Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 46, pagina 3470-3473

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van het lid Koşer Kaya stel ik voor, haar motie op stuk 31200-VII, nr. 39, opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen. Op verzoek van het lid Ouwehand stel ik voor, haar moties op stuk 30800-XIV, nrs. 122 en 123, opnieuw aan te houden. Ook dat betekent dat de in de artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze moties opnieuw gaat lopen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van D66 benoem ik in de Commissie voor de Werkwijze het lid Van der Ham tot lid in plaats van het lid Koşer Kaya en het lid Koşer Kaya tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van der Ham.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik in de Commissie voor de Werkwijze der Kamer het lid Kalma tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het lid Boelhouwer tot lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Europese zaken het lid Boelhouwer tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Boelhouwer tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Samsom;

  • - in de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken het lid Boelhouwer tot lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat het lid Boelhouwer tot lid in plaats van het lid Besselink;

  • - in de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het lid Boelhouwer tot lid in plaats van het lid Jacobi.

Het woord is aan de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik verzoek u, het VAO over sociale veiligheid in het openbaar vervoer en het ov-loket uit te stellen. De reden daarvoor is dat wij sterke aanwijzingen hebben dat over twee onderwerpen die in dit algemeen overleg aan de orde zijn geweest door de staatssecretaris onjuiste informatie is gegeven. Daarom zal ik morgen in de procedurevergadering van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat verzoeken om heropening van dat debat.

De voorzitter:

Ik stel voor, het VAO over sociale veiligheid openbaar vervoer van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Van der Burg.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Voorzitter. Ik vraag mede namens de heer Duyvendak van de fractie van GroenLinks en de heer Van der Ham van de D66-fractie een spoeddebat aan met de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht inzake dubbelfuncties bij ICTU en HEC van hoge ambtenaren. Ik wil verder graag voordat wij dat spoeddebat gaan voeren en voor de regeling van werkzaamheden van morgenmiddag een brief van het kabinet ontvangen over deze berichten.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik heb altijd begrepen dat verzoeken om zowel een brief als een spoeddebat met elkaar botsen. Ik steun het verzoek om een brief. Wellicht kunnen wij aan de hand van de brief bezien of een debat nodig is.

De heer Schinkelshoek (CDA):

Ik sluit mij daarbij aan. Mevrouw Gerkens heeft gisteren al vragen gesteld over dit onderwerp. Het lijkt mij voor de hand te liggen om de antwoorden daarop af te wachten en vervolgens te bezien of er nog aanleiding is voor een spoeddebat.

De heer De Roon (PVV):

De fractie van de PVV steunt het verzoek om een spoeddebat en die brief willen wij ook graag hebben.

De heer Heijnen (PvdA):

De fractie van de PvdA wil ook graag informatie ontvangen naar aanleiding van de berichtgeving. Ik betreur de conclusie van mevrouw Van der Burg dat hier sprake is van een duidelijke belangenverstrengeling. Waar heeft zij dan nog een brief voor nodig? Op basis van de gevraagde brief kunnen wij bepalen wat de orde der dingen moet zijn.

De heer Anker (ChristenUnie):

Voorzitter. Wij willen ook graag eerst een brief ontvangen, gevolgd door een debat.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Burg, zou het geen goed idee zijn om eerst de brief af te wachten en daarna te beslissen of een debat nodig is?

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Wij willen graag een debat, maar wij willen het kabinet ook in de gelegenheid stellen om een brief naar de Kamer te sturen. Vandaar mijn verzoek om die brief te ontvangen voor de regeling van werkzaamheden van morgen. Mochten daarin al onze vragen beantwoord zijn, dan kunnen wij altijd nog afzien van het spoeddebat.

De voorzitter:

Dan doen wij het zoals gebruikelijk is. Wij vragen eerst om een brief en dan kunt u morgen bij de regeling van werkzaamheden een spoeddebat aanvragen. Dat is echt de goede volgorde. Met het van de agenda halen van debatten hebben wij hier niet zulke goede ervaringen.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Ik had begrepen dat wij een spoeddebat konden aanvragen.

De voorzitter:

U kunt een spoeddebat aanvragen, maar met deze combinatie maakt u het onnodig ingewikkeld. Als u nu gewoon eerst om een brief vraagt en morgen om een spoeddebat, doet u het keurig. Als u geen brief nodig hebt en u wenst sowieso een spoeddebat, is het een ander verhaal. U stelt nu echter deze combinatie voor en het is gebruikelijk dat een dergelijk verzoek geknipt wordt. Het is heel simpel.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Als u de mogelijkheid van een brief eruit licht, kiezen wij voor een spoeddebat.

