Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Raden voor Rechtsbijstand (Cluster)Staatscourant 2015, 44924Interne regelingen

Beleidsregels voor inschrijving bewindvoerders Wsnp en bewindvoerderorganisaties Wsnp in het register

De Raad voor Rechtsbijstand (verder: de Raad), namens de Minister van Veiligheid en Justitie, gezien:

stelt de volgende beleidsregels vast voor inschrijving van de bewindvoerder Wsnp en bewindvoerderorganisatie Wsnp in het register voor bewindvoerders en bewindvoerderorganisaties Wsnp:

HOOFDSTUK 1. DEFINITIES

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Raad:

De Raad voor Rechtsbijstand;

Wsnp:

de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen als bedoeld in titel III van de Faillissementswet;

Basisopleiding:

de opleiding die leidt tot het behalen van het diploma bewindvoerder Wsnp

Bewindvoerder Wsnp:

de door de rechtbank op grond van artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet benoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon;

Bewindvoerderorganisatie Wsnp:

de organisatie die voldoet aan de beleidsregels, gesteld door de Raad voor Rechtsbijstand, voor inschrijving in het register en verkrijging van bewindvoerderssubsidie als bedoeld in het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering;

Register:

register waarin bewindvoerders en bewindvoerderorganisaties Wsnp zijn opgenomen die voldoen aan door de Raad gestelde eisen voor inschrijving;

Recofa-richtlijnen:

beleidsregels van rechters-commissarissen in faillissementen en wettelijke schuldsaneringsregelingen voor bewindvoerders in het kader van de Wsnp;

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG):

een verklaring waaruit blijkt dat het Ministerie van Veiligheid en Justitie vindt dat het gedrag van aanvrager in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving. Voor bewindvoerders vindt de beoordeling plaats aan de hand van het screeningsprofiel 55 voor de juridische dienstverlening;

Gedragscode:

De meest recente versie van de gedragscode voor bewindvoerders Wsnp (Staatscourant 18 oktober 2013, 29039);

Klachtenregeling:

De meest recente versie van de klachtenregeling voor bewindvoerders Wsnp (Staatscourant 18 oktober 2013, 29038)

Permanente educatie:

deskundigheid bevorderende en relevante activiteiten waarmee kennis en vakbekwaamheid op peil worden gehouden of uitgebreid;

Scholingsactiviteit:

een voor de bewindvoering Wsnp relevante scholing die verzorgd wordt door een deskundige waarbij kennisoverdracht centraal staat;

Intervisie, intercollegiale toetsing, peer review:

de evaluatie van werkzaamheden of prestaties van een bewindvoerder(organisatie) Wsnp door een andere bewindvoerder (organisatie), met als doel het in stand te houden of verbeteren van de kwaliteit van het werk of de prestaties van de beoordeelde bewindvoerder (organisatie);

Lopende insolventiepraktijk:

voortdurende werkzaamheden, uitgevoerd in het kader van faillissementen, surseances van betaling en/of wettelijke schuldsaneringsregelingen;

Profiel bewindvoerderorganisatie Wsnp:

criteria waaraan bewindvoerderorganisaties die ingeschreven (willen) zijn in het register, zich dienen te houden;

Audit:

kantoorbezoek waarbij wordt getoetst of de bewindvoerderorganisatie voldoet aan de criteria in het organisatieprofiel en overige inschrijfvoorwaarden;

Basisopleiding:

opleiding die voldoet aan de voorwaarden in het besluit aanwijzing opleidingsinstellingen Wsnp.

HOOFDSTUK 2 INSCHRIJVING BEWINDVOERDER WSNP IN HET REGISTER

  • 2.1. De bewindvoerder Wsnp die geen advocaat is, wordt ingeschreven in het register onder al de volgende voorwaarden:

    • 2.1.1. De bewindvoerder is werkzaam bij een advocatenkantoor met lopende insolventiepraktijk of bij een organisatie die door de Raad is ingeschreven in het register als bewindvoerderorganisatie Wsnp;

    • 2.1.2. De bewindvoerder is in de tien jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving niet als persoon insolvent geweest, heeft geen (problematische) schulden gehad en is van (financieel) onbesproken gedrag geweest;

    • 2.1.3. De bewindvoerder heeft het diploma voor de basisopleiding ‘Bewindvoering Wsnp voor niet-advocaten’ behaald;

    • 2.1.4. De bewindvoerder overlegt een VOG met profiel 55 (juridische dienstverlening) van ten hoogste drie maanden oud en een kopie van een geldig identiteitsbewijs.

  • 2.2. De bewindvoerder Wsnp die als advocaat is ingeschreven bij de Nederlandse Orde van Advocaten, wordt ingeschreven in het register.

  • 2.3. De inschrijving van een bewindvoerder Wsnp die geen advocaat is, wordt voortgezet onder al de volgende voorwaarden:

    • De bewindvoerder voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 2.1.1. en 2.1.3.;

    • De bewindvoerder overlegt steeds vóór het verstrijken van een termijn van drie jaar na inschrijving in het register een nieuwe recente VOG aan de Raad;

    • De bewindvoerder volgt bijscholing of andere activiteiten in overeenstemming met de bepalingen over permanente educatie in artikel 2.4;

    • De bewindvoerder is in elk voorgaand kalenderjaar na het jaar van inschrijving tenminste tien keer benoemd als bewindvoerder of aangewezen als behandelaar in een Wsnp-dossier;

    • De bewindvoerder is van onbesproken financieel gedrag (geweest). Hij heeft in de periode van inschrijving geen (problematische) schulden (gehad) en/of is niet insolvent (geweest).

