Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333605-VII nr. 1

33 605 VII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2012

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES (VII)

Aangeboden 15 mei 2013

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde uitgaven naar beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten per beleidsterrein (x € 1.000)

Gerealiseerde ontvangsten per beleidsterrein (x € 1.000)

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

     

A.

Algemeen

7

 

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

7

 

Leeswijzer

11

     

B.

Beleidsverslag

13

1

Beleidsprioriteiten

13

2

Beleidsartikelen

25

 

1. Openbaar bestuur en democratie

25

 

2. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

30

 

3. Woningmarkt

36

 

4. Woonomgeving en bouw

44

 

5. Integratie en maatschappelijke samenhang

51

 

6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

56

 

7. Arbeidszaken overheid

66

 

8. Kwaliteit Rijksdienst

73

 

9. Uitvoering Rijkshuisvesting

77

 

10. Vreemdelingen

80

     

3

Niet-beleidsartikelen

89

 

11. Centraal apparaat

89

 

12. Algemeen

91

 

13. Nominaal en Onvoorzien

92

 

14. VUT-fonds

93

     

4

Bedrijfvoeringsparagraaf

94

     

C.

Jaarrekening

99

1

De departementale verantwoordingsstaat

99

2

De samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastendiensten

100

3

Jaarverantwoording baten-lastendienstent per 31 december 2012

102

 

3.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

102

 

3.2 Doc-Direkt

108

 

3.3 Centrale Archief Selectiedienst

113

 

3.4 Logius

117

 

3.5 P-Direkt

125

 

3.6 De Werkmaatschappij (DWM)

134

 

3.7 FMHaaglanden

141

 

3.8 Immigratie en Naturalisatiedienst (IND)

149

 

3.9 Rijksgebouwendienst (RGD)

156

 

3.10 Dienst van de Huurcommissie (DHC)

171

4

De saldibalans

179

     

D.

Bijlagen

191

1

Toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s

191

2

Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel

194

3

overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2012

197

4

Extra-Comptabel Overzicht Stedenbeleid 2012

198

5

Conversie tabel

200

6

Wet normering topinkomens

203

7

Afkortingenlijst

204

8

Trefwoordenregister

208

A. ALGEMEEN

A1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bieden wij, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister voor Wonen en Rijksdienst, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het departementale jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) over het jaar 2012 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoeken wij de beide Kamers van de Staten-Generaal ons decharge te verlenen over het in het jaar 2012 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2012;

  • b. het voorstel van de slotwet over het jaar 2012 die met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het jaar 2012 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2012 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2012, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2012 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

A2. LEESWIJZER

Het beleidsverslag

In het beleidsverslag 2012 wordt teruggekeken op de resultaten uit 2012. Het beleidsverslag bestaat uit vier onderdelen: het verslag over de beleidsprioriteiten 2012, de beleidsartikelen, de niet-beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringparagraaf.

In het verslag over de beleidsprioriteiten wordt verantwoording afgelegd over de resultaten uit het afgelopen jaar. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan opmerkelijke (politieke) prestaties. De pijlers van de beleidsprioriteiten in 2012 zijn de belangrijke stappen op weg naar een compacte overheid, een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid en het scheppen van voorwaarden voor een beter werkende woningmarkt.

Begrotingsstructuur en budgettaire gevolgen van beleid

Dit jaarverslag is vormgegeven conform de voorschriften van Verantwoord Begroten voor zover deze in de begroting 2012 al waren doorgevoerd. Door de nieuwe indeling kunnen in sommige tabellen geen gegevens worden opgenomen voor de jaren 2011 en eerder.

De nieuwe presentatie betekent dat in deze begroting alle begrotingsartikelen zijn ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

De nieuwe presentatie betekent dat in deze begroting alle begrotingsartikelen zijn ingevuld volgens de nieuwe voorschriften, inclusief de aanpassing van de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

Na het vaststellen van de begroting 2012 is gebleken dat er nog een significant aantal wijzigingen moesten worden doorgevoerd om te voldoen aan de juiste definities van «Verantwoord Begroten». Omdat deze (technische) wijzigingen een inhoudelijk relevante presentatie van de realisatie in de tabel budgettaire gevolgen van beleid in de weg staan, is ervoor gekozen om in het jaarverslag 2012 (tabel budgettaire gevolgen van beleid) te werken met een «herziene stand OW2012». In de bijlage (D5) is een conversietabel opgenomen die de mutaties verklaard van de oorspronkelijk gepresenteerde «stand OW2012» naar de «herziene stand OW2012».

Voor de tabel budgettaire gevolgen van beleid, zijn als gevolg van de structuurwijziging in de begroting in verband met «Verantwoord Begroten», geen budgettaire gegevens beschikbaar van de jaren 2008 t/m 2011. Voor het toelichten van verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar, is de absolute norm aangehouden van € 1 mln.

Diensten die een baten-lastenstelsel voeren

In de jaarrekening is de financiële verantwoording van de baten-lastendiensten opgenomen. In de jaarrekening wordt voor deze diensten middels een balans, een staat van baten en lasten en een kasstroomoverzicht, financiële verantwoording afgelegd over 2012. Tevens worden de bijzonderheden ten aanzien van de bedrijfsvoering, de ontwikkeling van het vermogen, de liquiditeit en de exploitatie kort toegelicht.

Opbouw Jaarverslag 2012

Het jaarverslag 2012 is als volgt opgebouwd:

  • A. een algemeen deel met de dechargeverlening.

  • B. het beleidsverslag 2012 over de prioriteiten en de beleidsartikelen.

In deel B is tevens de bedrijfsvoeringparagraaf opgenomen.

  • C. de jaarrekening 2012.

Deel C bestaat uit de verantwoordingsstaten van het departement en de baten-lastendiensten, de departementale saldibalans en het overzicht van de gefinancierde topinkomens.

  • D. de bijlagen:

    • 1. overzicht van de toezichtrelaties en ZBO’s/RWT’s;

    • 2. overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel;

    • 3. overzicht van de burgemeestersbenoemingen in 2012;

    • 4. extra-comptabel overzicht stedenbeleid 2012;

    • 5. conversie tabel;

    • 6. afkortingenlijst;

    • 7. trefwoordenregister.

B. BELEIDSVERSLAG

B1. BELEIDSPRIORITEITEN

1. Inleiding

Het jaar 2012 heeft voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in het teken gestaan van de drie overkoepelende prioriteiten van het kabinet: het huishoudboekje van de overheid op orde brengen, een compacte en krachtige overheid realiseren en meer ruimte creëren voor groei, dynamiek en innovatie. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft hieraan een substantiële bijdrage geleverd, met als rode draad een hernieuwde invulling van de relatie tussen de overheid en de burger. Op basis hiervan had het ministerie voor 2012 drie prioriteiten gesteld:

  • 1. een compacte, slagvaardige en dienstverlenende overheid;

  • 2. een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid;

  • 3. een aangepast beleid voor integratie, burgerschap en woon- en leefomgeving.

Met het aantreden van het nieuwe kabinet op 5 november 2012 is de samenstelling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties veranderd. De onderdelen Vreemdelingenzaken en Integratie zijn overgedragen aan respectievelijk het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Conform de afspraak met betrekking tot verantwoording, zullen de vertrekkende onderdelen in dit verslag aan bod komen. Het onderdeel Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf (RVOB), dat van het ministerie van Financiën naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overgeheveld is, zal behandeld worden in het jaarverslag van Financiën.

2. Een goed werkende en efficiënte compacte overheid

Er is een aantal belangrijke stappen gezet op weg naar een compacte overheid. Om dit doel te bereiken is er in 2012 ingezet op een doelmatiger openbaar bestuur, een efficiëntere en effectieve bedrijfsvoering van de Rijksoverheid en een betere verhouding tussen overheid en samenleving in combinatie met minder regeldruk.

Een doelmatig openbaar bestuur

Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen moeten in samenhang fungeren als een herkenbare eenheid voor burgers en bedrijven. Taken moeten zo dicht mogelijk bij de burger worden belegd. Medeoverheden kunnen zo een geïntegreerd beleid voeren dat recht doet aan de specifieke lokale omstandigheden en wensen van mensen. In het regeerakkoord zijn afspraken gemaakt over decentralisaties. De kaders hiervoor zullen in 2013 verder worden uitgewerkt.

Daarnaast was een belangrijke doelstelling om de bestuurlijke inrichting verder te vereenvoudigen en terug te brengen tot de oorspronkelijke drie bestuurslagen. Dit zou uitgevoerd worden door middel van de afschaffing van deelgemeenten en WGR+-regio’s. Het wetsvoorstel om de WGR+-regio’s af te schaffen, is door de val van het vorige kabinet niet meer in 2012 ingediend. Daarentegen is het wetsvoorstel om een aantal natuurtaken naar provincies te decentraliseren in 2012 wel bij de Tweede Kamer ingediend. Dit geldt eveneens voor het nieuwe hoog waterbeschermingsprogramma, waarin afspraken worden gemaakt over de financiering van de primaire waterkeringen. Het wetsvoorstel afschaffing deelgemeenten is in juli 2012 door de Tweede Kamer aanvaard. In het najaar van 2012 heeft de schriftelijke behandeling door de Eerste Kamer plaatsgevonden.

Het aantal politieke ambtdragers in besturen en volksvertegenwoordigingen wordt teruggebracht. Hierbij is bij de vorige formatie het aantal bewindspersonen teruggebracht en een wijziging van de Provincie- en Gemeentewet voorbereid. Het huidige kabinet heeft evenwel besloten dat de vermindering van het aantal leden in de Eerste en Tweede Kamer niet wordt doorgezet. Ten aanzien van vermindering van een aantal politieke ambtsdragers bij gemeenten zal worden aangesloten bij het initiatiefwetsvoorstel (dualiseringscorrectie) van de heer Heijnen. Dit wetsvoorstel ligt in de Tweede Kamer en wacht op plenaire behandeling. Het wetsvoorstel tot vermindering van het aantal politieke ambtsdragers bij provincies is in voorbereiding en zal medio maart voor advies naar de Raad van State worden gezonden.

De doelstelling van een compacte en slagvaardige overheid geldt ook voor Caribisch Nederland. Om de taken en de financiële randvoorwaarden beter op elkaar te laten aansluiten is de ontwikkeling van een referentiekader voor Caribisch Nederland afgerond en, met bijbehorend kabinetsstandpunt, in juni jl. aan de Tweede Kamer aangeboden. Met dit kader zijn ook de normen geschetst van het voorzieningenniveau dat voor de eilanden van toepassing is.

Een efficiëntere en effectieve bedrijfsvoering Rijksoverheid

Het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst draagt bij aan de totstandkoming van een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid. Een overheid die minder geld kost, die met minder ambtenaren en bestuurders toe kan en die zich richt op haar kerntaken. Het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst heeft betrekking op de opgave voor de rijksoverheid.

Het Uitvoeringsprogramma Compacte Rijksdienst kent drie programmalijnen:

  • 1. de verdere opbouw van een rijksbrede infrastructuur voor de ondersteunende bedrijfsvoering;

  • 2. een concentratie van de ondersteunende bedrijfsvoering bij de kerndepartementen;

  • 3. clustering van de uitvoering en van het toezicht.

De eerste programmalijn voorziet in de inrichting van een rijksbrede infrastructuur voor de bedrijfsvoering. In 2012 behaalde BZK concrete resultaten op de terreinen personeel, informatie- en communicatietechnologie (ICT), organisatie, huisvesting, inkoop, facilitaire dienstverlening en beveiliging. Het is van belang dat de departementen samen inkopen om hiermee belangrijke besparingen te realiseren. Met dit inzicht is er toegewerkt naar 20 inkoopuitvoeringscentra per 2013, waarvan er inmiddels 19 zijn aangewezen. Dit is een grote vooruitgang in vergelijking met de oorspronkelijke 350 inkooppunten. De aanbestedingsprocedure voor een datacenter is afgerond en de procedure voor een tweede datacenter loopt. Daarnaast zijn er rijksbrede afspraken gemaakt over informatiebeveiliging. Ook is er verder gewerkt aan de ontwikkeling van de masterplannen voor kantoorhuisvesting. Als laatste is de overstap van medewerkers tussen departementen vereenvoudigd.

Binnen de tweede programmalijn is verder gewerkt aan de concentratie van de bedrijfsvoering voor de kerndepartementen. Per 1 januari 2012 is de Haagse Inkoop Samenwerking met drie ministeries begonnen. Bij de shared serviceorganisatie voor facilitaire zaken, FMHaaglanden, zijn per 1 januari 2012 de ministeries van OC&W en VWS toegetreden, waardoor er inmiddels 7 departementen in FMHaaglanden samenwerken. Het SSC-ICT is in juni jl. uitgebreid met de toetreding van BZK, waardoor er nu vier departementen samenwerken. Bij het project SSO voor de internationale functie is in oktober 2012 de kwartiermakersorganisatie aan de slag gegaan onder de naam 3W (WereldWijd Werken), vooruitlopend op de formele start per 15 april 2013.

De laatste programmalijn van de Compacte Rijksdienst is gericht op het voorkomen van dubbeling bij taken in uitvoering en toezicht. De Instellingswet voor de oprichting van de Autoriteit Consument en Markt (een fusie van OPTA, NMa en Consumentenautoriteit) is in oktober 2012 door de Tweede Kamer goedgekeurd. Na instemming van de Eerste Kamer zal de Autoriteit haar werkzaamheden beginnen. Het project «clustering van subsidies aan bedrijven» heeft toegewerkt naar de inwerkintreding van het rijksbreed bindend Raamwerk voor Uitvoering van Subsidies met ingang van 2013. Binnen het project «vastgoed» is toegewerkt naar een fusie van RGD en RVOB per 2014.

Een betere verhouding tussen overheid en samenleving en minder regeldruk

In 2012 is het thema «maatschappelijk initiatief» door BZK verder op de kaart gezet, onder andere door de «Kracht in Nederland-parade» mede te organiseren. Deze vond op 8 oktober jl. plaats. Professionals van gemeenten, instellingen en het Rijk en ook initiatiefnemers zelf waren aanwezig om van elkaar te leren hoe maatschappelijk initiatief tot wasdom kan worden gebracht. Richting de Tweede Kamer is, in antwoord op het WRR-rapport «Vertrouwen in burgers», het resultaat van een landelijke verkenning gestuurd. Daarin is weergegeven hoe op dit moment in de lokale praktijk met maatschappelijk initiatief wordt omgegaan.

Wat betreft de regeldruk is onder andere in samenwerking met VNG en KING een programma opgezet dat gemeenten ondersteunt in het vergroten van de kwaliteit van dienstverlening. Dit omdat is gebleken dat alleen merkbare vermindering van de regeldruk haalbaar is als de feitelijke interactie (onder andere in dienstverleningsprocessen) tussen mensen en hun overheid verbetert. Door beter aan te sluiten bij de leefwereld van mensen, neemt de beleving van de regeldruk af. In het kader van «Right to Challenge' is een aantal casussen geselecteerd waarin – bij wijze van proef – tijdelijk regels buiten werking worden gesteld. In 2013 worden de resultaten hiervan verwacht.

Een goed werkende arbeidsmarkt voor ambtenaren

Door bezuinigingen zal de werkgelegenheid in het openbaar bestuur afnemen. Om te voorkomen dat onnodig beroep wordt gedaan op de externe inhuur van specialisten is het van belang dat de arbeidsmobiliteit binnen het openbaar bestuur toeneemt. Hiervoor zijn er acties ingezet door het Programma Beter Werken in het Openbaar Bestuur. Binnen de ABD is door de bredere inzet van interim en adviespools gewerkt aan een verdere terugdringing van de externe inhuur op managementniveau. Daarnaast is ter bevordering van de uitwisseling van managers tussen de grote gemeenten en de Rijksoverheid een samenwerkingsconvenant afgesloten met de G4. Om de mobiliteit te vergroten zou het ambtenarenrecht gelijkgetrokken worden met het arbeidsrecht. Dit is tevens afgesproken in het huidige regeerakkoord. Desalniettemin is door de val van het vorige kabinet het initiatiefwetsvoorstel eind van 2012 stil komen liggen.

Het kabinet hanteert in plaats van een nullijn voor de contractloonstijging een budgettaire nullijn voor de loonsom van overheidspersoneel in 2012 en 2013. Dat betekent dat er geen loonsverhoging plaatsvindt. Op voorwaarde van modernisering van CAO’s en het in lijn brengen van de secundaire arbeidsvoorwaarden met het kabinetsbeleid, kunnen financiële besparingen door het afschaffen van secundaire arbeidsvoorwoorden in dezelfde CAO-periode worden ingezet voor stijging van het primair loon, mits de CAO’s worden gemoderniseerd. De minister van BZK coördineert dit beleid.

Veiligheid en integriteit zijn van belang om een goed werkende arbeidsmarkt te garanderen. Het programma Veilige Publieke Taak is ingezet om personeel bescherming te bieden tegen agressie en geweld. In 2012 is de «Handreiking voorkomen van agressie en geweld» ontwikkeld en beschikbaar gesteld aan alle werkgevers met een publieke taak. Alle projecten in het kader van de stimuleringsregeling Veilige Publieke Taak zijn in 2012 afgerond. Er zijn onderzoeken uitgevoerd en aan diverse pilots op het gebied van het voorkomen van agressie en geweld is ondersteuning geboden.

Ook op het gebied van integriteitsbeleid is vooruitgang geboekt in 2012. In het laatste kwartaal van dat jaar is de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (opvolger van de Commissie Integriteit Overheid) begonnen. De OIO is een extern integriteitsmeldpunt voor Defensie, Rijk en Politie. Provincies zijn ook aangesloten en naar alle waarschijnlijkheid zullen ook de waterschappen zich aansluiten.

Bescherming van de democratie, rechtsstaat en veiligheid

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties staat garant voor de borging van de kernwaarden van de democratie en de rechtsstaat, met de Grondwet als basis. In dit kader is in 2012 naar aanleiding van het rapport van de Staatscommissie Grondwet een ontwerp wijziging van artikel 13 Grondwet in internetconsultatie gegaan. In dit voorstel wordt het brief-, telefoon- en telegraafgeheim omgezet in een brief- en telecommunicatie geheim, waardoor de grondwet op dit punt minder gevoelig wordt voor technologische vernieuwingen. Daarnaast is het wetsvoorstel tot wijziging van de Grondwet met betrekking tot de inpassing van de eilanden Bonaire, Saba en St. Eustatius in eerste lezing door de Tweede Kamer aanvaard. Een belangrijk moment was de start in het najaar van 2012 van het College voor de Rechten van de Mens, het nationale mensenrechten instituut, dat tot taak heeft de mensenrechten in Nederland te beschermen, het bewustzijn van deze rechten te vergroten en de naleving te bevorderen.

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft ook in 2012 de Nederlandse overheid, en andere belanghebbende afnemers van eigen geverifieerde en gevalideerde inlichtingeninformatie voorzien, waarover zij via reguliere weg niet kunnen beschikken. Daarmee zijn bedreigingen voor de nationale veiligheid en voor Nederlandse belangen in het buitenland afgewend.

De eerder gesignaleerde trends van internationalisering en technologisering waren ook in 2012 van invloed op de uitvoering van de wettelijke taken door de AIVD. Nieuwe (terroristische) dreigingen konden zich, door de toenemend dynamische en onzekere internationale omgeving, op onvoorspelbare wijze, in korte tijd en van buitenaf ontwikkelen. Daarnaast werden de risico’s en bedreigingen voor de Nederlandse veiligheidsbelangen in 2012 sterk beïnvloed door snelle ontwikkelingen op het gebied van informatie- en communicatietechnologie. De AIVD heeft in 2012 flexibel gereageerd op dergelijke onverwachte gebeurtenissen en werkte daarbij actief samen met de veiligheidspartners.

Mede met het oog op de trends van internationalisering en technologisering heeft de AIVD in 2012 gewerkt aan een verdere versterking van de samenwerking binnen het netwerk van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ook heeft de samenwerking met de nationale politie en de MIVD verder vorm gekregen en is bijstand verleend aan de Veiligheidsdienst van Sint Maarten. In 2012 zijn er daarnaast investeringen gepleegd op het gebied van (technische) inlichtingenmiddelen, zoals Signal Intelligence, cybertechnologie en een betere benutting van grote datastromen.

3. Een streng en rechtvaardig asiel- en immigratiebeleid

Nederland biedt bescherming en opvang aan personen die in hun eigen land worden vervolgd. Hierbij staan snelle, duidelijke en zorgvuldige procedures centraal. Voor migranten die om andere redenen naar Nederland willen komen, geldt een selectief toelatingsbeleid. In 2012 is bij een aantal van de processen van de vreemdelingenketen verbeteringen doorgevoerd, die hieronder nader wordt toegelicht.

Het asielbeleid

Snelheid in de asielprocedure zorgt ervoor dat vreemdelingen snel weten waar ze aan toe zijn en voorkomt maatschappelijke onrust en onbegrip. Op dit moment krijgt het grootste deel van de asielzoekers binnen acht dagen een antwoord op het asielverzoek. Wel is in 2012 het aantal vervolgprocedures toegenomen. In het Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures zijn maatregelen uitgewerkt om het stapelen van verblijfsprocedures tegen te gaan en doorlooptijden van procedures te verkorten.

Om te voorkomen dat jongeren de dupe worden van lange procedures – mogelijk mede het gevolg van stapelen van procedures of niet meewerken aan vertrek door ouders – heeft dit kabinet besloten een definitieve regeling en een overgangsregeling te treffen. Op grond daarvan kunnen jongeren, die al jaren in Nederland verblijven zonder zicht op een verblijfsvergunning, onder bepaalde voorwaarden alsnog in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. De voorwaarden voor de definitieve regeling zullen op onderdelen strenger zijn, bijvoorbeeld op het punt van dat er meegewerkt moet zijn aan terugkeer. De Tweede Kamer is in december 2012 geïnformeerd over deze voornemens, die in 2013 zullen worden uitgevoerd.

Asielzoekers worden tijdens hun procedure opgevangen bij het COA. Na afloop van de procedure, en eventueel de vertrektermijn, verlaten zij de opvang. Vergunninghouders krijgen huisvesting toegewezen in gemeenten. In 2012 is een snellere toewijzing van woningen gerealiseerd. Door de uitspraak van het Hof Den Haag en de bevestiging daarvan door de Hoge Raad in de zaak Ferreira (21 september 2012) wordt sinds eind 2011 aan gezinnen die in de opvang zitten en moeten vertrekken onderdak in een gezinslocatie geboden, totdat het jongste kind 18 jaar is. In 2012 was de instroom in gezinslocaties groter dan de uitstroom, ondanks de inzet van de Dienst Terugkeer en Vertrek, die gedurende het hele jaar gericht is geweest op een zo groot mogelijke vrijwillige en gedwongen terugkeer vanuit gezinslocaties. Het feit dat gedwongen terugkeer in belangrijke landen van herkomst het afgelopen jaar beperkt mogelijk was, in combinatie met het Ferreira arrest van de Hoge Raad en het uitzicht op de regeling voor jongeren met langdurig verblijf, was hier debet aan. Hierover is de Tweede Kamer per brief geïnformeerd.

In de verblijfsregeling voor slachtoffers van mensenhandel (B9-regeling) staat bescherming van het slachtoffer en bijdragen aan de opsporing van de daders centraal. Per 1 juni 2012 is het aantal plaatsen in de categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel in de B9-bedenktijd uitgebreid. Tevens is er een begin gemaakt met een betere doorstroming vanuit eerste opvang naar huisvesting in de gemeenten, door B9-vergunninghouders op te nemen in de huisvestingtaakstelling voor vergunninghouders. Om oneigenlijk gebruik van de B9-regeling minder aantrekkelijk te maken, is in 2012 een aantal maatregelen genomen, met name gericht op verkorting en versnelling van de procedure.

Het immigratiebeleid

Het kabinet Rutte–Verhagen heeft de eisen aan gezinsmigranten aangescherpt, met de bedoeling om fraude en misbruik te voorkomen en integratie te bevorderen. Per 1 oktober 2012 is een aantal maatregelen getroffen die betrekking hebben op de gezinshereniging en -vorming. Het beleid voor verruimde gezinshereniging, waaronder ouderenbeleid, en het beleid inzake familiebezoek is komen te vervallen. Verder kunnen vanaf 1 oktober 2012 mensen met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd pas een partner naar Nederland halen als zij ten minste één jaar rechtmatig in Nederland verblijven. De termijn om in aanmerking te kunnen komen voor voortgezet verblijf is verlengd van drie naar vijf jaar. Verder is de termijn, waarna in ieder geval wordt aangenomen dat het hoofdverblijf naar het buitenland is verplaatst, teruggebracht van negen naar zes maanden. Tenslotte is in EU-verband, op voorstel van onder meer Nederland, een expertgroep aan de slag om voorstellen te ontwikkelen voor richtlijnen om fraude en misbruik op het gebied van gezinsmigratie te bestrijden.

Met het aantreden van het nieuwe kabinet is het wetsvoorstel tot aanscherping van de voorwaarden ter verkrijging van het Nederlanderschap ingetrokken. Een nieuw voorstel is in voorbereiding om de naturalisatietermijn te verhogen van 5 naar 7 jaar. Ook de voorwaarde dat partners gehuwd moeten zijn of een geregistreerd partnerschap moeten zijn aangegaan, komt te vervallen.

Op 26 april 2012 heeft het EU-Hof geoordeeld dat de Nederlandse leges voor langdurig ingezetenen die uit het buitenland komen «onevenredig en overdreven hoog» zijn en in strijd met de desbetreffende richtlijn. Op 9 oktober 2012 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een vergelijkbare uitspraak gedaan over de leges voor gezinsmigratie. In reactie op onder meer deze uitspraken zijn de leges voor de verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen uit een ander EU-lidstaat, gezinshereniging en studie verlaagd naar respectievelijk € 150, € 225, € 300.

In juli 2012 heeft de toenmalige minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aangekondigd de uitvoering van het nareisbeleid te wijzigen. De aanpassing ziet op het vaker toepassen van DNA-onderzoek om de gezinsband van ouders en hun biologische minderjarige kinderen aan te tonen. Eerder werden voornamelijk identificerende interviews gehouden om de gezinsband vast te stellen, na geconstateerde fraude. Deze is succesvol aangepakt en hiervoor blijft nog steeds aandacht.

Een betere handhaving van het beleid

Een consequente handhaving van het vreemdelingenbeleid is essentieel voor een geloofwaardig vreemdelingenbeleid. In 2012 is ingezet op verbeteringen op het gebied van binnenlands vreemdelingenentoezicht, effectief en efficiënt grenstoezicht en terugkeer. Het binnenlands vreemdelingentoezicht richt zich op het tegengaan van illegaal verblijf en het tegengaan van onrechtmatig verkregen verblijf. Er wordt prioriteit gegeven aan de verwijdering van criminele vreemdelingen, vreemdelingen die overlast veroorzaken en aan de aanpak van op toelating gerichte fraude (migratiecriminaliteit). Het in 2012 aan de Kamer verzonden wetsvoorstel Biometrie in de Vreemdelingenketen beoogt door eenduidige en eenmalige vaststelling van vingerafdrukken documenten- en identiteitsfraude tegen te gaan. Als een vreemdeling zich schuldig maakt aan crimineel gedrag kan dit gevolgen hebben voor zijn verblijfsrecht. Het VRIS-protocol (Vreemdelingen in de strafrechtketen) is een werkwijze om de rechten van vreemdelingen te kunnen verbinden aan strafrechtelijke gedragingen door vreemdelingen. In 2012 zijn verduidelijkte werkinstructies ingevoerd, en is geïnvesteerd in verbeterde informatie-uitwisseling tussen de vreemdelingenketen en strafrechtketen. Met ingang van 1 augustus 2012 worden MTV-controles (Mobiel Toezicht Veiligheid) ondersteund door het camerasysteem @migoboras. Hiermee gaat de Koninklijke Marechausse meer informatiegestuurd werken. In 2012 is een wetsvoorstel voorbereid om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Dit voorstel is in januari 2013 aan de Kamer gezonden. Ook is er een wetsvoorstel aangenomen waardoor verblijfsvergunning niet wordt verstrekt als de aanvrager eerder illegaal in Nederland verbleef of fraude heeft gepleegd. Daarnaast is de glijdende schaal aangescherpt en is een verdere aanscherping daarvan voor 2013 voorzien.

