezet waarom ik vond dat we de doelmatigheidsdrempel op 20 miljard moesten houden. Kortheidshalve verwijs ik, gelet op het tijdstip, naar die argumenten. Ik voel er niet veel voor om nu te draaien aan die grens.

Het amendement van mevrouw Neppérus en de heer Groot op stuk nr. 15, over een tijdelijke aanpassing van de regels voor de variabilisering van het pensioen, laat ik aan het oordeel van de Kamer. Het heeft budgettair geen gevolgen.

De heer Van Vliet heeft een amendement ingediend over auto’s met een buitenlands kenteken, waarvan een zwaar vermoeden bestaat dat zij eigenlijk permanent gebruikmaken van de weg in Nederland. De heer Van Vliet heeft in zijn amendement een suggestie gedaan en ik waardeer het zeer dat hij meedenkt over het tackelen van dit probleem. Voor een feitelijke detectie van motorrijtuigenbelastingontduikers zal dit amendement echter niet helpen. Ik heb afgelopen vrijdag al aangegeven dat het toezicht is geïntensiveerd. Mag ik de heer Van Vliet vragen om dit amendement nu in te trekken? Tegelijkertijd doe ik dan de toezegging dat ik in een heel goede brief, die de Kamer voor 1 april zal ontvangen, op deze thematiek zal ingaan. Ik zal zowel op de wetgeving ingaan als op de uitvoering, controle en handhaving. Het signaal van de heer Van Vliet pak ik dus op als een verzoek van de Kamer om te bekijken wat er nodig is in de wet om dit probleem verder te tackelen en wat er vervolgens in de handhaving mee gebeurt. Dan kunnen we op een heel ordentelijke manier bekijken hoe we meer grip kunnen krijgen op deze problematiek. Ik vrees namelijk dat ik er niet één, twee, drie iets mee kan als dit amendement zo wordt aangenomen. Mogelijkerwijs stuit het ook nog op Europeesrechtelijke bezwaren. Eén bezwaar heeft de heer Omtzigt eerder in een interruptie al aangeduid. Kan ik die afspraak met de Kamer en meer in het bijzonder met de heer Van Vliet, maken?

De heer Van Vliet (PVV):

Ik wil er nog een nachtje over slapen.

Staatssecretaris Weekers:

Goed, dan hoor ik dat wel.

Ik kom nu bij de moties. De heer Klein heeft een motie ingediend om deze in stemming te laten brengen als zijn amendement over de CAM-artsen het niet zou halen. In deze motie wordt de regering verzocht om medio 2013 een evaluatie naar de Kamer te sturen over de uitvoerbaarheid van de vervallen btw-vrijstelling. Als de Belastingdienst een regeling niet kan uitvoeren, zou ik de Kamer niet voorstellen om het zo te regelen. Als er praktische problemen ontstaan, zoek ik samen met de Belastingdienst naar een oplossing. Daar hoef ik niet eerst nog een officiële evaluatie voor te maken, laat staan naar de Kamer te sturen. Als er in de loop van het jaar signalen bij bijvoorbeeld de heer Klein binnenkomen, dan vraag ik hem mij te bellen en dan laat ik die signalen serieus onderzoeken. Dat lijkt mij veel praktischer dan nu weer een evaluatie toe te zeggen. Ik moet namelijk ook letten op de capaciteit van mijn ambtenaren en op het feit dat het onmiddellijke actie vereist als er echt problemen zijn. Als er geen problemen zijn, moeten we elkaar niet met onnodige brieven vermoeien. Daarom vraag ik de heer Klein om deze motie in te trekken.

De heer Klein (50PLUS):

Ik zal dat overwegen. Daarbij zal ik uiteraard de signalen die wij ontvangen uit de samenleving doorgeven, maar dat zal voor iedereen hier gelden. Overigens sluit ik niet uit dat zulke signalen bij de Belastingdienst ook doorgegeven kunnen worden aan de Kamer. Het kan dus ook van twee kanten werken.

Staatssecretaris Weekers:

Ik laat het bij de toezegging die ik zojuist heb gedaan.

In de motie-Bashir op stuk nr. 30 wordt gevraagd om te onderzoeken op welke wijze de inkomsten uit sparen en beleggen op progressieve wijze kunnen worden belast. Dat hoef ik niet te onderzoeken. Dat is vrij eenvoudig te achterhalen met wat sleuteltabelletjes, die de Kamer ook heeft. Ik voel daar totaal niet voor. Daarom zal ik dat niet onderzoeken. Ik ontraad deze motie.