  • 2.4. Permanente Educatie

    • 2.4.1. Een bewindvoerder in het register dient in het kader van de permanente educatie driejaarlijks tenminste 36 PE-punten te behalen. De driejaarstermijn gaat in op 1 januari van het jaar, volgend op het jaar waarin de basisopleiding is gevolgd.

      Een herintredende bewindvoerder, die minimaal een jaar niet als bewindvoerder Wsnp heeft gewerkt, of de bewindvoerder Wsnp die gedurende een jaar na het volgen van de basisopleiding niet heeft verzocht om inschrijving in het register, dient in het kalenderjaar waarin hij herintreedt, 18 punten te behalen. Wanneer de herintreding plaatsvindt in de maanden oktober, november of december van een kalenderjaar, dan dient hij het eerstvolgende kalenderjaar 18 punten te behalen.

    • 2.4.2. Een bewindvoerder kan de PE-punten behalen via:

      • relevante scholingsactiviteiten;

      • intervisie/peer review/intercollegiale toetsing (max 5 punten per jaar);

      • het bijhouden van vakliteratuur (max 3 punten per jaar);

      • het vervullen van een actieve rol op organisatorisch niveau binnen de sector, als bestuurslid of lid van een werkgroep/commissie (max 3 punten per jaar);

      • publicatie in vakliteratuur (max. 3 punten per jaar).

    • 2.4.3. De activiteiten, genoemd onder 2.4.2., moeten gericht zijn op kennisvergroting en/of verbetering van vaardigheden. De scholing moet voor ten minste 70% vakinhoudelijk/-gerelateerd zijn en kan voor het overige uit verbetering van vaardigheden bestaan.

    • 2.4.4. Een opleidingsinstelling kan de Raad schriftelijk verzoeken om haar aan te wijzen als erkende opleidingsinstelling, als bedoeld in het “besluit aanwijzing opleidingsinstelling Wsnp”. Een erkende opleidingsinstelling bepaalt, in het geval van bijscholing in het kader van Permanente Educatie, het aantal PE-punten dat voor een scholingsactiviteit mag worden geregistreerd op basis van de studiebelasting. Na aanwijzing controleert de Raad periodiek of het aantal toegekende punten juist is vastgesteld.

    • 2.4.5. Niet-aangewezen opleidingsinstellingen en bewindvoerders kunnen de Raad vragen punten toe te kennen aan een bepaalde scholingsactiviteit. Dit kan vooraf worden aangevraagd, maar ook binnen een jaar nadat de activiteit heeft plaatsgehad.

    • 2.4.6. De Raad stelt desgevraagd op basis van documentatie over de opleiding vast of de scholingsactiviteit bijdraagt aan permanente educatie.

    • 2.4.7. Aan scholingsactiviteiten wordt per volledig uur (zestig minuten) één PE-punt toegekend.

    • 2.4.8. Het kan voorkomen dat een bepaalde scholing verplicht door iedere bewindvoerder niet-advocaat gevolgd moet worden. De Raad maakt dit, voor zover mogelijk, aan het begin van een kalenderjaar bekend. Ook kan de Raad, indien hij daartoe aanleiding ziet, specifieke scholing opleggen aan een individuele bewindvoerder niet-advocaat.

    • 2.4.9. Een bewindvoerder is zelf verantwoordelijk voor het behalen van voldoende PE-punten. Wanneer de kwaliteitsaudit van de bewindvoerderorganisatie waarvoor de bewindvoerder werkzaam is, wordt gehouden, dient de bewindvoerder desgevraagd aan te tonen welke PE-activiteiten hij heeft gevolgd en hoeveel punten hij daarmee behaald heeft.

    • 2.4.10. Wanneer een bewindvoerder niet-advocaat niet het vereiste aantal scholingspunten kan behalen, dient hij de Raad schriftelijk en met redenen omkleed ontheffing of uitstel te vragen.

  • 2.5. De bewindvoerder Wsnp die geen advocaat is, wordt (tijdelijk) uitgeschreven uit het register indien:

    • 2.5.1. deze niet voldoet aan de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregels;

    • 2,.5.2. een gegronde klacht of andere aanwijzing daar aanleiding toe geeft.

HOOFDSTUK 3 INSCHRIJVING BEWINDVOERDERORGANISATIE WSNP

  • 3.1 Een organisatie wordt ingeschreven als bewindvoerderorganisatie Wsnp in het register onder de volgende voorwaarden:

    • 3.1.1. De bewindvoerderorganisatie is een advocatenkantoor met een lopende insolventiepraktijk of;

    • 3.1.2. De bewindvoerderorganisatie is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, met (onder andere) als doel het uitvoeren van bewindvoeringen Wsnp.

    • 3.1.3. De bewindvoerderorganisatie die geen advocatenkantoor met een lopende insolventiepraktijk is, overlegt bij het eerste verzoek tot inschrijving een verklaring van de rechtbank waaruit blijkt dat er behoefte bestaat aan aanvulling op het bestaande organisatiebestand;

    • 3.1.4. De bewindvoerderorganisatie voldoet aan de criteria in het profiel bewindvoerderorganisatie Wsnp;

    • 3.1.5. De bewindvoerderorganisatie is zodanig ingericht dat deze via de digitale weg berichten van de Raad kan ontvangen.

  • 3.2 Audits

    De Raad kan, middels het uit (laten) voeren van organisatieaudits of anderszins, periodiek toetsen of de ingeschreven organisatie voldoet aan de voorwaarden uit artikel 3.1 van deze beleidsregels.