In 2012 is gewerkt aan een effectief en efficiënt grenstoezichtproces, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de inzet van geautomatiseerd toezicht en risicogestuurd optreden op basis van vooraf ontvangen informatie over passagiers en hun bagage. Het programma Biometrie in de Vreemdelingenketen heeft er toe geleid dat de authenticiteit en verificatie van (reis-)documenten elektronisch plaatsvinden. Ook is de grenscontrole met vingerafdrukken voor visaplichtige reizigers ingevoerd met het begin van de invoering van het Europees Visa-Informatiesysteem.

In 2012 was een stijgende lijn waarneembaar in zelfstandig vertrek. Deze vorm van vertrek is onder meer gestimuleerd door subsidiëring van terugkeerprojecten in landen van herkomst en het bieden van onderdak aan vreemdelingen die meewerken aan terugkeer. Desondanks moet worden geconstateerd dat in 2012 de terugkeercijfers in algemene zin zijn gedaald. De oorzaak hiervan lag deels bij een verlate invoering van de terugkeerrichtlijn (2008/115/EG) en een tijdelijke stop van het mobiele toezicht veiligheid, maar is vooral een gevolg van een dalende instroom vanuit het vreemdelingentoezicht en de factoren beschreven onder het asielbeleid.

Vreemdelingenbewaring wordt toegepast op het moment dat de vreemdeling niet vrijwillig vertrekt, de begeleiding naar zelfstandig vertrek niet slaagt en er dus geen andere mogelijkheid meer is om het vertrek af te dwingen. Vreemdelingenbewaring kan alleen dan worden toegepast als er ook zicht bestaat op uitzetting. Om de mogelijkheden te verruimen zijn in 2012 vier proeven begonnen die een alternatief moeten vormen voor het opleggen van vreemdelingenbewaring. Deze proeven zullen in 2013 worden geëvalueerd.

Een Europese agenda

De Europese Commissie, de lidstaten en het Europees Parlement hebben zich gecommitteerd aan de realisatie van de tweede fase van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel voor het einde van 2012. Nederland heeft hierbij wel opgemerkt dat kwaliteit boven snelheid gaat. Bovendien heeft Nederland zich er voor ingezet dat de onderscheiden richtlijnen en verordeningen waar nodig als één pakket zouden worden aangenomen; dit om de onderlinge samenhang van de instrumenten te benadrukken en de invoeringstermijnen op elkaar af te stemmen. Doel van het GEAS is te komen tot een stelsel waarin de asielsystemen zich zodanig tot elkaar verhouden dat een vreemdeling die binnen de EU internationale bescherming vraagt, in alle lidstaten op eenzelfde uitkomst kan rekenen. De meeste onderhandelingen zijn inmiddels afgerond; er is (politiek) akkoord bereikt op de kwalificatierichtlijn, de opvangrichtlijn en de Dublin-verordening. De onderhandelingen over de procedurerichtlijn en de Eurodac-verordening bevinden zich eind 2012 in een afrondende fase.

4. Integratie en burgerschap; woon en leefomgeving

Het jaar 2012 heeft in het teken gestaan van het scheppen van voorwaarden voor een beter werkende woningmarkt. Diverse maatregelen zijn genomen op het terrein van zowel de huur- als de koopwoningmarkt. Daarnaast heeft het kabinet verschillende acties ondernomen om de investeringscondities in de bouw te verbeteren en een bijdrage te leveren aan de voorwaarden voor herstel. Hierbij is het uitgangspunt dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun bestaan en het samenleven met anderen. Het afgelopen jaar is ingezet om voorwaarden te scheppen die mensen in staat stellen om die verantwoordelijkheid te dragen en daarbij samenwerking en steun te vinden bij anderen.

Integratie op basis van eigen verantwoordelijkheid

Integratiebeleid heeft het afgelopen jaar in het teken gestaan van een nieuwe koers zoals uiteengezet in de nota «Integratie, binding en burgerschap». Het integratiebeleid is er op gericht mensen te prikkelen in te burgeren, de taal te leren en structurele oplossingen voor integratieproblemen te formuleren. Centraal hierin staat de eigen verantwoordelijkheid die mensen hebben een zelfstandig bestaan op te bouwen en deel te nemen aan de samenleving. Als mensen steun nodig hebben bij het opbouwen van een zelfstandig bestaan, kunnen zij terecht bij de daarvoor bestaande voorzieningen.

De aangekondigde maatregelen voor dit beleid zijn voor een belangrijk deel gerealiseerd. De nieuwe wet Inburgering is met ingang van 1 januari 2013 in werking getreden. De zorg voor de arbeidsmarktpositie van migrantenjongeren is onverminderd groot. In 2012 zijn er gesprekken geweest met gemeenten, werkgevers en betrokken partijen om te komen tot een gezamenlijke en meerjarige aanpak voor verbetering van de aansluiting onderwijs – arbeidsmarkt van migrantenjongeren. Door uitvoering te geven aan de Wet antidiscriminatievoorzieningen, het actieprogramma «bestrijding discriminatie en het indammen van maatschappelijke spanningen», polarisatie en radicalisering in de Nederlandse samenleving, heeft het kabinet een bijdrage geleverd aan het verkleinen van de sociaal-culturele afstand tussen mensen. De samenwerking met gemeenten is in 2012 onder de naam «Gemeenschappelijke Integrale Aanpak» (GIA) voortgezet. Op het terrein van huwelijksdwang is een Actieprogramma Preventie van huwelijksdwang ontwikkeld. Dit programma is inmiddels in uitvoering. In 2012 is de intrekking van de Wet Overleg Minderheden in gang gezet. Ook de wetswijziging remigratie is aan de Tweede Kamer gestuurd voor behandeling, maar kon door de kabinetswisseling nog niet worden behandeld.

Verbeteren van de werking van de woningmarkt

In 2012 heeft de regering verschillende maatregelen genomen om de marktwerking op de huurwoningmarkt te verbeteren. Er is ruimte gecreëerd in het woningwaarderingsstelsel om in schaarstegebieden de waardering van woningen met maximaal 25 punten te verhogen. Daarnaast heeft het kabinet een wetsvoorstel ingediend om voor inkomens vanaf 43.000 euro huurverhogingen van maximaal 5% boven inflatie toe te staan. In het Begrotingsakkoord 2013 is, samen met de fracties van D66, GroenLinks en CU, bovenop de genoemde maatregelen besloten om voor inkomens van 33.000 euro tot 43.000 euro een huurverhoging van maximaal 1% boven inflatie toe te staan. Hiertoe is een wetsvoorstel ingediend. De inkomsten van de huurverruiming worden afgeroomd met de verhuurdersheffing. Ook hiervoor is een wetsvoorstel ingediend.

Op het terrein van de koopwoningmarkt heeft het demissionaire kabinet Rutte–Verhagen, samen met de fracties in het Begrotingsakkoord 2013, stappen gezet om duidelijkheid en rust te scheppen over de toekomst van het beleid. De overdrachtsbelasting is per juli 2012 blijvend verlaagd naar 2%, zodat de belemmering om te verhuizen tot een minimum wordt beperkt.

Het op 5 november 2012 aangetreden nieuwe kabinet Rutte–Asscher zet in op een krachtige en verdergaande hervorming van de woningmarkt. Op de huurmarkt is het kabinet van plan de maximaal toegestane jaarlijkse huurverhoging tot 1,5% boven inflatie te verhogen en het woningwaarderingsstelsel te vereenvoudigen. De door het vorige kabinet ingezette wetsvoorstellen zullen worden gewijzigd op basis van de nieuwe percentages en de verhuurdersheffing zal worden verhoogd. Met deze maatregelen wordt de huur een betere afspiegeling van de waarde van de woning en wordt de doorstroming bevorderd en scheefwonen in de sociale huursector beperkt.

Op de koopmarkt moeten nieuwe hypotheken volledig en ten minste annuitair worden afgelost als men recht wil houden op hypotheekrenteaftrek. Verder wordt ingezet op een geleidelijke beperking van het maximale tarief van de hypotheekrenteaftrek vanaf 2014. Vanaf 1 januari 2013 wordt tevens de maximale «loan-to-value» voor nieuwe hypotheken stapsgewijs verlaagd van 105% in 2013 naar 100% in 2018. Daarnaast wordt vanaf eind 2012 extra geld uitgetrokken om huiseigenaren te ondersteunen die vanaf die tijd met restschulden te maken krijgen en is er geld beschikbaar gekomen voor startersleningen. Met deze maatregelen is gekozen voor blijvende bevordering van het eigenwoningbezit, maar worden de risico’s van hoge schulden beperkt. Deze maatregelen dragen bij aan een houdbare koopwoningmarkt en bieden perspectief en vertrouwen voor de langere termijn.

In het voorjaar van 2012 heeft de Tweede Kamer de herziening van de Woningwet aangenomen. Deze wet voorziet in de versterking van het intern en extern toezicht op woningcorporaties, invulling van het werkdomein van woningcorporaties en de relatie met gemeenten en een scheiding tussen de kerntaken (met staatssteun) en commerciële activiteiten (zonder staatssteun). De Commissie Hoekstra, die werd ingesteld naar aanleiding van de financiële problemen bij Vestia, heeft december 2012 geadviseerd over verbeteringen in het toezicht op woningcorporaties. Mede naar aanleiding van de kwestie-Vestia is de herzieningswet aangescherpt op het punt van toezicht. Per 1 oktober 2012 is een ministeriële regeling van kracht geworden die het derivatengebruik bij corporaties zeer beperkt.

In 2012 zijn wederom stappen gezet bij het ondersteunen van lokale partners om de leefbaarheid – daar waar die onder druk staat – op innovatieve wijze te versterken. De rol van het Rijk is daarbij ondersteunend. In 2012 is de Rotterdamwet geëvalueerd en is wetgeving gericht op huisjesmelkers voorbereid. Het Nationaal programma Rotterdam Zuid is in uitvoering genomen. Het leernetwerk rond de frontlijnaanpak van multiprobleemgezinnen (1 gezin – 1 plan – 1 regisseur) is fors uitgebreid en de methode is verder ontwikkeld. Tevens zijn maatwerkafspraken gemaakt met aandachtswijken en krimpregio’s. De experimenten met wijkondernemingen van het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken lopen. De wijkengids is opgeleverd, waarin de lessen uit vijf jaar lang wijkenaanpak staan beschreven. Bovendien is de monitormix uitgebreid met een instrument om de gevolgen van krimp op de leefbaarheid in beeld te brengen.

Het stimuleren van woningbouw en energiebesparing

Het kabinet heeft verschillende acties ondernomen om de investeringscondities in de bouw te verbeteren en een bijdrage te leveren aan de voorwaarden voor herstel. Om innovatie, flexibiliteit en kostenreductie in de bouwsector te bevorderen, heeft het kabinet in januari 2012 samen met de bouwsector en andere betrokken partijen het Bouwteam geïnstalleerd. Het Bouwteam heeft in mei jl. een Actieagenda Bouw opgeleverd. Hierin zijn 17 actievoorstellen opgenomen om de bouw sterker uit de crisis te laten komen.

Om de kantoorleegstand te verminderen en het woningaanbod te stimuleren heeft het kabinet in het voorjaar van 2012 het startsein gegeven voor het Expertteam Kantoortransformatie. Dit expertteam ondersteunt inmiddels circa 40 projecten bij het transformeren van leegstaande kantoren in woningen. In juni 2012 hebben Rijk, provincies, gemeenten en marktpartijen het Convenant Aanpak Leegstand Kantoren getekend.

In juni 2012 is een wetsvoorstel om de Crisis- en herstelwet permanent te maken door de Tweede Kamer aangenomen; het voorstel is vervolgens aan de Eerste Kamer aangeboden. Ook is in 2012 een wetsvoorstel ingediend waarin de maximale termijnen voor tijdelijke verhuur van sloop- en renovatiewoningen en van woningen in een gebouw (bijvoorbeeld een kantoor) worden verruimd. Tevens vervalt de maximale huurprijsgrens. Er zijn verschillende stappen gezet om de bouwregelgeving te vereenvoudigen en verbeteren. Het kabinet heeft verder uitvoering gegeven aan de adviezen van de commissie-Dekker en heeft onderzoek gedaan naar een nieuw stelsel van private kwaliteitswaarborging. Op 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 in werking getreden, waarbij een betere samenhang tussen de bouw- en gebruikstechnische voorschriften is gerealiseerd. In het kader van meer flexibiliteit wordt gewerkt aan eenvoudige voorschriften voor eenvoudige bouwwerken zoals woningen en aan een risicobenadering voor complexe bouwwerken.

Het kabinet heeft ingezet op verschillende maatregelen om de energiebesparing in de gebouwde omgeving te verbeteren. In het Blok-voor-Blok-proefproject verkennen marktpartijen, corporaties, gemeenten, provincies en andere maatschappelijke partijen in veertien projecten wat de beste manier is om landelijk te komen tot grootschalige energiebesparing in de bestaande woningvoorraad. Verder zijn Green Deals gesloten met maatschappelijke partijen om energiebesparing te versnellen en belemmeringen weg te nemen. Er zijn aanbestedingen uitgeschreven voor innovatieve projecten die moeten leiden tot energieneutrale nieuwbouw en renovatie. Het Nationaal Plan voor het bevorderen van bijna energieneutrale gebouwen is in het kader van de Europese richtlijn voor energieprestatie van gebouwen (EPBD) aan de Europese Commissie gezonden. Het wetsvoorstel Kenbaarheid energieprestatie gebouwen is in 2012 door de Tweede Kamer verworpen. Het kabinet beraadt zich op het vervolg en komt in de eerste helft van 2013 met nadere voorstellen over de wijze waarop Nederland aan de verplichtingen met betrekking tot het energielabel zal voldoen.

Beleidsdoorlichtingen

Artikel

Realisatie

Toelichting

 

2010

2011

2012

 

1. Openbaar bestuur en democratie

       

1 Bestuurlijke en financiele verhoudingen

     

Agendering stond in 2012 gepland. Beleidsdoorlichting is in 2012 gestart met uitvoering. De oplevering wordt verwacht in 2013.

2 Participatie

       

2. Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst

       

1 Apparaat

       

2 Geheim

       

3. Woningmarkt

       

1 Betaalbaarheid

       

2 Onderzoek en kennisoverdracht

       

4. Woonomgeving en bouw

       

1 Energie en bouwkwaliteit

     

Agendering stond in 2012 gepland. De beleidsdoorlichting is verplaatst naar 2014.

2 Woningbouwproductie

       

3 Kwaliteit woonomgeving

       

5. Integratie en maatschappelijke samenhang

     

Agendering stond gepland in 2012 en voorbereidingen zijn gestart. Echter i.v.m. de ontvlechting is de verantwoordelijkheid voor de doorlichting nog voor de feitelijke start overgedragen aan SZW.

1 Faciliteren Inburgering

       

2 Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid

       

6. Dienstverlenende en innovatieve overheid

       

1 Verminderen regeldruk

 

x

   

2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

 

x

   

3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

 

x

   

4 Burgerschap

   

x

 

5 Reisdocumenten en basisadministratie personen

       

7. Arbeidszaken overheid

       

1 Overheid als werkgever

     

Is gestart maar nog niet afgerond.

2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

       

8. Kwaliteit Rijksdienst

       

1 Kwaliteit Rijksdienst

       

9. Uitvoering Rijksdienst

       

1 Een doelmatige uitvoeringspraktijk vd Rijksdienst

       

10. Vreemdelingen

       

1 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

       

2 Terugkeer en bewaring vreemdelingen

       

B2. BELEIDSARTIKELEN

Artikel 1: Openbaar bestuur en democratie

A Algemene doelstelling

Een bijdrage leveren aan een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

In 2012 is het nieuwe kabinet aangetreden. Het nieuwe regeerakkoord bevat een ambitieuze paragraaf op het vlak van de bestuurlijke organisatie (onder andere decentralisatie, gemeentelijke en provinciale herindeling). Het kabinet streeft ernaar deze hervormingsagenda waar mogelijk in goed overleg met de bestuurlijke partners uit te voeren.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het functioneren van het stelsel van het openbaar bestuur, zowel op centraal als op decentraal niveau en binnen de kaders van de regelgeving van de Europese Unie. Hij is verantwoordelijk voor de bestuurlijke organisatie (de Grondwet, de Gemeente- en Provinciewet, de Financiële verhoudingswet en de Wet gemeenschappelijke regelingen), maar ook voor goede bestuurlijke en financiële verhoudingen. Daarmee schept de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties randvoorwaarden voor voldoende bestuurskrachtige gemeenten en provincies, die in staat zijn hun taken – zowel in autonomie als in medebewind – goed te kunnen uitvoeren. Dat draagt bij aan de legitimatie van ons bestuurlijke stelsel. Binnen het openbaar bestuur wordt aan de compacte overheid gewerkt door een doelmatige taakverdeling. In principe worden overheidstaken over maximaal twee bestuurslagen verdeeld.

Een tweede pijler van de legitimatie van het Nederlandse openbaar bestuur betreft het democratische en rechtsstatelijke gehalte van de publieke besluitvorming en beleidsvoering. In dat kader waarborgt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het functioneren van het constitutionele bestel, daaronder begrepen het stelsel van de representatieve democratie. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de verkiezingen (de Kieswet) voor vertegenwoordigende lichamen op de verschillende bestuurlijke niveaus. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zorgt tevens voor zodanige toerusting van de Kiesraad dat deze zijn wettelijke taken adequaat kan vervullen.

C Beleidsconclusies

Met betrekking tot de uitvoering en beoogde resultaten hebben zich in 2012 geen bijzonderheden voorgedaan. De uitvoering is verlopen conform verwachting. Een nadere toelichting op de uitgevoerde activiteiten is opgenomen bij de instrumenten van de twee artikelonderdelen.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 1 Openbaar bestuur en democratie
         

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

31.897

22.668

9.229

                 

Uitgaven:

       

25.209

22.668

2.541

                 

1.1

Bestuurlijke en financiële verhoudingen

       

6.806

3.916

2.890

 

Subsidies

       

4.246

3.481

765

 

Diverse subsidies

       

1.600

1.080

520

 

Oorlogsgravenstichting (OGS)

       

2.646

2.401

245

                 
 

Opdrachten

       

2.560

435

2.125

 

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

       

2.560

435

2.125

                 

1.2

Participatie

       

18.403

18.752

– 349

 

Subsidies

       

14.600

15.810

– 1.210

 

Politieke partijen

       

14.600

15.810

– 1.210

                 
 

Opdrachten

       

3.803

2.942

861

 

Kiesraad

       

540

320

220

 

Verkiezingen

       

3.263

2.622

641

                 
 

Ontvangsten

       

24.694

21.965

2.729

E Toelichting op de financiële instrumenten
1.1 Bestuurlijke en financiële verhoudingen

Subsidies

Diverse subsidies

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties draagt bij aan verschillende Europese kenniscentra. Het European Urban Knowledge Network (EUKN) beoogt de sociaal-economische positie van steden in de Europese Unie te versterken door kennis te verspreiden en ervaringen uit te wisselen. Het EUKN heeft per 7 december 2012 de Europese rechtspersoonlijkheid EGTS (Europese Groepering voor Territoriale samenwerking), waar tien lidstaten in deelnemen. Het URBACT II programma richt zich op de ontwikkeling van netwerken van Europese steden en concentreert zich in het bijzonder op duurzame stedelijke ontwikkeling. Het Kenniscentrum Europa Decentraal is een gezamenlijk initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Economische Zaken, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen dat zich richt op toepassing en verspreiding van kennis en expertise over Europees recht bij de decentrale overheden.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ook in 2012 bijgedragen aan het Actieprogramma Lokaal Bestuur. Dit Actieprogramma draagt bij aan de kwaliteit van het lokaal bestuur, met aandacht voor nieuwe rollen, het samenspel in het lokaal bestuur en de relatie tussen het lokaal bestuur en de veranderende samenleving. Het Actieprogramma biedt begeleiding aan raden/raadsleden en wethouders om op een adequate manier invulling te geven aan hun veranderende rollen en taken».

Het Actieprogramma Lokaal Bestuur heeft in 2012 diverse activiteiten uitgevoerd. Zo zijn gemeenten door het Actieprogramma ondersteund door middel van de inzet van het instrument Quick Scan Lokaal Bestuur en zijn gemeenteraden ondersteund door middel van het workshop-programma Kennis&Kunde. Daarnaast zijn er lokale en regionale bijeenkomsten voor raadsleden georganiseerd om hen op specifieke onderwerpen te trainen en kennis en ervaring uit te wisselen. Ook heeft het Actieprogramma een raadsledenprogramma op het VNG-jaarcongres georganiseerd.

Oorlogsgravenstichting (OGS)

Namens de Nederlandse overheid heeft de Oorlogsgravenstichting in 2012 wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers beheerd. Deze graven liggen in meer dan 50 landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgde de Stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. Daarnaast is gewerkt aan de voorbereiding van een uitbreiding van het Ereveld Loenen.

Opdrachten

Communicatie, kennisdeling en onderzoek

Ten aanzien van een aantal uiteenlopende beleidsrelevante onderwerpen zijn het afgelopen jaar de nodige communicatie-activiteiten ondernomen. In dat verband zijn ze gewezen op onder meer het handboek Wet revitalisering generiek toezicht. Met betrekking tot de vervoegde Kamerverkiezingen zijn enkele onderzoeken uitgevoerd (evaluatie, volmachten). Op het vlak van de regionalisering hebben er enkele regionale bijeenkomsten plaatsgevonden, is de website van de regio-atlas in de lucht en is de herindelingskaart gerealiseerd. Ook is er op het vlak van de implementatie van de WolBES en de FinBES het nodige gebeurd: de gezaghebbers zijn ondersteund, terwijl het Actieprogramma Lokaal Bestuur BES verder vorm heeft gekregen. Ook is het secretariaat van de commissie-BBV uitbesteed aan de VNG.

1.2 Participatie

Subsidies

Politieke partijen

In 2012 ontvingen 11 politieke partijen subsidie op basis van de Wet subsidiëring politieke partijen, te weten: VVD, PvdA, SP, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP, Partij voor de Dieren, 50PLUS en OSF. De realisatie van de subsidie voor politieke partijen is lager uitgevallen dan geraamd. De hoogte van de uitbetaalde subsidies wordt vooral bepaald door de subsidiabele uitgaven die partijen daadwerkelijk hebben gedaan in het jaar waarover zij zich verantwoorden. De in 2012 gedane betalingen hebben betrekking op de afrekening van de subsidie over 2011 en de voorschotten voor 2012.

Tabel 1.1 Subsidies politieke partijen

Kengetallen

Subsidies op grond van de Wet subsidiering politieke partijen

   

Partij

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Te verlenen subsidie 2012 (indicatief)1

CDA

3.689.447

3.278.622

2.129.837

2.324.237

PvdA

3.123.645

2.926.487

2.769.171

2.952.659

SP

2.394.179

2.142.686

1.696.472

1.822.135

VVD

2.204.470

2.204.390

2.737.051

2.919.558

GL

967.414

952.569

1.149.220

1.204.404

CU

986.719

921.732

855.599

905.537

D66

684.230

827.851

1.273.866

1.337.659

SGP

816.707

759.919

737.401

766.189

PvdD

540.977

529.866

538.846

576.534

OSF

375.589

355.292

377.161

396.000

50+

   

224.935

403.745

X Noot
1

De definitieve vaststelling van de bedragen over 2012 moet nog plaatsvinden, de genoemde bedragen betreft de bedragen waar bij de bevoorschotting over 2012 van uit is gegaan. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de aanpassing van de Wet subsidiëring politieke partijen met het oog op de verlaging van de subsidies, die op 27 juni 2012 in het Staatsblad is gepubliceerd. Voor 2012 zal dit leiden tot een subsidiekorting van de in wet genoemde bedragen met 8%, bij de definitieve vaststelling van de subsidie zal hier rekening mee worden gehouden.

Opdrachten

Kiesraad

De Kiesraad is het centraal stembureau voor de verkiezingen van de leden Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het Europees Parlement. In 2012 vond na de val van het kabinet een ontbindingsverkiezing plaats voor de Tweede Kamer. Daarbij besliste de Kiesraad onder meer over de registraties van aanduidingen, de nummering van de kandidatenlijsten en stelde de Raad de verkiezingsuitslag vast. Ook benoemde de Raad de nieuwe Tweede Kamerleden en werden Kamerleden benoemd in tussentijdse vacatures (Tweede Kamer: 18, Eerste Kamer: 3 en Europees Parlement: 1).

De Kiesraad adviseert regering en beide kamers der Staten-Generaal over uitvoeringstechnische aangelegenheden die het kiesrecht of de verkiezingen betreffen. De Raad bracht in 2012 vier adviezen uit: drie aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en één aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Voor de Tweede Kamerverkiezing en de herindelingsverkiezingen vervulde de Kiesraad in 2012 een rol in het verschaffen van informatie aan onder meer kiezers, gemeenten, politieke partijen en media.

De Kiesraad behandelde in 2012 33 registratieverzoeken. De meeste verzoeken hingen samen met de vervoegde Tweede Kamerverkiezing (31). Eén verzoek betrof de registratie van een aanduiding voor de verkiezing van het Europees Parlement. Eén verzoek werd afgewezen. De Raad schrapte 29 politieke partijen uit het register voor Tweede Kamerverkiezingen.

De Raad valt onder de Kaderwet adviescolleges en stelt in de uitvoering daarvan jaarlijks een jaarverslag op. Alle adviezen van de Raad worden gepubliceerd op de website van de Raad, www.Kiesraad.nl. De besluiten die de Raad neemt in zijn hoedanigheid van centraal stembureau, zijn in rechte toetsbaar.

Ontvangsten

Bij de afrekening van de subsidies hebben politieke partijen geld moeten terugbetalen, omdat bij de voorschotverlening nog geen rekening was gehouden met de taakstelling op deze subsidies. Tevens zijn er meer ontvangsten van waterschappen in het kader van hun jaarlijkse bijdrage in de WOZ-kosten.

Artikel 2: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

A Algemene doelstelling

Tijdige onderkenning van niet direct waarneembare dreigingen en risico’s voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat en samenleving, en daarop gebaseerde informatieverstrekking aan de partners van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), die daardoor worden aangezet om passende maatregelen te nemen.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De AIVD voert zijn wettelijke taken (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002) uit in het belang van de nationale veiligheid. Dat wil zeggen «de bescherming van de democratische rechtsorde, dan wel de veiligheid of andere gewichtige belangen van de staat». De AIVD is in staat gebleken om bestuurders, beleidsmakers, veiligheidspartners en andere belanghebbenden op lokaal, nationaal en internationaal niveau, tijdig en adequaat aan te sporen tot handelen. Hiermee zijn dreigingen in binnen- en buitenland tegen Nederlandse belangen weggenomen en is een substantiële bijdrage aan de (inter)nationale veiligheid geleverd. In 2012 zijn er in Nederland of tegen Nederlandse belangen in het buitenland geen aanslagen gepleegd. De AIVD heeft diverse spionageactiviteiten onderkend en het uitreizen van jihadstrijders voorkomen. Ook is een beter inzicht verworven in de politieke intenties van een aantal landen van zorg.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

De eerder door de AIVD gesignaliseerde trends van internationalisering en technologisering kwamen ook in 2012 tot uiting binnen de uitvoering van de wettelijke taken van de AIVD. Zo kregen de risico’s en bedreigingen voor de (inter)nationale veiligheidsbelangen van de Nederlandse staat en samenleving een sterker internationaal karakter. Dat wil zeggen dat zij voortkomen uit een in toenemende mate dynamische en onzekere internationale omgeving. Nieuwe terroristische dreigingen konden zich hierdoor op onvoorspelbare wijze, in korte tijd en van buitenaf (exogeen) ontwikkelen. Voorbeelden daarvan zijn de ontwikkelingen gedurende het afgelopen jaar in Syrië en Mali. Tegelijkertijd heeft de voortgaande technologisering, en dan specifiek het gebruik van een scala aan hoogwaardige informatie- en communicatietechnologie door onderzoekssubjecten van de AIVD, geleid tot een bemoeilijkt zicht op risico’s en bedreigingen voor de Nederlandse veiligheidsbelangen.

