61ste vergadering

Woensdag 31 maart 2004

14.00 uur

Voorzitter: Weisglas

Tegenwoordig zijn 136 leden, te weten:

Van Aartsen, Aasted Madsen-van Stiphout, Adelmund, Albayrak, Algra, Aptroot, Arib, Van As, Atsma, Azough, Van Baalen, Bakker, Balemans, Blok, Blom, Van Bochove, Boelhouwer, Van Bommel, Bruls, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cornielje, Çörüz, Van Dam, Depla, Dezentjé Hamming, Van Dijk, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich, Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Eijsink, Eski, Eurlings, Ferrier, Van Fessem, Fierens, Geluk, Van Gent, Gerkens, Giskes, De Grave, Griffith, De Haan, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer, Haverkamp, Heemskerk, Van Heemst, Herben, Hermans, Hessels, Van Heteren, Van Hijum, Hirsi Ali, Hofstra, Ten Hoopen, Huizinga-Heringa, Jager, Joldersma, Kant, Karimi, Koenders, Koomen, Koopmans, Kortenhorst, Kraneveldt, De Krom, Lambrechts, Lazrak, Leerdam, Van Lith, Luchtenveld, Marijnissen, Mastwijk, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot Babberich, Van Nieuwenhoven, Noorman-den Uyl, Van Oerle-van der Horst, Omtzigt, Örgü, Ormel, De Pater-van der Meer, Rambocus, Rijpstra, Rouvoet, Samsom, Schippers, Slob, Smeets, Smilde, Smits, Snijder-Hazelhoff, Spies, Van der Staaij, Sterk, Straub, Stuurman, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten, Tonkens, Varela, Veenendaal, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verburg, Verdaas, Vergeer, Verhagen, Vietsch, Visser, Van der Vlies, Vos, Bibi de Vries, Jan de Vries, Klaas de Vries, Waalkens, Weekers, Weisglas, Wilders, Van Winsen, De Wit en Wolfsen,

en de heer Balkenende, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Zalm, vice-minister-president, minister van Financiën, de heer Brinkhorst, minister van Economische Zaken, de heer Hoogervorst, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Nicolaï, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, de heer Van Geel, staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en mevrouw Ross-van Dorp, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De voorzitter:

Ik deel aan de Ingekomen stukkenKamer mede dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:

Bos, Brinkel, Crone en Schreijer-Pierik, wegens bezigheden elders;

Tichelaar, wegens bezigheden elders, ook morgen;

Kalsbeek, Kruijsen en Szabó, wegens verblijf buitenslands, ook morgen.

Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer De Grave, die op zijn plaats zit. Ik vraag de leden hun zetels in te nemen omdat ik een brief wil voorlezen die ik van de heer De Grave heb ontvangen. De brief luidt als volgt:

"Meneer de Voorzitter, waarde mede-leden. 'Na éénentwintig jaren in het leven, maak ik het testament op van mijn jeugd.' Zo begint het befaamde lied van Boudewijn de Groot dat iedereen van mijn generatie kent.

Na 21 jaren komt voor mij het afscheid van het politieke leven. Op 2 april a.s. begin ik in mijn nieuwe functie als voorzitter van het College Tarieven Gezondheidszorg en de Zorgautoriteit in oprichting.

Veel is veranderd sinds september 1982 toen ik, net 27, voor het eerst werd gekozen als lid van de Tweede Kamer. Er kon nog overal naar hartelust worden gepaft: in de fractievergadering; tijdens commissievergaderingen; zelfs in de plenaire vergaderzaal achter de befaamde groene gordijnen. Je auto kon je gewoon voor de deur parkeren. Efficiënt was het allemaal niet in de oude behuizing van de Kamer, maar het was wel intiem en huiselijk.

Veel is ook níet veranderd. Ook toen werd er veel gesproken over de kloof tussen kiezer en gekozene. Ook toen ging het economisch niet best met Nederland, zij het dat het toen allemaal een paar graden ernstiger was: ambtenaren en uitkeringsgerechtigden werden 3% gekort en het Malieveld en het Binnenhof stonden met regelmaat van de klok echt vol met demonstranten. Na 8 jaar Kamerlidmaatschap volgde 12 jaar besturen, 6 jaar in Amsterdam, 6 jaar als Minister van Defensie en Staatssecretaris van SZW, om daarna in 2002 opnieuw lid te worden van dit Huis. Een vreemde tijd overigens. Een radicaal vernieuwd Parlement, maar gekozen leden met veel ervaring moesten zich verantwoorden: 'waarom stapt u niet op, maak plaats!'