  • 3.3 De bewindvoerderorganisatie Wsnp kan worden uitgeschreven uit het register

    • 3.3.1 wanneer deze naar het oordeel van de Raad niet langer voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.1;

    • 3.3.2 indien de organisatie daarom verzoekt;

    • 3.3.3 indien er geen ingeschreven bewindvoerders aan de organisatie verbonden zijn.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

  • 4.1. Intrekken van bestaande besluiten en regelingen

    De volgende reglementen en besluiten vervallen bij de inwerkingtreding van dit besluit

  • 4.2. Inwerkingtreding

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016.

  • 4.3. Citeertitel

    Deze regeling wordt aangehaald als ‘Beleidsregels voor inschrijving bewindvoerders Wsnp en bewindvoerderorganisaties Wsnp in het register’.

Utrecht, 3 december 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie, voor deze, de Raad voor Rechtsbijstand, P.J.M. van den Biggelaar, Directeur Stelsel.

J. Wijkstra, Directeur Bedrijfsvoering.

BIJLAGE I BIJ BELEIDSREGELS VOOR INSCHRIJVING BEWINDVOERDERS WSNP EN BEWINDVOERDERORGANISATIES WSNP IN HET REGISTER.

PROFIEL BEWINDVOERDERSORGANISATIE

1. De organisatie faciliteert de bewindvoerder voldoende om zijn taken, vastgelegd in 316 FW en in de richtlijnen van Recofa, zo goed mogelijk uit te voeren.

Aantal bewindvoerders

Een organisatie bestaat uit minstens twee bewindvoerders. Zij moeten toegang hebben tot elkaars dossiers en duidelijke afspraken hebben gemaakt over kort- en langdurige afwezigheid.

Indien een organisatie uit één bewindvoerder bestaat, is er een samenwerkingsverband met een andere ingeschreven bewindvoerderorganisatie of advocatenkantoor, waarbij in ieder geval schriftelijk vastgelegde afspraken zijn gemaakt over:

  • Vervanging bij kortdurende afwezigheid;

  • Vervanging bij langdurige afwezigheid;

  • Verzorgen van dossier gerelateerde diensten;

  • Vergoeding voor verleende diensten;

  • Privacybescherming van dossiergegevens.

Verantwoordelijke bewindvoerder

Indien de organisatie tot bewindvoerder wordt benoemd, waarborgt deze dat uiterlijk na ontvangst van het toelatingsvonnis een ingeschreven bewindvoerder wordt aangewezen als behandelaar, die verantwoordelijk is voor de zaak.

Aanmaken en beheren dossier

Alle dossiers zijn actueel en bevatten alle relevante gegevens, zodanig dat elk dossier op ieder moment een getrouw beeld geeft van de stand van zaken.

Vertrouwelijkheid

De organisatie heeft de vertrouwelijkheid van zaakgegevens gewaarborgd. Dit kan gerealiseerd worden door onder andere beveiliging van de hard- en software die de organisatie gebruikt en door medewerkers binnen de organisatie een geheimhoudingsverklaring te laten ondertekenen.

2. De organisatie draagt bij aan de ontwikkeling van de bewindvoerders en ziet erop toe dat zij voldoen aan de inschrijfvoorwaarden voor de bewindvoerder (niet-advocaat)

Opleidingen

De organisatie kan desgevraagd bewijzen overleggen van PE-activiteiten en desgevraagd hun relevantie aantonen.

Klachtenbehandeling

De organisatie beschikt over een klachtenprocedure en maakt die bekend aan of inzichtelijk voor belanghebbenden (schuldenaren en schuldeisers). Klachten worden apart geregistreerd en binnen zes weken na ontvangst afgehandeld.

Verbetermaatregelen

Op basis van de klachtenevaluatie, beleidsinformatie en eventuele terugkoppelingen van stakeholders, worden zo nodig verbetermaatregelen genomen.

Richtlijnen van Recofa

De organisatie ziet erop toe dat de bewindvoerders hun werkzaamheden uitvoeren zoals omschreven in de richtlijnen van Recofa. In het bijzonder dient de bewindvoerderorganisatie zorg dragen voor dekking van de aansprakelijkheid van alle aan de organisatie verbonden medewerkers die bij de afwikkeling van de schuldsaneringsregeling zijn betrokken.

Beleid van de Raad

De organisatie ziet erop toe dat bewindvoerders de regels van de Raad, onder meer betreffende het aanvragen van subsidies, op de juiste manier toepassen.

3. De financiële continuïteit van de organisatie is aantoonbaar gewaarborgd

Inkomsten en kostenbegroting

Uit de totale begroting moet blijken dat de organisatie kostendekkend kan werken. De organisatie beschikt over een actueel overzicht van inkomsten en uitgaven, en over een begroting, inclusief een toelichting met gehanteerde uitgangspunten, voor een periode van tenminste drie jaar. Voert de organisatie naast de Wsnp-werkzaamheden ook andere activiteiten uit, dan moeten ook deze inkomsten en uitgaven opgenomen zijn in de begroting.

Nieuw in te schrijven organisaties beschikken over een overzicht van te maken aanloopkosten (investeringen, overnamekosten dossiers, voorfinanciering vaste lasten) en kunnen een betrouwbare dekking van deze kosten overleggen.

Financiële administratie en de jaarrekening

De organisatie voert een deugdelijke administratie, zodat steeds een actueel beeld kan worden verkregen van het verloop van de inkomsten en de kosten, zowel per zaak als in totaliteit. De organisatie beschikt over een realisatieoverzicht waarin wordt gemonitord of de cijfers in de opgestelde begroting een reëel beeld geven van de financiële situatie van de organisatie.