In 2012 heeft de AIVD, mede met het oog op de toenemende internationalisering, ingezet op een verdere versterking van de internationale samenwerking binnen het netwerk van buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarnaast heeft ook de nationale samenwerking verder vorm gekregen. Zo is er ten aanzien van de samenwerking met de nationale politie gewerkt aan de (voorbereidende) personele en technische inrichting van de Regionale Inlichtingendiensten, waarbij de focus ligt op de complementariteit van de taakuitvoering. Daarnaast is er in 2012 door de AIVD bijstand verleend aan de Veiligheidsdienst Sint Maarten. Ook is er intensiever samengewerkt met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). In het bijzonder betrof het hier die terreinen waar specifieke expertise en (toekomstige) grote investeringen benodigd zijn, zoals ten aanzien van cyber security en signal intelligence. Voor dit laatste aandachtsgebied is inmiddels de gezamenlijke eenheid Symbolon opgericht, waarin personeel van de MIVD en de AIVD intensief samenwerkt. Met het oog op de toenemende technologisering is, naast Sigint- en Cyberinvesteringen, door de AIVD ook ingezet op een betere benutting van grote datastromen en op een verdere doorontwikkeling van de informatiehuishouding en het strategisch informatiemanagement van de AIVD. De technologische investeringen door de AIVD hebben daarbij geleid tot een vergroting van de operationele slagkracht van de dienst in een steeds technologischer omgeving.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De Minister legt zo veel mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer. Waar dat niet kan, vanwege geheimhoudingsnoodzaak, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer. De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (CTIVD) onderzoekt de rechtmatigheid van de taakuitvoering door de AIVD. De Algemene Rekenkamer controleert de rechtmatigheid van ontvangsten en uitgaven van de dienst en onderzoekt de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid. Daarnaast onderzoekt de Auditdienst Rijk (ADR) de rechtmatigheid en het financieel beheer van de AIVD.

De AIVD staat voor de nationale veiligheid. De AIVD onderkent tijdig dreigingen, politieke ontwikkelingen en risico’s die niet direct zichtbaar zijn. Hiervoor verricht de AIVD onderzoek in binnen- en buitenland met behulp van algemene inlichtingenmiddelen (open bronnen) en bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de onderzoeksresultaten zet de AIVD belanghebbenden op verschillende niveaus aan tot handelen. Hiertoe informeert en adviseert de AIVD zijn afnemers met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties) en door gericht relatiemanagement.

Tabel 2.1 Kengetallen

Kengetallen

Waarde 2011

Waarde 2012

Aantal openbare publicaties

7

6

Aantal ambtsberichten aan het OM1

41

42

Aantal ambtsberichten aan EZ2

59

38

Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. stelsel bewaken en beveiligen (art 6.2.e WIV 2002)3

129

133

Aantal dreigingsinformatieproducten t.b.v. beveiligingsbevorderende taak (art 6.2.c WIV 2002)

6

12

Aantal vertrouwensfuncties

75.556

63.948

Aantal door AIVD in behandeling genomen veiligheidsonderzoeken

9.017

8.497

Aantal geweigerde VGB’s (Verklaring van Geen Bezwaar)4

621

990

X Noot
1

In 2012 heeft de AIVD 103 ambtsberichten uitgebracht: waarvan 42 aan het OM, 38 in het kader van exportcontroles en 23 aan overige afnemers.

X Noot
2

Dit zijn berichten in het kader van exportcontrole op strategische goederen (o.a. dual use): 32 aan het Ministerie van Economische Zaken (EZ) en 6 aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken (voormalig onderdeel van EZ).

X Noot
3

De gerapporteerde stelselproducten bewaken en beveiligen zijn: dreigingsinschatting, dreigingsanalyse en risicoanalyse.

X Noot
4

Hiervan hebben in 2012 929 weigeringen betrekking op B-vertrouwensfuncties in de burgerluchtvaart.

C Beleidsconclusies

Om invulling te geven aan de ambities voor 2012 vertaalt de AIVD zijn algemene doelstelling naar operationele doelstellingen en onderzoeksprojecten. Onderstaand worden de daarbij gehanteerde onderzoeksprioriteiten van 2012 uiteengezet, samen met een aantal resultaten. Een nadere uiteenzetting van taken en activiteiten van de AIVD in 2012, zijn te vinden in het Jaarverslag AIVD 2012.

(Jihadistisch) terrorisme: de AIVD heeft in 2012 met prioriteit gewerkt aan het verder uitbouwen van een eigen hoogwaardige inlichtingenpositie met betrekking tot personen en organisaties in Nederland én het buitenland die een concrete of zeer voorstelbare jihadistisch-terroristische dreiging vormen voor Nederland of Nederlandse belangen elders. Om dit de realiseren heeft de AIVD mede gebruik gemaakt van informatie die inzicht geeft in reisbewegingen. In januari van 2012 heeft de AIVD het rapport «Het jihadistisch internet: kraamkamer van de hedendaagse jihad» gepubliceerd over de rol van jihadistisch internet op het nationale en internationale dreigingsbeeld. Daarnaast signaleert de AIVD een stijgende trend van Nederlanders en andere Europeanen die uitreizen naar jihadistische strijdgebieden. Wanneer Nederlandse jihadisten uitreizen naar strijdgebieden in het buitenland, vormen zij bij terugkeer naar Nederland een potentieel risico. Zij hebben immers in het buitenland (gevechts)vaardigheden en contacten opgedaan en kunnen bovendien getraumatiseerd terugkeren. In november van 2012 zijn door de Nationale Recherche, op basis van ambtsberichten van de AIVD, enkele jihadgangers aangehouden, die van plan waren uit te reizen naar Syrië om zich daar aan te sluiten bij de jihadistische strijd. Op basis van onderzoek door de AIVD naar de in Nederland verboden organisatie Koerdische Arbeiders Partij (PKK), samen met de in dat verband door de AIVD uitgebrachte ambtsberichten, heeft de Nationale Recherche in december 2012 een bijeenkomst van de PKK in Zeeland verstoord en zijn meerdere aanhoudingen verricht.

Radicalisme en Extremisme: de laatste jaren weet een aantal activistische radicaal islamitische bewegingen in Nederland de aandacht op zich te vestigen. Van deze bewegingen kan een polariserend effect uitgaan, doordat zij antidemocratische en onverdraagzame opvattingen uitdragen. Ook creëren ze door hun opvattingen en ambivalente houding ten aanzien van geweld een klimaat waarin de toepassing van geweld steeds acceptabeler wordt. De actiebereidheid en het organisatorisch vermogen van de Nederlandse bewegingen zijn wisselvallig. Zo ondernam Shariah4Holland in de laatste maanden van 2012 nauwelijks meer publiekelijk zichtbare activiteiten. Achter de schermen waren individuele kernleden van Shariah4Holland echter wel betrokken bij jihadgang naar Syrië.

In 2012 is in links-extremistische kringen het verzet tegen het Nederlandse en Europese asiel- en vreemdelingenbeleid toegenomen. Dat komt met name door de definitieve start van het No Border Netwerk, waarbinnen activisten en extremisten de krachten hebben gebundeld om de samenwerking en coördinatie te bevorderen. Naast de gebruikelijke actiegroepen werden in 2012 ook andere (voor een deel nieuwe) groeperingen actief, die bijvoorbeeld directe hulp verleenden aan vluchtelingen op straat. Ook verlegden enkele antifascistische groeperingen hun focus naar het verzet tegen het asiel- en vreemdelingenbeleid.

Heimelijke activiteiten van andere landen: de AIVD heeft zich in 2012 gericht op het vroegtijdig onderkennen, in beeld brengen en het inschatten van de potentiële schade die wordt toegebracht door ongewenste en heimelijke activiteiten van andere landen in Nederland. Prioriteit is daarbij gegeven aan de inlichtingenactiviteiten van waarbij in ieder geval is gelet op de volgende vormen van inmenging: politiek-bestuurlijke beïnvloeding, de aantasting van vitale overheidstructuren en ICT-infrastructuur en de verwerving van (kwetsbare) wetenschappelijke/technische kennis en technologie. Digitale spionagedreiging tegen de nationale en economische veiligheid is omvangrijk en neemt voortdurend toe. Daarnaast blijven buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten ook de klassieke vormen van spionage toepassen. Het rekruteren en inzetten van menselijke bronnen is een cruciaal onderdeel van de activiteiten van buitenlandse inlichtingendiensten. Niet alleen voor het verzamelen van informatie, maar ook bij de beïnvloeding van migranten in ons land. In 2012 heeft de AIVD onderzoek gedaan naar een Nederlander die verdacht wordt van het lekken van staatsgeheimen. De identiteit kon door de AIVD worden vastgesteld, waarop een ambtsbericht is uitgebracht. De AIVD heeft daarnaast in 2012 sterk ingezet op het verhogen van de weerbaarheid tegen (digitale) spionage door het geven van briefings aan de overheid en raden van bestuur van het bedrijfsleven.

Inlichtingen buitenland: om de complexe en samenhangende ontwikkelingen in de wereld te kunnen volgen en duiden is de inzet van een inlichtingendienst als de AIVD één van de instrumenten die de Nederlandse regering ter beschikking staat bij de vorming van het buitenlandbeleid. De AIVD levert informatie die via reguliere diplomatieke kanalen niet beschikbaar komt. De inlichtingen die de AIVD inwint zijn zoveel mogelijk complementair aan de informatie die via de reguliere, diplomatieke kanalen worden ingewonnen en dragen bij aan het buitenlands beleid van de Nederlandse regering. Deze taak wordt uitgevoerd in nauw overleg met het ministerie van Buitenlandse Zaken en is gebaseerd op Aanwijzingsbesluit Buitenlandtaak.

Door de opkomst van nieuwe politieke en/of economische mogendheden veranderen de internationale verhoudingen. Nieuwe mogendheden kenmerken zich door een soms agressieve wijze waarop zij hun belangen behartigen, met name op het gebied van energievoorzieningszekerheid, en het verkrijgen van schaarse grondstoffen en hoogwaardige technologie en kennis. Deze ontwikkelingen leiden tot spanningen tussen staten en binnen regio’s, die op hun beurt (bijvoorbeeld via migratie of politieke druk) weer andere landen of regio’s kunnen beïnvloeden en destabiliseren. Met name de regio’s aan de grenzen van Europa (Noord-Afrika en het Midden-Oosten) kenmerken zich steeds meer door instabiele regimes en toenemende dreiging van terrorisme.

Proliferatie van massavernietigingswapens: de AIVD heeft in 2012 gezamenlijk met de MIVD onverminderd inspanningen verricht om (eventuele) verwervingspogingen op het gebied van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen door de zogenoemde «landen van zorg» tegen te gaan. Daarnaast heeft de AIVD met de MIVD onderzoek verricht naar de aard en omvang van de diverse (wapen)programma’s van «landen van zorg», dat wil zeggen de chemische, biologische, radiologische en nucleaire aspecten daarvan. Door een zo sterk en zelfstandig mogelijke informatiepositie met betrekking tot de landen van zorg en door intensieve samenwerking met buitenlandse collega-diensten is de Nederlandse regering voorzien van relevante inlichtingenproducten op het gebied van de proliferatie van massavernietigingswapens. Ook zijn in het kader van de exportcontrole door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in 2012 door de AIVD ambtsberichten verstrekt aan dit ministerie.

Informatie- en verbindingsbeveiliging en veiligheidsbevordering: de AIVD heeft in 2012 fors geïnvesteerd in onderzoek naar complexe digitale aanvallen, met name spionage door staten. Op basis van onderzoek van de AIVD zijn diverse organisaties in staat gesteld om maatregelen te nemen om de schade van deze digitale aanvallen te beperken. De dienst is een belangrijke partner in de uitvoering van de Nationale Cyber Security Strategie en is actief betrokken bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Vanaf de start in januari 2012 is een AIVD-liaison in het NCSC geplaatst. Ten behoeve van de bevordering van informatie- en verbindingsbeveiliging heeft de AIVD in 2012 zijn partners binnen de Rijksoverheid voorzien van het noodzakelijke handelingsperspectief om (hoger) gerubriceerde of gevoelige informatie te beschermen tegen gerichte ICT aanvallen en ICT-gerelateerde dreigingen. Ook is het rapport «Bring your own device, choose your own device» gepubliceerd over het gebruik van privé tablets en smartphones in werkomgevingen. Voorts heeft de AIVD in 2012 de inspanning op het gebied van veiligheidsbevordering (C- en E-taak), gecontinueerd. Daarbij is onder meer een e-learning module uitgebracht voor de Rijksoverheid en vitale infrastructuur om de weerbaarheid tegen spionage te verhogen.

Vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken:

door of onder mandaat van de AIVD zijn in 2012 circa 40.140 veiligheidsonderzoeken uitgevoerd en afgerond naar personen die een vertrouwensfunctie (gaan) vervullen. Hiervan zijn 990 afgesloten met een weigering of intrekking van de Verklaring van geen bezwaar (Vgb). De AIVD voerde 1.474 A-onderzoeken uit; dit zijn de meest diepgaande veiligheidsonderzoeken. In 2012 is 94% van de rechtstreeks bij de AIVD aangemelde veiligheidsonderzoeken uitgevoerd binnen de wettelijk vastgestelde behandeltermijn.

Het AIVD-project «Herijking B-taak» dat in 2012 is uitgevoerd heeft geresulteerd in verbetervoorstellen die in 2013 worden geïmplementeerd. Zo is een scherper aanwijzingsbeleid ontwikkeld waarbij vertrouwensfuncties in het kader van de nationale veiligheid worden aangewezen op grond van ernst en voorstelbare dreiging. Voorts zijn zowel de werkwijze als de uitvoeringsprocessen van de veiligheidsonderzoeken herijkt. In de uitvoering van veiligheidsonderzoeken zal de AIVD meer nadruk leggen op de relatie tussen de vertrouwensfunctie en het risico voor de nationale veiligheid door het benutten van risicoprofielen. Tenslotte heeft de AIVD de invoering van tarifering van de veiligheidsonderzoeken voorbereid. Vanaf 1 januari 2013 worden de aangevraagde veiligheidsonderzoeken voor de publieke sector van een tarief voorzien. De onderzoeken voor de private sector zullen, na wijziging van de Wet veiligheidsonderzoeken in 2013, vanaf 2014 worden getarifeerd.

D Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 2 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

200.112

200.328

– 216

                 

Uitgaven:

       

198.945

200.328

– 1.383

                 

2.1

Apparaat

       

188.302

190.560

– 2.258

                 

2.2

Geheim

       

10.643

9.768

875

                 
                 
 

Ontvangsten

       

3.170

1.191

1.979

E Toelichting op de financiële instrumenten
2.1 Apparaat

Er zijn minder apparaatsuitgaven gerealiseerd dan geraamd, omdat voor het project Symbolon (een samenwerking met de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst), op het terrein van signal intelligence en cyber intelligence, minder SIGINT (Signals Inteligence-)-middelen zijn aangeschaft.

Ontvangsten

De hogere ontvangsten betreffen de bijdrage van de MIVD in de investeringen in het kader van Symbolon.

Artikel 3: Woningmarkt

A Algemene doelstelling

Uitgangspunt voor de regering is het belang van een vrije woningmarkt met steun voor degenen die dat nodig hebben. De Minister voor Wonen en Rijksdienst draagt ervoor zorg dat er voldoende goede en betaalbare huisvesting voor iedereen beschikbaar is en met name voor die groepen die vanwege hun inkomenssituatie of andere persoonlijke omstandigheden moeite hebben op eigen kracht in passende huisvesting te voorzien. Woningcorporaties spelen daarbij een belangrijke rol, waarbij het huisvesten van huishoudens tot een bepaald maximum inkomen in sociale huurwoningen tot hun kerntaak behoort.

De koopmarkt is in principe een vrije woningmarkt die ondersteund wordt door de fiscale aftrek van hypotheekrente. Daarnaast speelt in het kader van de doorstroming de structureel verlaagde overdrachtsbelasting een rol. Een groot aantal van de woningen wordt verder ondersteund door de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Wat de huurmarkt betreft is vastgelegd dat woningcorporaties nog maar 10% van de woningen mogen toewijzen aan huishoudens met een inkomen boven een zekere grens (2012: € 34.085). In aanvulling hierop zijn maatregelen in de huurprijssfeer voorbereid die de doorstroming zullen bevorderen en waardoor meer sociale huurwoningen beschikbaar komen voor de laagste doelgroep.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister voor Wonen en Rijksdienst is systeemverantwoordelijk voor:

  • het via regelgeving bevorderen van een evenwichtige verdeling van de woningvoorraad op grond van de Huisvestingswet en de Rotterdamwet;

  • het zorgen voor een heldere verdeling van rollen en verantwoordelijkheden van de partijen op het terrein van wonen;

  • het scheppen van voorwaarden voor de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen, onder meer door huurprijsregulering en voorgestelde herzieningswetgeving voor woningcorporaties;

  • betaalbaarheid van wonen – in het bijzonder voor de lagere inkomensgroepen en middeninkomens (onder andere op grond van de Wet op de Huurtoeslag);

  • de beleidsmatige vormgeving van het instrument huurtoeslag en het budgettair beheer hiervan op grond van de Wet op de Huurtoeslag. De uitvoering van de huurtoeslag is, op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (AWIR) en onder verantwoordelijkheid van de Minister van Financiën, belegd bij de Belastingdienst/Toeslagen. Deze dienst is ook verantwoordelijk voor de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik;

  • het beleid met betrekking tot de huisvesting van bijzondere aandachtsgroepen;

  • het ontwikkelen van kaders om onrechtmatige bewoning tegen te gaan;

  • de beleidsmatige vormgeving en de kwaliteit van het toezicht op woningcorporaties, het uitoefenen van dit toezicht via het Besluit Beheer Sociale Huurwoningen (BBSH) en de verantwoording hierover;

  • het waarborgen van een laagdrempelige huurgeschillen beslechting. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7.249 t/m 7.261) is vastgelegd dat huurders en verhuurders een beroep kunnen doen op de Huurcommissie. De organisatie en werkwijze van de Huurcommissie, evenals de administratieve ondersteuning door de Dienst van de Huurcommissie, is vastgelegd in de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uhw).

C Beleidsconclusies

Verlagen van de overdrachtsbelasting van 6 naar 2 procent tot 1 juli 2012: Tot 1 juli 2012 was het tarief voor de overdrachtsbelasting voor woningen als een tijdelijke maatregel verlaagd van 6% naar 2%. Per 1 juli 2012 is de tariefsverlaging naar 2% voor woningen structureel geworden.

Extra huurverhoging van maximaal 5 procent voor hogere inkomens in gereguleerde woningen: Om de doorstroming binnen het gereguleerde huursegment te bevorderen is ervoor gekozen om huishoudens met een inkomen van meer dan € 43.000 een hogere huurverhoging toe te staan, te weten van maximaal 5% boven inflatieniveau. Het wetsvoorstel daartoe, huurverhoging op grond van inkomen (Kamerstukken II, 2011–2012, 33 129), is op 12 april 2012 aangenomen door de Tweede Kamer. De behandeling bij de Eerste Kamer is nog niet afgerond. In het Begrotingsakkoord 2013 van mei 2012 is een aanvullende maatregel genomen: maximaal 1% extra huurverhoging voor huishoudens met een inkomen tussen € 33.000 en € 43.000. Dit wetsvoorstel, huurverhoging op grond van een tweede inkomenscategorie, is op 6 juli 2012 bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II, 2011–2012, 33 330, nr. 1). De Eerste Kamer heeft besloten de behandeling van het wetsvoorstel met betrekking tot de extra huurverhoging van 5% pas te hervatten op het moment dat ook het wetsvoorstel over de extra huurverhoging met 1% begin 2013 bij de Eerste Kamer is ingediend.

Ontwikkeling van de huurstijging: De maximale huurverhoging voor alle huishoudens is in 2012 uitgekomen op het inflatiepercentage van 2011, te weten 2,3%.

Grafiek 3.1 Gemiddelde huurstijging, exclusief huurharmonisatie, nominaal en reëel (1997–2012)

Grafiek 3.1 Gemiddelde huurstijging, exclusief huurharmonisatie, nominaal en reëel (1997–2012)

Bron: CBS Huurenquête

Uit de grafiek blijkt het inflatievolgend huurbeleid vanaf 2007; vanaf dat moment komt de reële huurstijging uit op nul.

Uitwerken van het recht voor huurders om hun woning te kopen

Het beleid ten aanzien van het kooprecht voor huurders van woningen van toegelaten instellingen is uitgewerkt in een voorstel tot wijziging van de Woningwet. Gezien de demissionaire status van het kabinet Rutte I is het wetsvoorstel niet in 2012 bij de Tweede Kamer ingediend.

Bevorderen maximale maatschappelijke prestaties van woningcorporaties

Op 5 juli 2012 is het wetsvoorstel Herziening Woningwet (Kamerstukken II, 2010–2011, 32 769, nr. 1–3) door de Tweede Kamer aanvaard. Ter verbetering van het bestel voor woningcorporaties wordt daarmee onder andere het in- en externe toezicht op woningcorporaties versterkt. Het wetsvoorstel zal worden aangepast door middel van een novelle.

In 2012 is de Tweede Kamer het Sectorbeeld Realisaties Woningcorporaties toegezonden. Hierin is ingegaan op de volkshuisvestelijke (investeringen, verkopen, e.d.) en financiële prestaties (vermogensontwikkeling, kasstromen, bedrijfslasten e.d.) van de corporatiesector in 2011.

In 2012 is op basis van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), die per 1 januari 2013 in werking is getreden, een regeling voor de woningcorporatiesector tot stand gebracht. Deze regeling die de sector in in een aantal grootteklassen met onderscheiden beloningsplafonds indeelt, is gelijktijdig met de WNT in werking getreden.

In het kader van het toezicht op corporaties zijn in 2012 vier aanwijzingen verstrekt. In het voorjaar van 2012 is een aanwijzing aan Laurentius (Breda) verstrekt in combinatie met het aanstellen van een externe toezichthouder vanwege problemen op het vlak van financiën en integriteit. De Tweede Kamer is hier schriftelijk over geïnformeerd. Daarnaast is aan de corporaties Woongoed 2 Duizend (Reuver) en De Woonplaats (Enschede) een aanwijzing verstrekt in combinatie met een last onder dwangsom vanwege niet-toegestane nevenactiviteiten. Aan Servatius (Maastricht) is een aanwijzing verstrekt met als strekking dat de gerechtelijke procedure tegen het voormalige bestuur en leden van de voormalige Raad van Toezicht van Servatius op het gebied van schadeverhaal dient te worden voortgezet.

Aan alle 389 corporaties is op 30 november 2012 de individuele oordeelsbrief verzonden. In laatstgenoemde brief is voor de eerste keer ook aandacht besteed aan de in 2012 gedane toewijzingen in relatie tot de inkomensgrens voor de staatssteun. Het blijkt dat de sociale huurwoningen over het verslagjaar 2011 gemiddeld in circa 94% van alle gevallen zijn toegewezen aan de doelgroep. Slechts bij 38% van de corporaties was de verantwoording over de 90% -toewijzing juist en volledig. Vier corporaties hebben overigens geen sociale huurwoningen toegewezen in 2011. Omdat er sprake is van een aanloopjaar werd onthouding van staatssteun in de vorm van borging door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw in 2013 nog niet op zijn plaats geacht, hetgeen is medegedeeld in genoemde oordeelsbrief.

Bij het Meldpunt Integriteit Woningcorporaties (MIW) kan een ieder meldingen doen van fraude en/of zelfverrijking door bestuurders, medewerkers en (intern) toezichthouders bij of gelieerd aan woningcorporaties.

 

Aantal meldingen integriteit woningcorporaties

2009

206

2010

109

2011

92

2012

119

Het aantal bij het MIW binnengekomen meldingen in 2012 is groter dan in 2010 en 2011, maar kleiner dan in het eerste jaar 2009.

De stijging in het aantal meldingen ligt vermoedelijk aan een artikel in het Financieel Dagblad over het meldpunt halverwege 2012 en aan het feit dat meldingen die voorheen buiten het MIW rechtstreeks bij het ministerie binnenkwamen nu bij het meldpunt binnenkomen. Van de 119 binnengekomen meldingen hadden er 74 geen betrekking op integriteit. Dezezijn afgedaan als burgerbrief (vooral huurgeschillen). Van de 45 in behandeling genomen meldingen waren op 31 december 2012 nog 15 meldingen in onderzoek. De overige 30 zijn afgedaan. Na onderzoek bleken er bij deze meldingen onvoldoende aanknopingspunten voor fraude en/of zelfverrijking. Er waren geen meldingen die aanleiding gaven deze over te dragen aan de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Ouderenhuisvesting

Uit de Monitor Investeren voor de Toekomst 2009 is gebleken, dat er tot 2018 gemiddeld jaarlijks 36.000 tot 40.000 woningen voor ouderen extra nodig zijn om de toenemende vergrijzing het hoofd te bieden. Tijdens een Algemeen Overleg op 24 november 2011 is de Tweede Kamer een actieplan Ouderenhuisvesting toegezegd dat medio 2012 gereed moest zijn. In juli 2012 is aan de Kamer bericht, dat dit wacht op onderzoeksgegevens. Deze worden in de eerste helft van 2013 verwacht.

EU arbeidsmigranten

In maart 2012 is door BZK een nationale verklaring Arbeidsmigranten6 opgesteld en door de minister, samen met VNG, Aedes en werkgeverskoepels ondertekend. In vervolg hierop zijn en worden bestuurlijke afspraken hierover gemaakt met negen regio’s.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 3 Woningmarkt

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

2.817.288

2.844.460

– 27.172

                 

Uitgaven:

       

2.857.598

2.786.655

70.943

                 

3.1

Betaalbaarheid

       

2.846.876

2.778.378

68.498

 

Subsidies

       

60.267

41.327

18.940

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

       

751

0

751

 

Bevordering eigen woningbezit

       

58.243

32.982

25.261

 

Eigen woningenregelingen

       

0

6.984

– 6.984

 

Woonconsumentenorganisaties

       

1.272

1.361

– 89

                 
 

Opdrachten

       

703

1.672

– 969

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid

       

703

1.672

– 969

                 
 

Inkomensoverdracht

       

2.766.870

2.694.518

72.352

 

Huurtoeslag

       

2.766.870

2.694.518

72.352

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

0

21.982

– 21.982

 

Beleidsprogramma betaalbaarheid (Agentschap NL)

     

0

1.982

– 1.982

 

Overige uitvoeringsinstanties

       

0

20.000

– 20.000

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

19.036

18.879

157

 

Huurcommissie

       

18.879

18.879

0

 

Overige uitvoeringsinstanties

       

157

0

157

                 

3.2

Onderzoek en kennisoverdracht

       

10.722

8.277

2.445

 

Subsidies

       

5.880

5.678

202

 

Samenwerkende kennisinstellingen e.a.

       

5.880

5.678

202

                 
 

Opdrachten

       

4.842

2.599

2.243

 

Onderzoek en kennisoverdracht

       

4.842

2.599

2.243

                 
 

Ontvangsten

       

468.840

556.140

– 87.300

E Toelichting op de financiële instrumenten
3.1 Betaalbaarheid

Subsidies

Bevordering eigen woningbezit

De gunstige leningsfaciliteit voor starters van de Stichting Volkshuisvesting Nederland is bij Najaarsnota 2012 uitgebreid. Hiertoe is € 20 mln. ondergebracht bij de Stichting Volkshuisvesting Nederland (SVN) als stimuleringsbijdrage voor startersleningen. In 2012 zijn er geen startersleningen meer verstrekt.

Daarnaast was er bij de BEW en de eigen woningregelingen sprake van hoger dan verwachte uitstroom uit de regelingen bij de periodieke inkomenstoetsen en verhuizingen.

Eigen Woningregelingen

Tabel 3.1 Indicatoren NHG-garanties en aandeel eigenwoningbezit
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

NHG verstrekking

90 000

84 000

97 000

130 000

136 500

122.600

Aandeel eigenwoningbezit

56,6%

57,3%

57,8%

59,3%

59,7%

59,3%

Bron NHG verstrekkingen 2012: kwartaalbericht 4e kwartaal 2012 Stichting WEW

Bron aandeel eigenwoningbezit: BZK/WB Systeem Woningvoorraad (Syswov)

Opdrachten

Beleidsprogramma betaalbaarheid

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voert voor het programma betaalbaarheid verschillende activiteiten uit. Op het punt van de huurtoeslag maar ook op het gebied van ouderenhuisvesting heeft monitoring plaatsgevonden op zowel woonlasten als beschikbaarheid, zoals het jaarlijks verslag over de Huurtoeslag. Verschillende acties zijn ondernomen ten aanzien van het toezicht op woningcorporaties.

Inkomensoverdracht

Huurtoeslag

In 2012 is meer uitgegeven aan huurtoeslag dan begroot. De overschrijding wordt veroorzaakt door hogere voorschotten als gevolg van een hoger aantal aanvragen in 2012. Een deel van de overschrijding was bij voorjaarsnota al voorzien als gevolg van een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. De uiteindelijke overschrijding hoger is uitgevallen.