Alsof juist een effectieve volksvertegenwoordiging niet gebaat is met Voorzittereen goede mix van vernieuwing en ervaring. Voor mij gold en geldt nog altijd dat in een democratie een fundamentele balans moet bestaan tussen uitoefening en controle van de macht. Het éne, de uitoefening van de macht, is en mag niet belangrijker zijn dan de controle op de macht. Bewindslieden die terugkeren naar de Kamer geven aan dit beginsel gestalte.

Het was mijn mentor van de beginjaren, de onvergetelijke Theo Joekes, die mij de fundamentele lessen over de verhouding tussen Kamer en Kabinet heeft geleerd. Zo had ik, jong en rebels, nogal wat conflicten met de toenmalige Minister van Financiën Dr. H.O.C.R. Ruding. De excellentie ergerde zich duidelijk groen en geel! Vandaar dat hij Theo Joekes uitnodigde voor een goed herengesprek. Joekes was toen voorzitter van de vaste Commissie voor Financiën. Hij kon toch wel een einde maken aan het opstandige gedrag van deze jongeling. Na afloop van de lunch met Ruding liet Joekes mij bij zich roepen. 'De excellentie van Financiën heeft ernstige klachten over jou', zo begon Joekes en keek mij streng aan. Ik voelde me allesbehalve gemakkelijk. 'Ga vooral zo door, jochie, en vergeet nooit: Ministers zijn slechts dienaren van de Kroon. Het Parlement vertegenwoordigt de Nederlandse bevolking, niet de regering', en hij stak tevreden een sigaar op.

Meneer de Voorzitter, waarde collega's. Ik heb met veel plezier en met overgave in uw midden gewerkt. Vooral het steentje dat ik heb kunnen bijdragen aan het wegwijs maken van nieuwe VVD-collega's in deze toch wel bijzondere wereld heb ik met veel genoegen gedaan, ook als een soort hommage aan alles wat Theo Joekes voor mij heeft betekend. En ik zie velen, binnen, maar ook zeker buiten de VVD-fractie, die gestalte geven aan een zelfbewust Parlement, een Parlement dat zich bewust is van zijn belangrijke staatsrechtelijke rol.

Meneer de Voorzitter, vanzelfsprekend, maar oprecht gemeend, véél, véél dank aan al diegenen in dit huis die vaak onzichtbaar, zo onmisbaar zijn. Ik zal u zeer missen en zeker het feit dat ik als Amsterdammer heb geleerd dat ook 'Hagenezen' gevoel voor humor kunnen hebben.

Meneer de Voorzitter, waarde medeleden. 'Verder niets, er zijn nog een paar dingen waar niemand iets aan heeft. Dat zijn mijn goede jeugdherinneringen. Die neem je mee, zolang je verder leeft'. Zo eindigt 'het Testament' van Boudewijn de Groot. Mooier kan ik het niet zeggen. Vive Valeque zeiden de Romeinen: het ga u allen goed."

(Applaus)

De voorzitter:

Geachte heer De Grave. Een citaat: "Op een druilerige ochtend ging ik voor het eerst naar het Binnenhof. Ergens in de gewelven kreeg ik een smerig hokje. Er stond een bureautje met een lamp en een telefoon. Daar zat je dan in je eentje. Vreselijk!"

Aldus omschreef u uw entree in 1982 in de Tweede Kamer. U was toen inderdaad 27 jaar oud. U kreeg gelukkig al snel gezelschap van uw politieke kompaan Robin Linschoten, één jaar ouder dan u. Uw gezamenlijke werkkamer, ik kan het mij zelf herinneren, werd aangeduid als: de kinderkamer. Ook toen al was ik tien jaar ouder dan u.

In de eerste periode van uw Kamerlidmaatschap, van 1982 tot 1990, kreeg u de portefeuille belastingen en fiscale zaken. Hierover heeft u eens opgemerkt: "Ik wist niet meer dan de gemiddelde Nederlander van het onderwerp. Ik had wel eens een belastingformulier ingevuld. Nijpels, de fractievoorzitter van de VVD van toen, zei echter tegen mij: daar gaat het niet om. Specialisten genoeg op het departement, waar het om gaat, is dat jij er politiek mee bedrijft." Politiek bedrijven hebt u ruim twintig jaar ruimschoots gedaan.