Jaarlijks wordt door een externe deskundige een jaarrekening opgesteld. Hieruit blijkt dat de continuïteit van de organisatie gegarandeerd kan worden voor een periode van tenminste drie maanden.

4. Zelfstandigheid en onafhankelijkheid

Belangenverstrengeling

De bewindvoerderorganisatie of de bewindvoerder is op geen enkele manier partij of belanghebbende in de zaken die hij aanneemt, of overlegt daarover met de rechtbank.

Functiescheiding

Indien de organisatie andere activiteiten ontplooit naast bewindvoering Wsnp, is er een duidelijke risicoafweging gemaakt en op basis daarvan een scheiding aangebracht tussen taken, functies, financiën en verantwoordelijkheden.

5. Audits

De organisatie verleent medewerking aan de audits die de Raad uitvoert of uit laat voeren en verstrekt daartoe alle relevante gegevens.

TOELICHTING

1. Algemeen

In het voorliggende document heeft de Raad voor Rechtsbijstand beleidsregels geformuleerd voor de inschrijving in het register voor bewindvoerders en bewindvoerderorganisaties Wsnp (hierna; het register). Deze regels hebben de bestaande regelingen en besluiten voor de inschrijving als uitgangspunt genomen. Daar waar mogelijk zijn in deze voorschriften overbodige regels geschrapt, zijn ze gestroomlijnd en gebundeld in één document.

2. Totstandkoming beleidsregels

Deze beleidsregels, die zien op inschrijving in het register, zijn door de Raad ontwikkeld in samenspraak met de rechterlijke macht, bewindvoerderorganisaties en andere betrokkenen.

3. Reikwijdte en grondslag van de voorschriften

In artikel 48c en 48d van de Wet Justitiesubsidies is bepaald dat Onze Minister subsidie kan verstrekken ten behoeve van ‘het optreden als bewindvoerder als bedoeld in artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet’.

In artikel 5 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (hierna: het vergoedingenbesluit) is bepaald dat ‘Onze Minister’ van zijn bevoegdheid tot het verstrekken van een bewindvoerderssubsidie mandaat kan verlenen aan de Raad voor Rechtsbijstand’.1 De Raad is gemandateerd tot het nemen van de besluiten over voornoemde subsidies. Dit is geregeld in artikel 1 sub a van de Regeling verlening mandaat aan de Raad voor Rechtsbijstand betreffende het verlenen van subsidies en het vaststellen van beleidsregels dienaangaande (hierna: de mandaatregeling).2 De bevoegdheid tot het nemen van die besluiten is vervolgens in ondermandaat gegeven aan medewerkers van de Raad voor Rechtsbijstand in de functie van stafmedewerker (bureau) Wsnp en administratief medewerkers (bureau) Wsnp.3

Aan voornoemde subsidieverstrekking kan de Raad beleidsregels verbinden, zo is bepaald in artikel 1 sub b van de mandaatregeling. Deze beleidsregels strekken zich uit tot de eisen die worden gesteld aan de bewindvoerders en de organisaties waarvoor zij werkzaam zijn.4

De Raad stelt in dit document dergelijk beleidsregels vast in de vorm van inschrijvingsvoorwaarden/kwaliteitseisen.

Hoewel de op grond van artikel 287 lid 3 Fw. benoemde bewindvoerder volgens artikel 1 lid a van het Vergoedingenbesluit ook een rechtspersoon kan zijn, zijn de voorwaarden in de eerste plaats aan de bewindvoerder in persoon gesteld. In aanvulling daarop zijn in deze regeling ook voorwaarden geformuleerd voor de rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 1 sub a van het Vergoedingenbesluit.

Natuurlijke – en rechtspersonen die aan de eisen voldoen, neemt de Raad op in een lijst van personen en instanties die geschikt zijn om als bewindvoerder te worden benoemd.

Op de Wsnp-internetsite van de Raad (www.bureauwsnp.nl) is een openbaar register opgenomen waarin alle ingeschreven bewindvoerders met bereikbaarheidsinformatie staan vermeld;

De rechtbank doet bij vonnis uitspraak op het verzoekschrift tot toepassing van een wettelijke schuldsaneringsregeling (artikel 287 lid 1 Fw). Het vonnis waarin de rechter de toepassing van een schuldsaneringsregeling uitspreekt, houdt tevens de benoeming in van een bewindvoerder (artikel 287 lid 3 Fw).

De rechter benoemt in zijn vonnis in beginsel een bewindvoerder uit de lijst van geregistreerde bewindvoerders van de Raad. Hierover is in de richtlijnen van Recofa een bepaling opgenomen. In artikel 5 lid 3 van het Vergoedingenbesluit staat dat de Raad tenminste één maal per jaar een actuele opgave ter beschikking stelt van personen die naar zijn oordeel geschikt zijn om voor bewindvoering in aanmerking te komen.

Wanneer een bewindvoerder zich niet aan de inschrijfvoorwaarden houdt, bijvoorbeeld indien een bewindvoerder in ernstige mate zijn onafhankelijkheid schendt of bij een herhaling van tekortkomingen, kan de Raad besluiten om de betrokken bewindvoerder van de lijst te schrappen. De rechtbank heeft strikt genomen wel de vrijheid om zich niet te houden aan die lijst. Evenzo kan de rechtbank afwijken van de lijst, als strikte naleving gevolgen “zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen” (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht).