Met behulp van het kengetal netto-huurquote wordt het effect van de huurtoeslag op de betaalbaarheid van het huren voor de huishoudens met lage inkomens zichtbaar gemaakt. De in onderstaande tabel opgenomen netto huurquote geeft aan welk deel van het belastbaar inkomen wordt besteed aan netto-huurlasten (huur minus huurtoeslag). Daarbij is gerekend met de gemiddeld geldende huur voor de betreffende groep.

De tabel laat naast de in de begroting 2012 verwachte ontwikkeling van de netto-huurquote de gerealiseerde ontwikkeling van de netto-huurquote over 2012 zien.

Kengetallen

         

Begroting

Realisatie

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

Eenpersoonshuishouden

minima

17,3%

17,3%

17,3%

17,3%

17,6%

17,8%

Meerpersoonshuishouden

minima

14,4%

14,3%

14,2%

14,2%

14,8%

15,1%

Eenpersoonsouderhuishouden

minima

20,3%

20,1%

20,1%

20,1%

20,7%

20,9%

Meerpersoonsouderhuishouden

minima

14,8%

14,5%

14,5%

14,5%

15,1%

14,9%

Eenpersoonshuishouden

boven minimaal

19,7%

19,4%

19,4%

19,4%

19,8%

20,0%

Meerpersoonshuishouden

boven minimaal

15,9%

15,6%

15,6%

15,5%

16,1%

16,2%

Eenpersoonsouderhuishouden

boven minimaal

19,5%

17,7%

17,8%

17,9%

18,7%

18,7%

Meerpersoonsouderhuishouden

boven minimaal

16,3%

13,8%

13,9%

14,0%

14,5%

14,4%

Bron: WB

Ten opzichte van 2011 is sprake van een stijging door bezuinigingsmaatregelen. Deze bezuiniging bestond uit een verhoging van de kwaliteitskortingen in de huurtoeslag met 10%-punt. Daarnaast is de eigen bijdrage per 2012 verhoogd met € 0,73 per maand.

Voor de gepresenteerde huishoudens komt de huurquote in sommige gevallen iets hoger uit dan voorzien in de begroting 2012. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een andere inkomensontwikkeling dan verwacht.

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Overige uitvoeringsinstanties

De meevaller op het geraamde budget voor de uitvoeringskosten voor de inkomensafhankelijke huurprijsstijging is ingezet als dekking voor de bij voorjaarsnota geraamde tegenvaller in de huurtoeslag.

Bijdragen aan ZBO’s /RWT’s

Huurcommissie

Afhandeling huurgeschillen

Afhandeling 2011

Afhandeling 2012

Huurprijsgeschillen

5.235

4.938

Servicekostengeschillen

3.093

2.801

Huurverhogingsgeschillen

587

629

Huurtoeslagverklaringen

458

245

Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv)

5

Totaal

9.373

8.618

Bron: Jaarverslag Dienst van de Huurcommissie

In 2012 heeft de Huurcommissie minder verzoeken binnen gekregen dan in 2011. De Huurcommissie handelde net als in 2011 wel meer verzoeken af dan er binnenkwamen, waardoor de voorraad in behandeling zijnde verzoeken verder werd verlaagd.

Doorlooptijd afhandeling ten opzichte van de geldende norm

Realisatie 2011

Norm 2012

Realisatie 2012

Huurprijsgeschillen

92% binnen 6 mnd.

> 80% binnen 5 mnd.

66%

Servicekostengeschillen

83% binnen 7 mnd.

> 80% binnen 5 mnd.

57%

Huurverhogingsgeschillen

93% binnen 6 mnd.

> 80% binnen 5 mnd.

95%

Bron: Jaarverslag Dienst van de Huurcommissie

De beoogde versnelling van de doorlooptijden is bij de reguliere huurprijs-geschillen en de servicekostengeschillen in 2012 nog niet gehaald. De oorzaak hiervan is dat de Huurcommissie in 2012 is gestart met relatief veel verzoeken die al langere tijd in behandeling waren. Deze verzoeken zijn met voorrang afgehandeld. In de loop van 2012 zijn de doorlooptijden sterk verbeterd. Eind 2012 lagen de doorlooptijden op een niveau dat de voor 2013 afgesproken verdere verkorting (ten minste 90% afgehandeld binnen vier maanden) mogelijk maakt.

3.2 Basisonderzoek en kennisoverdracht

Subsidies

Samenwerkende kennisinstellingen (Platform 31)

De instelling is breed werkzaam en behandelt vele voor BZK relevante thema’s. De inhoudelijke domeinen van Platform31 zijn wonen, ruimte, duurzaamheid, sociale vraagstukken, economische vraagstukken en organisatie en bestuur.

Opdrachten

Onderzoek en kennisoverdracht

Het budget is in 2012 besteed aan opdrachten onder meer op het gebied van verkenningen, de uitvoering van het Woon Onderzoek Nederland 2012, monitoring van beleid en ramingmodellen.

In 2012 zijn hiertoe ondermeer de volgende onderzoeken en verkenningen opgeleverd:

  • Onderzoek Behoefteraming stedelijke vernieuwing en woningbouw

  • Onderzoek Koopstarters op de woningmarkt

  • Onderzoek Moelanders

  • Onderzoek naar en krimpfaciliteit voor bevolkingdaling

  • Onderzoek Mogelijke effecten kabinetsmaatregelen op woningmarkt.

Ontvangsten

De ontvangsten bij de huurtoeslag zijn lager uitgevallen dan verwacht. Dit is voornamelijk het gevolg van lagere terugvorderingen bij de definitieve vaststelling van de toeslag. Daarnaast lag het in invorderingstempo lager dan geraamd als gevolg van later terugbetalende debiteuren.

Artikel 4: Woonomgeving en bouw

A Algemene doelstelling

Het stimuleren van burgers, decentrale overheden, instellingen en bedrijven om de kwaliteit van woningen en gebouwen te verbeteren en daarmee energie te besparen en woonlasten te beperken. Het bevorderen van de woningbouwproductie waarbij aanbod en diversiteit zoveel mogelijk aansluit bij de woningbehoefte van Nederland. Het stimuleren van burgers en andere partijen om de leefbaarheid in steden en dorpen te bevorderen.

In 2012 stond het versterken van het functioneren van de woningmarkt en het nemen van energiebesparende maatregelen in de gebouwde omgeving centraal, mede om de gevolgen van de crisis af te zwakken. Nadruk lag op stimulering van gemeenten en marktpartijen om op een slimme manier met de effecten van de crisis om te gaan en om de woningmarkt weer in beweging te krijgen. Stimuleren van de bouwkwaliteit en een goed stelsel van de bouwregelgeving draagt bij aan de doelstelling. Energiebesparing in de gebouwde omgeving, met een substantieel potentieel, zorgt voor een beter beheersbare energierekening van burgers en bedrijven, creëert extra omzet en werkgelegenheid in de bouw- en installatiesector en draagt bij aan de afgesproken Europese doelstellingen op het gebied van reductie van CO2-uitstoot.

B Rol en verantwoordelijkheid
  • Op basis van de Woningwet (artikel 120), de Wet milieubeheer (hoofdstuk 4) en de Kadasterwet is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en reductie van CO2-uitstoot binnen de sector gebouwde omgeving. Het belangrijkste instrument om dit te bereiken is het plan van aanpak Energiebesparing Gebouwde Omgeving. Dit plan, mede van belang voor de bijdrage van Nederland aan de Europese CO2 reductiedoelstelling in 2020, biedt een lange termijnvisie en richt zich op medewerking van marktpartijen. Daarnaast zijn er convenanten (Meer Met Minder bestaande bouw, Lenteakkoord Energiebesparing in de Nieuwbouw en Energiebesparing Sociale-Huursector), wet- en regelgeving (verplicht energielabel op basis van Energieprestatie van gebouwen (EPBD)), en onderzoek met als doel het verspreiden van kennis.

  • Op basis van de Woningwet (hoofdstuk 2) is de minister verantwoordelijk voor het opstellen van bouwregelgeving, de naleving hiervan en het stimuleren van bouwkwaliteit.

  • Op basis van de Grondwet, artikel 22 lid 2 en de Woningwet (hoofdstuk V) is de minister verantwoordelijk voor woningbouw; hetgeen de zorg omvat voor voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Het kabinet wil de sector stimuleren door investeringscondities te verbeteren en belemmeringen weg te nemen, waardoor meer ruimte ontstaat voor kleinschalige natuurlijke groei, het voorzien in eigen woningbehoefte, (collectief) particulier opdrachtgeverschap (CPO) en meegroei-, mantel- en meergeneratie woningen.

  • Op basis van de Woningwet (artikel 80a) heeft de minister een bevorderende en ondersteunende rol in het leefbaar maken en houden van steden en dorpen, waarbij met name aandacht is voor grote of specifieke problemen in bepaalde gebieden (bijvoorbeeld aandachtswijken en krimpregio’s). De charters tussen Rijk en gemeenten met aandachtswijken en het Actieplan bevolkingsdaling zijn de kaders waarbinnen de minister ondersteunt, stimuleert en faciliteert. Belangrijkste maatregelen hiertoe zijn het aanpassen van belemmerende wet- en regelgeving (bijvoorbeeld via de Rotterdamwet), advisering, kennisoverdracht, monitoring van resultaten (outcomemonitor Wijken, monitor krimpproblematiek en de ISV3-monitor) en het aanspreken van medeverantwoordelijke collega’s, met het oog op een samenhangende aanpak, bij te dragen aan de leefbaarheid.

C Beleidsconclusies
4.1 Energie en bouwkwaliteit

Energiebesparingsbeleid

Het energiebesparingsbeleid in de gebouwde omgeving dat in de afgelopen jaren in gang is gezet, heeft een drieledige doelstelling:

  • het beter beheersbaar maken van de woonlasten van huishoudens en de energiekosten van bedrijven;

  • een impuls geven aan de bouw- en installatiesector;

  • een bijdrage leveren aan de realisatie van de doelstelling voor reductie van CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving (EU-verplichting).

In het licht van deze doelstellingen is het streven jaarlijks 300.000 gebouwen 20% energiezuiniger te maken. Het aantal gebouwen dat energiezuiniger wordt gemaakt, is echter gedaald van 270.000 in 2010 tot 160.000 in 2011.9 De cijfers voor 2012 volgen in de loop van 2013. De voornaamste reden van deze daling is de slechte situatie op de woningmarkt en de financiële crisis, waardoor investeringen worden uitgesteld. In het Regeerakkoord zijn maatregelen opgenomen om de woningmarkt op orde te brengen. Daarnaast is in 2012 ingezet op versneld verduurzamen van bestaande woningen en andere gebouwen.

Investeren in energiebesparing

In 2012 zijn 393.410 energielabels voor woningen afgegeven. Ultimo 2012 beschikt 33% van de ruim € 7 mln. woningen over een label. Onderscheiden cijfers naar koop- en huurwoningen zijn naar verwachting in maart van dit jaar beschikbaar en te raadplegen via de site www.energielabel.nl.

In 2012 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties diverse nieuwe Green Deals gesloten waarin energiebesparing in de gebouwde omgeving centraal staat. De betrokkenheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bestaat onder meer uit de inzet van specifieke expertise en/of themagerichte ondersteuning. Hiernaast is ook geïnvesteerd in innovatieprogramma’s op het gebied van energiebesparing. In 2012 waren dit o.a. het programma Energiesprong, uitgevoerd door Platform31 en het programma Gebieden Energie Neutraal, uitgevoerd door de coöperatie Gebieden Energie Neutraal. Het doel hierachter is het voorbereiden van de marktintroductie van energieneutrale nieuwbouw en renovatie.

Afspraken met de sector

Drie convenanten (uit 2008) voor de bestaande bouw, de nieuwbouw en de Huursector zijn in 2012 herzien en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s zijn vastgesteld. Daaraan is een koepelconvenant toegevoegd. De herijking was noodzakelijk vanwege bijgestelde kabinetsdoelstellingen en veranderde economische omstandigheden. Het rijk richt zich op het wegnemen van barrières in wet- en regelgeving, het ondersteunen van kennisontwikkeling en -overdracht en het monitoren. De betrokken marktpartijen zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke thema’s zoals kwaliteitsverbetering uitvoering, klantgerichte benadering en nieuwe financiële arrangementen.

Implementatie Europese richtlijnen

De herziene Europese richtlijn Energieprestatie van gebouwen (EPBD) regelt onder meer het energielabel. Het wetsvoorstel Kenbaarheid energieprestatie gebouwen10 is op 20 november 2012 door de Tweede Kamer verworpen. Nadere voorstellen, met daarbij oog voor vereenvoudiging van het label en terugdringen van administratieve lasten, worden momenteel uitgewerkt.

Op 4 december 2012 is de Europese Energy-Efficiency Directive (EED) in werking getreden. Nederland moet de richtlijn binnen 18 maanden implementeren in wet- en regelgeving. De richtlijn beschrijft een kader voor maatregelen om de toepassing van energiebesparende maatregelen te bevorderen ten behoeve van de Europese doelstelling van 20% energiereductie in 2020. De Minister voor Wonen en Rijksdienst is hierbij verantwoordelijk voor energie-efficiëntie in gebouwen. In 2012 is een start gemaakt met de uitwerking van de richtlijn en begin 2013 zal deze aan de Tweede Kamer op hoofdlijnen worden gepresenteerd inclusief voorstellen tot wetswijzigingen.

Bouwkwaliteit

Op 1 april 2012 is het Bouwbesluit 2012 in werking getreden. Het aantal algemene maatregelen van bestuur is hierdoor afgenomen. In lijn met de adviezen van de commissie Dekker is een start gemaakt om private kwaliteitsborging en vermindering van publiek toezicht mogelijk te maken. De adviescommissie brandveiligheid heeft de advisering over de toepassing van (brandveiligheids)voorschriften verzorgd De helpdesk bouwregelgeving heeft ondersteund door beantwoording van 2270 vragen in 2012.

4.2 Woningbouwproductie

Woningbouwstimulering inclusief investeringscondities Bouw

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Kamerstukken II, 32 660, nr. 17) is opgenomen dat de programmering van de verstedelijking wordt overgelaten aan provincies en gemeenten. In de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad worden de bestaande verstedelijkingsafspraken onderdeel van de integrale aanpak voor deze gebieden. In de andere regio’s is geen directe rijksbetrokkenheid meer bij de woningbouwprogrammering. In het Bestuurlijke Overleg Meerjarenprogramma infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) overleg zijn in 2012 afspraken gemaakt met medeoverheden over de ontwikkeling van bestaande en nieuwe woningbouwlocaties. Dat geldt in het bijzonder voor de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad, waar op sommige plekken de (kwalitatieve) woningbehoefte groot blijft. In 2012 is gestart met de actualisatie van de Gebiedsagenda’s MIRT uit 2009.

Inmiddels heeft de bouwsector in 2012 de uitvoering van de Actieagenda Bouw ter hand genomen. Hierbij zijn BZK en andere departementen betrokken. Een klein Kernteam bevordert de voortgang van en synergie tussen de acties en zorgt voor de algemene communicatie over de uitvoering.11

Particulier opdrachtgeverschap (Eigenbouw)

Het Expertteam Eigenbouw, ter bevordering van eigenbouw, heeft in 2012 aan 33 gemeenten adviezen verstrekt. De inzet van het team voorziet in een behoefte van gemeenten. Het aantal gerealiseerde woningen in eigenbouw als percentage van de totale bouwstroom, is in 2012 gegroeid van 11% naar 16%. Het Expertteam heeft in 2012 een zgn. toolbox12 voor gemeenten uitgebracht. Hierin zijn handleidingen en methoden opgenomen voor de verschillende deelonderwerpen van particulier opdrachtgeverschap, zoals grondexploitatie, financiering, collectief PO en klushuizen.

Kantoortransformatie

In 2012 is het Expertteam Kantoortransformatie opgericht, dat gemeenten, eigenaren en overige betrokkenen kan ondersteunen. Het Expertteam heeft circa 40 projecten ondersteund, waarvan 15 met extra inhoudelijke betrokkenheid. Hiermee is voldaan aan de beoogde inzet voor 2012. Van de 10 bestaande pilots (uit 2011) is inmiddels de helft doorgezet naar de startfase. BZK is betrokken bij het op 27 juni 2012 door overheden en marktpartijen ondertekende convenant «Aanpak leegstand kantoren» (gecoördineerd door I&M) om de leegstand van kantoren te bestrijden en het bereiken van een beter functionerende kantorenmarkt.

Grondbeleid

In 2012 is in onderzoek door Deloitte, gekeken naar de positie en oplopende tekorten bij de gemeentelijke grondbedrijven die actief op de grondmarkt opereren. Uit het onderzoek, zoals aangeboden aan de Tweede Kamer, blijkt dat gemeenten al voor bijna 3 mld. hebben afgeboekt op hun grondposities en de eerstkomende jaren nog een verlies van ca. € 1–€ 1,5 mld. zullen moeten nemen (ceteris paribus). Samen met het ministerie van Infrastructuur en Milieu en met onder andere VNG en IPO wordt bekeken welke vereenvoudigingen en verbeteringen op gebied van het grondbeleid mogelijk zijn in de rijkswet- en regelgeving, teneinde (woning)bouwprojecten makkelijker en sneller tot stand te laten komen en betere kansen te bieden voor organische gebiedsontwikkeling/uitnodigingsplanologie. Dit wordt meegenomen in de nieuwe Omgevingswet (2018).

4.3 Kwaliteit Woonomgeving

Stedelijke vernieuwing

In juli 2012 is de voortgangsrapportage stedelijke vernieuwing aangeboden aan de Tweede Kamer13. Deze is opgesteld met betrokkenheid van VNG, steden en het IPO. De rapportage laat zien dat de afgelopen decennia de leefbaarheid in steden en dorpen is verbeterd, mede door de inzet van lokale partijen in stedelijke vernieuwing, daarbij gesteund door het Rijk. De analyse van de opgave stedelijke vernieuwing is afgerond en op 12 december 2012 met de Kamer besproken.

Beleidsprogramma woonomgeving

BZK heeft in 2012 een ondersteunende en stimulerende rol gespeeld bij het versterken van de leefbaarheid in regio’s, buurten en wijken. Dat gebeurt via de Agenda Burgerschap, de Wijkenaanpak, het programma Bevolkingsdaling en het Nationaal programma Rotterdam Zuid. Nadruk bij de programma’s ligt op de eigen kracht van burgers en op het integraal samenwerken. Het Rijk is tijdelijk partner en ondersteunt, voert afspraken uit, experimenteert en neemt waar mogelijk (wettelijke) belemmeringen weg. Via de wijkengids zijn kennis en ervaringen ontsloten voor anderen.

Wijkenaanpak en burgerschap

Over de voortgang op de Agenda Burgerschap en de Wijkenaanpak is gerapporteerd via de Voortgangsrapportage leefbaarheid 2012. Aangekondigde aanpassingen van de Rotterdamwet en het wetsvoorstel voor het aanpakken van Huisjesmelkers worden uitgewerkt. Wat betreft de wijkenaanpak is het beeld dat de voortgang per wijk divers is op punten zoals dalende verkoopprijzen van woningen, werken, inkomen en schuldenproblematiek.

Nationaal programma Rotterdam Zuid

September 2011 is het Nationaal programma Kwaliteitssprong Rotterdam Zuid ondertekend. Het afgelopen jaar hebben de gemeente Rotterdam en haar maatschappelijke partners een uitvoeringsstructuur opgezet. Juli 2012 is het uitvoeringsprogramma 2012 – 2014 gepresenteerd. Het plan focust op de grootste en taaiste problemen op de terreinen scholing, werk en wonen. De eerste concrete resultaten zijn zichtbaar, zo zijn in 2012 extra lesuren ingevoerd op een aantal scholen. Ook zijn 35 voorschoolse groepen opgezet gericht op taal en zijn 2000 gesprekken gevoerd met scholieren over een schoolkeuze die aansluit bij de vraag op de arbeidsmarkt. Er is in 2012 30 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit BZK voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, met name voor fysieke opgaven. De Tweede kamer is op 31 oktober 2012 uitgebreid geïnformeerd via de Voortgangsrapportage Kwaliteitsprong Rotterdam Zuid (Kamerstukken II, 32 847, nr. 35).

Bevolkingsdaling

De Interbestuurlijke Voortgangsrapportage Bevolkingsdaling 2012 maakt duidelijk dat de krimp- en anticipeerregio’s de uitdaging van bevolkingsdaling oppakken. Het Rijk is ondersteunend aan dit proces en zoekt op basis van concrete casuïstiek naar mogelijkheden om knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen zoals krimpbestendig maken van de Omgevingswet.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Woonomgeving en bouw

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

49.886

44.351

5.535

                 

Uitgaven:

       

46.141

44.033

2.108

                 

4.1

Energie en bouwkwaliteit

       

23.210

35.356

– 12.146

 

Subsidies

       

19.217

25.250

– 6.033

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

       

626

0

626

 

Beleidsprogramma bouwregelgeving

       

1.626

0

1.626

 

Innovatieregelingen gebouwde omgeving

       

9.479

17.000

– 7.521

 

Tijdelijke regeling blok voor blok

       

350

1.000

– 650

 

Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparing

       

7.136

7.250

– 114

                 
 

Opdrachten

       

3.124

10.106

– 6.982

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

       

2.209

8.707

– 6.498

 

Beleidsprogramma bouwregelgeving

       

899

1.399

– 501

 

Innovatieregelingen gebouwde omgeving

       

16

0

16

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

869

0

869

 

Beleidsprogramma Energiebesparing

       

869

0

869

                 

4.2

Woningbouwproductie

       

16.781

2.799

13.982

 

Subsidies

       

1.643

0

1.643

 

Beleidsprogramma woningbouwproductie

       

1.643

0

1.643

                 
 

Opdrachten

       

469

1.072

– 603

 

Beleidsprogramma woningbouwproductie

       

469

1.072

– 603

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

14.669

1.727

12.942

 

Beleidsprogramma woningbouwproductie (Agentschap NL)

       

14.669

1.727

12.942

                 

4.3

Kwaliteit woonomgeving

       

6.150

5.878

272

 

Subsidies

       

4.650

0

4.650

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

       

4.650

0

4.650

                 
 

Opdrachten

       

1.500

5.878

– 4.378

 

Beleidsprogramma woonomgeving e.a.

       

1.458

5.878

– 4.420

 

Wijkverpleegkundigen

       

42

0

42

                 
                 
 

Ontvangsten

       

3.792

91

3.701

                 
E Toelichting op de financiële instrumenten
4.1 Energie en bouwkwaliteit

Subsidies

Innovatieregelingen gebouwde omgeving

De uitgaven zullen in 2013 tot betaling komen. De vertraging is veroorzaakt door de verminderde tijdige beschikbaarheid, als gevolg van de voortdurende crisis in de woningbouw- en utiliteitsbouwsector, van kortlopende pilots waarmee kennis- en leerpunten worden opgedaan.

Opdrachten

Beleidsprogramma Energiebesparing

Agentschap NL voert het werkprogramma Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving uit. De uitvoeringskosten voor de opdracht Agentschap NL waren geraamd binnen het beleidsprogramma Energiebesparing. De opdracht dient echter verantwoord te worden onder het instrument «Kosten uitvoeringsorganisaties». Door middel van verschillende mutaties is dit gecorrigeerd.

4.2 Woningbouwproductie

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Beleidsprogramma woningbouwproductie (Agentschap NL)

Agentschap NL voert het werkprogramma Energiebesparing in de Gebouwde Omgeving uit. De kosten voor de uitvoering zijn geraamd binnen het beleidsprogramma Energiebesparing.

Tevens is bij Najaarsnota voor een juiste artikelbelasting het budget ad € 2,1 mln. voor de oude Eigen Woning regelingen van artikel 3 Woningmarkt naar dit artikel overgeboekt.

Ontvangsten

Het Rijk heeft tot 1 januari 2011 de woningbouw (via gemeenten) ondersteund met de Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouw. Voor zover gemeenten een bijdrage hadden ontvangen voor projecten, die niet vóór 1 januari 2011 van start zijn gegaan, is dit terugbetaald aan het Rijk.

Artikel 5: Integratie en maatschappelijke samenhang

A Algemene doelstelling

Het bevorderen van maatschappelijke samenhang en sociale stabiliteit door participatie en inburgering, met als doel dat iedereen met een migrantenachtergrond net als iedere andere burger zelfredzaam is en – naar vermogen – deelneemt aan de samenleving.

De mate waarin de algemene doelstelling van het integratiebeleid is gerealiseerd, wordt afgemeten aan de ontwikkeling van de drie kengetallen, deze zijn: percentage netto-arbeidsparticipatie van de bevolking (15–64 jaar), percentage met startkwalificatie van de niet schoolgaande bevolking (15–64 jaar) en het aantal verdachten per 1.000 van de bevolking van 12 jaar en ouder. Deze gegevens zijn in april 2013 beschikbaar. Op de langere termijn wordt gestreefd naar evenredige participatie van alle bevolkingsgroepen in Nederland op genoemde indicatoren.

B Rol en verantwoordelijkheid
  • De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor de visie van en samenhang binnen het integratiebeleid van het kabinet en de daarvoor benodigde kennis.

  • De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spreekt de vakdepartementen aan op hun verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hun generieke beleid voor alle burgers even effectief werkt.

  • De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Remigratiewet, de Wet inburgering, de Wet inburgering buitenland en de Wet overleg minderhedenbeleid.

Tabel 5.1

Percentage netto-arbeidsparticipatie van de bevolking 15–64 jaar

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Niet-westerse migranten

53,6

56,9

55,2

52,8

53,5

1

Autochtone Nederlanders

68,7

70,0

69,9

69,4

69,6

1

Verschil (afname)

– 15,1

– 13,1

– 14,7

– 16,6

– 16,1

1

Percentage met startkwalificatie van de niet schoolgaande bevolking 15–64 jaar

           

Niet-westerse migranten 2e generatie

68,1

67,1

67,4

67,2

69,5

1

Autochtone Nederlanders

70,5

71,4

72,2

72,9

72,4

1

Verschil (afname)

– 2,4

– 4,3

– 4,8

– 5,7

– 2,9

1

Aantal verdachten per 1.000 van de bevolking van 12 jaar en ouder

           

Niet-westerse migranten

44

41

38

33*

32

1

Autochtone Nederlanders

12

11

10

9*

9

1

Verschil (afname)

32

30

28

24*

23

1

Bron: CBS kernindicatoren jaarlijkse aanlevering conform onderzoeksopdracht

X Noot
1

Cijfers niet bekend bij publicatie jaarverslag.

C Beleidsconclusies

Omdat de cijfers uit tabel 5.1 ontbreken, kunnen er geen beleidsconclusies worden getrokken.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Integratie en maatschappelijke samenhang

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

222.546

245.633

23.087

                 

Uitgaven:

       

238.496

251.633

– 13.137

                 

5.1

Faciliteren inburgering

       

187.867

197.293

– 9.426

 

Opdrachten

       

8.523

11.242

– 2.719

 

Programma inburgering

       

8.523

11.242

– 2.719

                 
 

Leningen

       

4.157

0

4.157

 

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)*

       

4.157

0

4.157

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

4.201

21.956

– 17.755

 

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)*

       

4.201

21.956

– 17.755

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

4.209

4.090

119

 

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

       

4.209

4.090

119

                 
 

Bijdragen aan medeoverheden

       

166.776

160.005

6.771

 

Gemeenten uitvoering Wet Inburgering

       

166.776

160.005

6.771

                 

5.2

Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid

       

50.629

54.340

– 3.711

 

Subsidies

       

12.198

9.632

2.566

 

Forum

       

5.885

6.000

– 115

 

Programma integratie

       

3.280

2.600

680

 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) e.a.

       

3.033

1.032

2.001

                 
 

Opdrachten

       

1.579

7.706

– 6.127

 

Programma integratie

       

1.579

6.006

– 4.427

 

Remigratie

       

0

1.700

– 1.700

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

36.852

37.002

– 150

 

Sociale Verzekeringbank (SVB)

       

36.852

37.002

– 150

                 
 

Ontvangsten

       

3.578

32.425

– 28.847

E Toelichting op de financiële instrumenten
5.1 Faciliteren Inburgering

Opdrachten

Programma Inburgering

Een deel van de inburgeringstaken is centraal uitgevoerd onder regie van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met het aantreden van het kabinet Rutte II zijn deze taken overgedragen aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij gaat het om het onderhoud van de examens, de monitoring van de inburgeringsresultaten en het keurmerk inburgering. De uitvoering verloopt via opdrachten aan diverse organisaties.

