Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-2002nr. 82, pagina 4999-5001

Noot 1 (zie blz. 4981)

Interpellatievragen van het lid Karimi (GroenLinks) aan de minister van Buitenlandse Zaken inzake de VS American Service Members' Protection Act (ASPA).

1

Wanneer en op welke wijze is het u bekend geworden dat de «The Hague Invasion Act» in de Amerikaanse Senaat aan de orde zou komen? Was u op de hoogte van het voornemen van de Senaat om ASPA in stemming te brengen, of bent u overvallen door dit besluit?

2

Welke concrete stappen heeft u (zoals toegezegd in uw antwoorden op mondelinge vragen op 11 december 2001)1 sinds december 2001 gezet om te voorkomen dat deze wet door de Senaat en/of het Huis van Afgevaardigden aangenomen zou worden? Is er in EU-verband ook actie ondernomen en, zo ja, waaruit bestond deze?

3

Is het waar dat ASPA de president van de VS het recht geeft om eventuele Amerikaanse gedetineerden, met alle mogelijke middelen (waaronder militaire) uit gevangenschap te bevrijden en dat de VS, enkele uitzonderingen daargelaten, militaire bijstand zullen onthouden aan landen die partij zijn in het International Criminal Court (ICC)? Wat is de vrijheid van de Amerikaanse president om deze wet al dan niet flexibel toe te passen, bijvoorbeeld in het licht van zijn verantwoordelijkheid voor het Amerikaanse buitenlandse beleid?

4

Wanneer heeft u uw tijdens het vragenuur op 11 december 2001 aan de Kamer gedane toezegging deze kwestie binnen de NAVO aan de orde te stellen gestalte gedaan en wat waren de resultaten daarvan? Hoe reageerde de regering van de VS hierop?

5

Vindt u de instemming van de Amerikaanse Senaat met de ASPA voor Nederland onacceptabel en, zo ja, welke vervolgstappen zult u in EU- en NAVO-verband nemen om de VS duidelijk te maken dat deze stap voor Nederland onacceptabel is?

6

Waarom heeft u niet onmiddellijk de Amerikaanse ambassadeur ontboden om protest aan te tekenen? Heeft u inmiddels contact opgenomen met uw ambtgenoot Powell? Zo neen, waarom niet?

7

Zult u de Nederlandse ambassadeur in de VS onmiddellijk een demarche laten doen bij relevante instanties in de VS? Zult u uw collegae binnen de EU bewegen om hetzelfde te doen? Zo neen, waarom niet?

8

Heeft u aanwijzingen dat andere landen (waaronder Japan, Australië, Turkije en Israël) de opstelling van de VS volgen of althans niet afwijzen? Wat is uw oordeel over deze opstelling?

9

Bent u bereid in overleg te treden met andere landen die het Statuut hebben geratificeerd om zo een duidelijk gezamenlijk protest aan te tekenen tegen deze wet?

10

Wat zijn de consequenties van de actieve tegenwerking van de VS voor het ICC en voor Nederland als gastland van het ICC? In hoeverre gaat er met het aannemen van deze wet, van deze wet een precedentwerking uit? Mag worden verwacht dat andere staten die het Statuut niet ratificeren (Iran, Irak, Israël, Libië) overwegen dergelijke wetgeving ook te gaan invoeren? Wat zou uw reactie daarop zijn?

11

Hoe schadelijk vindt u het voor de relatie tussen Europa en de VS dat de Amerikaanse Senaat een wet aanneemt die militaire actie op het grondgebied van een bondgenoot in theorie mogelijk maakt?

12

Heeft het aannemen van ASPA consequenties voor de Amerikaanse positie binnen de VN in het algemeen en heeft het gevolgen voor de Amerikaanse deelname aan (toekomstige) VN-vredesmissies? Waaruit bestaan die gevolgen volgens u?

1 Handelingen II, nr. 34, pag. 2504–2507, vergaderjaar 2001–2002.