Gelet op het belang van de lijst als kwaliteitsinstrument, is het echter aannemelijk dat afwijking van die lijst slechts bij hoge uitzondering plaats zal vinden.

De mogelijkheid van de Raad om een bewindvoerder van de lijst te schrappen, laat de bestaande klachtmogelijkheid uit de Faillissementswet onverlet.5 In de Faillissementswet is de mogelijkheid opgenomen om bij verzoekschrift een klacht over de bewindvoerder Wsnp in te dienen bij de rechter-commissaris. Volgens artikel 317 van de Fw bestaat die mogelijkheid voor een betrokken schuldeiser en de schuldenaar.

In de praktijk gaan rechtbanken terughoudend om met de toepassing van deze mogelijkheid. Artikel 319 FW biedt de rechtbank de mogelijkheid de bewindvoerder, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen. Dat kan gebeuren op voordracht van de rechter-commissaris, hetzij op een met redenen omkleed verzoek van de bewindvoerder, een of meer schuldeisers dan wel de schuldenaar.

Aan de rechter-commissaris is een sleutelrol toebedeeld als het gaat om het doen van een voordracht voor een sanctie tegen de bewindvoerder. Hij is in staat een dergelijke voordracht te doen, omdat hij op zaak niveau toezicht op de bewindvoerder uitoefent. Hij doet dit aan de hand van (periodieke) verslagen van de bewindvoerder over onder andere de stand van zaken in ieder schuldsaneringsdossier. Verder vindt controle door de rechter-commissaris onder meer plaats bij incidenten, door middel van het klachtrecht van artikel 317 van de Fw, waarvan zowel schuldenaren als schuldeisers gebruik kunnen maken.

4. Audits/steekproeven

Tot op heden vond een audit driejaarlijks plaats. De uitvoering ervan was in handen van het bureau Raymakers van de Bruggen. Met de invoering van deze beleidsregels gaan medewerkers van de Raad de audits zelf uitvoeren, met uitzondering van de audits ten behoeve van een inschrijvingsverzoek van een nieuw in te schrijven organisatie. De Raad zal iedere organisatie in principe ten minste één maal per jaar gaan bezoeken. Voorafgaand aan de audit dient de organisatie een aantal gegevens aan de Raad te overleggen, zoals ook voorheen het geval was.

Nieuw is dat medewerkers van de Raad steekproeven kunnen houden in de schuldsaneringsdossiers. De verantwoordelijkheid voor het uitbetalen van de bewindvoerdersubsidies is aan de Raad gemandateerd. Een aantal subsidieverzoeken, zoals de verzoeken tot aanpassing van een zaaksoort, die in de meeste gevallen een aanvullende subsidiebetaling tot gevolg hebben, wordt reeds op high trust basis behandeld. Deze subsidieverzoeken vallen met de inwerkingtreding van de onderhavige beleidsregels ook onder de steekproeven. Ook voor de overige bewindvoerdersubsidies zal op deze wijze gewerkt gaan worden.

Met de invoering van de nieuwe vergoedingensystematiek op 1 oktober 2013 is het systeem van bewindvoerdervergoedingen ingrijpend gewijzigd. In iedere schuldsaneringszaak waarin het boedelsaldo ontoereikend is om de volledige vergoeding te voldoen, kan een bewindvoerder een subsidieverzoek bij de Raad indienen. Gezien de relatief ingewikkelde berekening die aan deze systematiek ten grondslag ligt, controleert de Raad vooralsnog ieder subsidieverzoek alvorens de subsidie te verstrekken. Naarmate de bekendheid met deze systematiek groter wordt zal het aantal onjuiste of onterechte verzoeken afnemen en ligt het meer voor de hand om aanvragen high trust/steekproefsgewijs te beoordelen. In dat geval worden verzoeken in beginsel altijd gehonoreerd en wordt achteraf in een steekproef gecontroleerd of het juiste bedrag is aangevraagd en uitbetaald. Mocht een steekproef ertoe leiden dat een subsidiebedrag moet worden bijgesteld, dan wordt in desbetreffende zaak de eerste beschikking ingetrokken en een nieuwe beschikking afgegeven.

Tijdens de steekproef worden enkel de financiële gegevens in een dossier gecontroleerd. De boedelrekening bevat de meest relevante gegevens voor de vaststelling van een subsidie, derhalve zal het verloop van de financiën op deze rekening volledig in ogenschouw worden genomen. De persoonlijke gegevens van de desbetreffende schuldenaar, die nog niet gepubliceerd zijn in het insolventieregister, worden in de vaststelling van de subsidie niet of nauwelijks betrokken.

Tijdens de kantoorbezoeken/audits gaan de medewerkers van de Raad in gesprek met de organisatie. Er wordt een lijst met vaste bespreekpunten gehanteerd, die gebaseerd is op de inschrijfvoorwaarden. Ook andere zaken kunnen besproken worden. Van het gesprek wordt een verslag gemaakt, dat aan de organisatie wordt voorgelegd. Deze kan hierop reageren. De Raad informeert de organisatie vervolgens middels een besluit tot inschrijving wanneer deze voldoet aan de gestelde voorwaarden. Voldoet de organisatie niet, dan is het besluit negatief. Dat heeft tot gevolg dat een organisatie (tijdelijk) wordt uitgeschreven. Tegen het besluit uitschrijving bestaat de mogelijkheid tot bezwaar.

5. Artikelsgewijze toelichting

In Hoofdstuk 1 zijn de definities opgenomen van de in deze beleidsregels gebruikte begripsbepalingen, voor zover die niet vanzelfsprekend zijn en uitleg behoeven.