Een deel van het budget beschikbaar voor inburgering is in 2012 niet besteed, omdat aanvragen, wensen en claims van meerdere gemeenten bij het afronden van de oude Wet Inburgering (die loopt t/m 2012) zijn afgewezen of er is besloten om pas in latere jaren te bezien.

Wet basisexamen inburgering buitenland (WIB)

Voor de zorgvuldige uitvoering van de Wet basisexamen inburgering buitenland zijn opdrachten verstrekt gericht op het faciliteren van de voorbereiding op het basisexamen inburgering in het buitenland door huwelijks- en gezinsmigranten. Onder meer is een product in de markt ontwikkeld in 2012 waarbij kandidaten wereldwijd individuele ondersteuning kunnen krijgen bij de voorbereiding voor het basisexamen inburgering buitenland met behulp van afstandsleren. Tweejaarlijks verschijnt over de stand van zaken rond het basisexamen inburgering buitenland, een monitor.

Tabel 5.2 Kengetallen inburgering Nederland1
 

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Realisatie 2011

Begroting 2012

Realisatie 2012

Aantal deelnemers dat voor het inburgeringsexamen is geslaagd2

7.373

18.006

27.425

25.037

25.000

17.202

Slagingspercentage

81

75

72

69

70

68

Bron: Informatiesysteem Inburgering (ISI) van DUO, stand per ultimo 2008, 2009, 2010, 2011 en 2012.

X Noot
1

De meetbare gegevens (tabel 5.2 en 5.3) van de onderdelen van het integratiebeleid waarvoor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties specifiek verantwoordelijk is, zijn hier opgenomen. Voor de meetbare gegevens inzake de delen van het integratiebeleid die worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindslieden van andere departementen zijn de betreffende bewindslieden verantwoordelijk.

X Noot
2

De geslaagden per jaar kunnen in datzelfde jaar of in eerdere jaren zijn gestart. Bijvoorbeeld: geslaagden in 2012 zijn in 2012 of in eerdere jaren gestart en hebben hun traject in 2012 met succes afgerond.

Bijdragen aan baten- lastendiensten

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

Aan DUO zijn middelen ter beschikking gesteld voor de organisatie van de inburgeringsexamens, het beheer van het Informatiesysteem Inburgering (ISI) en het verstrekken van leningen en vergoedingen. Daarnaast heeft DUO in 2012 de voorbereidingen getroffen om de gewijzigde Wet inburgering uit te voeren. Dit betreft de handhaving van inburgeringsplichtige nieuwkomers per 1 januari 2013, aanpassingen van het huidige leenstelsel en de inrichting van een nieuw inburgeringsexamen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Het COA heeft een tweetal programma’s uitgevoerd ten behoeve van asielgerechtigden die in afwachting zijn van huisvesting binnen een gemeente. Daarmee kunnen de asielgerechtigden een beter voorbereide start maken met hun inburgering. In de loop van 2012 is gestart met aanpassing van het programma zodat het beter aansluit op de gewijzigde Wet inburgering die per 1 januari 2013 in werking is getreden.

Bijdragen aan medeoverheden

Gemeenten uitvoering Wet Inburgering (WIN)

In 2012 heeft het Rijk in totaal € 196,7 mln. beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de uitvoering van de wet inburgering. Hiermee kunnen gemeenten inburgeraars een aanbod doen. Een deel van de bijdrage is toegevoegd aan het gemeentefonds (€ 36,7 mln.) voor uitvoeringskosten, het resterende deel is toegevoegd aan het Participatiebudget.

De afrekening van de Wet Inburgering heeft langer geduurd dan gepland, met als gevolg dat uitgaven, gepland voor 2011 in 2012 hebben plaatsgevonden.

5.2 Maatschappelijke en economische zelfredzaamheid

Subsidies

Forum

FORUM heeft in 2012 vanuit zijn expertise op het integratie beleid diverse belangrijke inhoudelijke bijdragen geleverd aan initiatieven om kennis op het beleidsterrein te vergaren en verdelen. Hierbij valt te denken aan de succesvolle Rondetafelgesprekken, themabijeenkomsten en het opstellen van de plannen van aanpak ter bevordering van criminaliteitspreventie en bestrijding van obesitas onder migranten.

VluchtelingenWerk Nederland (VWN)

Vluchtelingenwerk Nederland heeft conform de afspraken de subsidie ingezet voor de steunfunctie van de primaire dienstverlening van de regionale stichtingen van VWN aan de integratie van asielgerechtigden. De digitale kennisbron Vluchtweb voor vrijwilligers en medewerkers wordt daarvan onderhouden en een gespecialiseerde telefonisch helpdesk en de training en scholing voor vrijwilligers en medewerkers zijn bekostigd uit de subsidie.

Opdrachten

Programma integratie

Versterking regulier beleid

Voor monitoring van het integratieproces zijn opdrachten uitgevoerd door o.a. het CBS en SCP, bijvoorbeeld ten behoeve van de Jaarrapporten integratie. Ten behoeve van kennisontsluiting, methodiekontwikkeling, onderzoek en evaluatie zijn opdrachten aan diverse partijen verstrekt.

Maatschappelijke binding en burgerschap

In het kader van het programma burgerschap is de verkenning curriculum burgerschap in het primair onderwijs uitgevoerd, is er in het kader van het moderatiebeleid op het internet een moderatiewijzer ontwikkeld en is het programma «Expeditie burger» gestart. Ook is invulling gegeven aan het project «betrokken jongeren» waarbij maatschappelijk actieve jongeren (peer educators) in verschillende netwerkbijeenkomsten samengebracht worden. In 2012 is eveneens een wetsvoorstel voor het verbod op gelaatsbedekkende kleding gepresenteerd aan de Kamer.

Huwelijk- en gezinsmigratie

Op het terrein van huwelijks- en gezinsmigratie wordt ingezet op het verwerven van inzicht en kennis en op de preventie van huwelijksdwang, eergerelateerd geweld en achterlating. Er wordt een onderzoek uitgevoerd door het SCP naar de achtergronden van migratie en de leefsituatie in Nederland. Dit onderzoek is eind 2013 gereed. Daarnaast wordt ingezet op voorlichting vòòr de komst van huwelijksmigranten om hen beter voorbereid naar Nederland te laten vertrekken. De pilot in drie talen (Chinees, Turks en Marokkaans) is geëvalueerd in 2012 en wordt op basis van de evaluatie bijgesteld en uitgebreid.

Preventie huwelijksdwang

Voor de preventie van huwelijksdwang wordt ingezet op bewustwording en gedragsverandering in de gemeenschappen door het bespreekbaar maken van taboe onderwerpen. Op landelijk niveau faciliteert het kabinet de bewustwording van jongeren en hun sociale omgeving met de campagne van Movisie «Your right to choose». Ook wordt ingezet op deskundigheidsbevordering van professionals. Dit gebeurt concreet door training van docenten en de ontwikkeling van een e-learning module voor beroepsgroepen in de gezondheidszorg en hulpverlening.

Remigratie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft aan het Nederlands Migratie Instituut (NMI) een meerjarige opdracht verstrekt ten behoeve van de voorlichting Remigratiewet voor de periode 2011–2014

Tabel 5.3 Kengetallen Aanpak rassendiscriminatie
 

20071)

20081)

20092)

2010

2011

2012

Aantal meldingen bij een antidiscriminatievoorziening van discriminatie op grond van ras.

1.835

2.003

2361

2376

2918

PM

Bron: Kerncijfers 2010 en 2011, Landelijke Branchevereniging Antidiscriminatievoorzieningen (LBA).

PM: realisatiecijfer 2012 is medio 2013 beschikbaar

Bijdragen

Sociale Verzekeringsbank

De wet is conform de afspraken uitgevoerd. De behandeling van het voorstel tot wijziging van de Remigratiewet door de Tweede Kamer heeft door de kabinetswisseling nog niet plaatsgevonden.

Tabel 5.4 Kengetallen Facilitering remigratie
 

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal remigranten met een periodieke uitkering per einde jaar

11.386

11.876

12.369

12.300

12.550

12.780

Bron: Jaarlijkse opgave van de Sociale verzekeringsbank (SVB) van het aantal rechthebbenden en de raming daarvan.

Het jaarcijfer 2012 is de realisatie volgens opgave van de SVB begin januari 2013.

Ontvangsten

Aan de ontvangstenkant is de realisatie op het beleidsterrein van Integratie en Samenleving (I&S) € 28 mln. lager dan geraamd. De reden hiervoor is dat de afrekening Brede doeluitkering Sociaal, Integratie en Veiligheid (BDU SIV) is vertraagd. De ontvangsten zullen in 2013 gerealiseerd worden bij SZW. Bij de ontvlechting van I&S van BZK naar SZW zijn hier afspraken over gemaakt.

Artikel 6: Dienstverlenende en innovatieve overheid

A Algemene doelstelling

Een compacte overheid, door minder regeldruk, voorzieningen voor efficiënt gebruik van overheidsinformatie en het bevorderen van maatschappelijk initiatief (actief burgerschap).

In 2012 is de nullijn voor regeldruk gerealiseerd en konden de eerste stappen worden gezet naar een afname van 5% in 2013. In dit jaar is een start gemaakt met een programma waarmee BZK een eigen bijdrage levert aan actief burgerschap. Via samenwerkingsrelaties worden de mensen en de kennisbronnen voor het ondersteunen van deze beweging van de kracht in Nederland bijeengebracht. Het inzetten van meer ICT door de overheid is opnieuw een belangrijke schakel gebleken om de overheidsdienstverlening sneller en makkelijker toegankelijk te maken. Dat kan alleen als de ICT ook betrouwbaar en veilig is. In navolging van Diginotar is er in 2012 geïnvesteerd in meer veiligheid en de bewustwording van het belang daarvan. Het veiligheidsaspect is bij alle voorzieningen verzwaard en de governance rond dit thema is met alle overheidssectoren georganiseerd. Daarnaast is er geïnvesteerd in de kwaliteit van de gegevens in de GBA in samenwerking met gemeenten en uitvoeringsorganisaties.

Het juist vermeld staan in de basisregistraties van de overheid is in 2012 een speerpunt geworden met het tegengaan van identiteitsfraude en -fouten. Naar aanleiding van Europese afspraken zijn ouders en kinderen geïnformeerd over de nieuwe regels voor paspoorten en konden nieuwe paspoorten zonder al te grote problemen tijdig worden verstrekt.

De realisatie van het stelsel van basisregistraties stond in 2012 in het teken van de transitie van het verder vervolmaken van het aanbod naar aandacht voor het versnellen van het gebruik. Binnen het stelsel zijn verbindingen tussen Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Gemeentelijke Basisadministratie voor persoonsgegevens (GBA), Wet waardering onroerende zaken (WOZ), Nieuw Handelsregister (NHR) en de Basisregistratie Kadaster (BRK) gerealiseerd. Knelpunten die gebruik van het stelsel in de weg staan zijn via een vraaggerichte benadering inzichtelijk gemaakt. Gewerkt is aan het aandragen van oplossingen en het informeren van betrokkenen en belangstellenden, opdat men van elkaars ervaringen kan leren.

Het gebruik van DigiD heeft zich in het afgelopen jaar gestaag ontwikkeld. Inmiddels zijn meer dan 600 overheidsdiensten aangesloten en zijn er 9,8 miljoen gebruikers, waarvan 4,6 miljoen met DigiD basisniveau en 5,2 miljoen met DigiD middenniveau. In totaal zijn daarmee meer dan 72 miljoen authenticaties gerealiseerd (in 2011 waren dat er nog ongeveer 50 miljoen). De beschikbaarheid van DigiD was over heel 2012 99,83%.

In 2012 heeft Nederland bij de VN public service awards voor de elektronische overheid de eerste prijs van Europa en de tweede plaats van de wereld gewonnen. Reden is dat zowel het aanbod van elektronische voorzieningen en het gebruik daarvan vanuit het oogpunt van dienstverlening aan de burger vooroploopt en als voorbeeld geldt voor andere landen.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een regierol voor het verminderen van administratieve lasten en regeldruk voor burgers, professionals en interbestuurlijke regeldruk. Daarnaast is de minister systeemverantwoordelijk voor het stelsel van basisregistraties. Hij is vanuit de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens verantwoordelijk voor een goed functionerende Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) en vanuit de Paspoortwet verantwoordelijk voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten. De minister stelt voor de basisregistratie het beleid vast en is verantwoordelijk voor de uitvoering.

De minister is coördinerend verantwoordelijk voor het gebruik en de implementatie van e-overheidvoorzieningen en is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het beheer van diverse e-overheidvoorzieningen.

De minister heeft een regierol voor het bevorderen van burgerschap.

C Beleidsconclusie

Met betrekking tot de uitvoering en beoogde resultaten hebben zich in 2012 geen bijzonderheden voorgedaan. De uitvoering is verlopen conform verwachting. Een nadere toelichting op de uitgevoerde activiteiten is opgenomen bij de instrumenten van de vijf artikelonderdelen.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Dienstverlenende en innovatieve overheid

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

193.538

125.170

68.368

                 

Uitgaven:

       

145.866

125.170

20.696

                 

6.1

Verminderen regeldruk

       

3.711

2.800

911

 

Opdrachten

       

3.711

2.800

911

 

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

       

3.711

2.800

911

                 

6.2

Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

       

37.699

25.166

12.533

 

Opdrachten

       

30.066

25.166

4.900

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen

       

29.593

17.166

12.427

 

Baten-lastendienst Logius

       

473

0

473

 

Implementatie NUP (VNG)

       

0

8.000

– 8.000

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

7.632

0

7.632

 

Baten-lastendienst Logius

       

7.006

0

7.006

 

(door)ontwikkeling e-overheidvoorzieningen (Logius)

       

626

0

626

                 

6.3

Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

       

50.967

45.852

5.115

 

Opdrachten

       

9.915

10.171

– 256

 

Beheer e-overheidsvoorzieningen

       

7.023

7.063

– 40

 

Officiële publicaties en wettenbank

       

2.893

3.108

– 215

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

41.052

35.681

5.371

 

Baten-lastendienst BPR

       

2.973

3.296

– 323

 

Baten-lastendienst Logius

       

37.166

30.885

6.281

 

Beheer e-overheidsvoorzieningen (Logius)

       

913

1.500

– 587

                 

6.4

Burgerschap

       

5.136

4.942

194

 

Subsidies

       

4.831

4.442

389

 

Comité 4/5 mei

       

140

119

21

 

Huis voor Democratie en rechtstaat

       

3.898

4.323

– 425

 

Programma burgerschap

       

793

0

793

                 
 

Opdrachten

       

305

500

– 195

 

Programma burgerschap

       

305

500

– 195

                 

6.5

Reisdocumenten en basisadministratie personen

       

48.354

46.410

1.944

 

Subsidies

       

179

0

179

 

Beleid GBA en reisdocumenten

       

179

0

179

                 
 

Opdrachten

       

27.111

29.510

– 2.399

 

Beleid GBA en reisdocumenten

       

9.834

4.758

5.076

 

Modernisering GBA

       

16.376

8.752

7.624

 

ORRA

       

900

16.000

– 15.100

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

21.064

16.900

4.164

 

Baten-lastendienst BPR

       

21.064

16.900

4.164

                 
 

Ontvangsten

       

21.569

500

21.069

E Toelichting op de financiële instrumenten
6.1 Verminderen regeldruk

Opdrachten

Vermindering regeldruk en administratieve lasten

Tabel 6.1

Indicatoren

Beginstand 2010

Streefwaarde 2011

Streefwaarde 2012

Streefwaarde 2013

Streefwaarde 2014

Streefwaarde 2015

Vermindering administratieve lasten van de burger in tijd en kosten bij de overheid (t.o.v. het jaar daarvoor)

78,2 mln. uur

€ 945,7 mln.

0%

0%

– 5%

– 5%

– 5%

Bron: Opgaven van verschillende departementen van door hen gerealiseerde vermindering van administratieve lasten.

In 2010 bedroegen de administratieve lasten voor burgers 78,2 mln. uur en € 945,7 mln. In 2012 gold een nullijn (toename van lasten moet worden gecompenseerd door dezelfde kwantitatieve afname) en het streven was om de lasten van burgers in 2015 met 15% te verminderen ten opzichte van 2010.

Tot het demissionair worden van het vorige kabinet lag de realisatie van deze kwantitatieve doelstelling op schema. In de Voortgangsrapportage Regeldruk (Kamerstukken II, 2011–2012 29 362, nr. 203) werd onderstaande prognose gegeven tot 2015.

Totaal lastenreductie 2010 – 2015

– 17.006.676

– 116.587.519

Reductiepercentage 14 oktober 2010 – 31 december 2015

– 20,3%

– 15,4%

6.2 Informatiebeleid en ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

(Door)ontwikkeling e-overheidsvoorzieningen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft naar aanleiding van het kabinetsstandpunt op het rapport «iOverheid» van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Kabinetsreactie op WRR-rapport iOverheid, Kamerstukken II, 2011–2012, 26 643 nr. 211) onderzocht hoe het portaal MijnOverheid (https://mijn.overheid.nl) verder kan worden ingezet voor de toegankelijkheid van persoonsgegevens en daarmee het versterken van de informatiepositie van de burger. Zoals in een brief aan de Tweede Kamer (Aanbieding onderzoek «Het versterken van de informatiepositie van de burger», Kamerstukken II, 2012–2013, 26 643 nr. 254) is aangegeven, is er naar aanleiding van dit onderzoek opdracht gegeven de voorbereidingen te treffen voor, mits redelijkerwijs te realiseren, additionele functionaliteiten binnen MijnOverheid voor persoonsgegevens in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Tevens is in 2012 een nieuwe functionaliteit aan MijnOverheid toegevoegd die de WOZ-waarde van onroerend goed in het bezit van burgers toont.

Bestendiging maatregelen Diginotar

In 2012 is extra aandacht besteed aan het verbeteren en versterken van het PKIoverheid certificatenstelsel. Daartoe is een beleidsintensiveringsimpuls gegeven aan Logius. Dit heeft geleid tot een eengepast programma van eisen en invulling van eerstelijnstoezicht door middel van gerichte bedrijfsbezoeken bij certificatenleveranciers. Daarnaast is naar aanleiding van het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid begonnen met het voorbereiden en initaliseren van een zogenaamde Taskforce Bewustzijn Informatiebeveiliging. Deze zal zich bezighouden met het door de OVV geconstateerde gebrek aan informatiebeveiligingsbewustzijn bij bestuurders.

eNIK

De invoering van de eNIK is in een breder perspectief van elektronische identiteit (eID) geplaatst. In interdepartementaal verband is een ambtelijke strategische verkenning uitgevoerd, om actief gezamenlijk beleid op het terrein van elektronische identiteiten voor burgers en bedrijven te ontwikkelen en te implementeren. Dit beleid is gericht op het meer in samenhang brengen van en voortbouwen op bestaand beleid met gebruik van bestaande middelen.

Er is een aanvang gemaakt met het uitwerken van de governance en afspraken voor dit beleid, als ook met het scenario voor een eID-middel voor burgers met een hogere betrouwbaarheid van authenticatie.

ICT-beveiligingsassessements DigiD

In het kader van de verbetering van de beveiliging van de ICT-omgeving van de afnemers van DigiD, is voorgeschreven dat zij jaarlijks een ICT-beveiligingsassessement DigiD dienen te ondergaan. Conform planning hebben de grote afnemers [met name uitvoeringsorganisaties] het assessement in 2012 uitgevoerd. De andere afnemers [met name gemeenten] zullen het assessement in 2013 uitvoeren. De voorbereiding daarop is evenwel al in 2012 ter hand genomen, onder meer door het aanbieden van een ondersteuningsaanpak. Daartoe is een convenant gesloten met VNG/KING, die de uitvoering daarvan zal verzorgen. Inmiddels zijn in dit kader reeds regiobijeenkomsten gehouden waarbij uitleg is gegeven over de asessments en de ondersteuningsaanpak.

Implementatie NUP (VNG)

Het ministerie van BZK draagt samen met de ministeries van Economische Zaken en van Infrastructuur en Milieu bij aan de implementatieondersteuning voor gemeenten. Het bij KING ondergebrachte programma biedt generieke implementatieondersteuning aan gemeenten.Tussen november 2011 en december 2012 is een solide basis voor de verdere uitvoering van het programma gelegd. Ook is de eerste concrete ondersteuning aan gemeenten geleverd.

Als onderdeel van de basisondersteuning zijn veertien impactanalyses uitgevoerd. Hiermee is een helder beeld ontstaan over de beschikbaarheid van de NUP bouwstenen vanuit gemeentelijk perspectief en is een routeplanner opgesteld die gemeenten helpt bij het plannen van de NUP- implementaties. Verder is de i-NUP Academy van start gegaan en zijn de i-Versnellers BAG-WOZ en Webrichtlijnen begonnen. Met de i-versneller worden gemeenten gedurende zes maanden «tot op de drempel – ondersteund in hun implementatietraject. De i-NUP Academy is een driejarige opleiding die erop gericht is een blijvende versterking van de i-functie binnen gemeenten te realiseren. Het verschil in realisatie en budget is te verklaren door het boeken van de in de begroting genoemde kosten van de ontwikkeling van basisregisters ten laste van het budget voor (door-)ontwikkeling van e-overheidsbudget. Dit verklaart ook grotendeels het verschil op dit laatstgenoemde budget.

6.3 Betrouwbare levering van e-overheidsvoorzieningen

Opdrachten

Beheer e-overheidsvoorzieningen

Onder het beheer van de bij het ministerie van BZK ondergebrachte dienst Logius is in 2012 verdergegaan met het efficiënt en effectief leveren van e-overheidsdienstverlening via het internetportaal voor burgers; MijnOverheid. Het gebruik door het aantal burger nam in 2012 gestaag toe. Het aantal burgers dat gebruik maakt van MijnOverheid steeg van circa 150.000 naar circa 300.000. Via het MijnOverheid-portaal zijn in 2012 meer dan 1 miljoen berichten verstuurd. Ook het gebruik van andere e-overheidsvoorzieningen is toegenomen. Zo gebruiken nu bijna 10 mln burgers DigiD en is de dienstverlening van overheidsorganisaties nu mede afhankelijk van een goed functionerend DigiD. Deze ontwikkelingen sporen met de ingezette beleidslijnen

Officiële publicaties en wettenbank

Het Kenniscentrum- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties, waar ondermeer de Staatscourant, het Staatsblad en wetten.nl worden beheerd, is per 1 januari 2012 in zijn geheel overgegaan van de Stichting ICTU naar De Werkmaatschappij. De redactionele werkzaamheden voor wetten.nl zijn na een Europese aanbesteding opnieuw gegund aan Sdu.

Bijdragen aan baten- en lastendiensten

Baten- en lastendienst Logius

Logius stimuleert het gebruik van en aansluitingen op de voorzieningen DigiD/DigiD buitenland, stelselvoorzieningen digikoppeling, -melding en levering, Public Key Infrastructure (PKI), DigiD-machtiging standaarden/voorzieningen toegankelijkheid overheidsinformatie (waaronder de webrichtlijnen), www.overheid.nl en MijnOverheid. De kosten van het beheer van de e-overheidsvoorzieningen neemt sinds een aantal jaren toe, doordat het gebruik van de voorzieningen toeneemt. In 2012 heeft de beheerorganisatie meer kosten gemaakt, dan er financiële middelen beschikbaar waren op de rijksbegroting. Door het toenemende gebruik en de voornemens van het kabinet om in 2017 de overheidsdienstverlening zoveel mogelijk te digitaliseren, zal er de komende jaren een structureel tekort ontstaan om de beheerlasten van de e-overheidsvoorzieningen te kunnen bekostigen.

6.4 Burgerschap

Subsidies

Het Comité 4 en 5 mei

Met de subsidie die het Nationaal Comité 4 en 5 mei van BZK ontvangt, wordt jaarlijks een deel van het inhoudelijke programma op de 14 Bevrijdingsfestivals gerealiseerd onder de noemer Debat en Dialoog. Binnen het jaarthema van 2012 «Vrijheid geef je door» zijn door de Bevrijdingsfestivals in totaal ca. 60 verschillende projecten uitgevoerd. Vanuit het NC zijn daar nog overkoepelende projecten aan toegevoegd, te noemen: «Heldententoonstelling deel II», »Studenten Festivaljournaals» en «22Tracks Social Media playlist».

Aan de projecten hebben in totaal ca. 450 mensen vrijwillig meegewerkt en is ca. 70% van het festivalpubliek bereikt (ca. 500.000 mensen). Daarnaast zijn via Social Media met deze projecten nog eens 40.000 unieke bezoekers bereikt.

Huis voor Democratie en Rechtsstaat (ProDemos)

ProDemos heeft tot doel om mensen te informeren over de democratische rechtsstaat en hen te stimuleren om een actieve rol daarin te spelen. ProDemos heeft zijn activiteiten in 2012 uitgebreid. In Den Haag en elders «op locatie» namen in totaal ruim 130.000 mensen waarvan ongeveer 72.500 scholieren, deel aan ProDemos-activiteiten die kennis en bewustwording van onze democratische rechtsstaat bevorderen. In samenwerking met vijf rechtbanken heeft ProDemos ter plekke publieksgerichte pilotprojecten uitgevoerd, variërend van educatieve programma's voor jongeren tot een meet-the-judge programma voor winkeliers en een training voor begeleiders die binnen de rechtbank groepen ontvangen. ProDemos was ook actief in het onderwijs, zo hebben bijvoorbeeld respectievelijk 729 basisscholen en 436 scholen voor voortgezet onderwijs aan kinder- en scholierenverkiezingen meegedaan.

Opdrachten

Programma Burgerschap

In de bijlagen bij de kabinetsreactie naar aanleiding van het WRR-advies «Vertrouwen in Burgers», die op 22 juni 2012 aan de Tweede Kamer is aangeboden (Kamerstukken II, 2011–2012, 29 614, nr 33) is uitgebreid verantwoord welke activiteiten bij deze verkenning zijn ondernomen en welke kwesties daarbij zijn tegengekomen. De verkenning heeft opgeleverd dat er in het veld behoefte is aan uitwisseling, erkenning van vernieuwende activiteiten, kennisontwikkeling en experimenten. Dit zijn dan ook materiële bijdragen die BZK in 2012 heeft geleverd aan de beweging van onderop. Partnerschappen met de coöperatie i.o. Kracht in Nederland, met het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken, het Actieprogramma Lokaal Bestuur van de VNG, Kenniscentra Platform31 en Movisie, Greenwish en andere ondersteuningsorganisaties van maatschappelijke initiatiefnemers en startende sociaal ondernemers, hebben de reikwijdte van de inspanningen van het ministerie hierbij aanzienlijk vergroot. Een voorbeeld waren in 2012 geslaagde conferenties als de Parade Kracht in Nederland en de De Wijk Verdient het over wijkondernemingen. De minister van BZK heeft zich tevens bereid verklaard om zo nodig regelgeving en werkwijzen aan te passen die het uitoefenen van maatschappelijke verantwoordelijkheden in de weg staan. Die bereidheid bestaat nog steeds, hoewel op deze mogelijkheid in 2012 nog geen beroep is gedaan.

6.5 Een betrouwbare GBA en betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten

Opdrachten

Beleid GBA en reisdocumenten

In 2012 investeerde BZK met name in het ondersteunen van gebruikers en gemeenten in hun werkprocessen opdat zij optimaal kunnen meehelpen aan het verhogen van de kwaliteit. Daarnaast ging het om het aanpassen van regelgeving en het doen van een aantal onderzoeken en pilots. De stand van zaken rond deze diverse acties is toegelicht in de brief van 5 juli 2012 (Kamerstukken II, 2011–2012, 27 859, nr. 60).

Specifiek betrof het acties rond gerichte adresonderzoeken en bestandsvergelijkingen, en het versterken van de informatiepositie van de burger (inzage- en correctierecht) door de inzet van MijnOverheid. Eerste conclusies naar aanleiding van onderzoek duiden er op dat de groep niet-geregistreerden klein is (minder dan 50.000) en weinig maatschappelijke en financiële schade veroorzaakt. Voor die gevallen waarin er vraagtekens zijn over de juistheid van het adres is gericht adresonderzoek gestart. Het onderzoek adresvergelijking UWV – GBA Amsterdam is gestart, met financiële steun van het ministerie van BZK en SZW. Hierbij wordt gekomen tot een werkproces dat over alle gemeenten kan worden uitgerold in 2013. De pilot van het evaluatie-instrument is succesvol afgerond: het instrument (dat de huidige audit gaat vervangen) is goed bruikbaar voor gemeenten en wordt nog uitgebreid met monitoring van terugmeldingen. De pilot deskundigheidsbevordering burgerzakenambtenaar is gestart in samenwerking met de NVVB en loopt tot 2014, waarna bezien zal worden of het concept voor alle gemeenten toegepast kan worden. De toegezegde transparantie-maatregelen zijn uitgevoerd: autorisatieproces (voor verstrekking van gegevens uit de GBA), autorisatiebesluiten (welke gegevens worden aan welke organisatie en voor welk doel verstrekt) en resultaten audit zijn beschikbaar gesteld via de website van het ministerie van BZK.