In de motie-Bashir op stuk nr. 31 wordt de regering verzocht om aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de anbi-status toe te voegen dat personeel en bestuurders van de instelling geen beloning mogen ontvangen die hoger is dan de dg-norm en om de anbi-status van instellingen die deze voorwaarden overtreden, te ontnemen. Ik ben daar zojuist in mijn algemene antwoord al op ingegaan. Ik heb toen al aangegeven om welke redenen ik deze motie ontraad.

In de motie-Bashir op stuk nr. 32 wordt gevraagd het DVL-besluit zodanig aan te passen dat alleen bedrijven die reëel economische activiteiten ontplooien, werkgelegenheid bieden en akkoord gaan met spontane informatie-uitwisseling, een tax ruling kunnen aanvragen. Deze motie ontraad ik simpelweg vanwege het feit dat ik zojuist al een toezegging heb gedaan om een goede brief hierover te sturen in januari, zodat we die kunnen betrekken bij het algemeen overleg dat op 23 januari gepland staat. Daarnaast heb ik gezegd dat er nog een onderzoek van Holland Financial Centre plaatsvindt dat mede op deze dingen slaat. Er zijn nog wat technische bezwaren zoals het feit dat “substance” geen wettelijk begrip is, hetgeen zich dan ook niet gemakkelijk laat aanscherpen. Ik meen echter dat ik daarstraks heb aangegeven hoe ik tegenover brievenbussen sta en hoe ik tegenover een reëel fiscaal vestigingsklimaat sta. Ik vraag de Kamer om mij enige ruimte te laten om daar de juiste balans in aan te brengen.

De motie-Bashir op stuk nr. 33 gaat over de oldtimer en hoe je daarmee moet omgaan. Ik heb daar voldoende over gezegd. Deze motie is overbodig, want ik stuur in het voorjaar een brief.

In de motie-Klaver op stuk nr. 34 wordt gevraagd om de uitkomsten van een onderzoek rondom de kosten van woningisolatie en de fiscale aftrekbaarheid daarvan uiterlijk 1 maart 2013 naar de Kamer te sturen. Anderhalf jaar geleden heb ik een fiscale agenda uitgebracht. Onderdelen daarvan en de uitgangspunten staan in elk geval nog. Daarin heb ik geschreven dat ik vind dat het fiscaal instrumentalisme moet worden teruggedrongen en dat we erbij gebaat zijn om het fiscale systeem eenvoudiger, robuuster en fraudebestendiger te maken. Daarbij past het niet om allerlei specifieke fiscale regelingetjes voor op zichzelf sympathieke doelen te treffen. Ik probeer dat dus verre van mij te houden. Tegen de oude en nieuwe collega’s in het kabinet heb ik gezegd dat ik het niet zal accepteren dat zij afspraken maken, bijvoorbeeld in het kader van green deals, waarbij de fiscaliteit een rol moet spelen of waarbij bepaalde fiscale instrumenten moeten worden bedacht. Mochten zij iets overwegen, dan moeten zij zich in elk geval goed met mij verstaan. Moet ergens een nieuwe fiscale regeling voor worden getroffen, dan zullen we met elkaar moeten bekijken welke twee oude fiscale regeling dan kunnen sneuvelen. Leidt het per saldo tot een verbetering en tot een vereenvoudiging, dan valt met mij best over eigentijdse instrumenten te praten. Ik voel er echter totaal niet voor om te pas en te onpas met een fiscaal dingetje geconfronteerd te worden. Hoe sympathiek de achterliggende gedachte ook is, om deze reden ontraad ik de motie.

In de motie van de heer Klaver op stuk nr. 35 wordt gesproken over burgerinitiatieven en decentrale energieopwekking. Volgens mij ben ik hier straks al op ingegaan. Ik ontraad deze motie.