De voorzitter:

Ik haal die mogelijkheid er niet uit. Ik probeer u duidelijk te maken dat u het beter netjes in stapjes kunt doen. Dus nu eerst de brief. Wij vragen of die morgen voor de regeling van werkzaamheden binnen kan zijn. Na ommekomst van de brief besluit u of u alsnog een debat wenst.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Wij gaan in dit geval voor het spoeddebat.

De voorzitter:

Daarvoor hebt u voldoende steun. Er komt dus een spoeddebat.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Op zich is er geen bezwaar tegen, als de staatssecretaris er behoefte aan heeft om nog een brief te sturen.

De voorzitter:

Dat spreekt vanzelf.

Mevrouw Gerkens (SP):

Ik wil toch mevrouw Van der Burg verzoeken om te bekijken of haar verzoek om een spoeddebat omgezet kan worden in een verzoek om een debat. Wij hebben dan meer vrijheid.

De voorzitter:

Het besluit is al genomen. Dat spijt mij. Bij dit debat geldt een spreektijd van drie minuten per fractie.

Het woord is aan de heer Duyvendak.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil een rappel doen uitgaan in verband met schriftelijke vragen in aanvulling op het werkprogramma Schoon en Zuinig, die ik medio december heb gesteld aan minister Cramer. De termijn van zes weken is verstreken. Ik wil graag het antwoord op die vragen ontvangen voor de regeling van werkzaamheden van morgen.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik heb een constructief voorstel voor het kabinet. Ik zou namelijk het liefst op korte termijn zo veel mogelijk informatie krijgen over Canada, dat nu als NAVO-bondgenoot opeens dreigt, de steun aan Afghanistan in te trekken. Ik zie ook wel dat de regering zo veel brieven moet beantwoorden, dat nog een verzoek om een aparte brief heel veel gevraagd is. Ik zie dan ook liever dat dit onderwerp in de reeds toegezegde voortgangsrapportage, waarin ook al de uitspraken van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken behandeld worden, aan de orde komt. Ik noem dit een constructief voorstel, omdat dit in een keer aan de orde kan komen. Ik hoop wel dat de regering hier uitgebreid op ingaat, zoals in de procedurevergadering is besproken. De regering mag zich er dus niet in een alineaatje van afmaken, want dan ga ik in de toekomst weer om aparte brieven vragen.

De heer Boekestijn (VVD):

Voorzitter. De VVD steunt dit verzoek graag.

Mevrouw Van Gennip (CDA):

Voorzitter. Ook de CDA-fractie steunt het verzoek.

De voorzitter:

De heer Pechtold heeft voldoende steun voor zijn verzoek.

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Ten Broeke.

De heer Ten Broeke (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie wil graag de minister van Buitenlandse Zaken om een brief verzoeken over het besluit dat gisteren in de Razeb is genomen om een verklaring te ondertekenen, waarin onder andere het visumregime met Servië wordt versoepeld. Wij ontvangen die brief graag op korte termijn. Afhankelijk van de inhoud van die brief zullen wij nagaan of er een nader debat nodig is over dat onderwerp. Ik geef nu vast aan dat ik niet uitsluit dat, wanneer in die brief hetzelfde staat als wij nu in de pers gelezen hebben, door mijn fractie morgen bij de regeling van werkzaamheden om een spoeddebat gevraagd wordt.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Hamer.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag om uitstel van de stemmingen vragen over de Wet werk en bijstand.

De voorzitter:

Ik stel vast dat hiertegen geen bezwaar bestaat. Vandaag wordt er dus niet gestemd over de Wet werk en bijstand.

Het woord is aan de heer Mastwijk.

De heer Mastwijk (CDA):

Voorzitter. Ik verzoek om het verslag van het algemeen overleg Verzameloverleg spoor van vorige week te agenderen voor de plenaire vergadering.

De voorzitter:

Ik constateer dat geen van de leden het woord wenst te voeren over dit verzoek. Ik stel voor, het verslag van dit algemeen overleg aan de agenda van volgende week toe te voegen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Op 10 december heb ik vragen gesteld aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Binnenlandse Zaken en van Economische Zaken over de campagne van schoonmakers voor een betere toekomst en tegen uitbuiting. Wij zijn inmiddels zeven weken verder. Ik ontvang graag nog deze week het antwoord van de bewindslieden.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik verzoek om het debat over het verslag van het algemeen overleg Geneesmiddelen van de agenda van vanmiddag af te voeren. Wij hebben zojuist een brief ontvangen van de minister van Volksgezondheid. In tegenstelling tot wat hij heeft gezegd tijdens het algemeen overleg doet hij in deze brief de toezegging om alsnog een onderzoek te doen naar de onderbehandeling met geneesmiddelen in ziekenhuizen. Deze toezegging is voor mij aanleiding om af te zien van het VAO.