Samen met Caribisch Nederland wordt gewerkt aan verbetering van de kwaliteit van de drie bevolkingsadministraties «PIVA». De openbare lichamen hebben in 2012 de bestuurlijke vaststelling van straatnamen en huisnummers opnieuw opgepakt, op basis van de eerste voorbereidingen die in 2009 en 2010 met financiële steun van het ministerie van BZK waren uitgevoerd.

Inzake de eventuele vervanging van de sédula door de Nederlandse identiteitskaart is een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de beoogde vervanging. De resultaten zijn vervolgens met een beleidsvoorstel aan de openbare lichamen voorgelegd. Dit consultatieproces is nog in 2012 afgerond.

Ouders die kinderen in hun paspoort bijgeschreven hadden staan zijn geïnformeerd dat als gevolg van Europese regelgeving hun kinderen vanaf 26 juni 2012 een eigen document moesten hebben om te kunnen reizen. Aan alle kinderen waarvoor tijdig een eigen paspoort of Nederlandse identiteitskaart was aangevraagd, is voor 26 juni 2012 een document verstrekt.

Modernisering GBA

Het programma modernisering GBA realiseert het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens en een betere controle op de kwaliteit van de GBA, zoals is vastgelegd in het bestuurlijke akkoord met de VNG op 5 maart 2009 (Kamerstukken II, 2008–2009, 27 859, nr. 17). Net als in 2011 is in 2012 een Gateway Review uitgevoerd op het programma modernisering GBA. Geconstateerd werd dat de weg die vorige Gateway heeft aanbevolen goed is ingeslagen. Een andere belangrijke constatering is dat het belang en de doelen van het programma nog steeds breed worden onderschreven en dat het draagvlak groot is. Aanbevelingen betreffen onder andere een consequente sturing van opdrachtgevers en stuurgroep op product, tijd en geld en het heroverwegen van de implementatiestrategie. In mei heeft de Minister het rapport van de Gateway Review aan de Tweede Kamer toegestuurd (Kamerstukken II, 2011–2012, 27 859, nr. 59). In juli en november heeft de Minister de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitvoering van de aanbevelingen (Kamerstukken II, 2011–2012, 27 859, nr. 60 en Kamerstukken II, 2012–2013, 27 859, nr. 61).

In juni en september hebben drukbezochte «BRPreviews» plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst konden gemeenten, afnemers en andere geïnteresseerden voor het eerst «live» kennismaken met de Basisregistratie Personen (BRP), die de GBA gaat vervangen.

Overeenkomstig de aanbeveling van de Gateway Review is de implementatiestrategie in 2012 herijkt. De implementatiestrategie richt zich op een goed geregisseerde en beheerste implementatie van de moderne basisregistratie personen (BRP) waarin gemeenten en afnemers van 2014 tot de einddatum (1 juli 2016) geleidelijk aansluiten op de BRP. Gemeenten en afnemers worden bij de voorbereidingen en de feitelijke aansluiting op de BRP ondersteund door programma mGBA, KING en het agentschap BPR. Begin 2012 hebben de gemeenten die als eerste zullen aansluiten een convenant afgesloten, daarmee zijn de eerste stappen richting de implementatie gezet. Een andere belangrijke stap in de richting van de oplevering van de BRP in 2012 was het opleveren van de GBA-V Full Service. Deze migratievoorziening is onderdeel van de implementatie.

De overschrijding van het budget wordt grotendeels verklaard door de aanpassing van het budget aan de in 2011 aangepaste.programmabegroting. Bij Voorjaarsnota 2012 is het programmabudget opgehoogd met € 3,6 mln. Bij Najaarsnota 2012 is er nog eens € 1,7 mln. aan het budget toegevoegd.

ORRA

In de brief van 12 april 2012 (Kamerstukken II, 2011 – 2012, 25 764, nr. 57, p. 4) is onder meer aangegeven dat er geen sprake zal zijn van centrale opslag van vingerafdrukken. Over de vraag of de ORRA daadwerkelijk zal worden gerealiseerd, en zo ja in welke vorm, moet nog besluitvorming plaatsvinden.

Omdat er nog geen sprake is van de ORRA, is besloten de bijhouding van de gegevens die noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van de Paspoortwet, zoals die op dit moment in de Wet GBA plaatsvindt voort te zetten in de Wet BRP (Kamerstukken II, 2012–2013, 33 219, nr. 7). In genoemde brief van 12 april 2012 is tevens aangegeven dat om het aanvraag- en uitgifteproces van de reisdocumenten voor de toekomst beter in te richten, een doorlichting ervan noodzakelijk is waarbij per onderdeel van het proces wordt geïdentificeerd waar de risico’s liggen en welke maatregelen er opgenomen moeten worden om de risico’s weg te nemen. De doorlichting is in 2012 gestart en wordt in 2013 afgerond (Kamerstukken 2012–2013, 33 400 VII, nr. 2, p. 51) Over mogelijke wijzigingen in het aanvraag- en uitgifteproces zal de Kamer worden geïnformeerd. Onderdeel hiervan kan zijn de inrichting van een centrale administratie van reisdocumentengegevens.

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Baten-lastendienst BPR

Bijdragen zijn verstrekt voor het organiseren van vijf regionale bijeenkomsten, de roadshows GBA, gericht op het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten en uitvoeringsorganisaties en het uitdragen van de beleidsprioriteiten op het terrein van de kwaliteit van de GBA. In verband met de uitvoering van de financieringssystematiek van de GBA, waarbij middels de afspraken op het terrein van de budgetfinanciering via departementale begrotingsoverboekingen wordt voorzien in een deel van de kosten in verband met de uitvoering van de Wet GBA. Ook is een bijdrage verstrekt ten behoeve van de korting die wordt gegeven op het tarief van de Nederlandse identiteitskaart indien de aanvrager jonger is dan 14 jaar. Ten slotte is een bijdrage verstrekt ten behoeve van het functioneren en verbeteren van de identiteitsinfrastructuur van de openbare lichamen. Dit omvat het beheer van de PIVA-V en de sédula, de ondersteuning van de openbare lichamen bij de kwaliteitsverbetering van PIVA en de inzet van BPR op het traject voor de vervanging van de sédula door de NIK (inventariserend onderzoek en vervolgacties). Aan de baten-lastendienst BPR is in 2012 een hogere bijdrage verstrekt dan oorspronkelijk was begroot. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat er begin 2012 nog jeugd-NIK’s zijn afgerekend die eind 2011 waren aangevraagd, maar toen niet konden worden geleverd als gevolg van de grote toeloop op identiteitskaarten die eind 2011 plaatsvond. Dit heeft begin 2012 nog tot een betaling van € 2,3 mln. geleid.

Ontvangsten

Voor de ontwikkeling van e-overheidprojecten heeft het ministerie van BZK een budget van het ministerie van EZ ontvangen in het kader van het Programma Implementatie Agenda ICT beleid (PRIMA-gelden). Daarnaast heeft BZK in 2012 het resultaat van BPR op de in 2011 afgezette reisdocumenten ontvangen; dit resultaat is grotendeels ingezet voor de dekking van de kosten van de genomen maatregelen voor het opvangen van de verwachte toename van aanvragen van jeugd-NIK’s als gevolg van het vervallen van de geldigheid van de kinderbijschrijvingen in de paspoorten van ouders.

Artikel 7: Arbeidszaken overheid

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

Voor een rechtmatig en doelmatig opererende overheid zijn competent, integer overheidspersoneel en competente integere bestuurders van doorslaggevende betekenis.

Enerzijds daalt de werkgelegenheid in de publieke sector door de bezuinigingen, anderzijds ontstaan er tekorten doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten en is er op middellange termijn sprake van een krapper wordende arbeidsmarkt. Met het oog daarop is een arbeidsmarktbeleid gevoerd. Het project «Beter werken in het Openbaar Bestuur (BWOB) richt zich onder andere op het bevorderen van arbeidsmobiliteit door het wegnemen van bestaande belemmeringen. Door het bevorderen van «slimmer werken» kan het beroep van de overheid op een krapper wordende arbeidsmarkt worden verkleind. Verder is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever. Daaronder valt ook het programma dat gericht is op het veilig kunnen uitoefenen van een publieke taak (Programma Veilige Publieke Taak) en het verminderen van de interne bureaucratie.

Zich integer gedragende en zich transparant opstellende overheidsorganisaties en bestuurders dragen bij aan het vertrouwen van de burgers in de overheid. Op deze aspecten is beleid ontwikkeld en geïmplementeerd. Hierbij kan gedacht worden aan het op 1 oktober 2012 van start gegane Adviespunt Klokkenluiders, de herziene klokkenluidersregeling, het (anoniem) kunnen melden van integriteitsschendingen, de jaarlijkse rapportage over topinkomens, het bevorderen van benchmarks, en de aandacht voor de professionalisering van het ambt van burgemeesters.

B Rol en verantwoordelijkheid

Op grond van onder andere de Ambtenarenwet en de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties systeemverantwoordelijk voor de coördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid in de publieke sector, waaronder het creëren van voorwaarden om agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak tegen te gaan. Verder is de minister verantwoordelijk voor het bevorderen van integriteit van ambtenaren en bestuurders en het bevorderen van de professionaliteit van bestuurders. De minister creëert voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector. De minister bevordert mobiliteit binnen het openbaar bestuur door belemmeringen weg te nemen en gaat excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector tegen. Ook bevordert de minister het moderniseren van de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers (in het verlengde van de Dijkstal-voorstellen).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koningin, leden van de Raad van State en de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidsconclusies

Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) richt zich op het verminderen van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. In 2012 is alleen de monitor onder het openbaar bestuur uitgevoerd. Daaruit blijkt een toename van agressie en geweld tegenover politieke ambtsdragers en een gelijkblijvend slachtofferschap onder ambtenaren.

Een stevige inzet een aandacht blijkt noodzakelijk. Het beleid lijkt voldoende ontwikkeld, maar de implementatie van de maatregelen in betrokken organisaties (onder eigen verantwoordelijkheid) is een punt van aandacht. Het programma wordt in ieder geval tot en met 2014 voortgezet.

Bij de overige instrumenten op dit beleidsartikel hebben zich in 2012 geen bijzonderheden voorgedaan. De uitvoering is verlopen conform verwachting. Een nadere toelichting op de uitgevoerde activiteiten is opgenomen bij de instrumenten van de twee artikelonderdelen.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Arbeidszaken overheid

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

38.068

47.192

– 9.124

                 

Uitgaven:

       

44.797

47.192

– 2.395

                 

7.1

Overheid als werkgever

       

16.124

14.244

1.880

 

Subsidies

       

10.696

5.436

5.260

 

Diverse subsidies

       

2.802

2.150

652

 

Programma Veilige Publieke Taak

       

2.098

0

2.098

 

Subsidies Overlegstelsel

       

5.587

3.286

2.301

 

Subsidies internationaal

       

209

0

209

                 
 

Opdrachten

       

5.428

8.808

– 3.380

 

Arbeidsmarktbeleid

       

3.117

3.058

59

 

Programma Veilige Publieke Taak

       

130

4.800

– 4.670

 

Zorg voor politieke ambtsdragers

       

2.181

950

1.231

                 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

       

28.673

32.948

– 4.275

 

Inkomensoverdracht

       

8.242

9.904

– 1.662

 

Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers

       

8.242

9.904

– 1.662

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

20.431

23.044

– 2.613

 

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

       

20.431

23.044

– 2.613

                 
 

Ontvangsten

       

2.485

820

1.665

E Toelichting op de financiële instrumenten
7.1 Overheid als werkgever

Subsidies

Programma Veilige Publieke Taak

Het programma Veilige Publieke Taak werkt langs 3 hoofdlijnen: het voorkomen van agressie en geweld, het aanpakken van de dader en het ondersteunen van werkgevers.

Er zijn subsidies toegekend aan verschillende organisaties voor de uitvoering van pilots om maatregelen ter voorkoming van agressie en geweld te toetsen. In 2012 zijn alle projecten in het kader van de stimuleringsregeling afgerond.

Vanuit VPT wordt de vorming van intensiveringsregio’s gestimuleerd. Er zijn bijdragen verleend voor het kunnen uitvoeren van activiteiten gericht op het veilig kunnen uitoefenen van een publieke taak. Binnen een intensiveringsregio wisselen verschillende werkgevers met een publieke taak (zorg, openbaar vervoer, ambulance, brandweer, openbaar bestuur, onderwijs etc.) informatie met elkaar uit (good practices) over de wijze waarop zij agressie tegen hun medewerkers tegengaan. Implementatie van de acht VPT-maatregelen16 staat centraal. Ook politie en OM maken deel uit van dit samenwerkingsverband, zodat de dadergerichte aanpak met concrete afspraken verstevigd kan worden. Gebleken is dat dit stimulerend werkt.

In het kader van de Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer is op 9 juli 2012 het convenant Sociale Veiligheid in het openbaar vervoer door vervoerders, concessieverleners en vakbond CNV ondertekend. Er is mede door het ministerie van BZK geld beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de afgesproken maatregelen, waaronder cameratoezicht op alle bussen.

Sinds 2011 is het expertisecentrum VPT operationeel, dat zich richt op de praktische ondersteuning van werkgevers. Het Ministerie van BZK draagt financieel bij aan het in stand houden van dit centrum.

Het verschil tussen de begroting en gerealiseerde uitgaven wordt veroorzaakt door het feit dat het voor VPT beschikbare budget in de begroting in zijn geheel op de categorie «Opdrachten» was geboekt, terwijl dit budget ook bedoeld was voor het toekennen van subsidies.

Subsidies Overlegstelsel

Ten behoeve van een adequaat overlegstelsel zijn er subsidies verstrekt aan de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Een deel van het bedrag is per abuis onder «Veilige Publieke Taak» geboekt in de begroting 2012. Het budget dient echter verantwoord te worden onder «Subsidies Overlegstelsel».

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

In 2012 is via het programma Beter Werken in het Openbaar Bestuur gewerkt aan bevordering van de kwaliteit en flexibiliteit van het ambtenarenapparaat. In januari is een grote bestuurdersconferentie georganiseerd waarbij aandacht is gevraagd voor de noodzaak van vernieuwingen op het gebied van personeel en organisatie van de ambtelijke dienst. Verder is de totstandkoming van dan wel de aansluiting van overheidsorganisaties op regionale arbeidsmarktnetwerken bevorderd vanuit het programma. Dit met het doel om personele mobiliteit binnen en tussen overheidslagen te bevorderen, alsook tussen overheid en marktsector. Mobiliteitsbelemmeringen in regelgeving zijn geïnventariseerd. Met sociale partners wordt besproken hoe deze kunnen worden weggenomen. Ook is een proeftuin vernieuwende arbeidsrelaties opgezet waarin overheidorganisaties kunnen experimenteren met andersoortige arbeidsrelaties dan de gangbare vaste aanstelling of het zeer tijdelijke arbeidscontract. Met Rijk en Gemeenten wordt een initiatief uitgewerkt voor het opzetten van een interbestuurlijke jongerenpool. Gekeken wordt naar mogelijkheden om ondanks personele taakstellingen toch jongeren binnen te halen bij de overheid.

In een door Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gefinancierd ICTU programma is een aanvang gemaakt met de ontwikkeling en exploitatie van het zogenoemde »Vensters voor Bedrijfsvoering». Het betreft een instrument voor bestuurders van organisaties die vanuit verschillende perspectieven zicht willen krijgen op de kwaliteit van hun bedrijfsvoering. De ICTU heeft hiertoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Verenging van Gemeentesecretarissen (VGS) en het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING). Op dit moment zijn al 70 gemeenten en een aantal waterschappen betrokken bij de ontwikkeling.

Programma Veilige Publieke Taak

In 2012 is de Handreiking voorkomen van agressie en geweld ontwikkeld en beschikbaar gesteld aan alle werkgevers met een publieke taak. Om weerbaarheid van medewerkers onder de aandacht te brengen bij werkgevers met een publieke taak, is op 11 oktober 2012 de conferentie «Veerkracht» georganiseerd.

De Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) over de werkwijze van politie en Openbaar Ministerie bij VPT-zaken zijn geëvalueerd. De afspraken worden goed nageleefd, maar dat er wel verbeterpunten zijn voor politie en OM, zonder dat dit leidt tot nieuw beleid. Het aangeven en verklaren onder nummer – een nieuwe vorm van anonimiteit bij aangifte – voor slachtoffers en getuigen is sinds 30 september 2012 landelijk mogelijk. Uit de evaluatie van de pilot schade-verhaal blijkt dat niet of nauwelijks schade wordt verhaald op de dader indien een verzekeringsmaatschappij de schade heeft vergoed.

In het kader van de ondersteuning van werkgevers is, evenals voorgaande jaren, een VPT-beurs georganiseerd, waarbij de VPT-award is uitgereikt. Doel is het delen van best-practices.

In 2012 is een tweede onderzoek gedaan naar agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers van gemeenten, provincies en waterschappen, en tegen overheidsmedewerkers. De monitor 2012 laat een toename zien van agressie en geweld door burgers tegen politieke ambtsdragers van 32% van de politieke ambtsdragers in 2010 naar 38% in 2012. Het percentage (40%) agressie en geweld tegen overheidsmedewerkers is gelijk gebleven, maar van de overheidsmedewerkers met burgercontacten krijgt de helft met agressie en geweld te maken. Burgemeesters vormen samen met gemeenteambtenaren de grootste risicocategorie. Verder blijkt dat een deel van de overheidsorganisaties niet alle 8 maatregelen voor een effectief VPT-beleid invoeren, maar slechts een deel.

Uit de monitor komt tevens naar voren dat er een verschil is tussen het formele beleid en de beleving van het beleid in de organisatie.

Het verschil tussen de begroting en gerealiseerde uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door het feit dat het voor VPT beschikbare budget in de begroting in zijn geheel op de categorie «Opdrachten» was geboekt, terwijl een deel van het budget was bedoeld voor subsidies.

Zorg voor politieke ambtsdragers

Vanwege het succes van het eerste, in 2012 afgesloten, oriëntatieprogramma voor burgemeesters, is in november 2012 een nieuwe editie van start gegaan. Het programma wordt gezamenlijk door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de provincies uitgevoerd.

Voor de eerste keer is gezamenlijk en volgens dezelfde methode een integrale integriteitscan toegepast binnen de verschillende sectoren. Op 4 december 2012 is deze monitor Bestuurlijke Integriteit door de verantwoordelijke bestuurders gepresenteerd, vergezeld van een gemeenschappelijke verklaring van koepels en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Partijen verbinden zich daarin tot blijvende inspanningen voor een integer openbaar bestuur. De monitor is uitgevoerd onder ambtenaren (waaronder gemeentesecretarissen en griffiers) en politieke ambtsdragers en geeft een kwantitatief beeld van de stand van zaken van het integriteitsbeleid en van de beleving en het bewustzijn van integriteit. Voornaamste uitkomst is dat de bestaande wet- en regelgeving voldoet en dat de meeste aandacht uit moet gaan naar preventie en implementatie. Afgesproken is om deze scan elke 4 à 5 jaar te herhalen, zodat er zicht ontstaat op de effectiviteit van interne integriteitsmaatregelen. In vervolg op casuïstiekonderzoek in 2011 op het gebied van integriteit is een tweede onderzoek uitgevoerd in 2012, waarbij de focus lag op de dimensies die een rol spelen bij het ontstaan van integriteitsproblemen en de te definiëren risicofactoren. De uitkomsten van dit onderzoek (het rapport «Grijs») zijn betrokken bij de reactie van 29 oktober 2012 van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de motie Heijnen/Schouw (Kamerstukken II, 2012–2013, 28 844, nr. 67). In dat kader is nagegaan of de wettelijke regels op integriteitsgebied uitgebreid of gewijzigd dienen te worden. Vastgesteld is dat de huidige regelgeving voldoende basis biedt, wel moet er blijvend geïnvesteerd worden in de toepassing van regels en gedragsnormen. Beroepsorganisaties en koepels worden ondersteund in het ontwikkelen van initiatieven voor een preventieve aanpak van integriteit. Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) heeft een bijdrage geleverd aan het wethouderscongres in november 2012, door het organiseren van een workshop integriteit.

Tabel 7.1 Overheid als werkgever
 

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

1. Aantal onvervulde vacatures in de sectoren Rijk, Provincies, Gemeenten, Rechterlijke Macht, Waterschappen, Onderwijs, Politie en Defensie.1

20.700

10.500

7.700

7.200

2. Bevorderen van aantrekkelijk werkgeverschap: Aandeel werknemers, dat tevreden is met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. 2

59%

 

77,4%

3. Driejarig gemiddelde afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt3

0,42%

0,18%

– 0,35%

4

X Noot
1

CBS, 2012 (Statline)

X Noot
2

In POMO wordt gevraagd naar de tevredenheid over de baan en de organisatie. Dit zegt ook iets over het aantrekkelijk werkgever zijn van de overheid. De tevredenheid over de baan en de organisatie kunnen een indicatie geven over de arbeidsmarktpositie van de overheid.

Bron: POMO 2012 (Personeelsonderzoek 2012)

X Noot
3

Bron: CPB

X Noot
4

Waarde niet bekend bij publicatie jaarverslag

7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

Inkomensoverdracht

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers.

Op basis van deze regelingen zijn uitkeringen en pensioenen verstrekt aan gewezen politieke ambtsdragers. De lagere uitgaven dan begroot zijn het gevolg van het feit dat er geen waardeoverdracht heeft plaatsgevonden en van een minder beroep op de uitkeringsregeling dan verwacht.

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige gebiedsdelen

Op basis van deze regelingen zijn uitkeringen en pensioenen verstrekt aan deze specifieke groepen. De uitgaven voor SAIP (Stichting Administratie Indonesische Pensioenen) zijn lager uitgevallen dan begroot. Demografische factoren liggen hieraan ten grondslag.

Ontvangsten

De meerontvangsten betreffen met name terugontvangsten met betrekking tot eerder verstrekte subsidies. Daarnaast is er een niet begrote ontvangst van € 1 mln. gerealiseerd die verband houdt met de uitbetaling door de Vereffeningscommissie uit de boedelscheiding van de voormalige Nederlandse Antillen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties had een claim op deze boedel gedaan vanwege de betaling van achterstallige salaris betalingen aan personeel van de voormalige Nederlandse Antillen.

Artikel 8: Kwaliteit Rijksdienst

A Algemene doelstelling

Een goed presterende rijksoverheid op het gebied van bedrijfsvoering en het bevorderen van de kwaliteit van het management van de Rijksdienst.

De algemene doelstelling is gericht op het functioneren van de totale rijksoverheid. Een goed functionerende overheid, die integer, effectief en kostenbewust is, vergroot de legitimiteit van het overheidshandelen.

In 2012 zijn de volgende mijlpalen bereikt:

  • Alle departementen hebben in 2012 de implementatie van het Functiegebouw Rijk gerealiseerd. In 2012 zijn de voorbereidingen van de implementatie bij de Belastingdienst gestart;

  • Er zijn 18.917 uniforme digitale werkplekken uitgerold en operationeel;

  • Alle departementen maken gebruik van de interdepartementale samenwerkingsfunctionaliteit;

  • Alle departementen, op IenM (volgt later) en Defensie na, maken gebruik van het Rijksportaal;

  • Er zijn 75.000 actieve Rijkspassen in omloop;

  • Het programma Documentdiensten is gestart waardoor de departementen worden ondersteund in hun digitalisering.

B Rol en verantwoordelijkheid

Voor een optimale beleidsvoorbereiding en -uitvoering moet de interne beheersing en sturing van de bedrijfsprocessen in rijksbreed verband op orde zijn. Deze bedrijfsprocessen moeten naast dienstbaar aan het beleid, ook effectief en doelmatig zijn. Daarvoor zijn heldere kaders nodig. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt in samenwerking met de andere ministeries deze kaders en brengt daarin meer samenhang, met als doel een beter bestuurbare en meer efficiënte bedrijfsvoering binnen de rijksdienst.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst is verantwoordelijk voor het rijksbrede beleid en de rijksbrede kaders op terreinen als personeel, informatie- en communicatietechnologie (ICT), organisatie, huisvesting, inkoop, facilitaire dienstverlening en beveiliging. Tevens is de minister verantwoordelijk voor de primaire arbeidsvoorwaarden van het Rijk.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst investeert vanuit zijn systeemverantwoordelijkheid in het concernbrede zicht op talent en in specifieke ontwikkeltrajecten voor managers. Daartoe bevordert de minister de uitstroom en flexibiliteit, een kleinere topstructuur van het Rijk, samenwerking tussen leidinggevenden, toekomstgerichtheid van managementtalent en de plaatsing van Nederlandse topposities bij Europese instellingen. Dit laatste gebeurt in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Vanuit een uitvoerende rol is de Minister voor Wonen en Rijksdienst verantwoordelijk voor de rol van werkgever voor de Topmanagementgroep, daar waar het gaat om benoemingen, arbeidsvoorwaarden en ontslag.

C Beleidsconclusies

Met uitzondering van Doc-Direkt waren het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen. Gedurende het jaar hebben departementen, in het kader van rijksbrede samenwerking, budget overgeheveld voor de uitvoering van opdrachten voor de bedrijfsvoering Rijk.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Kwaliteit Rijksdienst

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

53.218

28.964

24.254

                 

Uitgaven:

       

54.736

28.964

25.772

                 

8.1

Kwaliteit Rijksdienst

       

54.736

28.964

25.772

 

Subsidies

       

3.400

3.400

0

 

Subsidie A&O-fonds

       

3.400

3.400

0

                 
 

Opdrachten

       

29.409

7.828

21.581

 

Bedrijfsvoering Rijk

       

29.408

7.828

21.580

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

21.927

17.736

4.191

 

Arbeidsmarkt Communicatie

       

5.955

5.955

0

 

Doc-Direkt

       

15.972

11.781

4.191

                 
 

Ontvangsten

       

3.496

2.550

946

E Toelichting op de financiële instrumenten

Subsidies

Subsidie A&O-fonds

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft een subsidie van € 3,4 mln. aan het Arbeidsmarkt- en opleidingenfonds (A&O-fonds) Rijk verstrekt. Deze subsidie is ingezet voor de kwaliteitsagenda 2012 waaronder verschilende projecten vallen, zoals: Agressie & Geweld, Loopbaanstappen en Leerlijnen, Leidinggeven in een veranderende context en het «gezonde» nieuwe werken.

Opdrachten

Bedrijfsvoering Rijk

De Minister voor Wonen en Rijksdienst is verantwoordelijk voor het rijksbrede beleid en kaders voor de bedrijfsvoering. De opdrachten voor de bedrijfsvoering Rijk wordt mede door de departementen zelf gefinancierd. Hiertoe wordt door departementen tijdens het begrotingsjaar budgetten overgeheveld. Daarnaast is het Eigen Vermogen bij de baten- en lastendiensten De Werkmaatschappij (DWM) en Logius voor € 10 mln. versterkt. Dit verklaart het verschil tussen begroting en realisatie. Om de kwaliteit van de rijksdienst te verbeteren werd in 2012 op het terrein van organisatie en personeel het functiegebouw Rijk bij alle departementen geïmplementeerd. De Belastingdienst implementeert het functiegebouw Rijk later.

Op het gebied van ICT heeft BZK, samen met de andere departementen, maatregelen uit de I-strategie Rijk (Kamerstukken II, 2011, 26 643 nr 216) verder uit- en ingevoerd. In 2012 is in kaart gebracht hoe de CIO-rol bij ministeries is gepositioneerd en hoe de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de CIO's zijn ingevuld. In 2012 is de Rekenkamer gestart met een «lessons learned» onderzoek naar de maatregelen ten aanzien van de beheersing van ICT-projecten. De resultaten van beide onderzoeken zullen worden betrokken bij de ontwikkeling van nieuw beleid vanaf 2013.