De heer Klaver stelt in zijn motie op stuk nr. 36 dat een goede en solide internationale reputatie in het belang is van Nederland. Daar ben ik het mee eens. Verder stelt hij daarin dat een evenwichtige en eerlijke belastingheffing tussen burgers en bedrijven bijdraagt aan het draagvlak voor bezuinigingen en lastenverzwaringen onder burgers. Daar ben ik het ook mee eens. Hij merkt verder op dat Engeland en Duitsland tijdens de G20 hebben gezegd belastingontwijking te willen aanpakken. Hij verzoekt de regering zich bij deze landen aan te sluiten en zich actief in te zetten om mogelijkheden tot belastingontwijking via Nederland weg te nemen. In algemene zin ben ik het daarmee eens. Het is een ondersteuning van beleid. Natuurlijk bestaan er mogelijkheden om constructies op te zetten waarbij ook in Nederland activiteiten worden ondergebracht. Die kan ik niet eenzijdig wegnemen. Dat hangt namelijk ook samen met het belastingstelsel of het belastingsysteem van andere landen. Straks heb ik al het Amerikaanse “check the box”-systeem genoemd en de verschillen in appreciatie van belastingsystemen. Of een lichaam wel of niet fiscaal transparant is, speelt hierbij ook een rol. Als de motie zodanig wordt aangepast dat de verwijzing naar Nederland uit het dictum verdwijnt, zie ik de motie als ondersteuning van beleid. Dan voel ik me nog meer aangespoord door de heer Klaver om hier persoonlijk nog meer werk van te maken. Bedoelt hij echter dat wij ons eigen fiscale systeem zodanig moeten aanpassen dat ook de bedrijven met reële activiteiten daardoor worden geraakt, dan kan ik dat natuurlijk nooit voor mijn rekening nemen. Dan zou ik de motie moeten ontraden.

De heer Klaver (GroenLinks):

Het zal geheel aan mij liggen, maar ik begrijp nog niet helemaal wat ik zou moeten aanpassen aan het dictum, zo uitgekleed als de motie al is. Ik ben meer dan bereid om de komende dagen, voor de stemmingen, te kijken hoe we dat het beste kunnen aanpassen.

Wat betreft mijn motie op stuk nr. 34 vind ik het wonderlijk hoe de staatssecretaris erin slaagt om over de super simpele vraag die in deze motie wordt gesteld, heel breed uit te wijden en vervolgens aan het eind van het liedje te zeggen dat de motie wordt ontraden. Ik vraag of in kaart gebracht kan worden wat de mogelijkheden zijn. Ik ken de uitgangspunten van deze staatssecretaris. Die kan hij ook allemaal meenemen bij de uitkomsten van dat onderzoek. Ik snap best dat hij een motie niet wil uitvoeren, maar om de argumentatie zo breed te trekken en dan plotseling te zeggen dat het allemaal niet mogelijk is, is onzin. De staatssecretaris wil de motie uitvoeren of niet. Als hij deze uitvoert, doet hij dat natuurlijk vanuit zijn eigen beleidskader. Dat is prima, maar wees wel helder. Volgens mij past dit prima binnen de kaders van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Weekers:

Nee, dat doet het niet. Ik heb dit bewust wat breder getrokken, want dit is het eerste plenaire debat dat ik vanuit het nieuwe kabinet heb met de Kamer over belastingen. Ik wil vanaf de eerste dag allerlei initiatieven vanuit de Kamer temperen om via specifieke fiscale instrumentjes allerlei goede doelen te behartigen. In een tijd waarin je budgettair moet consolideren en waarin subsidiepotjes worden gesloten, is er extra druk om het maar via de fiscaliteit te gaan doen. Daarmee raakt het fiscale systeem steeds verder vervuild. Die toer zou ik niet op willen. Daarnaast is het zo dat wij de rijksoverheid verder gaan inkrimpen. Dat is een behoorlijke taakstelling, ook voor het ministerie van Financiën, zowel bij de Belastingdienst als bij de beleidsambtenaren. Ik heb gewoon niet meer de mogelijkheid om toe te zeggen dat mijn ambtenaren alles maar uitzoeken en onderzoeken en de Kamer daarover rapporteren. Het is niet meer “u vraagt, wij draaien”. Ook daar zal ik prioriteiten moeten stellen. Om die reden zit ik er nu wat steviger in. Als ik vragen krijg van de Kamer waar ik wel op in kan gaan, omdat zij niet zo’n heel uitgebreid onderzoek vergen, wil ik er best constructief in meegaan, maar hier niet.

De heer Klaver (GroenLinks):

Even voor de verhoudingen hier, volgens mij is het wel zo dat wij vragen en u gaat draaien. Ik zal mij dan ook tot de coalitiepartners wenden.