De voorzitter:

Ik constateer dat geen van de leden hiertegen bezwaar heeft. Ik stel voor het VAO van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Atsma.

De heer Atsma (CDA):

Voorzitter. Gisteren en vandaag hebben wij er via een aantal media kennis van genomen dat internetten via het inbelsysteem binnenkort op het platteland niet meer mogelijk zal zijn. KPN zou deze dienst per 1 maart aanstaande beëindigen. Als wij niet uitkijken, betekent dit dat honderdduizenden mensen in Nederland in grote problemen zullen komen omdat er voor hen domweg geen alternatieven bestaan in de vorm van kabel of iets vergelijkbaars. Wij willen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Economische Zaken uitnodigen om op korte termijn een inhoudelijke reactie te geven op dit voornemen en daarin in te gaan op de vraag wat dit betekent, niet alleen voor boeren die verplicht zijn om via internet veel zaken aan te melden bij de dienst Regelingen van het ministerie, maar ook voor veel andere ondernemers en particulieren. Wij denken in dit verband bijvoorbeeld aan de belastingaangifte. Dat is geen onbelangrijk aspect. Wij verzoeken de ministers om op korte termijn hierover opheldering te geven en daarbij te duiden welke alternatieven deze mensen hebben.

Mevrouw Gerkens (SP):

Van mij mag de heer Atsma altijd om opheldering vragen. Als hij de nieuwsberichten echter goed had gelezen, had hij geweten dat het bericht onjuist is. KPN heeft onlangs verklaard dat de inbelverbindingen in stand worden gehouden.

De heer Atsma (CDA):

Dat hebben wij meegekregen. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Integendeel. Onrendabel is onrendabel. Dat betekent dat er, zoals het zich nu laat aanzien, op korte termijn wellicht veranderingen zullen plaatsvinden die voor velen op het platteland grote consequenties zullen hebben.

De voorzitter:

De heer Atsma heeft het voorstel gedaan om het standpunt van de regering te vragen. Bestaan daartegen bezwaren?

De heer Van Dam (PvdA):

Ja, om twee redenen. De eerste is dat wij niet zeker weten of er wel iets aan de hand is. Wij kunnen overal wel brieven over vragen. De tweede reden is dat wij dergelijke zaken beter eerst in de commissie kunnen bespreken. Bij die gelegenheid kunnen wij dan bekijken of wij de staatssecretaris van Economische Zaken om een reactie willen vragen.

De voorzitter:

Het valt onder twee commissies. Om die reden heb ik de heer Atsma toegestaan om tijdens de regeling van werkzaamheden om deze brief te vragen.

De heer Van Dam (PvdA):

Ik sta de heer Atsma toe dat de minister van LNV over alles in de wereld gaat, maar het lijkt mij toch wat overdreven dat zij over het internet zou gaan.

De voorzitter:

Het verzoek is niet alleen tot de minister van LNV gericht.

De heer Atsma (CDA):

De minister van LNV gaat over een aantal zaken, maar de minister van Economische Zaken gaat over de telecom. Indien de Kamer dit zou willen, kunnen wij eventueel ook de minister van Financiën erbij betrekken.

De voorzitter:

Ik neem aan dat de Kamer het verzoek van de heer Atsma om een brief te vragen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de minister van Economische Zaken steunt.

De heer Aptroot (VVD):

Dat moeten wij toestaan. Als ik de heer Atsma aanhoor, kunnen wij echter beter direct de minister-president laten opdraven.

De voorzitter:

Daarvoor zou u van een ander deel van de Kamer ongetwijfeld steun krijgen. Dat was echter niet het verzoek van de heer Atsma.

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Begin januari heb ik Kamervragen gesteld over declaratieproblemen bij ziekenhuizen en huisartsen. Ik zou graag zien dat deze vragen door de minister worden beantwoord voor het algemeen overleg over de eerstelijnszorg.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij aan het eind van deze regeling van werkzaamheden gekomen. Wij kunnen gaan stemmen. De stemmingen over de wijziging van de Wet werk en bijstand zijn vervallen, dus het zullen korte stemmingen zijn.