Hoofdstuk 2 bevat de voorwaarden voor inschrijving van de bewindvoerder Wsnp in het register. In de beleidsregels is onderscheid gemaakt in de voorwaarden die gelden voor bewindvoerders die geen advocaat zijn en bewindvoerders die wél advocaat zijn. Voor de bewindvoerder Wsnp niet zijnde advocaat gelden andere regels dan voor de bewindvoerder die wel advocaat is. Deze laatste is gebonden aan de regels die de Nederlandse Orde van Advocaten stelt aan haar leden. Om die reden is het feit dat een persoon is ingeschreven bij de Orde, voldoende om ook ingeschreven te kunnen worden in het register.

Een bewindvoerderorganisatie kan de Raad verzoeken een bewindvoerder in het register in te schrijven en dient daarbij een goed leesbare kopie van een geldig identiteitsbewijs, een gelijkende pasfoto conform de geldende regels voor legitimatiebewijzen en een recente VOG te overleggen. Een advocaat kan het verzoek tot inschrijving indienen met het bewijs dat hij is ingeschreven als advocaat.

Na inschrijving moet de bewindvoerder of diens werkgever de Raad altijd informeren over de wijzigingen in zijn of haar omstandigheden, voor zover die het functioneren als bewindvoerder beïnvloeden en/of gevolgen hebben voor de inschrijving bij de Raad. Wanneer een organisatie op de hoogte is van gewijzigde omstandigheden (denk daarbij bijvoorbeeld aan financiële misstanden binnen de organisatie of bij een voor de organisatie werkzame bewindvoerder) en hij meldt deze niet bij de Raad, dan kan de Raad daaraan de consequentie verbinden dat de organisatie (en de daarvoor werkzame bewindvoerders) worden uitgeschreven.

De voorwaarde van tien benoemingen/aanwijzingen als behandelaar per jaar wordt gesteld om te waarborgen dat de bewindvoerder op de hoogte blijft van de ontwikkelingen, niet alleen op juridisch gebied, maar ook in de werkwijze van de rechtbanken, gedragsmaatstaven etc. Indien er sprake is van zwaarwegende omstandigheden is het mogelijk om af te wijken van de norm. De bewindvoerder dient schriftelijk en gemotiveerd aan te geven waarom hij, ondanks dat hij minder dan tien benoemingen heeft gehad of minder dan tien keer als behandelaar is aangewezen, ingeschreven dient te blijven.

Artikel 2.4. Permanente Educatie (PE)

In 2008 is gestart met een systeem van permanente educatie voor de bewindvoerder Wsnp (niet-advocaat). Advocaat – bewindvoerders moeten vanuit de advocatuur al voldoen aan bepaalde bijscholingseisen, daarom worden zij vrijgesteld van de verplichtingen als vermeld in dit artikel.

Met de invoering van het systeem van permanente educatie werd het voor bewindvoerders mogelijk om zelf te bepalen welke bijscholing gevolgd werd. De kosten komen voor rekening van de bewindvoerder.

Artikel 2.4.1

In dit artikel is beschreven hoeveel punten een bewindvoerder per drie jaar ten minste moet behalen (36). Voor herintredende bewindvoerders geldt een strengere eis, in die zin dat in het eerste jaar na herintreding al de helft van dat minimaal aantal PE-punten moet zijn behaald.

Een jaar is een kalenderjaar en de periode van drie jaar start vanaf 1 januari volgend op het jaar waarin het diploma van de basisopleiding is behaald.

Wanneer er meer punten worden behaald, kunnen ten hoogste tien punten worden meegenomen naar de daarop volgende periode van drie jaar.

Artikel 2.4.2 – 2.4.3

In dit artikel benoemt de Raad de soorten activiteiten waarvoor de bewindvoerder PE-punten kan halen. Kenmerk van die activiteiten is dat ze gericht zijn op kennisvergroting en/of verbetering van vaardigheden die zijn opgedaan in de basisopleiding. Wanneer binnen de beroepsgroep van Wsnp-bewindvoerders het systeem van peer review of intercollegiale toetsing verder is uitgewerkt, zal het op- en vaststellen van een competentieprofiel van de bewindvoerder Wsnp bijdragen aan het scheppen van een toetskader.

Artikel 2.4.4

Middels het nieuw geïntroduceerde Besluit aanwijzing opleidingsinstelling Wsnp is het voor een opleidingsinstelling mogelijk om de Raad te vragen om aanwijzing als opleidingsinstelling voor zowel de basisopleiding Wsnp-bewindvoerder, als voor het behalen van punten in het kader van het PE-beleid. Voor opleidingen die deze aanvraag niet ingediend hebben gelden de bepalingen omtrent PE in de artikelen 2.4.5 tot en met 2.4.7.

2.4.5 – 2.4.6

Zowel scholingscentra als bewindvoerders zelf kunnen om toekenning van punten vragen voor een bepaalde scholingsactiviteit. Over toekenning van punten voor andere dan scholingsactiviteiten vindt alleen communicatie met de bewindvoerder of het scholingscentrum die/dat de punten heeft aangevraagd plaats, omdat het hier per definitie om een individueel geval gaat.