Ik noem enkele hoogtepunten uit uw fiscale periode. Een daarvan is een initiatiefwetsvoorstel dat samen met de heer Van Iersel van het CDA werd ingediend. Voor de fijnproevers: het ging om de omzetting van winstreservering in risicodragend kapitaal. Verder noem ik een initiatiefwetsvoorstel waarbij de beursbelasting werd afgeschaft. Grotere bekendheid in die periode verwierf u door uw rol in een directe televisie-uitzending over het debat dat in 1989 leidde tot de val van het kabinet-Lubbers II. Ik zie nu jongere Kamerleden nadenken en daaruit blijkt misschien toch dat u daarmee niet helemaal de geschiedenis hebt gehaald, maar toch.

Uw eerste Tweede-Kamerfase eindigt in mei 1990. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in dat jaar wordt u gekozen in de Amsterdamse gemeenteraad en wordt u wethouder van Financiën, loco-burgemeester en, gedurende geruime tijd, waarnemend burgemeester van Amsterdam. Aan uw Amsterdamse tijd refereert u nog regelmatig met enthousiasme en soms met wat weemoed, zoals kortgeleden in uw laatste plenaire debat hier, met minister Zalm van Financiën.

U zei dat u de Amsterdamse gemeentebegroting sluitend had gekregen en dat de onroerendezaakbelasting in uw ambtstermijn werd gehalveerd, althans daar kwam uw mededeling op neer.

In 1996 wordt u weer naar Den Haag geroepen om uw vroegere kamergenoot Robin Linschoten op te volgen als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het eerste kabinet-Kok. De coalitiepartners van toen reageren enthousiast. De fractiesecretaris van de Partij van de Arbeid, Jan van Zijl, vindt dat de vervanging door de VVD, gelet op uw voorkeur voor Paars, niet adequater had gekund. In het tweede kabinet-Kok wordt u verrassend minister van Defensie. Geen typische defensie-expert zoals uw voorgangers, maar als zoon en kleinzoon van een beroepsmilitair kent u de krijgsmacht wel van huis uit. Het is tijdens dat ministerschap, in die periode, dat u echt bekend wordt bij het grote publiek. In het televisieprogramma Kopspijkers wordt u zo knap gepersifleerd dat uw bekendheid en populariteit met sprongen toenemen. Hoewel u wordt neergezet als een grote liefhebber van Ranja, kon u en kunt u er om lachen, getuige de foto op de homepage van uw eigen website.

Na de verkiezingen van 2002 keert u terug in de Kamer, zij het met een wat ander uiterlijk. Trouw schrijft daarover: de nieuwe flex-mode duikt echter net zo goed op bij de voorheen zo vormelijke VVD. Frank de Grave is daar met open hemd en wet look de kampioen quasi-noncha sinds hij minister van Defensie af is. Dit stond in het dagblad Trouw. U doet uw Kamerwerk weer uit volle overtuiging en met veel enthousiasme. U wordt financieel woordvoerder voor uw fractie en woordvoerder mediabeleid. Voorts dient u de Kamer als voorzitter van de vaste commissies voor Economische Zaken, voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken en in de afgelopen periode voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Namens de Kamer zeg ik u zeer veel dank voor alles wat u in die hoedanigheid de afgelopen jaren hebt gedaan.

De functie van voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport vormt wellicht een brug naar de toekomst. De ervaring die u in die commissie, maar ook daarvoor al hebt opgedaan, komt u vast goed van pas in uw nieuwe functie. U hebt in de afgelopen periode laten zien dat de Kamer profijt heeft van, zoals u zelf terecht schrijft, een mix van vernieuwing en ervaring. Ook uit die optiek betreur ik uw vertrek zeer.

Frank de Grave: openhartig, joviaal, op de man af, een politieke duizendpoot, breed inzetbaar, strateeg, manager, tacticus, politicus en een buitengewoon aangename en prettige collega. U gaat naar het College tarieven gezondheidszorg, een college dat zal worden omgevormd tot de Zorgautoriteit, indien de Kamer daarmee instemt, aan welk proces u met ingang van 2 april als voorzitter leiding gaat geven. Wij wensen u daarbij heel veel succes toe. Als u straks u nieuwe werkkamer bij het CTG in Utrecht betrekt – uiteraard een bescheiden optrekje – denk dan toch nog eens terug aan het hokje aan het Binnenhof waar het allemaal is begonnen. Geachte heer De Grave, beste Frank, het ga je goed.

(Applaus)

De voorzitter:

Van de mededeling van de heer De Grave over zijn vertrek met ingang van 1 april 2004 is mededeling gedaan aan de Kiesraad en aan het ministerie van Binnenlandse Zaken. Alle formaliteiten zullen worden vervuld.

Naar boven