Er zijn 18.917 uniforme digitale werkplekken uitgerold en operationeel. Alle departementen maken in 2012 gebruik van de interdepartementale samenwerkingsfunctionaliteit en op (het ministerie van IenM (volgt later) en het ministerie van Defensie na) ook van het Rijkportaal. Eind van het jaar zijn er 75.000 actieve Rijkspassen in omloop.

De Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR) is vastgesteld. Dit kader vervangt vijf interdepartementale kaders voor specifieke onderwerpen en de individuele baselines van de departementen en uitvoeringsorganisaties.

De informatiehuishouding is zo ingericht dat ministeries documenten zoveel mogelijk rijksbreed toegankelijk maken. In 2012 is het programma Documentdiensten gestart dat de departementen ondersteunt in hun digitalisering.

Categoriemanagement is een inrichtingsprincipe voor het gezamenlijk inkopen van generieke producten en diensten. Het inrichtingsprincipe is verder uitgewerkt. Bestaande categorieën zijn verstevigd en verder uitgebouwd binnen de rijksdienst.

Er is verder gegaan met de invoering van de standaardisatie voor de fysieke werkomgeving Rijk. De normen en kaders zijn de basis voor de kantooromgeving van het Rijk en worden toegepast op gebouwen die aan renovatie of verbouwing toe zijn. De normen zijn tevens het uitgangspunt voor de masterplannen.

Rijksbrede kengetallen over de bedrijfsvoering staan vermeld in de jaarrapportage bedrijfsvoering Rijk die medio mei naar de Kamer wordt verstuurd.

Bijdragen

Arbeidsmarkt Communicatie

Het Expertisecentrum Organisatie & Personeel (EC O&P) van De Werkmaatschappij heeft een nieuwe arbeidsmarktaanpak geformuleerd. De website www.werkenvoornederland.nl maakt daar onderdeel vanuit.

Doc-Direkt

Doc-Direkt heeft in 2012 6,6 kilometer archief weggewerkt (cumulatief komt het aantal kilometers op 44). Dit is lager dan het streefcijfer van 30 kilometer per jaar. Er was bij het aangeboden werk sprake van een mismatch tussen de benodigde expertise voor het werk en de voorhanden zijnde expertise bij het personeel.

Tabel 8.1 Kengetallen en indicatoren

Indicatoren

 

Waarde 2010

Waarde 2011

Streefwaarde 2012

Waarde 2012

Aantal strekkende kilometers wegwerken archief ná 1975 (cumulatief)

22,4

37,4

30

44

Bron: Doc-Direkt

Artikel 9: Uitvoering Rijkshuisvesting

A Algemene doelstelling

Het verzorgen van de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van Algemene zaken en het Koninklijk Huis, het in stand houden van Rijksmonumenten en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid.

Het doel en de onderliggende operationele doelstellingen zijn in 2012 (vrijwel) gerealiseerd.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Wonen en Rijksdienst is op basis van het Besluit Rijksgebouwendienst 1999 (KB), als opdrachtgever en uitvoerder verantwoordelijk voor:

  • de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken;

  • de huisvesting van het Koninklijk Huis, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Staat;

  • de instandhouding van de monumenten in beheer van de Rijksgebouwendienst, ook als die naar hun aard niet geschikt zijn voor de huisvesting van rijksdiensten;

  • de doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting binnen de wettelijke en afgesproken kaders.

C Beleidsconclusies

De Hoge Colleges van Staat en het ministerie van Algemene Zaken zijn binnen de beschikbare budgettaire kaders gehuisvest. Aan de Koning zijn de drie staatspaleizen Huis ten Bosch, Paleis op de Dam en Paleis Noordeinde ter beschikking gesteld.

De doelgroep heeft de beschikking over ca. 260.000 m2 bruto vloeroppervlak, waarop onderhoudswerkzaamheden zijn uitgevoerd.

Aan diverse monumenten zijn onderhoudwerkzaamheden uitgevoerd. Een belangrijk monument dat thans veel inzet vergt is het Jachtslot St. Hubertus in het Nationaal Park Hoge Veluwe dat tot en met 2014 wordt gerestaureerd.

De doelstelling om in 2012 op de totale huisvestingsvoorraad in 900.000 m2 de maatregelen van Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB) te hebben toegepast, is niet gerealiseerd. Zie de toelichting hieronder bij E.

Met het oog op een doelmatige uitvoeringspraktijk is geadviseerd aan beleidsmakers over bijvoorbeeld brandveiligheid in de bouwregelgeving, duurzaam inkopen en EU-richtlijnen m.b.t. energiebesparing.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 9 Uitvoering Rijkshuisvesting

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

60.414

58.053

2.361

                 

Uitgaven:

       

60.414

58.053

2.361

                 

9.1

Een doelmatige uitvoeringspraktijk van de rijkshuisvesting

       

60.414

58.053

2.361

 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

60.414

58.053

2.361

 

Bijdrage aan Rgd voor huisv Koninklijk Huis, HoCoSta's en AZ

       

35.613

38.042

– 2.429

 

Bijdrage aan Rgd voor monumenten

       

13.923

10.130

3.793

 

Bijdrage aan Rgd voor rijkshuisvesting

       

10.878

9.881

997

                 
 

Ontvangsten

       

504

2.626

– 2.122

E Toelichting op de financiële instrumenten

Bijdrage aan RGD

Bij de uitgaven voor Rijkshuisvesting is sprake van incidenteel lagere uitgaven voor de huisvesting van HoCoSta’s/AZ/paleizen en hogere uitgaven bij de monumenten. Bij de huisvesting HoCoSta’s/AZ/paleizen is sprake van later dan geraamde afronding van projecten wat leidt tot vertraagde facturering (van 2012 naar 2013) aan BZK. De hogere uitgaven voor de monumenten is in belangrijke mate een gevolg van de renovatie van het Jachtslot St. Hubertus op de Hoge Veluwe.

Ontvangsten

De verkoop van het pand op de Anna Palownastraat is gerealiseerd in december. Echter vanwege administratieve redenen worden deze niet meer gerealiseerd ten bate van de begroting van BZK in 2012.

Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB)

Het programma FCIB heeft in 2012 een grote inspanning geleverd om de FCIB maatregelen te realiseren. Dit heeft geresulteerd in het afronden van FCIB in 300.000 m2 van de voorraad rijkshuisvesting (de kopgroep; gebruikers die zich zelf hebben aangemeld als bv. de Belastingdienst). Ruim 700.000 m2 van de voorraad is momenteel in uitvoering. De werkzaamheden hiervoor zullen in 2013 worden afgerond.

De doelstelling om in 2012 in 900.000 m2 de maatregelen van Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven (FCIB) te hebben toegepast, is niet gerealiseerd. Dit kwam enerzijds omdat in 2012 met de departementen is overeengekomen dat per object nog voor de start van FCIB een kostenafweging wordt gemaakt. FCIB moet in een object aantoonbaar binnen 5 jaar kunnen worden terugverdiend om in aanmerking te komen voor uitvoering. Dit heeft geresulteerd in een terugloop van m2's, omdat bijvoorbeeld in objecten met een energielabel G of in objecten waarvoor grootschalig planmatig onderhoud op de planning staat FCIB niet meer binnen het programma wordt uitgevoerd. Anderzijds vergen discussies met marktpartijen en gebruikers over de uitvoering nog steeds meer tijd dan voorzien.

Bijdrage aan RGD voor het beheren van monumenten

Gerealiseerde prestaties voor 2012 zijn:

Tabel 9.1 Prestatie-indicator

Prestatie-indicator

Basiswaarde

Peildatum

Streefwaarde

Periode

Realisatie

Aantal monumenten in beheer

43 (1281)

2011

43 (1281)

2012

42(127)

Gebruiksgraad monumenten

95%

2009

95%

2012

95%

Bron: BZK/Rgd administraties

X Noot
1

dit betreft het totaal aantal objecten.

Artikel 10. Vreemdelingen

A Algemene doelstelling

Een gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland of terugkeer van vreemdelingen, die in nationaal en internationaal opzicht maatschappelijk verantwoord is.

Ondanks de val van het kabinet Rutte I is de algemene doelstelling in belangrijke mate gerealiseerd. Enkele grote beleidswijzigingen, zoals de voorwaarden voor toelating in het kader van gezinsmigratie en een verdere versnelling van de asielprocedures, zijn gerealiseerd. In de uitvoering is een toename van vrijwillig vertrek gerealiseerd, maar moet een afname van gedwongen terugkeer worden vastgesteld. In het kader van handhaving en optreden tegen fraude zijn successen geboekt. Daarnaast heeft het jaar in het teken gestaan van de voorbereiding op ingrijpende wijzigingen in het komende jaar; de invoering van modern migratiebeleid en de stroomlijning van toelatingsprocedures, zijn hiervan voorbeelden. Het asiel- en migratiebeleid is met deze maatregelen restrictiever en selectiever geworden conform de doelstelling van Rutte 1.

B Rol en verantwoordelijkheid

Met het aantreden van het kabinet Rutte II is de verantwoordelijkheid voor het vreemdelingenbeleid overgegaan van de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Deze staatssecretaris is systeemverantwoordelijk voor het vreemdelingenbeleid, de coördinatie en afstemming binnen de vreemdelingenketen en voor de uitvoering van het beleid, ook voor nationaliteit dat voorheen onder de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties viel. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor het integratiebeleid.

De staatssecretaris van V&J is verantwoordelijk voor de uitvoeringsdiensten Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). Deze uitvoeringsdiensten vallen rechtstreeks onder het ministerie van Veiligheid en Justitie. De staatssecretaris onderhoudt bovendien een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee (KMar), de Vreemdelingenpolitie en de Zeehavenpolitie. Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) vallen onder de directe verantwoordelijkheid van de staatssecretaris. Voor een effectieve uitvoering van het vreemdelingenbeleid is ketensamenwerking tussen alle genoemde ketenpartners van groot belang.

De verantwoordelijkheid van de staatssecretaris beslaat zowel het asielbeleid als het beleid ten aanzien van reguliere vreemdelingen (die geen – internationale – bescherming zoeken, zoals huwelijk en gezinsmigranten). Het beleid biedt bescherming aan personen die worden bedreigd in eigen land en biedt het kansen aan personen die een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving vanwege hun kennis, arbeid, studie of dienstverlening.

Bij een onterecht beroep op bescherming moet de asielzoeker Nederland verlaten. Vrijwillig vertrek is hierbij uitgangspunt en wordt maximaal gestimuleerd. DT&V heeft hierbij, samen met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), een leidende rol. Indien wordt vastgesteld dat de asielzoeker mag blijven, dan volgt zo snel mogelijk huisvesting in een gemeente zodat de relatief hoge kosten van de opvang kunnen worden beperkt en de nieuwkomer kan gaan participeren in de samenleving. Het stimuleren van integratie en participatie ligt ook ten grondslag aan het reguliere toelatingsbeleid, dat selectief is, en uitnodigend waar mogelijk. Verblijfsaanvragen worden in beginsel nog uitsluitend vanuit het buitenland gedaan.

Deze beleidsuitgangspunten zijn ook leidend voor de Nederlandse inzet in Europa. Om de kenniseconomie in Europa te versterken en om concurrentie (zowel negatief als positief) tussen Europese lidstaten uit te sluiten is Europese samenwerking noodzakelijk. Uitgangspunt is dat in alle lidstaten asielzoekers en migranten gelijk behandeld worden, op een zelfde beoordeling kunnen rekenen en dezelfde rechten kunnen verwerven. Ook inzake de bewaking van de Schengen-buitengrens en het terugkeerbeleid wordt in Europees verband samengewerkt. Bij deze praktische samenwerking heeft het European Asylum Support Office (EASO) een belangrijke ondersteunende rol gespeeld.

Het vreemdelingenbeleid functioneert in een keten die begint bij (een verzoek om) toelating en eindigt bij verblijf of vertrek. Om een streng en rechtvaardig immigratie- en asielbeleid te kunnen uitvoeren is handhaving van cruciaal belang. Hierbij ligt de nadruk op de samenwerking tussen de verschillende uitvoerende diensten; zij zijn van wederzijdse informatie afhankelijk. De staatssecretaris is voor de gehele keten verantwoordelijk.

Tabel 10.1 Kengetallen1 Vreemdelingenketen (in aantallen)
 

Realisatie

Realisatie

Begroting

Realisatie

 

2010

2011

2012

2012

Opvang, Toegang, Toelating en Toezicht

       

Asielinstroom

15.150

14.630

15.000

13.630

Overige instroom2

8.570

9.130

5.810

8.280

Regulier (asielgerelateerd)3

1.150

1.200

2.330

870

         

Instroom in de opvang

15.300

13.760

15.000

13.300

Uitstroom uit de opvang

13.200

18.640

16.000

14.800

Gemiddelde bezetting in de opvang

20.100

18.720

17.155

14.400

         

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

53.600

49.720

11.000

46.600

Verblijfsvergunningen regulier (VVR)

55.500

58.930

27.200

58.520

Toelating en Verblijf (TEV)

Nvt

Nvt

42.400

Visa

3.400

2.420

4.000

1.480

         

Aantal naturalisatie verzoeken

26.280

26.300

32.000

28.890

         

Streefwaarden Terugkeer

       

Zelfstandig vertrek

16%

20%

20%

20%

Gedwongen vertrek

35%

32%

30%

29%

Zelfstandig vertrek zonder toezicht

49%

48%

50%

50%

X Noot
1

De cijfers zijn afgerond op tientallen. Als gevolg van afrondingen is het mogelijk dat het totaal aantal van een kolom niet correspondeert met de optelsom van de afgeronde cijfers in de betreffende kolom.

X Noot
2

Tot de overige asielinstroom behoren zij-instroom, uitgenodigde vluchtelingen, aanvragen voor verlenging van een asielvergunning en herbeoordelingen/intrekkingen van asielvergunningen.

X Noot
3

Tot de categorie regulier (asielgerelateerd) behoren de verlengingsaanvragen van reguliere asielgerelateerde vergunningen, de ongewenstverklaringen en de overige reguliere asielgerelateerde vergunningen.

Toelichting

Asiel

De daling van de asielinstroom die al sinds 2009 zichtbaar is, heeft zich in 2012 sterker voortgezet dan verwacht. Als gevolg hiervan viel ook de daling van de instroom in de opvang lager uit dan het begrote aantal. De overige asielprocedures daarentegen vertoonden een aanzienlijke stijging, om verschillende redenen. In eerste plaats kwamen meer asielzoekers in aanmerking voor een asielvergunning voor onbepaalde tijd in verband met het aflopen van de tijdelijke asielvergunning. Daarnaast is extra ingezet op handhaving: de herbeoordeling van circa 1.200 vergunningen heeft geleid tot de intrekking van het grootste deel van deze vergunningen. De aanzienlijk lagere instroom van reguliere (asielgerelateerde) aanvragen kan tot slot verklaard worden door het feit dat een groot deel van de vreemdelingen heeft gekozen voor naturalisatie in plaats van hun verblijfsvergunning te verlengen.

Regulier

In 2012 zouden de procedures voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) en de daarop volgende verblijfsvergunning regulier (VVR) vervangen worden door de nieuwe procedure Toelating en Verblijf (TEV). Het uitblijven van de implementatie van MoMi, waar de TEV-procedure een onderdeel van uitmaakt, verklaart de hoge aantallen MVV- en VVR-aanvragen en de afwezigheid van TEV-aanvragen.

De begrote instroom van visa werd niet gerealiseerd, omdat de diplomatieke posten steeds meer visumaanvragen zelfstandig beslissen en de aanvragen zodoende niet meer bij de IND terechtkomen. Voor 2013 is de prognose voor het aantal visumaanvragen bij de IND bijgesteld naar 2.500.

Naturalisatie

In 2012 voldeed de groep vreemdelingen met een RANOV-vergunning (ruim 26.000) aan de verblijfstermijn van vijf jaar die noodzakelijk is voor naturalisatie. De verwachting was dat 5.500 van deze vreemdelingen van deze gelegenheid gebruik zouden maken om een naturalisatieverzoek in te dienen. Dit bleken er echter 4.000. Daarnaast was ook de normale instroom van naturalisatieverzoeken lager dan verwacht. Door de RANOV-groep was het aantal verzoeken weliswaar hoger dan in 2011 maar lager dan begroot voor 2012.

C Beleidsconclusies

In het afgelopen jaar zijn de toelatingsprocedures verder gestroomlijnd en is ingezet op het terugdringen van doorprocederen. Vreemdelingen krijgen sneller duidelijkheid over de uitkomst van de procedure. Wel is in 2012 het aantal vervolgprocedures toegenomen. In 2012 is het categoriaal beschermingsbeleid voor alle landen beëindigd, wat betekent dat aan een vluchtelingenstatus in beginsel altijd een individuele afweging ten grondslag moet liggen. Ook is er gewerkt aan bevordering van opvang in de regio. De aanpak van fraude in nareiszaken is succesvol geweest.

De inzet op vrijwillige terugkeer van vreemdelingen die Nederland moeten verlaten is succesvol geweest; deze vorm van terugkeer is in 2012 gestegen. Hier staat tegenover dat het aantal uitgeprocedeerde vreemdelingen, dat gedwongen terugkeert, is gedaald als gevolg van -voornamelijk- gebrek aan medewerking van sommige herkomstlanden. In reactie hierop is in 2012 de strategische landenbenadering verder ontwikkeld. Op het gebied van vreemdelingenbewaring en op het terrein van uitzetting zijn initiatieven ontwikkeld om een alternatief te bieden voor de vergaande maatregel van detentie. In het publieke debat over terugkeer hebben vooral de verschillende tentenkampen, waarmee uitgeprocedeerde vreemdelingen aandacht vroegen voor hun situatie, een belangrijke rol gespeeld.

De voorwaarden voor gezinsmigratie zijn in 2012 aangescherpt. Ook zijn maatregelen genomen om misbruik van de B9-regeling voor slachtoffers van mensenhandel tegen te gaan. In het kader van handhaving is een wetsvoorstel voor de strafbaarstelling van illegaal verblijf voorbereid, zijn maatregelen genomen om fraude tegen te gaan en is de glijdende schaal om vreemdelingen uit te zetten als zij zich schuldig hebben gemaakt aan een strafbaar feit, aangescherpt. Op het gebied van grenstoezicht zijn belangrijke praktische stappen gezet, door inzet van geautomatiseerd en risicogestuurd toezicht.

Het is in 2012 niet mogelijk gebleken het nieuwe digitale systeem van de IND, Indigo, volledig te implementeren. Wel zijn hiervoor in 2012 belangrijke stappen gezet, evenals voor de invoering van het moderne migratiebeleid, dat daarmee samenhangt. Door de inspanningen die in 2012 zijn geleverd, zal dit systeem en dit beleid in 2013 in werking treden. Daarnaast heeft het jaar in het teken gestaan van de voorbereiding op ingrijpende wijzigingen; de invoering van modern migratiebeleid en de stroomlijning van toelatingsprocedures, zijn hiervan voorbeelden. Het asiel- en migratiebeleid is met deze maatregelen restrictiever en selectiever geworden conform de doelstelling van Rutte 1. In het kader van hervorming 6 uit het Kabinet-Rutte 1 zijn de categoriale vergunningen van Irakezen herbeoordeeld. Als onderdeel van het programma stroomlijning van toelatingsprocedures wordt het categoriale beleid afgeschaft.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Vreemdelingen

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

944.427

793.065

151.362

                 

Uitgaven:

       

739.537

793.065

– 53.528

                 

10.1

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

       

709.467

761.366

– 51.899

 

Subsidies

       

6.942

7.928

– 986

 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) e.a.

       

6.942

7.928

– 986

                 
 

Opdrachten

       

21.995

45.315

– 23.320

 

Programma Biometrie

       

4.872

16.500

– 11.628

 

Programma Vernieuwing Grensmanagement

       

6.673

8.390

– 1.717

 

Programma keteninformatisering

       

936

15.800

– 14.864

 

Versterking vreemdelingenketen

       

9.514

4.625

4.889

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

297.199

282.254

14.945

 

Immigratie- en naturalisatiedienst

       

297.199

282.254

14.945

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

383.330

425.869

– 42.539

 

Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

       

383.330

425.869

– 42.539

                 

10.2

Terugkeer en bewaring Vreemdelingen

       

30.070

31.699

– 1.629

 

Subsidies

       

6.800

6.800

0

 

REAN-regeling

       

6.800

6.800

0

                 
 

Opdrachten

       

0

4.200

– 4.200

 

Vreemdelingenbewaring

       

0

4.200

– 4.200

                 
 

Bijdragen aan baten-lastendiensten

       

23.270

20.699

2.571

 

Terugkeer vreemdelingen

       

23.270

20.699

2.571

                 
                 
 

Ontvangsten

       

14.768

467

14.301

E Toelichting op de financiële instrumenten
10.1 Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

Subsidies

Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland (VWN)

VluchtelingenWerk Nederland is een onafhankelijke organisatie die opkomt voor de belangen van vluchtelingen en asielzoekers. VWN voert activiteiten uit die gericht zijn op de begeleiding in de asielprocedure, zoals individuele voorlichting en individuele procesbegeleiding gebaseerd op persoonlijke situatie en fase van de asielprocedure.

Opdrachten

Programma Biometrie

Drie Biometrie in de Vreemdelingenketen projecten (BVK) kennen een vertraging van enkele maanden om de volgende redenen: – de bredere invoering bij Binnenlands vreemdelingentoezicht; – de opname van biometrische gegevens op het Vreemdelingendocument; en de invoering van het vreemdelingendocument met biometrische kenmerken op Caribisch Nederland. Voor alle drie de projecten geldt dat de geraamde uitgaven over meerdere jaren plaatsvinden.

De voornaamste afwijking van de begroting wordt verklaard door de inrichting van het centraal apparaatartikel en de operatie verantwoord begroten. Andere oorzaken zijn gelegen in de afronding van meerdere projecten (zie jaarverslag IDMI) en vertraging van drie projecten onder het programma Biometrie in de Vreemdelingenketen.

Programma Vernieuwing Grensmanagement (VGM)

Op Schiphol zijn elektronische poorten in gebruik genomen voor self-service paspoortcontrole, ter vergroting van de mobiliteit en veiligheid in Nederland. De Koninklijke Marechaussee (KMar) en Douane hebben aangegeven vanuit het bestaande samenwerkingsverband Joint Data Analysis Centre (JDAC) samen met de andere met grenscontrole belaste overheidsdiensten te willen groeien naar een Nationaal Informatie- en Analysecentrum Grens (NIAG); de blauwdruk hiervoor is in november opgeleverd. Tevens is het systeem voor Elektronische Vettingapplicatie (geautomatiseerd achtergrondonderzoek van kandidaat-geregistreerde reizigers) in gebruik genomen.

Eind 2012 zijn nagenoeg alle noodzakelijke documenten opgeleverd die ten grondslag zouden moeten liggen aan de investeringsbeslissing om te kunnen starten met de verwerving van het passagiersinformatie-systeem PARDEX (Passenger-related Data Exchange). De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft in de december besloten om het project te bevriezen; de aanbesteding van het systeem heeft daarom niet plaatsgevonden. Hierdoor is de realisatie over 2012 achtergebleven op de raming.

Programma Keteninformatisering

In 2012 is door studies en analyses de basis gelegd voor keuzes over de wijze waarop de informatie-uitwisseling zodanig kan worden verbeterd dat de vreemdelingenketen op termijn volledig digitaal kan werken. Op basis van deze studies is ingestemd met voorstellen voor de vervanging van de huidige papieren formulieren in de vreemdelingenketen door digitale informatie-uitwisseling. Tevens zijn de principes van de informatiearchitectuur voor de vreemdelingenketen vastgesteld, welke de basis vormden voor impactanalyses per ketenpartner en voor de ketenvoorzieningen. Verder is in 2012 gestart met de aanbesteding van een nieuw systeem voor Ketenmanagementinformatie. Ook is de informatie uit de basisvoorziening vreemdelingen nu raadpleegbaar vanaf de mobiele apparatuur van de politie. De voornaamste afwijking van de begroting wordt verklaard door de inrichting van het centraal apparaatartikel en de operatie verantwoord begroten. Tevens is budget overgeboekt naar het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Versterking vreemdelingenketen

In 2012 is vanuit dit budget de subsidie aan Comensha verstrekt voor de registratie van slachtoffers van mensenhandel en de coördinatie van de opvang van deze doelgroep. Daarnaast is een bijdrage verstrekt aan de naturalisatietoets voor Caribisch Nederland.

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Het jaar 2012 heeft in het teken gestaan van de brede uitrol van INDIGO. Ook is in 2012 gestart met de verdere doorontwikkeling van de bekostigingssystematiek van de IND en de hieraan gerelateerde kostprijzen. De overschrijding is het resultaat van een aantal mutaties die dit jaar zijn doorgevoerd. De belangrijkste oorzaak van dit verschil is de toegekende prijsbijstelling en de tegenvaller met betrekking tot archiveringskosten.

Tabel 10.2 % Vreemdelingenzaken waarop binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Asiel

65

73

82

88

88

85

3

Regulier

88

93

95

87

89

100

– 11

Naturalisatie

84

95

96

87

91

100

– 9

Bron: IND

Toelichting

De streefwaarde van 100% voor regulier is in 2012 niet gerealiseerd, dit is mede het gevolg van de vertraging van de implementatie en de conversie naar INDIGO. Ook is de termijn die voor bezwaar geldt in de praktijk lastig te realiseren. In de nog niet ingevoerde mvv-wet is een ruimere beslistermijn voor bezwaar opgenomen.

Van de naturalisatieverzoeken uit Nederland worden 97% binnen de wettelijke termijn van 52 weken afgehandeld. De lagere realisatie van gemiddeld 91% wordt verklaard doordat de naturalisatieverzoeken vanuit Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland gemiddeld pas na 52 weken door de IND worden ontvangen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT

Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA)

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) is de organisatie die zorg draagt voor de opvang van vreemdelingen in Nederland. In opdracht van de Staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie biedt het COA de vreemdelingen huisvesting. In 2012 heeft het COA zes gezinslocaties geopend. Op een gezinslocatie verblijven gezinnen met minderjarige kinderen die op basis van het arrest van de hoge raad in de zaak Ferreira (21 september 2012) recht hebben op onderdak. De gemiddelde bezetting bij het COA is in 2012 gedaald, als gevolg hiervan heeft het COA in 2012 capaciteit afgebouwd. Het personeelsbestand van het COA is hierop aangepast.

De uitgaven voor opvang van asielzoekers vallen lager uit. In de eerste helft van 2012 liet de bezetting bij het COA een substantiële en snelle daling zien, hierdoor vallen de uitgaven aan opvang lager uit.

Tabel 10.3 Indicatoren: gemiddelde verblijfsduur (in maanden)
 

realisatie

realisatie

begroting

realisatie

2010

2011

2012

2012

Gemiddelde opvangduur vergunninghouders na vergunningverlening

6.6

5

3

4

Gemiddelde verblijfsduur opvang

171

15

10

14

Bron: COA

X Noot
1

Peildatum 1-5-2011

Toelichting

De gemiddelde opvangduur na vergunningverlening is in 2012 achtergebleven bij de begroting. Dit komt doordat de invoering van een nieuwe systematiek voor de uitplaatsing van statushouders in de loop van 2012 is ingevoerd. De gemiddelde opvangduur in de centrale opvang blijft achter bij de verwachting. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het feit dat uitgeprocedeerde gezinnen met kinderen de opvang vaak niet verlaten. Hen wordt onderdak geboden in een gezinslocatie.

10.2 Terugkeer en bewaring Vreemdelingen

Subsidies

REAN-regeling

IOM biedt financiële ondersteuning aan vreemdelingen die zelfstandig willen vertrekken uit Nederland op basis van de REAN-regeling (Return and Emigration of Aliens from the Netherlands). De IOM doet dit onder meer door het geven van voorlichting en advies over vrijwillige terugkeer en extra ondersteuning voor kwetsbare groepen. Ook het procesmatig voorbereiden en begeleiden van de terugkeer (zoals het verkrijgen van reisdocumenten) hoort tot de activiteiten van IOM.

Opdrachten

Bijdragen aan baten-lastendiensten

Vreemdelingenbewaring

Op beperkte schaal is door middel van een viertal pilots gestart met het opdoen van ervaring met alternatieven voor vreemdelingenbewaring. De doelgroep van de pilots waarbij de vreemdeling een meldplicht wordt opgelegd dan wel aan de vreemdeling de keuze voor een borgsom wordt voorgesteld, is uitgebreid met vreemdelingen die op grond van een Dublin-claim dienen te vertrekken uit Nederland. Een aantal NGO’s is gestart met het begeleiden van vreemdelingen naar zelfstandige terugkeer naar het land van herkomst.