Scholingscentra kunnen voorafgaand aan de scholingsactiviteit bij de Raad vragen scholingspunten toe te kennen. De volgende gegevens moeten worden aangeleverd om de activiteit te kunnen beoordelen:

  • inhoud van de scholing (welke onderwerpen worden behandeld);

  • hoeveel uur inhoudelijke kennis de scholing bedraagt;

  • indien van toepassing: hoeveel uur vakinhoudelijke kennis het betreft en hoeveel uur uit verbetering van vaardigheden bestaat;

  • wie de docent(en) is(zijn);

  • waar en wanneer de scholing wordt gegeven;

  • aan kunnen tonen dat ze altijd een bewijs van het volgen van de scholing afgeven en er voldoende toezicht is op daadwerkelijke deelname van de bewindvoerder.

Daarnaast kunnen bewindvoerders zelf vooraf, maar ook achteraf, vragen of en voor hoeveel punten een bepaalde activiteit in aanmerking komt. Zij moeten hiervoor dezelfde gegevens overleggen als de scholingscentra.

Wanneer het verzoek om toekenning van punten een andere dan een scholingsactiviteit betreft, moet worden aangeleverd:

  • informatie over de inhoud van de activiteit;

  • het aantal uur dat met de activiteit gemoeid is en dit uitgesplitst naar vakinhoudelijke kennis en verbetering van vaardigheden.

De Raad bevestigt per ommegaande de ontvangst van de aanvraag en toetst deze aan de geldende criteria. Indien nodig vraagt de Raad binnen twee weken na ontvangst aanvullende informatie op.

Voldoet de activiteit aan de eisen, dan kent de Raad binnen zes weken na completering van de aanvraag eventueel punten toe.

Alle verzoeken tot toekenning van punten aan scholingsactiviteiten kunnen door de Raad worden voorgelegd aan een adviescommissie. De adviescommissie wordt ingesteld door de Raad en bestaat bij voorkeur uit:

  • een lid van de Branchevereniging Bewindvoerders

  • een lid van Recofa

  • een afgevaardigde uit de onderwijswereld

De adviescommissie geeft advies, maar de Raad neemt de uiteindelijke beslissing.

CRITERIA VOOR TOEKENNING VAN PUNTEN

Scholingsactiviteiten

De scholingsactiviteiten voor bewindvoerders moeten gericht zijn op kennisvergroting en/of verbetering van vaardigheden om voor punten in aanmerking te komen.

Met kennisvergroting wordt bedoeld:

  • de scholing moet recente ontwikkelingen binnen de Wsnp behandelen, bijvoorbeeld een aanstaande wetswijziging;

  • de scholing moet een verdieping geven op juridische of vakinhoudelijke onderwerpen waar bewindvoerders in de praktijk mee te maken kunnen krijgen;

  • de scholing moet gericht zijn op het brede werkterrein van de bewindvoerder, waaronder bijvoorbeeld ook schuldhulpverlening of beschermingsbewind kan vallen;

  • de scholing moet gericht zijn op het praktische werk van de bewindvoerder, zoals het werken met de vtlb-berekening en de financiële afwikkeling van de Wsnp;

  • scholing moet gericht zijn op voor bewindvoerder-ondernemers relevante kennisgebieden.

Onder verbetering van vaardigheden vallen onder meer:

  • * Persoonlijke vaardigheden

    • om kunnen gaan/communicatie met verschillende belanghebbenden (schuldenaar, schuldeisers, rechtbank, begeleidende instanties);

    • communicatievaardigheden (duidelijk taalgebruik schriftelijk en mondeling, moeilijke gesprekken kunnen voeren, goed kunnen luisteren, hoofd- van bijzaken kunnen scheiden);

    • omgaan met pc, administratieve software of specifieke bewindvoerderapplicaties.

  • * Organisatorische aspecten

    • planning van het werk;

    • goed overzicht van traject Wsnp van begin tot eind;

    • boekhouding;

    • kwaliteits- of risicomanagement;

    • klantgerichtheid.

Criteria voor de aangeboden scholing:

De scholingscentra moeten activiteiten aanbieden van voldoende kwaliteit. Wat wordt hieronder verstaan:

  • de documentatie die wordt gebruikt moet van voldoende niveau zijn (ten minste HBO-niveau);

  • een scholingsactiviteit moet bestaan uit een minimum aantal uur inhoudelijke kennis, te weten ¾ van de benodigde tijd;

  • de scholing moet worden gegeven door een ‘ervaren’ docent. Wanneer een docent niet gewend is om scholing te geven, moet deze kunnen aantonen daartoe een instructie te hebben gevolgd.

Overige activiteiten

Naast het volgen van scholing kunnen ook andere activiteiten voor punten in aanmerking komen. Hierbij kan gedacht worden aan:

  • research doen ten behoeve van publicaties en cursusontwikkeling;

  • het optreden als docent, wanneer hierbij ook de cursusontwikkeling hoort;

  • relevante bestuurlijke activiteiten, commissiewerk en werkgroepactiviteiten.

Uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van kennisvergroting.

Aandachtspunten voor de overige activiteiten zijn:

  • dat deze voldoende vakinhoudelijk moeten zijn;

  • dat wanneer de scholing vaker wordt gegeven (als docent) en/of langere tijd als bestuurs- of commissielid wordt gewerkt, routine verondersteld mag worden en in dat geval de puntenwaardering kan dalen of wegvallen;

  • de scholing minimaal een dagdeel moet beslaan voordat punten aan een docent worden toegekend.

Artikel 2.4.7.

Er worden punten toegekend per gevolgd uur. Het is mogelijk om hier gedifferentieerd mee om te gaan, zodat bijvoorbeeld een algemene studiedag over schuldhulpverlening minder punten kan opleveren dan een studiedag waarin alleen vakinhoudelijke onderwerpen worden behandeld.

