Aan de orde zijn de stemmingen over zeven moties,
ingediend bij het debat over het asielbeleid, te weten:
- de motie-Niederer/Kamp over beëindiging van het VVTV-beleid voor Burundi
(19637, nr. 570);
- de motie-Niederer/Kamp
over verschillen in aantallen asielzoekers tussen landen van de EU (19637, nr. 571);
- de gewijzigde motie-Hoekema/Albayrak
over de aanpak van misbruikte vrouwen (19637, nr. 578, was
nr. 572);
- de motie-Albayrak c.s. over vrouwen in ambtsberichten
(19637, nr. 573);
- de motie-Albayrak/Hoekema
over uitgeprocedeerde asielzoekers (19637, nr. 574);
- de motie-Wijn over overschrijding van de driejarentermijn als gevolg van achterstanden
(19637, nr. 575);
- de motie-Halsema over behoud
van de gezinseenheid van asielzoekers (19637, nr. 577).
(Zie vergadering van 3 april 2001.)
De voorzitter:
Op verzoek van de indienster stel ik voor, de motie-Halsema (19637, nr.
577) van de agenda af te voeren.
De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.
De heer Wijn (CDA):
Mevrouw de voorzitter! Straks stemmen wij over de motie-Niederer/Kamp
inzake Burundi. Dat is de eerste discussie over de veiligheid van een land
sinds de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet. Als gevolg van die wet
is er nu één asielstatus. Mensen uit onveilige landen krijgen
hierdoor voortaan dezelfde rechten als politieke vluchtelingen, zoals een
uitkering, scholing, een huis, huursubsidie, gezinshereniging, een vluchtelingenpaspoort,
enz. Geen enkel ander Europees land geeft in aanvulling op de bescherming
tegen oorlogsgeweld zoveel extra rechten. Onder meer daarom waren wij tegen
de nieuwe Vreemdelingenwet.
Om de aanzuigende werking hiervan te compenseren kun je, wederom in afwijking
van de rest van Europa, bepaalde landen versneld veilig verklaren.
Dat doet de motie-Niederer/Kamp. Een zorgvuldige beoordeling van veiligheidssituaties
is een basisbeginsel van het asielbeleid. Sinds de Kamer Burundi in 1996 onveilig
verklaarde is de situatie aldaar eerder slechter dan beter geworden. Wij verwachten
echter op korte termijn een nieuw ambtsbericht waarin met name zal worden
ingegaan op het ...
De voorzitter:
Ik moet u nu toch echt onderbreken, want dit is echt geen stemverklaring
meer. U vertelt niet wat de CDA-fractie vindt, maar u gaat in discussie over
een motie waarover de discussie toch al echt gevoerd is en bovendien gaat
u vragen aan de regering stellen. Beide horen niet thuis in een stemverklaring!
De heer Wijn (CDA):
Voorzitter. In afwachting van dat nieuwe ambtsbericht zullen wij op basis
van de huidige informatie tegen de motie stemmen!
Mevrouw Albayrak (PvdA):
Voorzitter! Voordat u tot de stemmingen overgaat, wil ik nog zeggen dat
ik mijn motie (19637, nr. 574) intrek.
De voorzitter:
De motie-Albayrak/Hoekema (19637, nr. 574) is ingetrokken.
In stemming komt de motie-Niederer/Kamp (19637, nr. 570).
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD voor deze
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is
verworpen.
In stemming komt de motie-Niederer/Kamp (19637, nr. 571).
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, het
CDA en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties
ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Hoekema/Albayrak (19637, nr. 578).
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD en het
CDA tegen deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties
ervoor, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Albayrak c.s. (19637, nr. 573).
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fractie van de VVD tegen
deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat zij
is aangenomen.
In stemming komt de motie-Wijn (19637, nr. 575).
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de VVD, het
CDA en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties
ertegen, zodat zij is verworpen.