Staatssecretaris Weekers:

Zo is het niet. De regering regeert en de Kamer controleert. Het is niet zo dat als de Kamer zegt: nu gaat u dit doen, nu gaat u dat doen, dat ik dat zonder meer zou moeten doen. Als de Kamer een verzoek doet in een motie, zal ik dat uitermate serieus nemen. Dan zal ik van goeden huize moeten komen om zo’n motie naast mij neer te leggen, maar dan zal ik voor de Kamer ook de consequenties daarvan in kaart brengen. Zij zal dan van mij horen dat ik dat zal doen, maar dan doe ik iets anders niet, want ik kan niet alles tegelijk doen. Dat is de afweging wat mij betreft.

Dan kom ik bij de motie-Van Vliet op stuk nr. 37, met het verzoek om te onderzoeken of toekenning van een bsn aan een buitenlands natuurlijk persoon ... Dit heeft ook weer met de motorrijtuigenbelasting te maken. Daarvoor geldt hetzelfde als wat ik zojuist over het amendement heb gezegd. Ik vraag hem om deze motie aan te houden totdat ik die brief heb gestuurd.

In de motie-Van Vliet/Bashir op stuk nr. 38 wordt aan de regering gevraagd om terug te komen op het bosalgat. Ik ben daar vorig jaar meer dan uitvoerig op ingegaan. We hebben bij het fiscale crisispakket een wetsvoorstel gehad om het bosalgat op een bepaalde wijze te repareren. Voor sommige leden van deze Kamer gaat dat niet ver genoeg, dat kan ik begrijpen, maar destijds is exact aangegeven waarom deze keuze is gemaakt. Dat heeft er onder meer mee te maken dat een een-op-een uitvoering van de motie-Bashir/Van Vliet stuit op Europeesrechtelijke bezwaren. Alternatieve varianten leiden tot grote schade aan een aantal bedrijven. In deze tijd kun je niet met een ongenuanceerde fiscale maatregel het tapijt onder een aantal bedrijven uittrekken.

De heer Van Vliet (PVV):

Dan zeg ik bij dezen dat ik van zins ben om zelf met een initiatiefwetsvoorstel te komen over de renteaftrek in de Nederlandse vennootschapsbelasting.

De voorzitter:

We zien het tegemoet.

Staatssecretaris Weekers:

Ja voorzitter, dat zie ik met belangstelling tegemoet.

De volgende motie van de heer Van Vliet gaat over oldtimers. Daarover heb ik voldoende gezegd, dus ik denk dat die motie overbodig is.

De motie van de heer Koolmees gaat over een tax shelter voor de filmindustrie. Ik verwijs kortheidshalve naar de woorden die ik zojuist tot de heer Klaver heb gebezigd over instrumentalisme om tot de conclusie te komen dat ik deze motie ontraad.

De heer Koolmees (D66):

Als ik de staatssecretaris nu toezeg dat als hij het onderzoek doet, ik met een voorstel kom om een andere regeling te schrappen, wijzigt zijn oordeel over deze motie dan?

Staatssecretaris Weekers:

Nee. Zojuist heb ik tot de heer Klaver gezegd dat ik de verzoeken om allerlei onderzoeken ook moet temperen, gelet op de capaciteit van mijn ministerie. Ik weet zeker dat de heer Koolmees daar begrip voor heeft. Ik kan mij voorstellen dat deze industrie heel goed zelf in staat is om te onderzoeken hoe het zit in andere landen en waar we exact tegenaan lopen in Nederland. Ik ken de heer Koolmees als buitengewoon creatief, dus ik verwacht wat dat betreft voor de zomer een initiatief van hem om, met inachtneming van de uitgangspunten van de fiscale agenda, dus het schrappen van diverse instrumenten, daar zo mogelijk een nieuw alternatief tegenover te stellen.

De heer Koolmees (D66):

Dan gaan we daarvoor ons best doen. Helaas, het is jammer, maar dan komen we zelf met een initiatief. Mag ik daarvoor wel technische assistentie aanvragen?

Staatssecretaris Weekers:

Voor het onderzoek natuurlijk niet. Mocht de heer Koolmees een initiatiefwet willen maken, dan krijgt hij altijd technische assistentie van mij.

De voorzitter:

Zoals het hoort.

Staatssecretaris Weekers:

Zo is het maar net.