Artikel 2.4.8

In dit artikel is de mogelijkheid beschreven dat de Raad bepaalt dat het volgen van een bepaalde scholing verplicht wordt gesteld voor alle bewindvoerders. Zo heeft Recofa besloten om met ingang van 2012 het voor alle bewindvoerders verplicht te stellen om elke twee jaar een dagdeel scholing te volgen over de berekening van het vrij te laten bedrag (vtlb-berekening). Ook kan naar aanleiding van bijvoorbeeld signalen van de rechtbank of informatie uit een periodieke kwaliteitsaudit, besloten worden om verplichte scholing aan een individuele bewindvoerder op te leggen.

Artikel 2.4.9

En bewindvoerder wordt geacht zelf bij te houden of hij voldoende PE-punten heeft behaald. Voorafgaand aan een audit vraagt de Raad de gegevens omtrent de bijscholing op. De bewindvoerder dient dan een overzicht van zijn activiteiten en de bijbehorende punten naar de Raad te sturen.

Artikel 2.4.10

Wanneer een bewindvoerder voorziet dat hij niet voldoende punten kan behalen, dient hij dat op voorhand aan de Raad door te geven. De Raad kan dan beslissen of hij de punten later mag behalen of dat hij deels vrijgesteld kan worden van zijn PE-verplichting. Aangezien de periode waarin de punten behaald moeten worden, drie jaar bestrijkt, ligt het niet voor de hand dat dergelijke verzoeken vaak worden ingediend. Wanneer pas achteraf wordt geconstateerd dat er te weinig punten zijn behaald en de bewindvoerder heeft niet verzocht om uitstel of vrijstelling, dan kan dat gevolgen hebben voor zijn inschrijving.

Hoofdstuk 3 bevat de voorwaarden voor inschrijving in het register van een bewindvoerderorganisatie.

Bewindvoerderorganisaties die zich willen inschrijven in het register, dienen te voldoen aan een aantal formele voorwaarden. Die voorwaarden zijn beschreven in de artikelen 3.1. en 3.2.

In artikel 3.1.3. is voorzien in de noodzaak een overschot van bewindvoerderorganisaties in relatie tot de vraag te voorkomen. Daarmee zou de continuïteit van bewindvoerderorganisaties onder druk kunnen komen te staan en dat is juist in het kader van schuldsaneringen niet wenselijk. Met een verklaring van de rechtbank kan de Raad vaststellen dat er behoefte bestaat aan een nieuwe bewindvoerderorganisatie in een regio.

De Raad hanteerde tot nu toe een ander instrument om grip te houden op de instroom van nieuwe bewindvoerderorganisaties in het register. Via het Besluit erkenningsstop stelde de Raad in 2006 een erkenningstop in. Dat hield in dat de Raad erkenningsverzoeken niet meer in behandeling nam. Hierop werd slechts een uitzondering gemaakt indien er bij het erkenningsverzoek een schriftelijke verklaring van de rechtbank werd overgelegd waaruit bleek dat de rechtbank de betreffende bewindvoerders op regelmatige basis zou benoemen. Met de gekozen formulering in dit artikel, vervalt de noodzaak om het Besluit erkenningsstop in stand te houden en daarom vervalt dit besluit bij het van kracht worden van deze beleidsregels.

In artikel 3.1.4. is bepaald dat de bewindvoerderorganisatie aan bepaalde criteria moet voldoen om te kunnen worden ingeschreven in het register. Die criteria zijn verwoord in het profiel bewindvoerderorganisatie Wsnp, welk als bijlage bij deze beleidsregels is opgenomen.

Deze criteria toetst de Raad (of een andere organisatie namens de Raad) voorafgaand aan de inschrijving in een inschrijvingsaudit. Na inschrijving vinden er ook periodieke audits plaats, waarin de Raad toetst of de reeds ingeschreven bewindvoerderorganisatie nog steeds aan de criteria voldoet.

Voor zover de criteria samenhang vertonen met de geldende Recofa-richtlijnen, dienen deze beiden te worden gevolgd. Verder geldt dat, indien de richtlijnen van een individuele rechtbank afwijken van de meest recent gepubliceerde richtlijnen van Recofa, de richtlijnen van de rechtbank moeten worden gehanteerd. De afwijkende regels moeten in dat geval wel door een schrijven van de rechtbank worden aangetoond.

Een inschrijving van een bewindvoerderorganisatie wordt gehandhaafd indien de organisatie bij een audit geen tekortkomingen vertoont. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in tekortkomingen.

Dit geldt in principe ook voor de inschrijvingsaudit. Omdat de uitvoering van een aantal administratieve processen in dit stadium echter nog niet kan worden getoetst aan de praktijk, blijven de normen van hoofdstuk 3 (Primaire proces bij een inschrijvingsaudit) buiten beschouwing. Met name de financiële haalbaarheid, de onafhankelijkheid, de continuïteit alsmede de administratieve inrichting van de nieuwe organisatie zullen in dat kader vooraf getoetst worden. Als de inschrijvingsaudit met een positief resultaat is afgerond, vindt binnen een jaar na uitvoering hiervan de eerste periodieke audit plaats.


X Noot
3

Besluit ondermandatering Raad voor Rechtsbijstand in het kader van de Wet Justitiesubsidies aan functionarissen van de Raad voor Rechtsbijstand, Staatscourant 2011, nr. 23891.

X Noot
4

Nota van toelichting Vergoedingenbesluit, artikelsgewijze toelichting artikel 5, Staatsblad 2013, 308

X Noot
5

Nota van toelichting subsidiebesluit, pagina 8