De pilots «alternatieven voor bewaring» zijn gezien de beperkte doelgroep in 2012 nog niet volledig uitgerold. De resterende middelen worden overgeheveld naar 2013, voor de verdere ontwikkeling van alternatieven.

Terugkeer vreemdelingen

De DT&V bevordert het daadwerkelijke vertrek van vreemdelingen door de regie over het vertrekproces van individuele vreemdelingen te voeren. Dat gebeurt onder meer door het voeren van gesprekken met vreemdelingen, het faciliteren van het verkrijgen van reisdocumenten, het geven van voorlichting en het voorbereiden van het daadwerkelijke vertrek. Daarnaast bevordert de DT&V de samenwerking op het terrein van terugkeer met landen van herkomst en landen van de Europese Unie.

De voornaamste afwijking van de begroting wordt verklaard door de inrichting van het centraal apparaatartikel en de operatie verantwoord begroten.

Ontvangsten

De meerontvangsten zijn gerealiseerd door extra ontvangsten vanuit de partners van de vreemdelingenketen voor de bijdragen aan het ketenbrede informatiesysteem Basisvoorziening Vreemdelingen (BVV).

B3. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 11. Centraal apparaat

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met uitzondering van de AIVD (zie artikel 2) en de agentschappen.

Tabel 11 Centraal apparaat

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

422.040

309.905

112.135

                 

Uitgaven:

       

411.850

305.445

106.405

                 

11.1

Apparaat (exclusief AIVD)

       

411.850

305.445

106.405

 

Personeel

       

221.888

304.639

-82.751

 

Eigen personeel

       

195.399

304.639

– 109.240

 

Externe inhuur

       

20.299

0

20.299

 

Overig personeel

       

6.190

0

6.190

 

Materieel

       

189.962

806

189.156

 

Bijdrage SSO`s

       

64.657

0

64.657

 

ICT

       

85.523

0

85.523

 

Overig materieel

       

39.783

806

38.977

                 
 

Ontvangsten

       

138.353

32.232

106.121

E. Toelichting

Het verschil op totaalniveau tussen de ontwerpbegroting en de uiteindelijke realisatie is grotendeels te verklaren uit de volgende factoren.

In de oorspronkelijk vastgestelde begroting werd er van uit gegaan dat het Shared Service Centre ICT (SSC-ICT) in 2012 een agentschap zou zijn. Omdat de oprichting met een jaar is uitgesteld, worden de uitgaven en ontvangsten voor deze dienst verantwoord ten laste van het centraal apparaat.

Voorts heeft BZK een zero base opbouw van haar apparaatsbudgetten doorgevoerd, Gedurende het jaar is bij de invoering van Verantwoord Begroten budgetten verschoven van programma naar apparaat en vice versa. Dit betrof voornamelijk de uitgavencategorie externe inhuur.

De verschuivingen tussen de verschillende uitgavencategorieën, die zichtbaar zijn in de tabel, zijn het gevolg van het stapsgewijs gedurende 2012 doorvoeren van de juiste definities voor de uitgavencategorieën die in Verantwoord Begroten worden voorgeschreven.

Uit de tabel Apparaat per dienstonderdeel blijkt de budgettaire betekenis van het uitstel van de vorming van een SSC-ICT. Het verschil bij het dienstonderdeel Organisatie en Bedrijfsvoering Rijk (OBR) wordt hier voor bijna € 117 mln. door verklaard. Voorts zijn bij OBR middelen toegevoegd voor de uitvoering van projecten in het kader van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk. De lagere realisatie bij de Dienst Concernondersteuning en Bedrijfsvoering (DCB) wordt grotendeels verklaard door de overheveling van het BZK-budget voor de SSC-ICT naar OBR. En door vertraging realisatie van investeringen in «nieuwbouw BZK». De apparaatuitgaven bij het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD) zijn lager uitgevallen door lagere loonkosten bij de Topmanagementgroep (TMG) en een verschuiving van apparaat naar programma. Bij de directoraten-generaal Vreemdelingenzaken (DGVz) en Bestuur en Koninkrijksrelaties (DGBK) zijn de apparaatuitgaven in 2012 iets hoger uitgekomen door onder andere externe inhuur waarvoor budget is overgeheveld vanuit programma.

Tabel 11.2 Apparaat per dienstonderdeel van BZ- kerndepartement
Uitgaven x € 1.000

DG

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

BABD

22.484

26.444

– 3.960

DCB

130.963

147.691

– 16.728

DGBK

26.912

25.785

1.127

DGOBR

138.721

13.856

124.865

waarvan SSO-ICT i.o.

116.759

   

DGVZ

65.389

62.286

3.103

DGWB

26.152

25.706

446

Kiesraad

1.313

1.580

– 267

Totaal

411.934

303.348

108.586

Artikel 12. Algemeen

A Algemene doelstelling

Op dit artikel worden de centrale onderzoeksbudgetten en de werkzaamheden van internationale zaken begroot en verantwoord.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 12 Algemeen

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

2.466

2.272

194

                 

Uitgaven:

       

14.704

14.084

620

                 

12.1

Algemeen

       

692

1.480

– 788

 

Subsidies

       

181

184

– 3

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

       

181

184

– 3

                 
 

Opdrachten

       

511

1.296

– 785

 

Internationale Samenwerking

       

3

475

– 472

 

Opdrachten

       

508

821

– 313

                 

12.2

Verzameluitkeringen

       

14.012

12.604

1.408

 

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

       

14.012

12.604

1.408

 

IPSV en impulsbudget

       

13.923

12.604

1.319

 

Oude regelingen wonen

       

89

0

89

                 
 

Ontvangsten

       

0

0

0

E Toelichting op de financiële instrumenten
12.2 Verzameluitkeringen

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing (IPSV) en Impulsbudget

Voor de uitfinanciering van afgegeven beschikkingen op het gebied van Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing en Impulsregeling Stedelijke Vernieuwing heeft er bij Najaarsnota 2012 een technische correctie plaatsgevonden van 2013 naar 2012 om er voor te zorgen dat het budget hierop aansluit.

Artikel 13. Nominaal en Onvoorzien

Tabel 1 Nominaal en onvoorzien

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

0

35.427

– 35.427

                 

Uitgaven:

       

0

32.027

– 32.027

                 

13.1

Loonbijstelling

       

0

4.461

– 4.461

                 

13.2

Prijsbijstelling

       

0

10.721

– 10.721

                 

13.3

Onvoorzien

       

0

16.595

– 16.595

E. Toelichting

De middelen zijn aangewend voor de uitvoeringsproblematiek 2012.

Artikel 14. VUT-fonds

Tabel 14 VUT-fonds

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

190.000

100.000

90.000

                 

Uitgaven:

       

190.000

100.000

90.000

                 

14.1

VUT-fonds

       

190.000

100.000

90.000

                 
 

Ontvangsten

       

15.892

14.600

1.292

Toelichting

Gebleken is dat steeds meer mensen besluiten om later gebruik te maken van FPU (Flexibel Pensioen en Uittreden). De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is daardoor sterk gewijzigd. Dit heeft (al in 2009) geleid tot een nieuwe aangepaste leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds. Verder kan het VUT-fonds op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van de lening en is zij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Daardoor kan het fonds beter inspelen op de actuele liquiditeitsbehoeften.

B4. BEDRIJFSVOERINGPARAGRAAF

Inleiding

In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt ingegaan op aandachtspunten en relevante kwaliteitsverbeteringen in de bedrijfsvoering van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het verslagjaar 2012.

De bedrijfsvoeringparagraaf heeft conform de Comptabiliteitswet het karakter van een uitzonderingsrapportage. Voorgeschreven is dat de bedrijfsvoeringparagraaf in ieder geval ingaat op de aandachtspunten in het financieel- en materieel beheer, de rechtmatigheid, de totstandkoming van de niet-financiële beleidsinformatie, en de toezeggingen aan de Algemene Rekenkamer inzake het rechtmatigheidonderzoek.

Daarnaast wordt in deze bedrijfsvoeringparagraaf de stand van zaken gemeld op enkele overige aspecten van de bedrijfsvoering uit het Management Control Systeem.

1. Rechtmatigheid

De Auditdienst Rijk heeft in haar controle over 2012 bij het departement voor een bedrag van circa € 60 mln. aan rechtmatigheidsfouten en niet gecorrigeerde getrouwheidsfouten in de uitgaven geconstateerd. Hierdoor wordt de rapporteringstolerantie op begrotingshoofdstukniveau overschreden. Circa € 51 mln. wordt veroorzaakt door de huurtoeslag, dat wordt verantwoord op het beleidsartikel 03 Woningmarkt. De overige fouten zitten met name op de artikelen 4 en 10.

Bij artikel 11 is de maximale rechtmatigheidsfout bij de aangegane verplichtingen groter dan de rapporteringstolerantie op het artikel. Dit geldt eveneens ten aanzien van de onzekerheden. Dit houdt in dat de meest waarschijnlijke fout c.q. onzekerheid moet worden gemeld in de bedrijfsvoeringsparagraaf. De meest waarschijnlijke omvang van de fouten bedraagt circa € 12,8 mln. Voor de onzekerheden bedraagt dit bijna € 9,5 mln.

Huurtoeslag

De huurtoeslag wordt uitgevoerd door de Belastingdienst. Eventuele rechtmatigheidfouten worden in de uitvoering verantwoord in het beheersverslag van de Belastingdienst. De uitgaven worden verantwoord op de begroting van BZK. Er zijn fouten geconstateerd in de uitgaven en definitieve toekenningen van huurtoeslag. De fouten in de huurtoeslag overschrijden de rapporteringstolerantie van het begrotingshoofdstuk.

De Rijksbegrotingsvoorschriften schrijven met ingang van 2012 voor dat, indien bij statistische steekproeven de meest waarschijnlijke of maximale fout de tolerantiegrens overschrijdt, hierover in de bedrijfsvoeringparagraaf expliciet verantwoording moet worden afgelegd.

Op basis van de maximale fout wordt de tolerantiegrens van de uitbetaalde voorschotten met circa € 31 mln. en de definitief toegekende huurtoeslagen met circa € 37 mln. overschreden.

Op basis van de meest waarschijnlijke fout voor de uitbetaalde voorschotten (€ 51 mln.) en de definitief toegekende huurtoeslagen (€ 53 mln.) wordt de tolerantiegrens van € 57 mln. overigens niet overschreden.

2. Totstandkoming beleidsinformatie

De totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de Rijksbegrotingvoorschriften van het ministerie van Financiën.

Bij de totstandkoming van de beleidsinformatie in het jaarverslag van 2011 vormde de tijdigheid van de dossiervorming en de kwaliteit van de indicatoren een aandachtspunt. Het proces van totstandkoming van de beleidsinformatie is voor 2012 beheerst verlopen. Het aantal indicatoren is met de komst van Verantwoord Begroten gestroomlijnd. Dit gaf mede een impuls aan de efficiency van het totstandkomingproces en de uiteindelijke kwaliteit.

Een bijzondere categorie binnen de niet-financiële informatie zijn de beleidsdoorlichtingen en subsidie-evaluaties. In de begroting voor 2012 stonden drie beleidsdoorlichtingen gepland.

De beleidsdoorlichting »bestuurlijke en financiële verhoudingen» is in 2012 gestart en zal in 2013 worden afgerond. De beleidsdoorlichting «integratie, inburgering en maatschappelijke samenhang» is in 2012 gestart, echter niet afgerond. Samenhangend met de departementale herverkaveling is de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van deze beleidsdoorlichting overgegaan naar het ministerie voor SZW. Vanwege het recent in werking treden van nieuwe regelgeving is de beleidsdoorlichting «energiebesparing gebouwde omgeving en bouwkwaliteit» verschoven naar 2014.

3. Financieel- en materieelbeheer

EU-aanbestedingen

De aandacht voor fouten in de EU-aanbestedingsprocedure heeft er toe geleid dat in 2012 het aantal fouten is afgenomen. Bij het kerndepartement zijn slechts enkele onrechtmatigheden geconstateerd van niet materiële aard.

Rijksdienst Caribisch Nederland

Na de oprichting van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) in 2010 is in de eerste instantie veel aandacht uitgegaan naar de inrichting van de RCN en was eind 2011 het financieel- en materieelbeheer nog niet helemaal op orde. In 2012 zijn de inspanningen hierop gericht en is het financieel- en materieelbeheer verder verbeterd. Het beheer van o.a. de personeelsdossier, naleving van de inkoopprocedures en het hebben van een toereikende administratieve organisatie vormen voor 2013 nog een aandachtspunt.

Verantwoording toepassing open standaarden

BZK heeft in 2012 gehandeld conform artikel 3, eerste lid van de «Instructie rijksdienst bij aanschaf ICT-diensten of ICT-producten». Er zijn in de regel geen ICT-diensten of -producten aangeschaft waarbij is afgeweken van de open standaarden op de «pas toe of leg uit»-lijst van College Standaardisatie. Een «explain» geldt voor het gebruik van de open standaard DKIM (e-mailauthenticatie). De implementatie van deze standaard hangt samen met de interdepartementale implementatie van een standaard mailadres. Deze implementatie is echter uitgesteld.

Een tweede «explain» geldt voor de aanschaf van tooling voor de dienstverleningssystemen van P-Direkt. Doordat de dienstverlening draait op gesloten systemen, kan de tooling niet op basis van open standaarden worden geselecteerd. Logius past relevante open standaarden toe in haar overheidsbrede ICT-producten, zoals MijnOverheid, e-Herkenning en DigiD. In een paar producten worden nog niet alle relevante open standaarden toegepast en daarvoor geldt een «explain». De implementatie van deze standaarden is wel gepland. Het gaat met name om de standaarden PDF/A (archiveerbaar documentformaat), DNSSEC (veilig «telefoonboek» van internet), IPv6 (internetnummers) en DKIM (e-mailauthenticatie.

Toezeggingen aan de Algemene Rekenkamer

De toezeggingen aan de Algemene Rekenkamer hebben betrekking op de zeven onvolkomenheden die bij het jaarverslag Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2011 zijn geconstateerd. Hieronder wordt kort ingegaan op deze toezeggingen.

Single information, single audit

Het verbeterplan SiSa is in 2012 door BZK voortvarend uitgevoerd, zoals is aangegeven in de voortgangsrapportage van eind december 2012 aan de Tweede Kamer. BZK heeft het proces als systeemverantwoordelijke departement op een toereikende wijze aangestuurd.

Uit de eindrapportage single review 2012 van de Auditdienst Rijk (ADR) blijkt dat de ministeries bij de vaststelling van hun specifieke uitkeringen over 2011 – met inachtneming van enkele met name genoemde bevindingen van beperkte aard – kunnen steunen op de SiSa-bijlagen over 2011.

De Algemene Rekenkamer (AR) onderschrijft deze conclusie. Ten aanzien van de resterende onzekerheden als gevolg van de negatieve resultaten van de single review 2011 (over het jaar 2010) hebben AR en ADR afgesproken dat de ADR gezamenlijk met de departementen per regeling analyseert of voldoende maatregelen zijn of worden getroffen om de onzekerheden in voldoende mate op te heffen.

Vanaf Single Review 2013 zal de kwaliteitsbeheersing bij de accountantskantoren en – diensten een belangrijke rol spelen bij de oordeelsvorming. BZK, ADR, NBA, AR en de accountantskantoren en – diensten hebben overeenstemming bereikt over deze nieuwe aanpak, die in samenspraak met deze partijen nader zal worden uitgewerkt. De accountantskantoren gaan nadrukkelijk investeren in een betere SiSa-controle-aanpak. Er zijn nog enkele maatregelen die BZK volgens de Algemene Rekenkamer nog moet oppakken (o.a. Terugvorderingsbeleid en onderzoek accountantskantoor).

Het terugvorderingsbeleid betreft primair de uniformering en aanscherping van rijksregelgeving die ten grondslag ligt aan de specifieke uitkeringen, inclusief duidelijke terugvorderingsgronden. Daarnaast wordt onderzoek uitgevoerd door het accountantskantoor Ernst & Young naar de inbedding van SiSa in de financiële cyclus van gemeenten.

Deze acties worden in het eerste halfjaar van 2013 uitgevoerd. Belangrijk aandachtspunt is dat het single reviewproces, inclusief de beoordeling door de Algemene Rekenkamer uiterlijk 1 december 2013 is afgerond om tijdige vaststelling door de ministeries mogelijk te maken.

Inkoopbeheer FMHaaglanden (FMH)

FMH heeft een verbeterplan uitgevoerd. De volledigheid en juistheid van aanbestedingsdossiers en het contractenregister zijn verbeterd, maar zullen ook in 2013 nog aandacht vragen.

Inkoopbeheer kerndepartement

De EU-aanbestedingen voor het kerndepartement verlopen vanaf 2012 via de Haagse Inkoop Samenwerking (HIS). Daarnaast zijn diverse maatregelen getroffen om het contractbeheersysteem en het aanbestedingsdossiers verder te professionaliseren.

Personeelsbeheer Rijksgebouwendienst (Rgd) en IND

De IND en Rgd hebben de benodigde controlsheets van P-Direkt opgenomen in hun controleplan Personeelsbeheer en deze controles in uitvoering genomen over heel 2012. De tekortkomingen van onvoldoende aanvullende controlemaatregelen zijn daarmee eind 2012 opgelost.

Informatiebeveiliging en vertrouwensfuncties

De actualisatie van de informatiebeveiligingsplannen, de afhankelijkheids- en kwestbaarheidsanalyses zijn voor de meeste dienstonderdelen eind december 2012 gerealiseerd. In het eerste kwartaal 2013 zijn de laatste plannen gerealiseerd. De borging van de toekomstige actualisatie van deze plannen wordt door de Beveiligingsautoriteit (BVA) in samenwerking met de dienstonderdelen in 2013 verder uitgewerkt. Voor een deel is deze borging geregeld via de Planning en Controlcyclus en wordt de voortgang gemonitord via de management informatierapportage en de managementafspraken.

De Algemene Rekenkamer constateerde over 2011 dat de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) inzake de vertrouwensfunctie rijksbreed onvoldoende invulling gaf aan de systeemverantwoordelijkheid. Met betrekking tot de vertrouwensfuncties blijkt dat de AIVD op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), slechts een uitvoerende taak heeft. Voor de systeemverantwoordelijkheid speelt de RijksBVA een belangrijke rol op het gebied van informatiebeveiliging, waarvan de vertrouwensfunctie een aspect vormt. In het eerste kwartaal van 2013 wordt conform de toezegging aan de AR het proces rondom vertrouwensfuncties en de verantwoordelijkheden verder verhelderd. Voor BZK is in 2012 de lijst met vertrouwensfuncties overigens actueel en sluitend.

Controlraamwerk P-Direkt

P-Direkt heeft in 2012 het controlraamwerk verder op orde gebracht. Er zijn verbeteringen doorgevoerd bij de processen voor het beheer van de autorisaties SAP-HR/BW en voor de wijzigingsprocedure van de programmatuur van het personeelsinformatiesysteem (SAP-HR) die qua opzet effectief werkend zijn. Bij een beperkt deel van het proces van de handmatige mutatieverwerking moeten ten aanzien van de juistheid, volledigheid en tijdigheid nog stappen worden gezet. Voor het changemanagementproces SAP-HR is navolgbaarheid van uitgevoerde processtappen nog een aandachtspunt doordat detailuitwerking van procedures nog niet is afgerond. De werking van het gebruikers- en autorisatiebeheer SAP-HR/BW is voor geheel 2012 niet volledig geborgd geweest. De bevindingen zijn door P-Direkt grotendeels al in 2012 opgepakt en afronding staat voor 2013 op de agenda.

Financieel beheer De Werkmaatschappij (DWM)

In 2011 is vastgesteld dat de onderbouwing van de volledigheid van de verantwoorde opbrengsten bij enkele bedrijfseenheden onvoldoende was. De planning & controlcyclus van De Werkmaatschappij is in 2012 zodanig ingericht dat het tussentijds sturings- en beheersinginformatie oplevert over de omzet. Maandelijks wordt de omzet bepaald van alle bedrijfseenheden, zodat eventuele onzekerheid eerder wordt vastgesteld en tijdig kan worden gecorrigeerd. DWM heeft hier goede vooruitgang geboekt. De verwachting is medio 2013 het probleem tot het verleden behoord.

Baten-lastendiensten

Centrale Archiefselectiedienst

Per 1 november 2012 is de Centrale Archiefselectiedienst (CAS) opgeheven. Vanwege onzekerheid over de waardering van het onderhanden werk is een controleverklaring met een oordeelsonthouding afgegeven.

Doc-Direkt

Ultimo 2012 is in overleg met het ministerie van Financiën de tijdelijke baten-lastendienst status van Doc-Direkt ingetrokken, omdat Doc-Direkt niet voldoet aan de gestelde normen in de nieuwe regeling agentschappen, en beperkte voortgang is geboekt met het Verbeterplan financieel beheer dat begin 2012 is opgesteld. Doc-direkt blijft voortbestaan als kasdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Vanwege een onvoldoende werkend systeem van interne controle is een controleverklaring met oordeelsonthouding bij de jaarrekening 2012 afgegeven.

Met de aangepaste businessarchitectuur en de nieuwe organisatie-inrichting wordt de doelstelling om het financieel beheer op orde te krijgen in 2013 alsnog mogelijk.

4. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Externe inhuur

De realisatie van de uitgaven externe inhuur voor BZK komt uit op 16,4% over heel 2012. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door de inhuur bij de rijksbrede baten-lastendiensten van BZK. In de bijlage «Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel» zijn de uitgaven van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor externe inhuur in 2012 toegelicht. In een brief naar de Tweede Kamer over de vaststelling van de plafonds externe inhuur 2013 maakt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met ingang van 2013 onderscheid tussen inhuur voor BZK en de inhuur voor de Rijksdienst via interdepartementaal opdrachtgeverschap.

Betaalsnelheid

De betaalsnelheid lag in geheel 2012 boven de Rijksnorm om 90% van facturen tijdig af te handelen. Hiermee is de positieve ontwikkeling uit 2011 vastgehouden.

Totstandkoming jaarverslag

Het proces van de totstandkoming van het jaarverslag, en dan met name die van de saldibalansen, is voor verbetering vatbaar. Hiervoor zijn diverse oorzaken aan te wijzen, zoals de in- en ontvlechting van het departement, de verhuizing en ICT-problematiek en een gebrekkige aandacht voor beheersmatige aspecten van de administratie. De reeds in 2012 genomen maatregelen om het hoofd te bieden aan de diverse problemen renderen nog onvoldoende. In 2013 zal BZK aan de hand van een verbeterplan het totstandkomingsproces oppakken.

C. JAARREKENING 2012

C1. DE DEPARTEMENTALE VERANTWOORDINGSSTAAT 2012

   

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

   

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

 

4.809.317

665.607

 

5.028.293

701.141

 

218.976

35.534

                     
 

Beleidsartikelen

                 

1

Openbaar bestuur en democratie

22.668

22.668

21.965

31.897

25.209

24.694

9.229

2.541

2.729

2

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

200.328

200.328

1.191

200.112

198.945

3.170

– 216

– 1.383

1.979

3

Woningmarkt

2.844.460

2.786.655

556.140

2.817.288

2.857.598

468.840

– 27.172

70.943

– 87.300

4

Woonomgeving en bouw

44.351

44.033

91

49.886

46.141

3.792

5.535

2.108

3.701

5

Integratie en maatschappelijke samenhang

245.633

251.633

32.425

222.546

238.496

3.578

– 23.087

– 13.137

– 28.847

6

Dienstverlenende en innovatieve overheid

125.170

125.170

500

193.538

145.866

21.569

68.368

20.696

21.069

7

Arbeidszaken overheid

47.192

47.192

820

38.068

44.797

2.485

– 9.124

– 2.395

1.665

8

Kwaliteit Rijksdienst

28.964

28.964

2.550

53.218

54.736

3.496

24.254

25.772

946

9

Uitvoering Rijkshuisvesting

58.053

58.053

2.626

60.414

60.414

504

2.361

2.361

– 2.122

10

Vreemdelingen

793.065

793.065

467

944.427

739.537

14.768

151.362

– 53.528

14.301

                     
 

Niet beleidsartikelen

                 

11

Centraal apparaat

309.905

305.445

32.232

422.040

411.850

138.353

112.135

106.405

106.121

12

Algemeen

2.272

14.084

0

2.466

14.704

0

194

620

0

13

Nominaal en onvoorzien

35.427

32.027

0

0

0

0

– 35.427

– 32.027

0

14

VUT-fonds

100.000

100.000

14.600

190.000

190.000

15.892

90.000

90.000

1.292

C2. DE SAMENVATTENDE VERANTWOORDINGSSTAAT BATEN-LASTENDIENSTEN

Samenvattende verantwoordingsstaat 2012 inzake baten-lastendiensten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (bijdragen x € 1.000)

Naam

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

(4)

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie t-1

Basisadministratie Persoonsgegevens en reisdocumenten

       

Totale baten

99.220

106.257

7.037

118.755

Totale lasten

99.220

97.633

– 1.587

104.144

Saldo van baten en lasten

0

8.624

8.624

14.611

         

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

 

Totale kapitaaluitgaven

– 500

– 14.018

– 13.518

8.881

         

Doc-Direkt

       

Totale baten

25.354

25.569

215

19.692

Totale lasten

25.104

30.960

5.856

24.136

Saldo van baten en lasten

0

– 5.391

– 5.391

– 4.444

         

Totale kapitaalontvangsten

0

5.676

5.676

1.288

Totale kapitaaluitgaven

0

– 3.732

– 3.732

732

         

Centrale Archiefselectiedienst

       

Totale baten

0

934

934

5.330

Totale lasten

0

3.705

3.705

5.369

Saldo van baten en lasten

0

– 2.771

– 2.771

– 39

         

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

0

Totale kapitaaluitgaven

0

0

0

0

         

Logius

       

Totale baten

71.912

82.000

10.088

75.683

Totale lasten

70.158

76.099

5.941

76.675

Saldo van baten en lasten

1.754

5.901

4.147

– 992

         

Totale kapitaalontvangsten

6.880

9.072

2.192

2.325

Totale kapitaaluitgaven

– 8.531

– 6.277

2.254

658

         

P-Direkt

       

Totale baten

71.530

74.813

3.283

79.215

Totale lasten

70.053

70.424

371

79.156

Saldo van baten en lasten

1.477

4.389

2.912

59

         

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

2.400

Totale kapitaaluitgaven

– 11.800

– 11.637

163

17.653

         

De Werkmaatschappij

       

Totale baten

96.540

113.700

17.160

96.905

Totale lasten

96.345

119.180

22.835

98.500

Saldo van baten en lasten

195

– 5.480

– 5.675

– 1.595

         

Totale kapitaalontvangsten

4.000

10.449

6.449

2.602

Totale kapitaaluitgaven

– 6.622

– 1.732

4.890

1.996

         

FMHaaglanden

       

Totale baten

100.624

104.965

4.341

91.922

Totale lasten

100.624

101.814

1.190

89.147

Saldo van baten en lasten

0

3.151

3.151

2.775

         

Totale kapitaalontvangsten

38.064

18.933

– 19.131

14

Totale kapitaaluitgaven

– 42.920

– 22.289

20.631

4.817

         

Immigratie en Naturalisatiedienst

       

Totale baten

352.988

364.463

11.475

383.324

Totale lasten

345.988

363.989

18.001

357.092

Saldo van baten en lasten

7.000

474

– 6.526

26.232

         

Totale kapitaalontvangsten

10.200

18.478

8.278

13.626

Totale kapitaaluitgaven

– 35.290

– 38.033

– 2.743

35.549

         

Rijksgebouwendienst

       

Totale baten

1.450.671

1.455.562

4.891

1.427.486

Totale lasten

1.448.817

1.477.383

28.566

1.481.149

Saldo van baten en lasten

1.854

– 21.821

– 23.675

– 53.663

         

Totale kapitaalontvangsten

612.627

428.602

– 184.025

530.556

Totale kapitaaluitgaven

– 1.004.637

– 900.715

103.922

951.684

         

Dienst van de Huurcommissie

       

Totale baten

20.232

16.569

– 3.663

19.272

Totale lasten

20.232

19.053

– 1.179

18.683

Saldo van baten en lasten

0

– 2.484

– 2.484

589

         

Totale kapitaalontvangsten

1.372

0

– 1.372

2.900

Totale kapitaaluitgaven