Voorzitter. De motie van de heer Omtzigt gaat over belastingheffing op multinationals in Nederland en in de Europese Unie. Ik heb daarover in zijn algemeenheid straks al het nodige gezegd. Ik ontraad deze motie, maar wil wel met alle plezier op 23 januari met de Kamer het algemeen overleg aangaan en in een goede brief op al deze aspecten ingaan. Ik heb me ook gestoord aan de berichten in de media, die ook een aantal halve waarheden bevatten.

De heer Omtzigt heeft gevraagd om voor de behandeling van de begroting van Economische Zaken precies aan te geven welke voornemens van de regering zzp’ers raken. Ten aanzien van de zorgpremie kan ik de heer Omtzigt melden dat de maatregelen die in het regeerakkoord waren aangekondigd, zijn achterhaald met de aanpassing van het regeerakkoord bij motie-Zijlstra/Samsom. Als zzp’ers daar niet zijn genoemd, is daarmee niet bedoeld dat de premieverhoging voor ouderen achterwege blijft en die voor zelfstandigen zou doorgaan. Daarmee is de hele maatregel geschrapt. Ten aanzien van de inkomensafhankelijke premie verandert het dus niet. In de tweede plaats heeft de heer Omtzigt gevraagd naar de gevolgen van de winstbox en naar het feit dat er een half miljard wordt bespaard op de faciliteiten die hierop betrekking hebben. Daar kan ik nu nog niet op ingaan, simpelweg omdat dit nog nader moet worden uitgewerkt. De besparing staat in de boeken voor 2015 en verder. Ik zeg de Kamer graag toe om voor de zomer met een goede brief en een goede studie te komen over de winstbox, zodat wij met elkaar de effecten kunnen bezien. De winstbox geldt niet alleen voor zzp’ers, maar voor alle IB-ondernemers. Het zou veel te kort door de bocht zijn om daarover nu een uitspraak te doen. Ik ken de heer Omtzigt als iemand die de zaken goed wil bestuderen, aan de hand van goede en grondige stukken.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat vind ik een heldere toezegging. Ik begrijp dat de winstbox enige uitwerking behoeft. Betekent dit dat het niet alleen om een uitwerking gaat, maar om een concreet voorstel dat de regering doet? Zit de wijze waarop u het wilt uitwerken er voor het voorjaar in?

Staatssecretaris Weekers:

Ik volg dezelfde procedure als de Kamer heeft gezien met betrekking tot de autobrief. Die is mij namelijk goed bevallen. Op basis van goed onderzoek en goed doordachte ideeën komen wij per brief naar de Kamer. Als er nog keuzes zijn en als het kabinet eerst aan de Kamer keuzes wil voorleggen, zal ik die in de brief schetsen. Als kabinet en Kamer vervolgens zeggen dat dit een goede aanpak is, zal ik mijn wetgevingsambtenaren vragen om het vervolgens in een wetsvoorstel uit te werken. Dat lijkt mij de meest zorgvuldige manier van handelen. Als wij komen tot een winstbox, is dat een behoorlijke verbouwing van het systeem van inkomstenbelasting zoals wij dat nu kennen. Als wij iets uit de ondernemingsfaciliteiten halen, heeft het ook consequenties voor elke ondernemer die het raakt. Het moet dus heel goed uitgewerkt zij. Om die reden zou ik de heer Omtzigt willen vragen, zijn motie in te trekken en de discussie voor de zomer met mij te voeren aan de hand van goede stukken.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik houd de motie aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Omtzigt stel ik voor, zijn motie (33402, nr. 42) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Weekers:

Daarmee ben ik door de beantwoording van de vragen en door de behandeling van de moties en de amendementen heen. Ik zal de Kamer maandag aan het eind van de dag als service een kort overzicht sturen van alle moties en amendementen en het oordeel van het kabinet daarover, zodat de leden niet de Handelingen erop na hoeven te slaan om te weten wat mijn adviezen zijn geweest.

De voorzitter:

Ik dank de Kamer en de staatssecretaris hartelijk voor de flexibiliteit die zij hebben betracht bij dit bijzondere traject van de behandeling van het Belastingplan, maar mijn dank gaat in het bijzonder uit naar de medewerkers van de Kamer en de ambtenaren van de staatssecretaris, die het op dit tijdstip nog mogelijk hebben gemaakt om een en ander af te ronden.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij zullen aanstaande dinsdag stemmen over de amendementen, de wetsvoorstellen en de moties.

Sluiting 00.35 uur.